Power Systems. De Hardware Management Console installeren

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Power Systems. De Hardware Management Console installeren"

Transcriptie

1 Power Systems De Hardware Management Console installeren en configureren

2

3 Power Systems De Hardware Management Console installeren en configureren

4 Opmerking Lees, voordat u deze informatie en het product gebruikt, eerst de informatie in Veiligheidsvoorschriften op pagina vii, Kennisgevingen op pagina 93, de publicatie IBM Systems Safety Notices, G , en de IBM Environmental Notices and User Guide, Z Deze editie heeft betrekking op IBM Hardware Management Console Versie 7, Release 7.7.0, Maintenance Level 0 en op alle daaropvolgende releases en gewijzigde versies, totdat in nieuwe uitgaven anders wordt aangegeven. Copyright IBM Nederland B.V. 2010, Copyright IBM Corporation 2010, 2013.

5 Inhoudsopgave Veiligheidsvoorschriften vii Hardware Management Console installeren en configureren Nieuwe items in De HMC installeren en configureren Taken voor installatie en configuratie Een nieuwe HMC op een nieuwe server configureren De HMC-code updaten en upgraden Migratie van HMC-code van versie 6 naar versie Een tweede HMC toevoegen aan een bestaande installatie HMC-netwerkverbindingen Typen HMC-netwerkverbindingen Besloten en open netwerken in de HMC-omgeving HMC als DHCP-server Een connectiviteitsmethode kiezen voor de server voor het bellen van het servicenummer Verbinding met ondersteuning op afstand via internet-ssl Een internetprotocol kiezen Lijst van internet SSL-adressen Met behulp van een VPN (virtual private network) verbinding maken met ondersteuning op afstand Adressenlijst van VPN-server Verbinding met ondersteuning op afstand via telefoonlijn en modem Meerdere servers voor servicenummer bellen gebruiken Netwerkinstellingen kiezen op de HMC HMC-netwerkverbindingen Typen HMC-netwerkverbindingen Besloten en open netwerken in de HMC-omgeving HMC als DHCP-server Een connectiviteitsmethode kiezen voor de server voor het bellen van het servicenummer Verbinding met ondersteuning op afstand via internet-ssl Een internetprotocol kiezen Lijst van internet SSL-adressen Met behulp van een VPN (virtual private network) verbinding maken met ondersteuning op afstand Adressenlijst van VPN-server Verbinding met ondersteuning op afstand via telefoonlijn en modem Meerdere servers voor servicenummer bellen gebruiken De configuratie van HMC voorbereiden Configuratiewerkblad voor de HMC De HMC instellen Bekabeling van de stand-alone HMC De 7310-CR4 HMC in een rek installeren Onderdelenlijst maken Locatie bepalen De locatie markeren zonder te werken met een rekmontagesjabloon Schuifrails in het rek installeren De HMC op de schuifrails monteren De kabelgeleiderarm bevestigen Bekabeling van in een rek geïnstalleerde HMC Installatie van de 7042-CR5, 7042-CR6 en 7042-CR7 in een rek Installatie van het beeldscherm en het toetsenbord Onderdelenlijst maken De locatie markeren zonder te werken met een rekmontagesjabloon Installatie van het beeldscherm en het toetsenbord in een rek Installatie van de consoleschakelaar (optioneel) De HMC configureren De HMC snel configureren via de Configuratiewizard Start de HMC en voltooi de stappen in de Configuratiewizard Copyright IBM Corp. 2010, 2013 iii

6 De configuratie controleren De HMC configureren met de HMC-menu's De HMC starten Datum en tijd wijzigen De HMC-netwerktypen configureren HMC-instellingen configureren voor gebruik van een open netwerk om een verbinding te maken met het beheerde systeem HMC-instellingen configureren voor gebruik van een besloten netwerk om een verbinding te maken met het beheerde systeem HMC-instellingen configureren voor gebruik van een open netwerk om een verbinding te maken met logische partities HMC-instellingen configureren voor gebruik van een open netwerk om een verbinding te maken met gebruikers op afstand Instellingen configureren voor de server die het servicenummer voor de HMC belt Vaststellen welke Ethernet-poort als eth0 is gedefinieerd Bepaling van de interfacenaam voor een Ethernet-adapter De mediasnelheid instellen Een besloten of open netwerk selecteren De HMC als DHCP-server configureren Het IP V4-adres instellen Het IPv6-adres instellen Alleen IPv6-adressen gebruiken De instelling van de firewall voor HMC wijzigen Beperkte toegang op afstand tot de shell inschakelen Webtoegang op afstand inschakelen Een routering configureren als standaardgateway Domeinnaamservices configureren Domeinextensies configureren De HMC configureren voor gebruik van LDAP-verificatie op afstand De HMC configureren zodat deze de Key Distribution Center-servers voor Kerberos-verificatie op afstand kan gebruiken De HMC configureren zodat deze contact kan opnemen met service en ondersteuning De HMC met de installatiewizard voor servicenummer bellen configureren zodat deze een verbinding kan maken met service en ondersteuning De lokale console configureren voor het rapporteren van fouten aan service en ondersteuning Bestaande servers voor servicenummer bellen kiezen om voor deze HMC een verbinding te maken met service en ondersteuning Controleer of de verbinding met service en ondersteuning werkt Gebruikers machtigen om verzamelde systeemgegevens te bekijken Service-informatie verzenden Wachtwoorden voor het beheerde systeem instellen: Het serverwachtwoord wijzigen Het algemene ASM-wachtwoord (Advanced System Management) wijzigen Stel het ASM-wachtwoord (Advanced System Management) in op de beginwaarde De verbinding tussen de HMC en het beheerde systeem testen Stappen na de configuratie Een backup maken van essentiële HMC gegevens Een backup van de hele vaste schijf van de HMC maken in een systeem op afstand De HMC-machinecode bijwerken, upgraden en migreren De versie en de release van de HMC-machinecode vaststellen Machinecode-updates ophalen en toepassen voor de HMC met een internetverbinding Stap 1. Controleren of u over een internetverbinding beschikt Stap 2. Het bestaande niveau van de HMC-machinecode vaststellen Stap 3. Vaststellen welke niveaus van de HMC-machinecode er beschikbaar zijn Stap 4. De update van de HMC-machinecode aanbrengen Stap 5. Controleren of de update van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd Machinecode-updates ophalen en toepassen voor de HMC van een DVD of een FTP-server Stap 1. Het bestaande niveau van de HMC-machinecode vaststellen Stap 2. Vaststellen welke niveaus van de HMC-machinecode er beschikbaar zijn Stap 3. De update van de HMC-machinecode ophalen Stap 4. De update van de HMC-machinecode aanbrengen iv Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

7 Stap 5. Controleren of de update van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd De software van de HMC upgraden Stap 1. De upgrade ophalen Stap 2. Het bestaande niveau van de HMC-machinecode vaststellen Stap 3. Een backup maken van de profielgegevens van het beheerde systeem Stap 4. Maak een backup van de HMC-gegevens Stap 5. De huidige HMC-configuratiegegevens noteren Stap 6. De status van de opdracht op afstand vastleggen Stap 7. De upgradegegevens opslaan Stap 8. De HMC-software upgraden Stap 9. Controleren of de upgrade van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd De machinecode van de HMC migreren van versie 6 naar versie Zorg ervoor dat aan de minimumeisen wordt voldaan Stap 1. De upgrade ophalen Stap 2. Het bestaande niveau van de HMC-machinecode vaststellen Stap 3. Een backup maken van de profielgegevens van het beheerde systeem Stap 4. Een backup van essentiële consolegegevens maken Stap 5. De huidige HMC-configuratiegegevens noteren Stap 6. De status van de opdracht op afstand vastleggen Stap 7. De upgradegegevens opslaan Stap 8. De HMC-software upgraden van versie 6 naar versie Stap 9. Controleren of de upgrade van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd Stap 10. Een updatepakket verkrijgen Stap 11. Bewerkingen op deze HMC opnieuw plannen De HMC vanaf een locatie op afstand upgraden met behulp van netwerkupgrade-images Locaties van HMC-poorten Kennisgevingen Merken Elektronische emissie Kennisgevingen Klasse A Kennisgevingen Klasse B Voorwaarden en bepalingen Inhoudsopgave v

8 vi Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

9 Veiligheidsvoorschriften Veiligheidsvoorschriften kunnen overal in deze handleiding voorkomen: v Kennisgevingen van het type GEVAAR vragen aandacht voor een situatie die levensgevaarlijk of extreem gevaarlijk is voor personen. v Kennisgevingen van het type WAARSCHUWING vragen aandacht voor een situatie die gevaarlijk is voor personen vanwege bepaalde omstandigheden. v Kennisgevingen van het type Attentie geven aan dat er schade kan ontstaan aan een programma, een apparaat of gegevens. Wereldwijde veiligheidsinformatie In sommige landen is vereist dat de veiligheidsvoorschriften in de publicaties bij een product worden aangeboden in de taal of talen van dat land. Indien deze eis in uw land geldt, zijn er veiligheidsvoorschriften opgenomen in het publicatiepakket (bijvoorbeeld in de gedrukte documentatie, op de DVD of als onderdeel van het product) dat bij het product wordt geleverd. De documentatie bevat veiligheidsvoorschriften in uw taal, met verwijzingen naar de Engelse bron waaruit ze afkomstig zijn. Voordat u een Engelstalige publicatie gebruikt voor het installeren, gebruiken of onderhouden van dit product, dient u zich eerst op de hoogte te stellen van de bijbehorende veiligheidsvoorschriften in de documentatie. Raadpleeg de documentatie ook als u de veiligheidsvoorschriften in de Engelstalige publicaties niet geheel begrijpt. Vervangende of extra exemplaren van de documentatie met veiligheidsvoorschriften kunt u verkrijgen door te bellen met de IBM Hotline op Duitse veiligheidsinformatie Das Produkt ist nicht für den Einsatz an Bildschirmarbeitsplätzen im Sinne 2 der Bildschirmarbeitsverordnung geeignet. Veiligheidsinformatie voor lasers IBM -servers kunnen gebruik maken van I/O-kaarten of -voorziening die werken met glasvezel in combinatie met lasers of LED's. Laserproducten IBM-servers kunnen geïnstalleerd zijn binnen of buiten een rek voor IT-apparatuur. Copyright IBM Corp. 2010, 2013 vii

10 Gevaar! Als u aan of in de buurt van het systeem werkt, neem dan de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: Elektrische spanning en stroom van lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is gevaarlijk. Ter voorkoming van een elektrische schok: v Sluit deze eenheid uitsluitend met behulp van het door IBM geleverde voedingssnoer aan op de voedingsbron. Gebruik het door IBM verstrekte snoer niet voor andere producten. v Maak de voedingseenheid niet open en voer er geen onderhoud aan uit. v Sluit tijdens onweer geen kabels aan en voer tijdens onweer geen installatie-, onderhouds- of configuratiewerkzaamheden aan dit product uit. v Mogelijk is het product uitgerust met meerdere voedingssnoeren. Om alle gevaarlijke voltages te verwijderen, dient u alle voedingssnoeren los te koppelen. v Sluit alle netsnoeren aan op correct bedrade en geaarde stopcontacten. Controleer of de stopcontacten een spanning en een fasefrequentie hebben die overeenkomt met hetgeen staat vermeld op het plaatje voor elektrische vereisten. v Sluit alle apparatuur die op dit product wordt aangesloten aan op correct bedrade stopcontacten. v Koppel en ontkoppel signaalkabels indien mogelijk met één hand. v Zet nooit apparatuur aan wanneer u sporen van vuur, water of fysieke beschadigingen ziet. v Ontkoppel de aangesloten netsnoeren, telecommunicatiesystemen, netwerken en modems voordat u kleppen van de apparatuur opent, tenzij anders aangegeven in de installatie- en configuratieprocedures. v Bij het installeren of verplaatsen van dit product of het openen van kleppen van dit product of aangesloten apparatuur dient u alle kabels aan te sluiten en te ontkoppelen zoals is aangegeven in de onderstaande tabel. Ontkoppelen: 1. Zet alles uit (tenzij anders aangegeven). 2. Haal de stekkers uit het stopcontact. 3. Ontkoppel de signaalkabels van de aansluitingen. 4. Ontkoppel alle kabels van de apparaten. Aansluiten: 1. Zet alles uit (tenzij anders aangegeven). 2. Sluit alle kabels aan op de apparaten. 3. Sluit de signaalkabels aan op de aansluitingen. 4. Steek de stekkers in het stopcontact. 5. Zet de apparaten aan. (D005) Gevaar! viii Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

11 Neem bij het werken aan of in de buurt van IT-reksystemen de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: v Zware apparatuur - Onjuiste behandeling kan leiden tot lichamelijk letsel of schade aan de apparatuur. v Plaats de hoogteverstellingen van de rekbehuizing altijd in de laagste positie. v Installeer de stabilisatiebeugels altijd op het rek. v Om gevaarlijke situaties ten gevolge van ongelijke belasting te voorkomen, dient u de zwaarste apparatuur altijd zo laag mogelijk in de rekbehuizing te installeren. Begin de installatie van servers en optionele apparaten vanaf de onderkant van de rekbehuizing. v In een rek geïnstalleerde apparaten mogen niet worden gebruikt als planken of werkruimten. Plaats geen voorwerpen op apparaten die in een rek zijn geïnstalleerd. v Vanuit elke rekbehuizing kan meer dan één netsnoer zijn aangesloten op een stopcontact. Als u tijdens het uitvoeren van onderhoud instructie krijgt om de stekker uit het stopcontact te halen, dient u te controleren of u alle stekkers van de apparaten in de rekbehuizing uit het stopcontact hebt gehaald. v De apparatuur in een rekbehuizing mag uitsluitend worden aangesloten op stroomvoorzieningsapparatuur die zich in dezelfde rekbehuizing bevindt. Sluit nooit het netsnoer van een apparaat in een rekbehuizing aan op een stroomvoorzieningsapparaat in een andere rekbehuizing. v Bij gebruik van een stopcontact met onjuiste bedrading kunnen de metalen gedeelten van het systeem, of van apparaten die op het systeem zijn aangesloten, onder een gevaarlijke spanning komen te staan. Het is de verantwoordelijkheid van de klant om ervoor te zorgen dat de bedrading en de aarding van het stopcontact in orde zijn, zodat elk risico van een elektrische schok wordt vermeden. WAARSCHUWING v Installeer geen station in een rek als de interne temperatuur in het rek hoger zal zijn dan de door de fabrikant aanbevolen temperatuur voor alle in het rek gemonteerde apparaten. v Installeer een eenheid niet in een rek als de luchtcirculatie belemmerd is. Let erop dat de luchtstroom aan de zij-, boven- en onderkant niet geblokkeerd raakt of gehinderd wordt. v Er dient aandacht te worden besteed aan de aansluiting van de apparatuur aan het voedingscircuit, zodat overbelasting van de circuits niet leidt tot aantasting van de bekabeling van de voeding of de overbelastingsbeveiliging. Voor de juiste voedingsaansluiting van het rek raadpleegt u de labels op de apparaatuur in het rek. v (Voor schuifladen.) Trek geen lades of voorzieningen uit het rek en installeer ook geen lades of voorzieningen in het rek zolang de stabilisators niet aan het rek zijn bevestigd. Schuif niet meer dan één lade tegelijk uit. Het rek kan instabiel worden als er meerdere lades tegelijk worden uitgeschoven. v (Voor vaste laden.) Deze lade zit vast en mag niet worden verplaatst voor onderhoud, tenzij anders aangegeven door de fabrikant. Wanneer wordt geprobeerd de lade geheel of gedeeltelijk uit het rek te trekken, kan het rek instabiel worden of kan de lade uit het rek vallen. (R001) Veiligheidsvoorschriften ix

12 Let op! Het verwijderen van componenten uit de bovenste posities van de rekbehuizing bevordert de stabiliteit van het rek tijdens het verplaatsen ervan. Volg de onderstaande richtlijnen als u een gevulde rekbehuizing binnen een kamer of een gebouw wilt verplaatsen. v Haal apparatuur die kan worden verwijderd uit de rekbehuizing, beginnend vanaf de bovenkant. Herstel de configuratie van de rekbehuizing indien mogelijk naar de configuratie waarin u de rekbehuizing hebt ontvangen. Als u niet weet hoe die configuratie was, houd u dan aan het volgende: Verwijder alle apparaten uit positie 32U en hoger. Controleer of de zwaarste apparatuur zo laag mogelijk in de rekbehuizing is geplaatst. Controleer of er zich geen lege U-niveaus bevinden tussen apparaten die zijn geïnstalleerd onder niveau 32U. v Als de rekbehuizing die u verplaatst onderdeel is van een groep van rekbehuizingen, maakt u de rekbehuizing los van de groep. v Bekijk van tevoren de route waarlangs u de rekbehuizing wilt verplaatsen en verwijder eventuele obstakels of items die anderszins gevaar kunnen opleveren. v Controleer of de route die u hebt gekozen geschikt is om het gewicht van de gevulde rekbehuizing te dragen. Raadpleeg de documentatie bij uw rekbehuizing voor het gewicht van een gevulde rekbehuizing. v Controleer of alle deuropeningen ten minste 2030 mm hoog en 760 mm breed zijn.. v Zorg ervoor dat alle apparatuur in het rek en alle bijbehorende laden, planken, kleppen en kabels goed vastzitten. v Zorg dat de vier opvulstukken in de hoogste positie staan. v Zorg dat er tijdens het verplaatsen geen stabilisatiesteun is geïnstalleerd in de rekbehuizing. v Zorg dat er in de route geen hellingen van meer dan 10 graden voorkomen. v Wanneer de rekbehuizing op de nieuwe locatie is gearriveerd, doet u het volgende: Breng de vier hoogteverstellingen omlaag. Stabiliseer de rekbehuizing met de bijgeleverde steunen. Als u apparaten uit de rekbehuizing hebt verwijderd, vult u de rekbehuizing weer, beginnend vanaf de onderste positie. v Als de verplaatsing over grote afstand is, herstelt u de configuratie van de rekbehuizing naar de configuratie waarin u de rekbehuizing hebt ontvangen. Verpak de rekbehuizing in het originele verpakkingsmateriaal of gelijkwaardig materiaal. Breng ook de hoogteverstellingen naar beneden zodat de zwenkwielen het pallet niet meer raken en schroef de rekbehuizing vast aan het pallet. (R002) (L001) (L002) x Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

13 (L003) of Alle laserproducten voldoen in de Verenigde Staten aan de vereisten van de Code of Federal Regulations (DHHS 21 CFR) van het Department of Health and Human Services 21, Subchapter J voor klasse 1 laserproducten. In de rest van de wereld voldoen de lasers aan IEC voor laserproducten van klasse 1. Controleer het label van alle onderdelen van de laser voor certificeringsnummers en goedkeuringsgegevens. Let op! Dit product kan een of meer van de volgende onderdelen bevatten: CD-ROM, DVD-ROM, DVD-RAM of lasermodule. Dit zijn klasse 1 laserproducten. Houd rekening met het volgende: v Verwijder de kappen niet. Als u de kappen van het laserproduct opent, kunt u worden blootgesteld aan gevaarlijke laserstraling. In het apparaat bevinden zich geen onderdelen die kunnen worden vervangen. v Het wijzigen van instellingen of het uitvoeren van procedures anders dan hier is beschreven, kan leiden tot blootstelling aan gevaarlijke straling. (C026) Veiligheidsvoorschriften xi

14 Let op! In omgevingen voor gegevensverwerking kan apparatuur voorkomen die gegevens over systeemverbindingen verzenden met lasermodules die werken met een hoger vermogen dan Klasse 1. Kijk daarom nooit in het uiteinde van de glasvezelkabel of de geopende aansluiting. (C027) Let op! Dit product bevat een laser van Klasse 1M. Vermijd direct oogcontact met optische instrumenten. (C028) Let op! Bepaalde laserproducten bevatten een ingebouwde laserdiode van categorie 3A of 3B. Houd daarbij rekening met het volgende: laserstraling indien geopend. Kijk niet in de laserstraal en vermijd direct contact met de laserstraal. (C030) Let op! De batterij bevat lithium. Ter voorkoming van een mogelijke explosie dient u de batterij niet bloot te stellen aan open vuur of op te laden. Houd u aan het volgende: v Vermijd contact van de batterij met water. v Verhit de batterij niet tot meer dan 100 C v Probeer de batterij niet te herstellen of uit elkaar te halen. U dient de batterij alleen te vervangen door een door IBM exemplaar. Lever gebruikte batterijen in bij een inzamelpunt voor klein chemisch afval (KCA). In de Verenigde Staten hanteert IBM een proces voor het inzamelen van dergelijke batterijen. Bel voor informatie. Zorg dat u het IBMonderdeelnummer van de batterij bij de hand hebt wanneer u belt. (C003) Gegevens over stroomvoorziening en bekabeling voor NEBS (Network Equipment- Building System) GR-1089-CORE De volgende opmerkingen gelden voor IBM-servers waarvoor is aangegeven dat ze voldoen aan NEBS (Network Equipment-Building System) GR-1089-CORE: De apparatuur is geschikt voor installatie op de volgende locaties: v Faciliteiten voor telecommunicatienetwerken v Locaties waar de NEC (National Electrical Code) van toepassing is De poorten van deze apparatuur die binnenshuis aanwezig zijn, zijn alleen geschikt voor verbindingen binnen gebouwen of met niet-blootliggende bedrading of bekabeling. De poorten van deze apparatuur die binnenshuis zijn, mogen niet via metalen verbindingen zijn verbonden met de interfaces die zijn aangesloten op de OSP (outside plant, installatie buitenshuis) of de bedrading ervan. Deze interfaces zijn uitsluitend ontworpen voor gebruik binnenshuis (type 2- of type 4-poorten zoals beschreven in GR CORE) en ze vereisen isolatie van blootliggende OSP-bekabeling. Toevoeging van primaire beschermingselementen biedt onvoldoende bescherming om deze interfaces via metaalverbindingen aan te sluiten op OSP-bedrading. Opmerking: Alle Ethernet-kabels moeten afgeschermd en aan beide kanten geaard zijn. Voor het systeem met wisselspanning zijn geen externe SPD's (surge protection devices, beschermingselementen tegen spanningspieken) vereist. Het gelijkstroomsysteem maakt gebruik van een ontwerp met geïsoleerde DC-retour (DC-I). De retouraansluiting van de DC-batterij mag niet worden verbonden met het chassis of de aarding van het frame. xii Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

15 Hardware Management Console installeren en configureren Beschrijving van de installatie van de HMC-hardware, aansluiting ervan op het beheerde systeem, en de configuratie ervan. U kunt deze taken zelf uitvoeren of u kunt een gekwalificeerde serviceprovider vragen dit voor u te doen. Mogelijk brengt de serviceprovider hiervoor kosten in rekening. Nieuwe items in De HMC installeren en configureren Informatie over nieuwe of aanmerkelijk gewijzigde informatie in het onderwerp "De HMC installeren en configureren" sinds de vorige update van deze verzameling onderwerpen. Oktober 2013 v Informatie toegevoegd over de installatie van beeldscherm en toetsenbord. Een opmerking toegevoegd over de systeemvereisten voor het werken met de functie Power Enterprise Pools. Maart 2013 v Informatie toegevoegd over HMC-poortlocaties. November 2012 v Informatie toegevoegd over configuratie van de HMC. Mei 2012 v Informatie toegevoegd over installatie van de HMC. Mei 2011 v Informatie toegevoegd over HMC-netwerkverbindingen. Februari 2010 v Informatie is toegevoegd voor IBM Power Systems-servers met een POWER7-processor. Taken voor installatie en configuratie Meer informatie over de taken die horen bij de verschillende installatie- en configuratiescenario's voor de HMC. In dit gedeelte worden de taken beschreven die u moet uitvoeren als u de HMC installeert en configureert. Er zijn verschillende manieren waarop u de HMC kunt installeren en configureren. Zoek de situatie die het best past bij de taak die u wilt uitvoeren. Opmerking: Als u servers met een POWER7-processor beheert, moet de HMC minimaal Versie hebben. Raadpleeg voor meer informatie De versie en de release van de HMC-machinecode vaststellen op pagina 76. Een nieuwe HMC op een nieuwe server configureren Meer informatie over de taken die u moet uitvoeren bij de installatie en configuratie van een HMC op een nieuwe server. Copyright IBM Corp. 2010,

16 Tabel 1. Taken die u moet uitvoeren als u een nieuwe HMC installeert en configureert op een nieuwe server Taak Waar vindt u verwante informatie 1. Gegevens verzamelen en het configuratiewerkblad Configuratiewerkblad voor de HMC op pagina 23 invullen. De configuratie van HMC voorbereiden op pagina De hardware uitpakken. 3. De HMC-hardware bekabelen. Bekabeling van de stand-alone HMC op pagina Schakel de HMC in door op de aan/uit-knop te drukken. 5. Aanmelden en de HMC-webtoepassing starten. 6. Start de Configuratiewizard of gebruik de HMCmenu's om de HMC te configureren. 7. Sluit de server aan op de HMC. Bekabeling van in een rek geïnstalleerde HMC op pagina 40 De HMC snel configureren via de Configuratiewizard op pagina 55 De HMC configureren met de HMC-menu's op pagina 56 De HMC-code updaten en upgraden Meer informatie over de taken die u moet uitvoeren bij het updaten en upgraden van de HMC-code. Als u de HMC-code van een bestaande HMC wilt updaten of upgraden, moet u de volgende taken uitvoeren: Tabel 2. Taken die u moet uitvoeren voor het updaten of upgraden van de HMC-code Taak Waar vindt u verwante informatie 1. Haal de upgrade op. De software van de HMC upgraden op pagina Bekijk het niveau van de bestaande HMCmachinecode. 3. Maak een backup van de profielgegevens van het beheerde systeem. 4. Maak een backup van HMC-gegevens. 5. Noteer de huidige HMC-configuratiegegevens. Leg de status van de opdracht op afstand vast 7. Sla de upgradegegevens op. 8. Upgrade de HMC-software. 9. Controleer of de upgrade van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd Migratie van HMC-code van versie 6 naar versie 7 Meer informatie over de taken die u moet uitvoeren bij migratie van HMC versie 6 naar HMC versie 7. Als u een bestaande HMC wilt migreren van versie 6 naar versie 7 moet u de volgende taken uitvoeren: 2 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

17 Tabel 3. Taken die u moet uitvoeren voor migratie van HMC versie 6 naar HMC versie 7 Taak Waar vindt u verwante informatie 1. Controleren of de HMC-hardware de code van HMC versie 7 ondersteunt. 2. Controleren of het niveau van uw HMC-code 6.12 of hoger is. Als dat niet het geval is, moet u de bestaande HMC-code upgraden. De versie en de release van de HMC-machinecode vaststellen op pagina 76 De software van de HMC upgraden op pagina De HMC upgraden naar versie 7. De software van de HMC upgraden op pagina Optioneel: het niveau van de firmware van het beheerde systeem upgraden naar het hoogste beschikbare niveau. 5. Als u een tweede HMC hebt, voert u de stappen 1-4 uit voor die HMC. 2 Een tweede HMC toevoegen aan een bestaande installatie Meer informatie over taken die u moet uitvoeren bij het toevoegen van een tweede HMC aan het beheerde systeem. Als u een HMC en een beheerd systeem hebt en een tweede HMC aan deze configuratie wilt toevoegen, doet u het volgende: Tabel 4. Taken die u moet uitvoeren als u een tweede HMC toevoegt aan een bestaande installatie Taak Waar vindt u verwante informatie 1. Controleren of de HMC-hardware de code van HMC versie 7 ondersteunt. 2. Gegevens verzamelen en het configuratiewerkblad Configuratiewerkblad voor de HMC op pagina 23 invullen. 3. De hardware uitpakken. 4. De HMC-hardware bekabelen. Bekabeling van de stand-alone HMC op pagina Schakel de HMC in door op de aan/uit-knop te drukken. 6. Aanmelden bij de HMC. 7. De codeniveaus van de HMC's moeten overeenkomen. Wijzig de code van een van de HMC's naar het niveau van de andere HMC. 8. Start de Configuratiewizard of gebruik de HMCmenu's om de HMC te configureren. 9. Configureer deze HMC voor service met behulp van de installatiewizard Servicenummer bellen. 10. Sluit de server aan op de HMC. Bekabeling van in een rek geïnstalleerde HMC op pagina 40 De versie en de release van de HMC-machinecode vaststellen op pagina 76 De software van de HMC upgraden op pagina 79 De HMC configureren met de HMC-menu's op pagina 56 De HMC configureren zodat deze contact kan opnemen met service en ondersteuning op pagina 67 HMC-netwerkverbindingen U kunt verschillende typen netwerkverbindingen gebruiken voor de verbinding tussen uw HMC en de beheerde systemen. Raadpleeg De HMC configureren op pagina 55 voor meer informatie over het Hardware Management Console installeren en configureren 3

18 configureren van de HMC voor verbinding met een netwerk. Voor meer informatie over het gebruik van een HMC in een netwerk, raadpleegt u de volgende onderwerpen: Typen HMC-netwerkverbindingen In dit onderwerp wordt uitgelegd hoe u met behulp van uw netwerk de HMC-beheer op afstand en servicefuncties kunt gebruiken. De HMC ondersteunt de volgende typen logische communicatie: HMC naar beheerd systeem Dit communicatietype wordt gebruikt om de meeste hardwarebeheerfuncties uit te voeren waarbij de HMC stuurfunctieopdrachten opgeeft via de serviceprocessor van het beheerde systeem. De verbinding tussen de HMC en de serviceprocessor wordt soms het servicenetwerk genoemd. Deze verbinding is vereist voor het beheer van het beheerde systeem. HMC naar logische partitie Dit communicatietype wordt gebruikt om platformgegevens (events voor hardwarefouten, hardware-inventaris) te verzamelen van de besturingssystemen die in de logische partities worden uitgevoerd en om bepaalde platformactiviteiten (dynamische LPAR, gelijktijdige reparatie) met die besturingssystemen af te stemmen. Deze verbinding is vereist als u gebruik wilt maken van functies voor het verzenden van service- en foutberichten. HMC naar gebruikers op afstand Biedt gebruikers op afstand toegang tot HMC-functies. Gebruikers kunnen de HMC op de volgende manieren openen: v Door de webbrowser op afstand te gebruiken voor toegang op afstand tot alle functies van de GUI van HMC. v Door SSH (Secure Socket Shell) te gebruiken om de functies voor de HMC-opdrachtregel op afstand te openen. HMC naar service en ondersteuning Dit communicatietype wordt gebruikt om gegevens naar en van de serviceprovider te verzenden, zoals rapporten over hardwarefouten, inventarisgegevens en microcode-updates. U kunt dit communicatiepad gebruiken om automatische serviceoproepen te verzenden. De HMC ondersteunt maximaal vier afzonderlijke fysieke Ethernet-interfaces, afhankelijk van het model. De stand-alone versie van de HMC ondersteunt slechts drie HMC-interfaces, met behulp van een geïntegreerde Ethernet-adapter en maximaal twee pluginadapters. U moet deze interfaces op de volgende manieren gebruiken: v Een of meer netwerkinterfaces kunnen exclusief worden gebruikt voor de communicatie tussen de HMC en het beheerde systeem. Dit betekent dat alleen de HMC en de serviceprocessors van de beheerde systemen zich op dat netwerk bevinden. Als u over een afzonderlijk, vast toegewezen netwerk beschikt, wordt het beveiligingsniveau voor deze interfaces verhoogd ook al zijn de netwerkinterfaces naar de serviceprocessors via het SSL-protocol (Secure Sockets Layer) versleuteld en met een wachtwoord beveiligd. v Een andere netwerkinterface wordt meestal gebruikt voor de netwerkverbinding tussen de HMC en de logische partities op de beheerde systemen, dus voor de communicatie tussen de HMC en logische partities. U kunt de interface voor een openbaar netwerk ook gebruiken om de HMC op afstand te beheren. v U kunt ook een derde interface gebruiken om een verbinding te maken met logische partities en de HMC op afstand beheren. Deze interface kan ook worden gebruikt voor een afzonderlijke HMC-verbinding met verschillende groepen logische partities. U wilt bijvoorbeeld een LAN voor beheer gebruiken dat niet verbonden is met het LAN waarop alle normale bedrijfstransacties worden uitgevoerd. Beheerders op afstand kunnen met behulp van deze methode HMC's en andere beheerde apparatuur openen. Soms bevinden logische partities zich in verschillende netwerkbeveiligingsdomeinen, bijvoorbeeld achter een firewall en wilt u wellicht over verschillende HMC-netwerkverbindingen met beide domeinen kunnen beschikken. 4 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

19 Webbrowser-vereisten voor HMC De Hardware Management Console (HMC) wordt ondersteund doormicrosoft Internet Explorer (IE) versie 6.0 en 7.0, Firefox versie en 2.0. Als uw browser is geconfigureerd voor gebruik van een internetproxy, moet ook een lokaal internetadres worden opgenomen in de lijst met uitzonderingen. Neem contact op met uw netwerkbeheerder voor meer informatie op de lijst met uitzonderingen. Als u alsnog de proxy moet gebruiken om bij de HMC te komen, schakelt u HTTP 1.1 gebruiken via proxy-verbindingen in onder het tabblad Geavanceerd in uw venster Internetopties. Opmerking: Voor Firefox versie 2.0 zorgt u ervoor dat u de JavaScript-opties inschakelt om vensters naar de voorgrond of achtergrond te verplaatsen, of om bestaande vensters te verplaatsen of van formaat te wijzigen. Met deze functie kunt u eenvoudig schakelen tussen HMC-taken. Voer de stappen uit om JavaScript-opties in te schakelen: 1. Selecteer Extra en klik op Opties 2. Selecteer Inhoud en klik op Geavanceerd 3. Selecteer Bestaande vensters verplaatsen of van formaat wijzigen en Vensters naar voorgrond en achtergrond verplaatsen 4. Klik op OK Sessie-cookies moeten worden ingeschakeld zodat ASMI werkt wanneer u een verbinding op afstand maakt met HMC. Met de asm-proxycpde worden sessiegegevens opgeslagen en gebruikt. Volg de stappen om de sessie-cookies in te schakelen. Sessie-cookies inschakelen in Internet Explorer. 1. Selecteer Extra en klik op Internetopties 2. Selecteer Privacy en klik op Geavanceerd 3. Zorg ervoor dat de optie Sessie-cookies altijd toestaan is ingeschakeld. Als dit niet zo is, selecteert u de optie Automatisch verwerken van cookies veranderen en selecteert u Sessie-cookies altijd toestaan. 4. Selecteer Vragen onder Eigen cookies en Cookies van derden 5. Klik op OK. Sessie-cookies inschakelen in Firefox. 1. Selecteer Extra en klik op Opties 2. Klik op Cookies 3. Selecteer Toestaan dat sites cookies instellen. 4. Selecteer Uitzonderingen en voeg HMC toe. 5. Klik op OK. Besloten en open netwerken in de HMC-omgeving.: De HMC kan worden geconfigureerd voor open en besloten netwerken. In besloten netwerken kan een geselecteerde reeks niet-routeerbare IP-adressen worden gebruikt. Een openbaar, of "open" netwerk is een netwerkverbinding tussen de HMC, logische partities en andere systemen in uw normale netwerk. Besloten netwerken De enige apparatuur op het besloten netwerk van de HMC bestaat uit de HMC zelf en de beheerde systemen waarmee de HMC is verbonden. De HMC is aangesloten op de FSP (Flexible Service Processor) van elk beheerd systeem. Hardware Management Console installeren en configureren 5

20 AREA Op de meeste systemen is de FSP uitgerust met twee Ethernet-poorten met het opschrift HMC1 en HMC2. U kunt dus maximaal twee HMC's aansluiten. Sommige systemen hebben een dubbel uitgevoerde FSP. In deze situatie fungeert de tweede FSP als "redundante" backup. De basisinstellingen voor een systeem met twee FSP's zijn in essentie gelijk aan die voor een systeem zonder een tweede FSP. De HMC moet met elke FSP zijn verbonden, zodat er extra netwerkhardware nodig is (bijvoorbeeld een LAN-switch of hub) als er meer dan één FSP of meerdere beheerde systemen zijn. Opmerking: Elke FSP-poort op het beheerde systeem mag met slechts één HMC zijn verbonden. Open netwerk Het open netwerk kan zijn verbonden met een firewall of router voor verbinding met internet. Via de internetverbinding kan de HMC servicenummers bellen als er hardwareproblemen zijn die moeten worden gemeld. Elk van de netwerkinterfaces van de HMC is uitgerust met zijn eigen firewall. Als u de Configuratiewizard start, wordt automatisch een elementaire firewall geconfigureerd, maar na het voltooien van de installatie en configuratie van de HMC moet u de firewallinstellingen aanpassen. HMC als DHCP-server: U kunt de HMC gebruiken als DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol). Opmerking: Als u gebruik maakt van IPv6, moet u het detectieproces handmatig uitvoeren. Er is geen automatische detectie mogelijk onder IPv6. Raadpleeg voor meer informatie over het configureren van de HMC als een DHCP-server De HMC als DHCP-server configureren op pagina 63. Verbinding met serviceprocessor Redundante HMC HMC1 HMC2 eth0 LAN-switch Verbinding met serviceprocessor eth0 HMC1 HMC DHCP-server HMC2 Op deze afbeelding ziet u een redundante HMC-omgeving met twee beheerde systemen. De eerste HMC is verbonden met de eerste poort van elke FSP, en de redundante HMC is met de tweede poort van elke HMC verbonden. Elke HMC is geconfigureerd als DHCP-server, die elk een andere reeks IP-adressen ge- 6 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

21 AREA bruiken. De verbindingen zijn op afzonderlijke besloten netwerken. Het is daarom belangrijk om te controleren dat geen enkele FSP-poort met meer dan één HMC is verbonden. De FSP-poort van elk beheerd systeem die met een HMC is verbonden, moet een uniek IP-adres hebben. Gebruik de ingebouwde DHCP-servermogelijkheden van de HMC om te controleren of elke FSP een uniek IP-adres heeft. Wanneer de FSP de actieve netwerkkoppeling vindt, verstuurt die een signaal om een DHCP-server te vinden. Wanneer de HMC juist is geconfigureerd, reageert de HMC op dit signaal door één van een geselecteerde reeks adressen toe te wijzen. Wanneer er sprake is van meerdere FSP's, hebt u een LAN switch of hub nodig voor het besloten netwerk tussen de HMC en de FSP. Dit besloten gedeelte kan ook zijn uitgevoerd als verscheidene poorten in een besloten VLAN (virtueel LAN) op een grotere beheerde switch. Als er sprake is van meerdere besloten VLAN's dient u ervoor te zorgen dat ze goed gescheiden zijn, zodat er geen verkeer wordt uitgewisseld. Als er sprake is van een omgeving met meerdere HMC's, moet u bovendien elke HMC in hetzelfde open netwerk aansluiten op de logische partities én op elkaar. Beheerde server HMC Verbinding met serviceprocessor Partities LPAR1 LPAR2 LPAR3 eth0 eth1 HMC HMC1 HMC2 eth0 eth1 In deze afbeelding ziet u twee HMC's die is aangesloten op één beheerd systeem in een besloten netwerk en op drie logische partities in het open netwerk. Met een extra Ethernet-adapter voor de HMC kunt u drie netwerkinterfaces hebben. U kunt dit derde netwerk als beheernetwerk gebruiken of het aansluiten op de CSM-beheerserver (Cluster Systems Manager). Raadpleeg voor meer informatie over het configureren van de HMC als een DHCP-server De HMC als DHCP-server configureren op pagina 63. Een connectiviteitsmethode kiezen voor de server voor het bellen van het servicenummer Meer informatie over de verbindingsopties die u hebt wanneer u een server gebruikt die het servicenummer belt. Hardware Management Console installeren en configureren 7

22 U kunt de HMC configureren om gegevens met betrekking tot het hardwareonderhoud naar IBM te sturen via een internetverbinding binnen het LAN, of via een inbelverbinding en een modem. Bij het configureren van een internetverbinding via het LAN zijn er twee mogelijkheden. De eerste is een standaard SSL-verbinding (Secure Sockets Layer). De SSL-communicatie kan zo worden ingesteld dat de verbinding met internet via een proxy server loopt. SSL-connectiviteit voldoet waarschijnlijk eerder aan de veiligheidsvoorschriften van uw bedrijf. De tweede mogelijkheid is een VPN-verbinding. Opmerking: Wanneer de open netwerkinterfaceverbinding alleen Internet Protocol Version 6 (IPv6) gebruikt, kunt u Internet VPN niet gebruiken om een verbinding te maken met ondersteuning. Raadpleeg voor meer informatie over de gebruikte protocollen het onderwerp Een internetprotocol kiezen op pagina 10. De voordelen van een internetverbinding zijn onder meer: v Een beduidend snellere overdrachtssnelheid v Lagere kosten voor de klant (de kosten van een vast toegewezen analoge telefoonlijn zijn bijvoorbeeld niet nodig) v Grotere betrouwbaarheid Ongeacht de gekozen connectiviteitsmethode zijn de volgende beveiligingskenmerken van kracht: v Aanvragen voor de Remote Support Facility worden altijd gestart vanaf de HMC naar IBM. Inkomende verbindingen worden nooit door de serviceafdeling van IBM gestart. v Alle gegevens die tussen de HMC en de serviceafdeling van IBM worden uitgewisseld, zijn versleuteld met een hoogwaardige versleutelingsmethode. Afhankelijk van de gekozen connectiviteitsmethode worden de gegevens versleuteld met SSL of IPSec ESP (Encapsulating Security Payload). v Bij het initialiseren van de versleutelde verbinding verifieert de HMC of de serviceafdeling van IBM de bestemming is. De naar de serviceafdeling van IBM verzonden gegevens bevatten uitsluitend informatie over hardwareproblemen en configuratie. Er worden geen gegevens over toepassingen of over klanten naar IBM verzonden. Een indirecte internetverbinding via een proxy server Als de HMC in een besloten netwerk moet worden opgenomen, kunt u misschien een indirecte internetverbinding instellen via een SSL-proxy die opdrachten doorstuurt naar het internet. Een van de andere voordelen van een SSL-proxy is dat de proxy allerlei logboek- en auditfuncties kan uitvoeren. Om SSL-sockets door te sturen moet de proxyserver de basis headerfuncties (zoals beschreven in RFC 2616) en de CONNECT-methode moet ondersteunen. Desgewenst kan de basisverificatie van de proxy (RFC 2617) zo worden geconfigureerd dat de HMC eerst verificatie uitvoert voordat er sockets via de proxy server worden doorgestuurd. 8 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

23 AREA AREA Proxyserver Internet Client-LAN Firewall van klant IBMfirewall IBM-servers HMC A HMC B Voor een goede communicatie van de HMC moet de proxyserver van de klant verbindingen toestaan op poort 443. De proxyserver kan worden geconfigureerd om het aantal IP-adressen te beperken waarmee de HMC verbinding kan maken. Zie Lijst van internet SSL-adressen op pagina 10 voor een lijst van IPadressen. Een directe SSL-internetverbinding Als de HMC direct verbinding met het internet mag hebben en de externe firewall kan worden ingesteld om de uitgaande TCP-pakketten door te zenden naar de bestemmingen die worden beschreven in Lijst van internet SSL-adressen op pagina 10, kunt u een directe internetverbinding gebruiken. Internet LAN van klant Firewall van klant IBMfirewall IBM-servers HMC A HMC B Verbinding met ondersteuning op afstand via internet-ssl De communicatie wordt afgehandeld door TCP-sockets die door de HMC worden gestart en gebruikt een hoogwaardige SSL-versleuteling voor de verzonden gegevens. De TCP/IP-bestemmingsadressen zijn gepubliceerd (zie Lijst van internet SSL-adressen op pagina 10) zodat externe firewalls kunnen worden geconfigureerd om deze verbindingen toe te staan. Opmerking: De standaard HTTPS-poort 443 wordt voor alle communicatie gebruikt. De HMC kan worden geconfigureerd voor een directe internetverbinding of voor een verbinding via een proxyserver die door de klant wordt geleverd. De afweging over welke benadering in uw situatie het beste werkt, is afhankelijk van de beveiligingsrichtlijnen en de netwerkvereisten in uw bedrijf. De HMC (met een directe verbinding of via de SSL-proxyserver) gebruikt de volgende adressen wanneer deze is geconfigureerd voor connectiviteit via internet-ssl. Hardware Management Console installeren en configureren 9

24 Een internetprotocol kiezen Bepaal de versie van het IP-adres dat wordt gebruikt als de HMC een verbinding maakt met uw serviceprovider. De meeste gebruikers gebruiken Internet Protocol Version 4 (IPv4) voor verbinding met de serviceprovider. IPv4-adressen worden weergegeven in een indeling met de vier bytes van het IPv4-adres, van elkaar gescheiden door punten (bijvoorbeeld: ), voor toegang tot Internet. U kunt ook Internet Protocol Version 6 (IPv6) gebruiken voor verbinding met een serviceprovider. IPv6 wordt vaak gebruikt door netwerkbeheerders om te zorgen voor een unieke adresruimte. Als u niet zeker weet welk internetprotocol in uw installatie wordt gebruikt, neemt u contact op met de netwerkbeheerder. Voor informatie over het gebruik van elke versie raadpleegt u Het IP V4-adres instellen op pagina 63 en Het IPv6-adres instellen op pagina 64. Lijst van internet SSL-adressen Informatie over de adressen die de HMC gebruikt wanneer deze SSL-connectiviteit op internet gebruikt. De HMC gebruikt de volgende IPv4-adressen om verbinding te krijgen met de serviceafdeling van IBM als de HMC is geconfigureerd voor internetconnectiviteit met SSL. De volgende IPv4-adressen gelden voor alle locaties: v v v v v v v De volgende IPv4-adressen zijn voor Noord- en Zuid-Amerika: v v v v De volgende IPv4-adressen zijn voor alle locaties anders dan Noord- en Zuid-Amerika: v v v v Opmerking: Als u een firewall configureert om de HMC toe te staan verbinding te maken met deze servers, hebt u alleen de IP-adressen nodig die specifiek zijn voor de geografische regio. De HMC gebruikt de volgende IPv6-adressen om verbinding te krijgen met de serviceafdeling van IBM als de HMC is geconfigureerd voor internetconnectiviteit met SSL: v 2620:0:6C0:1::1000 v 2620:0:6C1:1::1000 v 2620:0:6C2:1::1000 Met behulp van een VPN (virtual private network) verbinding maken met ondersteuning op afstand Een VPN (virtual private network) zorgt voor een veilige verbinding met ondersteuning op afstand. 10 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

25 AREA Een VPN biedt gebruikers de privacy van een afzonderlijk netwerk over openbare lijnen. Dit gebeurt doordat de fysiek gescheiden lijnen van traditionele privénetwerken zijn vervangen door versleuteling en andere veiligheidsmaatregelen. Behalve dat een VPN-verbinding voor uitgaande verbindingen kan worden gebruikt, kan die ook worden geconfigureerd om indien nodig opdrachten voor service op afstand toe te staan. System p of System i Internet IBMfirewall VPNserver LAN van klant Firewall van klant IBM-servers HMC A HMC B Het is de verantwoordelijkheid van de systeembeheerder om een internetverbinding leveren. De IPadressen waarmee de HMC verbinding mag zoeken, kunnen in de firewall worden beperkt. Zie Adressenlijst van VPN-server voor een lijst van te gebruiken adressen als u de firewallconfiguratie wilt aanpassen om de IP-adressen te beperken. Zie De HMC-netwerktypen configureren op pagina 58 voor meer informatie over het instellen van internetverbindingen via een VPN binnen het LAN. Adressenlijst van VPN-server De servers die door de HMC worden gebruikt wanneer die is geconfigureerd om internetconnectiviteit via VPN te gebruiken. De volgende servers worden door de HMC gebruikt wanneer die is geconfigureerd om internetconnectiviteit via VPN te gebruiken. Alle verbindingen gebruiken ESP en UDP op poort 500 en poort 4500 als er een NAT-firewall (Network Address Translation) wordt gebruikt. v IBM VPN Server v IBM VPN Server Verbinding met ondersteuning op afstand via telefoonlijn en modem Als u u een modem wilt gebruiken om verbinding te maken met ondersteuning op afstand moet u een vast toegewezen analoge telefoonlijn om de modem van de HMC aan te sluiten. De HMC gebruikt de modem om in te bellen op het algemene netwerk en verbinding te zoeken met de serviceafdeling van IBM. Hardware Management Console installeren en configureren 11

26 AREA System p of System i AT&T Global Network Internet LAN van klant AT&Tfirewall IBMfirewall IBM-servers HMC A HMC B Zie De HMC-netwerktypen configureren op pagina 58 voor meer informatie over de verbinding met ondersteuning op afstand via telefoon en modems. Meerdere servers voor servicenummer bellen gebruiken. In dit onderwerp wordt beschreven wat u moet weten om te kunnen beslissen of u meer dan één server gaat inzetten om het servicenummer te bellen. Om te voorkomen dat een fout op één punt rapportage onmogelijk maakt, configureert u de HMC voor gebruik van meerdere servers voor servicenummer bellen. De eerste beschikbare server voor servicenummer bellen probeert elk service-event af te handelen. Als de verbinding of de verzending op deze server mislukt, wordt de serviceaanvraag opnieuw geprobeerd met de andere beschikbare servers, totdat de aanvraag lukt of totdat alle servers zijn geprobeerd. De verbonden HMC die tijdens probleemanalyse is geïdentificeerd als primaire analyseconsole voor een bepaald beheerd systeem rapporteert het probleem. Deze primaire console repliceert het probleemrapport ook naar een secundaire HMC, indien aanwezig. De secundaire HMC moet op het netwerk herkend worden door de primaire HMC. Een secundaire HMC wordt door de primaire HMC als aanvullende server voor servicenummer bellen herkend wanneer: v De primaire HMC is geconfigureerd voor gebruik van herkende servers voor servicenummer bellen en de service voor servicenummer bellen bevindt zich op hetzelfde subnet als de primaire HMC of beheert hetzelfde systeem v De server voor servicenummer bellen handmatig is toegevoegd aan de lijst van serverconsoles voor servicenummer bellen die beschikbaar zijn voor uitgaande connectiviteit Netwerkinstellingen kiezen op de HMC Hier leest u over de netwerkinstellingen op de HMC. HMC-netwerkverbindingen U kunt verschillende typen netwerkverbindingen gebruiken voor de verbinding tussen uw HMC en de beheerde systemen. Raadpleeg De HMC configureren op pagina 55 voor meer informatie over het configureren van de HMC voor verbinding met een netwerk. Voor meer informatie over het gebruik van een HMC in een netwerk, raadpleegt u de volgende onderwerpen: 12 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

27 Typen HMC-netwerkverbindingen In dit onderwerp wordt uitgelegd hoe u met behulp van uw netwerk de HMC-beheer op afstand en servicefuncties kunt gebruiken. De HMC ondersteunt de volgende typen logische communicatie: HMC naar beheerd systeem Dit communicatietype wordt gebruikt om de meeste hardwarebeheerfuncties uit te voeren waarbij de HMC stuurfunctieopdrachten opgeeft via de serviceprocessor van het beheerde systeem. De verbinding tussen de HMC en de serviceprocessor wordt soms het servicenetwerk genoemd. Deze verbinding is vereist voor het beheer van het beheerde systeem. HMC naar logische partitie Dit communicatietype wordt gebruikt om platformgegevens (events voor hardwarefouten, hardware-inventaris) te verzamelen van de besturingssystemen die in de logische partities worden uitgevoerd en om bepaalde platformactiviteiten (dynamische LPAR, gelijktijdige reparatie) met die besturingssystemen af te stemmen. Deze verbinding is vereist als u gebruik wilt maken van functies voor het verzenden van service- en foutberichten. HMC naar gebruikers op afstand Biedt gebruikers op afstand toegang tot HMC-functies. Gebruikers kunnen de HMC op de volgende manieren openen: v Door de webbrowser op afstand te gebruiken voor toegang op afstand tot alle functies van de GUI van HMC. v Door SSH (Secure Socket Shell) te gebruiken om de functies voor de HMC-opdrachtregel op afstand te openen. HMC naar service en ondersteuning Dit communicatietype wordt gebruikt om gegevens naar en van de serviceprovider te verzenden, zoals rapporten over hardwarefouten, inventarisgegevens en microcode-updates. U kunt dit communicatiepad gebruiken om automatische serviceoproepen te verzenden. De HMC ondersteunt maximaal vier afzonderlijke fysieke Ethernet-interfaces, afhankelijk van het model. De stand-alone versie van de HMC ondersteunt slechts drie HMC-interfaces, met behulp van een geïntegreerde Ethernet-adapter en maximaal twee pluginadapters. U moet deze interfaces op de volgende manieren gebruiken: v Een of meer netwerkinterfaces kunnen exclusief worden gebruikt voor de communicatie tussen de HMC en het beheerde systeem. Dit betekent dat alleen de HMC en de serviceprocessors van de beheerde systemen zich op dat netwerk bevinden. Als u over een afzonderlijk, vast toegewezen netwerk beschikt, wordt het beveiligingsniveau voor deze interfaces verhoogd ook al zijn de netwerkinterfaces naar de serviceprocessors via het SSL-protocol (Secure Sockets Layer) versleuteld en met een wachtwoord beveiligd. v Een andere netwerkinterface wordt meestal gebruikt voor de netwerkverbinding tussen de HMC en de logische partities op de beheerde systemen, dus voor de communicatie tussen de HMC en logische partities. U kunt de interface voor een openbaar netwerk ook gebruiken om de HMC op afstand te beheren. v U kunt ook een derde interface gebruiken om een verbinding te maken met logische partities en de HMC op afstand beheren. Deze interface kan ook worden gebruikt voor een afzonderlijke HMC-verbinding met verschillende groepen logische partities. U wilt bijvoorbeeld een LAN voor beheer gebruiken dat niet verbonden is met het LAN waarop alle normale bedrijfstransacties worden uitgevoerd. Beheerders op afstand kunnen met behulp van deze methode HMC's en andere beheerde apparatuur openen. Soms bevinden logische partities zich in verschillende netwerkbeveiligingsdomeinen, bijvoorbeeld achter een firewall en wilt u wellicht over verschillende HMC-netwerkverbindingen met beide domeinen kunnen beschikken. Hardware Management Console installeren en configureren 13

28 Webbrowser-vereisten voor HMC De Hardware Management Console (HMC) wordt ondersteund doormicrosoft Internet Explorer (IE) versie 6.0 en 7.0, Firefox versie en 2.0. Als uw browser is geconfigureerd voor gebruik van een internetproxy, moet ook een lokaal internetadres worden opgenomen in de lijst met uitzonderingen. Neem contact op met uw netwerkbeheerder voor meer informatie op de lijst met uitzonderingen. Als u alsnog de proxy moet gebruiken om bij de HMC te komen, schakelt u HTTP 1.1 gebruiken via proxy-verbindingen in onder het tabblad Geavanceerd in uw venster Internetopties. Opmerking: Voor Firefox versie 2.0 zorgt u ervoor dat u de JavaScript-opties inschakelt om vensters naar de voorgrond of achtergrond te verplaatsen, of om bestaande vensters te verplaatsen of van formaat te wijzigen. Met deze functie kunt u eenvoudig schakelen tussen HMC-taken. Voer de stappen uit om JavaScript-opties in te schakelen: 1. Selecteer Extra en klik op Opties 2. Selecteer Inhoud en klik op Geavanceerd 3. Selecteer Bestaande vensters verplaatsen of van formaat wijzigen en Vensters naar voorgrond en achtergrond verplaatsen 4. Klik op OK Sessie-cookies moeten worden ingeschakeld zodat ASMI werkt wanneer u een verbinding op afstand maakt met HMC. Met de asm-proxycpde worden sessiegegevens opgeslagen en gebruikt. Volg de stappen om de sessie-cookies in te schakelen. Sessie-cookies inschakelen in Internet Explorer. 1. Selecteer Extra en klik op Internetopties 2. Selecteer Privacy en klik op Geavanceerd 3. Zorg ervoor dat de optie Sessie-cookies altijd toestaan is ingeschakeld. Als dit niet zo is, selecteert u de optie Automatisch verwerken van cookies veranderen en selecteert u Sessie-cookies altijd toestaan. 4. Selecteer Vragen onder Eigen cookies en Cookies van derden 5. Klik op OK. Sessie-cookies inschakelen in Firefox. 1. Selecteer Extra en klik op Opties 2. Klik op Cookies 3. Selecteer Toestaan dat sites cookies instellen. 4. Selecteer Uitzonderingen en voeg HMC toe. 5. Klik op OK. Besloten en open netwerken in de HMC-omgeving.: De HMC kan worden geconfigureerd voor open en besloten netwerken. In besloten netwerken kan een geselecteerde reeks niet-routeerbare IP-adressen worden gebruikt. Een openbaar, of "open" netwerk is een netwerkverbinding tussen de HMC, logische partities en andere systemen in uw normale netwerk. Besloten netwerken De enige apparatuur op het besloten netwerk van de HMC bestaat uit de HMC zelf en de beheerde systemen waarmee de HMC is verbonden. De HMC is aangesloten op de FSP (Flexible Service Processor) van elk beheerd systeem. 14 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

29 AREA Op de meeste systemen is de FSP uitgerust met twee Ethernet-poorten met het opschrift HMC1 en HMC2. U kunt dus maximaal twee HMC's aansluiten. Sommige systemen hebben een dubbel uitgevoerde FSP. In deze situatie fungeert de tweede FSP als "redundante" backup. De basisinstellingen voor een systeem met twee FSP's zijn in essentie gelijk aan die voor een systeem zonder een tweede FSP. De HMC moet met elke FSP zijn verbonden, zodat er extra netwerkhardware nodig is (bijvoorbeeld een LAN-switch of hub) als er meer dan één FSP of meerdere beheerde systemen zijn. Opmerking: Elke FSP-poort op het beheerde systeem mag met slechts één HMC zijn verbonden. Open netwerk Het open netwerk kan zijn verbonden met een firewall of router voor verbinding met internet. Via de internetverbinding kan de HMC servicenummers bellen als er hardwareproblemen zijn die moeten worden gemeld. Elk van de netwerkinterfaces van de HMC is uitgerust met zijn eigen firewall. Als u de Configuratiewizard start, wordt automatisch een elementaire firewall geconfigureerd, maar na het voltooien van de installatie en configuratie van de HMC moet u de firewallinstellingen aanpassen. HMC als DHCP-server: U kunt de HMC gebruiken als DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol). Opmerking: Als u gebruik maakt van IPv6, moet u het detectieproces handmatig uitvoeren. Er is geen automatische detectie mogelijk onder IPv6. Raadpleeg voor meer informatie over het configureren van de HMC als een DHCP-server De HMC als DHCP-server configureren op pagina 63. Verbinding met serviceprocessor Redundante HMC HMC1 HMC2 eth0 LAN-switch Verbinding met serviceprocessor eth0 HMC1 HMC DHCP-server HMC2 Op deze afbeelding ziet u een redundante HMC-omgeving met twee beheerde systemen. De eerste HMC is verbonden met de eerste poort van elke FSP, en de redundante HMC is met de tweede poort van elke HMC verbonden. Elke HMC is geconfigureerd als DHCP-server, die elk een andere reeks IP-adressen ge- Hardware Management Console installeren en configureren 15

30 AREA bruiken. De verbindingen zijn op afzonderlijke besloten netwerken. Het is daarom belangrijk om te controleren dat geen enkele FSP-poort met meer dan één HMC is verbonden. De FSP-poort van elk beheerd systeem die met een HMC is verbonden, moet een uniek IP-adres hebben. Gebruik de ingebouwde DHCP-servermogelijkheden van de HMC om te controleren of elke FSP een uniek IP-adres heeft. Wanneer de FSP de actieve netwerkkoppeling vindt, verstuurt die een signaal om een DHCP-server te vinden. Wanneer de HMC juist is geconfigureerd, reageert de HMC op dit signaal door één van een geselecteerde reeks adressen toe te wijzen. Wanneer er sprake is van meerdere FSP's, hebt u een LAN switch of hub nodig voor het besloten netwerk tussen de HMC en de FSP. Dit besloten gedeelte kan ook zijn uitgevoerd als verscheidene poorten in een besloten VLAN (virtueel LAN) op een grotere beheerde switch. Als er sprake is van meerdere besloten VLAN's dient u ervoor te zorgen dat ze goed gescheiden zijn, zodat er geen verkeer wordt uitgewisseld. Als er sprake is van een omgeving met meerdere HMC's, moet u bovendien elke HMC in hetzelfde open netwerk aansluiten op de logische partities én op elkaar. Beheerde server HMC Verbinding met serviceprocessor Partities LPAR1 LPAR2 LPAR3 eth0 eth1 HMC HMC1 HMC2 eth0 eth1 In deze afbeelding ziet u twee HMC's die is aangesloten op één beheerd systeem in een besloten netwerk en op drie logische partities in het open netwerk. Met een extra Ethernet-adapter voor de HMC kunt u drie netwerkinterfaces hebben. U kunt dit derde netwerk als beheernetwerk gebruiken of het aansluiten op de CSM-beheerserver (Cluster Systems Manager). Raadpleeg voor meer informatie over het configureren van de HMC als een DHCP-server De HMC als DHCP-server configureren op pagina 63. Een connectiviteitsmethode kiezen voor de server voor het bellen van het servicenummer Meer informatie over de verbindingsopties die u hebt wanneer u een server gebruikt die het servicenummer belt. 16 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

31 U kunt de HMC configureren om gegevens met betrekking tot het hardwareonderhoud naar IBM te sturen via een internetverbinding binnen het LAN, of via een inbelverbinding en een modem. Bij het configureren van een internetverbinding via het LAN zijn er twee mogelijkheden. De eerste is een standaard SSL-verbinding (Secure Sockets Layer). De SSL-communicatie kan zo worden ingesteld dat de verbinding met internet via een proxy server loopt. SSL-connectiviteit voldoet waarschijnlijk eerder aan de veiligheidsvoorschriften van uw bedrijf. De tweede mogelijkheid is een VPN-verbinding. Opmerking: Wanneer de open netwerkinterfaceverbinding alleen Internet Protocol Version 6 (IPv6) gebruikt, kunt u Internet VPN niet gebruiken om een verbinding te maken met ondersteuning. Raadpleeg voor meer informatie over de gebruikte protocollen het onderwerp Een internetprotocol kiezen op pagina 10. De voordelen van een internetverbinding zijn onder meer: v Een beduidend snellere overdrachtssnelheid v Lagere kosten voor de klant (de kosten van een vast toegewezen analoge telefoonlijn zijn bijvoorbeeld niet nodig) v Grotere betrouwbaarheid Ongeacht de gekozen connectiviteitsmethode zijn de volgende beveiligingskenmerken van kracht: v Aanvragen voor de Remote Support Facility worden altijd gestart vanaf de HMC naar IBM. Inkomende verbindingen worden nooit door de serviceafdeling van IBM gestart. v Alle gegevens die tussen de HMC en de serviceafdeling van IBM worden uitgewisseld, zijn versleuteld met een hoogwaardige versleutelingsmethode. Afhankelijk van de gekozen connectiviteitsmethode worden de gegevens versleuteld met SSL of IPSec ESP (Encapsulating Security Payload). v Bij het initialiseren van de versleutelde verbinding verifieert de HMC of de serviceafdeling van IBM de bestemming is. De naar de serviceafdeling van IBM verzonden gegevens bevatten uitsluitend informatie over hardwareproblemen en configuratie. Er worden geen gegevens over toepassingen of over klanten naar IBM verzonden. Een indirecte internetverbinding via een proxy server Als de HMC in een besloten netwerk moet worden opgenomen, kunt u misschien een indirecte internetverbinding instellen via een SSL-proxy die opdrachten doorstuurt naar het internet. Een van de andere voordelen van een SSL-proxy is dat de proxy allerlei logboek- en auditfuncties kan uitvoeren. Om SSL-sockets door te sturen moet de proxyserver de basis headerfuncties (zoals beschreven in RFC 2616) en de CONNECT-methode moet ondersteunen. Desgewenst kan de basisverificatie van de proxy (RFC 2617) zo worden geconfigureerd dat de HMC eerst verificatie uitvoert voordat er sockets via de proxy server worden doorgestuurd. Hardware Management Console installeren en configureren 17

32 AREA AREA Proxyserver Internet Client-LAN Firewall van klant IBMfirewall IBM-servers HMC A HMC B Voor een goede communicatie van de HMC moet de proxyserver van de klant verbindingen toestaan op poort 443. De proxyserver kan worden geconfigureerd om het aantal IP-adressen te beperken waarmee de HMC verbinding kan maken. Zie Lijst van internet SSL-adressen op pagina 10 voor een lijst van IPadressen. Een directe SSL-internetverbinding Als de HMC direct verbinding met het internet mag hebben en de externe firewall kan worden ingesteld om de uitgaande TCP-pakketten door te zenden naar de bestemmingen die worden beschreven in Lijst van internet SSL-adressen op pagina 10, kunt u een directe internetverbinding gebruiken. Internet LAN van klant Firewall van klant IBMfirewall IBM-servers HMC A HMC B Verbinding met ondersteuning op afstand via internet-ssl De communicatie wordt afgehandeld door TCP-sockets die door de HMC worden gestart en gebruikt een hoogwaardige SSL-versleuteling voor de verzonden gegevens. De TCP/IP-bestemmingsadressen zijn gepubliceerd (zie Lijst van internet SSL-adressen op pagina 10) zodat externe firewalls kunnen worden geconfigureerd om deze verbindingen toe te staan. Opmerking: De standaard HTTPS-poort 443 wordt voor alle communicatie gebruikt. De HMC kan worden geconfigureerd voor een directe internetverbinding of voor een verbinding via een proxyserver die door de klant wordt geleverd. De afweging over welke benadering in uw situatie het beste werkt, is afhankelijk van de beveiligingsrichtlijnen en de netwerkvereisten in uw bedrijf. De HMC (met een directe verbinding of via de SSL-proxyserver) gebruikt de volgende adressen wanneer deze is geconfigureerd voor connectiviteit via internet-ssl. 18 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

33 Een internetprotocol kiezen Bepaal de versie van het IP-adres dat wordt gebruikt als de HMC een verbinding maakt met uw serviceprovider. De meeste gebruikers gebruiken Internet Protocol Version 4 (IPv4) voor verbinding met de serviceprovider. IPv4-adressen worden weergegeven in een indeling met de vier bytes van het IPv4-adres, van elkaar gescheiden door punten (bijvoorbeeld: ), voor toegang tot Internet. U kunt ook Internet Protocol Version 6 (IPv6) gebruiken voor verbinding met een serviceprovider. IPv6 wordt vaak gebruikt door netwerkbeheerders om te zorgen voor een unieke adresruimte. Als u niet zeker weet welk internetprotocol in uw installatie wordt gebruikt, neemt u contact op met de netwerkbeheerder. Voor informatie over het gebruik van elke versie raadpleegt u Het IP V4-adres instellen op pagina 63 en Het IPv6-adres instellen op pagina 64. Lijst van internet SSL-adressen Informatie over de adressen die de HMC gebruikt wanneer deze SSL-connectiviteit op internet gebruikt. De HMC gebruikt de volgende IPv4-adressen om verbinding te krijgen met de serviceafdeling van IBM als de HMC is geconfigureerd voor internetconnectiviteit met SSL. De volgende IPv4-adressen gelden voor alle locaties: v v v v v v v De volgende IPv4-adressen zijn voor Noord- en Zuid-Amerika: v v v v De volgende IPv4-adressen zijn voor alle locaties anders dan Noord- en Zuid-Amerika: v v v v Opmerking: Als u een firewall configureert om de HMC toe te staan verbinding te maken met deze servers, hebt u alleen de IP-adressen nodig die specifiek zijn voor de geografische regio. De HMC gebruikt de volgende IPv6-adressen om verbinding te krijgen met de serviceafdeling van IBM als de HMC is geconfigureerd voor internetconnectiviteit met SSL: v 2620:0:6C0:1::1000 v 2620:0:6C1:1::1000 v 2620:0:6C2:1::1000 Met behulp van een VPN (virtual private network) verbinding maken met ondersteuning op afstand Een VPN (virtual private network) zorgt voor een veilige verbinding met ondersteuning op afstand. Hardware Management Console installeren en configureren 19

34 AREA Een VPN biedt gebruikers de privacy van een afzonderlijk netwerk over openbare lijnen. Dit gebeurt doordat de fysiek gescheiden lijnen van traditionele privénetwerken zijn vervangen door versleuteling en andere veiligheidsmaatregelen. Behalve dat een VPN-verbinding voor uitgaande verbindingen kan worden gebruikt, kan die ook worden geconfigureerd om indien nodig opdrachten voor service op afstand toe te staan. System p of System i Internet IBMfirewall VPNserver LAN van klant Firewall van klant IBM-servers HMC A HMC B Het is de verantwoordelijkheid van de systeembeheerder om een internetverbinding leveren. De IPadressen waarmee de HMC verbinding mag zoeken, kunnen in de firewall worden beperkt. Zie Adressenlijst van VPN-server op pagina 11 voor een lijst van te gebruiken adressen als u de firewallconfiguratie wilt aanpassen om de IP-adressen te beperken. Zie De HMC-netwerktypen configureren op pagina 58 voor meer informatie over het instellen van internetverbindingen via een VPN binnen het LAN. Adressenlijst van VPN-server De servers die door de HMC worden gebruikt wanneer die is geconfigureerd om internetconnectiviteit via VPN te gebruiken. De volgende servers worden door de HMC gebruikt wanneer die is geconfigureerd om internetconnectiviteit via VPN te gebruiken. Alle verbindingen gebruiken ESP en UDP op poort 500 en poort 4500 als er een NAT-firewall (Network Address Translation) wordt gebruikt. v IBM VPN Server v IBM VPN Server Verbinding met ondersteuning op afstand via telefoonlijn en modem Als u u een modem wilt gebruiken om verbinding te maken met ondersteuning op afstand moet u een vast toegewezen analoge telefoonlijn om de modem van de HMC aan te sluiten. De HMC gebruikt de modem om in te bellen op het algemene netwerk en verbinding te zoeken met de serviceafdeling van IBM. 20 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

35 AREA System p of System i AT&T Global Network Internet LAN van klant AT&Tfirewall IBMfirewall IBM-servers HMC A HMC B Zie De HMC-netwerktypen configureren op pagina 58 voor meer informatie over de verbinding met ondersteuning op afstand via telefoon en modems. Meerdere servers voor servicenummer bellen gebruiken. In dit onderwerp wordt beschreven wat u moet weten om te kunnen beslissen of u meer dan één server gaat inzetten om het servicenummer te bellen. Om te voorkomen dat een fout op één punt rapportage onmogelijk maakt, configureert u de HMC voor gebruik van meerdere servers voor servicenummer bellen. De eerste beschikbare server voor servicenummer bellen probeert elk service-event af te handelen. Als de verbinding of de verzending op deze server mislukt, wordt de serviceaanvraag opnieuw geprobeerd met de andere beschikbare servers, totdat de aanvraag lukt of totdat alle servers zijn geprobeerd. De verbonden HMC die tijdens probleemanalyse is geïdentificeerd als primaire analyseconsole voor een bepaald beheerd systeem rapporteert het probleem. Deze primaire console repliceert het probleemrapport ook naar een secundaire HMC, indien aanwezig. De secundaire HMC moet op het netwerk herkend worden door de primaire HMC. Een secundaire HMC wordt door de primaire HMC als aanvullende server voor servicenummer bellen herkend wanneer: v De primaire HMC is geconfigureerd voor gebruik van herkende servers voor servicenummer bellen en de service voor servicenummer bellen bevindt zich op hetzelfde subnet als de primaire HMC of beheert hetzelfde systeem v De server voor servicenummer bellen handmatig is toegevoegd aan de lijst van serverconsoles voor servicenummer bellen die beschikbaar zijn voor uitgaande connectiviteit De configuratie van HMC voorbereiden Gebruik dit gedeelte om de vereiste configuratie-instellingen te verzamelen die u moet kennen voordat u met de configuratiestappen begint. Voor een succesvolle configuratie van de HMC moet u vertrouwd zijn met de concepten en dient u keuzes te maken en informatie te verzamelen. In dit gedeelte wordt de informatie beschreven die u nodig hebt om de HMC aan te sluiten op: v Serviceprocessors in de beheerde systemen v Logische partities op de beheerde systemen Hardware Management Console installeren en configureren 21

36 v Werkstations op afstand v IBM Service, om functies voor Servicenummer Bellen te implementeren Opmerking: Er is aanvullende informatie beschikbaar over connectiviteit en beveiliging. Zie voor meer informatie HMC Connectivity Security Doe het volgende als voorbereiding van de HMC-configuratie: 1. Haal de laatste versie van de gewenste HMC-code op en installeer deze. 2. Bepaal de fysieke locatie van de HMC in relatie de servers die ermee worden beheerd. Als de HMC op meer dan 8 meter van het beheerde systeem staat, moet de HMC via een webbrowser toegankelijk zijn vanuit de locatie van het beheerde systeem, zodat servicepersoneel toegang heeft tot de HMC. 3. De servers opgeven die met de HMC worden beheerd. 4. Bepaal of u een besloten of een openbaar netwerk gaat gebruiken voor het beheren van servers. Als u kiest voor een besloten netwerk, gebruikt u DHCP, tenzij u een CSM-configuratie (Cluster Systems Management) gebruikt. CSM ondersteunt IPv6 niet. Om CSM te kunnen gebruiken, moet u twee netwerken hebben. Voor meer informatie over CSM raadpleegt u de documentatie die bij deze voorziening is geleverd. Zie Besloten en open netwerken in de HMC-omgeving. op pagina 5 voor meer informatie over besloten en open netwerken. 5. Als u voor het beheer van een FSP kiest voor een openbaar netwerk, moet u het adres van de FSP handmatig instellen via de menu's van de Advanced System Management Interface. Een besloten netwerk zonder routering wordt aanbevolen. 6. Als u twee HMC's hebt, definieert u een primaire en een secundaire HMC. De primaire HMC moet fysiek dichter bij de machine staan en moet de HMC zijn die geconfigureerd is voor Servicenummer Bellen. 7. Bepaal de netwerkinstellingen die u nodig hebt om de HMC te verbinden met werkstations op afstand, logische partities en netwerkapparaten. 8. Definieer hoe de HMC om service vraagt. De servicevraag kan verlopen via uitgaande SSL internetverbinding, een modem of een VPN-verbinding (Virtual Private Network). 9. Bepaal welke HMC-gebruikers u wilt aanmaken en de bijbehorende wachtwoorden en rollen. Wijs een wachtwoord toe aan de gebruikers hscroot en hscpe. 10. Documenteer de volgende contactgegevens die vereist zijn bij het configureren van Servicenummer Bellen: v Bedrijfsnaam v Contactgegevens beheerder v adres v Telefoonnummers v Faxnummers v Het adres van de fysieke locatie van de HMC 11. Als u wilt gebruiken om berichten aan operators of systeembeheerders te sturen als er via Servicenummer Bellen informatie naar IBM Service wordt gezonden, geeft u de SMTP-server en de e- mailadressen op. 12. Definieer de volgende wachtwoorden: v Het toegangswachtwoord dat wordt gebruikt voor verificatie van de HMC bij de FSP v Het ASMI-wachtwoord dat wordt gebruikt voor de admin-gebruiker v Het ASMI-wachtwoord dat wordt gebruikt voor de general-gebruiker Maak de wachtwoorden als u de eerste keer vanuit de HMC een verbinding maakt met de nieuwe server. Als de HMC een redundante of tweede HMC is, zorgt u dat u beschikt over het HMCgebruikerswachtwoord en voert u dit in wanneer u de eerste keer verbinding maakt met de FSP van de beheerde server. 22 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

37 Nadat u deze voorbereidende stappen hebt uitgevoerd, vult u het Configuratiewerkblad voor de HMC in. Configuratiewerkblad voor de HMC Gebruik dit werkblad voor de informatie die u nodig hebt voor de installatie. Netwerkinstellingen LAN-interface: Kies de beschikbare adapters (bijvoorbeeld eth0, eth1) die door deze HMC worden gebruikt om een verbinding te maken met beheerde systemen, logische partities, service en ondersteuning, en gebruikers op afstand. Raadpleeg HMC-netwerkverbindingen op pagina 3 voor meer informatie. De verbindingen van de HMC lopen via een besloten of een open netwerk. Snelheid en Duplexwerkstand Ethernet Adapter Geef de gewenste snelheid en duplexwerkstand van de Ethernet-adapter op. De optie Automatische detectie bepaalt welke instelling optimaal is als u niet zeker weet welke instelling voor snelheid en duplex voor uw hardware het best is. Standaardwaarde = Automatisch detecteren De mediasnelheid geeft de snelheid van Ethernet-adapters in duplexwerkstand aan. Selecteer Automatisch detecteren tenzij er een speciale reden is om een vaste mediasnelheid op te geven. Elk apparaat dat aangesloten is op de FSP (switches/hmc) moet op Auto (snelheid) / Auto (duplex) ingesteld worden omdat dit de standaardinstelling voor de FSP is, en deze kan niet worden gewijzigd. eth0 eth1 eth2 eth3 Selecteer de snelheid en de duplex werkstand Mediasnelheid (Automatisch detecteren, 10/100/1000 Full/ Half Duplex) Zie Besloten en open netwerken in de HMC-omgeving. op pagina 5 voor meer informatie over besloten en open netwerken. Geef voor elke adapter op of het om een Besloten of Open netwerk gaat eth0 eth1 eth2 eth3 DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) biedt een geautomatiseerde methode voor het dynamisch configureren van clients. U kunt deze HMC instellen als DHCP-server. Als dit de eerste of enige HMC op het besloten netwerk is, configureert u de HMC als DHCP-server. Als u dit doet, wordt het beheerde systeem op het netwerk automatisch door de HMC ontdekt en geconfigureerd. Vul de volgende tabel in voor Ethernet-adapters die te boek staan als besloten netwerken: Wilt u deze HMC gebruiken als DHCP-server? (ja/nee) Bij "ja" noteert u het IP-adresbereik dat u wilt gebruiken eth0 eth1 Vul de volgende tabellen in voor Ethernet-adapters die te boek staan als open netwerken. Raadpleeg voor meer informatie over de verschillende internetprotocolversies Een internetprotocol kiezen op pagina 10. Hardware Management Console installeren en configureren 23

38 IPv6 gebruiken Als u IPv6 gebruikt, neemt u contact op met de netwerkbeheerder en bepaalt u hoe u de IPadressen wilt verkrijgen. Vul daarna de volgende tabellen in: Gebruikt u een statisch toegewezen IP-adres? Noteer in dat geval het adres hier. eth0 eth1 eth2 eth3 Krijgt u IP-adressen van een DHCPserver? (Ja/Nee) eth0 eth1 eth2 eth3 Krijgt u IP-adressen van een IPv6-router? eth0 eth1 eth2 eth3 Zie Het IPv6-adres instellen op pagina 64 voor meer informatie over het instellen van IPV6- adressen. Zie Alleen IPv6-adressen gebruiken op pagina 64 voor meer informatie over het gebruik van alleen IPV6-adressen. IPv4 gebruiken Vul de volgende tabellen in voor Ethernet-adapters die zijn gespecificeerd als open netwerken met gebruik van IPv4. eth0 eth1 eth2 eth3 Wilt u automatisch een IP-adres ophalen? (ja/nee) Indien nee geeft u hieronder het adres op: TCP/IPinterfaceadres: Netwerkmasker TCP/IP-interface: Firewallinstellingen: Wilt u de HMCfirewallinstellingen opgeven? (ja/nee) Als u ja kiest, geef dan de toepassingen en IP-adressen aan die door de firewall mogen gaan: 24 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

39 TCP/IP-informatie Elk knooppunt heeft een uniek TCP/IP-adres nodig, voor zowel SE (Support Element) en de HMC (Hardware Management Console). Het toegewezen netwerkmasker wordt standaard gebruikt t om een uniek adres voor het lokale besloten netwerk te genereren. Als de knooppunten worden gekoppeld aan een groter netwerk met een beheerd TCP/IPadres, kunt u het te gebruiken TCP/IP-adres hier opgeven. De standaardwaarde wordt echter door het systeem gegenereerd. Instellingen firewall De HMC-firewallinstellingen vormen een beveiligingsbarrière waarmee de toegang tot bepaalde netwerktoepassingen op de HMC kan worden toegestaan of beperkt. Deze instellingen kunnen afzonderlijk per fysieke netwerkinterface worden opgegeven, waarmee u controle houdt over de toegang tot de verschillende HMC-netwerktoepassingen op elk netwerk. Als u ten minste één adapter als Open netwerkadapter hebt geconfigureerd, moet u de volgende extra informatie opgeven om de HMC toegang tot het LAN te verlenen: Informatie over de lokale host HMC-hostnaam: Domeinnaam: Beschrijving van de HMC: Gateway-informatie Gateway-adres: (nnn.nnn.nnn.nnn) Gateway-apparaat: DNS inschakelen Wilt u DNS gebruiken? (ja/nee) Indien ja geeft u hieronder de zoekvolgorde voor DNS-servers op: Zoekvolgorde domeinextensies: Informatie Lokale host Om de HMC (hardware Management Console) in het netwerk te identificeren geeft u de hostnaam en de domeinnaam van de HMC op. Geef een volledig gekwalificeerde hostnaam op, tenzij u alleen korte hostnamen in uw netwerk gebruikt. Voorbeeld van een domeinnaam: naam.uwbedrijf.com Gateway-informatie Om een standaardgateway te definiëren vult u het TCP/IP-adres op dat voor de routering van IP-pakketten moet worden gebruikt. Het gateway-adres vertelt elke computer of ander netwerkapparaat waar de gegevens naar toe moeten worden gestuurd als het doelstation zich niet bevindt in hetzelfde subnet als de bron. DNS inschakelen Het DNS (Domain Name System) wordt gebruikt als standaard naamgevingssysteem voor het zoeken van computers op basis van IP-adressen. Door het definiëren van DNS-servers kunt u hostnamen in plaats van IP-adressen gebruiken voor het identificeren van servers en HMC's (Hardware Management Consoles). Hardware Management Console installeren en configureren 25

40 Zoekvolgorde DNS-servers Geef de IP-adressen op van de DNS-servers die moeten worden doorzocht voor het toewijzen van de hostnamen en IP-adressen. Deze zoekvolgorde is alleen beschikbaar als DNS is ingeschakeld. Zoekvolgorde domeinextensies Geef de domeinextensies op die u gebruikt. Dit zijn de extensies die aan onvolledige namen bij DNS-zoekbewerkingen worden toegevoegd. Deze extensies worden in de opgegeven volgorde gezocht. Deze zoekvolgorde is alleen beschikbaar als DNS is ingeschakeld. Meldingen via Geef een adres op als u via op de hoogte gesteld wilt worden als er zich hardwareproblemen op uw systeem voordoen. -adressen: SMTP-server: Poort: Te melden fouten: Alleen probleemevents van type Servicenummer bellen Alle probleemevents SMTP-server Typ het SMTP-adres waarnaar een bericht moet worden gestuurd bij een systeemevent. Een voorbeeld van een SMTP-servernaam is relay.us.ibm.com. SMTP is het protocol waarmee berichten worden verzonden. Bij gebruik van SMTP verzendt een client een bericht en communiceert de client met de SMTP-server via het SMTP-protocol. Als u het SMTP-adres van uw server niet kent of eraan twijfelt, neem dan contact op met de netwerkbeheerder. Poort Typ het poortnummer van de server waarnaar een bericht moet worden gestuurd bij een systeemevent of gebruik de standaardpoort. adressen die bericht moeten ontvangen Geef adressen op die bericht moeten ontvangen in geval van systeemevents. v Selecteer Alleen probleemevents van type Servicenummer bellen om alleen op de hoogte gesteld te worden van events die de functie Servicenummer bellen starten. v Selecteer Alle probleemevents als u bij alle events een bericht wilt ontvangen. Contactgegevens Serviceafdeling Bedrijfsnaam Naam beheerder adres Telefoonnummer Alternatief telefoonnummer Faxnummer Alternatief faxnummer 26 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

41 Straatnaam Straatnaam 2 Plaats Status Postcode Land of regio Locatie van de HMC (als dit gelijk is aan het bovengenoemde adres van de beheerder, geeft u same op): Straatnaam Straatnaam 2 Plaats Status Postcode Land of regio Autorisatie en connectiviteit voor de service Selecteer het type verbinding voor het contact met uw serviceprovider. Zie Een connectiviteitsmethode kiezen voor de server voor het bellen van het servicenummer op pagina 7 voor een beschrijving van deze methoden, inclusief beveiligingskenmerken en vereiste instellingen. SSL (Secure Sockets Layer) via internet Inbelverbinding vanaf lokale HMC Virtual private network (VPN) via internet SSL (Secure Sockets Layer) via internet: Als de HMC over een bestaande internetverbinding beschikt, kunt u deze gebruiken voor de verbinding met uw serviceprovider. U kunt rechtstreeks verbinding maken met uw serviceprovider via versleutelde SSL (Secure Sockets Layer) en de bestaande internetverbinding. Selecteer SSLproxy gebruiken als u versleutelde SSL wilt configureren via een indirecte verbinding met een SSL-proxy. SSL-proxy gebruiken? (ja/ nee) Indien ja geeft u hieronder informatie op: Adres: Poort: Verifiëren bij de SSL-proxy? Indien ja geeft u hieronder informatie op: Gebruiker: Wachtwoord: Gebruikt internetverbindingsprotocol Raadpleeg Een internetprotocol kiezen op pagina 10 voor meer informatie over de verschillende internetprotocolversies. Hardware Management Console installeren en configureren 27

42 IPv4 IPv6 IPv4 en IPv6 Inbelverbinding vanaf lokale HMC Geef de inbelinformatie op om de lokale modem te configureren. Geef op welke telefoonnummers moeten worden gebruikt om uw serviceprovider te bellen. Bij het tot stand brengen van een verbinding worden de nummers gebeld in de volgorde waarin ze zijn opgegeven. Voorkiesnummer: Toon: Puls: Wachten op kiestoon? Speaker aanzetten? VPN (Virtual Private Network) Als de HMC over een bestaande internetverbinding beschikt, kunt u deze gebruiken voor de verbinding met uw serviceprovider. U kunt rechtstreeks verbinding maken met uw serviceprovider via VPN (Virtual Private Network) en de bestaande internetverbinding. Opmerking: Als u VPN (Virtual Private Network) via internet selecteert, wordt u niet gevraagd andere opties te selecteren. Call-home servers Bepaal welke HMC's u wilt configureren als servers voor servicenummer bellen. Voor meer informatie over het gebruik van meerdere servers voor servicenummer bellen raadpleegt u Meerdere servers voor servicenummer bellen gebruiken. op pagina 12. Deze HMC Andere HMC Als u Andere HMC hebt geselecteerd, vermeldt u hier de andere HMC's die zijn geconfigureerd voor het bellen van service: Tabel 5. Andere HMC's die zijn geconfigureerd als servers voor servicenummer bellen Lijst van HMC-hostnamen of IP-adressen die zijn geconfigureerd als servers voor servicenummer bellen Extra voordelen van ondersteuning My Systems en Premium Search Geef uw IBM-ID op Geef extra IBM-ID's op 28 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

43 Om toegang te krijgen tot waardevolle, gerichte ondersteunende informatie in My Systems en Premium Search van de Electronic Services website moeten klanten hun IBM-ID op dit systeem registreren. Als u nog geen IBM-ID hebt, kunt u er een aanvragen op: profile. Opmerking: IBM biedt op de eigen situatie afgestemde webfuncties die informatie gebruiken die is verzameld door het programma IBM Electronic Service Agent. Om deze functies te kunnen gebruiken, moet u zich eerst registreren op de IBM Registratiewebsite account/profile. Om gebruikers te machtigen voor het gebruik van Electronic Service Agent-gegevens voor het afstemmen van de webfuncties op de eigen situatie, moet u het IBM-ID invoeren dat u hebt geregistreerd op de registratiewebsite van IBM. Ga naar om te zien welke informatie beschikbaar is voor klanten die een IBM-ID hebben geregistreerd bij hun systemen. De HMC instellen U dient eerst de HMC-hardware in te stellen voordat u de HMC-software kunt configureren. Meer informatie over het instellen van een HMC op een bureaublad of gemonteerd in een rek. Bekabeling van de stand-alone HMC Plaats de HMC en bekabel de hardwarecomponenten. Als er een HMC wordt gebruikt voor het beheer van een systeem met POWER7-processors moet de HMC van versie C05 of later zijn. 1. Zorg ervoor dat u de HMC op de juiste locatie plaatst 2. Sluit de monitorkabel aan op de monitoraansluiting, en draai de schroeven aan. 3. Sluit het netsnoer aan op het beeldscherm. 4. Controleer of de voltageschakelaar van de HMC is ingesteld op het voltage dat in uw land wordt gebruikt. De voltageschakelaar is de rode schakelaar naast de voedingsaansluiting. Zet de schakelaar in een stand die overeenkomt met de netspanning op uw locatie. 5. Sluit het netsnoer aan op de HMC. 6. Verbind het toetsenbord en de muis met de HMC. 7. Sluit de optionele modem aan: Opmerking: Tijdens de installatie en configuratie van de HMC kan het dat de modem automatisch opbelt terwijl de HMC routine aanroepprocedures uitvoert. Dit is normaal. Voer de volgende stappen uit als u een optionele externe modem verbindt: Opmerking: U kunt andere koppelingsmethoden gebruiken om informatie over fouten te verzenden naar IBM. a. Verbind de gegevenskabel van de modem met de externe HMC-modem, indien dit nog niet is gebeurd. b. Verbind de gegevenskabel van de modem met de systeempoort op de HMC die is gelabeld met het volgende symbool: Hardware Management Console installeren en configureren 29

44 c. Gebruik de telefoonkabel om de lijnpoort van de externe modem aan te sluiten op de analoge telefoonaansluiting op uw muur. Als u verbinding maakt met een optionele geïntegreerde modem gebruikt u de gegevenskabel om de geïntegreerde HMC-modem met de geschikte gegevensbron te verbinden. Gebruik bijvoorbeeld de telefoonkabel om de lijnpoort van de HMC-modem met de analoge aansluiting op uw muur te verbinden. Opmerking: U kunt andere koppelingsmethoden gebruiken om informatie over fouten te verzenden naar IBM. 8. Als het beheerde systeem al is geïnstalleerd, kunt u controleren of de Ethernet-kabelverbinding actief is als u kijkt of de groene statuslampjes op de Ethernet-poorten van de HMC en het beheerde systeem gaan branden naarmate uw installatie vordert. 9. Sluit de Ethernet-aansluiting 1 aan van de HMC aan op de LINK HMC1-poort op het beheerde systeem. Ethernetaansluiting 1 LINK HMC1 Tx/Rx P7ECI Als u een tweede HMC aansluit op de beheerde server, gebruikt u de Ethernet-poort met het label LINK HMC2 op de beheerde server. 11. Wanneer u een extern modem gebruikt, sluit u het voedingssnoer van de modem aan op de HMCmodem. 12. Steek de netsnoeren voor de monitor, HMC en externe modem van de HMC in een stopcontact. Verbind het beheerd systeem nu niet met een voedingsbron als u deze HMC met een nieuw beheerd systeem verbindt. 30 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

45 Daarna moet u de HMC-software configureren. Ga verder met De HMC configureren op pagina 55. Verwante onderwerpen: Een connectiviteitsmethode kiezen voor de server voor het bellen van het servicenummer op pagina 7 Meer informatie over de verbindingsopties die u hebt wanneer u een server gebruikt die het servicenummer belt. HMC-netwerkverbindingen op pagina 3 De 7310-CR4 HMC in een rek installeren In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de 7310-CR4 HMC in een rek installeert. Dit is een taak die door de klant wordt uitgevoerd. Als er een HMC wordt gebruikt voor het beheer van een systeem met POWER7-processors, moet de HMC van versie CR3 of later zijn, in een rek gemonteerd. Achteraanzicht van de 7310 CR4: Videoaansluiting AC- LED PCI-sleuf 1 PCI-sleuf 2 Aansluiting netstroom Ethernet 1 Ethernet 2 USB 2 USB 1 Ethernet-aansluting systeembeheer Seriële aansluiting Aan/uit-LED Systeemlocatie-LED Systeemfout-LED DC- LED AREA Figuur 1. Achteraanzicht van de 7310 CR4 Ga als volgt te werk om de 7310-CR4 HMC in een rek te installeren: 1. Maak een onderdelenlijst. Zie Onderdelenlijst maken. 2. Pak de hardwarekit voor rekmontage en de systeemrails die bij uw systeemeenheid zijn meegeleverd. Figuur 2. Railkit Tabel 6. Onderdelen van railkit A Schuifrails Onderdelen van schuifrailkit Hardware Management Console installeren en configureren 31

46 Tabel 6. Onderdelen van railkit (vervolg) Onderdelen van schuifrailkit B Montageplaat voor kabelarm C Kabelgeleiderarm D Kabelgeleiderbeugel E Steunbeugel en beveiligingstab voor kabelarm F Penvergrendelingen (2) G Bouten (6) Belangrijk: Deze systeemeenheid is 1 EIA-eenheid hoog. U hebt deze informatie nodig om de installatieprocedure te voltooien. Onderdelenlijst maken Mogelijk moet u een onderdelenlijst maken. U kunt dit doen met behulp van de procedure in dit gedeelte. Als u dit nog niet gedaan hebt, moet u een onderdelenlijst maken voordat u begint met installeren: 1. Zoek de paklijst in een doos met toebehoren. 2. Controleer of u alle bestelde onderdelen hebt ontvangen. In het geval van onjuiste, ontbrekende of beschadigde onderdelen neemt u contact op met de wederverkoper van IBM of met de verkoopondersteuning van IBM. Locatie bepalen Mogelijk moet u bepalen waar het systeem in het rek moet worden geïnstalleerd. In dit gedeelte vindt u de procedures die u nodig hebt om deze taken uit te voeren. Voordat u de HMC in een rek installeert, voert u de volgende stappen uit: 1. Bepaal waar u de eenheden wilt plaatsen. Plaats grote en zware eenheden in het onderste deel van het rek. 2. Als het rek afdekpanelen heeft, verwijdert u de afdekpanelen zodat u goed bij de plek in het rek kunt waar u de eenheid wilt plaatsen. 32 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

47 Figuur 3. De afdekpanelen verwijderen 3. Verwijder zo nodig de voor- en achterdeuren van het rek. 4. Volg de instructies voor het markeren van de locatie zonder een sjabloon (zie De locatie markeren zonder rekmontagesjabloon). De locatie markeren zonder te werken met een rekmontagesjabloon: U kunt de locatie markeren zonder met een sjabloon te werken. Bij dit systeem is geen rekmontagesjabloon meegeleverd. Deze systemen zijn 1 EIA-eenheid hoog. Voer de volgende stappen uit om de montagelocatie te bepalen: 1. Bepaal de plaats van het systeem in het rek. Noteer de EIA-locatie. Opmerking: Een EIA-eenheid in uw rek bestaat uit een groep van drie gaatjes. 2. Plak een van de meegeleverde zelfklevende ronde stickertjes naast het bovenste gaatje van de EIAeenheid, waarbij u tegenover de voorkant het rek staat en van rechts naar links werkt. Hardware Management Console installeren en configureren 33

48 Opmerking: De zelfklevende ronde stickertjes zijn een handig hulpmiddel om de locaties in het rek te markeren. Als de stickertjes op zijn, gebruikt u een ander middel om de locaties van de gaatjes te markeren (bijvoorbeeld een rol tape, een markeerstift of een pen). Als u schuifrails installeert, plakt u een sticker op of markeert u het onderste en middelste gaatje van elke EIA-eenheid. 3. Plak een ander stickertje naast het onderste gaatje van de EIA-eenheid erboven. Opmerking: Bij het tellen van de gaatjes begint u bij het gaatje van de eerste sticker en telt u twee gaatjes omhoog. Plak de tweede sticker naast het derde gaatje. 4. Herhaal stap 1 op pagina 33 voor voor de bijbehorende gaatjes aan de linkerkant van het rek. 5. Ga naar de achterzijde van het rek. 6. Zoek, aan de rechterkant, de EIA-eenheid die overeenkomt met de onderste EIA-eenheid die aan de voorkant van het rek is gemarkeerd. 7. Plak een zelfklevend stickertje bij de onderste EIA-eenheid. 8. Plak een zelfklevend stickertje bij het bovenste gaatje van de EIA-eenheid. 9. Markeer de bijbehorende gaatjes aan de linkerkant van het rek. Schuifrails in het rek installeren Gebruik deze procedure voor het installeren van de schuifrails in het rek. Voer de volgende stappen uit om de schuifrails in het rek te installeren: 1. Plaats de rechter schuifrail (A), die is aangeduid met right, op de locaties van de montagerand (B) aan de achterzijde van het rek. De twee railpinnen steken uit door de onderste en middelste gaten (B) van de EIA-eenheid. Figuur 4. De rechter schuifrail aan de achterzijde van het rek bevestigen 2. Druk op het einde van de rail (A) om het veermechanisme in te duwen zodat u de rail in de locaties van de montageplaat (B) aan de rechterzijde van het rek kunt plaatsen. De rail ontspant en de twee railpinnen steken uit door de onderste en middelste gaten (B) van de EIA-eenheid. 34 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

49 Figuur 5. De rechter schuifrail aan de voorzijde van het rek bevestigen 3. Herhaal stappen 1 op pagina 34-2 op pagina 34 om de linker schuifrail in het rek te installeren, die gemerkt is met left. 4. Plaats aan de voorzijde van het rek de penvergrendeling (C) op de pinnen. Draai de geïntegreerde bout (D) met de hand vast in de bovenste pin aan de voorkant van de rechter schuifrail (A). Figuur 6. De penvergrendeling aan de voorzijde van de rails aanbrengen Hardware Management Console installeren en configureren 35

50 5. Herhaal de vorige stap om de penvergrendeling aan de voorzijde van de linker schuifrail te installeren. 6. Ga naar de achterzijde van het rek. Draai de bout (F) met de hand vast om het plaatje voor de kabelarm (E) te bevestigen aan de achterkant van de linker rail (G). Figuur 7. De kabelgeleiderbeugel aan de achterzijde van de linker rail bevestigen 7. Ga verder met De HMC op de schuifrails monteren op pagina 37 als het niet de bedoeling is het systeem te transporteren. Als u het systeem wilt gaan transporteren, bevestig dan steunbeugel (H) van de kabelgeleiderarm aan de achterzijde van de rechter rail (A) met behulp van moer (I). Draai de schroef met de hand vast. U kunt met de montagebeugel van de kabelgeleiderarm de arm vastzetten tijdens transport. Als het mechanisme wordt ingeschakeld nadat de kabelarm is gemonteerd, kunt u het systeem niet uit het rek schuiven. 36 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

51 Figuur 8. De montagebeugel van de kablegeleiderarm bevestigen aan de rechter rail aan de achterzijde. De HMC op de schuifrails monteren Mogelijk moet u de HMC op de schuifrails monteren. U kunt dit doen met behulp van de procedure in dit gedeelte. Voordat u de HMC op de schuifrails monteert, moet u ervoor zorgen dat de stabilisatoren zijn uitgeschoven en dat de rekstabilisatiebeugel is bevestigd aan de onderzijde van de voorkant van het rek om te voorkomen dat het rek voorover valt als de rails uit het rek worden getrokken. Voer de volgende stappen uit als u de HMC op de schuifrails wilt monteren: 1. Verwijder het borgplaatje dat de voedingseenheden afdekt van de rechter achterzijde van de HMC. Om het borgplaatje te verwijderen, duwt u het borgplaatje naar rechts en draait u het borgplaatje van de HMC. 2. Trek, vanaf de voorzijde van het rek, de schuifrails naar buiten totdat de rails vastklikken in de uitgeschoven positie (A). Waarschuwing: De vergrendelingen aan de voorzijde van de rail en de beugels voor de kabelarm moeten zijn geïnstalleerd voordat u de HMC kunt installeren op de rails. Als deze onderdelen niet zijn gemonteerd, kunnen de rails losraken waardoor de HMC uit het rek kan vallen. Hardware Management Console installeren en configureren 37

52 Figuur 9. De schuifrails uitschuiven Belangrijk: De eenheid weegt ongeveer 17 kg. Houd rekening met het gewicht terwijl u de HMC in het rek plaatst. 3. Til de HMC op ter hoogte van de rails zodat de wieltjes (B) aan de achterkant van de HMC zich tussen de railgeleiders bevinden. Figuur 10. De HMC op de schuifrails monteren 4. Duw de HMC in de schuifrails totdat de klemmetjes (C) vastklikken. Hierdoor wordt het systeem op de rails vergrendeld in de servicepositie. U hoort een duidelijke klik. 5. Druk de klemmetjes aan de voorzijde van de schuifrails (D) aan beide kanten in. 6. Schuif de HMC in en uit het rek om te controleren of de HMC vrijelijk kan bewegen zonder dat er iets blijft haken. 38 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

53 Figuur 11. Schuif de HMC in het rek Belangrijk: Gebruik in geen geval geweld om de HMC in de schuifrails te plaatsen. Als de HMC niet vrij in het rek schuift, haalt u de HMC helemaal uit de rails. Nadat de HMC uit de rails is gehaald, brengt u de HMC opnieuw in positie en plaatst u de HMC in de rails. Herhaal dit proces totdat de HMC vrij in het rek schuift. 7. Duw de HMC op zijn plaats totdat de klemmetjes (F) vastklikken. Figuur 12. Klemmetjes en schroeven van het rek 8. Draai de vier bouten aan de voor- en achterzijde van de twee rails goed vast. 9. Als het rek moet worden getransporteerd, plaatst u de twee beveiligingsschroeven (E) en draait u deze vast. Hardware Management Console installeren en configureren 39

54 De kabelgeleiderarm bevestigen Wellicht moet u de kabelgeleiderarm bevestigen. U kunt dit doen met behulp van de procedure in dit gedeelte. Ga als volgt te werk om de kabelgeleiderarm te bevestigen: 1. Zoek aan de achterkant van het rek het kabelarmplaatje (A). Dit bevindt zich aan het vaste, achterste gedeelte van de linker systeemrail (gezien vanaf de achterkant van het rek). 2. Bevestig de kabelarmklem (B) op de rail door de klem op de rail te duwen totdat deze vast op zijn plaats valt. Figuur 13. Kabelarm en systeemeenheid. 3. Bevestig het andere einde van de kabelarm (C) aan de achterzijde van de HMC. Houd de tabs (D) voor de kabelarm parallel met de sleuven (E) aan de achterzijde van de HMC. 4. Schuif de kabelarm naar links zodat deze vastklikt. Zorg dat alle tabs in de sleuven passen. 5. Duw de klem (F) in de vergrendelde positie. Zorg dat de kabelarm (C) recht zit zodat deze vrijelijk kan bewegen. Bekabeling van in een rek geïnstalleerde HMC Informatie over de fysieke installatie van een HMC in een rek. 1. Zorg dat de HMC een geschikte positie en locatie heeft. 2. Installeer de HMC in een rek. Raadpleeg voor meer informatie De 7310-CR4 HMC in een rek installeren op pagina 31. Als u klaar bent met de installatie van de HMC in een rek, gaat u verder met de volgende stap. 3. Sluit het netsnoer aan op de HMC. 4. Sluit het toetsenbord, het beeldscherm en de muis aan. 5. Sluit de optionele modem aan: Als u een externe modem aansluit, doet u het volgende: Opmerking: U kunt andere koppelingsmethoden gebruiken om informatie over fouten te verzenden naar IBM. Raadpleeg voor meer informatie Een connectiviteitsmethode kiezen voor de server voor het bellen van het servicenummer op pagina 7. a. Als u een externe modem in een rek wilt installeren, doet u dit nu. b. Als u dit nog niet hebt gedaan, sluit u de modemkabel aan op de externe HMC-modem. c. Sluit de modemkabel aan op de systeempoort op de HMC met het volgende symbool: 40 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

55 d. Gebruik de telefoonkabel om de lijnpoort van de externe modem aan te sluiten op de analoge telefoonaansluiting op uw muur. e. Sluit de voedingskabel aan op het modem van de HMC. Als u een geïntegreerde modem gaat aansluiten gebruikt u de gegevenskabel om de geïntegreerde HMCmodem aan te sluiten op de gegevensbron. Zo kunt u de telefoonkabel gebruiken om de telefoonlijnpoort van de HMC-modem aan te sluiten op de analoge aansluiting aan de muur. Opmerking: U kunt andere koppelingsmethoden gebruiken om informatie over fouten te verzenden naar IBM. Raadpleeg voor meer informatie Een connectiviteitsmethode kiezen voor de server voor het bellen van het servicenummer op pagina Sluit de Ethernet-kabel (of crossover) van de HMC aan op de beheerde server: Opmerking: Voor meer informatie over de HMC-netwerkverbindingen raadpleegt u HMC-netwerkverbindingen op pagina Als het beheerde systeem al is geïnstalleerd, kunt u controleren of de Ethernet-kabelverbinding actief is als u kijkt of de groene statuslampjes op de Ethernet-poorten van de HMC en het beheerde systeem gaan branden naarmate uw installatie vordert. 8. Sluit de Ethernet-poort op de HMC aan op de Ethernet-poort met het label HMC1 op de beheerde server. 9. Als u een tweede HMC met uw beheerd systeem verbindt, verbindt u deze met de Ethernet-poort die is gelabeld met HMC2 op de beheerde server. 10. Sluit de netsnoeren van het beeldscherm, de HMC en de externe HMC-modem aan op stopcontacten. Opmerking: Verbind het beheerd systeem nu niet met een voedingsbron als u deze HMC met een nieuw beheerd systeem verbindt. Daarna moet u de HMC-software configureren. Ga verder met De HMC configureren op pagina 55. Installatie van de 7042-CR5, 7042-CR6 en 7042-CR7 in een rek In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de HMC 7042-CR5, 7042-CR6 of 7042-CR7 installeert in een rek. Als er een HMC wordt gebruikt voor het beheer van een systeem met POWER7-processors, moet de HMC van versie CR3 of later zijn, in een rek gemonteerd. Maak een onderdelenlijst. In de onderstaande afbeelding ziet u de items die u nodig hebt om de server te installeren in een rekbehuizing. Mocht een van deze items ontbreken of beschadigd zijn, neem dan contact op met het verkooppunt. Hardware Management Console installeren en configureren 41

56 Eenheid met kabelgeleiderarm Schuifrail (links) Schuifrail (rechts) Stopbeugel kabelgeleiderarm (1) Montagebeugel kabelgeleiderarm (1) Grote kabelbinder (1) Voorkant rails schroeven (2) Steunbeugel voor kabelgeleiding Kabelbinders (5) M6-schroeven (4) P7HAI500-0 Figuur 14. Geleverde onderdelen Opmerking: Er kunnen schroeven worden gebruikt voor transport of als extra stabilisatie in ruimtes met veel trillingen. Ga als volgt te werk om de HMC 7042-CR5, 7042-CR6 of 7042-CR7 in een rek te installeren: 1. Elke schuifrail is gemerkt met een R (rechts) of een L (links). Kies een van de schuifrails en druk het beweegbare nokje aan de voorkant omhoog (1); trek vervolgens de voorste grendel los (2) om de rail aan de voorkant naar buiten te schuiven. Als er op de schuifrail een schroef is aangebracht (3), verwijder deze dan. Figuur 15. Schuifrail en beweegbaar nokje 42 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

57 Opmerking: Zorg dat het beweegbare nokje naar buiten blijft steken en niet weer op zijn plaats klikt. 2. Houd de drie pennetjes aan de achterkant van de schuifrail precies voor de drie gaten in de gekozen U aan de achterkant van het rek. Druk de rails zodanig aan dat de pennetjes in de gaten vallen (1) en laat de schuifrail zakken (2) zodat hij op zijn plaats vergrendeld wordt. 1 2 Achterkant rek P7HAI502-0 Figuur 16. Houd de pennetjes recht vóór de gaten in de achterkant van het rek 3. Trek de schuifrail naar voren en steek de twee pennetjes (1) aan de voorkant van de rail in de twee onderste gaten in de U aan de voorkant van het rek. Laat de rail zaken totdat deze op zijn plaats vastklikt. Druk de voorste grendel (2) helemaal in. Voer de stappen 1 t/m 3 nogmaals uit om de andere rail te installeren. Controleer of de beide voorste grendels goed vastzitten. 1 Voorkant rek 2 P7HAI503-0 Figuur 17. Voorste rail en pennetjes 4. Trek de schuifrails naar voren (1) totdat ze tweemaal op hun plaats vastklikken. Til de server voorzichtig op en kantel hem in positie boven de schuifrails zodat de achterste nokken (2) op de server precies lijnen met de achterste sleuven (3) in de schuifrails. Schuif de server naar beneden totdat de achterste nokken op de server in de twee achterste sleuven zijn geschoven. Laat de voorkant van de server vervolgens langzaam zakken (4) totdat de andere nokken in de andere sleuven in de rails zijn geschoven. Controleer of de voorste grendel (5) over de nokken glijdt. Hardware Management Console installeren en configureren 43

58 Figuur 18. Schuifrails uitgeschoven, nokken van server lijnend met sleuven in rail 5. Open de blauwe grendels (1) op de schuifrails en duw de server (2) helemaal in het rek, totdat hij op zijn plaats vastklikt. Figuur 19. Grendels en server 6. De kabelgeleiderarm kan aan elk van beide kanten van de server worden geïnstalleerd. In de volgende afbeelding is te zien dat deze aan de linkerkant wordt geïnstalleerd. Wilt u de kabelgeleiderarm aan de rechterkant installeren, volg dan gewoon de onderstaande instructies en installeer daarbij de hardware aan de andere kant. Bevestig één kant van de steunbeugel (1) aan dezelfde schuifrail als waaraan u de kabelgeleiderarm wilt bevestigen, zodat u de andere kant van de steunbeugel (2) in de richting van het rek kunt buigen. 44 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

59 Achterkant rek 2 1 P7HAI506-0 Figuur 20. De steunbeugel bevestigen 7. Bevestig de L-vormige kabelgeleidingsstopper (1) aan het niet-vastgezette uiteinde van de steunbeugel. Draai de stopper (2) om hem aan de steunbeugel vast te zetten. Figuur 21. Kabelgeleidingsstopper vastgezet op de steunbeugel 8. Om de andere kant van de steunbeugel aan de achterkant van de schuifrail te bevestigen, trekt u het pennetje naar buiten (1) en steekt u de beugel (2) in de schuifrail. Figuur 22. Pennetje naar buiten, beugel bevestigd aan schuifrail 9. Trek het pennetje van de montagebeugel naar buiten (1) en schuif de montagebeugel (2) in de schuifrail waaraan u de kabelgeleiderarm bevestigd. Druk de beugel in de schuifrail totdat het ge- Hardware Management Console installeren en configureren 45

60 veerde pennetje op zijn plaats vastklikt. Figuur 23. Pennetje van montagebeugel naar buiten en montagebeugel bevestigd aan schuifrail 10. Plaats de kabelgeleiderarm op de steunbeugel. Trek het pennetje van de kabelgeleiderarm naar buiten (1) en schuif het nokje van de kabelgeleiderarm (2) in de sleuf aan de binnenkant van de schuifrail. Druk het nokje aan totdat het op zijn plaats vastklikt. Trek het pennetje van de andere kabelgeleiderarm naar buiten (3) en schuif het nokje van die kabelgeleiderarm in de sleuf (4) aan de buitenkant van de schuifrail. Druk het nokje aan totdat het op zijn plaats vastklikt. Figuur 24. Montage van de kabelgeleiderarm 11. Sluit de netsnoeren en andere kabels aan op de achterkant van de server (bijvoorbeeld toetsenbord-, beeldscherm- en muiskabels, voor zover nodig). Leid de kabels en netsnoeren over de kabelgeleiderarm (1) en zet ze vast met de kabelklemmen en kabelbinders. Opmerking: Zorg dat de kabels niet te strak staan, zodat de kabelgeleiderarm nog kan bewegen. 46 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

61 Figuur 25. Netsnoer aansluiten en leiden 12. Schuif de server in het rek totdat deze op zijn plaats vastklikt. Installatie van het beeldscherm en het toetsenbord Hieronder leest u hoe u het bij de HMC 7042-CR6 geleverde beeldscherm en toetsenbord installeert in een rek. Dit is een taak die door de klant wordt uitgevoerd. Als er een HMC wordt gebruikt voor het beheer van een systeem met POWER7-processors, moet de HMC van versie CR3 of later zijn, in een rek gemonteerd. De IBM Eserver 7316-TF3 is een lade voor een 17-inch, flat-panel beeldscherm en het bijbehorende toetsenbord. Dit toetsenbord, dat verkrijgbaar is voor een groot aantal talen, past in de voorkant van de toetsenbordlade. Het beeldscherm en het toetsenbord bezetten één EIA-eenheid aan ruimte in het rek. Achter de lade kunt u een consoleschakelaar installeren om meer dan één server aan te sluiten op het flat-panel beeldscherm en het toetsenbord. Ga als volgt te werk om de HMC 7042-CR6 in een rek te installeren: Waarschuwing: Het installeren van rails in het rek is een complexe procedure. Om de rails juist te installeren, moet u alle taken uitvoeren in de onderstaande volgorde. 1. Maak een onderdelenlijst. Instructies vindt u in Onderdelenlijst maken. 2. Pak de hardwarekit voor rekmontage en de systeemrails die bij uw systeemeenheid zijn meegeleverd. Hardware Management Console installeren en configureren 47

62 Figuur 26. Onderdelen van de installatiekit A Eén toetsenbordlade met ingebouwd flat-panel beeldscherm B Buitenste rails (2) C Railtussenstuk (1) D Rechter montagebeugel consoleschakelaar (1) E Linker montagebeugel consoleschakelaar (1) F Toetsenbord met ingebouwd aanwijsapparaat (1) G Set met diverse onderdelen: 12 moertjes, 12 klemmoertjes, 10 boutjes, 4 (8-32) schroeven en 2 handschroeven. H 1,8 meter lang netsnoer (1) I 2,4 meter lange IEC-voedingskabel (1) J Verlengingskabel toetsenbord (1) K Verlengingskabel muis (1) L CD met Windows toetsenbord- en muisstuurprogramma's (niet te gebruiken op Eserver pseries-systemen of op AIX-, Linux- of OS/400-systemen) Belangrijk: Voor het in een rek installeren van het flat-panel beeldscherm en het toetsenbord hebt u het volgende gereedschap nodig: v Schaar v Kruiskopschroevendraaier v Normale schroevendraaier Onderdelenlijst maken Mogelijk moet u een onderdelenlijst maken. Als u dit nog niet gedaan hebt, moet u een onderdelenlijst maken voordat u begint met installeren: 48 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

63 1. Zoek de paklijst in een doos met toebehoren. 2. Controleer of u alle bestelde onderdelen hebt ontvangen. In het geval van onjuiste, ontbrekende of beschadigde onderdelen neemt u contact op met de wederverkoper van IBM of met de verkoopondersteuning van IBM. De locatie markeren zonder te werken met een rekmontagesjabloon U kunt de locatie markeren zonder met een sjabloon te werken. Bij dit systeem is geen rekmontagesjabloon meegeleverd. Deze systemen zijn 1 EIA-eenheid hoog. Voer de volgende stappen uit om de montagelocatie te bepalen: 1. Bepaal de plaats van het systeem in het rek. Noteer de EIA-locatie. Opmerking: Een EIA-eenheid in uw rek bestaat uit een groep van drie gaatjes. 2. Plak een van de meegeleverde zelfklevende ronde stickertjes naast het bovenste gaatje van de EIAeenheid, waarbij u tegenover de voorkant het rek staat en van rechts naar links werkt. Opmerking: De zelfklevende ronde stickertjes zijn een handig hulpmiddel om de locaties in het rek te markeren. Als de stickertjes op zijn, gebruikt u een ander middel om de locaties van de gaatjes te markeren (bijvoorbeeld een rol tape, een markeerstift of een pen). Als u schuifrails installeert, plakt u een sticker op of markeert u het onderste en middelste gaatje van elke EIA-eenheid. 3. Plak een ander stickertje naast het onderste gaatje van de EIA-eenheid erboven. Opmerking: Bij het tellen van de gaatjes begint u bij het gaatje van de eerste sticker en telt u twee gaatjes omhoog. Plak de tweede sticker naast het derde gaatje. 4. Herhaal stap 1 op pagina 33 voor voor de bijbehorende gaatjes aan de linkerkant van het rek. 5. Ga naar de achterzijde van het rek. 6. Zoek, aan de rechterkant, de EIA-eenheid die overeenkomt met de onderste EIA-eenheid die aan de voorkant van het rek is gemarkeerd. 7. Plak een zelfklevend stickertje bij de onderste EIA-eenheid. 8. Plak een zelfklevend stickertje bij het bovenste gaatje van de EIA-eenheid. 9. Markeer de bijbehorende gaatjes aan de linkerkant van het rek. Installatie van het beeldscherm en het toetsenbord in een rek Hieronder leest u hoe u het bij de HMC 7042-CR6 geleverde beeldscherm en toetsenbord installeert in een rek. Het IBM 7316-TF3 17-inch flat-panel beeldscherm en het bijbehorende toetsenbord nemen 1,75 inch (1 EIA-eenheid) ruimte in beslag binnen de rekbehuizing. Met behulp van twee beugels, die deel uitmaken van deze kit, kunt u een optionele consoleschakelaar installeren. Dit gebeurt in hetzelfde reksegment als waarin de beeldchermconsole zich bevindt. Ga als volgt te werk om het beeldscherm en het toetsenbord van de HMC 7042-CR6 in een rek te installeren: Verwijder de kleppen en zijpanelen van het rek voor betere toegang tijdens de installa- Waarschuwing: tie. Ga als volgt te werk om het beeldscherm en het toetsenbord te installeren in een rek: 1. Kies in het rek een geschikte plaats voor de beeldscherm- en toetsenbordlade. Raadpleeg voor meer informatie De locatie markeren. Hardware Management Console installeren en configureren 49

64 2. Plaats vier moertjes (bij rekflenzen met vierkante gaten) of vier klemmoertjes (bij rekflenzen met ronde gaten) in dezelfde EIA-posities aan de voor- en achterkant van het rek. Opmerking: Als u van plan bent de optionele consoleschakelaar te installeren, plaats dan een moertje of klemmoertje achterin in het midden, zoals op de volgende afbeelding. Moeren Moeren Moeren P7HAI521-0 Figuur 27. Moertjes plaatsen 3. Draai de twee railinstelschroeven aan elk van de buitenste schuifrails los. Schuif de rails helemaal uit. 4. Stel de beugels van de buitenste schuifrails zodanig in dat ze op maat zijn voor de diepte van de rekbehuizing. Zet vervolgens de voorkant van de schuifrailbeugels vast met behulp van de vier schroeven uit de set met diverse onderdelen. Draai de schroeven nog niet helemaal aan, zodat er nog wat speling in de rails zit. Figuur 28. De beugel voor de zijrail instellen Opmerking: Zorg ervoor dat de schuifrailbeugels zich aan de buitenkant van de montageflenzen op de rekbehuizing bevinden. Plaats geen schroeven in de middelste gaatjes aan de voor- of achterkant 50 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

65 van de schuifrailbeugels. Deze gaatjes worden gebruikt voor de handschroeven of voor de montagebeugels van de optionele consoleschakelaar (zie verderop). 5. Haal vier schroeven uit de set met diverse onderdelen en draai ze vanaf de achterkant van de schuifrailbeugels handvast in de rekbehuizing. Zorg ervoor dat de schuifrailbeugels zich aan de buitenkant van de montageflenzen op de rekbehuizing bevinden. 6. Draai de twee railinstelschroeven aan elk van de buitenste schuifrails vast. Deze hebt u in stap 5 losjes ingedraaid. 7. Plaats het railtussenstuk in de middelste gaatjes van de schuifrails. Zorg ervoor dat het tussenstuk om de rails heen zit. Draai de vier schroeven aan de voorkant vast en verwijder het tussenstuk. Railtussenstuk P7HAI523-0 Figuur 29. Het railtussenstuk aanbrengen 8. Trek de binnenkant van de rails helemaal naar buiten. 9. Schuif de lade met het beeldscherm en het toetsenbord over de uitgetrokken binnenkant van de rails heen. Figuur 30. Het beeldscherm en het toetsenbord over de rails schuiven 10. Druk op de grendeltjes en duw de lade helemaal het rek in. U zult merken dat dit in eerste instantie wat moeilijk gaat; de lagers moeten een plaats vinden tussen de binnenste en de buitenste rails. Trek de lade half naar buiten en duw hem dan weer naar binnen om de lade in de juist positie op de rails te plaatsen. Doe dit een paar keer, tot de lade soepel beweegt. Hardware Management Console installeren en configureren 51

66 Klemmetje P7HAI525-0 Figuur 31. De grendel gebruiken Opmerking: De beeldschermkabel is aangesloten op het flat-panel beeldscherm. Let er bij het aanbrengen van de lade op dat de beeldschermkabel niet beschadigd raakt of klem komt te zitten. 11. Duw de lade helemaal in het rek en draai de vier schroeven aan de achterkant van de schuifrailbeugel vast. 12. Zet het toetsenbord op een stabiele, horizontale ondergrond en verwijder de twee rubberen kleefdopjes die zich aan weerszijden onderaan het nieuwe toetsenbord bevinden. Laat deze rubberen dopjes niet zitten, want ze zouden door de lade heen in de ruimte daaronder kunnen steken. Opmerking: Klap de toetsenbordsteunen niet uit. Doet u dat wel, dan kan het beeldscherm beschadigd raken wanneer het wordt gesloten. 13. Trek de lade helemaal naar buiten. 14. Til het beeldscherm aan de voorkant omhoog en zet het helemaal rechtop. Figuur 32. Het beeldscherm helemaal rechtop zetten 15. Plaats het toetsenbord in de lade. Leid de toetsenbord- en muiskabels onder de kabelklem aan de onderkant van de lade door en via de opening van aan de rechterkant van de lade naar de kabelgeleiderarm. Trek de kabels over de volle lengte door de opening. 16. Leg de toetsenbord- en muiskabels in de lade, achter het beeldscherm. Zorg dat de kabels niet in de weg zitten wanneer de lade naar binnen wordt geschoven. In de volgende stappen leidt u de kabels door de kabelgeleiderarm. 17. Kantel het beeldscherm naar beneden en schuif de lade helemaal in het rek. Zet de voorkant van de lade met behulp van de handschroeven vast in het rek. 18. Ga naar de achterkant van het rek en verwijder bandjes waarmee de kabelgeleiderarm is vastgezet in de lade. 19. Leid de toetsenbord- en muiskabels door de kabelgeleiderarm. U kunt de kabels vastzetten met de aanwezige bandjes. 52 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

67 20. Kijk welke railinstelschroef zich op de linker rail het dichtst bij de achterkant van het rek bevindt en verwijder deze schroef. Zet de kabelgeleiderarm met behulp van een schroef vast aan de rail. Figuur 33. De kabelgeleiderarm vastzetten 21. Sluit de beeldscherm-, toetsenbord- en muiskabels aan op een server of op een optionele consoleschakelaar in de rekbehuizing. Wilt u een optionele consoleswitch installeren, ga dan naar Installatie van de optionele consoleschakelaar en voer de stappen uit die daar worden beschreven. Wilt u dat niet, volg dan de procedure vanaf Stap 21 om de installatie van de beeldscherm- en toetsenbordlade te voltooien. 22. Sluit het netsnoer aan op het korte snoertje op de kabelgeleiderarm. 23. Sluit alle voedings- en signaalkabels aan op de juiste apparaten of aansluiting. 24. Zorg ervoor dat alle netschakelaars uit staan. Steek de netstekker in een geaard stopcontact of in een stroomverdeler (PDU). Opmerking: Controleer, voordat u het netsnoer aansluit op de gelijkstroomadapter, of de lichtnetspanning ter plaatse tussen de 100 en 240 Volt (wisselstroom) ligt. 25. Trek de lade aan de voorkant van de rekbehuizing naar buiten. Leid de kabels binnen in de rekbehuizing en zet ze vast met kabelbandjes. Hardware Management Console installeren en configureren 53

68 Installatie van de consoleschakelaar (optioneel) Hieronder leest u hoe u de optionele consoleschakelaar installeert. U kunt de consoleschakelaar gebruiken om meer dan één server aan te sluiten op een enkele combinatie van beeldscherm en toetsenbord. De consoleschakelaar kan los worden besteld, maar de aangepaste montagebeugels voor de schakelaar maken deel uit van de installatiekit. Doordat de consoleschakelaar achter de beeldscherm- en toetsenbordlade wordt aangebracht, nemen beide samen slechts één segment van het rek in. Voor het installeren van de consoleschakelaar gebruikt u de montagebeugels die zich in de installatiekit bevinden. Ga als volgt te werk om de consoleschakelaar aan te brengen achter de lade: 1. Gebruik twee 8-32-schroeven om de consoleschakelaar aan weerszijden vast te zetten. Consoleswitch A Rechterbeugel Linkerbeugel P7HAI528-0 Figuur 34. De consoleschakelaar aanbrengen Opmerking: De beugel aan de linkerkant heeft een gootje voor de voedingskabel en de beeldscherm-, toetsenbord- en muiskabels. Zorg ervoor dat u de beugels zodanig op de consoleschakelaar aanbrengt dat het gootje in de linkerbeugel omhoog wijst. 2. Installeer de consoleschakelaar achter de lade met behulp van vier (aan elke kant twee) schroeven uit de kit met diverse onderdelen. 3. Leid de voedingskabel en de beeldscherm-, toetsenbord- en muiskabels door het gootje in de linkerbeugel op de consoleschakelaar. Sluit de voedingskabel en de beeldscherm-, toetsenbord- en muiskabels vervolgens aan op de consoleschakelaar. 54 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

69 8 Schroef van consoleswitch Schroef van consoleswitch 3 5 A A 1 2 P7HAI529-0 Figuur 35. Kabels geleiden 4. Sluit de kabels aan en breng de kabelbandjes aan. Instructies vindt u in Sluit het netsnoer aan op het korte snoertje op de kabelgeleiderarm. De HMC configureren Netwerkverbindingen, -beveiliging en -servicetoepassingen en bepaalde -gebruikersvoorkeuren configureren. Afhankelijk van de mate waarin u de HMC-configuratie wilt aanpassen, beschikt u over verschillende opties om de HMC naar eigen behoefte in te stellen. De Configuratiewizard is een programma op de HMC dat is ontworpen om de installatie van de HMC te vereenvoudigen. U kunt een snelle route door de wizard kiezen om snel de aanbevolen HMC-omgeving te maken of u kunt ervoor kiezen om alle beschikbare instellingen in de wizard uitvoerig te bekijken. U kunt de configuratiestappen ook uitvoeren zonder de wizard en de HMC configureren met de HMC-menu's. Voordat u begint, verzamelt u de configuratiegegevens die nodig zijn om de stappen met succes te kunnen voltooien. Raadpleeg De configuratie van HMC voorbereiden op pagina 21 voor een overzicht van de vereiste informatie. Als u klaar bent met de voorbereidingen, zorgt u ervoor dat het Configuratiewerkblad voor de HMC op pagina 23 is ingevuld en keert u terug naar dit gedeelte. De HMC snel configureren via de Configuratiewizard In de meeste gevallen kan de HMC effectief worden geconfigureerd met een groot aantal standaardinstellingen. Gebruik deze snelle checklist als voorbereiding op het gebruik van de HMC. Als u deze stappen hebt uitgevoerd, wordt de HMC geconfigureerd als Dynamic Host Configuration Protocol-server (DHCP) in een besloten (rechtstreeks verbonden) netwerk. Start de HMC en voltooi de stappen in de Configuratiewizard Meld u aan bij de HMC-interface via de Configuratiewizard. Opmerking: Als dit een nieuwe installatie is, moet u ervoor zorgen dat het beheerde systeem niet is aangesloten op een voedingsbron. Voor een in een systeemrek geïnstalleerde HMC betekent dit dat de HMC Hardware Management Console installeren en configureren 55

70 het enige apparaat mag zijn dat op de PDB (Power Distribution Bus) is aangesloten voordat u het netsnoer aansluit. Als dit een tweede HMC is die met hetzelfde beheerde systeem is verbonden, kan het beheerde systeem nu op een voedingsbron worden aangesloten. 1. Zet de HMC aan door op de aan/uit-knop te drukken. 2. Wacht tot de HMC na 30 seconden automatisch de standaardtaal en localevoorkeur heeft geselecteerd. 3. Accepteer de licentieovereenkomsten voor de Hardware Management Console. Wanneer u de licentieovereenkomsten voor Hardware Management Console niet accepteert, kunt u de configuratie van de HMC niet voltooien. 4. Klik op Aanmelden en de webtoepassing van de Hardware Management Console starten. 5. Meld u aan bij de HMC: Opmerking: Als de systeembeheerder (hmcadmin) het wachtwoord het gewijzigd, typt u het wachtwoord hier. v ID: hscroot v Wachtwoord: abc123 De Configuratiewizard wordt geactiveerd. 6. Klik op OK in het startscherm van de configuratiewizard. Opmerking: Als de Configuratiewizard niet is afgebeeld bij het starten van de HMC, klikt u op Configuratiewizard in het navigatiegebied van de HMC-welkomstpagina. 7. Voer de stappen van de configuratiewizard uit aan de hand van het werkblad voor installatie/ configuratie dat u hebt ingevuld. Klik op Ja om door te gaan en voer de stappen van de wizard Connectiviteit en servers voor servicenummer bellen uit. 8. In het venster Overzicht klikt u op Voltooien. 9. Als u de Ethernet-crossoverkabel nog niet op het beheerde systeem hebt aangesloten, doet u dit nu. 10. Klik in het navigatiegebied van de HMC op Servicebeheer. 11. Klik in het contentgebied op Gebruiker machtigen. Het venster gebruiker machtigen wordt geopend. 12. Typ uw IBM-ID in het veld en klik op OK. De configuratie controleren In het venster Status volgt u de voortgang van de verschillende configuratie-instellingen die u hebt geselecteerd. Dit venster kan gedurende een aantal minuten de status Aangehouden voor bepaalde taken weergeven. Klik op Logboek bekijken om de statusberichten voor elke taak te bekijken. U kunt elk moment op Sluiten klikken om de Configuratiewizard af te sluiten. Taken die nog worden uitgevoerd, gaan gewoon door. De HMC is nu geconfigureerd. De HMC configureren met de HMC-menu's Dit gedeelte bevat een complete lijst van alle HMC-configuratietaken die u door het configuratieproces voor de HMC leiden. Kies deze optie als u de Configuratiewizard niet wilt gebruiken. De HMC moet opnieuw worden gestart om de configuratie-instellingen actief te maken. Maak daarom een afdruk van deze checklist en houd deze bij de hand terwijl u de HMC configureert. Deze informatie bevat verwijzingen naar taken die geen onderdeel uitmaken van deze PDF. Zie het gedeelte Aanvullende informatiebronnen op de welkomstpagina van HMC voor aanvullende informatiebronnen. Vereisten 56 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

71 Voordat u de HMC gaat configureren moet u eerst de voorbereidingsactiviteit voor de configuratie voltooien die wordt beschreven bij De configuratie van HMC voorbereiden op pagina 21. Tabel 7. Handmatige HMC-configuratietaken en waar u bijbehorende informatie vindt Taak Waar vindt u verwante informatie 1. De HMC starten. De HMC starten 2. De datum en tijd instellen. 3. Vooraf gedefinieerde wachtwoorden wijzigen. 4. Aanvullende gebruikers maken en terugkeren naar deze checklist nadat u deze stap hebt uitgevoerd. 5. Netwerkverbindingen configureren. De HMC-netwerktypen configureren op pagina Als u een openbaar netwerk en een vast IP-adres gebruikt, stelt u de identificatiegegevens in. 7. Als u een openbaar netwerk en een vast IP-adres gebruikt, stelt u een routespecificatie in als standaardgateway. 8. Als u een openbaar netwerk en een vast IP-adres gebruikt, stelt u de domeinnaamservices in. 9. Als u een vast IP-adres gebruikt en DNS hebt ingeschakeld, stelt u de domeinextensies in. 10. Configureer de server voor verbinding met de serviceafdeling van IBM en keer daarna terug naar deze checklist. 11. Sluit het beheerde systeem aan op een voedingsbron. 12. Wachtwoorden voor het beheerde systeem en ASMIwachtwoorden (algemeen en beheer) instellen 13. Ga naar de ASMI om de datum en tijd in te stellen op het beheerde systeem. 14. Start het beheerde systeem en keer terug naar deze checklist als u deze stap hebt uitgevoerd. 15. Zorg dat u één logische partitie op het beheerde systeem hebt. 16. Optioneel: voeg een beheerd systeem toe en keer terug naar deze checklist nadat u deze stap hebt uitgevoerd. 17. Optioneel: Als u een nieuwe server installeert voor de HMC, configureert u de logische partities en installeert u het besturingssysteem. 18. Als u op dit moment geen nieuwe server installeert, voert u de optionele postconfiguratietaken uit om de configuratie verder aan te passen. Een routering configureren als standaardgateway op pagina 65 Domeinnaamservices configureren op pagina 65 Domeinextensies configureren op pagina 66 De HMC configureren zodat deze contact kan opnemen met service en ondersteuning op pagina 67 Wachtwoorden voor het beheerde systeem instellen: op pagina 72 Stappen na de configuratie op pagina 73 De HMC starten U kunt na aanmelden op de HMC kiezen welke taal u in de interface wilt zien. Gebruik het standaard gebruikers-id hscroot en wachtwoord abc123 voor de eerste aanmelding op de HMC. Als u de HMC wilt starten, gaat u als volgt te werk: 1. Zet de HMC aan door op de aan/uit-knop te drukken. 2. Als Engels uw taalvoorkeur is, gaat u verder met stap 4. Hardware Management Console installeren en configureren 57

72 Als u een andere taal als voorkeur wilt instellen, typt u 2 als u wordt gevraagd om de locale te wijzigen. Opmerking: Als u niet reageert, verloopt deze aanwijzing na 30 seconden. 3. Selecteer de locale die u wilt gebruiken in het venster Locale selecteren en klik op OK. De locale geeft de taal aan die in de HMC-interface wordt gebruikt. 4. Klik op Aanmelden en de webtoepassing van de Hardware Management Console starten. 5. Meld u aan bij de HMC met het volgende standaardgebruikers-id en wachtwoord: ID: hscroot Wachtwoord: abc Druk op Enter. Datum en tijd wijzigen De op een batterij werkende klok houdt de datum en tijd voor de HMC bij. Als de batterij wordt vervangen of als u het systeem fysiek verplaatst naar een andere tijdzone moet u de datum en tijd opnieuw instellen. In dit onderwerp wordt uitgelegd hoe u de datum en tijd voor de HMC kunt wijzigen. Het wijzigen van de datum en tijd en de tijdzone heeft geen invloed op de systemen en logische partities die met de HMC worden beheerd. Als u de datum en tijd voor de HMC wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk: 1. U moet een van de volgende rollen vervullen: v Superbeheerder v Servicemedewerker v Operator v Viewer 2. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 3. Klik in het contentvenster op Datum en tijd van console wijzigen. 4. Als u UTC selecteert in het veld Klok wordt de tijdinstelling automatisch aangepast aan de winter-/ zomertijd in de geselecteerde tijdzone. Geef de datum, tijd en tijdzone op en klik op OK. De HMC-netwerktypen configureren Configureer de HMC zodat deze kan communiceren met het beheerde systeem, logische partities, gebruikers op afstand en service en ondersteuning. HMC-instellingen configureren voor gebruik van een open netwerk om een verbinding te maken met het beheerde systeem: De HMC configureren zodat deze een verbinding kan maken met een beheerd systeem en dit systeem kan beheren met een openbaar netwerk. Om de HMC-netwerkinstellingen zo te configureren dat er een verbinding kan worden gemaakt met het beheerde systeem via een openbaar netwerk doet u het volgende: Tabel 8. HMC-instellingen configureren voor gebruik van een openbaar netwerk voor verbinding met het beheerde systeem Taak Waar vindt u verwante informatie 1. Bepaal welke interface u voor het beheerde systeem Configuratiewerkblad voor de HMC op pagina 23 wilt gebruiken. eth0 verdient de voorkeur. 2. Geef de Ethernet-poorten voor de HMC aan. Vaststellen welke Ethernet-poort als eth0 is gedefinieerd op pagina Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

73 Tabel 8. HMC-instellingen configureren voor gebruik van een openbaar netwerk voor verbinding met het beheerde systeem (vervolg) Taak Waar vindt u verwante informatie 3. Configureer de Ethernet-adapter door de volgende taken uit te voeren: a. Stel de mediasnelheid in. De mediasnelheid instellen op pagina 62 b. Selecteer het type openbaar netwerk. Een besloten of open netwerk selecteren op pagina 63 c. Stel de statische adressen in. Het IP V4-adres instellen op pagina 63 d. Stel de firewall in. De instelling van de firewall voor HMC wijzigen op pagina 64 e. Configuur de standaardgateway. Een routering configureren als standaardgateway op pagina 65 f. Configureer DNS. Domeinnaamservices configureren op pagina Configureer aanvullende adapters, indien van toepassing. 5. Test de verbinding tussen de beheerde server en de HMC. De verbinding tussen de HMC en het beheerde systeem testen op pagina 73 HMC-instellingen configureren voor gebruik van een besloten netwerk om een verbinding te maken met het beheerde systeem: De HMC configureren zodat deze een verbinding kan maken met een beheerd systeem en dit systeem kan beheren met een besloten netwerk. Om de HMC-netwerkinstellingen zo te configureren dat er een verbinding kan worden gemaakt met het beheerde systeem via een besloten netwerk doet u het volgende: Tabel 9. HMC-instellingen configureren voor gebruik van een besloten netwerk om een verbinding te maken met het beheerde systeem Taak Waar vindt u verwante informatie 1. Bepaal welke interface u voor het beheerde systeem Configuratiewerkblad voor de HMC op pagina 23 wilt gebruiken. 2. Geef de Ethernet-poorten voor de HMC aan. Vaststellen welke Ethernet-poort als eth0 is gedefinieerd op pagina Configureer de HMC als DHCP-server. De HMC als DHCP-server configureren op pagina Test de verbinding tussen de beheerde server en de HMC. De verbinding tussen de HMC en het beheerde systeem testen op pagina 73 HMC-instellingen configureren voor gebruik van een open netwerk om een verbinding te maken met logische partities: Om de HMC-netwerkinstellingen zo te configureren dat er een verbinding kan worden gemaakt met logische partities via een openbaar netwerk doet u het volgende: Tabel 10. HMC-instellingen configureren voor gebruik van een open netwerk om een verbinding te maken met logische partities Taak Waar vindt u verwante informatie 1. Bepaal welke interface u voor het beheerde systeem Configuratiewerkblad voor de HMC op pagina 23 wilt gebruiken. 2. Geef de Ethernet-poorten voor de HMC aan. Vaststellen welke Ethernet-poort als eth0 is gedefinieerd op pagina 61 Hardware Management Console installeren en configureren 59

74 Tabel 10. HMC-instellingen configureren voor gebruik van een open netwerk om een verbinding te maken met logische partities (vervolg) Taak Waar vindt u verwante informatie 3. Configureer de Ethernet-adapter door de volgende taken uit te voeren: a. Stel de mediasnelheid in. De mediasnelheid instellen op pagina 62 b. Selecteer het type openbaar netwerk. Een besloten of open netwerk selecteren op pagina 63 c. Stel de statische adressen in. Het IP V4-adres instellen op pagina 63 d. Stel de firewall in. De instelling van de firewall voor HMC wijzigen op pagina 64 e. Configuur de standaardgateway. Een routering configureren als standaardgateway op pagina 65 f. Configureer DNS. Domeinnaamservices configureren op pagina Configureer aanvullende adapters, indien van toepassing. 5. Test de verbinding tussen de beheerde server en de HMC. De verbinding tussen de HMC en het beheerde systeem testen op pagina 73 HMC-instellingen configureren voor gebruik van een open netwerk om een verbinding te maken met gebruikers op afstand: Om de HMC-netwerkinstellingen zo te configureren dat er een verbinding kan worden gemaakt met gebruikers op afstand via een openbaar netwerk doet u het volgende: Tabel 11. HMC-instellingen configureren voor gebruik van een open netwerk om een verbinding te maken met gebruikers op afstand Taak Waar vindt u verwante informatie 1. Bepaal welke interface u voor het beheerde systeem Configuratiewerkblad voor de HMC op pagina 23 wilt gebruiken. 2. Geef de Ethernet-poorten voor de HMC aan. Vaststellen welke Ethernet-poort als eth0 is gedefinieerd op pagina Configureer de Ethernet-adapter door de volgende taken uit te voeren: a. Stel de mediasnelheid in. De mediasnelheid instellen op pagina 62 b. Selecteer het type openbaar netwerk. Een besloten of open netwerk selecteren op pagina 63 c. Stel de statische adressen in. Het IP V4-adres instellen op pagina 63 d. Stel de firewall in. De instelling van de firewall voor HMC wijzigen op pagina 64 e. Configuur de standaardgateway. Een routering configureren als standaardgateway op pagina 65 f. Configureer DNS. Domeinnaamservices configureren op pagina 65 g. Configureer suffixes. Domeinextensies configureren op pagina Configureer aanvullende adapters, indien van toepassing. Instellingen configureren voor de server die het servicenummer voor de HMC belt: Doe het volgende om voor de HMC de server te configureren die het servicenummer belt: 60 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

75 Tabel 12. Instellingen configureren voor de server die het servicenummer voor de HMC belt Taak Waar vindt u verwante informatie 1. Controleer of u alle vereiste klantgegevens hebt Configuratiewerkblad voor de HMC op pagina Configureer deze HMC om fouten te rapporteren of kies een bestaande server voor servicenummer bellen om fouten te rapporteren 3. Controleer of de configuratie voor servicenummer bellen werkt 4. Machtig gebruikers om verzamelde systeemgegevens te bekijken De lokale console configureren voor het rapporteren van fouten aan service en ondersteuning op pagina 68 Bestaande servers voor servicenummer bellen kiezen om voor deze HMC een verbinding te maken met service en ondersteuning op pagina 71 Controleer of de verbinding met service en ondersteuning werkt op pagina 71 Gebruikers machtigen om verzamelde systeemgegevens te bekijken op pagina Plan transmissie van systeemgegevens Service-informatie verzenden op pagina 72 Vaststellen welke Ethernet-poort als eth0 is gedefinieerd: De Ethernet-verbinding met de beheerde server moet plaatsvinden via de Ethernet-poort die is gedefinieerd als eth0 op de HMC. Als u geen aanvullende Ethernet-adapters hebt geïnstalleerd in de PCI-sleuven op de HMC, is de primaire geïntegreerde Ethernet-poort altijd gedefinieerd als eth0 of eth1. Als u extra Ethernet-adapters in de PCI-sleuven hebt geïnstalleerd, zijn de locatie en het type van de geïnstalleerde Ethernet-adapters van invloed op de poort die is gedefinieerd als eth0. Opmerking: Dit zijn algemene regels die mogelijk niet voor alle configuraties gelden. In de volgende tabel worden de regels voor Ethernet-plaatsing per HMC-type beschreven. Tabel 13. HMC-typen en bijbehorende regels voor Ethernet-plaatsing HMC-type Regels voor Ethernet-plaatsing In een rek gemonteerde HMC's met twee geïntegreerde Ethernet-poorten In de HMC kan slechts één extra Ethernet-adapter worden geplaatst. v v v Als een extra Ethernet-adapter wordt geïnstalleerd, wordt die poort gedefinieerd als eth0. In dit geval is de primaire geïntegreerde Ethernet-poort gedefinieerd als eth1, en de secundaire geïntegreerde Ethernetpoort als eth2. Als de Ethernet-adapter twee poorten heeft, is de poort met label Act/Link A normaalgesproken eth0. De poort met label Act/link B is meestal eth1. Indit geval is de primaire geïntegreerde Ethernet-poort gedefinieerd als eth2, en de secundaire geïntegreerde Ethernet-poort als eth3. Als er geen adapters worden geïnstalleerd, wordt de primaire geïntegreerde Ethernet-poort gedefinieerd als eth0. Hardware Management Console installeren en configureren 61

76 Tabel 13. HMC-typen en bijbehorende regels voor Ethernet-plaatsing (vervolg) HMC-type Zelfstandige modellen met één geïntegreerde Ethernetpoort Regels voor Ethernet-plaatsing De definities zijn afhankelijk van het type Ethernetadapter dat is geïnstalleerd: v v v v Als slechts één Ethernet-adapter is geïnstalleerd, wordt die adapter ingesteld als eth0. Als de Ethernet-adapter twee poorten heeft, is de poort met label Act/link A eth0. De poort met label Act/link B is meestal eth1. In dit geval is de primaire geïntegreerde Ethernet-poort gedefinieerd als eth2. Als er geen adapters worden geïnstalleerd, wordt de geïntegreerde Ethernet-poort gedefinieerd als eth0. Als er meerdere Ethernet-adapters zijn geïnstalleerd, gaat u naar Bepaling van de interfacenaam voor een Ethernet-adapter. Bepaling van de interfacenaam voor een Ethernet-adapter: Als u de HMC configureert als DHCP-server, kan die server alleen op NIC's (network interface cards) werken die de HMC identificeert als eth0 en eth1. Mogelijk moet u uitzoeken op welke NIC-aansluiting u de Ethernet-kabel moet aansluiten. Meer informatie over hoe de HMC vaststelt welke NIC-aansluitingen als eth0 en eth1 gelden. Om vast te stellen welke naam de HMC heeft toegewezen aan een Ethernet-adapter, doet u het volgende: 1. Open het werkstation met beperkte omgeving. Kies HMC-beheer > Werkstation beperkte omgeving openen. 2. Op de opdrachtregel typt u het volgende: tail -f /var/log/messages. Het berichtenlogboek schuift verder als er nieuwe events optreden. 3. Sluit de Ethernet-kabel aan. Als de kabel al aangesloten was, haalt u hem er uit, wacht u 5 seconden, en sluit u hem weer aan. In de beperkte werkomgeving ziet u een bericht als u de kabel aansluit. Deze tekst verschijnt bijvoorbeeld als de Ethernet-poort wordt geïdentificeerd als eth0: Aug 28 12:41:20 termite kernel: e1000: eth0: e1000_watchdog: NIC Link is Up Herhaal deze procedure voor alle andere Ethernet-poorten en schrijf de gegevens op. 5. Typ Ctrl+C om de opdracht tail te stoppen. De mediasnelheid instellen: Informatie over het instellen van de mediasnelheid, waaronder de snelheid en de werkstand Duplex van de Ethernet-adapter. De standaardwaarde voor de HMC-adapterinstellingen is Automatisch detecteren. Als deze adapter is aangesloten op een LAN-switch, moeten deze overeenkomen met de instellingen voor de switchpoort. Om de mediasnelheid en duplex in te stellen, voltooit u de volgende stappen: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Netwerkinstellingen wijzigen. 3. Klik op LAN-adapter. 4. Selecteer de LAN-adapter waarmee u wilt werken en klik op Details. 5. In het gedeelte met de LAN-gegevens selecteert u Automatische detectie of de toepasselijke combinatie van mediasnelheid en duplex. 6. Klik op OK. 62 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

77 Een besloten of open netwerk selecteren: Een besloten servicenetwerk bestaat uit de HMC en beheerde systemen. Een besloten servicenetwerk is beperkt tot consoles en de systemen die ermee worden beheerd, en is gescheiden van uw bedrijfsnetwerk. Een openbaar netwerk bestaat uit het besloten servicenetwerk en het bedrijfsnetwerk. Een openbaar netwerk bevat naast consoles en beheerde systemen nog andere netwerk-eindpunten en kan zich uitstrekken over meerdere subnetten en netwerkapparaten. U selecteert als volgt een openbaar of een besloten netwerk: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Netwerkinstellingen wijzigen. 3. Klik op LAN-adapter. 4. Selecteer de LAN-adapter waarmee u wilt werken en klik op Details. 5. Klik op het tabblad LAN-adapter. 6. Selecteer in het gedeelte met LAN-gegevens Private of Open. 7. Klik op OK. De HMC als DHCP-server configureren: DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) biedt een geautomatiseerde methode voor het dynamisch configureren van clients. U kunt de HMC als volgt configureren als DHCP-server: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik in het werkgebied op Netwerkinstellingen wijzigen. Het venster Netwerkinstellingen aanpassen wordt geopend. 3. Selecteer de LAN-adapter waarmee u wilt werken en klik op Details. 4. Selecteer Besloten selecteer vervolgens het netwerktype. 5. Selecteer DHCP-server inschakelen in het gedeelte DHCP-server om de HMC in te schakelen als DHCP-server. Opmerking: U kunt de HMC alleen in een besloten netwerkt als DHCP-server configureren. Als u een opennetwerk gebruikt, is het aankruisvakje DHCP inschakelen niet beschikbaar. 6. Geef het adresbereik van de DHCP-server op. 7. Klik op OK. Als u de HMC hebt geconfigureerd als DHCP-server in een besloten netwerk, dient u te controleren dat het besloten HMC DHCP-netwerk correct is geconfigureerd. Voor meer informatie over het aansluiten van uw HMC op een besloten netwerk raadpleegt u Een besloten of open netwerk selecteren. Raadpleeg voor meer informatie HMC als DHCP-server op pagina 6. Het IP V4-adres instellen: Hier wordt beschreven hoe u het IP V4-adres voor de HMC moet instellen. 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Netwerkinstellingen wijzigen. 3. Klik op LAN-adapter. 4. Selecteer de LAN-adapter waarmee u wilt werken en klik op Details. 5. Klik op het tabblad Basisinstellingen. 6. Selecteer een IPv4-adres. Hardware Management Console installeren en configureren 63

78 7. Als u een IP-adres wilt opgeven, typt u het adres van de TCP/IP-interface en het netwerkmasker van de TCP/IP-interface. 8. Klik op OK. Het IPv6-adres instellen: Hier wordt beschreven hoe u het IPv6-adres voor de HMC moet instellen. 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Netwerkinstellingen wijzigen. 3. Klik op LAN-adapter. 4. Selecteer de LAN-adapter waarmee u wilt werken en klik op Details. 5. Klik op de tab IPv6-instellingen. 6. Kies een optie voor automatische configuratie of voeg een statisch IP-adres toe. 7. Als u een IP-adres hebt toegevoegd, voert u het IPv6-adres en de prefixlengte in en klikt u op OK. 8. Klik op OK. Alleen IPv6-adressen gebruiken: Informatie over het configureren van de HMC zodat deze alleen gebruik maakt van IPv6-adresses. 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Netwerkinstellingen wijzigen. 3. Klik op LAN-adapter. 4. Selecteer de LAN-adapter waarmee u wilt werken en klik op Details. 5. Selecteer Geen IPv4-adres. 6. Klik op de tab IPv6-instellingen. 7. Selecteer DHCPv6 gebruiken om IP-instellingen te configureren of geef statische IP-adressen op. Klik daarna op OK. Nadat u op OK hebt geklikt, moet u de HMC opnieuw starten om de wijzigingen van kracht te maken. De instelling van de firewall voor HMC wijzigen In een openbaar netwerk wordt een firewall gebruikt voor het beveiligen van de toegang tot het bedrijfsnetwerk van buitenaf. De HMC heeft ook een firewall op elke Ethernet-adapter. Om de HMC van afstand te besturen of toegang op afstand voor anderen mogelijk te maken, past u de firewall-instellingen van de Ethernet-adapter aan op de HMC die verbonden is met het openbare netwerk. Ga als volgt te werk om een firewall te configureren: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Netwerkinstellingen wijzigen. 3. Klik op LAN-adapter. 4. Selecteer de LAN-adapter waarmee u wilt werken en klik op Details. 5. Klik op het tabblad Firewall. 6. U kunt per toepassing alle IP-adressen toegang geven via de firewall of u kunt een of meer specifieke IP-adressen opgeven: v Alle IP-adressen die een bepaalde toepassing gebruiken, toegang geven via de firewall: a. Selecteer de toepassing in het bovenste vak. b. Klik op Inkomend toestaan. De toepassing wordt afgebeeld in het onderste vak om aan te geven dat de toepassing is geselecteerd. v Geef de IP-adressen op die u toegang wilt verlenen via de firewall: 64 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

79 a. Selecteer een toepassing in het bovenste vak. b. Klik op Inkomend toestaan op IP-adres. c. Geef het IP-adres en het netwerkmasker op in het venster Toegestane hosts. d. Klik op Toevoegen en klik op OK. 7. Klik op OK. Beperkte toegang op afstand tot de shell inschakelen: U kunt beperkte toegang op afstand tot de shell inschakelen tijdens het configureren van een firewall. U schakelt beperkte toegang op afstand tot de shell als volgt in: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Op afstand uitvoeren van opdrachten. 3. Selecteer Uitvoering van opdrachten op afstand via de functie ssh en klik op OK. Beperkte toegang op afstand tot de shell is nu ingeschakeld. Webtoegang op afstand inschakelen: U kunt toegang op afstand via internet inschakelen voor uw HMC. Om webtoegang op afstand in te schakelen, doet u het volgende: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Bediening op afstand. 3. Selecteer Inschakelen en klik daarna op OK. Webtoegang op afstand is nu ingeschakeld. Een routering configureren als standaardgateway Dit onderwerp bevat informatie over het configureren van een routespecificatie als standaardgateway. Deze taak is beschikbaar bij gebruik van een openbaar netwerk. U configureert als volgt een routespecificatie als standaardgateway: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik in het werkgebied op Netwerkinstellingen wijzigen. Het venster Netwerkinstellingen aanpassen wordt geopend. 3. Klik op het tabblad Routing. 4. In het gedeelte Standaardgateway-gegevens geeft u het gateway-adres en het gateway-apparaat op voor de routespecificatie die u als standaardgateway wilt instellen. 5. Klik op OK. Domeinnaamservices configureren Als u een open netwerk wilt instellen, dient u domeinnaamservices te configureren. Als u een open netwerk wilt instellen, dient u domeinnaamservices te configureren. DNS (Domain Name System) is een gedistribueerd databasesysteem voor beheer van hostnamen en de bijbehorende IP-adressen (Internet Protocol). Configuratie van domeinnaamservices omvat het inschakelen van DNS en het opgeven van de zoekvolgorde voor de domeinsuffix. 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik in het werkgebied op Netwerkinstellingen aanpassen. Het venster Netwerkinstellingen aanpassen wordt geopend. 3. Klik op het tabblad Naamservices. Hardware Management Console installeren en configureren 65

80 4. Selecteer DNS ingeschakeld om DNS in te schakelen. 5. Geef de zoekvolgorde voor de DNS-servers en het domeinsuffix op en klik op Toevoegen. 6. Klik op OK. Domeinextensies configureren De lijst met domeinextensies wordt gebruikt om een IP-adres om te zetten waarbij wordt begonnen met het eerste item in de lijst. De domeinextensie is een reeks die aan de hostnaam wordt toegevoegd en die wordt gebruikt om het bijbehorende IP-adres te helpen omzetten. De hostnaam mijnnaam kan bijvoorbeeld mogelijk niet worden omgezet. Als echter de reeks mijnloc.mijnbedrijf.com een element in de domeinextensiestabel is, zal worden geprobeerd om mijnnaam.mloc.mijnbedrijf.com om te zetten. Om een domeinextensie te configureren, gaat u als volgt te werk: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik in het werkgebied op Netwerkinstellingen aanpassen. Het venster Netwerkinstellingen aanpassen wordt geopend. 3. Klik op het tabblad Naamservices. 4. Voer een tekenreeks in die als domeinextensie moet worden gebruikt. 5. Klik op Toevoegen om de domeinextensie aan de lijst toe te voegen. De HMC configureren voor gebruik van LDAP-verificatie op afstand U kunt de HMC configureren dat deze LDAP-verificatie (Lightweight Directory Access Protocol) op afstand gebruikt. Wanneer een gebruiker zich aanmeldt bij de HMC wordt eerst verificatie uitgevoerd met het lokale wachtwoordbestand. Als het lokale wachtwoordbestand niet wordt gevonden, kan de HMC voor verificatie contact opnemen met een LDAP-server. Hiervoor moet u de HMC zo configureren dat deze LDAPverificatie op afstand gebruikt. Opmerking: Voordat u de HMC configureert zodat deze LDAP-verificatie op afstand gebruikt, moet u ervoor zorgen dat er een werkende netwerkverbinding bestaat tussen de HMC en de LDAP-servers. Voor meer informatie over het configureren van HMC-netwerkverbindingen raadpleegt u De HMCnetwerktypen configureren op pagina 58. Ga als volgt te werk om uw HMC zo te configureren dat deze LDAP-verificatie gebruikt: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik in het contentgebied op LDAP-configuratie. Het venster LDAP-serverdefinitie wordt geopend. 3. Kies LDAP inschakelen. 4. Definieer de LDAP-server die u voor verificatie wilt gebruiken. 5. Definieer het LDAP-kenmerk dat wordt gebruikt om de gebruiker te identificeren die wordt geverifieerd. De standaardwaarde is uid, maar u kunt ook een eigen kenmerk gebruiken. 6. Definieer de unieke naam structuur of "searchbase" voor de LDAP-server. 7. Klik op OK. 8. Als een gebruiker LDAP-verificatie wil gebruiken, moet de gebruiker zijn profiel zo configureren zodat het LDAP-verificatie op afstand gebruikt in plaats van lokale verificatie. De HMC configureren zodat deze de Key Distribution Center-servers voor Kerberos-verificatie op afstand kan gebruiken U kunt de HMC configureren voor gebruik van KDC-servers (Key Distribution Center) (KDC) voor Kerberos-verificatie op afstand. 66 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

81 Wanneer een gebruiker zich aanmeldt bij de HMC wordt eerst verificatie uitgevoerd met het lokale wachtwoordbestand. Als het lokale wachtwoordbestand niet wordt gevonden, kan de HMC voor verificatie contact opnemen met een Kerberos-server. Hiervoor moet u de HMC zo configureren dat deze Kerberos-verificatie op afstand gebruikt. Opmerking: Voordat u de HMC configureert zodat deze KDC-servers gebruikt voor Kerberos-verificatie op afstand, moet u ervoor zorgen dat er een werkende netwerkverbinding bestaat tussen de HMC en de KDC-servers. Voor meer informatie over het configureren van HMC-netwerkverbindingen raadpleegt u De HMC-netwerktypen configureren op pagina 58. Om de HMC zo te configureren dat deze KDC-servers gebruikt voor Kerberos-verificatie op afstand, doet u het volgende: 1. U moet de NTP-service (Network Time Protocol) inschakelen op de HMC en de HMC en de KDCservers zo instellen dat hun tijd wordt gesynchroniseerd met dezelfde NTP-server. Om de NTP-service op de HMC in te schakelen, doet u het volgende: a. Selecteer in het navigatiegebied de map HMC-beheer. b. Kies Datum en tijd wijzigen in het contentgebied. c. Selecteer het tabblad NTP-configuratie. d. Selecteer NTP-service inschakelen op deze HMC. e. Klik op OK. 2. Configureer elk HMC-gebruikersprofiel op afstand zo dat dit Kerberos-verificatie op afstand gebruikt in plaats van lokale verificatie. 3. Optioneel: U kunt een servicesleutelbestand importeren op deze HMC. Het servicesleutelbestand bevat de hostprincipal die de HMC identificeert op de KDC-server. Servicesleutelbestanden worden ook wel keytabs genoemd. Ga als volgt te werk om een servicesleutelbestand te importeren op deze HMC: a. Selecteer in het navigatiegebied de map HMC-beheer. b. Selecteer in het contentgebied KDC configureren. Het venster Configuratie van Key Distribution Center wordt geopend. c. Selecteer Acties > Servicesleutel importeren. Het venster Servicesleutel importeren wordt geopend. d. Typ de locatie van het sleutelbestand. e. Klik op OK. 4. Voeg een nieuwe KDC-server toe aan deze HMC. Ga als volgt te werk om een nieuwe KDC-server toe te voegen aan deze HMC: a. Selecteer in het navigatiegebied de map HMC-beheer. b. Selecteer in het contentgebied KDC configureren. het venster Key Distribution Center Configuration wordt geopend. c. Selecteer Acties > KDC-server toevoegen. Het venster Servicesleutel importeren wordt geopend. d. Typ de realm en de hostnaam of het IP-adres van de KDC-server. e. Klik op OK. De HMC configureren zodat deze contact kan opnemen met service en ondersteuning HMC configureren voor het rapporteren van problemen. De HMC met de installatiewizard voor servicenummer bellen configureren zodat deze een verbinding kan maken met service en ondersteuning: De HMC met de installatiewizard voor servicenummer bellen configureren zodat deze een server voor servicenummer bellen kan gebruiken. Hardware Management Console installeren en configureren 67

82 Deze procedure beschrijft hoe u de HMC kunt configureren als server voor het bellen van het servicenummer met gebruikmaking van SSL en een internetverbinding via het LAN. Voordat u aan deze taak begint, moet u ervoor zorgen dat: v De netwerkbeheerder heeft gecontroleerd of verbindingen zijn toegestaan. Raadpleeg voor meer informatie De configuratie van HMC voorbereiden op pagina 21. v Als u een proxyserver voor de internetverbinding gebruikt, moet u bovendien de volgende gegevens bij de hand hebben: Het IP-adres en de poort van de proxyserver De verificatiegegevens van de proxy v De gebruikte adapter is de adapter die is ingesteld als eth1 (die is ingesteld als openbaar netwerk). Raadpleeg voor meer informatie Netwerkinstellingen kiezen op de HMC op pagina 12. v De HMC is door een Ethernet-kabel met het LAN verbonden. Ga als volgt te werk om de HMC met de installatiewizard voor servicenummer bellen te configureren als server voor servicenummer bellen: 1. In het navigatiegebied selecteert u Servicebeheer. 2. Selecteer in het contentgebied Installatiewizard voor servicenummer bellen. De wizard Connectiviteit en servers voor servicenummers bellen wordt geopend. Volg de instructies in de wizard om de functie voor servicenummer bellen te configureren. De lokale console configureren voor het rapporteren van fouten aan service en ondersteuning: Deze HMC configureren zodat deze fouten kan rapporteren met behulp van LAN-connectiviteit, een telefoon, een modem of een VPN. Een HMC configureren om contact op te nemen met service en ondersteuning via een op een LAN gebaseerd internet en SSL: Beschrijving van hoe u de HMC kunt configureren als server voor het bellen van het servicenummer met gebruikmaking van SSL en een internetverbinding via het LAN. Voordat u aan deze taak begint, moet u ervoor zorgen dat: v De netwerkbeheerder heeft gecontroleerd of verbindingen zijn toegestaan. Raadpleeg voor meer informatie De configuratie van HMC voorbereiden op pagina 21. v Contactgegevens van de klant zijn geconfigureerd. Controleer dit door naar de HMC-interface te gaan en op Servicebeheer > Klantgegevens beheren. v Als u een proxyserver voor de internetverbinding gebruikt, moet u bovendien de volgende gegevens bij de hand hebben: Het IP-adres en de poort van de proxyserver De verificatiegegevens van de proxy v Hiervoor moet tenminste één open netwerkinterface zijn geconfigureerd. Raadpleeg voor meer informatie Besloten en open netwerken in de HMC-omgeving. op pagina 5. v De HMC is door een Ethernet-kabel met het LAN verbonden. U kunt de HMC als volgt configureren als Call-home server via internet op LAN en SSL: 1. Klik in het navigatiegebied op Servicebeheer. 2. Klik in het gedeelte over Connectiviteit op Uitgaande connectiviteit beheren. Het venster Serverconsoles voor servicenummer bellen wordt geopend. 3. Klik op Configureren Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

83 4. Selecteer in het venster Instellingen voor uitgaande connectiviteit Lokaal systeem inschakelen als server voor servicenummer bellen. 5. Accepteer de overeenkomst. 6. Selecteer in het venster Instellingen voor uitgaande connectiviteit de tab Internet. 7. Kruis het vakje Bestaande internetverbinding gebruiken voor service box. 8. Als u een SSL proxyserver gebruikt, kruist u het vakje SSL-proxyserver gebruiken aan. 9. Als u een SSL-proxyserver gebruikt, vult u het adres en de poort van de proxy in. Deze informatie kunt u opvragen bij de netwerkbeheerder. 10. Als u het vakje SSL-proxyserver gebruiken hebt aangekruist en er een gebruikers-id en wachtwoord voor de proxy is vereist, kruist u ook het vakje Verificatie met de SSL-proxyserver aan. Typ het gebruikers-id en het wachtwoord. Het gebruikers-id en het wachtwoord kunt u opvragen bij de netwerkbeheerder. 11. Selecteer het Protocol naar internet dat u wilt gebruiken. 12. Klik op de tab Internet op Testen Klik in het venster Internet testen op Starten. 14. Controleer of de test is geslaagd. 15. Klik in het venster Internet testen op Annuleren. 16. Klik in het venster Instellingen voor uitgaande connectiviteit op OK. Verbinding maken met het servicesysteem via een telefoonlijn en modems: Beschrijving van procedure voor configuratie van de HMC als server die het servicenummer belt met een modemverbinding naar IBM-ondersteuning. Voordat u aan deze taak begint, moet u ervoor zorgen dat: v U een vast toegewezen analoge telefoonlijn beschikbaar hebt. v U de vereiste gegevens hebt om de modem te configureren. Raadpleeg voor meer informatie De configuratie van HMC voorbereiden op pagina 21. v Contactgegevens van de klant zijn geconfigureerd. U kunt dit controleren door naar de HMC-interface te gaan en op Servicebeheer > Klantgegevens beheren. v U de volgende gegevens bij de hand hebt: Het type analoge lijn - toon of puls. De meeste lijnen zijn van het type toon, maar sommige oudere lijnen zijn nog van het type puls. Of de lijn een kiestoon geeft wanneer de telefoon wordt opgenomen. De meeste lijnen kennen een kiestoon, sommige echter niet. Of er een kiesprefix is vereist. Een kiesprefix is een getal of een serie getallen die toegang geven tot een buitenlijn. Om de HMC te configureren als server die het servicenummer belt en via een modem verbinding zoekt met het IBM-servicesysteem, moet u het volgende doen: 1. Klik in het navigatiegebied op Servicebeheer. 2. Klik in het gedeelte over Connectiviteit op Uitgaande connectiviteit beheren. 3. Klik op Configureren 4. Selecteer in het venster Instellingen voor uitgaande connectiviteit Lokaal systeem inschakelen als server voor servicenummer bellen. 5. Accepteer de overeenkomst. 6. Klik in het venster Instellingen voor uitgaande connectiviteit op de tab Lokaal modem. 7. Op de pagina Lokale modem kruist u het vakje aan voor Lokale modem toestaan om te bellen voor service. Hardware Management Console installeren en configureren 69

84 8. Op de pagina Lokale modem kruist u het vakje aan voor Modemconfiguratie. 9. Klik in het venster Modeminstellingen aanpassen op Kiesmethode, toon of puls. Als de lijn een kiestoon geeft wanneer de telefoon wordt opgenomen, kruist u het vakje Wachten op kiestoon aan. Vul een eventuele kiesprefix in die nodig is om toegang tot een buitenlijn te krijgen. 10. Klik op OK. 11. Op de pagina Lokale modem klikt u op Toevoegen. 12. Kies een telefoonnummer in de lijst. 13. Als dit een lokaal nummer is, verwijdert u het netnummer uit het veld Telefoonnummer:. 14. Klik in het venster Telefoonnummer toevoegen op Toevoegen. 15. Klik in het venster Modeminstellingen aanpassen op Testen. 16. Klik in het venster Telefoonnummer testen op Starten. 17. Controleer of de test is geslaagd. 18. Klik in het venster Telefoonnummer testen op Annuleren. 19. U kunt maximaal vijf telefoonnummers opgeven. Configureer ten minste twee telefoonnummers (een primair nummer en een backup). De nummers worden gebeld in de volgorde waarin ze zijn opgegeven. Om extra nummers aan de lijst toe te voegen, herhaalt u de stappen in deze procedure. 20. Klik in het venster Instellingen voor uitgaande connectiviteit op OK. Verbinden met service en ondersteuning via in op een LAN gebaseerd VPN: De server voor servicenummer bellen configureren met VPN. Voordat u aan deze taak begint, moet u ervoor zorgen dat: v De netwerkbeheerder heeft gecontroleerd of verbindingen zijn toegestaan. Raadpleeg voor meer informatie De configuratie van HMC voorbereiden op pagina 21. v De gebruikte adapter is de adapter die is ingesteld als eth1 (die is ingesteld als openbaar netwerk). Raadpleeg voor meer informatie Netwerkinstellingen kiezen op de HMC op pagina 12. v De HMC is door een Ethernet-kabel met het LAN verbonden. v Contactgegevens van de klant zijn geconfigureerd. Controleer dit door naar de HMC-interface te gaan en op Servicebeheer > Klantgegevens beheren te klikken. U configureert de server voor het bellen met het servicenummer als volgt voor het gebruik van VPN: 1. Klik in het navigatiegebied op Servicebeheer. 2. Klik in het gedeelte over Connectiviteit op Uitgaande connectiviteit beheren. 3. Klik op Configureren 4. Selecteer in het venster Instellingen voor uitgaande connectiviteit Lokaal systeem inschakelen als server voor servicenummer bellen. 5. Accepteer de overeenkomst. 6. Klik in het venster Instellingen voor uitgaande connectiviteit op de tab Internet VPN. 7. Kruis Bestaande internetverbinding gebruiken voor service op de pagina Internet-VPN aan. 8. Klik op de pagina Internet-VPN op Test. 9. Klik in het venster Internet-VPN testen op Starten. 10. Controleer of de test is geslaagd. 11. Klik in het venster Internet-VPN testen op Annuleren. 12. Klik in het venster Instellingen voor uitgaande connectiviteit op OK. 70 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

85 Bestaande servers voor servicenummer bellen kiezen om voor deze HMC een verbinding te maken met service en ondersteuning: Bestaande HMC-servers voor servicenummer bellen kiezen die door deze HMC zijn herkend, om fouten te rapporteren. Herkende HMC's zijn HMC's die zijn ingeschakeld als servers voor servicenummer bellen en die zich in hetzelfde subnet bevinden of dezelfde beheerde systemen beheren als deze HMC. Ga als volgt te werk om een herkende HMC te kiezen om het servicenummer te bellen als deze HMC fouten rapporteert: 1. Klik in het navigatiegebied op Servicebeheer. 2. Klik in het contentgebied op Uitgaande connectiviteit beheren. Het venster Serverconsoles voor servicenummer bellen wordt geopend. 3. Klik op het vakje Gevonden servers voor het bellen van het servicenummer gebruiken. DeHMC beeldt het IP-adres of de hostnaam af van de HMC's die zijn geconfigureerd voor servicenummer bellen. 4. Klik op OK. Opmerking: In een HMC met versie of hoger mag een HMC met een versie lager dan niet worden toegevoegd als proxyserver voor servicenummer bellen. U kunt ook handmatig bestaande HMC-servers voor servicenummer bellen op een ander subnet toevoegen. Selecteer het IP-adres of de hostnaam van de HMC die is geconfigureerd voor het bellen van het servicenummer en klik op Toevoegen. Klik daarna op OK. Controleer of de verbinding met service en ondersteuning werkt: Test het rapporteren van problemen om er zeker van te zijn dat de verbinding naar service en support werkt. U controleert als volgt of de configuratie voor Servicenummer bellen correct is: 1. Klik in het navigatiegebied op Servicebeheer. 2. Klik in het werkgebied op Event creëren. 3. Vink Automatische probleemmelding testen aan en typ een opmerking. 4. Klik op Service aanvragen. Wacht enkele minuten tot de aanvraag is verzonden. 5. Klik in het venster Servicebeheer op Events beheren. 6. Selecteer Alle openstaande problemen. 7. Ga na of er een PMH-event en -nummer is toegewezen aan het probleemnummer dat u hebt geopend. 8. Selecteer het event en klik op Sluiten. 9. Typ uw naam en een kort commentaar in het venster Sluiten. Gebruikers machtigen om verzamelde systeemgegevens te bekijken: U dient gebruikers te machtigen om informatie over uw systemen te bekijken. Voordat u gebruikers machtigt om de verzamelde systeemgegevens te bekijken, moet u een IBM-ID aanvragen. Voor meer informatie over het verkrijgen van een IBM-ID, gaat u naar Configuratiewerkblad voor de HMC op pagina 23. Ga als volgt te werk om gebruikers te machtigen om de verzamelde systeemgegevens te bekijken: 1. In het navigatiegebied selecteert u Servicebeheer. Hardware Management Console installeren en configureren 71

86 2. Selecteer in het contentgebied Gebruiker machtigen. 3. Geef uw IBM-ID op. 4. Klik op OK. Service-informatie verzenden: U kunt direct informatie naar uw serviceprovider verzenden of u kunt een planning maken voor regelmatige verzending van de informatie. IBM biedt op de eigen situatie afgestemde webfuncties die informatie gebruiken die is verzameld door IBM Electronic Service Agent. Om deze functies te kunnen gebruiken, moet u zich eerst registreren op de IBM Registratiewebsite Om gebruikers te machtigen voor gebruik van gegevens voor Electronic Service Agent om de webfuncties af te stemmen op hun eigen situatie, gaat u naar Gebruikers machtigen om verzamelde systeemgegevens te bekijken op pagina 71. Voor meer informatie over de voordelen van registratie van een IBM voor uw systemen raadpleegt u Opmerking: Verstuur ook de gegevens over de serviceprovider zodra de HMC is geïnstalleerd en geconfigureerd voor gebruik. Ga als volgt te werk om service-informatie te verzenden: 1. Klik in het navigatiegebied op Servicebeheer. 2. Klik in het contentgebied op Service-informatie verzenden 3. Voer de taken in het venster Service-informatie verzenden uit en klik op OK. Wachtwoorden voor het beheerde systeem instellen: U dient wachtwoorden in te stellen voor zowel de server als voor Advanced System Management (ASM). U vindt hier meer informatie over het gebruik van de HMC-interface voor het instellen van deze wachtwoorden. Als het bericht Verificatie in behandeling verschijnt, vraagt de HMC u om de wachtwoorden voor het beheerde systeem in te stellen. Als het bericht Verificatie in behandeling niet verschijnt, voert u de volgende stappen uit om de wachtwoorden voor het beheerde systeem in te stellen. Het serverwachtwoord wijzigen: U werkt het serverwachtwoord als volgt bij: 1. In het navigatiegebied selecteert u het beheerde systeem. 2. Klik in het takengebied op Bewerkingen. 3. Klik op Wachtwoord wijzigen. Het venster Wachtwoord wijzigen wordt geopend. 4. Voer de gewenste informatie in en klik op OK. Het algemene ASM-wachtwoord (Advanced System Management) wijzigen: Opmerking: Het standaardwachtwoord voor het algemene gebruikers-id is general en het standaardwachtwoord voor het beheerders-id is admin. U werkt het algemene ASM-wachtwoord als volgt bij: 1. In het navigatiegebied van de HMC selecteert u het beheerde systeem. 2. Klik in het takengebied op Bewerkingen. 3. Klik op ASM (Advanced System Management). Het venster ASM Interface starten wordt geopend. 4. Selecteer een IP-adres van de serviceprocessor en klik op OK. De ASM-interface wordt geopend. 72 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

87 5. Geef in het ASMI-welkomstvenster uw gebruikers-id en wachtwoord op en klik op Aanmelden. 6. Vouw in het gebied taken Aanmeldingsprofiel uit. 7. Klik op Wachtwoord wijzigen. 8. Geef de vereiste informatie op en klik op Continue. Stel het ASM-wachtwoord (Advanced System Management) in op de beginwaarde.: Voor het resetten van het beheerderswachtwoord kunt u contact opnemen met een geautoriseerde serviceprovider. De verbinding tussen de HMC en het beheerde systeem testen Met deze optie kunt u controleren of u op de juiste wijze met het netwerk bent verbonden. Als u de netwerkverbindingen wilt testen, moet u een van de volgende rollen vervullen: v Superbeheerder v Servicemedewerker U kunt de verbinding tussen de HMC en het beheerde systeem als volgt testen: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Netwerkverbindingen testen. 3. Voer op het tabblad Ping de hostnaam of het IP-adres in van het systeem waarmee u een verbinding tot stand wilt brengen. Typ de gateway om een openbaar netwerk te testen. Klik op Pingen. Als u nog geen logische partities hebt gemaakt, kunt u de adressen niet pingen. Met de HMC kunt u logische partities maken op de server. Om het PDF-bestand te bekijken van Logische partities, ongeveer 1 MB groot, gaat u naar p7hat.pdf. Raadpleeg voor informatie over hoe de HMC in een netwerk kan worden gebruikt HMC-netwerkverbindingen op pagina 3. Raadpleeg voor meer informatie over het configureren van de HMC voor verbinding met een netwerk De HMC configureren met de HMC-menu's op pagina 56. Stappen na de configuratie Nadat u de HMC hebt geïnstalleerd en geconfigureerd, maakt u indien gewenste een backup van de HMC-gegevens. Een backup maken van essentiële HMC gegevens U kunt een backup van belangrijke console-informatie maken op een USB-flashapparaat, DVD, via FTP of via het netwerk. U kunt met de HMC een backup maken van alle belangrijke gegevens, bijvoorbeeld de volgende: v Bestanden met gebruikersvoorkeuren v Gebruikersgegevens v Bestanden met HMC-platformconfiguraties v HMC-logboekbestanden v HMC-updates via Corrective service installeren Met de functie Backup kunt u de HMC-gegevens die zijn opgeslagen op een schijf op de HMC op de volgende locaties opslaan: v DVD-media Hardware Management Console installeren en configureren 73

88 v USB-flashapparaat v Systeem op afstand dat gekoppeld is aan het bestandssysteem van de HMC (zoals NFS) v Site op afstand via FTP U moet een backup van de HMC maken als u wijzigingen hebt aangebracht in de HMC of in de gegevens die aan de logische partities zijn gekoppeld. Opmerking: Voordat u gegevens kunt opslaan op een verwisselbaar medium, moet u het medium formatteren. Voor het formatteren van media klikt u op HMC-beheer > Opslagmedium formatteren en volgt u de aangegeven stappen. Als u een backup van de HMC wilt maken, moet u een van de volgende rollen vervullen: v Superbeheerder v Operator v Servicemedewerker Als u een backup van de HMC essentiële gegevens wilt maken, moet u het volgende doen: 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik op Backup van HMC-gegevens maken. 3. Selecteer een archiefoptie. U kunt backups op media maken op op het lokale systeem, op een aangekoppeld systeem op afstand, of backupgegevens naar een locatie op afstand verzenden. 4. Volg de instructies op het scherm om backups van de gegevens te maken. Een backup van de hele vaste schijf van de HMC maken in een systeem op afstand U kunt uw HMC gebruiken om een backup van de hele vaste schijf van HMC in een systeem op afstand te maken. Op het systeem op afstand moet Network File System (NFS) of Secure Shell (ssh) zijn geconfigureerd en dit netwerk moet toegankelijk zijn vanuit de HMC. U moet de HMC opnieuw opstarten om deze taak te voltooien. Gebruik alleen de HMC om deze taken uit te voeren. Als u een backup van de HMC wilt maken, moet u een van de volgende rollen vervullen: v Superbeheerder v Operator v Servicemedewerker U maakt als volgt een backup van de HMC-schijf op een systeem op afstand: 1. Noteer het interfacenummer (eth0, eth1, etc), MAC-adres en IP-adres voor elk van de netwerkadapters op de HMC. Hiervoor klikt u op HMC-beheer > Netwerkinstellingen aanpassen > LAN-adapters. 2. Sluit de HMC af en schakel deze uit. 3. Schakel de HMC-console in. Zorg ervoor dat het HMC-herstelmedium in het DVD-station is geplaatst. Als u de HMC-interface wilt starten van een geconfigureerde netwerkopstartserver, moet u ervoor zorgen dat bij het opstarten ook naar de netwerkinterface wordt gezocht. Vraag de lijst met opstartapparaten op door tijdens het starten van de HMC op F12 te drukken en selecteer de netwerkinterface waarvan u wilt starten. 4. Selecteer de backup en klik op Volgende. 5. Selecteer de netwerkinterface die u wilt gebruiken voor de communicatie met de server op afstand. Selecteer de standaardinstellingen als u de HMC start door verbinding te maken met een netwerkopstartserver en als deze server ook fungeert als de server op afstand waarop u een backup 74 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

89 van uw gegevens wilt maken. Klik daarna op Volgende en ga naar stap 7. Ga verder met de volgende stap als u niet de standaardinstellingen hebt geselecteerd. Opmerking: De interfacenummering (eth0, eth1) komt mogelijk niet overeen met de nummering die u in stap 1 hebt genoteerd. Het afgebeelde MAC-adres kan worden gebruikt om de gewenste interface te identificeren. Raadpleeg voor meer informatie Vaststellen welke Ethernet-poort als eth0 is gedefinieerd op pagina Als u niet de standaardinstellingen hebt geselecteerd, moet u het netwerkprotocol selecteren dat u met de geselecteerde interface wilt gebruiken. U kunt ervoor kiezen een IP-adres van een DHCPserver in het netwerk te ontvangen of een statisch IP-adres aan de geselecteerde netwerkinterface toe te wijzen. Maak uw keuze en klik op Volgende. 7. Als u niet de standaardinstellingen hebt geselecteerd, voert u het IP-adres of de hostnaam van de server op afstand in. Het backupbestand wordt gemaakt met het gzip-compressiehulpprogramma en de tar-opdracht. Geef een bestand op met de.tgz-extensie in het veld Bestand op host op afstand. Als u de standaard netwerkinstellingen hebt geselecteerd, moet u de directory-instelling in de opstartconfiguratie van het netwerk gebruiken. Deze gegevens worden weergegeven in het veld Bestand op host op afstand. Klik op Volgende nadat u alle vereiste gegevens hebt ingevuld. 8. Selecteer de methode die u wilt gebruiken voor het overbrengen van de HMC-gegevens naar de server op afstand. Als u de gegevens wilt versleutelen, moet Secure Shell Server (SSH) op de host op afstand zijn geconfigureerd. Kiest u voor een niet-versleutelde gegevensoverdracht, dan moet Netwerk File Server (NFS) op de host op afstand zijn geconfigureerd. Bovendien moet de directory waarin u een backup van gegevens wilt maken, met schrijfrechten zijn geëxporteerd. Maak uw keuze en klik op Volgende. 9. Kiest u voor een versleutelde gegevensoverdracht, dan wordt u gevraagd het gebruikers-id en wachtwoord voor de server in te voeren. 10. Controleer of alle ingevoerde gegevens juist zijn en klik op Voltooien. De HMC-interface wordt weergegeven zodra de backup voltooid is. Als u de opstartvolgorde hebt gewijzigd door tijdens het starten van de HMC op F1 te drukken, dan moet u de HMC opnieuw opstarten en de instellingen opnieuw wijzigen. Zorg ervoor dat de vaste schijf vóór de netwerkinterface wordt vermeld in de opstartvolgorde. De HMC-machinecode bijwerken, upgraden en migreren Er worden geregeld updates en upgrades voor de HMC uitgegeven, om nieuwe functies toe te voegen en om bestaande te verbeteren. Hier vindt u meer informatie over de verschillen tussen updates, upgrades en migratie van de HMC-machinecode. U leest ook hoe u een update, upgrade of migratie van de HMCmachinecode uitvoert. Als u klaar bent met deze taken, wordt de HMC opnieuw opgestart, maar de partities niet. HMC-code updaten Onderhoud toepassen op een bestaand HMC-niveau Hiervoor hoeft u de taak Upgradegegevens opslaan niet uit te voeren HMC-code upgraden De HMC-software vervangen door een nieuwe release of fixlevel van hetzelfde programma Hiervoor moet u opstarten vanaf herstelmedia HMC-code migreren HMC-gegevens verplaatsen van een HMC-versie naar een andere Een migratie is een type upgrade. Hardware Management Console installeren en configureren 75

90 De versie en de release van de HMC-machinecode vaststellen Hier leest u hoe u kunt vaststellen welke versie en release van de HMC-machinecode u hebt. Het niveau van de HMC-machinecode bepaalt de beschikbare functies, waaronder serverfirmware-onderhoud zonder interruptie en verbeteringen tot het upgraden naar een nieuwe release. U stelt als volgt de versie en release van de HMC-machinecode vast: 1. Klik in het navigatiegebied op Updates. 2. Controleer en noteer de gegevens die in het werkgebied onder het kopje HMC-codeniveau worden afgebeeld, waaronder de versie, de release, het onderhoudsniveau, het buildniveau en de basisversies van de HMC. Machinecode-updates ophalen en toepassen voor de HMC met een internetverbinding Hier leest u hoe u machinecode-updates voor de HMC kunt ophalen als deze een internetverbinding heeft. Voer stap 1 t/m 5 uit om machinecode-updates voor de HMC op te halen. Stap 1. Controleren of u over een internetverbinding beschikt Om updates vanaf het service- en ondersteuningssysteem of de website te downloaden naar uw HMC of server, moet u beschikken over een van de volgende zaken: v SSL-connectiviteit met of zonder SSL-proxy v Internet VPN U zorgt als volgt voor een internetverbinding: 1. Klik in het navigatiegebied op Servicebeheer. 2. Selecteer Uitgaande connectiviteit beheren. 3. Kies de tab voor het type uitgaande connectiviteit dat u voor de HMC hebt gekozen (Internet-VPN of SSL-connectiviteit). Opmerking: Als er geen verbinding is ingesteld met de serviceafdeling, moet u de service-verbinding instellen voordat u verder gaat met deze procedure. Instructies voor het instellen van een verbinding met de IBM-serviceafdeling vindt u in De server instellen om verbinding te maken met de serviceafdeling. 4. Klik op Testen. 5. Controleer of de test is geslaagd. Als de test niet wordt voltooid, moet u het probleem met de connectiviteit oplossen en corrigeren voordat u verder kunt gaan met deze procedure. U kunt de update ook van de DVD afhalen. 6. Ga verder met Stap 2. Het bestaande niveau van de HMC-machinecode vaststellen. Stap 2. Het bestaande niveau van de HMC-machinecode vaststellen U stelt als volgt het bestaande niveau van de HMC-machinecode vast: 1. Klik in het navigatiegebied op Updates. 2. Controleer en noteer de gegevens die in het werkgebied onder het kopje HMC-codeniveau worden afgebeeld, waaronder de versie, de release, het onderhoudsniveau, het buildniveau en de basisversies van de HMC. 3. Ga verder met Stap 3. Vaststellen welke niveaus van de HMC-machinecode er beschikbaar zijn. Stap 3. Vaststellen welke niveaus van de HMC-machinecode er beschikbaar zijn U stelt als volgt de beschikbare niveaus van de HMC-machinecode vast: 76 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

91 1. Ga op een computer of server met een internetverbinding naar de website eserver/support/fixes. 2. Selecteer de gewenste productgroep in de lijst met productgroepen. 3. Kies Hardware Management Console in de lijst met producten of fixtypen. 4. Klik op Continue. De site Hardware Management Console wordt afgebeeld. 5. Blader naar beneden naar uw versieniveau van de HMC en kijk welke HMC-niveaus er beschikbaar zijn. Opmerking: U kunt desgewenst ook contact opnemen met de serviceafdeling. 6. Ga verder met Stap 4. De update van de HMC-machinecode aanbrengen. Stap 4. De update van de HMC-machinecode aanbrengen U brengt de update van de HMC-machinecode als volgt aan: 1. Voordat u de updates voor de HMC-machinecode installeert, dient u een backup te maken van de essentiële consolegegevens op de HMC. Zie Een backup maken van essentiële HMC gegevens op pagina 73 voor instructies. Ga vervolgens verder met de volgende stap. 2. Klik in het navigatiegebied op Updates. 3. Klik op HMC bijwerken. De wizard Correctieve Service Installeren wordt geopend. 4. Volg de instructies voor het installeren van de update. 5. Sluit de HMC af en start deze opnieuw op om de update actief te maken. 6. Klik op Aanmelden en de webtoepassing van de Hardware Management Console starten. 7. Meld u aan bij de HMC-interface. Stap 5. Controleren of de update van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd U kunt als volgt controleren of de update van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd: 1. Klik in het navigatiegebied op Updates. 2. Onder het kopje HMC-codeniveau in het werkgebied worden de versie, de release, het onderhoudsniveau, het buildniveau en de basisversies van de HMC afgebeeld. 3. Controleer of de versie en release overeenkomen met de update die u hebt geïnstalleerd. 4. Als het weergegeven niveau van de code niet het geïnstalleerde niveau is, voert u de volgende stappen uit: a. Controleer de netwerkverbinding op de HMC. b. Probeer de firmware bij te werken met een andere repository. c. Als de fout blijft optreden, neem dan contact op met het eerstvolgende ondersteuningsniveau. Machinecode-updates ophalen en toepassen voor de HMC van een DVD of een FTP-server Hier leest u hoe u machinecode-updates voor de HMC kunt ophalen van een DVD of een FTP-server. Voer stappen 1-5 uit om updates voor de HMC-machinecode op te halen. Stap 1. Het bestaande niveau van de HMC-machinecode vaststellen U stelt als volgt het bestaande niveau van de HMC-machinecode vast: 1. Klik in het navigatiegebied op Updates. 2. Controleer en noteer de gegevens die in het werkgebied onder het kopje HMC-codeniveau worden afgebeeld, waaronder de versie, de release, het onderhoudsniveau, het buildniveau en de basisversies van de HMC. 3. Ga verder met Stap 2. Vaststellen welke niveaus van de HMC-machinecode er beschikbaar zijn op pagina 78. Hardware Management Console installeren en configureren 77

92 Stap 2. Vaststellen welke niveaus van de HMC-machinecode er beschikbaar zijn U stelt als volgt de beschikbare niveaus van de HMC-machinecode vast: 1. Ga op een computer of server met een internetverbinding naar de HMC-website op ibm.com/support/fixcentral/. 2. Blader naar beneden naar uw versieniveau van de HMC en kijk welke HMC-niveaus er beschikbaar zijn. Opmerking: U kunt desgewenst ook contact opnemen met de IBM -serviceafdeling. 3. Ga verder met Stap 3. De update van de HMC-machinecode ophalen. Stap 3. De update van de HMC-machinecode ophalen U verkrijgt de update van de HMC-machinecode als volgt: U kunt de update van de HMC-machinecode bestellen via de website Fix Central, door contact op te nemen met de serviceafdeling of door de upgrade te downloaden vanaf een FTP-server. De update van de HMC-machinecode bestellen via de website Fix Central 1. Ga op een computer of server met een internetverbinding naar de HMC-website op www-933.ibm.com/support/fixcentral/ 2. Onder de ondersteunde HMC-producten selecteert u het meest recente HMC-niveau. 3. Blader naar beneden tot u bij het gedeelte File name(s) / Package bent en zoek de update op die u wilt bestellen. 4. Klik in kolom Bestellen op Go. 5. Klik op Continue om in te loggen met uw IBM ID. 6. Volg de instructies op het scherm om uw bestelling te plaatsen. De machinecode voor de HMC downloaden naar een verwisselbaar medium 1. Ga op een computer of server met een internetverbinding naar de HMC-website op www-933.ibm.com/support/fixcentral/ 2. Onder de ondersteunde HMC-producten selecteert u het meest recente HMC-niveau. 3. Blader naar beneden tot u bij het gedeelte File name(s) / Package bent en zoek de update op die u wilt downloaden. 4. Klik op de update die u wilt downloaden. 5. Ga akkoord met de licentieovereenkomst en sla de update op een verwisselbaar medium op. Als u klaar bent, gaat u naar Stap 4. De update van de HMC-machinecode aanbrengen. Stap 4. De update van de HMC-machinecode aanbrengen U brengt de update van de HMC-machinecode als volgt aan: 1. Voordat u de updates voor de HMC-machinecode installeert, dient u een backup te maken van de gegevens op de HMC. Zie Een backup maken van essentiële HMC gegevens op pagina 73 voor meer informatie. 2. Als u de update op DVD-RAM hebt ontvangen of zelf hebt gemaakt, plaatst u de DVD in het DVDstation van de HMC. Als u de update hebt ontvangen op een USB-geheugenapparaat, sluit u dit aan. 3. Klik in het navigatiegebied op Updates. 4. Klik op HMC bijwerken. De wizard Correctieve HMC-Service Installeren wordt geopend. 5. Volg de instructies voor het installeren van de update. 6. Sluit de HMC af, start deze opnieuw op en meld u weer bij de HMC aan om de update actief te maken. 7. Ga verder met Stap 5. Controleren of de update van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd op pagina Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

93 Stap 5. Controleren of de update van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd U kunt als volgt controleren of de update van de HMC-machinecode zonder problemen is geïnstalleerd: 1. Klik in het navigatiegebied op Updates. Onder het kopje HMC-codeniveau in het werkgebied worden de versie, de release, het onderhoudsniveau, het buildniveau en de basisversies van de HMC afgebeeld. 2. Controleer of de versie en release overeenkomen met de update die u hebt geïnstalleerd. 3. Als het weergegeven niveau van de code niet het geïnstalleerde niveau is, voert u de volgende stappen uit: a. Probeer nogmaals de machinecode bij te werken. Als u voor deze procedure een DVD hebt gemaakt, gebruikt u een nieuwe. b. Als de fout blijft optreden, neem dan contact op met het eerstvolgende ondersteuningsniveau. De software van de HMC upgraden Hier leest u hoe u de software op een HMC kunt upgraden naar een volgende release met behoud van de HMC-configuratiegegevens. Voor het upgraden van machinecode op een HMC voert u stappen 1-9 uit. Opmerking: Als u een upgrade van een HMC van versie 6 naar versie 7 uitvoert, raadpleegt u De machinecode van de HMC migreren van versie 6 naar versie 7 op pagina 82. Stap 1. De upgrade ophalen U kunt de upgrade van de HMC-machinecode bestellen via de website Fix Central U haalt de upgrade van de HMC-machinecode als volgt op via de website Fix Central: 1. Ga op een computer of server met een internetverbinding naar de HMC-website op ibm.com/support/fixcentral/. 2. Klik op Continue. De site Hardware Management Console wordt afgebeeld. 3. Ga naar de HMC-versie die u wilt upgraden. 4. Ga naar het gedeelte voor het downloaden en bestellen. Opmerking: Als u geen toegang tot internet hebt, neemt u contact op met de serviceafdeling van IBM om de upgrade op DVD te bestellen. 5. Volg de instructies op het scherm om uw bestelling te plaatsen. 6. Als u de upgrade eenmaal in bezit hebt, gaat u naar Stap 2. Het bestaande niveau van de HMCmachinecode vaststellen. Stap 2. Het bestaande niveau van de HMC-machinecode vaststellen Om het actuele niveau van de machinecode op een HMC vast te stellen, voert u de volgende stappen uit: 1. Klik in het navigatiegebied op Updates. 2. Controleer en noteer de gegevens die in het werkgebied onder het kopje HMC-codeniveau worden afgebeeld, waaronder de versie, de release, het onderhoudsniveau, het buildniveau en de basisversies van de HMC. 3. Ga verder met Stap 3. Een backup maken van de profielgegevens van het beheerde systeem. Stap 3. Een backup maken van de profielgegevens van het beheerde systeem U maakt als volgt een backup van de profielgegevens van het beheerde systeem: 1. Klik in het navigatiegebied op Systeembeheer. 2. Klik op Servers. 3. Selecteer de server en controleer of deze de status Operationeel of Standby heeft. 4. Ga onder Taken naar Configuratie > Partitiegegevens beheren > Backup. Hardware Management Console installeren en configureren 79

94 5. Geef een naam voor het backupbestand op en maak hiervan een notitie. 6. Klik op OK. 7. Herhaal deze stappen voor elk beheerd systeem. 8. Ga verder met Stap 4. Maak een backup van de HMC-gegevens. Stap 4. Maak een backup van de HMC-gegevens Maak een backup van de HMC-gegevens voordat u een nieuwe versie van de HMC-software installeert. Mocht er bij het upgraden van de software iets mis gaan, dan is het op die manier altijd mogelijk om een vorig niveau te herstellen. Als de upgrade naar een nieuwe versie van de HMC-software goed verloopt, dient u deze essentiële consolegegevens echter niet meer te gebruiken. Opmerking: Als u een backup maakt op een verwisselbaar opslagmedium, zorg er dan voor dat u dat medium bij de hand hebt. Maak als volgt een backup van HMC-gegevens: 1. Als u van plan bent om de backup op een opslagmedium te plaatsen, voer dan de volgende stappen uit om het opslagmedium te formatteren: a. Plaats het opslagmedium in het station. b. Selecteer Servicebeheer in het navigatiegebied. c. Klik op Verwisselbare opslagmedia formatteren. d. Selecteer het mediatype. e. Selecteer het formatteringstype. f. Klik op OK. 2. Selecteer in het navigatiegebied de map HMC-beheer. 3. Klik op Backup van HMC-gegevens maken. Het venster Backup van HMC-gegevens maken wordt geopend. 4. Selecteer een archiefoptie. U kunt backups maken op opslagmedia op een lokaal systeem, op een systeem op afstand dat is gekoppeld aan het bestandssysteem van de HMC (bijvoorbeeld NFS), of de backup naar een locatie op afstand sturen met behulp van File Transfer Protocol (FTP). v Voor een backup op een lokaal systeem kiest u Back up to media on local system en volgt u de aangegeven instructies. v Als u een backup wilt maken op een gekoppeld systeem op afstand, selecteert u Back up to mounted remote system en volgt u de aangegeven instructies. v Als u een backup wilt maken op een FTP-locatie, selecteert u Send back up critical data to remote site en volgt u de aangegeven instructies. 5. Ga verder met Stap 5. De huidige HMC-configuratiegegevens noteren. Stap 5. De huidige HMC-configuratiegegevens noteren Voordat u een upgrade aanbrengt naar een nieuwe versie van de HMC-software, dient u als voorzorgsmaatregel de configuratiegegevens van de HMC vast te leggen. U legt de huidige HMC-configuratie als volgt vast: 1. Om de geplande bewerkingen van een beheerd systeem of logische partities te bekijken, opent u Systems Management. Als u geplande bewerkingen voor de HMC zelf wilt vastleggen, kiest u HMC Management en gaat u verder met stap Selecteer een beheerd systeem en partities waarvoor u HMC-configuratiegegevens wilt vastleggen. 3. Klik in het taakoverzicht op Geplande Bewerkingen. Alle geplande bewerkingen voor het geselecteerde doel worden afgebeeld. 4. Selecteer Sorteren > Op object. 5. Selecteer elk van de objecten en noteer de volgende gegevens: 80 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

95 v Objectnaam v Geplande datum v Uitvoeringstijd (in 24-uursnotatie) v Herhalend (als dit Ja is, voer dan de volgende stappen uit): a. Selecteer Weergave > Planningsgegevens. b. Noteer de waarde voor het interval. c. Sluit het venster Geplande Bewerkingen. d. Herhaal dit voor elke geplande bewerking. 6. Sluit het venster Geplande bewerkingen aanpassen. 7. Ga verder met Stap 6. De status van de opdracht op afstand vastleggen. Stap 6. De status van de opdracht op afstand vastleggen U legt als volgt de status van de opdracht op afstand vast: 1. Selecteer in het navigatiegebied de map HMC-beheer. 2. Klik in het taakoverzicht op Op afstand uitvoeren van opdrachten. 3. Noteer of het vakje Uitvoering van opdrachten op afstand via de functie ssh al dan niet geselecteerd is. 4. Klik op Annuleren. 5. Ga verder met Stap 7. De upgradegegevens opslaan. Stap 7. De upgradegegevens opslaan U kunt de huidige HMC-configuratie opslaan in een speciale schijfpartitie op de HMC of op lokale opslagmedia. Sla de upgradegegevens alleen op direct voordat u een nieuwe versie van de HMC-software installeert. Hierdoor kunt u de configuratie-instellingen van de HMC na de upgrade herstellen. Opmerking: Er is slechts één niveau van backupgegevens toegestaan. Elke keer dat u backupgegevens opslaat, wordt het vorige niveau overschreven. Als u upgradegegevens wilt opslaan, moet u het volgende doen: 1. Selecteer in het navigatiegebied de map HMC-beheer. 2. Selecteer in het contentgebied Upgradegegevens opslaan onder Bewerkingen. De wizard Upgradegegevens opslaan wordt geopend. 3. Selecteer het opslagmedium waarop u de upgradegegevens wilt opslaan. Als u de gegevens wilt opslaan op een verwisselbaar medium, kunt u deze nu plaatsen. Klik op Volgende. 4. Klik op Voltooien. 5. Wacht totdat de taak voltooid is. Als de taak Upgradegegevens Opslaan mislukt, neemt u contact op met de beheerder. Opmerking: Mocht de taak Upgradegegevens Opslaan mislukken, ga dan beslist niet verder met het upgradeproces. 6. Klik op OK. 7. Ga verder met Stap 8. De HMC-software upgraden. Stap 8. De HMC-software upgraden Om de HMC-software te upgraden, start u het systeem opnieuw op terwijl het verwisselbare medium in het DVD-station zit. 1. Plaats de installatiemedia van de HMC in het DVD-station. 2. Selecteer in de navigatiebalk HMC-beheer. 3. In het contentgebied klikt u op HMC afsluiten of opnieuw starten. 4. Controleer of HMC opnieuw starten is geselecteerd. Hardware Management Console installeren en configureren 81

96 5. Klik op OK. De HMC start opnieuw op en er verschijnen allerlei systeemgegevens op het scherm. 6. Select Upgrade en klik op Volgende. 7. Kies een van de volgende opties: v Als u in de vorige stap de upgradegegevens hebt opgeslagen, gaat u naar de volgende stap. v Als u eerder in deze procedure de upgradegegevens nog niet hebt opgeslagen, moet u dat alsnog doen vóórdat u verder kunt gaan. 8. Selecteer Upgraden vanaf medium en klik op Volgende. 9. Controleer de instellingen en klik op Voltooien. 10. Volg de aanwijzingen. Opmerking: v Als het scherm op zwart gaat, drukt u op de spatiebalk om de gegevens te zien. v Het installeren van de eerste DVD kan wel een minuutje of 20 duren. 11. Er verschijnt een aanmeldingsprompt. Meld u aan met uw gebruikers-id en wachtwoord. De installatie van de HMC-code is hiermee voltooid. 12. Ga verder met Stap 9. Controleren of de upgrade van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd. Stap 9. Controleren of de upgrade van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd U kunt als volgt controleren of de upgrade van de HMC-machinecode zonder problemen is geïnstalleerd: 1. Klik in het navigatiegebied op Updates. Onder het kopje HMC-codeniveau in het werkgebied worden de versie, de release, het onderhoudsniveau, het buildniveau en de basisversies van de HMC afgebeeld. 2. Controleer of de versie en release overeenkomen met de update die u hebt geïnstalleerd. 3. Als het weergegeven niveau van de code niet het geïnstalleerde niveau is, probeert u de bijwerktaak opnieuw uit te voeren met een nieuwe DVD. Als de fout blijft optreden, neem dan contact op met het eerstvolgende ondersteuningsniveau. De machinecode van de HMC migreren van versie 6 naar versie 7 Hier leest u hoe u de machinecode van een HMC kunt bijwerken van versie 6 naar versie 7 met behoud van de HMC-configuratiegegevens. Om de machinecode van de HMC te migreren van versie 6 naar versie 7, voert u stappen 1-9 uit. Belangrijk: De versie van de HMC-machinecode moet minstens versie 6 release 1.2 zijn om naar versie 7 release 0 te kunnen migreren. Zorg ervoor dat aan de minimumeisen wordt voldaan Om de machinecode op een HMC te migreren van versie 6 naar versie 7 moet u er eerst voor zorgen dat aan de volgende minimumeisen is voldaan: v De HMC heeft niveau 6.12 of hoger. Voor meer informatie over het controleren van het codeniveau en de release van de HMC raadpleegt u De versie en de release van de HMC-machinecode vaststellen op pagina 76. v De firmware van het systeem moet bijgewerkt zijn tot het nieuwste niveau. v U hebt de controle van de integriteit van het netwerk uitgevoerd v De HMC-hardware ondersteunt deze upgrade. Stap 1. De upgrade ophalen U kunt de upgrade als volgt verkrijgen: 82 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

97 U kunt de upgrade van de HMC-machinecode bestellen via de website Fix Central, door contact op te nemen met de serviceafdeling of door de upgrade te downloaden vanaf een FTP-server. 1. Ga op een computer of server met een internetverbinding naar de website eserver/support/fixes. 2. Selecteer de gewenste productgroep in de lijst met productgroepen. 3. Kies Hardware Management Console in de lijst met producten of fixtypen. 4. Klik op Continue. De site Hardware Management Console wordt afgebeeld. 5. Ga naar de gewenste HMC-versie. 6. Ga naar het gedeelte voor het downloaden en bestellen. Opmerking: Als u geen toegang tot internet hebt, neemt u contact op met de serviceafdeling om de upgrade op DVD te bestellen. 7. Volg de instructies om uw bestelling te plaatsen. 8. Als u de upgrade eenmaal in bezit hebt, gaat u naar Stap 2. Het bestaande niveau van de HMCmachinecode vaststellen. Stap 2. Het bestaande niveau van de HMC-machinecode vaststellen Om het actuele niveau van de machinecode op een HMC vast te stellen, voert u de volgende stappen uit: 1. Klik in het navigatiegebied op de map Onderhoud gelicentieerde interne code. 2. Selecteer Update van HMC-code. 3. Zoek in het statusgebied de versie en release van de HMC-machinecode op. 4. Noteer de huidige versie en release. Belangrijk: Voor een upgrade van HMC-machinecode naar , moet u eerst een fix toepassen. Meer informatie vindt u op 5. Ga verder met Stap 3. Een backup maken van de profielgegevens van het beheerde systeem. Stap 3. Een backup maken van de profielgegevens van het beheerde systeem U maakt als volgt een backup van de profielgegevens van het beheerde systeem: 1. Selecteer in het inhoudgebied het beheerde systeem. 2. Klik in het menu op Geselecteerd > Profielgegevens > Backup. 3. Geef een naam voor het backupbestand op en maak hiervan een notitie. 4. Klik op OK. 5. Herhaal stap 1 tot en met 4 voor elk van de beheerde systemen. Stap 4. Een backup van essentiële consolegegevens maken Maak een backup van essentiële consolegegevens voordat u een nieuwe versie van de HMC-software installeert. Mocht er bij het upgraden van de software iets mis gaan, dan is het op die manier altijd mogelijk om een vorig niveau te herstellen. Als de upgrade naar een nieuwe versie van de HMC-software goed verloopt, dient u deze essentiële consolegegevens echter niet meer te gebruiken. Opmerking: Als u ervoor kiest om een backup van de consolegegevens te maken op een verwisselbaar opslagmedium, zorg er dan voor dat u dat medium bij de hand hebt. U maakt als volgt een backup van de essentiële consolegegevens: 1. Kies een van de volgende opties: v Als u geen backup op DVD-RAM wilt maken, gaat u verder met de volgende stap. v Als u wél een backup op DVD-RAM wilt maken, voert u de volgende stappen uit: a. Plaats de DVD-RAM in het station. b. Klik in het navigatiegebied op Onderhoud gelicentieerde interne code. Hardware Management Console installeren en configureren 83

98 c. Selecteer Update van HMC-code. d. Selecteer Verwisselbare opslagmedia formatteren. e. Selecteer DVD-RAM formatteren. f. Klik op OK. g. Ga door met de volgende stap. 2. Selecteer in het gegevensgebied Backup van essentiële consolegegevens maken. 3. Selecteer een archiefoptie. U kunt de backup maken op een DVD in de HMC of op een systeem op afstand dat is gekoppeld aan het bestandssysteem van de HMC (bijvoorbeeld NFS), of de backup naar een site op afstand sturen met behulp van File Transfer Protocol (FTP). v Als u een backup op DVD wilt maken, selecteert u de desbetreffende optie en volgt u de instructies. v Als u een backup wilt maken op een gekoppeld systeem op afstand, selecteert u de optie in kwestie en volgt u de aanwijzingen. v Als u een backup wilt maken op een FTP-site, selecteert u de optie die dat aangeeft en volgt u de instructies. 4. Ga verder met Stap 5. De huidige HMC-configuratiegegevens noteren. Stap 5. De huidige HMC-configuratiegegevens noteren Voordat u een upgrade aanbrengt naar een nieuwe versie van de HMC-software, dient u als voorzorgsmaatregel de configuratiegegevens van de HMC vast te leggen. Voer de volgende sappen uit om de configuratiegegevens van de HMC vast te leggen: 1. Om de geplande bewerkingen van een beheerd systeem of logische partities te bekijken, opent u Systems Management. Als u geplande bewerkingen voor de HMC zelf wilt vastleggen, kiest u HMC Management en gaat u verder met stap Selecteer een beheerd systeem en partities waarvoor u HMC-configuratiegegevens wilt vastleggen. 3. Klik in het taakoverzicht op Geplande Bewerkingen. Alle geplande bewerkingen voor het geselecteerde doel worden afgebeeld. 4. Selecteer Sorteren > Op object. 5. Selecteer elk van de objecten en noteer de volgende gegevens: v Objectnaam v Geplande datum v Uitvoeringstijd (in 24-uursnotatie) v Herhalend (als dit Ja is, voer dan de volgende stappen uit): a. Selecteer Weergave > Planningsgegevens. b. Noteer de waarde voor het interval. c. Sluit het venster Geplande Bewerkingen. d. Herhaal dit voor elke geplande bewerking. 6. Sluit het venster Geplande bewerkingen aanpassen. 7. Ga verder met Stap 6. De status van de opdracht op afstand vastleggen. Stap 6. De status van de opdracht op afstand vastleggen 1. Selecteer in het navigatiegebied de map HMC-beheer. 2. Klik op HMC-configuratie. 3. Klik in het taakoverzicht Op afstand uitvoeren van opdrachten in- of uitschakelen. 4. Noteer of het vakje Uitvoering van opdrachten op afstand via de functie ssh al dan niet geselecteerd is. 5. Klik op Annuleren. 6. Ga verder met Stap 7. De upgradegegevens opslaan op pagina Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

99 Stap 7. De upgradegegevens opslaan U kunt de huidige HMC-configuratie opslaan in een speciale schijfpartitie op de HMC. Sla de upgradegegevens alleen op direct voordat u een nieuwe versie van de HMC-software installeert. Hierdoor kunt u de configuratie-instellingen van de HMC na de upgrade herstellen. De upgradegegevens worden tijdens de installatieprocedure automatisch hersteld. Opmerking: Er is slechts één niveau van backupgegevens toegestaan. Elke keer dat u backupgegevens opslaat, wordt het vorige niveau overschreven. 1. Ga naar het navigatiegebied en open de map Gelicentieerde interne code. 2. Selecteer Update van HMC-code. 3. Selecteer Upgradegegevens opslaan. 4. Selecteer DVD en klik op Doorgaan. 5. Plaats de DVD-media in het station. 6. Klik op Doorgaan om de taak te starten. 7. Wacht totdat de taak voltooid is. Als de taak Upgradegegevens Opslaan mislukt, neemt u contact op met de beheerder. Opmerking: Mocht de taak Upgradegegevens Opslaan mislukken, ga dan beslist niet verder met het upgradeproces. 8. Klik op OK. 9. Klik op Annuleren. 10. Ga verder met Stap 8. De HMC-software upgraden van versie 6 naar versie 7. Stap 8. De HMC-software upgraden van versie 6 naar versie 7 Belangrijk: Voor een upgrade van HMC-machinecode naar , moet u eerst een ptf toepassen. Meer informatie vindt u op Om de HMC-software te upgraden, start u het systeem opnieuw op terwijl de DVD-RAM in het DVDstation zit. 1. Plaats de installatiemedia van de HMC. 2. Voer de volgende stappen uit: a. Ga naar de menubalk van de HMC en kies Console > Afsluiten. b. Klik op Nu afsluiten. c. Klik in de afmeldingslijst op Console opnieuw opstarten en klik op OK. De HMC start opnieuw op en er verschijnen allerlei systeemgegevens op het scherm. 3. Select Upgrade en klik op Volgende. 4. Als er een waarschuwing verschijnt, kiest u uit de volgende opties: v Als u in de vorige stap de upgradegegevens hebt opgeslagen, gaat u naar de volgende stap. v Als u eerder in deze procedure de upgradegegevens nog niet hebt opgeslagen, moet u dat alsnog doen vóórdat u verder kunt gaan. 5. Selecteer Upgraden vanaf medium en klik op Volgende. 6. Controleer de instellingen en klik op Voltooien. 7. Volg de aanwijzingen. Opmerking: v Als het scherm op zwart gaat, drukt u op de spatiebalk om de gegevens te zien. v Het installeren van de eerste DVD kan wel een minuutje of 20 duren. 8. Verwijder desgevraagd de eerste DVD uit het station en plaats de tweede. Hardware Management Console installeren en configureren 85

100 9. Selecteer 1. Install additional software from media en druk op Enter. Druk op een willekeurige toets om te bevestigen dat u de installatie wilt voortzetten. Tijdens het installeren van de pakketten worden er in de HMC statusberichten afgebeeld. 10. Klik op Aanmelden en de webtoepassing van de Hardware Management Console starten. 11. Meld u aan bij de HMC-interface. 12. Ga verder met Stap 9. Controleren of de upgrade van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd. Stap 9. Controleren of de upgrade van de HMC-machinecode correct is geïnstalleerd 1. Klik in het navigatiegebied op Updates. Onder het kopje HMC-codeniveau in het werkgebied worden de versie, de release, het onderhoudsniveau, het buildniveau en de basisversies van de HMC afgebeeld. 2. Controleer of de versie en release overeenkomen met de update die u hebt geïnstalleerd. 3. Als het weergegeven niveau van de code niet het geïnstalleerde niveau is, probeert u de bijwerktaak opnieuw uit te voeren met een nieuwe DVD. Als de fout blijft optreden, neem dan contact op met het eerstvolgende ondersteuningsniveau. Stap 10. Een updatepakket verkrijgen U kunt de updatepakketten voor de HMC bestellen via de website Fix Central, door contact op te nemen met de serviceafdeling of door ze te downloaden vanaf een FTP-server. 1. Ga op een computer of server met een internetverbinding naar de website eserver/support/fixes. 2. Selecteer de gewenste productgroep in de lijst met productgroepen. 3. Kies Hardware Management Console in de lijst met producten of fixtypen. 4. Klik op Continue. De site Hardware Management Console wordt afgebeeld. 5. Ga naar de gewenste HMC-versie. 6. Ga naar het gedeelte voor het downloaden en bestellen. Opmerking: Als u geen toegang tot internet hebt, neemt u contact op met de serviceafdeling om de upgrade op DVD te bestellen. 7. Volg de aanwijzingen om het updatepakket naar een verwisselbaar medium te downloaden of om uw bestelling te plaatsen. Stap 11. Bewerkingen op deze HMC opnieuw plannen Als u een upgrade voor de HMC aanbrengt, moet u de bewerkingen die u met de vorige HMC-versie hebt gepland handmatig aanpassen. 1. Klik in het navigatiegebied op HMC-beheer. 2. Klik in het werkgebied op Bewerkingen plannen. De HMC vanaf een locatie op afstand upgraden met behulp van netwerkupgrade-images Hier leest u hoe u de software op een HMC met behulp van netwerkupgrade-images kunt upgraden vanaf een locatie op afstand. Hier leest u hoe u de software op een HMC met behulp van netwerkupgrade-images kunt upgraden vanaf een locatie op afstand. Als u een HMC van versie V6R1.2 of hoger (dus ook alle HMC V7-niveau) wilt upgraden, gaat u als volgt te werk. 1. Ga op een computer of server met een internetverbinding naar de website van de Hardware Management Console ( 86 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

101 2. Download het juiste HMC V7 netwerkimages en sla het op op een FTP-server. Het is niet mogelijk om deze bestanden rechtstreeks te downloaden naar de HMC. U moet de imagebestanden downloaden naar een server die FTP-opdrachten accepteert. 3. Zorg dat u de volgende bestanden downloadt: v initrd.gz v bzimage v disk1.img v disk2.img v disk3.img v hmcnetworkfiles.sum 4. Sla de upgradegegevens op op de HMC. Om de upgradegegevens op te slaan, voert u de volgende opdrachten uit vanaf de opdrachtregel: v Om gegevens op te slaan op zowel DVD als HDD, voert u de volgende opdrachten uit: mount /media/cdrom saveupgdata -r diskdvd v Om gegevens alleen op te slaan op HDD, voert u de volgende opdracht uit: saveupgdata -r disk 5. Kopieer de upgradebestanden naar een opstartbare schijfpartitie op de HMC. U kopieert de bestanden met behulp van de opdracht getupgfiles. Voorbeeld: getupgfiles -h <FTP-server> -u <gebruikers-id> -d <directory_op_afstand> Hierin is: v FTP-server de hostnaam of het IP-adres van de FTP-server waarop u de HMC netwerkimages hebt gedownload. v gebruikers-id een geldig gebruikers-id op de FTP-server. Als u geen wachtwoord opgeeft met het argument --passwd, wordt u om een wachtwoord gevraagd. v directory_op_afstand de directory op uw FTP-server waar de HMC netwerkimages worden opgeslagen. 6. Start de HMC opnieuw op om de naar de opstartbare schijfpartitie gekopieerde code te upgraden. Typ de opdracht chhmc -c altdiskboot -s enable --mode upgrade om de HMC opnieuw op te starten. 7. Start de HMC nogmaals opnieuw op om de upgrade te starten. U start de upgrade met de opdracht hmcshutdown -r -t now. Locaties van HMC-poorten U kunt de locaties van onderdelen vinden aan de hand van locatiecodes. Met de afbeeldingen van de HMC-poorten kunt u een locatiecode relateren aan de positie van de HMC-poort op de server E4B or 8205-E6B HMC-poortlocaties Aan de hand van dit diagram en deze tabel kunt u de HMC-poorten op een 8202-E4B of 8205-E6B toewijzen. Hardware Management Console installeren en configureren 87

102 Figuur E4B of 8205-E6B HMC-poortlocaties Tabel E4B of 8205-E6B HMC-poortlocaties Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED HMC-poort 1 Un-P1-T5 Nee HMC-poort 2 Un-P1-T6 Nee Meer informatie over de locatie van HMC-poorten op de 8202-E4B of de 8205-E6B vindt u in Locatie van onderdelen en locatiecodes voor 8202-E4B of 8205-E6B E4C or 8205-E6C HMC-poortlocaties Aan de hand van dit diagram en deze tabel kunt u de HMC-poorten op een 8202-E4C of 8205-E6C toewijzen. Figuur E4C of 8205-E6C HMC-poortlocaties 88 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

103 Tabel E4C of 8205-E6C HMC-poortlocaties Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED HMC-poort 1 Un-P1-T5 Nee HMC-poort 2 Un-P1-T6 Nee Meer informatie over de locatie van HMC-poorten op de 8202-E4C of 8205-E6C vindt u in Locatie van onderdelen en locatiecodes voor 8202-E4C of 8205-E6C E2B Locaties van HMC-poorten Aan de hand van dit diagram en deze tabel kunt u de HMC-poorten op een 8231-E2B toewijzen. Figuur E2BLocaties van HMC-poorten Tabel E2BLocaties van HMC-poorten Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED HMC-poort 1 Un-P1-T3 Nee HMC-poort 2 Un-P1-T4 Nee Meer informatie over de locatie van HMC-poorten op de 8231-E2B vindt u in Locatie van onderdelen en locatiecodes voor 8231-E2B E1C or 8231-E2C HMC-poortlocaties Aan de hand van dit diagram en deze tabel kunt u de HMC-poorten op een 8231-E1C of 8231-E2C toewijzen. Figuur E1C of 8231-E2C HMC-poortlocaties Tabel E1C of 8231-E2C HMC-poortlocaties Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED HMC-poort 1 Un-P1-T3 Nee HMC-poort 2 Un-P1-T4 Nee Meer informatie over de locatie van HMC-poorten op de 8231-E1C of de 8231-E2C vindt u in Locatie van onderdelen en locatiecodes voor 8231-E1C of 8231-E2C Hardware Management Console installeren en configureren 89

104 8233-E8B or 8236-E8C HMC-poortlocaties Aan de hand van dit diagram en deze tabel kunt u de HMC-poorten op een 8233-E8B of 8236-E8C toewijzen. Figuur E8B of 8236-E8C HMC-poortlocaties Tabel E8B of 8236-E8C HMC-poortlocaties Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED HMC-poort 1 Un-P1-T7 Nee HMC-poort 2 Un-P1-T8 Nee Meer informatie over de locatie van HMC-poorten op de 8233-E8B of8236-e8c vindt u in Locatie van onderdelen en locatiecodes voor 8233-E8B of 8236-E8C 8408-E8D 8248-L4T or 9109-RMD HMC-poortlocaties Aan de hand van dit diagram en deze tabel kunt u de HMC-poorten op een 8408-E8D 8248-L4T of RMD toewijzen. Figuur E8D 8248-L4T of 9109-RMD HMC-poortlocaties Tabel E8D 8248-L4T of 9109-RMD HMC-poortlocaties Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED HMC-poort 1 Un-P1-C1-T6 Ja HMC-poort 2 Un-P1-C1-T7 Ja 90 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

105 Tabel E8D 8248-L4T of 9109-RMD HMC-poortlocaties (vervolg) Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED Meer informatie over de locatie van HMC-poorten op een 8408-E8D of 9109-RMD vindt u in Locatie van onderdelen en locatiecodes voor 8408-E8D of 9109-RMD MMB or 9179-MHB HMC-poortlocaties Aan de hand van dit diagram en deze tabel kunt u de HMC-poorten op een 9117-MMB of 9179-MHB toewijzen. Figuur MMB of 9179-MHB HMC-poortlocaties Tabel MMB of 9179-MHB HMC-poortlocaties Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED HMC-poort 1 Un-P1-C1-T6 Ja HMC-poort 2 Un-P1-C1-T7 Ja Meer informatie over de locatie van HMC-poorten op een 9117-MMB of 9179-MHB vindt u in Locatie van onderdelen en locatiecodes voor 9117-MMB of 9179-HMC Poortlocaties in HCM 9117-MMC, 9117-MMD, 9179-MHC, 9179-MHD of 8412-EAD Aan de hand van dit diagram en deze tabel kunt u de HMC-poorten op een 9117-MMC, 9117-MMD, 9179-MHC, 9179-MHD of 8412-EAD toewijzen. Figuur 43. Poortlocaties in HCM 9117-MMC, 9117-MMD, 9179-MHC, 9179-MHD of 8412-EAD Hardware Management Console installeren en configureren 91

106 Tabel 21. Poortlocaties in HCM 9117-MMC, 9117-MMD, 9179-MHC, 9179-MHD of 8412-EAD Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED HMC-poort 1 Un-P1-C1-T6 Ja HMC-poort 2 Un-P1-C1-T7 Ja Meer informatie over de locatie van HMC-poorten op de 9117-MMC, 9117-MMD, 9179-MHC of 9179-MHD vindt u in Locatie van onderdelen en locatiecodes voor 9117-MMC, 9117-MMD, 9179-MHC of 9179-MHD 9119-FHB Locaties van HMC-poorten Aan de hand van dit diagram en deze tabel kunt u de HMC-poorten op een 9119-FHB toewijzen. Figuur FHBLocaties van HMC-poorten Tabel FHBLocaties van HMC-poorten Poort Fysieke locatiecode Identificatie-LED HMC (aansluiting J02, Ethernet to Un-Px-C1 J02 Nee Bulk power hub-bph) HMC (aansluiting J03, Ethernet to Un-Px-C1 J03 Nee Bulk power hub-bph) Meer informatie over de locatie van HMC-poorten op de 9119-FHB vindt u in Locatie van onderdelen en locatiecodes voor 9119-FHB 92 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

107 Kennisgevingen Deze informatie is ontwikkeld voor producten en diensten die worden aangeboden in de Verenigde Staten. De fabrikant levert de producten, diensten en functies die in deze publicatie worden besproken mogelijk niet in andere landen. Raadpleeg de vertegenwoordiger van de fabrikant voor informatie over de producten en voorzieningen die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzingen in deze publicatie naar producten of diensten van de fabrikant houden niet in dat uitsluitend deze producten of diensten kunnen worden gebruikt. Functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten kunnen in plaats daarvan worden gebruikt, mits dergelijke producten, programma's of diensten geen inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten van de fabrikant. Het is echter de verantwoordelijkheid van de gebruiker om alle geleverde producten, programma's en voorzieningen te controleren. Mogelijk heeft de fabrikant octrooien of octrooi-aanvragen met betrekking tot bepaalde in deze publicatie genoemde producten. Aan het feit dat deze publicatie aan u ter beschikking is gesteld, kan geen recht op licentie of ander recht worden ontleend. Informatie over het verkrijgen van een licentie kunt u opvragen, door te schrijven naar de fabrikant. Deze paragraaf is niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk of elk ander land waar deze voorwaarden strijdig zijn met de lokale wetgeving: DEZE PUBLICATIE WORDT AS IS VERSTREKT EN ZONDER ENIGE GARANTIE UITDRUKKELIJK NOCH STILZWIJGEND, MET INBEGRIP VAN DIE VOOR HET VOORGENOMEN GEBRUIK WAARVOOR HET PROGRAMMA IS BESTEMD OF GESCHIKTHEID VOOR EEN SPECIFIEK DOEL. In sommige landen is het uitsluiten van uitdrukkelijke of stilzwijgende garanties niet toegestaan. Voorgaande zin is dan ook op u wellicht niet van toepassing. In deze publicatie kunnen technische onjuistheden en drukfouten staan. Periodiek worden wijzigingen aangebracht aan de informatie in deze publicatie. Deze wijzigingen worden opgenomen in nieuwe uitgaven van deze publicatie. De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder vooraankondiging wijzigen en/ of verbeteringen aan te brengen in de product(en) en programma('s) die in deze publicatie worden beschreven. Verwijzingen in deze publicatie naar webpagina's die geen eigendom zijn van de fabrikant dienen slechts tot het gemak van de gebruiker en betekenen in geen geval dat deze webpagina's door IBM worden aanbevolen. Het materiaal op die webpagina's maakt geen deel uit van dit product en het gebruik ervan is volledig voor eigen risico. De fabrikant kan de informatie die u levert op elke manier gebruiken of distribueren die hij toepasselijk acht, zonder enige verplichting jegens u te scheppen. Alle gegevens over prestaties in dit gedeelte zijn verkregen in een gecontroleerde omgeving. Resultaten die worden verkregen in andere verwerkingsomgevingen kunnen daarom afwijken. Bepaalde metingen zijn verricht op systemen in de ontwikkelingsfase en er is geen enkele garantie dat deze metingen hetzelfde zullen zijn in algemeen verkrijgbare systemen. Bovendien is een aantal metingen afgeleid. Werkelijke resultaten kunnen verschillen. Gebruikers van deze publicatie moeten controleren welke gegevens geschikt zijn voor hun specifieke omgeving. Informatie over producten die niet door deze fabrikant zijn gemaakt, is verkregen van de leveranciers van de desbetreffende producten, uit de publicaties van deze leveranciers of uit andere publiek toegankelijke bronnen. Deze fabrikant heeft deze producten niet getest en staat niet in voor de prestaties van deze producten, de compatibiliteit of enig andere eis die kan worden gesteld aan producten die niet door deze fabrikant zijn gemaakt. Vragen over de prestaties van producten die niet door deze fabrikant zijn gemaakt, dienen te worden gesteld aan de leveranciers van deze producten. Copyright IBM Corp. 2010,

108 Alle uitingen over de toekomstige richting of over de intentie van de fabrikant kunnen te allen tijde zonder enige kennisgeving worden teruggetrokken en vertegenwoordigen uitsluitend doelen en doelstellingen. Alle afgebeelde prijzen zijn voorgestelde, actuele prijzen die zonder enige kennisgeving kunnen worden gewijzigd. De prijzen kunnen per dealer verschillen. Deze informatie is alleen bestemd voor planningsdoeleinden. De informatie is onderhevig aan wijzigingen alvorens de beschreven producten op de markt komen. Deze informatie bevat voorbeelden van gegevens en rapporten die tijdens de dagelijkse zakelijke activiteiten worden gebruikt. Om deze zo volledig mogelijk te illustreren, bevatten de voorbeelden de namen van personen, bedrijven, merken en producten. Al deze namen zijn fictief en eventuele overeenkomsten met de namen en adressen van bestaande bedrijven zijn toevallig. Indien u deze publicatie in elektronische vorm bekijkt, worden foto's en illustraties mogelijk niet afgebeeld. De tekeningen en specificaties in dit document mogen niet geheel of gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant. De fabrikant heeft deze informatie opgesteld voor de specifieke machines die zijn aangegeven. De fabrikant verklaart niet dat deze publicatie geschikt is voor enig ander doel. De computersystemen van de fabrikant bevatten mechanismen die zijn ontworpen om het risico van beschadiging of verlies van gegevens te verminderen. Dit risico kan echter niet geheel worden uitgesloten. Gebruikers die te maken krijgen met niet geplande onderbrekingen, systeemfouten, spanningswisselingen en uitval of storingen in onderdelen, dienen te controleren of de bewerkingen correct zijn uitgevoerd en of de gegevens die tijdens of kort voor de storing zijn opgeslagen of overgedragen correct zijn. Daarnaast dienen gebruikers procedures op te stellen voor onafhankelijke gegevensverificatie voor gegevens die worden gebruikt in gevoelige of essentiële bewerkingen. Nieuwe informatie en fixes voor het systeem en bijbehorende software kunt u vinden op de ondersteuningswebsites van de fabrikant. Kennisgeving van goedkeuring Dit product is mogelijke niet in uw land gecertificeerd voor verbinding op wat voor wijze dan ook met interfaces voor openbare telefoonnetwerken. Mogelijk is een nadere certificering wettelijk vereist voordat u een dergelijke verbinding tot stand brengt. Neem contact op met een IBM-vertegenwoordiger als u hierover vragen hebt. Merken IBM, het IBM-logo en ibm.com zijn handelsmerken van International Business Machines Corp., zoals wereldwijd geregistreerd in een groot aantal rechtsgebieden. Namen van andere producten en services kunnen merken zijn van IBM of andere bedrijven. Een actuele lijst van IBM-merken is op het web beschikbaar op Copyright and trademark information, op adres Java en alle op Java gebaseerde merken en logo's zijn merken van Oracle of gelieerde bedrijven. Microsoft is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten, andere landen of beide. Elektronische emissie Als u een beeldscherm op de apparatuur aansluit, gebruik dan daarvoor de aangewezen beeldschermkabel en eventuele storingsonderdrukkende apparaten die bij het beeldscherm zijn geleverd. 94 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

109 Kennisgevingen Klasse A De volgende kennisgevingen voor Klasse A zijn van toepassing op de IBM-servers met de POWER7- processor en bijbehorende voorzieningen, tenzij in de informatie van de voorziening omschreven als EMC (electromagnetic compatibility)-klasse B. Verklaring van de FCC (Federal Communications Commission) Opmerking: Deze apparatuur is getest en in overeenstemming bevonden met de beperkingen voor digitale apparatuur van klasse A. Bij onjuiste installatie en toepassing kan de apparatuur storing veroorzaken van radio- en televisie-ontvangst. Installeer en gebruik de apparatuur daarom volgens de aanwijzingen in deze publicatie. Gebruik van deze apparatuur in een woonomgeving kan leiden tot storingen; de gebruiker is in dit geval verantwoordelijk voor het opheffen van de storingen op eigen kosten. Om te voldoen aan de beperkingen voor straling, moeten correct afgeschermde en geaarde kabels en stekkers worden gebruikt. IBM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor storing van radio- en televisie-ontvangst die wordt veroorzaakt door andere dan aanbevolen kabels en aansluitingen of door niet-geautoriseerde wijzigingen aan deze apparatuur. Bij niet-geautoriseerde wijzigingen kan het recht van de gebruiker om de apparatuur te gebruiken, vervallen. Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-regels. Aan het gebruik ervan worden de volgende twee voorwaarden gesteld: (1) dit apparaat mag geen hinderlijke interferentie veroorzaken, en (2) dit apparaat moet elke ontvangen interferentie accepteren, met inbegrip van interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken. Industry Canada Compliance Statement This Class A digital apparatus complies with Canadian ICES-003. Avis de conformité à la réglementation d'industrie Canada Cet appareil numérique de la classe A est conforme à la norme NMB-003 du Canada. Kennisgeving voor de Europese Unie Dit product voldoet aan de voorwaarden voor bescherming zoals opgenomen in EU-richtlijn 2004/108/ EC van de Europese Commissie inzake de harmonisering van de wetgeving van Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit. IBM aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid indien, ten gevolge van een niet aanbevolen wijziging van het product, met inbegrip van de installatie van niet-ibm optiekaarten, niet wordt voldaan aan de beschermingsvereisten. Dit product is getest en voldoet aan de voorwaarden voor IT-apparatuur van Klasse B volgens European Standard EN De beperkingen voor apparatuur van Klasse A zijn bedoeld om in commerciële en industriële omgevingen een redelijke bescherming te bieden tegen interferentie met goedgekeurde communicatieapparatuur. Contactadres voor de Europese Unie IBM Deutschland GmbH Technical Regulations, Department M372 IBM-Allee 1, Ehningen, Germany Tele: [email protected] Waarschuwing: Dit is een product van Klasse A. In een woonomgeving kan dit product storing van de radio-ontvangst veroorzaken. In dat geval kan van de gebruiker worden verlangd adequate maatregelen te nemen. Kennisgevingen 95

110 VCCI-kennisgeving - Japan Onderstaand vindt u een samenvatting van de Japanse VCCI-kennisgeving in het vak hierboven: Dit is een klasse A-product op basis van de standaarden van de Voluntary Control Council for Interference by Information Technology Equipment (VCCI). In een woonomgeving kan dit product storing van de radio-ontvangst veroorzaken. In dat geval kan van de gebruiker worden verlangd correctieve maatregelen te nemen. JEITA Confirmed Harmonics Guideline (Japanese Electronics and Information Technology Industries Association, producten met minder dan 20 A per fase) JEITA Confirmed Harmonics Guideline met modificaties (Japanese Electronics and Information Technology Industries Association, producten met meer dan 20 A per fase) Kennisgeving Electromagnetic Interference (EMI) - Volksrepubliek China Verklaring: dit is een product van Klasse A. In een woonomgeving kan dit product storing van de radioen televisieontvangst veroorzaken. In dat geval dient de gebruiker gepaste maatregelen te nemen. 96 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

111 Kennisgeving Electromagnetic Interference (EMI) - Taiwan Onderstaand een samenvatting van bovenstaande EMI-kennisgeving voor Taiwan. Waarschuwing: dit is een product van Klasse A. In een woonomgeving kan dit product storing van de radio- en televisieontvangst veroorzaken. In dat geval dient de gebruiker gepaste maatregelen te nemen. IBM Taiwan Contact Information: Kennisgeving Electromagnetic Interference (EMI) - Korea Kennisgeving voor Duitsland Deutschsprachiger EU Hinweis: Hinweis für Geräte der Klasse A EU-Richtlinie zur Elektromagnetischen Verträglichkeit Dieses Produkt entspricht den Schutzanforderungen der EU-Richtlinie 2004/108/EG zur Angleichung der Rechtsvorschriften über die elektromagnetische Verträglichkeit in den EU-Mitgliedsstaaten und hält die Grenzwerte der EN Klasse A ein. Um dieses sicherzustellen, sind die Geräte wie in den Handbüchern beschrieben zu installieren und zu betreiben. Des Weiteren dürfen auch nur von der IBM empfohlene Kabel angeschlossen werden. IBM übernimmt keine Verantwortung für die Einhaltung der Schutzanforderungen, wenn das Produkt ohne Zustimmung von IBM verändert bzw. wenn Erweiterungskomponenten von Fremdherstellern ohne Empfehlung von IBM gesteckt/eingebaut werden. Kennisgevingen 97

112 EN Klasse A Geräte müssen mit folgendem Warnhinweis versehen werden: "Warnung: Dieses ist eine Einrichtung der Klasse A. Diese Einrichtung kann im Wohnbereich Funk- Störungen verursachen; in diesem Fall kann vom Betreiber verlangt werden, angemessene Maßnahmen zu ergreifen und dafür aufzukommen." Deutschland: Einhaltung des Gesetzes über die elektromagnetische Verträglichkeit von Geräten Dieses Produkt entspricht dem Gesetz über die elektromagnetische Verträglichkeit von Geräten (EMVG). Dies ist die Umsetzung der EU-Richtlinie 2004/108/EG in der Bundesrepublik Deutschland. Zulassungsbescheinigung laut dem Deutschen Gesetz über die elektromagnetische Verträglichkeit von Geräten (EMVG) (bzw. der EMC EG Richtlinie 2004/108/EG) für Geräte der Klasse A Dieses Gerät ist berechtigt, in Übereinstimmung mit dem Deutschen EMVG das EG-Konformitätszeichen - CE - zu führen. Verantwortlich für die Einhaltung der EMV Vorschriften ist der Hersteller: International Business Machines Corp. New Orchard Road Armonk, New York Tel: Der verantwortliche Ansprechpartner des Herstellers in der EU ist: IBM Deutschland GmbH Technical Regulations, Abteilung M372 IBM-Allee 1, Ehningen, Germany Tel: [email protected] Generelle Informationen: Das Gerät erfüllt die Schutzanforderungen nach EN und EN Klasse A. Kennisgeving Electromagnetic Interference (EMI) - Rusland Kennisgevingen Klasse B De volgende kennisgevingen voor Klasse B gelden voor voorzieningen die in de installatie-informatie worden omschreven als EMC (electromagnetic compatibility)-klasse B. Verklaring van de FCC (Federal Communications Commission) Deze apparatuur is getest en in overeenstemming bevonden met de beperkingen voor digitale apparatuur van klasse B. Deze beperkingen zijn bedoeld om in een woonomgeving een redelijke mate van bescherming te bieden tegen hinderlijke interferentie. 98 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

113 Deze apparatuur genereert, gebruikt en verzendt energie op radiofrequenties en kan, bij installatie en gebruik anders dan conform de instructies, hinderlijke interferentie met radiografische communicatie veroorzaken. Er is echter geen garantie dat dergelijke interferentie in een specifieke installatie niet zal optreden. Indien de apparaat storing van radio en televisie veroorzaakt (die kunt u controleren door de apparatuur aan en uit te zetten), dan kunt u de storing als volgt trachten te verhelpen: v Richt de radio- of televisie-antenne anders. v Stel de apparatuur anders op ten opzichte van het radio- of televisietoestel. v Sluit de apparatuur aan op een andere groep van het lichtnet. v Desgewenst kunt u zich voor nadere informatie wenden tot uw dealer of een elektrotechnisch installatiebureau. Om te voldoen aan de beperkingen voor straling, moeten correct afgeschermde en geaarde kabels en stekkers worden gebruikt. Deze zijn verkrijgbaar via de geautoriseerde IBM-dealer. IBM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor storing van radio- en televisie-ontvangst die wordt veroorzaakt door niet-geautoriseerde wijzigingen aan deze apparatuur. Bij niet-geautoriseerde wijzigingen kan het recht van de gebruiker om deze apparatuur te gebruiken, vervallen. Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-regels. Aan het gebruik ervan worden de volgende twee voorwaarden gesteld: (1) dit apparaat mag geen hinderlijke interferentie veroorzaken, en (2) dit apparaat moet elke ontvangen interferentie accepteren, met inbegrip van interferentie die een ongewenste werking kan veroorzaken. Industry Canada Compliance Statement This Class B digital apparatus complies with Canadian ICES-003. Avis de conformité à la réglementation d'industrie Canada Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme NMB-003 du Canada. Kennisgeving voor de Europese Unie Dit product voldoet aan de voorwaarden voor bescherming zoals opgenomen in EU-richtlijn 2004/108/ EC van de Europese Commissie inzake de harmonisering van de wetgeving van Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit. IBM aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid indien, ten gevolge van een niet aanbevolen wijziging van het product, met inbegrip van de installatie van niet-ibm optiekaarten, niet wordt voldaan aan de beschermingsvereisten. Dit product is getest en voldoet aan de voorwaarden voor Information Technology-apparatuur van Klasse B volgens de Europese standaard EN De beperkingen voor apparatuur van Klasse B zijn bedoeld om in normale woonomgevingen een redelijke bescherming te bieden tegen interferentie met goedgekeurde communicatieapparatuur. Contactadres voor de Europese Unie IBM Deutschland GmbH Technical Regulations, Department M372 IBM-Allee 1, Ehningen, Germany Tele: [email protected] Kennisgevingen 99

114 VCCI-kennisgeving - Japan JEITA Confirmed Harmonics Guideline (Japanese Electronics and Information Technology Industries Association, producten met minder dan 20 A per fase) JEITA Confirmed Harmonics Guideline met modificaties (Japanese Electronics and Information Technology Industries Association, producten met meer dan 20 A per fase) IBM Taiwan Contactinformatie Kennisgeving Electromagnetic Interference (EMI) - Korea Kennisgeving voor Duitsland Deutschsprachiger EU Hinweis: Hinweis für Geräte der Klasse B EU-Richtlinie zur Elektromagnetischen Verträglichkeit 100 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

115 Dieses Produkt entspricht den Schutzanforderungen der EU-Richtlinie 2004/108/EG zur Angleichung der Rechtsvorschriften über die elektromagnetische Verträglichkeit in den EU-Mitgliedsstaaten und hält die Grenzwerte der EN Klasse B ein. Um dieses sicherzustellen, sind die Geräte wie in den Handbüchern beschrieben zu installieren und zu betreiben. Des Weiteren dürfen auch nur von der IBM empfohlene Kabel angeschlossen werden. IBM übernimmt keine Verantwortung für die Einhaltung der Schutzanforderungen, wenn das Produkt ohne Zustimmung von IBM verändert bzw. wenn Erweiterungskomponenten von Fremdherstellern ohne Empfehlung von IBM gesteckt/eingebaut werden. Deutschland: Einhaltung des Gesetzes über die elektromagnetische Verträglichkeit von Geräten Dieses Produkt entspricht dem Gesetz über die elektromagnetische Verträglichkeit von Geräten (EMVG). Dies ist die Umsetzung der EU-Richtlinie 2004/108/EG in der Bundesrepublik Deutschland. Zulassungsbescheinigung laut dem Deutschen Gesetz über die elektromagnetische Verträglichkeit von Geräten (EMVG) (bzw. der EMC EG Richtlinie 2004/108/EG) für Geräte der Klasse B Dieses Gerät ist berechtigt, in Übereinstimmung mit dem Deutschen EMVG das EG-Konformitätszeichen - CE - zu führen. Verantwortlich für die Einhaltung der EMV Vorschriften ist der Hersteller: International Business Machines Corp. New Orchard Road Armonk, New York Tel: Der verantwortliche Ansprechpartner des Herstellers in der EU ist: IBM Deutschland GmbH Technical Regulations, Abteilung M372 IBM-Allee 1, Ehningen, Germany Tel: [email protected] Generelle Informationen: Das Gerät erfüllt die Schutzanforderungen nach EN und EN Klasse B. Voorwaarden en bepalingen Toestemming voor het gebruik van deze publicaties wordt verleend nadat u te kennen hebt gegeven dat u de volgende bepalingen en voorwaarden accepteert. Toepasselijkheid: Deze voorwaarden en bepalingen vormen een aanvulling op de voorwaarden en bepalingen die zijn opgenomen op de website van IBM. Persoonlijk gebruik: U mag deze publicaties verveelvoudigen voor eigen, niet commercieel gebruik onder voorbehoud van alle eigendomsrechten. Het is niet toegestaan om deze publicaties of delen daarvan te distribueren, weer te geven of te gebruiken in afgeleid werk zonder de uitdrukkelijke toestemming van IBM. Commercieel gebruik: U mag deze publicaties alleen verveelvoudigen, verspreiden of afbeelden binnen uw onderneming en onder voorbehoud van alle eigendomsrechten. Het is niet toegestaan om afgeleid werk te maken op basis van deze publicaties en om deze publicaties of delen daarvan te reproduceren, te distribueren of af te beelden buiten uw bedrijf zonder uitdrukkelijke toestemming van IBM. Kennisgevingen 101

116 Rechten: Behoudens de toestemmingen die u hierin uitdrukkelijk worden verleend, worden u geen andere toestemmingen, licenties of rechten verleend, uitdrukkelijk noch stilzwijgend, ten aanzien van de Publicaties of welke daarin opgenomen informatie, gegevens, software of andere intellectuele eigendommen dan ook. IBM behoudt zich het recht voor de hier verleende toestemming in te trekken, wanneer, naar het eigen oordeel van IBM, het gebruik van deze publicaties zijn belangen schaadt of als bovenstaande aanwijzingen niet naar behoren worden opgevolgd. Het is alleen toegestaan deze informatie te downloaden, te exporteren of opnieuw te exporteren indien alle van toepassing zijnde wetten en regels, inclusief alle exportwetten en -regels van de Verenigde Staten, volledig worden nageleefd. IBM GEEFT GEEN ENKELE GARANTIE MET BETREKKING TOT DE INHOUD VAN DEZE PUBLICA- TIES. DE PUBLICATIES WORDEN AANGEBODEN OP "AS-IS"-BASIS. ER WORDEN GEEN UITDRUK- KELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES GEGEVEN, WAARONDER INBEGREPEN DE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID, HET GEEN INBREUK MAKEN OP DE RECHTEN VAN ANDEREN, OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. 102 Power Systems: De Hardware Management Console installeren en configureren

117

118 Gedrukt in Nederland

Power Systems. Hardware Management Console installeren en configureren

Power Systems. Hardware Management Console installeren en configureren Power Systems Hardware Management Console installeren en configureren Power Systems Hardware Management Console installeren en configureren Opmerking Lees, voordat u deze informatie en het product gebruikt,

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan

Nadere informatie

Software-installatiehandleiding

Software-installatiehandleiding Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

CAP1300 Beknopte installatiehandleiding

CAP1300 Beknopte installatiehandleiding CAP1300 Beknopte installatiehandleiding 09-2017 / v1.0 Inhoud van de verpakking I Productinformatie... 3 I-1 Inhoud van de verpakking... 3 I-2 Systeemvereisten... 4 I-3 Hardware-overzicht... 4 I-4 LED-status...

Nadere informatie

1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7

1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 NEDERLANDS...5 nl 2 OVERZICHT nl 1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 3 BLUETOOTH VOORZIENINGEN...8 4 SOFTWARE INSTALLATIE...9 4.1 Voorbereidingen...10

Nadere informatie

HP Power Distribution Rack

HP Power Distribution Rack HP Power Distribution Rack Installatie-instructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING: Er is kans op letsel door elektrische schokken en gevaarlijk hoge spanningsniveaus. De elektrische aansluitingen

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de router dient aan te sluiten en hoe u hiermee verbinding met het internet kunt maken. Wat zit er in de doos? De

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Fiery Extended Applications Fiery Extended Applications (FEA) 4.1 is een pakket met de volgende toepassingen voor gebruik met

Nadere informatie

Inhoud verpakking. Terminologielijst. Powerline Adapter

Inhoud verpakking. Terminologielijst. Powerline Adapter Powerline Adapter Let op! Stel de Powerline Adapter niet bloot aan extreme temperaturen. Plaats het apparaat niet in direct zonlicht of in de directe nabijheid van verwarmingselementen. Gebruik de Powerline

Nadere informatie

N300 Wi-Fi-router (N300R)

N300 Wi-Fi-router (N300R) Easy, Reliable & Secure Installatiehandleiding N300 Wi-Fi-router (N300R) Handelsmerken Merk- en productnamen zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun respectieve eigenaars. Informatie kan

Nadere informatie

Schijfeenheden. Gebruikershandleiding

Schijfeenheden. Gebruikershandleiding Schijfeenheden Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Problemen oplossen

Hoofdstuk 2 Problemen oplossen Hoofdstuk 2 Problemen oplossen In dit hoofdstuk staat informatie over het oplossen van problemen met de router. Snelle tips Hier volgen een aantal tips voor het oplossen van eenvoudige problemen. Start

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de router op uw Local Area Network (LAN) installeert en verbinding maakt met het internet. Er wordt uitgelegd hoe

Nadere informatie

Stap Sluit de kabel vanaf uw modem aan op de Modem-aansluiting van uw router. (u herkent het juiste poortje aan de blauwe kleur)

Stap Sluit de kabel vanaf uw modem aan op de Modem-aansluiting van uw router. (u herkent het juiste poortje aan de blauwe kleur) Stap 1. 1. Sluit de kabel vanaf uw modem aan op de Modem-aansluiting van uw router. (u herkent het juiste poortje aan de blauwe kleur) 2. Sluit de adapter aan op de router en steek de stekker in het stopcontact.

Nadere informatie

2 mei 2014. Remote Scan

2 mei 2014. Remote Scan 2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5

Nadere informatie

Inhoud verpakking. Terminologielijst. Powerline Adapter

Inhoud verpakking. Terminologielijst. Powerline Adapter Powerline Adapter Let op! Stel de Powerline Adapter niet bloot aan extreme temperaturen. Plaats het apparaat niet in direct zonlicht of in de directe nabijheid van verwarmingselementen. Gebruik de Powerline

Nadere informatie

Handleiding installatie router bij FiberAccess

Handleiding installatie router bij FiberAccess Handleiding installatie router bij FiberAccess (c) 2008 Signet B.V. 1 van 11 Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Inhoud verpakking...4 3 Aansluitschema...5 4 Aansluiten router...6 5 Aansluiten interne netwerk...7

Nadere informatie

Software-updates Gebruikershandleiding

Software-updates Gebruikershandleiding Software-updates Gebruikershandleiding Copyright 2008, 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie

Nadere informatie

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina

Nadere informatie

Software voor printerbeheer

Software voor printerbeheer Software voor printerbeheer In dit onderwerp wordt het volgende besproken: CentreWare-software gebruiken op pagina 3-10 Printerbeheerfuncties gebruiken op pagina 3-12 CentreWare-software gebruiken CentreWare

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de router op uw Local Area Network (LAN) installeert en verbinding maakt met het internet. Er wordt uitgelegd hoe

Nadere informatie

Modemnetwerk en lokaal netwerk (Local Area Network)

Modemnetwerk en lokaal netwerk (Local Area Network) Modemnetwerk en lokaal netwerk (Local Area Network) Handleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De

Nadere informatie

Vigor 2850 serie Dual PPPoA/PVC - RoutIT

Vigor 2850 serie Dual PPPoA/PVC - RoutIT Vigor 2850 serie Dual PPPoA/PVC - RoutIT PPPoA en NAT + PPPoA en routing RoutIT maakt gebruik van 2 keer PPPoA, waarbij de eerste PPPoA wordt gebruikt voor NAT en de tweede PPPoA wordt toegepast voor routing.

Nadere informatie

Software-updates Gebruikershandleiding

Software-updates Gebruikershandleiding Software-updates Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie

Nadere informatie

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat

Nadere informatie

ipact Installatiehandleiding CopperJet 816-2P / 1616-2P Router

ipact Installatiehandleiding CopperJet 816-2P / 1616-2P Router ipact Installatiehandleiding CopperJet 816-2P / 1616-2P Router Stap 1: Het instellen van uw computer Instellen netwerkkaart om de modem te kunnen bereiken: Windows 98/ME: Ga naar Start Instellingen Configuratiescherm

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. Wi-Fi Versterker

Gebruikershandleiding. Wi-Fi Versterker Gebruikershandleiding Wi-Fi Versterker De gesprekskosten bedragen 0,18 /minuut 2 INHOUD Introductie van de Wi-Fi versterker... 5 Inhoud van de verpakking... 5 Systeemvereisten... 6 Hardware Installatie...

Nadere informatie

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Extended Applications (FEA) v4.4 bevat Fiery software voor het uitvoeren van taken met een Fiery Server. In dit document wordt beschreven

Nadere informatie

Het lokale netwerk configureren

Het lokale netwerk configureren Het lokale netwerk configureren Als u een lokaal netwerk wilt configureren, dient u eventueel de netwerkinstellingen van de PC s te configureren die via de router of het access point met elkaar moeten

Nadere informatie

(2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem

(2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem (2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem Raadpleeg eerst de Quick-Start Guide voor het installeren van uw DSL-aansluiting voordat u deze handleiding leest. Versie 30-08-02 Handleiding

Nadere informatie

Inhoud van de verpakking

Inhoud van de verpakking Handelsmerken NETGEAR, het NETGEAR-logo en Connect with Innovation zijn handelsmerken en/of gedeponeerde handelsmerken van NETGEAR, Inc. en/of diens dochterondernemingen in de Verenigde Staten en/of andere

Nadere informatie

HP UPS R3000 ERM Installatie-instructies

HP UPS R3000 ERM Installatie-instructies HP UPS R3000 ERM Installatie-instructies Overzicht De ERM bestaat uit twee accu s in een 2U-chassis. De ERM staat direct in verbinding met een UPS R3000 of een andere ERM. Er kunnen maximaal twee ERM-eenheden

Nadere informatie

Geheugenmodules Gebruikershandleiding

Geheugenmodules Gebruikershandleiding Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten

Nadere informatie

goes Secure Siemens Groep in Nederland Sander Rotmensen tel: 070-3333555 [email protected]

goes Secure Siemens Groep in Nederland Sander Rotmensen tel: 070-3333555 Sander.rotmensen@siemens.com goes Secure Sander Rotmensen tel: 070-3333555 [email protected] Onbeveiligde hardware oplossing = Ping Security hardware oplossing 602, 612, 613 en de Softnet Security Client Beveiligde hardware

Nadere informatie

Softphone Installatie Handleiding

Softphone Installatie Handleiding Softphone Installatie gids Softphone Installatie Handleiding Specifications subject to change without notice. This manual is based on Softphone version 02.041 and DaVo I en II software version 56.348 or

Nadere informatie

Mobiel Internet Veiligheidspakket

Mobiel Internet Veiligheidspakket Mobiel Internet Veiligheidspakket Gebruikershandleiding Mobiel Internet Veiligheidspakket voor Windows Mobile smartphones Mobiel IVP Windows Mobile Versie 1.0, d.d. 20-07-2011 Inleiding... 3 1 Installatie...

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION A6000 http://nl.yourpdfguides.com/dref/853144

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION A6000 http://nl.yourpdfguides.com/dref/853144 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP PAVILION A6000. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP PAVILION A6000 in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

Samsung Auto Backup FAQ

Samsung Auto Backup FAQ Samsung Auto Backup FAQ Installatie V: Ik heb het Samsung externe harde schijfstation aangesloten maar er gebeurt niets. A: Controleer de verbinding met de USB-kabel. Als het Samsung externe harde schijfstation

Nadere informatie

Geheugenmodules Gebruikershandleiding

Geheugenmodules Gebruikershandleiding Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten

Nadere informatie

Quickstart ewon Cosy 131

Quickstart ewon Cosy 131 Quickstart ewon Cosy 131 Inleiding In deze quickstart leggen we stap voor stap uit hoe de ewon Cosy snel geconfigureerd kan worden. Mocht u toch meer gedetailleerde informatie nodig hebben dan verwijzen

Nadere informatie

Inhoud van de verpakking

Inhoud van de verpakking Handelsmerken NETGEAR, het NETGEAR-logo en Connect with Innovation zijn handelsmerken en/of gedeponeerde handelsmerken van NETGEAR, Inc. en/of diens dochterondernemingen in de Verenigde Staten en/of andere

Nadere informatie

Geheugenmodules Gebruikershandleiding

Geheugenmodules Gebruikershandleiding Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten

Nadere informatie

Installatie. NETGEAR 802.11ac Wireless Access Point WAC120. Inhoud van de verpakking

Installatie. NETGEAR 802.11ac Wireless Access Point WAC120. Inhoud van de verpakking Handelsmerken NETGEAR, het NETGEAR-logo en Connect with Innovation zijn handelsmerken en/of gedeponeerde handelsmerken van NETGEAR, Inc. en/of diens dochterondernemingen in de Verenigde Staten en/of andere

Nadere informatie

EWS660AP. Quick Installation Guide

EWS660AP. Quick Installation Guide Verpakkingsinhoud Pak de doos uit en controleer de volgende items: - Managed indoor access point - Stroomadapter - RJ-45 Ethernet kabel - Montage bracket - Montagekit - T-Rail montagekit Minimale vereisten

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding 2 Installatiehandleiding Kabelinternet BetuweNet BetuweNet Helpdesk Julianastraat 9 6851 KJ Huissen 026 3263010 026 3257011 [email protected] www.betuwe.net Installatiehandleiding - pagina 0 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Linksys PLEK500 Powerline-netwerkadapter Inhoud Overzicht...............3 Kenmerken.................... 3 Hoe Powerline-netwerken werken........... 4 Installatievoorbeeld.......................

Nadere informatie

Controlelijst bij het uitpakken

Controlelijst bij het uitpakken Onderdeelnummer: 67P4583 Controlelijst bij het uitpakken Hartelijk gefeliciteerd met uw nieuwe IBM ThinkPad X Series computer. Controleer of u alle items in deze lijst hebt ontvangen. Mocht een van de

Nadere informatie

Gigaset pro VLAN configuratie

Gigaset pro VLAN configuratie Gigaset pro VLAN configuratie Hogere betrouwbaarheid door gebruik van VLAN s. De integratie van spraak en data stelt eisen aan de kwaliteit van de klanten infrastructuur. Er zijn allerlei redenen waarom

Nadere informatie

Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding

Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA MOBILE PHONES Ltd. verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat de producten DTN-10 en DTN-11 conform zijn aan de

Nadere informatie

Installatiehandleiding software

Installatiehandleiding software Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

EW-7416APn v2 & EW-7415PDn Macintosh Installatiegids

EW-7416APn v2 & EW-7415PDn Macintosh Installatiegids EW-7416APn v2 & EW-7415PDn Macintosh Installatiegids 09-2012 / v2.0 0 Voordat u begint Voordat u dit access point in gebruik neemt dient u eerst te controleren of alle onderdelen in de verpakking aanwezig

Nadere informatie

R6200v2 Smart Wi-Fi-router Installatiehandleiding

R6200v2 Smart Wi-Fi-router Installatiehandleiding Handelsmerken NETGEAR, het NETGEAR-logo en Connect with Innovation zijn handelsmerken en/of gedeponeerde handelsmerken van NETGEAR, Inc. en/of diens dochterondernemingen in de Verenigde Staten en/of andere

Nadere informatie

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten

Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten Hoofdstuk 1 De Router op het internet aansluiten In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de router dient aan te sluiten en hoe u hiermee verbinding met het internet kunt maken. Wat zit er in de doos? De

Nadere informatie

RUCKUS UNLEASHED GATEWAY

RUCKUS UNLEASHED GATEWAY RUCKUS UNLEASHED GATEWAY Technote Versie: 1.0 Auteur: Herwin de Rijke Datum: 06-03-2017 Alcadis Vleugelboot 8 3991 CL Houten www.alcadis.nl 030 65 85 125 Inhoud 1 Inleiding... 2 1.1 1.2 1.3 1.4 DOELSTELLING...

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 5500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 5500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION MEDIA CENTER M8000

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION MEDIA CENTER M8000 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP PAVILION MEDIA CENTER M8000. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP PAVILION MEDIA CENTER M8000 in

Nadere informatie

Firmware Upgrade Utility

Firmware Upgrade Utility Firmware Upgrade Utility Inhoudsopgave Firmware Upgrade Procedure Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Inhoudsopgave 2 Voorbereiding 3 Modem/router resetten naar fabrieksinstellingen 3 Computer configuratie

Nadere informatie

GEAVANCEERDE NETWERK BEWAKING- EN KOEPELCAMERA

GEAVANCEERDE NETWERK BEWAKING- EN KOEPELCAMERA GEAVANCEERDE NETWERK BEWAKING- EN KOEPELCAMERA INSTALLATIEGIDS Lees deze instructies voor gebruik zorgvuldig door en bewaar het voor later naslag. 1. OVERZICHT 1.1 Inhoud verpakking Netwerkcamera Installatiegids

Nadere informatie

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden.

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik Sense Desktop Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik, QlikTech, Qlik

Nadere informatie

VPN Remote Dial In User. DrayTek Smart VPN Client

VPN Remote Dial In User. DrayTek Smart VPN Client VPN Remote Dial In User DrayTek Smart VPN Client Inhoudsopgave VPN Remote Dial In... 3 Verbinding maken met de DrayTek router... 4 DrayTek VPN Remote Dial In configuratie PPTP VPN... 5 VPN verbinding opzetten

Nadere informatie

Samsung Drive Manager - veelgestelde vragen

Samsung Drive Manager - veelgestelde vragen Samsung Drive Manager - veelgestelde vragen Installeren V: Mijn externe harde schijf van Samsung is aangesloten, maar er gebeurt niets. A: Controleer de USB-kabel. Als de externe harde schijf van Samsung

Nadere informatie

1. Controleren van de aansluiting op de splitter

1. Controleren van de aansluiting op de splitter Configuratie Copperjet 1616-2p (SurfSnel ADSL connected by BBned) 1. Controleren van de aansluiting op de splitter 2. Toegang tot de modem 3. Router installatie bij afname meerdere IP adressen (8, 16 of

Nadere informatie

Optibel Breedband Telefonie Installatie- en Gebruikershandleiding

Optibel Breedband Telefonie Installatie- en Gebruikershandleiding Optibel Breedband Telefonie Installatie- en Gebruikershandleiding SPA-2000 Gefeliciteerd met uw keuze voor Optibel telefonie. We hopen dat u tevreden zult zijn met onze service en zien er naar uit de komende

Nadere informatie

b-logicx handleiding INHOUDSOPGAVE VPN verbinding voor Windows XP UG_VPN.pdf

b-logicx handleiding INHOUDSOPGAVE VPN verbinding voor Windows XP UG_VPN.pdf VPN verbinding voor Windows XP INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2 2. Wat is de bedoeling? 3 2.1 Waarom een VPN verbinding 3 2.2 Wat is zeker niet de bedoeling? 3 2.3 Wat heb je nodig? 3 3. Instellen van de VPN

Nadere informatie

Software-updates Handleiding

Software-updates Handleiding Software-updates Handleiding Copyright 2008 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie in deze documentatie

Nadere informatie

BIPAC 7402G. 802.11g ADSL VPN Firewall Router. Snelle Start Gids

BIPAC 7402G. 802.11g ADSL VPN Firewall Router. Snelle Start Gids BIPAC 7402G 802.11g ADSL VPN Firewall Router LEDs aan de Voorzijde Voor meer gedetailleerde instructies over het configureren en gebruik van de 802.11g ADSL VPN Firewall Router, zie de online handleiding.

Nadere informatie

SMART HOMES - SMART BUILDINGS. Snel aan de slag

SMART HOMES - SMART BUILDINGS. Snel aan de slag Snel aan de slag versie 1.5 Copyright 2014, Plugwise. Alle rechten voorbehouden Plugwise B.V. Wattstraat 56 2171 TR Sassenheim Telefoon: 0252-433070 E-mail: [email protected] Bezoek ons ook via www.plugwise.nl

Nadere informatie

SSL VPN. In deze handleiding zullen wij onderstaande SSL mogelijkheden aan u uitleggen. - SSL VPN account/groep creëren.

SSL VPN. In deze handleiding zullen wij onderstaande SSL mogelijkheden aan u uitleggen. - SSL VPN account/groep creëren. SSL VPN SSL VPN SSL VPN is een web based versie van VPN waarbij er geen VPN client software nodig is. Het wordt niet beperkt door netwerkomgevingen en is zeer eenvoudig te configureren. SSL staat voor

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC

Uw gebruiksaanwijzing. HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP

Nadere informatie

Xesar. Inbedrijfstelling Netwerkadapter

Xesar. Inbedrijfstelling Netwerkadapter Xesar Inbedrijfstelling Netwerkadapter PC-configuratie Voor de configuratie van de Xesarnetwerkadapter kunt u een willekeurige pc gebruiken. Dit kan ook de pc zijn waarop wordt gewerkt met de Xesar-software.

Nadere informatie

De reden dat providers (KPN) voor Routed IPTV kiezen is vanwege het ondersteunen van bepaalde diensten zoals Netflix op de SetupBox.

De reden dat providers (KPN) voor Routed IPTV kiezen is vanwege het ondersteunen van bepaalde diensten zoals Netflix op de SetupBox. Routed IPTV Inhoudsopgave Routed IPTV... 3 Routed IPTV WAN configuratie... 4 Routed IPTV LAN configuratie... 8 IGMP Proxy & IGMP Snooping... 11 Hardware Acceleration... 12 Load Balance / Route Policy...

Nadere informatie

Installatiehandleiding SCENARIO ADVIES. Oktober Versie 1.3

Installatiehandleiding SCENARIO ADVIES. Oktober Versie 1.3 Installatiehandleiding SCENARIO ADVIES Oktober 2015 Versie 1.3 Hoofdstuk 1, Installatiehandleiding Scenario Advies Inhoud 1 Installatiehandleiding Scenario Advies... 1 2 Voorbereiding installatie Scenario

Nadere informatie

- Als het Power lampje niet brandt controleer of u de adapter in een (werkend) stopcontact gestoken heeft en de adapter op het modem is aangesloten.

- Als het Power lampje niet brandt controleer of u de adapter in een (werkend) stopcontact gestoken heeft en de adapter op het modem is aangesloten. Controleren van de aansluiting Configuratie Siemens SX76x (SurfSnel ADSL connected by KPN) Als u gebruik maakt van Linesharing en u wilt bellen met uw KPN lijn, dan dient u de splitter te gebruiken die

Nadere informatie

Belangrijke veiligheidsinstructies

Belangrijke veiligheidsinstructies 1 nl Megapixel IP Camera s Belangrijke veiligheidsinstructies Typenummers: NWC-700, NWC-800, NWC-900 Lees, volg en bewaar alle onderstaande veiligheidsvoorschriften. Neem alle waarschuwingen op het apparaat

Nadere informatie

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten

Nadere informatie

N150 Wi-Fi-router (N150R)

N150 Wi-Fi-router (N150R) Easy, Reliable & Secure Installatiehandleiding N150 Wi-Fi-router (N150R) Handelsmerken Merk- en productnamen zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun respectieve eigenaars. Informatie kan

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION W5000

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION W5000 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP PAVILION W5000. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP PAVILION W5000 in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

Getting Started. AOX-319 PBX Versie 2.0

Getting Started. AOX-319 PBX Versie 2.0 Getting Started AOX-319 PBX Versie 2.0 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 OVER DEZE HANDLEIDING... 3 ONDERDELEN... 3 INSTALLATIE EN ACTIVERING... 3 BEHEER VIA DE BROWSER... 4 BEHEER VIA DE CONSOLE... 5 BEVEILIGING...

Nadere informatie

BIPAC-711C2 / 710C2. ADSL Modem / Router. Snelle Start Gids

BIPAC-711C2 / 710C2. ADSL Modem / Router. Snelle Start Gids BIPAC-711C2 / 710C2 ADSL Modem / Router Snelle Start Gids Billion BIPAC-711C2/710C2 ADSL Modem / Router Voor meer gedetailleerde instructies over het configureren en gebruik van de ADSL Modem/Router,

Nadere informatie

BUITEN IR-NETWERKCAMERA Serie

BUITEN IR-NETWERKCAMERA Serie BUITEN IR-NETWERKCAMERA Serie INSTALLATIEGIDS Lees deze instructies voor gebruik zorgvuldig door en bewaar het voor later naslag. 1. OVERZICHT 1.1 Inhoud verpakking Netwerkcamera Installatiesticker Installatiegids

Nadere informatie

EW-7438APn. Snelstartgids. 07-2013 / v1.0

EW-7438APn. Snelstartgids. 07-2013 / v1.0 EW-7438APn Snelstartgids 07-2013 / v1.0 I. Productinformatie I-1. Inhoud van de verpakking - EW-7438APn Access point - CD met meertalige QIG en gebruikershandleiding - Snelstartgids - RJ45 Ethernet-kabel

Nadere informatie

EM4587 Dualband Draadloze USB Adapter

EM4587 Dualband Draadloze USB Adapter EM4587 Dualband Draadloze USB Adapter 2 NEDERLANDS EM4587 Dualband Draadloze USB Adapter Inhoudsopgave 1.0 Introductie... 2 1.1 Inhoud van de verpakking... 2 2.0 De EM4587 installeren en verbinden (alleen

Nadere informatie

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding

Geheugenmodules. Gebruikershandleiding Geheugenmodules Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP-producten

Nadere informatie

ImageNow Taalpakket Aan de slag

ImageNow Taalpakket Aan de slag ImageNow Taalpakket Aan de slag Versie: 6.6.x Geschreven door: Product Documentation, R&D Datum: oktober 2011 ImageNow en CaptureNow zijn geregistreerde handelsmerken van Perceptive Software. Alle andere

Nadere informatie