NUOD - Sector Financiën Intern verslag van een vergadering met de Overheid orgaan: TOC [tussenoverlegcomité personeel] informeel datum: 7-2-2017 verslaggever: François Goris Polyvalentie binnen Algemene Administratie Fiscaliteit Vertegenwoordigers van de Overheid: Philippe Jacquij (PJ), administrateur-generaal van de AA Fiscaliteit Didier Leemans (DL), administrateur Particulieren Satako NAKAYAMA (SN), administrateur KMO De Meulder, administrateur GO Kurt Van Raemdonck, stafdirecteur Personeel, voorzitter Sarah Blancke, BUPA Fiscaliteit PJ opent de vergadering met te stellen dat de presentatie, welke in december verspreid werd, aangepast werd omdat ze onvoldoende duidelijk was, aanleiding gaf tot veel ongerustheid en niet altijd correcte geïnterpreteerd werd door de leidinggevenden. Hij voegt er onmiddellijk aan toe dat de personeelsleden die 59 jaar en ouder zijn (wat toch 19 % van het personeel binnen KMO vertegenwoordigd) niet verplicht polyvalent dienen te worden (vrijwillig kan wel). Toevallig of niet maar PJ is ook 59 jaar. Volgens SN dient er onder polyvalentie verstaan te worden dat medewerkers taken kunnen uitvoeren waarvoor een gebruikerskennis nodig is in twee materies: ofwel PB en BTW ofwel Venb en BTW. Maar het is niet expert zijn in de twee materies. Controlediensten Elke medewerker heeft dus een gebruikerskennis in twee materies en een expertisedomein in één van deze materies en zal ingezet worden op makkelijkere taken in de twee materies (de zogenaamde standaard acties) en op moeilijkere taken in zijn expertisedomein (de zogenaamde complexe acties). De Administratie wil haar controleacties centraal labelen in 4 categorieën: Soort actie omschrijving voorbeeld Standaard polyvalente acties acties met luiken in de twee materies acties omzet Complexe polyvalente acties Standaard acties in 1 materie BTW stop acties met luiken in de twee materies BTW stop BTW stop Complexe acties worden enkel gedaan door medewerkers in hun expertisedomein terwijl standaard acties door alle medewerkers kunnen uitgevoerd worden voor de materies waarvoor ze een gebruikerskennis hebben. Pagina: 1
De moeilijkheidsgraad van de acties wordt centraal bepaald maar iedere teamchef kan hiervan gemotiveerd afwijken mits validatie door het afdelingshoofd. De administratie ziet de planning om de medewerkers van de controlediensten polyvalent te maken als volgt: 2016-2018 Volgen van de opleidingen Progressief aanleren van polyvalentie door opdrachten uit te voeren in de andere materie 2018 Medewerkers die in 2016/2017 zijn gestart met opleidingen kunnen polyvalente acties autonoom uitvoeren 2019 Alle medewerkers die opleidingen hebben kunnen volgen zijn polyvalent Expertisediensten Voor de expertisediensten (geschillen) wordt een gelijkaardige polyvalentie uiteengezet met standaard geschillen die polyvalent behandeld worden, namelijk elke medewerker kent twee materies waardoor hij/zij standaard geschillen in twee materies alleen kan afhandelen en complexe geschillen die behandeld worden door experten elk voor hun materie. Hier is het echter de teamchef expertise, die onder supervisie van het afdelingshoofd, de complexiteit van het geschil bepaalt. De administratie ziet de planning om de medewerkers van de expertisediensten polyvalent te maken als volgt: 2017-2018 Volgen van de opleidingen Progressief aanleren van polyvalentie door dossiers uit te voeren in de andere materie 2018-2019 Medewerkers die in 2017/2018 zijn gestart met opleidingen kunnen polyvalente dossiers autonoom behandelen 2020 Alle medewerkers die opleidingen hebben kunnen volgen, zijn polyvalent Beheersdiensten De administratie gaat alle beheerstaken clusteren in 9 coherente takenpakketten. Binnen deze pakketten voert de medewerker taken uit in ofwel BTW-PB of BTW-VenB. Deze takenpakketten zijn: AAII - AGPR Anomalieën aangifte AO Beheer Dienstverlening B-57 (bouwwaarden) Niet-indieners Signaletiek Tabellen VenB Diversen De taken binnen takenpakket worden per moeilijkheidsgraad opgedeeld 1: eenvoudig: taken kunnen uitgevoerd worden met een beperkte fiscale kennis (60% van de taken) Vb. Ontvangstdatum aangiftes inbrengen 2: taken met een medium complexiteit Vb. Taak B4: Foutenlijst laattijdige aangifte 3: complexe taken Vb. Herkwalificatie van een RPB dossier naar VenB of van een VenB dossier naar RPB De medewerkers van de beheersdiensten kunnen in 1 tot 3 takenpakketten ingezet worden en elke teamchef bepaalt hoeveel en welke taken deze medewerker moet kunnen, afhankelijk van zijn niveau (D,C,B en A) en de Pagina: 2
capaciteiten van de medewerkers. Volgens SN zullen 60 % van de taken kunnen uitgevoerd worden met beperkte fiscale kennis. De administratie ziet de planning om de medewerkers van de beheersdiensten polyvalent te maken als volgt: 2016-2017 Volgen van de opleidingen Progressief aanleren van polyvalentie door dossiers uit te voeren in de andere materie 2017 Toewijzing van taken en starten met uitvoeren van taken in de andere materie 2018 Taken in de twee materies autonoom kunnen uitvoeren Bezorgdheden van de medewerkers Blijkbaar zijn de opmerkingen van het personeel toch doorgedrongen tot het management want ze wijden een heel hoofdstuk in hun uiteenzetting aan de bezorgdheden van de medewerkers die ze in drie vragen proberen samen te vatten: zijn ze in staat om de nieuwe kennis aan te leren? zullen ze de vragen van de belastingplichtigen kunnen beantwoorden? kunnen ze hun controles correct uitvoeren in de twee materies? Het antwoord, wat betreft de eerste drie punten, leert ons dat de administratie eigenlijk er geen heeft: vertrouwen in onze medewerkers dat zij in staat zijn om nieuwe materie te leren vertrouwen dat zij, na het volgen van opleidingen en inwerkperiode, in staat zullen zijn om hun werk correct te doen zij hebben in hun loopbaan al bewezen dat ze dit kunnen AA Fisc neemt maatregelen om de polyvalentie te begeleiden Als begeleidingsmaatregelen stelt de administratie voor: medewerkers dienen pas polyvalente taken te doen nadat zij opgeleid zijn Vanaf 59 jaar is polyvalentie op vrijwillige basis Ondersteuningstrajecten voor medewerkers door coaching on the job Daarna stelt de administratie haar uitgebreid (?) opleidingsprogramma voor met: 10 modules (bestaande uit één dag theoretische vorming en 1 dag workshop per module) voor de medewerkers van de beheersdiensten en een theoretische opleiding voor de teamchefs van de beheersdiensten; kantelingscursussen in de drie materies (PB VenB BTW en Procedure) waarbij elke medewerker zich in één van de andere twee materies kan scholen. Samenstelling van de modules voor de beheersdiensten: Beheer: tien modules btw: 1. Signaletiek 2. De Aangifte 3. Rekening-courant en Bijzondere rekening 4. Klantenlisting 5. Indieningsverplichtingen voor specifieke belastingplichtigen 6. Intracommunautaire opgave 7. Aanpak niet-indieners inzake btw 8. Bespreking meest voorkomende btw-lijsten 9. Bespreking diverse taken 10. Behandeling toevallige BP controle bouwwaarde gunstregeling invaliden administratieve behandeling falingen Pagina: 3 Beheer: tien modules PB/VenB: 1. Procedure deel I 2. Procedure deel II 3. Foutboodschappen TAXI deel I 4. Foutboodschappen TAXI deel II 5. Foutboodschappen TAXI deel III 6. VenB theoretische basis (1e bewerking) 7. VenB theoretische basis (2e-9e bewerking) 8. Andere applicaties en link met dagdagelijkse taken 9. Rechtspersonenbelasting 10. Theorie complexere materies VenB (vereffening/fusies en splitsingen) - Bedrijfsvoorheffing
Volgens de administratie hebben in 2015 reeds 359 (8%) medewerkers deelgenomen aan een polyvalentiecursus. In 2016 waren er dat 2593 (56%) met 11028 opleidingsdagen: 27 Franstalige, 25 Nederlandstalige en 7 Duitstalige polyvalentiecursussen. Voor 2017 voorziet de administratie de organisatie van 20 Franstalige en 19 Nederlandstalige cursussen met als doelstelling dat dan 75% van de medewerkers een polyvalentiecursus gevolgd hebben. Ook wil men verhelpen aan bijkomende opleidingsnoden zoals boekhouden, procedure, controletechnieken en beheersapplicaties. Bemerking vanwege NUOD : voor wat betreft vennootschapsbelasting lijkt het ons logisch dat er éérst een cursus boekhouding wordt gegeven. In de praktijk is het nu omgekeerd zodat de opleiding vennootschapsbelasting voor de mensen die geen noties hebben van boekhouding, voor een groot deel zijn nut mist. In 2018 wil men dan de opleidingen rond polyvalentie afronden. Tot slot voorziet men ook een experten-netwerk die medewerkers gaat ondersteunen bij moeilijkere beheerstaken / controledossiers. Ook wil de administratie alle diensten beheer op termijn versterkten met medewerkers niveau A en niveau B voor de meer complexe taken uit te voeren. De NUOD en de andere vakbonden vrezen dat dit enkel kan (gelet op de immer dalende personeelsenveloppe) ten koste van de diensten controle en het aantal medewerkers van niveau D en C binnen beheer. Waarom moeten medewerkers, waar er al een tekort aan is, toch polyvalent zijn? PJ is zeer duidelijk in zijn persoonlijk antwoord. Hij vindt polyvalente ambtenaren niet de beste oplossing: met twee medewerkers ter plaatse gaan, leidt tot een betere controle en hogere opbrengsten. Maar bij gebrek aan voldoende personeel beschikt de administratie vandaag niet meer over deze mogelijkheid. In haar presentatie haalt de administratie nog wel enkele andere redenen aan (zoals: ongelijke behandeling van medewerkers omdat sommige wel polyvalent moeten zijn en andere niet, waardoor de werkomstandigheden ook kunnen verschillen tussen de standplaatsen), maar die zijn ons inziens ondergeschikt. Een medewerker die zowel PB als VenB kent wordt niet als polyvalent beschouwd. Iedereen moet ook BTW kennen. Medewerkers PB die in 2016/2017 VenB hebben geleerd krijgen twee jaar alvorens zij BTW moeten aanleren. GO Gezien het gespecialiseerd karakter van de controletaken (verrekenprijzen, diverse taksen, BTW-eenheden, tax shelter) is het principe van multidisciplinaire aanpak niet van toepassing voor de controleteams, met uitzondering van het team dat bevoegd is voor de banken, verzekeringsmaatschappijen en de beursgenoteerde ondernemingen. Voor de afdeling beheer zijn de principes van de multidisciplinaire aanpak (Venn B BTW) gelijklopend aan die van de afdelingen beheer KMO. Waarom nu? De administratie wil ook toelichten waarom ze nu deze beslissing heeft genomen. Ze geeft daarvoor drie redenen op: men werkt doelgericht sedert de kanteling, men kan nieuwe medewerkers polyvalent opleiden en men verwacht een enorme uitstroom de volgende vijf jaar, vooral inzake medewerkers DB (1 op 5). Anderzijds meent de administratie dat de belastingplichtige snel en correct bediend wil worden en dat hij zich kan richten tot 1 persoon die hem kan helpen. Volgens de administratie zal polyvalentie er toe leiden dat de meeste vragen die belastingplichtigen hebben, kunnen beantwoord worden door één medewerker (wat door de NUOD in twijfel wordt getrokken aangezien de meeste vragen, zeker ter gelegenheid van controles, complexe vragen zijn) en dat eenvoudige controleacties door 1 medewerker kunnen uitgevoerd worden. Volgens het management streeft de organisatie: Pagina: 4
efficiëntie na doordat dossiers maar door 1 medewerker moeten doorgenomen worden (opmerking NUOD: maar die ene medewerker moet dan zowel de voorbereiding DB als BTW doen) en doordat takenpakketten homogener/logischer samengesteld worden waardoor tijdswinst kan gemaakt worden (dit lijkt voor de NUOD eerder wind dan realiteit). een eerlijke werkverdeling na omdat polyvalentie pieken in de werkdruk afvlakt aangezien alle medewerkers hierop kunnen ingezet worden. naar een goede spreiding van de kennis waardoor continuïteit van dienstverlening kan gegarandeerd worden. De administratie besluit dat polyvalentie toelaat dat medewerkers de mogelijkheid krijgen om interessant werk te doen en om zich verder te ontwikkelen (wat zij volgens het management willen). Het management is er zich van bewust dat dit tegelijkertijd een bezorgdheid is bij sommige medewerkers. Niet ten orechte volgens de NUOD omdat de werknemers dit totaal anders invullen: interessant werk = betere selectie van dossiers en verder ontwikkelen = goede opleidingen binnen de eigen expertise! Ook presenteert de administratie een mooi schema, wat we jullie niet willen onthouden. De organisatie De maatschappij De medewerker De belastingplichtige Opmerkingen en bespreking Zowel de NUOD als de andere vakbonden hebben ernstige bezwaren bij het opleggen van individuele polyvalentie en vertolken datgene wat leeft bij een overgrote meerderheid van het personeel dat individuele polyvalentie niet ziet zitten zoals de NUOD reeds heeft kunnen vaststellen tijdens haar recente personeelsvergaderingen en ledenvergaderingen. De belangrijkste redenen die hiervoor opgegeven worden zijn: het is onmogelijk, gelet op de complexiteit van de verschillende fiscale wetgevingen, om deze allemaal grondig te kennen en de wijzingen bij te houden; in de privé stelt men net specialisatie vast met betere verloning; polyvalentie leidt automatisch tot een lagere expertise, kwaliteitsverlies bij controle en minder ontvangsten bij controle; Pagina: 5
het controlepersoneel vreest bovendien als minder professioneel over te komen bij belastingplichtigen en hun boekhouders, wat enorm demotiverend werkt. De dienstverlening (minder adequate inlichtingen) aan belastingplichtigen zal eronder lijden. Alhoewel de huidige presentatie minder ingrijpend lijkt te zijn dan de vorige (toch op korte termijn, maar wat zal er gebeuren op lange termijn?) blijft ze veel vragen oproepen. Vooral het verschil tussen standaard actie en complexe actie is onduidelijk. Volgens PJ is een controle met een gemiddeld niveau reeds een complexe actie maar dat blijft heel vaag. PJ belooft wel een duidelijke omschrijving voor te leggen van wat nu een standaard actie en complexe actie is. Daarnaast antwoordt de administratie heel vaag op de vragen van de vakbonden welke tijd toegekend wordt aan medewerkers van wie verwacht wordt dat ze een controle dienen te verrichten in een andere materie dan degene waarin ze expert zijn. Volgens de NUOD dient in een eerste fase (minimum drie jaar) meer tijd toebedeeld te worden voor dergelijke dossiers. DL stelde dat hij 6 maanden geleden de oefening had gemaakt i.v.m. met de reële tijd (door de agent opgegeven op de resultatenfiche) t.o.v. van de vooropgestelde tijd (in het systeem van stirco). Daaruit blijkt volgens hem dat de vooropgestelde tijd voldoende was (zelfs teveel). Volgens de NUOD gaat het niet op om enkel de eerste 6 maanden van het jaar te nemen. Indien men dit wenst te vergelijken, dient met dit te doen op jaarbasis. De eerste 6 maanden worden vooral de eenvoudigste dossiers afgewerkt, op het einde van het werkjaar komt men pas toe aan de moeilijkere dossiers die meer tijd vergen. En wat met de evaluatie: volgens de administratie mag de polyvalentie momenteel niet in de evaluatie opgenomen worden. De NUOD heeft echter wel haar bedenkingen of dat in de praktijk zo wel zal zijn. De NUOD stelde bovendien de volgende vraag aan Dhr PJ : Eén van de belangrijkste argumenten van de overheid is de verhoging van de efficiëntie. De NUOD stelt echter vast dat men bij Douane net de omgekeerde weg inslaat. Daar wil men, om performanter te zijn, het team polyvalent maken door meer de medewerkers van het team verder te specialiseren. De Administrateur van de AADA (die trouwens een fiscale achtergrond heeft), is ervan overtuigd dat je niet alles kan kennen inzake Douane-materie. M.a.w. binnen de FOD Financiën stellen we voor controlediensten, totaal verschillende benaderingen/strategiën vast. Blijkbaar bestaan er verschillende soorten efficiënties? De vakbonden hebben ook heel wat vragen bij de opleidingen die als onvoldoende worden ervaren door het personeel. Buiten enkele verbeteringen (zoals het aanbieden van een opleiding boekhouding) brengt het management geen concrete oplossingen aan. Pagina: 6