Blad : 1 van 10 TOEPASSINGSGEBIED: Brabant Drenthe Flevoland Friesland Groningen Limburg Overijssel 1 DOELSTELLING Deze instructie beschrijft de wijze van controle van de kwaliteit van een TN aardingslevering bij een klant alsook de kwaliteit van het distributienet welke voor de levering van de TN aarding dient. 2 TECHNISCHE AFBAKENING Alle LS aansluitingen t/m 3 x 80 A waar aarding levert. 3 TERMEN EN DEFINITIES Voor termen en definities zie Bijlage 1. 4 WERKWIJZE OF ACTIVITEITEN 4.1 Uitgangspunten beoordeling aardingslevering naar groep De wijze van aardingslevering op een aansluiting is ingedeeld in de onderstaande groepen. Indeling categorieën aardingslevering op hoofdlijnen groep 1 Eigen aarding: veiligheidsaarding van de klant: TT stelsel. Uitvoering: individuele aardelektrode of eigen aardnet klant of derden. Noot: Bij deze groep voeren we geen meting uit. groep 2 Waterleidingaarding veiligheidsaarding van de klant: aarding op waterleiding (ook TT stelsel) Uitvoering: aarding op de waterleiding. Noot: Bij deze groep voeren we geen meting uit.
Blad : 2 van 10 groep 3 TN-aarding nieuwe norm. veiligheidsaarding : TN stelsel volgens nieuwe norm(1996 en later). Deze veiligheidsaardingen worden gerealiseerd op recent aangelegde TN-netten (vanaf 1996) en via aparte kabels naar zakelijke grootverbruik klanten met een LS aansluitwaarde 3 x 100A t/m 3 x 355A. (eigen richtingen). Deze TN-netten zijn doorgerekend met behulp van GAIA en aangelegd volgens de aanbevelingen voor distributienetten. groep 4 TN-aarding oude norm. Veiligheidsaarding : TN stelsel volgens oude normen. Deze komen voornamelijk voor in netten van voormalige energiebedrijven en kunnen in detail erg divers van uitvoering zijn. Groep 4 heeft als onderverdeling de volgende uitvoeringsvormen: Soort aarding TN aardingslevering - Nulling - Separaat aardnet - (lood)mantelaarding - 5 e ader - Onbekend Noot: Separaat aardnet: Een aarddraad die niet binnenkomt in de aansluitkast beschouwen we als géén aardelevering door tenzij: 1. De aarddraad komt binnen met de aansluitkabel (samengebundeld of samengebeugeld) of 2. Vanuit het verleden is bekend dat er toch sprake is van aardelevering. Algemeen: Als onduidelijk is wie de aarding levert wordt deze vooralsnog ingedeeld in groep 4 tot door opname vastgesteld is in welke groep de aardingslevering ingedeeld moet worden. Als door opname blijkt dat geen aarding levert, dan wordt de aansluiting definitief in groep 1 geplaatst. De klant wordt van deze vaststelling niet op de hoogte gebracht. Indien wordt vastgesteld dat aarding levert en dat bovendien de klant een eigen aardingsvoorziening heeft, dan wordt uitsluitend de aardingsvoorziening van beoordeeld volgens de norm en vastgelegd. In bijlage 2 zijn diverse uitvoeringsvormen schematisch weer gegeven.
Blad : 3 van 10 4.2 Kwaliteitsmetingen aardingsaansluiting d.m.v. impedantiemeting 4.2.1 Doel impedantiemeting. De impedantiemeting heeft tot doel te controleren of de aardingsaansluiting op het distributienet in orde is. Met behulp van deze meting wordt de impedantie (Zm) gemeten van het aardingssysteem. 4.2.2 Plaats impedantiemeting Een impedantiemeting in een woning wordt uitgevoerd op het overdrachtspunt van de aardingsaansluiting. Dit kan zowel in of nabij de aansluitkast zijn, maar soms ook op een andere locatie bv in de watermeterput. 4.2.3 Meting Keuze meetinstrument. Als meetinstrument wordt toegepast de Sonel MZC-310S of de door aangewezen opvolger van dit toestel. Voor bediening/instellingen zie de verkorte handleiding van het meetinstrument. Meetmethode. Er wordt gemeten volgens de 2-polige methode tussen één van de fasen en de PE-geleider. 4.2.4 Wijze van meten Aansluitpunt meetinstrument De fase voor het meetinstrument wordt ná de hoofdzekering (dus tussen zekering en kwh-meter) in de aansluitkast afgenomen. Aantal metingen per meetpunt Per meetlocatie moeten in ieder geval 2 metingen uitgevoerd worden. Reden: Als blijkt dat na 2 metingen het meetresultaat maximaal binnen 10% schommelt ten opzichte van de eerste meting wordt aangenomen dat er een juiste meting uitgevoerd is. Er wordt slechts één meetwaarde genoteerd. 4.2.5 Kwaliteitscriteria diverse groepen en aansluitingen De kwaliteitscriteria van de circuitimpedantie fase aarde met een waarde van de smeltveiligheid 3 x 80A zijn hieronder weergegeven. Z circuit Goedkeurcriteria 0,5 Veiligheidsaarding op het distributienet in orde. >0,5-1,0 Verdachte situatie; nadere analyse noodzakelijk 1. >1 Veiligheidsaarding is niet in orde.
Blad : 4 van 10 1 Noot: De waarde van 1,0 mag als resultaat voor de steekproef als voldoende worden beschouwd. 4.2.6 Beoordeling en evaluatie meetresultaat impedantiemetingen en acties voor aansluitingen 3 x 80A. De meetresultaten worden ter plaatse beoordeeld door de meetfunctionaris; zie tabel hieronder. Evaluatie meetresultaat: Z Circuit Meetresultaat Actie Actietijd meetfunctionaris 0,5 akkoord Geen actie nodig. Niet van toepassing >0,5-1,0 akkoord Verdachte situatie; nadere analyse noodzakelijk. Op de hoogte stellen opdrachtgever door meetfunctionaris binnen 4 weken >1 Afkeur Verdachte situatie; snelle analyse noodzakelijk. Op de hoogte stellen opdrachtgever door meetfunctionaris direct Bij waarden 0,5 bepaalt de opdrachtgever evt. in overleg met Netbeheer welke verdere acties nodig zijn. 4.3 Vastleggen (meet)gegevens In het veld kunnen de meetresultaten vastgelegd worden op het registratieformulier of in een spreadsheet. Later worden na analyse de meetresultaten vastgelegd in GEN. Voor Registratieformulier impedantiemeting: Eic-0010.F 4.3.1 Vastleggen meetresultaat Naast de algemene gegevens wordt het volgende vastgelegd op het registratieformulier: - impedantiemeting (Zm) Ohm met 2 cijfers achter de komma. - groepsindeling - datum meting - eventuele opmerkingen welke betrekking hebben op de meting, aardingsituatie, (vermoedelijke) fraude en/of zegelverbreking.
Blad : 5 van 10 4.3.2 Verwerking meetresultaten. Nadat het gehele meetplan is afgehandeld, wordt het bestand met de waarden overgedragen aan Assetmanagement voor de analyse van de meetresultaten. Uiterlijk voor het opstellen van een nieuw jaarlijks meetprogramma dienen de gegevens verwerkt te zijn (uiterlijk oktober). 4.4 Beoordeling meetresultaten per populatie De beoordeling en evaluatie van de meetresultaten per populatie wordt 1 keer per jaar door ASM uitgevoerd. Als echter door Infra Services van te voren al vast staat dat de populatie afgekeurd zal worden zullen Infra Services en AsM met elkaar in contact treden over het vervolg. Zie bijlage 3 voor populatiegrootte, steekproefgrootte en goedkeuringspercentage. 4.5 Gedragscode naar klant. Aan de klant wordt geen rapport en/of meetwaarden verstrekt (ook niet op verzoek). Er volgt verder geen schriftelijke communicatie van naar klant. Gedragscode fraude is intern geregeld in een interne procedure. Gedragscode zegelverbreking is intern geregeld in een interne procedure. 4.6 Veiligheidsvoorwaarden Bij het in opdracht geven en het uitvoeren van de werkzaamheden dienen de geldende Veiligheidswerkinstructies van Netbeheer Nederland gehanteerd te worden. Dit is voor opdrachten naar interne als naar externe bedrijven van toepassing. Voor deze werkzaamheden gelden dezelfde maatregelen als genoemd in de Veiligheidswerkinstructie E-13 (Een registrerende meting plaatsen of verwijderen). Aanwijzing uitvoerende en opdrachtgevende personen conform interne procedures. 4.7 Benodigdheden - Lijst met te controleren adressen - Meetinstrument Sonel MZC-310S - Handleiding meetinstrument - Werkinstructie meting kwaliteit levering TN-aarding aan klanten - Registratieformulier impedantiemeting: Eic-0010.F - PBM-en zoals aangegeven in de Veiligheidswerkinstructie Netbeheer Nederland E-13. 5 OPMERKINGEN Geen
Blad : 6 van 10 6 BIJLAGEN Bijlage 1 Termen en definities Bijlage 2 Enkele meest voorkomende aardingsvormen binnen Bijlage 3 Tabel populatiegrootte, steekproefgrootte en goedkeuringspercentage
Blad : 7 van 10 Bijlage 1 Termen en definities Aardnet: Samenstel van aarddraden verbonden met een installatie. Ingeval het aardnet verbonden is met de nul van in een kast of station is sprake van een TN-net. Aardingsoverdrachtpunt: Het fysieke verbindingspunt tussen de aardingsvoorziening van het laagspanningsdistributienet en de eigen installatie van de klant. Meestal zit dit punt in de aansluitkast van ; hierop zijn uitzonderingen zoals een aardingsoverdrachtpunt in de watermeterput. Impedantiemeting (Zm, voorheen gebruikte benaming Rc-meting): Meting van de impedantie van het kortsluitcircuit fase/aarde of fase/pen met als doel de kwaliteit van de aarding te controleren; in dit geval vanaf de aardingsoverdrachtpunt in de woning (plaats in de meeste gevallen de aansluitkast). Nulling: Bij nulling is de nulgeleider tevens de aardingsvoorziening: uitsluitend levering aarding via de nulgeleider (Hier is geen sprake van een aarde/nul-koppeling). Aarde /nul-koppeling: Geleidende verbinding in de aansluitkast tussen nul en aarde.
Blad : 8 van 10 Bijlage 2 Enkele meest voorkomende aardingsvormen binnen. Groep 2 Waterleidingaarding Groep 3 TN-aarding Groep 4 Nulling Groep 4 Separaat-aardnet
Blad : 9 van 10 Groep 4 (Lood)mantelaarding Groep 4 5 e ader Groep 4 (Lood)mantelaarding. Etagebouw
Blad : 10 van 10 Bijlage 3 Tabel populatiegrootte, steekproefgrootte en goedkeuringspercentage Voor wat betreft het theoretische risico is dit bepaald op 0,1 resp. 1% (via een risicomodel), dit geeft een aantal maximaal defecten voor goedkeuring van de populatie, zie tabel W.1. Tabel W.1. Steekproefgrootte Code Van Tot Steekproef 0,1% (Uf) 1% (Zm) A 2 8 2 0 0 B 9 15 3 0 0 C 16 25 5 0 0 D 26 50 8 0 0 E 51 90 13 0 0 F 91 150 20 0 0 G 151 280 32 0 1 H 281 500 50 0 1 J 501 1.200 80 0 2 K 1.201 3.200 125 0 3 L 3.201 10.000 200 0 5 M 10.001 35.000 315 1 7 N 35.000 111.000 500 1 9 0,1% en 1% maximaal aantal defecten voor goedkeuren van de gehele partij. Uf = foutspanningsmeting en Zm = impedantiemeting