Handleiding Werkvormen Argumenteren



Vergelijkbare documenten
Handleiding Gespreksvormen Debat

Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie

Handleiding Werkvormen Overtuigend presenteren

Sooo! Sooo! viral! viral! toch? toch? In 7 stappen debatteren in de klas over media

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.

Handleiding Werkvormen Vragen stellen

Dia 1 Introductie max. 2 minuten!

2 > Kerndoelen > Aan de slag > Introductie van de manier van werken > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

Spreken - Discussie en debat vmbo-kg12

20 tips voor een goed debat!

Waarom ga je schrijven? Om mensen ervan te overtuigen dat een plek in je buurt opgeknapt moet worden.

EXAMENPROJECT NEDERLANDS 5TSO ARGUMENTEREN EN DEBATTEREN

Maak betekenisvolle onderwerpen bespreekbaar Individuele docententraining DAG 3 PPOZO Marije Fris trainer & masterclassdocent St.

Training. Vergaderen

LES 1: VOORLEZEN met STRATEGIE WEEK 1.1 0, 1, 4 en 6

Debatrix Skools Oefeningen

HAVO 4 presenteren + debat + betoog periode

Handleiding voor docenten op het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs

Les 1: Welke plek in de buurt moet opgeknapt worden?

Met hulp: ophelderen van onduidelijkheden

Waarom ga je schrijven? om de directeur te overtuigen. Wat voor tekst schrijf je? een overtuigende tekst. Voorbereiden van je overtuigende tekst

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van jaar

Chique woorden Weet jij wat deze woorden betekenen? Vraag om de beurt de betekenis van een chique woord aan elkaar.

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Speels oefenen. Relaties tussen vermenigvuldigsommen. Vermenigvuldigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Inhoud Voor de leerling Voor de leraar Algemeen

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen.

Structuren. Coöperatief leren

Spelenderwijs rijmen. Linda Willemsen.

Een poster voor een goed doel maken

Werkvorm: Bekend, Benieuwd en Bewaard.

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.

De golf spoelt op het strand. 1. golf 2. strand

Educatief programma Feiten & meningen

4. Controleer na het lezen van de tekst jullie voorspelling. Klopte de voorspelling met de inhoud van de tekst?

VOOR OF TEGEN VUURWERK?

Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld

Handleiding voor docenten. Debatteren met groep 7/8 op de basisschool

WIE GOED ONTMOET DISCUSSIELES OVER EEN MAATSCHAPPELIJK DILEMMA DAT GEPAARD GAAT MET DIEPE HERSENSTIMULATIE

Leerlingen verdiepen zich in de standpunten rondom biobrandstof. Iedere klas vertegenwoordigt een groep.

Voordoen (modelen, hardop denken)

hoge stroming Fase Ontdek en onderzoek

en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding

Les 17 Zo zeg je dat (niet)

Een overtuigende tekst schrijven

6. Meningsvorming. doel Kritisch denken voorbereiding op een gesprek over verschillende oplossingen/meningen/enzovoort.

LEEFREGELS EN IK-BEN OPVATTINGEN HERKENNEN

Nieuwsbrief 3 De Vreedzame School

Reflectiegesprekken met kinderen

Educatief materiaal bij de voorstelling Buurman en Buurvrouw, groep 3 en 4

Rubrics voor de algemene vaardigheden - invulblad. 1. Zelfstandig leren Het kunnen sturen van het leerproces en daarop reflecteren.

Introductie. Onzichtbaar op internet. GEMAAKT DOOR: Redactie i-respect. ONDERWERP: Communiceren. DOEL: Spelen met identiteit

De Drakendokter: Gideon

He t Madurodam Basisschool Debattoernooi

Wat is Kraak kracht? Kraak kracht

Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen. Introductiefase bij de eerste les:

- ontdekken dat stilte en rust helpen om een gepaste uitdrukking te vinden voor gevoelens.

Handleiding Gespreksvormen Discussie

Handleiding voor docenten. Debatteren met groep 7/8 op de basisschool

Werkvormen Vooraf aan EduMedia

Voorbeeldles Taaldomeinen in samenhang: Argumenteren

- ontdekken dat stilte en rust helpen om een gepaste uitdrukking te vinden voor gevoelens.

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen.

NEDERLAND LEEST JUNIOR HANDLEIDING DOCENTEN VMBO 1 EN 2

Bijlage 1: Draaiboek workshop inbedding gedragscode korte versie

LES 2 THEMA S UIT DE FILM GODS LAM EN PANTOMIME

Docentenhandleiding Derde Kamer - Handboek Politiek 2

Winkelen in het bos?

Kern De leerlingen bedenken welke 'eigenschappen' ze voor hun eigen klas belangrijk vinden.

DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 HAVO

Docentenhandleiding Derde Kamer - Handboek Politiek 1

De kinderen zitten in een hoefijzeropstelling, omdat er iets gaan gebeuren vooraan in de klas. Iedereen moet dat goed kunnen zien.

SAI Leopoldlaan Aalst. Debatteren. Een documentatiemap

WIE GOED ONTMOET - LESMATERIAAL BIOLOGIE WIE GOED ONTMOET DISCUSSIELES OVER EEN MAATSCHAPPELIJK DILEMMA DAT GEPAARD GAAT MET DIEPE HERSENSTIMULATIE

Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

Docentenhandleiding Derde Kamer - Handboek Politiek 2

ADHD en lessen sociale competentie

Doel van deze presentatie is

Lesbrief. Blauw water Simone van der Vlugt

1 Introductie. We wensen je veel plezier met deze kaarten! Pieternel Dijkstra en Petra Bunnik

OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID

Freeze & Go-debat Nederlands Debat Instituut

Docentenhandleiding Derde Kamer - Handboek Politiek 1

Voordoen (modelen, hardop denken)

Wat voor tekst schrijf je en voor wie?

Tuin van Heden 5 en 6 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

SPELVARIANTEN. Bonus: Ondertussen oefen je met het geven en ontvangen van feedback en bouw je aan het vertrouwen in jouw team.

Werkwijzer Verslagkring:

B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1

Thuis films kijken. Acteurs spelen het verhaal na. de acteur = iemand die voor zijn beroep toneelspeelt of in een film speelt

Algemene inleiding. Maak het onbespreekbare bespreekbaar met Jouw Stad in de Klas

Planning en toetsing van deze 3 workshops management Workshop 2 Management: Onderhandelen

9. Schrijfopdrachten

STELLINGENSPEL. Tijd 10 minuten. Nodig Aanwijzingen voor de docent Stellingen Gekleurde kaartjes (1 per leerling) Flap en stift of bord en krijt

Over taaie taboes en lastige liefdes

Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding

Transcriptie:

Handleiding Werkvormen Argumenteren Inhoud 1. Inleiding 2. Soorten argumenten 3. Werkvormen argumenteren 3.1. Voor en tegen 3.2. Redenering bouwen 3.3. Kettingdebat 3.4. Ballondebat 3.5. Overdrijven 1. Inleiding In een debat is alleen het geven van een mening niet genoeg. Het gaat erom dat de kinderen leren hun mening te onderbouwen met argumenten en de argumenten van de tegenpartij te ontkrachten. Het woord argument betekent dat hetgeen men aanvoert ter ondersteuning van een bewering (Dikke van Dale Online). Argumenten zijn dus alle zaken die je aanvoert ter onderbouwing van jouw gelijk. Argumenteren is nu het gebruiken van argumenten in een discussie of een debat. In het vervolg van deze handleiding geven we een toelichting op verschillende soorten argumenten. Deze zijn bedoeld als achtergrondinformatie voor de leerkracht van waaruit je feedback kunt geven. Daarna een vijftal werkvormen om argumenteren te oefenen. 2. Soorten argumenten In de brochure Winnen met Woorden van de VARA (2012) worden de volgende soorten argumenten genoemd: 1. Voorbeelden geven; 2. Feiten noemen; 3. Vergelijkingen maken; 4. Oplossingen bieden; 5. Vragen stellen; 6. Een grap maken. 1

We bespreken elk van deze argumenten kort en maken concreet op wat voor manier ze een stellingname kunnen aanvallen of verdedigen. Bij elke soort argument geven we een voorbeeld op basis van de stelling: Mensen die te zwaar zijn moeten verplicht afvallen. Je kunt deze informatie gebruiken om feedback te geven en de kinderen al doende wat meer zicht te geven op het gebruik van verschillende argumenten. Ad 1. Voorbeelden geven Door concrete voorbeelden te geven maak je duidelijker wat je bedoelt en onderbouw je tegelijkertijd je mening. Je laat zien dat je verstand hebt van het onderwerp. Het is voor de tegenpartij lastig om een voorbeeld aan te vallen. Voorbeelden kun je onder andere halen uit halen uit je persoonlijke ervaring en uit de geschiedenis, uit de actualiteit Voorbeeld voor de stelling: Ik zag op het jeugdjournaal een stukje over iemand die veel moeite had om af te slanken. Het is voor mensen die teveel eten moeilijk om zelf af te slanken. Mensen kunnen dus eigenlijk niet zelf kiezen, ze zijn verslaafd aan eten. Ad 2. Iets als een feit presenteren Door een bewering als een feit te presenteren maak je het sterker dan wanneer je alleen een mening weergeeft. Een feit is moeilijker te weerleggen, lijkt waar te zijn. Voorbeeld: Feit voor de stelling: Overwicht kost de gezondheidszorg erg veel geld. Dat kunnen we besparen wanneer we mensen verplicht laten afslanken. Ad 3. Oplossingen aandragen Vaak gaan stellingen over een (maatschappelijk) probleem dat in de toekomst moet worden opgelost. In onze voorbeeldstelling gaat het over het voorkomen van overgewicht in de toekomst. Als je tijdens een debat een goede oplossing aandraagt versterkt dat je positie. Je toont dan initiatief en je tegenstander moet dan maar zien dat hij met een betere oplossing komt. Oplossing tegen de stelling: Het klopt dat het moeilijk is voor mensen om af te vallen, maar je hoeft ze niet te verplichten. Je kunt ze ook hulp aanbieden om onder begeleiding af te slanken. Ad 4. Vergelijkingen maken Door een nog onbekend en moeilijk probleem te vergelijken met een bestaand probleem waar al meer resultaten geboekt zijn kun je sterke argumenten aanvoeren. Vergelijking voor de stelling: 2

Je hoeft afslanken niet te verplichten. Kijk maar naar de antirookcampagne van de regering. Daardoor zijn veel mensen gestopt met roken. Net als het verbieden van rookreclames kun je reclame voor te vette producten verbieden. Of slechte producten niet aan kinderen verkopen. Ad 5. Vragen stellen Door de tegenpartij kritische vragen te stellen kun je hun beweringen ontkrachten. Ze moeten dan maar zien zich er weer uit te redden. Vraag tegen de stelling: Je zegt wel dat de antirookcampagne van de regering succesvol was, maar hoe verklaar je dan dat steeds meer jongeren weer gaan roken? Ad 6. Humor Op z n tijd een grapje maken houdt de sfeer goed en zal zeker helpen om het publiek op je hand te krijgen. Ook als grappen maken iemand niet echt ligt is het wel goed om te zorgen dat het debat niet te fel wordt en de debater een verbeten indruk maakt. Dat schrikt vaak meer af dan het goed doet. 3. Werkvormen argumenteren Leren argumenteren is een onderdeel van zowel leren discussiëren als debatteren. Een aantal van de werkvormen kunnen daarom bij beide gespreksvormen ingezet worden. Door op de naam te klikken link je door naar de bijbehorende kinderkaart. Doelen: Kinderen worden zich bewust van de noodzaak om een bewering te onderbouwen met argumenten; Kinderen herkennen verschillende soorten argumenten en ze oefenen met het toepassen daarvan in de praktijk van een debat of discussie; Kinderen oefenen met vlot redeneren. Werkvormen: 1. Voor en Tegen 2. Tafelrondje Redenering bouwen 3. Kettingdebat 4. Ballondebat 5. Overdrijven 3

3.1 Voor en tegen Bedenken van argumenten voor en tegen een stelling. Inleven in de positie van je tegenstander. Daarbij verzin je ook argumenten voor een stellingname waar je het niet mee eens hoeft te zijn. In twee- of viertal. Voordeel van samenwerken is dat al brainstormend meer creativiteit kan vrijkomen. Aan tafelgroep Om te oefenen met het bedenken van argumenten voor en tegen een stelling, los van je eigen mening. In te zetten als losse oefening of voorbereiding voor een debat. Papier A4 of A3, pen of stiften. 1. Geef een stelling (dit kan de stelling zijn waarover later gedebatteerd wordt); 2. Vertel de kinderen hoe ze gaan werken (2tal of 4tal) en spreek af hoe lang (max. 10 minuten); 3. Verdeel het papier in twee kolommen, een voor en een tegen; 4. De kinderen verzinnen nu zoveel mogelijk argumenten voor en tegen de stelling (minstens 3 voor elk) en schrijven die in de juiste kolom; 5. Wanneer je de oefening gebruikt als voorbereiding om te debatteren kan het debat nu beginnen. Variatie: Je kunt als richtlijn meegeven dat ze een bepaalde soort argumenten moeten verzinnen, bijvoorbeeld alleen feiten of alleen voorbeelden. Reflectie: Reflecteer op de oefening door de bedachte argumenten plenair te bespreken. Benoem een aantal naar soort: voorbeeld, feit, etc ; Vraag kinderen naar wat hun sterkste argument is en waarom ze denken dat juist dat argument sterk is; Als je ook gedebatteerd hebt kun je good practices benoemen doorsterke argumenten te herhalen. 4

3.2 Redenering bouwen Geïnspireerd worden door argumenten van medestanders en hierop voort bouwen. Samen een redenering opbouwen die staat als een huis. Met de tafelgroep. Om te oefenen met het verder bouwen op argumenten van je medestanders zodat een stevig redenering ontstaat waarin argumenten elkaar aanvullen en versterken. Je werkt volgens de Loesje methodiek die helpt om associatief en creatief te reageren op wat de ander bedenkt. Als losse oefening of ter voorbereiding van een debat. Voor elk kind een A4 en pen. 1. Geef een stelling; 2. Ieder kind krijgt nu een blaadje. Aan de voorkant schrijf je voor, op de achterkant tegen ; 3. Iedereen begint met voor en schrijft 1 argument voor de stelling op; 4. Dan schuif je het papier door en lees je het argument van je voorganger. Je verzint een argument dat hierbij aansluit en schrijft dat op; 5. Herhalen van de vorige stap tot iedereen zijn eigen blaadje terug heeft. Omdraaien en nu op dezelfde manier verder met argumenten tegen de stelling. Reflectie: Laat uit elk groepje een leerling de vier argumenten voor of tegen als een lopend verhaal presenteren. Reflecteer op: hangen de argumenten samen? Zit er een goede opbouw in het betoog? 3.3 Kettingdebat Kinderen reageren snel op elkaars argumenten en bedenken zelf nieuwe. Twee rijen kinderen tegenover elkaar. Om te oefenen met snel reageren op argumenten van de tegenpartij en met het zelf bedenken van nieuwe argumenten. Als losse oefening in debatteren of als warming up voor een debat. Geen. 5

Geef een stelling; 1. Verdeel de klas in twee groepen die in twee rijen tegenover elkaar komen staan; 2. De ene rij is voor, de andere tegen de stelling; 3. De voor en tegenstanders komen om en om aan de beurt, te beginnen bij de eerste voorstander voorin de rij. Deze noemt een argument. De tegenstander tegenover hem reageert hierop of geeft zelf een nieuw argument. Dan is de tweede voorstander aan de beurt. Zo verder tot iedereen aan de beurt is geweest. Variatie: Als de groep groot is kun je een paar kinderen laten jureren. Zij bepalen welke rij (voor of tegen) het kettingdebat heeft gewonnen en wie de beste spreker was. Reflectie: Vraag de kinderen wat moeilijker was: reageren op de ander of zelf een nieuw argument bedenken? Vaak reageren debaters op elkaar, terwijl je ook een nieuwe invalshoek kunt kiezen om sterker naar voren te komen en een zwak punt in de redenering van je tegenstander bloot te leggen. Het stellen van een vraag kan ook in deze setting een goede strategie zijn! Bron: www.debatindeklas.nl 3.4 Ballondebat Vijf bekende Nederlanders zitten in een ballon. Omdat ze tegen een kerk dreigen te vliegen moeten er twee overboord zodat de ballon weer snel kan stijgen. Het publiek beslist wie. De BNers moeten bij het publiek pleiten om aan boord te mogen blijven. Kring of klassikale opstelling. Creatief zijn in het bedenken van argumenten en afstemmen op het publiek dat je wilt overtuigen. Bij een debat gaat het uiteindelijk om wie het beste de stelling heeft aangevallen of verdedigd en het zijn de jury en het publiek die de beoordeling geven. Voor de spelers is het hier belangrijk dat je je op hen richt en niet alleen op je mede- en tegenstanders. Je zoekt dus argumenten die het publiek en jury overtuigen. Geen. 6

1. Kies vijf kinderen om de ballonvaarders te spelen. Zij kiezen elk een bekende Nederlander die ze gaan spelen. 2. Vertel: Deze vijf zitten samen in een luchtballon en genieten samen van een mooie tocht. Helaas gaat het mis. Ze dreigen tegen een kerktoren aan te vliegen en er moeten twee BN ers overboord om weer hoogte te winnen. 3. Elke speler krijgt nu maximaal 1 minuut om uit te bepleiten dat hij of zij absoluut in de ballon moet blijven zitten. Vervolgens mag het publiek stemmen op degenen die mogen blijven. Iedereen mag 1 keer stemmen. De twee met de minste stemmen stappen uit en worden deel van het publiek. 4. Vertel: De ballon is even gered, maar dit duurt niet lang! Ze dreigt nu tegen de Euromast aan te vliegen en de enige manier om te overleven is weer twee BN ers uit de ballon te zetten. 5. Elke speler krijgt nu 1 minuut om uit te leggen waarom de andere twee beslist uit de ballon moeten. Hierna volgt een stemronde. Het publiek stemt op wie mag blijven. Degene met de meeste stemmen is de winnaar van het ballondebat. Variatie: Je kunt de spelers ook voorwerpen laten vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld gereedschap, schoolmaterialen, keukenvoorwerpen, etc. Reflectie Welke argumenten waren voor het publiek doorslaggevend om op iemand te stemmen? Bekijk die argumenten eens iets beter: 1. voor soort argument was het? 2. Was het vanuit eigen belang ( ik moet blijven want ik kan goed dansen ) of was het vanuit het belang van het publiek ( ik hoop nog veel mooie musicals te maken voor jullie ). Bron: www.debatindeklas.nl 3.5 Overdrijven Spelen met overdrijven van een bewering om die kracht bij te zetten. In de klas met bijenkorf Om te ervaren dat een bewering sterker kan worden neergezet met enige overdrijving. Teveel overdrijven maakt het weer belachelijk. Ook te grof taalgebruik werkt tegen de jury bij een debat. De overtreffende trap is handig om een bewering kracht bij te zetten. Het is beter dat. komt 7

sterker over dan het is goed dat. Meer effect kun je halen door te werken met krachtiger synoniemen: erg vreselijk goed super, mega niet waar onzin, flauwekul slecht - rampzalig jammer bedroevend, deprimerend Zie http://synoniemen.net/index.php voor een onuitputtelijke reeks voorbeelden. Kijk bijvoorbeeld eens met uitstekend en erg als zoekterm. Kaartjes met woorden die een oordeel op een milde manier uitdrukken: goed, slecht, jammer, pech, aardig, leuk, mooi, waar, niet waar, niet zeker. U kunt hier http://kinderkennisbank.wikispaces.com/file/view/kaartjes+overdrijven.docx een kopieerblad downloaden waarop al een aantal kaartjes staan. 1. Alle kinderen krijgen een kaartje 2. Ze lopen rond en zoeken op signaal een maatje (zie Bijenkorf) 3. Ze bedenken om de beurt een krachtiger synoniem, beschrijving of overtreffende trappen bij het kaartje van de ander 4. Paar keer herhalen Variatie: Laat de kinderen een tekst laten schrijven met gewone woorden erin of geef ze een dergelijk tekst. Daarna herschrijven ze de tekst maar nu met flinke overdrijvingen erin. Voorbeeld: Schrijf op in de vorm van een verslag wat je doet tussen 6 uur s ochtends en de aankomst op school. Herschrijf dit stukje nu en voeg flinke overdrijvingen toe: Om 6 uur lig ik nog te slapen. Als om 7 uur de wekker gaat word ik wakker. Ik sta op en loop naar de badkamer. Om 6 uur lig ik nog in een diepe coma. Als om 7 uur de wekker loeit schrik ik me een ongeluk. Wakker, dat wel!!! Ik strompel naar de badkamer. 8