Startrubriek Groeiboek 1

Vergelijkbare documenten
Startrubriek Groeiboek 1

Met Groeiboek naar de kleuterschool. Groeiboek, wat is het?

G.V.Basisschool Hamont-Lo

ZORG in de SINT-NIKLAASSCHOOL

Het ontwikkelingsplan nieuw vormingsplan voor de kleuterschool

Schematische voorstelling: Ontwikkelingsplan

6 Rondleiding door het zorgsysteem

Wat doen wij al zo? Graag voorbeelden!

Onze visie op zorg. Een geïntegreerd zorgbeleid wordt gedragen door een gedeelde visie op zorg.

Achtergrond. Missie Onze missie op basis van deze situatie luidt:

zorgvisie Heilige familie Lagere school

elk kind een plaats... 1

Een geïntegreerd zorgbeleid wordt gedragen door een gedeelde visie op zorg.

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

HGW: Een eerste interactieve kennismaking. Ontmoetingsdag HGW De leerkracht doet er toe 16 september 2010

Box 4: Evaluatie HGW in het handelen van de student tijdens stage

Ambulante begeleidingsdienst ZigZag

ATTITUDINALE DOELEN VOOR DE KLEUTERSCHOOL Klas : Schooljaar : Thema's I II III trimester

Handelingsgericht werken in het secundair onderwijs. Ontmoetingsdag HGW 16 september 2010 Artevelde

Samen maken we BUITENGEWOON onderwijs!

Handelen van school en CLB bij kindermishandeling gesitueerd in het zorgcontinuüm

Prodiaen het protocol Wiskundeproblemen en dyscalculie

BIJLAGE 2 RELATIONELE EN SEKSUELE VORMING IN DE LEERPLANNEN. Inleiding. verwijst naar ontwikkelingsaspecten uit het OWP

Visie op zorg voor leerlingen in het secundair onderwijs

De leerkracht stelt duidelijke opbrengst- en inhoudsdoelen op en geeft concreet aan wat verwacht wordt van het werken in de klas en de omgang met

Functieprofiel. Leraar. op OBS Het Toverkruid LA, 1,0 FTE. Aanstelling voor een jaar welke bij goed functioneren kan leiden tot een vaste aanstelling.

VISIE. Met opvoeden en onderwijzen beogen leerkrachten de harmonische ontplooiing van de totale persoon.

Box 1: Matrix Handelingsgericht werken Schoolwide Positive Behavior Support Oplossingsgericht werken

HANDELINGSGERICHT WERKEN BELEIDSVOEREND VERMOGEN BELEIDSVOEREND VERMOGEN. Onderwijsbehoeften van de leerling 11/09/2013

Protocol Kleuterverlenging

LEERLINGEN BEGELEIDING

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 3 (jaar 3)

VISIETEKST. Visie op goed kleuteronderwijs BASISONDERWIJS. Doelgericht aan de slag

ZORGVISIE VK T KERSENPITJE

Ontmoetingsdag HGW. HGW en gedrag: een uitdaging? 15 september 2011 te Gent Noëlle Pameijer, schoolpsycholoog

in onze school is elk kind een ster!

Inspectie van het Onderwijs en ZIEN!

Activiteitenlijst Kinderbegeleider Duaal

Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden

Passende ondersteuning voor dubbel bijzondere leerlingen. Doelen workshop

1. Leergebiedoverstijgende kerndoelen voor het vso

2. Inhoud en samenhang van KIJK 0-4 jaar Inhoud Samenhang 30

2/09/15 DOEL INHOUD. Hoe kunnen we met HGW concreet aan de slag in het secundair onderwijs?

Basisondersteuning. Preventieve en licht curatieve ondersteuning. Berséba - PO0001. School Plaats Directeur Datum

Dubbel bijzondere leerlingen. Lilian Snijders

Leergebied Overstijgend Onderwijs in de VMBO stroom (versie juni 2018)

Leren & Leven in het Kindcentrum

Schipper mag ik overvaren. Zeg. Zeg dat ik fantastisch ben, briljant, gevat, sociaal, gevoelig, handig, grappig en bijzonder geniaal.

4/5/2012. Continuüm in zorg

ONS EIGEN OPVOEDINGSPROJECT

LEIDRAAD VOOR EEN KLASBEZOEK BIJ DE LEERKACHT BEWEGINGSOPVOEDING KLEUTER Bijlage 3 April 2012

ZORGBELEIDSPLAN GELIJKE ONDERWIJSKANSENBELEIDSPLAN

Samen leren jezelf te zijn, kansrijk en uniek Wij maken werk van talent!

De HGW-bril toegepast in de cel leerlingenbegeleiding

Procedure zorg basisschool Prinsstraat, lagere school: 1. Handelingsgericht werken als uitgangspunt

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 1 (jaar 1)

De Akkers. Kwaliteitsonderzoek. vroegschoolse educatie

Onze school heeft als doel deze kinderen in ruime zin onderwijs en opvoedingsbegeleiding te geven om: - een maximale zelfontplooiing te bereiken,

BACHELOR NA BACHELOR IN HET ONDERWIJS BRUGGE

Competenties van leerkrachten in scholen met een katholiek geïnspireerd opvoedingsproject

Pedagogisch beleidsplan buitenschoolse opvang het Zwammeke

COMPETENTIEONTWIKKELING IN HET KADER VAN LEERLINGEN MET SPECIFIEKE ONDERWIJSBEHOEFTEN ZORG VOOR ALLE LEERLINGEN DOOR ZORG VOOR ELKE LERAAR

De leraar doet er toe

BaCHeLor Na BaCHeLor in HeT onderwijs BUiTeNgeWooN onderwijs

ONTWIKKELINGSSCHALEN VOOR HET KWALITEITSGEBIED LEERLINGENBEGELEIDING

Pedagogisch beleid. kinderdagverblijf

schoolinterne zorg Katia De Coussemaker

Handelingsgericht werken 1

ONTWIKKELINGSSCHALEN VOOR HET KWALITEITSGEBIED LEERLINGENBEGELEIDING

Pedagogisch beleid Tussenschoolse opvang

Beeldvorming sociaal emotionele ontwikkeling niveau A Klasgroep: Namen van de kinderen

Appendix A Checklist voor visible learning inside *

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Deel 1 Opvoedingsproject

SWOT-ANALYSE. 1 Interpersoonlijk competent. 1.1 Eisen. 1.2 Mijn ontwikkelpunten. 1.3 Mijn leerdoelen

Pedagogisch beleid. buitenschoolse opvang. Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd en/-of verspreid zonder. maatwerk kinderopvang voor elk gezin

Jongerenhulpverlening

Zorg in de (kleuter)school: van visie naar praktijk. 27 maart 2009 met dank aan Monique De Prez

Deel 1. Opvoedingsproject

Samenwerking. Betrokkenheid

Onderwijs-, opvoedings- en ondersteuningsbehoeften formuleren

Werkdocument resultaatafspraken vroegscholen (basisschool groep 1-2)

Activiteitenlijst Kinderbegeleider Duaal

Je kind met de beste ZORG omringen

BaLO welkom

Gespreksformulieren LA personeel Dommelgroep

Visie in de praktijk

Pedagogisch beleidsplan Fris! Kinderdagverblijven

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT

Activiteitenbeleid 2013

Beroepscompetentieprofiel gastouder

Transcriptie:

Startrubriek Groeiboek 1 Groeiboek is een reeks van bronnenboeken die kunnen worden gebruikt ter inspiratie van zorg in de kleuterschool. Het is echter ook een volledig Zorgsysteem, enerzijds door zijn systematiek, anderzijds door zijn inhoud. Het zorgsysteem Groeiboek bestaat in de uitgebreide versie uit verschillende delen. Deel 1 Basisboek behandelt de algemene visie op zorg en beschrijft het opzet van een zorgsysteem. Aan de hand van deel 2 Signaleren, wordt het mogelijk om binnen het zorgbeleid op school de variatie aan zorgvragen overzichtelijk en systematisch in beeld te brengen. In deel 3 Analyse en Handelen. Situering en werkwijze wordt de weg van het analyseren van een zorgvraag tot het vinden van een goed antwoord voor de kleuter uitgestippeld. Binnen Deel 3 bestaat de reeks uit 7 domeinboeken, in overeenkomst met de verscheidenheid aan ontwikkelingsdomeinen. De nieuwste domeinboeken van Groeiboek steunen nog steeds op dezelfde visie maar zijn eenvoudiger in gebruik. Met behulp van deze startrubriek, krijgt elke gebruiker, ook degene die nog niet vertrouwd is met de vorige boekdelen, een algemene introductie. Zo maakt de lezer verkort kennis met de principes van Groeiboek en kan hij daarna elk domeinboek afzonderlijk gebruiken als bronnenboek. Om Groeiboek gemakkelijk te kunnen hanteren zijn de werkformulieren voor analyse en voor observatie vrij beschikbaar op de website van de VCLB-koepel www.vclbkoepel.be (vrije Centra voor Leerlingen Begeleiding) via professionelen/materialen en info/groeiboek/werkformulieren. 1 Gebaseerd op VCLB Vormingscentrum (2004), Groeiboek, Zorg-en volgsysteem, Basisboek, Antwerpen-Apeldoorn, Garant. Startrubriek 7

Groeiboek werkt met de ontwikkelingsdoelen van de kleuterschool en met ontwikkelingsdomeinen. Voor elk ontwikkelingsdomein is er één domeinboek. Elk domeinboek behandelt de meest voorkomende zorgen en vragen van één bepaald ontwikkelingsdomein en biedt antwoorden voor in de kleuterklas. Naast dit domeinboek SOCIALE, EMOTIONELE en MORELE ONTWIKKELING zijn de andere domeinboeken: ONTWIKKELING van de ZELFSTURING DENKONTWIKKELING TAALONTWIKKELING MOTORISCHE ONTWIKKELING ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING & LICHAMELIJKE FACTOREN POSITIEVE INGESTELDHEID Groeiboek betrekt voor alle zorgvragen de context. Dit gebeurt zowel in de analyse als bij de antwoorden. De context van de kleuter bestaat enerzijds uit de kleuterleidster en de andere opvoeders op school, met hun pedagogisch- didactische aanpak en hun klasmanagement. Anderzijds bestaat de context uit de andere kleuters en de ouders van de kleuter. In elk domeinboek wordt daarom zowel de school- en klasomgeving, het handelen van de leerkracht als de thuisomgeving in het algemeen meegenomen. Vanuit zijn visie op zorg hanteert Groeiboek de uitgangspunten van het handelingsgericht werken op school. Groeiboek concretiseert deze principes van handelingsgericht werken en formuleert ze op maat van de kleuterschool: - Groeiboek hanteert een systematiek en werkt transparant. We weerhouden onder meer het signaleringsrooster voor de klas. Op dit overzicht kunnen de zorgvragen worden aangeduid per kleuter en per domein. De hele klas komt in beeld. Het wordt benut voor een klassikale bespreking. Waar men verder wil ingaan op een individuele zorgvraag van een kleuter hanteren we nog slechts één formulier, het domeinanalyseformulier. We geven de bezorgdheid weer met betrekking tot één bepaald domein of een deelaspect ervan, gaan op zoek naar beïnvloedende factoren in het kind of zijn omgeving en toetsen één of meerdere mogelijke hypothesen. Eens duidelijk welke hypothese geldt, leiden we doelen af en onderwijsbehoeften van de kleuter en formuleren we mogelijke antwoorden, die kunnen worden omgezet op het formulier handelingsplan. Alle betrokkenen, leerkracht, ouders, zoco en indien nodig het CLB zijn op de hoogte van de stappen die worden gezet en hebben er deel aan. - Groeiboek werkt doelgericht. Als je weet wat er aan de hand is, als je weet door welke factoren het probleem tot stand wordt gebracht, of beïnvloed wordt, kun je doelgericht werken aan datgene wat nodig is om tot een haalbare oplossing te komen. Hiervoor formuleert Groeiboek mogelijke hypotheses en geeft je aan hoe je die kunt toetsen. Heel vaak wordt hiervoor gebruik gemaakt van een gerichte observatielijst, een ontwikkelingslijn, gesprekken met de ouders, enz. Want pas ALS we weten dat, DAN kunnen we juist handelen. 8 Groeiboek - Deel 9: Analyse en handelen. Domeinboek Sociale, emotionele en morele ontwikkeling

- Groeiboek benoemt en werkt verder met de onderwijsbehoeften van de kleuter. Als je weet welk doel je wilt bereiken, bedenk je verder wat de kleuter hiervoor nodig heeft. Groeiboek helpt onderwijs- en opvoedingsbehoeften te formuleren in de terminologie eigen aan de kleuterschool. De kleuter heeft behoefte aan: - een opdrachtje dat hem qua thema boeit. - ouders die bij het afhalen rustig met hem omgaan. - een juf die nabij is bij de start van een denk-taakje op papier. - klasgenootjes die helpen bij fysieke activiteiten. - een spelomgeving waarin exploreren met vullen en maten mogelijk is. - fijnmotorische spelmaterialen aangepast aan zijn ontwikkelingsniveau - In Groeiboek is de kleuterleidster de spilfiguur. De leerkracht doet er toe! Zij is de belangrijkste mediator om kleuters op school in hun ontwikkeling vooruit te helpen. Vanuit haar opleiding, vanuit haar verbondenheid met de kleuter en de groep, vanuit haar band met de ouders kan ze voor een kleuter die zorg nodig heeft het verschil maken. - Groeiboek werkt samen met alle betrokkenen. De bezorgdheid, zowel van de kleuterleidster als van de ouders kan het vertrekpunt zijn en als signaal worden opgenomen. De leerkracht is de onderwijsprofessional en is verantwoordelijk voor het onderwijs aan dit kind. Ze kent de kleuter in zijn doen en laten in de klas. De ouder is de ervaringsdeskundige die zijn kind in zijn gezin het best kent. De belevingswereld van de kleuter zelf is een belangrijk gegeven om mee te nemen, om in te schatten wat hem zal helpen. De leerkracht zelf, maar ook de kleuter, de andere kleuters in de klas, de ouders hebben dus elk hun rol. Wanneer in de kleuterschool regelmatig tussen kleuterleidster en ouders wordt gecommuniceerd, is er een veilige basis om een bezorgdheid of een signaal met hen te delen. - Groeiboek heeft een positieve houding tegenover de ontwikkeling van kleuters. We geloven in het feit dat onderwijs er echt toe doet voor elke kleuter. We nemen het signaal of de bezorgdheid zeker ter harte maar zien ook wat goed gaat, wanneer het wel goed gaat, bij het kind, in de klas, thuis. Groeiboek zoekt, ziet, benoemt, benut de aanwezige, positieve krachten bij de kleuter en van zijn omgeving. Groeiboek besteedt hiervoor expliciet aandacht aan een goed pedagogisch klimaat dat een Positieve ingesteldheid kan teweegbrengen bij elke kleuter. De Positieve Ingesteldheid is de kern, de motor van ontwikkeling. In de Positieve ingesteldheid ligt het fundament om zich veilig en gewaardeerd te voelen in zijn omgeving, om vertrouwen te hebben in eigen competenties en het gevoel van autonomie te hebben in zijn eigen ontwikkelingsproces. Wanneer deze drie basisbehoeften vervuld zijn, ontwikkelt de kleuter goed. Aan de hand van het domeinboek Positieve ingesteldheid bekijken we voor sommige kleuters wat de omgeving moet bieden om de positieve ingesteldheid te verbeteren. Hieraan werken is dan een noodzakelijke voorwaarde om ontwikkeling op gang te brengen. Startrubriek 9

- Groeiboek ziet ontwikkeling als het resultaat van de wisselwerking tussen de kleuter en zijn omgeving. Daarom worden niet alleen kindkenmerken in beeld gebracht maar ook kenmerken van de onderwijsleersituatie en van de opvoedingssituatie. Groeiboek gaat op zoek om de aanpak van onderwijs en opvoeding beter af te stemmen op de behoeften van deze kleuter. Groeiboek sluit aan bij de protocollen diagnostiek PRODIA van alle onderwijskoepels en de CLB-koepels in Vlaanderen www.prodiagnostiek.be. Waar deze aanwijzingen geven op het niveau van het kleuteronderwijs werkt Groeiboek ze verder uit. Waar ze ontbreken in de protocollen vult Groeiboek ze aan vanuit de meest recente wetenschappelijke onderzoeksgegevens. Binnen het continuüm van zorg focust Groeiboek vooral op fase 1 verhoogde zorg en fase 2 uitbreiding van zorg. Uiteraard worden maatregelen en handelingsalternatieven op het niveau van preventieve basiszorg benut maar ze worden creatief, aangepast, langduriger, bewuster en gerichter ingezet om de zorgvraag van deze kleuter te beantwoorden. Zowel voor de zorgcoördinator als voor de CLB-medewerker biedt Groeiboek een systematiek en inhoud om de zorgvragen binnen het zorgcontinuüm op te nemen. De handelingsalternatieven zijn acties voor de kleuterjuf. Naast dit alles legt Groeiboek nog specifieke accenten. Groeiboek hanteert in zijn analyse de basiscompetenties. Basiscompetenties zijn alle verschillende facetten die aanwezig kunnen zijn bij elk concreet gedrag. Ze laten ons toe om op verschillende wijze uit te drukken op welke manier je bepaalde competenties verwerft of beheerst. In elk deelaspect van om het even welk ontwikkelingsdomein kun je ze nagaan. We gebruiken 7 basiscompetenties. Deze zijn: communiceren creëren KENNEN kunnen genieten durven willen Nadat de kleuterleidster haar bezorgdheid omtrent een bepaald aspect van de ontwikkeling signaleert, gaat Groeiboek in eerste instantie de basiscompetenties exploreren voor het ontwikkelingsdomein, omdat deze de ontwikkeling van een kleuter mee beïnvloeden, op zichzelf waardevol zijn om te ontwikkelen, als motor kunnen dienen om een ontwikkelingsprobleem vooruit te helpen, of als protectieve factor kunnen compenseren. Binnen elk domein ligt het accent dus niet enkel op kennen en kunnen maar ook op communiceren, creëren, genieten, durven en willen. Bv. bij een bezorgdheid omtrent de zelfredzaamheid van een kleuter vraag je je af - communiceert de kleuter hierover op één of andere manier? Bv. de kleuter vertelde thuis dat hij nu zelf zijn brooddoosje in de bak mag zetten. - is de kleuter creatief in het omgaan met zelfredzaamheidsprobleempjes? Bv. de kleuter schakelt een andere kleuter in om zijn schildersschort aan te trekken. - weet de kleuter wat hij moet weten hiervoor (kennen)? Bv. de kleuter kent de plaats van de drinkbekers nog niet. - heeft de kleuter de nodige motorische vaardigheden (kunnen)? Bv. de kleuter worstelt met de knopen van zijn jas. 10 Groeiboek - Deel 9: Analyse en handelen. Domeinboek Sociale, emotionele en morele ontwikkeling

- geniet de kleuter van een zelfredzaamheidsactie? Bv. de kleuter zijn gezichtje glundert bij het mengen van de verf. - durft de kleuter proberen zelfredzaam te zijn? Bv. de kleuter neemt zijn boekentasje niet eens vast. - wil de kleuter hierin ontwikkelen? Bv. de kleuter kijkt reikhalzend toe om goed te kunnen zien hoe de juf een appel schilt. Groeiboek is bedoeld voor de kleuterschool. Het gaat om kleuteronderwijs dus is het didactiek, maar het gaat ook om opvoeding dus is evenzeer (ortho)pedagogiek. Het doel dat vooropgesteld wordt is een Herstel van het gewone leven 2. Een kind moeten in het gewone leven leren eten en drinken, leeftijdsadequaat voor zichzelf zorgen, leren met anderen omgaan, tot ontwikkeling komen in zijn denken, in zijn motoriek enz. Om hiertoe te kunnen komen moeten de basisbehoeften ingevuld zijn. Die moeten voldaan worden door hem omringende volwassenen. De kleuterleidster is één van die volwassenen. Twaalf grote orthopedagogische categorieën 3 zijn richtinggevend om het gewone leven van een kleuter te herstellen: - Verzorging bieden - Iemand zijn voor de kleuter - Geborgenheid, warmte en veiligheid bieden - Structuur bieden - Socialiseren - Leren zorg dragen - Bemoedigen - Uitdagingen bieden - Verruimen van kennis en leren - Ontwikkeling stimuleren - Gevoelswereld verruimen - Werken aan redzaamheid en autonomie bevorderen - Flexibel, creatief en scheppend bezig zijn - Specifieke ontwikkelingsstimulansen bieden voor specifieke competenties - Compenseren bij belemmeringen Tenslotte hanteert Groeiboek in zijn antwoorden de vier ervaringssituaties 4. Ervaringssituaties zijn klasmomenten waar kleuters door interacties met de wereld, met de andere kleuters en de kleuterleidster ervaringen kunnen opdoen. Om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van de kleuter bieden ze een grotere pool aan handelingsalternatieven, vaak met gunstiger perspectief. Zorg wordt te vaak gezien in het kader van toegekende lestijden, door bepaalde leerkrachten, in welbepaalde leeromstandigheden. Groeiboek bouwt doelbewust, gedoseerd en afwisselend verschillende ervaringssituaties in als mogelijke handelingsalternatieven. Ontwikkelingsondersteunend leren komt vaak op de voorgrond bij de zorg in de kleuterklas. Maar er liggen evenveel of soms meer kansen die benut kunnen worden om ontwikkeling te bevorderen in het exploreren, 2 Ter Horst, W. (2006 herdruk van herziene versie 1986), Het herstel van het gewone leven, Houten/Diegem,, Bohn Stafleu van Loghum. 3 Klompe, J., (1980), Orthopedagogische diagnostiek en behandeling van jonge kinderen. Tijdschrift voor orthopedagogiek, nr. 10. 4 Zie VVKBaO (2000), Ontwikkelingsplan voor de Katholieke Kleuterschool, Brussel, CRKLKO. Startrubriek 11

in het zelfstandig spelen en in het ontmoeten. Groeiboek beschrijft expliciet hoe deze ervaringssituaties OOK in zorg kunnen worden besteed en illustreert dit vaak aan de hand van een concreet voorbeeld uit de kleuterklas. Bijvoorbeeld. - Het ontmoetingsmoment kan worden benut om taal te oefenen bv. bij het nagaan van de aanwezigheden wordt bij de naam ook naar de kleur van de trui gevraagd - Exploreren kan worden benut om sociale ontwikkeling te stimuleren - Bij zelfstandig spelen kan de aanwezigheid van materialen toelaten de motorische vaardigheid extra te oefenen - Binnen ontwikkelingsondersteunend leren kunnen bepaalde aspecten van zelfsturing eerst aangeleerd worden. Met deze brede analyse en door de variatie aan vormen en inhouden als antwoord zoekt Groeiboek voor elke kleuter het antwoord dat het meest bij hem past, het meest efficiënt is. Zo draagt Groeiboek bij tot een kwaliteitsvolle zorg op maat. De zorg is ruimer en gaat dieper dan enkel de activiteiten binnen de toegekende lestijden. Zorg is in handen van de kleuterleidster, die zich in haar denken en handelen ondersteund weet door Groeiboek in samenwerking met haar collega s en het Centrum voor leerlingenbegeleiding. Hopelijk is het Groeiboek een boeiende zoektocht voor de leerkrachten. De kleuters stellen immers al hun vertrouwen in hen. Reinilde Lambert 12 Groeiboek - Deel 9: Analyse en handelen. Domeinboek Sociale, emotionele en morele ontwikkeling

Inleiding Dit domeinboek behandelt de sociale, emotionele en morele ontwikkeling van de kleuter. Deze drie ontwikkelingsdomeinen staan nauw met elkaar in verband en beïnvloeden elkaar voortdurend. De kleuterperiode is een interessante en gevoelige periode om deze ontwikkeling te zien en te doen evolueren. De setting van de kleuterschool is ongelooflijk kansrijk om die vaardigheden aan te leren en het sociaal, emotioneel en moreel denken van de kleuter te beïnvloeden. De kleuterschool heeft samen met de ouders een belangrijke opvoedingstaak hierin. De extra zorg die hiervoor kan geboden worden door de kleuterleidster is het onderwerp van dit boek. In dit domeinboek onderscheiden we drie katernen. De indeling in sociale, emotionele en morele ontwikkelingstaken is kunstmatig omdat in de realiteit deze drie domeinen verweven zijn met elkaar en soms voorwaarden zijn om op het andere domein adequaat te functioneren. Een kleuter die nog weinig interesse heeft in anderen en nog naast de anderen speelt zonder echt contact te maken is mogelijk nog niet klaar om ook goed samen te werken met de andere kleuters. Maar zoals voorheen al geschreven 5 geldt dit voor alle ontwikkelingsdomeinen. Een kleuter functioneert en ontwikkelt als een geheel. Ook verstandelijke mogelijkheden en de spraak- en taalontwikkeling beïnvloeden de manier waarop de kleuter boodschappen begrijpt of zelf kan meedelen. Een kleuter die nog erg egocentrisch is ingesteld en nog niet praat zal uiteraard moeilijker in contact komen met andere kleuters en hierin nog een ontwikkelingsproces te gaan hebben. Een kleuter zal best al een aantal ontwikkelingsstappen achter de rug hebben om goed in te passen in de schoolcontext en zich aan te passen aan anderen. Om aangepast 5 Zie Groeiboek, Basisboek, p. 53 e.v. Inleiding 13

sociaal gedrag te tonen is het nodig adequaat te communiceren, anderen te respecteren en om te gaan met eigen en andermans gevoelens. De kleuter is in contact open naar anderen toe en heeft interesse om met anderen samen dingen te doen. Meestal kent de kleuter onbewust al wat sociale afspraken en regels en is hij flexibel genoeg om zich daaraan te conformeren als dat nodig is. Hij is niet meer alleen gericht op zichzelf en zijn eigen behoeften maar kan al wat rekening houden met anderen. De kleuter weet zijn eigen gedrag voldoende te controleren om niet voortdurend met anderen in competitie of conflict te raken. Uiteraard zijn alle kleuters anders in hun ontwikkelingsproces maar de kleutertijd blijft een belangrijke leerschool voor deze sociale vaardigheden. In de katern Sociaal kijken we vooral naar interventies die het leerproces in sociale vaardigheden ondersteunen. Sociaal vaardig worden heeft alles te maken met de kans krijgen om met anderen in contact te komen en te leren op een respectvolle manier om te gaan met elkaar. In de katern Emotioneel focussen we ons op de gevoelens en de emotionele ontwikkeling van de kleuter. De kleuter komt voor nieuwe uitdagingen te staan wat allerlei gevoelens opwekt. Hij zal, er mee geconfronteerd, ze leren kennen en beheersen. Dankzij die emotionele rijpheid zal hij voeling krijgen met anderen en het functioneren in een groep In de katern Moreel zien we hoe de kleuter door zijn sociale en emotionele ontwikkeling gevoelig wordt voor wat waardevol en nastrevenswaardig is. Hij leert wat aangenaam is en onaangenaam, braaf en stout, wat anderen waarderen en wat hij kan appreciëren. Hij leert zich houden aan regels en afspraken vanuit de kennismaking met normen en waarden. In die derde katern geven we een synthetisch overzicht van mogelijke interventies om die morele ontwikkeling te stimuleren. 14 Groeiboek - Deel 9: Analyse en handelen. Domeinboek Sociale, emotionele en morele ontwikkeling