Leesvaardigheid en leesattitude: een onderzoek bij 520 kinderen van 6 tot 12 jaar als basis voor nieuwe leestests: LVT1-6 en LAT 2-6 Hilde Niessen Ronny Boey 36ste VVL Congres 20 maart 2015
Inleiding lezen is een heel belangrijk communicatiemiddel onvoldoende leesvaardigheid (bv. bij dyslexie of bij analfabetisme) heeft verregaande invloed op de persoonlijke ontwikkeling en groot impact op de levenskwaliteit (ref. WHO)
Waarom de leesvaardigheid onderzoeken met met de Leesvaardigheidstests (LVT)? bestaande tests meten elk een afzonderlijk aspect van het lezen normeringen zijn meestal verouderd of gelden voor Nederland gemis aan vereiste eigenschappen voor tests o.m. test/hertest- en beoordelaarsbetrouwbaarheid, validiteit, specificiteit, sensitiviteit om de leesvaardigheid te kennen van kinderen tussen 6 en 12 jaar en kinderen met en zonder dyslexie te vergelijken
Vooronderzoek Pilootstudie om de leesvaardigheid en de leesattitude te onderzoeken bij kinderen van het vierde leerjaar (2011-12) leesvaardigheid geoperationaliseerd als leessnelheid en accuraatheid (nauwkeurigheid, juistheid) opstellen van 4 leestests en controle van interne consistentie, testbetrouwbaarheid en validiteit opstellen van vragenlijst om leesattitude te peilen
Resultaten suggereren de haalbaarheid om valide leesvaardigheidstests te construeren volgens het principe uit de voorstudie De testbatterij Leesvaardigheidstests LVT is ontworpen met 4 leestests: lezen van betekenisloze woorden lezen van grafemen lezen van betekenisvolle woorden lezen van tekst Per leerjaar 4 leestests met aangepast leesmateriaal en specifiek ontwerp voor het eerste leerjaar
Onderzoek van leesvaardigheid Onderzoek van 520 kinderen met de LVT Variabele school geslacht moedertaal Aantal Leerjaar Aantal A 262 1ste 98 B 258 2de 82 jongens 257 3de 92 meisjes 263 4de 80 nederlands 445 5de 88 anderstalig 75 6de 80 Inclusie en exclusie (stotteren, onvoldoende beheersing Nederlands)
2de - 6de leerjaar periode 1 LVT_P1 periode 2 LVT_P2 LVT_HT1 19 dagen LVT_HT2 18 dagen februari oktober 1ste leerjaar periode 1 LVT_P1 LVT_HT1 periode 2 LVT_P2 20 dagen februari LVT_HT2 14 dagen mei
+ 4000 gefilmde en digitaal opgeslagen testafnames analyse van testeigenschappen: interne samenhang en dimensionaliteit test/hertest-betrouwbaarheid inter- en intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid validiteit (inhoudsvaliditeit, criteriumvaliditeit, sensitiviteit en specificiteit om dyslexie accuraat te detecteren) invloed van leerjaar, school, geslacht, moedertaal en interactie-effecten
Leesvaardigheid
Leesvaardigheidstests LVT 2 3 4 5 6 140-120- 100-80- 60- LEERJAAR gemiddeld aantal leesfouten gemiddelde totale leessnelheid (s) LEERJAAR 10-8- 6-4 LVTP1 LVTP2 2 3 4 5 6 LVTP1 LVTP2
LEERJAAR 2 3 4 5 6 gemiddelde totale leessnelheid (s) 200-150- 100-50- 0-1 2 3 4 tests 1 test betekenisloze woorden lezen 2 test grafemen lezen 3 test betekenisvolle woorden lezen 4 test tekst lezen
LVTP1 en LVTP2 N = 512 rp = 0.82 p < 0.000 LVTP1 en hertest n = 77 rp = 0.92 p < 0.000 LVTP2 en hertest n = 94 rp = 0.93 p < 0.000
interbeoordelaarsbetrouwbaarheid LVT tussen 3 clinici Kappa-coëfficiënt tussen goed (0.64) en perfect (1.00) Pearson-correlatiecoëfficiënt tussen 0.90 en 0.96 intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid LVT per clinicus Kappa-coëfficiënt tussen goed (0.74-0.78) Pearson-correlatiecoëfficiënt 0.96, 0.94 en 0.98 gemiddelde verschilscore 3 (-2.2 tot 8) d.i. één vaardigheidscategorie)
externe diagnose van dyslexie detectie van dyslexie: accuraatheid 92% met criterium LVT Totaal = 30 sensitiviteit 0.66 specificiteit 0.92 dit is percentiel 10-16 odds ratio = 25.07
samenhang met AVI LVTP1 n = 414 rp = 0.47 p < 0.0001 LVTP2 n = 420 rp = 0.24 p < 0.0001
samenhang met LVS LVTP1 n = 343 rp = 0.05 p < 0.001 LVTP2 n = 333 rp = 0.20 p < 0.0001
samenhang met beoordeling leerkracht LVTP1 rp = 0.22 LVTP2 rp = 0.50 heel zwak zwak gewoon goed heel goed
test betekenisloze woorden lezen 60 160 leessnelheid (totaal in s) 50 45 40 35 30 140 leessnelheid (totaal in s) reeks 1 reeks 2 reeks 3 55 120 100 80 60 40 25 20 20 0 2 3 4 5 6 leerjaar 2 3 4 leerjaar leessnelheid 5 6
test betekenisloze woorden lezen 18 reeks 1 reeks 2 reeks 3 4 16 14 aantal leesfouten gemiddeld aantal leesfouten 5 3 2 12 10 8 6 4 1 2 0 0 2 3 4 5 6 leerjaar 2 3 4 leerjaar leesfouten 5 6
leessnelheid (totaal in s) test betekenisloze woorden lezen 75 70 65 60 55 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 reeks 1 reeks 2 reeks 3 geen dyslexie wel dyslexie zonder vermoeden dyslexie sneller trager
sneller trager test betekenisloze woorden lezen met dyslexie zonder dyslexie minder meer
interne consistentie, persistentie ( hardnekkigheid ) de eerste helft van een reeks betekenisloze woorden bevat korte, minder complexe structuren de tweede helft bevat langere, meer complexe betekenisloze woorden berekening van de mate van juist en fout lezen per stimuluswoord per deelnemer voor de drie reeksen proportie = 0 betekent steeds juist gelezen (persistent juist) proportie = 1 betekent steeds fout gelezen (persistent fout)
meer fout 0.7 met dyslexie zonder dyslexie 0.6 0.5 0.4 0.3 0.2 meer juist persistentie van lezen test betekenisloze woorden 1 = persistent fout 0 = persistent juist 0.1 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 items
test grafemen lezen met dyslexie zonder dyslexie
test betekenisvolle woorden lezen Periode 1 Periode 2
met dyslexie zonder dyslexie
test tekst lezen
Significante verschillen voor leessnelheid én leesfouten: periode van afname leerjaar tests opmerking: moedertaal en leessnelheid Niet-significante verschillen voor leessnelheid én leesfouten: school geslacht opmerking: moedertaal en leesfouten
meisjes jongens 150- gemiddelde aantal leesfouten gemiddelde totale leessnelheid (s) 10-125- 100-75- 50- meisjes jongens 8-6- 4-2- 0 1 2 3 4 1 2 3 4
Leesattitude
Waarom de leesattitude onderzoeken met de Leesattitudetest? om redenen van kennis o.m. in functie van leesvaardigheid (dyslexie), leeftijd, leesonderricht etc. voor klinisch gebruik (diagnostisch, therapeutisch) in het verleden wel vragenlijsten (voor Nederland) maar geen test die voldoet aan de vereiste eigenschappen hertest- en beoordelaarsbetrouwbaarheid, validiteit
Onderzoek van leesattitude Onderzoek van 419 kinderen met de LAT (2de-6de leerjaar) Variabele school geslacht moedertaal Aantal Leerjaar Aantal A 214 2de 82 B 205 3de 92 jongens 206 4de 77 meisjes 213 nederlands 369 5de 88 anderstalig 50 6de 80 Afname periode 1 en 2 met telkens hertest (zie LVT)
Resultaten uit de voorstudie met de vragenlijst voor leesattitude geven een aantal problemen aan De Leesattitudetest LAT is volledig opnieuw ontworpen voor 2de tot en met het 6de leerjaar 25 stellingen over lezen constructie rekening houden met bevindingen uit research over metingen van expliciete en impliciete attitude antwoordkeuze ja, soms, nee scoresysteem 2, 1 of 0 punten hoger totaal = positiever leesattitude
Analyse en resultaten: Interne samenhang en dimensionaliteit Item- en factoranalyse Test/hertestbetrouwbaarheid Interne validiteit Samenhang met leesvaardigheid Invloed van variabelen (periode, leerjaar, geslacht, school, moedertaal)
Item- en factoranalyse variantie na orthogonale rotatie component dimensie % van de variantie cumulatief % 1 leesplezier 15.784 15.784 2 moeilijkheden 9.304 25.088 3 nut en belang 7.208 32.296 4 hardop lezen 6.958 39.254 5 zorgen en reacties 6.443 45.697 6 graag veel lezen 5.444 51.141 7 aangetrokken 4.946 56.087 8 stillezen 4.936 61.023
Robuuste meting LATP1 Totaal LATP2 Totaal
55 50 50 45 45 Totaal LATP1 Hertest 40 Totaal 35 30 25 20 15 40 35 30 25 10 20 5 0 LATP1 LATP1 Hertest 15 20 25 30 35 Totaal LATP1 40 45 50
Evolutie tussen 2de en 6de leerjaar leerjaar LATP1 gemiddelde z-scores +0.40 2 3 4 5 6 meisjes jongens +0.20 0.00 minder -0.20 meer leerjaar -0.40 2 3 4 5 6-0.60 2 3 4 5 6 leerjaar minder meer
LAT dimensie plezier leerjaar 2 3 4 5 6 minder meer
LAT dimensie graag LAT dimensie zorgen en reacties
LAT dimensie hardop lezen 0.6 meisjes LAT Dimensie hardop lezen (gemiddelde z-scores) LAT dimensie stil lezen jongens 0.4 0.2 0.0 2 3 4 5 6-0.2-0.4 2 3 4 leerjaar 5 6
LAT andere dimensies Moeilijkheden: licht stijgend Nut en belang: dalend (1 uitzondering) Aantrekking: stijgend tot 4de leerjaar dan dalend
minder vaardig meer vaardig Samenhang met leesvaardigheid minder gunstig meer gunstig
LATP1 LATP2 leesattitude LAT Totaal meer gunstig minder gunstig 42 38 36 34 32 30 1 2 meer vaardig 3 leesvaardigheidsgroep 4 5 minder vaardig
dyslexie geen dyslexie 45 30 40 Totaal LATP1 Procentueel aantal ten opzichte van de groep 50 40 20 35 30 25 10 20 0 10 15 20 25 30 35 LATP1 Totaal 40 45 50 55 15 geen dyslexie dyslexie diagnose AUC 0.87
Samenhang met variabelen Significante verschillen voor leesattitude enkel met diagnose dyslexie: externe diagnose LVT criterium 30 leesvaardigheidsgroepen Niet-significante verschillen voor leessattitude: school geslacht moedertaal leerjaar
55 50 Totaal LATP1 45 40 35 50 30 25 45 20 15 5 0 2 3 4 5 6 55 50 Totaal LATP1 40 10 35 30 25 Totaal LATP2 45 20 40 35 15 30 school 1 25 school 20 15 10 5 0 school 2 2 3 4 5 6
50 50 45 40 Totaal LATP1 Totaal LATP1 40 35 30 25 30 20 20 10 15 0 jongens meisjes geslacht Anderstalig Nederlands moedertaal
Besluit