Luchtenwind Dagopvang
Kinderdagverblijf lucht en wind Inhoud Opening thema... 3 Aankleding lokaal... 4 Knutselen... 5 1. Luchtballon... 5 2. Zeilboot... 6 3. Helikopter... 7 4. Wolken... 8 5. Vliegtuig... 9 6. Molen... 10 Eetideeën... 11 Proefjes en spelletjes... 16 Bezoektip... 18 Afsluiting... 19 2
Opening thema Ga met de kinderen in een kring zitten en zet in het midden een ventilator of föhn neer. Zet de ventilator aan en laat de kinderen de wind voelen. Wie kan vertellen wat hij voelt, hoe heet dat? Waar voel je nog meer de wind/lucht? Op de fiets, als het waait, enz. Deel veertjes en watjes uit. Zet de föhn of ventilator aan en laat de kinderen om de beurt hun veertje of watje wegblazen. Hoe komt het dat het veertje/watje zover weggeblazen wordt? Zet de ventilator op verschillende standen en laat de kinderen ervaren dat hoe harder de wind blaast hoe verder het veertje/watje komt. Ga met de kinderen naar buiten om de lucht/wind te voelen. Neem veertjes/watjes en opgeblazen ballonnen mee naar buiten. Laat de kinderen de materialen in de lucht gooien en bekijken wat er gebeurd. Bekijk met de kinderen het digitale prentenboek over een kat die wil vliegen in een luchtballon http://www.youtube.com/watch?v=0oqjtyr0cgu Zing samen met de kinderen het liedje met je kop in de wolken van Sesamstraat. http://www.youtube.com/watch?v=qoozy7shak4 3
Aankleding lokaal Maak in het lokaal een grote ontdekhoek. In deze ontdekhoek kunnen de kinderen zelf aan de slag met lucht. Denk hierbij aan - opgeblazen ballonnen - veertjes die de kinderen naar beneden kunnen laten dwarrelen - bellenblaas - een bak met water waarin de zeilbootjes kunnen varen, zie knutselidee 2 - een ventilator of föhn (wanneer er toezicht is) om bijvoorbeeld watjes en veertjes vooruit te blazen. Hang wolken op in het lokaal aan het plafond. Knip uit wit karton grote wolken en hang ze met een draadje op. Als het raam open staat bewegen de wolken op de wind. 4
Knutselen 1. Luchtballon Trek bijlage 1 over op architectenpapier. Dit is dik overtrekpapier. De kinderen scheuren verschillende kleuren sitspapier in stukjes en plakken deze op de luchtballon. Laat de kinderen eerst lijm aanbrengen op het architectenpapier en dan de stukjes papier opplakken. Het papier blijft zo minder aan hun handen plakken. Knip uit karton een rechthoek, het mandje, en plak deze met twee touwtjes vast aan de luchtballon. Hang de luchtballonnen aan het plafond in het lokaal, wat een vrolijk gezicht! Zie bijlage 1 Materiaal Gekleurd sitspapier Lijm Architectenpapier Touw Karton Schaar 5
2. Zeilboot Ieder kind krijgt een onderkant van een eierdoos. Deze wordt aan de binnenkant geverfd. Eventueel kunnen de kinderen ook een klein randje aan de buitenkant verven maar het bootje moet wel in het water kunnen zonder dat de verf nat wordt. Je kunt ook watervaste stiften gebruiken voor de buitenkant. Knip voor alle kinderen een rechthoek uit stevig papier, dit wordt het zeil. Laat het zeil versieren met bijvoorbeeld plakkertjes of wasco en prik ze wanneer ze klaar zijn op een lange satéprikker. Plak, als de satéprikker niet goed blijft zitten, een beetje plakband aan de onderkant van het bakje rond de satéprikker. Je kunt ook een stukje kurk aan de onderkant in de eierdoos (in het middenstuk) steken en daar de satéprikker door de eierdoos inprikken. Zet de boten op een blauw vel papier of op een stuk blauw plastic. Tip: Plak een foto van het kind of een gezicht uit een tijdschrift op een wc-rolletje en de boot heeft passagiers die naar de overkant moeten worden gebracht. Materiaal Voor ieder kind de onderkant van een eierdoos Verf Kwasten Eventueel watervaste stiften Stevig papier Lange satéprikkers Stevig papier Materiaal om het zeil mee te versieren Schaar Lijm Eventueel plakband of kurk 6
3. Helikopter Print bijlage 2 uit op stevig papier. De kinderen beginnen met het inkleuren van de helikopter. Als ze klaar zijn kunnen ze de helikopter uitprikken. Knip nu zelf de helikopter in een aantal stukken, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen, en laat de puzzel maken. Als de puzzel gemaakt is plakken de kinderen de stukjes op een gekleurd vel karton. Laat de rand van het karton versieren en de kinderen hebben een mooi schilderij van hun eigen helikopter. Zie bijlage 2 Materiaal Stevig papier Materiaal om de helikopter mee in te kleuren Prikpen/prikmat Gekleurd karton Lijm Schaar 7
4. Wolken Zet een aantal bakjes op tafel met daarin bolletjes watten. Haal van te voren de bolletjes al een beetje los zodat de kinderen makkelijk één bolletje tegelijk kunnen pakken. Laat de kinderen, eventueel met een beetje hulp, op een blauw vel karton een aantal wolken tekenen. Deze wolken beplakken de kinderen met bolletjes watten. Laat eerst een beetje lijm aanbrengen op het karton en daarna de bolletjes op de lijm drukken. Op deze manier blijven de watten niet aan de vingers kleven. Hang alle wolken bij elkaar op tegen de muur, wat een mooie lucht! Tip: Hang als het aanwezig is een vliegtuigje aan een draad aan het plafond voor de wolken. Nu lijkt het net een echte lucht! Materiaal Voor ieder kind een vel blauw karton Potlood Lijm Bolletjes watten 8
5. Vliegtuig Ieder kind krijgt een eierdoos voor 10 eieren en drie wc-rolletjes. Een doos voor 6 eieren en twee wc-rolletjes kan ook, dan moeten de vleugels kleiner worden gemaakt. Snijd drie rondjes uit de deksel zodat daar de wc-rolletjes doorheen passen, zie foto. Maak aan de zijkanten een snee zodat daar de vleugels ingestoken kunnen worden. De kinderen verven het vliegtuig, de vleugels (zie bijlage 3) en de wc-rolletjes. Als de verf droog is plakken ze wiebeloogjes op het rolletje en tekenen ze met een zwarte stift een mondje. Knip driehoekjes aan één kant uit een strookje vilt en plak deze vast aan de bovenkant van de wc-rol, dit zijn de haren. Je kunt ook haren maken van draadjes wol. Steek de wc-rolletjes en de vleugels in de eierdoos en het vliegtuig is klaar voor vertrek! Tip: Bij sommige eierdozen is het handig om aan de binnenkant de scheiding tussen de bakjes weg te snijden. Anders kunnen de wc-rolletjes niet goed blijven staan. Zie bijlage 3 Materiaal Eierdozen 3 wc-rolletjes per kind Verschillende kleuren verf Kwasten Karton voor de vleugels Wiebeloogjes Lijm Zwarte viltstift Eventueel papier om ogen op het vliegtuig te maken 9
6. Molen Knip voor ieder kind de bovenkant van een vierkant pak af, bijvoorbeeld een melkpak. Plak daarna een stuk gekleurd papier rondom het pak. De kinderen prikken bijlage 4, de wieken en de deur van de molen uit. De wieken versieren de kinderen met vrolijk papier of bijvoorbeeld met stukjes stof, de deur plakken ze op de molen. Maak een klein sneetje in het pak en in het karton op de plaats waar de wieken moeten komen. Maak de wieken met een splitpen vast op het pak. Bevestig aan de splitpen een klein kraaltje tussen het pak en de wieken, dan draaien de wieken beter. De kinderen verven een klein kartonnen bordje groen. Plak de molens vast op het gras. Zie bijlage 4 Materiaal Gekleurd papier/karton Schaar Prikpen/prikmat Lijm Splitpen Mesje Kleine kraaltjes Kartonnen bordjes Groene verf Kwasten 10
Eetideeën Vliegtuig Snijd uit een blok kaas twee vleugels en de staart van een vliegtuig. Je kunt ze ook uit een plakje worst snijden. Maak de vleugels en de staart met een stukje satéprikker vast aan een augurk of snoepkomkommer. Leg alle vliegtuigen gezellig bij elkaar op een bord. Het is natuurlijk helemaal leuk als je op een vel karton een landingsbaan tekent en daar de vliegtuigen op zet. Ingrediënten Blok kaas of plakjes worst Satéprikkers Mesje Augurk of snoepkomkommer 11
Zeilboot Snijd een eierkoek doormidden, leg de helften op elkaar en snijd nog een klein randje af van de ronde kant. Plak de twee helften met glazuur aan elkaar vast. Maak ramen op de zeilboot met smarties en steek een lange satéprikker met een velletje snoeppapier als zeil in de eierkoek. Tip: Leg de eierkoek plat neer als je de smarties vast plakt met glazuur en laat het even drogen voordat je de boot rechtop zet. Anders schuiven de smarties naar benenden. Ingrediënten Eierkoek Smarties Snoeppapier Lange satéprikker Glazuur, poedersuiker met een héél klein beetje water Mesje 12
Luchtballon met bekertje en rietjes Blaas een ballon op en plak rondom de ballon rietjes. Zorg dat de rietjes een flink stuk aan de onderkant uitsteken. Plak onder de luchtballon een bekertje vast aan de rietjes. Vul de bekertjes met bijvoorbeeld stukjes fruit en smullen maar! Tip: de kinderen kunnen van te voren hun eigen bekertje versieren. Ingrediënten/materiaal Ballonnen Rietjes Lijm en plakband Bekertjes Iets lekkers om in de bekertjes te stoppen, bijvoorbeeld stukjes fruit 13
Wolkenboterham met gestampte muisjes of hagelslag, donderwolk Snijd of knip (met een schone schaar) uit een witte boterham wolken. Maak verschillende soorten wolken; een witte wolk met gestampte muisjes en donderwolken met hagelslag. Je kunt met hagelslag de wolken nog een gezichtje geven. Ingrediënten Witbrood Mes of schone schaar Boter Gestampte muisjes Hagelslag 14
Helikopter Snijd een dik plak leverworst af en snijd er een kwart uit, zie foto. Snijd vervolgens uit een andere plak leverworst en vierkantje. In dit vierkantje steek je vier halve zoute stokjes. Met een satéprikker maak je het vast aan de helikopter. Het onderstel van de helikopter maak je door twee halve zoute stokjes een klein stukje uit elkaar te leggen. Daarna leg je er twee kortere stukjes dwars op. Hierop zet je de helikopter. Nu nog een druifje als piloot en de helikopter is klaar! Ingrediënten Leverworst Zoute stokjes Satéprikker Druiven Mesje 15
Proefjes en spelletjes Blazen tegen een windmolentje. Geef alle kinderen een windmolentje en laat ze tegen de wieken blazen. Wat gebeurt er als je zacht blaast en wat als je harder blaast. Bellen blazen in het water Zet een aantal bakjes met water neer. Alle kinderen krijgen een rietje. Hiermee blazen ze bellen in het water. Vraag aan de kinderen wat er gebeurt als ze lucht door het rietje blazen. - Waarom komen er bellen? - Wie kan hele grote bellen blazen? - Wie kan hele kleine bellen blazen? - Wat gebeurt er als je zacht blaast? - Wat gebeurt er als je hard blaast? Drinkflesje leegknijpen onder water Zet een grote bak met water neer. Alle kinderen hebben een leeg drinkflesje van een halve liter. Het drinkflesje moet niet te stevig zijn zodat de kinderen de fles makkelijk in kunnen knijpen. De kinderen duwen de fles zonder dop, met de opening naar beneden onder water. Als de kinderen nu in de fles knijpen gaat de lucht uit de fles en komt de lucht als luchtbelletjes naar boven. Ballonnen laten wegschieten Blaas een ballon op en houd het uiteinde dicht. Leg er geen knoop in! Geef de kinderen de ballon en vertel dat ze de ballon los mogen laten Waar vliegt de ballon heen? Leg aan de kinderen uit dat de lucht die je net in de ballon hebt geblazen er ook graag weer uit wil en dat de ballon daarom zo snel weg vliegt. Laat aan de kinderen zien dat de lucht ook langzaam uit de ballon kan gaan. Trek het uiteinde van de ballon strak en de lucht maakt een piepend geluid. Wie van de kinderen kan dit ook? 16
Watje blazen Leg op een tafel een aantal watjes neer. De kinderen blazen door het rietje en proberen het watje zover mogelijk weg te schuiven. Wie kan er zo n harde wind maken dat het watje over de tafel schuift? Ventilator met sliertjes Knoop aan een ventilator een aantal sliertjes crêpepapier. Vraag aan de kinderen wat ze denken dat er gaat gebeuren als de ventilator aan gaat. Zet de ventilator op stand 1. Hoe komt het dat de sliertjes gaan bewegen? De wind/lucht blaast tegen de sliertjes. Vraag aan de kinderen wat er gebeurt als de ventilator harder gaat blazen en laat het zien. Geef alle kinderen zelf een, niet te lang, sliertje crêpepapier en laat ze er zelf tegenaan blazen. Blaas eerst zacht en steeds een beetje harder. Wie kan zijn sliertje laten dansen in de lucht? Zelf wind/lucht maken Geef de kinderen allemaal een doek, denk aan een theedoek of een lapje stof. Laat ze in een ruime kring staan en met de doek wapperen en zelf wind maken. Wie kan er een hele harde storm maken en wie kan het heel zachtjes laten waaien? Bellen blazen Ga met de kinderen naar buiten en laat ze bellen blazen. De bellen gaan de lucht in en dansen op de wind. Als er geen wind staat kunnen de kinderen ook zelf tegen de bellen aan blazen. Je kunt ook binnen bellen blazen en dan de föhn of ventilator aan zetten om de bellen weg te blazen. Bootje varen Zet een grote bal met water neer en geef de kinderen hun zeilboot van knutselidee 2. De kinderen zetten hun boot in het water en blazen tegen het zeil. Wie kan zijn bootje naar de overkant laten varen? 17
Bezoektip De wieken van een molen draaien door de wind (lucht). Bezoek met de kinderen een molen. Klik op onderstaande link om een molen in de buurt te zoeken. Wanneer u een molen gevonden heeft en op het kopje informatie klikt ziet u wanneer en of de molen te bezichtigen is. http://www.molens.nl/site/molenlocator.php 18
Afsluiting Sluit het thema lucht af met een gezellige middag. Nodig eventueel de ouders aan het eind van de middag uit om samen met hun kinderen een aantal proefjes te komen doen. Op deze manier kunnen de kinderen zelf aan hun ouders vertellen en laten zien wat ze allemaal geleerd hebben over lucht. Zet alle materialen die zijn gebruikt de afgelopen weken klaar in het lokaal. Laat de kinderen zelf kiezen met welke materialen ze aan de slag willen gaan en welke proefjes ze nog een keer willen doen. Tussendoor moet er natuurlijk ook iets gegeten en gedronken worden. Geef de kinderen bij het drinken een rietje zodat ze nog een keer bellen kunnen blazen en maak een traktatie uit de eetideeën. Lees als afsluiting van de dag een verhaal voor over lucht, bezoek onze website voor ideeën. Geef alle kinderen een ballon mee naar huis! 19
Bijlagen Bijlage 1
Bijlage 2
Bijlage 3
Bijlage 4