RUP ZONEVREEMDE RECREATIE HOLSBEEK SITE BRUUL

Vergelijkbare documenten
RUP MOLENBEEK SPORT & RECREATIE

RUP LOKAAL BEDRIJVENTERREIN RUMMEN

GEMEENTE KORTENBERG DEEL II: GRAFISCH LUIK. Provincie Vlaams Brabant Arrondissement Leuven Gemeente Kortenberg RUP VIERHUIZEN RU KOG 2008/056

PRUP Regionaal bedrijventerrein Jagersborg te Maaseik - Herziening RUP's. Kaart 1 Situering

RUP ZONEVREEMDE RECREATIE HOLSBEEK SITE HOLSBEEK

(P)RUP BRUGSTRAAT HAACHT

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 januari 2014 betreffende het onroerend erfgoed;

Afbakening kleinstedelijk gebied Lokeren PROVINCIAAL RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN DEELRUP E17-1 GRAFISCH PLAN - KAARTENBUNDEL JUNI 2012 NOVEMBER 2015

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

Kaart 36: plangebied en omgeving grondwaterstromingsgevoelige gebieden Kaart 37: plangebied en omgeving infiltratiegevoelige gebieden Kaart 38:

RUP MEERGEZINSWONINGEN BERTEM

Provincieraadsbesluit

Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST

RUP Torhout-Noord Stad Torhout Kaart 1 Situering

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN

RUP Zonevreemde recreatie. Toelichting Bevolking

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

RUP CENTRUM BEGIJNENDIJK

Aanvullende nota milieuscreening PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene fase 1'

situering op de topokaart

gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Kelsbeek Nieuwenhoven

ADVIEZEN OP HET VERZOEK TOT RAADPLEGING RUP KLEIN SCHRIEKEN HEIST-OP-DEN-BERG

BETREFT: plan MER screening

Gemeente Wevelgem Ruimtelijk Uitvoeringsplan 7-1 Marremstraat. september 2011, ontwerp 1

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 januari 2014 betreffende het onroerend erfgoed;

RUP 'KERN WIEKEVORST'

adviezen n.a.v. planmer-screening

In bijlage bezorgen wij U de vereiste documenten voor de ontheffingsaanvraag tot opmaak van een planmer.

RUP hoek Haringstraat-Vondelstraat Gedeeltelijke wijziging van RUP Landelijk gebied rond Bavikhove en Hulste. Maart 2014, definitieve vaststelling

PROVINCIE VLAAMS-BRABANT. Provinciaal RUP Afbakening kleinstedelijk gebied Halle verordenend deel. Directie infrastructuur dienst ruimtelijke ordening

Melle Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan

Kaartenreeks 5: Beleid open ruimte

Provincieraadsbesluit

RUP Kanaalzone West Wielsbeke. Bewonersvergadering OC Leieland 24/08/2016

N16 Scheldebrug Temse-Bornem

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST

grens RUP Liggingsplan MER-screening KAPELLE-OP-DEN-BOS RUP Oxdonk

situering en afbakening van het plangebied

Ontwerp startbeslissing signaalgebied INDUSTRIEGEBIED HEULEBEEK - PIJPLAP WEVELGEM

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEVOET WINGENE

Besluit van de Deputatie

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen

TOELICHTING RUIMTELIJKE UITVOERINGSPLANNEN

gewenste ruimtelijke structuur voor Sint-Truiden

Afbakening kleinstedelijk gebied Deinze

voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Omgeving Bouvelobos, Hemsrodebos en steilrand van Moregem

Bloso-centrum Hofstade-Zemst

Ruimtelijk Uitvoeringsplan Azelhof

Besluit van de Vlaamse Regering tot goedkeuring en instelling van het landinrichtingsproject Moervaartvallei

gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Diest platen

Bron: OpenStreetMap (and) contributors, CC-BY-SA. MER-screening. KAPELLE-OP-DEN-BOS RUP Nieuwenrode. Liggingsplan

RUP Hernieuwenburg Wielsbeke. Bewonersvergadering OC Hernieuwenburg 24/08/2015

Ontwerp startbeslissing signaalgebied WUG AVERBODE SCHERPENHEUVEL-ZICHEM

Project-m.e.r.-screening

RUP SINT - KATHARINASTRAAT TOELICHTINGSNOTA

Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan De Pinte Bindende Bepalingen

1.1. Vilvoorde. Machelen. Brussel. Legenda. Projectgebied. Gemeentegrenzen Meters. Titel: Situering projectgebied.

p r o v i n Ruimte College van burgemeester en schepenen Maastrichterstraat TONGEREN Geacht college

KAART 1 LUCHTFOTO. groep Aertssen. planologisch attest. bron AGIV orthofoto middenschalig winteropname (2013) studiegebied

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN ASSENEDE. ONTWERP GRS Bindend deel

RUP EENVORMIGE ENTITEITEN

PlanMer Regenboogstadion Waregem Situering plangebied op macroschaal Legende

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK STRUCTUURPLAN. GEMEENTE LUBBEEK Provincie Vlaams-Brabant

Een blik op de ruimtelijke planning in Vlaanderen

Veurne - Westkust. 1. Toeristisch recreatiepark (KB 6/12/76)

RUP Zonevreemde Bedrijven Gemeente Arendonk

Besluit van de Deputatie

In kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage werden op basis van een lijst aangeleverd door de dienst MER volgende instanties geraadpleegd:

Motivatienota Onteigeningsplan. Recreatiezone Melsbroek

STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Inhoudstafel. Dit perceel staat niet geregistreerd in het register van herstelvorderingen. Register van Herstelvorderingen

POSITIEF PLANOLOGISCH ATTEST

Transcriptie:

RUP ZONEVREEMDE RECREATIE HOLSBEEK SITE BRUUL PLAN-MER SCREENINGSNOTA (deel II kaartenbundel) Adviesverlening en begeleiding Ruimtelijke ordening September 2016 (ontheffingsaanvraag) Projectnr. IL: 506.025 SCRPL-nr.: SCRPL16158

Gemeente Holsbeek RUP ZONEVREEMDE RECREATIE HOLSBEEK SITE BRUUL Onderzoek naar plan-mer-plicht Verzoek tot raadpleging DEEL II: KAARTENBUNDEL Initiatiefnemer: Gemeente Holsbeek Dutselstraat 15 3220 Holsbeek Uitvoering: Interleuven Brouwersstraat 6 3000 Leuven Screeningsnota planmer-plicht RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul Deel II: kaartenbundel september 2016 2/36

INHOUDSOPGAVE KAARTENBUNDEL KAART 1: SITUERING GEMEENTE HOLSBEEK... 4 KAART 2: SITUERING PLANGEBIED OP NIVEAU GEMEENTE HOLSBEEK... 5 KAART 3: SITUERING PLANGEBIED OP NIVEAU VAN DEELGEMEENTE KORTRIJK-DUTSEL... 6 KAART 4: AFBAKENING PLANGEBIED (ORTHOFOTO)... 7 KAART 5: AFBAKENING PLANGEBIED (GRB/KADASTER)... 8 KAART 6: GEWESTPLAN... 9 KAART 7: BODEMKAART... 10 KAART 8: HERBEVESTIGDE AGRARISCHE GEBIEDEN (HAG)... 11 KAART 9: EROSIEGEVOELIGE GEBIEDEN... 12 KAART 10: POTENTIËLE BODEMEROSIE... 13 KAART 11: HELLINGENKAART... 14 KAART 12: RELIËFKAART - DIGITAAL HOOGTEMODEL (DHM)... 15 KAART 13: INFILTRATIEGEVOELIGE GEBIEDEN... 16 KAART 14: BODEMGEBRUIK... 17 KAART 15: LANDBOUWTYPERINGSKAART... 18 KAART 16: WATERTOETSKAART - OVERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN... 19 KAART 17: RECENT OVERSTROOMDE GEBIEDEN (ROG)... 20 KAART 18: NATUURLIJK OVERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN (NOG)... 21 KAART 19: MOGELIJK OVERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN (MOG)... 22 KAART 20: GRONDWATERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN... 23 KAART 21: GRONDWATERKWETSBAARHEID... 24 KAART 22: ZONERINGSPLAN VMM... 25 KAART 23: BIOLOGISCHE WAARDERINGSKAART... 26 KAART 24: VOGEL- EN HABITATRICHTLIJNGEBIEDEN... 27 KAART 25: GEBIEDEN VAN VEN EN IVON... 28 KAART 26: STRUCTUURSCHETS RUP ZONEVR. RECREATIE HOLSBEEK - SITE BRUUL... 29 KAART 27: LANDSCHAPSATLAS... 30 KAART 28: ATLAS DER BUURTWEGEN (OVERZICHT)... 31 KAART 29: ATLAS DER BUURTWEGEN (DETAIL)... 32 BIJLAGE I: BRONVERMELDING GEBRUIKTE KAARTLAGEN... 33 Screeningsnota planmer-plicht RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul Deel II: kaartenbundel september 2016 3/36

KAART 1: SITUERING GEMEENTE HOLSBEEK Deel II: kaartenbundel september 2016 4/36

KAART 2: SITUERING PLANGEBIED OP NIVEAU GEMEENTE HOLSBEEK Deel II: kaartenbundel september 2016 5/36

KAART 3: SITUERING PLANGEBIED OP NIVEAU VAN DEELGEMEENTE KORTRIJK-DUTSEL Deel II: kaartenbundel september 2016 6/36

KAART 4: AFBAKENING PLANGEBIED (ORTHOFOTO) Deel II: kaartenbundel september 2016 7/36

KAART 5: AFBAKENING PLANGEBIED (GRB/KADASTER) Deel II: kaartenbundel september 2016 8/36

KAART 6: GEWESTPLAN Deel II: kaartenbundel september 2016 9/36

KAART 7: BODEMKAART Deel II: kaartenbundel september 2016 10/36

KAART 8: HERBEVESTIGDE AGRARISCHE GEBIEDEN (HAG) Deel II: kaartenbundel september 2016 11/36

KAART 9: EROSIEGEVOELIGE GEBIEDEN Deel II: kaartenbundel september 2016 12/36

KAART 10: POTENTIËLE BODEMEROSIE Deel II: kaartenbundel september 2016 13/36

KAART 11: HELLINGENKAART Deel II: kaartenbundel september 2016 14/36

KAART 12: RELIËFKAART - DIGITAAL HOOGTEMODEL (DHM) Deel II: kaartenbundel september 2016 15/36

KAART 13: INFILTRATIEGEVOELIGE GEBIEDEN Deel II: kaartenbundel september 2016 16/36

KAART 14: BODEMGEBRUIK Deel II: kaartenbundel september 2016 17/36

KAART 15: LANDBOUWTYPERINGSKAART Deel II: kaartenbundel september 2016 18/36

KAART 16: WATERTOETSKAART - OVERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN Deel II: kaartenbundel september 2016 19/36

KAART 17: RECENT OVERSTROOMDE GEBIEDEN (ROG) Deel II: kaartenbundel september 2016 20/36

KAART 18: NATUURLIJK OVERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN (NOG) Deel II: kaartenbundel september 2016 21/36

KAART 19: MOGELIJK OVERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN (MOG) Deel II: kaartenbundel september 2016 22/36

KAART 20: GRONDWATERSTROMINGSGEVOELIGE GEBIEDEN Deel II: kaartenbundel september 2016 23/36

KAART 21: GRONDWATERKWETSBAARHEID Deel II: kaartenbundel september 2016 24/36

KAART 22: ZONERINGSPLAN VMM Deel II: kaartenbundel september 2016 25/36

KAART 23: BIOLOGISCHE WAARDERINGSKAART Deel II: kaartenbundel september 2016 26/36

KAART 24: VOGEL- EN HABITATRICHTLIJNGEBIEDEN Deel II: kaartenbundel september 2016 27/36

KAART 25: GEBIEDEN VAN VEN EN IVON Deel II: kaartenbundel september 2016 28/36

KAART 26: STRUCTUURSCHETS RUP ZONEVREEMDE RECREATIE HOLSBEEK - SITE BRUUL Deel II: kaartenbundel september 2016 29/36

KAART 27: LANDSCHAPSATLAS Deel II: kaartenbundel september 2016 30/36

KAART 28: ATLAS DER BUURTWEGEN (OVERZICHT) Deel II: kaartenbundel september 2016 31/36

KAART 29: ATLAS DER BUURTWEGEN (DETAIL) Deel II: kaartenbundel september 2016 32/36

BIJLAGE I: BRONVERMELDING GEBRUIKTE KAARTLAGEN 1.1. Fusiegemeentegrenzen Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, vectorbestand, toestand 22/05/2003, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen 1.2. Deelgemeentegrenzen Deelgemeenten, vectorbestand, bronbestand 2005, bewerking 2009, Provincie Vlaams- Brabant 1.3. Gewestgrens Voorlopig referentiebestand gewestgrens, vector, toestand 22/05/2003, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen 1.4. Provinciegrens Voorlopig referentiebestand provinciegrenzen, vector, toestand 22/05/2003, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen 1.5. Arrondissementgrens Voorlopig referentiebestand arrondissementgrenzen, vector, toestand 22/05/2003, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen 1.6. Gewestplan Gewestplan, vectorbestand, 02.05.2012, Vlaamse overheid - Departement Ruimtelijke Ordening - Woonbeleid en onroerend erfgoed 1.7. Kadaster Digitale kadastrale percelenplannen, cadmap, vectorbestand, toestand 01/01/2012, Federale Overheidsdienst financiën, Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie 1.8. Orthofoto s Middenschalige orthofotomozaïek, Vlaanderen, winteropnames (wordt jaarlijks vernieuwd), actuele toestand, AGIV en Provincie Vlaams-Brabant. 1.9. Topografische kaart Topografische kaart, kleur, grid, opname 1991-2005, schaal 1/10.000, Nationaal Geografisch Instituut Topografische kaart, zwart-wit, grid, opname 1991-2005, schaal 1/10.000, Nationaal Geografisch Instituut 1.10. Atlas Buurtwegen Atlas Buurtwegen Vlaams Brabant, vector en raster, toestand 26.09.2012, Provincie Vlaams- Brabant 1.11. Atlas woonuitbreidingsgebieden (WUG) Screeningsnota planmer-plicht RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul Deel II: kaartenbundel september 2016 33/36

Atlas van de woonuitbreidingsgebieden, vector, actuele toestand, Vlaamse overheid Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed 1.12. HAG Herbevestigde agrarische gebieden, 2009, vector, Vlaamse overheid - Departement RWO - Afdeling Ruimtelijke Planning 1.13. Stations NMBS Stations, vector, versie 01/01/2009, NMBS 1.14. Spoorwegen Navstreets native, versie 2012.3 (16/01/2013), vector, NAVTEQ 1.15. Watertoets Signaalgebieden, vector, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Winterbedkaart, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Infiltratiegevoelige bodems, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Hellingenkaart, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Grondwaterstromingsgevoelige gebieden, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Erosiegevoelige gebieden, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Overstromingsgevoelige gebieden, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Recent overstroomde gebieden, vector, 27.06.2012, Vlaamse Milieumaatschappij - afdeling Operationeel Waterbeheer, MOW 1.16. Beschermingszones van de grondwaterwinningen Beschermingszones van de grondwaterwinningen, vector, toestand 06/07/2006, Vlaamse Milieumaatschappij afdeling Operationeel Waterbeheer 1.17. Vlaams Hydrografische Atlas VHA-waterlopen, vector versie 24.05.2013, Vlaamse Milieumaatschappij afdeling Operationeel Waterbeheer VHA-zones, vector, versier 20.03.2013, Vlaamse Milieumaatschappij afdeling Operationeel Waterbeheer VHA-wateroppervlakken, vector, versie 05.06.2009, Vlaamse Milieumaatschappij afdeling Operationeel Waterbeheer VHA - waterlopen met aanvulling van IL obv terreinonderzoek en luchtfotoverwerking, vector, VMM - afdeling Operationeel Waterbeheer en Interleuven bijwerkingen 1.18. Wateroppervlakken Wateroppervlakken Navstreets Native, vector, 16/01/2013, Navteq 1.19. Atlas van de Waterlopen Screeningsnota planmer-plicht RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul Deel II: kaartenbundel september 2016 34/36

Atlas Waterlopen Vlaams-Brabant, vector en raster, 1950, Provincie Vlaams-Brabant 1.20. Bodem Bodemkaart, vector, versie 19.04.2001, IWT Potentiële bodemerosiekaart per perceel, vector, 2013, Vlaamse overheid (departement Leefmilieu en Energie, afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen) Waardevolle bodems in Vlaanderen, vector, 2006, ALBON Landbouwtypering, Afgeleid van: Bodemkaart, vector, 07/06/1999, VLM Ruilverkavelingsprojecten VLM, vector, actuele toestand, Vlaamse Landmaatschappij - Afdeling Ruilverkaveling Beheersovereenkomsten VLM, vast en variabel: Beheerovereenkomsten in het kader van erosiebestrijding, natuur-, milieu-, en landschapsbeheer, vector, 01.01.2013, VLM Beheersovereenkomsten erosiebestrijding (grasstrook), vector, 2010, VLM Bodemgebruik, vector, 30/04/2008, AGIV (gevectoriseerd dr Prov. Vlaams-Brabant) Bodembedekking, vector, 30/04/2008, AGIV (gevectoriseerd dr Prov. Vlaams Brabant) 1.21. Landschap Ankerplaatsen relictenatlas, Ruimte en Erfgoed, vector, actuele toestand. Landschapsatlas vlakrelicten (relictzones): Relicten van de traditionele landschappen, vector, 08/05/2001, Ruimte en Erfgoed Landschapsatlas lijnrelicten: Relicten van de traditionele landschappen, vector, 08/05/2001, Ruimte en Erfgoed Landschapsatlas puntrelicten: Relicten van de traditionele landschappen, vector, 08/05/2001, Ruimte en Erfgoed Traditionele landschappen: vectorbestand, toestand 8/05/2001, UG Vakgroep Geografie, 2001 Unesco werelderfgoed: Unesco werelderfgoed, vector, actuele toestand, Unesco Bouwkundig Erfgoed - relicten en gehelen: Inventaris bouwkundig erfgoed, vectorbestand, actuele toestand, VIOE Erfgoedlandschappen: Onroerend erfgoed, vectorbestand, actuele toestand Definitief aangeduide ankerplaatsen: Voorlopige en definitief aangeduide ankerplaatsen en erfgoedlandschappen, Onroerend Erfgoed, vectorbestand, actuele toestand Beschermde archeologische zone, monumenten, landschappen en dorps- en stadsgezichten: Beschermde Monumenten en Landschappen, Onroerend Erfgoed, vectorbestand, actuele toestand Hoogtelijnen met interval 5m, vector, 31/05/2006, Provincie Vlaams-Brabant, afgeleid bestand van DHM-Vlaanderen (AGIV) 1.22. Fietsroutenetwerken Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk Vlaanderen, vector, 27/05/2013, Provincie Vlaams-Brabant Recreatief fietsroutenetwerk Vlaams-Brabant, vector, versie 2012, Provincie Vlaams- Brabant 1.23. Habitatrichtlijngebieden Screeningsnota planmer-plicht RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul Deel II: kaartenbundel september 2016 35/36

Habitatrichtlijngebieden, vectorbestand, toestand 15/02/2008, Agentschap voor Natuur en Bos 1.24. Vogelrichtlijngebieden Vogelrichtlijngebieden, vectorbestand, toestand 22/07/2006, Agentschap voor Natuur en Bos 1.25. Vlaams Ecologisch Netwerk Gebieden van VEN en IVON, vector, 01/01/2013, Agentschap voor Natuur en Bos 1.26. Biologische waarderingskaart fauna en flora Biologische waarderingskaart Fauna, vectorbestand, versie actuele toestand, Instituut voor Natuur- en bosonderzoek 1.27. Geluid Geluidskaarten wegverkeer overdag, vector, 01/09/2009, AWV Geluidskaarten wegverkeer nacht, vector, 01/09/2009, AWV Geluidskaarten spoorverkeer, vector, 01/09/2009, LNE 1.28. Lucht Advisering RUP-thema lucht, actuele toestand, VMM 1.29. GRB GRB, vector, actuele toestand, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen Screeningsnota planmer-plicht RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul Deel II: kaartenbundel september 2016 36/36

RUP ZONEVREEMDE RECREATIE HOLSBEEK SITE BRUUL PLAN-MER SCREENINGSNOTA (deel I tekstbundel) Adviesverlening en begeleiding Ruimtelijke ordening September 2016 (ontheffingsaanvraag) Projectnr. IL: 506.025 SCRPL-nr.: SCRPL16158

Gemeente Holsbeek RUP ZONEVREEMDE RECREATIE HOLSBEEK SITE BRUUL Onderzoek naar plan-mer-plicht Verzoek tot raadpleging DEEL I: TEKSTBUNDEL Initiatiefnemer: Gemeente Holsbeek Dutselstraat 15 3220 Holsbeek Uitvoering: Interleuven Brouwersstraat 6 3000 Leuven Deel I: tekstbundel september 2016 2/57

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING... 4 1.1. Beknopte historiek van het RUP... 4 1.2. Doelstelling van het RUP... 5 1.3. Bepaling van de plan-mer-plicht... 6 2. RUIMTELIJKE SITUERING VAN HET PLAN... 8 2.1. Situering van de gemeente Holsbeek... 8 2.2. Situering van het RUP binnen de gemeente... 8 2.3. Afbakening van het RUP... 9 2.4. Feitelijke toestand plangebied en omgeving... 10 3. PLANNINGSCONTEXT... 13 3.1. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen... 13 3.2. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaams-Brabant... 13 3.3. Relatie met het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan... 14 4. BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE & EFFECTEN PER MILIEUDISCIPLINE... 17 4.1. Gewestplan... 17 4.2. Bodem... 18 4.3. Water: oppervlakte- en grondwater... 20 4.4. Fauna, flora en biodiversiteit... 22 4.5. Ruimtelijke ordening... 24 4.6. Cultureel erfgoed, landschap en archeologie... 28 4.7. Lucht en klimaat... 29 4.8. Licht, geluid en geur... 30 4.9. Gezondheid, socio-organisatorische aspecten en veiligheid van de mens... 32 4.10. Mobiliteit... 32 5. ANNEX / AANVULLINGEN EN CONCLUSIES N.A.V. ADVIESRONDE... 36 5.1. Overzicht, samenvatting en eventuele behandeling van de ontvangen adviezen... 36 5.2. Eindconclusie... 39 BIJLAGE I: PREADVIES ANB OP VOORSTUDIE SITE BRUUL... 40 BIJLAGE II: ONTVANGEN ADVIEZEN... 42 BIJLAGE III: BRONVERMELDING GEBRUIKTE KAARTLAGEN... 54 Deel I: tekstbundel september 2016 3/57

1. INLEIDING 1.1. Beknopte historiek van het RUP 1.1.1. Opstart van het project RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek (eerste voorstudie) De opstart van het project dateert van 2009. De vertrekbasis voor de opmaak van dit RUP is het goedgekeurde gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) van de gemeente Holsbeek 1. Het RUP zou zich oorspronkelijk toespitsen op drie recreatieve sites gelegen in Holsbeek, in Kortrijk-Dutsel en in Nieuwrode. In het kader van de opmaak van dit RUP werd een eerste voorstudie opgemaakt door Interleuven met als uitgangspunt na te gaan wat er moest worden voorzien in deze drie lokale sport- en recreatiepolen. De drie sites werden afgewogen t.o.v. diverse planningsinstrumenten en ruimtelijke criteria. Er werd eerst voor het deelgebied Holsbeek een concrete studie en mogelijke ontwikkeling uitgewerkt, omdat voor deze site al een duidelijke en meer concrete visie bij de gemeente en de voetbalclub (VK Holsbeek) bestond. De sites in Kortrijk-Dutsel en Nieuwrode waren nog niet definitief bepaald, o.a. doordat er een mogelijkheid bestond dat de voetbalclubs van beide sites in de nabije toekomst zouden fusioneren. Dit laatste gegeven werd uiteindelijk met een princiepsakkoord (najaar 2013) tussen beide clubs bevestigd. 1.1.2. Opmaak van een extra voorstudie Het gegeven van een fusie tussen de voetbalclubs van Kortrijk-Dutsel en Nieuwrode vormde de aanzet voor de opmaak van een extra voorstudie waarbij het uitgangspunt was op zoek te gaan naar één gezamenlijke locatie, zo centraal mogelijk gelegen tussen beide bestaande clubs. Binnen deze extra voorstudie werden vijf verschillende locaties onderzocht en afgewogen ten opzichte van elkaar, van het GRS en van verschillende ruimtelijke criteria en randvoorwaarden. Van de vijf geselecteerde locaties bleek de locatie aan Bruul (Kortrijk- Dutsel) de meest gunstige en ruimtelijk aanvaardbare te zijn. Een eerste versie van deze extra voorstudie werd in februari 2013 besproken met Ruimte Vlaanderen en provincie Vlaams-Brabant. Beide instanties konden zich grotendeels vinden in de locatie aan Bruul, mits rekening zou worden gehouden met enkele randvoorwaarden en aandachtspunten. Ze stelden eveneens voor om een extra locatie (nabij de kern van Kortrijk- Dutsel) te onderzoeken en om enkele meer concrete inrichtingsschetsen uit te werken. De tweede versie van de extra voorstudie (met de gevraagde aanpassingen) werd in september 2013 opnieuw voorgesteld aan Ruimte Vlaanderen en provincie Vlaams-Brabant. Gezien de natuurlijke en agrarische waarde van het plangebied en/of de onmiddellijke omgeving werden ook het Agentschap Natuur & Bos en het Departement Landbouw & Visserij uitgenodigd op dit overleg. De extra te onderzoeken site werd uiteindelijk niet weerhouden. Een ontwikkeling aan Bruul bleek voor alle partijen de meest gunstige oplossing te zijn. 1.1.3. Officiële voorstelling voetbalclub KDN United (opsplitsing RUP) In het voorjaar 2014 werd de fusie van VK Kortrijk-Dutsel en RC Nieuwrode tot KDN United officieel voorgesteld in het gemeentehuis. In navolging van deze officiële voorstelling en gezien de positieve gesprekken met de verschillende overheidsinstanties, heeft de gemeente 1 GRS Holsbeek, goedgekeurd door de Deputatie van de provincie Vlaams-Brabant d.d. 11 mei 2006. Deel I: tekstbundel september 2016 4/57

toen aan Interleuven de opdracht gegeven om nieuwe stappen te ondernemen in het project. Op vraag van de gemeente werd daarbij het RUP opgesplitst in twee afzonderlijke RUP s, namelijk het RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek site Bruul en RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek site Holsbeek. Voorliggende nota heeft betrekking op het RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul. 1.1.4. Actualisering van de voorstudies (december 2015 - januari 2016) Voorafgaand aan de eigenlijke opmaak van de RUP s, werd besloten om eerst de bestaande voorstudies voor beide gebieden te actualiseren. De geactualiseerde voorstudies werden op een informeel overleg d.d. 18 januari 2016 een laatste keer toegelicht en besproken met de provincie Vlaams-Brabant en Ruimte Vlaanderen. Op enkele kleine (detail)opmerkingen en aandachtspunten na, bestond er tussen de verschillende partijen een consensus over de voorgestelde afbakening en planopties/toekomstvisie voor beide gebieden, evenals over de verderzetting van beide RUP s. De geactualiseerde voorstudie van site Bruul werd eveneens ter kennisgeving overgemaakt aan het Agentschap voor Natuur & Bos (ANB) en het Departement Landbouw & Visserij, zoals afgesproken tijdens het vooroverleg van 16 september 2013. Via een formeel schrijven (ontvangen d.d. 17 februari 2016, referentie: 16-00905-VB) heeft het ANB enkele bijkomende opmerkingen geformuleerd die in acht moeten worden genomen bij de uitwerking van het RUP (zie bijlage 1). Beide instanties zullen in het kader van deze plan-merscreeningsprocedure eveneens worden aangeschreven voor advies. 1.2. Doelstelling van het RUP De gemeente maakt dit RUP op in uitvoering van het GRS. Oorspronkelijk was het de bedoeling om aansluitend bij iedere dorpskern (Holsbeek, Nieuwrode en Kortrijk-Dutsel) een lokaal sport- en recreatiegebied te ontwikkelen. Door de recente ontwikkelingen en de hedendaagse context in het algemeen, werd besloten om de sport- en recreatiegebieden van Nieuwrode en Kortrijk-Dutsel te bundelen aansluitend bij de gemeentelijke loods en het containerpark langs de Bruul (zie vorige paragraaf). Op deze ruimtelijk afgewogen locatie wenst de gemeente een nieuw sport- en recreatiegebied te ontwikkelen aan de hand van ondermeer volgende ontwikkelingsperspectieven: Herlokaliseren van de bestaande voetbalclubs in Kortrijk-Dutsel en Nieuwrode op één gezamenlijke en centrale locatie tussen beide dorpskernen. De bestaande locaties worden omgevormd tot hun oorspronkelijk bestemming, zijnde landbouwgronden. Voldoende ruimte creëren voor de activiteiten van voetbalclub KDN United, evenals voor een Finse looppiste (publiek toegankelijk). Voldoende ruimte creëren voor faciliteiten, o.a. 3 voetbalvelden en 1 jeugdveld, parking, kantine. Hierbij wordt gestreefd naar een maximale bundeling van de harde activiteiten en infrastructuren (richting de Bruul en containerpark). Streven naar een maximale landschappelijke inpassing waarbij de impact van de site en haar activiteiten op de onmiddellijke omgeving en het milieu (o.a. het aanpalende habitatrichtlijngebied) tot een minimum beperkt blijven door ondermeer het nemen van voldoende maatregelen. Meer details/toelichting en bijhorende ontwerpschetsen zijn terug te vinden in paragraaf 4.5. van deze nota. Bovenstaande ontwikkelingsperspectieven vormen de basis bij de opmaak van het RUP en zullen in het RUP verder worden verfijnd en uitgewerkt. Hierbij wordt rekening Deel I: tekstbundel september 2016 5/57

gehouden met de hedendaagse context en met de opmerkingen/aandachtspunten die in het voorafgaand ontwerp- en planproces al werden aangehaald. Uiteindelijk wenst de gemeente met voorliggend RUP een ruimtelijk-juridisch kader te scheppen om de zonevreemdheid van de bestaande (historisch gegroeide) voetbalclubs in Nieuwrode en Kortrijk-Dutsel op te heffen door hen een nieuwe locatie aan te bieden met een aantal randvoorwaarden voor de gewenste ontwikkeling. Daarnaast zal de eigenlijke gewestplanbestemming op de bestaande voetbalsites, zijnde agrarisch gebied, worden hersteld en zullen alle recreatieve activiteiten (en infrastructuren) op deze locaties verdwijnen. Het RUP wil op een duurzame en ruimtelijk verantwoorde wijze ruimte creëren voor de nieuwe fusieclub KDN United, evenals voor enkele andere recreatieve activiteiten op maat van de dorpskernen Kortrijk-Dutsel en Nieuwrode. Het plan moet rechtszekerheid geven aan de fusieclub en/of eventuele recreatieve ontwikkelen in de toekomst. Het RUP creëert een juridisch kader, waardoor de ontwikkelingsmogelijkheden en beperkingen voor de betrokkenen duidelijk worden. 1.3. Bepaling van de plan-mer-plicht De milieueffectenrapportage (m.e.r.) is geregeld in het decreet van 18 december 2002 (B.S. 13.02.2003), als titel IV van het decreet algemene bepalingen inzake milieubeleid. Sedert 1 december 2007 is het nieuw plan-mer-decreet (B.S. 20/06/2007) in voege. Deze regelgeving bepaalt dat elk ruimtelijk uitvoeringsplan binnen het toepassingsgebied van het plan-merdecreet valt. Voor de projecten en plannen die niet van rechtswege MER-plichtig zijn, is er een screeningsplicht van toepassing. In dit onderzoek worden de milieueffecten van het plan onderzocht en worden milderende maatregelen naar voor geschoven. De milieueffecten van het plan en de milderende maatregelen die worden gevraagd in het onderzoek tot m.e.r. (of het plan-mer), worden - waar nuttig, noodzakelijke en/of mogelijk - op het planologisch niveau doorvertaald en juridisch verankerd in het RUP. Het RUP vormt het kader voor de toekenning van een vergunning voor een project opgesomd in bijlage I, II of III van het project-mer-besluit van 10 december 2004, namelijk voor een project opgesomd in rubriek 10b van bijlage III. Het RUP bepaalt echter het gebruik van een klein gebied op lokaal niveau, en is dus screeningsgerechtigd. Het uitvoeringsplan is ver gelegen van een grens met een buurland en de afstand tot het Waalse Gewest bedraagt ongeveer 14 km (vogelvlucht) en tot het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ongeveer 21 km (vogelvlucht). Aangezien dat er geen significante milieueffecten worden verwacht in de onmiddellijke omgeving van het voorgenomen plan en gezien de afstand tot de grenzen, en het feit dat er geen directe relaties zijn van het plangebied met gebieden aan de overzijde van de grens, wordt aangenomen dat er zich geen bijkomende grensoverschrijdende effecten kunnen voordoen. Aangezien: geen passende beoordeling vereist is; het RUP het kader vormt voor de toekenning van een vergunning voor een project opgesomd in bijlage I, II of III van het project-mer-besluit van 10 december 2004, namelijk voor een project opgesomd in rubriek 10b van bijlage III. Het RUP bepaalt echter het gebruik van een klein gebied op lokaal niveau; Deel I: tekstbundel september 2016 6/57

er geen grensoverschrijdende effecten zijn; wordt eerst enkel een screening of onderzoek tot MER uitgevoerd om het vermoeden dat er geen significante milieueffecten zijn te onderzoeken. Deel I: tekstbundel september 2016 7/57

2. RUIMTELIJKE SITUERING VAN HET PLAN 2.1. Situering van de gemeente Holsbeek De gemeente Holsbeek, waarin het plangebied is gelegen, behoort tot de provincie Vlaams- Brabant en het arrondissement Leuven. De gemeente is gelegen tussen Leuven en Aarschot en heeft daarnaast als buurgemeenten Tielt-Winge, Lubbeek en Rotselaar. De gemeente is ontsloten door de autostrade E314 en belangrijke wegen zoals de N223 Aarschot Tienen en de Aarschotsesteenweg (N19 Leuven Aarschot). In het verleden beschikte Holsbeek ook over een station in Holsbeek-Plein (Attenhoven) op de spoorlijn Aarschot-Leuven, waardoor een goede ontsluiting naar Leuven, Brussel en omstreken bestond. De gemeente ligt op de as Leuven Aarschot, aansluitend bij Leuven en maakt daardoor deel uit van de verstedelijkte rand rond Leuven. De gemeente Holsbeek, 38,5km² groot, is sinds 1977 samengesteld uit vier deelgemeenten: Holsbeek met de kernen Holsbeek en Holsbeek-Plein is gelegen in het westen van de gemeente. Beide kernen zijn verbonden door een breed woonlint. Holsbeek-Plein kan worden beschouwd als een uitloper van het stedelijk gebied Leuven en heeft een onduidelijk afgebakende kern. De kern van Holsbeek is duidelijk te onderscheiden en bevat een waarneembaar centrumgebied; Kortrijk-Dutsel is, ruimtelijk gezien, het centrum van de gemeente; Sint-Pieters-Rode is gelegen tussen Kortrijk-Dutsel en Nieuwrode en is de kleinste dorpskern van de gemeente, compact in de Wingevallei; Nieuwrode is de tweede grote dorpskern, gelegen aan de andere zijde van de gemeente, langsheen de gewestweg N223. Geografisch gezien valt Holsbeek ongeveer samen met de zuidwestgrens van het Hageland. De typische Hagelandse heuvelruggen, afgewisseld met de Wingevallei, bepalen het landschap. Belangrijke delen van de gemeente zijn open ruimtegebieden. De Wingevallei vormt een aaneengesloten lint van natuur- en bosgebieden doorheen de gemeente van oost naar west. Ook de flank van de Hagelandse heuvelrug is een belangrijk bos- en natuurgebied. Op het vlak van cultuurhistoriek en recreatie biedt het Kasteel van Horst de gemeente Holsbeek een attractiepool met een uitstraling tot ver over de gemeentegrenzen. Holsbeek bezit ook nog één ambachtelijke zone (De Vunt) in het uiterste westen van de gemeente ter hoogte van het op- en afrittencomplex van de E314 in Kessel-Lo. Toegevoegd kaartmateriaal (Screeningsnota plan-mer - deel II: kaartenbundel): Kaart 1: situering gemeente Holsbeek 2.2. Situering van het RUP binnen de gemeente Het plangebied van het voorliggend RUP situeert zich ten noorden van de kern van Kortrijk- Dutsel. Het sluit min of meer aan bij de kern (uitloper langsheen de Bruul) van Kortrijk- Dutsel, ten noorden van het containerpark en de gemeentelijke loods. Het plangebied ligt op ongeveer 5 km van de bestaande voetbalsite in Nieuwrode en op ongeveer 1 km van de bestaande voetbalsite in Kortrijk-Dutsel. Toegevoegd kaartmateriaal (Screeningsnota plan-mer - deel II: kaartenbundel): Kaart 2: situering plangebied op niveau gemeente Holsbeek Kaart 3: situering plangebied op niveau van deelgemeente Kortrijk-Dutsel Deel I: tekstbundel september 2016 8/57

2.3. Afbakening van het RUP Onderstaande afbeeldingen geven de afbakening van het RUP weer. Deze werd bepaald in samenspraak met de gemeente, de provincie Vlaams-Brabant en Ruimte Vlaanderen (zie hoofdstuk 1). Deel I: tekstbundel september 2016 9/57

Oorspronkelijke afbakening: ongewenste knik (rood omcirkeld). Aangepaste afbakening (zonder knik ). De afbakening van het RUP volgt de perceelsgrenzen van het GRB 2. Volgende percelen maken er momenteel deel van uit (kadastraal nr.): afdeling 2, sectie A, nrs.: 74F, 222A, 223A, 224A, 224D, 224E, 227G, 227H, 227K, 228H, 228K. Enkele opmerkingen bij de voorgestelde afbakening: Perceel 74F werd in de loop van het voorontwerpproces mee opgenomen op vraag van de GECORO van Holsbeek. Bedoeling is dat dit perceel wordt uitgewerkt als een bijkomende landschappelijke buffering van de recreatieve site. De afbakening ter hoogte van percelen 226A en 228H werd eveneens in de loop van het voorontwerpproces (beperkt) aangepast. Deze aanpassing werd doorgevoerd in navolging van een overleg tussen de gemeente en de eigenaar van perceel 226A en in het kader van de landbouwexploitatie op dit perceel (logischere rechte afbakening i.p.v. een knik, zie onderstaande afbeeldingen). Bij de afbakening van het plangebied werd rekening gehouden met het (lokale) programma dat de gemeente wenst te voorzien op deze locatie (zie paragraaf 4.5.). Toegevoegd kaartmateriaal (plan-mer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 4: afbakening plangebied (orthofoto) Kaart 5: afbakening plangebied (GRB/Kadaster) 2.4. Feitelijke toestand plangebied en omgeving Het plangebied situeert zich ten noorden van de kern van Kortrijk-Dutsel. Deze site sluit min of meer aan bij de kern (uitloper langsheen de Bruul) van Kortrijk-Dutsel en situeert zich ten noorden van het containerpark. Zij bevindt zich op +/- 5 km van de voetbalsite in Nieuwrode en op +/- 1 km van de voetbalsite van Kortrijk-Dutsel. Het huidige grondgebruik van deze site bestaat in hoofdzaak uit landbouwpercelen (akkers/weilanden), welke langsheen het westen en het noorden worden omgeven door bosgebied. In het zuiden grenst de site aan het gemeentelijk containerpark. Aan de overzijde van de Bruul zijn eveneens akker- en weilanden met aansluitend bosgebied terug te vinden. Het plangebied sluit min of meer aan bij de dorpskern van Kortrijk-Dutsel. Bebouwing langsheen de Bruul bestaat voornamelijk uit ééngezinswoningen met her en der een agrarisch bedrijf. Er zijn geen woningen die rechtstreeks grenzen aan de site. Op de volgende pagina s wordt via een fotoreportage een overzicht gegeven van de bestaande situatie van het plangebied en de onmiddellijke omgeving. 2 Het Grootschalig Referentie Bestand (GRB) is een geografisch informatiesysteem dat dient als topografische referentie voor Vlaanderen (bron: AGIV). Deel I: tekstbundel september 2016 10/57

Deel I: tekstbundel september 2016 11/57

Deel I: tekstbundel september 2016 12/57

3. PLANNINGSCONTEXT 3.1. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) 3 bepaalt de planningscontext op gewestelijk niveau. Holsbeek behoort tot het buitengebied aansluitend op het regionaal stedelijk gebied Leuven. De doelstellingen ten aanzien van dit buitengebied worden in het RSV als volgt omschreven: de ontwikkelingsmogelijkheden van de structuurbepalende activiteiten en de essentiële functies (landbouw, bos, natuur, wonen en werken) van het buitengebied moeten worden gegarandeerd. bij de ontwikkeling van de activiteiten en functies van het buitengebied wordt het bestaand fysisch systeem als uitgangspunt gehanteerd. Het ruimtelijk beleid en het milieubeleid worden hierop afgestemd. de ontwikkeling van wonen, werken en verzorgende functies wordt in de kernen gebundeld teneinde een verdere versnippering van het buitengebied te vermijden, volgens het principe van gedeconcentreerde bundeling. het bereiken van een gebiedsgerichte ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Specifiek voor het buitengebied waartoe de gemeente Holsbeek behoort, zijn volgende doelstellingen van belang: het buitengebied vrijwaren voor de essentiële functies; tegengaan van versnippering van het buitengebied; bundelen van de ontwikkeling in de kernen van het buitengebied; landbouw-, natuur- en bosfunctie in goed gestructureerde gehelen; bereiken van gebiedsgerichte ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied; afstemmen van ruimtelijk beleid en milieubeleid op basis van het fysisch systeem; bufferfunctie in het buitengebied. Een multifunctionele ontwikkeling (wonen, werken,...) en verweving in de kernen van het buitengebied staan centraal bij de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling. Bijkomende ruimtebehoefte voor wonen, gemeenschapsvoorzieningen, diensten, kleinhandel en lokale economie moeten er aansluiten bij de woonkernen. 3.2. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaams-Brabant In het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan Vlaams-Brabant (RSVB) 4 kernprincipes gehanteerd: herwaardering van het fysisch systeem; een centrumprovincie met Brussel; een provincie met diverse stedelijke kernen; de Vlaamse Ruit geeft een duidelijke structuur; mobiliteit als sturend gegeven. worden volgende Hieronder worden de verschillende thema s uit het RSVB opgesomd waarbij de voornaamste aandachtspunten voor de gemeente Holsbeek worden aangehaald. Open ruimte: 3 Definitief vastgesteld door de Vl. Regering d.d. 23/09/1997, eerste herziening d.d. 12/12/2003, tweede herziening d.d. 17/12/2010. 4 Definitieve vastgesteld door de provincieraad Vlaams-Brabant d.d. 07/04/2004, herziening (addendum) d.d. 05/03/2012. Deel I: tekstbundel september 2016 13/57

- de gewenste natuurlijke structuur beoogt de vrijwaring en de versterking van de samenhang van alle ruimten met een min of meer natuurlijk karakter; - grote samenhangende agrarische gehelen en kleinere gebieden die het duurzaam functioneren van de landbouw verzekeren, dienen te worden gevrijwaard en versterkt; - samenhang wordt beoogd tussen de verschillende landschappen in de provincie. Bebouwde ruimte: - de provincie wenst prioritair de stedelijke gebieden en de goed ontsloten kernen te ontwikkelen; - leefbaarheid en aantrekkelijkheid zijn prioritair ten opzichte van het louter kwantitatief invullen van de behoefte aan woningen en bedrijven. Mobiliteit: - het belang van openbaar en/of collectief vervoer wordt benadrukt; - er wordt gestreefd naar een duurzame mobiliteit vanuit een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de economische, sociale en ecologische componenten ten volle worden onderkend. Toerisme en recreatie: - samenhang wordt nagestreefd tussen alle gebieden met een toeristisch-recreatief karakter; - de provincie wenst een netwerk uit te werken dat een rijke variatie aan ontspanningsmogelijkheden biedt; - toerisme moet de verscheidenheid in de provincie versterken en de eigenheid van elke streek of regio ondersteunen waardoor haar aantrekkelijkheid verhoogt. De gemeente Holsbeek bevindt zich in de deelruimten Verdicht netwerk, Demernetwerk en Landelijke kamer oost. Het plangebied van voorliggend RUP situeert zich binnen de deelruimte Demernetwerk. In het Demernetwerk wordt de structurerende rol van de Demer ondersteund. Verschillende landschappelijke eenheden zijn bepalend. De ruimtelijke componenten maken deel uit van een netwerk. Een verdere verspreiding van de sterk gefragmenteerde nederzettingsstructuur wordt een halt toegeroepen. 3.3. Relatie met het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Het gemeentelijk RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul wordt opgemaakt in uitvoering van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Holsbeek (GRS) 5. Het vinden van een oplossing voor de zonevreemde sportinfrastructuur is een topprioriteit voor het gemeentebestuur van Holsbeek. Het GRS verduidelijkt de gemeentelijke visie op de (zonevreemde) sportinfrastructuur, met in het bijzonder de drie voetbalclubs van de gemeente. In het richtinggevend deel van het GRS Holsbeek wordt aangegeven dat de gemeente wenst te werken aan lokale sport- en recreatiegebieden aansluitend bij de dorpskernen. Dit betekent voor deze gebieden concreet: het uitbouwen en versterken van de huidige recreatie die er aanwezig is; het herlokaliseren van zonevreemde recreatie binnen de gemeente; ruimte voorzien om nieuwe behoefte op te vangen. 5 Goedgekeurd door de bestendige deputatie d.d. 11/05/2006. Deel I: tekstbundel september 2016 14/57

Drie gebieden (of deelgemeenten) komen hiervoor in aanmerking: Holsbeek, Kortrijk-Dutsel en Nieuwrode. In het bindend deel werd daarom telkens de actie opgenomen opstellen van een RUP voor dorpskern voor elk van deze drie deelgemeenten. In 2009 besloot de gemeente Holsbeek om het RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek op te starten. De context en toekomstvisie zijn in de loop van het voorbereidende plan- en onderzoeksproces echter gewijzigd (zie hoofdstuk 1). Daarom besloot de gemeente in 2014 om twee afzonderlijke RUP s op te maken: RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Holsbeek ; RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul. 3.3.1. In relatie tot de gewenste ruimtelijke structuur van de dorpskern Kortrijk-Dutsel 6 In het kader van de extra voorstudie in 2013, werd site Bruul al uitgebreid afgewogen, onder meer t.o.v. het GRS. Onderstaande kaart geeft de gewenste ruimtelijke structuur weer van de dorpskern Kortrijk-Dutsel. Bij de gewenste ruimtelijke structuur voor de dorpskern van Kortrijk-Dutsel (gelegen binnen de zuidelijke agrarische kamer) wordt bij de concepten aangehaald dat nieuwe ontwikkelingen aan de dorpskern moeten worden gekoppeld. In dat opzicht voldoet de ontwikkeling van een voetbal/recreatieve site aan de Bruul aan dit concept. Op bovenstaande kaart is eveneens te zien dat site Bruul zich op de grens van de Wingevallei bevindt. De site zou samen met het containerpark een cluster kunnen vormen die goed aansluit bij de bebouwing van Kortrijk- Dutsel. De site kan dan worden aanzien als een overgangsgebied tussen de Wingevallei en de kern Kortrijk-Dutsel. In de gewenste ruimtelijke structuur voor de dorpskern van Kortrijk-Dutsel wordt eveneens 6 Bron: GRS Holsbeek, p. 159 166. Deel I: tekstbundel september 2016 15/57

aangehaald dat de lokale recreatieve structuur - zijnde de bestaande voetbalterreinen + een eventuele uitbreiding - behouden moet blijven. Indien het behoud niet mogelijk is op de huidige locatie, wordt de sportinfrastructuur bij voorkeur in de onmiddellijke omgeving geherlokaliseerd. In vogelvlucht ligt de site Bruul op ca. 600 m van de huidige terreinen. Bij de richtinggevende maatregelen en acties (GRS Holsbeek, p. 166) voor de gewenste ruimtelijke structuur van de dorpskern van Kortrijk-Dutsel wordt de opmaak van een RUP Kortrijk-Dutsel voorgesteld om o.a. het huidige voetbalveld te zoneren en eventueel bijkomende mogelijkheden voor lokale recreatie (speelplein) te voorzien. 3.3.2. Locatieonderzoek uit het GRS 7 Bij de opmaak van het GRS werd al een locatieonderzoek uitgevoerd om op zoek te gaan naar een alternatieve locatie voor een sport- en recreatieterrein in Nieuwrode. Uit dit locatieonderzoek is gebleken dat de voorkeur van de gemeente voor een eventuele herlokalisatie uitgaat naar locatie E, met name aan de Rodestraat. Indien de recreatiezone niet op deze locatie kan worden gerealiseerd, zou de gemeente dit voorzien op locatie A (de locatie aan de Groenstraat). Ook het behoud van de voetbalvelden op de huidige locatie werd in het GRS opgenomen als een piste die verder moest worden onderzocht. Bij dit locatieonderzoek werd evenwel geen rekening gehouden met de context zoals deze vandaag is, met name de fusie tussen beide clubs indien er een nieuwe (zo centraal mogelijke) locatie gevonden kan worden. Een zo centraal mogelijke ligging (t.o.v. de bestaande terreinen) speelde dus een essentiële rol voor deze fusie. Uit het locatieonderzoek van het GRS zou enkel locatie E (aan de Rodestraat) hiervoor in aanmerking komen. Deze locatie ligt het meest centraal van al de locaties, met name ca. 2 km van elk van de bestaande clubs. Maar gezien de beperkte ruimte die daar beschikbaar is, en gezien de gevoelige context ervan (vnl. bij omwonenden) heeft de gemeente besloten om in de afwegingsstudie van 2013 nog twee extra locaties te onderzoeken (naast de bestaande locaties en locatie Rodestraat), waaronder de locatie aan de Bruul. In deze extra voorstudie uit 2013 werden de verschillende locaties ondermeer afgewogen ten opzichte van de belangrijkste elementen uit het GRS. Hieruit is gebleken dat een nieuwe recreatieve site op één van de onderzochte locaties niet strijdig is met het GRS. Wanneer de drie mogelijke locaties (Rodestraat, Bruul en Blauwmolen) met elkaar werden vergeleken, kon worden geconcludeerd dat van deze drie locaties, site Bruul het beste aansluit bij een woonkern (nl. bij de dorpskern Kortrijk-Dutsel). 3.3.3. Conclusie De ontwikkeling van een lokale recreatieve (voetbal)site op deze locatie is niet strijdig met het GRS van Holsbeek. Dit werd eveneens bevestigd tijdens een informeel vooroverleg (d.d. 27 februari 2013) met de hogere overheidsinstanties (Ruimte Vlaanderen en provincie Vlaams-Brabant). Het RUP dient wel voldoende aandacht te schenken aan de landschappelijke inpassing van de recreatieve site (o.a. buffering en beperken van de impact naar het aanpalende habitatrichtlijngebied). 7 Bron: GRS Holsbeek, p. 191 193. Deel I: tekstbundel september 2016 16/57

4. BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE & EFFECTEN PER MILIEUDISCIPLINE 4.1. Gewestplan Huidige situatie Het gewestplan is een juridisch verordenend document en is zodoende de randvoorwaarde voor alle mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Met de uitwerking van dit RUP kunnen voorstellen tot behoud, verfijning of aanpassing van het gewestplan worden gedaan. Omwille van het feit dat de gewestplannen werden opgemaakt voor de fusie in 1976, valt de fusiegemeente Holsbeek thans onder twee verschillende gewestplannen. Hierdoor kennen sommige grensoverschrijdende structuren in de overgangszone tussen de twee gewestplannen een verschillende bestemming. De deelgemeenten Holsbeek en Kortrijk-Dutsel vallen onder het gewestplan Leuven, goedgekeurd bij KB van 7 april 1977. Sint-Pieters-Rode en Nieuwrode vallen onder het gewestplan Aarschot-Diest, goedgekeurd bij KB van 7 november 1978. Voorliggend plangebied valt onder het gewestplan Leuven. Het plangebied situeert zich volledig binnen landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens paraagrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts worden opgericht op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden. De landschappelijk waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen (artikel 15 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen). Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen De huidige gewestplanbestemming binnen het plangebied zal met dit RUP worden opgeheven en vervangen worden door nieuwe bestemmingszones (verwerkt in een grafisch plan) met bijhorende stedenbouwkundige voorschriften. Deze zullen de juridisch-planologische basis vormen om de ontwikkeling van de nieuwe recreatieve site binnen een ruimtelijke verantwoord kader te laten gebeuren. Om een goede ruimtelijke kwaliteit te verzekeren zullen in het RUP - op basis van de vooropgestelde doelstellingen en concepten - specifieke stedenbouwkundige voorschriften worden opgenomen die er moeten voor zorgen dat de impact op het milieu en de omgeving tot een minimum wordt herleid. Deze (specifieke) voorschriften kunnen voor iedere zone verschillend zijn, zo zullen er voorschriften worden opgesteld voor zowel de bebouwde als Deel I: tekstbundel september 2016 17/57

onbebouwde ruimte van het plangebied. Ook het mobiliteits- (o.a. extra aandacht voor de ontsluiting van het gebied) en landschapsaspect (o.a. maximale landschappelijke integratie en het voorzien van een groen- en landschapsbuffer) zullen mee worden doorvertaald in specifieke voorschriften. Toetsing nulalternatief Het huidige plangebied is bestemd voor landschappelijk waardevol agrarisch gebied en wordt hoofdzakelijk gebruikt voor akkerbouw. Indien het plangebied niet ontwikkeld wordt, blijven de huidige activiteiten (en gewestplanbestemming) behouden. Conclusie Het ruimtelijk uitvoeringsplan veroorzaakt geen aanzienlijke effecten t.o.v. de referentiesituatie, gezien de maatregelen en voorschriften die in dit RUP worden opgesteld voor de verschillende nieuwe bestemmingszones. Toegevoegd kaartmateriaal (plan-mer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 6: gewestplan 4.2. Bodem Huidige situatie a. Bodemkaart Volgens de bodemkaart bestaat de bodem in het plangebied uit vochtig zandleem (type slcc). b. Kaarten met herbevestiging agrarische gebieden en landbouwtypering Op basis van de kaart herbevestiging agrarische gebieden blijkt dat het volledige plangebied niet is ingekleurd als herbevestigd agrarisch gebied. Het RUP zal extra aandacht schenken aan flankerende maatregelen inzake landbouw. Hiervoor zal de gemeente ondermeer in overleg gaan met de eigenaars van de landbouwpercelen binnen het plangebied. Daarnaast zal de eigenlijke gewestplanbestemming op de bestaande voetbalsites (die zullen verhuizen naar deze site), zijnde agrarisch gebied, worden hersteld en zullen alle recreatieve activiteiten op deze locaties verdwijnen. Volgens de landbouwtyperingskaart ligt het plangebied in een gebied met matige waardering. c. Bodemerosie Volgens de kaart met erosiegevoelige gebieden zijn enkele kleine gebiedjes van het plangebied ingekleurd of opgenomen in deze kaart, m.a.w. het plangebied is zeer weinig erosiegevoelig. Het plangebied in de potentiële bodemerosiekaart is ingekleurd als verwaarloosbaar, met uitzondering van het zuidelijk deel als zeer laag. Volgens de hellingenkaart heeft nagenoeg het oostelijk deel van plangebied een hellingsgraad tussen 0,5 en 5 %, het overige een hellingsgraad van <0,5%. De hoogte binnen het grootste deel van het plangebied varieert volgens de kaart Digitale Hoogtemodel Vlaanderen rond 20 m. Er is dus zeer weinig hoogteverschil binnen het plangebied. Deel I: tekstbundel september 2016 18/57

d. Huidig bodemgebruik Het plangebied is momenteel in gebruik voor akkerbouw (kaart bodemgebruik). Het huidig bodemgebruik komt overeen met het gewestplan, waarin het plangebied ingekleurd is als agrarisch gebied. Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen De huidige bestemming van het plangebied zal worden omgevormd naar een zone voor dagrecreatie (lokale recreatieve cluster). Door de ontwikkeling van het plangebied zullen er verschillende nieuwe infrastructuren worden voorzien: een kantine, een parking, de noodzakelijke/bijhorende verhardingen, sport/voetbalvelden, een Finse looppiste, groenbuffer en landschappelijke inkleding, Het huidige bodemgebruik zal worden aangepast aan de nieuwe bestemming van het gebied. In het RUP zullen verschillende maatregelen en voorwaarden worden opgenomen die het bodemgebruik van het plangebied zullen bepalen en/of sturen (ondermeer via de stedenbouwkundige voorschriften): Het RUP zal duidelijke zones afbakenen waarbinnen de recreatieve infrastructuren (kantine, sportvelden, ) en parkeerplaatsen georganiseerd moeten worden. Deze worden bij voorkeur zoveel mogelijk ingeplant richting de bestaande weg (Bruul) en de bestaande bebouwing in het zuidoosten van het plangebied. Het RUP zal binnen het plangebied een maximaal bebouwbare oppervlakte vastleggen voor gebouwen en constructies. Ook het parkeergebeuren binnen het plangebied zal duidelijk worden vastgelegd. Zo zal er ondermeer een onderscheid worden gemaakt tussen permanent ingerichte parkeerplaatsen en occasionele parkeerplaatsen. Daarnaast zal ook een minimaal begroeningspercentage voor de parking worden vastgelegd. Algemeen zal het RUP voldoende parkeerplaatsen voorzien om zo overlast door geparkeerde wagens voor de buurtbewoners te vermijden. Het RUP zal verschillende bouwvrije groenzones afbakenen, voornamelijk ter hoogte van de grenzen van het plangebied. Deze zones zullen garant staan voor de landschappelijke inkleding en buffering van de recreatiezone in functie van het optimaal integreren van de terreinen en activiteiten in de omgeving. Extra aandacht zal uitgaan naar de buffering richting het aanpalende habitatrichtlijngebied (ten westen van het plangebied). Het RUP zal specifieke voorwaarden opleggen m.b.t. het gebruik van verhardingsmaterialen. Binnen het plangebied dient de oppervlakte aan verhardingen steeds beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke en moeten verhardingen bij voorkeur worden voorzien in waterdoorlatende materialen. In het RUP zullen flankerende maatregelen worden opgenomen inzake landbouw. Nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied moeten steeds gebeuren volgens de principes van duurzaam ruimtegebruik. Zo moeten ondermeer de beplantingen binnen het plangebied bestaan uit streekeigen en standplaatsgeschikte soorten. Verhardingen zoals o.a. ontsluitingsweg en parkings dienen te bestaan uit waterdoorlatende materialen tenzij aangetoond wordt dat dit niet haalbaar (bouwfysisch) of wenselijk is (omdat er bv. een vervuilingsrisico is). Aangezien het plangebied weinig hellend is, stellen er zich weinig problemen inzake bodemerosie. Door het aanplanten van heesters en bomen zal voorkomen worden dat er bodemerosie ontstaat. Deel I: tekstbundel september 2016 19/57

Ook zal er gestreefd worden naar een optimale landschappelijke inpassing van het plangebied. Toetsing nul alternatief Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het huidige bodemgebruik voor akkerbouw behouden blijven. Conclusie De ontwikkeling van het RUP zonevreemde recreatie heeft een invloed op de bodemstructuur en het bodemgebruik aangezien het bodemgebruik zal wijzigen door de aanleg van voetbalterreinen met aanleg van reglementaire parking en een kantine. Aangezien het plangebied niet gelegen is binnen een herbevestigd agrarische gebied zal het RUP geen effect hebben op de landbouwkundige waarde van het gebied. Daarnaast zal de eigenlijke gewestplanbestemming op de bestaande voetbalsites (die zullen verhuizen naar deze site), zijnde agrarisch gebied, worden hersteld en zullen alle recreatieve activiteiten op deze locaties verdwijnen. Het plangebied is weinig hellend. De toekomstvisie voor het plangebied zal geen problemen veroorzaken inzake bodemerosie. Er zijn dus geen aanzienlijke milieueffecten door bodemerosie te verwachten door de uitwerking van het RUP. Toegevoegd kaartmateriaal (plan-mer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 7: bodemkaart Kaart 8: herbevestigde agrarische gebieden (HAG) Kaart 9: erosiegevoelige gebieden Kaart 10: potentiële erosiekaart Kaart 11: hellingenkaart Kaart 12: reliëfkaart - DHM Kaart 13: infiltratiegevoelige gebieden Kaart 14: bodemgebruik Kaart 15: landbouwtyperingkaart 4.3. Water: oppervlakte- en grondwater Huidige situatie a. Watertoetskaart overstromingsgevoelige gebieden Het plangebied ligt volgens de kaart voor overstromingsgevoelige gebieden (Vlaamse Milieumaatschappij, afdeling Operationeel Waterbeheer) en de kaart voor natuurlijke overstromingsgevoelige gebieden in niet (mogelijks) overstroombaar gebied. Het plangebied is niet in de MOG- en de ROG-kaart opgenomen. b. Waterlopen in het plangebied Geen in en grenzend aan het plangebied. c. Infiltratiekaart Volgens de infiltratiekaart is het plangebied infiltratiegevoelig. Bij nieuwbouw en aanleg van nieuwe verharde oppervlakten is de geldende stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van toepassing. d. Bodemerosie Zie deel 3.2. bodem, c. bodemerosie. Deel I: tekstbundel september 2016 20/57

e. Grondwaterkwetsbaarheid en grondwaterstroming Volgens de kaart voor grondwaterkwetsbaarheid is het grondwater in het plangebied matig kwetsbaar (leemhoudend of kleihoudend zand (Da1) als watervoerende laag). Dit wil zeggen dat oppervlakkige vervuiling kan aanleiding geven tot verontreiniging van het (diepere) grondwater. Het volledige plangebied is matig gevoelig voor grondwaterstroming (type 2, zie kaart voor grondwaterstromingsgevoeligheid). f. Zoneringskaart van de VMM Het plangebied is niet opgenomen in de zoneringskaart maar grenst in het zuiden aan een collectief te optimaliseren buitengebied. g. Waterwinningsgebied Het plangebied is niet gelegen in een waterwinningsgebied of een beschermingszone. Deze kaart werd niet gegenereerd. h. Signaalgebied In het plangebied is geen signaalgebied gelegen. Deze kaart werd niet gegenereerd. Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen Het plangebied is infiltratiegevoelig. Bij de ontwikkeling van het RUP zal er steeds moeten voldaan worden aan de van toepassing zijnde gewestelijke, provinciale en/of gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie- en buffervoorzieningen. Daarnaast zal het RUP specifieke voorwaarden opnemen met betrekking tot de toelaatbare verhardingen (materiaalkeuze, toelaatbare verharde oppervlakte, ). Binnen het plangebied dient de oppervlakte aan verhardingen steeds beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke. Verhardingen worden bij voorkeur zoveel mogelijk uitgevoerd in waterdoorlatende materialen of kleinschalige verhardingsmaterialen. Het hemelwater moet zoveel mogelijk ter plaatste worden opgevangen en gebufferd. Het plangebied grenst volgens de zoneringskaart aan een collectief te optimaliseren buitengebied. Bij ontwikkeling van het plangebied is het mogelijk om het afvalwater hierop aan te sluiten. De nodige voorwaarden om het huishoudelijk afvalwater gescheiden van het hemelwater op te vangen en aan te sluiten op de bestaande riolering worden opgenomen in het RUP. Aangezien het plangebied gelegen is in een matig gevoelig gebied voor grondwaterstroming, kunnen ondergrondse constructies deze grondwaterstroming wel beïnvloeden. Indien bronbemaling tijdens de constructies van gebouwen nodig is, zal er steeds naar gestreefd worden om te voldoen aan de wettelijke bepalingen en in overleg met Aquafin, en de werken te beperken in de tijd. Er zal steeds getracht worden om het niet vervuild bemalingswater opnieuw in de bodem te brengen. De grondwaterkwetsbaarheid is in het plangebied als matig kwetsbaar ingekleurd. Dit wil zeggen dat oppervlakkige vervuiling kan aanleiding geven tot verontreiniging van het (diepere) grondwater. De opslag van gevaarlijke producten en mogelijk van opslag van stookolie voor gebouwverwarming moet voldoen aan de wettelijke normen. Aangezien er geen beken en grachten in het plangebied zijn, zullen er geen waterlopen gedempt, verlegd, ingekokerd of overwelfd worden. Deel I: tekstbundel september 2016 21/57

Toetsing nul alternatief Het huidige plangebied is bestemd voor landschappelijk waardevol agrarisch gebied en wordt gebruikt voor akkerbouw. Indien het plangebied niet ontwikkeld wordt, blijven de huidige activiteiten behouden. Conclusie Bij de ontwikkeling van het RUP zal infiltratie van hemelwater maximaal bevorderd worden door de voorziene maatregelen, zoals voldoen aan de van toepassing zijnde stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie- en buffervoorzieningen, en door maximaal gebruik van waterdoorlatende materialen voor de aanleg van parkeerterrein, ontsluitingswegen, Wateroverlast bij hevige regenval zal door toepassing van deze maatregelen tot een minimum worden herleid. Binnen het plangebied is het verplicht om huishoudelijk afvalwater gescheiden van het hemelwater op te vangen en aan te sluiten op de bestaande riolering in de onmiddellijke omgeving. Aangezien er geen beken en grachten in het plangebied zijn, zullen er geen waterlopen gedempt, verlegd, ingekokerd of overwelfd worden. Aangezien de zone voor gebouwen en parking gelegen is in een matig gevoelig gebied voor grondwaterstroming, kunnen ondergrondse constructies deze grondwaterstroming wel beïnvloeden. Indien bronbemaling nodig zou zijn, tijdens de constructies van gebouwen nodig is, zal er steeds naar gestreefd worden om te voldoen aan de wettelijke bepalingen en in overleg met Aquafin, en de werken te beperken in de tijd. Er zal steeds getracht worden om het niet vervuild bemalingswater opnieuw in de bodem te brengen. Door te voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake opslag van gevaarlijke producten zal de bodem en het grondwater maximaal beschermd worden. Toegevoegd kaartmateriaal (plan-mer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 9: erosiegevoelige gebieden Kaart 13: infiltratiegevoelige gebieden Kaart 16: watertoetskaart - overstromingsgevoelige gebieden Kaart 17: recent overstroomde gebieden Kaart 18: natuurlijk overstromingsgevoelige gebieden (NOG) Kaart 19: mogelijk overstromingsgevoelige gebieden (MOG) Kaart 20: grondwaterstromingsgevoelige gebieden Kaart 21: grondwaterkwetsbaarheid Kaart 22: zoneringsplan VMM 4.4. Fauna, flora en biodiversiteit Huidige situatie Het volledige plangebied is ingekleurd als biologisch minder waardevol volgens de biologische waarderingskaart, maar grenst wel aan een biologisch zeer waardevol gebied in het zuidwesten van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen in vogel- of habitatrichtlijngebied of in een GEN-gebied. Wel grenst het habitatrichtlijngebied valleien van de Winge en de Motte met valleihellingen aan het plangebied, het GEN-gebied De Wingevallei ligt in de onmiddellijke omgeving van het plangebied. Deel I: tekstbundel september 2016 22/57

Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen Het RUP zal bouwvrije groenzones afbakenen die moeten instaan voor de landschappelijke inpassing en buffering van de recreatieve site in/naar de onmiddellijke omgeving. Daarnaast moeten alle delen die niet voor sport of recreatieve doeleinden worden gebruikt (o.a. restruimten), een (groene) landschappelijk inpasbare invulling krijgen. Algemeen zal het RUP streven naar een optimale landschappelijke inpassing en een minimale impact van de recreatieve activiteiten naar de onmiddellijke omgeving toe. Het RUP zal duidelijke zones afbakenen waarbinnen de recreatieve infrastructuren en het parkeergebeuren georganiseerd moet worden. Binnen deze zones zullen specifieke voorschriften gelden die de ruimtelijke, landschapsecologische en milieuhygiënische impact van de activiteiten, de gebouwen en de constructies op de omgeving moeten beperken tot een minimum. De beplantingen binnen het RUP moeten bestaan uit streekeigen en standplaatsgeschikte bomen en struiken. Extra aandacht moet uitgaan naar een dense buffering tussen de recreatieve site en het aanpalende habitatrichtlijngebied. Omwille van het aanpalende habitatrichtlijngebied werd het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in de beginfase al betrokken bij de opmaak van dit RUP. Zo werd de geactualiseerde voorstudie van site Bruul ter kennisgeving overgemaakt aan het ANB. Via een formeel schrijven (ontvangen d.d. 17 februari 2016, referentie: 16-00905- VB) heeft het ANB enkele bijkomende opmerkingen en aandachtspunten geformuleerd die in acht moeten worden genomen bij de uitwerking van het RUP (zie bijlage 1). Deze aandachtspunten en opmerkingen zullen worden doorvertaald in specifieke voorschriften voor een afzonderlijke bestemmingszone ( dense groenbuffer ). Zo zal deze buffer ondermeer moeten bestaan uit hoog- en laagstammige streekeigen en standplaatsgeschikte groensoorten in combinatie met onderbegroeiing aangepast aan de plaatselijke bodemgesteldheid en de microklimatologische omstandigheden. Daarnaast zijn alle constructies en vormen van bebouwing uitgesloten. Ook nevenfuncties (bv. recreatief medegebruik d.m.v. een Finse looppiste) zijn niet toegestaan. De buffer moet voldoen aan de voorwaarden van visuele afscherming, geluidsafscherming, landschappelijke inpassing, afstand en beheersing van veiligheidsrisico s. De groenbuffer moet een minimale breedte hebben van 15 m. Voor de definitieve uitwerking van de groenbuffer zal voorafgaand advies moeten worden ingewonnen bij het ANB. Ook de zone voor parkeren zal landschappelijk en visueel in de omgeving moeten worden geïntegreerd door ondermeer voldoende groenaanleg en een aangepast materiaalgebruik. Het RUP zal een minimaal begroeningspercentage opleggen voor de parking en de beplanting dient te bestaan uit streekeigen en standplaatsgeschikte soorten. Ter hoogte van de zuidelijke grens van het plangebied zal een groenbuffer worden voorzien met ruimte voor een trage wegverbinding. Hierbij moet een bouwvrij groengebied worden ingericht met een minimale breedte van 5 m (vanaf de grens van het plangebied). Het groene karakter van deze zone moet zorgen voor de landschappelijke inkleding van de recreatiezone in functie van het optimaal integreren van de terreinen in de omgeving. De buffer moet voldoen aan de voorwaarden van visuele afscherming, geluidsafscherming, landschappelijke inpassing, afstand en beheersing van veiligheidsrisico s. Tot slot wordt in het noordwesten van het plangebied een bouwvrije landschapsbuffer voor- Deel I: tekstbundel september 2016 23/57

zien. Het groene karakter van deze zone moet bijdragen tot de landschappelijke inkleding van de recreatiezone in functie van het optimaal integreren van de terreinen in de omgeving. Toetsing nulalternatief Het huidige plangebied is bestemd landschappelijk waardevol agrarisch gebied en wordt gebruikt voor akkerbouw. Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusie Door de uitwerking van het plangebied met de voorziene maatregelen, zoals de aanleg van groenbuffers en het streven naar een kwalitatieve landschappelijke inpassing met gebruik van streekeigen groen, zal de biodiversiteit in het plangebied zeker bevorderd worden. Toegevoegd kaartmateriaal (plan-mer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 6: gewestplan Kaart 23: biologische waarderingskaart Kaart 24: Vogel- en habitatrichtlijngebieden Kaart 25: Gebieden van VEN en IVON 4.5. Ruimtelijke ordening Huidige situatie De bestaande ruimtelijke ordening wordt gedetailleerd besproken en weergegeven aan de hand van een fotoreportage in paragraaf 2.4. van deze nota. Deze site biedt heel wat mogelijkheden voor de ontwikkeling van een nieuwe recreatieve site. De site sluit aan bij een bestaande kern (Kortrijk-Dutsel), het gebied kent geen waterproblematiek en de impact op de natuur- en landschappelijke waarden kan, mits voldoende (inpassings)maatregelen, worden herleid tot een minimum. Ook de impact op de agrarische structuur blijft enigszins beperkt. Zo wordt het verlies van agrarische percelen gecompenseerd op één van de of beide bestaande locaties (de voetbalclubs in Nieuwrode en Kortrijk-Dutsel). Samen met het containerpark fungeert de site als een cluster/overgangsgebied tussen de Wingevallei en de kern van Kortrijk-Dutsel. Deze landschappelijke overgang wordt in het RUP extra door middel van een goede landschappelijke inpassing. Gewenste ruimtelijke ordening a. Algemeen Met dit RUP wenst de gemeente, in uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Holsbeek, op deze locatie een nieuwe (lokale) recreatieve site te creëren waarbinnen de fusieclub KDN United en een Finse looppiste alvast een plaats krijgen. Het RUP (en bijhorende stedenbouwkundige voorschriften) zal zo flexibel mogelijk worden opgemaakt zodat op lange termijn en indien de noodzaak kan worden aangetoond, andere recreatieve activiteiten mogelijk zijn op deze locatie. Doch dient dit steeds te gebeuren binnen de vooropgestelde afbakening en moeten de recreatieve activiteiten steeds een lokaal en kleinschalig karakter hebben. Het RUP zal dan ook bepaalde recreatieve activiteiten, welke niet inpasbaar en/of wenselijk zijn op deze locatie, uitsluiten. De gemeente wil met dit RUP in eerste instantie op een duurzame en ruimtelijk verantwoorde wijze ruimte creëren voor de herlokalisatie van de bestaande voetbalclubs in Nieuwrode en Kortrijk-Dutsel. Ook wil ze op deze locatie een Finse looppiste voorzien (publiek toegankelijk) Deel I: tekstbundel september 2016 24/57

en moet de infrastructuur van de voetbalclub ten dienste kunnen staan van andere lokale (recreatieve) activiteiten (bv. mountainbiketochten e.d.). Hinderlijke activiteiten worden in dit RUP uitgesloten. Het RUP creëert een juridisch kader, waardoor de ontwikkelingsmogelijkheden en beperkingen voor de recreatieve cluster aansluitend bij het de kern Kortrijk-Dutsel en centraal tussen de kernen Kortrijk-Dutsel en Nieuwrode. b. Ruimtelijke uitgangspunten en randvoorwaarden De hoofdfunctie voor deze site zullen de voetbalactiviteiten van KDN United zijn. Hierbij wenst de gemeente o.a. volgende infrastructuren en voorzieningen te voorzien: een kantine; 3 voetbalvelden en 1 jeugdveld (= half voetbalveld); een Finse looppiste (publiek toegankelijk); voldoende parkeermogelijkheden (ongeveer 150 plaatsen tijdens grote activiteiten). De gemeente geeft aan dat op deze site minimaal 3 volwaardige voetbalvelden en 1 jeugdveld noodzakelijk zijn (inclusief bijhorende kantine). Dit werd berekend op basis van de bestaande gegevens van de voetbalclub (o.a. ledenaantal, veldbezetting bij trainingen/matchen, speelschema s van de ploegen, etc.) en rekening houdend met toekomstige ontwikkelingen. Ook moet een publiek toegankelijke Finse looppiste worden ingepland binnen het plangebied. Voor wat betreft het parkeren, wenst de gemeente voldoende ruimte te voorzien. Een gedeelte hiervan kan worden voorzien op een occasionele parking die enkel bij grotere activiteiten wordt opengesteld. Daarnaast kan deze parking (en eventueel de kantine) ook worden gebruikt voor enkele andere grotere activiteiten die worden georganiseerd in Kortrijk- Dutsel (bv. mountainbike- en wandeltochten). Daarnaast zal bij de verdere uitwerking van het RUP extra aandacht worden besteed aan volgende randvoorwaarden: benadrukken en verzekeren van het lokale en kleinschalige karakter (o.a. een programma van activiteiten gericht op lokaal niveau); harde infrastructuren (parking, kantine, ) zullen zoveel mogelijk worden gesitueerd langsheen de Bruul en aansluitend bij het gemeentelijk containerpark; de ontsluiting en bereikbaarheid voor de harde én zachte weggebruiker; het opleggen van voorwaarden voor de buffering en landschappelijke inpassing van de site; de impact van de configuratie/gebiedsinvulling op het aansluitende habitatrichtlijngebied 8. de verlichting van de terreinen (streven naar minimale impact op de omgeving); Bovenstaande uitgangspunten en randvoorwaarden kunnen worden samengevat in onderstaande structuurschets/ruimtelijk concept (zie volgende pagina): 8 Tijdens het informeel overleg d.d. 16/09/2013 benadrukte het Agentschap voor Natuur en Bos dat er bij de plan-merscreeningsnota voldoende aandacht en onderzoek moet gebeuren naar de buffering van de site naar het habitatrichtlijngebied (inzake licht, geluid, groen, ). Een ecologische toets/afweging is zeker noodzakelijk voor deze site. Deel I: tekstbundel september 2016 25/57

c. Richtinggevende inrichtingsschets (mogelijke invulling van de site) Om de mogelijkheden van de site Holsbeek aan te tonen werd in de voorstudie al een eerste ruwe inrichtingsschets opgemaakt (zie afbeelding op de volgende pagina). Hierbij werd rekening gehouden met de hedendaagse context en de beschreven uitgangspunten en randvoorwaarden uit het voorafgaande ontwerp- en planproces. Deze inrichtingsschets werd (samen met de rest van de voorstudie) op een informeel overleg d.d. 18 januari 2016 een laatste keer toegelicht en besproken met de provincie Vlaams-Brabant en Ruimte Vlaanderen. Op enkele kleine (detail)opmerkingen en aandachtspunten na, bestond er tussen de verschillende partijen een consensus over de voorgestelde afbakening en planopties/toekomstvisie van deze site. De laatste versie van deze voorstudie werd eveneens ter kennisgeving overgemaakt aan het Agentschap voor Natuur & Bos en aan het Departement Landbouw & Visserij. Deze eerste indicatieve invulling zal in het RUP verder worden verfijnd tot een richtinggevende inrichtingsschets, rekening houdend met de stedenbouwkundige voorschriften en met eventuele randvoorwaarden volgend uit deze plan-merscreeningsprocedure. Deze inrichtingsschets zal uiteindelijk de gewenste visie van de gemeente weergeven op het gebied en een onderhandelings- en beoordelingsbasis vormen t.a.v. toekomstige ontwikkelingen in het plangebied. Belangrijk om te benadrukken is dat deze richtinggevende inrichtingsschets zal worden opgenomen in de toelichtingsnota en dat deze geen verordenende kracht zal hebben. Het is een louter informatieve weergave van een mogelijk toekomstbeeld op deze site, een hulpmiddel voor de vergunningverlenende overheid bij het beoordelen van vergunningsaanvragen in het licht van de goede ruimtelijke ordening en de Deel I: tekstbundel september 2016 26/57

stedenbouwkundige voorschriften van het gebied. De werkelijke situatie kan dus afwijken van deze inrichtingsschets. Opgelet: de hierboven toegelichte gewenste ruimtelijke ordening en toekomstvisie zijn onder voorbehoud en kunnen in navolging van de te doorlopen procedurele stappen nog wijzigen, hetzij beperkt. Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen Het voorgenomen plan en de bijhorende stedenbouwkundige voorschriften van het RUP zullen de juridisch-planologische basis vormen om de ontwikkeling van de nieuwe recreatieve site binnen een ruimtelijke verantwoord kader te laten gebeuren. Om een goede ruimtelijke kwaliteit te verzekeren zullen in het RUP - op basis van de vooropgestelde doelstellingen en concepten - specifieke stedenbouwkundige voorschriften worden opgenomen die er moeten voor zorgen dat de impact op het milieu en de omgeving tot een minimum wordt herleid. Deze (specifieke) voorschriften kunnen voor iedere zone verschillend zijn, zo zullen er voorschriften worden opgesteld voor zowel de bebouwde als onbebouwde ruimte van het plangebied. Ook het mobiliteits- (o.a. extra aandacht voor de ontsluiting van het gebied) en landschapsaspect (o.a. maximale landschappelijke integratie en het voorzien van een groenbuffer) zullen mee worden doorvertaald in specifieke voorschriften. Toetsing nulalternatief Het huidige plangebied is bestemd landschappelijk waardevol agrarisch gebied en wordt gebruikt voor akkerbouw. Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het huidige gebruik behouden blijven. Deel I: tekstbundel september 2016 27/57

Conclusie Het ruimtelijk uitvoeringsplan veroorzaakt geen aanzienlijke effecten t.o.v. de referentiesituatie, gezien de maatregelen en voorschriften die in dit RUP worden opgesteld voor de verschillende zones. Toegevoegd kaartmateriaal (plan-mer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 26: structuurschets RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - Site Bruul 4.6. Cultureel erfgoed, landschap en archeologie a. Discipline landschappen (cultureel erfgoed en landschap): De Landschapsatlas 9 is een inventaris van waardevolle landschappen in Vlaanderen. Hij bestrijkt het volledige Vlaamse grondgebied met uitzondering van stedelijke kernen en de dicht bebouwde agglomeraties. Zowel puntvormige, lijnvormige als vlakvormige relicten van bovenlokaal belang zijn erin gebiedsdekkend gekarteerd. Samenhangende gehelen met belangrijke erfgoedwaarden en een vrij hoge gaafheid worden gewaardeerd via de aanduiding als relictzone. De meest waardevolle ensembles worden ankerplaatsen genoemd. Voor ankerplaatsen en relictzones en gave landschappen worden specifieke beleidswensen geformuleerd. De 'Inventaris Bouwkundig Erfgoed' bevat op dit moment ruim 80.000 relicten bouwkundig erfgoed. Bouwkundig erfgoed is zo ruim mogelijk gezien: gebouwen van alle mogelijke typologieën, gebouwengroepen, complexen, bijhorende interieurs en interieurelementen, infrastructuur, klein erfgoed, straatmeubilair, monumentale beeldhouwwerken enz. De databank bevat ook beschrijvingen van gehelen zoals straten, gehuchten en stadswijken. Volgende elementen binnen het plangebied worden geselecteerd volgens de Landschapsatlas en de Inventaris Bouwkundig Erfgoed : het plangebied situeert zich volledig binnen het traditionele landschap Dijlevallei ; het plangebied (en de onmiddellijke omgeving) situeert zich volledig binnen de relictzone Wingse broeken - Molenbeek (R20070) 10. Binnen het plangebied en de onmiddellijke omgeving zijn geen punt-, vlak- of lijnrelicten, noch beschermde monumenten, landschappen of dorpsgezichten terug te vinden. b. Discipline archeologie: Gezien de omvang van het plangebied is er een potentiële archeologische erfgoedwaarde en is voorafgaand aan ingrijpende ontwikkelingen op het terrein een archeologisch vooronderzoek aangewezen. Het uitgangsprincipe van de archeologische erfgoedzorg wordt beschreven in artikel 4 2 van het decreet houdende bescherming van het archeologisch patrimonium van 30/06/1993 (archeologiedecreet) 11. Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen Er worden geen specifieke maatregelen genomen. Wel zal in dit RUP worden gestreefd naar een optimale landschappelijke integratie van het plangebied. Hierbij wordt extra aandacht 9 MVG, Dep. LIN, AROHM, afd. M & L, CD Rom Landschapsatlas, juni 2000; Ankerplaatsen, vector, 2001, MVG Dep. LIN AROHM afd. M & L; Traditionele landschappen, vector, 2001, UG Vakgroep Geografie; Relicten van de traditionele landschappen, vector, 2001, MVG Dep. LIN AROHM afd. M & L. 10 Gedetailleerde info over dit vlakrelict is terug te vinden op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed via volgende link: http://onroerenderfgoed.github.io/la2001/relictzones/r20070.html. 11 Gewijzigd bij decreten van 18/05/1999, 28/02/2003, 10/03/2006, 27/03/2009 en 18/11/2011. Deel I: tekstbundel september 2016 28/57

besteed aan de buffering van de recreatieve site naar het aanpalende habitatrichtlijngebied toe. Ook wordt er voldoende aandacht besteed aan het behoud en het versterken van de zichten op het omringende landelijk gebied. Indien een archeologische opgraving noodzakelijk blijkt, moet daar, in overleg met de cel Archeologie van het Agentschap Onroerend Erfgoed, voldoende tijd en middelen voor worden vrijgemaakt. De financiële last wordt gedragen door de bouwheer. Toetsing nulalternatief Het huidige plangebied is bestemd landschappelijk waardevol agrarisch gebied en wordt gebruikt voor akkerbouw. Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het huidige gebruik behouden blijven. De impact op het culturele erfgoed en landschap blijft bijgevolg beperkt. Conclusie Door rekening te houden met de plan-geïntegreerde maatregelen en aangezien er binnen en onmiddellijk grenzend aan het plangebied geen beschermde monumenten of dorpsgezichten, geen cultureel- en bouwkundig erfgoed aanwezig is en aangezien het plangebied niet binnen een beschermd landschap gelegen is, zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten voor deze discipline. Het RUP zal eveneens geen ingrijpende gevolgen hebben voor het traditionele landschap, noch voor de ankerplaats waarbinnen het plangebied zich situeert, o.a. door te zorgen voor een optimale landschappelijke inpassing en waar nodig het karakteristieke landschap te herstellen/versterken (ondermeer door te werken met KLE s). De ontwikkeling van een recreatieve site op deze locatie zal logischerwijs een zekere impact hebben op het bestaande landschap. Het RUP streeft echter naar een zo optimaal mogelijke landschappelijke inpassing van de site en haar activiteiten in het omringende landschap van de Wingevallei. Zo zullen er binnen het plangebied voldoende karakteristieke kleine landschapselementen (KLE s) worden voorzien die bijdragen aan deze inpassing (bv. bomenrijen, haagstructuren, etc.). Ook zal er voldoende aandacht uitgaan naar de zichten op het omringend landschap. Toegevoegd kaartmateriaal (plan-mer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 27: landschapsatlas 4.7. Lucht en klimaat Huidige situatie De luchtkwaliteit in de gemeente Holsbeek en het plangebied worden weergegeven op basis van de concentraties van stikstofdioxide (NO 2 ) en fijn stof (PM10). In Vlaanderen is het naleven van de Europese grenswaarden van deze stoffen bovendien het meest kritiek. Voor het plangebied geeft dit het volgende resultaat in de periode 2010-2012 (geoloket.vmm.be/rup): Gemiddeld werden er 15 overschrijdingen van de norm daggemiddelde PM10 genoteerd in de periode 2010-2012 voor het volledige plangebied. De norm daggemiddelde concentratie van PM10 bedraagt 50 µg/m³. Zodra deze waarde 35 maal overschreden wordt, spreekt men van normoverschrijding. Deel I: tekstbundel september 2016 29/57

Het jaargemiddelde van de concentratie PM10 bedraagt 21 µg/m³ voor het plangebied in de periode 2010-2012. Normoverschrijding treedt op vanaf een jaarmiddelde concentratie van 40 µg/m³. Het jaargemiddelde van de concentratie NO 2 bedraagt 17 µg/m³ voor het plangebied in de periode 2010-2012. Vanaf een jaarconcentratie van 40 µg/m³ spreekt men van normoverschrijding. De totale index bedraagt 4 (vrij goed) voor het plangebied in de periode 2010-2012. Deze waarde schommelt tussen 0 en 10. Vanaf een waarde van 7 spreekt men van een normoverschrijding. Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen Activiteiten die emissies van fijn stof en NO 2 zullen veroorzaken binnen het voorliggende plangebied kunnen ontstaan ten gevolge van gebouwverwarming en de op- en aanrijdende voertuigen. Nieuwe gebouwen, die verwarmd worden, moeten voldoen aan het vereiste E- en K-peil voor nieuwbouw, m.a.w. door doorgedreven isolatie van deze gebouwen en beperken van het energieverbruik van de installaties voor verwarming, koeling en ventilatie zullen de emissies afkomstig van te realiseren gebouwverwarming aanzienlijk verminderen. In het plangebied worden tevens voorzieningen getroffen om verplaatsingen per fiets en te voet aan te moedigen. De autoparking zal worden voorzien ter hoogte van de straatzijde (oosten van het plangebied). Hierdoor zullen de normovertredingen of stijging van concentratie van NO 2 en fijn stof (PM10) beperkt worden tot een minimum. Toetsing nul alternatief In het huidige plangebied zijn er momenteel enkel agrarische activiteiten. Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusie De effecten van de uitwerking van het voorliggende RUP op lucht en klimaat kunnen als minimaal beoordeeld worden omdat het RUP zal voorzien dat de parking wordt ingeplant langsheen de bestaande openbare weg (Bruul). Ook zullen bij de uitwerking van het RUP verplaatsingen per fiets en te voet worden aangemoedigd. De nieuwe gebouwen zullen voldoen aan de huidige energienormen. Hierdoor zullen door de ontwikkeling van het voorliggend RUP de emissies door gebouwverwarming en op en af rijdende voertuigen maximaal beperkt worden. 4.8. Licht, geluid en geur Huidige situatie Momenteel zijn er binnen het plangebied geen infrastructuren of activiteiten die lichthinder veroorzaken. De geluidskaarten voor dit plangebied zijn niet ingekleurd. Eventueel hinderlijke geluidsbronnen zijn momenteel afkomstig van de bestaande landbouwactiviteiten binnen het plangebied en de activiteiten op het aangrenzende containerpark. Deze kaarten werden niet gegenereerd. Deel I: tekstbundel september 2016 30/57

Eventuele geurhinder kan ontstaan door de bestaande landbouwactiviteiten binnen het plangebied (bv. bij bemesting van de percelen) en de activiteiten op het aangrenzende containerpark. Momenteel zijn er geen gekende klachten inzake licht-, geluids- en geurhinder. Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen Binnen het plangebied zou eventuele lichthinder kunnen ontstaan door de verlichting van de voetbalvelden, de paden voor de trage weggebruiker en de parking aan de straatzijde (Bruul). Het RUP zal in de mate van het mogelijke trachten om eventuele hinderlijke activiteiten en infrastructuren zoveel mogelijk te bundelen in bepaalde zones met specifieke voorschriften, ondermeer inzake verlichting. Zo zullen de voetbalterreinen, kantine en parkeergelegenheden zich zoveel mogelijk moeten situeren richting Bruul en aansluitend op het containerpark. Aan de westzijde van het plangebied zal geen verlichting mogelijk zijn, zodat het aanpalend habitatrichtlijngebied zo min mogelijk hinder ondervindt. Kunstverlichting op de recreatieve site moet tot een absoluut minimum beperkt blijven en uit de richting van het habitatrichtlijngebied en de omringende omgeving schijnen. Lichtpollutie wordt maximaal vermeden. Verlichtingsbronnen, o.a. verlichtingsmasten, zijn verboden indien ze verlichten boven het horizontaal vlak. Alle verlichtingselementen (zowel deze voor de speelvelden als deze bij de parking) moeten zodanig worden opgesteld dat ze niet hinderlijk zijn voor de onmiddellijke omgeving. Omwille van de gebruiksfrequentie en de noodzaak van verlichting wordt het A-voetbalterrein (hoofdveld) zo ver mogelijk van het habitatrichtlijngebied ingeplant en zo dicht mogelijk naar de straatzijde toe. Verlichting van de Finse piste, evenals bijkomende verlichting naast de voetbalvelden en parking zal zoveel mogelijk vermeden worden. Om het vermijden van lichtpollutie vast te stellen, zullen aard, plaatsing en gebruiksperioden van buitenverlichting verplicht moeten worden omschreven en verduidelijkt in een technische verlichtingsnota. Omwille van het aangrenzende habitatrichtlijngebied moet deze verlichtingsnota voor advies worden overgemaakt aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De voornaamste hinderlijke geluidsbronnen zullen afkomstig zijn van sportactiviteiten en op- en afrijdende wagens naar de parking. Lawaai- en gemotoriseerde sporten zullen in dit RUP worden uitgesloten. Geurhinder kan ontstaan door op- en afrijdende wagens naar de parking. Toetsing nul alternatief In het huidige plangebied in gebruik voor akkerbouw. Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het huidige gebruik behouden blijven met eventuele beperkt licht-, geluids- en geurhinder tijdens de bewerking van het land. Conclusie Door het plaatsen van energie-efficiënte verlichting en te voldoen aan de beperkende voorwaarden, opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP, zal er minimale lichthinder of lichtvervuiling veroorzaakt worden voor de omgeving en in het bijzonder naar het aanpalende habitatrichtlijngebied. Door het opleggen van beperkende maatregelen in het RUP, meer bepaald door de inplanting en inrichting van de kantine, de speelvelden en de parkeerplaatsen strikt te bepalen, zal geluid- en geurhinder beperkt worden tot een minimum. Deel I: tekstbundel september 2016 31/57

4.9. Gezondheid, socio-organisatorische aspecten en veiligheid van de mens Huidige situatie Het plangebied van het voorliggend RUP sluit aan op de woonkern van het landelijk dorp Kortrijk-Dutsel. Momenteel wordt het plangebied enkel gebruikt voor agrarisch activiteiten. Bij de ontwikkeling van het plangebied zal er een visuele verstoring van de omgeving ontstaan door de bouw van een kantine, en de aanleg van sportvelden en parkings. In de onmiddellijke omgeving van het plangebied zijn er binnen een straal van 200 m geen onderwijsinstellingen, rust- en verzorgingstehuizen of kinderdagverblijven. Noch in het plangebied van voorliggend RUP, noch in de ruimere omgeving is een Seveso inrichting 12 gelegen. Het onderwerp van het voorliggend RUP heeft evenmin betrekking op deze materie. De opmaak van een ruimtelijk veiligheidsrapport is dan ook niet vereist. Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen Het RUP zal specifieke zones afbakenen waarbinnen de recreatieve activiteiten, constructies en infrastructuren zich moeten situeren. Algemeen moeten deze zo dicht mogelijk naar de straatzijde en het containerpark worden ingeplant. Daarnaast moeten een dense groenbuffer t.h.v. het habitatrichtlijngebied en de overige groen- en landschapsbuffers zorgen voor een minimale visuele verstoring en een maximale landschappelijke integratie van de recreatieve site. Door te voldoen aan de voorschriften wordt er gestreefd naar een optimale en kwaliteitsvolle inrichting van de site waarbij de overlast naar de buurtbewoners tot een minimum beperkt blijft. Toetsing nul alternatief In het huidige plangebied zijn er enkel agrarische activiteiten. Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusies Er is geen significante toename wat betreft gezondheid en veiligheidsrisico te verwachten ten gevolge van het voorliggende RUP. Door ontwikkeling van het RUP zullen er maatregelen getroffen worden om visuele, ruimtelijke en geluidshinder te beperken. 4.10. Mobiliteit Huidige situatie Algemeen betreft het hier een goed ontsloten site. Met de wagen is de site goed bereikbaar via de Bruul en Blauwmolenstraat. Voor de zachte weggebruikers is de site goed ontsloten via ondermeer de rustige wegen Hertstraat en Geestmolenstraat. Momenteel bestaat er geen ontsluiting via het openbaar vervoer (ook niet in de onmiddellijke omgeving). a. Autoverkeer 12 Het gaat om inrichtingen die een bepaalde hoeveelheid aan gevaarlijke stoffen op hun terrein aanwezig hebben. Met aanwezigheid wordt bedoeld zowel de feitelijke of voorziene aanwezigheid in opslaginstallaties en procesinstallaties (als grondstof, tussenproduct, katalysator, solvent, eindproduct,...), als de aanwezigheid die kan ontstaan wanneer een industrieel chemisch proces buiten controle geraakt. Voor de voorziene aanwezigheid moet rekening gehouden worden met de maximaal vergunde hoeveelheid. Deel I: tekstbundel september 2016 32/57

De Bruul en de Blauwmolenstraat worden in het mobiliteitsplan van de gemeente geselecteerd als lokale weg. Ze vormen eveneens een belangrijke verbinding tussen Nieuwrode en Kortrijk- Dutsel. Langsheen de Bruul situeert zich eveneens het gemeentelijk containerpark en de gemeentelijke loods. Dit zorgt uiteraard voor extra verkeer tijdens de openingsuren van het containerpark. Parkeerplaatsen zijn er momenteel niet aanwezig in de onmiddellijke omgeving. b. Openbaar vervoer De site wordt momenteel niet ontsloten door het openbaar vervoer. De dichtstbijzijnde bushalte situeert zich aan de kerk van Kortrijk-Dutsel op ongeveer 900 m van het plangebied. Deze bushalte ( Kortrijk-Dutsel Gemeentehuis ) wordt bediend door lijn 310 Aarschot - Leuven. Op ongeveer 350 m van het plangebied is wel een belbushalte terug te vinden. c. Fietsroutenetwerk De Bruul en de Blauwmolenstraat maken samen deel uit van het provinciaal functionele fiets- routenetwerk. In het mobiliteitsplan van Holsbeek wordt de Bruul - Blauwmolenstraat bijkomend geselecteerd als verbindende fietslink (functionele route 7): vanuit Kortrijk-Dutsel is de verbinding via de Bruul en de Blauwmolenstraat tot aan de Appelweg het meest aangewezen. Vanuit Sint-Pieters-Rode kan men via de Geestmolenstraat, de Roostweg en de Hertstraat kortsluiten naar de Blauwmolenstraat. Deze verbindingen lopen doorheen het kwetsbaar gebied van de Wingevallei. Nieuwe verhardingen zijn hier niet wenselijk. Bestaande verharde openbare wegen zoals de Bruul dienen voldoende te worden uitgerust voor fietsers. Het mobiliteitsplan van Holsbeek neemt eveneens een streefbeeld op voor het fietsnetwerk binnen de gemeente. Ondermeer de fietsrelaties met Leuven en Aarschot, evenals de verbinding tussen de verschillende dorpskernen van de gemeente zijn hierbij van groot belang. Het gemeentelijk fietsnetwerk hangt nauw samen met het fietsnetwerk dat door de provincie werd uitgetekend. Met uitzondering van enkele verbindende links, overlappen het gemeentelijk en provinciaal netwerk haast volledig. Samenhang, directheid, aantrekkelijkheid, veiligheid en comfort zijn de belangrijkste aandachtspunten m.b.t. de uitbouw van een kwalitatief fietsroutenetwerk binnen de gemeente. d. Atlas der Buurtwegen (voetgangersnetwerk) De buurtwegen zijn de wegen die in de Atlas der buurtwegen als een genummerde chemin zijn opgenomen. Deze wegen zijn in volle lijn aangeduid. De volle lijn wijst erop dat ten tijde van de opmaak van de Atlas der buurtwegen de wegbedding openbare domein was. Maar omdat een buurtweg met openbaar wegbedding niet kan worden gewijzigd naar een buurtweg met private wegbedding, duidt de volle lijn vandaag nog op een openbare wegbedding. De wegbedding van de buurtwegen is in de meeste gevallen openbaar domein met een openbaar recht van openbare doorgang. In en/of grenzend aan het plangebied zijn volgende buurtwegen terug te vinden: nr. 9 (de Bruul, vormt de oostelijke grens van het plangebied); nr. 10 (vormt de noordelijke grens van het plangebied); nr. 62 (loopt ten westen van het plangebied, niet onmiddellijke aansluitend). Deel I: tekstbundel september 2016 33/57

De voetwegen zijn de wegen die in de Atlas der buurtwegen als genummerde sentier zijn opgenomen. De voetwegen zijn meestal in stippellijn aangeduid. De stippellijn wijst erop dat ten tijde van de opmaak van de Atlas der buurtwegen de wegbedding private eigendom was. De wegbedding van voetwegen is in de meeste gevallen eigendom van de aangelande(n) maar er geldt een openbaar recht van publieke doorgang. De zuidwestelijke en zuidelijke grens van het plangebied worden gevormd door voetweg nr. 43. Juridisch is er geen verschil tussen beide wegtypes, voetwegen zijn ook buurtwegen. Daardoor komt in de wetteksten enkel de term buurtweg voor. Net als voor het fietsverkeer, wordt in het mobiliteitsplan van Holsbeek een streefbeeld voor het voetgangersnetwerk opgenomen. Alle straten binnen de gemeente maken deel uit van het netwerk. Volgende eisen zijn belangrijk bij de uitbouw van het gemeentelijk voetgangersnetwerk: De voetpaden moeten aantrekkelijk zijn om te gebruiken. Ruimtelijke kwaliteit speelt hierin een grote rol. De voetganger moet voldoende veiligheid worden gewaarborgd. De voetgangersinfrastructuur moet comfortabel zijn. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op de aanwezigheid van degelijke verhardingen. De inrichtingsprincipes uit het voetgangersvademecum en deze van het toegankelijkheidsvademecum zijn richtinggevend. Uitwerking RUP met plan-geïntegreerde maatregelen Het RUP voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe recreatieve site. Hierbij Bij vormen de kleinschaligheid en het lokale karakter de voornaamste uitgangspunten. Dit zal zich enerzijds doorvertalen in de beperking van ruimte-inname door activiteiten en faciliteiten en anderzijds in het beperken van de aantrekking van (extra) verkeersstromen. a. Autoverkeer Aan de bestaande verkeerswegen zal niets worden gewijzigd. Het RUP voorziet eveneens geen bijkomende autowegen naar, doorheen of in het plangebied. Het RUP voorziet een nieuwe parking, aansluitend op de Bruul én aansluitend bij het gemeentelijk containerpark/de gemeentelijke loods. Een gedeelte van de nieuwe parking zal worden ingericht als occasionele parking die enkel bij grotere activiteiten wordt opengesteld. Deze occasionele parking krijgt eveneens een aangepaste en sobere inrichting (bv. grasvlakte zijn). De permanente parking biedt ruimte aan ca. 100 wagens, de occasionele aan ca. 35 wagens. Dit zijn echter richtcijfers. Het aantal parkeerplaatsen (voor wagens, fiets en moto) dat kan worden gerealiseerd moet steeds worden afgestemd op de werkelijke behoefte, aan te tonen bij de vergunningsaanvraag. De capaciteit van de parking mag in geen geval het kleinschalige- en lokale karakter van de site overschrijden. De gemeente wenst echter voldoende parkeerplaatsen te voorzien om zo ongewenst parkeren langsheen de Bruul te vermijden. Het doelpubliek van deze site blijft in eerste plaats de recreatieve lokale sporter. Het RUP zal ook de nodige randvoorwaarden opleggen m.b.t. een kwalitatieve, groene en landschappelijk inpasbare uitwerking van de parking. b. Openbaar vervoer Deel I: tekstbundel september 2016 34/57

Het RUP voorziet geen wijzigen t.o.v. de ontsluiting via het openbaar vervoer. De bestaande ontsluiting in het centrum van Kortrijk-Dutsel dient absoluut behouden te blijven. Een extra halte aan de recreatieve site kan eventueel in samenspraak met De Lijn Vlaams-Brabant worden onderzocht/besproken. Ook een goede busfrequentie vormt een belangrijk aandachtspunt (te bekijken/evalueren met De Lijn Vlaams-Brabant). c. Zachte weggebruikers Het RUP zal bijzondere aandacht besteden aan de integratie van de site in het wandel- en fietsroutenetwerk en zal de gebruikers van de site aansporen om zich op een duurzame en ecologisch verantwoorde manier van en naar de site te verplaatsen. Bij de opmaak van het RUP zal worden nagegaan of er aanpassingen (afschaffing of verplaatsing) nodig zijn aan de bestaande buurt- en voetwegen. Daarnaast zal in het RUP extra aandacht worden besteed aan de verbetering van de ontsluiting van het gebied via het trage wegennetwerk, evenals aan de verkeersveiligheid van de zachte weggebruikers. Toetsing nulalternatief In het huidige plangebied zijn er enkel agrarische activiteiten. Wanneer het plangebied niet ontwikkeld wordt, zal het huidige gebruik behouden blijven. Ook het mobiliteitsprofiel (en de mobiliteitsimpact) zal nauwelijks wijzigen t.o.v. de bestaande situatie. Conclusie Er is geen aanzienlijk effect met betrekking tot mobiliteit te verwachten door de ontwikkeling van het plangebied. Het RUP streeft naar een optimale mobiliteitsstructuur voor alle weggebruikers, in het bijzonder de zachte weggebruikers. Ook het beperken van (parkeer)overlast, evenals de landschappelijke inpassing van de parking zijn belangrijke aandachtspunten binnen het RUP. Toegevoegd kaartmateriaal (plan-mer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 28: Atlas der Buurtwegen (overzicht) Kaart 29: Atlas der Buurtwegen (detail) Deel I: tekstbundel september 2016 35/57

5. ANNEX / AANVULLINGEN EN CONCLUSIES N.A.V. ADVIESRONDE De gemeente Holsbeek heeft in uitvoering van deze regelgeving een onderzoek tot m.e.r. opgemaakt. De initiatiefnemer heeft de dienst MER gevraagd een selectie van betrokken instanties over te maken. Op basis van de aangeleverde lijst werden volgende instanties aangeschreven: Provincie Vlaams-Brabant (dienst Ruimtelijke Ordening) Agentschap Natuur & Bos Ruimte Vlaanderen (afdeling APL) Agentschap Onroerend Erfgoed Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) Departement Landbouw en Visserij Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) Agentschap Wonen Vlaanderen Sport Vlaanderen Na een adviesperiode van 30 dagen + 14 dagen na het versturen van een herinneringsbrief (en mail), brachten volgende instanties advies uit: Provincie Vlaams-Brabant (dienst Ruimtelijke Ordening) Agentschap Natuur & Bos Agentschap Onroerend Erfgoed Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) Departement Landbouw en Visserij Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) Agentschap Wonen Vlaanderen (via mail) Sport Vlaanderen Van Ruimte Vlaanderen werd geen advies ontvangen. De integrale adviezen, evenals een kopie van de mail van het Agentschap Wonen Vlaanderen, zijn terug te vinden in bijlage II van deze nota. Eventuele aanpassingen aan voorliggende nota (in navolging van de adviesronde) worden in het groen aangegeven in de nota. 5.1. Overzicht, samenvatting en eventuele behandeling van de ontvangen adviezen 5.1.1. Advies provincie Vlaams-Brabant De provincie Vlaams-Brabant formuleert volgend advies: Aangezien het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan de wijziging beoogt van het juridisch kader inzake ruimtelijke ordening voor beperkte gebieden op lokaal niveau, zonder aanzienlijke milieueffecten, valt het plan, ons inziens, niet onder de plan-mer-plicht. Geen aanpassingen aan screeningsnota nodig. 5.1.2. Advies Agentschap Natuur & Bos Het Agentschap Natuur en Bos formuleert volgend advies: Het Agentschap voor Natuur en Bos bracht reeds advies uit op de voorstudie van het RUP zonevreemde recreatie Holsbeek - site Bruul (kennisgeving). Hierbij werden opmerkingen met betrekking tot de bufferstrook Deel I: tekstbundel september 2016 36/57

tussen het terrein en het aangrenzende habitatrichtlijngebied, verlichting en de inrichting van het A-veld gegeven. Deze opmerkingen zijn meegenomen en uitgewerkt in de plan-mer screeningsnota. Bijgevolg stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat er voldoende werd aangetoond dat er geen aanzienlijke milieueffecten op aanwezige natuurwaarden zullen veroorzaakt worden en gaat akkoord met de inhoud van de screeningsnota. Geen aanpassingen aan screeningsnota nodig. Ondanks het RUP de verlichting zal beperken tot het strikt noodzakelijke (ondermeer via de stedenbouwkundige voorschriften), wenst de gemeente omwille van veiligheidsredenen toch een minimalistische vorm van verlichting te voorzien langsheen de Finse piste. Permanente verlichting is niet noodzakelijk. De gemeente geeft de voorkeur aan verlichting met bewegingsdetectie of eventueel op afroep door de loper (met een drukknop en timer). Op die manier blijft de eventuele lichthinder naar de omgeving toe beperkt tot een minimum en kan de veiligheid van de lopers voldoende worden gegarandeerd. 5.1.3. Advies Agentschap Onroerend Erfgoed Het Agentschap Onroerend Erfgoed formuleert volgend advies: In het dossier wordt gesproken over een ankerplaats die samenvalt met het plangebied. Het gaat echter om een relictzone. Onroerend Erfgoed is het niet eens met de conclusie dat er geen ingrijpende gevolgen zijn voor het traditionele landschap. Het RUP voorziet in de inname van een belangrijk openruimtegebied, namelijk de Wingevallei. De inname van de open ruimte (slechts aan één zijde gelinkt aan bebouwing) kan enkel worden gezien als negatief voor de discipline landschappen. Het agentschap Onroerend Erfgoed vindt wel dat de MER-screening voldoende aantoont dat het RUP in zijn huidige vorm geen aanzienlijke milieueffecten zal genereren voor de discipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie voor wat betreft het beschermd erfgoed. Er werden kleine detailaanpassingen doorgevoerd op pagina s 28 en 29. De gemeente benadrukt dat er steeds zal worden gestreefd naar een zo optimaal mogelijke landschappelijke inpassing van de recreatieve site. 5.1.4. Advies Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken formuleert volgend advies: Naar aanleiding van bovenvermelde adviesvraag laat ik u hierbij weten dat het departement Mobiliteit en Openbare Werken geen opmerkingen heeft op voorliggend dossier. Geen aanpassingen aan screeningsnota nodig. 5.1.5. Advies Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) Het Agentschap Wegen en Verkeer formuleert volgend advies: Er zijn vanuit het Agentschap Wegen en Verkeer, afdeling Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant geen opmerkingen aangaande de plan-mer-screening RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - Site Bruul aangezien er geen rechtstreekse interactie bestaat met het gewestwegennet in de omgeving. Bovendien zijn er geen restpercelen (grondoverschotten van het Agentschap Wegen en Verkeer) gelegen in de nabijheid van het RUP. Geen aanpassingen aan screeningsnota nodig. Deel I: tekstbundel september 2016 37/57

5.1.6. Advies Departement Landbouw en Visserij Het Departement Landbouw en Visserij formuleert volgend advies: Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw verzoek tot raadpleging in het kader van het onderzoek tot milieueffectenrapportage van het gemeentelijk RUP Zonevreemde recreatie Holsbeek - Site Bruul goed ontvangen. Het departement zal geen advies uitbrengen bij voorliggende screening plan-mer, maar zal dat wel doen in een later stadium van de adviesprocedure. Opdat bij de verdere uitwerking van het plan voldoende rekening met de landbouwsituatie zou worden gehouden, wenst het Departement Landbouw en Visserij wel te wijzen op een aantal algemene aandachtspunten. Ten laatste bij het voorleggen van het ontwerp-rup moeten deze aspecten duidelijk beschreven worden indien ze relevant zijn voor het plan. De inname van herbevestigd agrarisch gebied (HAG) moet voldoende gemotiveerd en gecompenseerd worden conform omzendbrief RO/2010/01. Er moeten milderende maatregelen voorzien worden voor de inname van professioneel uitgebate landbouwpercelen. De opvang van regenwater moet binnen het plangebied zelf gebeuren en op zodanige wijze dat de waterhuishouding van de omliggende landbouwgronden er geen nadelige effecten van ondervindt. Alle nodige bufferzones moeten binnen het plangebied zelf aangelegd worden. Andere milderende maatregelen die uit de uitvoering van het plan voortvloeien, moeten binnen het plangebied zelf uitgevoerd worden of buiten het plangebied zonder de agrarische structuur aan te tasten. Hierbij wordt gedacht aan zaken zoals bos- en natuurcompensaties. De impact van het plan op de landbouw moet voldoende onderzocht worden. Het Departement Landbouw en Visserij kan desgewenst op basis van een aangeleverde contour in de vorm van een shapefile (polygoon) een landbouwimpactstudie opmaken. Geen aanpassingen aan screeningsnota nodig. Bij de verdere uitwerking van het RUP zal er rekening worden gehouden met bovenvermelde aandachtspunten van het Departement Landbouw en Visserij. 5.1.7. Advies Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) De Vlaamse Milieumaatschappij formuleert volgend besluit in haar advies: De VMM-AOW is akkoord met de effectenbeschrijving en -beoordeling voor de grondwateraspecten zoals opgenomen in de screeningsnota en verleend een gunstig advies. Geen aanpassingen aan screeningsnota nodig. 5.1.8. Advies Agentschap Wonen-Vlaanderen Het Agentschap Wonen-Vlaanderen formuleert volgend advies (via mail): Wonen-Vlaanderen heeft geen opmerkingen bij deze MER-screening en sluit zich volmondig aan bij het besluit op pag. 35 van de nota. Geen aanpassingen aan screeningsnota nodig. 5.1.9. Advies Sport Vlaanderen Sport Vlaanderen formuleert volgend advies: Het is positief dat de gemeente Holsbeek via dit RUP een nieuwe recreatiesite wenst te ontwikkelen voor enerzijds de fusie/voetbalclub en hier anderzijds ook een publiek toegankelijke Finse looppiste wenst te voorzien voor de meer Deel I: tekstbundel september 2016 38/57

informele sportbeoefenaar. Het is nl. belangrijk dat er aansluitend bij de kernen openbare ruimte is om te sporten en te bewegen, zoals wandelen, fietsen, joggen, spelen,... We onderschrijven dat er nood is aan een goede buffering richting het habitatrichtlijngebied met een belangrijke vleermuizen populatie. Het ANB vraagt hiervoor een breedte van 15 m. Het ANB stelt echter ook dat de Finse looppiste niet in deze bufferstrook mag gelegd worden ten einde de bufferfunctie niet teniet te doen. Hier zijn we het niet mee eens. Wij wensen te benadrukken dat een Finse piste de bufferende werking van de 15 m brede strook niet in het gedrang zal brengen aangezien: Een Finse looppiste een laagdynamische infrastructuur is (met een minimale lengte van 800 m en een breedte van minimum 1,5m) in functie van zachte recreatie, nl. het joggen. Het joggen meestal individueel of in kleine groepjes gebeurt. De Finse looppiste niet verlicht mag worden (op vraag van het ANB). Dit versterkt dan ook de beperkte impact van deze Finse looppiste op de bufferfunctie. Het is bijgevolg perfect mogelijk om een Finse looppiste van 1,5 m breed te integreren in een groenbuffer van 15 m breed. In het kader van het zuinig gebruik van ruimte is dat dan ook aan te bevelen. Geen aanpassingen aan screeningsnota nodig. De gemeente zal bij de realisatie van het plangebied nagaan op welke manier de Finse piste best kan worden geïntegreerd in het plangebied, zonder een nadelig effect te hebben op de groenbuffer. 5.2. Eindconclusie De screeningsnota werd opgemaakt en voor advies overgemaakt aan verschillende adviesverlenende instanties. Uit de ontvangen adviezen is gebleken dat er slecht zeer beperkte aanpassingen/aanvullingen noodzakelijk waren. Op basis van voorliggende nota kan worden geconcludeerd dat het voorliggende plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-mer niet nodig wordt geacht. Deel I: tekstbundel september 2016 39/57

BIJLAGE I: PREADVIES ANB OP VOORSTUDIE SITE BRUUL Deel I: tekstbundel september 2016 40/57

Deel I: tekstbundel september 2016 41/57

BIJLAGE II: ONTVANGEN ADVIEZEN Deel I: tekstbundel september 2016 42/57

Deel I: tekstbundel september 2016 43/57

Deel I: tekstbundel september 2016 44/57

Deel I: tekstbundel september 2016 45/57

Deel I: tekstbundel september 2016 46/57

Deel I: tekstbundel september 2016 47/57

Deel I: tekstbundel september 2016 48/57

Deel I: tekstbundel september 2016 49/57

Deel I: tekstbundel september 2016 50/57

Deel I: tekstbundel september 2016 51/57

Deel I: tekstbundel september 2016 52/57

Deel I: tekstbundel september 2016 53/57

BIJLAGE III: BRONVERMELDING GEBRUIKTE KAARTLAGEN 1.1. Fusiegemeentegrenzen Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, vectorbestand, toestand 22/05/2003, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen 1.2. Deelgemeentegrenzen Deelgemeenten, vectorbestand, bronbestand 2005, bewerking 2009, Provincie Vlaams- Brabant 1.3. Gewestgrens Voorlopig referentiebestand gewestgrens, vector, toestand 22/05/2003, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen 1.4. Provinciegrens Voorlopig referentiebestand provinciegrenzen, vector, toestand 22/05/2003, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen 1.5. Arrondissementgrens Voorlopig referentiebestand arrondissementgrenzen, vector, toestand 22/05/2003, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen 1.6. Gewestplan Gewestplan, vectorbestand, 02.05.2012, Vlaamse overheid - Departement Ruimtelijke Ordening - Woonbeleid en onroerend erfgoed 1.7. Kadaster Digitale kadastrale percelenplannen, cadmap, vectorbestand, toestand 01/01/2012, Federale Overheidsdienst financiën, Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie 1.8. Orthofoto Middenschalige orthofotomozaïek, Vlaanderen, winteropnames (wordt jaarlijks vernieuwd), actuele toestand, AGIV en Provincie Vlaams-Brabant. 1.9. Topografische kaart Topografische kaart, kleur, grid, opname 1991-2005, schaal 1/10.000, Nationaal Geografisch Instituut 1.10. Atlas Buurtwegen Atlas Buurtwegen Vlaams Brabant, vector en raster, toestand 26.09.2012, Provincie Vlaams- Brabant 1.11. Wegen Navstreets native, versie 2012.3 (16/01/2013), vector, NAVTEQ 1.12. BPA s BPA-contouren, vector, 02/12/2009, Vlaamse overheid - Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed 1.13. RUP s Gemeentelijke RUP s, vector, 04/09/2012, Provincie Vlaams-Brabant, ingetekend op basis van gemeentelijke gegevens Deel I: tekstbundel september 2016 54/57

Gewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen, vector, 15/05/2013, Vlaamse Overheid - Dpt. Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed - Afdeling Ruimtelijke Planning. Provinciale RUP's, vector, 21/05/2013, Provincie Vlaams-Brabant 1.14. Atlas woonuitbreidingsgebieden (WUG) Atlas van de woonuitbreidingsgebieden, vector, actuele toestand, Vlaamse overheid Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed 1.15. HAG Herbevestigde agrarische gebieden, 2009, vector, Vlaamse overheid - Departement RWO - Afdeling Ruimtelijke Planning 1.16. Watertoets Signaalgebieden, vector, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Winterbedkaart, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Infiltratiegevoelige bodems, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Hellingenkaart, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Grondwaterstromingsgevoelige gebieden, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Erosiegevoelige gebieden, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Overstromingsgevoelige gebieden, grid, actuele toestand, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid Recent overstroomde gebieden, vector, 27.06.2012, Vlaamse Milieumaatschappij - afdeling Operationeel Waterbeheer, MOW 1.17. Beschermingszones van de grondwaterwinningen Beschermingszones van de grondwaterwinningen, vector, toestand 06/07/2006, Vlaamse Milieumaatschappij afdeling Operationeel Waterbeheer 1.18. Vlaams Hydrografische Atlas VHA-waterlopen, vector versie 24.05.2013, Vlaamse Milieumaatschappij afdeling Operationeel Waterbeheer VHA-zones, vector, versier 20.03.2013, Vlaamse Milieumaatschappij afdeling Operationeel Waterbeheer VHA-wateroppervlakken, vector, versie 05.06.2009, Vlaamse Milieumaatschappij afdeling Operationeel Waterbeheer VHA - waterlopen met aanvulling van IL obv terreinonderzoek en luchtfotoverwerking, vector, VMM - afdeling Operationeel Waterbeheer en Interleuven bijwerkingen 1.19. Wateroppervlakken Wateroppervlakken Navstreets Native, vector, 16/01/2013, Navteq 1.20. Atlas van de Waterlopen Atlas Waterlopen Vlaams-Brabant, vector en raster, 1950, Provincie Vlaams-Brabant 1.21. Bodem Bodemkaart, vector, versie 19.04.2001, IWT Deel I: tekstbundel september 2016 55/57

Potentiële bodemerosiekaart per perceel, vector, 2013, Vlaamse overheid (departement Leefmilieu en Energie, afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen) Waardevolle bodems in Vlaanderen, vector, 2006, ALBON Landbouwtypering, Afgeleid van: Bodemkaart, vector, 07/06/1999, VLM Ruilverkavelingsprojecten VLM, vector, actuele toestand, Vlaamse Landmaatschappij - Afdeling Ruilverkaveling Beheersovereenkomsten VLM, vast en variabel: Beheerovereenkomsten in het kader van erosiebestrijding, natuur-, milieu-, en landschapsbeheer, vector, 01.01.2013, VLM Beheersovereenkomsten erosiebestrijding (grasstrook), vector, 2010, VLM Bodemgebruik, vector, 30/04/2008, AGIV (gevectoriseerd dr Prov. Vlaams-Brabant) Bodembedekking, vector, 30/04/2008, AGIV (gevectoriseerd dr Prov. Vlaams Brabant) 1.22. Landschap Ankerplaatsen relictenatlas, Ruimte en Erfgoed, vector, actuele toestand. Landschapsatlas vlakrelicten (relictzones): Relicten van de traditionele landschappen, vector, 08/05/2001, Ruimte en Erfgoed Landschapsatlas lijnrelicten: Relicten van de traditionele landschappen, vector, 08/05/2001, Ruimte en Erfgoed Landschapsatlas puntrelicten: Relicten van de traditionele landschappen, vector, 08/05/2001, Ruimte en Erfgoed Traditionele landschappen: vectorbestand, toestand 8/05/2001, UG Vakgroep Geografie, 2001 Unesco werelderfgoed: Unesco werelderfgoed, vector, actuele toestand, Unesco Bouwkundig Erfgoed - relicten en gehelen: Inventaris bouwkundig erfgoed, vectorbestand, actuele toestand, VIOE Erfgoedlandschappen: Onroerend erfgoed, vectorbestand, actuele toestand Definitief aangeduide ankerplaatsen: Voorlopige en definitief aangeduide ankerplaatsen en erfgoedlandschappen, Onroerend Erfgoed, vectorbestand, actuele toestand Beschermde archeologische zone, monumenten, landschappen en dorps- en stadsgezichten: Beschermde Monumenten en Landschappen, Onroerend Erfgoed, vectorbestand, actuele toestand Hoogtelijnen met interval 5m, vector, 31/05/2006, Provincie Vlaams-Brabant, afgeleid bestand van DHM-Vlaanderen (AGIV) 1.23. Fietsroutenetwerken Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk Vlaanderen, vector, 27/05/2013, Provincie Vlaams-Brabant Recreatief fietsroutenetwerk Vlaams-Brabant, vector, versie 2012, Provincie Vlaams- Brabant 1.24. Habitatrichtlijngebieden Habitatrichtlijngebieden, vectorbestand, toestand 15/02/2008, Agentschap voor Natuur en Bos 1.25. Vogelrichtlijngebieden Vogelrichtlijngebieden, vectorbestand, toestand 22/07/2006, Agentschap voor Natuur en Bos 1.26. Vlaams Ecologisch Netwerk Gebieden van VEN en IVON, vector, 01/01/2013, Agentschap voor Natuur en Bos Deel I: tekstbundel september 2016 56/57

1.27. Biologische waarderingskaart fauna en flora Biologische waarderingskaart Fauna, vectorbestand, versie actuele toestand, Instituut voor Natuur- en bosonderzoek 1.28. Geluid Geluidskaarten wegverkeer overdag, vector, 01/09/2009, AWV Geluidskaarten wegverkeer nacht, vector, 01/09/2009, AWV Geluidskaarten spoorverkeer, vector, 01/09/2009, LNE 1.29. Lucht Advisering RUP-thema lucht, actuele toestand, VMM 1.30. GRB GRB, vector, actuele toestand, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen Deel I: tekstbundel september 2016 57/57