www. Biologie 2001 Vraag 1 Dit zijn een aantal gegevens over een nucleïnezuur. 1. Het is een enkelvoudige keten. 2. Het bevat als basen: G - A - C - T. 3. Het varieert naargelang de soort cel binnen één organisme. 4. Het komt voor onder drie vormen. 5. Het blijft voor alle cellen binnen één organisme constant. Welke van onderstaan reeks gegeven komt overeen met de eigenschappen van RNA? A. 2 3 4 B. 1 3 4 C. 2 4 5 D. 1 2 3
www. Vraag 2 Hieronder wordt een mrna afgebeeld: 5 3 UUUUACCACCGGAUGAUUCUUACAAUUAGAUGAACAGGUUGUAAA//An In het coderend gen treden basensubstituties op. Deze mutaties zijn natuurlijk ook zichtbaar in de hieronder afgebeelde mrna sequentie: 5 3 UUUUAACACCGGAUGAUUCUUACAAUUUGAUGAACAGGUUGUAAA//An Rekening houdend met de genetische code van zoals weergegeven in de tabel zal het eiwit na translatie van het gewijzigde mrna A. dezelfde lengte en dezelfde aminozuursequentie hebben als het oorspronkelijke eiwit. B. dezelfde maar een verschillende aminozuursequentie hebben als het oorspronkelijke eiwit. C. één aminozuur korter zijn dan het oorspronkelijke eiwit. D. slechts twee aminozuren lang zijn. Eerste base Tweede base letter Derde base letter U C A G letter U Phe Ser Tyr Cys U Phe Ser Tyr Cys C Leu Ser Stop Stop A Leu Ser Stop Trp G C Leu Pro His Arg U Leu Pro His Arg C Leu Pro GIn Arg A Leu Pro GIn Arg G A He Thr Asn Ser U He Thr Asn Ser C He Thr Lys Arg A Met* Thr Lys Arg G G Val Ala Asp Gly U Val Ala Asp Gly C Val Ala Glu Gly A Val Ala Glu Gly G * startcodon
www. Vraag 3 Het celorganel waar translatie gebeurt is: A. het glad endoplasmatisch netwerk B. het Golgi-apparaat C. het ribosoom D. het lysosoom Vraag 4 Onderstaande figuren stellen stadia van kerndelingen van cellen van eenzelfde organisme voor. Welke figuur (figuren) stelt (stellen) een fase van de meiose voor? Welk is het aantal chromosomen in de diploïde cellen van het individu? Fase van de meiose Aantal chromosomen in de diploïde cellen A alleen figuur 1 2 B alleen figuur 2 4 C alleen figuur 2 8 D zowel figuur 1 als figuur 2 4
www. Vraag 5 Onderstaand schema geeft het ontstaan en de eerste ontwikkeling van een tweeling weer. Over welk soort tweeling gaat het en welk is het geslacht van de kinderen? A. een eeneiige tweeling en de kinderen zijn van verschillend geslacht. B. een eeneiige tweeling en de kinderen zijn van hetzelfde geslacht. C. een twee-eiige tweeling en de kinderen zijn van verschillend geslacht D. een twee-eiige tweeling en de kinderen zijn van hetzelfde geslacht. Vraag 6 Wanneer slangengif in ons lichaam terecht komt moet er snel gehandeld worden. Een mogelijke oplossing om blijvend letsel te voorkomen levert toepassing van passieve vaccinatie. Bij deze passieve vaccinatie zal men A. snel contact met extra gif als antigeen verzekeren om alsnog antilichamen op te wekken B. serum injecteren met erin aanwezige antilichamen tegen het slangengif C. snel contact met niet toxisch "afgezwakt" antigeen verzekeren om alsnog antilichamen op te wekken D. serum injecteren met erin aanwezige antilichamen tegen de immunoglobulines die wij aanmaken na contact met het slangengif
www. Vraag 7 Twee uitspraken over cellulaire ademhaling: 1) dankzij cellulaire ademhaling kan energie opgeslagen in organische moleculen zoals glucose omgezet worden naar ATP 2) de diverse stappen van cellulaire ademhaling (zoals glycolyse, acethyl co-enzyme A vorming, citroenzuurcyclus, elektronentransport keten, chemio-osmotische synthese van ATP) kunnen alleen plaatsvinden binnen de mitochondria die als batterijtjes van de cel fungeren A. beide uitspraken zijn juist B. beide uitspraken zijn onjuist C. alleen uitspraak 1 is juist, uitspraak 2 is onjuist D. alleen uitspraak 2 is juist, uitspraak 1 is onjuist Vraag 8 In onderstaande stamboom bezitten de zwart ingekleurde personen een wipneus (= recessief kenmerk). Welke van volgende beweringen is juist? A. Persoon 2 is heterozygoot B. Persoon 4 is homozygoot C. De kinderen van 5 en 6 kunnen geen wipneus hebben D. Beide ouders van persoon 4 hebben geen wipneus
www. Vraag 9 In onderstaande stamboom is het voorkomen van een zeldzame X-chromosomaal gebonden ziekte weergegeven. Welke vrouwen in deze familie zijn zeker draagster van het ziekteverwekkend kenmerk? A. Alleen de vrouwen 1 en 2 B. Alleen de vrouwen 7 en 8 C. De vrouwen 1, 2, 5 en 6 D. De vrouwen 1, 2, 7 en 8 Vraag 10 De evolutietheorie van Darwin is gebaseerd op natuurlijke selectie en heeft als resultaat dat in een populatie de genetisch overerfbare kenmerken van succesvolle individuen meer frequent aangetroffen worden in opeenvolgende generaties. Twee uitspraken verwijzen naar frequent aangetroffen overerfbare kenmerken: 1. Vele individuen van onze huidige varkenspopulatie zijn vleesvarkens die veel stressgevoeliger zijn dan de oorspronkelijke spekvarkens. 2. Vele individuen van onze huidige huisvliegpopulatie zijn resistent tegen het insecticide DDT. Welke uitspraak (uitspraken) is (zijn) te verklaren op basis van natuurlijke selectie? A. Zowel uitspraak 1 als 2 B. Noch uitspraak 1 als 2 C. Alleen uitspraak 1 D. Alleen uitspraak 2
www. Oplossingen 1. B 2. C 3. C 4. D 5. B 6. B 7. C 8. A 9. D 10. D De uitgewerkte oplossingen van deze vragen is in een ander document op de website beschikbaar.