Hoofdstuk 14 Conjunctuur

Vergelijkbare documenten
Gezinnen. Overheid. Bedrijven. Buitenland

UIT groei en conjunctuur

Samenvatting Economie Hoofdstuk 9 en 10

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Economische conjunctuur

5,8. Praktische-opdracht door een scholier 1585 woorden 12 december keer beoordeeld

5.1 Wie is er werkloos?

Economie. Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Samenvatting Economie Hoofdstuk 1 t/m 5: Verdienen en Uitgeven

5.2 Wie is er werkloos?

Samenvatting Economie Conjunctuur en economische beleid

Keuzeonderwerp. Keynesiaans model. Gesloten /open economie zonder/met overheid met arbeidsmarkt. fransetman.nl

Hoofdstuk 24 Valutamarkt

Hoofdstuk 1: Waar produceren

Proeftoets Economische Bedrijfsomgeving

H2: Economisch denken

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

Loonkosten per product omhoog - Prijzen omhoog - Internationale concurrentiepositie omlaag

Arbeidskosten per eenheid product

Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen

Examen HAVO. Economie 1

Eindexamen economie vwo II

UIT theorie ASAD

Hoofdstuk 15 Economische relaties

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind

Hoofdstuk 27 Landenrisico

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

6,3 ECONOMIE. Samenvatting door een scholier 4680 woorden 25 januari keer beoordeeld. Lesbrief Globalisering INFLATIE

Uitleg theorie AS-AD model. MEV Wat betekent AS-AD. Aggregated demand: de macro-economische vraag.

Arbeid = arbeiders = mensen

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE MAANDAG 27 JUNI UUR

Eindexamen economie 1 vwo I

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Vraag Antwoord Scores

Welkom. Prinsjesdaglezing Rabobank. Een bank met ideeën. 6 oktober Rabobank Valkenswaard en Waalre

Praktische opdracht Economie Conjunctuurklok

Werkloosheid daalt licht / Inflatie blijft laag

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Draai zelf aan de knoppen van de Nederlandse economie: Workshop DELFI-tool. Gerbert Hebbink VECON Studiedag, 22 maart 2017

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

Samenvatting Economie Hoofdstuk 17 t/m 23

Samenvatting Economie Europa en Conjunctuur

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

De Wet Werk en Zekerheid in economisch grillige tijden

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II

20.1 Wat is economische groei?!

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Bouwproductie 15 procent lager in komende twee jaar

Transcriptie:

Hoofdstuk 14 Conjunctuur Open vragen 14.1 CPB: groei Nederlandse economie valt terug naar 1% in 2005 In 2005 zal de economische groei in Nederland licht terugvallen naar 1% ten opzichte van een groei van 1,4% in 2004. Volgend jaar zal de economische groei versnellen tot naar verwachting 2,25%. Dat schrijft het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag in een persbericht. Volgens het planbureau kan er laat in 2005 een einde komen aan een langdurige en stevige laagconjunctuur. Na de recessie in 2003 is de Nederlands economie vlot getrokken door extra afzet in het buitenland, maar de groei van de binnenlandse bestedingen bleef hierbij ver achter. Voor de binnenlandse bestedingscategorieën consumptie en investeringen komt nu beter weer in zicht. Dit jaar krimpt de particuliere consumptie in Nederland naar verwachting nog iets, maar de vooruitzichten voor volgend jaar zijn volgens het CPB positiever. Ook de investeringen en de werkgelegenheid trekken in beide ramingsjaren vermoedelijk aan, door hogere productiegroei en de verbeterde winstgevendheid van het bedrijfsleven. De werkloosheid bereikt in vermoedelijk in 2005 een top (6,75%), om daarna weer te dalen tot 6,25%. Bron: Het Financieele Dagblad, 22 maart 2005 a Welke variabele is de maatstaf voor de conjuncturele ontwikkeling? b Wanneer spreken we van een recessie? c De economische groei bestaat uit een trendmatige en een conjuncturele component. Leg uit wat hiermee wordt bedoeld. d Leg uit dat investeringen zowel een oorzaak als een gevolg van productiegroei zijn. Open vragen en vraagstukken Algemene economie en bedrijfsomgeving 1

14.2 Bron: IMF, World Economic Outlook, juli 2007, p. 1 a Wat zijn conjunctuurindicatoren? Leg aan de hand van één van de indicatoren uit waarom deze de toekomstige productie kan voorspellen. b Wat verwacht u van de conjuncturele ontwikkeling in 2007? Open vragen en vraagstukken Algemene economie en bedrijfsomgeving 2

14.3 Tabel 1 Inflatie-indicatoren in het eurogebied 2007-2009 2007 2008 2009 Output gap 0,3 0,3 0,3 Consumptie 1,6 2,1 2,1 Ruwe olieprijs (cif, $ per bl) 72,3 90,0 90,0 Prijzen van andere grondstoffen (2000 = 100) 183 189 208 Arbeidskosten p.e.p. marktsector 1,5 2,1 1,0 Arbeidsproductiviteit in de marktsector 1,0 0,9 1,1 Loon per werknemer in de marktsector 2,4 2,8 3,1 Werkloosheid 6,8 6,4 6,4 Inflatie 2,1 2,5 2,0 Bron: OECD, Economic outlook, december 2007 a Wat is inflatie? Welke soorten zijn er? Welke variabele geeft de inflatie weer? b Wat zijn inflatie-indicatoren? Hoe kunnen de indicatoren in de tabel 1 de inflatie voorspellen? Welke verwachting heeft u over de inflatie voor de Eurozone in 2010? c Welke nadelige gevolgen heeft een hoge inflatie voor het economisch proces? d Zou een te lage inflatie ook een bedreiging kunnen zijn voor de economie? 14.4 Raad van State pleit voor dempen conjunctuurgolf Nu het economisch beter gaat moet het kabinet sparen en niet uitdelen. De Raad van State pleit voor het voeren van een anticyclisch begrotingsbeleid. De belangrijkste raadgever van de regering schrijft dat in zijn advies over de Miljoenennota voor volgend jaar. Laat in tijden van economische opgang geleidelijk een overschot op het overheidsbudget ontstaan, dat in economisch mindere jaren kan worden aangesproken, waardoor extra ombuigingen of lastenverzwaringen vermeden kunnen worden op een moment dat werkgelegenheid en koopkracht toch al onder druk staan en de onzekerheid toeneemt, aldus de Raad. Neergang Hij baseert zijn aanbeveling op de lessen die kunnen worden geleerd uit de ervaringen van de afgelopen periode. Na de hoogconjunctuur van 1996-2000 volgde een economische neergang van bijna vijf jaar. Van het overheidsbeleid zijn zowel in de opgaande als in de neergaande fase procyclische effecten uitgegaan, aldus de Raad. Zo versterkten de bezuinigingen van de afgelopen jaren de onrust als gevolg van opkomende werkloosheid en afnemende koopkracht, staat in het advies. Bron: Het Financieele Dagblad, 19 september 2005 Open vragen en vraagstukken Algemene economie en bedrijfsomgeving 3

a Wat houdt een anticyclisch begrotingsbeleid in? b Welke vooral politieke problemen zijn aan de uitvoering van een anticyclisch begrotingsbeleid verbonden? c Heeft een structureel begrotingsbeleid ook een anticyclisch effect? d Welke bijdrage levert de ECB aan de demping van de conjunctuurgolf? Vraagstukken V 14.1 De conjunctuur in 2003 en 2007, Nederland (mutaties in %, tenzij anders vermeld) 2003 2007 Particuliere consumptie 0,2 2 Bruto-investeringen bedrijven 1,8 5¼ Investeringen in woningen 3,6 3¾ Goederenuitvoer (excl. energie) 2,6 7½ Goedereninvoer (excl. energie) 3,1 7 BBP 0,3 2¾ Consumentenprijsindex 2,1 1¾ Werkgelegenheid 1,1 2¼ Rendement eigen vermogen (in %) 8,5 9½ Collectieve uitgaven 2,5 3½ Begrotingssaldo collectieve sector (% BBP) 3,1 0,3 Korte rente 2,3 4 Bron: CPB, MEV, 2008 De conjunctuur De maatstaf voor de conjuncturele component in de economische groei van een land is het verschil tussen de feitelijke en de trendmatige groei van de productie. De trendmatige groei van het BBP bedraagt in Nederland ongeveer 2,25% per jaar. a Hoe groot is de conjuncturele component in de economische groei in beide jaren? In welke conjuncturele situatie zit de Nederlandse economie in 2003 en 2007? Oorzaken van de conjunctuur De oorzaken van de conjuncturele ontwikkeling moeten worden gezocht in de ontwikkeling van de effectieve vraag. b Welke bestedingscomponenten zijn vooral verantwoordelijk voor de lage economische groei in 2003 en de hoge economische groei in 2007? Met andere woorden: welke bestedingscategorieën vertonen de grootste schommelingen? Open vragen en vraagstukken Algemene economie en bedrijfsomgeving 4

Conjunctuurindicatoren We kunnen de bestedingscategorieën voorspellen door indicatoren voor de bestedingen op te sporen. c Welke indicatoren zou je gebruiken om de consumptie, de investeringen en de uitvoer te voorspellen? Gevolgen van de conjuncturele ontwikkeling De conjunctuur heeft gevolgen voor de inflatie, de werkgelegenheid en de winstgevendheid van het bedrijfsleven. d Komen de gevolgen van de conjuncturele ontwikkeling overeen met wat je op grond van de theorie zou mogen verwachten? Conjunctuurbeleid e Blijkt uit de ontwikkeling van de collectieve uitgaven dat de overheid een anticyclisch begrotingsbeleid heeft gevoerd in beide jaren? f Verklaar de hoogte van het begrotingssaldo in beide jaren. g Heeft het monetair beleid van de ECB in beide jaren een anticyclische werking gehad? Open vragen en vraagstukken Algemene economie en bedrijfsomgeving 5