1 Betonakkoord voor duurzame groei

Vergelijkbare documenten
Betonakkoord voor duurzame groei

Circular Economy Lab:

6. Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente. handelend als bestuursorgaan, vertegenwoordigd door.;

MVI Verklaring Leverancier - Alliander

Green Deal Concreet 1.0

Naar een circulaire buitenruimte Wouter Schik, stimulator duurzaamheid gemeente Amersfoort

Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Maatschappelijk Verantwoord Inkopen doe je samen. Anita den Hoed Sr. Adviseur Inkoop Enexis Groep.

Netwerk Betonketen 27 februari 2017 Nijverdal Daaf de Kok

Afdeling Inkoop Januari 2017

Rijkswaterstaat werkt Circulair in 2030

Circulaire Bouweconomie

Rijkswaterstaat circulair

Memo. extern. Geachte Mevrouw / Heer,

DUURZAAM BETONAKKOORD INITIATIEF TOT EEN NATIONAAL KETENAKKOORD

Het grondstofpaspoort

Memo. extern. Geachte Mevrouw / Heer,

Memo. extern. Geachte Mevrouw / Heer,

Memo. extern. Geachte heer/ mevrouw,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA DEN HAAG

Welk perspectief heeft beton voor de transitie naar een klimaat neutrale en circulaire economie? Mantijn van Leeuwen (NIBE)

Memo. extern. Geachte Mevrouw / Heer,

Initiatief Duurzaam GWW

Green-Consultant - info@green-consultant.nl - Tel Triodos Bank NL17TRIO KvK BTW nummer NL B01 1

Aanpak Duurzaam GWW- Aan de slag!

Jade Beheer. Communicatieplan CO 2 Prestatieladder 3.C.1. 3.C.2 Invalshoek C: Transparantie Handboek CO2 Prestatieladder, versie 2.2 / 3.

Antwoord op uw opgave. Circulair aanbesteden

B-85 Green Deal verduurzamen dierenbeschermingcentra

VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling. Energiemanagementplan

CO2-PRESTATIELADDER DV SCOPE 3 STRATEGISCH PLAN HOOFDDORP, 2 FEBRUARI 2017

Open Convenant 12 november 2015

Circulair aanbesteden. 24 januari 2017 Sarah Naipal

Extra impuls gemeenten voor afvalpreventie en afvalscheiding huishoudelijk afval

CO 2 Communicatieplan. 18 mei 2015

Circulaire Infra Duurzaam GWW

Memo Scope 1 32 % Scope 2 5 % Scope 3 6 %

Wat doet Strukton Worksphere in het kader van verduurzaming. Leo Schunck 16 maart

Manifest Circulair Onderwijs

Circulaire Economie in de GWW Betekenis voor de baggersector. Evert Schut Rijkswaterstaat Water Verkeer en Leefomgeving

VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling. Energiemanagementplan

Green Deal Verduurzamen betonketen September 2014, Ecobouw 2014

Duurzaam vernieuwen en samenwerken in de bouw

Bouwend Nederland en duurzaam Mag het een onsje meer zijn? Jos van Alphen

MKI score van wegen aanleg en onderhoud

Inhoudsopgave. Energiemanagement programma I GMB 2

Startbijeenkomst keten innovatieprogramma. Kunststof & Rubber in de Ondergrondse Infrastructuur

Verduurzaming HVC. Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen

Samen aan de slag met CO 2 -reductie

Op weg naar 2030 SGS congres 16 mei 2019 Drs. Ing. H.M. (Harry) Nieman

Manifest Circulair Onderwijs

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Communicatieplan m.b.t. CO2

Sector- en keteninitiatieven CO 2 -prestatie

Sector- en keteninitiatieven CO 2 -prestatie

Rapport. CO2-prestatieladder communicatieplan projectnaam Communicatieplan 2014 referentie AKA/003

DEELNAME AAN INITIATIEVEN VERSIE: 01 21/05/2013

Stilstaan bij vooruitgang

MVI / MVO. Duurzaam Circulair ILO SR MKB Innovatie

Deelname Initiatieven

Energiemanagementsysteem. Van de Kreeke Beheer BV en Habets-van de Kreeke Holding BV

Memo. extern. Geachte Mevrouw / Heer,

De route naar circulaire afspraken. Evert Schut, Rijkswaterstaat

Keteninitiatief Rey beheer ID 5D

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 4 juli Voorzitter van de commissie, Agnes Mulder

Cluster Bedrijfsvoering rve ICT

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. De Bodde

TALENT TOP NAAR DE. Het. initiatief. voor. meer. vrouwen. naar. top

CO 2 Communicatieplan

CO 2 Communicatieplan

Kansen en uitdagingen Circulair inkopen

Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs

CO2 Communicatieplan. Datum:... Paraaf directie: februari 2017

Communicatieplan. Datum: 7 maart Paraaf directie:

Communicatieplan CO 2 -prestatieladder ISO MVO Update December Aboma Holding bv

Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Duurzaamheid. Ervaringen van een Rijkswaterstaat medewerker. Harald Versteeg Programmamanager RWS Duurzaam

Roy Verstegen. Managementenergie Actieplan

W & M de Kuiper Holding

Samen aan de slag met CO 2 -reductie

Initiatiefvoorstel PvdA-GroenLinks

Aan de slag: opstellen hoogst haalbare doelen & brancheverduurzamingsplannen versie 1.0, april 2014

Energieneutraal keten sluisdeur Goese Sas

Beton Bewust Keurmerk Beton What s in it for me?

Deze centrale vraag leidt tot de volgende deelvragen, die in het onderzoek beantwoord zullen worden.

VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling. Energie Managementplan

Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. Samen bouwen aan de circulaire economie voor Nederland in 2050

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

C-168 Green Deal Cirkelstad

Energie, Afval, Geluid, Diversiteit, Duurzame Inzetbaarheid

Participanten Werkgroep. Aannemingsbedrijf Platenkamp BV (E. Veldkamp) Betoncentrale Twenthe (J. Dekker, D. Wintels)

Concretere eisen om te (kunnen) voldoen aan relevante wet- en regelgeving zijn specifiek benoemd

Startbijeenkomst keten innovatieprogramma Klimaat voor Verandering

TEN BEHOEVE VAN DE CO 2 PRESTATIELADDER SHANKS NEDERLAND BV

Communicatieplan CO2-prestatieladder

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

CO 2 jaarverslag 2013* * Dit betreft alleen de A.Hak bedrijven die zijn gecertificeerd voor de CO2 Prestatieladder, niveau 3

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep

1.B.1, 2.B.1, 3.B.2 Energie actieplan

Sector- en keteninitiatieven CO 2 -prestatie

Circulair inkopen. Wow dag 1 oktober Take Padding PIANOo Jeroen van der Waal- Gemeente Amsterdam

CO₂ Prestatieladder - Communicatieplan

CO 2 Communicatieplan. 2 november 2015

Transcriptie:

Status dit document: discussiestuk ten behoeve van Symposium Betonakkoord 12 mei. Resultaten uit de stuurgroep van 9 mei, de discussie op 12 mei en schriftelijk ontvangen opmerkingen tot en met begin juni zullen zo goed mogelijk worden verwerkt om te komen tot een definitief concept. Dat wordt op 16 mei voorgelegd aan de bestuurders tijdens een CEO-Ontbijt. Dit stuk bevat hoofdstukken 1 t/m 5. 1 Betonakkoord voor duurzame groei De betonketen verduurzamen. Wij gaan het gewoon doen! Niet alleen om dat het maatschappelijk gewenst is, maar ook omdat we het kunnen! In 2030 willen we de CO2-uitstoot met 35% verminderen, 100% beton-recycling (van zand, grind en cement) en hergebruik in de bouwsector realiseren, en een positieve bijdrage leveren aan het natuurlijk kapitaal van Nederland en de betonsector een hightech en veilige plek maken om te werken. De markt gaat dit doen onder de voorwaarde dat opdrachtgevers hun aanbestedingsbeleid hierop afstemmen. We spreken met elkaar af dat, in het geval beton wordt toegepast, er consequent in de uitvraag van opdrachtgevers minimum eisen voor CO2-reductie en gerecyclede materialen uit de keten voor beton worden opgenomen. Die eisen worden strikter in de tijd waardoor innovaties in de betonsector op gang komen en de ambitieuze doelstellingen in 2030 gerealiseerd worden. Partijen die hogere ambities willen waarmaken binnen de vooraf vastgestelde kosten maken in de opdrachtverlening meer kans. Dankzij zekerheid voor de langere termijn kunnen de noodzakelijke investeringen van de grond komen. Het gewenste beeld van de betonsector in 2030 is dat: De betonketen een duurzame keten is en als zodanig bekend staat De maatschappelijke relevantie van de betonsector is toegenomen. Het een aantrekkelijke werkomgeving is waar het veilig en prettig werken is. De sector behoort tot de hightech-sectoren door innovaties op het gebied van digitalisering, robotisering, nanotechnologie etc. Scholen, universiteiten en andere kennisinstellingen, samen met de keten, passende opleidingen bieden en voldoende jong talent afleveren met specifieke betonkennis en communicatieve vaardigheden. Met elkaar evalueren we in 2020 en in de jaren erna- of de afspraken ook het effect hebben dat we willen bereiken. Als dat niet het geval is, gaan we de bestaande afspraken versterken (bijvoorbeeld via algemeen verbindend verklaring van de eisen) of zetten we nieuw instrumentarium in. Kortom we gaan het van nu af doen!

Inhoudsopgave 1 BETONAKKOORD VOOR DUURZAME GROEI 2 2 HET BETONAKKOORD 4 2.1 VISIE BETONKETEN 2030 4 2.2 WAT BETEKENT ONDERTEKENING VAN DIT BETONAKKOORD 4 2.3 WAAR TEKENT U VOOR ALS TOELEVERANCIER 5 2.4 WAAR TEKENT U VOOR ALS AANNEMER 5 2.5 WAAR TEKENT U VOOR ALS OPDRACHTGEVER 5 3 AFSPRAKEN IN HET BETONAKKOORD 6 3.1 SPEERPUNT CO2-REDUCTIE 6 3.1.1 AMBITIE CO2-REDUCTIE 6 3.1.2 AFSPRAKEN CO2-REDUCTIE 6 3.2 SPEERPUNT CIRCULARITEIT 7 3.2.1 AMBITIES CIRCULARITEIT 9 3.2.2 AFSPRAKEN CIRCULARITEIT 9 3.3 SPEERPUNT NATUURLIJK KAPITAAL 11 3.3.1 AMBITIE NATUURLIJK KAPITAAL 11 3.3.2 AFSPRAKEN NATUURLIJK KAPITAAL 12 3.4 SPEERPUNT SOCIAAL KAPITAAL 13 3.4.1 AMBITIE SOCIAAL KAPITAAL 14 3.4.2 AFSPRAKEN SOCIAAL KAPITAAL 14 4 VOORTGANG DOOR BORGING, EVALUATIE EN HANDHAVING 18 4.1 DE VOORTGANGSCOMMISSIE 18 4.2 VOORTGANGSCOMMISSIE SAMENSTELLING EN FINANCIERING 19 4.3 MONITORING VAN DE VOORTGANG 19 5 OVERIGE AFSPRAKEN BETONAKKOORD 21 5.1 INHOUDELIJKE AFSPRAKEN IN SAMENHANG BESCHOUWEN 21 5.2 OVERKOEPELENDE AFSPRAKEN 21 5.3 VOORWAARDEN VOOR SUCCES 21 6 FINANCIËLE ONDERBOUWING BETONAKKOORD 23 7 PARTIJEN 24 7.1 TOELEVERANCIERS 24 7.2 AANNEMERS 24 7.3 OPDRACHTGEVERS 24 8 DEFINITIES 26 BIJLAGE 1 ACHTERGROND NATUURLIJK KAPITAAL 27 BIJLAGE 2 - ACHTERGRONDINFORMATIE CO2 29 BIJLAGE 3 ACHTERGRONDINFORMATIE CIRCULARITEIT 31 BIJLAGE 4: ACHTERGRONDINFORMATIE SOCIAAL KAPITAAL 34 BIJLAGE 5: BESTAAND GERELATEERD INSTRUMENTARIUM 36 BIJLAGE 6 - AANSLUITING BETONAKKOORD OP NATIONALE PROGRAMMA S 37 BIJLAGE 7: REFERENTIES 39 BIJLAGE 8: BETONAKKOORD EN DE CO2 PRESTATIELADDER 40 BIJLAGE 9: DE PARTIJEN DIE ONDERTEKEND HEBBEN 41 BIJLAGE 10: INFOGRAPHIC DUURZAAM BETON 42 Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 2/2

2 Het betonakkoord Nederland is in transitie: van een lineaire naar een circulaire economie en van een CO 2-emissierijke naar een CO 2-emissiearme economie. Deze transitie vergt een verbreding van focus, creativiteit en innovatie. Voor u ligt het Betonakkoord voor duurzame groei. Dit akkoord geeft invulling aan een betonsector- en keten brede inzet voor de verduurzaming van onze samenleving en economie. De verdere verduurzaming van de bebouwde omgeving is een onmisbaar onderdeel van dit proces. Het akkoord overbrugt uiteenlopende belangen en verbindt ruim 300 organisaties, bedrijven in de keten, waaronder werkgevers- en werknemersorganisaties, natuur- en milieuorganisaties, maatschappelijke organisaties, financiële instellingen en (rijks)overheden. Dit gebeurt in het besef dat in een langetermijnperspectief het gezamenlijke belang ver uitstijgt boven de deelbelangen van afzonderlijke individuen en organisaties. En in het besef dat een dergelijke lange termijnroute een groeitraject is waarin naast CO 2-, circulaire, sociale en klimaatdoelen ook concurrentiekrachtverbetering, werkgelegenheidsgroei, en exportvergroting gerealiseerd kunnen en moeten worden. 2.1 Visie Betonketen 2030 Het gewenste beeld van de betonsector in 2030 is dat: De betonketen is een duurzame keten en staat als zodanig bekend De maatschappelijke relevantie van de betonsector is toegenomen. Het is een aantrekkelijke werkomgeving waar het veilig en prettig werken is. De sector behoort tot de hightech-sectoren door innovaties op het gebied van digitalisering, robotisering, nanotechnologie etc. Scholen, universiteiten en andere kennisinstellingen bieden, samen met de keten, passende opleidingen en leveren voldoende jong talent af met specifieke (beton)kennis, vaardigheden en attitude. 2.2 Wat betekent ondertekening van dit Betonakkoord Een handtekening onder dit akkoord betekent actieve inzet om de afgesproken doelen te realiseren. Partijen leggen met dit akkoord hun betrokkenheid vast op de doelstellingen, de aangegeven maatregelen en de bijbehorende borging en handhaving. Ondertekening behelst derhalve een inspanningsverplichting. De doelen kunnen beschouwd worden als resultaatverplichting jegens de gehele betonketen en jegens de maatschappij. De doelen zijn weliswaar vrijwillig aangegaan maar daarmee niet vrijblijvend. Logischerwijs kan geen enkele individuele partij of persoon verantwoordelijk gehouden worden voor het behalen van één of meer van de hoofddoelen. Maar door ondertekening is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid aangegaan en zijn alle partijen gehouden hun aandeel daarin te leveren en elkaar te blijven herinneren en aan te blijven spreken op de vereiste inspanningen. Bij het niet behalen van gestelde doelen spreken partijen elkaar onderling aan op geleverde of ontbrekende inspanningen. Een overkoepelende voortgangscommissie krijgt het mandaat om Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 3/3

afspraken te controleren, te rapporteren over de voortgang en vanaf 2020 aanvullende instrumenten in te zetten in het geval de ambities niet worden gehaald. Zie hiervoor het betreffende hoofdstuk. NB: de afspraken met betrekking tot de bedrijfsvoering van ketenpartijen op (rijks)overheden. Zo kan er van bijvoorbeeld een deelnemend ministerie niet verwacht worden dat een ecologische winst- en verliesrekening wordt opgesteld ten behoeve van afspraken op het speerpunt Natuurlijk kapitaal. 2.3 Waar tekent u voor als toeleverancier Naleven van de afspraken in het betonakkoord, ook als de opdrachtgever er niet om vraagt. Meewerken aan het verder detailleren van de afspraken in dit Betonakkoord. Mandaat geven aan de Voortgangscommissie. Benchmarkgegevens aanleveren en uiterlijk 2020 gezamenlijk een benchmark ontwikkelen waar deze ontbreekt. Aanleveren van door de Voortgangscommissie gevraagde informatie. Ketenpartners waar nodig wijzen op de afspraken in het Betonakkoord. Stimuleren dat meer opdrachtgevers en aannemers het akkoord tekenen. Feitelijke MKI en percentage hergebruik uiterlijk in 2020 vermelden op de opdrachtbon. U geeft specifiek aan, aan welke doorontwikkeling u een bijdrage gaat leveren. 2.4 Waar tekent u voor als aannemer Naleven van de afspraken in het betonakkoord, ook als de opdrachtgever er niet om vraagt. Mandaat geven aan de Voortgangscommissie. U rapporteert over de MKI en circulariteit op projectniveau voor projecten met meer dan 200 M3 beton (ketenconvenant Beton Bewust). Aanleveren van door de Voortgangscommissie gevraagde informatie. Ketenpartners waar nodig wijzen op de afspraken in het Betonakkoord. U geeft specifiek aan, aan welke doorontwikkeling u een bijdrage gaan leveren 2.5 Waar tekent u voor als opdrachtgever U hanteert instrumenten met de MKI/MPG als basis om te komen tot implementatie van de afspraken in het betonakkoord, in uw uitvragen. U vraagt een steeds strengere MKI uit in lijn zoals afgesproken in het betonakkoord. U committeert zich aan het meewerken aan de steekproeven. Mandaat geven aan de Voortgangscommissie. Aanleveren van door de Voortgangscommissie gevraagde informatie. Ketenpartners waar nodig wijzen op de afspraken in het Betonakkoord. U geeft specifiek aan, aan welke doorontwikkeling u een bijdrage gaan leveren Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 4/4

3 Afspraken in het Betonakkoord In dit hoofdstuk worden per speerpunt de inhoudelijke ambities en bijbehorende afspraken vermeld. De procedurele aspecten en wijze van voortgangsbewaking volgen daarna. Nadere achtergrond- en aanvullende informatie is te vinden in de bijlagen. 3.1 Speerpunt CO2-reductie CO 2-reductie is, bezien vanuit nationale en internationale klimaatdoelstellingen, de meest urgente pijler met Parijs 2015 als richtinggevend. In dat verdrag is afgesproken dat de opwarming van de aarde deze eeuw beperkt moet blijven tot maximaal 2 C, bij voorkeur maximaal 1,5 C. Vertaald naar CO2-uitstoot betekent dit feitelijk nul of bijna nul -95% reductie- in 2050 voor alle industrieën en dus ook voor de betonketen. Onderstaande ambitie is daarop gebaseerd. 3.1.1 Ambitie CO2-reductie Een dalende CO2-uitstoot richting nul in 2050 over de gehele keten met in 2030 een reductie van 35% ten opzichte van 2016. Op basis van cijfers 2016 is dit een absolute reductie van 1,3Mton per jaar. Om dit te realiseren speelt het instrument MKI (milieukostenindicator) een cruciale rol die is uitgewerkt in afspraak 1. Meer details zijn te vinden in de bijlagen. 3.1.2 Afspraken CO2-reductie Afspraak 1: Een dalende MKI (milieukostenindicator) voor beton richting nul in 2050 voor alle projecten. Richting nul is gebaseerd op Parijs 2015 waar is afgesproken -95% in 2050; zie bijlage. De MKI-lijn daalt in wisselende snelheden afhankelijk van de stand der techniek en innovaties. Om te kunnen starten spreken partijen af in gezamenlijkheid per functionele eenheid (objecten of elementen) maximale startwaarden overeen te komen die vervolgens gedurende de looptijd steeds verder zullen dalen. De cumulatief geambieerde resulterende CO2-reductie is ca. 1,28Mton in 2030; dit is 35% t.o.v. 2016 waarin de totale uitstoot 3,7Mton was. IJkmomenten zijn -0,3MT in 2020 en -0,5MT in 2025. De opdrachtgevers tekenen voor : Het consequent toepassen van het MKI-instrument op uitvragen waarbij het materiaal beton verkozen wordt Het koppelen van een MKI met een maximum bovengrens aan elk project en een bonus gekoppeld aan de EMVI voor lagere waarden. De bonus geldt in ieder geval bij projecten waarbij beton meer dan 40% van de MKI uitmaakt; daaronder is keuze opdrachtgever. Het betalen van een beperkte meerprijs voor duurzaam beton Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 5/5

Het op korte termijn ook eisen van de MKI-eis voor gerelateerde grondstofstromen via het grondstoffenakkoord (speelveld gelijk houden) De betonproducenten tekenen voor: Gaan leveren volgens de uitgevraagde MKI Investeren zodanig dat aan de huidige en toekomstige MKI eisen voldaan kan worden. De bouwbedrijven tekenen voor: Het handhaven van de dalende MKI s ook als een opdrachtgever er niet om zou vragen Het doorvoeren van CO2-besparende maatregelen zoals langer uitharden Borging, handhaving: - Onderdeel certificering van opdrachtgevers volgens de CO2 prestatieladder - De reductie-ambitie is gebaseerd op cijfers uit 2016, zie ook bijlage. Bij wijzigende productievolumes blijft de lijn naar nul gehandhaafd en voor 2030 de daaruit voortvloeiende reductie. Afspraak 2: transparantie in de keten t.a.v. CO2 uitstoot De bouwbedrijven rapporteren hun CO2-reductie per jaar aan de Voortgangscommissie Betonakkoord De bouwbedrijven rapporteren over gevraagd en geleverd beton conform de afspraken in dit betonakkoord. 3.2 Speerpunt Circulariteit Voor specifieke informatie over de wijze waarop circulair beton in dit Betonakkoord wordt gehanteerd, verwijzen we naar de bijlagen. Doel Het doel van circulair beton is zo lang mogelijk waarde behoud van grondstoffen, componenten en objecten. Dit leidt tot een focus op circulair ontwerp, levensduurverlenging en hergebruik. Het product beton kan circulair zijn op de niveaus van objecten, componenten, materialen en grondstoffen. Scope De scope van circulariteit in dit betonakkoord betreft alle betonproducten, zowel constructief als nietconstructief beton en zowel binnen de B&U-sector als de GWW-sector. In circulariteit van beton onderscheiden we drie lijnen: NB: dit is een toelichting; afspraken volgen daarna. 1. Circulair ontwerpen Ontwerpen voor toekomstig waardebehoud van grondstoffen, componenten en objecten door: Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 6/6

a. het toepassen van circulaire ontwerpprincipes: i. Ontwerpen voor een optimale functionele levensduur ii. Adaptief ontwerpen iii. Modulair ontwerpen iv. Ontwerpen gericht op laag onderhoud en levensduurverlenging v. Gebruik maken van secundaire grondstoffen of producten b. beter gebruik te maken van de waardevolle eigenschappen van beton, zoals: i. de potentie om warmte tijdelijk op te slaan (thermisch actief bouwen) ii. als basis voor nieuwe vormen van natuurlijk kapitaal iii. materiaalarm construeren met (ultra) hoge sterkte beton iv. extra mogelijkheden creëren voor refuse en reduce (zie ladder) c. te ontwerpen voor effectieve demontage en hergebruik van componenten d. materialen schoon te houden (geen toxische of anderszins schadelijke stoffen gebruiken die hergebruik in de weg kunnen staan) e. te ontwerpen voor hoogwaardige recycling van beton 2. Hergebruik en levensduurverlenging van bestaande bouwwerken Alvorens te besluiten tot slopen, onderzoeken opdrachtgevers bestaande bouwwerken op hun adaptief vermogen ofwel de mogelijkheden het gebouw of object een andere of aangepaste functie te geven. Bij veel leegstaande gebouwen wordt ervan uitgegaan dat het niet rendabel is om ze aan te passen aan nieuwe functies. Slopen lijkt onvermijdelijk, terwijl de gebruikte materialen nog heel veel langer mee zouden kunnen. Goed beheer en onderhoud verlengen de levensduur van een bouwwerk. Voor een gebouw dat functioneel en esthetisch aan de eisen van zijn tijd voldoet of eenvoudig aanpasbaar is, is levensduurverlenging de meest zinvolle strategie. Door de langere levensduur wordt de milieubelasting over een langere periode verspreid. Bij ontwerp van nieuwe objecten dient hier rekening mee te worden gehouden. 3. Hoogwaardige toepassing van uit de bestaande bouw vrijkomende grondstoffen, componenten en objecten door: a. terugname en hergebruik van gedemonteerde componenten en objecten b. gebruik van secundaire grondstoffen vrijkomend uit sloop als hoogwaardige grondstof voor nieuw beton Kanttekening bij het hanteren van percentages Er ontstaat bij het benoemen van percentages secundair materiaal vaak verwarring over percentages van het aanbod van het materiaal en de toepassing ervan. Indien al het bestaande secundaire materiaal wordt gebruikt is sprake van 100% toepassing van het aanbod. 100% circulair beton echter betekent dat alle materialen in het beton secundair zijn, dus zowel zand, grind als cement. Dit laatste komt nog niet voor. 5% Secundair materiaal is voor de meeste toepassingen te realiseren. Dit betekent dat van 1 kuub nieuw beton 5 volumeprocent bestaat uit secundair materiaal. Percentages van 20 of 30% en hoger worden wel behaald, doorgaans in niet-constructieve toepassingen als bestratingsmateriaal, waarbij dan doorgaans bedoeld wordt het grove toeslagmateriaal (grind), niet de fijne fracties (zand en cement). In de bijlage worden de percentages nader toegelicht met schetsen. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 7/7

3.2.1 Ambities circulariteit 100% Terugname van al het vrijkomende beton- en sloopafval per 2030. 100% Van al het secundaire materiaal is in 2030 op een kwaliteitsniveau dat het toegepast kan worden in nieuw beton 100% Van al het secundaire materiaal wordt daadwerkelijk toegepast in nieuw beton 100% hergebruiken betekent dat ca. 15-20% van de primaire grondstoffen vervangen kan worden. Er wordt immers meer gebouwd dan gesloopt. NB: het gaat hier om de Nederlandse betonketen. Als al het Nederlandse materiaal wordt toegepast is het doel bereikt. Het is dus niet zo dat dit Betonakkoord hiermee import stimuleert. Om deze ambities te realiseren zijn de volgende afspraken gemaakt. 3.2.2 Afspraken circulariteit Afspraak 1: De betonketen spreekt af al het vrijkomende materiaal terug te nemen in deze keten. Aanvullend zullen in de nieuwbouwfase leveranciers hun producentenverantwoordelijkheid waar mogelijk expliciet maken bij levering om derhalve toekomstige terugname te garanderen. Afspraak 2: Kwaliteit van vrijkomend beton- en sloopafval in 2030 is zodanig dat het 100% terug kan in beton. Dit geldt voor alle fracties. In onderstaande tabel zijn de doelen per fractie in de tijd gezet. De vermelde tonnen (5 mln ton in 2020) zijn gebaseerd op het volgende: het totale aanbod in 2030 van 10 mln ton (cijfers 2016; in de loop van het betonakkoord aanpassen) is voor 100% van alle 3 de fracties op het gewenste kwaliteitsniveau. Voor 2020 is de ambitie dat 50% van het grind kan worden toegepast in nieuw beton. Doelen t.a.v. aanbod vanuit sloopafval, in volume%: 2020 (5 mln ton) 2025 (7,5 mln ton) 2030 (10 mln ton) Grind: 50% grind 75% grind 100% grind Zand: 10% zand 50% zand 100% zand Bindmiddel: 1% (filler/cem) 25% bindmiddel 100% bindmiddel Tabel 1, het percentage geeft aan hoeveel van de betreffende fractie in welk jaar op het gewenste kwaliteitsniveau zit. Afspraak 3: gedurende de periode 2018-2019 worden waar nodig (indien belemmerend of achterhaald) CUR-richtlijnen, NEN- en andere normen en technische regelgeving die gaan over de kwaliteit van het secundaire materiaal aangepast. Deze afspraak deze ondersteunt afspraak 2. Met name de aanbieders (sloop- / materialenbedrijven), en afnemers (betoncentrales) in het productieproces nemen dit op zich. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 8/8

Afspraak 4: Minimumeis van 5 volume% secundair materiaal in alle betonproducten per 2018. Toelichting. Op ketenniveau bestaat momenteel (2016) 2-3% van al het nieuwe beton uit secundair materiaal. Bepaalde productgroepen kennen hoge percentages, in anderen wordt het in het geheel nog niet toegepast. Men is het erover eens dat 5% in (vrijwel) alle toepassingen zonder meer mogelijk is. Met de minimumeis eis van 5% secundair materiaal in alle producten komt de afnamestroom definitief op gang, hetgeen weer een kwaliteitsimpuls geeft (voorgaande afspraak). Het minimum percentage betreft hier beton- en steenachtige materialen. Andere stromen worden hier niet uitgesloten, maar zouden bovenop, niet in plaats van de 5% komen. Borging, handhaving: 2018: Rapportage over recycling op bedrijfsniveau -> konden aanbieders de volumes afzetten? 2019: Rapportage op betonproducent niveau -> is op jaarbasis 5% gehaald? (grondstoffenbalans controle door de accountant) Indien de gewenste percentages achterblijven, controle op projectniveau -> met steekproeven vaststellen of uit de MPG-uitdraai blijkt dat er hergebruikt materiaal is toegepast. Opnemen in de maatregelenlijst CO2 prestatieladder. (zie bijlage 8) Afspraak 5: De minimumeis stapsgewijs verhogen per productgroep Toelichting Gedurende 2017/18 afspraken maken over het verder aanscherpen van de 5% naar hogere percentages leidend tot 100% toepassing van het aanbod aan secundair materiaal in 2030. Niet alle producten lenen zich voor hogere percentages terwijl dit voor sommige producten tot wel 100% kan. Daarom wordt deze afspraak waar nodig wordt verbijzonderd naar productcategorie en afgestemd op de hoeveelheid verwacht aanbod. De maximale hoeveelheid aanbod secundair materiaal uit sloop is 15-20% van de totale benodigde materiaalhoeveelheid (cijfers 2016). Bij wijzigende percentages blijft de afspraak intact. Afspraak 6: Procesafspraak om circulariteit beter in de milieuberekening te verwerken. Toelichting In de MPG - Milieuprestatie gebouwen dient circulariteit beter gewaardeerd te worden. Tevens dient de levensduur in de MPG-berekening standaard een variabele te worden. Hiermee wordt namelijk het maximaliseren van adaptief vermogen, demonteerbaarheid en recyclebaarheid beloond hetgeen ook circulair ontwerp zal waarderen. Ook zal getracht worden om de mate waarin de gebruikte grondstoffen een bijdrage leveren aan het vergroten van Natuurlijk Kapitaal hierin te laten meewegen voor een nog meer integrale benadering. In de huidige MPG gaat module D over grondstoffenefficiency en dus over circulariteit. Momenteel (2017) buigt een commissie zich erover om de rekenregels voor module D te verbeteren. Partijen aangesloten bij dit Betonakkoord spreken af zich hiervoor in te spannen. Afspraak 7: Opdrachtgevers passen bij elke nieuwbouw de Betonladder toe Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 9/9

Toelichting Alvorens nieuw te bouwen zorgen opdrachtgevers ervoor onderstaande ladder te doorlopen als richtlijn (niet als beperkend kader). De ladder is gebaseerd op die van J. Cramer (Universiteit Utrecht) en tijdens de besprekingen iets aangepast voor beton; zie bijlage voor aanvullende informatie. Doel is om hergebruik van bestaande, gehele objecten te overwegen alvorens tot sloop/nieuwbouw over te gaan. Afbeelding 1, Betonladder - hulpmiddel voorafgaand aan besluit tot nieuwbouw (Naar: J. Cramer, UvUtrecht, 2015) 3.3 Speerpunt Natuurlijk Kapitaal De betonketen wil relevant zijn en blijven voor de maatschappij, nu en in de toekomst. Hoe meer waarde er over de gehele keten wordt toegevoegd hoe relevanter. Deze waarde kan sinds kort worden uitgedrukt als natuurlijk kapitaal, vergelijkbaar met financieel en sociaal kapitaal. Natuurlijk kapitaal is de voorraad van hernieuwbare en niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen zoals planten, dieren, lucht, water, bodem en mineralen die gezamenlijk een waarde stroom leveren aan mensen. De betonketen is afhankelijk van natuurlijk kapitaal. Naarmate dit door de maatschappij meer gemonetariseerd wordt, onder andere om geëxternaliseerde kosten inzichtelijk te maken, neemt het bedrijfsbelang toe om hierop te sturen. Teneinde op natuurlijk kapitaal te kunnen sturen dient het eerst inzichtelijk gemaakt te worden. Sinds 2016 bestaat hiervoor een internationaal protocol, het Natural Capital Protocol. Dit algemene protocol moet vertaald worden naar de betonketen. Om waardetoevoegingen en onttrekkingen te kunnen consolideren over de gehele keten dienen allereerst afzonderlijke partijen dit inzicht te verwerven. De wijze van rapporteren is te beschouwen als een winst- en verliesrekening op natuurlijk kapitaal. Hierover gaan onderstaande ambitie en gekoppelde afspraken. 3.3.1 Ambitie Natuurlijk Kapitaal De betonketen wil in 2030 een netto positieve waarde van natuurlijk kapitaal creëren over de gehele keten heen. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 10/10

3.3.2 Afspraken Natuurlijk Kapitaal Om de ambitie te kunnen realiseren moet de impact op bedrijfsniveau bepaald kunnen worden en vervolgens over de keten geconsolideerd. De realisatie hiervan behoeft een deelproject waarin de details nader uitgewerkt zullen worden. Afspraak 1: Natural Capital Protocol (NCP) vertalen naar de betonsector Onderstaande partijen uit het betonakkoord sluiten aan bij een internationale commissie die wordt gevormd in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken (gaande in 2017). Deze partijen zijn: [ ] De focus van de betonketen bij de vertaling van het NCP ligt op: o Energie (incl. brandstof; besparen & overstap naar hernieuwbaar) o Biodiversiteit (negatieve impact bij start winning, positieve impact na afloop en bij toepassing) o Minerale bronnen (vermindering gebruik grondstoffen door onderhoudsvrije levensduur) o Culturele/sociale diensten (recreatie, landschapskwaliteit etc.) o Luchtkwaliteit (fijnstof, etc.) o Waterberging (t.b.v. waterveiligheid) Afspraak 2: In de loop van 2018 meten 10 partijen hun afhankelijkheid en impact op natuurlijk kapitaal. Dat doen zij voor de betongerelateerde bedrijfsvoering van hun eigen organisaties, en in onderlinge samenwerking. Deze partijen zijn: Minimaal 1 organisatie uit de volgende schakels in de keten: - Winning primaire grondstoffen - Productie bindmiddelen - Productie mortel - Productie prefab - System integrators/ aannemerij - Opdrachtgevers, 2 privaat en 2 publiek - Sloop/ amoveren - Secundaire grondstoffen, additieven Detaillering: Twee prioritaire aspecten worden gekwantificeerd door de hele keten heen, te weten biodiversiteit (+ landgebruik) en afhankelijkheid van minerale bronnen,. Voor zover de gegevens nog niet gemeten worden bepalen de deelnemende partijen gezamenlijk voor het einde van 2018 hoe de ontbrekende gegevens te verkrijgen zijn. Resultaten en ervaringen worden in de loop van 2018 toegankelijk gemaakt voor alle ketenpartijen. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 11/11

De deelnemende partijen bepalen eind 2018, met behulp van de verzamelde informatie, waar de betonketen dan staat ten opzichte van de ambitie van netto positieve waarde voor natuurlijk kapitaal. Op basis van het resultaat besluiten de deelnemende partijen of de ambitie bijgesteld dient te worden. Gedurende 2019 en 2020 worden de benodigde meet- en rekenmethoden vastgesteld voor gebruik in de gehele keten. Afspraak 3: Gefaseerd richting 2025 gaat de sector rapporteren en meten volgens de NCP betonsector handleiding met onderstaande ijkmomenten: Eind 2018 zijn er meeteenheden voor alle prioritaire aspecten In 2019 weet de betonketen waar zij staat ten opzichte van de ambitie van netto positieve waarde voor natuurlijk kapitaal. Eind 2019 is bepaald of de ambitie van dit akkoord haalbaar en voldoende ambitieus is, en is deze indien nodig aangepast. Eind 2020 zijn de benodigde meetmethoden verankerd in bestaand instrumentarium zoals DuboCalc. Bedrijven in de betonketen gaan uiterlijk 2025 meten en rapporteren volgens de NCP betonsector handleiding. 3.4 Speerpunt Sociaal Kapitaal Zonder gemotiveerde medewerkers, zonder de juiste kennis en zonder een ondersteunende cultuur geen innovaties, geen veilige werkomgeving en geen duurzame keten. Het is uiteindelijk de mens die zorgt voor verdere CO 2-reductie, een circulaire economie en natuurlijk kapitaal, kortom het sociale kapitaal uit de keten bepaalt mede het succes van het betonakkoord. In de Kamerbrief Bouwagenda van 29 november 2016 wordt gesteld dat de bouw in transitie is en wat dit betekent: Om de nieuwe maatschappelijke uitdagingen en de steeds heviger internationale concurrentie aan te gaan is daarom een structurele verandering noodzakelijk: van aanbod- naar vraag oriëntatie, van nieuwbouw naar vernieuwbouw, het ontwikkelen van nieuwe financieringsmodellen en circulaire businessmodellen en het beter benutten van de mogelijkheden van ICT en digitalisering. In lijn hiermee stelt de Themakaart Bouw (BouwCampus, 2015) dat de bouw slimmer moet: SMART materialen, SMART gebouwen, SMART bebouwde omgeving etc., zie onderstaande figuur. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 12/12

Afbeelding 2, Bron: BouwCampus De ambitie van het Betonakkoord is om deze transitie vorm te geven binnen de betonketen door gericht en structureel gedurende meerdere jaren te sturen op het bouwen van sociaal kapitaal. Individuele partijen hebben primair de verantwoordelijkheid voor het sociale kapitaal binnen de eigen organisatie, maar voor de ketenambities in dit Betonakkoord zal een deel op sectorniveau georganiseerd moeten worden. 3.4.1 Ambitie sociaal kapitaal De betonsector wordt -uiterlijk in 2030- gekenmerkt als een topsector: een SMART onderdeel van de bouw waarbij het ondernemend vermogen en een hoge mate van innovatie worden ingezet ten behoeve van maatschappelijke relevantie, en waar het aantrekkelijk en veilig is om in te werken. 3.4.2 Afspraken sociaal kapitaal Afspraak 1: Partijen stellen een sectorbreed opleidingsprogramma tot en met 2030 op, met als leidraad de afspraken en ambities in dit Betonakkoord: CO2-reductie, circulariteit, maatschappelijke relevantie, natuurlijk kapitaal, innovatie, arbeidskwaliteit, veiligheid, ondernemerschap etc. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 13/13

Voor eind 2017 wordt omschreven welke kennis, vaardigheden en attitudes de keten in 2030 denkt nodig te hebben op het gebied van: technische thema s (digitalisering, robotisering, nanotechnologie, circulariteit, CO 2, natuurlijk kapitaal, meervoudige waardecreatie, circulair ontwerp, levensduurverlenging, nieuwe verdienmodellen etc.) en sociale thema s (ketensamenwerking, inclusieve economie, diversiteit, leiderschap, groeimindset, veiligheid, social return etc.), Hierbij zullen partijen overwegen om genoten opleidingen, trainingen en vaardigheden vast te leggen in een sectorbrede database om sectorbrede matching en sturing mogelijk te maken, aangesloten op bestaande systemen. Hier is nadrukkelijk sprake van de gehele keten want ook aan de kant van opdrachtgevers is actuele kennis nodig om de juiste vraag te kunnen stellen en in samenspraak met aanbieders te komen tot een optimale realisatie. Kennis- en ontwikkelbehoeften worden teruggerekend (back-casten) vanaf 2030 en vertaald naar acties in een tijdlijn: wie moet wat doen in 2018, 2020 etc. De resultaten worden periodiek bijgewerkt tot aan 2030. Deze partijen zijn: Betonhuis, Cement & Betoncentrum, AB-FAB (prefab), Afspraak 2: Sector aantrekkelijker maken en houden in alle lagen van het onderwijs door: - Opleidingsprogramma s ontwikkelen mbt duurzaam en innovatief beton ten behoeve van de onderwijsinstellingen. Dit gebeurt deels al maar behoeft verbreding en verdieping - Geregeld uitvoeren van een survey onder laatstejaars scholieren en studenten van opleidingen gericht op de bouw, en de uitkomsten gebruiken om de aantrekkelijkheid van de sector te vergroten - Verdubbeling van zowel het aantal stageplekken als het aantal docentstages tussen nu en 2030; vergroten van het aantal erkende leer-stagebedrijven met 10% per jaar Indicatoren voor de aantrekkelijkheid: - Percentage instroom schoolverlaters t.o.v. gewenste instroom - Percentage onvervulde vacatures (> 6 maanden) per opleidingsniveau (LBO WO) Afspraak 3: Verhogen arbeidskwaliteit Arbeidskwaliteit is een breed begrip; zie ook bijlage. Hieronder staat een aantal indicatoren die allen iets zeggen over arbeidskwaliteit en tezamen een goed beeld geven. Aangezien ten tijde van het opstellen van het Betonakkoord geen actuele waarden van deze indicatoren beschikbaar waren zijn alleen de richting of verhoudingen vermeld. Procesafspraak: per eind 2017 is van de benoemde indicatoren de actuele situatie in kaart gebracht (bijvoorbeeld: aantal organisaties dat de Veiligheidsladder hanteert), en zijn de gewenste verbeteringen benoemd. Waar de nodig is de indicatorenlijst aangepast. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 14/14

- De leeftijd waarop mensen de WIA ingaan (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Stijgt het gemiddelde dan is de trend positief. - Aantal organisaties dat de Veiligheidsladder hanteert - IF rate <2 op sectorniveau. IF = Injury Frequency, voorheen gekoppeld aan het VCAcertificaat. - Verhouding contractvormen vaste dienst / flexwerker op sectorniveau: een realistische verhouding (lees: voldoende mensen in vaste dienst om kennis en continuïteit te borgen) is zowel goed voor bedrijven als medewerkers. - Verhouding medewerkers in vaste dienst / flexwerkers dat aanvullende cursussen en trainingen volgt. Het is voor de sector van groot belang dat ook de flexwerkers zich blijven ontwikkelen. - Diversiteit personeelsbestand in lijn met de daadwerkelijke bevolkingssamenstelling (jong/oud, man/vrouw, laag/hoogopgeleid, wel/niet-nederlandse achtergrond, mensen met afstand tot de arbeidsmarkt). Alom geaccepteerd en onderbouwd is dat een divers personeelsbestand organisaties versterkt. - Percentage mensen in de betonsector dat de pensioenleeftijd haalt, en de wijze waarop. Is men nog fysiek en psychisch fit en in beginsel in staat om nog een aantal jaren door te gaan, of gaat men met hakken over de sloot en is men blij eindelijk te kunnen stoppen? Afspraak 4: Branden van beton Branden of vermarkten van beton dient meerdere doelen: - Vaktrots vergroten bij de huidige personen werkzaam in de sector en/of keten - Aantrekkelijk maken van de sector bij toekomstige werknemers (zie afspraak Onderwijs) - Het brede publiek kennis laten maken met en zich bewust laten worden van de rol die beton speelt bij het oplossen van de grote stedelijke uitdagingen van de 21 e eeuw (naast huisvesten en infrastructuur ook waterberging, veiligheid, stedelijke opwarming, stadslandbouw) - Laten zien hoe functioneel én mooi beton kan zijn. Afgesproken is daarom dat de sector voor eind 2017 een gemeenschappelijke visie op en aanpak van het branden van beton heeft ontwikkeld. Men bedenkt een gezamenlijke slogan a la Zonder transport staat alles stil / Zonder beton valt alles om. Er komt een gezamenlijk branche breed informatie- en communicatieprogramma. Gerealiseerde successen met beton worden gedeeld en breed gecommuniceerd. Deze partijen zijn: Afspraak 5: Innovatie structureel onderdeel uit laten maken van projecten Opdrachtgevers: Alle projecten hebben een innovatiecomponent waar de opdrachtgever een deel van het risico neemt. Projecten indelen in 3 klassen en afhankelijk daarvan een percentage voor innovatie. Risico hoog: pilotproject aanwijzen voor innovatie. Risico gemiddeld: 2,5% van aanbestede bedrag is innovatief. Het risico wordt gedeeld met de leveranciers. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 15/15

Risico laag: 5% van het aanbestede bedrag is innovatief. Risico wordt gedeeld met de leveranciers. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 16/16

4 Voortgang door borging, evaluatie en handhaving Het akkoord moet zorgen voor afdoende borging van de afspraken om te voorkomen dat het blijft bij mooie intenties. Daarom wordt een Voortgangscommissie Betonakkoord opgericht met afdoende mandaat en instrumentarium gericht op het realiseren van de afgesproken doelen. 4.1 De Voortgangscommissie - Een Voortgangscommissie wordt georganiseerd en actief zo snel mogelijk na inwerkingtreding van het Betonakkoord. - Het mandaat van de Voortgangscommissie bestaat uit het ondertekende Betonakkoord. - De Voortgangscommissie bestaat uit vertegenwoordigers uit de hele keten met een onafhankelijk voorzitter. - De Voortgangscommissie rapporteert aan de minister of staatssecretaris Milieu (of equivalent) - De Voortgangscommissie komt elk kwartaal bijeen en houdt elk kwartaal en jaarlijks de voortgang bij op alle afspraken. - De Voortgangscommissie houdt bij of er ergens ongewenste markteffecten ontstaan als gevolg van afspraken in het Betonakkoord en neemt het initiatief om waar nodig aan te passen. - De voortgangscommissie is verantwoordelijk voor de besteding van het jaarlijks budget. - In fase 1, tot aan 2020 worden geen aanvullende maatregelen genomen of instrumenten ingezet die niet in het Betonakkoord zijn afgesproken, tenzij betrokken partijen dit alsnog overeenkomen. - In 2020 volgt het eerste ijkmoment. Indien blijkt dat we niet op koers liggen op 1 of meer van de doelen, worden aanvullende maatregelen genomen, zie onder. Fase 1: tot 2020 of zolang de doelen behaald worden Voor 1 op de 10 projecten van opdrachtgevers die tekenen wordt gecheckt of in de uitvraag eisen met betrekking tot de afspraken in het betonakkoord zijn gesteld. Daarvoor zijn meerdere instrumenten bruikbaar die de MKI/MPG berekening als basis hebben en de controle als onderdeel hebben. De kosten voor toepassen van de instrumenten en de controle als onderdeel, zijn voor de opdrachtgever. Elk kwartaal wordt door de Voortgangscommissie een top 10 projecten vastgesteld en gepubliceerd die inhoudelijk gecontroleerd worden en geëvalueerd. De kosten hiervoor komen uit het budget van de Voortgangscommissie. Jaarlijks wordt de voortgang van de afspraken t.a.v. de toeleveranciers geëvalueerd met de BetonBewust benchmark als basis. Opdrachtgevers die tekenen worden geholpen bij de implementatie van de afspraken. Hiervoor is en wordt instrumentarium ontwikkeld. Stap voor stap worden aanvullende eisen gesteld De Voortgangscommissie stimuleert dat de huidige benchmark van toeleveranciers wordt uitgebreid naar andere segmenten in de sector (aannemers, opdrachtgevers, prefableveranciers). In 2020 is er een sectorbrede benchmark. Fase 2: Aanvullende maatregelen bij niet (tijdig) behalen van de doelen Mocht in 2020 blijken dat we niet op koers liggen dan is de urgentie om te versnellen nog weer groter dan in 2017. Er resteert dan tenslotte nog maar 10 jaar. De redenen voor niet op koers liggen kunnen zeer uiteenlopend zijn en hoeven geenszins het resultaat te zijn van onwil. Verder kan het zijn dat sommige afspraken ruim behaald worden en anderen niet. Op koers betreft alle afspraken; het is tenslotte een integraal akkoord. Belangrijk is de status in alle openheid te constateren en waar nodig bij te sturen. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 17/17

De Voortgangscommissie, waarin de betonketen is vertegenwoordigd, zal zich beraden over die versnelling. Om te voorkomen dat er opnieuw tijd verloren gaat aan complexe onderhandelingsrondes over vorm en inhoud wordt een aantal maatregelen hier alvast benoemd. Aanvullende steekproeven houden in de keten. Partijen die het Betonakkoord hebben ondertekend committeren zich aan het meewerken aan deze steekproeven. Algemeen verbindend verklaren van 1 of meer van de afspraken. De verwachting is dat in de loop van 2018 een Wet in werking treedt waarmee algemene gelding kan worden gegeven aan duurzaamheidsinitiatieven waartoe het Betonakkoord gerekend mag worden. Deze maatregel wordt indien nodig ingezet nog voor 2020. Eén van de overeengekomen aanvullende maatregelen is het creëren en vullen van een Betonfonds 1 gericht op het versneld halen van de doelen. Anno 2017 werd dat nog niet noodzakelijk geacht er vanuit gaande dat partijen de doelen zonder dit fonds zullen bereiken en onder toezegging dat het er vanaf 2020 alsnog kan komen. De wijze van vulling en inzet zijn op hoofdlijnen beschreven, maar feitelijke vorm en inhoud moeten te zijner tijd definitief worden gemaakt. Verder aanscherpen van de MKI-eisen. Bestaande Aanbestedingen uitbreiden met / aanpassen op afspraken uit het Betonakkoord en daarmee onderdeel te laten zijn van gunning. Eventueel extra fiscale maatregelen vergelijkbaar met MIA/VAMIL (gunstig voor partijen die al aan de milieumaatregelen voldoen en een stimulans voor anderen) Publieke rapportages. 4.2 Voortgangscommissie samenstelling en financiering In de Voortgangscommissie worden alle geledingen van de keten vertegenwoordigd. De commissie heeft een onafhankelijke voorzitter welke rapporteert aan de betreffende staatsecretaris. De commissie zal worden ondergebracht bij of onderdeel worden van een bestaande organisatie of instelling. Er is overeengekomen dit proces middels tenderen te laten verlopen zodat de beste plek wordt gevonden tegen verantwoorde kosten. Dit proces wordt doorlopen in de periode direct na ondertekening van het Betonakkoord Financiering Voortgangscommissie: Jaarlijks is ten behoeve van de voortgangscommissie een budget van 1.250.000,- begroot ter ondersteuning van het behalen van de doelen; zie hoofdstuk Financiële Onderbouwing. Een klein deel is overhead (Voortgangscommissie) en een deel is voor het uitvoeren van projecten. Middelen ten behoeve van de Voortgangscommissie komen uit de financiering van het gehele Betonakkoord. 4.3 Monitoring van de voortgang Het is van belang te weten wat de overall effecten zijn van het Betonakkoord voor de keten. De subtitel van het Betonakkoord luidt niet voor niets voor duurzame groei. Teneinde dit te monitoren kan een aantal indicatoren, bestaand en nieuw, worden bijgehouden en in samenhang worden geanalyseerd. Een en ander leidt dan tot een ketenmonitor die iets zegt over de voortgang en eventuele noodzaak tot 1 Betonfonds is een werknaam. Vorm en inhoud staan nog niet vast, ook niet of het een apart fonds moet worden of bv ondergebracht onder meerdere instrumenten. De kern is dat er aanvullende financiering komt, gericht op de versnelling, deels op te brengen door de marktpartijen. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 18/18

bijsturing. Hieronder een aantal suggesties uit de diverse tafels. De voortgangscommissie zal zich buigen over selectie en toepassing. Ketenmonitor Betonakkoord: - Alle relevante parameters uit de inhoudelijke afspraken op de speerpunten CO2 reductie, circulariteit, natuurlijk kapitaal en sociaal kapitaal - Percentage omzet besteed aan innovatie/ R&D op sectorniveau, inclusief ontwikkelingsrichting en benchmark vergelijkbare sectoren - Geregistreerde patenten - Dalende lijn prijs-/vechtcontracten; stijgende lijn samenwerkingscontracten Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 19/19

5 Overige afspraken Betonakkoord 5.1 Inhoudelijke afspraken in samenhang beschouwen Voor alle inhoudelijke afspraken en ambities van dit betonakkoord geldt dat zij in samenhang dienen te worden bezien. Geen enkele afspraak is een doel op zich. Zo is circulariteit een doel, net als CO2- reductie, maar in sommige gevallen kan het bevorderen van het één ten koste gaan van het ander. Ook kunnen afspraken elkaar juist versterken. Indien bijvoorbeeld bij het toepassen van primaire grondstoffen de keuze bestaat tussen secundaire grondstoffen inkopen tegen een bepaalde kostprijs versus grondstoffen delven en daarmee tegelijkertijd aanvullende maatschappelijke waarde creëren (denk aan rivierveiligheid vergroten door grindwinning) dan verdient dit laatste in het kader van dit Betonakkoord de voorkeur. Idem met sociale doelen. Duurzaamheid wordt daarom bij voorkeur per project integraal afgewogen op basis van de definitie van duurzame ontwikkeling (Brundtland, 1986 2 ), waarbij actuele maatschappelijke ontwikkelingen en (inter)nationale verdragen helpen prioriteiten te stellen. 5.2 Overkoepelende afspraken Naast de specifieke afspraken per thema (CO2 reductie, circulariteit, natuurlijk kapitaal en sociaal kapitaal) zijn er ook overkoepelende afspraken gemaakt; die worden in deze paragraaf benoemd. 1. De kwaliteit van beton in termen van bestendigheid en overige (functionele) eisen staat niet ter discussie. Dit is de basis waar afspraken in het Betonakkoord aan toevoegen, niet aan afdoen. 2. Partijen die dit Betonakkoord hebben ondertekend spannen zich in om, vanuit hun rol en plaats in de keten, maximaal bij te dragen aan het realiseren van de gemeenschappelijke doelen waarop zij een rol hebben. Partijen leggen met dit akkoord hun betrokkenheid vast op de doelstellingen, de aangegeven maatregelen, en de bijbehorende borging. 3. Het karakter van de gemaakte afspraken is vrijwillig maar niet vrijblijvend. Vrijwillig in de zin dat er geen juridische of andere formele consequenties verbonden zijn aan het niet of niet geheel realiseren van de doelen. Niet vrijblijvend in de zin dat alle ketenpartijen nodig zijn om de afspraken te halen en eenieder, uit respect voor de gemaakte afspraken en voor elkaar, gehouden is zich maximaal in te spannen. Bij uitblijven van voldoende resultaat door onvoldoende inspanningen zullen partijen elkaar daarop aanspreken. Partijen zijn derhalve zelf verantwoordelijk voor hun inspanningen. 4. Teneinde de collectieve voortgang te kunnen bepalen is frequent informatie nodig van individuele organisaties. Alle betrokken partijen gaan akkoord met het verstrekken van hiertoe relevante gegevens aan het gremium dat daar namens het Betonakkoord toe is ingericht. Bij voorkeur rapporteren individuele partijen volgens de internationale standaarden IR (Integrated Reporting) of GRI (Global Reporting Initiative) zodat a) e.e.a. meteen integraal onderdeel wordt van de eigen in- en externe rapportage en b) er eenduidigheid wordt verkregen over de data. Externe rapportages over de voortgang van het Betonakkoord zal geaggregeerd zijn, niet te herleiden tot individuele organisaties. 5. Dit Betonakkoord is gericht op integrale verduurzaming over de 4 thema s, te optimaliseren op projectbasis, in de keten en over levenscycli. Van partijen wordt derhalve verwacht dat alle aspecten worden meegewogen. 5.3 Voorwaarden voor succes 2 Duurzame ontwikkeling is "een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het gedrang te brengen". Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 20/20

We zetten alles op alles om de doelstellingen van het betonakkoord te halen. Toch kan het zijn dat zich omstandigheden voordoen, die het moeilijker maken de doelstelling te halen. Ook dan doen we ons uiterste best om de doelstellingen te halen, alleen de termijn waarop dit gebeurt, kan verschuiven. Onder de volgende condities halen we het maximale uit het betonakkoord: Economische condities ondersteunen investeringen De overheid vult de vergunningstechnische voorwaarden in voor de ontwikkeling van nieuwe business cases Opdrachtgevers maken geen onderscheid tussen partijen op basis van deelname aan / ondertekening van het Betonakkoord Het speelveld ten aanzien van andere bouwmaterialen verandert niet ten nadele van beton als gevolg van het Betonakkoord Vooruitgang in lijn met afspraken in dit Betonakkoord wordt beloond Technische regelgeving stimuleert de uitvoering van het betonakkoord. Betonakkoord voor duurzame groei CONCEPT NIET VOOR DISTRIBUTIE 21/21