Datum Vloeibare chemicaliën Gezamenlijke inspecties transportbedrijven door de Arbeidsinspectie en de Inspectie Verkeer en Waterstaat (project A73)
2 van 32 Inhoudsopgave Voorwoord 3 Samenvatting 4 Inleiding. Achtergrond.2 Doelstellingen 7 2 Werkwijze 8 2. Bedrijfsinspecties 8 2.2 Monitoring Arbeidsomstandigheden 9 2.3 Transportinspecties 9 2.4 Selectie bedrijven 9 3 Resultaten 0 3. Bedrijfsinspecties 0 3.. Naleving ArbeidstijdenBesluit Vervoer (ATB-v) 0 3..2 Naleving wetgeving vervoer gevaarlijke stoffen 2 3..3 Naleving Arbeidsomstandighedenwet 2 3.2 Monitor arbeidsomstandigheden 3 3.2. Algemeen 3 3.2.2 Het product 4 3.2.3 Instructies en maatregelen 4 3.2.4 Borgen van instructies en maatregelen 5 3.2.5 Persoonlijke beschermingsmiddelen 3.2. Noodprocedures 3.2.7 Werken boven op de tankwagen 3.2.8 Risico-inventarisatie en evaluatie 7 3.2.9 Blootstelling aan gevaarlijke stoffen 7 3.2.0 Bedrijfsgrootte 8 3.3 Transportinspecties 9 3.3. Naleving Arbeidstijdenbesluit Vervoer 9 3.3.2 Naleving wetgeving vervoer gevaarlijke stoffen 20 3.3.3 Slingerschotten 2 4 Conclusies en vervolgstappen 23 4. Conclusies 23 4.2 Vervolgstappen en aanbevelingen 24 Bijlage Beantwoording Monitorvragen 2 Bijlage 2 Dubbele norm-overtredingen 3
3 van 32 Voorwoord Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) en Arbeidsinspectie (AI) werkten in het verleden al samen, o.a. door handhavingtaken op arbogebied door IVW uit te laten voeren. Het terugdringen van de toezichtlast voor bedrijven en instellingen is momenteel een belangrijk onderwerp. IVW en AI geven hier invulling aan door steeds meer samen inspectieprojecten uit te voeren. Daarnaast moet die samenwerking leiden tot onderlinge kennisuitwisseling met betrekking tot handhaving en inspectiemethoden. In dit inspectieproject is gezamenlijk geïnspecteerd bij de vervoerders van vloeibare chemicaliën. Daarbij zijn bedrijfsbezoeken gebracht en zijn laad- en loslocaties bezocht. De resultaten zijn voor de branche niet onverdeeld gunstig te noemen. Er zijn meer overtredingen van het arbeidstijdenbesluit geconstateerd dan voor aanvang van het project werd verwacht. Daarbij betrof het ook een aantal dubbele norm overtredingen. Tevens blijkt uit de resultaten dat de arbowet binnen de bedrijfstak nauwelijks leeft. Door de hele branche wordt géén aandacht besteed aan de gezondheidsrisico s die samenhangen met het laden en lossen van vloeibare chemicaliën. Zo is de mogelijke blootstelling aan die gevaarlijke stoffen slechts door een enkel bedrijf beoordeeld. Verder komt uit de inspecties naar voren dat aan valgevaar, immers er wordt vaak boven op de tankwagens en containers gewerkt, vaak onvoldoende aandacht wordt geschonken. Positief is dat de resultaten hebben geleid tot overleg met de branche om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen in kaart te brengen. De branche zal een methodiek ontwikkelen voor de beoordeling van blootstelling aan de vloeibare chemicaliën, die door de bedrijven binnen de branche kan worden overgenomen. Hiertoe wordt door de branche een plan van aanpak opgesteld dat besproken zal worden met de arbeidsinspectie. In afwachting hiervan heeft de Arbeidsinspectie de handhaving op dit punt opgeschort om de branche in de gelegenheid te stellen met een oplossing te komen die door alle bedrijven kan worden toegepast. Daarnaast komt er nog overleg over het geconstateerde risico van valgevaar bij het werken boven op tankwagens en over te nemen maatregelen tegen dat valgevaar. De resultaten vormen voor zowel IVW als AI aanleiding om de ontwikkelingen binnen de branche te blijven volgen en om in de toekomst de inspecties te herhalen. Inspectie Verkeer en Waterstaat De Inspecteur Generaal Ir. J.F. de Leeuw De Arbeidsinspectie De Algemeen Directeur Dr. J.J.M. Uijlenbroek
4 van 32 Samenvatting Binnen het programma Andere Overheid, dat tot doel heeft de overheid efficiënter en beter te laten functioneren, wordt samenwerking tussen inspectiediensten bepleit. Als een vervolg op eerdere samenwerking hebben de Arbeidsinspectie en de Inspectie Verkeer en Waterstaat in de periode april tot en met oktober 2005 gezamenlijk inspecties uitgevoerd bij transportbedrijven die zich bezig houden met het tankvervoer van vloeibare chemicaliën. De keuze voor deze branche was ingegeven door bovengemiddelde overtredingpercentages van de rij- en rusttijden van deze bedrijfstak, zoals die naar voren waren gekomen uit de nalevingsmeting die de Inspectie Verkeer en Waterstaat in 2004 heeft uitgevoerd. Doelstelling van de gezamenlijke controles was voor de Arbeidsinspectie om inzicht te verkrijgen in de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet, met name op de onderwerpen voorlichting en onderricht, beoordeling blootstellingrisico s gevaarlijke stoffen, valgevaar en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Daarnaast werd door de Inspectie Verkeer en Waterstaat beoogd de naleving te bevorderen van de arbeidstijdenwetgeving en de vervoerswetgeving ten aanzien van gevaarlijke stoffen. Aanvullend heeft de Inspectie Verkeer en Waterstaat bij wegcontroles onderzocht in hoeverre tijdens het vervoer de aanwezigheid van slingerschotten kan worden vastgesteld. Bij de bedrijfsonderzoeken en uit vragenlijsten, die zijn ingevuld betreffende de genoemde inspectiepunten van de Arbeidsomstandighedenwet, is gebleken dat bij 87% van de ondernemingen tekortkomingen zijn gesignaleerd. Ten aanzien van voorlichting en onderricht is gebleken dat in de branche de chauffeurs met name vanuit de vervoerswetgeving (vooral gericht op calamiteiten) en dus niet vanuit de Arbo-wetgeving (gericht op de risico s van de dagelijkse werkzaamheden) worden geïnformeerd over de risico s van de werkzaamheden en de te nemen maatregelen. Bij één op de vijf bedrijven is de voorlichting en het onderricht onvoldoende. De meeste chauffeurs blijken zelf laad- en loswerkzaamheden te verrichten. In de Arbowet is vastgelegd dat de werkgevers een beoordeling moeten maken van de mate waarin de chauffeurs hierbij worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Het onderzoek heeft echter uitgewezen dat bij geen enkel bedrijf metingen zijn verricht om het risico op blootstelling aan gevaarlijke stoffen te beoordelen. In slechts één geval is een schatting hiervan gemaakt door een Arbodienst. De branche zal daarom een methodiek gaan ontwikkelen voor de
5 van 32 beoordeling van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Hiertoe zal een plan van aanpak worden opgesteld dat besproken zal worden met de Arbeidsinspectie. De Arbeidsinspectie is inmiddels in contact getreden met de branche. Bij een groot aantal tankwagens en tankcontainers ontbreekt het aan een goede valbeveiliging. Valgevaar is dan ook een reëel risico. De Arbeidsinspectie zal in contact treden met de branche over de wijze waarop dit risico kan worden beperkt. M.b.t. bovengenoemde punten zal de Arbeidsinspectie na implementatie van de afgesproken maatregelen opnieuw inspecties uitvoeren op blootstelling aan gevaarlijke stoffen en valgevaar binnen de branche. Uit de inspectieresultaten blijkt dat persoonlijke beschermingsmiddelen in deze bedrijfstak goed worden gebruikt en dat er ook voldoende toezicht is op het gebruik van deze middelen. De bedrijfsinspecties hebben aangetoond dat het nalevingniveau van de bedrijfstak met betrekking tot de kernovertredingen van de arbeidstijdenwetgeving lager is dan het gemiddelde. Dit is verontrustend, zeker gezien de aard van de lading die wordt vervoerd. Duidelijk is wel dat dit beeld negatief wordt beïnvloed door een aantal bedrijfsonderzoeken waar zeer veel overtredingen werden geconstateerd. De Inspectie Verkeer en Waterstaat zal bij de bedrijven waar zeer ernstige overtredingen zijn geconstateerd m.b.t. het Arbeidstijdenbesluit-vervoer opnieuw bedrijfsonderzoeken uitvoeren in 200. De desbetreffende ondernemingen zullen hiervan van tevoren in kennis worden gesteld, zodat zij zelf maatregelen kunnen treffen om de naleving te verbeteren. De vervoerswetgeving gevaarlijke stoffen wordt goed nageleefd door de bedrijfstak. Tijdens de weginspecties is gebleken dat chauffeurs goed op de hoogte zijn van de regels met betrekking tot belading en slingerschotten. Wel is vast komen te staan dat tijdens het transport niet kan worden vastgesteld, of de al dan niet noodzakelijke slingerschotten ook daadwerkelijk aanwezig zijn. De Inspectie Verkeer en Waterstaat zal daarom aan de beleidsdirectie verzoeken om in internationaal overleg te komen tot het verplicht op laten nemen van de aanwezigheid van slingerschotten op het ADR-keuringsdocument van tankwagens.
van 32 Inleiding. Achtergrond De Inspectie Verkeer en Waterstaat staat voor veilig goederenvervoer over de weg en eerlijke concurrentieverhoudingen binnen de transportsector. De Toezichteenheid Goederenvervoer draagt daaraan bij door toezicht op het wegvervoer van goederen, waaronder inspecties van arbeidstijden in het beroepsgoederenvervoer en toezicht op het naleven van de voorschriften met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen. De Arbeidsinspectie staat voor veiligheid, gezondheid en welzijn voor werknemers. De Arbeidsinspectie doet dit door toezicht en handhaving op de Arbeidsomstandighedenwetgeving. Al eerder is door IVW en AI bij handhavingtaken samengewerkt. Zo zijn IVW inspecteurs door medewerkers van de AI opgeleid om ook handhavingtaken m.b.t. de arbeidsomstandighedenwet uit te kunnen voeren in de vervoerssector. In de praktijk bleek dit, naast de eigen IVW taken, toch moeilijk uitvoerbaar en zijn die taken weer terug gekomen bij de AI. In 2005 is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen IVW en AI. Omdat momenteel ook het Programma 'Andere Overheid' loopt, met als doel de hele overheid efficiënter en beter te laten werken, hebben de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Arbeidsinspectie gezamenlijk besloten om in 2005 de samenwerking te intensiveren. Het idee hierachter is dat nauwere samenwerking tussen rijksinspectiediensten leidt tot een verminderde toezichtlast voor bedrijven en instellingen en als bijkomend voordeel zal leiden tot onderlinge kennisuitwisseling. Foto : Slang gekoppeld aan tankwagen De beide inspectiediensten hebben besloten deze samenwerking aan te gaan binnen de doelgroep vervoerders van vloeibare chemicaliën. De reden hiervoor is dat bij de monitoring van het nalevinggedrag ten aanzien van de rij- en rusttijden, deze branche in 2004 een bovengemiddeld overtredingpercentage liet zien met betrekking tot de
7 van 32 dagelijkse rusttijd. Gezien het extra risico dat het vervoer van gevaarlijke stoffen (ADR) met zich meebrengt, is besloten gezamenlijke bedrijfsinspecties uit te voeren bij ondernemingen die actief zijn op deze markt. Aangezien de risico s van het niet naleven van de arbeidstijdenwetgeving het hoogst worden ingeschat bij het vervoer in bulk van gevaarlijke stoffen, richtte de actie zich met name op het tankvervoer (inclusief het tankcontainervervoer) van vloeibare chemicaliën. IVW had in het verleden in het kader van de Arbowet geen inspecties uitgevoerd bij deze doelgroep. Het was daarom onbekend hoe de Arbeidsomstandighedenwet door deze sector wordt nageleefd. Daar de doelgroep goederen vervoert die als gevaarlijke stoffen worden beschouwd, moet het vervoer wat zij verricht voldoen aan de voorschriften van de nationale (VLG) en internationale (ADR) voorschriften met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Omdat toezicht op deze voorschriften over het algemeen alleen tijdens het transport kan worden uitgevoerd, heeft de Inspectie Verkeer en Waterstaat tevens gedurende de looptijd van dit project weginspecties uitgevoerd op het vervoer van vloeibare chemicaliën in tankwagens en tankcontainers. Extra aandacht hierbij is uitgegaan naar de aanwezigheid van slingerschotten, omdat deze voor de stabiliteit van het voertuig van groot belang kunnen zijn..2 Doelstellingen Voor de Inspectie Verkeer en Waterstaat zijn de doelstellingen met betrekking tot het project Vloeibare chemicaliën : Het bevorderen van het nalevinggedrag van de doelgroep met betrekking tot de arbeidstijdenwetgeving en de gevaarlijke stoffenwetgeving; Het verkennen van de mogelijkheid om toe te zien op de ADR-bepaling met betrekking tot de aanwezigheid van slingerschotten; Voor de Arbeidsinspectie moet het project een beeld geven van het nalevingsniveau van de Arbeidsomstandighedenwet voor een viertal onderwerpen: Voorlichting en onderricht; Beoordeling blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij het laden en lossen; Valgevaar bij het werken op de tankwagen of bordessen; Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
8 van 32 2 Werkwijze Om de doelstellingen te verwezenlijken zijn bedrijfsinspecties en transportinspecties uitgevoerd. Daarnaast zijn met betrekking tot de arbeidsomstandigheden monitoringvragenlijsten gebruikt. De startdatum van het project was 5 april 2005 en liep door tot oktober 2005. Door de inspecties is aan het begin van het project een gezamenlijk persbericht uitgebracht. Figuur : Persbericht De Arbeidsinspectie en de Inspectie Verkeer en Waterstaat gaan de komende maanden gezamenlijk controleren bij vervoerders van vloeibare chemicaliën. Uit eerder onderzoek bleek dat deze bedrijven met name de regels voor arbeids- en rusttijden niet goed naleven. Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen kan dit ernstige risico s opleveren. De inspecties richten zich op het vervoer van vloeibare chemicaliën per tankauto en tankcontainer. De inspecties worden door de diensten gezamenlijk uitgevoerd om de administratieve lastendruk en het aantal inspecties voor werkgevers zoveel mogelijk te beperken. Naast controles onderweg worden ook bedrijven bezocht. Verder wordt geïnspecteerd op laad- en losplaatsen van vloeibare chemicaliën. De controles hebben betrekking op de naleving van de Arbeidstijdenwet, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Arbowet. Onder meer wordt nagegaan of de regels voor rij- en rusttijden worden nageleefd, of werknemers op de hoogte zijn met noodprocedures en of zij gevaar lopen bij het laden en lossen. De controles richten zich vooral op bedrijven die in het verleden de regels voor rij- en rusttijden hebben overtreden. Ook worden bedrijven bezocht waar nog geen overtredingen zijn geconstateerd maar waar die op grond van een opgesteld profiel wel kunnen worden verwacht. Bij overtredingen wordt direct opgetreden. Afhankelijk van de ernst hiervan volgt een waarschuwing, een boete of wordt het werk stilgelegd. Bedrijven die in overtreding zijn worden later opnieuw gecontroleerd. 2. Bedrijfsinspecties Tussen de inspectiediensten zijn afspraken gemaakt om de bedrijfsinspecties gezamenlijk uit te voeren, waarbij echter is afgesproken dat er geen sprake zou zijn van taakoverdracht. De rol van de Inspectie Verkeer en Waterstaat beperkt zich bij de inspecties tot het toezicht op de naleving van de arbeidstijdenwetgeving. Hiertoe zijn bij de onderneming administratieve gegevens verzameld en is een selectie van de tachograafschijven gecontroleerd op tekortkomingen ten aanzien van de rij- en rusttijden. Bij een vijftal bedrijfsonderzoeken is hiervoor gebruik gemaakt van scanapparatuur. Daarnaast is bij de inspecties van de laad- en losstations geïnspecteerd op het naleven van de gevaarlijke stoffenwetgeving. De Arbeidsinspectie inspecteert op de naleving van de Arbowet en neemt bij de werkgevers vragenlijsten af en controleert de Risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) op risico s met betrekking tot gevaarlijke stoffen en valgevaar. Daarnaast wordt gekeken naar voorlichting en onderricht van werknemers en het ter
9 van 32 beschikking stellen én het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen. Na het bezoek aan het bedrijf zijn locaties bezocht waar werd geladen of gelost. Binnen het project is vooral gekeken naar de werkzaamheden van de chauffeurs bij het laden en het lossen van vloeibare chemicaliën, omdat hierbij de grootste gezondheidsrisico s werden verwacht. 2.2 Monitoring Arbeidsomstandigheden Naast de bedrijfsinspecties zijn door de Arbeidsinspectie gegevens verzameld via een tweetal monitoringvragenlijsten: één voor de werkgever en één voor de werknemers (chauffeurs). Met deze vragenlijsten werd informatie verzameld over het bedrijf, de RI&E, de veiligheidsmaatregelen voor het laden en lossen en het werken op de tankwagen en de bekendheid met die maatregelen, noodprocedures en persoonlijke beschermingsmiddelen. 2.3 Transportinspecties Naast de bedrijfsinspecties zijn er transportinspecties uitgevoerd op het vervoer van vloeibare chemicaliën met tankwagens en tankcontainers. Hierbij is met name ook aandacht besteed aan de voorschriften met betrekking tot slingerschotten. Slingerschotten zijn voorzieningen in tanks die moeten voorkomen dat de vervoerde vloeistof tijdens het transport golfbewegingen gaat maken, waardoor het voertuig minder stabiel wordt. Bij de inspecties is gebruik gemaakt van aanvullende vragen om te onderzoeken in hoeverre op dit punt controlemogelijkheden bestaan. Figuur 2: Spreiding geselecteerde bedrijven 2.4 Selectie bedrijven In totaal zijn er landelijk 45 chemicaliënvervoerders geselecteerd en aangeschreven. Enkele bedrijven hiervan bleken zich niet (meer) bezig te houden met het vervoer van chemicaliën, zijnde gevaarlijke stoffen in de zin van het ADR. Uiteindelijk zijn er bij 35 bedrijven inspecties uitgevoerd. Bij vier van deze bedrijven zijn door de Arbeidsinspectie alleen monitoringsvragenlijsten afgenomen, omdat deze bedrijven niet over losplaatsen in Nederland bleken te beschikken.
0 van 32 3 Resultaten 3. Bedrijfsinspecties 3.. Naleving ArbeidstijdenBesluit Vervoer (ATB-v) Bij de bedrijfsinspecties zijn in totaal 0.439 tachograafschijven gecontroleerd van 554 chauffeurs. Daarbij zijn de volgende overtredingen geconstateerd: Tabel Specificatie overtredingen arbeidstijden Soort overtreding Aantal geconstateerde overtredingen Aantal geconstateerde dubbele norm - overtredingen** Dagelijkse rijtijd 25 34 Ononderbroken rijtijd 9 4 Dagelijkse rusttijd 82 57 Misbruik* 28 - Overige overtredingen 933 - * Manipulatie van de tachograaf en/of tachograafschijven ** Voor een omschrijving van dubbele normovertredingen zie bijlage 2 In Figuur 3* Manipulatie van de tachograaf en/of tachograafschijven ** Voor een omschrijving van dubbele normovertredingen zie bijlage 2 wordt grafisch weergegeven hoe deze inspectieresultaten zich verhouden tot de Figuur 3: Overtredingpercentages kernbepaling ATB-v bedrijfsonderzoeken 8% 7% % 5% 4% 3% 2% alle bedrijfsinspecties vloeibare chemicaliën % 0% dagelijkse rijtijd ononderbroken rijtijd dagelijkse rusttijd misbruik
van 32 geconstateerde overtredingen bij alle bedrijfsonderzoeken, waarbij het percentage wordt bepaald door het aantal overtredingen te delen door het aantal gecontroleerde schijven. Uit figuur 3 blijkt dat op het gebied van de rij- en rusttijden de deelmarkt vloeibare chemicaliën negatief afsteekt tegen het gemiddelde op alle kernovertredingen. Verhoudingsgewijs is het meest in het oog springend het grote aantal overtredingen ten aanzien van de ononderbroken rijtijd. Dit wordt echter grotendeels veroorzaakt doordat bij een vijftal bedrijven de tachograafschijven met behulp van scanapparatuur zijn onderzocht. Hierbij worden de tachograafschijven gescand en automatisch beoordeeld op het voorkomen van eventuele overtredingen. Daar waar bij een handmatig onderzoek geringe overschrijdingen van de ononderbroken rijtijd niet door de inspecteur zouden worden vastgelegd, worden deze door de scanapparatuur wel geregistreerd. Opvallend is ook de hoge score ten aanzien van de categorie misbruik. Daarbij moet worden gedacht aan het verdraaien van het uurwerk van de tachograaf en de vermelding van onjuiste gegevens op de tachograafschijven. Deze score wordt echter sterk beïnvloed door de resultaten van één bedrijfsonderzoek. Wanneer dit onderzoek niet zou worden meegenomen in de uitslag, zou voor de doelgroep als geheel de score voor misbruik, maar ook voor de dagelijkse rusttijd, onder het totaalgemiddelde liggen. Ondanks deze kanttekeningen valt het nalevingniveau van de doelgroep enigszins tegen, temeer omdat deze doelgroep al eerder is gecontroleerd en de resultaten toen aanleiding waren voor dit inspectieproject. Verwacht werd daarom dat, gezien ook het extra risico van het vervoer van gevaarlijke stoffen en het uitsluitend inzetten van goed gekwalificeerde chauffeurs, de rij- en rusttijden beter zouden worden nageleefd. In totaal is tegen 2 van de onderzochte bedrijven proces-verbaal of een boeterapport opgemaakt naar aanleiding van de geconstateerde tekortkomingen. Tegen 7 ondernemingen is gezien de ernst van de geconstateerde tekortkomingen slechts waarschuwend opgetreden. Bij vijf ondernemingen zijn geen overtredingen geconstateerd.
2 van 32 3..2 Naleving wetgeving vervoer gevaarlijke stoffen Tijdens de inspecties bij laad- en losinstallaties is slechts in één geval een tekortkoming geconstateerd ten aanzien van de wetgeving met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit betrof een foutief opgesteld vervoerdocument. 3..3 Naleving Arbeidsomstandighedenwet Samen met IVW zijn 45 bedrijven bezocht. Een tiental bedrijven vervoerde geen vloeibare chemicaliën (meer). Van de overblijvende 35 bedrijven werd in 4 bedrijven alleen de monitorvragenlijst afgenomen. Dit omdat het niet mogelijk bleek om een laad- of loslocatie te bezoeken, omdat deze zich in het buitenland bleken te bevinden. Dat betekent dat in totaal 3 bedrijven c.q. locaties zijn bezocht voor een inspectie. Bij het eerste bezoek werden bij 4 bedrijven (3%) geen overtredingen en bij 27 bedrijven (87%) werden een of meer overtredingen geconstateerd met betrekking tot de vooraf bepaalde inspectiepunten. De aantallen overtredingen per bedrijf zijn opgenomen in Tabel 2. Tabel 2 Aantal geconstateerde tekortkomingen per onderneming Aantal overtredingen per bedrijf Aantal Bedrijven Percentage 3 48% 2 4% 3 3 % Totaal 27 00% De meeste overtredingen (zie Tabel 3) zijn geconstateerd met betrekking tot het ontbreken van de beoordeling van de mogelijke blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij het laden en lossen. Dit was het geval bij 2 van de 3 geïnspecteerde ondernemingen.
3 van 32 Tabel 3 Specificatie overtredingen Arbeidsomstandigheden en ingezette instrumenten Overtreding Instrument x keer ingezet Geen beoordeling gevaarlijke stoffen in RI&E Geen doeltreffende informatie over werkzaamheden en risico s waarschuwing 2 waarschuwing 9 Onvolledige RI&E waarschuwing 4 Geen plan van aanpak waarschuwing Geen RI&E aanwezig boete Geen voorlichting en onderricht eis Geen veilige voorzieningen valgevaar (op heterdaad*) Geen veilige voorzieningen valgevaar (geen heterdaad) boete waarschuwing Totaal 44 * Tijdens de inspectie werd geconstateerd dat op de tankwagen werd gewerkt zonder veiligheidsmaatregelen Bij één op de vijf bedrijven was onvoldoende informatie gegeven over de werkzaamheden, de risico s en de genomen maatregelen. Bij eveneens één op de vijf was de RI&E onvolledig en bij één bedrijf ontbrak een plan van aanpak als onderdeel van de RI&E. Uit de monitoring komt naar voren dat 83% van alle bedrijven met werknemers een RI&E heeft, 4% kon op dat moment geen RI&E tonen en 3% heeft geen RI&E. In totaal werden 4 arbo-waarschuwingen gegeven. Eén keer werd een eis gesteld in verband met het ontbreken van voorlichting en onderricht bij het werken met blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Voor twee andere feiten, namelijk het ontbreken van voorzieningen bij valgevaar en het ontbreken van een RI&E, werd een boete aangezegd. 3.2 Monitor arbeidsomstandigheden 3.2. Algemeen Om meer gegevens over de branche te verkrijgen is een vragenlijst voorgelegd aan zowel de werkgever c.q. leidinggevende van het bezochte bedrijf als aan de chauffeur. Door de werkgevers zijn in totaal 29 vragenlijsten ingevuld, door werknemers c.q. chauffeurs 2 vragenlijsten. Om een vergelijking te kunnen maken tussen de antwoorden van werkgever en werknemer van hetzelfde bedrijf
4 van 32 konden niet alle vragenlijsten worden gebruikt, maar moest worden uitgegaan van 7 vragenlijsten. 3.2.2 Het product Het grootste deel van de bedrijven vervoert een heel scala aan producten. Chauffeurs vervoerden op het moment van de inspectie bij 30% van de transporten corrosieve stoffen en 35% brandbare stoffen. Daarnaast werden in 35% van de gevallen nog andere vloeibare chemicaliën vervoerd. 3.2.3 Instructies en maatregelen Bij ruim driekwart van de transporten moet de chauffeur zelf laden en bij ongeveer 94% zelf lossen. Het verschil wordt veroorzaakt doordat bij laadplaatsen vaker door eigen personeel van het leverende bedrijf wordt beladen. Uit overleg met de Dutch Tank and Silo Association (een belangenorganisatie van vervoerders in het tank- en silovervoer) kwam naar voren dat zowel laden als lossen door de chauffeur zelf steeds meer voorkomt. Uit de monitoring blijkt dat de chauffeur altijd bekend is met de gevaarlijke eigenschappen van de te vervoeren lading. Omdat deze gevaarlijke stoffen bij het laden en lossen kunnen vrijkomen en de chauffeur daaraan kan worden blootgesteld levert dat mogelijke gezondheidsrisico s op. Dat betekent dat de chauffeurs moeten zijn geïnstrueerd over de risico s, niet alleen vanuit de vervoerswetgeving maar ook vanuit de Arbowet. De monitoring geeft aan dat de chauffeur altijd wordt geïnstrueerd over de risico s bij het laden en lossen. Het grootste deel wordt echter geïnstrueerd vanuit de vervoersregeling (ADR), verder via de gevarenkaart en er worden in het kader van de ADR aanvullende mondelinge en schriftelijke instructies gegeven. Daarnaast wordt het veiligheidsinformatieblad/chemiekaart nog genoemd. Verschil met de werkgevers is dat de chauffeurs de mondelinge en schriftelijke instructies veel minder vaak noemen dan de werkgevers. De gevarenkaart daarentegen wordt door de chauffeurs juist weer meer genoemd als informatiebron over de gevaarlijke eigenschappen van de lading.
5 van 32 Belangrijk is het gegeven dat de instructies die worden gegeven vooral uitgaan van de vervoerswetgeving (ADR) en niet vanuit de Arbowet. Hoewel naar voren komt dat alle bedrijven instructies geven, blijkt uit de inspecties dat, vanuit de Arbowet, op de 5 bedrijven onvoldoende voorlichting en onderricht geeft over de werkzaamheden, de risico s en de maatregelen. Dit dient dus een verbeterpunt te zijn. Vervolgens is aan de werkgevers gevraagd welke (veiligheids)maatregelen zijn genomen om risico s bij het laden en lossen te voorkomen c.q. te beperken. Aan de chauffeurs is gevraagd of zij bekend zijn met die maatregelen. Zowel door werkgevers als het merendeel van de chauffeur wordt aangegeven dat de genomen maatregelen zijn afgestemd op de eigenschappen van de te vervoeren lading. Hoewel alle werkgevers maatregelen hebben genomen, zijn tussen de diverse maatregelen qua toepassing wel verschillen aanwezig. Persoonlijke beschermingsmiddelen scoren het hoogst als maatregel, zowel bij werkgevers als chauffeurs. Ook uit de inspecties blijkt dat persoonlijke beschermingsmiddelen goed worden gebruikt! Brandblusmiddelen zijn in bijna alle vrachtwagens aanwezig. Opvallend is dat EHBO (verbanddoos) lang niet in alle wagens aanwezig is. Instructies over de hantering van het product wordt door tweederde van de werkgevers gegeven, iets meer dan de helft van de chauffeurs zegt daar bekend mee te zijn. Het gebruik van vonkarm gereedschap of het dragen van antistatische kleding en schoenen is afhankelijk van het te vervoeren product. Een groot deel van de werkgevers en chauffeurs noemt het als een maatregel. 3.2.4 Borgen van instructies en maatregelen Dat instructies worden opgevolgd en noodzakelijke maatregelen worden uitgevoerd, wordt volgens de meeste werkgevers geborgd, al vindt dat ook weer op verschillende manieren plaats. Er worden regelmatig inspecties uitgevoerd, er wordt in het werkoverleg over gesproken, de klant koppelt zijn bevindingen terug, er kan niet worden geladen of gelost zonder instructies/maatregelen en er worden sancties getroffen (boetes tot ontslag op staande voet). Volgens de chauffeurs heeft echter een klein aantal bedrijven geen enkele borging ingebouwd.
van 32 3.2.5 Persoonlijke beschermingsmiddelen Gezien het risico dat chauffeurs blootgesteld worden aan gevaarlijke stoffen, moet de chauffeur niet alleen beschikken over persoonlijke beschermingsmiddelen (adembescherming, beschermende kleding, veiligheidsbril, handschoenen en dergelijke), maar moet hij deze ook gebruiken. Het daadwerkelijke gebruik moet daarnaast gecontroleerd worden. Door werkgevers en chauffeurs wordt aangegeven dat er voldoende informatie over persoonlijke beschermingsmiddelen is gegeven respectievelijk ontvangen. Het grootste deel van de werkgevers heeft het toezicht op het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen geregeld. Door het tekenen voor gebruik door de werknemer, door de werknemer er op aan te spreken, door afspraken met de klant dat die daar toezicht op uitoefent en door steekproefsgewijs de chauffeur te controleren. Door de chauffeurs wordt in overgrote meerderheid aangegeven dat er inderdaad controle plaatsvindt door de werkgever. Uit de inspecties kwam naar voren dat persoonlijke beschermingsmiddelen ook daadwerkelijk worden gebruikt. 3.2. Noodprocedures Omdat het transport uit risicovolle ladingen bestaat, is er gevraagd of de bedrijven ook noodprocedures hanteren. Aan de chauffeurs is gevraagd of zij bekend zijn met die procedures. Alle bedrijven werken met noodprocedures, vaak verschillende naast elkaar, echter afhankelijk van de te vervoeren lading. Geen enkel bedrijf hanteert daarom alle mogelijke noodprocedures. Alle bedrijven zijn altijd telefonisch bereikbaar. Bij ruim de helft van de bedrijven wordt uitgegaan van de standaarduitrusting. In bijna alle wagens is een oogspoelfles aanwezig. Eveneens geeft ruim de helft van de bedrijven aan dat er specifieke procedures voor het laden en lossen zijn. Bijna de helft geeft aan dat er procedures zijn voor het blussen van een voertuigbrand. 3.2.7 Werken boven op de tankwagen Een groot deel van de chauffeurs moet regelmatig op de tankwagen klimmen om daar werkzaamheden uit te voeren. Omdat tankwagens veel hoger zijn dan 2,5 meter is er volgens de Arbowet sprake van valgevaar en dienen er specifieke maatregelen te worden genomen om valgevaar te voorkomen.
7 van 32 Foto 2: Beveiliging (hek) aan slechts één kant Uit de monitoring blijkt dat alle chauffeurs werkzaamheden op de tankwagen verrichten. Ook bij bijna alle klanten moet de chauffeur vaak op hoogte op een laad- of losbordes werkzaamheden verrichten. Met betrekking tot veiligheidsmaatregelen geeft het merendeel van de bedrijven aan dat op de tankwagen een leuning is aangebracht en verder dat het bordes bij de klant veilig is. De chauffeurs evenwel scoren op deze punten negatiever; vooral bij het laad- /losbordes van de klant ontbreekt het volgens hen dikwijls aan veiligheidsmaatregelen. Verder is volgens de meeste werkgevers de tankwagen veilig te beklimmen via een ladder of trap, maar ook daar is een groot deel van de chauffeurs minder positief over. Valbeveiliging of een ankerrail voor de bevestiging van valbeveiliging ontbreekt bij de meeste tankwagens. Door de inspecteurs van de AI is ook waargenomen dat veel tankwagens en - containers onvoldoende beveiligd zijn en dat daardoor chauffeurs bij het werken op de tankwagens of containers risico s lopen. Er kon echter niet op gehandhaafd worden omdat een duidelijke norm ontbreekt. 3.2.8 Risico-inventarisatie en evaluatie Op één na hebben alle bedrijven een RI&E. Bij één bedrijf was deze niet getoetst. De meeste RI&E s zijn door de Arbounie getoetst, daarnaast zijn er diverse andere Arbodiensten die binnen de branche opereren. Foto 3: Risico op blootstelling 3.2.9 Blootstelling aan gevaarlijke stoffen Bij laad- en loswerkzaamheden loopt de chauffeur het risico blootgesteld te worden aan de lading. Dat kan via
8 van 32 aanraking maar ook via inademing. Er dient daarom volgens de Arbowet een beoordeling plaats te vinden in welke mate de chauffeur wordt blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Het gevaar dat chauffeurs aan gevaarlijke stoffen worden blootgesteld wordt bij 77% van de bedrijven niet onderkend. Hoewel bijna alle bedrijven een RI&E hebben is er in de RI&E géén beoordeling van een mogelijke blootstelling opgenomen. Dit vormde dan ook bij de inspecties de belangrijkste overtreding. Immers beoordeling van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen is wettelijk vereist. Bij geen enkel bedrijf zijn metingen verricht en slechts bij één bedrijf is bij een tankwagen een onderbouwde schatting verricht door een Arbo-dienst. Dat houdt tevens in dat er naast de standaard maatregelen geen extra specifieke maatregelen zijn genomen om blootstelling te voorkomen. Er is daarom ook niets te zeggen over het feit of de concentratie van stoffen die vrij kunnen komen boven of onder de grenswaarden liggen of daar gelijk aan zijn. 3.2.0 Bedrijfsgrootte Er is nagegaan of er qua bedrijfsgrootte nog verschillen zijn aan te geven in het gemiddelde aantal Foto 4: Ontbreken valbeveiliging op tankcontainer overtredingen per bedrijf. Gezien het relatief kleine aantal geïnspecteerde bedrijven en de grote verschillen in omvang is er geen uitspraak te doen over verschillen tussen de verschillende grootteklassen. Omdat ruim éénderde van alle bedrijven is bezocht, blijft dat de resultaten wel een goed beeld geven van de branche in zijn geheel.
9 van 32 3.3 Transportinspecties In de periode van mei 2005 tot en met 3 oktober 2005 zijn transportinspecties uitgevoerd op 49 voertuigen die met tanks of tankcontainers vloeibare chemicaliën vervoerden. 3.3. Naleving Arbeidstijdenbesluit Vervoer Tijdens deze weginspecties werden de navolgende overtredingen van de Arbeidstijdenwetgeving geconstateerd: Dagelijkse rijtijd 2 Ononderbroken rijtijd 2 Dagelijkse rusttijd 9 Misbruik* 2 Overige overtredingen 0 In Figuur 4 worden deze aantallen (gedeeld door het aantal geïnspecteerde voertuigen) afgezet tegen het overtredingenbeeld voor al het wegvervoer. Figuur 4: Overtredingpercentages weginspecties t..a.v. arbeidstijdenwetgeving overige overtredingen misbruik dagelijkse rusttijd ononderbroken rijtijd dagelijkse rijtijd 0,00% 2,00% 4,00%,00% 8,00% 0,00% weginspecties vloeibare chemicaliën weginspecties 2004
20 van 32 Het is duidelijk dat uit de weginspecties niet het negatieve beeld verkregen wordt dat bij de bedrijfsinspecties is vastgesteld. Een eenduidige reden is hiervoor niet aan te geven. Gezien de aard van de vervoerde lading is het wel opvallend dat de naleving van de dagelijkse rusttijd ongeveer gelijk is aan het gemiddelde van alle weginspecties 2004. 3.3.2 Naleving wetgeving vervoer gevaarlijke stoffen Met betrekking tot de gevaarlijke stoffenwetgeving werden de volgende overtredingen geconstateerd: Documentatie 27 Uitrusting voertuig 2 Opschriften/etikettering voertuig 7 Overig voertuig 3 Lekkage (gevaarlijke resten buitenzijde tank) 2 Negeren routering/tunnelverbod 2 In Figuur 5 wordt een overzicht gegeven van hoe deze overtredingen zich verhouden tot het geconstateerde overtredingpercentage bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in het algemeen. Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat de voorschriften met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen bij de doelgroep aanzienlijk beter worden nageleefd dan over het algemeen.
2 van 32 3.3.3 Slingerschotten Bij de transportinspecties is een aantal extra vragen gesteld met betrekking tot het al dan niet aanwezig zijn van slingerschotten. Enerzijds om duidelijk te krijgen of tijdens de weginspecties vastgesteld kan worden of deze voorzieningen aanwezig zijn, anderzijds om te bepalen of de chauffeurs op de Figuur 5: Overtredingpercentages weginspecties t.a.v. gevaarlijke stoffenwetgeving negeren routering/tunnelverbod lekkage (gevaarlijke resten buitenzijde verpakking) overig voertuig opschriften/etikettering voertuig uitrusting voertuig documentatie 0,00% 5,00% 0,00% 5,00% 20,00% 25,00% weginspecties vloeibare chemicaliën weginspecties 2004 hoogte zijn van de voorschriften ten aanzien van de slingerschotten. Om te voorkomen dat tijdens het transport abrupte golfbewegingen ontstaan, moeten tanks met een inhoud van meer dan 7500 liter, die gebruikt worden voor het vervoer van vloeistoffen, voorzien zijn van scheidingswanden of slingerschotten. Dit geldt alleen als de tank voor minder dan 80% gevuld is, maar niet voor minder dan 20%. Van de bevraagde chauffeurs bleek 95% van deze regel op de hoogte. Bij 20 van de 495 gecontroleerde voertuigen zouden, gezien de vullingsgraad, slingerschotten moeten zijn aangebracht. In 287 gevallen gaf de chauffeur aan dat er slingerschotten aanwezig waren. Vier procent van de chauffeurs kon niet vertellen of er slingerschotten waren aangebracht in de tanks.
22 van 32 Het is duidelijk dat tijdens het transport niet kan worden vastgesteld of de tanks daadwerkelijk zijn voorzien van slingerschotten. Dit geldt voor zowel de chauffeur als de belader van het voertuig. Dit kan leiden tot risicovolle situaties indien er ten onrechte van wordt uitgegaan dat het voertuig over de vereiste slingerschotten zou beschikken. Ook bemoeilijkt dit het toezicht op de naleving van deze regel tijdens het transport.
23 van 32 4 Conclusies en vervolgstappen 4. Conclusies Het bevorderen van het nalevinggedrag van de doelgroep met betrekking tot de arbeidstijdenwetgeving en de gevaarlijke stoffenwetgeving: Bij de bedrijfsinspecties is vastgesteld dat het nalevingniveau op kernbepalingen in de arbeidstijdenwetgeving lager was dan het gemiddelde. Dit resultaat was weliswaar op enkele punten verklaarbaar, maar toch met het oog op de aard van de vervoerde lading verontrustend. Duidelijk is dat het totale nalevingbeeld verkregen uit de bedrijfsinspecties negatief beïnvloed wordt door een aantal bedrijven, waarbij veel onregelmatigheden werden geconstateerd. De vervoerswetgeving op het gebied van gevaarlijke stoffen bleek bij de controles bij de bedrijven goed te worden nageleefd. Het verkrijgen van inzicht in het nalevingsniveau van de branche met betrekking tot de Arbeidsomstandighedenwet Bij 87% van de gecontroleerde bedrijven zijn overtredingen geconstateerd. Uit de soort overtredingen komt naar voren dat bij het grootste deel van de bedrijven de blootstelling aan gevaarlijke stoffen onvoldoende aandacht krijgt. Het ontbreken van een beoordeling betekent dat een groot deel van de chauffeurs mogelijk gezondheidrisico s loopt bij het laden en lossen. Risico s die voorkomen kunnen worden door het nemen van juiste maatregelen en het geven van voorlichting en instructies. Verder ontbreekt het bij een groot aantal tankwagens en containers aan een goede valbeveiliging, waardoor valgevaar bij werkzaamheden bovenop de tankwagen een reëel risico is. Voorlichting wordt veelal gegeven vanuit de vervoerswetgeving en veel minder vanuit de Arbowet. Daarom moet bij instructies e.d. niet alleen aandacht worden geschonken aan calamiteiten, maar ook aan de risico s die kunnen optreden tijdens werkzaamheden als laden en lossen. Dit ontbreekt bij een aantal bedrijven. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen is deels afhankelijk van de te vervoeren lading, maar uit de monitoring- en
24 van 32 inspectieresultaten blijkt dat deze door de branche goed worden gebruikt en dat er ook voldoende toezicht is op dat gebruik. Als laatste moet geconcludeerd worden dat betrokken arbodiensten veel te weinig aandacht hebben geschonken aan de beoordeling van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen en de bedrijven ook onvoldoende hebben gewezen op de verplichting daartoe. Het verkennen van de mogelijkheid om toe te zien op de ADR-bepaling met betrekking tot de aanwezigheid van slingerschotten: Over het algemeen is het tijdens weginspecties niet mogelijk om te controleren of tanks of tankcontainers al dan niet beschikken over slingerschotten. 4.2 Vervolgstappen en aanbevelingen De brancheorganisaties (DTSA, TLN, BGZ) zijn over de resultaten van dit project geïnformeerd. Vakbonden zullen nog worden geïnformeerd over de resultaten. Na overleg met de Arbeidsinspectie gaat de branche maatregelen nemen om gevaren voor de veiligheid en gezondheid van werknemers te voorkomen c.q. te beperken. De eerste stap vormt de beoordeling van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De branche zal een methodiek ontwikkelen voor de beoordeling van blootstelling aan de vloeibare chemicaliën, die door de bedrijven binnen de branche kan worden overgenomen. Hiertoe wordt door de branche een plan van aanpak opgesteld dat besproken zal worden met de Arbeidsinspectie. In afwachting hiervan heeft de Arbeidsinspectie de handhaving op dit punt opgeschort om de branche in de gelegenheid te stellen met een oplossing te komen die door alle bedrijven kan worden toegepast. Ook valgevaar is binnen de branche een punt van aandacht geworden. Een gesprek hierover met de branche heeft inmiddels plaatsgevonden. Van belang is ook om bij bovengenoemde punten op brancheniveau de arbodiensten te betrekken. Nadat afgesproken maatregelen zijn geïmplementeerd zal de AI opnieuw inspecteren op bovengenoemde punten bij bedrijven binnen de branche. Bij ondernemingen waarbij met betrekking tot het Arbeidstijdenbesluit vervoer dubbele normovertredingen en fraude zijn geconstateerd, zullen in de 2e helft van het jaar 200 door IVW opnieuw bedrijfsonderzoeken worden uitgevoerd. De ondernemingen zullen hiervan van tevoren in kennis worden gesteld, zodat zij zelf maatregelen kunnen gaan treffen.
25 van 32 De Inspectie Verkeer en Waterstaat zal de beleidsdirectie verzoeken in internationaal overleg te komen tot het verplicht op laten nemen van de aanwezigheid van slingerschotten op het ADR-keuringsdocument van tankwagens.
2 van 32 Bijlage Beantwoording Monitorvragen N = aantal ingevulde lijsten A = aantal antwoorden % = percentage van 7 lijsten. GISAI afkorting inspecteur Nvt Werkgever N=7 Chauffeur N=7 2. BIK code Nvt A % A % 3. Welke product wordt vervoerd? Brandbare stoffen (klasse 3) Oxiderende stoffen (klasse 5.) Giftige stoffen (klasse.) Corrosieve stoffen (klasse 8) Anders: zeer divers 4. Moet de chauffeur zelf laden? Ja Nee Onbekend 5. Moet de chauffeur zelf lossen? Ja Nee. Is de chauffeur bekend met de Ja gevaarlijke eigenschappen van de Nee lading? Onbekend 7. Op welke wijze is de chauffeur Niet geïnstrueerd geïnstrueerd over de risico s bij Vanuit de vervoersregeling het laden en/of lossen van de (ADR) lading? Aanvullende mondelinge instructie (meerdere antwoorden mogelijk) Aanvullende schriftelijke instructie Veiligheidsinformatieblad/ chemiekaart Gevarenkaart Anders: instructies door klant producttraining 8. Heeft de werkgever maatregelen Ja genomen om risico s te Nee (naar vraag 0) voorkomen? 9. Welke maatregelen heeft de werkgever genomen? (meerdere antwoorden mogelijk) Standaarduitrusting Vervoersregeling (ADR) Aanvullende instructies chauffeur EHBO Brandblusmiddelen Hantering van het product, 5 9 3 4 3 3 0 2 0 3 88 53 7 82 94 77 8 5 94 94 0 94 5 7 59 77 5 3 4 5 2 0 5 7 8 0 4 35 29 35 77 23 88 2 94 0 88 4 47 59 82 7 00 7 00 5 3 2 7 88 77 7 00 5 7 0 8 9 00 59 47 94 53
27 van 32 werkinstructie Maatregelen bij contact Gebruik vonkarm gereedschap Gebruik antistatische kleding en schoenen Pbm veiligheidsschoenen Pbm handschoenen Pbm adembescherming Pbm gelaatsbescherming Anders: chemiepakken helm technische maatregelen 8 8 7 7 7 7 2 5 47 47 00 00 00 00 2 8 9 7 7 5 7 5 47 53 00 00 88 00 0. Zijn de maatregelen volgens de werkgever afgestemd op de eigenschappen van de lading? Ja Nee Onbekend 7 00 94. Is de chauffeur volgens de werkgever bekend met de maatregelen? Heeft de chauffeur voldoende informatie over de PBM-en gekregen? Ja Nee Ja Nee 7 7 00 00 -- 7 -- 00 2. Op welke wijze heeft de werkgever het toezicht op het dragen van PBM-en geregeld? Regelmatig inspectie/controle Afspraak met klant Tekenen voor gebruik Niet geregeld 4 24 4 Wordt er op PBM-en controle uitgeoefend? Ja Nee 94 3. Hoe heeft de werkgever het opvolgen van de instructies en/of het uitvoeren van noodzakelijke maatregelen geborgd? Iso-certificatie 3x waarschuwingen dan ontslag Sancties Afspraken met klant Anders: geen laden/lossen inwerktraject/werkoverleg steekproef/ regelmatig controle Geen 3 3 5 2 8 8 30 2 Wordt opvolgen/uitvoeren instructies/maatregelen gecontroleerd? Ja Nee 4 3 82 8 4. Welke noodprocedures hanteert het bedrijf? (meerdere antwoorden mogelijk) Geen Telefonische bereikbaarheid bedrijf Hanteren van standaarduitrusting 0 7 0 0 0 00 59 59 94 0 7 2 0 00 7 5 94
28 van 32 5. Is de chauffeur volgens de werkgever bekend met de noodprocedures?. Moet de chauffeur werkzaamheden op hoogte verrichten boven op de tankwagen of tankcontainer? 7. Moet de chauffeur werkzaamheden op hoogte verrichten op laad/losbordes bij klant? 8. Welke maatregelen zijn door de werkgever genomen om valgevaar te voorkomen? (meerdere antwoorden mogelijk) 9. Op welke wijze is het gevaar voor blootstelling vastgesteld? 20. Is de blootstelling aan de gevaarlijke stof tijdens de werkzaamheden beoordeeld? 2. Hoeveel tankwagens zijn bemeten t.b.v. de vaststelling? (zie Procedures bij laden/lossen Aanwezigheid oogspoelfles Blussen van voertuigbrand Anders: kwaliteitsmanager noodknop Ja Nee Ja Nee (naar vraag 3) Ja Nee (naar vraag 3) Geen antwoord Geen Veilig bereikbaar via ladder/trap Bordes tankwagen met leuningwerk Veilig laadbordes bij klant Bordes met ankerrail voor bevestiging valbeveiliging Valbeveiliging ter beschikking Controle op staat en onderhoud bordes Anders: mobiele rekken mobiel bordes eigen terrein géén beveiliging incidenteel valgevaar klimtraining Metingen Onderbouwde kwantitatieve schatting Niet vastgesteld Anders: gesloten systeem in RI&E beoordeeld er zijn altijd luchtjes Ja Nee Niet bekend 0 8 47 9 53 7 00 7 00 7 00 7 00 7 00 7 00 0 0 0 0 4 82 5 94 4 82 4 82 0 59 3 8 2 2 0 0 8 47 4 23 4 24 0 0 3 77 2 2 3 7 2 2 2 2
29 van 32 rapportage) 2-5 -0 Meer dan 0 Geen antwoord 3 82 22. Bij hoeveel tankwagens lag de gemeten concentratie boven de Geen Geen antwoord 94 grenswaarde? 23. Bij hoeveel tankwagens lag de gemeten concentratie onder of Onder of gelijk Geen antwoord 94 gelijk aan de grenswaarde? 24. Bleek uit de meting en/of kwantitatieve schatting dat er maatregelen noodzakelijk waren? Ja Nee Niet bekend 0 0 94 25. Indien ja, welke maatregelen?. nvt.. 2. Door wie is die meting/kwantitatieve schatting uitgevoerd? (meerdere antwoorden mogelijk) Arbo-dienst Extern deskundig meetbureau:.. Eigen werknemers Anders: niet 94 27. Is er een (getoetste) RI&E en plan Ja 7 00 van aanpak aanwezig? Nee 28. Is er sprake van een branche RI&E? Ja Nee 4 3 82 8 29. Indien ja, welke branche RI&E? Arbocheck voor wegvervoerder 30. Van welke brancheorganisatie is het bedrijf lid? Niet BGZ KNV TLN Onbekend 3 2 0 8 2 59 3. Welke Arbo-dienst heeft de RI&E getoetst? Arboned Arbounie Maetis arbo Achmea Andere Arbo-dienst: Niet getoetst 2 3 2 4 8 32. Is valgevaar opgenomen in de RI&E? Ja Nee 94 33. Hoeveel tankwagens heeft het bedrijf? tankwagens tankaanhangers trekkers met tankopleggers Anders Zeer divers per bedrijf
30 van 32 34. Hoeveel tankcontainers heeft het bedrijf? Geen Zeer verschillend per bedrijf 35. Worden tankwagens door het Ja bedrijf zelf schoongemaakt? Nee Geen antwoord 3. Eventuele opmerkingen Nvt 9 8 3 2 2 55 47 8 70 2
3 van 32 Bijlage 2 Dubbele norm-overtredingen Met een dubbele norm-overtreding wordt bedoeld een verdubbeling (bij rijtijden) of halvering (bij rusttijden) van de wettelijke toegestane norm. Tussen twee dagelijkse rusttijden is een totale rijtijd toegestaan van 9 uren. Deze rijtijd mag 2x per week 0 uren zijn. (art., lid Verordening EEG 3820/85) o Er is sprake van overtreding van de dubbele norm met betrekking tot de totale rijtijd, als deze totale rijtijd tussen twee dagelijkse rusttijden méér is dan 20 uren én er tevens sprake is van een dagelijkse "rusttijd" van minder dan 4½ uren bij enkelbemande ritten en minder dan 4 uren bij dubbel bemande ritten. Na 4½ uur rijden moet de bestuurder een onderbreking van tenminste 45 minuten in acht nemen, tenzij hij aan een rusttijd begint. (art. 7, lid Verordening EEG 3820/85). o Er is sprake van overtreding van de dubbele norm met betrekking tot de ononderbroken rijtijd, als deze rijtijd méér bedraagt dan 9 uren In elke periode van 24 uur geniet de bestuurder een dagelijkse rusttijd van tenminste achtereenvolgende uren (art. 8, lid Verordening EEG 3820/85). Deze mag: - 3x per week 9 uren zijn; - óf 2 uren waarvan één aaneengesloten periode van 8 uren, en de overige 4 uren verdeeld moeten zijn in maximaal twee tijdsblokken met een minimale tijdsduur van uur. o Er is sprake van overtreding van de dubbele norm als de dagelijkse "rusttijd" minder is dan 4½ uur. Tijdens elke periode van 30 uur waarin het voertuig wordt bemand door ten minste twee bestuurders, moeten dezen elk een dagelijkse rusttijd van ten minste acht achtereenvolgende uren genieten. (art. 8, lid 2 Verordening EEG 3820/85). o Er is sprake van overtreding van de dubbele norm als de dagelijkse "rusttijd" minder is dan 4 uur.
Vloeibare chemicaliën A73 32 van 32 Colofon Projectleider IVW: F. Schouwaert Inspectie Verkeer en Waterstaat Postbus 0700 250 HS Den Haag Telefoon 070-3052879 Projectleider Arbeidsinspectie: R. Peltzer Arbeidsinspectie Postbus 820 3500 AV Utrecht Telefoon 030-2305740 De Arbeidsinspectie maakt deel uit van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Inspectie Verkeer en Waterstaat divisie vervoer maakt deel uit van het ministerie van Verkeer en Waterstaat www.arbeidsinspectie.nl met informatie over arboweten regelgeving en taken en werkwijze van de Arbeidsinspectie www.ivw.nl met informatie over veiligheid van het transport op de weg, water, spoor en door de lucht