Toetswijzer examen Cool 2.1



Vergelijkbare documenten
DE basis WISKUNDE VOOR DE LAGERE SCHOOL

Deel 1: Getallenkennis

RekenTrapperS Cool 1.1

Deel 1: Getallenkennis

DE basis. Wiskunde voor de lagere school. Jeroen Van Hijfte en Nathalie Vermeersch. Leuven / Den Haag

Deel 1: Getallenkennis

Wiskunde - getallenkennis

toetswijzer wiskunde curriculumdifferentiatie 6de leerjaar *De waarde van natuurlijke getallen en kommagetallen, bv = 8 D + 5 H + 6 T + 0 E

INHOUDSTAFEL. inhoudstafel... 2

Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie

Les 20: gelijknamige breuken, gelijkwaardige breuken en breuken vereenvoudigen

Op stap naar 1 B Minimumdoelen wiskunde

JAARPLANNING ZO GEZEGD, ZO GEREKEND - 5 leerjaar pag. 1 / 10

Rekensprong 5 boek A. Getallenkennis boek A sprong 1, 2 en 3

Inhoud. 1 Ruimtefiguren 8. 4 Lijnen en hoeken Plaats bepalen Negatieve getallen Rekenen 100

Examenplanning 5 de leerjaar Juni 2016

Eindtermen wiskunde. 1. Getallen. Nr. Eindterm B MB NB Opm. B = behaald MB = meer behaald NB = niet behaald Opm. = opmerking

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen

Reken je wijs. De kunst van het leren rekenen. Benito Kaarsbaan. aantal x tijd in jaren ,5

Niveau 2F Lesinhouden Rekenen

leerjaar doelenkatern

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen bewerking en. optellen en.

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

WISKUNDE: HERHALINGSOEFENINGEN EINDE ZESDE LEERJAAR

Onthoudboekje rekenen

0,6 = 6 / 10 0,36 = 36 / 100 0,05 = 5 /100 2,02 = 2 gehelen en 2 / 100

Jaaroverzicht Kompas zesde leerjaar

5 5d o e l e n k a t e r n

INHOUDSOPGAVE. HOOFDSTUK 6 AFRONDEN Inleiding Cijfers Verstandig afronden 48 BLZ

4 Jaarplan. 1 Leerplan

aantal evaluatielessen

Onthoudboekje rekenen

Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling

A. Cooreman. 6 MV 3D volume, constructies en problemen

Onthoudboekje rekenen

2A LEERLIJN. leerjaar 1. tellen. optellen en aftrekken GROEPEREN VERMENIGVULDIGEN EN DELEN. plaats en waarde. handig rekenen 1 ORDENEN EN UITSPREKEN

Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld

3 Pythagoras Statistiek 128

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

aantal evaluatielessen

Map Uitleg Nodig Leerjaar. Map Aantal sets Nodig Uitleg

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE

Leerstofoverzicht groep 6

aantal evaluatielessen

Jaarplanning Wereldoriëntatie de leerjaar

Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen

Niveauproef wiskunde voor AAV

Proefwerken juni 2017

Jaarplanning WISKUNDE 1B schooljaar

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen

PARATE KENNIS & VAARDIGHEDEN WISKUNDE 1 STE JAAR 1. TAALVAARDIGHEID BINNEN WISKUNDE. a) Begrippen uit de getallenleer ...

Bijlage 11 - Toetsenmateriaal

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.

6 NEUZE-NEUZEBOEK REKENSPRONG. leerlijnen: Eric De Witte. Raf Lemmens. Paul Nijs. Hilde Van Iseghem. Viv Vingerhoets. Eric De Witte.

Beste Curriculumdifferentiatie-gebruiker,

aantal evaluatielessen

1.Tijdsduur. maanden:

Deel 3 t.e.m. 11 van De Wiskanjers Zorg: Rekenmonsters

PTA wiskunde BBL Kijkduin, Statenkwartier, Waldeck cohort

Hoofdstuk 4: Meetkunde

handelingswijzer rekenen

i TiPDenk aan de rechthoeksstrategie!

Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo

5 NEUZE-NEUZEBOEK REKENSPRONG. René De Cock. Raf Lemmens. Paul Nijs. Eric De Witte. Eline Govaert. Hilde Van Iseghem. Martien Hendrix.

7 Hoeken. Kern 3 Hoeken. 1 Tekenen in roosters. Kern 2 Hoeken meten Kern 3 Hoeken tekenen Kern 4 Kijkhoeken. Kern 1 Tegelvloeren. Kern 3 Oppervlakte

BEWERKINGEN HOOFDREKENEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN

Lesnr Code Onderwerp Lesdoelen Leerplan Wiskunde GO! Leerplan Wiskunde OVSG Leerplan Wiskunde VVKBaO

1. rechthoek. 2. vierkant. 3. driehoek.

Blok 7 G/B vraag 1: natuurlijke getallen, kommagetallen en breuken structureren en op een getallenas situeren

Blok 7 G/B vraag 1: natuurlijke getallen, kommagetallen en breuken structureren en op een getallenas situeren

1BK2 1BK6 1BK7 1BK9 2BK1

Domein A: Inzicht en handelen

Meten en metend rekenen Wat leerde ik? - Afstand, tijd, snelheid - De lijnschaai en de breukschaal. Meetkunde Wat leerde ik?

Doorstroming BaO-SO Getallenleer BaO - zesde leerjaar

1. Optellen en aftrekken

MNEMOTECHNISCHE MIDDELTJES WISKUNDE. 2de 3de graad

Novum, wiskunde LTP leerjaar 1. Wiskunde, LTP leerjaar 1. Vak: Wiskunde Leerjaar: 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 Kerndoel(en):

wiskunde B-stroom Oostakker) DPB-SO Hasselt

Aanbod rekenstof augustus t/m februari. Groep 3

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN

drs. W.M.F. Beuker, training en begeleiding in onderwijs

Leerplan VVKBao wiskunde voor de derde graad vergeleken met leerplan VVKSO wiskunde 1B en BVL Overzicht van de lessen 6 de leerjaar

handleiding pagina s 956 tot Handleiding

Leerlijnenmatrix De wereld in getallen 4 e editie

Leerlijnenoverzicht groep 3 t/m 8

Herhalingsles 2 Meetkunde 1 Weeroefeningen

percent = procent per cent betekent per 100.

Rekenen en wiskunde ( bb kb gl/tl )

Bijlage Wiskunde vmbo

pagina 1 van 10 VAN IN

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar

LEERPLANDOELEN METEN EN METEND REKENEN 6 E LEERJAAR

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben.

Kennemer College Beroepsgericht Programma van Toetsing en Afsluiting schooljaar Proefwerk 60 min 3 Ja Schriftelijk.

Ma 01/06 Di 02/06 Woe 03/06 Do 04/06 Vrij 05/06 Generale repetitie. Ma 08/06 Di 09/06 Woe 10/06 Do 11/06 Vrij 12/06 Getallen Luisteren.

REKENEN. Les Probleemoplossend Rekenen. Hoofdstuk 13 -

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

Transcriptie:

Toetswijzer examen Cool 2.1 Cool 2.1 1 Getallenkennis: Grote natuurlijke getallen 86 a Ik kan grote getallen vlot lezen en schrijven. 90 b Ik kan getallen afronden. 91 c Ik ken de getalwaarde van een getal. Cool 2.1 2 Hoofdrekenen: Optellen met cirkels 24 a Ik ken de fiche optellen met cirkels. 28 b Ik ken de stappen om decimale getallen op te tellen met cirkels. 28 c Ik weet wat snullen zijn en kan dit uitleggen. 25-27 29-30 d Ik kan oefeningen maken optellen met cirkels. Cool 2.1 3 Hoofdrekenen: Aftrekken met cirkels 65 a Ik ken de fiche van aftrekken met cirkels. 73 b Ik ken de stappen om decimale getallen af te trekken met cirkels. 61-62 c Ik weet wanneer ik over of tekort heb. 53 d Ik kan vlot aftrekken van een eenheid. (voldoende oefenen) 65-69 73-74 e Ik kan oefeningen maken aftrekken met cirkels. Cool 2.1 4 Hoofdrekenen: Maal 11 en maal 9 70 a Ik weet hoe ik een getal vermenigvuldig met 11. 71 b Ik weet hoe ik een getal vermenigvuldig met 9. 70-71 c Ik kan oefeningen maken vermenigvuldigen met 11 of 9. Cool 2.1 5 Hoofdrekenen: Handig vermenigvuldigen en delen 94 a Ik weet hoe ik getallen moet vermenigvuldigen. 96 b Ik weet hoe ik getallen met nullen handig vermenigvuldig. 98 c Ik weet hoe ik getallen handig deel door geschikt samen te nemen. 99 d Ik weet hoe ik getallen handig deel door geschikt te splitsen. 97 e Ik weet hoe ik getal met nullen handig deel. 94-99 f Ik kan oefeningen maken op handig vermenigvuldigen en delen. Cool 2.1 6 Toepassingen: Het gemiddelde 31 a Ik ken de formule om het gemiddelde berekenen. 31-33 en 37-38 b Ik kan het gemiddelde berekenen.

Cool 2.1 7 Meten: Temperatuur, grafieken en diagrammen 5 a Ik ken de eenheid van temperatuur. 5 b Ik kan bij bepaalde situaties de juiste temperatuur aflezen. 7 c Ik kan het verschil tussen 2 temperaturen berekenen. 9 d Ik kan de temperatuur aflezen op een thermometer. 8 e Ik kan de temperatuur aanduiden op een thermometer. 10 f Ik ken de soorten diagrammen en ken de definitie. 10 g Ik weet waarom je een grafiek of diagram gebruikt. 10 h Ik kan het meest geschikte diagram aanwijzen. 11-12 i Ik kan lijndiagram opstellen adhv gegevens. 12-17 j Ik kan een lijndiagram aflezen. k Ik kan een staafdiagram opstellen adhv gegevens. 14-17 l Ik kan een staafdiagram aflezen 21 m Ik kan de evaluatie oplossen. Cool 2.1 8 Meten: Schaal 107 a Ik ken de definitie van schaal. 105 b Ik weet wat een breukschaal is. 105 c Ik weet wat een lijnschaal is. 110 d Ik kan de werkelijke afstand berekenen. 110 e Ik kan de afstand op de kaart berekenen. 113 f Ik kan de schaal berekenen. 119 g Ik kan de evaluatie oplossen. Cool 2.1 9 Meetkunde: Spiegelen 41 a Ik weet hoe het beeld vervormt bij een bolle spiegel. 41 b Ik weet hoe het beeld vervormt bij een holle spiegel. 43 c Ik weet wat er met het beeld gebeurt bij een vlakke spiegel. d Ik kan van elke spiegel een voorbeeld geven en een functie. 45 e Ik ken de begrippen bij spiegelen. 47 f Ik weet hoe ik moet spiegelen. 49 g Ik kan de evaluatie oplossen.

Toetswijzer examen Cool 2.4 Cool 2.4 1 Cijferen: optellen en aftrekken 63 a Ik ken de woorden term en som. 64 b Ik ken de 5 stappen om cijferend op te tellen. 64 c Ik kan optellen met en zonder komma s. 65 d Ik kan optellen met onthouden. 72 e Ik ken de woorden aftrektal, aftrekker en verschil. 75 f Ik ken de 5 stappen om cijferend af te trekken. 75 g Ik kan aftrekken met lenen. 76 h Ik kan aftrekken met nullen en lenen. toetsenmap i Ik kan de oefeningen van de basistoetsen foutloos maken. Cool 2.4 2 Cijferen: vermenigvuldigen 83 a Ik ken de woorden factor en product. 86 b Ik kan vermenigvuldigen met 1 cijfer. 86 c Ik kan de negenproef toepassen als controle bij vermenigvuldigen. 87 d Ik kan vermenigvuldigen met meer dan één vermenigvuldiger. 89 e Ik kan vermenigvuldigen met nullen. 90 f Ik kan vermenigvuldigen met kommagetallen. toetsenmap g Ik kan de oefeningen van de toetsen foutloos oplossen. Cool 2.4 3 Cijferen: delen 31 a Ik ken de deelstappen. 33 b Ik kan de negenproef toepassen als controle bij een deling. 33 c Ik ken de woorden deeltal, deler, quotiënt en rest 34-35 d Ik kan delen met een nul of komma in de deler. 36 e Ik kan delen wanneer de deler bestaat uit meer dan één cijfer en met een komma. 37-45 f Ik kan deze oefeningen cijferend delen foutloos oplossen. toetsenmap g Ik kan de oefeningen van de toetsen foutloos oplossen.

Toetswijzer examen RT Maatbeker (herleidingen) Maatbeker 1. Metend rekenen: Woordenschat 10-13 a Ik ken de termen lengtematen, gewichten, inhoud, temperatuur, tijdmaten 10-13 b Ik ken de termen afstand, breedte, lengte, hoogte, dikte, diepte, gewicht, inhoud 10-13 c Ik kan de naam geven van wat ik meet. 10-13 d Ik kan zeggen in welke maat ik meet. 10-13 e Ik kan zeggen met welk instrument ik meet. 14-19 f Ik kan oefeningen maken op toetswijzer nr 1 Maatbeker 2. Metend rekenen: inhoudsmaten, lengtematen en gewichten Ik ken de referentiematen. (Ik kan wat onder de prenten staat aanvullen) 20-21 a 33 en 35 24-25 b Ik kan de passende maat geven in toepassingen. 28 c Ik kan de tabel voor herleidingen met lengte, gewicht en inhoud volledig uit het hoofd tekenen. 28-29-30 d Ik kan herleidingen uitvoeren met behulp van de tabel. 31-32 e Ik kan herleidingen uitvoeren met de pijlenmethode. 33-38 f Ik kan eenvoudige oefeningen maken met inhoud en gewicht. 39 g Ik kan de evaluatie op p 39 oplossen. toetsenmap h Ik kan de toets metend rekenen oplossen. Maatbeker 3 Metend rekenen: vierkante maten en landmaten 41 a Ik weet dat 1 m² = 100dm². Ik weet dat 1 dm² = 100cm². Ik weet dat 1 m² = 10 000 cm². 42 b Ik ken de onthoudkaders p 42 nr 2 40-43 c Ik kan eenvoudige toepassingen met vierkante maten en landmaten oplossen. 44 d Ik kan de tabel voor herleidingen met vierkante maten en landmaten volledig uit het hoofd tekenen. 44-45 e Ik kan herleidingen uitvoeren met behulp van de pijlenmethode. 46-47 f Ik kan de evaluatie op p 46-47 oplossen. Maatbeker 4 Metend rekenen: de tijd 48-49 a Ik ken de onthoudkaders p 48-49 en kan deze aanvullen. 48-49 b Ik weet hoelang een dag, een uur, een minuut, een seconde, een week, een maand, een seizoen, een jaar, een eeuw duurt. 50-55 c Ik kan rekenen met de tijd. 60 d Ik kan de evaluatie op p 60 oplossen. TIP Bekijk ook eens de evaluaties op p 69 tem p 75 We hebben hier nog niet alles van geleerd, maar een héél groot stuk wel. Dit zou je examen kunnen zijn

Toetswijzer examen RT Procenten Procenten 1 Getallen: Procenten 7 a Ik kan voorbeelden uit het dagelijkse leven geven van procenten. 8 b Ik weet wat een procent is. 9 Ik kan zeggen wat een tiendelige breuk of een decimale breuk is en voorbeelden geven. 10 c Ik weet dat een breuk een deling is. 10 d Ik kan een breuk als deling schrijven en deze uitrekenen. (met ZRM) 14 e Ik kan decimale getallen uitdrukken in breuken en voorstellen op een getallenas. 12 en 15 f Ik kan geldwaarden omzetten in eenvoudige breuken en uitdrukken als procenten. 12-14 g Ik kan procenten aanduiden op een honderdveld en uitdrukken als een breuk op noemer 100 of als decimaal getal. 17 h Ik ken de belangrijkste procenten die ik kan omzetten in eenvoudige breuken. 18 i Ik kan het rooster op p 18 volledig foutloos aanvullen. 19-21 j Ik kan via breuken een procent berekenen met tussenstappen. (Ik ken de gelijkwaardigheden) 22-23 29-32 k Ik kan de evaluatietoetsen oplossen. Procenten 2 Bewerkingen: Hoofdrekenen: Procenten 19, 20, 21 a Ik kan snel hoofdrekenen vanuit gelijkwaardigheden. en 23 Procenten 3 Toepassingen: Procenten 24-28 a Ik kan procenten berekenen op 3 manieren: - via gelijkwaardigheden en eenvoudige breuken. - met breuk op noemer 100 of decimale getallen. - met de ZRM. 33-36 b Ik kan kortingen en stijgingen berekenen op de verschillende manieren: - via hoofdrekenen. - met de ZRM - via cijferen. 33-36 c Ik kan eenvoudige toepassingen met procenten oplossen. 46-47 d Ik kan de intrest berekenen met een tijdsperiode van 1 jaar. 46-47 e Ik kan de intrest berekenen met een wisselende tijdsperiode. 48-49 f Ik kan de BTW berekenen bovenop een product. 48-49 g Ik kan de nettoprijs berekenen, exclusief BTW. h Ik kan punten op mijn rapport omzetten in een procent.

Toetswijzer examen RT Ruimtefiguren Ruimtefiguren 1. Meetkunde: Ruimtelichamen 5 a Ik ken de definitie van een vlakke figuur. 5 b Ik ken de definitie van een ruimtefiguur of lichaam. 5 c Ik ken de definitie van een veelhoek. 5 d Ik ken de definitie van een regelmatige veelhoek. 5 e Ik ken de definitie van een driehoek. 5 f Ik ken de definitie van een vierhoek. 6 g Ik kan vlakke figuren herkennen in de omgeving en benoemen. 6-9 h Ik ken deze ruimtefiguren en kan ze correct benoemen: kubus, balk, piramide, rechthoekig prisma, cilinder en bol. 5 i Ik ken het verschil tussen een vlakke figuur en een ruimtelichaam. 9 j Ik weet wanneer ik omtrek, oppervlakte of volume moet berekenen. 10 k Ik ken de definitie van een kubus en een balk. 10 l Ik weet wat een ribbe, een hoek, een bovenvlak, een zijvlak en een grondvlak is en kan dit benoemen. 12 m Ik weet bij een ontwikkeling welk ruimtelichaam ik bekom. 11-14 n Ik kan de ontvouwing van een kubus en een balk aanduiden en tekenen. o Ik weet dat ontvouwing en ontwikkeling hetzelfde betekent. Ruimtefiguren 2. Meten: volume van kubus en balk en regelmatig prisma 29-37 a Ik ken de formule om de inhoud van een kubus, een balk en een regelmatig prisma te berekenen. 29-37 b Ik kan de formule toepassen in toepassingen en het volume berekenen. TIP Bekijk ook de evaluatie op p38-39. Je kan hier al een groot deel van oplossen. Dit zouden examenoefeningen kunnen zijn