HOUTEKOP vzw - www.houtekop.be - 011 68 77 86
1. Het verhaal van Hoffelijke Hendrik Simon is verliefd op Mira. Maar Mira niet op Simon. Ze vindt hem helemaal niet tof. Simon begrijp er niets van. Hij vindt zichzelf best een coole jongen. Op een avond staat er, zomaar uit het niets, een echte ridder in zijn kamer. Ridder Hendrik weet wat het probleem is: Simon gedraagt zich niet als een ridder. Hij is onbeleefd tegen iedereen. Hij lacht iedereen uit die er volgens hem wat raar uitziet. Hij heeft geen respect voor oudere mensen of voor het milieu. Hij vindt het niet belangrijk dat mensen rekening houden met elkaar. Ridder Hendrik is dui-
delijk: als Simon het hart van jonkvrouw Mira wil veroveren, zal hij eerst moeten leren om hoffelijk te zijn.
Zet bij elke tekening de juiste zin. 1. Simon is niet lief tegen Tjabie. Hij vindt Tjabie raar omdat zijn huid een andere kleur heeft. 2. De dame verwacht een kindje. Simon vindt haar een dikke oliebol. 3. Simon is onbeleefd tegen de oude vrouw. Hij vindt haar een dove kwartel! 4. Simon is bang van Frank en Freddy, alleen maar omdat die jongens een beetje rare kleren dragen. 5. Simon heeft zijn blikje zomaar op de grond gegooid. Daarom is de oude vrouw een beetje boos. 6. Mama vraagt of Simon zijn kamer wil opruimen. Simon speelt liever met zijn riddertjes. 7. Ridder Hendrik komt uit het verleden. Hij komt uit de middeleeuwen. Tovenaar Merlijn heeft hem naar onze tijd getoverd. 8. Ridder Hendrik kan met een toverspreuk de kamer van Simon opruimen. Maar vanaf nu moet Simon dat wel zelf doen. Dan is mama blij. 9. Tjabie en Mira vinden de rekensommen heel moeilijk. 10. Ridder Hendrik zet de tijd even stil. Hij leert Simon hoe hij hoffelijk moet zijn. 11. Hendrik zegt dat het niet fijn is als mensen je uitlachen. Of vindt Simon het misschien wel leuk als iemand Flappie tegen hem zegt? 12. Simon belooft dat hij Mira en Tjabie zal helpen met de rekensommen. Mira en Tjabie zijn heel blij. Mira is zelfs een beetje verliefd op Simon. 13. De drie vriendjes gaan samen zwemmen. En de zus van Tjabie maakt lekkere rusks voor hen. Dat zijn koekjes uit Afrika. 14. Simon is lief voor de vrouw die een kindje verwacht. Zij wil haar zoontje misschien zelfs Simon noemen. 15. De oude vrouw wil Simon een snoepje geven. Ze vindt hem een lieve jongen. 16. Simon is niet meer bang voor Frank en Freddy. Mensen die er anders uitzien, zijn ook vaak tof. 17. Mira vindt hoffelijke Simon heel lief. Ze geeft hem een dikke kus. 18. Tovenaar Merlijn slaat Simon tot een echte ridder.
A: B: C: D: E: F:
G: H: I: J: K: L:
M: N: O: P:
Q: R:
2. Word zelf een hoffelijke ridder of jongvrouw 2.1 Wat is hoffelijkheid? Hoffelijke mensen zijn beleefd, behulpzaam en vriendelijk. Ze hebben respect voor andere mensen, de dieren en het milieu. Een goed voorbeeld van een hoffelijke persoon is de.. Verbind de cijfertjes in de juiste volgorde.
2.2 De ridder Hoe werd je vroeger ridder? Als jongens van adel 10 jaar werden, moesten ze het kasteel van hun vader verlaten. Ze werden dan schildknaap. Ze werden heel streng opgevoed. Ze leerden paardrijden en omgaan met wapens. Wanneer ze 15 werden, werden ze tot ridder geslagen. Ze moesten hiervoor een officiële riddereed afleggen.
Hoe kan je nu ridder of hoffelijke jonkvrouw worden? Nu kan iedereen ridder worden. Het enige wat je hoeft te doen, is hoffelijk zijn. Hieronder vind je de nieuwe riddereed. Lees de riddereed hardop voor in je klas met je hand op je hart. 1. Ik zweer dat ik nooit zal liegen. 2. Ik zweer dat ik de zwakkeren zal proberen te beschermen. 3. Ik zweer dat ik beleefd zal zijn. 4. Ik zweer dat ik respect zal hebben voor iedereen. 5. Ik zweer dat ik geen afval zal laten slingeren op straat. 6. Ik zweer dat ik mijn plaats in de bus of trein zal afstaan aan zwakkeren. 7. Ik zweer dat ik trouw zal zijn aan mijn vrienden: ik zal geen ruzie met hen maken. 8. Ik zweer dat ik niemand zal pesten. 9. Ik zweer dat ik de spullen van iemand anders met respect zal behandelen. Nu ben je een echte ridder!
2.3 Hoffelijkheidstest Wil je weten of mama, papa, oma, opa, de meester, de juf, hoffelijk zijn? Doe dan de hoffelijkheidstest. Kruis aan wat juist is en bekijk dan onderaan de score. Mama/papa/ houdt de deur open voor andere mensen. Op straat laat mama/papa/ geen vuilnis slingeren. In de bus staat mama/papa/ haar/zijn plaats af aan oudere mensen. Wanneer mama/papa/ iemand tegenkomt zegt zij/hij goedendag. Mama/papa/ stopt voor overstekende kinderen. Mama/papa/ helpt anderen die autopech hebben. Als mama/papa/ haar/zijn fiets op het voetpad zet, laat zij/hij genoeg plaats voor de voetgangers. Als de buren met vakantie zijn, maakt mama/papa/ hun brievenbus leeg. Mama/papa/ praat graag met buren of mensen van een andere cultuur. Mama/papa/ maakt na 22.00 uur niet te veel lawaai. SCORE: Hoeveel vakjes heb je aangekruist? 0-3: Geen probleem, mama/papa/ heeft waarschijnlijk een slechte dag. Doe de test morgen opnieuw en het zal zeker beter gaan. 4-6: Mama/papa/ doet het goed, maar het kan nog beter. Door op kleine dingen te letten kan het nog aangenamer worden voor anderen. 7-10: Mama/papa/ is een echt voorbeeld voor anderen. Kijk goed hoe het moet!
3. Iedereen is anders en toch gelijk! Sommige mensen zien er anders uit of gedragen zich anders. Bijvoorbeeld: je hebt dunne en dikke mensen, grote en kleine mensen, blanke en zwarte mensen, blonde en bruine mensen. Sommige mensen houden van voetballen, anderen van lezen, sommige mensen dragen een beugel of een bril. Sommige mensen zitten in een rolstoel of zijn blind, Maar iedereen is gelijk. We moeten respect hebben voor elkaar. Kleur het plaatje.
4. Milieu Ons milieu is belangrijk. We moeten allemaal samen voor het milieu zorgen. Thuis en op school kan je dit doen door goed te sorteren. Op straat mag je geen afval achterlaten. Gooi het in een vuilnisbakje of neem het mee naar huis. Verbind het afval met de juiste vuilnisbak.
5. Verkeer Kleur de bolletjes van hoffelijk gedrag groen. De andere kleur je rood. Freddy en Frank staan aan het zebrapad te wachten om de straat over te steken. De mama van Simon komt aangereden en ze is erg gehaast. Ze rijdt door en laat de jongens niet oversteken. Tjabie zit op de bus. Oma stapt ook op. Er is geen plaats meer op de bus en oma moet rechtstaan. Tjabie is moe en blijft zitten. Tjabie en Mira voetballen graag op het voetpad. Hun bal rolt altijd op straat en dan gaan ze die snel halen. Simon is aan het skaten op de stoep. Er komt een klasje met kleuters aangewandeld. Simon ziet dat en stopt met skaten om het klasje door te laten. Freddy en Frank rijden met de fiets door een smal straatje. Ze fietsen naast elkaar. Er komt een auto aan. Freddy gaat achter Frank fietsen om de auto door te laten. Freddy, Frank, Tjabie, Mira en Simon staan op de stoep te praten. Er komt een man in een rolstoel aan. Hij kan niet door omdat ze niet aan de kant gaan.
6. Slot Je hebt nu geleerd wat hoffelijk zijn betekent in verschillende situaties. Bekijk de tekeningen goed en kleur de hoffelijke mensen.
7. Wat vond je van de voorstelling? Ga op het internet naar de website : www.houtekop.be Als je klikt op gastenboek kan je een berichtje achterlaten voor Simon, Mira, Hendrik en de anderen. Kleur mij!!