2. Examenvraag (3,6p)

Vergelijkbare documenten
a) Bereken het middelpunt van van cirkel C, door omzetting van de gegeven formule.

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 22 juni uur

Paragraaf 11.0 : Voorkennis

Eindexamen wiskunde B pilot havo II

RUDOLF STEINERCOLLEGE HAARLEM WISKUNDE HAVO CM/EM UITWERKING Voor elk onderdeel is aangegeven hoeveel punten kunnen worden behaald.

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Verbanden en functies

Eindexamen wiskunde B havo II

Examen havo wiskunde B 2016-I (oefenexamen)

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 maandag 23 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Oefenexamen 2 H1 t/m H13.2 uitwerkingen. A. Smit BSc

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 14 mei uur

2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax

Tentamen Wiskunde B CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN WISKUNDE. Datum: 19 december Aantal opgaven: 5

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

wiskunde B pilot havo 2016-I

De vergelijking van Antoine

Eindexamen wiskunde B vwo I

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 maandag 15 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

OEFENPROEFWERK VWO B DEEL 3

11.1 De parabool [1]

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 1 vrijdag 19 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 22 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO wiskunde B. tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 donderdag 23 juni 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Samenvatting wiskunde havo 4 hoofdstuk 5,7,8 en vaardigheden 3 en 4 en havo 5 hoofdstuk 3 en 5 Hoofdstuk 5 afstanden en hoeken Voorkennis Stelling van

wiskunde B pilot vwo 2017-I

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 14 mei uur

f. Wat is de halveringstijd van deze uitstervende diersoort uitgaande van de formule: N ,88 t, t in jaren t=0 betekent ?

Examen havo wiskunde B 2016-I (pilot)

wiskunde B vwo 2017-I

Wiskunde oefentoets hoofdstuk 10: Meetkundige berekeningen

Opgave 1 Bestudeer de Uitleg, pagina 1. Laat zien dat ook voor punten buiten lijnstuk AB maar wel op lijn AB geldt: x + 3y = 5

Eindexamen vwo wiskunde B pilot 2013-I

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

opdrachten bij hoofdstuk 7 Lijnen cirkels als PDF

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 donderdag 23 juni 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 21 juni uur

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 20 mei uur

Checklist Wiskunde B HAVO HML

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2002-I

2 1 e x. Vraag 1. Bereken exact voor welke x geldt: f (x) < 0,01. De vergelijking oplossen:

wiskunde B pilot vwo 2017-II

4.1 Rekenen met wortels [1]

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Vraag Antwoord Scores. Het verschil is (0,0017 uur, dat is) 6 seconden (of nauwkeuriger) 1

Paragraaf 4.1 : Kwadratische formules

Oefentoets uitwerkingen

Examen VWO. wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen VWO. wiskunde B1,2

Oefentoets Versie A. Vak: Wiskunde Onderwerp: Meetkunde Leerjaar: 1 (2017/2018) Periode: 3

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2004-I

Transformaties van grafieken HAVO wiskunde B deel 2. Willem van Ravenstein Haags Montessori Lyceum (c) 2016

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

wiskunde B pilot havo 2015-I

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 18 mei uur

Inhoud. 1 Ruimtefiguren 8. 4 Lijnen en hoeken Plaats bepalen Negatieve getallen Rekenen 100

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

wiskunde B havo 2017-II

Factor = het getal waarmee je de oude hoeveelheid moet vermenigvuldigen om een nieuwe hoeveelheid te krijgen.

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 1 dinsdag 20 mei uur

Definitie van raaklijn aan cirkel: Stelling van raaklijn aan cirkel:

Noordhoff Uitgevers bv

Examen VWO wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Voorbeeldtentamen Wiskunde B

De parabool en de cirkel raken elkaar in de oorsprong; bepaal ook de coördinaten van de overige snijpunten A 1 en A 2.

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak. Veronderstel dat een kromme in het vlak gegeven is door een parametervoorstelling

wiskunde B pilot havo 2015-II

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 21 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Voorbeeldtentamen Wiskunde B

wiskunde B havo 2017-I

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 13 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Eindexamen havo wiskunde B pilot II

Eindexamen wiskunde B pilot havo II

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

wiskunde B havo 2018-I

14.1 Vergelijkingen en herleidingen [1]

4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden

Transcriptie:

RUDOLF STEINERCOLLEGE HAARLEM WISKUNDE HAVO NG/NT KLAS 12 UITWERKING Voor elk onderdeel is aangegeven hoeveel punten kunnen worden behaald. Antwoorden moeten altijd zijn voorzien van een berekening, toelichting of argumentatie. MAX: 51 punten Tijd: 70 min, Dyslecten: 90min. 1. (3,2,3,5,5p) Cirkels. In de figuur hieronder zie je twee rakende cirkels c1 en c2 met hun middelpunten M en N. M ligt op de y-as, en diens straal is r. Er geldt dat r > s. Vanzelfsprekend is de afstand MN ook r+s. Neem voor vragen a, b en c steeds r=9 en voor s=4 a) Bereken de oppervlakte van trapezium OMNP. b) Uitgaande van M(0,9), stel de formules van cirkel c1 en c2 op. c) Stel de formule op van de lijn die door M en N heen gaat en bereken de hoek die die lijn met de x-as maakt. d) Toon op algebraïsche wijze aan dat de oppervlakte van trapezium OMNP ook kan worden gevonden met de formule ( r s) rs e) Uitgaande van de in vraag d gegeven formule en dat r+s=25 en dat OP=15, bereken de waarde van r en s. 2. Examenvraag (3,6p)

3. Algemene functievragen (2,2,3,3,3p) a) Herleid log( A) 1,7 1,6log( B) tot A=pB n b) Herschrijf t = 3log(N)-14 tot N c) Op basis van deze tabel: b g t t 2 4 5 N 1.82 11.0 19.7

veronderstelt men dat N evenredig is met een macht van t volgens: N=at b Bereken a en b. d) Voor een bepaald type mossel waarvan bekend is dat deze het water kunnen zuiveren door filtratie, is gegeven dat hun filtercapaciteit C is gegeven door: 52,7 C met C de filtercapaciteit in ml/uur en L de schelplengte van de mossel 1 179 0,693 L in mm. Bij deze formule hoort een horizontale asymptoot. Welke is dat en wat is de betekenis hiervan? 2 0,5 e) Los exact op: log( x 1) log( x 1) 2 4. (4p) Parabolen Gegeven: f ( x) x 3,5x 4,5 en g( x) 0,5x 1,5 x 2 Een verticale lijn x=p met p tussen -1 en 5 snijdt beide parabolen in resp. A en B. Bereken algebraïsch voor welke p de lengte van het lijnstuk AB maximaal is. 5. (7p) Examenvraag

RUDOLF STEINERCOLLEGE HAARLEM WISKUNDE HAVO NG/NT KLAS 12 UITW T212-HNGNT-H7911 HER Voor elk onderdeel is aangegeven hoeveel punten kunnen worden behaald. Antwoorden moeten altijd zijn voorzien van een berekening, toelichting of argumentatie. MAX: 51 punten Tijd: 70 min, Dyslecten: 90min. 1. (3,2,3,5,5p) Cirkels. In de figuur hieronder zie je twee rakende cirkels c1 en c2 met hun middelpunten M en N. M ligt op de y-as, en diens straal is r. Er geldt dat r > s. Vanzelfsprekend is de afstand MN ook r+s. Neem voor vragen a, b en c steeds r=9 en voor s=4 a) Bereken de oppervlakte van trapezium OMNP. (1) Opp trap = 0,5(r+s)(OP) (2) OP = V(MN 2-5 2 ) = 169-25=144 Dus OP=12 (3) 0,5(9+4)(12)=6*13=78. b) Uitgaande van M(0,9), stel de formules van cirkel c1 en c2 op. c1: x 2 +(y-9) 2 =81 c2: (x-12) 2 +(y-4) 2 =16 c) Stel de formule op van de lijn die door M en N heen gaat en bereken de hoek die die lijn met de x-as maakt. y=-5/12x+9 dus hoek =tan -1 (-5/12)=22,61 d) Toon op algebraïsche wijze aan dat de oppervlakte van trapezium OMNP ook kan worden gevonden met de formule ( r s) rs (1) opp trap = 0,5(r+s)(OP) (2) dus 0,5(r+s) MN ( r s) 0,5( r s) ( r s) ( r s) (3) 0,5( r s) 4 rs ( r s) rs e) Uitgaande van de in vraag d gegeven formule en dat r+s=25 en dat OP=15, bereken de waarde van r en s. (1) Opp=(r+s)V(rs) = 25V(rs) (2) OP=V((r+s) 2 -(r-s) 2 )=V(r 2 +2rs+s 2 -r 2 +2rs-s 2 )=V(4rs)=2V(rs) (3) OP=15=2V(rs) = V(rs)=7,5 dus rs=56.25 (4) Als dus rs=56,25 en r+s=25: r(25-r)=56.25 25r-r 2 =56.25 (5) r=22,5 of 2,5 dus s=2,5 of 22,5 en r>s dus: r=22,5 en r=2,5 2. (9p) Examenvraag.

3. Algemene functievragen (2,2,3,3,3p) a) Herleid log( A) 1,7 1,6log( B) tot A=pB n (1) A=10 1,7 *B 1,6 dus p=50.11 en n=1.6 b) Herschrijf t = 3log(N)-14 tot (1) t+14=log(n 3 ) (2) N 3 =10 (t+14) (3) N=10 (1/3)(t+14) (4) N=10 (t/3) *10 (14/3) c) Op basis van deze tabel: veronderstelt men dat N N b g macht van t volgens: N=at b Bereken a en b. (1) 1,82=a2 b en 19,7=a5 b (2) a=1,82/2 b en a=19.7/5 b (3) GRM: intersect: b=2.5999 Y=0,3003 dus: b=2,6 en a=0,3 t t 2 4 5 N 1.82 11.0 19.7 evenredig is met een d) Voor een bepaald type mossel waarvan bekend is dat deze het water kunnen zuiveren door filtratie, is gegeven dat hun filtercapaciteit C is gegeven door: 52,7 C met C de filtercapaciteit in ml/uur en L de schelplengte van de mossel 1 179 0,693 L in mm. Bij deze formule hoort een horizontale asymptoot. Welke is dat en wat is de betekenis hiervan? (1) Als L=groot: breuk wordt 52,7/(1+179*0) dus 52,7 (2) Betekenis: Bij nóg grotere schelplengte blijft de filtercap beperkt tot 52,7

e) Los exact op: (1) log( x 1) log( x 1) 2 2 0,5 2 0,5 2 log( x 1) log( x 1) 2 log( x 1) log( x 1) 2 log( x 1)( x 1) 2 log( x 1) 2 x 2 5, x 5 4. (4p) Parabolen Gegeven: f ( x) x 3,5x 4,5 en g( x) 0,5x 1,5 x 2 Een verticale lijn x=p met p tussen -1 en 5 snijdt beide parabolen in resp. A en B. Bereken algebraïsch voor welke p de lengte van het lijnstuk AB maximaal is. (1) Lengte = f-g = v( x) x 3,5x 4,5 -(0,5x 1,5 x 2) v x x x 2 ( ) 0,5 2 2,5 dv dv x 2. 0 voor x 2. Lengte 4,5 dx dx

5. (7p) Examenvraag