Waterschap Hunze en Aa's KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28 Projectnummer: 28631 Status Definitief Datum januari 29 Opgesteld door Matthijs Koole Gecontroleerd Jouke Kampen AquaTerra KuiperBurger ATKB Geldermalsen Poppenbouwing 34, 4191 NZ Geldermalsen
SAMENVATTING Waterschap Hunze en Aa's heeft AquaTerra - KuiperBurger B.V. gevraagd een visstandbemonstering uit te voeren in het KRW-waterlichaam kanalen Hunze-Veenkoloniën. De bemonstering heeft tot doel een representatief beeld te krijgen van de visstand. Om deze doelstelling te realiseren en te voldoen aan de eisen van de KRW moet de bemonstering antwoord geven op de volgende vragen: - Wat is de soortensamenstelling van de visstand? - Wat is de omvang (abundantie) van de visstand, zowel in aantallen als in biomassa? - Wat is de lengtesamenstelling (leeftijdsopbouw) van de visstand? - Wat is de score van de visstand op de KRW-maatlatten? Het kanalensysteem omvat een groot aantal kanalen. Voor het onderhavige onderzoek is het waterlichaam opgedeeld in een zevental kerngebieden: Kielsterdiep-Kieldiep- Grevelingskanaal, Stadskanaal, A.G. Wildervanckkanaal, Pekel Aa, Weerdingermond- (Verlengde)-Scholtenskanaal, Ter Apel kanaal-stadscompascuumkanaal-oosterdiep en Zijwateren. De totale lengte van het kanalensysteem bedraagt bijna 16 km. Het waterlichaam is getypeerd als M6, grote ondiepe kanalen. De bemonstering is uitgevoerd van 19 t/m 29 september 28. De kanalen zijn vrijwel allemaal met de combinatie van zegen en elektrovisapparaat bemonsterd. De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn: - De omvang van de visbiomassa in de kerngebieden varieert van 52,7 kg/ha in de Pekel Aa tot 192,9 kg/ha in Weerdingermond-(Verlengde)-Scholtenskanaal. De gewogen gemiddelde omvang van de visstand bedraagt 17,2 kg/ha en 4.3 stuks/ha. - De samenstelling van de visstand wordt gedomineerd door eurytope soorten met een gewichtsaandeel van gemiddeld 9%. Naast eurytopen zijn voornamelijk limnofiele soorten aangetroffen. - Van de individuele soorten heeft brasem in de meeste kerngebieden het grootste gewichtsaandeel. - Het aantal aangetroffen soorten in het kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën bedraagt 19 (exclusief hybride). - Over het algemeen kunnen in de lengte-frequentieverdelingen alleen de jongste jaarklassen van de meest algemene soorten worden onderscheiden. - Bij toetsing aan de natuurlijke maatlat wordt de visstand in de kerngebieden beoordeeld van slecht tot matig. De visstand is getoetst aan de natuurlijke referentie voor meervormige wateren (type M14) waardoor de beoordeling een vertekend beeld kan geven. - De gewogen gemiddelde visstand in het kanalensysteem wordt op de natuurlijke maatlat voor M14 beoordeeld als matig en op de afgeleide maatlatten voor M6a en M6b wordt voldaan aan respectievelijk het GEP en MEP. Aanbevolen wordt om een specifieke MEP/GEP af te leiden voor het waterlichaam met een hoger ambitieniveau. Op basis van de aangetroffen visstand ligt het voor de hand om te kiezen voor een MEP met een lager gewichtsaandeel brasem+karper, een hoger gewichtsaandeel plantminnende vis en een groter aantal plantminnende en migrerende soorten. Voor de natuurlijke maatlat heeft het waterschap het ambitieniveau reeds naar beneden bijgesteld (GET=,6). Tevens wordt aanbevolen om de oevers van de kanalen natuurlijker in te richten wat een positief effect zal hebben op de vegetatieontwikkeling en daarmee op de diversiteit van de visstand. Het waterschap heeft de aanleg van 24 km natuurvriendelijke oever gepland wat neerkomt op 25% eenzijdig. Ook zal een vijftal belangrijke migratieknelpunten worden opgeheven.
INHOUDSOPGAVE Samenvatting...2 1. Inleiding...4 2. Materiaal en methode...5 2.1. Onderzoeksgebied...5 2.2. Bemonsteringsperiode...5 2.3. Vangtuigen en wijze van bemonsteren...5 2.4. Verwerking van de vangsten...7 2.5. Verwerking van de gegevens...7 2.5.1. Berekening omvang visbestand...7 2.5.2. Presentatie gegevens...8 2.5.3. Beoordeling met maatlatten...8 3. Resultaten...1 3.1. Algemene opmerkingen...1 3.2. Bestandschatting...1 3.3. Lengtesamenstelling...13 3.4. Beoordeling met maatlatten...13 3.5. Beschermde soorten...16 3.6. Exoten...16 4. Discussie...17 4.1. Uitvoering bemonstering...17 4.2. Omvang visstand...17 4.3. Maatlatbeoordelingen...17 4.4. Knelpuntenanalyse...18 5. Conclusies en aanbevelingen...19 5.1. Conclusies...19 5.2. Aanbevelingen...2 Literatuur...21 Bijlagen...22
1. INLEIDING Aanleiding In de Europese Unie is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in het nationale waterbeheer van kracht. Het doel van deze richtlijn is de toestand van aquatische ecosystemen (en daarmee verband houdende ecosystemen en gebieden) waar mogelijk te verbeteren. Duurzaam gebruik van water wordt hierdoor bevorderd. Monitoring van ecologische en chemische parameters moet aantonen of een watersysteem voldoet aan het gestelde doel van een goede toestand. Met de invoering van de KRW heeft vis een vaste plaats gekregen in de beoordeling van de ecologische waterkwaliteit. Voor het afleiden van de doelen voor vis voor sterk veranderde wateren is informatie over de actuele visstand gewenst. In 27 heeft in het beheersgebied van waterschap Hunze en Aa s onder andere een visstandonderzoek plaatsgevonden in het kanalensysteem Duurswold en in de Drentsche Aa (ref. 5 en 6). Als onderdeel van het KRW-monitoringsprogramma van waterschap Hunze en Aa s is in 28 de visstand in het waterlichaam kanalen Hunze-Veenkoloniën door ATKB bemonsterd. Doel Doel van het onderzoek is te komen tot een representatief beeld van de visstand in de kerngebieden van het kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën. Voor de KRW moeten drie indicatoren van de visstand worden vastgesteld; de soortensamenstelling, abundantie en leeftijdsopbouw. Het visstandonderzoek geeft per onderscheiden kerngebied antwoord op de volgende vragen: - Wat is de soortensamenstelling van de visstand? - Wat is de omvang (abundantie) van de visstand, zowel in aantallen als in biomassa? - Wat is de lengtesamenstelling (leeftijdsopbouw) van de visstand? - Wat is de score van de visstand op de KRW-maatlatten? Leeswijzer In het voorliggende rapport wordt verslag gedaan van de visstandbemonstering. Het rapport is als volgt opgebouwd: - in hoofdstuk 2 worden het onderzoeksgebied, de gehanteerde bemonsteringsstrategie en vangtuigen, verrichte inspanning en de verwerking van de gegevens beschreven; - de resultaten van het onderzoek worden gegeven in hoofdstuk 3; - in hoofdstuk 4 worden de resultaten besproken; - conclusies en aanbevelingen worden in hoofdstuk 5 gegeven; - in de bijlagen zijn de kaarten (onderzoeksgebied en bemonsterde trajecten), grafieken (lengtefrequentieverdelingen) en tabellen (indelingen in gildes, bestandschattingen deelgebieden en maatlatgegevens) opgenomen, waar in de hoofdtekst naar wordt verwezen. ATKB Geldermalsen 4 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
2. MATERIAAL EN METHODE 2.1. Onderzoeksgebied Het kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën omvat een groot aantal kanalen. Het kanalensysteem is gelegen van in het oosten van Groningen en het noorden van Drenthe. Voor de visstandbemonstering is het waterlichaam kanalen Hunze-Veenkoloniën opgedeeld in zeven kerngebieden (zie tabel 2.1). De lengte van de kerngebieden bedraagt ca. 7% van de totale lengte van het kanalensysteem. Tabel 2.1. Onderscheiden kerngebieden in het kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën met bijbehorende lengte en bemonsteringsinspanning. Kerngebied Lengte (km) Aantal trajecten Inspanning (%) Kielsterdiep 2,4 6** 8,8 Kieldiep Grevelingskanaal Stadskanaal 8,7 3 1,3 A.G. Wildervanckkanaal 9,8 3 9,2 Pekel Aa 11,4 3** 7,9 Weerdingermond 28,7 5 5,2 (Verlengde) Scholtenskanaal Ter Apel kanaal 19,4 3 4,6 Stads Compascuuum kanaal Oosterdiep Zijwateren* 1,5 2 5,7 Totaal 19, 25 * Tot het kerngebied zijwateren behoren de wateren Veendiep, Boezemkanaal, Voedingsleiding, Bourtangerkanaal noord en de zijtak van het BL Tijdenskanaal. In elk van deze vijf wateren is één traject bemonsterd. ** In deze kerngebieden is in overleg met het waterschap één traject minder bemonsterd dan aanvankelijk gepland was. Het waterlichaam kanalen Hunze-Veenkoloniën is getypeerd als M6, grote ondiepe kanalen. De ligging van de diverse kanalen is weergegeven op de kaart in bijlage 1. In deze bijlage zijn tevens de bemonsterde trajecten weergegeven. De totale lengte van het waterlichaam bedraagt ca. 162 km. De breedte van de kanalen varieert van circa 1 tot 25 m. De diepte bedraagt ongeveer 1,5 à 2,5 m en het doorzicht varieert van,3 tot,8 m. De oevers van de kanalen zijn grotendeels beschoeid (damwand/hout). Emergente vegetatie was dan ook in beperkte mate aanwezig. De meest aangetroffen soorten waren riet, liesgras, rietgras, lisdodde en pijlkruid. Als submerse en drijfblad vegetatie werd tijdens de bemonstering vooral grof hoornblad, smalle waterpest, krabbescheer en gele plomp aangetroffen. In bijlage 3 is een overzicht gegeven van een aantal milieuparameters welke per bemonsterd traject zijn genoteerd. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van de aangetroffen vegetatie. 2.2. Bemonsteringsperiode Volgens de STOWA-richtlijnen dient een visstandbemonstering uitgevoerd te worden in de periode half juli tot half september, wanneer de vis willekeurig verspreid over het water voorkomt (ref. 8). De bemonstering van het kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën is uitgevoerd van 19 tot en met 29 september 28 en voldoet hiermee niet geheel aan de richtlijnen. In praktijk blijkt echter dat er tot ongeveer half oktober geen problemen ontstaan met clustering. 2.3. Vangtuigen en wijze van bemonsteren De bemonstering is uitgevoerd in samenwerking met twee medewerkers van visserijbedrijf E. Westerhuis. Op twee trajecten na zijn alle trajecten bemonsterd met de combinatie zegen+elektrovisserij. Twee trajecten zijn uitsluitend elektrisch bemonsterd vanuit een boot. ATKB Geldermalsen 5 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
De uitvoering van de visstandbemonstering is gebaseerd op de Bevist-Oppervlak-Methode uit het STOWA-handboek (ref. 8). Met deze methode wordt een bepaald oppervlak op bevist met een vangtuig waarvan het vangstrendement bekend is. Uit de vangsten en de beviste oppervlaktes wordt met behulp van de rendementen een schatting van de omvang en samenstelling van de visstand berekend. De wijze van bemonsteren en de gehanteerde vangtuigen verschillen voor de diverse onderzochte delen van het kanalensysteem. De aanpak wordt als volgt samengevat: In de smalle delen van de boezem (breedte tot ongeveer 8 m) is aan het begin van het traject een keernet overdwars geplaatst. Vervolgens is een stuk van 3 m uitgemeten (GPS) en met het elektrovisapparaat vanuit een boot afgevist. Eventueel vluchtende vis wordt door het keernet tegengehouden. In de bredere kanalen is een traject van 3 m aan weerszijden met keernetten afgezet. Het traject is eerst met een zegen afgevist door het net over de gehele lengte van het traject door het water te slepen. Vervolgens is de visstand in de oeverzone bemonsterd met het elektrovisapparaat. Onderstaand volgt een korte toelichting op de gehanteerde vangtuigen en de bijbehorende rendementen. Voor meer informatie wordt verwezen naar ref. 8. Elektrovisapparaat De oeverzones van de kanalen zijn bemonsterd met een 5 kw elektrovisapparaat vanuit een boot. Daarnaast zijn de trajecten in het Oosterdiep over de hele breedte elektrisch bemonsterd. Het rendement van het elektrovisapparaat is voor oeverzones vastgesteld op 3% voor snoek en 2% voor de overige vissoorten. Voor wateren die over de volledige breedte worden bevist, is het rendement vastgesteld op 6% voor alle vissoorten (ref. 8). Figuur 2.1 Schematische weergave elektrovisserij (ref. 8) en foto van elektrovisserij vanuit de boot. Zegen Voor de bemonstering van de meeste kanalen is een zegen ingezet. De zegen is een staand net, samengesteld uit een grote zak met aan beide zijden een lange vleugel. Voor het onderzoek zijn de lijnvormige wateren met een zegen bemonsterd door het net over de gehele breedte van de watergang uit te leggen. Vervolgens is de zegen aan weerszijden van het water over een lengte van 3 m naar een keernet toegetrokken. Aan het einde van het traject is de zegen langs het keernet naar één van de oevers getrokken en daar binnengehaald. Tijdens het voorttrekken en binnenhalen wordt de omsloten vis naar de zak van de zegen geleid. ATKB Geldermalsen 6 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Figuur 2.2 Schematische weergave van een zegen (ref. 8) en het binnenhalen van een zegen langs een keernet. Voor de bemonstering is gebruik gemaakt van een zegen van ATKB met een lengte van 75 m. De maaswijdte van de zegen is in de vleugels 4 mm hele maas, afnemend tot 12 mm in de zak. Het rendement van de zegen is voor alle vissoorten vastgesteld op 8%. Voor een met keernetten afgezet traject dat over de volledige lengte eerst met zegen en daarna met elektrovisapparaat is bevist, wordt voor de zegen met een rendement van 1% gerekend. Aangenomen wordt dat de vis die niet wordt gevangen met de zegen in de oever vlucht en met het elektrovisapparaat wordt bemonsterd. Het rendement voor het elektrovisapparaat blijft in dit geval 3% voor snoek en 2% voor overige vis (ref. 8). 2.4. Verwerking van de vangsten De gevangen vissen zijn op soort gesorteerd, gemeten (in cm totaallengte) en geteld. Uit grote vangsten zijn eerst bijzondere soorten en grote vissen geselecteerd. De overige vissen zijn gesorteerd in functionele lengtegroepen, waarna op gewichtsbasis monsters zijn genomen. De vissen in de monsters zijn vervolgens gesorteerd, gemeten en geteld. 2.5. Verwerking van de gegevens De vangstgegevens zijn per traject ingevoerd in het databeheerprogramma Piscaria. Dit programma is in opdracht van de STOWA ontwikkeld voor het beheer en opslag van gegevens van visstandbemonsteringen. Piscaria bevat standaard lengte-gewicht relaties van alle vissoorten voor het omrekenen van aantallen vissen naar biomassa. Met deze relaties is voor elke soort het aantal vissen per cm-klasse omgerekend naar biomassa. 2.5.1. Berekening omvang visbestand Voor het maken van de bestandschattingen zijn de oppervlaktes van de wateren en de verschillende deelgebieden nodig. De oppervlaktes zijn bepaald door de lengte van het kanaal (of deel van het betreffende kanaal) af te lezen in GIS en te vermenigvuldigen met de gemeten (gemiddelde) breedte in het veld. De gehanteerde oppervlaktes staan in tabel 2.1 en de beviste oppervlaktes zijn opgenomen in bijlage 2. Met behulp van Piscaria zijn de vangsten omgerekend naar bestandschattingen. De bestanden zijn conform de beschrijving in het STOWA-handboek op de volgende wijze berekend (ref. 8): 1. Per onderscheiden deelgebied is de vangst van de afzonderlijke trajecten/trekken per vangtuig gesommeerd; 2. De som van stap 1 is gedeeld door het totaal beviste oppervlak van het betreffende deelgebied. ATKB Geldermalsen 7 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
3. De resultaten verkregen onder stap 2 zijn gedeeld door de rendementen van de betreffende vangtuigen, wat resulteert in een schatting per deelgebied. 4. Het visbestand voor de verschillende kanalen en het waterlichaam als geheel is berekend door het naar oppervlak gewogen gemiddelde te nemen van de schattingen per deelgebied. Voor de deelgebieden waarin trajecten van 3 m over de gehele lengte met de combinatie van zegen en elektrovisapparaat zijn bemonsterd, wordt een afwijkende berekeningswijze gehanteerd. Eerst zijn per traject de vangsten met het elektrovisapparaat gecorrigeerd voor het rendement (rendement zegen wordt op 1% gesteld). Vervolgens zijn de vangsten met zegen en elektrovisapparaat per traject gesommeerd. Het gemiddelde van de resultaten per traject geeft het bestand per deelgebied, waarna het bestand per kanaal berekend kan worden (zie stap 4). 2.5.2. Presentatie gegevens Voor het presenteren van de bestandschattingen zijn de gevangen vissoorten ingedeeld in ecologische groepen en gilden. De indeling in ecologische groepen wordt beschreven in het STOWA-handboek. De ecologische groepen zijn voornamelijk gebaseerd op de voedselvoorkeur en hangen samen met de lengte van de vissoorten. Voor snoek wijkt de indeling af van de overige vissoorten, omdat deze vooral uitgaat van de voorkeur van deze vissoort voor een bepaald habitat. Naast ecologische groepen zijn de vissoorten ingedeeld in de stromingsgilden volgens de indeling die volgens de KRW-maatlatten worden gehanteerd (zie bijlage 5) Met behulp van Piscaria zijn lengte-frequentieverdelingen (LF s) van de gevangen vissen gegenereerd. De LF s worden per kerngebied gepresenteerd. In de bijlage is de bestandschatting voor de Zijwateren ook uitgesplitst per zijwater. Alle foto s, figuren, kaarten en tabellen uit de rapportage staan tevens op een bijgeleverde CD. 2.5.3. Beoordeling met maatlatten Na het berekenen van het bestand per hectare is de visstand per kanaal getoetst aan een natuurlijke referentie en de default-mep/gep's voor een groot ondiep kanaal (M6). Kanalen zijn kunstmatige wateren waarvoor vanzelfsprekend geen natuurlijke referentie bestaat. Daarom zijn de kanalen beoordeeld met de natuurlijke maatlat voor het meest overeenkomende type; ondiepe gebufferde plas (M14). De maatlatbeoordelingen zijn uitgevoerd met het programma QBWat (ref. 12). De maatlatten werken volgens de principes van de index voor de biotische integriteit. De score op de maatlat is een waarde tussen en 1. Bij score vertoont de visstand een slechte overeenkomst met het streefbeeld (natuurlijke referentie of MEP) en bij score 1 komt deze volledig overeen met het streefbeeld. Onderstaande tekstkaders behandelen de opbouw van de gehanteerde maatlatten. De navolgende figuur geeft een overzicht van de klassen op de natuurlijke maatlat. Opbouw natuurlijke maatlat M14 ondiepe gebufferde plas Voor een uitgebreide beschrijving van de maatlat wordt verwezen naar ref. 9 en voor de indeling in gilden naar bijlage 5. Voor het beoordelen van de visstand in natuurlijke wateren van type M14 worden de volgende deelmaatlatten gehanteerd: - Aantal soorten. - Brasem; het biomassa-aandeel brasem. - Baars+blankvoorn; het biomassa-aandeel baars en blankvoorn van alle eurytopen. - Plantminnende vis; het biomassa-aandeel aan snoek, ruisvoorn, zeelt, kroeskarper, bittervoorn, giebel, grote modderkruiper, kleine modderkruiper, tiendoornige stekelbaars en vetje. - Zuurstoftolerante vis; het biomassa-aandeel aan zeelt, grote modderkruiper en kroeskarper. De scores op de vijf deelmaatlatten tellen even zwaar mee in de totaalbeoordeling. ATKB Geldermalsen 8 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Opbouw default-mep/gep M6 groot ondiep kanaal Voor een uitgebreide beschrijving van de default-mep/gep wordt verwezen naar ref. 7. Voor de indeling in gilden wordt verwezen naar bijlage 5. De default-mep/gep s voor kanalen en sloten zijn gebaseerd op de natuurlijke maatlat voor meren. Een aantal deelmaatlatten bleek niet geschikt te zijn voor lijnvormige wateren en deze zijn aangepast of vervangen. Dit heeft geresulteerd in de volgende deelmaatlatten voor het type M6: - Brasem+karper. - Plantminnende vis. - Aantal migrerende en plantminnende soorten. De scores op de drie deelmaatlatten tellen even zwaar mee in de totaalbeoordeling. Voor type M6 is een MEP opgesteld voor kanalen met scheepvaart en een MEP voor kanalen zonder scheepvaart. De aangetroffen visstand is aan beide MEP s getoetst. Figuur 2.3 Links ruisvoorn uit A.G. Wildervanckkanaal rechts roofblei uit Ter Apel kanaal. 1,8,6 Zeer Goede Ecologische Toestand Goede Ecologische Toestand (GET) 1,8,6 Goed Ecologisch Potentieel (GEP) Matig Matig,4,4 Ontoereikend Ontoereikend,2,2 Slecht Slecht Natuurlijke maatlat Afgeleide maatlat Figuur 2.4 De klassen van de natuurlijke en afgeleide maatlat met bijbehorende kleurcodering (voor de afgeleide maatlat geldt dat het MEP gelijk is aan 1, de bovengrens van het GEP). ATKB Geldermalsen 9 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
3. RESULTATEN 3.1. Algemene opmerkingen Bij de bemonstering van het kanalensysteem werd veel hinder ondervonden van vuil (fietsen, oude beschoeiing, planken e.d.) in het water. Hierdoor werd het vissen met de zegen bemoeilijkt en ging soms een deel van de vangst verloren. Over het algemeen werd relatief weinig vis gevangen, ook op plaatsen waar de bevissing zonder problemen verliep. 3.2. Bestandschatting De onderstaande tabellen en figuren presenteren de bestandschattingen in de onderscheiden kerngebieden en het kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën als geheel. In bijlage 7 zijn de schattingen voor alle kerngebieden uitgewerkt per ecologische groep. Voor de kerngebieden varieert de aangetroffen biomassa van ruim 52 kg/ha in de Pekel Aa tot bijna 193 kg/ha in Weerdingermond. In aantallen fluctueren de bestandschattingen van 951 stuks/ha in de Pekel Aa tot 7.34 stuks/ha in Weerdingermond. De gewogen gemiddelde bestandschatting voor het kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën bedraagt 17,2 kg/ha en 4.3 stuks/ha. Een dergelijke schatting is aan de lage kant voor kanalen. De schatting is wel van vergelijkbare omvang als de bestandschatting voor het kanalensysteem Westerwolde 28 en het kanalensysteem Duurswold in 27 (ref. 6). Figuur 3.1 Links A.G. Wildervanckkanaal, rechts obstakels in het Grevelingskanaal. ATKB Geldermalsen 1 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Tabel 3.1. Bestandschattingen in kg/ha voor de onderscheiden kerngebieden en het kanalensysteem als geheel in 28. Kielsterdiep-Kieldiep- Grevelingskanaal Stadskanaal A.G. Wildervanckkanaal Pekel Aa Weerdingermond-(Verlengde) Scholtenskanaal Ter Apel kanaal-stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Zijwateren Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze- Veenkoloniën Gilde Soortnaam Eurytoop Aal/Paling 1,9-13,6 4,5,5,5,1 2,9 Alver - - - - -,2 -, Baars 9, 5, 2,8 1,6 6,3 3,7 5,4 5, Blankvoorn 23,2 24,6 3,9 6,7 31, 27,6 2,6 2,8 Brasem 37, 22,2 14,2 33,6 74,1 7, 26,1 35,9 Driedoornige stekelbaars - - -, - - -, Hybride,1 -, -,2, -,1 Karper - - 21,6 - - 24, - 6,3 Kleine modderkruiper - - - -, - -, Kolblei 1,6 1,9 2,2 2,5 18,6 2, 2,7 6,1 Pos 2,,2,4,4 2,8,3,6 1,2 Snoek 14,2 14,3 12,3,5 33,7 7,2 22,7 16,1 Snoekbaars 5,4,6,1 1,7 2,9-2,8 2,1 Limnofiel Kroeskarper - - - -,9 - -,2 Rietvoorn/Ruisvoorn 4,1 1,3 2,4 1,2 3,5 1,3 2,5 2,5 Vetje, -, -, -,1, Zeelt 3,6-11, - 18,4 4,1 3, 7,2 Rheofiel Riviergrondel,1 -, -,, -, Winde - - 3,5 - -,1 -,4 Exoot Roofblei - - - - - 2,1 -,3 Totaal 12,2 7,1 88, 52,7 192,9 8,1 86,6 17,2, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen In totaal zijn bij de bemonstering 19 soorten aangetroffen, exclusief hybride. Het eurytope gilde is met twaalf soorten het sterkst vertegenwoordigd. Daarnaast zijn vier limnofiele soorten, twee rheofiele soorten en één exoot aangetroffen. In biomassa overheersen eurytope soorten de visstand in het kanalensysteem met een gewichtsaandeel van 9%. Het aandeel van de limnofiele soorten in de biomassa bedraagt ruim 9% en daarmee is het aandeel rheofielen en exoten verwaarloosbaar klein. De visstand in de kerngebieden laat op hoofdlijnen een vergelijkbaar beeld te zien. Op basis van aantallen is de dominantie van het eurytope gilde in de visstand met 95% zelfs nog wat groter. De overige vijf procent bestaat bijna volledig uit limnofielen. Het aandeel van de rheofielen en exoten is daarmee beperkt. De visstand in de kerngebieden laat hetzelfde beeld zien. Van de individuele soorten heeft de eurytope brasem in de meeste kerngebieden een behoorlijk aandeel in de biomassa (9 tot 64%). Ook blankvoorn en snoek hebben een aanzienlijk ge- ATKB Geldermalsen 11 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
wichtsaandeel. Karper heeft een hoog aandeel in het A.G Wildervanckkanaal (25%) en Ter Apel kanaal (3%). In aantallen zijn baars, blankvoorn en brasem het sterkst vertegenwoordigd met aandelen van 1 tot ruim 5%. Het aantalsaandeel van de overige soorten is veelal kleiner dan 1%. Tabel 3.2. Bestandschattingen in aantal/ha voor de onderscheiden kerngebieden en het kanalensysteem als geheel in 28. Kielsterdiep-Kieldiep- Grevelingskanaal Stadskanaal A.G. Wildervanckkanaal Pekel Aa Weerdingermond-(Verlengde) Scholtenskanaal Ter Apel kanaal-stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Zijwateren Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze- Veenkoloniën Gilde Soortnaam Eurytoop Aal/Paling 28-9 43 9 1 4 25 Alver - - - - - 6-1 Baars 1.98 99 283 259 1.12 495 1.214 917 Blankvoorn 2.497 1.77 178 121 1.845 1.129 1.464 1.337 Brasem 1.152 286 342 322 2.672 13 78 1.24 Driedoornige stekelbaars - - - 3 - - - Hybride 1-1 - 7 3-2 Karper - - 2 - - 3-1 Kleine modderkruiper - - - - 6 - - 1 Kolblei 15 59 195 65 893 56 247 298 Pos 311 32 11 91 34 26 88 173 Snoek 52 18 31 4 52 22 14 38 Snoekbaars 6 2 1 3 26-4 8 Limnofiel Kroeskarper - - - - 1 - - Rietvoorn/Ruisvoorn 29 63 127 4 276 33 134 157 Vetje - 2-25 - 89 13 Zeelt 22-15 - 44 7 8 27 Rheofiel Riviergrondel 12-1 - 6 3-4 Winde - - 2 - - 1 - Exoot Roofblei - - - - - 17-3 Totaal 6.456 3.76 1.371 951 7.34 1.968 4.136 4.3 = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 12 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Tabel 3.3. Biomassaverdeling van de visstand in de onderscheiden kerngebieden en het kanalensysteem als geheel in 28. 2, kg/ha 16, 12, 8, 4, Paling Blankvoorn Brasem Karper Snoek Overig eurytoop Zeelt Overig Limnofiel Rheofiel Exoot, Kielsterdiep- Kieldiep- Grevelingskanaal Stadskanaal Pekel Aa A.G. Wildervanckkanaal Weerdingermond- (Verlengde) Scholtenskanaal Ter Apel kanaal-stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Zijwateren Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën 3.3. Lengtesamenstelling Bijlage 8 presenteert de lengte-frequentieverdelingen (LF s) van de vangst per kerngebied. De lengteopbouw van de meeste soorten redelijk evenwichtig. In enkele kerngebieden is het aandeel + vis van blankvoorn en brasem gering. In de LF s van baars, blankvoorn, kolblei, pos en ruisvoorn zijn veelal wel de verschillende jongste jaarklassen (één- en tweezomerige vis) te onderscheiden. Van brasem zijn in alle kerngebieden alle lengteklassen aanwezig maar het aandeel van vissen >2 cm is relatief gering. Van de overige soorten zijn te weinig exemplaren gevangen om iets over de lengteopbouw te kunnen concluderen. 3.4. Beoordeling met maatlatten De aangetroffen visstand in de kanalen is beoordeeld met een natuurlijke maatlat voor een ondiepe gebufferde plas (M14), een afgeleide maatlat voor een ondiep groot kanaal zonder scheepvaart (M6a) en een ondiep groot scheepvaartkanaal (M6b). De toegepaste maatlatten worden in hoofdstuk 2 beschreven en onderstaande tabel presenteert de beoordelingen. De resultaten worden per KRW-type in een grafiek gepresenteerd en toegelicht. ATKB Geldermalsen 13 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Tabel 3.4. Beoordeling van de visstand in het kanalensysteem met maatlatten; M14 = ondiepe gebufferde plas; M6a = kanaal zonder scheepvaart, M6b = kanaal met scheepvaart. Maatlattype M14 M6a M6b Kerngebied Score Klasse Score Klasse Score Klasse Kielsterdiep-Kieldiep- Grevelingskanaal,48 matig,61 GEP 1, MEP Stadskanaal,39 ontoereikend,55 matig,73 GEP A.G. Wildervanckkanaal,49 matig,6 GEP 1, MEP Pekel Aa,17 slecht,31 ontoereikend,57 matig Weerdingermond (Verlengde) Scholtenskanaal,44 matig,79 GEP 1, MEP Ter Apel kanaal-stads Compascuumkanaal-Oosterdiep,58 matig,53 matig,87 GEP Zijwateren,48 matig,72 GEP 1, MEP Kanalen Hunze-Veenkoloniën totaal,48 matig,76 GEP 1, MEP Ondiepe gebufferde plas (M14) Op de natuurlijke maatlat wordt de visstand in de kanalen over het algemeen matig beoordeeld. Uitzonderingen vormen het Stadskanaal en de Pekel Aa die lager scoren. De sterke aanwezigheid van brasem en de geringe aandelen plantminnende en zuurstoftolerante vis leiden tot lage scores op de betreffende deelmaatlatten. 1,8,6 Aantal soorten Brasem Baars+blankvoorn Plantminnende vis Zuurstoftolerante vis,4,2 Referentie M14 Kielsterdiep- Kieldiep- Grevelingskanaal Stadskanaal Pekel Aa A.G. Wildervanckkanaal Weerdingermond- (Verlengde) Scholtenskanaal Ter Apel kanaal- Stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Zijwateren Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze- Veenkoloniën Figuur 3.3 Beoordeling van de visstand op de maatlat voor M14 (ondiepe gebufferde plas). ATKB Geldermalsen 14 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Ondiep groot kanaal zonder scheepvaart (M6a) De eindbeoordelingen op de afgeleide maatlat voor M6a geven een vergelijkbaar beeld als op de natuurlijke maatlat voor M14, met het verschil dat de scores allemaal wat hoger uitvallen. Het kanalensysteem als geheel voldoet aan het GEP en de visstand in de Pekel Aa en Stadskanaal wordt het laagste beoordeeld. De hoge beoordelingen hangen vooral samen met de goede scores op de deelmaatlat aandeel brasem+karper. Hoewel in de afzonderlijke kerngebieden het aantal plantminnende en migrerende soorten soms wat laag is, wordt in het kanalensysteem als geheel de maximale score op de betreffende deelmaatlat gehaald. 1,8 Brasem+karper Plantminnende vis Aantal plantminnende en migrerende soorten,6,4,2 MEP M6a Kielsterdiep- Kieldiep- Grevelingskanaal Stadskanaal Pekel Aa A.G. Wildervanckkanaal Weerdingermond- (Verlengde) Scholtenskanaal Ter Apel kanaal- Stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Zijwateren Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze- Veenkoloniën Figuur 3.4 Beoordeling van de visstand op de maatlat voor M6a (ondiep groot kanaal zonder scheepvaart) Ondiep groot scheepvaartkanaal (M6b) De beoordeling op de maatlat voor M6b wijkt af van de andere maatlatten. Met uitzondering van de Pekel Aa voldoen alle kerngebieden ruimschoots aan het GEP en vier kerngebieden en het systeem als geheel halen zelfs het MEP. Voor de Pekel Aa vormen de al eerder genoemde dominantie van brasem en het geringe aandeel plantminnende vis knelpunten. Op de deelmaatlatten brasem+karper en plantminnende vis halen alle kerngebieden (met uitzondering van de Pekel Aa) de maximale score. De score op de deelmaatlat aantal plantminnende en migrerende soorten blijft in enkele gevallen wat achter. ATKB Geldermalsen 15 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
1,8,6,4,2 MEP M6b Kielsterdiep- Kieldiep- Grevelingskanaal Stadskanaal Pekel Aa Brasem+karper Plantminnende vis Aantal plantminnende en migrerende soorten A.G. Wildervanckkanaal Weerdingermond- (Verlengde) Scholtenskanaal Ter Apel kanaal- Stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Zijwateren Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze- Veenkoloniën Figuur 3.5 Beoordeling van de visstand op de maatlat voor M6b (ondiep groot kanaal met scheepvaart) 3.5. Beschermde soorten In het kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën is één soort aangetroffen die bescherming geniet vanuit de Ff-wet (tabel 2). Het betreft de kleine modderkruiper die in lage dichtheid in Weerdingermond-(Verlengde)-Scholtenskanaal voorkomt (6 stuks/ha). Tevens zijn drie soorten aangetroffen die een vermelding op de Rode-lijst hebben. Kroeskarper en vetje hebben de vermelding kwetsbaar en winde is opgenomen als gevoelige soort. Kroeskarper is in lage dichtheid aanwezig in Weerdingermond-(Verlengde)-Scholtenskanaal (1 stuk/ha). Het vetje is aangetroffen in vier kerngebieden met een dichtheid variërend van tot 89 stuks/ha. Winde is aanwezig in het A.G. Wildervanckkanaal en in het Ter Apel kanaal- Stads Compascuumkanaal-Oosterdiep met een dichtheid van respectievelijk 2 en 1 stuks/ha. 3.6. Exoten Bij de bemonstering werd in de vorm van roofblei één exoot waargenomen. Roofblei werd in relatief lage dichtheid aangetroffen in het kerngebied Ter Apel kanaal-stadscompascuumkanaal-oosterdiep. De populatie bestond voornamelijk uit juveniele exemplaren. ATKB Geldermalsen 16 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
4. DISCUSSIE 4.1. Uitvoering bemonstering Zoals reeds eerder aangegeven werd bij de bemonstering met de zegen hinder ondervonden van vuil in het water waardoor soms een deel van de vangst verloren ging. Vooral grote vissen weten soms te ontsnappen als een zegentrek niet vlekkeloos verloopt. Dit heeft mogelijk effect gehad op de resultaten van het onderzoek. Voor die trekken die moeizaam verliepen is het rendement waarmee gerekend wordt naar beneden bijgesteld. 4.2. Omvang visstand Zoals aangegeven is het aangetroffen visbestand voor kanalen aan de lage kant. Eén van de redenen kan zijn dat de omvang van het visbestand is onderschat als gevolg van bovenstaande problemen bij de uitvoering van de bemonstering. Het visbestand is wel iets hoger dan het visbestand op het kanalensysteem Duurswold in 27 (ref. 6). Het visbestand in Duurswold was echter waarschijnlijk onderschat omdat de bemonstering laat in het najaar werd uitgevoerd en (een deel van) de vis in winterclustering zat. Als de omvang van de visstand wordt vergeleken met bestandschattingen uit 27 voor een tweetal Drentse kanalen (Oranjekanaal;15 kg/ha, Linthorst-Homankanaal; 3kg/ha) (ref. 1), en een tweetal Friese kanalen (Van Panhuyskanaal;22 kg/ha, Schoterlandse Compagnonsvaart;34 kg/ha) (ref. 11), zijn de schattingen voor het kanalensysteem Hunze- Veenkoloniën laag te noemen. Hoewel het dus niet geheel zeker is of de visstand niet is onderschat, wijst de gevarieerde samenstelling van de visstand in de verschillende kanalen op een niet al te zwaar visbestand. Zware visbestanden worden vrijwel altijd sterk gedomineerd door brasem en/of karper die weinig ruimte laten voor andere soorten. Het is goed mogelijk dat de draagkracht van het watersysteem niet bijzonder hoog is. Als gevolg van een relatief korte verblijftijd van het water in het kanalensysteem zijn de omstandigheden voor vis mogelijk minder gunstig. In wateren met een korte verblijftijd, en daarmee een aanzienlijke (periodieke) stroming, is de visbiomassa vaak lager dan op basis van de draagkracht (aan de hand van het fosfaatgehalte) verwacht mag worden. Dit beeld heeft ATKB bij tal van andere wateren bevestigd gezien. 4.3. Maatlatbeoordelingen De kanalen bezitten de status kunstmatig en daarom bestaan er vanzelfsprekend geen natuurlijke referenties voor dit watertype. Besloten is de visstand in de kanalen te beoordelen met de meest overeenkomende natuurlijke maatlat, namelijk de maatlat voor type M14, een ondiepe gebufferde plas. Uit onze ervaringen met het beoordelen van de visstand in vaarten, sloten en kanalen met natuurlijke maatlatten voor plassen is gebleken dat de visstand meestal (te) hoog scoort. In lijnvormige wateren vormt de oeverzone relatief een veel groter deel dan in meervormige wateren. Dit weerspiegelt zich in de visstand vaak in de vorm van relatief grote aandelen plantminnende en zuurstoftolerante vis en daarmee hoge beoordelingen. Een uitspraak over de kwaliteit van de visstand in waterlichamen kan daarom beter gebaseerd worden op de resultaten van de toetsing aan een MEP voor stagnante, lijnvormige wateren. Het waterschap heeft het ambitieniveau voor de natuurlijke maatlat verlaagd door het GET naar benden bij te stellen tot,6. Bij het gebruik van de afgeleide default-mep/gep s (in dit geval voor type M6a en M6b) valt op dat ook vaak een erg hoge score wordt behaald. De visstand in vier van de zeven kerngebieden voldoet op de maatlat voor M6a bijvoorbeeld aan het GEP terwijl dat op basis van de omstandigheden in deze wateren niet werd verwacht. Van een kanaal dat grotendeels beschoeid is kan niet verwacht worden dat de visstand voldoet aan de streefwaarde. Geconcludeerd kan worden dat de default-mep/gep s voor sloten, vaarten en kanalen weinig onderscheidend zijn en daarmee resulteren in (te) hoge beoordelingen. Dergelijke onverwachte hoge beoordelingen van de visstand in sloten, vaarten en kanalen zien wij ook terug in andere visstandonderzoeken die ATKB uitvoerde in dergelijke wateren. Dit kwam bijvoorbeeld ATKB Geldermalsen 17 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
naar voren bij grootschalige bemonsteringen in de beheersgebieden van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (ref. 4), Waternet (ref. 3) en Waterschap Rivierenland (ref. 2). De gehanteerde default-mep/gep s voor sloten, vaarten en kanalen zijn pas recentelijk afgeleid. Het verdient daarom aanbeveling eerst een grondige evaluatie uit te voeren alvorens conclusies aan de beoordelingen te verbinden. 4.4. Knelpuntenanalyse De hoge maatlatbeoordelingen van de kerngebieden doen vermoeden dat de visgemeenschap evenwichtig is opgebouwd. In de praktijk blijkt dit niet altijd zo te zijn. Ook uit de resultaten van de habitatinventarisaties (bijlage 3Bijlage 4) blijkt dat er knelpunten in de wateren aanwezig zijn. Zo is een groot deel van de kanalen geheel beschoeid waardoor het areaal aan paai- en opgroeigebied zeer beperkt is. Ook de beperkte presentie van (onder)watervegetatie, onder andere als gevolg van de oeververdediging en een gering doorzicht, kan een knelpunt zijn. De meeste kanalen zijn erg kaal waardoor er een beperkt areaal aan paai- en opgroeigebied en beperkte schuilmogelijkheden voor visbroed en plantminnende vis aanwezig zijn. Het waterschap heeft de aanleg van 24 km natuurvriendelijke oever gepland wat neerkomt op 25% van de oeverlengte (eenzijdig). Ook zal een vijftal belangrijke migratieknelpunten worden opgeheven wat ook positief kan uitwerken op de ontwikkeling van de visstand. Hoewel er dus duidelijke knelpunten zijn, blijkt dit niet uit de resultaten van de toetsing aan de default-mep/gep. Daarom wordt aanbevolen zelf doelstellingen voor deze wateren af te leiden waarbij de landelijke default MEP/GEP kritisch worden beschouwd. ATKB Geldermalsen 18 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 5.1. Conclusies - De omvang van de visbiomassa in de kerngebieden varieert van 52,7 kg/ha in de Pekel Aa tot 192,9 kg/ha in Weerdingermond-(Verlengde)-Scholtenskanaal. De gewogen gemiddelde visstand bedraagt 17,2 kg/ha en 4.3 stuks/ha. - De samenstelling van de visstand wordt gedomineerd door eurytope soorten met een gewichtsaandeel van 8 % in het A.G. Wildervanckkanaal tot 98 % in het Stadskanaal. Naast eurytopen zijn voornamelijk limnofiele soorten aangetroffen. - Als exoot is uitsluitend roofblei aangetroffen in het kerngebied Ter Apel kanaal- Stadscompascuumkanaal-Oosterdiep. Het gewichtsaandeel van roofblei bedraagt in dit gebied nog geen 3%. - Van de individuele soorten heeft brasem in de meeste kerngebieden het grootste gewichtsaandeel maar overal is er ook ruimte voor andere soorten. Naast brasem hebben blankvoorn en snoek een aanzienlijk gewichtsaandeel in het kanalensysteem. - Het aantal aangetroffen soorten in het kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën bedraagt 19 (exclusief hybride). Het aantal soorten per kerngebied varieert van 8 tot 14. - De lengtesamenstelling van de visstand verschilt per kerngebied. Over het algemeen kunnen in de lengte-frequentieverdelingen alleen de jongste jaarklassen van de meest algemene soorten worden onderscheiden. Brasems groter dan 2 cm komen relatief weinig voor. Mogelijk is dat een artefact van de bemonstering door de problemen met de zegenvisserij. - Bij toetsing aan de natuurlijke maatlat wordt de visstand in de kerngebieden beoordeeld van slecht tot matig. De visstand is getoetst aan de natuurlijke referentie voor meervormige wateren (type M14) waardoor de beoordeling een vertekend beeld kan geven. - De visstand wordt bij toetsing aan de afgeleide maatlatten hoger beoordeeld dan met de natuurlijke maatlat. De beoordelingen op de maatlat voor M6a (zonder scheepvaart) variëren van ontoereikend tot GEP. In drie kerngebieden en het kanalensysteem als geheel voldoet de visstand aan het GEP. Bij beoordeling met de afgeleide maatlat type M6b (scheepvaartkanaal) voldoet de visstand alleen in het kerngebied Pekel Aa niet aan het GEP. Vier kerngebieden en het systeem als geheel behalen zelfs de hoogste beoordeling (MEP). - Gezien de aangetroffen visstand en de inrichting van de kanalen worden de beoordelingen op de afgeleide maatlatten te hoog geacht. Dit hangt samen met de weinig ambitieuze default-mep/gep s voor kanalen. - Kleine modderkruiper is de enige beschermde soort die is aangetroffen. Daarnaast zijn met kroeskarper, vetje en winde drie Rode lijst soorten waargenomen. ATKB Geldermalsen 19 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
5.2. Aanbevelingen - De visstand in de bemonsterde kerngebieden voldoet in bijna alle gevallen aan het GEP of MEP. De gehanteerde landelijke default-mep/gep s blijken weinig ambitieus te zijn hetgeen we ook bij andere onderzoeken constateren. Daarom wordt aanbevolen een gebiedspecifieke MEP/GEP af te leiden met een hoger ambitieniveau. Op basis van de aangetroffen visstand verdient het aanbeveling om te kiezen voor een MEP met een lager aandeel brasem+karper en een hoger aandeel plantminnende vis. Uitgaande van het aantal aangetroffen soorten kan ook overwogen worden het MEP voor het aantal plantminnende en migrerende soorten naar boven bij te stellen. Hiervoor is nadere studie vereist naar welke soorten realistisch verwacht mogen worden en historisch voorkwamen. - Een meer natuurlijke inrichting van de oevers van de kanalen kan bijdragen aan een hogere waterplantenbedekking en daarmee aan een grotere diversiteit in de visstand. Dit kan ook een positief effect hebben op de paai- en opgroeimogelijkheden. ATKB Geldermalsen 2 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
LITERATUUR 1. Beers, M.C. & M. Koole, 28. Vismonitoring waterlichamen Reest en Wieden in 26 en 27. AquaTerra - KuiperBurger B.V., Geldermalsen. 2. Beers, M.C. & M. Koole, 28. Visstandbemonstering in twee deelgebieden van Waterschap Rivierenland in 27. AquaTerra - KuiperBurger B.V., Geldermalsen. 3. Beers, M.C, 27. KRW-visstandbemonstering waterlichamen Waternet 26. AquaTerra Water en Bodem B.V., Geldermalsen. 4. Beers, M.C, J.L. Spier, P.B. Broeckx & G. H. Bonhof, 27. Vismonitoring De Stichtse Rijnlanden 26. AquaTerra - KuiperBurger B.V. & Bureau Waardenburg B.V., Geldermalsen. 5. Bruinsma, T & M. Beers, 28. Visstandbemonstering kerngebieden Drentsche Aa 27. AquaTerra - KuiperBurger B.V., Geldermalsen. 6. Bruinsma, T & M. Beers, 28. Visstandbemonstering kanalensysteem Duurswold 27. AquaTerra - KuiperBurger B.V., Geldermalsen. 7. Evers, C.H.M., A.J.M. van den Broek, R. Buskens & A. van Leerdam, 27. KRWmaatlatten sloten en kanalen. Concept eindrapport 25 september 27. De deelstroomgebieden Rijn-West, Rijn-Midden, Rijn-Noord, Rijn-Oost, Eems en Maas, STOWA en CSN. Royal Haskoning, Taken Landschapsplanning & Allards Wateradvies. 's-hertogenbosch. 8. Klinge, M., G. Hensens, A. Brenninkmeijer & L. Nagelkerke, 23. Handboek Visstandbemonstering. Voorbereiding, bemonstering, beoordeling. STOWA, Utrecht. 9. Molen, D.T. van der & R. Pot (red.), 27. Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water, versie december 27, rapportnummer 27-32. STOWA, Utrecht. 1. Noble, R. & I. Cowx, 22. FAME Work Package 1 - Development of a river-type classification system (D1) & Compilation and harmonisation of fish species classification (D2). Final report. University of Hull, United Kingdom. 11. Vernooij, S & J. Kampen, 27. Monitoring van de visstand in een aantal wateren binnen het beheersgebied van Wetterskip Fryslân, 26. AquaTerra Water en Bodem B.V., Geldermalsen. 12. www.roelfpot.nl ATKB Geldermalsen 21 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
BIJLAGEN Bijlage 1. Overzicht onderzoeksgebied en bemonsterde trajecten (1)...23 Bijlage 2. Aantal bemonsterde trajecten per waterloop...25 Bijlage 3. Karakteristieken milieuparameters bemonsterde trajecten...26 Bijlage 4. Karakteristieken vegetatie bemonsterde trajecten...27 Bijlage 5. Soortenlijst zoete wateren en indeling (FAME)...28 Bijlage 6. Status aangetroffen soorten...3 Bijlage 7. Bestandschattingen...31 Bijlage 8. Lengtefrequentieverdelingen...41 Bijlage 9. Beoordeling visstand volgens maatlatten...51 ATKB Geldermalsen 22 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Bijlage 1. Overzicht onderzoeksgebied en bemonsterde trajecten (1) ATKB Geldermalsen KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28 23
Overzicht onderzoeksgebied en bemonsterde trajecten (2) ATKB Geldermalsen KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28 24
Bijlage 2. Aantal bemonsterde trajecten per waterloop Kerngebied Waterloop Trajecten bemonsterde oppervlakte (ha) Vangtuig (aantal trajecten) Kielsterdiep e.a. Kielsterdiep Z32 t/m 34 en E32 t/m 34 1,4 zegen+elektro (3) Zijtak naar Zuidlaardermeer Z31, E31,54 zegen+elektro (1) Grevelingskanaal Z35,36 en E35,36,99 zegen+elektro (2) Stadskanaal Stadskanaal Z18,19,28 en E18,19,28 1,83 zegen+elektro (3) A.G. Wildervanckkanaal A.G. Wildervanckkanaal Z15 t/m 17 en E15 t/m 17 2,1 zegen+elektro (3) Pekel Aa Pekel Aa Z37 t/m 39 en E37 t/m 39 1,98 zegen+elektro (3) Weerdingermond e.a. Weerdingermond Z23 t/m 25 en E23 t/m 25 1,43 zegen+elektro (3) Verlengde Scholtenskanaal Z26, E26,66 zegen+elektro (1) Scholtenskanaal Z27, E27,45 zegen+elektro (1) Ter Apel kanaal e.a. Ter Apel kanaal Z2, E2,45 zegen+elektro (1) Oosterdiep E21, 22,75 elektro (2) Zijwateren Muntendammerdiep Z29, E29,45 zegen+elektro (1) Borgercompagniesterdiep Z3, E3,42 zegen+elektro (1) Totaal 13,45 ATKB Geldermalsen 25 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Bijlage 3. Karakteristieken milieuparameters bemonsterde trajecten kerngebied waterloop traject x y diepte (m) doorzicht (m) talud substraat dikte sliblaag (m) type beschoeiing % beschoeid Kielsterdiep e.a. Kielsterdiep Z32, E32 246652 574139 1,6,3 steil zand/veen,3 hout 1 Z33, E33 247494 57198 1,4,6 steil zand/veen hout 1 Z34, E34 249355 56813 1,7,6 steil zand/veen,1 hout 1 Zijtak naar Zuidlaardermeer Z31, E31 22422 572524 1,7,4 steil zand hout 1 Grevelingskanaal Z35, E35 249147 56727 1,9,5 steil zand/veen 7 hout, 3 stortsteen 1 Z36, E36 251888 564464 2,5 steil zand/veen hout 1 Stadskanaal Stadskanaal Z18, E18 253977 562932 1,6,6 steil veen op zand hout 1 Z19, E19 255848 56129 1,6,5 steil zand hout 1 Z28, E28 257932 55897 2,8 1/2 steil 1/2 flauw zand,1 hout 1 A.G. Wildervanckkanaal A.G. Wildervanckkanaal Z15, E15 265634 55427 2,4,5 steil veen,5 Z16, E16 264469 553238 Z17, E17 263363 555457 2,6,5 steil veen,3 hout 1 Pekel Aa Pekel Aa Z37, E37 264352 57292 2,2,4 steil zand/veen,2 stalen damwand 1 Z38, E38 266761 57374 2,2,4 steil klei,3 hout/stortsteen 1 Z39, E39 267922 573929 2,2,5 steil klei hout/stortsteen 1 Weerdingermond e.a. Weerdingermond Z23, E23 26587 54423 1,5,5 steil zand hout 1 Z24, E24 263678 54786 1,5-1,8,5 matig steil zand 1 Z25, E25 262682 537651 1,4,3 matig steil veen,4 Verlengde Scholtenskanaal Z26, E26 264836 534313 1,5,4 matig steil veen,3 Scholtenskanaal Z27, E27 26383 53196 1,5,6 matig steil veen 1 Ter Apel kanaal e.a. Ter Apel kanaal Z2, E2 26998 542646 2,1,6 steil slib op zand,3 hout 1 Oosterdiep E21 266845 535837 1,2,6 steil,3 hout 1 E22 266656 529182 1,6,7 matig steil hout 6 Zijwateren Muntendammerdiep Z29, E29 25398 57417 1,5-2,4 steil veen,3 1/2 hout 1/2 stortsteen 1 Borgercompagniesterdiep Z3, E3 24925 575576,5-1,5,6 steil zand/veen,2 hout 5 ATKB Geldermalsen 26 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Bijlage 4. Karakteristieken vegetatie bemonsterde trajecten emerse vegetatie submerse vegetatie drijfblad vegetatie kerngebied waterloop traject bedekking (%) soorten bedekking (%) soorten bedekking (%) soorten Kielsterdiep e.a. Kielsterdiep Z32, E32 3 rietgras, riet, pijlkruid 1 grof hoornblad 5 drijvend fonteinkruid, waterlelie Z33, E33 1 riet, liesgras, pijlkruid 1 grof hoornblad 5 drijvend fonteinkruid, waterlelie, kikkerbeet Z34, E34 1 pijlkruid, liesgras, rietgras 1 krabbescheer 1 waterlelie Zijtak naar Zuidlaardermeer Z31, E31 Grevelingskanaal Z35, E35 <5 pijlkruid <5 krabbescheer, smalle waterpest <5 waterlelie Z36, E36 1 liesgras, riet, rietgras, pijlkruid, 1 kikkerbeet grote egelskop Stadskanaal Stadskanaal Z18, E18 Z19, E19 <5 pijlkruid <5 gele plomp Z28, E28 15 pijlkruid 25 grof hoornblad 1 gele plomp A.G. Wildervanckkanaal A.G. Wildervanckkanaal Z15, E15 1 riet, liesgras, lisdodde <5 grof hoornblad 3 gele plomp, veenwortel Z16, E16 1 lisdodde, gele lis, riet, liesgras 1 grof hoornblad 5 waterlelie, veenwortel, kikkerbeet Z17, E17 5 riet, waterzuring, lisdodde <5 gele plomp, witte waterlelie Pekel Aa Pekel Aa Z37, E37 <5 drijvend fonteinkruid, gele plomp, pijlkruid Z38, E38 1 pijlkruid, liesgras 5 waterlelie Z39, E39 <5 pijlkruid, liesgras <5 waterlelie Weerdingermond e.a. Weerdingermond Z23, E23 <5 pijlkruid 3 flab <5 gele plomp Z24, E24 5 liesgras, riet, rietgras 1 grof hoornblad 7 gele plomp, kikkerbeet Z25, E25 7 riet, liesgras <5 grof hoornblad <5 pijlkruid Verlengde Scholtenskanaal Z26, E26 95 riet, rietgras, liesgras <5 grof hoornblad 1 kikkerbeet Scholtenskanaal Z27, E27 95 riet, liesgras, lisdodde, rietgras 1 grof hoornblad, smalle waterpest 1 kikkerbeet Ter Apel kanaal e.a. Ter Apel kanaal Z2, E2 1 gele plomp Oosterdiep E21 1 pijlkruid 4 grof hoornblad, smalle waterpest 4 kikkerbeet E22 1 liesgras, riet 25 grof hoornblad, smalle waterpest 5 gele plomp Zijwateren Muntendammerdiep Z29, E29 5 pijlkruid, liesgras 5 grof hoornblad <5 waterlelie Borgercompagniesterdiep Z3, E3 5 liesgras, riet, rietgras, pijlkruid, grote egelskop 4 grof hoornblad, smalle waterpest 1 krabbescheer, kikkerbeet, gele plomp ATKB Geldermalsen 27 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Bijlage 5. Soortenlijst zoete wateren en indeling (FAME) Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Stromingsgilde Aal Anguilla anguilla EURY Alver Alburnus alburnus EURY Baars Perca fluviatilis EURY Barbeel Barbus barbus RH Beekforel Salmo trutta fario RH Beekprik Lampetra planeri RH Bermpje Barbatula barbatula RH Bittervoorn Rhodeus sericeus LI Blankvoorn Rutilus rutilus EURY Bot Platichthys flesus LI Brasem Abramis brama EURY Driedoornige stekelbaars Gasterosteus aculeatus EURY Elft Alosa alosa RH Elrits Phoxinus phoxinus RH Fint Alosa fallax RH Gestippelde alver Alburnoides bipunctatus RH Giebel Carassius gibelio EURY Grote marene Coregonus lavaretus EURY Grote modderkruiper Misgurnus fossilis LI Houting Coregonus oxyrinchus LI Karper Cyprinus carpio EURY Kleine modderkruiper Cobitis taenia EURY Kolblei Blicca bjoerkna EURY Kopvoorn Leuciscus cephalus RH Kroeskarper Carassius carassius LI Kwabaal Lota lota EURY Meerval Silurus glanis EURY Pos Gymnocephalus cernuus EURY Rivierdonderpad Cottus gobio RH Riviergrondel Gobio gobio RH Rivierprik Lampetra fluviatilis RH Roofblei (exoot) Aspius aspius EURY Ruisvoorn Scardinius erythrophthalmus LI Serpeling Leuciscus leuciscus RH Sneep Chondrostoma nasus RH Snoek Esox lucius EURY Snoekbaars Sander lucioperca EURY Spiering Osmerus eperlanus LI Steur Acipenser sturio RH Tiendoornige stekelbaars Pungitius pungitius LI Vetje Leucaspius delineatus LI Vlagzalm Thymallus thymallus RH Winde Leuciscus idus RH Zalm Salmo salar RH Zeeforel Salmo trutta trutta RH Zeelt Tinca tinca LI Zeeprik Petromyzon marinus RH ATKB Geldermalsen 28 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Toelichting bij de tabel De bovenstaande indeling is afgeleid voor het FAME-project. De afkorting FAME staat voor Fish-based Assessment Method for the Ecological status of European rivers. De soorten in de tabel zijn voor stagnante en stromende Nederlandse zoete wateren geselecteerde soorten uit de totale FAME-lijst. Alleen de indeling naar stromingsgilde is voor het onderhavige project relevant en is daarom in de tabel opgenomen. Onderstaand worden de gilden kort toegelicht. Voor de volledige indeling en een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar ref. 1. Stromingsgilde LI Limnofiel; voorkeur voor stilstaand water RH Rheofiel; voorkeur voor stromend water EURY Eurytoop; zonder voorkeur voor stilstaand of stromend water ATKB Geldermalsen 29 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Bijlage 6. Status aangetroffen soorten Vissoort Status 1 Visserijwet 2 Beschermd 3 Rode lijst 4 Aal/paling Inheems + (28 cm) Alver Inheems + Baars Inheems + (22 cm) Blankvoorn Inheems + Brasem Inheems + Driedoornige stekelbaars Inheems + Karper Ingeburgerd + Kleine modderkruiper Inheems ++ II Kolblei Inheems + Kroeskarper Ingeburgerd + (3 cm) Kwetsbaar Pos Inheems + Riviergrondel Inheems + Roofblei Exoot Ruisvoorn/rietvoorn Inheems + (15 cm) Snoek Inheems + (45 cm) Snoekbaars Ingeburgerd + (42 cm) Vetje Inheems + Kwetsbaar Winde Inheems + (3 cm) Gevoelig Zeelt Inheems + (25 cm) 1. Inheemse soorten komen van oorsprong in Nederland voor; ingeburgerde soorten vormen meer dan 1 jaar een zichzelf in stand houdende populatie; exoten komen minder dan 1 jaar in Nederland voor of zijn voor het voorkomen afhankelijk van uitzettingen. 2. + = Genoemd in Regeling aanwijzing vissen, schaal- en schelpdieren 1982 (minimummaat gegeven in Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985). 3. ++ = Soort beschermd volgens de Flora- en Faunawet en staat in tabel 2; +++ = idem in tabel 3; II = soort genoemd in bijlage II van de EU-Habitatrichtlijn, voor deze soorten moeten de lidstaten beschermde gebieden aanwijzen; IV = soort genoemd in bijlage IV, soorten die strikt moeten worden beschermd. 4. Besluit Rode lijsten flora en fauna 5 november 24. ATKB Geldermalsen 3 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Bijlage 7. Bestandschattingen Kielsterdiep-Kieldiep-Grevelingskanaal Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 1,9 - -,1 1,2,6 Baars 9, 4,5 4,4,1 - - Blankvoorn 23,2,8 19,1 3,3 - - Brasem 37,,2 8,8 12,8 6,4 8,9 Hybride,1 - -,1 - - Kolblei 1,6-1,6 - - - Pos 2,,3 1,7 - - - Snoekbaars 5,4 - -,2-5,1 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 4,1, 3,5,6 - - Vetje, -, - - - Zeelt 3,6,,3,3 3, - Rheofiel Riviergrondel,1,,1 - - - Subtotaal 88, 5,8 39,5 17,5 1,6 14,6 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 14,2,1 1,9 2,1 5,3 4,9 Totaal 12,2, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 28 - - 7 19 2 Baars 1.98 1.68 37 2 - - Blankvoorn 2.497 72 1.722 55 - - Brasem 1.152 95 781 246 23 8 Hybride 1 - - 1 - - Kolblei 15-15 - - - Pos 311 116 195 - - - Snoekbaars 6 - - 2-4 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 29 26 259 5 - - Vetje - - - - Zeelt 22 2 14 3 4 - Rheofiel Riviergrondel 12 2 1 - - - Subtotaal 6.44 2.569 3.456 321 46 14 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 52 9 28 6 7 2 Totaal 6.456 = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 31 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Stadskanaal Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Baars 5, 2,2 2,8 - - - Blankvoorn 24,6,2 19,5 4,9 - - Brasem 22,2, 2,4 6,8 1,9 11,1 Kolblei 1,9-1,,6,3 - Pos,2,,2 - - - Snoekbaars,6 - - -,3,3 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 1,3,,7,5 - - Subtotaal 55,8 2,4 26,6 12,8 2,5 11,4 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 14,3,,4-3,4 1,5 Totaal 7,1, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Baars 99 691 218 - - - Blankvoorn 1.77 41 1.587 79 - - Brasem 286 5 142 123 7 8 Kolblei 59-47 11 1 - Pos 32 11 21 - - - Snoekbaars 2 - - - 1 1 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 63 5 53 5 - - Subtotaal 3.58 753 2.68 218 9 9 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 18 1 6-4 7 Totaal 3.76 = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 32 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
A.G. Wildervanckkanaal Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 13,6 - -,1 1,6 11,9 Baars 2,8,6 1,7,5 - - Blankvoorn 3,9, 2,1 1,8 - - Brasem 14,2,3,9 1,2 2,5 9,4 Hybride, -, - - - Karper 21,6 - - - - 21,6 Kolblei 2,2, 1,3,8 - - Pos,4,2,3 - - - Snoekbaars,1, -,1 - - Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 2,4,,6,6 1,2 - Vetje, -, - - - Zeelt 11, -,,4 3,1 7,5 Rheofiel Riviergrondel,, - - - - Winde 3,5 - - - - 3,5 Subtotaal 75,7 1,1 6,9 5,5 8,4 53,9 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 12,3, 1, 2,3 3,7 5,3 Totaal 88,, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 9 - - 7 24 6 Baars 283 171 14 8 - - Blankvoorn 178 12 141 25 - - Brasem 342 223 84 2 6 1 Hybride 1-1 - - - Karper 2 - - - - 2 Kolblei 195 96 89 1 - - Pos 11 72 29 - - - Snoekbaars 1-1 - - Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 127 3 85 1 2 - Vetje 2-2 - - - Zeelt 15-2 2 5 5 Rheofiel Riviergrondel 1 1 - - - - Winde 2 - - - - 2 Subtotaal 1.34 65 537 83 37 79 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 31 2 17 5 5 3 Totaal 1.371 = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 33 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Pekel Aa Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 4,5 - -, 1,3 3,2 Baars 1,6,9,3,4 - - Blankvoorn 6,7, 1,1 3,7 1,9 - Brasem 33,6,2 1,7 4,6 17,1 1,1 Driedoornige stekelbaars,, - - - - Kolblei 2,5, 1, 1,4,1 - Pos,4,2,3 - - - Snoekbaars 1,7, - -,1 1,6 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 1,2,,7,5 - - Subtotaal 52,2 1,3 5,1 1,6 2,5 14,9 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek,5,,2,3 - - Totaal 52,7, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 43 - - 3 2 21 Baars 259 24 11 8 - - Blankvoorn 121 1 62 42 7 - Brasem 322 82 122 59 51 9 Driedoornige stekelbaars 3 3 - - - - Kolblei 65 2 5 14 1 - Pos 91 69 22 - - - Snoekbaars 3 2 - - 1 1 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 4 5 27 8 - - Subtotaal 947 413 294 134 8 31 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 4 2 2 1 - - Totaal 951 = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 34 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Weerdingermond (Verlengde) Scholtenskanaal Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling,5 - -,,2,3 Baars 6,3 1,1 4,6,5 - - Blankvoorn 31,,7 24,7 5,4,1 - Brasem 74,1 3,3 9,4 14,8 19,4 27,3 Hybride,2 -,2 - - - Kleine modderkruiper, -, - - - Kolblei 18,6, 15,5 1,7 1,4 - Pos 2,8,8 1,9 - - - Snoekbaars 2,9,2 -,1-2,6 Limnofiel Kroeskarper,9 - - -,9 - Rietvoorn/Ruisvoorn 3,5,1 3,1,3,1 - Vetje, -, - - - Zeelt 18,4 -,6,8 7,2 9,9 Rheofiel Riviergrondel,, - - - - Subtotaal 159,2 6,2 6, 23,6 29,3 4,1 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 33,7,1 1,4-7,8 24,4 Totaal 192,9, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 9 - - 2 4 2 Baars 1.12 61 484 8 - - Blankvoorn 1.845 265 1.484 95 - Brasem 2.672 1.568 789 234 57 24 Hybride 7-7 - - - Kleine modderkruiper 6-6 - - - Kolblei 893 13 849 28 3 - Pos 34 215 125 - - - Snoekbaars 26 23-1 - 1 Limnofiel Kroeskarper 1 - - - 1 - Rietvoorn/Ruisvoorn 276 45 228 3 - Vetje 25-25 - - - Zeelt 44-21 7 9 7 Rheofiel Riviergrondel 6 6 - - - - Subtotaal 7.252 2.745 4.18 378 74 34 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 52 8 25-9 1 Totaal 7.34 = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 35 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Ter Apel kanaal-stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling,5 - - - -,5 Alver,2 - -,2 - - Baars 3,7,9 2,7 - - - Blankvoorn 27,6,1 2, 7,5 - - Brasem 7,,,8 1, 2,7 2,4 Hybride,, - - - - Karper 24, - - - - 24, Kolblei 2, -,6 1,3 - - Pos,3,1,2 - - - Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 1,3,,6,8 - - Zeelt 4,1-1,2 1,2-1,6 Rheofiel Riviergrondel, -, - - - Winde,1 - -,1 - - Exoot Roofblei 2,1,2 - - - 1,9 Subtotaal 72,9 1,3 26,1 12,1 2,7 3,4 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 7,2,,9,7-5,6 Totaal 8,1, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 1 - - - - 1 Alver 6 - - 6 - - Baars 495 319 176 - - - Blankvoorn 1.129 34 964 131 - - Brasem 13 8 67 18 8 2 Hybride 3 3 - - - - Karper 3 - - - - 3 Kolblei 56-39 17 - - Pos 26 14 11 - - - Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 33 3 19 12 - - Zeelt 7-56 12-1 Rheofiel Riviergrondel 3-3 - - - Winde 1 - - 1 - - Exoot Roofblei 17 16 - - - 1 Subtotaal 1.946 397 1.335 197 8 8 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 22 4 13 1-3 Totaal 1.968 = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 36 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Zijwateren Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling,1 - -,1 - - Baars 5,4 3,6 1,7,1 - - Blankvoorn 2,6,5 13,1 6,9 - - Brasem 26,1,5 2,5 3,9 9,3 9,8 Kolblei 2,7,1 2,6 - - - Pos,6,1,5 - - - Snoekbaars 2,8, -,1-2,7 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 2,5-2,,5 - - Vetje,1 -,1 - - - Zeelt 3, - - - 3, - Subtotaal 63,9 4,8 22,5 11,6 12,3 12,5 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 22,7,2 3,6 2,9 14,2 1,9 Totaal 86,6, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 4 - - 4 - - Baars 1.214 1.121 92 1 - - Blankvoorn 1.464 4 952 113 - - Brasem 78 488 212 56 17 8 Kolblei 247 117 13 - - - Pos 88 4 48 - - - Snoekbaars 4 2-2 - 1 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 134-129 5 - - Vetje 89-89 - - - Zeelt 8 - - - 8 - Subtotaal 4.32 2.168 1.652 181 25 9 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 14 1 71 5 16 2 Totaal 4.136 = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 37 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 2,9 - -,,6 2,2 Alver, - -, - - Baars 5, 1,8 2,9,3 - - Blankvoorn 2,8,4 15,4 4,7,3 - Brasem 35,9,9 4,6 7,6 9,9 12,8 Driedoornige stekelbaars,, - - - - Hybride,1,,, - - Karper 6,3 - - - - 6,3 Kleine modderkruiper, -, - - - Kolblei 6,1, 4,7 1,,4 - Pos 1,2,3,9 - - - Snoekbaars 2,1, -,1, 1,9 Limnofiel Kroeskarper,2 - - -,2 - Rietvoorn/Ruisvoorn 2,5, 1,8,5,2 - Vetje, -, - - - Zeelt 7,2,,4,5 2,8 3,5 Rheofiel Riviergrondel,,, - - - Winde,4 - -, -,4 Exoot Roofblei,3, - - -,3 Subtotaal 91,1 3,6 3,7 14,8 14,5 27,5 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 16,1,1 1,2 1, 4,6 9,3 Totaal 17,2, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 25 - - 3 1 11 Alver 1 - - 1 - - Baars 917 666 246 5 - - Blankvoorn 1.337 225 1.33 77 1 - Brasem 1.24 469 387 127 29 11 Driedoornige stekelbaars - - - - Hybride 2 2 - - Karper 1 - - - - 1 Kleine modderkruiper 1-1 - - - Kolblei 298 24 26 14 1 - Pos 173 96 77 - - - Limnofiel Snoekbaars 8 6-1 1 Kroeskarper - - - - Rietvoorn/Ruisvoorn 157 2 13 7 - Vetje 13-13 - - - Rheofiel Zeelt 27 16 4 4 2 Riviergrondel 4 2 2 - - - Winde - - - Exoot Roofblei 3 2 - - - Subtotaal 3.991 1.513 2.167 238 46 28 ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 38 5 21 2 5 4 Totaal 4.3 = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 38 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Zijwateren -- Borgercompagniesterdiep Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Baars 6,9 4,6 2,3 - - - Blankvoorn 29,4,8 18,2 1,4 - - Brasem 27,5,7 3, 5,2 13,2 5,4 Kolblei 3,9,1 3,9 - - - Pos,7,1,6 - - - Snoekbaars,1, -,1 - - Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 3,5-2,8,7 - - Vetje,2 -,2 - - - Zeelt 4,6 - - - 4,6 - Subtotaal - - - - - - ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 3,7,3 5,4 4,4 17,8 2,8 Totaal -, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Baars 1.487 1.372 114 - - - Blankvoorn 2.81 62 1.311 168 - - Brasem 1.62 73 259 72 24 5 Kolblei 37 179 191 - - - Pos 86 37 49 - - - Snoekbaars 5 2-2 - - Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 178-171 7 - - Vetje 135-135 - - - Zeelt 12 - - - 12 - Subtotaal - - - - - - ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 153 16 16 8 21 2 Totaal - = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 39 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Zijwateren -- Muntendammerdiep Biomassa in kg/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling,2 - -,2 - - Baars 2,6 1,7,8,2 - - Blankvoorn 3,8, 3,4,4 - - Brasem 23,3,1 1,7 1,5 1,9 18,1 Kolblei,2 -,2 - - - Pos,4,1,3 - - - Snoekbaars 7,8 - - - - 7,8 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn,7 -,6,2 - - Subtotaal - - - - - - ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 7,5 -,1-7,4 - Totaal -, = <,5 kg/ha; - = niet aangetroffen Aantal/ha Gilde Vissoort Totaal + >+-15 16-25 26-4 >4 Eurytoop Aal/Paling 11 - - 11 - - Baars 691 64 49 2 - - Blankvoorn 282 11 264 7 - - Brasem 24 76 122 24 4 13 Kolblei 11-11 - - - Pos 91 44 47 - - - Snoekbaars 2 - - - - 2 Limnofiel Rietvoorn/Ruisvoorn 51-49 2 - - Subtotaal - - - - - - ecologische indeling voor snoek Totaal -15 16-35 36-44 45-54 >54 Eurytoop Snoek 1-2 - 7 - Totaal - = <,5 stuks/ha; - = niet aangetroffen ATKB Geldermalsen 4 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Bijlage 8. Lengtefrequentieverdelingen 1 Kielsterdiep-Kieldiep-Grevelingskanaal Baars Blankvoorn 125 1 75 5 25 5 1 15 2 25 3 35 4 6 5 4 3 2 1 5 1 15 2 25 3 35 4 Brasem Kolblei 25 362 5 2 4 15 1 3 2 5 1 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 5 1 15 2 25 3 35 4 Aal/Paling Pos 5 1 4 8 3 2 6 4 1 2 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 2 4 6 8 1 12 14 16 18 2 Riviergrondel Rietvoorn/Ruisvoorn 15 6 12 5 9 6 3 2 4 6 8 1 12 14 16 18 2 4 3 2 1 5 1 15 2 25 3 35 4 1 Ter beperking van het aantal grafieken zijn alleen de LF en van de meest aangetroffen soorten gepresenteerd. ATKB Geldermalsen 41 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
(vervolg Kielsterdiep-Kieldiep-Grevelingskanaal) Snoek Zeelt 6 5 4 3 2 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 11 5 4 3 2 1 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 ATKB Geldermalsen 42 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Stadskanaal Baars Blankvoorn 25 757 1 2 8 15 1 6 4 5 2 5 1 15 2 25 3 35 4 5 1 15 2 25 3 35 4 Brasem Kolblei 1 12 8 9 6 4 6 2 3 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 5 1 15 2 25 3 35 4 Pos Rietvoorn/Ruisvoorn 2 3 15 1 5 2 4 6 8 1 12 14 16 18 2 25 2 15 1 5 5 1 15 2 25 3 35 4 Snoek 5 4 3 2 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 ATKB Geldermalsen 43 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
A.G. Wildervanckkanaal Baars Blankvoorn 1 5 8 4 6 4 3 2 2 1 5 1 15 2 25 3 35 4 5 1 15 2 25 3 35 4 Brasem Kolblei 15 5 12 4 9 6 3 2 3 1 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 5 1 15 2 25 3 35 4 Aal/Paling Pos 6 1 5 8 4 3 2 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 6 4 2 2 4 6 8 1 12 14 16 18 2 25 Rietvoorn/Ruisvoorn 5 Snoek 2 4 15 1 3 2 5 1 5 1 15 2 25 3 35 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 ATKB Geldermalsen 44 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Pekel Aa Baars Blankvoorn 5 25 4 2 3 2 15 1 1 5 5 1 15 2 25 3 35 4 5 1 15 2 25 3 35 4 Brasem Kolblei 6 25 5 2 4 3 2 1 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 15 1 5 5 1 15 2 25 3 35 4 5 Aal/Paling 1 Pos 4 8 3 2 6 4 1 2 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 2 4 6 8 1 12 14 16 18 2 Rietvoorn/Ruisvoorn 15 12 9 6 3 5 1 15 2 25 3 35 4 ATKB Geldermalsen 45 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Weerdingermond (verlengde) Scholtenskanaal Baars Blankvoorn 3 25 2 15 1 5 5 1 15 2 25 3 35 4 5 4 3 2 1 5 1 15 2 25 3 35 4 2 Brasem 2 Hybride 16 15 12 8 1 4 5 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 5 1 15 2 25 3 35 4 Kolblei Pos 2 25 16 2 12 8 15 1 4 5 5 1 15 2 25 3 35 4 2 4 6 8 1 12 14 16 18 2 Rietvoorn/Ruisvoorn Snoek 5 72 77 1 4 8 3 2 6 4 1 2 5 1 15 2 25 3 35 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 ATKB Geldermalsen 46 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
(vervolg Weerdingermond (verlengde) Scholtenskanaal) Snoekbaars Vetje 25 32 5 2 4 15 1 3 2 5 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 11 12 Zeelt 5 4 3 2 1 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 ATKB Geldermalsen 47 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Ter Apel kanaal-stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Baars Blankvoorn 1 2 8 16 6 4 12 8 2 4 5 1 15 2 25 3 35 4 5 1 15 2 25 3 35 4 Brasem Kolblei 25 5 2 4 15 1 3 2 5 1 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 5 1 15 2 25 3 35 4 Pos Roofblei 1 1 8 8 6 4 6 4 2 2 2 4 6 8 1 12 14 16 18 2 1 2 3 4 5 6 7 8 Rietvoorn/Ruisvoorn Snoek 5 5 4 4 3 2 3 2 1 1 5 1 15 2 25 3 35 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 ATKB Geldermalsen 48 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
(vervolg Ter Apel kanaal-stads Compascuum kanaal-oosterdiep) 15 Zeelt 12 9 6 3 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 ATKB Geldermalsen 49 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Zijwateren Baars Blankvoorn 15 294 2 12 16 9 6 12 8 3 4 5 1 15 2 25 3 35 4 5 1 15 2 25 3 35 4 Brasem Kolblei 2 2 16 15 12 8 1 4 5 5 1 15 2 25 3 35 4 45 5 55 6 5 1 15 2 25 3 35 4 45 Pos Rietvoorn/Ruisvoorn 2 2 15 15 1 1 5 5 2 4 6 8 1 12 14 16 18 2 5 1 15 2 25 3 35 4 Snoek Vetje 5 5 4 4 3 2 3 2 1 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 11 12 ATKB Geldermalsen 5 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Bijlage 9. Beoordeling visstand volgens maatlatten Natuurlijke maatlat M14 A. G. Wildervanckkanaal Ter Apel kanaal-stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aantal soorten,6,12 Aantal soorten,53,11 Aandeel brasem,5,1 Aandeel brasem,59,12 Aandeel baars+blankvoorn,19,4 Aandeel baars+blankvoorn 1,,2 Aandeel plantminnende vis,49,1 Aandeel plantminnende vis,33,7 Aandeel zuurstoftolerante vis,65,13 Aandeel zuurstoftolerante vis,46,9 TOTAAL SCORE,49 TOTAAL SCORE,58 BEOORDELING Matig BEOORDELING Matig Kielsterdiep-Kieldiep-Grevelingskanaal Weerdingermond-(Verlengde)-Scholtenskanaal Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aantal soorten,47,9 Aantal soorten,4,8 Aandeel brasem,31,6 Aandeel brasem,29,6 Aandeel baars+blankvoorn,77,15 Aandeel baars+blankvoorn,44,9 Aandeel plantminnende vis,41,8 Aandeel plantminnende vis,49,1 Aandeel zuurstoftolerante vis,42,8 Aandeel zuurstoftolerante vis,6,12 TOTAAL SCORE,48 TOTAAL SCORE,44 BEOORDELING Matig BEOORDELING Matig Pekel Aa Zijwateren Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aantal soorten,33,7 Aantal soorten,4,8 Aandeel brasem,14,3 Aandeel brasem,36,7 Aandeel baars+blankvoorn,32,6 Aandeel baars+blankvoorn,68,14 Aandeel plantminnende vis,8,2 Aandeel plantminnende vis,53,11 Aandeel zuurstoftolerante vis,, Aandeel zuurstoftolerante vis,41,8 TOTAAL SCORE,17 TOTAAL SCORE,48 BEOORDELING Slecht BEOORDELING Matig Stadskanaal Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aantal soorten,2,4 Aantal soorten,6,12 Aandeel brasem,35,7 Aandeel brasem,33,7 Aandeel baars+blankvoorn 1,,2 Aandeel baars+blankvoorn,53,11 Aandeel plantminnende vis,42,8 Aandeel plantminnende vis,44,9 Aandeel zuurstoftolerante vis,, Aandeel zuurstoftolerante vis,51,1 TOTAAL SCORE,39 TOTAAL SCORE,48 BEOORDELING Ontoereikend BEOORDELING Matig ATKB Geldermalsen 51 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28
Default MEP-GEP M6a Default MEP-GEP M6b A.G. Wildervanckkanaal A.G. Wildervanckkanaal Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aandeel brasem+karper,71,24 Aandeel brasem+karper 1,,33 Aandeel plantminnende vis,59,2 Aandeel plantminnende vis 1,,33 Aantal plantminnende en,5,17 Aantal plantminnende en 1,,33 migrerende soorten migrerende soorten TOTAAL SCORE,6 TOTAAL SCORE 1, BEOORDELING GEP BEOORDELING MEP Kielsterdiep-Kieldiep-Grevelingskanaal Kielsterdiep-Kieldiep-Grevelingskanaal Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aandeel brasem+karper,83,28 Aandeel brasem+karper 1,,33 Aandeel plantminnende vis,49,16 Aandeel plantminnende vis 1,,33 Aantal plantminnende en,5,17 Aantal plantminnende en 1,,33 migrerende soorten migrerende soorten TOTAAL SCORE,61 TOTAAL SCORE 1, BEOORDELING GEP BEOORDELING MEP Pekel Aa Pekel Aa Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aandeel brasem+karper,41,14 Aandeel brasem+karper,63,21 Aandeel plantminnende vis,13,4 Aandeel plantminnende vis,48,16 Aantal plantminnende en,4,13 Aantal plantminnende en,6,2 migrerende soorten migrerende soorten TOTAAL SCORE,31 TOTAAL SCORE,57 BEOORDELING Ontoereikend BEOORDELING Matig Stadskanaal Stadskanaal Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aandeel brasem+karper,96,32 Aandeel brasem+karper 1,,33 Aandeel plantminnende vis,5,17 Aandeel plantminnende vis 1,,33 Aantal plantminnende en,2,7 Aantal plantminnende en,2,7 migrerende soorten migrerende soorten TOTAAL SCORE,55 TOTAAL SCORE,73 BEOORDELING Matig BEOORDELING GEP Ter Apel kanaal-stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Ter Apel kanaal-stads Compascuumkanaal-Oosterdiep Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aandeel brasem+karper,77,26 Aandeel brasem+karper 1,,33 Aandeel plantminnende vis,41,14 Aandeel plantminnende vis 1,,33 Aantal plantminnende en,4,13 Aantal plantminnende en,6,2 migrerende soorten migrerende soorten TOTAAL SCORE,53 TOTAAL SCORE,87 BEOORDELING Matig BEOORDELING GEP Weerdingermond-(Verlengde)-Scholtenskanaal Weerdingermond-(Verlengde)-Scholtenskanaal Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aandeel brasem+karper,77,26 Aandeel brasem+karper 1,,33 Aandeel plantminnende vis,59,2 Aandeel plantminnende vis 1,,33 Aantal plantminnende en 1,,33 Aantal plantminnende en 1,,33 migrerende soorten migrerende soorten TOTAAL SCORE,79 TOTAAL SCORE 1, BEOORDELING GEP BEOORDELING MEP Zijwateren Zijwateren Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aandeel brasem+karper 1,,33 Aandeel brasem+karper 1,,33 Aandeel plantminnende vis,67,22 Aandeel plantminnende vis 1,,33 Aantal plantminnende en,5,17 Aantal plantminnende en 1,,33 migrerende soorten migrerende soorten TOTAAL SCORE,72 TOTAAL SCORE 1, BEOORDELING GEP BEOORDELING MEP Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën Gewogen gemiddelde kanalensysteem Hunze-Veenkoloniën Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Deelmaatlat score deelmaatlat gewogen score Aandeel brasem+karper,75,25 Aandeel brasem+karper 1,,33 Aandeel plantminnende vis,52,17 Aandeel plantminnende vis 1,,33 Aantal plantminnende en 1,,33 Aantal plantminnende en 1,,33 migrerende soorten migrerende soorten TOTAAL SCORE,76 TOTAAL SCORE 1, BEOORDELING GEP BEOORDELING MEP ATKB Geldermalsen 52 KRW visstandbemonstering kerngebieden kanalen Hunze-Veenkoloniën 28