en libellen Vlinderstand 2017
2 Scheefbloemwitje Nederland is een vlindersoort rijker. Na de eerste waarnemingen in 2015 dook het scheefbloemwitje in 2016 op nog veel meer plaatsen in Limburg op. Op sommige plekken werden meer dan tien exemplaren tegelijk gezien. Er zijn ook eitjes en rupsen gevonden, dus de vlinder heeft zich nu ook voortgeplant in ons land. De uitbreiding van het scheefbloemwitje past in de ontwikkeling die we de afgelopen jaren in Europa gezien hebben. Van een zeldzame soort die hier en daar in berggebieden voorkwam, is het nu in een flink deel van Duitsland een gewone tuinsoort geworden. Ook de waarnemingen in Nederland hebben vooral betrekking op tuinen. De waardplant, waarop de rupsen zijn gespecialiseerd, is scheefbloem en die staat ook in ons land met name in tuinen. De vlinder lijkt wel een sterke voorkeur te hebben voor het heuvelland. Hoe veel verder zal het scheefbloemwitje zich nog over Nederland gaan verspreiden?
Beste lezer, Goed nieuws! De vlinders kruipen uit het dal. Dankzij de inspanningen van velen gaat het eindelijk weer beter. Maar nog steeds hebben ze onze aandacht nodig. Het dal was wel erg diep! Het Nederlandse natuurbeleid is de afgelopen jaren gedecentraliseerd. Provincies pakken hun verantwoordelijkheden goed op. Ook bij diverse gemeenten zien we dat er meer aandacht is voor natuur in het algemeen en vlinders en libellen in het bijzonder. Wij worden daar blij van en zijn optimistisch. Het leuke is ook: iets voor vlinders doen is dankbaar werk. Doordat ze een korte levenscyclus hebben, reageren ze direct op veranderingen. Je kunt dus snel resultaat boeken. In veel gevallen betekent vlindervriendelijk vooral: meer (geschikte!) bloemen. Het groen wordt dus kleurrijk en daarmee ook aantrekkelijk voor mensen. En je kunt het goed uitleggen: veel mensen waarderen vlinders en vinden het belangrijk om wat voor ze te doen. Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht geworden. Vlinders en libellen worden hierin beter beschermd, zowel passief als actief. Dat betekent een extra steuntje in de rug voor organisaties en bedrijven die wat willen doen voor deze bijzondere dieren. Wij helpen daar graag bij! Titia Wolterbeek Directeur Meer informatie dagvlinders: anthonie.stip@vlinderstichting.nl libellen: henk.devries@vlinderstichting.nl nachtvlinders: jurrien.vandeijk@vlinderstichting.nl provincies: gerdien.bos@vlinderstichting.nl bedrijven: albert.vliegenthart@vlinderstichting.nl Vlinderstand 2017 3
Help de vlinders en libel Nieuwe Wet natuurbescherming van kracht Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht geworden. Doel was de bestaande wetten te vereenvoudigen en een stevige wettelijke basisbescherming te bieden aan de natuur die dat echt nodig heeft. Om die reden zijn op verzoek van De Vlinderstichting de bedreigde en ernstig bedreigde vlinders en libellen van de Rode Lijst aan de lijst met beschermde soorten toegevoegd. Hierbij gaat het om passieve bescherming: het opzettelijk doden van deze dieren en het verstoren van hun leefgebied is verboden. Daarnaast zijn regels opgenomen die gericht zijn op een actieve bescherming van Rode Lijst-soorten. Graag nemen wij u mee in wat dit in de praktijk betekent bij de bescherming van vlinders en libellen. Decentralisatie Met de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies is ook de verantwoordelijkheid voor de instandhouding van bedreigde soorten overgedragen, dat wil zeggen: ze moeten ervoor zorgen dat de nodige maatregelen worden genomen om levensvatbare populaties van Rode Lijstsoorten te behouden of te herstellen. Dat kunnen zij niet alleen. Iedereen die grond beheert, van tuinbezitter tot natuurbeheerder, kan daarbij helpen. Van de 53 soorten dagvlinders die momenteel in Nederland voorkomen staan er 31 op de Rode Lijst. Het grootste deel daarvan leeft voornamelijk in natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden of terreinen binnen het Nationaal Natuurnetwerk. Maar er zijn ook typische boerenlandvlinders en soorten die relatief veel in stedelijk gebied voorkomen. Op de Rode Lijst Libellen staan 23 van de 65 soorten die in Nederland voorkomen. Ook hier geldt dat veel populaties in natuurgebieden liggen, maar zeker niet allemaal. Voor nachtvlinders is eveneens een Rode Lijst gepubliceerd, maar deze is nog niet officieel overgenomen door de Rijksoverheid. Ongeveer de helft van alle macro nachtvlinders is in meer of mindere mate bedreigd, maar op twee soorten na worden ze niet beschermd door de nieuwe Wet natuurbescherming. Extra aandacht Veel provincies hebben beleid geformuleerd voor het beheer van natuurgebieden en voor het versterken van het agrarisch natuurbeheer. Zij ondersteunen maatregelen en projecten daartoe. Toch gaat het met sommige bedreigde soorten nog steeds heel slecht. Zo is de kleine heivlinder nog maar in één natuurgebied te vinden en gaat de speerwaterjuffer nog steeds achteruit. De Vlinderstichting gaat graag met provincies, gemeenten en terreinbeheerders in gesprek om te bekijken voor welke soorten zij belangrijke leefgebieden herbergen. Zo kunnen we samen bespreken welke maatregelen beheerders kunnen nemen om duurzame populaties van deze aandachtssoorten te krijgen. Alle soorten die beschermd worden in de nieuwe Wet natuurbescherming vindt u achter in deze Vlinderstand. Sleedoornpage in uw gemeente? Scan de QR-code. 4
len! Hoe gaat het met de soorten die onder de Wet natuurbescherming vallen? Via de Landelijke Meetnetten voor vlinders en libellen (onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring) weten we welke soorten de afgelopen jaren voor- en achteruitgaan. Door index cijfers van soorten te combineren tot indicatoren kunnen we de aantalsontwikkeling van soorten die nu beschermd worden door de nieuwe Wet natuurbescherming vergelijken met de aantalsontwikkeling van niet-beschermde soorten. We zien dat die bescherming ook echt nodig is: zowel bij de dagvlinders als bij de libellen zijn de nu beschermde soorten in de afgelopen jaren veel sterker achteruitgegaan dan de nu niet-beschermde soorten. Bij de dagvlinders is gelukkig sinds 2003 een voorzichtige kentering in de afname te zien. Een hoopgevende ontwikkeling! 200 150 100 50 Overige dagvlinders Dagvlinders van de nieuwe natuurwet 0 1992 1997 2002 2007 2012 200 150 100 50 Overige libellen Libellen van de nieuwe natuurwet 0 1999 2 0 0 4 2 0 0 9 2 0 14 De beekrombout is nu beschermd onder de Wet natuurbescherming. Vlinderstand 2017 5
De eitjes van de sleedoornpage zijn in de winter zichtbaar als witte stipjes op de struik. Vrijwilligers zoeken met een medewerker van De Vlinderstichting naar eitjes van de sleedoornpage. 6
Groenbeheer voor de sleedoornpage Sommige beschermde soorten komen ook in het openbaar groen voor. Neem bijvoorbeeld de sleedoornpage: een soort die nog in een aantal gemeenten in Nederland voorkomt, vooral in de overgangsgebieden van zand- naar kleigrond, niet zelden in de stad. Dit is een bedreigde soort en hij valt daarom onder de Wet natuurbescherming. Gemeenten waar de vlinder voorkomt, maar ook bedrijven en zelfs tuinbezitters, kunnen zich hier concreet voor inzetten, door bij het groenbeheer rekening te houden met de soort. De sleedoornpage is een juweeltje van een vlinder, die zich maar af en toe laat zien. We weten echter hoe het met de soort gaat door in de winter naar de eitjes te zoeken: kleine witte stipjes op tweejarig hout van sleedoornstruiken. Om deze vlinder te helpen moeten we dus zorgen voor sleedoorns met tweejarig hout. Regelmatig snoeien is daarvoor noodzakelijk. Maar wanneer alle struiken in één keer gesnoeid worden is de kans groot dat meteen ook alle eitjes weggesnoeid worden. Zo kan een populatie grote schade aangedaan worden. Ons advies is daarom: wanneer de sleedoornpage in de buurt voorkomt, snoei dan elk jaar een kwart van de sleedoornstruiken. Door jaarlijks een ander deel te snoeien, worden de struiken niet te groot en zijn er altijd geschikte takken in de buurt waar de vrouwtjes hun eitjes op kunnen afzetten. Zo kunnen hun nakomelingen de volgende zomer weer vliegen en blijft de populatie in stand. Gefaseerd beheer is dus noodzakelijk. Wanneer vrijwilligers van De Vlinderstichting eitjes hebben gevonden op de struiken, markeren zij de takken met een touwtje. Deze takken kunnen bij het snoeien worden gespaard of zelfs worden overgeplaatst naar andere struiken. Wel zo aardig voor de vrijwilligers die zich niet door kou en doornen tegen laten houden om sleedoornpage-eitjes te zoeken! Vlinderstand 2017 7
Hoe gaat het met de dag Het Landelijk Meetnet Vlinders, waaraan jaarlijks bijna duizend vrijwillige tellers deelnemen, geeft een schat aan informatie over de stand van onze dagvlinders. De tellingen worden gebruikt om voor iedere soort een betrouwbare populatie-index te berekenen, waardoor we jaarlijks kunnen vaststellen welke soorten voor- of achteruitgaan. Een onmisbare eerste stap bij het beschermen van vlinders. In het staafdiagram op de rechterbladzijde is per soort de landelijke populatietrend weergegeven over de periode 1992-2015. Een nieuwe versie met de resultaten uit 2016 volgt in de loop van maart en zal onderdeel uitmaken van het nieuwe jaarverslag van het Vlindermeetnet. De jaarverslagen van de meetnetten zijn te vinden op www. vlinderstichting.nl/ jaarverslagen-meetnetten. Stijging De stijging van de koninginnenpage (1) 1 is de laatste jaren flink afgevlakt. In 2009 was er nog een flinke piek, maar daarna zijn er geen goede jaren meer geweest voor deze soort. De oorzaak hiervan is niet bekend, maar mogelijk reageert deze soort positief op droge, warme voorjaren. Die hebben we de laatste jaren niet gehad. Het pimpernelblauwtje (2) 2 doet het de laatste jaren gelukkig vrij goed in de Moerputten. Binnen het LIFE+ project Blues in de Marshes wordt hard gewerkt aan het creëren van nieuw leefgebied, door voormalige landbouwpercelen om te vormen tot blauwgrasland. Hopelijk zorgt dat in de toekomst voor een verdere uitbreiding van de populatie. Kijk op www.pimpernelblauwtje.nl voor meer informatie over dit project. Stabiel De citroenvlinder (3) 3 heeft het in de periode 2000-2005 minder goed gedaan, maar is de laatste jaren weer opgekrabbeld. Over de hele periode 1992-2015 is de soort stabiel. Daling Het spiegeldikkopje (4) 4 komt lokaal in Zuidoost- Nederland voor in een kwetsbaar habitat van vochtige ruigten in en rond bossen. De afgelopen 25 jaar gaat de soort erg hard achteruit, maar er is ook een lichtpuntje. Door specifieke herstelmaatregelen laat de soort de laatste 10 jaar een gemiddeld positieve trend zien. In 2015 en 2016 werden lokaal zelfs veel vlinders gezien. Hopelijk zet die ontwikkeling door. De argusvlinder (5) 5 staat momenteel niet op de Rode Lijst, maar gaat de laatste jaren schrikbarend achteruit. In de oostelijke helft van het land 1 2 3 4 5 6 8
vlinders? is de afname het sterkst. Dit is het gevolg van klimaatverandering in combinatie met stikstofdepositie. Onzeker Hoewel voor veldparelmoervlinder (6) 6 nog geen betrouwbare populatietrend berekend kan worden, is het duidelijk dat het de laatste jaren goed met deze soort. In Zuid-Limburg breidt hij zich sterk uit en ook in Noord-Brabant heeft de soort zich inmiddels op één locatie gevestigd. 10000 1000 100 10 1 Heideblauwtje 1990 1995 2000 2005 2010 2015 Midden NL Noord NL Zuid NL Het heideblauwtje laat een negatieve lande lijke trend zien. Regionaal zie je echter grote verschillen. In het noorden van het land is de soort min of meer stabiel, in het midden gaat hij achteruit en in het zuiden vooruit. Boswitje Klaverblauwtje Pimpernelblauwtje Bont zandoogje Grote vuurvlinder Boomblauwtje Bruin dikkopje Gehakkelde aurelia Koninginnenpage Oranjetipje Bont dikkopje Kleine vuurvlinder Bruine vuurvlinder Veenhooibeestje Icarusblauwtje Eikenpage Grote parelmoervlinder Hooibeestje Groentje Kleine vos Kleine ijsvogelvlinder Klein koolwitje Bruin zandoogje Klein geaderd witje Bruin blauwtje Koevinkje Citroenvlinder Groot dikkopje Veenbesblauwtje Donker pimpernelblauwtje Landkaartje Aardbeivlinder Oranje zandoogje Heideblauwtje Veenbesparelmoervlinder Kleine parelmoervlinder Groot koolwitje Heivlinder Dagpauwoog Kommavlinder Zilveren maan Duinparelmoervlinder Zwartsprietdikkopje Geelsprietdikkopje Sleedoornpage Bruine eikenpage Gentiaanblauwtje Argusvlinder Spiegeldikkopje Kleine heivlinder Onzeker: Bosparelmoervllinder Veldparelmoervlinder Daling Stabiel Stijging Vlinderstand 2017 9
Vluchtelingen aan de sla de kleine heivlinder De kleine heivlinder is een uiterst zeldzame vlinder die alleen nog maar aan de randen van het stuifzand van het Kootwijkerzand voorkomt. De soort is sinds dit jaar voor het eerst wettelijk beschermd door de invoering van de nieuwe Wet Natuurbescherming. En dat is wel nodig ook, want hij staat op de Rode Lijst als ernstig bedreigd. Daarom gingen we op 17 maart 2016 met vluchtelingen en geo cachers aan de slag voor de kleine heivlinder. 10
g voor Tankmos Een grote vijand van de kleine heivlinder is het grijs kronkel steeltje, een uitheemse mossoort die het leefgebied van de kleine heivlinder dreigt te overgroeien. Grijs kronkelsteeltje werd in 1961 voor het eerst in Nederland gevonden en heeft zich sindsdien razendsnel over heel het land verspreid. De soort heeft daarbij waarschijnlijk geprofiteerd van stikstofdepositie. De zeer dichte zoden van het mos maken de groei van andere soorten vaak onmogelijk, vandaar de bijnaam tankmos. Ook buntgras, de waardplant van de kleine heivlinder, wordt verdrongen. Tijd voor actie dus! Plaggen De zon straalt uit een strakblauwe lucht. De eerste jassen gaan al uit, want van plaggen krijg je het warm. Dikke plakkaten grijs kronkelsteeltje in de kruiwagen scheppen, de kruiwagen naar de bosrand brengen, en dan de vrijgekomen zandplek nog een keer omspitten. Ja, plaggen voor de kleine heivlinder is zwaar werk, maar dat deert de deelnemers niets. Weg met al dat tankmos! Op de open plekken die we creëren kan weer buntgras groeien, waarmee de rupsen van de kleine heivlinder hun buikjes vol kunnen eten. Samen Negen vluchtelingen uit het asielzoekerscentrum in Velp (Gelderland) zijn samen aan het werk met ongeveer twintig geocachers, deelnemers aan een wereldwijd schatzoekspel, uit het hele land en een stuk of wat vrijwilligers van Staatsbosbeheer. De vluchtelingen vinden het heerlijk om een dagje weg te zijn uit het asielzoekerscentrum, waar ze doorgaans weinig te doen hebben. En zowel voor de Nederlanders als voor de vluchtelingen is het leuk om met elkaar in contact te komen. Het gelach van de grapjes en de spraakverwarring schalt over het Kootwijkerzand. Traditiegetrouw sluiten we af met soep en broodjes en dan moeten de vluchtelingen weer gaan: de bus wacht. Bij het instappen roepen ze nog: Please, if you have something else to do, I will join again! Voor de kleine heivlinder is speciaal beheer hard nodig. Dat blijkt ook uit de index hieronder. 1000 100 10 1 1994 1999 2004 2009 2014 Vlinderstand 2017 11
Iepenpage: een verborgen beschermde stadsvlinder Van de iepenpage waren tot 2012 slechts enkele vaste vindplaatsen bekend in Heerlen. Door zijn verborgen levenswijze is hij echter lastig te vinden. Gerichte zoekacties in 2013 tot en met 2016 hebben een veel beter beeld opgeleverd. Op diverse plekken in Zuid-Limburg, de Achterhoek en Eindhoven bleek de soort eveneens voor te komen. De gemeente Eindhoven heeft opdracht gegeven om de stad grondig te onderzoeken. Het resultaat was overweldigend: op meer dan dertig plaatsen in de stad werd de iepenpage gevonden. En in 2016 volgde nóg een verrassing. Geheel onverwacht werd een kleine populatie gevonden in de stad met de meeste iepen ter wereld: Amsterdam! Boomkroonsoort De iepenpage lijkt een voorkeur te hebben voor iepen die op bodemovergangen staan, bijvoorbeeld van dekzand naar een beekdal. De iepen kunnen staan in (vochtige) bossen, bosranden, plantsoenen, parken en grotere tuinen. De eitjes worden gelegd op diverse soorten iepen. In Nederland zijn de vlinders tot nu toe aangetroffen op ruwe iep, fladderiep, gladde iep, hollandse iep en enkele cultivars. Opvallend genoeg nog niet op goudiep, die veel in stedelijk groen wordt aangeplant. Iepenpages leven in de boomkroon. Alleen de vrouwtjes verlaten de kroon soms om nectar te drinken. Ze vliegen dan bij voorkeur naar de kroon van een nabij staande linde. Is deze afwezig, dan komen de vrouwtjes soms op bloemen aan de grond. Verder leven beide geslachten van honingdauw (uitgescheiden door bladluizen), in de kroon van de iep. Om iepenpages te vinden is dus een ander zoekbeeld nodig dan voor andere dagvlinders. Steun voor de iepenpage Bedrijven zoals Van der Valk, DSM, ENGIE en Brand hebben iepen op hun terrein gezet om het leefgebied te versterken. Met de opbrengst van een sponsoractie tijdens de Ironmantriatlon in 2015 is een lint van iepen aangeplant in het Jekerdal bij Maastricht. En vanuit het beschermingsprogramma Tien voor 12! van De Vlinderstichting wordt onderzoek gedaan naar de factoren die de verspreiding van de iepenpage verklaren. Sander Turnhout (rechts) tijdens de Ironmantriatlon. Hij haalde hiermee sponsorgeld binnen voor het aanplanten van iepen in het Jekerdal. U kunt meehelpen aan de bescherming van deze soort door nieuwe plekken te zoeken op kansrijke locaties, bekende plekken te controleren of door iepen aan te planten. Neem voor meer informatie contact op met De Vlinderstichting. Vindplaatsen van de iepenpage in de buurten van Eindhoven, 2010-2016. 12
en Iepenpage in uw gemeente? Scan de QR-code. Bescherming Per 1 januari 2017 is de iepenpage wettelijk beschermd. Provincies hebben een verantwoordelijkheid om populaties in stand te houden en gemeenten om hun groenbeheer uit te voeren op een wijze die niet schadelijk is voor de iepenpage. De belangrijkste beschermende maatregel in gebieden waar iepenpage voorkomt is om kap- en snoeiwerkzaamheden aan iepen te faseren. Dat geldt ook voor lindes die in de buurt Silhouet van twee territoriale mannetjes iepenpage in de boomkroon. Zo zie je iepenpages meestal het eerst. van iepen staan. Doel van de fasering is dat er elk jaar voldoende voortplantings- en foerageerbomen aanwezig blijven. In sommige steden zijn veel iepen aangetast door de iepenziekte. Wanneer deze iepen vervangen worden door andere bomen raden wij aan te kiezen voor de inheemse fladderiep, die van nature resistent is voor de iepenziekte. Iepen met een gezonde populatie iepenpage in Heerlen. Zoekmethode Ga op enige afstand van de iep staan, zodat het grootste deel van de boomkroon kan worden overzien, het liefst dat deel waar de zon op schijnt. Bij aanwezigheid van iepenpages zullen de korte patrouillevluchten van de mannetjes als eerste opvallen. De vlinders vliegen snel even op van hun overzichtsplek, om daar vaak weer terug te keren. Je kunt vervolgens proberen om met de verrekijker de vlinder in beeld te krijgen en te determineren. De vlinders zijn zowel aan de onder- als bovenkant donkerbruin van kleur, in tegenstelling tot het boomblauwtje en de eikenpage, die soms ook langs de boomkronen van iepen vliegen. De aanwezigheid van bijen en hommels duidt vaak op honingdauw in de iepen en activeert territoriale mannetjes. Momenteel bekende plekken met iepenpage (2010-2016) Vlinderstand 2017 13
Beschermde soorten in p en gemeenten In de nieuwe Wet Natuurbescherming is vastgelegd dat provincies een verantwoordelijkheid hebben voor de bescherming van planten- en diersoorten die op de Vogel- en Habitatrichtlijn of op de Rode Lijst staan. Tot deze lijst behoren 31 dagvlindersoorten en 22 libellensoorten (zie tabel op pagina 27). Doel is deze soorten een gunstige staat van instandhouding te geven. Het aantal beschermde soorten per provincie verschilt aanzienlijk. En ook binnen provincies zijn er grote verschillen: sommige gemeenten hebben veel beschermde soorten binnen hun grenzen, terwijl buurgemeenten er maar enkele hebben, of zelfs helemaal geen. Aantal beschermde soorten De kaarten op deze pagina s geven een overzicht van het aantal beschermde dagvlinder- en libellen soorten dat populaties heeft binnen elke gemeente, gebaseerd op waarnemingen vanaf 1990. Voor dagvlinders zijn Gelderland en Limburg de belangrijkste provincies, met populaties van respectievelijk 21 en 19 beschermde soorten. Op gemeentelijke schaal voeren Westerveld (Drenthe) en Ede (Gelderland) de lijst aan, met beide 13 beschermde soorten. Dit wordt grotendeels verklaard door twee grote natuurgebieden die voor dagvlinders zeer waardevol zijn: het Dwingelderveld in de gemeente Westerveld en De Hoge Veluwe in de gemeente Ede. Bij de libellen scoren de provincies Overijssel (15 soorten) en Limburg (14 soorten) het hoogst, en de gemeenten Roerdalen (12 soorten) en Valkenswaard (11 soorten). De gemeente Roerdalen is zo libellenrijk vanwege het natuurgebied De Meinweg en de rivier de Roer. In de gemeente Valkenswaard liggen verschillende libellenrijke gebieden, zoals De Plateaux, Boswachterij Leende en de Groote Heide. Provincies en gemeenten met weinig beschermde soorten binnen hun grenzen kunnen toch zeer belangrijk zijn voor een specifieke soort. Enkele voorbeelden zijn uitgelicht. Aantal dagvlinder- en libellensoorten van de Wet natuurbescherming met populaties, per provincie. Provincie vlinders libellen Drenthe 15 8 Flevoland 3 4 Friesland 15 10 Gelderland 21 11 Groningen 6 5 Limburg 19 14 Noord-Brabant 16 13 Noord-Holland 12 4 Overijssel 15 15 Utrecht 7 6 Zeeland 4 1 Zuid-Holland 7 6 De gemeente Bergen (provincie Noord-Holland) herbergt de grootste populatie van de bruine eikenpage. 14
rovincies De gemeente Steenwijkerland (provincie Overijssel) is zeer belangrijk voor alle beschermde libellensoorten van laagveenmoerassen. De donkere waterjuffer komt zelfs alleen in deze gemeente voor. Aantal soorten beschermde libellen met een vaste populatie per gemeente. De provincie Zuid-Holland is niet rijk aan beschermde libellensoorten, maar is wel heel belangrijk voor de groene glazenmaker. Aantal soorten beschermde dagvlinders met een vaste populatie per gemeente. De veenbesparelmoervlinder heeft alleen nog populaties in de provincie Drenthe. Vlinderstand 2017 15
Hoe gaat het met de libe Libellen zijn in Nederland door een diep dal gegaan. Door milieuproblemen en habitatvernietiging zijn veel soorten in de twintigste eeuw achteruit gegaan, met een dieptepunt in de jaren zeventigtachtig. Daarna hebben echter verbeteringen plaatsgevonden, waardoor veel soorten zich gedeeltelijk hebben kunnen herstellen. Bovendien hebben sommige warmteminnende soorten geprofiteerd van de klimaatverandering. Hierdoor is de trend vanaf 1990 voor veel soorten positief. 1 2 3 In het staafdiagram op de bladzijde hiernaast is per soort de trend in verspreiding weergegeven, over de periode 1991-2015. Dit betreft de verandering in het aantal bezette kilometerhokken, waarbij gecorrigeerd is voor verschillen in trefkansen tussen de jaren. Een nieuwe versie met de resultaten uit 2016 volgt in de loop van maart en zal onderdeel uitmaken van het nieuwe jaarverslag van het libellenmeetnet. De jaarverslagen van de meetnetten zijn te vinden op www. vlinderstichting.nl/ jaarverslagen-meetnetten. Stijging De bruine winterjuffer (1) 1 heeft geprofiteerd van zowel de klimaatverandering als een verbeterde waterkwaliteit. Hij komt vooral voor op de zandgronden en in de duinen bij water met een goed ontwikkelde oevervegetatie, meestal met riet of lisdodde. Drijvende dode bladeren van deze planten zijn geschikte ei-afzetplekken. De vroege glazenmaker (2) 2 heeft zich sinds 1990 sterk uitgebreid en is inmiddels een vrij algemene soort in een groot deel van het land. De grootste aantallen vliegen nog steeds in laagveenmoerassen, maar in talloze andere (matig) voedselrijke watertypen heeft de soort zich ook gevestigd. Ook de vroege glazenmaker heeft een voorkeur voor oevervegetaties met riet. Stabiel De variabele waterjuffer (3) 3 is het algemeenste blauwe juffertje in Laag-Nederland en komt hier bij allerlei watertypen voor. Bij vennen op de zandgronden wijst de soort op gebufferde, nietzure omstandigheden. De tangpantserjuffer (4) 4 is kenmerkend voor voedselarme wateren met een wisselende waterstand en veel sprieten op de oever (zeggen, biezen, etc.). De tangpantserjuffer is een dubbelganger van de veel algemenere 4 5 1616
llen? gewone pantserjuffer (5) 5, die vaak op dezelfde plaats voorkomt. Zodoende worden tangpantserjuffers makkelijk over het hoofd gezien. Let op het verschil in formaat: tangpantserjuffers komen in het veld robuuster over. Daling De venglazenmaker gaat achteruit, maar de oorzaken zijn niet goed bekend. Heeft deze koelteminnende soort last van klimaatverandering? Of worden de vennen in Nederland te voedselrijk? De geelvlekheidelibel (6) 6 is voor de Rode Lijst geclassificeerd als Thans niet bedreigd. Niets is echter minder waar! De soort gaat al jaren achteruit en in 2016 werd slecht één waarneming gedaan. Dit komt omdat de Nederlandse populatie altijd op peil werd gehouden door onregelmatige invasies uit Oost-Europa. De Oost-Europese populaties lijken echter schrikbarend te zijn afgenomen, waardoor er sinds 1995 geen grote invasies meer zijn opgetreden en sinds 2008 zelfs geen kleine meer. Vuurlibel Zwervende heidelibel Zuidelijke keizerlibel Gevlekte witsnuitlibel Bandheidelibel Bruine winterjuffer Gevlekte glanslibel Zuidelijke oeverlibel Noordse winterjuffer Beekrombout Noordse glazenmaker Kanaaljuffer Hoogveenglanslibel Vroege glazenmaker Koraaljuffer Tengere pantserjuffer Tengere grasjuffer Zwervende pantserjuffer Bruine korenbout Beekoeverlibel Bosbeekjuffer Grote keizerlibel Smaragdlibel Blauwe breedscheenjuffer 6 Kleine roodoogjuffer Gewone bronlibel Glassnijder Platbuik Bruinrode heidelibel Noordse witsnuitlibel Weidebeekjuffer Gewone oeverlibel Azuurwaterjuffer Venwitsnuitlibel Grote roodoogjuffer Viervlek Vuurjuffer Paardenbijter Groene glazenmaker Steenrode heidelibel Tangpantserjuffer Variabele waterjuffer Watersnuffel Bruine glazenmaker Metaalglanslibel Bloedrode heidelibel Houtpantserjuffer Lantaarntje Blauwe glazenmaker Speerwaterjuffer Plasrombout Gewone pantserjuffer Zwarte heidelibel Maanwaterjuffer Venglazenmaker Geelvlekheidelibel Onzeker: Zuidelijke glazenmaker Kempense heidelibel Sierlijke witsnuitlibel Oostelijke witsnuitlibel Gaffellibel Kleine tanglibel Rivierrombout Gaffelwaterjuffer Mercuurwaterjuffer Donkere waterjuffer Stijging Stabiel Daling Vlinderstand 2017 17
De groene glazenmaker agrarisch gebied De groene glazenmaker is een kieskeurige, beschermde libellensoort die eisen stelt aan zijn leefomgeving. Hij plant zich uitsluitend voort in krabbenscheervelden. Deze velden drijven in wateren in natuurgebieden, stedelijk gebied en in het boerenland. Het is belangrijk om bij het beheer van deze wateren specifiek rekening te houden met de groene glazenmaker, want alleen met de juiste ingrepen blijven krabbenscheervelden lange tijd geschikt voor de groene glazenmaker en dragen ze bij aan zijn bescherming. De groene glazenmaker is een beschermde libellensoort waarvoor speciaal beheer gewenst is. Agrarisch Meetnet Libellen In 2016 is het nieuwe stelsel agrarisch natuurbeheer van start gegaan, inclusief een nieuw monitoringprogramma voor enkele bedreigde soorten die voorkomen in het agrarisch gebied. Het Agrarisch Meetnet Libellen, georganiseerd door de provincies via BIJ12, is daar onderdeel van. Door het tellen van groene glazenmakers langs vaste routes worden de effecten van ecologisch slootschonen, baggeren en natuurvriendelijk oeverbeheer gemeten. Boeren krijgen in het nieuwe stelsel namelijk subsidie voor het uitvoeren van deze beheermaatregelen. De monitoringroutes willen we zoveel mogelijk laten tellen door waarnemers uit de regio die het leuk vinden om de ontwikkelingen van de groene glazenmaker op de voet te volgen. Hiervoor 1818
in het 1000 100 10 Vrouwtje groene glazenmaker zet eitjes af op krabbenscheer. 1 2003 2006 2009 2012 2015 De landelijke populatietrend van de groene glazenmaker is matig afnemend. zoeken we vrijwilligers in de provincies Zuid-Holland, Utrecht, Friesland en Groningen. We hebben het afgelopen jaar al 75 routes uitgezet, deels op plekken met agrarisch natuurbeheer (dat waren er in 2016 nog maar een paar) en deels op agrarische plekken zonder natuurvriendelijk beheer. Zo kan na een aantal jaar het effect van het nieuwe beleid worden vastgesteld. Dit nieuwe meetnet bouwt voort op de aanpak van het Meetnet Libellen van het NEM (Netwerk Ecologische Monitoring). Dezelfde werkwijze wordt gevolgd, alleen de periode op de dag waarin geteld wordt is wat korter. Groene glazenmakers blijken namelijk vooral tussen 13.00 uur en 16.00 uur langs de routes actief te zijn. In 2016 zijn in totaal 75 routes drie of meer keren geteld, waarvan er 55 daadwerkelijk waarnemingen hebben opgeleverd. In 2016 is er veel aandacht geweest voor de situatie in Zuid-Holland en Utrecht; dit zal nog verder worden uitgebreid. En de provincies Friesland en Groningen zullen in 2017 meer nieuwe routes krijgen. Foto onder en boven: de groene glazenmaker leeft in krabbenscheervelden in natuurgebieden, stedelijk gebied en in het boerenland. Interesse om deel te nemen aan het Agrarisch Meetnet Libellen? Laat het ons weten! Vlinderstand 2017 19
Hoe gaat het met de nachtvlinders? Hoe gaat het met de nachtvlinders in Nederland? De grafiek hiernaast laat de trend zien van nachtvlinders van 1985 tot en met 2015, berekend met gegevens uit Noctua, de nachtvlinderdatabase van de Werkgroep Vlinderfaunistiek en De Vlinderstichting. De langjarige trend is negatief, maar de afname lijkt vooral in de jaren negentig van de vorige eeuw te hebben plaatsgevonden. De grauwe borstel is een vrij zeldzame soort die verspreid voorkomt, vooral op de zandgronden in de duinen en in het binnenland. 20
Landelijk Meetnet Nachtvlinders Naast het bijeenbrengen van losse waarnemingen in de database Noctua, verzamelen we ook gestandaardiseerde gegevens met behulp van lichtvallen in het Landelijk Meetnet Nachtvlinders. Dit meetnet draait nu zes jaar en maakt het mogelijk om op termijn trends in aantallen (populatietrends) te berekenen. Vanaf 2014 zijn er voldoende meetpunten om de eerste berekeningen mee te doen. De eerste drie jaar laten een lichte daling zien in zowel aantallen soorten als aantallen exemplaren, maar deze reeks is nog te kort om daadwerkelijk te kunnen spreken van een trend. Aantal vlinders per loca e 100 80 60 40 20 0 2014 2015 2016 Gem aantal exemplaren per nacht Totaal aantal soorten in per jaar Aantal waargenomen soorten per jaar en vlinders per nacht per meetpunt in het Meetnet Nachtvlinders 2014-2016. 1 0-1 1986 1991 1996 2001 2006 2011 De langjarige trend van de macrovlinders. Op de Y-as staat de prestatie van alle soorten. Dit is een term die de relatieve talrijkheid van de nachtvlinders uitdrukt. In 2016 namen bijna vijftig waarnemers deel aan het meetnet. Per nacht telden zij gemiddeld 30 vlinders en over het jaar verspreid hadden ze gemiddeld 76 verschillende soorten in de tuin! We willen het Landelijk Meetnet Nachtvlinders de komende jaren graag verder uitbreiden. Wilt u deelnemen met een nachtvlinderval in uw eigen tuin, kijk dan voor meer informatie op nachtvlinders.meetnetportaal.nl Nachtvlinders zijn heel divers van uiterlijk. Links: grote beer (boven), snuitvlinder (onder). Rechts: klein avondrood (boven), diana-uil (onder). Vlinderstand 2017 21
Nachtvlinders en de nieu Wet natuurbescherming In tegenstelling tot de dagvlinders en libellen zijn er maar weinig nachtvlinders opgenomen in de nieuwe Wet natuurbescherming: alleen de spaanse vlag en de teunisbloempijlstaart. Dit komt doordat de voorlopige Rode Lijst Nachtvlinders uit 2013 nog geen officiële status van de Rijksoverheid heeft gekregen. De soorten op die lijst vallen daarom niet onder een beschermingsregime. De beschermde status van de spaanse vlag en teunisbloempijlstaart is overgenomen van de Europese Habitatrichtlijn. De spaanse vlag is opgenomen in de nieuwe Wet natuurbescherming. De spaanse vlag en de teunisbloempijlstaart laten vanaf 1990 een positieve trend zien. Dit komt waarschijnlijk doordat beide soorten warmteminnend zijn en profiteren van klimaatverandering. De spaanse vlag komt vooral voor in vochtige bossen en struwelen in Zuid-Limburg. De rups leeft op allerlei kruidachtige planten. De teunisbloempijlstaart wordt het vaakst waargenomen in Limburg en oostelijk Noord- Brabant, maar er zijn weinig vaste populaties bekend. Zijn leefgebied bestaat uit open plekken in vochtige bossen, bosranden en andere warme open plaatsen. De rupsen leven vooral op (middelste) teunisbloem, maar soms ook op (harig) wilgenroosje, basterdwederik en grote kattenstaart. Om een beter beeld van de verspreiding te krijgen roepen we waarnemers op om in de periode juni-september naar de opvallende rupsen te zoeken op deze waardplanten. Hoewel de voorlopige Rode Lijst Nachtvlinders dus nog niet officieel is overgenomen door de overheid, geeft hij wel inzicht in het aantal soorten dat in Nederland in meerdere of mindere mate bedreigd is. Dat geldt voor 396 (47%) van de 841 soorten die we tot de standvlinders rekenen. Dit is zorgwekkend, omdat nachtvlinders (en hun rupsen) een belangrijke rol spelen in het voedselweb van veel verschillende ecosystemen. Bescherming van nachtvlinders komt zodoende ook ten goede aan de voedselsituatie van insectenetende vogelsoorten en vleermuizen. Bovendien hebben nachtvlinders een rol als bestuivers. Een deel van de bedreigde nachtvlindersoorten komt voor in de habitat van andere insectensoorten die wél beschermd zijn. Bij herstelmaatrege 22
we len in een dergelijke habitat is het goed mogelijk dat nachtvlinders meeprofiteren. Een voorbeeld hiervan is het natuurbeheer in de grijze duinen voor de duinparelmoervlinder. Dit komt waarschijnlijk ook ten goede aan bedreigde nachtvlindersoorten als de witvleksilene-uil of de kantstipspanner. In een aantal ecosystemen die voor nachtvlinders belangrijk zijn, komen echter nauwelijks beschermde insecten voor. Dit geldt bijvoorbeeld voor de meeste bostypen en voor schorren en zilte graslanden. In dit laatste voorbeeld zouden bedreigde nachtvlinders als de zandhaverboorder en de variabele worteluil goede graadmeters voor de kwaliteit kunnen zijn. 4 3 2 1 0-1 -2 Spaanse vlag Teunisbloempijlstaart -3 1990 1996 2001 2006 2011 De spaanse vlag en teunisbloempijlstaart laten vanaf 1990 een positieve trend zien. De variabele worteluil, een kenmerkende soort van schorren, staat op de voorlopige Rode Lijst Nachtvlinders als bedreigd. De rups van de teunisbloempijlstaart is gemakkelijk te herkennen aan het gele rondje op het achterlijf (bovenaan op de foto). Bij de meeste andere pijlstaarten zit hier een kenmerkende stekel. Vlinderstand 2017 23
Weinig nachtvlinders op Smeren is, naast licht, een veelgebruikte manier om nachtvlinders aan te trekken. Dit gebeurt met behulp van een zogenoemd smeermengsel, een zoete lokstof met onder andere appelstroop en alcohol. Door dit op een boomstam te smeren, boots je natuurlijke boomsappen na, waar vlinders graag van drinken. Op smeer kunnen andere nachtvlindersoorten afkomen dan op licht. Door met beide methoden nachtvlinders te onderzoeken, krijgen we een beter inzicht in de gehele Nederlandse nachtvlinderfauna. Rolf Griffioen was geïnspireerd door buitenlands onderzoek met smeervallen, waarmee op een gestandaardiseerde manier nachtvlinders kunnen worden gevangen met smeer. Hij hing deze vallen gedurende bijna vier jaar elke avond op dezelfde plek in het Drents-Friese Wold op. Hierdoor geven zijn vangresultaten een goed beeld van de hoeveelheid nachtvlinders die op smeer kwamen in de afgelopen vier jaar. De maanden juli en augustus leverden in 2013 tot en met 2015 de meeste vlinders op. Het aantal vlinders was in heel 2016 echter opvallend laag. Dit werd ook in andere delen van Nederland en België waargenomen door nachtvlinderaars die smeer gebruikten. Vooral het aantal herfstuilen, die normaal in groten getale op smeer afkomen, was in 2016 extreem laag. Een sluitende verklaring hiervoor hebben we niet, maar we vermoeden dat het te maken heeft met het warme, droge najaar. Vlinderpoppen hebben voldoende Met een smeerval kun je op een gestandaardiseerde manier nachtvlinders vangen. vocht nodig om uit te komen. Mogelijk heeft een deel van de poppen het door de droogte niet gered. 25 Gemiddeld aantal nachtvlinders per smeersel 20 15 10 5 0 2013 2014 2015 2016 Waargenomen nachtvlinders op smeer in het Drents-Friese Wold (gemiddeld aantal per smeerval per maand). Onderzoek van Rolf Griffioen. 24
smeer in 2016 Bruine herfstuilen op smeer. Een van de soorten die het in het najaar van 2016 flink lieten afweten. Vlinderstand 2017 25
Colofon De Vlinderstand is een uitgave van De Vlinderstichting (2017). Foto s: Gerdien Bos, Henk Bosma, Tineke Cramer, Jurriën van Deijk, Ed van der Es, Rolf Griffioen, Kim Huskens, Marlie Huskens, Macromia, Erland Reflin Nielsen, Marijn Prins, Martin Scheper, Chris van Swaay, Tim Termaat, Paul Tolenaar, Wim Turnhout, Kars Veling, Albert Vliegenthart, Nina de Vries, Rick Willemsen. Book Icon made by Freepik from www.flaticon.com Alle verspreidingsgegevens in deze Vlinderstand zijn gebaseerd op gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Grafieken van populatietrends en indicatoren komen uit de lande lijke meetnetten Vlinders en Libellen. De Landelijke Meetnetten Vlinders en Libellen worden gefinancierd door het ministerie van EZ en zijn een onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) speelt een belangrijke rol bij het berekenen van indexcijfers en kwaliteitsborging van het NEM. Naast landelijke populatietrends worden ook trends op kleinere schaal vastgesteld, zoals trends per provincie en trends per fysisch-geografische regio. De Vlinderstichting De Vlinderstichting is opgericht in 1983 en heeft als doel de vlinders en libellen te beschermen. Wij zijn een deskundige organisatie die zich, samen met iedereen die wil helpen, vol passie inzet voor deze zeer bedreigde diergroep. Onze inkomsten komen uit donaties, giften en nalatenschappen van particulieren en vooral uit projectopdrachten. Wij voeren alleen opdrachten uit die bijdragen aan onze doelstelling. Ook een eventueel financieel positief resultaat wordt geheel besteed aan onze beschermings doelstelling. Waar staan wij voor? Vlinders en libellen zijn een onlosmakelijk onderdeel van de natuur. Daarom moeten ze overal waar ze thuishoren ook daadwerkelijk te vinden zijn. De Vlinderstichting wil dat Nederland weer een vlinderland wordt! 26
Welke vlinder- en libellensoorten worden beschermd door de Wet natuurbescherming? Deze lijst toont alle soorten die op de huidige Rode Lijst staan en daarmee onder de Wet Natuurbescherming vallen. De soorten die dikgedrukt zijn staan op de Habitatrichtlijn en/of in de Bijlage behorende bij artikel 3.10, eerste lid, en genieten daarmee ook passieve bescherming. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) kunt u zien welke van deze soorten op uw grondgebied voorkomen. Wilt u weten voor welke soorten uw provincie belangrijk is, neem dan contact op met De Vlinderstichting. Een samenvatting van de wettekst staat op www. vlinderstichting.nl/wet-natuurbescherming. Libellen beekrombout bosbeekjuffer bronslibel donkere waterjuffer dwergjuffer gaffellibel gevlekte glanslibel gevlekte witsnuitlibel gewone bronlibel groene glazenmaker hoogveenglanslibel kempense heidelibel kleine tanglibel maanwaterjuffer mercuurwaterjuffer noordse glazenmaker noordse winterjuffer oostelijke witsnuitlibel rivierrombout sierlijke witsnuitlibel speerwaterjuffer venglazenmaker venwitsnuitlibel zuidelijke oeverlibel Nachtvlinders spaanse vlag teunisbloempijlstaart Dagvlinders aardbeivlinder bont dikkopje bosparelmoervlinder boswitje bruin blauwtje bruin dikkopje bruine eikenpage bruine vuurvlinder donker pimpernelblauwtje duinparelmoervlinder dwergblauwtje dwergdikkopje gentiaanblauwtje groot dikkopje groot geaderd witje grote ijsvogelvlinder grote parelmoervlinder grote vos grote vuurvlinder grote weerschijnvlinder heideblauwtje heivlinder iepenpage kalkgraslanddikkopje keizersmantel klaverblauwtje kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kleine parelmoervlinder kommavlinder moerasparelmoervlinder pimpernelblauwtje purperstreepparelmoervlinder rode vuurvlinder rouwmantel sleedoornpage spiegeldikkopje tijmblauwtje tweekleurig hooibeestje vals heideblauwtje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder woudparelmoervlinder zilveren maan zilverstreephooibeestje zilvervlek Vlinderstand 2017 27
De Vlinderstichting Postbus 506 6700 AM Wageningen tel. 0317 467346 info@vlinderstichting.nl Kijk op www.vlinderstichting.nl of volg ons op facebook.com/vlinderstichting @vlindernl @vlinderstichting