EINDNOTA UTOPIA Versie 1.1 /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Vergelijkbare documenten
Vlaams actieplan voor veiligere verkeerslichten. Van Herzeele Stanny Agentschap Wegen en Verkeer

Vlaams actieplan voor veiligere verkeerslichten

Toepassen van verkeersregelinnovaties, doen!

Quick wins kruispunten

Cameraonderzoek kruispunt Stationsweg-Burgemeester Van Roijensingel. Eindrapportage

Ontwerp kruispunten. Verkeerslichtengeregelde kruispunten. zijn geen kruispunten met verkeerslichten

Analyse doorstroming gemotoriseerd verkeer op t Goylaan

Gemeente Enschede. Verkeersafwikkelingsstudie Zuiderval Resultaten aanvullende simulaties

Dienstorder MOW/AWV/2013/12

RECREATIEMONITOR: AANTAL BEZOEKEN RECREATIESCHAP HET TWISKE 2011

NOTA. 1. Voorwerp van de nota. 2. probleemstelling

Kruispunt 1, 2 en 3: Aansluiting N307 - A50

Kruispunt 8: N342 N737

Memo. Noordwaarts, Hanny vd Meijs DRO, Dirk Iede Terpstra. Verkeersberekeningen DRO voor NDSM - kruispunten Klaprozenweg

Aansluiting Westraven Utrecht

Verkeersafwikkeling Oegstgeest a/d Rijn en Frederiksoord Zuid

Groene Golf Team. Ad Wilson Rijkswaterstaat/Dienst Verkeer en Scheepvaart

HOV-as West Emmaviaduct

Het college van burgemeester en wethouders heeft de raad op 8 januari 2014 geïnformeerd over de ontstane situatie bij EBS.

Rotterdam Sandelingplein

Werkdocument Hotel t Koningsbed Versie 16 mei 2012

Definitie gevaarlijk punt

Verkeersafwikkeling. 2e Hogeweg Onderzoek noodzaakbepaling VRl's twee kruispunten. Opdrachtgever. Opdrachtnemer

Koppeling op de Middenveldweg

RECREATIEMONITOR: AANTAL BEZOEKEN RECREATIESCHAP SPAARNWOUDE Recreatie Noord-Holland NV

Groene Golf Noordsingel te Leidschendam-Voorburg

CURSUS VERKEERSLICHTENREGELINGEN

Bestemmingsplan. Midden-Noord - Oss Ontwerp. Bijlagen 9 - aanvullend verkeersonderzoek maatregelen januari 2011 tuincentrum

Onderzoek VRI Nijverheidsweg (Nieuwegein)

Verkeersonderzoek vanuit de lucht

Afweging kruispuntvormen kruisingen Rietschans en Buitenhoflaan

PIJLER 2 Veiligere verkeerslichten verkeerslichtenregeling (Fiche 13)

Visie op slimmere verkeerslichten

Gemeente Geldrop-Mierlo. Modelberekeningen centrum Geldrop Verkeerskundige effecten van de centrumontwikkelingen volgens het Masterplan Centrum

Samenvatting onderzoeken variant 7 en 7B

Werfsignalisatie. 5e CATEGORIE NIET-AUTOSNELWEGEN

Kruispunt 40: N764 N765 Manenberg

Van Foreestweg. Onderzoek naar het functioneren van de verkeersregelinstallaties Van Foreestweg en Alexander Flemingstraat te Delft.

N302 bij Enkhuizen: Kruispunten met Zijlweg en Voorland

Bloemenveiling Naaldwijk

Bushalte A27 westzijde Eemnes

NOVI VERKEERSNET ACADEMY Mark Simons. VRI innovaties: Proeftuin Rotterdam

Quickscan twee kruispunten Hekelingseweg

Kattenburgerplein Amsterdam

Criteria voor de aanleg van een gevleugelde voetgangersoversteek t.h.v. schoolomgevingen

N237 Provincie Utrecht: MBO Systeem

Quickscan Meerndijk (N228) Op/afrit A12 zuid Reyerscop te De Meern

Onderzoek ontlasten Vlietbruggen. Onderzoeksresultaten. Adviesgroep 10 mei 2016

Waarom staat het licht op groen?

RINGWEG OOST LEIDEN verkeerssimulaties

Geloofwaardig Regelen

Hans Peperkamp, DRO team ORV (VRO/verkeersregeltechnisch ontwerp)

30 januari Functioneel Beheer Verkeerslichten in s-hertogenbosch Vialis 10 november 2016, kijkje in de keuken

Factsheet Verkeer. 1. Inleiding. 2. Ambities. Definities, bestaande wetgeving en beleid

Conclusies simulatiestudie FietsroutePlus Groningen - Haren - Helperzoomtunnel en BEA. De leden van de raad van de gemeente Groningen te GRONINGEN

Memo. Inleiding. Onderwerp: Memo doorstroming rotonde Parklaan Zandlaan - Horalaan

De Comfort VRI. incl. Groen Op Maat & GRIB. Voertuigafhankelijk. lokaal detectie (IVER) Voertuigafhankelijk Verkeersafhankelijk. De Comfort VRI!

Samenvatting onderzoeken variant 7

Quickscan Japuradreef - Rio Brancodreef in gemeente Utrecht

Memo. HaskoningDHV Nederland B.V. Infrastructure

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus Brussel

Grafentheorie. Verslag. A. G. (Okker) Hermansyah

Delft: traject Wateringsevest

Quickscan N244 Advies inzake de doorstroming op de kruispunten N244-Edisonweg en N244-Nieuwe Gouw te Purmerend

Anton Wijbenga. MAPtm. v 1.0

Herinrichting t Goylaan. Presentatie 22 april 2015

gemeente Eindhoven Betreft Nadere toelichting afweging instellen linksafverbod Geldropseweg

Eerste uitkomsten onderzoek luchtkwaliteit langs Nijenoord Allee Wageningen

Intelligente Verkeers Regel Installatie (ivri) Fase 1. Deliverable D

Quickscan Volmerlaan te Rijswijk

Afweging kruispunttypes

Transcriptie:

Expertise Verkeer en Telematica Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 4 1000 BRUSSEL T 02 533 78 01 expertise.verkeer.telematica@vlaanderen.be EINDNOTA UTOPIA Versie 1.1 ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Datum: 20 november 2015 Opgemaakt door: Winfried Casters (AWV - EVT), verkeerskundige verkeersplannen Goedgekeurd door: Stanny Van Herzeele (directeur - ingenieur weginfrastructuur EVT) Geert De Rycke (afdelingshoofd EVT) Onderwerp: Toelichting bij de definitieve versie van het eindrapport van Analyseren en bestuderen van verkeersstromen ter evaluatie van verkeerscoördinatie-systemen ( Utopia ) /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

1. Conclusies uit definitieve versie van het eindrapport De eerste zin van de conclusie uit het eindrapport: Samenvattend kan gesteld worden dat Utopia zeker geen winnaar is in de vergelijking met een klassieke regeling in de praktijktest van de Tiensesteenweg. Een korte toelichting bij deze zin: Gemotoriseerd verkeer Voor het gemotoriseerd verkeer geldt dat in het algemeen de gemiddelde reistijd voor het gemotoriseerde verkeer met de klassieke regeling lager is dan in de periode met Utopia. Voor dinsdagen en donderdagen is de gemiddelde reistijd op 12 van de 13 onderzochte tracés korter met de klassieke regeling. Slechts één tracé kent een beperkte winst (0,8%) qua reistijd met Utopia. Bij de 6 locaties waar de gemiddelde wachttijd gemeten werd, was de wachttijd bij 4 van de 6 locaties korter met de klassieke regeling. Eénmaal was de wachttijd gelijk, éénmaal is er een winst van 3,4% gemeten. Voor zaterdagen is de gemiddelde reistijd op 11 van de 13 onderzochte tracés korter met de klassieke regeling. Bij de twee tracés die een winst boeken met Utopia is dit 12,8% en 17,0%. Het overall gemiddelde geeft met Utopia een verlenging van de reistijd van 5,7% (dinsdag/donderdag) en 13,4% (zaterdag). Voetgangers en fietsers Voor voetgangers en fietsers geldt eveneens dat de verliestijd meestal stijgt bij Utopia. Hier hangt het verschil wel af van de oversteek en is het niet uniform. Veelal is het verschil enkele seconden per cyclus, soms stijgt het verschil tot een factor 2. Ook aan de oversteken op aanvraag is de klassieke regeling gunstiger. Grosso modo moeten fietsers en voetgangers gemiddeld 5 tot 10 sec langer wachten met Utopia. Openbaar vervoer Voor alle bustrajecten, met uitzondering van bus 3 richting station, geldt dat de bus gemiddeld sneller door het studiegebied rijdt met een klassieke regeling. Op alle andere bustrajecten schommelt het verschil eerder rond de 10% in het nadeel van Utopia. De reistijden zijn bij de klassieke regeling ook betrouwbaarder, er is minder spreiding op de metingen.

2. Bijkomende analyses en conclusies ter controle (door Verkeerscentrum, AWV en De Lijn) Aangezien deze conclusies niet het verwachte resultaat waren, werden er nog extra controles gedaan op de resultaten van het eindrapport: - enerzijds door een controle op de data die tijdens de meetperiode werd verzameld (door het Verkeerscentrum en De Lijn); - anderzijds door het gebruik van data van BeMobile, waar vergelijkbare analyses mee kunnen worden uitgevoerd. Analyse door het Verkeerscentrum: Door het Verkeerscentrum werd de data uit hun Bluetooth-detectoren geanalyseerd en gevisualiseerd in grafieken. Voor al deze grafieken waren duidelijke verschillen op te merken tussen de twee periodes en worden de conclusies uit het eindrapport bevestigd. In deze nota wordt als voorbeeld het traject I-H getoond met en zonder Utopia (zie Figuur 1 en 2). Hierbij is duidelijk te zien dat de pieken van de reistijden in de ochtend een ander karakter hebben in beide periodes en hoger reiken in de periode met Utopia. Figuur 1 Traject I-H (met Utopia) Figuur 2 Traject I-H (zonder Utopia)

Bijkomende vaststelling was dat tijdens de werking met Utopia mogelijk het verkeer gedoseerd werd aan het eerste kruispunt van het netwerk, nl. aan het kruispunt N3 x Vlinderlaan. Analyse door AWV: Door AWV werd er gebruikt gemaakt van externe data van BeMobile om de reistijden van enkele representatieve trajecten te vergelijken met de resultaten uit het eindrapport. In onderstaande tabel is samengevat welke trajecten er geanalyseerd werden op gemiddelde reistijd. Er kan geconcludeerd worden dat de resultaten uit de data van BeMobile in voldoende mate overeenkomen met de resultaten in het eindrapport. Traject Dag Procentueel verschil in gemiddelde reistijd (BeMobile) Procentueel verschil in gemiddelde reistijd (eindrapport) D-H Dinsdag en donderdag -2% -5% Zaterdag -15% -21% G-C Dinsdag en donderdag -7% -7% Zaterdag -7% -25% Analyse door de Lijn: De Lijn heeft eveneens hun GPS-data zelf geanalyseerd om het verschil te berekenen tussen de twee periodes. Hieruit kwam naar voren dat de conclusies uit het rapport overeenkwamen met hun bevindingen. Zowel in de ochtend- als avondspits boekten slechts 2 van de 10 trajecten een winst in gemiddelde reistijd. In de dalperiode (tussen ochtend- en avondspits) was dit eveneens het geval bij 2 van de 10 trajecten. In veel gevallen is de winst echter ook beperkt tot enkele (tientallen) seconden, terwijl het verlies vaker één tot enkele minuten bedraagt. Deze controle is eveneens toegevoegd in het eindrapport.

3. Bedenkingen uit de definitieve versie van het eindrapport In het eindrapport worden enkele bedenkingen gedaan en mogelijke hypotheses opgezet waardoor het verwachte resultaat niet bereikt werd. Samenvattend kan er gesteld worden dat: Het zou kunnen dat het verkeersbeeld op de Tiensesteenweg niet overeenkomt met de premissen van Utopia. M.a.w. de werking en methodiek van het systeem wordt verstoord door factoren die eigen zijn aan de Tiensesteenweg: zogenaamde perturbatie van het verkeer (toegangen tot parkings van winkels en tankstations, zijdelings parkeren, overstekende wagens, fietsers en voetgangers, ) Hierdoor wordt de vooropgestelde werking van het systeem van verlengen en verkorten van groentijden, om te anticiperen op aankomende verkeersstromen, verstoord. Men zou kunnen opperen dat niet alle regelmogelijkheden (richtingen op aanvraag, selectief mee verlengen, extra venster voor OV, meer detectie, ) van Utopia werden toegepast zodat een verdere optimalisatie van de lichtenregelingen wel een beter resultaat zou kunnen opleveren. Maar hier tegenover staat dat die regelmogelijkheden ook mogelijk zijn met een klassieke regeling. Het was expliciet de bedoeling om Utopia met een klassieke regeling te vergelijken in vergelijkbare omstandigheden en dus met een zelfde regelstrategie. Het aanpassen van de regelstrategie in Utopia en niet in de klassieke regeling zou ons geen correcte vergelijking opleveren vermits dan verschillende parameters worden aangepast. Daarbij zou het dan ook niet duidelijk zijn of een eventuele verbetering nu te danken is aan Utopia of aan een gewijzigde regelstrategie. de Tiensesteenweg in Leuven een schoolvoorbeeld is van een historische steenweg die doorheen de jaren uit zijn voegen is gebarsten en op geen enkele wijze aangepast is aan het verkeer dat hij moet verwerken. Dit komt uiteraard tot uiting aan de lichtengeregelde kruispunten waar er geen ruimte is om een voldoende aantal en voldoende lange opstelstroken te voorzien en, zeker in de nabijheid van de steden, zijn dit soort steenwegen in de regel overbelast. 4. Feedback fabrikant op resultaten Uit een evaluatievergadering met de ontwikkelaars van het systeem is gebleken dat allereerst technische problemen niet aan de basis kunnen liggen van de gemeten resultaten. Verder konden de hypotheses uit het rapport noch bevestigd, noch ontkracht worden. Er werden daarnaast geen andere hypotheses opgezet over het verkeerskundig functioneren van het systeem die invloed zouden kunnen gehad hebben op de resultaten.