Programmarekening 2014
Inhoudsopgave 1 Inleiding / samenvatting... 7 1.1 Inleiding... 7 1.2 Samenvatting... 9 1.2.1 Exploitatie... 9 1.2.2 Investeringen... 11 1.2.3 In één oogopslag / Waterschap Roer en Overmaas in cijfers... 13 Deel I Jaarverslag... 15 2 Programmaplan... 17 2.1 Programma Plannen... 18 2.2 Programma Watersysteem... 20 2.3 Programma Veiligheid... 25 2.4 Programma Zuiveren... 28 2.5 Programma Instrumenten... 30 2.6 Programma Bestuur, externe communicatie en belastingen... 34 2.7 Programma Bedrijfsvoering... 37 3 Overige paragrafen... 41 3.1 Ontwikkelingen en uitgangspunten... 41 3.2 Incidentele opbrengsten en kosten... 43 3.3 Onttrekkingen aan overige bestemmingsreserves en voorzieningen... 44 3.4 Waterschapsbelastingen... 45 3.5 Het weerstandsvermogen... 47 3.5.1 Risico's... 47 3.6 De financiering... 50 3.6.1 Rentevisie, de treasuryfunctie en de uitvoering van het treasurybeleid... 50 3.6.2 Liquiditeitspositie... 53 3.6.3 Treasurybeheer... 54 3.7 Verbonden partijen... 56 3.8 Bedrijfsvoering... 56 3.9 EMU-saldo... 57 3.10 Topinkomens... 58 4 Waterschapsbedrijf Limburg... 59 4.1 Relatie... 59 4.2 Begroting... 59 4.3 Geldstroom... 59 4.4 Reservepositie... 60 5 Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen... 61 5.1 Relatie... 61 5.2 Begroting / begrotingswijzigingen... 61 Programmarekening 2014 / 1502518 3
5.3 Geldstroom... 61 5.4 Reservepositie... 62 Deel II Jaarrekening... 63 6 Balans met toelichting... 65 6.1 Balans... 65 6.2 Indeling en waardering balansposten... 66 6.3 Vaste activa... 67 6.4 Vlottende activa... 70 6.4.1 Uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar... 70 6.4.2 Liquide middelen... 70 6.4.3 Kortlopende vorderingen... 70 6.4.4 Overlopende activa... 72 6.5 Vaste passiva... 73 6.5.1 Eigen vermogen... 73 6.5.2 Voorzieningen... 76 6.5.3 Vaste schulden... 77 6.6 Vlottende passiva... 78 6.6.1 Netto vlottende schulden... 78 6.6.2 Overlopende passiva... 78 6.7 Niet in de balans opgenomen verplichtingen... 80 7 Exploitatierekening naar programma s... 81 7.1 Programma Plannen... 83 7.2 Programma Watersysteem... 84 7.3 Programma Veiligheid... 86 7.4 Programma Zuiveren... 87 7.5 Programma Instrumenten... 88 7.6 Programma Bestuur, externe communicatie en belastingen... 89 7.7 Programma Bedrijfsvoering... 90 7.8 Investeringskredieten... 92 8 Exploitatierekening naar kostendragers... 95 8.1 Kostentoerekening... 95 8.2 Kostendrager... 96 8.3 Dekkingsmiddelen... 96 8.4 Realisatie kostendragers 2014 versus gewijzigde begroting 2014... 97 9 Exploitatierekening naar kosten en opbrengsten... 99 9.1 Toelichting op kosten... 101 9.2 Toelichting op opbrengsten... 105 9.3 Exploitatieresultaat... 107 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant... 109 4 Waterschap Roer en Overmaas
Voorstellen... 111 Deel III Bijlagen... 115 Bijlage A Bijlage B Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H Bijlage I Bijlage J Bijlage K Vaste Activa Reserves en voorzieningen Vaste schulden Personeelslasten Berekening van het rente-omslagpercentage Kostenverdeelstaat Begroting WBL en BsGW Programma s en beleidsproducten Treasury Opbouw EMU-saldo Meerjarig investeringsplan Programmarekening 2014 / 1502518 5
6 Waterschap Roer en Overmaas
1 Inleiding / samenvatting 1.1 Inleiding Hierbij bieden wij u de programmarekening 2014 aan waarin verantwoording wordt afgelegd over de opgaven waarvoor het waterschap in het verslagjaar is geplaatst. Het jaar 2014 is voor ons waterschap beleidsmatig en financieel gezien naar tevredenheid verlopen. Ook het investeringsniveau is nagenoeg gehaald. Zo blijft de inzet van de egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing beperkt en is sprake van een toevoeging aan de egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing. In deze programmarekening kunt u lezen hoe wij invulling hebben gegeven aan de voornemens in het verslagjaar. Naast de inleiding en samenvatting, bestaat de programmarekening uit drie onderdelen, te weten Deel I: Het Jaarverslag o Programmaverantwoording o De paragrafen o Relatie met Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) o Relatie met Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) Deel II: De jaarrekening o De balans met toelichting o Exploitatierekening naar programma s o Exploitatierekening naar kostendragers o Exploitatierekening naar kosten en opbrengsten o De controleverklaring o Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening inclusief bestemming van het resultaat Deel III: De bijlagen Jaarverslag Het jaarverslag begint met een financiële verantwoording van de uitvoering van het programmaplan bestaande uit de netto kosten per programma. Verder wordt in de programmaverantwoording ingegaan op drie vragen: Wat hebben we bereikt Onder wat hebben we bereikt wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop in het verslagjaar de gestelde doelen zijn gerealiseerd. Wat hebben we gedaan De teksten wat hebben we gedaan vermelden wat we gedaan hebben om datgene te bereiken wat we bereikt hebben. Voor zover kwantificeerbaar wordt een en ander door middel van kengetallen nader toegelicht. Wat kost het In dit onderdeel wordt de financiële realisatie in het verslagjaar gecomprimeerd weergegeven en wordt de afwijking ten opzichte van de gewijzigde begroting gepresenteerd. Daarnaast zijn in het jaarverslag de verplichte paragrafen volgens de Bepalingen Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen (BBVW) opgenomen. Hierin wordt ingegaan op de ontwikkelingen gedurende het verslagjaar, de incidentele kosten en opbrengsten en de onttrekkingen aan de overige bestemmingsreserves en voorzieningen. Ook wordt aandacht besteed aan de waterschapsbelastingen, het weerstandsvermogen en de financiering. Verder worden de (eventuele) verbonden partijen toegelicht en komt de bedrijfs- Programmarekening 2014 / 1502518 7
voering aan de orde. Tot slot wordt het EMU saldo nog in beeld gebracht en aandacht besteed aan de topinkomens zoals voorgeschreven in de Wet Normering Topfunctionarissen publieke en semipubliek sector (WNT). Jaarrekening De jaarrekening vormt de basis voor de controleverklaring en is door de accountant onderzocht op getrouwheid en rechtmatigheid. De jaarrekening betreft het cijfermatige deel van de programmarekening en is opgesteld in overeenstemming met de landelijke beleid- en beheerproducten (BBP) structuur. De BBP-opzet bestaat onder meer uit een systematiek van doorberekening van overheadkosten. Ook maken de controleverklaring en het voorstel tot vaststelling van de jaarrekening inclusief de bestemming van het rekeningresultaat deel uit van de jaarrekening. Verder omvat de jaarrekening de balans per 31 december 2014. Hoofdstuk 6 geeft de balanspositie van het waterschap per 31 december 2014 weer, met een nadere uiteenzetting per afzonderlijke balanspost. In de jaarrekening wordt ook ingegaan op de financiële realisatie van de programma s. Het zwaartepunt van de beleidsmatige aspecten is opgenomen in het jaarverslag terwijl de presentatie op de financiële aspecten een plek krijgt in de jaarrekening. Tot slot wordt nog ingegaan op de kostendragers (lees taken) en kosten en opbrengsten en wordt een korte analyse gegeven van de gewijzigde begroting 2014 versus realisatie. Bijlagen In deel III zijn de bijlagen en het meerjarig investeringsplan (MIP) inclusief de af te sluiten projecten opgenomen. In het MIP wordt de realisatie versus de raming van de investeringsprojecten weergegeven. Daarnaast wordt aangegeven welke projecten zijn afgerond en financieel worden afgesloten. In totaliteit zijn elf bijlagen bijgevoegd, waaronder de staat van vaste activa, reserves en voorzieningen, vaste schulden en personeelslasten. 8 Waterschap Roer en Overmaas
1.2 Samenvatting In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen het resultaat van de exploitatie op programma- en kostensoortenniveau gepresenteerd evenals de investeringen. Verder wordt een korte toelichting op beide onderdelen ten opzichte van de gewijzigde begroting 2014 gegeven. Ten slotte wordt nog een overzicht gepresenteerd met de belangrijkste cijfers van ons waterschap. 1.2.1 Exploitatie Exploitatie op programmaniveau Het beleid kan op programmaniveau op basis van de netto kosten in het verslagjaar als volgt worden weergegeven. Programma Realisatie 2014 Plannen 3.497.126 Watersysteem 14.653.574 Veiligheid 2.056.472 Zuiveren 42.960.319 Instrumenten 6.531.470 Bestuur, externe communicatie en belastingen 6.899.165 Programmatotaal 76.598.126 Onvoorzien Waterschapsbedrijf Limburg + 179.486 Frictiekosten BsGW + 361.175 Goodw ill toetreders BsGW - 1.039.076 Landsbanki - 513.744 Totaal netto kosten 75.585.967 Opbrengst w aterschapsbelastingen, inclusief kw ijtschelding en oninbaarverklaringen 76.107.139 Exploitatieresultaat 521.172 Voor een nadere toelichting op de programmakosten wordt verwezen naar hoofdstuk 7. Exploitatie op kostensoortenniveau Omdat in de jaarrekening de verschillen ten opzichte van de gewijzigde begroting 2014 op kostensoortenniveau worden verklaard kan het positief resultaat van de jaarrekening van 521.172 volgens de indeling van de kostensoorten als volgt worden weergegeven. Kosten / Opbrengsten Realisatie 2014 Kosten 78.724.262 Opbrengsten 79.245.434 Exploitatieresultaat 521.172 Voor een nadere toelichting op de kostensoorten wordt verwezen naar hoofdstuk 9. Kosten en opbrengsten 2014, realisatie versus gewijzigde begroting. De kosten zijn met 1.055.000 afgenomen (1,32%) en de opbrengsten zijn toegenomen met 1.121.000 (1,43%), ten opzichte van de gewijzigde begroting en afgerond op duizendtallen. Onderstaand worden de voornaamste afwijkingen in de kosten en opbrengsten toegelicht, eveneens afgerond op 1.000. Programmarekening 2014 / 1502518 9
Kosten afw ijking tov gew ijzigde begroting Rente en afschrijvingen 24.000 Personeelslasten -634.000 Goederen en diensten van derden -575.000 Bijdragen aan derden 83.000 Toevoegingen aan voorzieningen 156.000 Onvoorzien -109.000 Rente en afschrijvingen zijn afgenomen omdat de berekende rente over de eigen financieringsmiddelen (lees interne rentelasten) achterwege is gebleven als gevolg van de neerwaartse bijstelling van het rentepercentage door de renteontwikkeling op de financiële markten. De afschrijvingen zijn gestegen als gevolg van extra afschrijvingen. Personeelslasten zijn lager als gevolg van de gemiddeld lagere personeelssterkte. Goederen en diensten van derden zijn gedaald door de afname van het onderhoud derden, lagere kosten voor dienstverlening derden, lagere energiekosten en kosten gerelateerd aan de in het verslagjaar verkochte loods Sittard. De hogere bijdrage aan derden is een gevolg de verrekening van de regeling niet-kerende grondbewerking tegenover deze verhoging staat dat van de geplande uitgaven voor de stimuleringsregeling aanpak riooloverstorten geen gebruik is gemaakt. De stijging van de toevoegingen aan de voorzieningen is het gevolg van de niet geraamde toevoeging aan de voorziening pensioen- en uitkeringsverplichtingen en de extra toevoeging aan de voorziening onderhoud bedrijfspand Rijksweg Noord 305, om energiebesparende maatregelen te kunnen treffen. De post onvoorzien is niet aangewend. Opbrengsten afw ijking tov gew ijzigde begroting Financiële baten -185.000 Personele baten -12.000 Goederen en diensten aan derden 350.000 Bijdragen van derden 525.000 Bijdragen van derden WPM 77.000 Waterschapsbelastingen 361.000 Interne verrekeningen 5.000 Financiële baten zijn afgenomen door de lagere opbrengst van de interne rente als gevolg van de neerwaartse bijstelling van het rentepercentage van 0,75% naar 0%. Personele baten zijn gedaald door een lagere bijdrage van de Uitkeringsinstantie voor Werknemers Verzekeringen (UWV) in de kosten van zwangerschap en ziekte. Goederen en diensten aan derden zijn toegenomen door grondverkopen, de boekwinst als gevolg van de verkoop van de loods Sittard en de verhaalde kosten voor het uitvoeren van bestuursdwang. Bijdragen van derden is met name toegenomen door de verkoop van de vordering op Landsbanki. De bijdrage van derden WPM betreft de verevening van het aantal vervuilingseenheden per 31 december 2014 met Waterschap Peel en Maasvallei. De Waterschapsbelastingen zijn als gevolg van een hogere opbrengst over de oude belastingjaren toegenomen. De interne verrekeningen zijn toegenomen doordat meer uren aan projecten zijn besteed door projectleiders, medewerkers projecten en grondaankopers. Voor een uitgebreidere toelichting op de kostensoorten wordt verwezen naar hoofdstuk 9. 10 Waterschap Roer en Overmaas
1.2.2 Investeringen Het investeringsvolume, met uitzondering van bedrijfsvoering, die betrekking hebben op het watersysteem zijn gebaseerd op het Waterbeheersplan WRO 2010-2015, het Interimplan waterkeringen 2013-2015, de inspanningsverplichtingen zoals opgenomen in de Europese Kaderrichtlijn Water, Waterbeleid 21 e eeuw (WB21), het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4), het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) en de voorbereiding op de 4 e toetsingsronde van de primaire waterkeringen. De netto investeringsuitgaven in 2014 per programma kunnen als volgt worden weergegeven. Programma (afgerond 1.000) Watersysteem Realisatie 2014 6.798.000 Veiligheid 5.411.000 Instrumenten 60.000 Bestuur, externe communicatie & belastingen 7.000 Bedrijfsvoering 498.000 Totaal netto investeringsuitgaven 12.774.000 In de primitieve begroting werd uitgegaan van een netto investeringsniveau van 14.727.000. Gedurende het verslagjaar waren de inzichten in de investeringen zodanig dat de totale netto investeringsuitgaven via de voor- en najaarsrapportage neerwaarts zijn bijgesteld tot 13.026.000. Netto investeringsuitgaven 2014, realisatie versus gewijzigde begroting. Ten opzichte van deze bijstelling zijn de netto investeringsuitgaven uiteindelijk 252.000 lager dan verwacht en kan als volgt worden weergegeven. Afw ijking netto investeringsuitgaven (afgerond 1.000) 2014 Watersysteem 339.000 Veiligheid -236.000 Instrumenten -124.000 Bestuur, externe communicatie & belastingen 7.000 Bedrijfsvoering -238.000 Totaal afw ijking netto investeringsuitgaven -252.000 De afwijking van het programma watersysteem, veiligheid, instrumenten en bedrijfsvoering worden kort toegelicht. Watersysteem De inkomsten zijn 965.000 lager, wat een verhogend effect heeft op de afwijking, vooral veroorzaakt door het afzien van een voorschot op het op de provinciale subsidie ter financiering van het Uitvoeringsprogramma, (lees partnercontract). Anderzijds zijn de uitgaven met 626.000 afgenomen, vooral veroorzaakt door een lagere bijdrage aan het project Caumerbeek, waarvan de gemeente Heerlen trekker is. Ook is de overdracht van BBL-gronden op het project Vlootbeek achtergebleven. Verder is op het project Rode Beek Brunssum een bouwstop geweest als gevolg van problematiek met betrekking tot niet-gesprongen explosieven. Programmarekening 2014 / 1502518 11
Veiligheid Binnen het project Alexanderhaven heeft de aannemer weliswaar de mijlpaal van 19 december damwand gereed bereikt, echter zonder dit op papier afdoende aan te tonen. Als gevolg hiervan zijn nog geen betalingen verricht. Dit heeft een verlagend effect op de uitgaven in 2014. Omdat de uitgaven en inkomsten aan elkaar gerelateerd zijn, heeft dit eveneens een verlagend effect op de inkomsten in 2014. Instrumenten De uitgaven betreffende de gegevensverzameling primaire waterkeringen (verzameling van gegevens die nodig zijn voor de 4 e toetsronde) zijn lager. Vanuit de ontwikkeling van het nieuw hiervoor benodigde instrumentarium is nog geen duidelijkheid over de te verwachte wijzigingen in de gegevensvraag. De werkzaamheden schuiven door naar 2015, wanneer het Rijk (ontwikkeling van het instrumentarium) meer duidelijkheid geeft over de gegevensvraag. Bedrijfsvoering In verband met de fusie per 1 januari 2017 met WPM zijn vervangingsinvesteringen voor de werkplekken uitgesteld totdat bekend is hoe ICT vorm krijgt in Waterschap Limburg. Dit geldt eveneens voor de ontwikkelingen betreffende de geo-informatie. Voor een uitgebreidere toelichting op de netto investeringsuitgaven per programma wordt verwezen naar hoofdstuk 7. 12 Waterschap Roer en Overmaas
1.2.3 In één oogopslag / Waterschap Roer en Overmaas in cijfers In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste kerncijfers weergegeven waardoor in één oogopslag inzicht wordt verkregen in de financiële positie van het waterschap. Onderdeel Jaarrekening 2013 2014 1 Exploitatiesaldo 5.727.133 521.172 2 a. Exploitatie kosten 76.304.747 78.724.262 b. Exploitatie opbrengsten 82.031.880 79.245.434 3 Afschrijvingen 7.412.606 7.351.759 4 Aflossingen langlopende geldleningen 5.643.000 5.396.000 5 Verhouding afschrijving / aflossing 1,31 1,36 6 Personeelskosten (excl bestuur) 9.587.000 9.979.000 7 Aantal fte's 132,56 131,42 8 Personeelskosten per fte 72.300 75.900 9 Bruto investeringen 16.397.000 18.414.000 10 Boekw aarde vaste activa 110.518.000 115.900.000 11 Eigen vermogen 28.609.000 29.130.000 12 Voorzieningen 964.000 1.385.000 13 Langlopende geldleningen 61.260.000 67.965.000 14 Opbrengst w aterschapslasten (netto) 76.896.000 76.107.000 15 Aantal ingezetenen (huishoudens) 318.500 318.942 16 Tarief ingezetenen per w oonruimte 35,68 35,93 17 WOZ-w aarde gebouw d (x 1.000) 76.085.000 73.140.000 18 Tarief gebouw d (percentage van WOZ-w aarde) 0,0201% 0,0208% 19 Aantal belastinghectaren ongebouw d 56.590 55.828 20 Tarief ongebouw d per hectare 24,68 24,92 21 Aantal belastinghectaren natuur 14.033 13.674 22 Tarief natuur per hectare 2,36 2,42 23 Aantal vervuilingseenheden 1.019.500 1.016.500 24 Zuiveringsheffing per ve 49,73 48,52 Programmarekening 2014 / 1502518 13
14 Waterschap Roer en Overmaas
Deel I Jaarverslag Programmarekening 2014 / 1502518 15
16 Waterschap Roer en Overmaas
2 Programmaplan In het programmaplan wordt het naar de programma's onderscheiden en te realiseren beleid voor het waterschap over het verslagjaar weergegeven. Het plan is opgebouwd uit zeven programma s die door het bestuur zijn vastgesteld. Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten op basis waarvan het bestuur het beleid van het waterschap vaststelt. Programma Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Plannen 3.774.341 3.724.841 3.497.126 Watersysteem 14.765.486 14.813.362 14.653.574 Veiligheid 2.106.961 2.116.961 2.056.472 Zuiveren 43.036.550 43.036.550 42.960.319 Instrumenten 6.898.936 6.924.576 6.531.470 Bestuur, externe communicatie en belastingen 6.823.254 7.014.266 6.899.165 Bedrijfsvoering - 169.287 - Programmatotaal 77.405.528 77.799.843 76.598.126 Het programma bedrijfsvoering heeft een bijzondere functie. Dit programma bevat alle activiteiten die erop gericht zijn om de organisatie te ondersteunen bij het realiseren van de bestuurlijke doelstellingen. Hier worden de ondersteunende activiteiten verantwoord en uiteindelijk doorberekend naar de programma's. Alle kosten die betrekking hebben op de huisvesting, informatiebeleid en automatisering behoren tot het programma bedrijfsvoering. Evenals de kosten van juridische, facilitaire, financiële en personele aangelegenheden. Ook de salariskosten en de rente en afschrijvingen worden verantwoord binnen dit programma. De kosten worden eenmaal per jaar doorberekend naar de overige programma s. Tussentijdse wijzigingen binnen het programma worden niet doorberekend naar de programma s. In de programmarekening wordt, evenals de programmabegroting en tussentijdse rapportages, per programma ingegaan op de volgende onderdelen: Wat willen we bereiken, gepresenteerd als Kop en wat doen we om dit te bereiken (puntsgewijze acties), aangevuld met kengetallen. Kosten Investeringen De voorgenomen acties worden, evenals in de tussentijdse rapportages, voorzien van gekleurde smileys: blije smiley : de voor 2014 geplande maatregelen zijn gerealiseerd. Hierop wordt vervolgens een toelichting gegeven. neutrale smiley : de geplande maatregelen zijn niet of niet volledig uitgevoerd omdat als gevolg van nieuwe inzichten inmiddels anders is besloten. Hierop wordt vervolgens een toelichting gegeven. droevige smiley : de geplande maatregelen voor 2014 zijn niet gerealiseerd. Hierop wordt vervolgens een toelichting gegeven. Programmarekening 2014 / 1502518 17
2.1 Programma Plannen Programma-inhoud Dit programma is vooral gericht op het opstellen van eigen plannen en overige beleidsaspecten. Ook de kosten voor studie en onderzoek voor het formuleren van nieuw beleid maken hier deel van uit. Het belangrijkste beleidsplan is het waterbeheersplan met de nieuwe beleidsaspecten zoals de Kaderrichtlijn Water, waterbeheer 21 e eeuw / Nationaal Bestuursakkoord Water en Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Maar ook hiervan afgeleide werkprocessen en beleidsplannen, zoals plannen van derden, gebiedsgericht werken, landinrichting, watertoets en wateradvies, het beheersplan waterkeringen en het calamiteitenplan, het grondbeleid, recreatief medegebruik, cultuurhistorische waarden, visserij en jacht worden tot dit programma gerekend. Op 29 september 2009 is het Waterbeheerplan (WBP) 2010-2015 vastgesteld waarin opgenomen de Kaderrichtlijn Water, waterbeheer 21 e eeuw/nationaal Bestuursakkoord Water, Gewenst Grond en Oppervlaktewater Regime (GGOR) en andere beleidsvelden die de komende jaren richtinggevend zijn voor onze werkzaamheden. Het waterbeheersplan maakt deel uit van de algemene plansystematiek, met onder andere het Provinciaal Waterplan en het Stroomgebiedsbeheersplan Maas. Op de maatregelen die voor de Kaderrichtlijn Water in het Stroomgebiedsbeheersplan Maas zijn opgenomen, is een resultaatverplichting van toepassing. Aangezien het vigerende waterbeheersplan eind 2015 afloopt, is in 2014 samen met Waterschap Peel en Maasvallei een nieuw ontwerp Waterbeheerplan 2016-2021 opgesteld. Uitvoeren maatregelen WBP 2010-2015 en afgeleide processen en plannen Monitoring uitvoering WBP: een meer systematische monitoring van de beleidsdoelen en uitvoering van het WBP onder andere ten behoeve van de bestuursrapportages 2014 en volgende jaren. Dit gebeurt o.a. door het bijhouden van stroomgebied factsheets. In 2013 is door middel van een midterm review gerapporteerd over de voortgang van het lopende waterbeheerplan. Voor 2014 en 2015 ligt de nadruk op het ontwikkelen van het nieuwe WBP, waarbij ook een monitoringssystemantiek wordt ontwikkeld om de uitvoering van het WBP te bewaken. Met ingang van het nieuwe WBP wordt deze systematiek operationeel. Onteigening inzetten als instrument: grondverwerving op minnelijke basis biedt niet altijd voldoende zekerheid over de realisatie van projecten. Bij grondverwerving van projecten voor veiligheid zal nadrukkelijker gekeken worden naar de mogelijkheden van het opleggen van gedoogplichten en onteigenen op grond van de Waterwet en Onteigeningswet. Afgelopen jaar is het instrument onteigening niet ingezet. Het is in gesprekken met grondeigenaren enkele malen aangeduid als alternatief voor minnelijke verwerving, maar tot op heden niet nodig gebleken. Uitwerken onderzoeken en acties uit WBP: het betreft o.a. onderzoek naar gebruiksmogelijkheden van nieuwe technieken op het gebied van het opstellen van hydrologische modellen, onderzoek naar verwijdering van hormoon verstorende stoffen en medicijnresten, onderzoek naar de waterkwaliteit van oppervlakkig afstromend water bij hevige neerslag en voor het invullen van kennishiaten in het functioneren van het watersysteem (onderzoeken vallen financieel onder het Programma Watersysteem of Instrumenten). 18 Waterschap Roer en Overmaas
De onderzoeken, financieel verantwoord bij de programma s Watersysteem en Instrumenten zijn in 2013 en 2014 afgerond. Hiervoor wordt verwezen naar de betreffende programma s. Voorbereiden inspraakprocedure Stroomgebiedbeheerplan en Waterbeheerprogramma: in 2013 is op landelijk- en Maasbreed niveau begonnen met de voorbereiding van de nieuwe beheerplannen. Dit betekent dat binnen ons beheersgebied gestart is met publieke participatie in de vorm van gebiedsprocessen tussen waterschap, provincie, gemeenten en extern betrokken partijen. Het Stroomgebiedsbeheerplan en ons Waterbeheerplan liggen beiden conform planning ter inspraak. Veiligheid Implementatie Richtlijn Overstromingsrisico s (ROR): samen met de Provincie Limburg en de Waterdienst de ROR implementeren wat zal resulteren in een Overstromingsrisicobeheerplan (ORBP) voor het Maasstroomgebied in 2015. In het ORBP Maas legt Nederland als uitwerking van de Europese ROR vast welke maatregelen er genomen worden om bescherming tegen overstromingen te bieden en de gevolgen van toch optredende overstromingen te beperken. Het gaat vooral om maatregelen die door decentrale overheden (waterschappen, provincie, gemeenten) worden uitgevoerd. Hierom heeft het waterschap een rol gehad in het opstellen van het ORBP. Het betreft geen nieuwe maatregelen maar het samenbrengen van bestaande maatregelen en beleidsvoornemens. Het heeft hiermee dus geen gevolgen voor de programmering van onze eigen maatregelen. Het ontwerp ORBP is in 2014 afgerond en ligt begin 2015 samen met het Ontwerp Nationaal Waterplan ter inzage. Kengetallen programma plannen Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Aantal adviezen / beoordelen plannen (w atertoetsen) 200 100 168 NB Het aantal ter advisering aangeboden plannen (watertoetsen) is minder dan enkele jaren geleden. Dit is vooral verklaarbaar door de economische recessie en de inmiddels door gemeenten gerealiseerde inhaalslag in het updaten en digitaliseren van bestemmingsplannen. Wat kost het Onderstaand zijn de financiële gegevens van het programma weergegeven. Voor een specificatie met toelichting wordt verwezen naar paragraaf 7.1. Financiële gegevens programma plannen Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 3.774.341 3.724.841 3.497.126 Investeringen - - - Programmarekening 2014 / 1502518 19
2.2 Programma Watersysteem Programma-inhoud Dit programma betreft het realiseren en onderhouden van waterhuishoudkundige werken van het watersysteem, zijnde het waterkwantiteit- en het passieve waterkwaliteitsbeheer. Het programma omvat de inrichting van stromende en stilstaande wateren in zowel het landelijke gebied als de bebouwde omgeving. Hiertoe behoren ook beekherstel en maatregelen ten behoeve van de verbetering van vismigratie evenals duurzaam stedelijk waterbeheer, waterbodemsanering (baggeren), aanpak diffuse bronnen van watervervuiling en andere (fysieke) maatregelen voor de verbetering van de waterkwaliteit. Verder behoren de inrichting van het watersysteem op basis van de nieuwe normering, voorkomen van wateroverlast, aanleg regenwaterbuffers en retentie, aanpak van bodemerosie en oppervlakkige afstroming in hellend gebied, gewenst grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR) en peilbeheer tot dit programma. In de planperiode worden de maatregelen uitgevoerd die zijn opgenomen in het Waterbeheerplan 2010-2015. Hierin is opgenomen dat de wateren gedeeltelijk zijn, of worden, ingericht zodat ze voldoen aan de eisen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Ook dient het watersysteem te voldoen aan de nieuwe normering Waterbeheer 21 e eeuw (WB21) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Beschermen tegen wateroverlast / droogte Vergroting van regenwaterbuffers: de voorbereiding en uitvoering van circa 30 bestaande (stedelijke) regenwaterbuffers in de 2e tranche en voorbereiding van de 3e tranche. Het project Regenwaterbuffers fase 2 is conform planning afgerond. Deelname Deltaplan Hoge Zandgronden (DHZ): van 2011 tot en met 2014 neem het waterschap deel aan dit project. Hierin wordt voor Zuidoost Nederland een visie ontwikkeld om te komen tot een klimaatbestendig regionaal watersysteem in 2050, vooral gerelateerd aan droogteproblematiek. In 2014 hebben Brabantse en Limburgse overheden in de stuurgroep DHZ de strategie vastgesteld voor de ontwikkeling van een watersysteem dat zorgt voor voldoende zoetwater voor menselijk gebruik en natuur. Deze strategie bestaat uit drie sporen: 1. het zo lang mogelijk vasthouden van water in het gebied; 2. het aanvoeren van water uit andere gebieden; 3. het aanpassen van het gebruik van gebieden op (perioden van) watertekorten. Het Rijk heeft via het Deltafonds een bijdrage toegezegd voor realisatie van maatregelen binnen deze sporen. In 2014 is gestart met de voorbereiding van verschillende pilots om te onderzoeken welke maatregelen binnen de genoemde sporen genomen kunnen worden. Binnen ons beheersgebied betreft het 2 pilots: één in stedelijk gebied (Parkstad) en één in landelijk gebied (Pepinusbeek) deze worden uitgevoerd in 2015. Watersysteemtoets: in 2014 wordt getoetst waar onze beken en regenwaterbuffers nog niet voldoen aan de wateroverlastnormering. Maatregelen die hieruit volgen worden opgenomen in het nieuwe ontwerp Waterbeheerprogramma 2016-2021. De Watersysteemtoets is afgerond. De benodigde input voor het Waterbeheerplan is tijdig geleverd. Afronding landinrichtingen: de landinrichtingscommissie Mergelland Oost wordt in 2014 opgeheven waarmee de grote landinrichtingen zijn voltooid, behoudens Schinveldse Es. De landinrichting is voltooid en de commissie is opgeheven. 20 Waterschap Roer en Overmaas
Verbetering waterverdeling Maasnielderbeek-Vijverpartijen Roermond. Het project is conform planning gerealiseerd. Aanleg regenwaterbuffer Steegweg in Jabeek. Het project is conform planning uitgevoerd als onderdeel van project Regenwaterbuffers fase 2. Aanleg regenwaterbuffer t Brook te Stein. Het project is conform planning uitgevoerd. Aanleg regenwaterbuffer St. Janshof langs de Rode Beek te Schinveld. Deze buffer nu deels uitgevoerd in het kader van de Schinveldse Es. Als onderdeel van het project Herinrichting Rode Beek Schinveld zal de buffer verder worden vorm gegeven en uitgediept. Oppervlaktewateren optrekbaar maken voor vissen Oplossen van de vismigratieknelpunten bij molens. Om vismigratieknelpunten op te lossen is overeenstemming noodzakelijk met de eigenaar van de molen. Vaak blijkt dit een moeizaam proces, meestal door discussies over het te hanteren stuwpeil of de waterafvoer via de molen. Omdat de vispassage een minimale hoeveelheid water nodig heeft om te kunnen functioneren, ontstaat vaak een conflict met de hoeveelheid water die in dat geval voor de molen resteert. Daarnaast speelt in veel gevallen de discussie of energieopwekking wel of niet mogelijk is na het aanleggen van de vispassage. Op dit moment vindt onder andere overleg plaats over de Wittemermolen, de Epenermolen, de Commandeursmolen, de Volmolen en de Baalsbruggermolen. Er is zicht op uitvoering van de Baalsbruggermolen en de Volmolen in 2015, waarmee aan het partnercontract kan worden voldaan. Waar mogelijk verwijderen van overkluizingen binnen stedelijk gebied Ontkluizing van de Caumerbeek in Heerlen. Volgens planning moet het project medio 2015 worden afgerond. De voortgang verloopt volgens schema. Fase 1 (van Koumenweg tot monding Geleenbeek) is in 2011 uitgevoerd. Fase 2 is aanbesteding gereed en komt begin 2015 in uitvoering. Fase 3 (Koumenweg tot Huisbergstraat) is in 2013 gerealiseerd. Fase 4 en 5 (Huisbergstraat tot Meezenbroekweg) is in 2014 uitgevoerd. Herinrichting en ontkluizing Keutelbeek, kern Beek. Fase 1a is conform planning opgeleverd, fase 1b en fase 2 wordt in 2015 e.v. in voorbereiding opgestart. Optimaliseren kwaliteit oppervlaktewater en ecologie Stimuleren van het reduceren van de overstortfrequenties op (zeer) kwetsbare oppervlaktewateren. In 2014 is op basis van onze stimuleringsregeling gestart met de aanpak van alle overstorten in het stroomgebied van de Rode Beek in de gemeenten Onderbanken, Brunssum en Schinveld. Indien deze pilot succesvol wordt afgesloten kan de aanpak ook in andere Programmarekening 2014 / 1502518 21
stroomgebieden worden toegepast. Verder wordt de problematiek in het kader van het opstellen van gemeentelijke rioleringsplannen e.d. bij hen onder de aandacht gebracht. In het kader van het Gewenst grond- en oppervlakte regime (GGOR) bekijken hoe de waterhuishouding dient te zijn zodat de gewenste natuurwaarden zich kunnen ontwikkelen. Voor de natuurgebieden IJzerenbos, Doort en Haeselaarsbroek zijn GGOR-maatregelen in voorbereiding. De uitvoering vindt naar verwachting in 2015 plaats. Sanering verontreinigde waterbodems Voorbereiding en uitvoering van het (sanerings)project Oude Kanjel en Kanjel benedenstrooms Kanaal. Conform planning bevindt het project zich in de grondverwervingsfase. Er is nog geen zicht op moment van uitvoering. (SEF-)beken dienen natuurlijk of bijna natuurlijk te worden ingericht Uitvoeren van een gedeelte van in het Waterbeheersplan opgenomen ca. 110 km ecologisch beekherstel, zoals: Herinrichting van de Geul benedenstrooms kern Valkenburg fase 2 (Leeuw brouwerij). Met de gemeente Valkenburg is overeenstemming bereikt over de principe oplossing. De planvoorbereidingen zijn gestart. Uitvoering is voorzien vanaf eind 2015 c.q. begin 2016. Herinrichting brongebied Maasnielderbeek. Het project is nagenoeg afgerond. Herinrichting Middelsgraaf. De afronding van de laatste grondtransacties, nodig om de werken aan de Middelsgraaf te kunnen starten, hebben lichte vertraging opgelopen. De verwachting is dat de werkzaamheden aan de Middelsgraaf voor eind 2015, begin 2016 kunnen worden afgerond overeenkomstig de afspraken in het partnercontract 2013-2015 met Provincie Limburg. Herinrichting Vlootbeek, Aerwinkel - grens NL/DL. Is opgeleverd conform planning. Herinrichting Geleenbeek Corio Glana en Beekdalen Geleen. De herinrichting van de Geleenbeek Corio Glana en Beekdalen Geleen is een complex proces, waarbij herinrichting van de beek is gekoppeld aan lokale gebiedsontwikkelingen. Als gevolg hiervan kan meerwaarde voor het gebied worden gegenereerd, maar het vraagt ook veel afstemming en overleg met andere overheden en partijen. Door dit overleg heeft bij een aantal highlights binnen Corio Glana vertraging opgelopen. In het partnercontract 2013-2015 met Provincie Limburg zijn 8 highlights opgenomen. Van deze 8 highlights worden naar verwachting 6 highlights in 2015 uitgevoerd, 1 highlight wordt naar verwachting begin 2016 afgerond en 1 highlight zal uiterlijk in 2016 kunnen worden uitgevoerd. Ontkluizing Rode Beek Brunssum. Het project is conform planning aanbesteed. Het heeft echter in de uitvoering vertraging opgelopen ten gevolgen van Niet Gesprongen Explosieven-problematiek. Momenteel is er overeenstemming over de oplossing voor deze problematiek. Het project wordt naar verwachting medio 2016 afgerond en niet voor eind 2015 zoals voorzien. 22 Waterschap Roer en Overmaas
Duurzaam stedelijk waterbeheer: uitvoering van het bestuursakkoord water, verbetering van kosten, kennis en kwetsbaarheid bij de betrokken organisaties Samenwerken in de afvalwaterketen: voor alle gemeenten moet een samenwerking operationeel zijn wat leidt tot besparingen op samenwerkingsniveau en doelrealisaties. Dit wordt vormgegeven door het programmamanagement stedelijke water en accountmanagement. Als waterschap participeren wij in de 4 samenwerkende regio s zijnde: Limburgse Peelen, Parkstad, Westelijke Mijnstreek en Maas en Mergelland. De samenwerkingsverbanden hebben afgelopen jaar samengewerkt aan diverse projecten zoals Gemeentelijke rioleringsplannen in de regio Parkstad en Westelijke Mijnstreek. In Maas en Mergelland is gestart met de voorbereiding van een basisrioleringsplan op zuiveringskringniveau. Hierin wordt ook aandacht gegeven aan wateroverlast. Daarnaast is een aantal onderzoeksprojecten uitgevoerd, zoals het onderzoek naar de kwaliteit van de rioleringsgegevens in Maas en Mergelland, toetsing van riooloverstorten in Noord en Midden Limburg, 1e deel van het Onderzoek naar gewenste organisatievorm in de samenwerking in Parkstad. In Parkstad loopt een onderzoek naar een organisatievorm waarin gemeenten kunnen gaan samenwerken. Alle regio s vallen in de categorie koploper in de beoordeling door de landelijke visitatiecommissie. Juist en goed afgestemd onderhoudsniveau van het watersysteem, rekening houdend met de hydrologische en ecologische functies Op een efficiënte wijze onderhouden van het complete watersysteem waarbij wordt gestreefd naar een goed werkend watersysteem en een positieve beleving van de omgeving. Om vorenstaande goed te kunnen borgen, worden beheer- en onderhoudsplannen opgesteld voor uiteindelijk alle objecten in het beheersgebied. In de beheer- en onderhoudsplannen worden de ecologische en hydrologische eisen, die aan het watersysteem gesteld worden, vastgelegd. Ten aanzien van beheer- en onderhoudsplannen van complexe hydrologische watergangen is nog een verdere slag nodig. Daarnaast wordt zoveel mogelijk rekening gehouden en meegewerkt met en aan recreatief medegebruik op en over waterschap eigendommen. Implementeren van een onderhoudsbeheersysteem waarin alle onderhoudsactiviteiten (voor zover mogelijk) worden gepland en geregistreerd op basis van vooraf vastgestelde onderhoudsconcepten. Het onderhoudssysteem is geïmplementeerd. Het dient ter ondersteuning van het onderhoudsproces. Daar waar het meerwaarde oplevert, wordt het systeem verder uitgebouwd. Uitvoering van onderhoudsbaggerwerkzaamheden. De baggerwerkzaamheden zijn op basis van inspecties gepland en uitgevoerd. Voor muskus- en beverratbestrijding onder het gestelde landelijke normeringgetal blijven Effectief en efficiënt bestrijden van de muskus- en beverrat: met ingang van 1 januari 2011 is de taak van de bestrijding van de muskus- en beverraten formeel overgegaan naar het waterschap. Het waterschap blijft de komende jaren kritisch kijken naar de bestrijding in relatie tot de benodigde inzet, waarbij de borging van het bereikte niveau van de afgelopen jaren voorop staat. De verhoogde migratie van muskusratten via de Roer en de Worm heeft geleid tot een stijging van 37%. De eveneens verhoogde aanvoer van beverratten verloopt geheel via de Programmarekening 2014 / 1502518 23
grensoverschrijdende beken. Dit heeft geleid tot een stijging van 100%. Door de uitbraak van vogelgriep en het Seoulvirus bij de bruine rat zijn de bestrijders een deel van hun tijd niet inzetbaar geweest. 2014 Kengetallen programma w atersysteem Begroting Gew ijzigde begroting Realisatie Aantal projecten in voorbereiding * 36 28 28 Aantal projecten in uitvoering * 22 13 11 Aantal meldingen mbt het w atersysteem 350 550 530 Aantal muskusrattenvangsten per km 0,20 0,24 0,30 Aantal beverrattenvangsten per km 0,06 0,08 0,09 * De projecten gaan van voorbereidingsfase via de uitvoeringsfase naar de nazorgfase. Dit heeft de afwijking tussen de realisatie versus prognose tot gevolg. Wat kost het Onderstaand zijn de financiële gegevens van het programma weergegeven. Voor een specificatie met toelichting wordt verwezen naar paragraaf 7.2. Financiële gegevens programma w atersysteem Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 14.765.486 14.813.362 14.653.574 Investeringen 8.415.000 6.459.000 6.797.932 24 Waterschap Roer en Overmaas
2.3 Programma Veiligheid Programma-inhoud Dit programma omvat de aanleg en onderhoud van waterkeringen, de hoogwateractiviteiten (dijkbewaking) en de calamiteitenbestrijding. Onder deze noemer zijn de (uitvoerings)maatregelen gebracht die voortkomen uit het Interimplan Waterkeringen 2013-2015. Veilige keringen Start uitvoering van de verbetermaatregelen om de waterkeringen te versterken en gedeeltelijk te verhogen. De uitvoering van de versterking van de waterkering in de Alexanderhaven te Roermond is gestart. Binnen het project Sluitstukkaden is de uitvoering van de versterkingen in Geulle aan de Maas, Merum en Brachterbeek aanbesteed. De versterkingen in Ohé en Laak, Roosteren en Grevenbicht zijn in voorbereiding. De versterkingen in Maastricht zijn uitgevoerd. Leveren van een bijdrage, capaciteit, aan het Delta programma voor het ontwikkelen en actualiseren van een nieuwe normering. Het waterschap heeft deelgenomen aan de diverse werksessies en overleggen over de nieuwe normering die vanuit het Deltaprogramma geïnitieerd zijn en tevens inhoudelijke bijdragen geleverd. Daadkrachtig en efficiënt optreden bij calamiteiten Maken en actualiseren van bestrijdingsplannen voor bijzondere en dreigende situaties. Alle bestrijdingsplannen zijn opgesteld. Alleen binnen het bestrijdingsplan wateroverlast moeten nog de deelplannen wateroverlast Geul en Buffers worden opgesteld in 2015. Aandacht is nodig voor de implementatie van deze plannen. De crisisorganisatie wordt verder opgeleid en geoefend op basis van het Meerjarig Beleidsplan Opleiding Training en Oefeningen (OTO) 2012-2015. Het aantal oefeningen/trainingen 2014 is afgestemd op de haalbaarheid (jaarplan OTO 2014). Het OTO jaarplan is voor een groot deel zo gerealiseerd als gepland. Een paar workshops zijn doorgeschoven naar 2015. De behoefte in de organisatie blijft onverminderd groot om te oefenen en vaardigheden te trainen. Naast de oorspronkelijk geplande oefeningen zijn een extra aantal kleinschalige trainingen en bijeenkomsten georganiseerd waardoor toch nog een groter aantal oefeningen/trainingen is gehouden dan oorspronkelijk gepland. In 2014 is o.a. geoefend met de Kadewacht, het OC en het actiecentrum Buiten. Integreren en afstemmen van activiteiten op het terrein van crisisbeheersing en rampenbestrijding. In 2014 zijn enkele medewerkers vanuit de bestaande lijnorganisatie ingezet om de activiteiten op het gebeid van crisisbeheersing meer te integreren en af te stemmen. De kennis en kunde van deze medewerkers is en blijft ingezet in de ontwikkeling van de crisisorganisatie. In 2014 verder uitvoering geven aan de in Programma Veiligheid en ISO calamiteitenzorg gedefinieerde actiepunten. De vanuit het Programma Veiligheid geïnventariseerde actiepunten zijn in 2014 grotendeels opgepakt en uitgevoerd. Zo zijn in 2014 een aantal bestrijdingsplannen Programmarekening 2014 / 1502518 25
geactualiseerd en vastgesteld. Door middel van oefeningen en workshops zijn de actiecentra van de warme crisisorganisatie getraind en opgeleid. Daarnaast is een start gemaakt met implementeren van het delen van tijdige en juiste informatie (netcentrisch werken) voor de crisisorganisatie. Optimaliseren onderhoud waterkeringen Uitvoeren van inspecties, regulier onderhoud en bijhouden van het beheerregister. Hieraan is uitvoering gegeven. Controleren en inspecteren van de waterkeringen en kunstwerken op basis van een vastgesteld inspectie en onderhoudsplan. Alle primaire, regionale- en overige waterkeringen worden minimaal twee keer per jaar geïnspecteerd. Ook worden de waterkeringen geïnspecteerd op de aanwezigheid van muskus- en beverratten of andere schadelijke dierlijke activiteiten zoals mollen en konijnen. In het kader van de Zorgplicht Waterkeringen is in 2014 gestart met structurele inspecties van de keringen. De keringen zijn in het voorjaar en in het najaar (voor de start van het Hoogwater seizoen) aan de hand van een checklist en beleidsuitgangspunten geïnspecteerd. De resultaten zijn input voor vervolgacties van diverse processen (onderhoud, handhaving, vergunningverlening etc.). Het bestrijden van muskus- en beverraten of andere schadelijke dierlijke activiteiten heeft ook in 2014 actief plaatsgevonden. Ontwikkelen van een beheer en onderhoudsvisie waterkeringen. Gestart is met de ontwikkeling van een brede visie op het beheer en onderhoud van zowel de waterkeringen als ook het watersysteem. Deze visie zal leiden tot concrete beleidsuitgangspunten ten aanzien van het beheer en onderhoud. De planning is om het plan eind 2015 gereed te hebben. Bevorderen bewustwording hoogwaterrisico s De risicobeleving en het beleid ten aanzien van risicocommunicatie wordt nader onderzocht, waarbij de social media worden ingezet. In 2014 is aangehaakt bij de landelijke campagne 'Ons Water', gericht op het bevorderen van waterbewustzijn. Dit is een goede basis voor het verder uitbouwen van risicobewustzijn en -communicatie in 2015. Verder is tijdens en na de hevige regen en (dreigende) wateroverlast van afgelopen zomer volop gecommuniceerd over waterbewustzijn, risico's en handelingsperspectief voor inwoners en gemeenten. Kengetallen programma veiligheid Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Aantal projecten in voorbereiding 1 1 1 Aantal projecten in uitvoering 2 2 2 Aantal opschalingen calamiteitenorganisatie w aterkeringen 5 3 0 Aantal oefeningen / trainingen mbt calamiteitenbestrijding 1 10 14 Aantal meldingen / klachten mbt veiligheid 5 5 0 26 Waterschap Roer en Overmaas
Wat kost het Onderstaand zijn de financiële gegevens van het programma weergegeven. Voor een specificatie met toelichting wordt verwezen naar paragraaf 7.3. Financiële gegevens programma veiligheid Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 2.106.961 2.116.961 2.056.472 Investeringen 5.412.000 5.647.000 5.410.632 Programmarekening 2014 / 1502518 27
2.4 Programma Zuiveren Programma-inhoud Dit programma omvat de investeringen en onderhoudskosten die gemaakt worden voor de waterketen, ofwel het zuiveringsbeheer. De investeringen, het beheer en onderhoud van zuiveringstechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallaties, BBP: gezuiverd afvalwater) plus slibverwerking, het rioleringsbeleid en de kosten voor het rioolwatertransportsysteem (BBP: transport afvalwater) maken hier deel van uit. Ook de samenwerking in de waterketen behoort tot dit programma. In het bestuursprogramma van het Waterschap Roer en Overmaas is met betrekking tot het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) opgenomen: de mogelijkheden voor samenwerking met gemeenten in de afvalwaterketen worden optimaal benut. duurzaamheid in de bedrijfsvoering wordt nagestreefd. Hierbij wordt de regio nadrukkelijk betrokken. Een en ander wordt nader uitgewerkt in relatie tot het amoveren van installaties, het gebruik van andere technieken, het besparen/ opwekken van energie, etc. Het gebruik van duurzame materialen en het realiseren van projecten waarbij zo min mogelijk onderhoud resteert, zijn aandachtspunt. In het bestuursakkoord van het Waterschap Peel en Maasvallei is hiervoor opgenomen: het stimuleren van samenwerking met gemeenten en bedrijven in de afvalwaterketen. de bedrijfsmatige aanpak van het WBL moet versterkt worden voorgezet. Sturing vindt plaats op afstand. In aansluiting hierop heeft het bestuur van het WBL onder andere de volgende uitgangspunten geformuleerd: versterking bedrijfsmatige focus. ambities in de afvalwaterketen zijn gericht op beheer en onderhoud van gemalen, databeheer, capaciteitsberekeningen en het projectmanagement van gemeenschappelijke projecten. Op basis van de geformuleerde bestuurlijke uitgangspunten, zijn in de bestuurlijke notitie Uitgangspunten Meerjarenraming 2014-2018 en begroting 2014 de missie en de visie van het bedrijf geformuleerd. Missie: transporteren en zuiveren afvalwater, verwerken van slib een hoogwaardige bestemming voor gezuiverd water / ontwaterd slib het zuiveringsproces vergt een zo laag mogelijke energiebehoefte investeren in kwaliteitsorganisatie voldoen aan wet- en regelgeving bedrijfsvoering tegen zo laag mogelijke kosten 28 Waterschap Roer en Overmaas
Visie: optimaliseren afvalwaterinfrastructuur bedrijfsvoering waarin centraal staat vernieuwing, innovatie en continu verbeteren samenwerken met sterke partners waardoor waarde gecreëerd wordt voor WBL samenwerken gericht op schaalvoordelen leidend tot lagere kosten en beter en duurzamer product organisatie inrichten naar model van high performance organisatie (betere financiële en niet-financiële resultaten dan vergelijkbare bedrijven voor periode van minimaal 5 jaar) Optimale werking en capaciteit installaties; zuiveren. Transporteren afvalwater binnen gestelde normen. Verbruik grondstoffen verminderen en milieubelasting als gevolg van reststoffen beperken. Kostenreductie op alle processen met behoud van kwaliteit. Tevredenheid partners verbeteren. Kwaliteit organisatie aan top in branche met gemotiveerde medewerkers / management in veilige werkomgeving. Maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit programma wordt uitgevoerd door het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL). Het WBL rapporteert per kwartaal over de activiteiten door middel van de bestuursrapportage die ook aan het algemeen bestuur van ons waterschap wordt aangeboden. Daardoor wordt dan ook voor dit onderdeel verwezen naar de bestuursrapportages van het WBL. Dit programma wordt uitgevoerd door het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL). Het WBL rapporteert per kwartaal over de activiteiten door middel van de bestuursrapportage en in de jaarrekening die ook aan het algemeen bestuur van ons waterschap wordt aangeboden. Daardoor wordt dan ook voor dit onderdeel verwezen naar de jaarrekening van het WBL. Wat kost het Onderstaand zijn de financiële gegevens van het programma weergegeven. Voor een specificatie met toelichting wordt verwezen naar paragraaf 7.4. Financiële gegevens programma zuiveren Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 43.036.550 43.036.550 42.960.319 Investeringen - - - Programmarekening 2014 / 1502518 29
2.5 Programma Instrumenten Programma-inhoud Dit programma omvat een aantal (beheers)instrumenten die het waterschap tot zijn beschikking heeft om de taakuitoefening op een adequate manier te kunnen uitvoeren. Hieronder vallen de Leggers, vergunningverlening en handhaving op grond van de Waterwet en de keur. Eveneens valt hieronder de veiligheidstoets van de waterkeringen. Daarnaast heeft het waterschap enkele financiële regelingen (stimuleringsregeling aanpak riooloverstorten 2010-2016 (zgn. overstortregeling) en de stimuleringsregeling afkoppelen verhard oppervlak). Tevens wordt de monitoring tot dit programma gerekend. Een actueel en adequaat beleid, regelgeving en instrumentarium Het Keur-instrumentarium (de Keur, de Algemene Regels op grond van de Keur en de Beleidsregels Vergunningverlening) wordt actueel gehouden. Dit gebeurt op basis van geconstateerde behoeftes uit de praktijk en ontwikkelingen bij de Unie van Waterschappen. Het Keur instrumentarium is in het verslagjaar vernieuwd. Dit is gebeurd op aangeven van een nieuw model Keur door de Unie van Waterschappen. Tevens zijn de algemene- en beleidsregels (regionale keuzes en invullingen) up to date gebracht. Het vaststellingsproces heeft geen noemenswaardige zienswijzen opgeleverd. De herziene Legger kan nog functioneler gemaakt worden voor onze klanten. Daartoe wordt bezien of en hoe de presentatievorm meer dynamisch en interactief vorm kan worden gegeven. Ruimtelijke ontwikkelingen en vergunning consequenties worden snel in de Legger opgenomen. De actuele Legger is voor onze klanten digitaal raadpleegbaar op de waterschapswebsite. Ruimtelijke ontwikkelingen, projecten en vergunningen worden meteen in de Legger verwerkt door in het bestuurlijke besluitvormingsproces parallel aan het Projectbesluit of de vergunningverlening, ook de leggeraanpassingen vast te stellen. Vergunningverlening en toezicht handhaving klantgericht, samenwerkend, integraal en transparant Bij klantgericht werken worden in elk geval de instrumenten deregulering, voorlichting en communicatie ingezet. In 2014 wordt geïntensiveerd contact gezocht met gemeenten, in de vorm van creëren van partnerschap, om mee te kunnen sturen in ruimtelijke ontwikkelingen. In het kader van klantgericht werken zijn de instrumenten deregulering, voorlichting en communicatie ingezet. Verder is er geïntensiveerd contact gezocht met gemeenten, dit in de vorm van creëren van partnerschap, om mee te kunnen sturen in ruimtelijke ontwikkelingen. Vergunningverlening, meldingsafhandeling, toezicht en handhaving blijven qua intensiteit en impact de bestuursrechtelijk meest maatgevende basisinstrumenten. Op vergunningsverzoek of melding van klanten wordt op een zo weinig mogelijk belastende en ondersteunende wijze meegewerkt aan de realisering van de klantenwens. Vergunningverlening, meldingsafhandeling, toezicht en handhaving zijn ook weer in 2014 qua intensiteit en impact de bestuursrechtelijk meest maatgevende basisinstrumenten gebleken. Op vergunningsverzoek of melding van klanten is op een zo weinig mogelijk belastende en ondersteunende wijze meegewerkt aan de realisering van de klantenwens. 30 Waterschap Roer en Overmaas
Bij het toezicht worden in eerste aanleg de instrumenten preventie, informatieverstrekking en voorlichting ingezet. Waar nodig wordt handhavend opgetreden. Toezicht geschiedt, voor zover effectief en efficiënt, in samenwerking met handhavingspartners. Bij het toezicht zijn in eerste aanleg de instrumenten preventie, informatieverstrekking en voorlichting ingezet. Waar nodig werd handhavend opgetreden; de kleine 10 gevallen waar bestuurs- dan wel strafrechtelijke maatregelen noodzakelijk bleken mogen daarvan getuigen. Bij de strafrechtelijke onderzoeken is op een effectieve manier samengewerkt met het Regionale Milieu Team van de Politie. De digitale dienstverlening aan de burgers en bedrijven blijft aandacht houden. Via het landelijke digitale Omgevingsloket (OLO) kunnen naast Omgevingswet vergunningen ook Waterwetvergunningen aangevraagd en behandeld worden. De regionale keuzes, als bijvoorbeeld vastgelegd in de Keur-instrumenten, zijn in het OLO door vertaald. De digitale dienstverlening aan de burgers en bedrijven is gecontinueerd. Via het landelijke digitale Omgevingsloket (OLO) zijn naast Omgevingswet vergunningen ook Waterwetvergunningen aangevraagd en behandeld geworden. De regionale keuzes, als vastgelegd in de nieuwe Keur-instrumenten, zijn in het OLO door vertaald. De Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD) voeren de taken uit voor de provincie Limburg en gemeenten in het kader van het omgevingsrecht. In samenspraak met de andere waterbeheerders in Limburg wordt verder inhoud gegeven aan het samen met deze RUD s bewaken van de wateraspecten. Gedurende het programmajaar is samen met de Regionale Uitvoeringsdiensten (welke de taken uit voor de provincie Limburg en gemeenten in het kader van het omgevingsrecht uitvoeren) inhoud gegeven aan het bewaken van de wateraspecten. Financieel stimuleren Gemeenten worden gestimuleerd om maatregelen te treffen die de kwaliteit van het oppervlaktewater ten goede komt. De afkoppelregeling is afgelopen. Besloten is het resterende budget in te zetten voor het aanpakken van de meest risicovolle overstorten. Gestart is in het stroomgebied van de Rode Beek waarover een overeenkomst gesloten zal worden met de gemeenten Brunssum, Schinnen en Onderbanken. Verder gaan we de gehanteerde werkwijze binnen het beschikbare budget op een vergelijkbare wijze uitrollen naar andere stroomgebieden en gemeenten. De bestaande financiële stimuleringsregelingen, voor maatregelen die de kwaliteit van het oppervlaktewater ten goede kwamen, zijn samengevoegd tot een nieuwe regeling hoofdzakelijk bedoeld voor de aanpak van overstorten. Op basis van een pilot is, in dit kader, gestart met KRW maatregelen aan de Rode Beek. Veilige keringen In 2013 is de verlengde landelijke derde toetsronde afgerond. De vierde landelijke toetsronde start in 2017. In voorbereiding daarop worden in de jaren 2014, 2015 en 2016 gegevens over objecten, waar we in de verlengde derde toetsronde nog niet tot een oordeel hebben kunnen komen, verzameld. Met deze gegevens moet het mogelijk zijn deze objecten in de vierde landelijke toetsronde wel van een oordeel te voorzien. We borgen hiermee dus een goede start van de vierde landelijke toetsronde in 2017. De werkzaamheden hebben zich gericht op de verzameling van de gegevens die nodig zijn voor de 4e landelijke toetsronde (uit te voeren naar verwachting in 2017). Programmarekening 2014 / 1502518 31
Vanwege onvoldoende duidelijkheid over het nieuwe (toets)instrumentarium is het slechts in beperkte zin mogelijk gebleken gegevens te verzamelen. Werkzaamheden schuiven daarom door naar 2015 en 2016, wanneer er vanuit het Rijk meer duidelijkheid gegeven is Beschikken over een kennisbank met actuele gegevens over ons watersysteem monitoring In 2013 is, voor een periode van vier jaar, een nieuwe overeenkomst gesloten voor het bemonsteren, analyseren en rapporteren van de kwaliteit van het water in oppervlaktewaterlichamen en de kwaliteit van geloosd afvalwater in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze overeenkomst is gesloten in nauwe samenwerking en samenspraak met de waterpartners, WBL/WPM/BsGW. In 2013 is, voor een periode van vier jaar, een nieuwe overeenkomst gesloten met een externe partij voor het bemonsteren, analyseren en rapporteren van de kwaliteit van het water in oppervlaktewaterlichamen en de kwaliteit van geloosd afvalwater in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De op basis van deze overeenkomst uitgevoerde werkzaamheden voor de samenwerkende waterpartners WBL, WPM, BsGW en WRO zijn naar tevredenheid uitgevoerd. Het meetnet van het oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit) wordt zo optimaal mogelijk ingezet. Door middel van monitoring worden gegevens verzameld noodzakelijk voor het uitvoeren van het dagelijkse waterbeheer, trenddetectie, effectiviteitbepaling van het gevoerde beleid, het KRW-beleid, inzetbepaling toezicht en advisering voor uitvoeringsprojecten. De plan- en projectmatige monitoringsonderzoeken op het gebied van kwantiteit en kwaliteit zijn uitgevoerd conform het jaarplan. Naar aanleiding van de (bijna) wateroverlastsituaties die zich in de zomer van 2014 op een aantal locaties hebben voorgedaan wordt het afvoer- en waterstandsmeetnet in 2015 uitgebreid om bij calamiteiten op een aantal kritische locaties meer zicht te hebben op de actuele situatie. Implementeren Dawaco: met een nieuwe database voor ecologische en chemische gegevens zijn we beter in staat gegevens in samenhang te beheren en te interpreteren. In 2014 voeren we deze implementatie uit. Het programma Dawaco, voor de opslag van waterkwaliteitsgegevens en ecologische gegevens, is in 2014 geïnstalleerd en getest. De testfase is succesvol afgerond, zodat in 2015 de beheerfase kan worden ingezet. Kengetallen programma instrumenten Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Aantal vergunningen 100 100 122 Nalevingspercentage bij toezicht en handhaving 85% 85% 89% Aantal meldingen 200 300 340 Aantal toezichtacties - controles 1.250 1.250 1.774 Juridische juisheid bij rechterlijke toets vergunning/melding 95% 100% 100% Aantal bestuursrechterlijke maatregelen 5 5 3 Aantal strafrechterlijke maatregelen 10 8 6 Aantal gegevensleveringen * 60 80 91 * Het betreft project- en routinematig verzamelde monitoringsgegevens op het gebied van hydrologie en waterkwaliteit 32 Waterschap Roer en Overmaas
Wat kost het Onderstaand zijn de financiële gegevens van het programma weergegeven. Voor een specificatie met toelichting wordt verwezen naar paragraaf 7.5. Financiële gegevens programma instrumenten Begroting 2014 Gewijzigde begroting Realisatie Kosten 6.898.936 6.924.576 6.531.470 Investeringen 300.000 184.000 60.028 Programmarekening 2014 / 1502518 33
2.6 Programma Bestuur, externe communicatie en belastingen Programma-inhoud Dit programma bevat alle aspecten die gemoeid zijn met het bestuur, de externe communicatie en de belastingheffing. Het vaststellen van de belastingtarieven is expliciet een taak van het bestuur. Bestuur Op 11 september 2012 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wetsvoorstel dat onder andere regelt dat de zittingstermijn van het in 2009 aangetreden bestuur wordt verlengd tot 8 januari 2015. Omdat in het regeerakkoord staat vermeld dat de waterschapsverkiezingen gelijktijdig met de verkiezingen van Provinciale Staten worden gehouden, is de zittingstermijn verlengd tot 18 maart 2015, de datum waarop de eerstvolgende verkiezing van de leden van Provinciale Staten is voorzien. Uitvoeren van het verlengde Bestuursprogramma 2009-2012 De stand van zaken met betrekking tot het Bestuursprogramma 2009-2012 per 1 november 2012 is 5 maart 2013 besproken in het algemeen bestuur. De uitvoering wordt gecontinueerd. Uitvoering heeft conform planning plaats gevonden binnen de kaders van de meerjarenraming en de begroting. Externe communicatie Vergroten bekendheid waterschap bij alle doelgroepen en bijdragen aan een positieve houding ten opzichte van dit waterschap Meer op de doelgroepgerichte communicatie door inzet van crossmediale communicatie. In 2014 is een mix van communicatiekanalen ingezet, zowel on- als offline. Intensievere inzet van social media zoals Twitter, Facebook, LinkedIn. De inzet van online communicatie en social media is geïntensiveerd afgelopen jaar. Vooral Twitter en Facebook worden intensiever gebruikt en met resultaat: we hebben meer dialoog met onze omgeving via deze kanalen. De inzet van LinkedIn is nog niet opgepakt. Inzet van nieuwsbrieven en informatieverstrekking via website, afgestemd op informatiebehoefte van doelgroepen. Zowel website als nieuwsbrief houdt rekening met de informatiebehoefte van de verschillende doelgroepen. Bij de nieuwsbrief kunnen abonnees zich inschrijven voor specifieke onderwerpen in specifieke gemeenten. Online burgerpanel als manier om burgers te betrekken en signalen uit de omgeving binnen halen. Door de intensivering van Twitter en Facebook is een online burgerpanel niet meer nodig. We ontvangen de signalen uit de omgeving al via de social media-kanalen. 34 Waterschap Roer en Overmaas
Watercafés organiseren als manier om signalen uit de omgeving binnen te halen en draagvlak voor beleid te vergroten. De Wateravond begin 2014 was succesvol. De tweede editie (zomer 2014) is geannuleerd in verband met beperkte interesse uit de omgeving. Uit analyse blijkt dat inwoners een voorkeur hebben voor informatiebijeenkomsten over specifieke onderwerpen bij hen in de buurt, niet over algemene wateronderwerpen. Voor het binnenhalen van signalen zijn social media effectiever. Daarom is besloten de Wateravonden niet voort te zetten, maar intensiever de dialoog met de omgeving aan te gaan via social media. Het educatiebeleid continueren door continuering lespakket/leermethode voortgezet onderwijs; voortzetten Droppie Water, voortzetten Watch. Het tot dusver gevoerde educatiebeleid is succesvol; de activiteiten zijn uitgevoerd. Recreatief medegebruik en zichtbaarheid van het waterschap in het werkgebied: plaatsen van informatieborden bij waterschapswerken, watergangen en buffers, ontwikkeling van waterleerpaden. Dit is in 2014 actief gebeurd, zo zijn bijvoorbeeld beeknaamborden en regenwaterbufferborden geplaatst. Waar dat mogelijk is worden tijdens en na afronding van uitvoeringsprojecten borden geplaatst en waterwandelingen of waterbeleefroutes gerealiseerd. Aanbieden rondleidingen op rwzi s en langs beken onder leiding van een gids. Dit doen we actief en in afstemming met WBL en WPM. Belastingen De belastingheffing wordt uitgevoerd door de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). De BsGW zorgt als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende waterschappen en gemeenten voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen. Kostenreductie en verbetering dienstverlening De BsGW werkt aan een verdere optimalisering van het maatschappelijk rendement door in te zetten op minimaliseren van de uitvoeringskosten, optimaliseren van de belastingopbrengsten, kwaliteit van de dienstverlening en risicospreiding in de bedrijfsvoering. De optimalisatie van het maatschappelijk rendement is een constant aandachtspunt. In het verslagjaar is dit proces, ondanks de inspanningen die gemoeid waren met tien nieuwe toetreders, gecontinueerd. Actief wordt ingezet op het uitbreiden van het aantal deelnemers in de BsGW. Per 1 januari 2014 zijn de gemeente Stein, Maastricht, Sittard-Geleen, Heerlen, Brunssum, Landgraaf, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal toegetreden. Daarnaast is in het verslagjaar overeenstemming bereikt met de gemeente Weert, Eijsden-Margraten, Schinnen, Valkenburg, Meerssen, Vaals, Gulpen-Wittem, Beesel, Gennep en Kerkrade om per 1 januari 2015 toe te treden. Programmarekening 2014 / 1502518 35
Kengetallen programma bestuur, externe communicatie en belastingen Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Abonnees digitale nieuw sbrief 600 400 390 Volgers op Tw itter 1.800 2.800 2.685 #retw eets 100 600 650 Interactie op Tw itter en Facebook (aantal gesprekken) 20 80 75 Gedow nloade of gedeelde items via w ebsite of nieuw sbrieven 24 * * Doorkliks naar Droppie w ater 12 12 * Gespeelde spellen online 12 12 * Bezoek aan specifieke themapagina's van de afzondelijke doelgroepen 3.500 * * Rondleidingen Rw zi of langs beek 60 60 49** % Opgelegde aanslag 100% 100% 100% % Afdracht ontvangsten 98,5% 99,5% 98,4% * monitoring website (en nieuwsbrieven) moet nog worden uitgewerkt ** veel rondleidingen moesten geannuleerd worden wegens werkzaamheden aan rwzi's Wat kost het Onderstaand zijn de financiële gegevens van het programma weergegeven. Voor een specificatie met toelichting wordt verwezen naar paragraaf 7.6. Financiële gegevens programma bestuur, externe communicatie en belastingen Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 6.823.254 7.014.266 6.899.165 Investeringen - - 7.111 36 Waterschap Roer en Overmaas
2.7 Programma Bedrijfsvoering Programma-inhoud Dit programma bevat alle activiteiten voor het managen, adviseren en ondersteunen van de organisatie met het oog op het behalen van de door het bestuur vastgestelde doelen binnen de aangegeven kaders. Ons ontwikkelen tot een professionele partner voor onze omgeving. Dit betekent een organisatie die haar werkprocessen integraal beheerst en gericht is op externe en interne samenwerking en ondersteuning. Begrippen als efficiënt, effectief en rechtmatig zijn dan ook vanzelfsprekend. Kwaliteitsmanagement en control dragen bij aan het op peil houden van het prestatieniveau van onze organisatie. Programmamanagement Oppakken van Programmamanagement voor proces overstijgende thema s: bijvoorbeeld Programma Stedelijk Waterbeheer, Programma Veiligheid, Programma Dienstverlening. Door het op Programmaniveau oppakken van een aantal overstijgende thema s zijn in 2014 diverse, inhoudelijke resultaten geboekt: het programma Stedelijk Waterbeheer heeft geleid tot een aantal samenwerkingsverbanden aan diverse projecten (zie ook tekst Programma Watersysteem), het Programma Veiligheid heeft concreet een aantal verbeterpunten en sturingsinstrumenten opgeleverd die in de lijnorganisaties verder zijn opgepakt en vanuit het Programma Dienstverlening is na het behalen van het Bewijs van Goede Dienst gewerkt aan een aantal verbeterpunten. Ten aanzien van het behalen van termijnen (zeker bij vergunningprocedures) is een forse verbetering gerealiseerd. Ook is door de nieuwe opzet van onze website gewerkt aan vindbaarheid en toegankelijkheid van informatie. Ten slotte dient vermeld te worden dat in het programmajaar 2014 servicenormen zijn vastgesteld voor de onderwerpen Bezoek, Post/Email, Telefoon/Social Media, Internet en Klachten/Meldingen. Ook de monitoring van deze servicenormen is, op basis van een nulmeting, voor meerdere onderwerpen opgestart. De overige programma's lopen nog. Risicomanagement Actualiseren van de risico s en berekenen van het weerstandsvermogen ultimo 2014.. De risico's en de berekening van het weerstandsvermogen zijn ultimo 2014 geactualiseerd Uitvoeren van onderzoek naar de effectiviteit van risico reducerende maatregelen. De voorbereidingen voor het geplande onderzoek naar de effectiviteit in 2015 zijn voltooid. Inhoudelijk verbreden van de scope van risico-inventarisatie. Het ontwikkelde voorstel wordt in samenwerking met WPM in 2015 en 2016 geïmplementeerd. Integriteit Op peil houden van kennis over het eigen integriteitsbeleid, verzorgen van trainingen en waterschap brede afstemming van het integriteitsbeleid. De opleiding van beide integriteit coördinatoren is succesvol afgerond. WRO participeert in de provinciale werkgroep integriteit en heeft voor deze werkgroep uiteenzettingen over de toepassing van soft controls door WRO verzorgd. Ook heeft WRO buiten de waterschapswereld, op verzoek, zowel in het kader van de Nationale Leernetwerkdag voor lagere overheden als voor Integriteit coördinatoren tijdens de terugkomdag (Urenco) lezingen verzorgd over hoe WRO soft controls implementeert. Programmarekening 2014 / 1502518 37
Door middel van gerichte audits toetsen van de naleving van het integriteitsbeleid. In het kader van dual purpose testing bij inkopen en aanbesteden is op integriteit getoetst en gerapporteerd. Door ontwikkelen van integriteitsbeleid voor bestuurders en voorbereiden van integriteitsscan DB leden 2014. Het Algemeen Bestuur heeft 7 oktober 2014 het reglement van orde van het AB aangepast en daarin opgenomen dat voorafgaand aan de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur een risicoanalyse integriteit zal worden uitgevoerd. Kwaliteitsmanagement Uitvoering geven aan het continu verbeterproces van het kwaliteitssysteem ISO. Het kwaliteitssysteem is door onze interne kwaliteitsauditors geaudit, de hieruit voortkomende verbetervoorstellen zijn door de proceseigenaren opgepakt. Ook de externe ISO auditor heeft het kwaliteitsmanagementsysteem als voldoende beoordeeld. Interne auditing Met inachtneming van het controleprotocol en conform het normen- en toetsingskader worden interne audits uitgevoerd. De processen inkopen en aanbesteden, kapitaalslasten (treasury) inclusief schatkistbankieren zijn geaudit. In opdracht van de directie is tevens een onderzoek naar grondaankopen ingesteld en afgerond. Cultuur Institutionaliseren van soft controls in de bedrijfsvoering. Het instrumentarium voor het uitvoeren van de soft control scan is verder verfijnd. Conform planning wordt in 2015 de werking van soft controls meer gedetailleerd dan voorheen onderzocht. Klimaatneutraliteit Inzichtelijk maken welke stappen WRO moet nemen om klimaatneutraal te opereren. Op basis van de cijfers voor de Klimaatmonitor 2012 respectievelijk 2014 (cijfers van 2011 en 2013) is een analyse gemaakt hoe WRO (samen met WPM en WBL) klimaatneutraal kan worden. Hieruit volgt een voorstel aan de besturen in voorjaar 2015. Subsidies en overige externe financiering Implementatie van subsidiebeleid 2014-2020. Met het realiseren van de subsidiewijzer is een belangrijke extra impuls gegeven aan de subsidieverwerving. Financiën Verder ontwikkelen van de planning- en control cyclus. Evenals vorig jaar is ook in 2014 een aantal aanpassingen doorgevoerd met betrekking tot de doorontwikkeling van de P&C-cyclus, vooral gericht op inhoud. 38 Waterschap Roer en Overmaas
Naast een verklaring in het kader van de getrouwheid dient de accountant ook een verklaring af te geven voor rechtmatigheid. Op basis van de huidige inzichten zal de accountant over 2014 een goedkeurende verklaring voor zowel het onderdeel getrouwheid als rechtmatigheid afgeven. Aanbesteding accountantscontrole voor de dienstjaren na 2014. Samen met WPM en WBL en voor meerdere jaren aanbesteden, waardoor sprake is van een Europese aanbesteding. De gezamenlijke aanbesteding van de accountant voor de dienstjaren 2015-2018 is succesvol opgepakt. Het programma van eisen is gereed en wordt in het 1e kwartaal van 2015 door de Algemene Besturen van de betreffende organisaties vastgesteld. Buitenland, internationale samenwerking Bevorderen van het uitwisselen van kennis en ervaring met het waterschap Somes Tisa in Cluj Napoca. Uitgangspunt is dat de beoogde samenwerking tot wederzijds voordeel strekt. In 2014 heeft Roemenië gevraagd om hulp bij het implementeren van de Kaderrichtlijn water. Dat zal in 2015 tot concrete kennisuitwisseling leiden in gezamenlijke seminars, in samenwerking met WPM en de UvW. Op verzoek van de regering in Zuid Afrika werkt WRO samen met andere waterschappen, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten Internationaal aan het implementeren van (momenteel 3, uiteindelijk 9) Catchment Management Agencies in Zuid Afrika. Een samenwerking met wederzijdse leermomenten mede in het kader van Local Governance Capacity Program, mede gefinancierd door VNGi en het NBW Fonds. In 2014 zijn twee missies naar Limpopo-North West geweest gericht op kennis uitwisseling met betrekking tot HRM, financieel beheer, monitoring, afvalwaterzuivering, hoogwatermanagement, stakeholder betrokkenheid. Oproep voor bestuurders (Board members) is gedaan en benoeming vindt plaats in 2015. De acting CEO is benoemd. Geografische informatievoorziening Onderzoeken, kiezen en implementeren van actuele softwareoplossingen ter vervanging/ aanvulling van de beschikbare IRIS software. De IRIS software is uitgefaseerd, het onderhoud afgesloten en actuele softwareoplossingen zijn geïmplementeerd. Ontwikkelen van nieuwe en verbetering van bestaande middelen om de geografische gegevens te ontsluiten. Dit geldt voor zowel de eigen processen en toepassingen via het Intranet als ook voor derden via het Internet. Verbeteringen in de bestaande oplossingen zijn doorgevoerd. Geplande nieuwe ontwikkelingen zijn in verband met de aanstaande fusie en het ICT onderzoek uitgesteld tot 2016. Tussen 2013 en 2015 worden, gefaseerd per gemeente, de bronhoudersgrenzen van het waterschap voor de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) vastgelegd. Binnen deze grenzen worden bestaande gegevens, waar nodig opgewerkt, overgezet naar de BGT en door het waterschap in beheer genomen. De gefaseerde uitvoering van de transitie naar de BGT heeft landelijk en regionaal vertraging opgelopen. Initieel was het de bedoeling om de transitie naar de BGT evenredig te verdelen over 2013, 2014 en 2015, maar het grootste deel van de transitie wordt pas gestart in 2015. Programmarekening 2014 / 1502518 39
Automatisering Naast het reguliere beheer van de operationele ICT-infrastructuur wordt het activiteitenplan automatisering 2014 t/m 2015 uitgevoerd. Uitvoering is gegeven aan de activiteiten conform het activiteitenplan 2014-2015. Bij bepaalde activiteiten rekening houdend met fusie Facilitaire aangelegenheden In 2014 worden enkele noodzakelijke vervangingsinvesteringen uitgevoerd aangaande het gebouw en de installaties conform de het 10 jaar onderhoudsplan gebouw 2013-2022. Uitvoering is gegeven aan de activiteiten conform het meerjarig onderhoudsplan Parklaan 10 en een meerjarig onderhoudsplan 2015-2022 is opgesteld voor het bedrijfspand Rijksweg Noord 305. Buitendienst Optimaliseren en verder uitbouwen (vullen met onderhoudsdata) van het Onderhoud Beheersysteem (OBS). In 2013 is naar aanleiding van een externe ISO kwaliteitsaudit een aanvullend plan van aanpak gemaakt voor verdere optimalisatie van het onderhoud beheerssysteem. De activiteiten en maatregelen opgenomen in dit plan van aanpak zijn nagenoeg allemaal gerealiseerd. De overige activiteiten worden in 2015 uitgevoerd. Kengetallen programma bedrijfsvoering Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie % Ziekteverzuim exclusief zw angerschaps- en bevallingsverlof 3% 3,5% 3,81% % Ziekteverzuim inclusief zw angerschaps- en bevallingsverlof 4% 4,5% 4,27% Aantal poststukken 11.500 13.000 17.190 Aantal bijlagen bij poststukken 6.500 7.000 8.137 Beschikbaarheid ICT omgeving onder w erktijd 95% 95% 100% Aantal facturen 5.000 5.000 5.063 Aantal bezw aarschriften 5 6 6 Aantal fte's 136,93 133,71 131,42 Wat kost het Onderstaand zijn de financiële gegevens van het programma weergegeven. Voor een specificatie met toelichting wordt verwezen naar paragraaf 7.7. Financiële gegevens programma bedrijfsvoering Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten - 169.287 - Investeringen 600.000 736.000 498.462 40 Waterschap Roer en Overmaas
3 Overige paragrafen 3.1 Ontwikkelingen en uitgangspunten Op 26 november 2013 heeft het algemeen bestuur de programmabegroting 2014 vastgesteld. Onderstaand zijn de interne en externe factoren waarmee rekening was gehouden gecomprimeerd weergegeven. Onderdeel Uitgangspunt 2014 Interne factoren Basis Bestuursprogramma 2009-2012 Waterbeheersplan 2010-2015 Jaarrekening 2012 Begroting 2013, inclusief de wijzigingen tot en met de AB-vergadering van 5 maart 2013 Meerjarenraming 2014-2018 Nadere inzichten vanaf het moment van opstellen van de meerjarenraming 2014-2018 tot het opstellen van de begroting 2014 Verplichte uitgaven Begroting Waterschapsbedrijf Limburg 2014 (WBL) Afschrijving Nota activabeleid 2012 Begroting Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen 2014 (BsGW) Reserves Nota reserves en voorzieningen 2012 Oninbaarheid Onvoorzien 0,50% van het belastingvolume 0,40% van het begrotingstotaal Investeringsniveau 14.727.000 en is als volgt samengesteld: - 8.915.000 netto investeringsniveau - 5.412.000 bijdrage in de kosten van het HWBP - 400.000 te activeren uren Externe factoren Basis Waterschapswet artikel 77, 100 en 101 Bepalingen Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen (BBVW) Burgerlijk Wetboek BWII Kosten / Inflatie 2,00% Personeelskosten 2,00% Rente langlopende leningen 4,00% Rente kortlopende leningen 0,75% Rente reserves en voorzieningen 0,75% EMU verplichtingen voor waterschappen De economische situatie in het verslagjaar heeft - evenals de afgelopen jaren - een aanzienlijk effect gehad op de gehanteerde uitgangspunten (zie ook paragraaf 3.6.1). De realisatie in het verslagjaar wijkt op een aantal onderdelen af die onderstaand beknopt worden toegelicht. Programmarekening 2014 / 1502518 41
Kosten / Inflatie In de begroting was rekening gehouden met een inflatiepercentage van 2% terwijl de daadwerkelijke inflatie in het verslagjaar 0,98% bedroeg (zie ook paragraaf 3.6.1). Personeelskosten In de begroting was rekening gehouden met een indexering van de loonsom van 2%. De waterschaps-cao had een looptijd van 1 januari 2012 tot 1 januari 2014. Omdat nog geen nieuwe CAO is afgesloten zijn de lonen in het verslagjaar niet geïndexeerd. Wel hebben de werkgeverslasten een lichte stijging laten zien. Rente langlopende leningen Voor langlopende leningen was in de begroting uitgegaan van een rentepercentage van 4,00%. Door de achterblijvende economische groei en de voortdurende onrust in de wereld is de langlopende rente in het verslagjaar fors gedaald en bedroeg op het einde van het verslagjaar 1,80% (zie ook paragraaf 3.6.1). Rente kortlopende leningen Door het uitblijven van het economisch herstel is de kortlopende rente (lees debetrente) in het verslagjaar extreem laag gebleven. In de begroting werd nog uitgegaan van een percentage van 0,75% terwijl dit aan het einde van het verslagjaar 0,10% bedroeg (zie ook paragraaf 3.6.1). Rente reserves en voorzieningen Over de reserves en voorzieningen wordt rente toegerekend aan de exploitatie. Het gehanteerde rentepercentage is op begrotingsbasis gelijk aan het rentepercentage van de kortlopende geldleningen. Doordat de korte (credit)rente in het gehele verslagjaar op 0% is gebleven, wijkt dit percentage aanzienlijk af van de raming. Bij de begroting werd nog uitgegaan van een percentage van 0,75% terwijl de korte creditrente in het verslagjaar 0% bedroeg. 42 Waterschap Roer en Overmaas
3.2 Incidentele opbrengsten en kosten Incidentele opbrengsten en kosten kunnen leiden tot minder inzicht in het reguliere (meerjarig) beeld van opbrengsten en kosten, en dus de netto kosten. Daarnaast zijn deze elementen relevant voor het beoordelen van de financiële positie. In de BBVW is dan ook voorgeschreven dat de incidentele opbrengsten en kosten in een aparte paragraaf dienen te worden toegelicht. Bij hantering van het begrip incidenteel is sprake indien opbrengsten en kosten zich maximaal drie jaar voordoen. Incidentele opbrengsten en kosten Jaar van vrijval Bedrag Opbrengsten Verkoop vordering Landsbanki n.v.t. 513.744 Verkoop grond n.v.t. 270.612 Boekw inst verkoop loods Sittard n.v.t. 263.824 Bijdrage WPM in kosten Daw aco n.v.t. 78.348 Verevening ve's met WPM n.v.t. 77.494 Verkoop bedrijfsw agens n.v.t. 55.460 Bijdrage Partnercontract (soortenbeleid) n.v.t. 54.860 Bijdrage Ministerie van Economische Zaken in opleidingskosten buitendienstmedew erkers n.v.t. 48.600 Verhaalde kosten uitvoering bestuursdw ang n.v.t. 15.323 Bijdrage implementatie nieuw e zw emw aterw etgeving (WHVBZ) 2015 15.083 Bijdrage in de kosten beheer en onderhoud Oolderveste 2016 31.250 Kosten Provinciale afw ikkeling 'Niet kerende grondbew erking' n.v.t. 392.700 Frictiekosten BsGW n.v.t. 352.180 Extra afschrijvingen n.v.t. 291.661 Kosten Daw aco n.v.t. 134.431 Nadeelcompensatie n.v.t. 110.000 Studiekosten buitendienstmedew erkers n.v.t. 85.000 Bijdrage brug ECI n.v.t. 60.000 Programmarekening 2014 / 1502518 43
3.3 Onttrekkingen aan overige bestemmingsreserves en voorzieningen In de BBVW is opgenomen dat onttrekkingen aan de overige bestemmingsreserves en voorzieningen expliciet dienen te worden toegelicht in de begroting en de programmarekening. De onttrekkingen in het verslagjaar kunnen als volgt worden weergegeven: Bestemmingsreserve Afkoppelen verhard oppervlak In het verslagjaar is vanuit de resultaatsbestemming 2013 259.616 onttrokken, als gevolg van de in 2013 betaalde bijdragen voor het afkoppelen van verharde oppervlakten. Verder is gelet op het besluit van het AB van 7 oktober 2014 het surplus van de reserve zijnde 697.368 overgeheveld naar de reserve riooloverstorten. Voorziening pensioen- en uitkeringsverplichtingen In het verslagjaar is 11.308 onttrokken en betreft pensioenuitkeringen aan voormalige bestuursleden. Voorziening onderhoud kantoorgebouw Parklaan 10 In het verslagjaar is 9.367 onttrokken in verband met uitgaven voor het onderhoud van het gebouw en installaties op basis van een meerjarenonderhoudsplan. Voor alle mutaties op de reserves en voorzieningen, inclusief het doel en de omvang, zie hoofdstuk 6 en bijlage B. 44 Waterschap Roer en Overmaas
3.4 Waterschapsbelastingen De financieringsstructuur bestaat uit twee heffingen, te weten een watersysteemheffing en een zuiveringsheffing (indirecte lozingen). Beide zijn geregeld in de Waterschapswet. De verontreinigingsheffing (directe lozingen op oppervlakte water) is gebaseerd op de Wet verontreiniging oppervlaktewater (Wvo). De kosten van de waterkwantiteit, de waterkering en de zogenoemde passieve kwaliteit (o.a. integraal waterbeheer, monitoring en sanering van verontreinigde waterbodems), worden gefinancierd uit de watersysteemheffing, opgebracht door inwoners en de eigenaren van gebouwde, ongebouwde onroerende zaken en natuurterreinen. De zuiveringsheffing is toegespitst op de kosten van de zuivering, het transport van afvalwater en de verwerking van het zuiveringsslib. Voor de belastingtarieven 2014 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: de geraamde opbrengst waterschapslasten 2014; Belastingopbrengst Begroting 2014 Watersysteemheffing 28.832.610 Zuiveringsheffing 48.618.520 Verontreinigingsheffing 703.540 Totaal 78.154.670 de belastingmaatstaven zoals verwoord in de notitie 'prognose opbrengst waterschapsheffingen 2014' van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). Watersysteemheffing Naast de opbrengst 2014 beïnvloedt nog een aantal elementen de tarieven van de watersysteemheffing, te weten: 1. de kostentoedeling per 1 januari 2013 van het watersysteembeheer; Watersysteembeheer Kostentoedelingsverordening 2013 Ingezetenen 40,00% Zakelijk gerechtigden gebouw d 52,02% Zakelijk gerechtigden ongebouw d 7,90% Zakelijk gerechtigden natuurterreinen 0,08% Totaal 100,00% 2. de tariefdifferentiatie voor verharde wegen waarbij een gedifferentieerd tarief is gehanteerd dat 400% hoger is dan het tarief voor het 'overig ongebouwd'; 3. de rechtstreekse toedeling van categorie gebonden kosten aan de betreffende categorieën, te weten de perceptiekosten, de kosten van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en de kosten van verkiezingen; 4. het reguliere accres en het effect van de hertaxatie bij het gebouwd als gevolg van de jaarlijkse herwaardering van de Wet WOZ. Uitgegaan is van een waardedaling in ons beheersgebied van 4,85% (te weten accres +0,15% en hertaxatie -5,0%); 5. de doorvertaling van de belastingbestanden op perceelsniveau voor de categorie natuur en ongebouwd; 6. de ontwikkeling van het aantal ingezetenen. Programmarekening 2014 / 1502518 45
Voor de bepaling van de tarieven voor de categorie gebouwd wordt als heffingsmaatstaf een percentage van de WOZ-waarde gehanteerd. Bij de berekening van het tarief gebouwd is uitgegaan van een percentage van vier decimalen achter de komma. In verband met de jaarlijkse herwaardering van de WOZ is de waardepeildatum één jaar voor het begin van het kalenderjaar, waarvoor de WOZ-waarde geldt. De waardepeildatum voor het belastingjaar 2014 was 1 januari 2013. Zuiveringsheffing Het tarief van de zuiveringsheffing is bepaald door de opbrengst zuiveringsbeheer te delen door het aantal vervuilingseenheden indirecte lozingen, 1.002.000 voor 2014. Verontreinigingsheffing Het tarief voor de verontreinigingsheffing is gelijk aan het tarief van de zuiveringsheffing. Het aantal vervuilingseenheden directe lozingen bedroeg in 2014 14.500. Tarievenoverzicht Onderstaand zijn de tarieven 2014 weergegeven zoals die door het algemeen bestuur op 26 november 2013 zijn vastgesteld en gehanteerd zijn bij de aanslagoplegging 2014. Categorie Tarief 2014 Watersysteembeheer Ongebouwd (per hectare): - Openbare landwegen 124,60 - Overig ongebouwd 24,92 Natuur (per hectare) 2,42 Gebouwd (percentage van WOZ-waarde) 0,0208% Ingezetenen (per wooneenheid) 35,93 Zuiveringsbeheer Zuiveringsheffing (per heffingseenheid) 48,52 Verontreinigingsheffing Verontreinigingsheffing (per heffingseenheid) 48,52 Opbrengst waterschapslasten Voor een overzicht van de belastingopbrengsten en een analyse raming versus realisatie wordt verwezen naar paragraaf 8.3 en 9.2. Kwijtschelding en oninbaarheid De belastingopbrengst wordt gecorrigeerd voor kwijtschelding en oninbaarheid. Kwijtschelding wordt alleen verleend voor het ingezetenendeel van de watersysteemheffing en de zuiveringsheffing (huishoudens). Bij kwijtschelding wordt als norm 100% van de bijstandsnorm gehanteerd. Daarnaast wordt automatisch kwijtschelding verleend aan de groep AOW'ers die een vermogen hebben van 2.269 of minder en verder geen aanvullend pensioen. Voor de oninbaarheid is in 2014 een percentage gehanteerd van 0,5% van de opbrengst. Voor toelichting op deze onderdelen wordt verwezen naar paragraaf 8.3 en 9.2. 46 Waterschap Roer en Overmaas
3.5 Het weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt of kan beschikken om risico s die niet op enige andere manier zijn afgedekt binnen de begroting op te kunnen vangen. Bij de bepaling van de weerstandcapaciteit worden de reserves (vooral de algemene reserves), de post onvoorzien, de belastingcapaciteit en bezuinigingsmogelijkheden betrokken. De relatie tussen de omvang van de financiële restrisico s (geïnventariseerde risico s, na het nemen van preventieve, repressieve en correctieve maatregelen) en de weerstandscapaciteit wordt aangeduid als weerstandsvermogen. Schematisch kan het weerstandsvermogen als volgt worden weergegeven: Risico s Weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen Indien weerstandsvermogen aanwezig is, wordt voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen of inkomstenverhogende maatregelen. Hierdoor wordt voorkomen dat de door het bestuur vastgestelde kaders en de programmadoelstellingen schoksgewijs dienen te worden aangepast. 3.5.1 Risico's Op grond van de BBVW dient het waterschap jaarlijks in de begroting en jaarrekening een afzonderlijke paragraaf op te nemen waarin wordt ingegaan op het weerstandsvermogen waarbij een relatie dient te worden gelegd tussen risico s en weerstandscapaciteit. Samengevat kunnen de risico s en het weerstandsvermogen als volgt schematisch met elkaar in verband worden gebracht. Programmarekening 2014 / 1502518 47
Doelstelling Bruto risico Beheerswaterschap maatregelen Netto risico Reguliere Goed meetbaar Specifieke maatregelen voorziening risico's Niet goed Geringe betekenis meetbaar geen maatregel Niet reguliere Materiële betekenis weerstandsvermogen risico's Goed meetbaar Specifieke maatregelen voorziening Risicomanagement Het in beeld brengen van risico s en getroffen beheersmaatregelen vormt een belangrijk onderdeel van risicomanagement. Op 29 september 2009 is de Kadernota Risicomanagement vastgesteld. De methodiek voor het identificeren en kwantificeren van risico s is hierin beschreven en drukt het risico uit in: kans op optreden van een gebeurtenis; en het gevolg van deze gebeurtenis. Risico inventarisatie 2014 Omdat de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen een jaarlijks terugkomende actie is, is de risico inventarisatie 2013 geactualiseerd naar de situatie per ultimo 2014. De benodigde weerstandscapaciteit is gelijk aan de som van de financiële restrisico s. Met het oog op de resultaten van de risico inventarisatie 2014 is de minimale hoogte van de algemene reserve bepaald op het bedrag van de geïnventariseerd risico s (bij een veronderstelde kans van optreden van 15% voor de categorie middelgrote risico s). De minimale stand van de algemene reserve is dan 1.669.000. De maximale stand bedraagt 5% van het begrotingstotaal. De stand van de algemene reserve watersysteembeheer en zuiveringsbeheer per 31-12-2014 is 4.025.570. In de risico inventarisatie ultimo 2014 zijn 41 risico s opgenomen: 16 strategische risico s, 9 compliance risico s en 16 operationele risico s. Onderstaand zijn de belangrijkste financiële risico s nader toegelicht. 48 Waterschap Roer en Overmaas
Opbrengst watersysteemheffing Aangezien de berekening van de tarieven watersysteemheffing, naast de 'prognose opbrengst waterschapsheffingen' die jaarlijks voor de begroting door de BsGW wordt afgegeven, gebaseerd is op prognosegegevens kan dit in de realisatie (lees belastingoplegging) afwijken. Opbrengst zuiveringsheffing Het aantal vervuilingseenheden in ons beheersgebied is de basis voor de opbrengst zuiveringsheffing. De in 2014 gerealiseerde zuiveringsheffing is gebaseerd op de prognose opbrengst waterschapsheffingen zoals opgenomen in de jaarlijkse afrekening van de BsGW. Omdat de afwikkeling van de zuiveringsheffing een periode van vijf jaar omvat en hierbij sprake is van voorlopige en definitieve aanslagen, kan de realisatie over de hele periode afwijken. Oninbaar / kwijtschelding Voor oninbaarheid is in het verslagjaar een percentage gehanteerd van 0,5% van de opbrengst waterschapslasten. Het effect van oninbaarheid is echter, gelet op het heffing- en invorderingstraject, pas na enkele jaren duidelijk. Ook niet beïnvloedbare factoren kunnen een effect hebben op de oninbaarheid, zoals de gevolgen van de economische situatie en hogere aanslagen. Dit is ook van toepassing op de kwijtschelding, waarbij de economische situatie eveneens een belangrijke rol speelt. Renterisico s Renterisico s spelen bij de beoordeling van financieringsvraagstukken een belangrijke rol. Aangezien de rentepercentages van de geldleningportefeuille voor de restantlooptijd van de geldleningen vastliggen, is bij het renterisico sprake van een kort termijnrisico. Plotselinge rentestijgingen kunnen tot een incidenteel tekort leiden op de begrootte rekeningcourantrente. Door het (eventueel) afsluiten van nieuwe langlopende geldleningen neemt het risico enigszins toe. De rentelasten worden verantwoord op de hulpkostenplaats kapitaallasten en verdisconteerd in het rente-omslagpercentage. Een stijging van de marktrente betekent een verhoging van de renteomslag en leidt tot een extra budgettaire last voor het waterschap. Voor het opvangen van mogelijke renteschommelingen is geen voorziening gevormd. Waterschapsbedrijf Limburg / Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Het waterschap staat garant voor eventuele tekorten van WBL en BsGW voor zover dit de reservepositie (lees weerstandsvermogen) van deze partijen, die tot stand is gekomen op basis van een risico inventarisatie, overschrijdt. De netto risico s bij het WBL en de BsGW zijn op basis van een risico inventarisatie per ultimo 2014 becijferd op 2.700.000 en 385.000 en vormen de basis voor de hoogte van de algemene reserve. Tot slot kan nog worden vermeld dat BsGW 2014 heeft afgesloten met een negatief resultaat van afgerond 35.000 en WBL 2014 met een positief resultaat van 927.000. Wet Hof Voor een nadere toelichting zie hoofdstuk 3.9 EMU saldo. Programmarekening 2014 / 1502518 49
3.6 De financiering De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's. De basis van de treasuryfunctie wordt gevormd door het treasurystatuut. In verband met de invoering van het schatkistbankieren is door het algemeen bestuur op 1 juli 2014 het treasurystatuut 2014 vastgesteld. Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. De treasuryfunctie bij het waterschap omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering hiervan vereist adequaat handelen in een steeds complexere geld- en kapitaalmarkt. Drie componenten zijn bij de financiering van belang: 1. rentevisie, de treasuryfunctie en de uitvoering van het treasurybeleid; 2. liquiditeitspositie; 3. treasurybeheer. Het treasurystatuut geeft de infrastructuur voor de treasuryfunctie aan. De uitvoering van het treasurybeleid vindt zijn weerslag in de treasuryparagrafen van de begroting en de jaarrekening. In de begroting wordt de uitvoering van het treasurybeleid opgenomen door middel van concrete plannen. In de programmarekening gaat het om de realisatie van de plannen en om een verschillenanalyse tussen de plannen en de realisatie. Tevens dient in de begroting en programmarekening de berekening van de renterisiconorm te worden opgenomen. Om inzicht te verschaffen in de treasuryactiviteiten van het waterschap is de realisatie weergegeven van deze activiteiten in 2014. Tussentijds is gerapporteerd over de treasuryactiviteiten gedurende het eerste halfjaar van het verslagjaar. 3.6.1 Rentevisie, de treasuryfunctie en de uitvoering van het treasurybeleid In dit onderdeel worden de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen genoemd die in het verslagjaar invloed hebben gehad op de rentevisie, de treasuryfunctie en de uitvoering van het treasurybeleid. Interne ontwikkelingen In het verslagjaar werd (door de BsGW) de aanslag opgelegd van de watersysteem- en de zuiveringsheffing. Bij de watersysteemheffing is het waterschap sinds de invoering van de Wet WOZ voor de aanslagoplegging grotendeels afhankelijk van gemeenten. Dit heeft in 2014 niet tot problemen geleid. Voor de geblokkeerde objecten, die een gevolg zijn van de nog niet afgewikkelde bezwaarschriften tegen de WOZ-beschikking door de gemeenten, worden nog aanvullende kohieren opgelegd. De aanslag over het belastingjaar 2014 is gespreid opgelegd van 31 januari tot 31 maart 2014. 50 Waterschap Roer en Overmaas
Externe ontwikkelingen Inflatie De economie in de eurozone is in het verslagjaar met een zeer bescheiden tempo gegroeid. Verder heeft de lage inflatie in de eurozone de Europese beleidsmakers en de financiële markten niet onberoerd gelaten. De inflatie in de eurozone is in het verslagjaar uitgekomen op 0,43%. De Nederlandse inflatie is in vergelijking met de andere Europese landen hoger uitgevallen en heeft in 2014 0,98% bedragen. Het inflatiedoel van 2% is dan ook nog ver weg. Rente(visie) De Amerikaanse Centrale Bank (Fed) heeft in 2014 de rente ongewijzigd gelaten en gehandhaafd op het niveau van 0,25%. Hierbij is geen sprake van een vast rentetarief maar van een rentemarge tussen 0% en 0,25%. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft na een verlaging op 5 juni 2014 de belangrijkste beleidstarieven op 4 september 2014 nog eens met 0,10% verlaagd tot een historisch dieptepunt van 0,05%. De depositorente is zelfs verlaagd naar min 0,20%. De achterblijvende economisch groei heeft in het verslagjaar een belangrijk effect gehad op de financiële markten. Bij de vaststelling van de begroting 2014 is uitgegaan van een rentepercentage van 0,75% voor de korte rente. De korte rente is in het verslagjaar door het achterblijven van de economische groei echter gedaald tot een historisch laag niveau. De lange rente, die in tegenstelling tot de korte rente niet wordt bepaald door de ECB maar door de markt, is in het verslagjaar eveneens afgenomen tot een extreem laag niveau. De renteontwikkeling kan als volgt cijfermatig en grafisch worden weergegeven. Rentevorm Renteniveau NWB per 1-1-2014 1-7-2014 31-12-2014 Korte rente rekening courantrente 0,25% 0,25% 0,10% Lange rente 10 jaar gelijk 2,08% 1,49% 0,96% 15 jaar gelijk 2,65% 2,00% 1,35% 20 jaar gelijk 3,01% 2,35% 1,63% 25 jaar gelijk 3,28% 2,59% 1,80% Programmarekening 2014 / 1502518 51
Renteverloop 2014 3,50% 3,00% 2,50% 2,00% 1,50% Debetrente 25 jaar gelijk 1,00% 0,50% 0,00% De renteontwikkeling heeft geen gevolgen gehad voor de liquiditeitspositie, alleen voor de hoogte van de rentekosten. Omdat de renteontwikkeling achter is gebleven bij de raming heeft dit in het verslagjaar geen negatief effect gehad maar geleid tot een tussentijdse neerwaartse aanpassing van de rentekosten rekening-courant. Schatkistbankieren In december 2013 is de wijziging van de Wet financiering decentrale overheden in verband met het rentedragend aanhouden van liquide middelen in s Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren) van kracht geworden. De detailverplichtingen zijn vastgelegd in een ministeriële Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. In verband met technische problemen bij het inregelen van het schatkistbankieren voor de NWB-klanten is de ingangsdatum van het schatkistbankieren voor de waterschappen vastgesteld op 4 februari 2014. Schatkistbankieren kan worden gezien als een onderdeel van de centrale treasuryfunctie binnen het Rijk voor publieke middelen. Het principe van schatkistbankieren is dat publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de publieke taak. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Deelnemers, zoals het waterschap, houden hun publieke middelen aan bij het ministerie van Financiën. Ze doen dat in de vorm van een rekening-courant, zoals bij een bank. Over de saldi die worden aangehouden, vergoedt de staat rente. Daarnaast hebben de deelnemers de mogelijkheid om deposito s te plaatsen. De huisbank van de deelnemers (in ons geval de NWBbank) blijft het betalingsverkeer verzorgen. In de Regeling schatkistbankieren is opgenomen dat decentrale overheden onder voorwaarden tot een drempelbedrag uitgezonderd zijn van de verplichting tot schatkistbankieren. Voor ons waterschap geldt een drempelbedrag van 0,75% van het begrotingstotaal (2014 is 592.084). Het drempelbedrag is gedefinieerd als een gemiddeld bedrag per kwartaal. Dat betekent dat het gemiddelde van het bedrag aan overtollige middelen dat een decentrale overheid gedurende het kwartaal elke kalenderdag buiten de schatkist heeft aangehouden niet boven het drempelbedrag mag liggen. Alleen positieve saldi tellen mee voor de benutting. Het hanteren van een gemiddelde per kwartaal geeft extra flexibiliteit aan de decentrale overheid. 52 Waterschap Roer en Overmaas
Over de hoogte en benutting van het drempelbedrag in ieder kwartaal rapporteert de decentrale overheid in de jaarstukken. Onderstaand is de hoogte en de benutting van het drempelbedrag over 2014 van ons waterschap in tabelvorm weergegeven. 2014 benutting van het drempelbedrag drempelbedrag 1e kw artaal 194.183 592.084 2e kw artaal 214.225 592.084 3e kw artaal 222.459 592.084 4e kw artaal 264.031 592.084 3.6.2 Liquiditeitspositie Liquiditeitspositie De liquiditeitspositie n 2014 kan afgerond op 1.000 als volgt worden weergegeven. NB Liquiditeitstekort (-) of Eind maand Liquiditeitsoverschot (+) Januari -20.668.000 Februari -21.123.000 Maart -18.625.000 April -12.030.000 Mei -14.722.000 Juni -12.577.000 Juli -13.126.000 Augustus -13.346.000 September -7.413.000 Oktober -5.855.000 November -7.925.000 December -4.568.000 Tussen 31 januari 2014 en 31 maart 2014 is de aanslag 2014 met vervaldatum 30 april en 30 juni 2014 opgelegd. In de eerste helft van het verslagjaar zijn we geconfronteerd met een aanzienlijk liquiditeitstekort. Dit wordt nog versterkt doordat de verplichte bijdrage aan het HWBP vanaf 2014 ( 5,4 miljoen) uiterlijk 1 juni betaald moet zijn. Door de aanslagoplegging van de waterschapslasten 2014, grotendeels opgelegd op 28 februari, het aangaan van een geldlening van 5 miljoen in maart 2014 en een geldlening van 7,1 miljoen in oktober voor de projectfinanciering waterkering Alexanderhaven Roermond, als de verkoop van de vordering van Landsbanki is de liquiditeitspositie in de tweede helft van het verslagjaar verbeterd. Ook de vervroegde uitbetaling (2014 i.p.v. 2017) in verband met de kasruimte van het HWBP2 van de beschikte bedragen voor het project Alexanderhaven in december heeft een positief effect gehad op de liquiditeitspositie. Het rekeningcourantsaldo op het einde van het verslagjaar sluit dan ook met een tekort van 4.568.000. Ook in 2014 was de financieringsconstructie van het waterschap een punt van aandacht. Uitgangspunten hierbij waren de beperking van de rentekosten, de minimalisering van de renterisico's op lange termijn binnen kaders van de wet Fido en de interne beleidskaders. Programmarekening 2014 / 1502518 53
Debetrente In het verslagjaar zijn (tijdelijke) liquiditeitstekorten door middel van kasgeldleningen gefinancierd. In 2014 zijn 35 kasgeldleningen afgesloten. Met deze systematiek is in het verslagjaar een rentevoordeel gerealiseerd van 16.731. Creditgelden Door het verplicht schatkistbankieren dient het waterschap de publieke middelen - behoudens het drempelbedrag - aan te houden bij het ministerie van Financiën. Gelet op de liquiditeitspositie is in het verslagjaar slechts éénmaal een bedrag weggezet bij de schatkist waardoor de renteopbrengst zeer beperkt is gebleven. Kasgeldlimiet Indien bij een negatieve liquiditeitspositie van het waterschap de kasgeldlimiet (voor 2014 18.157.000, te weten 23% van het begrotingstotaal) drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, is het op grond van de wet Fido verplicht de vlottende schuld te consolideren door middel van een vaste geldlening. Indien dit aan de orde is, dient het negatieve rekeningcourantsaldo, dat uitstaat tegen de lage debetrente, te worden omgezet in een vaste geldlening. Ondanks dat deze situatie zich in het verslagjaar niet heeft voorgedaan is ter beperking van de het renterisico s 20 februari een geldlening bij de NWB-bank van 5.000.000 per 3 maart afgesloten. Verder is voor de projectfinanciering van de waterkering Alexanderhaven Roermond per 1 oktober een lening van 7.100.000 bij de NWB-bank afgesloten. 3.6.3 Treasurybeheer Risicobeheer Dit onderdeel geeft inzicht in het risicoprofiel van het waterschap. Onder risico's worden zowel renterisico's, kredietrisico's, liquiditeitsrisico s en koersrisico's (lees valutarisico's) verstaan. Het renterisico op de vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de begroting per 1 januari voor het gehele verslagjaar aangehouden, vermenigvuldigd met het door ministeriële regeling vastgestelde percentage (30% voor waterschappen). Over het verslagjaar kan dit als volgt worden weergegeven. Kasgeldlimiet 2014 (x 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Ruimte (+) / Overschrijding (-) 1.982-5.048 6.862 12.040 Uit dit overzicht is af te leiden dat de kasgeldlimiet in 2014 alleen in het eerste kwartaal is overschreden. De berekening van de kasgeldlimiet is opgenomen in bijlage I. Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico's op de vaste schuld. De renterisiconorm voor de waterschappen is bepaald op 30% van het begrotingstotaal en kan voor 2014 als volgt worden weergegeven. Toets renterisiconorm (x 1.000) 2014 Renterisiconorm 23.683 Renterisico op vaste schuld 21.036 * Ruimte (+) / Overschrijding (-) 2.647 * Ondanks dat alleen sprake is van een renterisico op de variabele kredietopslag, die een fractioneel deel uitmaakt van het totale rentepercentage, dient op basis van de huidige inzichten het totale saldo van de basisrentelening ad 15,6 miljoen te worden meegenomen als renterisico op de vaste schuld. 54 Waterschap Roer en Overmaas
Uit bovenstaand overzicht kan worden afgeleid dat het waterschap over het verslagjaar heeft voldaan aan de toets van de renterisiconorm. De berekening is ook opgenomen in bijlage I. Kredietrisico's op verstrekte geldleningen hebben zich in het verslagjaar niet voorgedaan, aangezien geen leningen van dien aard aan derden zijn verstrekt. Het liquiditeitsrisico is beperkt gebleven door de treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsprognose. Het koersrisico is nihil aangezien het waterschap alle betalingen en ontvangsten heeft verricht in euro's. Kasbeheer Om de kosten voor het geldstroomverkeer te kunnen beperken is in het verslagjaar de gehanteerde beleidslijn voortgezet. Dit betekent dat het liquiditeitsgebruik beperkt wordt door de geldstromen op waterschapsniveau op elkaar af te stemmen, het betalingsverkeer door één bank (NWB bank) elektronisch te laten uitvoeren en de betalingsopdrachten uitsluitend centraal door financiën te laten verwerken. Programmarekening 2014 / 1502518 55
3.7 Verbonden partijen Waterschapsbedrijf Limburg Het WBL is een volledige dochter van de beide Limburgse waterschappen. Het is een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie waarvan de wettelijk kaders vastliggen in de 'Gemeenschappelijke Regeling Waterschapsbedrijf Limburg'. Voor een uitgebreide toelichting op de relatie met het WBL wordt verwezen naar hoofdstuk 4. Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen De BsGW is een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie waarvan de kaders vastliggen in de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen. Voor een uitgebreide toelichting op de relatie met de BsGW wordt verwezen naar hoofdstuk 5. Nederlandse Waterschapsbank NV (NWB bank) Waterschap Roer en Overmaas is één van de partijen die aandelen heeft in de NWB-bank. De bank richt haar diensten exclusief op de overheidssector. De NWB-bank financiert provincies, gemeenten en waterschappen en verstrekt langlopende kredieten aan instellingen voor de volkshuisvesting, de gezondheidszorg en het onderwijs. Verder financiert de bank overheidsbedrijven werkzaam op het gebied van water en milieu. Voor de waterschappen is de bank huisbankier met diensten als betalingsverkeer, electronic banking en consultancy. De vennootschap wordt bestuurd door een directie die bestaat uit twee of meer directeuren. De raad van commissarissen bestaat uit minimaal zeven en maximaal elf leden en houdt onder meer toezicht op de directie. In de algemene vergadering van aandeelhouders heeft elk aandeel A één stem en een aandeel B vier stemmen. Het waterschap heeft evenals in het vorige verslagjaar 535 aandelen A en 146 aandelen B. Het Waterschapshuis WRO is één van de 23 deelnemende waterschappen die participeert in de Gemeenschappelijke Regeling Het Waterschapshuis (HWH) die op 1 juli 2010 in werking is getreden. Het Waterschapshuis fungeert als ondersteunende organisatie en aankoopcentrale voor de waterschappen en levert zodoende een bijdrage aan het verbeteren van de informatie- en de bedrijfsprocessen van de waterschappen ter bevordering van de kwaliteit en efficiëntie van de taakuitvoering door de waterschappen. 3.8 Bedrijfsvoering Onder bedrijfsvoering wordt verstaan het geheel van interne organisatieonderdelen en processen die ondersteunend zijn ten behoeve van de primaire processen. Voor een toelichting op de bedrijfsvoering wordt verwezen naar paragraaf 2.7. 56 Waterschap Roer en Overmaas
3.9 EMU-saldo Achtergrond EMU-problematiek In het kader van een verantwoorde ontwikkeling van de economie en het monetaire stelsel binnen de landen die deelnemen aan de EMU (Economische en Monetaire Unie), is in het Verdrag van Maastricht een aantal afspraken gemaakt. Een belangrijke afspraak is dat het EMU-tekort (lees overheidstekort) van een lidstaat niet meer mag bedragen dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het EMU-saldo is opgebouwd uit het totaal van het Rijk, de sociale fondsen, gemeenschappelijke regelingen en de decentrale overheden. Indien de overheden in een jaar meer uitgeven dan ontvangen (op kasbasis) is sprake van een negatieve bijdrage aan het EMU-saldo. Op basis van de afspraken is de EMU-ruimte voor de decentrale overheden in 2014 0,5% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Wet Hof Europese afspraken over het beheersen van de EMU-saldi (voor begrotingstekort en schuld van de overheid) hebben ertoe geleid dat dat het Kabinet afspraken maakt met medeoverheden (provincies, gemeenten en waterschappen) met het oog op het Nederlandse EMU-saldo en deze in regelgeving vastlegt. Deze afspraken zijn in de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) vormgegeven en bevat regels over de begrotingsdiscipline van Rijk en decentrale overheden. De Wet Hof is door de Tweede Kamer op 23 april 2013 vastgesteld en op 10 december 2013 aangenomen door de Eerste Kamer. In de wet zijn o.a. de volgend afspraken verwerkt: Het Rijk stuurt alleen op het EMU-tekort voor alle decentrale overheden gezamenlijk (Provincies, Gemeenten en Waterschappen). Dit heeft tot voordeel dat hogere EMUtekorten van de ene groep decentrale overheden in een bepaald jaar gecompenseerd kunnen worden door lagere tekorten of overschotten van andere groepen. Tot en met 2015 wordt de EMU-ruimte voor de decentrale overheden niet minder dan 0,5%. De ruimte wordt later pas minder als een evaluatie in 2015 uitwijst dat dit op een verantwoorde wijze kan. Tot en met 2017 zullen geen sancties worden toegepast. De kern van de wet is bestuurlijk overleg waardoor een flexibel mechanisme is ontstaan. Alles is bespreekbaar in bestuurlijk overleg en de minister gaat ervan uit dat daarin altijd overeenstemming wordt bereikt. Pas als veelvuldig bestuurlijk overleg niet tot overeenstemming leidt zal de minister een voorgenomen besluit nemen die aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Bij sturing op het EMU-saldo zijn voorbeelden van maatregelen voor de waterschappen onder meer. Terugbrengen investeringsniveau. Activering bijdrage HWBP beëindigen en bijdrage opnemen in de exploitatie of activeringstermijn verkorten. EMU-saldo 2014 In de begroting en het jaarverslag dient het eigen EMU-saldo te worden opgenomen. De moeilijkheid is dat waterschappen, net zoals de andere decentrale overheden, een ander boekhoudstelsel gebruiken dan waarop het EMU-saldo is gebaseerd. De waterschappen hanteren het baten- en lastenstelsel, terwijl het EMU-saldo is gebaseerd op transactiestelsel (lees kasbasis). De informatie ten behoeve van het EMU-saldo moet dan ook een vertaalslag Programmarekening 2014 / 1502518 57
ondergaan. Verder geldt dat bij de waterschappen de investeringen (inclusief de bijdrage van het HWBP) grote invloed hebben op het EMU-saldo, zeker omdat zij gemiddeld over alle waterschappen gezien een factor 3 groter zijn dan de jaarlijkse afschrijvingen. Omdat het investeringsvolume van de waterschappen aanzienlijk is, hebben de waterschappen per definitie een EMU-tekort. Over 2014 is sprake van een EMU-tekort van afgerond 4.217.000. In de BBVW is opgenomen dat in het jaarverslag een specificatie van het EMU-saldo dient te worden opgenomen van het verslagjaar, inclusief de begroting en gewijzigde begroting, en het vorig verslagjaarjaar. De berekening van het EMU-saldo van 2013 en 2014 is opgenomen in bijlage J, waar tevens de realisatie versus gewijzigde begroting wordt toegelicht. 3.10 Topinkomens In de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) die op 1 januari 2013 inwerking is getreden, is een openbaarmakingsverplichting voorgeschreven voor topfunctionarissen. Het gaat hierbij om personen die leiding geven aan de gehele organisatie. Bij een waterschap betreft dit de functie van Secretaris-Directeur. De wet schrijft topfunctionarissen een maximaal inkomen voor dat voor 2014 is vastgesteld op 230.474 (= 130% van het brutosalaris van een minister, verhoogd met sociale verzekeringspremies, onkostenvergoedingen en beloningen betaalbaar op termijn). Bezoldigingen die uitgaan boven het door de WNT opgelegde maximum zijn strijdig met de wet en worden aangemerkt als onverschuldigde betaling. Verder verbiedt de WNT topfunctionarissen ontslagvergoedingen te verstrekken die meer bedragen dan 75.000, dan wel één jaarsalaris als dit lager is dan 75.000. Gelet op artikel 4.1 van de WNT zijn onderstaand de gegevens van de topfunctionaris van ons waterschap, te weten de functie van secretaris-directeur vermeld. Topfunctionaris Waterschap Roer en Overmaas Naam Functie J.M.G. In den Kleef secretaris-directeur Duur dienstverband geheel 2014 Omvang dienstverband 36 uur per w eek Beloning 122.051 Belastbare vaste en variabele onkostenvergoeding 1.575 Voorzieningen ten behoeve van beloningen op termijn 20.152 In het verslagjaar is de beloning voor topfunctionarissen niet overschreden en zijn geen ontslagvergoedingen verstrekt. 58 Waterschap Roer en Overmaas
4 Waterschapsbedrijf Limburg 4.1 Relatie WRO heeft in het verslagjaar voor de uitvoering van het zuiveringsbeheer gebruik gemaakt van de diensten van het WBL. Het WBL is een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie waarvan de wettelijke kaders vastliggen in de Gemeenschappelijke Regeling Waterschapsbedrijf Limburg. Voor de verhouding waterschappen ten opzichte van de gemeenschappelijke regeling (GR) geldt de hoofdregel dat het beleid voor de aan de regeling opgedragen taken een bevoegdheid blijft van de waterschapsbesturen. Het bestuur van de GR heeft een uitvoering- en voorbereidingsbevoegdheid. Daarmee is de regeling een vorm van afgeleid bestuur. In de regeling is aangegeven welke uitvoerende taken aan het WBL worden overgedragen. De beoogde bevoegdheidstoekenning aan het bestuur van de regeling wordt ingevuld via delegatie en mandaat. De verhouding tussen waterschappen en regeling betekent in dit verband dat: de reikwijdte van de gedelegeerde/gemandateerde bevoegdheid exact is omschreven; de waterschapsbesturen beleidsregels vaststellen voor de toepassing van bevoegdheden; bij mandaten de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat is opgenomen; per delegatie en mandaat rapportageverplichtingen over het gebruik zijn afgesproken. Voor de relatie met het WBL worden een aantal randvoorwaarden gehanteerd om te komen tot een goed functionerende uitvoeringsorganisatie: een helder waterschapsbeleid waarbinnen en waarmee het WBL aan de slag kan; een goede onderlinge informatievoorziening tussen de organisaties waardoor een vaste opdracht- en verantwoordingscyclus kan groeien en past bij de beleidsverantwoordelijkheid van de waterschappen en de uitvoeringsorganisatie; een open en soepele samenwerkingshouding tussen de ambtelijke organisaties onderling vanwege de vele interacties in het dagelijkse werk tussen het systeem- en het ketenbeheer; heldere werkafspraken over een praktische invulling van de advies- en voorbereidingstaken van het bedrijf ten behoeve van de besluitvorming door de waterschapsbesturen; integrale productverantwoordelijkheid als één van de belangrijkste organisatorische uitgangspunten. Aan de relatie met het WBL is in het verslagjaar de nodige aandacht besteed. Onderdelen die in 2014 aan de orde zijn gekomen, zijn de begroting en de tussentijdse rapportages. 4.2 Begroting Het algemeen bestuur van ons waterschap heeft op 1 juli 2014 de zienswijze op de conceptbegroting 2015 van het WBL vastgesteld. Het algemeen bestuur van het WBL heeft, rekening houdend met onze zienswijze, de begroting 2015 op 30 juli 2014 definitief vastgesteld. 4.3 Geldstroom Voor wat betreft de geldstroom van het waterschap naar het WBL kan het volgende worden vermeld. Vertrekpunt van de geldstroom vormt de vastgestelde begroting van het WBL (inclusief eventuele begrotingswijzigingen) en de afgesproken verdeling van het begrotingstotaal over de beide waterschappen. Programmarekening 2014 / 1502518 59
De verdeling van het zuiveringsbeheer is gebaseerd op het aantal vervuilingseenheden. Het watersysteembeheer wordt procentueel verdeeld, te weten 65% Roer en Overmaas en 35% Peel en Maasvallei. Het aandeel van ons waterschap in het WBL bedroeg in 2014 43.749.289. De raming is gelijk aan de realisatie. Bestuurlijk is afgesproken dat geen verrekening over en weer plaatsvindt op basis van de werkelijke exploitatiecijfers, maar dat een eventueel positief exploitatieresultaat van het WBL wordt afgedragen aan de beide waterschappen. Op basis van het aangehaalde bedrag voor ons waterschap is voor de uitvoering van de te verrichten activiteiten aan het WBL in 2014 maandelijks een bedrag van 3.645.774 betaalbaar gesteld (begrotingsbedrag gedeeld door twaalf maanden). 4.4 Reservepositie Het WBL heeft over 2014 een positief resultaat behaald van afgerond 927.000. De algemene reserve van het WBL bedraagt op basis van de risico-inventarisatie 2013 die ook voor 2014 is gehanteerd (voor resultaatsbestemming) 2.700.000. 60 Waterschap Roer en Overmaas
5 Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen 5.1 Relatie WRO maakt voor de uitvoering van de belastingheffing gebruik van de diensten van de BsGW. De BsGW is een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie waarvan de wettelijk kaders vastliggen in de 'Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen. De BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van de deelnemers (gemeenten en waterschappen) de zorg voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen. De oprichters en (eerste) deelnemers in de Gemeenschappelijke regeling BsGW (per 01-04-2011), de zogenaamde founding fathers, zijn WRO, WPM en de gemeente Venlo. Per 1 januari 2012 zijn de gemeente Bergen en Nederweert als deelnemers toegetreden. Per 1 januari 2013 de gemeente Roermond, Beek, Leudal, Nuth, Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen en Peel en Maas en per 1 januari 2014 de gemeente Stein, Maastricht, Sittard- Geleen, Heerlen, Brunssum, Landgraaf, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal. Voor de verhouding deelnemers ten opzichte van de GR geldt de hoofdregel dat het beleid voor de aan de regeling opgedragen taken een bevoegdheid blijft van de deelnemers. Het bestuur van de GR heeft een uitvoerings- en voorbereidingsbevoegdheid. Daarmee is de regeling een vorm van afgeleid bestuur. Ook aan de relatie met de BsGW is in het verslagjaar de nodige aandacht besteed. Onderdelen die in 2014 aan de orde zijn gekomen, zijn de begroting, de begrotingswijzigingen, de tussentijdse rapportages en de geldstroom van en naar de BsGW. 5.2 Begroting / begrotingswijzigingen De bestuurlijke adviescommissies van het waterschap hebben op 8 april 2014 ingestemd met de conceptbegroting 2015 van de BsGW, hieromtrent een positieve zienswijze uit te brengen en af te zien van behandeling in het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur van de BsGW heeft de begroting 2015 op 25 juni 2014 definitief vastgesteld. Verder heeft ons algemeen bestuur op 25 november 2014 ingestemd met de toetreding van de gemeenten Weert, Eijsden-Margraten, Schinnen, Valkenburg, Meerssen, Vaals, Gulpen-Wittem, Beesel, Gennep en Kerkrade tot de BsGW per 1-1-2015. Het aandeel van ons waterschap in de BsGW bedroeg in 2014 2.976.325 en is in het verslagjaar niet gewijzigd. 5.3 Geldstroom Wat betreft de geldstroom kan het volgende worden vermeld. Deze bestaat uit twee stromingen, te weten de stroom van de het waterschap naar de BsGW en vice versa. WRO naar BsGW Vertrekpunt van deze geldstroom is de vastgestelde begroting van de BsGW. Na vaststelling van de begroting is het aandeel van de deelnemers een verplichte uitgave. Het aandeel van ons waterschap in de BsGW bedroeg in 2014 2.976.325 en is opgebouwd uit een zuiveringsdeel van 1.069.762 en watersysteemdeel van 1.906.563. De raming is gelijk Programmarekening 2014 / 1502518 61
aan de realisatie. Bestuurlijk is afgesproken dat geen verrekening over en weer plaatsvindt op basis van de werkelijke exploitatiecijfers, maar dat een eventueel positief exploitatieresultaat van de BsGW wordt ingezet om de reservepositie van het bedrijf te verbeteren en/of wordt afgedragen aan de deelnemers. Op basis van het aangehaalde bedrag voor ons waterschap is voor de uitvoering van de te verrichten activiteiten aan de BsGW in 2014 maandelijks een bedrag van 248.027 betaalbaar gesteld (begrotingsbedrag gedeeld door twaalf maanden). BsGW naar WRO Uitgangspunt voor deze geldstroom vormt de aanslagoplegging en invordering door de BsGW. De door de BsGW geïncasseerde belastinggelden, de rechtstreekse inkomstenbron voor het waterschap, komt meteen ter beschikking aan het waterschap. De afspraak is dat de ontvangsten van de belastingaanslag rechtstreeks ten goede komt aan het waterschap, behoudens een bedrag van 100.000 voor corrigerende effecten op de aanslag. Van het opgelegde bedrag is in het verslagjaar 74.163.263 ontvangen en afgedragen. Aangezien in de prognose (gebaseerd op ontvangstenpatroon 2013) werd uitgegaan van een afdracht van 74.453.704, is over het belastingjaar 2014 een bedrag van 290.441 minder ontvangen. Het werkelijke ontvangsten kunnen gelet op de aanslagoplegging in 2014 afgezet tegen de raming als volgt grafisch worden weergegeven: 16.000.000 14.000.000 12.000.000 10.000.000 8.000.000 Begroting Realisatie 6.000.000 4.000.000 2.000.000 0 jan feb mrt apr mei jun jul aug sept okt nov dec 5.4 Reservepositie De BsGW heeft over 2014 een negatief resultaat behaald van afgerond 35.000. De algemene reserve van de BsGW bedraagt per 31 december 2014 (voor resultaatsbestemming) 617.000. Op basis van de risico-inventarisatie 2014 is het weerstandsvermogen van de BsGW bepaald op 385.000. 62 Waterschap Roer en Overmaas
Deel II Jaarrekening Programmarekening 2014 / 1502518 63
64 Waterschap Roer en Overmaas
6 Balans met toelichting In dit hoofdstuk wordt de balans 2014 weergegeven met een toelichting op de individuele balansposten. De balansindeling is opgesteld volgens de BBVW, waarbij het nog te bestemmen resultaat 2014 onderdeel uitmaakt van het eigen vermogen. Bij de vaststelling van de jaarrekening neemt het algemeen bestuur een besluit ter dekking of bestemming van dit resultaat. 6.1 Balans Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Immateriële vaste activa 1.532.212 15.742.857 Materiële vaste activa 108.879.367 100.049.953 Financiële vaste activa 106.405 106.405 Vaste activa 110.517.984 115.899.215 Uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar 1.786.231 37.800 Liquide middelen 2.811 2.221 Kortlopende vorderingen 1.541.713 2.903.411 Overlopende activa 427.280 257.383 Vlottende activa 3.758.035 3.200.815 TOTAAL ACTIVA 114.276.019 119.100.030 Eigen vermogen: Algemene reserves 4.025.570 4.025.570 Bestemminsreserves tariefsegalisatie 14.785.740 20.458.049 Overige bestemmingsreserves 4.070.350 4.125.175 Nog te bestemmen resultaat 5.727.133 521.172 Voorzieningen 963.962 1.384.734 Vaste schulden 61.260.701 67.965.429 Vaste passiva 90.833.456 98.480.129 Netto vlottende schulden 19.725.715 9.131.061 Overlopende passiva 3.716.848 11.488.840 Vlottende passiva 23.442.563 20.619.901 TOTAAL PASSIVA 114.276.019 119.100.030 Programmarekening 2014 / 1502518 65
6.2 Indeling en waardering balansposten Onderstaand wordt de indeling en waardering per balanspost toegelicht. Vaste activa Indeling Waardering immateriële, materiële en financiële vaste activa. De mutaties in de vaste activa zijn opgenomen in bijlage A. historische kostprijs. Ontvangen subsidies, bijdragen van derden en de afschrijvingen worden hierop in mindering gebracht. In het verslagjaar zijn geen afschrijvingsmethoden en -termijnen van investeringsprojecten gewijzigd. De afschrijvingen worden op lineaire basis, volgens de verwachte levensduur, berekend. Het eerste jaar worden de afschrijvingen voor een half jaar meegenomen. De afschrijvingstermijnen die in het verslagjaar voor nieuwe investeringen worden gehanteerd zijn conform de nota activabeleid 2012 en kunnen schematisch als volgt worden weergegeven. Activa Afschrijvingstermijn Gebouwen 30 jaar Waterstaatkundige werken 30 jaar Vervoermiddelen / Inventaris 10 jaar Automatisering 5 jaar Immateriële activa 10 jaar Op grond wordt afgeschreven indien dit onderdeel uitmaakt van een waterstaatkundig werk. Indien gronden worden aangekocht om strategische reden wordt hierop niet afgeschreven tot het moment dat ze (eventueel) onderdeel gaan uitmaken van een waterstaatkundig werk. Op gronden waarop installaties of gebouwen zijn gelegen wordt niet afgeschreven. Vlottende activa Indeling voorraden, uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar, liquide middelen, kortlopende vorderingen, effecten en overlopende activa ( nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen). Waardering nominale waarde. Vaste passiva Indeling eigen vermogen (algemene reserves, bestemmingsreserves en exploitatieresultaat sluitpost van activa/passiva en kosten/opbrengsten), voorzieningen en vaste schulden (vaste geldleningen en waarborgsommen). De mutaties in de vaste passiva zijn opgenomen in bijlage B, eigen vermogen en voorzieningen, en bijlage C, vaste geldleningen. Waardering voorzieningen en vaste schulden: nominale waarde. Vlottende passiva Indeling netto vlottende schulden (kasgeldleningen, negatieve bank- en girosaldi, schulden aan leveranciers en schulden in verband met te betalen belastingen, sociale- en pensioenpremies) en overlopende passiva ( nog te betalen en vooruit ontvangen bedragen). Waardering nominale waarde. 66 Waterschap Roer en Overmaas
6.3 Vaste activa Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa. Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Immateriële vaste activa 1.532.212 15.742.857 Materiële vaste activa 108.879.367 100.049.953 Financiële vaste activa 106.405 106.405 Vaste activa 110.517.984 115.899.215 Immateriële en materiële vaste activa In bijlage A worden immateriële en materiële vaste activa nader gerubriceerd. Onderstaand worden de mutaties onderhanden werken materiële vaste activa weergegeven en toegelicht. Onderhanden w erken materiële vaste activa 31-12-2013 + -/- 31-12-2014 Financieel afgesloten projecten per 31/12/2013 netto investeringsuitgaven 4.712.400 4.712.400 0 afschrijvingen 1.323.680 1.323.680 0 boekw aarde 3.388.720 0 Niet/anders tot uitvoering gekomen projecten netto investeringsuitgaven 234.580-99.040 135.540 afschrijvingen 22.833 112.707 135.540 boekw aarde 211.747 0 Nieuw e projecten netto investeringsuitgaven 0 114.482 114.482 afschrijvingen 0 9.829 9.829 boekw aarde 0 104.653 Overige onderhanden projecten netto investeringsuitgaven 54.587.333 7.417.192 10.039.335 51.965.190 afschrijvingen 5.860.248 2.017.998 836.611 7.041.635 boekw aarde 48.727.085 44.923.555 Netto investeringsuitgaven 59.534.313 7.432.634 14.751.735 52.215.212 Afschrijvingen 7.206.761 2.140.534 2.160.291 7.187.004 Boekw aarde 52.327.552 45.028.208 Financieel afgesloten projecten per 31/12/2013. Na vaststelling van de jaarrekening 2013 op 1 juli 2014 zijn deze projecten overgeheveld van de onderhanden werken naar werken in exploitatie en komen per ultimo van het verslagjaar niet meer voor onder de onderhanden werken. Niet/anders tot uitvoering gekomen projecten. In het verslagjaar is gebleken dat een aantal voorbereidingsprojecten niet, of niet als separaat project, tot uitvoering zijn komen. Deze zijn in het verslagjaar afgesloten en versneld afgeschreven (zie 9.1), waardoor de boekwaarde per 31 december van het verslagjaar nihil is. Programmarekening 2014 / 1502518 67
Nieuwe projecten. Onderstaande projecten, gerubriceerd onder materiële vaste actie zijn in het verslagjaar gestart. Van elk project is het projectdoel opgenomen, zoals verwoord in de waterwerken-app, inclusief de afgeronde netto investeringsuitgaven. Activiteitenplan automatisering. Optimaliseren en professionaliseren automatisering, inclusief reguliere vervanging ICT. Hoogwaterbescherming Slenaken, ter voorkoming van wateroverlast in Slenaken. Aanleiding is een onverwachte flash flood (juli 2012) na hevige neerslag in het stroomgebied van de Gulp waardoor grote delen van Slenaken, Beutenaken en Pesaken in korte tijd blank kwamen te staan, met overlast in diverse woningen en bedrijven in de nabijheid van de Gulp. De gemeente Gulpen-Wittem, provincie Limburg en WRO hebben gezamenlijk besloten tot een duurzame oplossing om in de toekomst de kans op dit soort onverwachte calamiteiten te verminderen. 95.000 19.000 Overige onderhanden werken. De uitgaven kunnen als volgt worden gerubriceerd: Van de 10 uitvoeringsprojecten worden onderstaand de netto investeringsuitgaven en het projectdoel zoals verwoord in de waterwerken-app weergegeven: Herinrichting Mergelland Oost. 1.112.000 - Beperken van water- en modderoverlast; - Beek- en natuurherstel. Ontkluizing Keutelbeek kern Beek. 839.000 - Het voorkomen / verminderen van wateroverlast, - Voldoen aan randvoorwaarden Europese Kaderrichtlijn Water, - Impuls geven aan recreatie en de beleving van water, - Herstel van historische waarden. Verbetering waterverdeling Maasnielderbeek. 796.000 - Het beperken van water- en stankoverlast voor omwonenden vijverpartijen. Herinrichting Geleenbeek Corio Glana. 793.000 - Werken aan schoon water en natuurherstel om te voldoen aan ecologische eisen Europese Kaderrichtlijn Water, - Opwaardering van het beekdal van de Geleenbeek, - Kansen voor recreatie benutten. 68 Waterschap Roer en Overmaas
Herinrichting Vlootbeek grens Nederland / Duitsland. - Voldoen aan de randvoorwaarden Europese Kaderrichtlijn Water en het Nationaal Bestuursakkoord Water, - Herstel van ecologische waarden in de Vlootbeek, - Vlootbeek vrij optrekbaar maken voor vissen. Opheffen overkluizing Caumerbeek. - Het voorkomen van wateroverlast uit gemeentelijk riool door rioolwater en schoon bronwater te scheiden, - Verbeteren waterkwaliteit in de Caumerbeek en Geleenbeek, - Herinrichting beekdal en parkgebied Caumerbeek / Geleenbeek, - Impuls geven aan recreatie in het beekdal van de Caumerbeek. Herstel oevers roer. - Het weer laten meanderen van de Roer, - Herstel ecologische waarden en realisatie doelen Kaderrichtlijn Water. Herinrichting Centraal Plateau. - Beperken van water- en modderoverlast, - Beek- en natuurherstel. Aanpak van waterstaatkundige en ecologische knelpunten van de Geul in de gemeente Valkenburg aan de Geul. - Het voorkomen van wateroverlast, - Herstel van cultuurhistorische monumentale elementen. Kleine investeringswerken fase 2. - Beperken van wateroverlast, - Herstel van natuurwaarden, - Vergroten van de beleving van water, - Instant houden watersystemen. 705.000 671.000 331.000 300.000 248.000 208.000 De vermindering in de netto investeringsuitgaven is het gevolg van een wijziging in de verslaggevingsregels. Met ingang van het verslagjaar dient de bijdrage aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma te worden verantwoord onder de immateriële vaste activa. In het meerjarig investeringsplan (MIP), bijlage K, worden de uitgaven en inkomsten 2014 per project weergegeven. De afwijkingen tussen de bijgestelde raming en realisatie worden in hoofdstuk 7 toegelicht. Bovendien geldt voor wat betreft de grondaankopen dat elke aankoop wordt toegewezen aan een project. Dit wil echter niet zeggen dat alle projecten ook in uitvoering zijn genomen. De waarde van de gronden verantwoord op projecten in voorbereiding vertegenwoordigen per 31 december van het verslagjaar een waarde van 3.787.340. Financiële vaste activa De financiële vaste activa kunnen per balansdatum als volgt worden gespecificeerd: Aandelen Nederlandse Waterschapsbank 31-12-2014 99 aandelen A (à 113,45 nominale w aarde 100% ) 11.231 436 aandelen A (à 180,30 nominale w aarde 159% ) 78.611 146 aandelen B (à 453,78 w aarop gestort 25%) 16.563 Totaal financiële vaste activa 106.405 Volgens de systematiek van de netto vermogenswaarde vertegenwoordigen de aandelen op basis van het jaarverslag 2014 van de NWB bank een waarde van 17.250.622, zijnde de huidige waardering van 106.405 en een stille reserve van 17.144.217. Programmarekening 2014 / 1502518 69
6.4 Vlottende activa Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar 1.786.231 37.800 Liquide middelen 2.811 2.221 Kortlopende vorderingen 1.541.713 2.903.411 Overlopende activa 427.280 257.383 Vlottende activa 3.758.035 3.200.815 6.4.1 Uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar In het verslagjaar is de vordering op Landsbanki nagenoeg geheel verkocht, waardoor per 31 december 2014 een saldo resteert van 38.800. 6.4.2 Liquide middelen Onder de liquide middelen worden de creditposities van het waterschap bij banken, het Rijk (als gevolg van het schatkistbankieren) en het bedrag in kas verantwoord: Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Kasmiddelen 136 140 Rekening courant met 's Rijks schatkist 0 55 Bank- en girotegoeden 2.675 2.026 Liquide middelen 2.811 2.221 6.4.3 Kortlopende vorderingen Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Vorderingen op belastingdebiteuren 629.258 1.134.820 Vorderingen als gevolg van subsidies en bijdragen 721.372 1.654.194 Overige vorderingen 191.083 114.397 Kortlopende vorderingen 1.541.713 2.903.411 Vorderingen op belastingdebiteuren De stand van de belastingdebiteuren primo en ultimo van het verslagjaar kan als volgt worden weergegeven: 70 Waterschap Roer en Overmaas
Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Belastingdebiteuren 2009 Openstaande belastingdebiteuren 83 0 Voorziening oninbaar belastingdebiteuren 0 0 Voorziening kw ijtschelding belastingdebiteuren 0 0 Belastingdebiteuren 2010 Openstaande belastingdebiteuren 87.740 244 Voorziening oninbaar belastingdebiteuren -90.190 0 Voorziening kw ijtschelding belastingdebiteuren -5.349 0 Belastingdebiteuren 2011 Openstaande belastingdebiteuren 102.527 52.896 Voorziening oninbaar belastingdebiteuren -120.968-41.824 Voorziening kw ijtschelding belastingdebiteuren -66.122-11.125 Belastingdebiteuren 2012 Openstaande belastingdebiteuren 502.867 186.792 Voorziening oninbaar belastingdebiteuren -174.010-134.606 Voorziening kw ijtschelding belastingdebiteuren -100.986-51.705 Belastingdebiteuren 2013 Openstaande belastingdebiteuren 912.734 200.193 Voorziening oninbaar belastingdebiteuren -298.089-226.986 Voorziening kw ijtschelding belastingdebiteuren -120.979-16.796 Belastingdebiteuren 2014 mutaties 2014 Opgelegde / nog op te leggen aanslagen 78.723.000 Betalingen aanslagen -74.163.263 Gerealiseerde oninbaar -93.820 Gerealiseerde kw ijtschelding -2.895.011 Openstaande belastingdebiteuren 0 1.570.906 Voorziening oninbaar belastingdebiteuren 0-300.180 Voorziening kw ijtschelding belastingdebiteuren 0-92.989 Vorderingen op belastingdebiteuren 629.258 1.134.820 Gedurende het verslagjaar heeft de BsGW de afwikkeling van openstaande vorderingen van zowel het huidige als de oude jaren ter hand genomen. De openstaande vorderingen zijn beoordeeld en voorzien van een goedkeurende controleverklaring door Ernst & Young accountants, gedateerd op 9 april 2015. Vorderingen als gevolg van subsidies en bijdragen Het saldo per 31 december kan worden gerubriceerd in subsidies en bijdragen gerelateerd aan investeringsprojecten en aan de exploitatie: De investeringsbijdragen van 1.449.310 hebben vooral betrekking op de provinciale bijdrage in de kosten van de aanpak van waterstaatkundige en ecologische knelpunten van de Geul in de gemeente Valkenburg aan de Geul. Verder hebben deze vorderingen betrekking op een gemeentelijke bijdrage in de kosten van kunstwerken in de Vloedgraaf, de bijdrage van WPM in de kosten van het gezamenlijke project watersysteemtoets en de afrekening van Aquadra. De exploitatiebijdragen van 204.884 hebben voornamelijk betrekking op nog te ontvangen bijdragen in het kader van de muskus- en beverratbestrijding en de van WPM te ontvangen bijdrage in de kosten van de gezamenlijke aanschaf van Dawaco, database voor ecologische en chemische gegevens. Programmarekening 2014 / 1502518 71
Deze vorderingen zijn per 31 december voor 914.680 direct opeisbaar en in het eerste kwartaal 2015 geheel ontvangen. Het saldo van de niet opeisbare vorderingen ultimo 2014 van 739.514 is in het eerste kwartaal 2015 afgenomen tot 605.280. Overige vorderingen Het saldo ultimo 2014 heeft grotendeels betrekking op de van WPM te ontvangen verrekening voor de verevening van de vervuilingseenheden 2014 en de bijdrage in de kosten voor het onder bestuursdwang verwijderen van een woonboot en grondverkoop. Deze vorderingen zijn per 31 december voor 108.434 direct opeisbaar en in het eerste kwartaal 2015 afgenomen tot 22.272. Het saldo van de niet opeisbare vorderingen ultimo 2014 van 5.963 is in het eerste kwartaal 2015 geheel ontvangen. 6.4.4 Overlopende activa Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Nog te ontvangen bedragen 321.775 105.156 Vooruitbetaalde bedragen 105.505 152.227 Overlopende activa 427.280 257.383 Nog te ontvangen bedragen Het saldo per 31 december heeft vooral betrekking op een nog te ontvangen bijdrage van de Europese Unie, via Aquadra, voor de herinrichting van de Geul. Evenals een bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken in de kosten van een opleiding van de buitendienstmedewerkers. Omschrijving 31-12-2013 Toevoegingen Ontvangen 31-12-2014 De Europese Unie 68.700-18.145 50.555 Het Rijk - 51.868-51.868 Overige openbare lichamen 250.000-250.000 - Overigen 3.075 2.733 3.075 2.733 Nog te ontvangen bedragen 321.775 54.601 271.220 105.156 Vooruitbetaalde bedragen Het saldo ultimo 2014 heeft betrekking op facturen in het verslagjaar of eerder ontvangen en verwerkt in de administratie, terwijl de kosten betrekking hebben op de exploitatie 2015. Hiervan is 76% het gevolg van vooruitbetaalde onderhoudscontracten in het kader van automatisering. De overige vooruitbetaalde kosten hebben voornamelijk betrekking op abonnementen, opleidingskosten en onderhoudskosten van de noodstroomvoorziening. 72 Waterschap Roer en Overmaas
6.5 Vaste passiva 6.5.1 Eigen vermogen Het saldo aan het begin en einde van het verslagjaar, inclusief de vermeerderingen en verminderingen worden onderstaand weergegeven. Vervolgens wordt per reserve het doel, de gewenste omvang en de mutatie in het verslagjaar nader toegelicht. Omschrijving 31-12-2013 + -/- 31-12-2014 Algemene reserves Algemene reserve w atersysteem- en zuiveringsbeheer Bestemmingsreserves tariefsegalisatie Egalisatiereserve w atersysteemheffing Egalisatiereserve zuiveringsheffing 4.025.570 - - 4.025.570 8.538.811-326.539 8.212.272 6.246.929 5.998.848-12.245.777 Overige bestemmingsreserves Calamiteiten w atersysteembeheer 2.000.000 - - 2.000.000 Afkoppelen verhard oppervlak 956.984-956.984 0 Niet kerende grondbew erking 813.366 14.441-827.807 Riooloverstorten 300.000 997.368-1.297.368 Nog te bestemmen resultaat 5.727.133 521.172 5.727.133 521.172 Eigen Vermogen 28.608.793 7.531.829 7.010.656 29.129.966 Algemene reserve watersysteem- en zuiveringsbeheer Doel bufferreserve voor het waterschap voor zowel de taken die voortvloeien uit het watersysteembeheer als het zuiveringsbeheer. Omvang het minimaal niveau van deze reserves is op basis van de risico-inventarisatie 2014 bepaald op 1.669.000. Mutatie geen. Egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing Doel om ongewenste fluctuaties in het belastingtarief van de watersysteemheffing te beperken tot een acceptabel niveau. Omvang bij vaststelling van de nota reserves en voorzieningen 2012 is besloten voor deze reserve geen minimum- of streefpercentage vast te stellen. De argumentatie die aan deze besluitvorming ten grondslag lag was dat deze egalisatiereserve als doel heeft om fluctuaties in het belastingtarief als gevolg van schommelingen in de uitgaven en inkomsten (lees exploitatie) per taak te beperken tot acceptabele niveaus of zelfs geheel te neutraliseren. Door deze reserve te minimaliseren of te maximeren wordt hier afbreuk aan gedaan. Meer waarde wordt eraan gehecht om de egalisatiereserves consequent in te zetten in plaats van een minimum en/of streefpercentage te hanteren. Mutatie het resultaat 2013 is gedeeltelijk onttrokken aan deze reserve. Egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing Doel ongewenste fluctuaties in het belastingtarief van de zuiveringsheffing te beperken tot een acceptabel niveau. Programmarekening 2014 / 1502518 73
Omvang Mutatie bij vaststelling van de nota reserves en voorzieningen 2012 is besloten voor deze reserve geen minimum- of streefpercentage vast te stellen. De argumentatie die hieraan ten grondslag lag was dat deze egalisatiereserve als doel heeft om fluctuaties in het belastingtarief als gevolg van schommelingen in de uitgaven en inkomsten (lees exploitatie) per taak te beperken tot acceptabele niveaus of zelfs geheel te neutraliseren. Door deze reserve te minimaliseren of te maximeren wordt hier afbreuk aan gedaan. Meer waarde wordt eraan gehecht om de egalisatiereserves consequent in te zetten in plaats van een minimum en/of streefpercentage te hanteren. het resultaat 2013 is gedeeltelijk toegevoegd aan deze reserve. Bestemmingsreserve calamiteiten watersysteembeheer Doel bestrijding van de kosten van hoogwatersituaties. Omvang gemaximeerd op 2.000.000. Mutatie geen. Reserve afkoppelen verhard oppervlak Doel het waterschap wil met de Regeling stimuleren afkoppelen bestaand verhard oppervlak gemeenten, bedrijven en particulieren stimuleren het hemelwater van bestaande verharde oppervlakten af te koppelen van het riool. Omvang de regeling geldt voor de periode 2007-2011 en bestaat uit vijf jaarlijkse bijdragen uit de exploitatie van 300.000. Om ongewenste schommelingen in de exploitatie te voorkomen is de reserve afkoppelen verhard oppervlak ingesteld. Mutatie het resultaat 2013 is gedeeltelijk onttrokken aan deze reserve en het surplus is, toegevoegd aan de reserve riooloverstorten. Het algemeen bestuur heeft op 7 oktober 2014 besloten het surplus van deze reserve, uiteindelijk 697.368 toe te voegen aan de reserve riooloverstorten. Reserve niet kerende grondbewerking Doel het algemeen bestuur heeft in haar vergadering van 10 december 2007 besloten tot wijziging van het beleid ten aanzien van wateroverlast en bodemerosie. In dit verband zijn middelen in de exploitatiebegroting vrijgemaakt voor een stimuleringsregeling voor de toepassing van niet kerende grondbewerking. Omvang het betreft een bedrag van 300.000 voor 2008 en 500.000 per jaar voor de jaren 2009 t/m 2012. Om een goede uitvoerbaarheid van deze regeling mogelijk te maken is de reserve niet kerende grondbewerking ingesteld. Mutatie het resultaat 2013 is gedeeltelijk toegevoegd aan deze reserve. Reserve riooloverstorten Doel In het verslagjaar is het doel van deze reserve gewijzigd in: Bevorderen van gemeentelijke projecten die als doel hebben de belasting van afvalwater op het huidige oppervlaktewater- en zuiveringssysteem terug te brengen. Omvang een jaarlijks bedrag van 300.000 voor de jaren 2012-2016, totaal 1.500.000, aangevuld met het surplus van de reserve afkoppelen verhard oppervlak van 697.368. Mutatie het resultaat 2013 is gedeeltelijk toegevoegd aan deze reserve evenals het surplus van de reserve afkoppelen verhard oppervlak, conform besluit door het algemeen bestuur van 7 oktober 2014. 74 Waterschap Roer en Overmaas
Nog te bestemmen resultaat In het verslagjaar is het resultaat 2013 van 5.727.133 conform het voorstel met betrekking tot de resultaatsbestemming 2013 verantwoord. Het positieve resultaat 2014 van 521.172 wordt in hoofdstuk 9 van de exploitatierekening nader toegelicht. Programmarekening 2014 / 1502518 75
6.5.2 Voorzieningen Het saldo aan het begin en einde van het verslagjaar, inclusief de vermeerderingen en verminderingen worden onderstaand gepresenteerd. Vervolgens wordt per voorziening het doel, de gewenste omvang en de mutatie in het verslagjaar nader toegelicht. Omschrijving 31-12-2013 + -/- 31-12-2014 Pensioen / uitkeringsverplichtingen 922.655 125.447 11.308 1.036.794 Onderhoud kantoorgebouw 41.307 86.000 9.367 117.940 Onderhoud bedrijfspand Rijksw eg Noord 0 230.000-230.000 Voorzieningen 963.962 441.447 20.675 1.384.734 Voorziening pensioen- en uitkeringsverplichtingen Doel aan de verplichting kunnen voldoen van de pensioenen van nog actieve en niet actieve bestuursleden die nog geen bestuurderspensioen ontvangen. Omvang afhankelijk van jaarlijks ontvangen actuariële opgave. Mutatie op basis van de actuariële opgave van Loyalis is toegevoegd aan deze voorziening en de salariskosten van voormalige bestuursleden zijn aan deze voorziening onttrokken. Voorziening onderhoud kantoorgebouw Doel het effectief en doelmatig onderhouden van het gebouw en installaties van Parklaan 10 te Sittard voor 2013-2022 op basis van een meerjarenonderhoudsplan. Omvang totale kosten van dit meerjarenonderhoudsplan: afgerond 640.000. Van 2013 tot en met 2019 wordt jaarlijks 86.000 toegevoegd, in 2020 en 2021 19.000 en in 2022 0. Mutatie in het verslagjaar is toegevoegd conform de programmabegroting 2014 en zijn uitgaven verantwoord op basis van het meerjarenonderhoudsplan 2013-2022 van het kantoorgebouw. Voorziening onderhoud bedrijfspand Rijksweg Noord Doel het effectief en doelmatig onderhouden van het gebouw en installaties van bedrijfspand Rijksweg Noord 305 te Sittard voor 2015-2024 op basis van een meerjarenonderhoudsplan. Omvang Totale kosten van dit plan 494.000: 464.000, aangevuld met 30.000 voor energiebesparende maatregelen aan technische installaties. In 2014 wordt 200.000 toegevoegd (aangevuld met 30.000 extra), van 2015 tot en met 2018 jaarlijks 56.000 en in 2019 40.000. Mutatie in het verslagjaar is 200.000 toegevoegd conform de najaarsrapportage 2014 en is 30.000 extra toegevoegd voor energiebesparende maatregelen aan technische installaties. 76 Waterschap Roer en Overmaas
6.5.3 Vaste schulden Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Onderhandse leningen van binnenlandse banken 61.260.071 67.964.494 Waarborgsommen 630 935 Vaste schulden 61.260.701 67.965.429 Onderhandse leningen van binnenlandse banken De leningen zijn grotendeels afgesloten bij de NWB bank. Verder zijn leningen afgesloten bij de Algemene Spaarbank Nederland (ASN bank), Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank. In het verslagjaar zijn 2 geldleningen aangetrokken en zijn de reguliere aflossingen betaald. Het kortlopend deel van de langlopende schulden, de aflossingen 2014, bedraagt 5.395.577. De aflossingsverplichting voor 2015 bedraagt 5.359.696. Waarborgsommen In het kader van onderhoud door derden wordt voor de verstrekking van sleutels een waarborgsom ontvangen. Programmarekening 2014 / 1502518 77
6.6 Vlottende passiva 6.6.1 Netto vlottende schulden Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Kasgeldleningen 0 0 Negatieve bank- girosaldi 15.772.651 4.570.249 Schulden aan leveranciers 3.332.240 3.899.776 Schulden in verband met te betalen belastingen, 620.824 661.036 Netto vlottende schulden 19.725.715 9.131.061 Kasgeldleningen Kasgeldleningen worden afgesloten om tijdelijke liquiditeitstekorten te overbruggen. Zie ook paragraaf 3.6.2.Ultimo 2013 en 2014 zijn geen kasgeldleningen afgesloten. Negatieve bank- en girosaldi Het saldo van deze balanspost betreft het negatieve saldo bij de NWB bank. Schulden aan leveranciers Het verloop van de crediteuren kan als normaal worden beschouwd. In principe worden facturen binnen 30 dagen betaald. In het eerste kwartaal 2015 is het saldo afgenomen tot 26.071. Schulden in verband met te betalen belastingen, sociale en pensioenpremie De te betalen belastingen, sociale premies en pensioenpremies worden binnen de afgesproken termijnen betaald. In het eerste kwartaal 2015 is het saldo geheel afgenomen. 6.6.2 Overlopende passiva Omschrijving 31-12-2013 31-12-2014 Nog te betalen bedragen 2.641.759 2.882.668 Vooruitontvangen bedragen 1.075.089 8.606.172 Overlopende passiva 3.716.848 11.488.840 Nog te betalen bedragen Ultimo 201 heeft 1.276.927 betrekking op de rentekosten van vaste geldleningen die in 2015 vervallen maar betrekking hebben op 2014. Op deze wijze worden de jaarlijkse rentekosten toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Bovendien is de reservering van niet opgenomen vakantiedagen financieel gemaakt en bedraagt op het eind van het verslagjaar 638.731. Daarnaast zijn in het verslagjaar verplichtingen opgebouwd die op een later tijdstip tot betaling komen. Ultimo 2014 dient nog voor 967.010 aan facturen te worden ontvangen die grotendeels betrekking hebben op het onderhoud van de watersystemen, onderzoeken en adviezen en afwikkeling subsidiereling afkoppelen bestaand verhard oppervlak. Verder is de eind 2014 toegekende nadeelcompensatie nog niet geëffectueerd. In het eerste kwartaal 2015 is het saldo van deze verplichtingen afgenomen tot 642.811. 78 Waterschap Roer en Overmaas
Vooruitontvangen bedragen Met ingang van het verslagjaar worden mutaties in de vooruitontvangen bedragen nader gespecificeerd conform artikel 4.59 van het waterschapsbesluit. Omschrijving 31-12-2013 Toevoegingen Vrijgevallen 31-12-2014 Het Rijk 997.506 7.582.455 3.146.265 5.433.696 Provincies 15.083 3.196.086 69.943 3.141.226 Overigen 62.500-31.250 31.250 Vooruitontvangen bedragen 1.075.089 10.778.541 3.247.458 8.606.172 De Rijksbijdrage per ultimo van het verslagjaar heeft betrekking op de bijdrage uit het HWBP2 voor het project Alexanderhaven. De provinciale bijdrage per 31 december 2014 heeft betrekking op het in 2014 ontvangen voorschot betreffende het partnercontract en wordt in 2015, het jaar waarin het partnercontract afloopt, ten gunste van de diverse investeringsprojecten verantwoord. De overige bijdrage heeft per ultimo betrekking op een afkoopsom voor het beheer en onderhoud in 2015 van Oolderveste te Roermond. Programmarekening 2014 / 1502518 79
6.7 Niet in de balans opgenomen verplichtingen Naast de in balans opgenomen verplichtingen is het waterschap verplichtingen aangegaan voor toekomstige jaren. Onderstaand worden de belangrijkste financiële verplichtingen die het jaarbedrag van 20.000 exclusief btw overschrijden genoemd. De verplichtingen zijn gerubriceerd in 0-1 jaar, 1-5 jaar en >5 jaar. 0-1 jaar Jaarlijks Onderhoud softw are 118.400 Verzekeringen 117.500 Catering 64.500 Dataverbindingen 37.200 Digitale abonnementen 26.000 1-5 jaar Jaarlijks Onderhoudsbestekken maaien incl btw 1.160.500 Onderhoudsbestekken beplanten incl btw 389.100 Laboratoriumdiensten 178.700 Energiekosten 171.200 Schoonmaak / brand- en sluitronde / glasbew assing en sanitaire voorzieningen 95.000 Leaseauto's 74.400 Huur parklaan 15, inclusief parkeerplaatsen 74.500 Onderhoud softw are 43.000 Huur multifunctionals 31.400 > 5 jaar Jaarlijks Leaseauto's 154.700 Transportkosten elektriciteit panden 22.800 80 Waterschap Roer en Overmaas
7 Exploitatierekening naar programma s In het jaarverslag is in hoofdstuk 2 per programma een toelichting gegeven op wat we hebben bereikt en wat we hebben gedaan. Bovendien is een overzicht van financiële gegevens opgenomen. In het hoofdstuk exploitatierekening naar programma s worden deze financiële gegevens gespecificeerd: de afwijking in de realisatie ten opzichte van de gewijzigde begroting wordt nader toegelicht naar de onderdelen kosten (wat kost het) en investeringen (welke investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid). Kosten Deze worden als volgt onderverdeeld: Kosten en Opbrengsten. De afwijkingen hierop worden kort toegelicht. Bijdrage aan WBL. Deze wordt verantwoord op diverse programma s. Hierin is de opbrengstverevening (de verevening van het aantal vervuilingseenheden per 31 december van het verslagjaar) met WPM verdisconteerd. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 9.2, bijdragen van derden. De afwijking van de realisatie ten opzichte van de gewijzigde begroting in het verslagjaar is dan ook het gevolg van deze opbrengstverevening. Bijdrage aan BsGW. Deze wordt verantwoord op diverse programma s. Omdat de realisatie gelijk is aan de gewijzigde begroting is geen nadere toelichting op dit onderdeel noodzakelijk. Doorberekende kosten. Dit betreft de kosten van het programma bedrijfsvoering. Alle hierop verantwoordde kosten worden doorberekend naar de primaire programma s. Onderstaand volgt de verklaring van deze kosten, gecomprimeerd tot de onderdelen: o Rente en Afschrijvingen (zie 9.1 rente en afschrijvingen, 9.2 financiële baten). Als gevolg van extra afschrijvingen zijn de afschrijvingen toegenomen. De interne rente, de berekende rente over de eigen financieringsmiddelen, is lager omdat in de gewijzigde begroting een rentepercentage is gehanteerd van 0,75% en op rekeningbasis 0%. o Personeelskosten (zie 9.1 personeelslasten). Deze worden verantwoord binnen het programma bedrijfsvoering en worden op basis van de geraamde uren doorberekend aan de programma s. De personeelskosten zijn afgenomen omdat de salariskosten lager zijn. o Overige kosten. De toerekening van de overige kosten betreft de toerekening van de ondersteuning. Organisatieonderdelen die niet direct aan een bepaald programma gerelateerde werkzaamheden verrichten, maar hier diensten voor verrichten zodat de direct betrokken organisatieonderdelen hier op een verantwoorde wijze invulling aan kunnen geven. Het betreft onder andere facilitaire, administratieve en automatisering technische diensten. Indien de werkelijke kosten van deze onderdelen afwijken van de gewijzigde begroting, wijkt de toerekening hiervan eveneens af. Voor de verklaring van de afwijking in de kosten van de ondersteuning wordt verwezen naar de toelichting in paragraaf 7.7, exploitatierekening programma bedrijfsvoering. Investeringen De afwijking in de investeringsuitgaven en -inkomsten wordt per programma kort toegelicht. De individuele investeringsprojecten zijn opgenomen in het meerjarig investeringsplan (MIP), bijlage K, waarin naast de investeringsuitgaven en -inkomsten ook de beschikbaar gestelde kredieten zijn opgenomen. Programmarekening 2014 / 1502518 81
De procedure met betrekking tot de kredietvotering per programma en kredietverlening per individueel project wordt in paragraaf 7.8 beschreven. 82 Waterschap Roer en Overmaas
7.1 Programma Plannen Kosten Programma plannen Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 540.500 521.000 487.705 Opbrengsten - 30.000 18.248 Netto, exclusief bijdrage aan WBL, BsGW en doorberekende kosten 540.500 491.000 469.457 Bijdrage aan WBL 195.303 195.303 194.957 Doorberekende kosten 3.038.538 3.038.538 2.832.712 Netto kosten programma plannen 3.774.341 3.724.841 3.497.126 De kosten zijn binnen het beschikbare budget gebleven met een onderschrijding van 6,4%. De bijdrage vanuit ons waterschap aan het gezamenlijk projectbureau KRW-Maas, alle Maaswaterschappen en de beide provincies, wordt berekend op basis van de gemaakte uitgaven. In 2014 waren de uitgaven lager dan opgenomen in de jaarbegroting van het projectbureau, waardoor de bijdrage lager is dan geraamd. Verder zijn de kosten van het stedelijk waterbeheer achtergebleven. Diverse projecten zijn in 2014 uitgevoerd, maar nog niet verrekend. Dit speelt vooral in het samenwerkingsverband Limburgse Peelen. In Maas en Mergelland was nog een bijdrage voorzien voor het BRP Heugem-Limmel. Dit project wordt echter pas in 2015 gestart omdat de voorbereidingen meer tijd gevraagd hebben. Het WBL draagt voor 1/3 bij in de kosten die het waterschap maakt voor het stedelijk waterbeheer. Omdat de kosten in dit kader lager zijn, zijn de opbrengsten eveneens lager. De afwijking op de bijdrage aan WBL en doorberekende kosten is toegelicht in de inleiding van dit hoofdstuk. Investeringen Binnen dit programma zijn in het verslagjaar geen investeringen uitgevoerd. Programmarekening 2014 / 1502518 83
7.2 Programma Watersysteem Kosten Programma w atersysteem Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 3.775.796 4.079.721 4.005.135 Opbrengsten 150.000 406.050 473.385 Netto, exclusief bijdrage aan WBL, BsGW en doorberekende kosten 3.625.796 3.673.671 3.531.750 Doorberekende kosten 11.139.690 11.139.691 11.121.824 Netto kosten programma w atersysteem 14.765.486 14.813.362 14.653.574 De kosten zijn binnen het beschikbare budget gebleven, met een onderschrijding van 2%. Lagere kosten hebben onder andere te maken met het feit dat in het verslagjaar geen bijdragen voor de stimuleringsregeling aanpak riooloverstorten zijn gedaan. Ook zijn minder adviezen noodzakelijk gebleken voor o.a. kwaliteitsmaatregelen en onderhoudswerkzaamheden. Bovendien zijn nagenoeg geen schadevergoedingen betaald, ter compensatie voor geleden schade door beplantingsonderhoud, maaien en baggeren. Verder zijn voorziene beplantingswerkzaamheden niet tot uitvoer gekomen omdat beheer en onderhoudsplannen nog niet klaar zijn, waardoor onbekend is waar beplanting moet komen. Deze werkzaamheden worden in 2015 uitgevoerd. Naast bovengenoemde lager kosten zijn enkele kosten hoger dan verwacht. Baggerwerkzaamheden worden veelal bepaald door het uitvoeren van inspecties. Hiervoor bestaat nog geen uitvoeringsplan met cyclische baggerwerkzaamheden, waardoor het ene jaar meer gebaggerd wordt dan het andere. Ook de weersomstandigheden spelen een rol, waardoor veel of weinig slib in de buffers aanwezig is. Bovendien kunnen bepaalde werkzaamheden niet wordt uitgesteld omdat het risico op wateroverlast aanwezig is. Verder is in het verslagjaar de regeling niet-kerende grondbewerking met de Provincie Limburg verrekend. Deze wordt via de resultaatsbestemming 2014 conform de bestendige beleidslijn onttrokken aan de bestemmingsreserve niet kerende grondbewerking. De opbrengsten nemen toe als gevolg van grondverkoop en is de bijdrage vanuit het partnercontract hoger. De kosten gerelateerd aan het opruimen van beverdammen zijn voor 100% declarabel in het partnercontract. Dit geld ook voor het verwijderen van exoten, waaronder de grote waternavel. De maximale bijdrage uit het partnercontract voor het verwijderen van exoten is in het verslagjaar bereikt. De afwijking op de doorberekende kosten is toegelicht in de inleiding van dit hoofdstuk. Investeringen Programma w atersysteem Begroting 2014 Bijgestelde begroting Realisatie Uitgaven 12.688.000 9.914.000 9.287.852 Inkomsten 4.273.000 3.455.000 2.489.920 Netto investeringsuitgaven 8.415.000 6.459.000 6.797.932 84 Waterschap Roer en Overmaas
De investeringsuitgaven zijn met 6% onderschreden. De lagere uitgaven worden in het bijzonder veroorzaakt door. Bouwstop op het project Rode Beek Brunssum ten gevolge van problematiek ten aanzien van niet-gesprongen explosieven. De gemeente Brunssum is opdrachtgever voor dit project, het moment van bijdragen van het waterschap hangt af van de voortgang van het project. Achterblijvende overdracht van BBL-gronden op het project Vlootbeek. Lagere bijdrage van het waterschap aan project Caumerbeek fase 3 en fase 4/5. Aangezien de gemeente Heerlen trekker van het project is en het waterschap bijdraagt zijn we voor de projectrealisatie afhankelijk van de gemeente. Tegenover deze lagere uitgaven zijn op een aantal projecten hogere uitgaven gerealiseerd die voornamelijk betrekking hebben op. Project Keutelbeek Beek. De bijdrage aan de Gemeente Beek (huidige projecttrekker) is hoger dan verwacht omdat de initiële projectkosten (projecttrekker waterschap) worden verrekend in 2015 in plaats van in 2014. Project Kademuren Emmalaan-Walramstuw Valkenburg waar in de afronding van het project onverwacht een aantal kademuren slechter was, waardoor deze zijn vernieuwd in plaats van hersteld. Vergroten buffers ten gevolge van een grotere realisatie dan verwacht in 2014. De inkomsten zijn 28% lager. Dit wordt vooral veroorzaakt door het afzien van een voorschot op de provinciale subsidie ter financiering van het Uitvoeringsprogramma Waterschap Roer en Overmaas 2013-2015 (lees partnercontract). De voortgang van het project afgezet tegen de al ontvangen voorschotten rechtvaardigde geen afroep van een nieuw voorschot in 2014. De rechten op de totale subsidie 2013-2015 blijven ongewijzigd. Programmarekening 2014 / 1502518 85
7.3 Programma Veiligheid Kosten Programma veiligheid Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 277.030 287.030 279.237 Opbrengsten 31.250 31.250 31.250 Netto, exclusief bijdrage aan WBL, BsGW en doorberekende kosten 245.780 255.780 247.987 Doorberekende kosten 1.861.181 1.861.181 1.808.485 Netto kosten programma veiligheid 2.106.961 2.116.961 2.056.472 De kosten zijn binnen het beschikbare budget gebleven met een onderschrijding van 3%. Doordat in het verslagjaar veel regulier maar minder groter onderhoud is gepleegd aan de keringen dalen de kosten. Verder is het verstrekken van zichtbare calamiteitenkleding niet noodzakelijk gebleken en zijn enkele geplande workshops, trainingen van de calamiteitenorganisatie, niet doorgegaan. Naast bovengenoemde lagere kosten hebben zich niet geplande calamiteitenkosten voorgedaan. In de zomer 2014 is op verschillende momenten hevige neerslag gevallen, wat op sommige plaatsen heeft geleid tot wateroverlast. Naar aanleiding hiervan is een actieplan opgesteld. De afwijking op de doorberekende kosten is toegelicht in de inleiding van dit hoofdstuk. Investeringen Programma veiligheid Begroting 2014 Bijgestelde begroting Realisatie Uitgaven 8.412.000 9.897.000 8.560.165 Inkomsten 3.000.000 4.250.000 3.149.533 Netto investeringsuitgaven 5.412.000 5.647.000 5.410.632 De uitgaven hebben betrekking op de jaarlijkse bijdrage in het hoogwaterbeschermingsprogramma, de budgettair neutrale investering Sluitstukkades en het project Alexanderhaven Roermond. De uitgaven Alexanderhaven Roermond zijn lager dan verwacht. De opdrachtnemer voor de uitvoering van het werk in de Alexanderhaven heeft een groot deel van het in 2014 uitgevoerde werk nog niet kunnen factureren. De werkzaamheden buiten zijn volgens planning uitgevoerd, diverse werkzaamheden binnen (o.a. verder ontwerp en onderbouwingen, projectmanagementaspecten) zijn echter achter geraakt op planning en stonden facturatie in 2014 in de weg. De aan de uitgaven gerelateerde inkomsten zijn verantwoord. Dit betreft 100% van de uitgaven Sluitstukkades en 90% van de uitgaven Alexanderhaven. 86 Waterschap Roer en Overmaas
7.4 Programma Zuiveren Kosten Programma zuiveren Begroting 2014 Gewijzigde begroting Realisatie Bijdrage aan WBL 43.036.550 43.036.550 42.960.319 Netto kosten programma zuiveren 43.036.550 43.036.550 42.960.319 Op dit programma wordt alleen de bijdrage aan het WBL verantwoord en de eventuele opbrengstverevening met WPM. De totale bijdrage 2014 aan WBL van 43.749.289 is grotendeels, voor 98,4% gerelateerd aan het programma zuiveren. Per 31 december van verslagjaar is voor de verevening van het aantal (indirecte) vervuilingseenheden 76.494 verrekend met WPM (zie paragraaf 9.2). Hiervan wordt eveneens 98,4% op het programma zuiveren verantwoord, waardoor per saldo de realisatie lager is dan geraamd. Investeringen Binnen dit programma zijn geen investeringsuitgaven door WRO aan de orde. Daarom wordt dit overzicht niet gepresenteerd. De exploitatiekosten van de door het WBL uitgevoerde investeringen zijn verdisconteerd in de verschuldigde bijdrage aan het WBL. Programmarekening 2014 / 1502518 87
7.5 Programma Instrumenten Kosten Programma instrumenten Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 558.250 583.890 603.474 Opbrengsten 30.083 30.083 49.545 Netto, exclusief bijdrage aan WBL, BsGW en doorberekende kosten 528.167 553.807 553.929 Bijdrage aan WBL 22.166 22.166 22.127 Doorberekende kosten 6.348.603 6.348.603 5.955.414 Netto kosten programma instrumenten 6.898.936 6.924.576 6.531.470 De kosten zijn met 3,4% gestegen: In de Hambeek in Roermond lagen 3 woonboten die daar niet gewenst waren. Een boot is, om reden van illegaal ingenomen plaats, met bestuursdwang verwijderd. Met de andere 2 is in goed overleg gekomen tot overeenstemming over een vertrek, dit onder de toekenning van nadeelcompensatie. Met deze nadeelcompensatie is in de begroting geen rekening gehouden. Enkele kosten zijn achtergebleven. Zo is het vervangen van projectborden voor zwemwateren niet noodzakelijk gebleken. Verder zijn de energiekosten afgenomen en de onderhoudskosten aan meetstations en de kosten van het luchttoezicht goedkoper dan verwacht. De hogere opbrengsten hebben betrekking op de (eigenaar) verhaalde kosten voor het onder bestuursdwang verwijderen van een woonboot. Bovendien is een rijksbijdrage ontvangen in verband met de inzet van Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA). De afwijking op de bijdrage aan WBL en doorberekende kosten is toegelicht in de inleiding van dit hoofdstuk. Investeringen Programma instrumenten Begroting 2014 Bijgestelde begroting Realisatie Uitgaven 300.000 184.000 60.028 Inkomsten - - - Netto investeringsuitgaven 300.000 184.000 60.028 Vooral de uitgaven in het kader van de gegevensverzameling primaire waterkeringen zijn lager dan verwacht. Het project richt zich op de verzameling van de gegevens die nodig zijn voor de 4 e toetsronde. Vanuit de ontwikkeling van het nieuwe hiervoor benodigde instrumentarium, is nog geen duidelijkheid over de te verwachten wijzigingen in de gegevensvraag. Om zaken zoveel mogelijk in één keer goed te doen en om gericht de juiste gegevens te kunnen verzamelen, is terughoudend hierop ingezet in 2014. Werkzaamheden schuiven door naar 2015 en 2016, wanneer vanuit het Rijk (ontwikkeling instrumentarium) meer duidelijkheid gegeven is over de gegevensvraag. Verder is de optimalisatie van het meetnet nog niet gestart omdat het beleidskader, het monitoringbeleidsplan, nog niet is vastgesteld. 88 Waterschap Roer en Overmaas
7.6 Programma Bestuur, externe communicatie en belastingen Kosten Programma bestuur, externe communicatie en belastingen Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 2.318.025 2.514.037 2.494.943 Opbrengsten 9.500 14.500 14.812 Netto, exclusief bijdrage aan WBL, BsGW en doorberekende kosten 2.308.525 2.499.537 2.480.131 Bijdrage aan WBL 315.465 315.465 314.906 Bijdrage aan BsGW 2.976.325 2.976.325 2.976.325 Doorberekende kosten 1.222.939 1.222.939 1.127.803 Netto kosten programma bestuur, externe communicatie en belastingen 6.823.254 7.014.266 6.899.165 De kosten zijn met een onderschrijding van 1% binnen het beschikbare budget gebleven. Diverse kosten zijn lager dan verwacht. De DB-salarissen zijn lager (o.a. door het uitblijven van een generieke salarisverhoging), evenals de onkostenvergoedingen voor AB als DB. Bovendien zijn de sociale lasten lager, voornamelijk de premies in het ABP-cluster, evenals de kosten voormalig bestuur, door het wegvallen en het minderen van uitkerings- en pensioenaanspraken. Ook hebben bestuursleden minder deelgenomen aan congressen en studiedagen dan gepland. Verder is de realisatie van enkele voorlichtingsfilmpjes vertraagd, deze worden opgeleverd in 2015, in plaats van 2014. Ten slotte is als gevolg van de doorontwikkeling van de online communicatie (website en social media) minder advisering van derden noodzakelijk, omdat gebruik kan worden gemaakt van de eigen expertise. Ook leidt de toenemende online communicatie tot minder noodzaak voor drukwerk. Enkele kosten zijn gestegen. Het betreft de toevoeging aan de voorziening pensioen- en uitkeringsverplichtingen, op basis van de actuariële opgaven Loyalis, en de kosten van de bestuurlijke conferentie Donkere wolken boven Limburg. De afwijking op de bijdrage aan WBL, bijdrage aan BsGW en doorberekende kosten is toegelicht in de inleiding van dit hoofdstuk. Investeringen Programma bestuur, externe communicatie en belastingen Begroting 2014 Bijgestelde begroting Realisatie Uitgaven - - 7.111 Inkomsten - - - Netto investeringsuitgaven programma bestuur, externe communicatie en belastingen - - 7.111 In het verslagjaar zijn de voorbereiding op de verkiezingen van 18 maart 2015 gestart. Programmarekening 2014 / 1502518 89
7.7 Programma Bedrijfsvoering Kosten Programma bedrijfsvoering Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Kosten 24.096.202 24.421.669 23.766.979 Opbrengsten 485.250 641.430 920.741 Netto, exclusief bijdrage aan WBL, BsGW en doorberekende kosten 23.610.952 23.780.239 22.846.238 Doorberekende kosten -23.610.952-23.610.952-22.846.238 Netto kosten programma bedrijfsvoering - 169.287 - De kosten zijn 3% lager dan verwacht. De belangrijkste kostendalingen hebben betrekking op. Salariskosten, inclusief sociale lasten, vanwege het uitblijven van een generieke salarisverhoging, onderuitputting van de personele formatie en pensioenpremiemutaties die leiden tot een lagere werkgeverspensioenlast. Personeel van derden, omdat minder inhuur noodzakelijk is gebleken. Onderhoudskosten van soft- en hardware, onder andere als gevolg van wijzigingen in software pakketten en doordat het onderhoud storage hardware goedkoper is. De voorbereidingen voor het veiligstellen van data op een externe locatie vergen meer tijd dan verwacht, waardoor dit niet in het verslagjaar is geëffectueerd. Bijdrage in de kosten voor de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN), vanwege de vertraging in de uitvoering van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Energie, is mede door de zachte winter en verkoop van een loods lager dan verwacht. Huren en pachten, als gevolg van latere levering van geleasede bedrijfsauto s en in verband met een nieuw contract (met lagere kosten) van multifunctionals. Verzekeringen, door de verkoop van de loodsen is de brand en opstalverzekering lager. De gemeentelijke belastingen zijn minder gestegen dan verwacht. De behoefte tot advisering door derden is beperkt gebleken, vooral op het gebied van personeel, juridische aangelegenheden en automatisering. Naast bovengenoemde dalingen zijn enkele kosten gestegen. De afschrijvingskosten, als gevolg van extra afschrijvingen van investeringen waarvan de boekwaarde niet meer correct is (zie 9.1 toelichting op kosten). Bovendien is in verband met energiebesparende maatregelen aan technische installaties in het bedrijfspand Rijksweg Noord extra gedoteerd aan de voorziening onderhoud bedrijfspand Rijksweg Noord. Ook verloopt de implementatie van Dawaco (applicatie en database meetgegevens waterkwaliteit), dat samen met WPM wordt aangeschaft, voorspoediger dan verwacht. De opbrengsten zijn met 43% gestegen. Hoofdzakelijk als gevolg van de verkoop van de loods Nieuwstadterweg Sittard. Ook de opbrengst van verkocht materieel is hoger. Daarnaast is, door een voorspoedig verloop van de implementatie van Dawaco de bijdrage van WPM toegenomen. De afwijking op de doorberekende kosten is toegelicht in de inleiding van dit hoofdstuk. 90 Waterschap Roer en Overmaas
Investeringen Programma bedrijfsvoering Begroting 2014 Bijgestelde begroting Realisatie Uitgaven 600.000 736.000 498.462 Inkomsten - - - Netto investeringsuitgaven 600.000 736.000 498.462 De uitgaven zijn met 23% onderschreden. Vooral de uitgaven betreffende automatisering en de geo-informatie zijn lager dan gepland in verband met de fusie per 1 januari 2017 met Waterschap Peel en Maasvallei. Vervangingsinvesteringen betreffende de werkplekken en monitoren zijn uitgesteld totdat bekend is hoe ICT vorm krijgt in de nieuwe organisatie. Ook de ontwikkelingen betreffende de geo-informatie zijn uitgesteld tot 2016. Verder zijn NEN3140 aanpassingen van het kantoorgebouw uitgesteld in verband met een gezamenlijke aanpak NEN3140 met proces Onderhoud. Ten slotte geldt dat bij de transitie naar de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) het waterschap wordt ontzorgd door de stichting Samenwerkingsverband van bronhouders van de BGT (SVB BGT). Door de grote hoeveelheid verschillende bronhouders is de transitie niet alleen technisch, maar vooral ook een organisatorisch project. Het SVB BGT heeft eind 2014 pas geregeld gekregen dat de transitie voor het waterschap in 2015 in zijn geheel zal gaan plaatsvinden, waardoor in 2014 minder kosten zijn gemaakt. Programmarekening 2014 / 1502518 91
7.8 Investeringskredieten In de voorgaande paragrafen zijn de jaargebonden investeringsuitgaven en -inkomsten 2014 per programma weergegeven. Naast de jaarlijkse uitgaven en inkomsten zijn in de begroting per investeringsproject ook de beschikbaar gestelde kredieten en de in 2014 nog beschikbaar te stellen kredieten opgenomen. Immers, een krediet is noodzakelijk om gelegitimeerd investeringsuitgaven te mogen doen. Omdat deze uitgaven over meerdere jaren kunnen worden verantwoord, zijn kredieten dan ook jaaroverschrijdend. Procedure investeringskredieten: 1. Bij de vaststelling van de begroting is door het algemeen bestuur (AB) per programma een krediet gevoteerd en in de voorjaars- en/of najaarsrapportage (gewijzigde begroting) eventueel bijgesteld. In 2014 was dit totaal 16.458.000, respectievelijk 25.843.106. 2. De kredietverlening van een individueel investeringsproject binnen een programma is de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur (DB). In 2014 is voor 18.478.106 netto krediet verleend, waardoor in 2014 en volgende jaren gelegitimeerd uitgaven mogen worden gedaan. 3. In de jaarrekening wordt door het AB het saldo van het gevoteerde krediet per programma ingetrokken. Dit saldo betreft de niet door het DB verleende kredieten in 2014, 7.365.000. In onderstaand schema is de procedure weergegeven. Netto kredietvotering / -verlening per programma Begroting AB 2014 Gew ijzigde begroting DB2014 Watersysteem 8.756.000 17.108.405 9.588.405 Veiligheid 5.412.000 6.059.701 6.059.701 Instrumenten 1.075.000 1.075.000 1.230.000 Bestuur, externe communicatie en belastingen - 1.200.000 1.200.000 Bedrijfsvoering 1.215.000 400.000 400.000 Totaal netto kredietvotering / -verlening 16.458.000 25.843.106 18.478.106 Conform de verordening ex artikel 108 beleids- en verantwoordingfunctie Waterschap Roer en Overmaas (art.6 en 7) wordt over de door het DB verleende kredieten in de voorjaars- en najaarsrapportage evenals de jaarrekening gerapporteerd aan het AB. Aan deze verplichting wordt onderstaand per programma voldaan. Programma watersysteem Caumerbeek Zichtbaar Natuurlijk fase 4 en 5 te Heerlen 700.000. De Caumerbeek krijgt een natuurlijke loop vanaf Palemig tot aan de rioolwaterzuivering Hoensbroek en vormt daarmee een verbinding met de Geleenbeek. Fase 3 betreft het traject Koumenweg-Meezenbroekerweg Maatregelen wateroverlast Roer 1.672.000 (uitgaven 1.860.000, inkomsten 188.000). Na inventarisatie van knelpunten wateroverlast langs de Roer zijn op tien locaties maatregelen geprojecteerd in het doelgebied. Hiermee wordt voldaan aan de bescherming zoals aangegeven op de normeringskaart wateroverlast welke in de Provinciale Omgevingsverordening is vastgesteld. 92 Waterschap Roer en Overmaas
Herinrichting oude Kanjel fase 1 202.450 (uitgaven 541.000, inkomsten 338.550). De planuitwerking van de herinrichting van de Oude Kanjel op het traject van Itteren tot aan de Geul is in samenwerking met Staatsbosbeheer (ook vertegenwoordiger van de gemeente Maastricht), Rijkswaterstaat en het Consortium Grensmaas uitgewerkt tot een gedragen plan. Herinrichting Geleenbeek Corio Glana 6.134.705 (uitgaven 8.830.000, inkomsten 2.695.295). Ten behoeve van de integrale ontwikkeling van de Geleenbeek en haar directe omgeving is een plan opgesteld. Tussen de oorsprong van de Geleenbeek in Benzenrade en het stadspark Sittard worden 19 aan of nabij de Geleenbeek gelegen highlights opgewaardeerd. Dit kan variëren van de aanleg van wandel en/of fietspaden, tot aanleg van een stadsmoeras of een ontwikkeling van een landgoed. Bij al deze highlights is in meer of mindere mate de herinrichting van een gedeelte van de Geleenbeek aan de orde. Thans worden de 8 highlights die zijn opgenomen in het met de provincie afgesloten partnercontract 2013-2015 uitgevoerd. Caumerbeek Zichtbaar Natuurlijk fase 2 te Heerlen 533.000. De Caumerbeek krijgt een natuurlijke loop vanaf Palemig tot aan de rioolwaterzuivering Hoensbroek en vormt daarmee een verbinding met de Geleenbeek. Fase 2 betreft de overkluisde verbinding (De Loopgraaf) tussen de buffers Passart en De Dem. Dit traject is nu nog volledig gerioleerd. Herinrichting brongebied Maasnielderbeek in Roermond 346.250 (uitgaven 447.000, inkomsten 100.750). De bronzone van de Maasnielderbeek bestaat uit ontwateringsgreppels en waterafvoerbeekjes ten behoeve van de agrarische functie die het gebied vroeger had. Om te kunnen voldoen aan de KRW en het realiseren van grondwaterpeilen die passen bij de gebiedsfuncties worden waterstaatkundige werkzaamheden uitgevoerd. Het project maakt onderdeel uit van het met de provincie afgesloten partnercontract 2013-2015. Programma Veiligheid Bijdrage Hoogwaterbeschermingsprogramma 2014 5.396.701. De waterschappen dragen van 2011 t/m 2013 81 miljoen per jaar bij aan de waterschapsprojecten binnen het (tweede) HWBP. Dit is afgesproken tussen het Rijk en de Nederlandse waterschappen. Deze bijdrage stijgt in 2014 naar 131 miljoen en in 2015 naar 181 miljoen. De waterkeringen in het werkgebied van Waterschap Roer en Overmaas vallen niet onder deze programma s. Het betreft een solidariteitsbijdrage voor hoogwaterbescherming in Nederland. Projecten van Waterschap Roer en Overmaas komen vanaf 2017 in aanmerking voor uitvoering binnen het (derde) HWBP. Alexanderhaven Roermond 663.000 (uitgaven 6.630.000, inkomsten 5.967.000). In het kader van het HWBP heeft het waterschap de opgave om in de Alexanderhaven Roermond de waterkeringen te vervangen dan wel te verhogen. In dit project worden twee van de drie deeltrajecten aangepast. Ter hoogte van deeltraject A (Jazz City) wordt een nieuwe kering aangelegd. Bij deeltraject B gaat een zogenaamde verholen waterkering onderdeel uitmaken van Jazz City. De uitgaven komen voor 90% voor rekening van het HWBP, dat vanaf 2017 wordt uitgekeerd. Programmarekening 2014 / 1502518 93
Programma instrumenten Gegevensverzameling primaire waterkeringen 750.000. Vanuit de Waterwet zijn beheerders van primaire waterkeringen verplicht periodiek verslag uit te brengen over de veiligheidstoestand van deze waterkeringen. WRO heeft dit eind 2013 gedaan op basis van de resultaten van de verlengde derde Toetsronde. Voor ruim 20 km (= ca. 28%) aan waterkeringen kon hierbij nog geen veiligheidsoordeel worden gegeven, omdat aanvullend onderzoek en/of complexere analyses noodzakelijk bleken. Daarbij was (conform afspraken met het Rijk) een groot deel van de waterkerende kunstwerken en constructies nog niet beschouwd. Het is wenselijk om bij de vierde Toetsronde voor een groter deel van de waterkeringen tot een eindoordeel over de veiligheid te komen. Om dit te kunnen realiseren is het wenselijk om de periode van nu tot de start van de vierde Toetsronde (2017) te gebruiken voor het verzamelen van de gegevens die daarvoor nodig zijn. Waterstandmeters en afvoermeters voor de alarmering en informatievoorziening bij calamiteiten 480.000. Voor de calamiteitenbestrijding worden op korte termijn 44 nieuwe waterstandmeters in beken, 6 nieuwe waterstandmeters bij de waterkeringen langs de Maas en 18 waterstandmeters in buffers aangelegd. Tevens is het voor de calamiteitenbestrijding belangrijk te beschikken over afvoermeetstations in de Geleenbeek benedenstrooms van de Caumerbeek en in de Geul tussen Gulpen en Schin op Geul. Programma bestuur, externe communicatie en belastingen Verkiezingen 2015 1.200.000. Alle aan de in maart 2015 te houden verkiezingen gerelateerde kosten, zowel het aandeel in de landelijke kosten als voorbereidingskosten. Programma bedrijfsvoering ICT vervangingen 400.000. In het kader van de doorontwikkeling van automatisering en documentaire informatievoorzieningen worden zeven ICT-projecten gestart. Vijf projecten hebben betrekking op vervanging van hardware en twee op uitbreiding van de opslagcapaciteit en modernisering van de ICT-infrastructuur. 94 Waterschap Roer en Overmaas
8 Exploitatierekening naar kostendragers In dit hoofdstuk wordt de begroting naar kostendrager weergegeven. Het waterschap kent twee kostendragers, te weten het watersysteembeheer en het zuiveringsbeheer. Watersysteembeheer Het watersysteembeheer bevat de kosten van het waterkwantiteitsbeheer, het waterkeringsbeheer en het passieve kwaliteitsbeheer (verbeteringen van de waterkwaliteit in de diverse waterlichamen). Bovendien bevat het watersysteembeheer een deel van de kosten voor de aanslagoplegging en invordering van de belastingopbrengsten. De kosten van het watersysteembeheer worden opgebracht door inwoners en eigenaren van gebouwde en ongebouwde onroerende zaken en natuurterreinen. Zuiveringsbeheer Het zuiveringsbeheer bevat de kosten voor het zuiveren en transporteren van afvalwater en de verwerking van het zuiveringsslib en gedeeltelijk de kosten van vergunningen en meldingen, uitgevoerd door het WBL. Daarnaast wordt een deel van de kosten voor de aanslagoplegging en invordering van de belastingopbrengsten, uitgevoerd door de BsGW, gerekend tot het zuiveringsbeheer. Evenals een gedeelte van de kosten van bestuur en externe communicatie van zowel WBL als BsGW. De kosten van het zuiveringsbeheer worden opgebracht door zowel de huishoudens als de bedrijven op basis van het aantal vervuilingseenheden. De wijze van toerekening van de kosten naar de beide kostendragers wordt onderstaand kort toegelicht. Bovendien wordt per kostendrager een toelichting gegeven op de dekking van deze kosten; de 'dekkingsmiddelen'. 8.1 Kostentoerekening De principes die gehanteerd zijn bij de kostentoerekening bepalen hoe de kosten worden toegerekend aan de uiteindelijke kostendragers (lees taken). Deze kostendragers vormen de basis voor de opbrengst waterschapslasten. Omdat de kostentoerekening van groot belang kan zijn op de hoogte van de belastingtarieven waarvoor bestuurlijke aandacht noodzakelijk is, is in de voorschriften opgenomen dat hier expliciet aandacht aan dient te worden geschonken. De interne kosten worden toegerekend op basis van bedrijfseconomische principes. Alle indirecte kosten worden doorberekend naar de producten die onderdeel uitmaken van programma's en bovendien onderdeel uitmaken van de taak watersysteembeheer en/of de taak zuiveringsbeheer. Een uitgebreide toelichting op de kostentoerekening is opgenomen in bijlage F. De kosten van het zuiveringsbeheer, totaal 46.529.383 (bijlage H) bestaan uit: het aandeel van het zuiveringsbeheer van de aan WBL en BsGW te betalen bijdragen van 43.749.289 en 1.069.762 (bijlage G), een eventuele correctie, verevening, van het aantal ve s met WPM, in het verslagjaar is 77.494 ontvangen van WPM een gedeelte van de kosten van bestuur, externe communicatie en vergunningverlening en handhaving, 1.787.826. Programmarekening 2014 / 1502518 95
Het restant van de waterschapsbegroting is toegerekend aan het watersysteembeheer. 8.2 Kostendrager Het resultaat van de kostentoerekening naar de kostendragers en de bijbehorende dekkingsmiddelen per kostendrager kan volgens de programma indeling als volgt worden weergegeven: Kostendragers 2014 Kostendrager Watersysteem beheer Zuiverings beheer Totaal Plannen 3.301.595 195.531 3.497.126 Watersysteem 14.653.574-14.653.574 Veiligheid 2.056.472-2.056.472 Zuiveren - 42.960.319 42.960.319 Instrumenten 5.438.106 1.093.364 6.531.470 Bestuur, externe communicatie en belastingen 4.618.996 2.280.169 6.899.165 Programmatotaal 30.068.743 46.529.383 76.598.126 Onvoorzien Waterschapsbedrijf Limburg + - 179.486 179.486 Frictiekosten BsGW + 231.513 129.662 361.175 Goodw ill toetreders BsGW - 666.048 373.028 1.039.076 Landsbanki - 329.310 184.434 513.744 Totaal netto kosten 29.304.898 46.281.069 75.585.967 Voor een nadere opbouw van de programma's met bijbehorende beleidsproducten wordt verwezen naar bijlage H. 8.3 Dekkingsmiddelen De netto kosten per kostendrager zijn gedekt door de opbrengst waterschapsbelastingen en kan voor het verslagjaar als volgt worden weergegeven: Dekkingsmiddelen 2014 Kostendrager Watersysteem beheer Zuiverings beheer Totaal Opbrengst w aterschapsbelasting + 29.891.844 49.487.980 79.379.824 Correctie kw ijtschelding - 822.265 2.156.518 2.978.783 Correctie oninbaarverklaringen - 108.178 185.724 293.902 Dekkingsmiddelen 28.961.401 47.145.738 76.107.139 Voor een toelichting op de opbrengst waterschapsbelastingen, inclusief kwijtschelding en oninbaarverklaringen wordt verwezen naar paragraaf 9.2. 96 Waterschap Roer en Overmaas
8.4 Realisatie kostendragers 2014 versus gewijzigde begroting 2014 In artikel 4.33 van het Waterschapsbesluit is opgenomen dat naast de in de jaarrekening naar kostendragers genoemde bedragen ook het bedrag van de begroting en de begroting na wijziging van het verslagjaar dient te worden weergegeven. Watersysteembeheer Onderstaand wordt de realisatie van de netto kosten en de dekkingsmiddelen van het watersysteembeheer versus de begroting en de gewijzigde begroting weergegeven. Indien sprake is van een aanmerkelijk verschil ten opzichte van de gewijzigde begroting wordt dit kort toegelicht. Programma's en dekkingsmiddelen w atersysteembeheer Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Plannen 3.579.038 3.529.538 3.301.595 Watersysteem 14.765.486 14.813.362 14.653.574 Veiligheid 2.106.961 2.116.961 2.056.472 Instrumenten 5.772.590 5.798.230 5.438.106 Bestuur, externe communicatie en belastingen 4.555.226 4.746.238 4.618.996 Bedrijfsvoering - 169.287 - Programmatotaal 30.779.301 31.173.616 30.068.743 Onvoorzien + 115.000 108.685 0 Frictiekosten BsGW + 225.747 225.747 231.513 Goodw ill toetreders BsGW - 666.063 666.063 666.048 Landsbanki - - - 329.310 Totaal netto kosten 30.453.985 30.841.985 29.304.898 Opbrengst w atersysteemheffing + 28.832.610 29.008.610 29.204.024 Opbrengst verontreinigingsheffing + 703.540 703.540 687.820 Correctie kw ijtschelding - 593.000 841.000 822.265 Correctie oninbaarverklaringen - 144.113 144.113 108.178 Onttrekking egalisatiereserve ontw ikkeling w aterschapslasten w atersysteemheffing + 2.480.000 2.480.000 - Dekkingsmiddelen 31.279.037 31.207.037 28.961.401 Exploitatieresultaat 825.052 365.052-343.497 De realisatie op het programmatotaal is positief uitgevallen door een afname van het netto kostenniveau. Voor een toelichting op de afwijking van de individuele programma s wordt verwezen naar hoofdstuk 7. Van de bijgestelde post onvoorzien Waterschap Roer en Overmaas is geen gebruik gemaakt en de verkoop van de vordering Landsbanki was niet voorzien. Voor een toelichting op de afwijking in de opbrengst watersysteem- en verontreinigingsheffing wordt verwezen naar paragraaf 9.2, evenals de stijging van de kwijtschelding en de afname van de oninbaarverklaringen. De onttrekking aan de egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing is niet gerealiseerd omdat onttrekkingen aan reserves door middel van afzonderlijke besluitvorming zijn voorbehouden aan het algemeen bestuur. Programmarekening 2014 / 1502518 97
Zuiveringsbeheer Onderstaand wordt de realisatie van de netto kosten en de dekkingsmiddelen van het zuiveringsbeheer versus de begroting en de gewijzigde begroting weergegeven. Indien sprake is van een aanmerkelijk verschil ten opzichte van de gewijzigde begroting wordt dit kort toegelicht. Programma's en dekkingsmiddelen zuiveringsbeheer Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie Plannen 195.303 195.303 195.531 Zuiveren 43.036.550 43.036.550 42.960.319 Instrumenten 1.126.346 1.126.346 1.093.364 Bestuur, externe communicatie en belastingen 2.268.028 2.268.028 2.280.169 Programmatotaal 46.626.227 46.626.227 46.529.383 Onvoorzien Waterschapsbedrijf Limburg + 179.805 179.805 179.486 Frictiekosten BsGW + 126.433 126.433 129.662 Goodw ill toetreders BsGW - 373.037 373.037 373.028 Landsbanki - - - 184.434 Totaal netto kosten 46.559.428 46.559.428 46.281.069 Opbrengst zuiveringsheffing + 48.618.520 49.427.520 49.487.980 Correctie kw ijtschelding - 1.816.000 2.159.000 2.156.518 Correctie oninbaarverklaringen - 243.144 249.144 185.724 Toevoegen egalisatiereserve ontw ikkeling w aterschapslasten zuiveringsheffing - 825.000 825.000 - Dekkingsmiddelen 45.734.376 46.194.376 47.145.738 Exploitatieresultaat -825.052-365.052 864.669 De realisatie van het programmatotaal is gedaald. Voor een toelichting op de afwijking van de individuele programma s wordt verwezen naar hoofdstuk 7. De verkoop van de vordering Landsbanki was niet voorzien. Voor een toelichting op de afwijking opbrengst zuiveringsheffing, de kwijtschelding en oninbaarverklaringen wordt verwezen naar paragraaf 9.2. De toevoeging aan de egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing is niet gerealiseerd omdat toevoegingen aan reserves door middel van afzonderlijke besluitvorming zijn voorbehouden aan het algemeen bestuur. 98 Waterschap Roer en Overmaas
9 Exploitatierekening naar kosten en opbrengsten Naast de programmaopzet blijven de kostensoorten in de BBVW een verplichting. In onderstaand overzicht worden dan ook de kosten en opbrengsten gepresenteerd van de begroting, de gewijzigde begroting en de realisatie 2014. Omschrijving kosten Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie 4101 Externe rentelasten 2.605.257 2.676.530 2.677.133 4102 Interne rentelasten 186.001 186.001-4103 Afschrijvingen van activa 7.314.665 7.142.729 7.351.759 41 Rente en afschrijvingen 10.105.923 10.005.260 10.028.892 4201 Salarissen huidig personeel en bestuurders 9.013.134 8.822.824 7.924.292 4202 Sociale premies 1.652.859 1.652.859 2.022.759 4204 Overige personeelslasten 365.713 492.713 490.086 4205 Personeel van derden 250.000 450.000 401.884 4206 Uitkeringen voormalig personeel en bestuurders 177.500 190.100 135.684 42 Personeelslasten 11.459.206 11.608.496 10.974.705 4301 Duurzame gebruiksgoederen 240.800 380.396 369.350 4302 Overige gebruiks- en verbruiksgoederen 410.050 380.550 354.352 4303 Energie 198.020 209.000 141.575 4304 Huren en rechten 475.750 442.000 400.184 4307 Verzekeringen 127.500 127.500 113.112 4308 Belastingen 61.450 77.830 60.281 4309 Onderhoud door derden 4.302.460 4.526.700 4.345.200 4310 Overige diensten door derden 2.663.814 2.820.801 2.605.985 4310 Overige diensten door derden WBL 43.749.289 43.749.289 43.749.289 4310 Overige diensten door derden BsGW 2.976.325 2.976.325 2.976.325 43 Goederen en diensten van derden 55.205.458 55.690.391 55.115.653 4402 Bijdragen aan het Rijk 1.923.010 1.196.477 1.206.139 4403 Bijdragen aan openbare lichamen 50.000 874.518 950.202 4404 Bijdragen aan overigen - 10.000 7.224 44 Bijdragen aan derden 1.973.010 2.080.995 2.163.565 4501 Toevoegingen aan voorzieningen 86.000 286.000 441.447 4502 Onvoorzien 115.000 108.685-45 Toevoegingen voorzieningen / onvoorzien 201.000 394.685 441.447 Totaal kosten 78.944.597 79.779.827 78.724.262 Programmarekening 2014 / 1502518 99
Omschrijving opbrengsten Begroting 2014 Gew ijzigde begroting Realisatie 8101 Externe rentebaten - - 665 8102 Interne rentebaten 186.001 186.001-81 Financiële baten 186.001 186.001 665 8201 Baten in verband met salarissen en sociale lasten 76.500 76.500 64.219 82 Personele baten 76.500 76.500 64.219 8301 Verkoop van grond - 216.050 270.612 8302 Verkoop van duurzame goederen 8.750 44.750 323.398 8304 Opbrengst uit grond en w ater 9.500 14.500 14.812 8306 Diensten voor derden 61.333 61.333 78.295 83 Goederen en diensten aan derden 79.583 336.633 687.117 8402 Bijdragen van het Rijk - 50.000 51.100 8403 Bijdragen van provincies - 40.000 54.860 8404 Bijdragen van overige openbare lichamen 1.039.100 1.139.280 1.135.672 8404 Bijdragen van WPM - - 77.494 8405 Bijdragen van overigen 150.000 150.000 661.657 84 Bijdragen van derden 1.189.100 1.379.280 1.980.783 8501 Opbrengst omslag gebouw d 15.203.440 15.203.440 15.355.285 8502 Opbrengst ingezetenenomslag 11.449.430 11.449.430 11.469.462 8503 Opbrengst omslag ongebouw d 2.148.030 2.124.030 2.110.320 8504 Opbrengst omslag natuurterreinen 31.710 35.710 35.953 8505 Opbrengst verontreinigingsheffing 703.540 899.540 920.824 8506 Opbrengst zuiveringsheffing bedrijven 12.470.650 12.934.650 12.944.316 8507 Opbrengst zuiveringsheffing huishoudens 36.147.870 36.492.870 36.543.664 8508 Oninbaarverklaringen -387.257-393.257-293.901 8509 Kw ijtscheldingen -2.409.000-3.000.000-2.978.784 85 Waterschapsbelastingen 75.358.413 75.746.413 76.107.139 8603 Geactiveerde lasten 400.000 400.000 405.511 86 Interne verrekeningen 400.000 400.000 405.511 Totaal opbrengsten 77.289.597 78.124.827 79.245.434 Exploitatieresultaat; saldo opbrengsten minus kosten -1.655.000-1.655.000 521.172 Negatief exploitatieresultaat: dekking uit reserves Positief exploitatieresultaat: resultaatsbesteming -1.655.000-1.655.000 521.172 In de voorschriften is opgenomen dat de kostensoorten dienen als informatieve waarde voor het algemeen bestuur waardoor een toelichting hierop niet verplicht is. Gelet op het feit dat een toelichting de inzichtelijkheid van deze componenten ten goede komt wordt - evenals voorgaande jaren - een korte toelichting gegeven op de realisatie versus de gewijzigde begroting. Dit is ook de lijn die gevolgd is in de begroting en in de voor- en najaarsrapportage 2014 waar eveneens een beschouwing is gegeven naar dit gezichtspunt. 100 Waterschap Roer en Overmaas
9.1 Toelichting op kosten Onderstaand is de verdeling van de werkelijke kosten over het verslagjaar grafisch weergegeven. Rente en afschrijvingen Van het totaal van 10.028.892 heeft 27% betrekking op de rente en 73% op de afschrijvingen. De kosten hebben hoofdzakelijk betrekking op investeringsprojecten in materiële activa. Realisatie versus gewijzigde begroting De externe rentelasten zijn met een afwijking van 0,023% gerealiseerd. Op begrotingsbasis is voor de eigen financieringsmiddelen, interne rentelasten, een rentepercentage gehanteerd van 0,75%. Op rekeningbasis is dit percentage, gelet op de renteontwikkeling, 0% waardoor de afwijking het geraamde bedrag van 186.001 is. De afschrijvingen op vaste activa zijn gestegen met 209.030. Als gevolg van een lager investeringsniveau dalen de afschrijvingen met 82.631. Voor een uitgebreide toelichting op het investeringsniveau 2014 wordt verwezen naar hoofdstuk 7 waarin per programma de investeringen nader toegelicht. Tegenover deze daling staat een toename als gevolg van extra afschrijvingen van 291.661, die onderstaand worden toegelicht. Eenmaal per jaar wordt conform de nota activabeleid 2012 nagegaan of de activa die op de balans zijn vermeld, nog wel worden gebruikt en of deze, mede gezien de te verwachten resterende gebruiksduur, nog tegen de juiste waarde zijn gewaardeerd. Indien de activa tegen een te hoge waarde op de balans staan, dient de waardevermindering ten laste van de exploitatierekening te worden gebracht. Programmarekening 2014 / 1502518 101
Dit heeft in het verslagjaar geresulteerd in extra afschrijving van onderstaande projecten. Als gevolg van de herinrichtingsvisie Corio Glana kunnen de oude projecten Geleenbeek fase 2B, 2C en 3C (gedeeltelijk) extra worden afgeschreven. Ter plaatse van deze projecten is de Geleenbeek nieuw heringericht, waardoor de oude investering teniet is gedaan. Voorbereidingsprojecten die niet, of anders, tot uitvoering komen worden afgesloten. Voor een toelichting op de individuele projecten zie bijlage K. Loods Nieuwstadterweg Sittard, in verband met verkoop. Projecten met een boekwaarde kleiner of gelijk is aan 2.500 (conform de nota activabeleid 2012 ). Projecten Bedrag Projecten eerder heringericht Verbetering Geleenbeek fase 2B, 2C en 3C 125.719 Projecten die niet/anders tot uitvoering komen Monitoringsconstructie Hambeek Roer 26.700 Regenw aterbuffer Grub Merkelbekerebeek 34.996 Steegw eg in Jabeek 36.644 Herinrichting middenloop Caumerbeek 1.309 Verbetering stedelijke, noordelijke tak Jeker, Maastricht 6.889 Projecten die zijn afgew aardeerd in verband met verkoop Loods Midden, Sittard 41.176 Projecten met een boekw aarde kleiner dan 2.500 18.228 Extra afschrijvingen 2014 291.661 Personeelslasten De personeelslasten van 10.974.705 hebben voor 92% betrekking op de salariskosten en de sociale premies van het huidige en voormalige personeel en bestuur. Het restant betreft de overige personeelslasten - zoals studiekosten, kantine, geneeskundige dienst - en personeel van derden. Realisatie versus gewijzigde begroting salariskosten zijn met 898.532 onderschreden, vooral veroorzaakt door lagere salarissen van het personeel als gevolg van de gemiddeld lagere personeelssterkte (werkelijke formatie 131,43 fte en normatieve formatie 136,93 fte). Verder is als gevolg van de verschuiving van de premie Zorgverzekeringswet naar de werkgever de bruto salarislast lager. sociale premies zijn overschreden met 369.900, als gevolg van de genoemde verschuiving van de premie Zorgverzekeringswet. kosten voormalige personeel en bestuur zijn met 54.416 onderschreden doordat minder gebruik is gemaakt van wachtgeldverplichtingen. personeel van derden zijn onderschreden met 48.116. In het verslagjaar is o.a. door het niet invullen van vacatures, het inhuren van specifieke deskundigheid en zwangerschapsverlof gebruik gemaakt van de diensten van derden (uitzendkrachten en ingehuurd personeel). Dit bleek minder te zijn dan verwacht. overige personeelslasten, waaronder studiekosten, zijn met een afwijking van 2.627 gerealiseerd. Goederen en diensten van derden De totale kosten van goederen en diensten van derden bedragen 55.115.653 en bestaan voor 85% uit de bijdrage aan het WBL, 43.749.289, en de BsGW, 2.976.325. 102 Waterschap Roer en Overmaas
Van de overige kosten van 8.390.039 heeft 52% betrekking op het onderhoud van het watersysteem (zowel waterlopen als waterkeringen), onderhoud soft- en hardware en onderhoud van gebouwen. Het aandeel van de dienstverlening door derden is 31%. Het betreft de bijdragen aan verenigingen (Stowa en de Unie van Waterschappen), de bijdrage aan het Waterschapshuis (HWH) en de overige diensten zoals juridische, financiële en technische advisering. De overige 17% hebben betrekking op onder andere huur - inclusief lease -, verzekeringen, energie, belastingen en geografische data, aanschaf duurzame gebruiksgoederen en overige gebruiks- en verbruiksgoederen. Realisatie versus gewijzigde begroting De bijdragen aan het WBL en de BsGW wijken niet af. Op de overige kosten resteert een overschot van afgerond 575.000. De onderhoudskosten laten een overschot zien van 182.000. De kosten voor het profiel onderhoud en onderhoud groenvoorziening zijn evenals de stortkosten voor het afvoeren van vuil en maaisel gedaald. Ook het onderhoud van hard- en software is achtergebleven, onder andere door wijzigingen in softwarepakketten en omdat het onderhoud storage hardware goedkoper is. Ook zijn de onderhoudskosten van meet- en regelapparatuur beperkt gebleven. Op dienstverlening door derden resteert een overschot van 215.000, ondanks de niet geraamde toegekende nadeelcompensatie, ter compensatie van het vertrek van 2 woonboten uit de Hambeek te Roermond. Diverse advieskosten voor externe ondersteuning zijn niet noodzakelijk gebleken. Verder zijn als gevolg van de verkoop van de loods de bewakingskosten achtergebleven en is de realisatie van enkele voorlichtingsfilmpjes vertraagd (wordt 2015, in plaats van 2014). Ook is de voorbereiding voor het veiligstellen van data op een externe locatie niet in het verslagjaar geëffectueerd. Het overschot op de resterende overige kosten van 178.000 wordt vooral veroorzaakt door lagere energiekosten, als gevolg van de zachte winter en verkoop van de loodsen, en lagere huurkosten, als gevolg van latere levering van geleasede bedrijfsauto s en een nieuw contract van de multifunctionals. Ook de kosten voor de Grootschalige Basiskaart Nederland zijn afgenomen vanwege de vertraging in de uitvoering van de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Bijdragen aan derden De bijdragen aan derden van 2.163.565 en hebben voor 56% betrekking op bijdragen aan het Rijk en dan vooral de bijdrage voor de kostenverrekening wet WOZ aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De bijdragen aan openbare lichamen hebben vooral betrekking op de frictiekosten van de 8 (LiBel) gemeenten die vanaf 1 januari 2014 zijn toegetreden tot de BsGW en de verrekening van de regeling niet-kerende grondbewerking met de Provincie Limburg. Ook de kosten van de samenwerking met gemeenten en het WBL om besparingen te realiseren in de afvalwaterketen worden hiertoe gerekend. De bijdragen aan overigen betreft de aan de Unie van waterschappen betaalde bijdrage communicatiestrategie Waterschappen. Programmarekening 2014 / 1502518 103
Realisatie versus gewijzigde begroting Het tekort van 82.570 wordt vooral veroorzaakt doordat geen rekening is gehouden met de verrekening van de regeling niet-kerende grondbewerking 392.699. Daartegenover staat dat in het verslagjaar geen aanspraak is gemaakt op de stimuleringsregeling aanpak riooloverstorten, waarvoor 300.000 was gereserveerd. Toevoegingen voorzieningen/onvoorzien In het verslagjaar is 125.447 toegevoegd aan de 'voorziening pensioen en uitkeringsverplichtingen, 86.000 aan de voorziening onderhoud kantoorgebouw en 230.000 aan de voorziening onderhoud bedrijfspand Rijksweg Noord Sittard. Realisatie versus gewijzigde begroting De toevoeging aan de 'voorziening pensioen en uitkeringsverplichtingen is niet geraamd, deze komt tot stand op basis van een opgave van Loyalis over de actuariële berekening van zeven bestuurderspensioenen. Verder is geen rekening gehouden met een extra toevoeging van 30.000 aan de voorziening onderhoud bedrijfspand Rijksweg Noord Sittard voor energiebesparende maatregelen aan technische installaties. Van onvoorzien is geen gebruik gemaakt, terwijl deze post tussentijds als gevolg van de financiële effecten van de voor- en najaarsrapportage is bijgesteld tot 108.685. 104 Waterschap Roer en Overmaas
9.2 Toelichting op opbrengsten Onderstaand zijn de werkelijk opbrengsten over het verslagjaar grafisch weergegeven. Financiële baten De externe rentebaten zijn beperkt gebleven tot 665. Realisatie versus gewijzigde begroting Op begrotingsbasis is geen rekening gehouden met externe rentebaten. Verder is op begrotingsbasis voor de eigen financieringsmiddelen, interne rentebaten, een rentepercentage gehanteerd van 0,75%, terwijl op rekeningbasis dit percentage, gelet op de renteontwikkeling, 0% is waardoor de afwijking het geraamde bedrag van 186.001 is. Personele baten De opbrengsten personele baten van 64.219 hebben betrekking op de bijdrage van derden in de salariskosten. Realisatie versus gewijzigde begroting De bijdragen van de Uitkeringsinstantie voor Werknemers Verzekeringen (UWV) in de kosten van zwangerschap, ziekte en WAO zijn lager dan geraamd. Goederen en diensten aan derden De goederen en diensten aan derden van 687.117 hebben vooral betrekking op de boekwinst die behaald is met de verkoop van de loods Nieuwstadterweg Sittard, grondverkopen en de opbrengst van verkocht materieel. Verder betreft dit de dienstverlening ten behoeve van de controle zwemwater voor de Provincie en het beheer en onderhoud van Oolderveste te Roermond. Evenals verleend jacht- en visrecht en de verhaalde kosten (voor het verwijderen van een woonboot), als gevolg van het uitvoeren van bestuursdwang. Programmarekening 2014 / 1502518 105
Realisatie versus gewijzigde begroting De hogere opbrengsten van 350.484 hebben vooral betrekking op de verkoop van de loods Sittard, waarmee geen rekening is gehouden. Verder is meer grond verkocht en is geen rekening gehouden met de verhaalde kosten voor het uitvoeren van bestuursdwang. Bijdragen van derden De rijksbijdrage van 51.100 heeft betrekking op overheidssubsidie die wordt ontvangen in de opleidingskosten van de buitendienstmedewerkers. De provinciale bijdrage van 54.860 betreft de bijdrage vanuit het partnercontract voor het verwijderen van exoten en het opruimen van beverdammen. De bijdrage van overige openbare lichamen van 1.135.672 heeft betrekking op de goodwill van tot de BsGW toegetreden gemeenten, en de verrekening van de kosten in de afvalwaterketen, met gemeenten en het WBL. Verder wordt de bijdrage van WPM in de kosten van Dawaco hier verantwoord. De verrekening van het aantal ve s met WPM wordt afzonderlijk verantwoord en is in het verslagjaar 77.494. De oorzaak van de verevening is dat het aantal ve s op basis van de realisatie over 2014 per beheersgebied afweek van de door de BsGW afgeven prognose bij de begroting 2014 (zie toelichting op waterschapsbelastingen). Naast het feit dat het aantal ve s inkomsten genereert, wordt dit ook gehanteerd als verdeelsleutel bij de toerekening van de kosten van begroting van het WBL. Gelet op een in 2005 gesloten vereveningsovereenkomst worden op het einde van het jaar de verschillen verrekend. De overige bijdragen van 661.657 hebben betrekking op de vergoeding van de Landelijke Coördinatie Commissie Muskusrattenbestrijding (LCCM) voor de beverrattenbestrijding en de verkoop van de vordering van Landsbanki. Realisatie versus gewijzigde begroting De hogere bijdragen van 601.503 zijn het gevolg van het feit dat met de verkoop van de vordering van Landsbanki van 513.744 geen rekening is gehouden. Ook met de verrekening van het aantal ve s met WPM is geen rekening gehouden. Waterschapsbelastingen Na afloop van het verslagjaar is door de BsGW een door de accountant gewaarmerkte afrekening waterschapsheffingen 2010 tot met 2014 inclusief toelichting overlegd. Deze afrekening is de basis voor de verantwoording in 2014 van de (bruto) opbrengst waterschapsbelastingen van 79.379.824 en is als volgt samengesteld: Watersysteemheffing Gebouwd 15.355.285 Ingezetenen 11.469.462 Ongebouwd 2.110.320 Natuur 35.953 Verontreinigingsheffing Verontreinigingsheffing 920.824 Zuiveringsheffing Bedrijven 12.944.316 Huishoudens 36.543.664 Verder is de belastingopbrengst gecorrigeerd voor 2.978.784 kwijtschelding en 293.901 oninbaarverklaringen, totaal 3.272.685. 106 Waterschap Roer en Overmaas
Realisatie versus gewijzigde begroting. Ten opzichte van de bijgestelde begroting is de netto opbrengst waterschapsbelastingen in 2014 toegenomen met 360.726. Uit de afrekening 2014 van de BsGW blijkt dat: watersysteemheffing is, door een nagekomen opbrengst van de belastingjaren 2011 en 2012 als gevolg van een hogere WOZ-waarde van de categorie gebouwd toegenomen met 179.694. zuiveringsheffing is, als gevolg van een toename van het aantal vervuilingseenheden over de belastingjaren 2013 en 2014 gestegen met 60.460. kwijtschelding is, door het afsluiten van het belastingjaar 2010 en een neerwaartse bijstelling van de prognose kwijtschelding over het belastingjaar 2011 met 21.216 (0,7%) gedaald (heeft verhogend effect op belastingopbrengst). oninbaar is, door het afsluiten van het belastingjaar 2010 en een neerwaartse bijstelling van de prognose oninbaar van het belastingjaar 2011 met 99.356 afgenomen (heeft verhogend effect op belastingopbrengst). Voor wat betreft de zuiveringsheffing kan nog worden opgemerkt dat in het verslagjaar het aantal ve s in Limburg is toegenomen met 18.500 ten opzichte van de begroting: Aantal vervuilingseenheden 2014 Begroting Realisatie Mutatie WPM 569.500 578.000 8.500 WRO 1.002.000 1.012.000 10.000 Totaal provincie Limburg 1.571.500 1.590.000 18.500 Interne verrekeningen De interne verrekeningen hebben geheel betrekking op geactiveerde lasten. Conform de BBVW en de nota activabeleid 2012, wordt een gedeelte van de werkzaamheden van waterschapspersoneel verricht ten behoeve van investeringswerken geactiveerd. Realisatie versus gewijzigde begroting In het verslagjaar zijn meer uren aan projecten besteed dan geraamd. 9.3 Exploitatieresultaat Gelet op bovenstaande uiteenzetting resulteert het saldo van kosten en opbrengsten over 2014 in een positief resultaat van 521.172. In de begroting 2014 werd nog uitgegaan van een exploitatietekort van 1.655.000. Dit betekent dan ook dat het exploitatieresultaat in het verslagjaar ten opzichte van de raming een positieve ontwikkeling laat zien. Voor de bestemming van het positieve resultaat wordt verwezen naar het aan deel II gevoegde Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening inclusief bestemming van het resultaat. Programmarekening 2014 / 1502518 107
108 Waterschap Roer en Overmaas
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: het Algemeen Bestuur van Waterschap Roer en Overmaas Verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de in dit financieel verslag opgenomen jaarrekening 2014 van het Waterschap Roer en Overmaas te Sittard gecontroleerd, bestaande uit de balans per 31 december 2014 en de exploitatierekening 2014 naar soort met de toelichtingen, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur van Waterschap Roer en Overmaas is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (WNT), alsmede voor het opstellen van het jaarverslag in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit. Tevens is het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in het controleprotocol d.d. 30 november 2010, het normenkader 2014 d.d. 25 november 2014 en het Controleprotocol WNT van de Beleidsregels toepassing WNT. Het dagelijks bestuur is daarnaast verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van de Waterschapswet en de Beleidsregels toepassing WNT, inclusief het Controleprotocol WNT. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden, het controleprotocol dat d.d. 30 november 2010 vastgesteld is door het algemeen bestuur van Waterschap Roer en Overmaas en het normenkader 2014 dat 25 november 2014 is vastgesteld door het algemeen bestuur van Waterschap Roer en Overmaas. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico's dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die Programmarekening 2014 / 1502518 109
passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van het Waterschap Roer en Overmaas. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en van de redelijkheid van de door het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves. Deze goedkeuringstolerantie is d.d. 30 november 2010 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden. Oordeel betreffende de jaarrekening Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van het Waterschap Roer en Overmaas per 31 december 2014 en het resultaat over 2014 in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit en de Beleidsregels toepassing WNT. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2014 in alle van materieel belang zijnde aspecten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in het controleprotocol d.d. 30 november 2010, het normenkader 2014 d.d. 25 november 2014 en het Controleprotocol WNT van de Beleidsregels toepassing WNT. Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 109, lid 3, onder d, Waterschapswet melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening. Maastricht, 26 mei 2015 Ernst & Young Accountants LLP w.g. drs. N.A.J. Silverentand RA 110 Waterschap Roer en Overmaas
Voorstellen Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening en bestemming van het positieve saldo Het dagelijks bestuur van Waterschap Roer en Overmaas verklaart dat deze jaarrekening ingevolge artikel 103, lid 3 van de Waterschapswet ter inzage is gelegd en dat van die neerlegging en verkrijgbaarstelling openbare kennisgeving is geschied. Mede gelet op de verklaring van de accountant van 26 mei 2015, die in onderhavige jaarrekening is opgenomen, wordt voorgesteld de jaarrekening 2014 conform het volgende conceptbesluit vast te stellen. Het batig saldo over 2014 bedraagt 521.172. In hoofdstuk 8 is het aangehaalde saldo verdeeld over de twee taken. Het watersysteembeheer sluit met een negatief resultaat van 343.497 en het zuiveringsbeheer met een positief resultaat van 864.669. Voorgesteld wordt om een bedrag van 392.699 te onttrekken aan de reserve niet kerende grondbewerking, 300.000 toe te voegen aan de reserve riooloverstorten, 250.798 te onttrekken aan de egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing (watersysteembeheer); en 864.669 toe te voegen aan de egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing (zuiveringsbeheer). Het dagelijks bestuur, de secretaris/directeur, de voorzitter, ing. J.M.G. In den Kleef dr. J.J. Schrijen Programmarekening 2014 / 1502518 111
112 Waterschap Roer en Overmaas
Vaststelling van de jaarrekening en bestemming van het positieve saldo Het algemeen bestuur van Waterschap Roer en Overmaas; Overwegende dat het dagelijks bestuur de jaarrekening 2014 heeft overlegd; Gezien het voorstel van het dagelijks bestuur inzake de vaststelling van de jaarrekening 2014 en de bestemming van het voordelig saldo; Mede gelet op de bepalingen voor vaststelling van de jaarrekening zoals die zijn opgenomen in de Waterschapswet; BESLUIT 1. De jaarrekening 2014 vast te stellen tot de volgende totalen: balans per 31 december 119.110.030; rekening van kosten en opbrengsten 2014 respectievelijk 78.724.262 en 79.245.434. 2. Het batig saldo ad 521.172 als volgt te bestemmen: watersysteembeheer 392.699 onttrekken aan de reserve niet kerende grondbewerking 300.000 toevoegen aan de reserve riooloverstorten ; 250.798 onttrekken aan de egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing ; zuiveringsbeheer 864.669 toe te voegen aan de egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing. 3. Het voor 2014 per programma beschikbaar gestelde krediet dat niet is verleend ad 7.365.000 intrekken. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 7 juli 2015. De secretaris/directeur, De voorzitter, ing. J.M.G. In den Kleef dr. J.J. Schrijen Programmarekening 2014 / 1502518 113
114 Waterschap Roer en Overmaas
Deel III Bijlagen Programmarekening 2014 / 1502518 115
BIJLAGE A VASTE ACTIVA REKENING 2014 Omschrijving Aanschafprijs Stand 31-12-2013 Mutaties 2014 Stand 31-12-2014 Cumulatieve Cumulatieve Overboeking afschrijvingen Vermeerderingen afschrijvingen Boekwaarde Verminderingen onderhanden Afschrijving Aanschafprijs werken Extern Intern Boekwaarde Rente 2,46% Financiële vaste activa * aandelen 106.405-106.405 - - - - - 106.405 0 106.405 - Totaal financiële vaste activa 106.405-106.405 - - - - - 106.405-106.405 - Immateriële vaste activa * afsluiten geldleningen 1.713.928 1.404.041 309.887 - - - - 97.654 1.713.928 1.501.695 212.233 - * overige immateriële activa 8.475.905 7.301.062 1.174.843 394.080-93.969-486.507 8.776.017 7.787.569 988.448 26.592 * bijdragen aan activa in eigendom van: - overheden 66.600 66.245 355 - - - - 355 66.600 66.600-4 - geactiveerde bijdragen rijk - - - 5.396.701 - - 9.202.724 89.945 15.436.036 926.556 14.509.480 178.353 - overigen 144.317 97.189 47.128 - - - - 14.432 144.317 111.621 32.696 981 Totaal immateriële vaste activa 10.400.750 8.868.538 1.532.212 5.790.781-93.969 9.202.724 688.892 26.136.897 10.394.041 15.742.857 205.930 Materiële vaste activa Werken in exploitatie * bedrijfsgebouwen 6.416.023 3.788.780 2.627.242 - - 41.176-196.904 6.374.847 3.985.684 2.389.163 61.662 * gronden 5.879.838 3.340.735 2.539.103 - - - - 188.972 5.879.838 3.529.707 2.350.132 60.099 * waterbouwkundige werken 108.916.309 60.165.076 48.751.233 - - 355.280 3.332.674 3.810.934 112.370.270 64.452.577 47.917.692 1.188.269 * overige bedrijfsmiddelen 2.414.132 2.053.725 360.407 - - - 56.046 219.971 3.317.291 3.120.809 196.481 6.845 * machines, apparaten en werktuigen 157.495 130.036 27.459 - - - - 4.225 157.495 134.260 23.235 623 * waterkeringen 3.058.855 812.485 2.246.371 - - - - 101.328 3.058.855 913.813 2.145.043 53.980 Totaal werken in exploitatie 126.842.652 70.290.837 56.551.815 - - 396.456 3.388.720 4.522.334 131.158.596 76.136.850 55.021.746 1.371.479 Onderhanden werken * bedrijfsgebouwen 3.048.734 140.078 2.908.656 151.369 - - - 130.420 3.200.103 270.498 2.929.605 71.765 * gronden - - - - - - - - 0 0 - - * waterbouwkundige werken 45.175.453 5.672.836 39.502.617 8.578.088 405.511 2.040.671 3.332.674-1.584.614 48.309.139 6.780.883 41.528.255 996.044 * overige bedrijfsmiddelen 1.178.467 889.568 288.898 324.406 - - 56.046-87.502 599.714 129.958 469.756 9.325 * machines, apparaten en werktuigen - - - - - - - - 0 0 - - * waterkeringen 10.131.660 504.278 9.627.382 3.163.464-3.149.533 9.202.724-337.997 106.256 5.664 100.592 119.578 Totaal onderhanden werken 59.534.313 7.206.761 52.327.552 12.217.327 405.511 5.190.204 12.591.444-2.140.533 52.215.211 7.187.003 45.028.208 1.196.712 Totaal materiële vaste activa 186.376.965 77.497.598 108.879.367 12.217.327 405.511 5.586.660 9.202.724-6.662.867 183.373.807 83.323.854 100.049.954 2.568.192 TOTAAL VASTE ACTIVA 196.884.120 86.366.137 110.517.984 18.008.108 405.511 5.680.629-7.351.759 209.617.110 93.717.894 115.899.215 2.774.121 Buitengebruik stellen (afboeken) van de activa van de in 2014 verkochte bedrijfsgebouw loods Midden.
BIJLAGE B RESERVES EN VOORZIENINGEN REKENING 2014 Omschrijving Stand 31-12-2013 Rente Interne Vermeerderingen Overige Mutaties in 2014 Externe Interne Verminderingen Externe Stand 31-12-2014 Rentetoerekening 2014 Bedrag Rente% Eigen vermogen Algemene reserves * Algemene reserve watersysteem- en zuiveringsbeheer 4.025.570 4.025.570-0,00 Totaal Algemene reserves 4.025.570 - - - - - 4.025.570 - Bestemmingsreserves tariefsegalisatie * Egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing 8.538.811 326.539 8.212.272-0,00 * Egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing 6.246.929 5.998.847 12.245.776-0,00 Totaal bestemmingsreserves tariefsegalisatie 14.785.740-5.998.847-326.539-20.458.048 - Overige bestemmingsreserves * Calamiteiten watersysteembeheer 2.000.000 2.000.000-0,00 * Afkoppelen verhard oppervlak 956.984 956.984 - - 0,00 * Niet kerende grondbewerking 813.366 14.440 827.806-0,00 * Riooloverstorten 300.000 997.368 1.297.368-0,00 Totaal Overige bestemmingsreserves 4.070.350-1.011.808-956.984-4.125.174 - Nog te bestemmen resultaat * Exploitatiesaldo 2013 5.727.133 5.727.133 - - geen rente * Exploitatiesaldo 2014 521.172-521.172 - geen rente Totaal nog te bestemmen resultaat 5.727.133-521.172-5.727.133-521.172 - Totaal eigen vermogen 28.608.793-7.531.827-7.010.656-29.129.964 - Voorzieningen * Pensioen / uitkeringsverplichtingen 922.655 125.447 11.308 1.036.794-0,00 * Onderhoud kantoorgebouw 41.307 86.000 9.367 117.940-0,00 * Onderhoud bedrijfspand Rijksweg Nrd 305 230.000 230.000-0,00 Totaal voorzieningen 963.962-441.447 - - 20.675 1.384.734 -
BIJLAGE C VASTE SCHULDEN REKENING 2014 Omschrijving Stand 31-12-2013 Vermeerderingen Mutaties 2014 Verminderingen Gewone Extra aflossingen aflossingen Stand 31-12-2014 Rente ten laste van 2014 Gemiddelden Rentevoet Restant looptijd Vaste schulden * leningen opgenomen bij: - Nederlandse Waterschapsbank 48.653.024 12.100.000 3.967.177 56.785.847 2.167.010 4,34 8 jr - Rabobank Nederland 476.469 381.175 95.294 14.402 4,70 1 jr - CAP / Rabobank International - SWAP / Rabobank International -36.052 5,74 9 jr - Bank voor Nederlandse Gemeenten 3.970.578 567.225 3.403.353 207.576 5,85 6 jr - A.S.N. Bank N.V. 8.160.000 480.000 7.680.000 299.831 3,87 16 jr TOTAAL VASTE SCHULDEN 61.260.071 12.100.000 5.395.577-67.964.494 2.652.767
BIJLAGE D PERSONEELSLASTEN REKENING 2014 Organisatie eenheid Aantal fte Rekening 2014 Totaal personeelslasten Totaal Gewijzigde Rekening 2014 Begroting 2014 Salarissen Sociale lasten Begroting 2014 personeelslasten Begroting 2014 Bestuur - - 433.466 25.036 458.502 443.675 503.365 Directie 2,88 2,73 221.379 48.910 270.289 325.590 325.590 Planning en Control 1 1 112.936 27.624 140.560 109.109 109.109 Bestuur en Communicatie 7,1 14,54 409.028 107.456 516.484 1.172.358 1.172.358 Strategie en beleid 2 1 173.866 40.304 214.170 124.105 124.105 Personeel en Organisatie 3,72 3,72 158.709 41.239 199.948 292.880 292.880 Beleid, Onderzoek en Advies 21,46 20,34 1.138.111 312.532 1.450.643 1.620.457 1.620.457 Nieuwe Werken en Onderhoud 38,27 35,26 2.105.444 562.553 2.667.997 2.245.677 2.245.677 Beheer 32,41 30,44 1.943.538 512.020 2.455.557 2.219.179 2.219.179 Middelen 22,58 22,36 1.185.040 312.231 1.497.271 1.497.899 1.497.899 Overig 5,54 42.776 32.854 75.630 615.064 365.064 TOTAAL PERSONEELSLASTEN 131,42 136,93 7.924.292 2.022.759 9.947.052 10.665.993 10.475.683
BIJLAGE E BEREKENING VAN HET RENTE-OMSLAGPERCENTAGE REKENING 2014 Het rente-omslagpercentage wordt berekend door de totale lasten van het waterschap die samenhangen met de aangegane geldleningen te delen door de totale boekwaarde van de vaste activa De totale lasten bestaan uit de volgende componenten: 1 de over vaste geldleningen de te betalen rente; 2 de betaalde rente die verband houdt met kortlopende geldleningen (inclusief rekening-courant) die zijn aangegaan om vaste activa te financieren (in de begroting kan dit percentage worden geraamd door het financieringstekort te vermenigvuldigen met het percentage dat naar verwachting gedurende het begrotingsjaar voor kortlopende geldleningen verschuldigd zal zijn); 3 de bespaarde rente in verband met de eigen financieringsmiddelen van het waterschap (reserves en voorzieningen); 4 de afschrijvingen van de kosten van de geldleningen. In de berekening dient worden uitgegaan van de gemiddelde boekwaarde van de activa, de gemiddelde stand van de geldleningen en de gemiddelde stand van de eigen financieringsmiddelen. De berekening van het rente-omslagpercentage is als volgt: 1 Rente vaste geldleningen: 2.652.767 ten laste van 2014 volgens bijlage C van de vaste schulden 2 Rente financieringsmiddelen: Gemiddelde financieringspositie: 31/12/13 31/12/14 Gemiddeld Boekwaarde vaste activa Totaal boekwaarde vaste activa 110.517.984 115.899.215 113.208.600 Totaal lang vreemd vermogen 61.260.071 67.964.494 64.612.282 Totaal eigen financieringsmiddelen 23.845.623 29.993.528 26.919.576 Financieringsoverschot cq -tekort -25.412.291-17.941.193-21.676.742 Betaalde rente die verband houdt met financieringstekort - 23.700 3 Bespaarde rente - 0 4 Afschrijvingen van de kosten van de geldleningen - 97.654 Totale lasten die samenhangen met de aangegane geldleningen 2.774.121 Gemiddelde boekwaarde vaste activa na correctie 31/12/13 31/12/14 Gemiddeld Totaal boekwaarde vaste activa 110.517.984 115.899.215 113.208.600 Totaal buiten de rente-omslag houden 416.292 318.638 367.465 Gemid.boekwaarde vaste activa na correctie 110.101.692 115.580.577 112.841.135 Het rente-omslagpercentage bedraagt: Lasten samenhangend met aangegane geldleningen 2.774.121 Gemiddelde boekwaarde vaste activa na correctie 112.841.135 afgerond 2,46%
BIJLAGE F KOSTENVERDEELSTAAT REKENING 2014 Beleidsveld / beleidsproduct Netto kosten voor doorbelasting Rente Afschrijvingen Doorbelasting Huisvesting en kosten GIV en I&A Indirecte kosten Werkmaterieel NWO Overige ondersteunende producten Totaal, inclusief doorbelasting Plannen 664.414 7.727 137.980-1.954.440-732.565 3.497.126 01 Eigen plannen 262.594 7.727 137.980 1.226.202 432.710 2.067.213 02 Plannen van derden 370.844 723.856 298.313 1.393.013 27 Rioleringsplannen en subsidies lozingen 30.976 4.382 1.542 36.900 Watersysteem 3.531.750 2.179.250 5.281.540-2.059.901 229.595 1.371.538 14.653.574 07 Aanleg, verbetering en onderhoud watersysteem 3.172.482 2.179.250 5.281.540 1.966.426 221.395 1.302.504 14.123.597 08 Baggeren en saneren van waterlopen 359.268 93.475 8.200 69.034 529.977 28 Aanpak diffuse emissies derden - Veiligheid 247.987 351.911 529.270-532.457 163.996 230.851 2.056.472 04 Aanleg en onderhoud waterkeringen 152.718 351.911 529.270 135.237 40.999 109.415 1.319.550 05 Dijkbewaking en calamiteitenbestrijding 42.844 361.433 81.998 103.681 589.956 10 Calamiteitenbestrijding watersysteem 52.425 35.787 40.999 17.755 146.966 Zuiveren 42.960.319 - - - - - - 42.960.319 12 Getransporteerd afvalwater 7.863.801 7.863.801 13 Gezuiverd afvalwater 23.882.963 23.882.963 14 Verwerkt slib 11.213.555 11.213.555 Instrumenten 576.056 77.205 538.200-3.824.141 16.399 1.499.469 6.531.470 03 Beheersinstrumenten en waterkeringen 5.820 128.474 251.915 81.357 467.566 06 Beheersinstrumenten watersysteem 898 12.580 53.711 19.742 86.931 09 Beheer hoeveelheid water 96.485 38.915 229.453 245.225 16.399 127.258 753.735 11 Monitoring watersysteem 354.313 31.572 167.693 1.257.426 464.246 2.275.250 22 Keur 429.778 169.731 599.509 23 Vergunningen en keurontheffingen 502.636 196.491 699.127 24 Handhaving keur 134.853 58.189 37.406 230.448 25 Vergunningen en meldingen 22.127 549.084 216.849 788.060 26 Handhaving 31.722-343.967 134.721 446.966 33 Vergunningverlening grondwaterbeheer 14.442 5.090 19.532 34 Handhaving grondwaterbeheer 117.768 46.578 164.346 Bestuur en externe communicatie en belastingen 5.771.362 1.011 45.534-690.919-390.338 6.899.165 29 Belastingheffing 3.291.569 935 44.645 3.337.149 30 Invordering 823.903 823.903 31 Bestuur 1.578.294 76 889 419.940 265.135 2.264.335 32 Externe communicatie 77.596 270.979 125.203 473.778 Bedrijfsvoering 22.846.238 2.617.104-6.532.524- - 9.061.858-409.990-4.224.761- - 51 Indirect hulpprodukt kapitaallasten 10.028.227 2.774.121-7.254.106- - 52 Indirecte afdelingen 10.114.863 4.229.926 14.344.789- - 53 Verdeling werkmaterieel 276.118 984 5.592 127.296 409.990- - 90 Ondersteunende produkten 2.427.030 156.033 715.990 4.229.926-5.155.635 4.224.761- - TOTAAL 76.598.126 - - - - - - 76.598.126
BIJLAGE F KOSTENVERDEELSTAAT REKENING 2014 Doorbelasting kapitaallasten (51) De kapitaallasten worden per project procentueel verdeeld over een of meerdere beleidsproducten. Doorbelasting Huisvesting (913), Geografische informatievoorziening (912) en Informatie en automatisering (911) De grondslagen van de doorbelasting kunnen als volgt worden weergegeven: * Huisvesting kantoor: verdeling naar afdelingen, gebaseerd op aantal m2 * Huisvesting loodsen: verdeling volledig naar afdeling 'Nieuwe werken en onderhoud' buitendienst * GIV: verdeling naar afdelingen, gebaseerd op begrote urenbesteding * I&A: verdeling naar afdelingen, gebaseerd op het aantal werkplekken Doorbelasting indirecte kosten (52) De indirecte kosten worden verdeeld naar de directe en ondersteunende beheerproducten, gebaseerd op de begrote urenbesteding vermenigvuldigd met het bijbehorende tarief Per organisatieeenheid worden de volgende tarieven gehanteerd: Organisatie eenheid Basistarief Opslag Totaal Huisvesting kantoor Huisvesting loods GIV I&A Directie 154,68 30,88 13,95 199,51 Planning en Control 119,95 17,44 10,88 148,27 Bestuur en communicatie 62,61 7,63 7,14 10,17 87,55 Strategie eb Beleid 88,42 7,94 9,91 106,27 Personeel en organisatie 51,60 5,80 9,05 66,45 Beleid, Onderzoek en advies 71,33 8,72 16,81 12,54 109,40 Nieuwe werken en onderhoud, binnendienst 98,24 8,86 26,69 20,31 154,10 Nieuwe werken en onderhoud, buitendienst 44,24 9,58 6,82 60,64 Beheer 68,49 4,03 13,57 11,41 97,50 Middelen 45,73 5,90 2,46 14,99 69,08 Doorbelasting werkmaterieel NWO (53) De kosten van het werkmaterieel worden procentueel verdeeld over meerdere beleidsproducten. Doorbelasting van overige ondersteunende producten De overige ondersteunende producten worden als volgt verdeeld: Ondersteunend product Obv. Tijdsbesteding per beheerproduct 901, Centraal management 902, Organisatiebeleid en -beheer 903, Personeelsbeleid en -beheer 904, KAM 905, Interne communicatie 906, Bestuurlijke en juridische ondersteuning 907, Concerncontrol en financieel beleid 908, Meerjarenraming en begroting 909, Management- en bestuursrapportages 910, Comptabiliteit 914, Interne faciliteiten 916, Beheer calamiteitenorganisatie x x x x x x x Obv. Eerstvastgelegde bruto kosten per beheerproduct Procentueel over calamiteitenbestrijding waterkeringen en -systemen x x x x x
BIJLAGE G BEGROTING WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG REKENING 2014 Programma's en beleidsproducten WBL Bruto kosten 2014 Aandeel Overige opbrengsten Netto kosten Zuivering Watersysteem Zuivering Watersysteem 1.579.750 1.008.500 Aandeel WRO Eigen plannen 257.638 257.638 257.638 164.272 Rioleringsplannen en subsidies lozingen 48.669 48.669 48.669 31.031 Plannen 306.307-306.307 306.307-195.303 - Getransporteerd afvalwater 12.985.703 630.520 12.355.183 12.355.183 7.877.755 Gezuiverd afvalwater 37.699.386 175.760 37.523.626 37.523.626 23.925.342 Verwerkt slib 17.715.133 97.000 17.618.133 17.618.133 11.233.453 Zuiveren 68.400.222 903.280 67.496.942 67.496.942-43.036.550 - Monitoring watersystemen WVO-vergunningen en meldingen 34.764 34.764 34.764 22.166 Handhaving WVO Instrumenten 34.764-34.764 34.764-22.166 - Bestuur 574.763 80.000 494.763 494.763 315.465 Externe communicatie Bestuur, Externe communicatie en belastingen 574.763 80.000 494.763 494.763-315.465 - Programmatotaal 69.316.056 983.280 68.332.776 68.332.776-43.569.484 - Onvoorzien 282.000 282.000 282.000 179.805 Mutaties 'algemene' reserves Totaal netto kosten 69.598.056 983.280 68.614.776 68.614.776-43.749.289 - Geactiveerde lasten bouwprojecten 1.858.580 1.858.580 Geactiveerde lasten 1.858.580 1.858.580 - - - - - Door baten gecompenseerde kosten van ondersteunende beheerproducten 547.760 547.760 - - - - - Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) 72.004.396 3.389.620 68.614.776 68.614.776-43.749.289 - Programma's en beleidsproducten BsGW Bruto kosten 2014 Overige opbrengsten Netto kosten Aandeel Aandeel WRO Zuivering Watersysteem Zuivering Watersysteem Belastingheffing 3.372.287 3.372.287 1.048.187 2.324.100 661.224 1.491.198 Invordering 1.294.989 1.294.989 647.622 647.367 408.538 415.365 Bestuur, Externe communicatie en belastingen 4.667.276-4.667.276 1.695.809 2.971.467 1.069.762 1.906.563 Mutaties 'algemene' reserves Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) 4.667.276-4.667.276 1.695.809 2.971.467 1.069.762 1.906.563
BIJLAGE H PROGRAMMA S EN BELEIDSPRODUCTEN REKENING 2014 Programma's, beleidsproducten en dekkingsmiddelen 2014 Watersysteembeheer Kostendrager Zuiveringsbeheer Totaal Eigen plannen 1.902.658 164.555 2.067.213 Plannen van derden 1.393.012-1.393.012 Rioleringsplannen en subsidies lozingen 5.925 30.976 36.901 Plannen 3.301.595 195.531 3.497.126 Aanleg, verbetering en onderhoud watersystemen 14.123.599 14.123.599 Baggeren en saneren van waterlopen 529.975 529.975 Aanpak difusse emissies derden - - - Watersysteem 14.653.574-14.653.574 Calamiteitenbestrijding watersystemen 146.966-146.966 Aanleg en onderhoud waterkeringen 1.319.549-1.319.549 Dijkbewaking en calamiteitenbestrijding 589.957-589.957 Veiligheid 2.056.472-2.056.472 Getransporteerd afvalwater - 7.863.801 7.863.801 Gezuiverd afvalwater - 23.882.963 23.882.963 Verwerkt slib - 11.213.555 11.213.555 Zuiveren - 42.960.319 42.960.319 Beheersinstrumenten waterkeringen 467.566-467.566 Beheersinstrumenten watersystemen 86.931-86.931 Beheer hoeveelheid water 753.735-753.735 Monitoring watersystemen 2.275.250-2.275.250 Keur 599.509-599.509 Vergunningen en keurontheffingen 349.563 349.563 699.126 Handhaving keur 115.225 115.224 230.449 Vergunningen en meldingen 382.967 405.094 788.061 Toezicht WHVBZ/advies WABO 223.483 223.483 446.966 Vergunningverlening grondwaterbeheer 19.531-19.531 Handhaving grondwaterbeheer 164.346-164.346 Instrumenten 5.438.106 1.093.364 6.531.470 Belastingheffing 2.675.924 661.225 3.337.149 Invordering 415.365 408.538 823.903 Bestuur 1.267.129 997.206 2.264.335 Externe communicatie 260.578 213.200 473.778 Bestuur, externe communicatie en belastingen 4.618.996 2.280.169 6.899.165 Programmatotaal 30.068.743 46.529.383 76.598.126 Onvoorzien Waterschapsbedrijf Limburg + - 179.486 179.486 Frictiekosten BsGW + 231.513 129.662 361.175 Goodwill toetreders BsGW -/- 666.048 373.028 1.039.076 Landsbanki -/- 329.310 184.434 513.744 Totaal netto kosten 29.304.898 46.281.069 75.585.967 Opbrengst waterschapsbelasting 29.891.844 49.487.980 79.379.824 Correctie kwijtschelding -/- 822.265 2.156.518 2.978.783 Correctie oninbaarverklaringen -/- 108.178 185.724 293.902 Dekkingsmiddelen 28.961.401 47.145.738 76.107.139 Exploitatieresultaat 2014-343.497 864.669 521.172
BIJLAGE I TREASURY REKENING 2014 KASGELDLIMIET (X 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Begrotingstotaal Percentage Kasgeldlimiet Financieringstekort (-) / overschot (+) 78.944 78.944 78.944 78.944 23% 23% 23% 23% 18.157 18.157 18.157 18.157-20.139-13.109-11.295 6.117- Ruimte (+) / overschrijding (-) 1.982-5.048 6.862 12.040 TOETS RENTERISICONORM (x 1.000) 2014 Renterisico op vaste schulden 1a Renteherziening vaste schulden o/g 15.640 1b Renteherziening vaste schulden u/g 1 Netto herziening vaste schulden (1a - 1b) 15.640 2 Betaalde aflossingen 5.396 3 Renterisico op vaste schuld (1+2) 21.036 Renterisiconorm 4a Begrotingstotaal (ingaande 1-1-2013) 78.944 4b Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 30% 4 Renterisiconorm (4ax4b) 23.683 Toets renterisiconorm 4 Renterisiconorm 23.683 3 Renterisico op vaste schuld 21.036 5 Ruimte (+) / Overschrijding (-) (4-3) + 2.647
BIJLAGE J OPBOUW EMU-SALDO REKENING 2014 Onderdeel, bedragen x 1.000 2013 Begroting 2014 Gewijzigde begroting Realisatie 1 EMU/exploitatiesaldo 5.727-1.655-1.546 521 2 Invloed investeringen bruto-investeringsuitgaven -/- 16.397 22.000 20.731 18.414 investeringssubsidies + 2.338 7.273 7.705 5.640 verkoop materiële en immateriële vaste activa + 410 - - 264 afschrijvingen + 7.413 7.315 7.153 7.352 3 Invloed voorzieningen toevoegingen aan voorzieningen t.l.v. de exploitatie + 188 86 286 441 onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v. de exploitatie -/- - - - - onttrekkingen rechtstreeks uit voorzieningen -/- 3 - - - betalingen rechtstreeks uit voorzieningen -/- 67 18 18 21 4 Deelnemingen en aandelen boekwinst -/- - - - - boekverlies + - - - - EMU-saldo (+ overschot / - tekort) -391-8.999-7.151-4.217 1 2 Realisatie versus gewijzigde begroting, per onderdeel Het exploitatiesaldo is als gevolg van enerzijds lagere kosten en anderzijds hogere opbrengsten gestegen. Voor een toelichting, zie hoofdstuk 9. De investeringsuitgaven en investeringssubsidies (investeringsinkomsten) zijn beiden lager. In hoofdstuk 7 worden de investeringsuitgaven en -inkomsten per programma toegelicht. De verkoop materiële en immateriële vaste activa is gestegen vanwege de verkoop van de loods Nieuwstadterweg te Sittard. De afschrijvingen zijn vooral gestegen als gevolg van extra afschrijvingen, zie 9.1 Toelichting op rente en afschrijvingen. 3 De toevoegingen aan de voorzieningen zijn gestegen, zie 9.1 Toelichting op de toevoeging aan voorzieningen. De rechtstreekse betalingen uit de voorzieningen zijn nagenoeg conform planning gerealiseerd. Intergraal EMU-saldo Onderdeel, bedragen x 1.000 Begroting 2014 Realisatie 1 Waterschap Roer en Overmaas (WRO) -8.999-4.217 2 Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) - aandeel WRO -1.576 5.875 3 Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) - aandeel WRO 11-117 EMU-saldo (+ overschot / - tekort) -10.564 1.541
BIJLAGE K INVESTERINGSPLAN REKENING 2014
BIJLAGE K MEERJARIG INVESTERINGSPLAN REKENING 2014 PROJECT- NUMMER AT OMSCHRIJVING A K Realisatie tm 2013 INVESTERINGSOBJECT PER PROGRAMMA Begroting 2014 UITGAVEN Realisatie 2014 Totaal Realisatie tm 2013 Begroting 2014 INKOMSTEN Realisatie 2014 GEVOTEERD KREDIET 31-12-2014 Totaal UITG INK Gevoteerd in 2014 P1000124 P1600104 Aanpassen molens en realisatie ecologische 30 verbindingszone Verbetering stedelijke (noordelijke tak) Jeker, 30 Maastricht B 1.683 250 278 1.961 - - - - 2.103 875 - ** B 9 - - 9 - - - - - - - Watersysteem - Herinrichting stedelijk gebied B 17.993 2.150 2.385 20.378 5.492-540 6.032 26.643 5.215 1.233 P1006301 Sanering en herinrichting Oude Kanjel en Kanjel 30 ** B 237-18- 219 - - - - - - - benedenstrooms Kanaal Watersysteem - Sanering vervuilde waterbodems B 237-18- 219 - - - - - - - P0200115 30 Monitoringsconstructie hambeek en roer ** B 15 10 14 29 - - - - - - - P1000131 30 Vispassage Epermolen Aquadra ** B 9-3 12 - - - - - - - P1000132 30 Vispassage Volmolen B 39 30 26 65 - - - - 890 209 - P1000133 Herstel kademuren en vispassage 30 Commandeursmolen ** B 45 25 12 57 - - - - - - - P1200113 30 Vispassage Wittemermolen Wittem ** B 57 10 11 68 - - - - - - - P1800102 30 Vispassage Baalsbruggermolen Kerkrade ** B 10 40 25 35 - - - - - - - Watersysteem - Vismigratie B 174 115 91 266 - - - - 890 209 - Verbetering waterverdeling Maasnielderbeek - P0100105 30 Vijverpartijen Roermond B 166 650 796 962 - - - - 1.360 - - P0200116 30 Maatregelen wateroverlast Roer B 116 50 172 287 - - - - 1.860 188 1.672 P0500403 30 Regenwaterbuffer aan de Grub, Merkelbeek ** B 144 10 88-56 - - - - - - - P0501802 30 Steegweg in Jabeek ** B 66 13 26-40 - - - - - - - P0502101 30 Wateroverlast Kollenberg Noord B 49 110 49- - - - - - - - - P0602902 30 Regenwaterbuffers Aalbeek B - - - - - - - - - - - P0602903 Aanleg regenwaterbuffer Nieuwhuis, 30 Grijzegrubben te Nuth ** B 11-0 11 - - - - - - - P0607601 30 Regenwaterbuffer Spaans Vonderen B - - - - - - - - - - - P0800101 30 Wateroverlast stroomgebied Ur, Stein B 348 100 94 442 6 60 112 118 545 140 - P1300111 30 Aanleg hoogwaterbescherming Slenaken ** B - - 19 19 - - - - - - - P2130115 30 Vergroten buffers fase 2 B 1.943 800 1.113 3.056 163 1.200 1.034 1.198 3.995 1.500 - P2130117 30 Vergroten buffers fase 3 ** B 256 50 452 708 - - 9 9 - - - P2130202 30 Erosiemaatregelen Mergelland-West B 1.378 108-261- 1.117 54 - - 54 2.150 451 - Watersysteem - Wateroverlast B 4.477 1.675 2.223 6.699 223 1.260 1.155 1.378 9.910 2.279 1.672 P2110210 5 Watersysteemtoets B 93 305 304 397 28 75 94 122 452 127 - P2130101 Algemeen Krediet planvoorberiding en 30 grondaankopen B - - - - - - - - 5.700 - - Watersysteem - Algemeen B 93 305 304 397 28 75 94 122 6.152 127 - PROGRAMMA WATERSYSTEEM B 49.147 9.914 9.288 58.434 7.632 3.455 2.490 9.767 91.701 14.449 9.588 P5090005 Bijdrage kosten 30 Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) B 10.039 5.397 5.397 15.436 - - - - 15.436-5.397 P5090006 30 Bestuursovereenkomst Sluitstukkaden Maas B 2.236 2.000 2.193 4.429 2.236 2.000 2.193 4.429 23.000 23.000 - P5090008 30 Alexanderhaven Roermond B 92 2.500 970 1.063-2.250 956 956 6.630 5.967 663 PROGRAMMA VEILIGHEID B 12.367 9.897 8.560 20.927 2.236 4.250 3.150 5.385 45.066 28.967 6.060 P2110209 5 ondrzkn progr instrumenten wbp 10-15 B 55 10 10 65 - - - - 73 - - P2130502 15 Optimalisatie en modernisering meetnet B - 18 - - - - - - - - - P2130503 Aanleg waterstand- en afvoermeters voor 15 alarmering/informatievoorziening bij calamiteiten B - - - - - - - - 480-480 P5090004 5 Veiligheidstoetsing verlengde 3e ronde B 170 6 3 173 - - - - 200 - - P5090007 5 Gegevensverzameling primaire waterkeringen B - 150 47 47 - - - - 750-750 PROGRAMMA INSTRUMENTEN B 224 184 60 284 - - - - 1.503-1.230 P2300705 4 Verkiezingen 2015 B - - 7 7 - - - - 1.200-1.200 PROGRAMMA BESTUUR, EXTERNE COMMUNIATIE EN BELASTINGEN B - - 7 7 - - - - 1.200-1.200
BIJLAGE K INVESTERINGSPLAN REKENING 2014 PROJECT- NUMMER AT OMSCHRIJVING A K Realisatie tm 2013 INVESTERINGSOBJECT PER PROGRAMMA Begroting 2014 UITGAVEN Realisatie 2014 Totaal Realisatie tm 2013 Begroting 2014 INKOMSTEN Realisatie 2014 GEVOTEERD KREDIET 31-12-2014 Totaal UITG INK Gevoteerd in 2014 P2200106 12 Kantoorgebouw B 507 72 36 543 - - - - 580 - - P2200208 30 Steunpunt buitendienst B 2.788 112 115 2.903 247 - - 247 2.910 247 - P2300424 5 Geodata op orde B 382 20 17 399 - - - - 420 - - P2300425 5 Activiteiten informatievoorziening B - - - - - - - - - - - P2300426 5 Activiteiten automatisering B 218 82 65 283 - - - - 300 - - P2300427 5 Implementatie BGT B - 25 6 6 - - - - 130 - - P2300428 5 Implementatie E-HRM systeem B - - - - - - - - - - - P2300429 5 Innovatie met Geo-informatie B 57 200 164 221 - - - - 530 - - P2300430 5 activiteitenplan automatisering B - 225 95 95 - - - - 400-400 PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING B 3.953 736 498 4.452 247 - - 247 5.270 247 400 TOTAAL PROGRAMMA'S 65.691 20.731 18.414 84.105 10.114 7.705 5.639 15.399 144.740 43.663 18.478 ** Projecten gefinancierd uit het Algemeen krediet planvoorbereiding en grondaankopen (P21/301/01)
BIJLAGE K MEERJARIG INVESTERINGSPLAN REKENING 2014
BIJLAGE K INVESTERINGSPLAN REKENING 2014 Algemeen krediet planvoorbereiding en grondaankopen
BIJLAGE K MEERJARIG INVESTERINGSPLAN REKENING 2014
BIJLAGE K INVESTERINGSPLAN REKENING 2014 Algemeen krediet planvoorbereiding en grondaankopen In het overzicht per stroomgebied of onderdeel zijn diverse projecten gemarkeerd met **. Dit zijn projecten die zich nog in de voorbereidende sfeer bevinden. Er vinden alleen uitgaven plaats in het kader van de planvoorbereiding en de grondaankopen. Deze projecten worden gefinancierd uit het Algemeen krediet planvoorbereiding en grondaankopen. Onderstaand wordt de stand van zaken van dit krediet per 31 december 2014 weergegeven: Onderdeel Krediet Realisatie tot en met 31 december 2014 Restant Planvoorbereiding 2.000.000 664.715 1.335.285 Grondaankopen 3.700.000 3.787.340-87.340 Totaal 5.700.000 4.452.056 1.247.944 Zodra de uitvoering van deze voorbereidende projecten ter hand wordt genomen, wordt aan het algemeen bestuur het totale krediet gevraagd, inclusief de uitgaven in het kader van de planvoorbereiding en de grondaankopen.
BIJLAGE K MEERJARIG INVESTERINGSPLAN REKENING 2014
BIJLAGE K INVESTERINGSPLAN REKENING 2014 Afsluiten investeringsprojecten per 31 december 2014
BIJLAGE K MEERJARIG INVESTERINGSPLAN REKENING 2014
BIJLAGE K INVESTERINGSPLAN REKENING 2014 Inleiding In de nota activabeleid 2012 zijn de beleidsregels verwoord met betrekking tot het afsluiten van investeringskredieten: Op het einde van het jaar waarin het Proces Verbaal van Eindopneming is opgemaakt wordt het krediet van een investeringsproject dat valt onder het proces aanleg en verbetering afgesloten, tenzij het dagelijks bestuur anders besluit. Overige kredieten worden afgesloten op het einde van het jaar dat de geplande uitgaven en inkomsten binnen het geplande tijdsbestek zijn verantwoord. Kredieten worden met het opmaken van de jaarrekening afgesloten. Hierover wordt in de jaarrekening gerapporteerd. Onderstaand wordt het overzicht gepresenteerd van de per 31 december 2014 af te sluiten projecten die afzonderlijk worden toegelicht. Per saldo resteert een overschot aan kredieten: de totale uitgaven zijn 2.624.363 lager dan geraamd en de totale inkomsten zijn 793.012 lager dan geraamd. Het afsluiten van investeringskredieten heeft geen financiële consequenties. Projectnummer en omschrijving Uitgaven Inkomsten Krediet Realisatie Restant Krediet Realisatie Restant Voorbereidingsprojecten P0200115 Monitoringsconstructie Hambeek en Roer 0 28.779-28.779 0 0 P0500403 Regenw aterbuffer grub merkelbekerbeek 0 55.998-55.998 0 0 P0501802 Steegw eg in Jabeek 0 39.926-39.926 0 0 P0602006 Herinrichting middenloop Caumerbeek 0 1.346-1.346 0 0 P1600104 Stedelijke Jeker Maastricht 0 9.492-9.492 0 0 Uitvoeringsprojecten P1000123 / Aanpak van w aterstaatkundige en ecologische knelpunten van de P1000124 Geul in de gemeente Valkenburg aan de Geul P1006502 Herinrichting deeltraject Kanjel en vernieuw ing w aterinlaat nabij de Nieuw e of Ijzeren molen P2110209 Onderzoeken programma instrumenten w aterbeheerplan 2010-2015 12.490.183 11.695.686 794.497 5.215.183 4.819.224 395.959 1.485.000 1.194.385 290.615 0 0 73.000 64.513 8.487 0 0 P2130114 Kleine investeringsw erken fase 2 1.430.000 830.400 599.600 0 0 P2130202 Erosiemaatregelen Mergelland-West 2.150.000 1.117.275 1.032.725 451.000 53.947 397.053 P2200208 Steunpunt buitendienst 2.910.000 2.903.298 6.702 246.663 246.663 0 P5090004 Veiligheidstoetsing verlengde 3e ronde 200.000 172.722 27.278 0 0 TOTAAL 20.738.183 18.113.820 2.624.363 5.912.846 5.119.834 793.012
BIJLAGE K MEERJARIG INVESTERINGSPLAN REKENING 2014 Voorbereidingsprojecten P0200115 Monitoringsconstructie Hambeek en Roer Het betreft het aanleggen van een monitoringsconstructie in de vispassage Hambeek te Roermond. Dit om de werking van de vispassage te kunnen controleren en meer inzicht te krijgen in de vismigratie in de Hambeek en de Roer. In de voorbereidingsfase is een ontwerp gemaakt incl. uitvoeringsbegroting. Deze raming was zodanig hoog dat besloten is het project in deze vorm geen doorgang te laten vinden. Hierdoor kan het project worden afgesloten. De voorbereidingskosten hebben betrekking op diverse onderzoeken en geactiveerde uren. P0500403 Regenwater grub merkelbekerbeek Het betreft de aanleg van een regenwaterbuffer die 17.000 m³ water kan bergen, ter voorkoming van wateroverlast in Schinveld. In het kader van doelmatigheid wordt het project niet individueel uitgevoerd, maar als onderdeel van het vergroten regenwaterbuffers fase 3, waardoor het project in deze vorm kan worden afgesloten. De voorbereidingskosten hebben betrekking op onderzoeken, planvoorbereiding en geactiveerde uren. P0501802 Steegweg in Jabeek Het betreft de aanleg van een regenwaterbuffer die 4.150 m³ water kan bergen, ter beperking van water- en modderoverlast in Jabeek. In het kader van doelmatigheid is het project niet individueel uitgevoerd, maar als onderdeel van het vergroten regenwaterbuffers fase 2, waardoor het project in deze vorm kan worden afgesloten. De voorbereidingskosten hebben betrekking op onderzoeken, planvoorbereiding en geactiveerde uren. P0802008 Herinrichting middenloop Caumerbeek Het project wordt afgesloten, doch de scope van het project wordt toegevoegd aan het project Herinrichting gedeelte Caumerbeek nabij Aambos (P0602001). De voorbereidingskosten hebben betrekking op geactiveerde uren. P1600104 Verbetering stedelijke (noordelijke tak) Jeker, Maastricht. Het project Verbetering stedelijke Jeker Maastricht is ca. 15 jaar geleden in de begroting opgenomen om de noordelijke Jekertak te verbeteren. Enkele keren zijn pogingen ondernomen om met de gemeente Maastricht afspraken te maken om tot concrete voorbereiding van dit project te komen. Dit is om uitlopende redenen nooit gelukt, waardoor tot op heden geen feitelijk geen stappen qua voorbereiding van het project zijn gezet. Thans is noch bij de gemeente noch bij het waterschap enige activiteit met betrekking tot dit project. Bovendien is dit de komende jaren ook niet te verwachten. De voorbereidingskosten hebben betrekking op onderzoeken (als bijdragen aan de gemeente Maastricht) en geactiveerde uren.
BIJLAGE K INVESTERINGSPLAN REKENING 2014 Uitvoeringsprojecten P1000123 & P1000124 Aanpak van waterstaatkundige en ecologische knelpunten van de Geul in de gemeente Valkenburg aan de Geul. De kademuren in het centrum van Valkenburg aan de Geul zijn gerenoveerd en de Walramstuw is aangelegd. Dit draagt bij aan bescherming tegen wateroverlast. Door afkoppeling van verhard oppervlak komt minder schoon water in het riool. De aanleg van een vistrap heeft geleid tot opheffing van het vismigratieknelpunt. Verder draagt het verruimen van de doorvoercapaciteit bij de Franse Molen en de Oude Molen in Valkenburg ook bij aan het voorkomen van wateroverlast. Aanpassing van de maal- en lossluizen van de Franse Molen, de Oude Molen en het turbinegebouw van de Oude Molen zorgt voor herstel van cultuurhistorische elementen, welke in overleg met en gefinancierd door de gemeente Valkenburg in en rond de Geul zijn teruggebracht. Het project kan met een positief saldo worden afgesloten. In het verleden is een dreigende overschrijding geconstateerd van het uitvoeringskrediet waarna dit is verhoogd met 1.500.000. Uiteindelijk heeft het waterschap de risico's dusdanig weten te beheersen, waardoor de overschrijding beperkt is gebleven en thans nog kredietruimte resteert. Van de provincie is de maximaal toegezegde bijdrage van 2.700.515 in dit project ontvangen. De bijdrage van de gemeente Valkenburg in de projectkosten is lager, omdat deze bijdrage is gerelateerd aan de - uiteindelijk - lagere kosten. P1006502 Herinrichting deeltraject Kanjel en vernieuwing waterinlaat nabij de Nieuwe of ijzeren molen. Om het watersysteem van de Kanjel en Gelei te voorzien van een permanente wateraanvoer vanuit het Geulke zijn de lossluizen van de Rothemermolen geautomatiseerd. Ook is een nieuw tracé voor de Kanjel aangelegd bovenstrooms van de molen. Bovenstrooms van de huidige inlaat is een nieuwe loop gegraven die benedenstrooms het molengebouw aantakt. Bovenstrooms van de Maastrichterweg wordt een slibvang aangelegd. Deze vangt overtollig zand en slib op. Langs de tuinen van aanwonenden Willem-Alexanderweg in Maastricht wordt de oever van de Kanjel voorzien van stapelwerk. Het project kan met een positief saldo worden afgesloten. Naast het behaalde aanbestedingsvoordeel van 11%, zijn uiteindelijk geen maatregelen noodzakelijk gebleken aan de WBL-transportleiding, terwijl hier in het krediet wel rekening mee was gehouden. P2110209 Onderzoeken in het kader van het waterbeheerplan 2010-2015, programma instrumenten Diverse onderzoeken zijn uitgevoerd. Het betreft: voorbereidingen voor evaluatie van projecten, (nader)onderzoek naar biologische kwaliteitselementen voor de KRW en overige waterlichamen, het gebruik van effluent als beregeningswater en een verkenning van de invloed van afstromend wegwater op de waterkwaliteit. Verder is KRW-monitoring uitbesteed ten behoeve van het biologische kwaliteitselement waterplanten. Het project kan met een positief saldo worden afgesloten. De KRW-monitoring is gunstiger uitgevallen dan aanvankelijk is voorzien. P2130114 Kleine investeringswerken fase 2 Diverse kleine investeringen - ter beperking van wateroverlast en het in stand houden van het watersysteem - aan waterschapsobjecten worden geclusterd en in bestek uitgewerkt. Denk aan het verleggen van een beektracé, aanbrengen stapelmuur ter bescherming van een oever, herstel duikers en bruggen. De diverse locaties waar deze werken nodig zijn, liggen verspreid door het hele werkgebied. Bundeling van deze werken zorgt voor effectieve en efficiënte uitvoering
BIJLAGE K MEERJARIG INVESTERINGSPLAN REKENING 2014 Het project kan met een positief saldo worden afgesloten. De lagere uitgaven zijn een gevolg van aanbestedingsvoordeel - 40% t.o.v. de raming -, geen noodzakelijke aanpassingen aan kabels en leidingen en geen kosten voor de afzet van vrijkomende grond. P2130202 Erosiemaatregelen Mergelland-West Zoals verwoord in het convenant versterking aanpak bodemerosie en wateroverlast 2000 is het waterschap trekker voor de realisering van groenstroken, grasbanen, regenwaterbuffers e.d., voor zover dit niet geschiedt via landinrichting c.q. binnen landinrichtingsprojecten. Ook de nog te realiseren maatregelen binnen de voormalige ruilverkaveling Mergelland worden door het waterschap gerealiseerd. Het plan van aanpak hiervoor is opgesteld en goedgekeurd door de Stuurgroep wateroverlast en bodemerosie. Door middel van de aankoop van (ruil)gronden is medewerking verkregen om op de gewenste plaatsen de geplande erosieremmende voorzieningen te realiseren. Na aankoop van de gronden op de gewenste locaties worden de groenstroken en grasbanen aangelegd. Het project kan met een positief saldo worden afgesloten. De verwerving van gronden voor erosieremmende maatregelen is minder succesvol gebleken dan verwacht, waardoor de uitgaven zijn achtergebleven. De inkomsten betreffen een vast percentage van de uitgaven en fluctueren dan ook met de uitgaven. P2200208 Steunpunt buitendienst De realisatie van een centrale huisvesting voor de buitendienst met een centrale opslag voor (calamiteiten)materiaal is naar tevredenheid van bestuur en personeel uitgevoerd. Het project kan met een positief saldo worden afgesloten. De uitgaven voor de aankoop in 2012 en verbouwing (2014) van het bedrijfspand Rijksweg Noord te Sittard zijn binnen het beschikbaar gestelde krediet uitgevoerd. Van Rijkswaterstaat is een bijdrage ontvangen voor de uitbreiding van de opslagcapaciteit van kademateriaal (demontabele keringen) in het kader van de kadeophogingen in de Regio Roermond P5090004 Veiligheidstoets verlengde 3 e toetsronde De Verlengde 3e landelijke toetsing primaire waterkeringen is de completering van het landelijk toetsbeeld voor alle primaire waterkeringen. De aanvullende resultaten zijn in 2014 (voor zover noodzakelijk) meegenomen in het beoordelingsproces van het nieuwe hoogwaterbeschermingsprogramma (nhwbp). Bij de LRT3 heeft 36,0 km van het areaal in het werkgebied van Waterschap Roer en Overmaas de score geen oordeel gekregen. Het percentage geen oordeel is hiermee 47%. Het streven van het waterschap is om in de Verlengde 3e landelijke toetsing primaire waterkeringen een zo hoog mogelijk percentage geen oordeel weg te werken. De Verlengde Derde Toetsronde (LRT3+) bestond uit diverse toets onderdelen. Een deel daarvan behoorde tot de minimale opgave en daarnaast was sprake van optioneel uit te voeren onderdelen. Het project kan met een positief saldo worden afgesloten. Voor enkele onderdelen uit de minimale opgave zijn de kosten lager gebleken dan geraamd, of heeft voortschrijdend inzicht geleid tot de conclusie dat deze niet meer uitgevoerd hoefden te worden.