RIM Verkeersleermiddelen Rijbewijs B Beste collega, Bij deze wil ik u bedanken voor het bestellen van mijn Rijles-instructiemap. Ik hoop van harte dat uw leerlingen er veel van zullen opsteken. Zijn er van uw kant nog vragen, opmerkingen of reacties? Zolder Superleaque Formula Florence by night Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een gegevensbestand of openbaar worden gemaakt in enige vorm of op welke andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Ik 1 s ce uc s el an ve m u Zee ns k we Hen Tel.: 035-6943195 Mobiel : 06-20 43 71 66 Pr. Margriethof 15 1411 BV Naarden
SCHAKELEN HET NIEUWE RIJDEN Van 4 naar 5 Van 3 naar 4 Van 2 naar 3 Van 1 naar 2 Schakel zo vroeg mogelijk op naar een hogere versnelling. Bij maximaal 2000 toeren, voor benzine bij maximaal 2500 toeren. 1 1 2 3 2 2 4 5 3 4
WEGRIJDEN VERSNELLINGSBAK MOTOR 1e versnelling 3
SPIEGELS STELLEN BUITENSPIEGEL BINNENSPIEGEL 4
DODE HOEKEN 5
LINKS EN RECHTS AFSLAAN S SPIEGELEN R RICHTING AANGEVEN V OORSORTEREN RECHTS AFSLAAN NORMALITER FIETSSTROOK ONDERBROKEN STREEP FIETSSTROOK DOORGETROKKEN STREEP LINKS AFSLAAN (BROM)FIETSERS TOEGESTAAN (BROM)FIETSERS TOEGESTAAN (BROM)FIETSERS TOEGESTAAN TWEERICHTINGSVERKEER EENRICHTINGSVERKEER BEPERKT EENRICHTINGSVERKEER ONDERBORD 6 (BROM)FIETSERS TOEGESTAAN
NC REMMEN EN TERUGSCHAKELEN NAAR DE TWEEDE VERSNELLING V R SPIEGELEN: BINNENSPIEGEL BUITENSPIEGEL RECHTS OVER DE SCHOUDER 7 S
NC REMMEN EN TERUGSCHAKELEN NAAR DE TWEEDE VERSNELLING V R SPIEGELEN: S 8 BINNENSPIEGEL BUITENSPIEGEL LINKS NAAST
VOOR ELKAAR LANGS GEEN OPSTELRUIMTE V R SPIEGELEN: S 9 BINNENSPIEGEL BUITENSPIEGEL LINKS NAAST
NC NC REMMEN EN TERUGSCHAKELEN NAAR DE TWEEDE VERSNELLING V R SPIEGELEN: S 10 BINNENSPIEGEL BUITENSPIEGEL LINKS NAAST
VOOR ELKAAR LANGS KRUISEN TE WEINIG RUIMTE TUSSEN DE KRUISENDE VERKEERSSTROMEN OM ELKAAR HEEN RUIMTE TUSSEN DE KRUISENDE VERKEERSSTROMEN 11
1. Mag ik hier keren? Bv Autoweg bord G3 Autosnelweg bord G1 Eenrichtingsweg bord C3 2. Stoppen Kijken rondom, vooruit rijden en naar links gaan sturen. Op 50 cm van de trottoirband naar rechts sturen en rustig tegen de trottoirband stilzetten. 3. Kijken rondom, achteruit rijden en naar rechts gaan sturen. Wanneer haaks op de weg, naar links gaan sturen en rustig tegen de trottoirband stilzetten. 4. Kijken rondom, vooruit rijden en naar links gaan sturen. 5. Evt. stap 3 en 4 herhalen. 6. Kijken en snelheid aanpassen. Tips Stapvoets rijden met slippende koppeling Niet sturen als de auto stilstaat Snel sturen Denk om obstakels 12
1 1. Mag ik hier parkeren? 2 ± 1,5 x de lengte 2. Stoppen spiegel gelijk aan voorkant auto 3 3. Stapvoets achteruit rijden en insturen wanneer achterkant auto zichtbaar is 4. Kijken rondom i.v.m. uitzwaaien linker voorkant 4 5. Let op denkbeeldige lijn, wanneer evenwijdig aan de weg terugsturen 6. Stoppen wanneer de auto recht staat Wielen niet terug sturen 5 6 7 13 7. Kijken, richting aangeven, wegrijden en snelheid aanpassen Tips Stapvoets rijden met slippende koppeling Niet sturen als de auto stilstaat Snel sturen
Denk aan de wielen Tips Stapvoets rijden met slippende koppeling Niet sturen als de auto stilstaat Snel sturen 14
± 30 cm 2 1. Mag ik hier stilstaan? 2. Stoppen, kijken rondom, punt in achterruit zoeken en stapvoets achter uit rijden 3. Punt in achterruit gaat weg auto laten doorlopen 3 4 4. Insturen wanneer bocht in zijruit komt, denk aan het uitzwaaien Volgen door zijruit 5. Punt komt weer terug in achterruit Terug sturen en recht achter uit rijden 6. Stoppen wanneer de examinator het zegt. 5 7. Kijken, richting aangeven, wegrijden en snelheid aanpassen 15 6 7
STAPVOETS ACHTERUIT RIJDEN ZOEK EEN PUNT OP WANNEER JE GAAT INDRAAIEN DENK AAN DE UITZWAAI LINKS VOOR BEGINNEN MET TERUGDRAAIEN EN RECHT ACHTERUIT 16
BEGINNEN MET TERUGDRAAIEN EN RECHT VOORRUIT HOUD HET VERKEER LINKS NAAST JE IN DE GATEN ZOEK EEN PUNT OP WANNEER JE GAAT INDRAAIEN 17
Inrit achteruit +/- 30 cm tussenruimte +/- 7 meter voorbij de inrit Kijk goed om je heen voor het overige verkeer 18
Inrit achteruit +/- 1 meter van de inrit naar rechts sturen Kijk goed om je heen voor het overige verkeer 19
GEEF RICHTING AAN BIJ HET VERLATEN VAN DE ROTONDE RICHTING AANGEVEN NAAR RECHTS BIJ 1/4 BERIJDEN VAN DE ROTONDE RICHTING AANGEVEN NAAR LINKS BIJ 3/4 BERIJDEN VAN DE ROTONDE 20
GEEF RICHTING AAN BIJ HET VERLATEN VAN DE ROTONDE RICHTING AANGEVEN NAAR RECHTS BIJ 1/4 BERIJDEN VAN DE ROTONDE RICHTING AANGEVEN NAAR LINKS BIJ 3/4 BERIJDEN VAN DE ROTONDE 21
GEEF RICHTING AAN BIJ HET VERLATEN VAN DE ROTONDE RICHTING AANGEVEN NAAR RECHTS BIJ 1/4 BERIJDEN VAN DE ROTONDE RICHTING AANGEVEN NAAR LINKS BIJ 3/4 BERIJDEN VAN DE ROTONDE 22
D IJF TAAKPROCESSE V E N Waarnemen Handelen Voorspellen Beslissen Waarnemen VIA EEN GOEDE KIJKTECHNIEK UIT ALLE INFORMATIE OM JE HEEN MOET JIJ DIE INFORMATIE OPPIKKEN DIE VOOR JOU OP DAT MOMENT VAN BELANG IS Voorspellen KEUZE MAKEN NIET ALLEEN EIGEN GEDRAG GEDRAG ANDERE VERKEERSDEELNEMER EN VERKEERSSITUATIES VOORSPELLEN Evalueren 23 Evalueren INSCHATTEN IN HOEVERRE MAATSCHAPPELIJKE BELANGEN WORDEN GESCHAAD ALS INDERDAAD UITKOMT WAT JIJ VERWACHT Beslissen BESLUITEN TOT EEN BEPAALD GEDRAG Handelen HET GEDRAG WAARTOE BESLOTEN IS MOET WORDEN UITGEVOERD
WAARNEMEN VIA EEN GOEDE KIJKTECHNIEK VER VOORUIT KIJKEN VOORSPELLEN NIET ALLEEN EIGEN GEDRAG OOK GEDRAG ANDER EN VERKEERSSITUATIE 24
BESLISSEN BESLUITEN TOT EEN BEPAALD GEDRAG HANDELEN HET GEDRAG WAARTOE BESLOTEN IS MOET WORDEN UITGEVOERD 25
OPRIJDEN VAN KRUISPUNTEN Artikel 14 Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren. Dit artikel berust op het Amerikaanse beginsel : " don' t block intersections " Het oprijden van een kruising is slechts in twee gevallen toegestaan : 1. als over het gehele vlak kan worden doorgereden, 2. als het mogelijk is dat de bestuurder zich tussen de kruisende verkeersstromen opstelt. GOED GOED " don' t block intersections " FOUT 26
EVT. 2e VERSNELLING KIJKEN : 1e LINKS 2e VOOR 3e RECHTS KIJKEN: VOOR KIJKEN : BINNENSPIEGEL 3e VERSNELLING 27
VERLENEN VAN VOORRANG Artikel 15 Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders. Dit is de HOOFDREGEL " rechts gaat voor " Voorrang verlenen betekent " de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen " Op deze regel gelden de volgende uitzonderingen: Bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg. Bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram. Als de wegen NIET VAN GELIJKE ORDE zijn, dan Wordt aan bestuurders op voorrangswegen,- kruisingen of splitsingen voorrang verleend door bestuurders op andere wegen. Als op het wegdek haaietanden zijn aangebracht, wordt voorrang verleend aan bestuurders op de kruisende weg. Als er sprake is van " voorrangsvoertuigen ". EEN VOETGANGER KRIJGT NOOIT VOORRANG. Vergelijkbare weggebruikers zoals skeelers, skaters en steppers zijn geen bestuurders. 28
BORD B-1 BORD B-2 BORD B-6 BORD B-7 VOORRANGSWEG EINDE VOORRANGS WEG VERLEEN VOORRANG AAN BESTUURDERS OP DE KRUISENDE WEG STOP; VERLEEN VOORRANG AAN BESTUURDERS OP DE KRUISENDE WEG BORD B-1 Aan alle bestuurders op een aldus aangeduide weg moet door andere bestuurders op kruispunten voorrang worden verleend. Bord B-1 wordt binnen de bebouwde kom VOOR de kruising geplaatst, buiten de bebouwde kom NA de kruising. BORD B-6 Bij het naderen van een voorrangsweg geldt, dat bestuurders ( ook die van trams ) voorrang moeten verlenen aan bestuurders, zowel van links als van rechts. BORD B-7 Het bord verplicht bestuurders te STOPPEN. en evenals bord B-6 voorrang te verlenen. Wanneer bij een groen verkeerslicht wordt weggereden, ( in combinatie met een stopbord ) behoeft men niet meer te stoppen bij de stopstreep. Verkeerslichten gaan voor verkeerstekens die de voorrang regelen. BORD B-3 BORD B-4 BORD B-5 VOORRANGS KRUISPUNT ZIJWEG LINKS ZIJWEG RECHTS In tegenstelling tot bord b-1 echter geldt de voorrang alleen maar voor de eerstkomende kruising. 29
REMMEN EN TERUGSCHAKELEN NAAR DE TWEEDE VERSNELLING 30
31
Inrit- en uitrit ALLE VERKEER VOOR LATEN GAAN UIT EEN UITRIT DE WEG OPRIJDEN, VAN EEN WEG EEN INRIT OPRIJDEN, IS EEN BIJZONDERE MANOEUVRE DUS: HET OVERIGE VERKEER VOOR LATEN GAAN. 32
P L A A T S V O O R B IJ G A A N I N H A L E N 33 RUIM VOORBIJGAAN WAT DOEN DE FIETSERS? O P DENK OOK AAN ZIJWIND ANTICIPEREN D E KIJK VER VOORUIT OF ER GEEN TEGENLIGGER AANKOMT W E G VROEGTIJDIG SPIEGELEN DENK AAN DE DODE HOEK BIJ DE ZIJDELINGSE VERPLAATSING
INVOEGEN * KIJKEN * SNELHEID MAKEN * AFSTAND VOORGANGER KIJKEN - BINNENSPIEGEL BUITENSPIEGEL SNELHEID - AANPASSEN OVERIGE BESTUURDERS AFSTAND HOUDEN : 2 SECONDEN REGEL 34
UITVOEGEN * RICHTING AAN OP ± 300M UIT Wanneer je het laatste bord kunt lezen Soest Baarn-Noord OF: 300 M Wanneer je naast dit bord bent het bord met de pijl voor rechtdoor * PAS SNELHEID TERUG OP DE UITVOEGSTROOK * EINDE BLOKMARKERING RICHTINGAANWIJZER UIT 35 Soest Baarn-Noord
UIT 36 UIT
VOLGAFSTAND U MOET KUNNEN STOPPEN BINNEN DE AFSTAND WAAROVER U DE WEG KUNT OVERZIEN EN DE WEG VRIJ IS. EEN GOEDE REGEL IS DE 2 SECONDEN REGEL. WE KUNNEN OOK DE AFSTAND BEREKENEN. BIJVOORBEELD: 80 km/uur is : 80.000 meter per 3600 seconden. PER SECONDE IS DAT 80.000 gedeeld door 3600 = 22,2 meter. NOG EEN MAKKELIJKE MANIER IS DE SNELHEID GEDEELD DOOR 10, MAAL 3. BIJVOORBEELD: 80 km/uur gedeeld door 10 = 8. 8 maal 3 = 24 meter. Bijna gelijk aan de 22,2 meter. DIT IS NU DE AFSTAND PER SECONDE DUS IN 2 SECONDEN WORDT 44,4 METER OF VOLGENS DE VUISTREGEL 48 METER AFGELEGD. VOLGENS DE VUISTREGEL IS DE AFSTAND IETS GROTER, DUS OOK WAT VEILIGER. VOORBEELD: 100 km/u = 3x10= 30 maal 2 = 60 meter. 90 km/u = 3x 9= 27 maal 2 = 54 meter. 70 km/u = 3x 7= 21 maal 2 = 42 meter. 50 km/u = 3x 5= 15 maal 2 = 30 meter. VOLGAFSTAND VERGROTEN IN MOEILIJKE OMSTANDIGHEDEN BIJVOORBEELD: BIJ ZWARE REGENVAL RIJDEN IN MIST WINTERSE OMSTANDIGHEDEN BERGAFWAARTS RIJDEN GEBRUIK DAN EEN AFSTAND VAN 3 SECONDEN VOLGAFSTAND IS WAT ANDERS DAN DE STOPAFSTAND 37
REMPROCES DE LENGTE VAN DE AFGELEGDE WEG GEDURENDE DE REACTIETIJD VAN DE BESTUURDER + DE LENGTE VAN DE REMWEG = STOPAFSTAND 2 De lengte van de remweg (s) is gelijk aan: het kwadraat van de snelheid (v )gedeeld door 2 maal de vertraging (a). 2 V FORMULE S= 2a SNELHEID REMVERTRAGING 30 KM/U 30 KM/U 50 KM/U 50 KM/U 80 KM/U 80 KM/U 2 5,2 M/SEC. 8 M/SEC.2 5,2 M/SEC.2 2 8 M/SEC. 2 5,2 M/SEC. 2 8 M/SEC. REMWEG + REACTIE = REMWEG 6.68 4.34 18.55 12.60 47.48 30.86 METER METER METER METER METER METER STOPAFSTAND 1 SEC. 6.68 M 18.55 M 47.48 M 38 + 8.3 M + 14 M + 22 M = = = 14.98 METER 32.55 METER 69.48 METER BIJ 30 KM/U BIJ 50 KM/U BIJ 80 KM/U BIJ VERDUBBELING SNELHEID : REMWEG IN HET KWADRAAT TOEGENOMEN
BIJZONDERE MANOEUVRES De kandidaat moet zelfstandig een bijzondere manoeuvre kunnen uitvoeren 1e Omkeeropdracht 2e Parkeeropdracht 3e Stopopdracht Doel: zelfstandig kunnen kiezen zelfstandig kunnen uitvoeren. De opdrachten worden altijd rijdend gegeven. Keuze van uitvoering is altijd aan de kandidaat Omkeeropdracht: Halve draai Keren door steken Bocht achteruit Gebruik maken van parkeerplaats of parkeervakken Via een uitrit keren Laat de opdracht uitvoeren in dezelfde straat waarin wordt gereden. Niet op een rotonde of prive terrein Parkeeropdracht: Parkeren in een parkeervak (vooruit of achteruit) Parkeren in file (vooruit of achteruit) Parkeren langs de zijde van de rijbaan (mag zowel links als rechts) De kandidaat dient zo dicht mogelijk bij de opgegeven plek te parkeren. Stopopdracht: Kort achter een voertuig stoppen en daarna vooruit wegrijden 39
Map B en BE ook voor de ipad Android tablets / Smartphones www.rim-verkeersleermiddelen.nl