Commissie van Beroep VO

Vergelijkbare documenten
Commissie van beroep vo

Commissie van Beroep VO SAMENVATTING

UITSPRAAK. in het geding tussen: de heer A, wonende te B, appellant, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. S.K. Oskam

Commissie van Beroep PO

SAMENVATTING. het College van Bestuur van de Stichting D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr.

Beroep tegen onthouding promotie gegrond omdat de werkgever de procedure niet correct heeft gevolgd.

Commissie van Beroep PO

het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen

UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw mr. F.J.

Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo

SAMENVATTING / Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; BVE

UITSPRAAK in het geding tussen: de heer A, wonende te B, bezwaarde, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw mr. J.G.T.M. Bekkers-Van Heumen

UITSPRAAK. in het geding tussen: mevrouw A, wonende te B, appellante, hierna te noemen A

Commissie van Beroep VO

SAMENVATTING UITSPRAAK

Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend.

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever

Verzoek voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling, vacant houden functie en loondoorbetaling; HBO SAMENVATTING

sollicitatieprocedure niet te benoemen in de (hogere ) functie van schooldirecteur kan in stand blijven.

SAMENVATTING Beroep ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, subsidiair wegens gewichtige redenen; BVE

Beroep tegen overplaatsing gegrond vanwege het ontbreken van de instemming van de werkneemster.

SAMENVATTING Bezwaar tegen de waardering als Docent B, schaal 10; HBO

UITSPRAAK. in het geding tussen: de heer A, wonende te B, appellant, hierna te noemen A gemachtigde: mevrouw L. Toering

Beroep tegen berisping is gegrond omdat het plichtsverzuim niet ernstig genoeg is. UITSPRAAK

SAMENVATTING UITSPRAAK

Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan is gegrond, omdat de werknemer niet vooraf zijn zienswijze kon indienen

de Personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad van C, te B, verweerder, hierna te noemen de PMR

Commissie van Beroep PO

Beroep tegen een disciplinaire overplaatsing is niet-ontvankelijk omdat de overplaatsing geen disciplinair karakter heeft.

Ontslag wegens reorganisatie houdt stand omdat de werkgever het Sociaal Plan correct heeft toegepast; HBO

COMMISSIE VAN BEROEP VOOR HET CHRISTELIJK VOORTGEZET ONDERWIJS EN HOGER BEROEPSONDERWIJS UITSPRAAK. CvB VO-HBO U

SAMENVATTING UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever

SAMENVATTING / Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan; VO

SAMENVATTING. het College van Bestuur van de Stichting C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever

107502/ De twee schorsingen van de werknemer zijn onjuist; de eerste vanwege een vormfout en de tweede omdat daarvoor onvoldoende grond was.

het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. M.J.A. de Bruijn

UITSPRAAK. de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad van [de school], gevestigd te [plaatsnaam], verweerder, hierna te noemen de PMR.

het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. W. Brussee

Ontslag wegens reorganisatie houdt stand omdat de functie van werkneemster is vervallen en er geen andere passende functie voor haar is.

SAMENVATTING U I T S P R A AK

UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr. A.L.W.G.

Interpretatiegeschil cao vo. Niet vastgesteld kan worden dat de werkgever artikel 8.1 lid 5 cao vo onjuist heeft toegepast.

Commissie van Beroep BVE

Transcriptie:

107363 - Terugplaatsing in functie docent LB is onthouding van promotie; terugplaatsing is niet redelijk omdat niet gebleken is dat niet voldaan is aan de functievereisten docent LD in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A wonende te B, appellante, hierna te noemen A gemachtigde: de heer C en het College van Bestuur van D, gevestigd te B, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer E 1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij beroepschrift van 15 juli 2016, aangevuld op 2 september 2016 en 16 november 2016, heeft A beroep ingesteld tegen de beslissing van de werkgever van 7 juni 2016 om haar terug te plaatsen in de functie van docent LB. De werkgever heeft op 3 oktober 2016 een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling van het beroep vond plaats op 24 november 2016 te Utrecht. A verscheen in persoon en werd bijgestaan door haar gemachtigde. De werkgever werd vertegenwoordigd door de heer F, rector van het G, daartoe bijgestaan door de gemachtigde. Beide partijen hebben een pleitnotitie overgelegd. 2. DE FEITEN A, is sinds augustus 2007 als docent klassieke talen werkzaam op het G, vallende onder D. A is sinds 1 augustus 2010 werkzaam in een vast dienstverband met een betrekkingsomvang van 0,8640 fte. Op de arbeidsverhouding was tot 1 juli 2016 van toepassing de cao vo 2014-2015 en is vanaf 1 juli 2016 van toepassing de cao vo 2016-2017. A is benoemd als docent LB. Vanaf 1 augustus 2014 is A op basis van artikel 5.2 cao vo, het zogenoemde entreerecht, benoemd in een LD-functie. De toelichting op artikel 5.2 cao vo 2014-2015 alsook artikel 5.2 lid 2 cao vo 2016-2017 bepaalt dat een leraar die op basis van het entreerecht in een LD-functie is benoemd, in zijn oude functie kan worden teruggeplaatst indien hij uiterlijk op 1 augustus 2016 niet voldoet aan de functievereisten van de functiebeschrijving die de werkgever op grond van artikel 12.4 cao vo heeft vastgesteld. 107363 / uitspraak d.d. 23 december 2016 pagina 1 van 6

Artikel 5.2 cao vo 2014-2015 luidt als volgt: Vanaf 1 augustus 2014 heeft elke leraar met een eerstegraads bevoegdheid die 50% of meer van zijn lessen binnen de structurele formatie geeft in een of meer van de jaren 4 en 5 havo en/of 4, 5 en 6 vwo recht op een LD-functie. De cao vo 2014-2015 bevat de volgende toelichting op artikel 5.2: Indien een leraar die benoemd is op basis van het entreerecht uiterlijk op 1 augustus 2016 niet voldoet aan de functievereisten van de functiebeschrijving die de werkgever op grond van artikel 12.4 CAO- heeft vastgesteld, kan hij teruggeplaatst worden in zijn oude functie. De inschaling geschiedt op het laatstelijk genoten salaris of het naast hogere bedrag, niet hoger dan het maximum behorende bij het carrièrepatroon van de oude functie. De voetnoot bij artikel 5.2 lid 1 cao vo 2014-2015 luidt : Onder structurele formatie wordt verstaan formatie niet zijnde projectformatie en kortdurende vervanging minder dan een jaar. Artikel 5.2 cao vo 2016-2017, welke cao op 1 juli 2016 in werking is getreden, luidt: 5.2. Entreerecht LD 1. De leraar die voor 1 augustus 2014 is gestart met een opleiding voor een master/ eerstegraadsbevoegdheid en voldoet aan de vereisten van het entreerecht (zie toelichting), heeft tot en met 31 juli 2017 recht op het entreerecht. 2. De leraar die voor 1 augustus 2015 benoemd is op basis van het entreerecht en uiterlijk op 1 augustus 2016 niet voldoet aan de functievereisten van de functiebeschrijving die de werkgever op grond van artikel 12.4 cao vo heeft vastgesteld, kan teruggeplaatst worden in de oude functie. De inschaling geschiedt op het laatstelijk genoten salaris of het naasthogere bedrag, niet hoger dan het maximum behorende bij het carrièrepatroon van de oude functie. Toelichting Tot 31 juli 2015 was sprake van het entreerecht. Het entreerecht hield in dat elke leraar met een eerstegraadsbevoegdheid die 50% of meer van zijn lessen binnen structurele formatie gaf in een of meer van de jaren 4 en 5 havo en/of 4, 5 en 6 vwo, recht op een LD-functie had. Onder structurele formatie wordt verstaan formatie niet zijnde projectformatie en kortdurende vervanging minder dan een jaar. De bij de werkgever geldende functievereisten zijn neergelegd in het beleidsdocument Sollicitatieprocedure LC/LD op D. In het kader van een benoeming in een LD-functie in het kader van het entreerecht is op het G een andere procedure voorgeschreven, die inhoudt dat er een adviescommissie wordt ingesteld die de door de kandidaten uiterlijk 13 mei 2016 in te leveren portfolio s beoordeelt. Deze commissie geeft vervolgens voor 20 mei 2016 advies aan de rector over het al dan niet (definitief) benoemen van de kandidaten in schaal LD, waarna de rector de kandidaat uiterlijk 31 mei 2016 bericht over de uitslag van de procedure. Op 12 mei 2016 heeft A haar portfolio toegezonden aan de adviescommissie en aan de rector van de school. De adviescommissie, bestaande uit twee conrectoren en twee personeelsleden, voorgedragen door de PDMR, heeft op 19 mei 2016 de rector het volgende geadviseerd: De commissie 107363 / uitspraak d.d. 23 december 2016 pagina 2 van 6

adviseert de rector A unaniem niet als LD docent te handhaven. De rector heeft dit advies overgenomen en zijn besluit op 27 mei 2016 mondeling aan A meegedeeld. Bij brief van 7 juni 2016 heeft de werkgever A bevestigd dat zij met ingang van 1 augustus 2016 zal worden teruggeplaatst in haar oude functie van docent LB, omdat zij niet voldoet aan de functievereisten van de functiebeschrijving van de docent LD zoals door de werkgever vastgesteld. Tegen deze beslissing is het beroep gericht. 3. STANDPUNTEN VAN PARTIJEN A stelt dat haar het recht om structureel in aanmerking te komen voor een LD-functie wordt onthouden. Hiermee is sprake van het onthouden van promotie waartegen beroep bij de Commissie openstaat. Het bestreden besluit is niet gemotiveerd, hetgeen eveneens geldt voor het advies van de adviescommissie, dat summier is toegelicht. De gegeven toelichting, die A pas na ontvangst van het verweerschrift onder ogen kreeg, is onzorgvuldig, deels feitelijk onjuist, tendentieus en niet gespiegeld aan de gestelde functie-vereisten van de docent LD. Binnen de sectie klassieke talen is vanaf voorjaar 2015 een mediationtraject gevolgd waardoor de samenwerking en het overleg binnen het team langere tijd heeft stil gelegen. A heeft belemmeringen ervaren in de ongeïnteresseerdheid van de teamleider en de verlammende werking van een teammediation. Hierdoor heeft zij de benodigde onderwijsvernieuwing op het gebied van studievaardigheden niet snel kunnen doorvoeren en daarmee niet de mogelijkheid gekregen om de LD-rol in het team ten volle uit te dragen. Zij heeft echter wel het maximale gedaan om in aanmerking te komen voor een structurele benoeming in de LD-functie. De werkgever heeft voorts niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat A niet in staat zou zijn de coördinerende rol te vervullen. Overigens is het ook geen eis voor het entreerecht dat zij ten volle een coördinerende rol vervult of een einddoel heeft bereikt. Het besluit om haar terug te plaatsen in de functie van docent LB kwam voor A onverwacht. Op geen enkel moment is haar tussentijds kenbaar gemaakt dat zij mogelijk niet zou voldoen aan de specifieke LD-eisen. Ook overigens is niet of nauwelijks aandacht geweest voor haar voortgang en ontwikkeling op LDniveau. De werkgever stelt allereerst dat de Commissie niet bevoegd is over het beroep te oordelen, omdat de wettelijke grondslag om over ontslag en andere arbeidsrechtelijke geschillen in artikel 52 W is komen te vervallen. Ook is het beroep niet-ontvankelijk omdat geen sprake is van het onthouden van promotie. Een terugplaatsing is niet als zodanig aan te merken. Inhoudelijk voert de werkgever aan dat de procedure zoals neergelegd in een beleidsdocument zorgvuldig is gevoerd. De portfolio van A is bekeken door de adviescommissie en op grond daarvan heeft de rector besloten het unanieme advies van de commissie te volgen en A niet in de LD-functie te houden. A heeft niet of nauwelijks een coördinerende rol vervuld en zij toont in haar portfolio niet aan dat zij aan dit functie-vereiste heeft voldaan. De door haar verzamelde informatie behoort tot de verkenningsfase, maar na een periode van twee schooljaren is dat een tamelijk magere oogst. Van A werd verwacht dat zij zichtbaar/aantoonbaar invulling gaf aan het coördineren van activiteiten op het terrein van studievaardigheden. Hierover is wel degelijk met haar gesproken; in de functionerings- 107363 / uitspraak d.d. 23 december 2016 pagina 3 van 6

gesprekken van 2015 en 2016 is besproken dat zij zich minder volgend en meer coördinerend en profilerend moest opstellen. A kon dan ook redelijkerwijs niet verrast zijn door het besluit van de werkgever, temeer daar er kort daarvoor een in mei 2016 geplande studiemiddag over (onder meer) studievaardigheden moest worden geannuleerd vanwege onvoldoende input op dat onderwerp. Wat betreft het zich onvoldoende gesteund vinden, geeft de werkgever aan dat juist van een LD-docent mag worden verwacht dat deze de wenselijk geachte steun kan organiseren. A is derhalve terecht teruggeplaatst in haar oude functie, aldus de werkgever. 4. OVERWEGINGEN VAN DE COMMISSIE De bevoegdheid en de ontvankelijkheid De instelling is aangesloten bij de Commissie. A stelt dat sprake is van het onthouden van promotie en daarmee is de Commissie bevoegd. Op grond van artikel 20 lid 1 onder c cao vo kan immers beroep worden ingesteld tegen het direct of indirect onthouden van promotie. Voor wat betreft de ontvankelijkheid van het beroep is van belang hoe de bestreden beslissing kan worden gekwalificeerd. De Commissie heeft eerder in de zaken betreffende het entreerecht geoordeeld dat onder promotie dient te worden verstaan de overgang naar een (docenten)functie met een hogere salarisschaal. Uit de bewoordingen van artikel 5.2 lid 2 cao vo volgt dat een benoeming in het kader van het entreerecht een voorwaardelijke benoeming in een LD-functie is. Eén van de voorwaarden is dat de docent per 1 augustus 2016 dient te voldoen aan de functievereisten behorende bij de functiebeschrijving van de docent LD. Door de beslissing tot terugplaatsing wordt de werknemer naar het oordeel van de Commissie promotie onthouden. Immers, de eerdere beslissing tot benoeming in een LD-functie wordt niet gecomplementeerd en de werknemer behoudt daardoor niet langer het salarisperspectief van de functie van LD-docent. Aldus is het terugplaatsen van A in haar oude functie van docent LB aan te merken als het onthouden van promotie, tegen welk besluit op grond van artikel 20 lid 1 onder c cao vo beroep open staat bij de Commissie. Nu het beroep tevens binnen de daartoe gestelde termijn is ingediend, is het beroep ontvankelijk. Het onthouden van promotie De leraar die benoemd is op basis van het entreerecht en uiterlijk op 1 augustus 2016 niet voldoet aan de functievereisten van de functiebeschrijving die de werkgever op grond van artikel 12.4 cao vo heeft vastgesteld, kan teruggeplaatst worden in de oude functie. Het besluit om de werknemer al dan niet terug te plaatsen in de oude functie behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de werkgever. De Commissie zal beoordelen of de werkgever A in redelijkheid heeft kunnen terugplaatsen in de functie van docent LB. De bij de werkgever geldende functievereisten zijn neergelegd in het beleidsdocument Sollicitatieprocedure LC/LD op D. Ten aanzien van een benoeming in een LD-functie in het 107363 / uitspraak d.d. 23 december 2016 pagina 4 van 6

kader van het entreerecht is op het G een andere procedure voorgeschreven, die inhoudt dat er een adviescommissie wordt ingesteld die de door de kandidaten in te leveren portfolio s beoordeelt. In de portfolio dienen de kandidaten volgens de bij de procedure behorende bijlage sollicitatieprocedure te laten zien op welke manier ze aan de invulling van de LDbenoeming voldoen. In deze bijlage staat onder meer dat de docenten in staat dienen te zijn een coördinerende functie te vervullen binnen de school of de groep; te denken valt aan een coördinerende rol in de vakgroep of leerlingenbegeleiding of als bruggenbouwer te fungeren naar andere locaties, hogescholen en/of universiteiten binnen de regio; de desbetreffende docent werkt daarin vakoverstijgend. Vaststaat dat A op 12 mei 2016 een portfolio van 42 pagina s heeft ingediend en dat de commissie, die het portfolio heeft beoordeeld, op 19 mei 2016 advies heeft uitgebracht aan de rector, inhoudende A niet als LD docent te handhaven. De motivering voor dit advies is naar het oordeel van de Commissie erg summier en lijkt meer betrekking te hebben op het functioneren van A dan op het daadwerkelijk toetsen van de vraag of zij al dan niet voldoet aan de functievereisten van de docent LD. Zo stelt de commissie onder meer: dat A hier een te rooskleurig beeld schetst van haar functioneren, Daarnaast twijfelt de commissie dat bepaalde uitspraken en claims die ze in het portfolio maakt echt van haarzelf zijn. Mede hierdoor ontstaat een algehele twijfel aan haar vaardigheden als LD Docent, en A is te onzichtbaar in de school en is ook als classicus te onzichtbaar bij het uitdragen van de klassieke cultuur binnen G. Ze heeft een mindere voorbeeldfunctie naar leerlingen, omdat ze zelf niet altijd afspraken nakomt en consequent is voor de klas. De motivering van de nadien door de rector getrokken conclusie dat de coördinerende werkzaamheden van A niet van het niveau zijn dat van een docent LD mag worden verwacht, ontbreekt. De Commissie is van oordeel dat de werkgever het advies van de adviescommissie niet in redelijkheid heeft kunnen overnemen en ten grondslag heeft kunnen leggen aan de beslissing om A terug te plaatsen in haar oude functie van docent LB. Dit geldt temeer nu de werkgever onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij A eerder heeft aangesproken over het niet dan wel niet volledig voldoen aan het vereiste dat zij coördinerende werkzaamheden diende te verrichten. Bovendien is gebleken dat er binnen de sectie Klassieke Talen zodanige spanningen waren dat er een mediationtraject is ingezet hetgeen zijn weerslag zal hebben gehad op de mogelijkheden van A om haar coördinerende werkzaamheden op het gebied van studievaardigheden te laten zien. De basis om te komen tot de conclusie dat A niet voldoet aan de functievereisten van de Docent LD ontbreekt derhalve, zodat de werkgever A niet in redelijkheid per 1 augustus 2016 heeft kunnen terugplaatsen in de functie van docent LB. Derhalve zal de Commissie het beroep gegrond verklaren. 5. OORDEEL Op grond van bovenstaande overwegingen verklaart de Commissie het beroep gegrond. 107363 / uitspraak d.d. 23 december 2016 pagina 5 van 6

Vastgesteld te Utrecht op 23 december 2016 door mr. C.H. Kemp-Randewijk, voorzitter, drs. K.A. Kool en mr. D.A.M. Schilperoord, leden, in aanwezigheid van mr. R.M. de Bekker, secretaris. mr. C.H. Kemp-Randewijk voorzitter mr. R.M. de Bekker secretaris 107363 / uitspraak d.d. 23 december 2016 pagina 6 van 6