Lieve gemeente, Aan Rabbi Hillel werd eens gevraagd of hij de hele Thora kon opzeggen terwijl hij op 1 been stond. Hij nam de uitdaging aan, ging op 1 been staan en zei: Behandel de ander niet zoals je zelf niet behandeld wilt worden. Dat is de hele Thora; de rest is uitleg. Met deze zin verwoordde hij wat wel de gulden regel wordt genoemd in alle wereldreligies. En deze gulden regel verbindt alle wereldreligies met elkaar want die is het centrale thema ervan. En als je dan weet dat in deze ene zin de hele Thora samengevat is, op dat moment kun je je afvragen waarom er toch zo ontzettend veel geboden in die Wet staan. 613 geboden moet het volk Israël naleven. Het heeft een oorzaak. De reden hiervan is dat het Jodendom een leefwijze is en niet alleen een religie. Als je vroom wilt zijn, als je God wilt dienen, dan moet je je houden aan de wetten van je land, aan de burgerlijke wetten. En dat moet omdat mensen, het volk Israël, maar wij ook, moeten leren met elkaar om te gaan wanneer we conflicten hebben. Het is nu eenmaal niet altijd koek en ei, tussen ons en de mensen waar we mee te maken hebben. Als dat zo was dan zou het leven niet zo ingewikkeld zijn. Maar omdat er ruzies, conflicten en onenigheid zijn tussen mensen, daarom moeten we leren hoe daarmee om te gaan. Vandaar regels en wetten.
In Psalm 119, die hele lange psalm met 176 verzen, daarin gaat het over de liefde van de dichter voor de Wet van God. Hoe mooi hij die vindt maar ook hoe moeilijk vaak. Wij hebben er een paar verzen van gelezen in een bewerking van Huub Oosterhuis en hij vertaalde het zo: Doe dit en dat, zo en niet anders, zegt Gij, en ik ga de weg van uw opdracht maar op wankele voeten, ik moet nog leren die levensweg te volgen. Wankele voeten, want het is moeilijk die weg van Gods wet te gaan. We moeten dat nog leren. Maar het is wel een weg die je brengt bij waarachtig leven. En wat is waarachtig leven voor ons? Hoe neem je de juiste beslissingen bij wat je doet? De Bijbel wil ons hierbij helpen door fundamentele regels aan te reiken. Richtlijnen voor waarachtig leven. Het gaat hierbij om regels die zo fundamenteel zijn dat ze bepalend zijn voor de kwaliteit van het leven. Regels als: niet doden, niet stelen, trouw zijn in de relaties die je aangaat met mensen. Over die fundamentele, diep-menselijke regels heeft Jezus het in het gedeelte dat we vanmorgen gelezen hebben. Die regels, zegt hij, vind je in de Thora, de Joodse Wet. Jezus hecht veel waarde aan deze regels. Lange tijd werd er wel gedacht, dat Jezus deze Joodse Wet wilde opheffen en overbodig maken en dat er met hem een nieuwe wet was gekomen. Maar zo is het niet.
Jezus zegt nadrukkelijk dat hij geen jota of haaltje, dat wil zeggen geen letter hoe klein ook, van de wet wil veranderen. Hij staat helemaal in de Joodse traditie en als een echte rabbi, een Joodse leraar legt hij de wet uit. De Thora, de wet, zegt hij, is van grote waarde voor het leven, maar de wetten zijn niet het einddoel. Zo op het oog lijkt het er misschien op dat Jezus hier een tegenstelling maakt tussen de Wet van Mozes en zijn eigen voorschriften. Dat zou je kunnen horen in de tegenstelling die hij gebruikt: Zoals bijvoorbeeld in de uitspraak: Jullie hebben gehoord dat je niemand mag doden, maar ik zeg jullie dat wie kwaad wordt op een ander gestraft moet worden. Het lijkt alsof Jezus het één tegenover het andere plaatst. Maar het is geen tegenstelling die hij hier neer wil zetten. Het gaat juist om een volledige vervulling van de Wet. Er is geen sprake van een tegenstelling met het Oude Testament, alleen met een bepaalde uitleg van de geboden. Deze uitleg was in de tijd van Mattheus gangbaar geworden. Een uitleg die bindend werd opgelegd als de enige ware. Zo werd bijvoorbeeld het gebod om de naaste lief te hebben, aangevuld met de richtlijn om de vijand te haten. Daar verzet Jezus zich tegen. Maar kun je je afvragen: is de Bergrede zelf dan ook niet een voorbeeld van een andere uitleg van de oorspronkelijke geboden en richtlijnen van de Thora. Een uitleg die op zijn beurt ook weer dwingend wordt opgelegd? Zoiets als een nieuwe wet? Toch is dat niet zo.
De tegenstellingen waar hier sprake van is, zijn juist radicaliseringen. Ze gaan terug naar de wortel, de meest eigenlijke bedoeling van de Wet. De Wet van Mozes wordt door Jezus aangescherpt. Hij grijpt terug op het hart van de wet. En hij verwacht meer van de mens dan alleen het uiterlijk van de wet te onderhouden. Zoals dat gebod dat je niemand mag doden. Een logisch gebod. Wij zullen niet snel iemand van het leven beroven, dus voor ons is dat gebod niet zo moeilijk. Maar Jezus scherpt het aan: Ook als je kwaad wordt op iemand of iemand uitscheldt, ook dan doe je het fout. Het is een radicalisering van het gebod. Een mens gaat niet alleen dood door oorlog en geweld, maar ook door onverschilligheid en haat. Het gaat er hierbij om dat de medemens een plek van leven verdient, zoals je zelf zo n plek van leven wilt hebben. Wie woedend blijft op zijn naaste gunt hem eigenlijk het licht in de ogen niet. Niet doden betekent dan ook: mensen niet doodzwijgen, niet als lucht beschouwen, doen alsof ze eenvoudigweg niet bestaan. Maar als dat zo is, dan is dit eigenlijk niet te doen. Want het is toch puur menselijk dat je wel eens kwaad bent op een ander? Je gaat je afvragen of dan niemand het goed kan doen. In hoeverre is die Bergrede met al die aangescherpte geboden dan geldig?
In de verschillende kerken werden daar verschillende antwoorden op gegeven. In de Katholieke kerk wordt een onderscheid gemaakt tussen de meer algemene voorschriften, die door iedereen te volbrengen zijn en de radicale raadgevingen, die alleen geldig zijn voor de religieuzen in de kloosters. De Lutherse Kerk bracht een onderscheid aan tussen het persoonlijke en het maatschappelijke bestaan, waarbij de Bergrede in het persoonlijke leven wel en in het maatschappelijke leven niet gepraktiseerd kan worden. En de Calvinistische traditie op haar beurt wees deze onderscheidingen af, waarbij wel tegelijk werd vastgesteld dat de zondige mens nooit in staat zal zijn aan de Bergrede te gehoorzamen. Wat moeten we met deze geboden, waarvan we weten er nooit aan te kunnen voldoen? Het is het verschil tussen ideaal en werkelijkheid waar we steeds weer tegenaan lopen. Je wilt wel het goede doen, maar het lukt gewoon niet. Je wilt je huwelijk in stand houden, maar het blijkt niet mogelijk te zijn. Je wilt iemand wel de andere wang toekeren, maar er is in het verleden zoveel verkeerds gebeurd en fout gegaan, dat je dit nooit meer zult vergeten en dat je iemand gewoon nooit meer wilt zien. Je wilt wel vergeven maar er is teveel beschadigd wat niet meer ongedaan gemaakt kan worden en je kunt het niet vergeven en vergeten. Jezus wil in de Bergrede niet een nieuwe wet opleggen met heel veel nieuwe regels, die als een loden last op je zou drukken.
Zodat je door al die regels eigenlijk geen stap meer zou kunnen verzetten. Waar het om gaat is om te kiezen voor de weg ten leven en dat niet alleen voor jezelf, maar ook voor de ander. Het gaat erom of je bezig bent voor jezelf en voor de ander het leven mogelijk of juist onmogelijk te maken. Het gaat om anderen behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden. Niet doden betekent bij Jezus: bouwen aan het leven, respect hebben voor elkaar en voor de schepping. Niet echtbreken betekent: trouw zijn aan elkaar, zuinig zijn op elkaars geluk. Niet stelen betekent bij Jezus: bereid zijn te delen, je brood breken en delen met wie niets heeft. Geen valse eed zweren wordt dan: de waarheid spreken en niet alleen als je een eed aflegt. Al je spreken moet waarachtig zijn. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen voor elkaar het leven licht maken. Dat we doen wat goed is. Wetten en regels kunnen daarbij helpen, maar je alleen aan de wetten en de regels houden is niet goed genoeg. Waarachtig leven bestaat niet alleen maar uit het onderhouden van de wet. Het gaat erom dat we ondanks alles en steeds weer opnieuw het goede blijven zoeken. Dat het uit ons hart komt en dat we ons daarbij door liefde laten leiden. Amen