Lestip 'Cryptodinges' Over het boek Keppen jijpij deppe pepee-tapaal? Dan weet je eigenlijk al wat cryptografie is! Cryptografie is de kunst van het geheimhouden en ontcijferen van boodschappen. Handig dus als je kleine broertje je probeert af te luisteren aan de telefoon, maar cryptografie gebeurt al eeuwenlang... Ontdek in dit boek de geschiedenis van geheimschriften en codes: hoe ze gebruikt worden in oorlogen en complotten, hoe ze steeds ingewikkelder worden én hoe je codes kunt kraken. De tekeningen maken alles extra spannend! Auteur(s) Siska Goeminne, Ingrid Verbauwhede, Nanne Meulendijks (illustrator) Uitgeverij Lannoo / 2008 Aantal pagina's 63 p. ISBN 9789020978094 Genre Non-fictie Doelgroep 6de leerjaar Trefwoorden raadsels Auteur lestip Marit Trioen Aan de slag Aanzet Een staaltje filosofie Enkele dagen voor de Jeugdboekenweek zet je een grote kist met een slot in de klas. Op de kist staat in grote letters TOP SECRET geschreven. De dag dat je met het boek werkt, vertel je je klas dat je een vreselijk geheim hebt. Het geheim is zo straf, dat je het met iemand moet delen. Misschien met je klas, maar dan wil je wel eerst weten hoe zij over geheimen denken. Filosofeer met de kinderen over geheimen. De volgende vragen kunnen je op weg helpen. Meer leuke ideeën vind je op de website van het Centrum Kinderfilosofie Nederland (zie: bibliografie). Wie heeft een geheim? Deel je dat geheim met iemand? Met wie? Als je jouw geheim aan iemand vertelt, is het dan nog geheim? Schrijf jij soms geheimen op? Waar? Kan iemand het aan jou zien, als jij een geheim hebt? Kan jij goed geheimen bewaren? Heb je al eens een geheim van iemand verklapt? Waarom? Zijn er ook geheimen die je niet voor jezelf mag houden? Moet je sommige geheimen verklappen? Zijn geheimen altijd leuk en spannend? Of bestaan er ook moeilijke geheimen? Hebben volwassenen ook geheimen? Hoe weet jij dat? Wat doen volwassenen dan?
Lager - Wereldoriëntatie - Mens (ik en mezelf) 3.1 Lager - Wereldoriëntatie - Mens (ik en de ander) 3.4 Lager - Nederlands - Spreken 2.5 Lager - Nederlands - Spreken 2.6 Op zoek in het woordenboek Na dit gesprek heb je er wel vertrouwen in: je kan met je klas een topgeheim delen. Geef een leerling het sleuteltje van het slot. Misschien een ideaal moment om een wat stillere leerling centraal te zetten? In de kist zit een grote omslag. Op de omslag staat een boodschap met een opdracht, bijv.: Beste zesdeklassers. Jullie dachten toch niet dat ik mijn geheim zomaar zou verklappen?! Ik weet nu wel dat ik jullie kan vertrouwen. Maarrr zijn jullie ook slim genoeg om mijn geheim te begrijpen? Even testen. Wat is cryptografie? Wat doet een cryptograaf? Of een cryptoanalist? En wie o wie is de codekraker? Pas als jullie allemaal samen het goede antwoord vinden, kan de omslag open en mijn geheim naar buiten. Laat de leerlingen de woorden in kleine groepjes opzoeken in een woordenboek. Hebben ze de betekenis van de vier woorden gevonden, dan mag de omslag open. Daarin zit je geheim in geheimschrift. De leerlingen proberen een poosje het geheimschrift te ontcijferen. Omdat ze het codewoord niet kennen, lukt dat echter niet (zie: verder). Gelukkig weet jij een oplossing: je hebt een boek waarin alles staat over geheimschrift. Wie dit boek gelezen heeft, kan zelfs de moeilijkste codes kraken. Aan de slag dus! Lager - Nederlands - Lezen 3.4 Verwerkingsactiviteiten Groepswerk de grote speurtocht Cryptodinges is geen voorleesboek. Het is zinvoller de leerlingen het boek zelfstandig via groepswerk te laten ontdekken. Probeer een aantal exemplaren van het boek te bemachtigen in de bibliotheek of kopieer de fragmenten die nodig zijn voor de opdrachten. Verdeel de klas in vijf hoeken. In elke hoek krijgen de leerlingen een ander soort opdracht. Op die manier verwerken ze het boek zo veelzijdig mogelijk. Elke groep krijgt tien minuten om de opdracht op te lossen. Organiseer het groepswerk via de CLIM-principes (zie: bibliografie). Na tien minuten brengt de verantwoordelijke de fiche met de oplossing naar de leerkracht. Is een groep eerder klaar, dan kan je daar natuurlijk al vroeger verbeteren. Als het antwoord goed is, dan teken je een loep op de fiche. Als het antwoord fout is, dan teken je een vraagteken. Na tien minuten schuift elke groep één hoek door. Waarschijnlijk zal je telkens groepjes hebben die sneller klaar zijn. Voor deze leerlingen voorzie je een extra opdracht, zoals het ontwerpen van een eigen geheimschrift, een woordzoeker met moeilijke woorden uit het boek, een rebus tekenen De leerlingen werken telkens verder aan deze extra opdracht wanneer ze klaar zijn met de opdracht aan hun tafel. Lager - Wereldoriëntatie - Mens (ik en de anderen: in groep) 3.7 Lager - Leren leren - 2 Hoek 1 Werken met de inhoudstafel Nodig: een kopie van de inhoudstafel op pagina vijf en een opdrachtenblad met zeven citaten uit het boek (zie hieronder, vergeet de antwoorden niet te wissen!)
Opdracht: Uit welk hoofdstuk komen de verschillende fragmenten? Schrijf het nummer van het hoofdstuk naast het fragment. In de Tweede Wereldoorlog gebruikte Amerika in de strijd tegen Japan een heel speciale code die nooit gebroken werd: het Navajo, een indianentaal. Die indianen gaven in hun eigen taal via de radio geheime berichten aan elkaar door. Nogal wiedes dat de Japanners daar geen touw aan konden vastknopen. (p. 49 hoofdstuk zes) Het Voynichmanuscript is een mysterieus handschrift in krullerige lettertjes en met schitterende tekeningen. Het werd in de vijftiende eeuw geschreven door een onbekende schrijver in een totaal onbekende taal. Niemand weet wat er precies in het schrift staat, want het is nog altijd niet ontcijferd. (p. 29 hoofdstuk vier) Eigenlijk is cryptografie gewoon een plechtig woord. Het komt uit het Grieks en je kunt het in twee stukken delen: crypto + grafie. Crypto of kryptós betekent verborgen. Grafie of grafó betekent schrijven. (p. 8 hoofdstuk één) Ook nu, in ons eigen dagelijkse leventje, worden we zonder het goed te beseffen omringd door cryptografie. Nee, we hebben niet langer te maken met trucs met onzichtbare inkt en teksten die met een of ander cijfer versleuteld zijn, maar wel met computercryptografie (p. 52 hoofdstuk zeven) Zijn geheimschrift stelde Julius Caesar op met een speciaal handcijfer militairen noemen het een veldcijfer, en het wordt ook wel eens een pen- en papiercode genoemd, omdat je het geheimschrift maakt met wat dacht je pen en papier. (p. 20-21 hoofdstuk drie) Cryptografie gebruik je óók om iets geheim te houden, maar het gaat dan niet om een geheim dat helemaal niemand mag weten. Vaak is het de bedoeling dat maar één ander jouw geheim kan ontraadselen. Je deelt het geheim dus met elkaar. En dat doe je door een geheime taal uit te vinden. (p. 14 hoofdstuk twee) Deze code is heel moeilijk te breken en dus ideaal om geheime boodschappen uit te wisselen met je beste vriend of vriendin. Jullie moeten gewoon samen een codewoord kiezen en ervoor zorgen dat alleen jullie en niemand anders! de code kennen. (p. 38 hoofdstuk vijf) Lager - Nederlands - Strategieën 5.2 Hoek 2 Zoek de grap Nodig: een kopie van pagina 9 Opdracht: Lees het fragment Veel meer dan geheimschrift. Leg daarna uit wat de tekening op deze pagina vertelt. Lager - Muzische vorming - Beeld 1.3 Hoek 3 Ontcijfer de zin in geheimschrift Nodig: een kopie van pagina 46-47 Opdracht: Ontcijfer de geheime boodschap IAR ZPE UNP JJSS LNU LKE IER EPD met het ADFGX-cijfer. Het codewoord is Leonardo. Op pagina 46-47 lees je hoe dit geheimschrift werkt. (Oplossing: Jullie zijn knappe speurders.) Lager - Nederlands - Lezen 3.1
Hoek 4 Zoek het antwoord in de tekst Nodig: het boek of een kopie van pagina 44 Opdracht: Lees de tekst op pagina 44. Hoe kregen de Fransen in de Eerste Wereldoorlog een voorsprong op hun vijand? Hoek 5 Een woord vertalen naar geheimschrift Nodig: een kopie van pagina 22 zonder het alfabet in geheimschrift (anders is de oefening te gemakkelijk) Opdracht: Schrijf het woord geheimschrift in het geheimschrift van Caesar. Op pagina 22 lees je hoe je dat doet. Lager - Nederlands - Lezen 3.1 Als alle groepen de vijf hoeken afgewerkt hebben, is er een herkansingsogenblik. De klas krijgt het codewoord immers pas als elke groep vijf loepen heeft. Zo voorkom je dat de leerlingen tegen elkaar gaan strijden. Groepjes die alles goed hadden, gaan helpen bij groepjes die nog een vraagteken hebben. Als alle groepjes hun fouten gecorrigeerd hebben, geef je elke groep twee letters. De vijf groepen proberen samen met de tien letters een woord te vormen (bijvoorbeeld: geheimtaal ). Met dit codewoord kunnen ze de zin op de envelop ontcijferen. Lager - Sociale vaardigheden - domein samenwerking 3 Bedenk een niet-materiële beloning. Bijvoorbeeld een leuke uitstap, een extra uurtje sport, geen huiswerk, of voorlezen natuurlijk! Vertaal deze beloning in geheimschrift volgens het ADFGX-cijfer (zie: p. 45-46). De leerlingen kennen deze code al uit het hoekenwerk. Kies een codewoord uit vijf letters. Dit zijn de letters die je aan de leerlingen geeft. De zin vandaag hebben jullie geen huiswerk wordt met het codewoord geheimtaal : HIW EEE AEE DJH VBEK NNN AUU BGR ALI GLS. En verder Zeg het met een grap De illustrator verwerkt vaak een grappige opmerking in haar illustraties. Bespreek deze illustraties met de leerlingen. Geef elke leerling een kopie met een aantal illustraties die ze reeds uit het hoekenwerk kennen, of projecteer ze als dat kan. Welke illustratie vinden ze het grappigste? Waarom? Maak een top drie van de klas. Daarna bedenken de leerlingen zelf een grappige pointe bij een illustratie die niet van commentaar voorzien is. Daarvoor lezen ze eerst het fragment naast de illustratie. Lager - Muzische vorming - Beeld 1.3 Het klokhuis In het archief van het Nederlandse programma Het klokhuis (zie: bibliografie) vind je een aflevering over geheimschrift. Een leuke aanvulling op het boek!
Lager - Nederlands - Luisteren 1.7 Lager - Muzische vorming - Media 5.5 Bibliografie Boeken CLIM-Wijzer / Filip Paelman. De Boeck, 2001 Websites www.kinderfilosofie.nl -> lessen -> HET GEHEIM