Samenstelling van de punten De examencommissie ontvangt voor iedere haio de beoordeling voor elk opleidingsonderdeel uitgedrukt in een score op 20 of geslaagd/niet-geslaagd. Het betreft de opleidingsonderdelen: - Begeleide praktijkreflectie I (beoordeling casussen); - Begeleide praktijkreflectie II (mondelinge proef); - Verdieping van kennis en inzicht in de huisartsgeneeskunde I (reflectie op feedback kennistoets); - Verdieping van kennis en inzicht in de huisartsgeneeskunde II (kennistoets); - Consultatie-, communicatie- en managementsvaardigheden I (stationsproef); - Consultatie-, communicatie- en managementsvaardigheden II (videoconsultaties); - Praktijkstage I (stage en portfolio); - Praktijkstage II (stage en portfolio); - Masterproef I (verzoek Ethisch Comité); - Masterproef II (scriptie, presentatie en verdediging). Begeleide praktijkreflectie I (Beoordeling casussen) De stagecoördinator beoordeelt 2 casussen die door de haio in het portfolio zijn opgeladen. Het oordeel wordt uitgedrukt op een puntenschaal van 0 tot 20. Begeleide praktijkreflectie II (Mondelinge proef) Over de mondelinge proef oordeelt de jury die de haio ondervraagd heeft (ondervraging startende vanuit 5 door de haio voorbereide casussen). Na beraadslaging wordt het oordeel uitgedrukt op een puntenschaal van 0 tot 20. Als houvast beschikt de jury over een omschrijving die de betekenis van elke puntenwaarde verduidelijkt. Verdieping van kennis en inzicht in de huisartsgeneeskunde I (Reflectie op feedback kennistoets) In de week volgend op het afleggen van de kennistoets krijgt de haio feedback over het behaalde resultaat. De feedback bestaat uit de verhouding tussen goede en foute antwoorden per thema. Er worden dus geen antwoorden per examenvraag vrijgegeven. De haio schrijft een reflectieverslag waarin de leerpunten per thema worden geformuleerd. Dit verslag wordt voorgelegd aan en beoordeeld door de stagecoördinator. Het oordeel wordt uitgedrukt in geslaagd/niet geslaagd. Verdieping van kennis en inzicht in de huisartsgeneeskunde II (Kennistoets) Bij de kennistoets wordt het resultaat van de test (160 tot 170 meerkeuzevragen) uitgedrukt in een procentscore. Deze procentscore is de totaalscore zonder weging die rechtstreeks voortkomt uit meting. Wie bijvoorbeeld de score 64 % behaalt, heeft 64 % van de vragen van de toets correct beantwoord. Deze totaalscore geeft bijgevolg niet aan of de haio geslaagd is. Het uiteindelijke resultaat (dus het eindcijfer dat de haio krijgt op de kennistoets) wordt bepaald door de ISHO versie september 2015 1
moeilijkheidsgraad en de betrouwbaarheid van de toets. Een wiskundige berekening waarbij de totaalscores van alle studenten worden uitgezet in functie van toetsbetrouwbaarheid bepaalt de uiteindelijke cesuur of het zak-slaag cijfer. Als bij de berekening de cesuur op bijvoorbeeld 69 % ligt moet de haio dit resultaat behalen (en niet 50 %) om geslaagd te zijn voor deze toets. Wie in het voorbeeld hierboven 64 % behaalde is dus niet geslaagd op deze toets. Omdat voor de examencommissie alle punten op een schaal van 20 moeten worden aangeleverd, wordt vervolgens de procentscore (totaalscore) omgezet naar een schaal op 20 punten rekening houdend met de cesuur. Deze transformatie gebeurt als volgt: de cesuur (in het voorbeeld 69 %) wordt als ijkpunt genomen en krijgt op de schaal van 0 tot 20 de waarde 10. Vervolgens wordt voor alle procentscores van alle deelnemers wiskundig berekend hoe ver ze van dit gemiddelde liggen. Het resultaat van deze berekening is het eindcijfer dat de haio behaalt voor deze toets. Consultatie-, communicatie- en managementvaardigheden I (Stationstoets) In de stationstoets wordt elk station beoordeeld door afzonderlijke, ervaren beoordelaars. Elk station staat op 20 punten. Per afzonderlijk station wordt post hoc (dus vergelijkbaar met de kennistoets) een cesuur bepaald. De cesuur van deze toets in zijn geheel wordt bepaald door de cesuur van de afzonderlijke stations. Deze cesuur wordt uitgedrukt in een percentage. Een haio is niet geslaagd indien deze een onvoldoende haalt ten opzichte van de cesuur-uitslag OF gezakt is op 4 of meer van de 8 stations. De totaalscore van iedere deelnemer over alle stations wordt uitgedrukt in een procentscore. Deze procentscore wordt volgens eenzelfde methode als bij de kennistoets omgezet in een score op 20. Consultatie-, communicatie- en managementvaardigheden II (Videoconsultaties) De mede-haio s uit de seminariegroep en de praktijkopleider geven feedback (evenwel zonder een punten- of andere score) op de 3 opgeladen videoconsultaties. De praktijkopleider geeft een oordeel uitgedrukt op een puntenschaal van 0 tot 20 naar analogie met de beoordeling op de praktijkstage. Deze score is een finale score die niet noodzakelijk het gemiddelde is van de scores op drie consultaties afzonderlijk. Als houvast beschikt de praktijkopleider over een omschrijving die de betekenis van elke puntenwaarde verduidelijkt. Meer informatie over het opnemen, terugkoppelen en scoren van consultaties vind je op de website: lees dit document in ieder geval en bekijk zeker de FAQ s! Praktijkstage I (Beoordeling stage en portfolio) De praktijkopleider geeft een evaluatie over het functioneren van de haio. De coördinator van de seminariegroep die de begeleide praktijkreflectie coördineert geeft ook een onafhankelijke evaluatie van de haio. Het oordeel wordt zowel door praktijkopleider als stagecoördinator uitgedrukt op een puntenschaal van 0 tot 20. Van beide beoordelingen wordt het mathematisch gemiddelde berekend. ISHO versie september 2015 2
Wanneer één van beide scores een onvoldoende is of wanneer beide scores meer dan 4 punten bemiddelaar aangesteld. De haio houdt een portfolio bij. Zowel de praktijkopleider als de stagecoördinator geven hiervoor een onafhankelijke beoordeling uitgedrukt op een puntenschaal van 0 tot 20. Van beide beoordelingen wordt het mathematisch gemiddelde berekend. Wanneer één van beide scores een onvoldoende is of wanneer beide scores meer dan 4 punten derde beoordelaar aangesteld. De verdeling van de scores over de verschillende onderdelen van de stage is: - beoordeling stage: 75% - beoordeling portfolio: 25% Wat indien een haio achtereenvolgens door verschillende praktijkopleiders/coördinatoren wordt begeleid? Ook wanneer een haio één of (uitzonderlijk) meerdere keren van opleidingspraktijk/seminariegroep verandert, geeft de laatste praktijkopleider/coördinator het eindpunt. Immers slechts op het einde van het opleidingstraject wordt een definitief oordeel geveld. Zelfs in die uitzonderlijke gevallen waarbij een haio tijdens de laatste maanden nog van groep verandert (bijvoorbeeld na een onderbreking of bij onregelmatige aanwezigheid) geeft de laatste praktijkopleider/coördinator het eindcijfer. In dergelijke gevallen informeert de laatste praktijkopleider/coördinator zich obligaat bij de collega praktijkopleider/coördinator die de haio eerder begeleidde. Er wordt in geen geval een optelsom gemaakt van punten van diverse praktijkopleiders/coördinatoren. Bedoeling is de eindsituatie van bekwaamheid te beoordelen. De som van de tussentijdse vorderingen is daartoe geen goede indicatie. Praktijkstage II (Beoordeling stage en portfolio) De praktijkopleider geeft een evaluatie over het functioneren van de haio. De coördinator van de seminariegroep die de begeleide praktijkreflectie coördineert geeft ook een onafhankelijke evaluatie van de haio. Het oordeel wordt zowel door praktijkopleider als stagecoördinator uitgedrukt op een puntenschaal van 0 tot 20. Van beide beoordelingen wordt het mathematisch gemiddelde berekend. Wanneer één van beide scores een onvoldoende is of wanneer beide scores meer dan 4 punten bemiddelaar aangesteld. De haio houdt een portfolio bij. Zowel de praktijkopleider als de stagecoördinator geven hiervoor een onafhankelijke beoordeling uitgedrukt op een puntenschaal van 0 tot 20. Van beide beoordelingen wordt het mathematisch gemiddelde berekend. ISHO versie september 2015 3
Wanneer één van beide scores een onvoldoende is of wanneer beide scores meer dan 4 punten derde beoordelaar aangesteld. De verdeling van de scores over de verschillende onderdelen van de stage is: - beoordeling stage: 75% - beoordeling portfolio: 25% Wat indien een haio achtereenvolgens door verschillende praktijkopleiders/coördinatoren wordt begeleid? Ook wanneer een haio één of (uitzonderlijk) meerdere keren van opleidingspraktijk/seminariegroep verandert, geeft de laatste praktijkopleider/coördinator het eindpunt. Immers slechts op het einde van het opleidingstraject wordt een definitief oordeel geveld. Zelfs in die uitzonderlijke gevallen waarbij een haio tijdens de laatste maanden nog van groep verandert (bijvoorbeeld na een onderbreking of bij onregelmatige aanwezigheid) geeft de laatste praktijkopleider/coördinator het eindcijfer. In dergelijke gevallen informeert de laatste praktijkopleider/coördinator zich obligaat bij de collega praktijkopleider/coördinator die de haio eerder begeleidde. Er wordt in geen geval een optelsom gemaakt van punten van diverse praktijkopleiders/coördinatoren. Bedoeling is de eindsituatie van bekwaamheid te beoordelen. De som van de tussentijdse vorderingen is daartoe geen goede indicatie. Masterproef I (Verzoek Ethisch Comité) De haio bereidt het indienen van het protocol (projectplan) bij het Ethisch Comité voor. Zodra de promotor het verzoek aan het Ethisch Comité klaar acht voor indiening en dit mede ondertekent, geeft hij impliciet de beoordeling geslaagd voor dit opleidingsonderdeel. Wanneer de haio op het moment dat de examencommissie samenkomt geen verzoek aan het Ethisch Comité heeft ingediend i.v.m. zijn masterproef of dit gedaan heeft zonder akkoord van de promotor is hij niet geslaagd voor dit opleidingsonderdeel. De haio moet dit dan alsnog in orde brengen in de loop van zijn 2 de jaar. Masterproef II (Scriptie, mondelinge presentatie en verdediging) De scriptie wordt beoordeeld door de promotor en de lector. De criteria die de beoordelaar hanteert zijn gebaseerd op de zogenaamde Dublin descriptors die normerend zijn voor het masterniveau van een opleiding: het werkstuk moet blijk geven van analytisch en synthetisch denkvermogen, persoonlijke verwerking, probleemoplossing in brede context, integratie van kennis en complexiteit van de context enz. Het oordeel wordt zowel door promotor als lector uitgedrukt op een puntenschaal van 0 tot 20. Van beide beoordelingen wordt het mathematisch gemiddelde berekend. Wanneer één van beide scores een onvoldoende is of wanneer beide scores meer dan 4 punten van elkaar verschillen, wordt aan promotor en lector gevraagd om gezamenlijk tot een definitieve score ISHO versie september 2015 4
te komen. Slagen zij er niet in een compromis te bereiken, dan zal een derde lezer aangesteld worden. Ook aan de mondelinge presentatie en de verdediging van het project door de haio wordt een beoordeling gekoppeld. De jury overlegt en geeft een gezamenlijke beoordeling. Het oordeel wordt telkens uitgedrukt op een puntenschaal van 0 tot 20. De verdeling van de scores over de verschillende onderdelen van de masterproef is: - beoordeling scriptie: 60% - beoordeling mondelinge presentatie: 20% - beoordeling mondelinge verdediging: 20% Onderlinge verhouding tussen de examenonderdelen. Aan de examencijfers worden geen wegingscoëfficiënten toegekend. Elk onderdeel staat op evenveel punten en beoordeelt een eigen aspect van de opleiding. Er is nauwelijks overlapping tussen de beoordeelde deelaspecten in de mondelinge, de schriftelijke en de stationstoets. Een goede score op de ene test bevat derhalve geen voorspellende waarde voor een score op de andere test. Voor de stationstoets en de score op de stage kan men stellen dat in beide gevallen dezelfde complexe vaardigheden worden beoordeeld nl. alle klinische, diagnostische, communicatieve vaardigheden uit de arts-patiënt interactie. In het ene geval in een gestandaardiseerde setting, in het andere geval in een continu proces van observaties en gezamelijke reflecties. Op niveau van de scores wordt geen statistische samenhang vastgesteld tussen deze beide scores. Een reden om beide scores naast elkaar te laten bestaan. Door de examencommissie wordt elk aangeleverd examencijfer afzonderlijk beschouwd en moeten de kandidaten op elk van de onderdelen afzonderlijk slagen. Er worden in geen geval punten samengeteld en gemiddeld. Bijkomende verduidelijking In gevallen van keuze tussen slagen en niet slagen wordt, bij discrepantie tussen het stagecijfer en de andere examenresultaten, in de schriftelijke uitleg op het evaluatieformulier van de coördinator en van de praktijkopleider naar verduidelijking of extra informatie gezocht. Waar nodig wordt vooraf door de ombudsman of ook tijdens de deliberatie contact opgenomen met de coördinator voor bijkomende verduidelijking. ISHO versie september 2015 5