Het GROTE voorleesboek

Vergelijkbare documenten
Christine Nöstlinger met tekeningen van Philip Hopman. s Morgens vroeg Toon Tellegen. Vivian den Hollander met tekeningen van Rotraut Susanne

Daar buiten loopt een schaap

Miauw! Miauw!

Kleertjes uit, pyjamaatjes aan

Elfjes, pony s en prinsessen

Jacques Vriens. De avonturen van Tommie en Lotje deel 1. Met illustraties van Kees de Boer. Van Holkema & Warendorf

Het nachtmerrieneefje

Inhoudsopgave 8 Naar de dierentuin 10 Appelboom 13 Vliegen 16 Zaterdag 28 Klein wit visje 38 Daan en Doortje bij de kapper 40 Gewoon gek


R O S A D E D I E F. Arco Struik. Rosa de dief Arco Struik 1

Vivian den Hollander. Kaarsjes. blazen. met illustraties van Alex de Wolf. Uitgeverij Ploegsma Amsterdam

Burny Bos. Knofje. Alle verhalen. Met illustraties van Harmen van Straaten. Leopold / Amsterdam

Stan. Geschreven door. Eline Willemse. Illustraties van. Dick Rink

Storm in het bos. Storm in het bos. Isabel Versteeg Storm in het bos

In de ene hand draagt hij een koffer, in de andere een kistje. Bok is de nieuwe buurman van Kip. Hij is een professor, zegt Kat. Iemand die heel veel

Het speelhuis van Lotte en Nina

Schoolreis met zwaailicht

Ties en Trijntje in december

Thom de dino vriend. Lize Ippel

Deel 1. De eerste oorlogsdagen

Paul van Loon. Allemaal Onzin. Tekeningen Hugo van Look. Leopold / Amsterdam

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij?

Muis heeft tikkertje gespeeld met Draak. Het is al donker als ze naar huis wil. Muis moet nog een heel eind door het bos.

De ettertjes willen een kikkercircus

Toen ze buiten stond, knipperde Sabien met haar ogen. Overal zag ze sneeuw en ijs, zelfs op de vijver en op de heuvel.

Paul van Loon s. en het. Spookhuis. Leopold / Amsterdam

Lente. Lente. Zomer. Herfst. Winter

De Boomhut Module muziek groep 3-4

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Oma Pleuntje en opa Joep

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5

Het is druk op het schoolplein. Overal zie je kinderen die aan het knikkeren zijn. Joost heeft een grote zware knikkerzak. Hij roept: 'Ik heb de

Marlies Verhelst. Geraakt

1. De verstopkampioen

Copyright Beertje Anders

Het GROTE voorleesboek

yvon jaspers Ties en Trijntje op de boerderij met tekeningen van Philip Hopman Uitgeverij Ploegsma Amsterdam

Micha kijkt Ruben aan. Hij trekt een gek gezicht. Micha houdt niet van puzzelen, want de puzzels die oma maakt, zijn altijd heel erg moeilijk.

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

De boekenbeer Module dans groep 1-2

Lotte is er erg blij mee. Ik wilde altijd al een huisdier voor mezelf, zegt ze tegen opa. En nu heb ik er opeens een heleboel.

Stil blijft Lisa bij de deur staan. Ook de man staat stil. Ze kijken elkaar aan.

Werkblad Natuurlijk water in de Kwebben

Het grote opa- en omaboek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, jongens en meisjes,

2015 Marianne Busser en Ron Schröder 2015 Illustraties: ivan en ilia 2015 Moon, Amsterdam Ontwerp omslag en binnenwerk: Petra Gerritsen

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

Groep 4. Beoordelingstoets begrijpend lezen. Toets 1 (na thema 2) 2. Dit is een verhaaltje, maar de zinnen staan door elkaar. Zoek de eerste zin.

Spekkie en Sproet en de vreemde ontvoering

Brandweerman. 1 Brandweerman, brandweerman. Red die kat, als je kan. Zet je ladder neer en draag snel die kat omlaag.

Dan komt Pat op het bed terecht. Maar het gaat niet helemaal goed. Ho, buur, roept Pat, dit gaat mis!

Voorzichtig schuift hij het zware gordijn weg. Voor alle kamers hangt zo n goudkleurig gordijn. Om de warmte buiten te houden. Want het is erg warm,

2

met tekeningen van ivan & ilia

Jan en Noortje logeren bij opa en oma

Lieke. redt de dieren

Het allerleukste meisje

NAAM. Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever.

Spekkie en Sproet Spion uit de lucht

Dat kreeg ik van mijn opa. Ik werd toen negen jaar. Hij gaf het op mijn verjaardag. Ik lees in een sprookjesboek.

Kom jij ook uit een ei?

Roodkapje en haar zieke voorleesoma

Paul van Loon. Weerwolfnachtbaan. Tekeningen Hugo van Look. Leopold / Amsterdam

Tornado. Maartje gaat voor het eerst logeren. s Nachts belandt ze met haar vriendinnetje Eva in een tornado en beleven ze een heel spannend avontuur.

Lelijke griet. Dino is nog steeds te verbaasd om iets normaals te zeggen. Het enige dat hij kan bedenken is: Heet je echt Belle?

Alsof daar buiten iets interessants te zien is. Zwart zwart zwart, lampje, zwart zwart zwart. De metro raast onder de stad door.

Kinderen zullen zich graag herkennen in de grappige kleine Bever. En wie wil er niet zo n lieve, grote Beer als vriend?

Voor Indigo en Nhimo Papahoorjeme_bw.indd :02

Een baas voor Mallekat

Voor jou. Verhalen van mantelzorgers. Anne-Rose Hermer

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 1 Het huis

Tweede plaats Verhalenwedstrijd Tamarinde oktober Britt van der Wal (groep 7) Vampiermissie

Zwart = tekst van verhaal Rood = de vragen die de voorlezer tussendoor stelt Blauw = de antwoorden die de kinderen kunnen geven

Jan Klaassen en Katrijn in Afrika (groot optreden door kinderen) door Nellie de Kok

Herman gaat met zijn dochter Lies naar de dierentuin. Joppie de hond gaat ook mee. Ze gaan gelijk naar de apen, die dicht bij de ingang zijn.

Sammie is kwijt Sascha Duif Groep 3C van OBS t Hout in Helmond

Ze moet wel twee keer zo veel eten als Anne, en altijd weer die pillen vooraf.

De eend op de pot. Nannie Kuiper

yvon jaspers met tekeningen van Philip Hopman Uitgeverij Ploegsma Amsterdam

Jan Klaassen en Katrijn in Afrika door Nellie de Kok. Samenvatting

Naar bed, naar bed, zei Duimelot

1 Kussen over mijn hoofd

Inleiding Waarom vind jij bewegen belangrijk?

Eva geeft geen antwoord. Ze leest samen met Lieke in het kookboek. Nu moet er suiker en boter bij, zegt Lieke. En een snufje

Een kroon voor een kanjer

Dit is het lenteboekje van:

DOLLY IS EEN SUPERHELD

Taalbewustzijn: Auditieve synthese (Henk Hak en Piet Plak) Klankgroepen samenvoegen tot een woord Letters samenvoegen tot een woord

Melkweg. Wat leert je kind? Lezen van Alfa A naar Alfa B. Taal en ouders: de basisschool

Samenlezen: leuk en leerzaam tegelijk!

mei 2014 vanaf 4 jaar tekst: Judith Nieken muziek: Ton Kerkhof Vogeltje, vogeltje - BVP Hint Music 2014

De koningin zoekt een huis.

Annie M.G. Schmidt. Met tekeningen van FiepWestendorp. Amsterdam Antwerpen Em. Querido s Uitgeverij BV

AMIGA4LIFE. Hooggevoelig, wat is dat? T VLAARDINGEN

verhaal: Op zoek naar gezoem

Begrijpend lezen werkboek

Bijlage 6: Schetsbordverhaal Zacheüs

Transcriptie:

Het GROTE voorleesboek 4 voor rond de jaar Uitgeverij Ploegsma Amsterdam3

Inhoudsopgave 8 12 18 22 36 40 48 50 54 68 72 76 78 82 De juf wil niet naar school Hetty Kleinloog met tekeningen van Els van Egeraat Mier wil groot zijn Fiona Rempt met tekeningen van Noëlle Smit Keteltje plakt pleisters Jeska Verstegen Spuit Elf wordt kampioen Harmen van Straaten De toeter Lizette de Koning met tekeningen van Juliette de Wit De fietstocht Jaap ter Haar met tekeningen van Nynke Talsma De eendjes Annie M.G. Schmidt met een tekening van Esther Leeuwrik Klittenband strikken Barbara Scholten met tekeningen van Els van Egeraat Blauw is saai Sylvia Vanden Heede met tekeningen van Thé Tjong-Khing De meeuw Lizette de Koning met tekeningen van Mark Janssen De teldag van Kobus Marianne Busser en Ron Schröder met tekeningen van Dagmar Stam Lief zijn is heel moeilijk Nannie Kuiper met tekeningen van Natascha Stenvert Het stapelbed Hans Hagen met tekeningen van Philip Hopman In het badje Vivian den Hollander met tekeningen van Alex de Wolf 5

86 102 108 110 116 135 Op reis met een luchtballon Iris Loonen Muizen zijn ook leuke dieren Truusje Vrooland-Löb met tekeningen van Alex de Wolf Mijn eigen bed Nannie Kuiper met een tekening van Esther Leeuwrik De moeilijke letter van Konijn en Kikker Sabine Wisman met tekeningen van Els van Egeraat Bijna jarig Imme Dros met tekeningen van Harrie Geelen Oversteken Ad Grooten met tekeningen van Natascha Stenvert 6

140 144 148 152 166 170 176 180 185 190 202 208 211 214 222 Plassen Rindert Kromhout met tekeningen van Mark Janssen Ko Nijn Karen van Holst Pellekaan met tekeningen van Rick de Haas Joepiejoep is zijn beertje kwijt Jette Schröder met tekeningen van Juliette de Wit De aardappel Sue Porter Luizen Rindert Kromhout met tekeningen van Merle van Hees Helemaal zelf Linda Vogelesang met tekeningen van Juliette de Wit Tomatensoep met balletjes Ries Moonen met tekeningen van Charlotte Vonk Het toneelstuk Carry Slee met tekeningen van Dagmar Stam Sinterklaasfeest Carry Slee met tekeningen van Dagmar Stam Help! Een gobbelgobbelmonster Paul van Loon met tekeningen van Alex de Wolf Durven Sieb Posthuma Kerstboompje 1 Annie M.G. Schmidt met een tekening van Fiep Westendorp Kerstboompje 2 Annie M.G. Schmidt met een tekening van Fiep Westendorp Naar de bieb Vivian den Hollander met tekeningen van Dagmar Stam Schaatsbillen Yvon Jaspers met tekeningen van Philip Hopman 7

De juf wil niet naar school Juf Angelique wil niet naar school, ze blijft vandaag in bed. Haar wekker ging van tring tring tring, die heeft ze uitgezet. De wijzers van de klok die wijzen: Juf, het is half zeven! Ze trekt de dekens nog eens op en slaapt tot over negen. 8

Vijf meesters en de directeur die staan al op de stoep. Ze roepen naar haar kamerraam: Kom op, ga naar je groep! De wijzers van de klok die wijzen: Juf, het is half tien! Maar juffie heeft zich goed verstopt en laat zich nog niet zien. Politie en een brandweerman en ook de inspecteur gaan met een ladder naar haar raam en bonken op de deur. De wijzers van de klok die wijzen: Juf, het is elf uur! Maar juffie zegt geen boe of bah, ze zit nu in de schuur. 9

De kleine Pelle en Jasmien, die zitten in groep één. Ze willen graag hun juffrouw zien en gaan er daarom heen. De kleuters bellen aan en roepen: Juf, het is echt tijd! De deur gaat langzaam op een kier, en Angelique heeft spijt. Ik durf nu echt nog niet naar school, zegt ze een beetje zacht. Ik ben nogal verlegen en het is mijn eerste dag. Ik ken nog niemand, ik ben bang, ik vind het niet zo fijn. Maar Pelle zegt: Kom, ga maar mee. Je hoeft niet bang te zijn. 10

Jasmine neemt juf bij de hand en Pelle loopt vooraan. Juf vindt het al wat minder eng om zo naar school te gaan. De kleuters juichen voor het raam, want o, wat zijn ze blij! En in de klas troost Pelle juf: Kom, blijf maar dicht bij mij. Die dag heeft juffrouw Angelique met iedereen gespeeld. Ze gaf de kinderen werkjes op en heeft zich niet verveeld. De wijzers van de klok die wijzen: Juf, het is half vier! Ik wil nog niet naar huis, roept juf. Ik heb zo veel plezier! 11

Mier wil groot zijn Eend en Mier drinken gezellig een glaasje honingmelk in de zon. Is het leuk om groot te zijn? vraagt Mier. Soms, antwoordt Eend. Als je groot bent, kun je in het water lekker hard spetteren en hoge golven maken. Dan is het leuk. Alleen dan? vraagt Mier. Groot zijn is soms ook handig, vertelt Eend. Ik kan altijd makkelijk overal bij en hoef bijna nooit op mijn tenen te staan. Ik heb niet eens tenen, zo klein ben ik, zegt Mier teleurgesteld. Was ik maar zo groot als een eend! Eend aait Mier over zijn kleine kopje. Maar groot heeft heel veel nadelen, zegt hij. Mier schudt van nee. Hij gelooft het niet. Wat dan? Eend denkt even na. Grote dieren zijn bijvoorbeeld slecht in verstoppertje, en ze staan vaak in de weg. Als het regent, krijg je veel meer druppels op je kop. En iedere dag moet je heel veel eten. Oké, zegt Mier. Groot zijn heeft dus wel nadelen, maar toch zou ik graag een keer groot willen zijn. Eend knikt. Ik snap het, antwoordt hij. Ik zou ook wel een dagje heel klein willen zijn. Dan zou ik kennis kunnen maken met de wormen, de torren en de andere kleine dieren. En ik zou heel veel potjes verstoppertje willen spelen. Kunnen we niet een keer ruilen? vraagt Mier. Leuk, zegt Eend. Hoe moeten we dat doen, denk je? Wanneer voel je je groot? vraagt Mier. Het allergrootste dat je ooit bent geweest. Dat is makkelijk, antwoordt Eend. Ik voel me altijd het grootst als ik aan het vliegen ben. Zwevend boven het bos ziet alles er anders uit. Vanuit de lucht lijkt Bever zo klein als een mier, de bomen lijken stok- 12

jes en de vijver een bakje water. Mier begint te stralen. Prachtig! zegt hij. Dan moet ik dus leren vliegen. Daar kan Bever ons misschien wel bij helpen, roept Eend. Hij kan vast wel een mierenvlieger bouwen. Mier wil meteen Bever om hulp gaan vragen, maar Eend houdt hem tegen. Wacht even, hoe moet ik dan klein zijn? Mier blijft staan en denkt erover na. Ik voel me het allerkleinst als ik in het gras lig, zegt hij. Als ik de grassprieten kan voelen kriebelen in mijn neus. Als ik zó laag bij de grond ben dat ik de wind niet eens voel. Laag bij de grond, herhaalt Eend, terwijl hij erover nadenkt. Dat lukt me nooit. Zelfs als ik helemaal plat ga liggen, steekt mijn snavel nog een kilometer boven het gras uit. Ik weet wel wat, zegt Mier. We vragen Mol om hulp. Hij kan vast wel een kuil graven, waardoor je net zo laag als het gras wordt, als je erin gaat liggen. Eend en Mier schudden elkaars pootjes. Mier, je bent briljant, zegt Eend. Eend, je bent gigantisch, zegt Mier. Dan gaan ze op zoek naar hun vrienden. Bever is net wakker als Eend en Mier aankomen. Wij gaan een dagje ruilen, legt Mier uit. Om te voelen hoe het is om zo groot als Eend te zijn, wil ik graag vliegen. Kun jij me helpen? Of ik even een vlieger wil bouwen? gaapt Bever. Een mierenvlieger. Bever begint te rommelen tussen zijn spullen. Ik heb wel iets, zegt hij. Gevonden! Bever heeft een paar latjes en een rode doek gepakt. Hij timmert er een bakje van. Met de rode doek maakt hij een zeiltje om de wind te vangen. Aan het uiteinde knoopt Bever een lang touw om vanaf de grond te kunnen sturen. Hier kun je wel mee vliegen, zegt hij tegen Mier. 13

Mier slikt. Spannend, zegt hij. Eend klapt in zijn vleugels van vreugde. Heel goed. We hebben een vlieger. Nu moeten we Mol om een kuil vragen. Mol is verderop bloemen aan het plukken om zijn holletje een beetje gezellig te maken. Hé, Mol, roept Eend. Kun jij me helpen? Ik wil graag een keer heel klein zijn. Als ze hun plan uitgelegd hebben, knikt Mol. Goed, zegt hij. Ik zal een klein-zijn-kuil voor je graven. Mol gaat meteen aan de slag. Hij graaft een kuil waar Eend precies in past. Aan de zijkant maakt hij een geul waar Eend zijn snavel in kan leggen, zodat Eends ogen precies even hoog zijn als die van een mier. Spannend hoor, om zo klein te worden, zegt Eend. Dan stapt hij in zijn kuil. Ondertussen helpt Bever Mier om stevig op de vlieger te gaan zitten. Hij controleert de touwen. Ik ga je nu langzaam omhoog laten, zegt hij. Ahoy, kapitein, antwoordt Mier. Dan voelt hij een windvlaag onder de vlieger kruipen. Hij grijpt zich stevig vast. Daar ga ik, roept Mier. De grootste reuzenmier van het bos! Mier vliegt hoog boven de bomen. Hij wil naar beneden kijken om te zien of alles zo klein is als Eend heeft verteld, maar dan wordt hij ineens verschrikkelijk duizelig. Mier weet niet meer wat boven en onder is. Hij is ontzettend bang en klampt zich vast aan de vlieger. Als hij weer een beetje rustig is geworden, probeert hij voorzichtig nog een een keer naar beneden te kijken. Meteen wordt hij weer duizelig. Ik heb hoogtevrees, denkt Mier. Hij wil naar beneden en begint te roepen, maar zijn vrienden zijn zo ver weg dat ze hem niet kunnen horen. Eend, die in de kuil ligt, probeert door het gras heen te kijken of hij leuke, onbekende dieren ziet. Maar eigenlijk ziet hij heel weinig. Zijn 14

ogen tranen en kriebelen gigantisch. Met zijn vleugel wrijft Eend de tranen weg. Hij probeert het nog een keer, maar dan moet hij verschrikkelijk niezen. Ik denk dat je allergisch voor laag gras bent, zegt Mol. Eend knikt. Ik denk het ook, snottert hij. Hij springt op, rent naar de vijver en steekt zijn kop erin. Dat is beter, zegt hij als hij weer bovenkomt. Ik blijf voortaan wel gewoon groot, zegt hij. Maar hoe gaat het met Mier? Mier is nog altijd aan het roepen. Hij wordt steeds draaieriger. Dan kan hij zich niet meer vasthouden. Hij valt en valt 15

Eend kijkt omhoog, net op tijd om een zwart vlekje te zien neerstorten. Hij spreidt zijn vleugels en vangt zijn kleine vriend. Wat is er gebeurd? vraagt Eend. Mier gaat stevig met zijn pootjes op de grond staan. Ik heb eh een beetje hoogtevrees, vertelt hij. Ik werd duizelig en jullie hoorden me niet. Toen ineens viel ik. Ik blijf voortaan altijd lekker klein. Vond je het niet fantastisch om klein te zijn? vraagt hij aan Eend. 16

Eend schudt alle veren van zijn kop heen en weer. Ik vond er niets aan, zegt hij. Ik ben allergisch voor laag gras en kreeg verschrikkelijke kriebel in mijn ogen en mijn snavel. Laat mij maar lekker groot blijven. Ik heb trouwens nog een ander voordeel ontdekt aan groot zijn. Mier kijkt omhoog naar zijn enorme vriend. Wat dan? vraagt hij. Als grote Eend kan ik makkelijk mijn kleine vrienden vangen die uit de lucht vallen. Dan klimt Mier langs Eends poten en veren omhoog. Hij geeft hem een dikke mierenkus. Dank je wel, grote reus. Eend drukt zijn snavel heel voorzichtig tegen Miers kleine wangetje. Graag gedaan, ukkie. 17

Keteltje plakt pleisters Koningin Moeder is niet thuis, fluistert Keteltje tegen haar vriendje Doffie. Zullen we roetsjen? Ja! roept Doffie. Keteltje slaat haar been over de leuning van de marmeren trap en glijdt er met een vaartje vanaf. Bom. Haar gezicht vertrekt. Au! Even later plakt Sjef de Kok een grote pleister op Keteltjes knie. En een kus, zegt Keteltje. Net zoals Koningin Moeder dat doet. Sjef de Kok geeft Keteltje een zoen op haar zere knie. Je bent heel dapper, zegt hij terwijl hij doorgaat met zijn roomsaus. 18

Keteltje loopt voorzichtig achter Doffie de keuken uit. Doet het erg veel pijn? vraagt Doffie. Keteltje zegt: Een klein beetje erg. Dan kunnen we best verder roetsjen, zegt Doffie. Hij holt de marmeren trap al op. Keteltje twijfelt en zegt: Ik durf het wel, maar verstoppertje durf ik nog meer. Best, zegt Doffie. Ik verstop me als eerste. Keteltje sluit haar ogen en telt. Een, twee, drie... Doffie zoekt vlug een plaats om zich te verstoppen.... tien, wie niet weg is, is gezien, ik kóm! roept Keteltje. Ze opent haar ogen. Au! roept Doffie heel hard. Keteltje loopt op de kreet af. Bij de bezemkast staat ze stil en opent de deur. Daar zit Doffie. Hij wrijft over zijn hoofd. De emmer viel erop, pruilt hij. We gaan een pleister halen, zegt Keteltje. Samen lopen ze over de geblokte halvloer naar de keuken. Sjef, zegt Keteltje. Doffie heeft een buil. Verstoppertje spelen is levensgevaarlijk, zegt Sjef de Kok. Hij plakt voorzichtig een pleister op Doffies voorhoofd en geeft er een kus op. Ga een boekje lezen. Dan kan er niets gebeuren. Haastig roert hij verder in zijn pannen. Keteltje en Doffie sloffen naar de bibliotheek. Ze kiezen een boek uit. Aan de grote tafel klappen ze hun boeken open en beginnen te lezen. Miauw, zegt Sneeuwbal. Hij springt op tafel, vlijt zich languit neer en valt in slaap. 19

20