LesObservatieFormulier

Vergelijkbare documenten
Lesobservatieformulier V.O. /MBO

Mogelijke aandachtspunten voor het invullen van het lesevaluatieformulier

De Gastheer/vrouw Een veilige leeromgeving

Kijkwijzer (voorheen observatie instrument) ICALT. verdieping voor coach en leerkracht. leerkracht

Feedback (vak)collega Roel Verkerk

Hoe observeer je in de klas?

1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat

VOORBEELD. Uw lesobservatie en de leerlingvragenlijst. Naam docent: Lerarenopleiding Rijksuniversiteit Groningen

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen

Kijkwijzer formulier. Naam leerkracht. Groep leerkracht. Naam beoordelaar. Beoordeelde les. Datum. Bijzonderheden

Speciaal Onderwijs januari 2013

Voortgezet Speciaal Onderwijs januari 2013

Observatie-instrument Basisbekwaam handelen Zicht op de vaardigheden van leerkrachten in de ontwikkeling van start- naar basisbekwaam

uitgangssituatie Doelstelling

kempelscan K1-fase Eerste semester

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7

In gesprek over lesobservaties: mentorrollen en feedback strategieën

D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen

Beoordelingsformulier (Les) Voorbereiding Naam student: Krijn Cornelisse. Datum:

Kijkwijzer Primair Onderwijs. Jantien Voorbeeld. Competentie Thermometer Nicolaes Maesstraat

O M V G Norm: 1.1 (ontspannen sfeer) 1.2 (veiligheid) 1.3 (respect) 1.4 (zelfvertrouwen) Opmerkingen

Kijkwijzer 2.0. Datum: Naam leerkracht: Groep: Aantal leerlingen: Bezocht door:

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 1 (jaar 1)

Bijlage 1. Kijkwijzers leraarvaardigheden

Aansluiting op kern- en deeltaken

Observatielijst voor klassieke lessen

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 3 (jaar 3)

Literatuuronderwijs als denkscholing

SWOT-ANALYSE. 1 Interpersoonlijk competent. 1.1 Eisen. 1.2 Mijn ontwikkelpunten. 1.3 Mijn leerdoelen

ONDERWIJSBEHOEFTES VAN JONGEREN EN ONDERSTEUNINGSBEHOEFTES VAN MENTOREN EN LEERKRACHTEN IN KAART BRENGEN

Kijkwijzer rekenen. Gericht kijken en ontwikkelen

ALEXANDER GIELE Competentiemonitor Ingevuld door : C.M.T. Ruppert Ingevuld op : 19 december 2013

Scoreformulier Pro-U assessments Lijst met beoordelingen op SBL competenties en indicatoren

Hierbij bied ik jullie het advies aan over de invulling van de cao-afspraak (zie bijlage).

Zelfevaluatieformulier

Kijkwijzer relatie, competentie en autonomie

Werken aan instructievaardigheden

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Portfolio. Pro-U assessment centrum. Eigendom van:

Leerwerktaak Motiveren

CHECKLIST LEERKRACHTV AARDIGHEDEN: EEN KADER VOOR GESPREK, OBSERVATIE EN REFLECTIE

Inleiding. Leeswijzer

Bijlage bij groepsplan begrijpend lezen

Bij de MSF (verwijzers) is het verplicht minimaal 3 verwijzers een vragenlijst te sturen, voor de

Talentenscan geweldig hulpmiddel bij het voeren van gesprekken en sturen op ontwikkeling

Competentievenster 2015

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan

Beoordelingsrapport Studie en Werk 2B versie 1

kempelscan P2-fase Studentversie

Leerwerkstage 1. voorbereiden, uitvoeren en evalueren lesactiviteiten. Project: informatievaardigheden (mediawijsheid)

Eindbeoordeling van het assessment Startbekwaam (op grond van portfolio, presentatie en criterium gericht interview)

Door de stage en de theorie ontwikkel ik mij beroepsmatig. Op mijn stage vraag ik veel aan mijn stagebegeleidster.

OBSERVATIELIJST LESBEZOEK

Zelfevaluatie. Inleiding:

Beoordelingsrapport Studie en Werk 3B

Om te voldoen aan deze bekwaamheidseis moet de leraar primair onderwijs het volgende doen:

BEKWAAMHEIDSEISEN leraren VO met niveau-indicatoren jaar 3

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen

Het gekleurde vakje is het vereiste niveau voor het voltooien van de oriënterende stage, het kruisje geeft aan waar ik mezelf zou schalen

Door de stage en de theorie ontwikkel ik mij beroepsmatig. Op mijn stage vraag ik veel aan de docenten.

2 Voorbeeld beoordelingsformulier op basis van kenmerken Kenmerken Kwaliteitsontwikkeling - Omgaan met verschillen

Toelichting student op zijn ontwikkeling aan de hand van voorbeelden uit de stage:

1. Omgang met de groep en de omgeving 2. Communicatieve vaardigheden 3. Kennis en didactiek 4. Professionalisme

LESBESCHRIJVING HOGESCHOOL ROTTERDAM PABO. Hoofdfase

VERDIEPING evaluatiewijzer

1 Interpersoonlijk competent

Aantekenformulier van het assessment PDG

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013

Lijst met de zeven SBL-competenties, de bijbehorende bekwaamheidseisen en gedragsindicatoren voor docenten

Leerlijn leren leren. Vakoverstijgend

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Bijzonderheden. Beroepshouding (wordt vastgesteld in overleg met de mentor) Nee/Ja. Nog niet akkoord, WPA niet verder invullen

1.3. Leerkrachten kennen de 7 uitgangspunten en passen enkele uitgangspunten bewust en systematisch toe.

Checklist Begrijpend lezen en woordenschat Curriculum Nederlands ? - + +

DIRECTE INSTRUCTIE. Versie Tentamen. Proeve (RU) Competentie(s)

Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe

Leerwerktaak Hoor je wat ik zeg?!

Leerlijn/ontwikkelingslijn Leren leren cluster 4

Beoordelingsformulieren. Aanpassingen

De leerkracht stelt duidelijke opbrengst- en inhoudsdoelen op en geeft concreet aan wat verwacht wordt van het werken in de klas en de omgang met

Competenties. van de rondleider in kunst en -historische musea. De competenties zijn verdeeld over vier hoofdcategorieën.

kijkwijzer hoger onderwijs de les de docent taalontwikkelend lesgeven

DIFFERENTIATIE op Leesontwikkeling Vaardigheden van de leerkracht

KBA Kijkwijzer. Frans Leerkracht. Competentie Thermometer Nicolaes Maesstraat

Beoordelingsinstrument voor het beoordelen van het portfolio en werkplekleren (rubrics)

Leerwerktaak Bouwen aan grammatica

Assisteren bij Sport en Recreatie

Docent LB. Inhoudsopgave. Docent LB Inter-persoonlijk. Leesinstructies Rapportgegevens

Observatielijst sportpedagogische competenties. De sportbegeleider zorgt voor een veilig en ordelijk klimaat

- Je spreekt leerlingen aan op ongewenst gedrag. Je geeft af en toe positieve feedback.

op (afnemende) sturing Een interventie gericht op docenten bij het opleiden en begeleiden van studenten naar zelfstandig beroepsbeoefenaars.

Lesplanformulier. Les wordt gegeven in een open ruimte met ronde tafels en een computergedeelte. Een les duurt 50 minuten

HOUT EN BOUW. Activerende werkvormen? De leraar doet er toe.

ICALT. E-learning. Een gratis training in het gebruik van een lesobservatie-instrument

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen

Beoordeling van de competenties stage bovenbouw

Transcriptie:

LesObservatieFormulier versie 2.4 24 maart 2014 Dit lesobservatieformulier is ontwikkeld voor en door academische opleidingsscholen en de lerarenopleidingen van HvA, InHolland, VU en UvA in de regio Amsterdam. Doel Schoolopleiders hebben te maken met studenten van verschillende opleidingen waar vaak heel verschillende lesobservatieformulieren worden gebruikt. Voor lesbezoeken bij zittende docenten circuleren daarnaast weer andere varianten. Dit instrument is gemaakt zodat alle betrokkenen met dezelfde termen spreken over lessen die op dezelfde punten zijn geobserveerd. Totstandkoming Dit observatiehulpmiddel is gebaseerd op materiaal van de lerarenopleiding aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daaraan ten grondslag ligt gevalideerd onderzoek van Van de Grift. Voor aanvulling en inspiratie zijn instrumenten van hogeschool InHolland, de Onderwijscoöperatie en de Kijkwijzer Amsterdams PO gebruikt. Deze lijst is na consultatie in het veld onderverdeeld in andere hoofdcategorieën, en er is een aantal categorieën toegevoegd. Welke dat zijn is te zien in de omnummerlijst aan het eind. Vormgeving De acht observeerbare hoofdcategorieën met in totaal 30 subcategorieën passen op één A4. Daarachter staan per subcategorie voorbeelden van waarneembaar docentgedrag. Noch de lijst met categorieën, noch de lijst met voorbeelden pretendeert volledigheid. Gebruik Deze lijst is een observatiehulp en bespreek-leidraad bij lesbezoek. Aan de hand van concrete waarnemingen kan een observator (na de les) scoren welke categorieën in welke mate zichtbaar zijn geworden. Daarmee kunnen observator en lesgever bespreken wat in deze les goed ging en aan welke aspecten de lesgever nog moet/kan werken. De kwaliteit van de gegeven lesaspecten kan beoordeeld worden; na de les kun je elk van de 30 categorieën scoren op een schaal van vier punten: Onvoldoende grensgeval - Voldoende Goed. Wat niet gezien is kun je ook niet beoordelen. En niet in elke les is alles te zien, dus het formulier zal vrijwel nooit helemaal ingevuld zijn. Streep door wat er niet was. In de bespreking kan wel overeengekomen worden dat zoiets een ontwikkelpunt is.

In het geval van opleidingen waarbij er in de loop van de tijd een grote ontwikkeling wordt doorgemaakt, is de beoordeling relatief: iemand kan dus in het eerste jaar even hoog scoren op een categorie als drie jaar later, terwijl diens kwaliteit toch verbeterd is. Hier spelen ervaring en professionaliteit van de observator een essentiële rol. Voor een valide toepassing is vereist dat groepen observatoren zichzelf trainen in het soepel gebruik met weinig intersubjectiviteit. Dat kan via observeren van op video opgenomen lesfragmenten, maar ook via reële situaties waarbij meer dan een observator dezelfde les ziet, die dan naderhand de scoring vergelijken. Samengevat: Waartoe dient de lijst? Observatiehulp. Bespreekleidraad. Beoordeling van één les. Begeleiding na die les. Voor elke betrokkene: een landschap van mogelijk goed docentgedrag tijdens een les. en waartoe niet? Brede beoordeling van een student/docent (stage/functioneren in school) Hoe gebruik je de lijst? [Oriëntatie voorafgaand aan de eerste keer] Categorieën bekijken en je voorstellen wat dat concreet betekent. Voorbeelden vergelijken met je eigen voorstelling; zodat categorieën meer body krijgen. Training met collega s [Tijdens les] Concrete (inter-)acties noteren - en achteraf indelen bij categorieën. (eventueel direct scoren) [Bij bespreking] Concrete observaties onderbrengen in categorieën. Haalbare ontwikkelpunten overeenkomen. [In de loop van de tijd] Vergelijken en kijken wat verbetert. en hoe NIET? Er van uit gaan dat de volgorde van categorieën ook precies de volgorde van ontwikkeling is. Er van uit gaan dat elk onderdeel in elke les aan bod moet komen. Tijdens of na een les turven welke van de onderliggende voorbeelden zijn waargenomen. Categorieën vergen die nog niet passen bij de professionele ontwikkelingsfase van de persoon.

8 observatiecategorieën met telkens 3 à 4 observatiepunten Voorbereiding, structuur, orde 1. Heeft de les goed voorbereid. 2. Zorgt voor een ordelijk verloop van de les. 3. Zorgt voor een doelmatig klassenmanagement. 4. Gebruikt de leertijd efficiënt. Sfeer via steun 5. Toont in gedrag en taalgebruik respect voor leerlingen. 6. Zorgt voor een ontspannen, veilige en werkzame sfeer. 7. Ondersteunt het zelfvertrouwen van leerlingen. 8. Stimuleert het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen. Sfeer via regie 9. Zorgt voor wederzijds respect. 10. Bevordert dat leerlingen hun best doen. 11. Betrekt alle leerlingen bij de les. 12. Geeft feedback aan de leerlingen. Uitleg en instructie 13. Geeft duidelijke uitleg van leerstof en opdrachten. 14. Gaat tijdens de instructie na of leerlingen de leerstof hebben begrepen. 15. Geeft duidelijke uitleg van het gebruik van didactische hulpmiddelen en van opdrachten. 16. Zorgt voor interactieve instructie. Verwerking 17. Gaat tijdens de verwerking na of leerlingen de opdrachten op een juiste manier uitvoeren. 18. Hanteert werkvormen die leerlingen activeren en motiveren. 19. Laat leerlingen hardop denken. 20. Zorgt voor interactieve werkvormen. Differentiatie 21. Biedt zwakke leerlingen extra leer- of instructietijd. 22. Stemt instructie af op verschillen tussen leerlingen. 23. Stemt verwerking van leerstof af op verschillen tussen leerlingen. Hogere denkvaardigheden 24. Leert leerlingen hoe zij complexe problemen kunnen vereenvoudigen. 25. Moedigt kritisch denken van leerlingen aan. 26. Laat leerlingen nadenken over oplossingsstrategieën. 27. Laat leerlingen nadenken over hun eigen leerproces. Vak-docent 28. Toont volledige praktische en theoretische beheersing van vakinhoud en vakmethoden. 29. Is innovatief. 30. Is rolmodel in presentatie.

Concrete voorbeelden van docentgedrag bij de observatiepunten 1. Heeft de les goed voorbereid. 1... heeft alle benodigde materialen in orde bij aanvang van de les heeft goed verzorgde presentatie, opdrachten, eigen lesmateriaal etc.... heeft het lesvoorbereidingsformulier tijdig en compleet ingevuld informeert de leerlingen bij aanvang van de les over de doelen voor deze les maakt duidelijk wat de samenhang is tussen de lesdoelen en de opdrachten... heeft niet veel tijd over of tekort aan het einde van de les zorgt ervoor dat leerlingen tijdig het huiswerk kunnen noteren weet bij de start van nieuw onderwerp wat de alledaagse en schoolse voorkennis is van de leerlingen activeert deze voorkennis en bouwt daarop voort verbindt de voorkennis aan de nieuwe leerstof 2. Zorgt voor een ordelijk verloop van de les. 2 laat in- en uitgaan van de klas ordelijk verlopen begint de les niet voordat hij aandacht van alle leerlingen heeft geeft aan het begin van de les het programma voor die les aan zorgt voor duidelijk gemarkeerde lesovergangen waakt over afgesproken omgangsvormen en regels zorgt dat alle leerlingen tot het eind van de les betrokken zijn bij leeractiviteiten sluit de les af met een samenvatting van het geleerde evalueert proces en product aan het einde van de les blikt aan het einde van de les vooruit op de volgende les(sen) 3. Zorgt voor een doelmatig klassenmanagement. 3 geeft complimenten bij goed gedrag negeert (negatief) gedrag als dat kan reageert rustig op ordeverstoringen corrigeert leerlingen proportioneel in woord, gebaar en mimiek bij storend gedrag beperkt waar mogelijk strafmaatregelen beweegt ontspannen door de klas maakt gebruik van duidelijke ik-boodschappen heeft de hele les overzicht over de hele klas heeft zicht op ongewenst gedrag van leerlingen merkt op wat er gebeurt en benoemt dit maakt gebruik van een duidelijke escalatieladder stelt leerlingen voor keuzes spreekt waardering uit als de groep (of een persoon) het gedrag aanpast 4. Gebruikt de leertijd efficiënt. begint de les op tijd 1 Gecombineerd met indicatoren van Verduidelijkt bij aanvang de lesdoelen 2 Gecombineerd met indicatoren van De lessen hebben een duidelijke lesstart en afsluiting en Geeft goed gestructureerd les 3 Hier zijn de Groninger indicatoren verlaten, maar is juist veel toegevoegd van de categorie pedagogisch die in de vdg-lijst zwaar onderbelicht is. Categorieën: Houdt zich staande in normale situaties, Signaleert negatieve groepsprocessen, Treedt op bij negatieve groepsprocessen

... laat geen tijd verloren gaan in enige fase van de les... laat geen dode momenten ontstaan... laat de leerlingen niet wachten 5. Toont in gedrag en taalgebruik respect voor leerlingen. 4 kent en gebruikt de namen van de leerlingen laat leerlingen uitspreken luistert naar wat leerlingen te zeggen hebben maakt geen rolbevestigende opmerkingen verwelkomt een leerling die een tijdje afwezig is geeft blijk van belangstelling voor persoonlijke omstandigheden van leerlingen vraagt naar eigen voorbeelden van leerlingen gebruikt voorbeelden uit de leefwereld van leerlingen praat met leerlingen over dingen buiten de leerstof om 6. Zorgt voor een ontspannen, veilige en werkzame sfeer. 5 spreekt de leerlingen op een positieve manier aan reageert met humor en stimuleert humor accepteert dat leerlingen fouten maken straalt warmte en empathie uit naar alle leerlingen in de klas maakt duidelijk welk gedrag hij wenst van leerlingen en waarom maakt duidelijk wat ongewenst gedrag is en waarom complimenteert leerlingen voor een goede werkhouding bespreekt met leerlingen aan het eind van de les hun werkhouding luistert echt naar leerlingen 7. Ondersteunt het zelfvertrouwen van leerlingen. koppelt op positieve wijze terug op vragen / opmerkingen van leerlingen geeft leerlingen, wanneer daar aanleiding toe is, complimenten over hun werk honoreert de bijdragen van leerlingen vraagt andere leerlingen een leerling te helpen helpt leerlingen tactisch en ondersteunend bij gemaakte fouten 8. Stimuleert het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen. geeft op positieve wijze feedback op vragen van zwakkere leerlingen uit bij zwakke leerlingen positieve verwachtingen over wat ze gaan doen geeft zwakke leerlingen complimenten over hun werk honoreert bijdragen van zwakke leerlingen 9. Zorgt voor wederzijds respect. stimuleert leerlingen naar elkaar te luisteren treedt op wanneer er om leerlingen wordt gelachen houdt rekening met (culturele) verschillen en eigenaardigheden bevordert onderlinge solidariteit onder leerlingen bevordert dat leerlingen activiteiten als groepsgebeurtenissen ervaren 10. Bevordert dat leerlingen hun best doen. 6 4 Gecombineerd met indicatoren van toont affiniteit met de leefwereld van leerlingen. 5 Gecombineerd met indicatoren van Onderkent belang van goed leerklimaat 6 Gecombineerd met indicatoren van Stelt hoge eisen aan inzet en leerresultaat

spreekt hoge verwachtingen uit over de leerlingen prijst leerlingen die hun best doen maakt duidelijk dat alle leerlingen hun best moeten doen is niet te snel tevreden met de inzet van leerlingen daagt leerlingen uit via vragen, weddenschappen, opdrachten, etc.... maakt helder wat de kwaliteit van opdrachten moet zijn (van voldoende tot uitstekend) informeert bij leerlingen waarom toetsresultaten onvoldoende zijn spreekt, waar nodig, leerlingen aan op hun geringe inzet en betrokkenheid 11. Betrekt alle leerlingen bij de les. geeft opdrachten die leerlingen aanzetten tot actieve deelname geeft niet altijd onmiddellijk aan of een antwoord goed of niet goed is geeft ook leerlingen de beurt die niet hun hand opsteken zorgt ervoor dat leerlingen goed luisteren en / of doorwerken 12. Geeft feedback aan de leerlingen. maakt helder of een antwoord goed is of niet maakt helder waarom een antwoord goed is of niet geeft feedback op de wijze waarop leerlingen tot hun antwoord komen geeft feedback op het sociaal functioneren bij de uitgevoerde taak 13. Geeft duidelijke uitleg van leerstof en opdrachten activeert de voorkennis van leerlingen legt uit in opeenvolgende stappen stelt vragen die door leerlingen worden begrepen vat van tijd tot tijd de leerstof samen 14. Gaat tijdens de instructie na of leerlingen de leerstof hebben begrepen. stelt vragen die alle leerlingen tot nadenken stemmen controleert regelmatig of alle leerlingen begrijpen waar de les over gaat controleert of alle leerlingen hebben begrepen wat ze moeten doen gaat na of de doelen van de les bereikt zijn 15. Geeft duidelijke uitleg van het gebruik van didactische hulpmiddelen en van opdrachten. geeft volledige instructie: wat, waarom, waar, met wie, hoe lang zegt welke materialen en hulpmiddelen gebruikt kunnen worden zorgt dat leerlingen weten wat ze moeten doen als ze hulp nodig hebben zorgt dat leerlingen weten wat ze moeten doen als ze hun werk klaar hebben 16. Zorgt voor interactieve instructie. bevordert de interactie over de leerstof tussen leerlingen onderling bevordert de interactie over de leerstof tussen zichzelf en leerlingen

17. Gaat tijdens de verwerking na of leerlingen de opdrachten op een juiste manier uitvoeren. 7 laat leerlingen doelstelling, regels en afspraken bevestigen observeert hoe leerlingen aan het werk zijn en houdt overzicht beweegt zich door het lokaal en is beschikbaar hulpvragen stimuleert samenwerken en observeert wie er samenwerkt met wie en hoe stimuleert het zelfstandig zoeken van oplossingen ziet waar een leerling vastloopt, biedt hulp en leidt naar de volgende stap stimuleert leerlingen zelf te evalueren of en hoe het doel bereikt is observeert de voortgang van alle leerlingen en stelt open vragen geeft de ruimte aan leerlingen om leervragen te verwoorden houdt schriftelijk bij welke leerlingen welke problemen hebben 18. Hanteert werkvormen die leerlingen activeren en motiveren. maakt gebruik van gespreks- en discussievormen zorgt voor geleide (in)oefening laat leerlingen in groepen werken gebruikt een variëteit aan instructiestrategieën varieert in opdrachten, werkvormen en lesmateriaal gebruikt in de les materialen en voorbeelden uit het dagelijks leven 19. Laat leerlingen hardop denken. geeft voldoende denktijd na het stellen van een vraag... moedigt leerlingen aan, elkaar vragen te stellen en dingen uit te leggen... vraagt leerlingen de verschillende stappen van hun strategie uit te leggen... stelt vragen die leerlingen aan het denken zetten en feedback uitlokken 20. Zorgt voor interactieve werkvormen. bevordert de interactie over de leerstof tussen leerlingen onderling bevordert de interactie over de leerstof tussen zichzelf en leerlingen gebruikt passende werkvormen ten aanzien van samenwerkend leren 21. Biedt zwakke leerlingen extra leer- of instructietijd. geeft zwakke leerlingen extra instructie geeft zwakke leerlingen extra werktijd geeft zwakke leerlingen extra oefeningen 22. Stemt instructie af op verschillen tussen leerlingen. zet leerlingen die minder uitleg nodig hebben alvast aan het werk geeft aanvullende uitleg aan groepjes of individuele leerlingen zet leerlingen die snel klaar zijn aan het werk met andere opdrachten speelt in op interesses van individuele leerlingen 23. Stemt verwerking van leerstof af op verschillen tussen leerlingen heeft een gedifferentieerd aanbod in verwerkingsmateriaal maakt tussen leerlingen verschil in omvang van opdrachten laat sommige leerlingen gebruik maken van hulpmaterialen geeft leerlingen keuzes in verwerkingsopdrachten 7 Voorbeelden van InHolland

24. Leert leerlingen hoe zij complexe problemen kunnen vereenvoudigen. leert leerlingen problemen te vereenvoudigen leert leerlingen hoe complexe problemen kunnen worden teruggebracht tot eenvoudige problemen leerling leerlingen complexe problemen te ordenen 25. Moedigt kritisch denken van leerlingen aan. 8 laat leerlingen elkaars werk becommentariëren daagt leerlingen uit andere standpunten in te nemen in discussies en debatten stimuleert leerlingen kwesties vanuit verschillende perspectieven te benaderen zorgt dat leerlingen beweringen onderbouwen met argumenten laat fouten in teksten, afbeeldingen en films opsporen 26. Laat leerlingen nadenken over oplossingsstrategieën. geeft uitleg over en demonstreert mogelijke (oplossings) strategieën vraagt leerlingen de stappen van de gebruikte strategie uit te leggen vraagt leerlingen voor- en nadelen van strategieën uit te leggen 27. Laat leerlingen nadenken over hun eigen leerproces. 9 laat leerlingen anticiperen op aanpak van opdrachten en toetsen laat leerlingen recapituleren laat leerlingen reflecteren op efficiëntie van hun leeractiviteiten laat leerlingen reflecteren op effectiviteit van hun leeractiviteiten laat leerlingen de les evalueren 28. Toont volledige praktische en theoretische beheersing van vakinhoud en vakmethoden. 10... is foutloos bij inhoudelijke uitleg, voorbeelden en demonstraties voegt relevante informatie toe ten opzichte van het boek legt verbanden tussen onderdelen van het vakgebied legt verbanden met andere vakgebieden en contexten maakt vakonderwijs taalgericht verbindt leerstof met actuele gebeurtenissen op het terrein van het vak geeft inzicht in de ontwikkeling van het vakgebied geeft adequate antwoorden op vragen van leerlingen over de leerstof geeft aan in welke contexten het vak belangrijk en waardevol is geeft aan in welke studies en beroepen het vak / de leerstof van belang is laat zien hoe zij geniet van de schoonheid van het vak 29. Is innovatief 11 gebruikt (evt. zelf ontworpen) alternatief lesmateriaal gebruikt (evt. zelf ontworpen) alternatieve werkvormen... zorgt dat gebruik van (digi)bord, beamer, internet toegevoegde waarde heeft hanteert ICT-technologie soepel 8 Dit staat niet in het Groninger model toegelicht. Voorbeeldaanvullingen van J van Drie. 9 Toegevoegd; voorbeeldgedrag ter discussie. 10 Uitgebreidere formulering, en combinatie met Legt verbanden tussen vak en ontwikkelingen 11 Combinatie van Experimenteert met werkvormen en passend gebruik van ICT

laat leerlingen doelmatig smartphones gebruiken 30. Is rolmodel in presentatie 12 spreekt helder en verstaanbaar spreekt in begrijpelijke zinnen gebruikt dynamiek in stem gebruikt non-verbale communicatie maakt oogcontact kleedt zich passend hanteert foutloos Nederlands op bord, in werkbladen en in presentaties attendeert op verschillen tussen algemene taal en school-/vaktaal 12 Toegevoegd

Omnummerlijst In de tweede kolom staan categorienummers en omschrijvingen van Van de Grift. deze lijst 1 2 3 4 van de Grift-categorieën * = nieuw Voorbereiding, structuur, orde * Heeft de les goed voorbereid 3. Zorgt voor een ordelijk verloop van de les 8. Zorgt voor een doelmatig klassenmanagement 14. Gebruikt de leertijd efficiënt 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 Sfeer via steun 1. Toont in gedrag en taalgebruik respect voor leerlingen 2. Zorgt voor een ontspannen, veilige en werkzame sfeer 4. Ondersteunt het zelfvertrouwen van leerlingen 15. Stimuleert het zelfvertrouwen van zwakke leerlingen Sfeer via regie 5. Zorgt voor wederzijds respect 9. Bevordert dat leerlingen hun best doen 10. Betrekt alle leerlingen bij de les 11. Geeft feedback aan de leerlingen Uitleg en instructie 7. Geeft duidelijke uitleg van leerstof en opdrachten 12. Gaat tijdens de instructie na of leerlingen de leerstof hebben begrepen 13. Geeft duidelijke uitleg van het gebruik van didactische hulpmiddelen en van opdrachten 18. Zorgt voor interactieve instructie. Verwerking 6. Gaat tijdens de verwerking na of leerlingen de opdrachten op een juiste manier uitvoeren 16. Hanteert werkvormen die leerlingen activeren en motiveren 17. Laat leerlingen hardop denken 18. Zorgt voor interactieve werkvormen Differentiatie 20. Biedt zwakke leerlingen extra leer- of instructietijd. 21. Stemt instructie af op verschillen tussen leerlingen. 22. Stemt verwerking van leerstof af op verschillen tussen leerlingen Hogere denkvaardigheden 19. Leert leerlingen hoe zij complexe problemen kunnen vereenvoudigen 23. Moedigt kritisch denken van leerlingen aan 24. Laat leerlingen nadenken over oplossingsstrategieën. * Laat leerlingen nadenken over hun eigen leerproces Vak-docent * Toont volledige praktische en theoretische beheersing van vakinhoud en vakmethoden * Is innovatief * Is rolmodel in presentatie