Formuleren voor gevorderden

Vergelijkbare documenten
Formuleren voor gevorderden

Formuleren voor gevorderden

Lesstof. Formuleren 4F

Lesstof. Formuleren. voor gevorderden

2 Lesstof Formuleren

LESSTOF. Formuleren 2F

Formuleren. Doelgroep Formuleren. Omschrijving Formuleren

Werkwoordspelling op maat

LESSTOF. Formuleren 1F

LESSTOF. Grammatica op maat

Spelling Werkwoorden. Doelgroep Spelling Werkwoorden. Omschrijving Spelling Werkwoorden

LESSTOF. Grammatica op maat

i n h o u d Inhoud Inleiding

LESSTOF. Werkwoordspelling op maat

LESSTOF. Werkwoordspelling op maat

(werkwoordelijk gezegde)

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica

LESSTOF. Basisgrammatica

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

LESSTOF. Basisgrammatica

* Mijn vader vindt dat je aan make-up niet te veel geld aan moet uitgeven.

LESSTOF. Formuleren 3F

DOELGROEP Grammatica 3F is bedoeld voor leerlingen van havo/vwo en mbo 4. Het programma is geschikt voor zowel allochtone als autochtone leerlingen.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

6.2. Boekverslag door C. 727 woorden 17 mei keer beoordeeld. Nederlands. Paragraaf 1. Dubbel op. Onjuiste herhaling

Eigen vaardigheid Taal

Grammatica 2F. Doelgroepen Grammatica 2F. Omschrijving Grammatica 2F. meewerkend voorwerp. voegwoord alle woordsoorten

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.

Lezen. Doelgroep Lezen. Omschrijving Lezen

LESSTOF. Spelling Werkwoorden

LESSTOF. Ontleden en Benoemen

Werkwoordspelling 1F. Doelgroepen Werkwoordspelling 1F. Omschrijving Werkwoordspelling 1F

LESSTOF. Basis Werkwoordspelling

INHOUD INLEIDING... 3 DOELGROEP... 4 STRUCTUUR... 4 INHOUD Lesstof Leestekens 2

Samenvatting Nederlands formuleren

LESSTOF. Spelling Werkwoorden

5 Niet meer twijfelen 107 Geweest is/is geweest 107 Vele of velen? 108 Hen/hun/ze 110 U/uw, jou/jouw 111 Als/dan 111 Dat/wat 113 Dat/die 115

LESSTOF. Basis Werkwoordspelling

2 Lesstof Leestekens

Samenvatting Nederlands Correct formuleren

FORMULEREN Vragen + antwoorden

Instructies zijn niet alleen visueel, maar ook auditief, met hoogkwalitatief ingesproken geluid (geen computerstem).

Leestekens 3F. Doelgroepen Leestekens 3F. Omschrijving Leestekens 3F

Muiswerk Grammatica I-III is bedoeld om anderstaligen te leren hoe het Nederlands in elkaar zit.

Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling

1 WOORDSOORTEN 3 2 ZINSDELEN 8

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Samenvatting Nederlands Formuleren

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak.

Muiswerk Studievaardigheid richt zich op de belangrijkste deelvaardigheden die nodig zijn voor studievaardigheid.

Samenvatting Nederlands H9 stijlfouten

Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica.

Verbanden 1. Doelgroep Verbanden 1

LESSTOF. Verbanden 1F

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

Leestekens op maat is een programma voor het aanleren van een juist gebruik van leestekens.

Het Muiswerkprogramma Leestekens op maat is een programma voor het aanleren van een juist gebruik van leestekens.

PDF versie Uitleg Stijl

Compacte taalgids Nederlands (basis en gevorderd) les- en werkboek

Naam: Mijn doelenboekje. Grammatica. Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8.

Muiswerk Strategisch Lezen is gericht op het aanleren van deelvaardigheden die nodig zijn voor een strategische leesaanpak.

Het Muiswerkprogramma Argumenteren is een programma voor het leren analyseren en beoordelen van mondelinge en schriftelijke betogen.

De bovenkamer. Het gebruik van De bovenkamer bij Taal actief. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands

LESSTOF. Grammatica 1F

Inhoud. Inleiding 15. Deel 1 Spelling 18

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Schoolwoorden is bedoeld om de woordenschat te vergroten van allochtone leerlingen in het onderwijs.

Met behulp van Muiswerk Begrijpend Lezen 2 leren leerlingen informatie, betekenissen en bedoelingen uit teksten te halen.

Lezen 2F is erop gericht om leerlingen te begeleiden naar het door Meijerink c.s. geformuleerde referentieniveau 2F voor begrijpend lezen.

Samenvatting Nederlands Formuleren

Studievaardigheid op maat

Onderdeel: Grammatica zinsdelen Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

LESSTOF. Verhoudingen 3F

LESSTOF. Verbanden 1F

Samenvatting Nederlands Formuleren/Spreken

LESSTOF. Woordkennis 1

Iets wat alleen een mens kan. Geheel Deel Mensen Persoon Voorwerp Inhoud Product uitstreek product

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.

Studiewijzer TaalCompetent

Getallen 1 is een computerprogramma voor het aanleren van de basis rekenvaardigheden (getalbegrip).

Visuele Leerlijn Taal

LESSTOF. Verhoudingen 3F

Meten en Meetkunde 3. Doelgroep Meten en Meetkunde 3. Omschrijving Meten en Meetkunde 3

Programma van Inhoud en Toetsing

LESSTOF. Werkwoordspelling 3F

Meten en Meetkunde 3. Doelgroep Meten en Meetkunde 3. Omschrijving Meten en Meetkunde 3

LESSTOF. Grammatica I-III

Online cursus spelling en grammatica

Praktijkgericht Lezen 1

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

LESSTOF. Grammatica 1F

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I

Onderdeel: Grammatica -- RKW Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Transcriptie:

Formuleren voor gevorderden Het programma Formuleren voor Gevorderden is gemaakt voor leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en voor leerlingen in mbo en hbo voor wie vaardigheden op het gebied van formuleren belangrijk zijn. Doel van het programma is: leren wat correcte zinnen zijn en leren aangeven wat aan andere zinnen mankeert. Doelgroepen Formuleren voor gevorderden Formuleren voor gevorderden is bedoeld voor leerlingen in de hogere klassen van havo, vwo, het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (hoger niveau). Omschrijving Formuleren voor gevorderden Het programma reikt de termen aan waarmee over verkeerde of minder gelukkige zinnen gecommuniceerd kan worden, maar het bevat naast taalbeschouwelijke ook veel praktische formuleeroefeningen. In het programma zijn tientallen bestaande of geconstrueerde teksten gebruikt. U kunt leerlingen op verschillende manieren met het programma laten werken. Muiswerk Formuleren voor Gevorderden sluit daardoor aan bij elke lesmethode. Een eenvoudige grammaticale basis wordt wel bekend verondersteld. In enkele oefeningen wordt echter ook aandacht besteed aan de grammatica die op dat moment voor een bepaald onderwerp nodig is. In Formuleren voor Gevorderden wordt aandacht besteed aan de volgende onderwerpen:

Zinnen Rubriek A gaat over zinnen. Het is een van de basisrubrieken van het programma. Bij andere onderwerpen wordt deze stof vaak bekend verondersteld. De rubriek behandelt verschillende soorten zinnen: mededelende zinnen, gebiedende zinnen, vraagzinnen, enkelvoudige en samengestelde zinnen. Bij het onderscheiden van deze soorten zinnen staat het herkennen van de persoonsvorm(en) centraal. De stijlaanwijzing bij deze rubriek is dat zinnen niet altijd compleet hoeven zijn, d.w.z. niet altijd een onderwerp en een persoonsvorm hoeven hebben. Bij de rubriek horen vier oefeningen in oplopende moeilijkheid en met vier verschillende oefenvormen. Hoofdzin en bijzin In deze rubriek (rubriek B) wordt aandacht besteed aan het onderscheid tussen hoofdzin en bijzin. Onder andere het herkennen van de hoofdzins- en de bijzinsvolgorde wordt verderop in het programma van belang. Ook de beperkende en uitbreidende bijvoeglijke bijzin worden behandeld en het betekenisverschil dat kan ontstaan door het al dan niet plaatsen van een komma. Bij de rubriek horen zes oefeningen in oplopende moeilijkheid en met vier verschillende oefenvormen. Zinslengte Rubriek C is gebouwd rondom het stijladvies: breng afwisseling aan in de lengte van de zinnen. Men moet daartoe in staat zijn korte zinnen aan elkaar te koppelen, al dan niet met voegwoord, en men moet lange zinnen desgewenst kunnen splitsen. Bij de rubriek horen vier oefeningen in oplopende moeilijkheid en met twee verschillende oefenvormen. Oefening C1 Zinnen splitsen. De leerling moet de tweede zin zelf intypen. Volgorde In rubriek D komen enkele volgordeproblemen aan de orde: de volgorde van bijvoeglijke naamwoorden vóór een zelfstandig naamwoord, de verschillende soorten tangconstructies, het gebruik van inversie en de onterechte inversie in tante Betjes, de wenselijkheid van symmetrie in samengestelde zinnen en in opsommingen. De stof wordt gepresenteerd en geoefend in vier oefeningen in oplopende moeilijkheidsgraad. Er zijn vier verschillende oefenvormen gebruikt.

Oefening D4 Volgorde problemen, een -oefening. Congruentie Rubriek E gaat over de overeenstemming in getal tussen onderwerp en persoonsvorm: congruentie. De persoonsvorm wordt bekend verondersteld. Uitgebreid gaan we in op het getal van het onderwerp, waarbij veel moeilijke, lange onderwerpen aan bod komen en de zogenaamde groepsonderwerpen, die logisch meervoud, maar taalkundig enkelvoud zijn. Er zijn in deze rubriek vijf oefeningen en er werden vijf verschillende oefenvormen gebruikt. Verwijswoorden In rubriek F komt het gebruik van problematische verwijswoorden aan bod: dat of wat, zij of hun of hen, voornaamwoordelijke bijwoorden die verwijzen naar personen of dingen, het gebruik van mannelijke of vrouwelijke woorden. Er zijn vijf oefeningen in vier verschillende oefenvormen. Overbodigheden Een schrijver moet erop letten op of hij niets dubbel schrijft. In rubriek G komen verschillende dubbelingen aan bod: pleonasme en tautologie, dubbele ontkenningen en omslachtige voorzetseluitdrukkingen. De rubriek heeft vier oefeningen in twee verschillende oefenvormen. Contaminatie Een contaminatie is het door elkaar halen van twee, meestal verwante begrippen. Het gaat daarbij meestal om spreekwoorden of uitdrukkingen. Rubriek H gaat hierover. Men leert contaminaties herkennen, benoemen en verbeteren. De rubriek heeft vier oefeningen in vier verschillende oefenvormen. Beknopte bijzin Rubriek I behandelt het verschijnsel van de beknopte bijzin. Men leert aan welke eisen zo n zin moet voldoen om correct te zijn. Foutieve beknopte bijzinnen leert men herkennen. De rubriek heeft drie oefeningen in twee verschillende oefenvormen.

Samentrekking Ook de samentrekking moet aan eisen voldoen. In rubriek J komt dit verschijnsel aan bod, eerst in woordgroepen, dan in zinnen. De stof wordt behandeld en geoefend in vier oefeningen in oplopende moeilijkheid, waarbij twee verschillende oefenvormen voorbij komen. Lijdende vorm De lijdende vorm is soms functioneel en soms niet. Rubriek K gaat daarover. Niet alleen leert de leerling in deze rubriek wat de lijdende vorm is, maar ook wanneer hij wel of niet functioneel is. Er zijn in deze rubriek vier oefeningen. Ze lopen op in moeilijkheid en hebben vier verschillende oefenvormen. Oefening K3 Functioneel of niet. De leerling bepaalt of de lijdende vorm in de voorbeeldzin wel of niet functioneel is. Naamwoordstijl We spreken van naamwoordstijl wanneer iemand veel zelfstandige naamwoorden gebruikt, die zijn afgeleid van werkwoorden. Rubriek L gaat daarover. Ook de naamwoordstijl kan soms functioneel zijn. Men leert in deze rubriek de naamwoordstijl herkennen en zo nodig verbeteren. Er zijn drie oefeningen, met drie verschillende oefenvormen. Onduidelijkheid In rubriek M worden verschillende soorten onduidelijkheid behandeld: eufemisme, ambiguïteit, het gebruik van lege woorden en het gebruik van ingebouwde beperkingen. Men leert die vormen van onduidelijkheid herkennen en onderscheiden. De rubriek bestaat uit zes oefeningen met vier verschillende oefenvormen.

Uitleg bij oefening M4 over ambiguïteit. Woordgebruik In deze laatste rubriek, rubriek N, wat aandacht voor problematisch woordgebruik: het onnodig gebruik van moeilijke of lange woorden, het gebruik van clichés en malapropismen. De rubriek bestaat uit vier oefeningen met vier verschillende oefenvormen. Het lesbestand Formuleren voor Gevorderden heeft 60 oefeningen. De oefeningen zijn onderverdeeld naar onderwerp. In totaal zijn in dit lesbestand 941 vragen in 1193 variaties, 535 woorden en 21 teksten verwerkt. OVERZICHT OEFENINGEN FORMULEREN VOOR GEVORDERDEN In de kolom Kenmerken ziet u hoeveel uitlegschermen de oefening heeft, en hoeveel opgaven: = aantal opgaven, = aantal uitlegschermen. Als achter een tekstoefening 2x staat, betekent dit dat er twee verschillende teksten tevoorschijn kunnen komen. Onderwerp Naam Oefenvorm Kenmerken A Zinnen 1 Zinnen afbakenen 2x 2 Enkelvoudig en samengest. 2x 3 Zinnen zonder pv 2x 4 Zinnen B Hoofdzin en bijzin 1 Samengestelde zinnen maken 2 Bijzin herkennen 3 Bijzinnen aanwijzen 2x 4 Bijvoeglijke bijzin 5 Soorten bijv. bijzinnen 6 Zinnen in een tekst C Zinslengte 1 Zinnen splitsen 2 Verbindingswoord typen 3 Langere zinnen maken 4 Letten op zinslengte D Volgorde 1 Volgorde bijv. naamwoorden 2 Tangconstructie 3 Symmetrie 4 Volgordeproblemen E Congruentie 1 Onderwerpen aanwijzen 2 Kernwoord aanwijzen 3 Juiste vorm typen 4 Juiste vorm kiezen wijzig tekst volgorde 8 3 7 3 6 2 9 3 15 5 8 1 5 2 8 2 9 1 14 6 8 2 8 1 8 2 9 4 8 1 8 2 8 2 15 5 14 3 10 1 12 2 15 5

Onderwerp Naam Oefenvorm Kenmerken 5 Congruentie herstellen wijzig tekst 11 5 F Verwijswoorden 1 Dat of wat 2 Hun of hen 3 Verwijswoord kiezen 4 Verwijswoorden verbeteren 5 Verwijswoorden invullen G Overbodigheden 1 Dubbeling in zin 2 Voorzetseluitdrukkingen 3 Dubbeling in korte tekst 4 Overbodigheden in tekst wijzig tekst wijzig tekst 20 2 20 2 15 6 12 7 10 4 10 3 10 2 8 4 14 4 H, I, J, K, L, M, N Formuleren 2 TOETS 24 1 H Contaminatie 1 Contaminatie herkennen 2 Goede en foute uitdrukkingen 3 Contaminaties aanwijzen 4 Contaminaties verbeteren I Beknopte bijzin 1 Beknopte bijzinnen aanwijzen 2 Goede beknopte bijzin aanw. 3 Beknopte bijzinnen in tekst J Samentrekking 1 Woordgroepen samentrekken 2 Zinnen samentrekken 3 Foute samentr. herkennen 4 Vragen over samentrekkingen K Lijdende vorm 1 Lijdende vorm herkennen 2 Lijdende vorm aanwijzen 3 Functioneel of niet 4 Lijdende vorm in tekst L Naamwoordstijl 1 Naamwoordstijl aanwijzen 2 Naamwoordstijl verbeteren 3 Naamwoordstijl in tekst M Onduidelijkheid 1 Eufemismen 2 Vaag woord aanwijzen 3 Beperkingen aanwijzen 4 Ambigu woord aanwijzen 5 Ambiguïteit 6 Onduidelijkheid N Woordgebruik 1 Moeilijke woorden vertalen 2 Cliché en malapropisme 3 Lange woorden splitsen 4 Woordgebruik koppels koppels 10 1 20 1 10 1 8 2 7 2 8 2 18 4 10 3 8 1 10 3 15 3 10 2 5 3 20 1 12 5 10 3 8 1 12 3 10 1 8 3 12 2 10 1 18 2 10 5 10 1 20 2 8 1 8 4 TOT SLOT LITERATUUR Boogaart, P. C. Uit den (red.) (1975), Woordfrequenties in geschreven en gesproken Nederlands. Oosthoek, Scheltema en Holkema, Utrecht. Coenen, M. en A. Vermeer (1998). Nederlandse woordenschat allochtone kinderen. Tilburg: Zwijssen. Verhallen, S en M. Verhallen (1994). Woorden leren, woorden onderwijzen. Handreiking voor leraren in het basis- en voortgezet onderwijs. Hoevelaken: CPS.