FOSFORBEMESTING IN COURGETTE Proefcode: OL11 COBM01 Uitgevoerd in opdracht van: Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen vzw Technisch Comité Karreweg 6 9770 Kruishoutem Tel ++ 32 (0)9 381 86 86 Fax ++ 32 (0)9 381 86 99 pcg@proefcentrum-kruishoutem.be Door: Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen vzw Karreweg 6 9770 Kruishoutem Tel ++ 32 (0)9 381 86 86 Fax ++ 32 (0)9 381 86 99 pcg@proefcentrum-kruishoutem.be Proefverantwoordelijke: Anneleen Volckaert Studieverantwoordelijke: Nico Vergote Directeur: Bruno Gobin Datum: 26/04/2012 Studieverantwoordelijke Directeur Dr. B. Gobin Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen vzw Karreweg 6, B-9770 Kruishoutem T: +32 (0)9 381 86 86 F: +32 (0)9 381 86 99 BTW: 0416.682.702 RPR: 0416.682.702 info@proefcentrum-kruishoutem.be www.proefcentrum-kruishoutem.be Bank: LBK 103-2046532-94 IBAN: BE87 1032 0465 3294 BIC: BCGECHGG FOR_013G
Abstract Op het PCG wordt er al enkele jaren onderzoek gedaan naar het gebruik van fosfaat als startmeststof. Nadat in 2008 het nut van ammoniumpolyfosfaat als startmeststof in andijvie is aangetoond, drong verder onderzoek in 2009 zich op. De verschillende toepassingsmethoden en de verschillende soorten startfosfaten werden breder getest. Uit deze proeven bleek dat een puntbehandeling het beste resultaat leverde. Gezien de arbeidsintensiviteit van het geven van een puntbehandeling na planten zocht het onderzoek naar een eenvoudigere techniek om de startfosfaten toe te passen. Een behandeling van de jonge planten in de plantbak is gemakkelijker uit te voeren en kan hetzelfde doel tewerkstelligen als de puntbehandeling, namelijk de jonge planten die net geplant zijn stimuleren in hun groei. Bij deze methode trad echter heel wat bladverbranding op. Daarom werd in 2011 getest wat het effect is van het mengen van de fosformeststof in de potgrond. Startfosfaten hebben een duidelijk effect op de groei en opbrengst van andijvie. In 2010 werd het onderzoek uitgebreid naar andere teelten en werden er ook positieve effecten gevonden bij groene selder. Knolvenkel, courgette en Chinese kool vertoonden een minder duidelijke trend. Toch werd courgette in 2011 terug opgenomen in de proef van de potgrondbehandeling met startfosfaten. Echter kon in deze proef geen positief effect van startfosfaten op de teelt van courgette aangetoond worden. Zowel de referentieobjecten waarin startfosfaten breedwerpig (TSF) of in het plantgat (APP) toegediend werden als de objecten met de fosfaten gemengd in de potgrond leverden geen meerwaarde. Integendeel, doorgaans scoorden de potgrondbehandelingen slechter op vlak van kwaliteit en opbrengst dan de andere objecten. Inhoudstabel 1 Inleiding... 3 2 Materiaal en methoden... 3 2.1 Objecten... 3 2.2 Proefdesign... 4 2.3 Draaiboek... 4 2.4 Proefveld / infrastructuur... 5 2.5 Behandelingsmethode... 5 2.6 Beoordelingsmethode... 6 2.7 Statistische analyse... 6 3 Resultaten en bespreking... 6 3.1 Resultaten... 6 3.2 Validiteit van de resultaten... 10 3.3 Bespreking... 10 4 Besluit... 14 Pagina 2 of 14
1 Inleiding Het gebruik van startfosfaten leverde in het verleden mooie resultaten op in verschillende proeven aangelegd op het PCG. In 2008 werd een proef opgezet in andijvie met ammoniumpolyfosfaat als startmeststof, enkele wortelstimulerende middelen zoals Humifirst, Humax Nutri, enz. en specifieke bladvoedingen zoals Kendal, Epso Microtop enz. Toen gaf vooral het gebruik van ammoniumpolyfosfaat uitstekende resultaten. Daarom werden startfosfaten breder getest. Proeven in andijvie zochten naar de ideale toepassingstechniek en diverse soorten startfosfaten werden met elkaar vergeleken. In 2010 breidde het onderzoek uit naar diverse teelten (andijvie, groene selder, knolvenkel, Chinese kool en courgette). De proef vergeleek de meststoffen tripelsuperfosfaat, ammoniumpolyfosfaat en Novatec Solub 14-48. De startfosfor werd toegediend in een puntbehandeling. Deze proef toonde noch een positief, noch een negatief effect van startfosfaten op de opbrengst van courgette. Er werd beslist om courgette in 2011 opnieuw mee te nemen in een proef waarbij het effect van het mengen van de fosformeststof in de potgrond bekeken werd. De gebruikte meststoffen waren APP, Novatec Solub, Vivifos en tripelsuperfosfaat. Als positieve referentie diende een puntsgewijze toediening van APP na planten. Bij een puntbehandeling met startfosfaten werden in het verleden al positieve effecten waargenomen op de opbrengst van diverse teelten (stukgewicht en aantal oogstklare vruchten). Bij een puntbehandeling na planten wordt de fosfor dicht bij de wortel van de groeiende plant toegediend. Er is een betere benutting van de fosfor, die immobiel aanwezig is in de bodem, en de planten kunnen de fosfor sneller opnemen waardoor hun beginontwikkeling sneller gaat. Bij een potgrondbehandeling kan het kiemplantje de aanwezige fosfor nog vroeger benutten dan bij een puntbehandeling. Tevens is het mengen van de meststof met water in de potgrond minder arbeidsintensief dan het toedienen van een puntbehandeling. Er wordt een werkgang uitgespaard. 2 Materiaal en methoden 2.1 Objecten Object nummer Product Toepassing Proef behandeling Hoeveelheid meststof (kg/ha) Hoeveelheid P gegeven (kg/ha) Hoeveelheid N gegeven via P meststof (kg/ha) 1 APP 14-48 gemengd in potgrond A 7 3 1 2 TSF 0-46 gemengd in potgrond A 7 3 0 3 Vivifos 4-30 gemengd in potgrond A 11 3 0 4 NS 14-48 gemengd in potgrond A 7 3 1 5 APP 14-48 puntbemesting na plant C 42 20 6 6 TSF 0-46 breedwerpig voor plant B 109 50 0 7 TSF-30% + Humifirst breedwerpig voor plant B 76 35 0 Humifirst na plant C 25 0 0 8 geen P, enkel N geen 0 0 0 Pagina 3 of 14
A: Meststof mengen met potgrond B: Breedwerpige toepassing voor plant C: Punttoepassing na plant Opmerking in verband met de hoeveelheid P gegeven (kg/ha) op veldniveau: Gezien het lage aantal planten per hectare bij courgette in vergelijking met selder en andijvie is de totale hoeveelheid P die via de potgrond terechtkomt op een hectare grond veel lager. Er moet benadrukt worden dat iedere courgetteplant via de potgrond wel een voldoende hoge dosis fosfor ter beschikking had om effect van de fosforbemesting te ondervinden. 2.2 Proefdesign Proefdesign Gerandomiseerde blokkenproef Aantal parallellen 3 Aantal objecten 8 Plotoppervlakte (m²) 10,5 Spuitoppervlakte (m²/plot) 8,7 Aantal planten/plot 9 Lengte plot (m) 6 Breedte plot (m) 1,75 Spuitbreedte (m) 1,45 Referentie object 8 2.3 Draaiboek 12/05/2011 Proefbehandeling A 16/05/2011 Zaai 1/06/2011 Proefbehandeling B 1/06/2011 Plant objecten 5, 6, 7 en 8 6/06/2011 Plant objecten 1, 2, 3 en 4 6/06/2011 Proefbehandeling C 7/07/2011 Oogst 8/07/2011 Oogst 10/07/2011 Oogst 12/07/2011 Oogst 15/07/2011 Oogst 18/07/2011 Oogst 20/07/2011 Oogst 22/07/2011 Oogst 25/07/2011 Oogst 27/07/2011 Oogst 29/07/2011 Oogst 2/08/2011 Oogst 4/08/2011 Oogst 7/08/2011 Oogst 10/08/2011 Oogst 12/08/2011 Oogst Pagina 4 of 14
2.4 Proefveld / infrastructuur GPS-coördinaten N:50.94337, E: 3.52710 Gemeente Kruishoutem Land België Locatie proef PCG B23-25 Voorgaande teelt B23-24: wortelen, B25: spruitkool Ras (+zaadhuis) Tosca Zaaispecificaties 4 cm perspot Plantspecificaties 1 plant per bed, 65 cm in de rij Tabel: Bodemanalyse Blgg Datum Staalname diepte (cm) Grondsoort phkcl %C P K Mg Ca Na mg/100 g droge grond 19/01/2011 0-30cm zand 6,3 1,9 39 23 13 88 1,1 Tabel: Bodemanalyse PCG Datum Staalname diepte NO3 - -N NH4 + -N EC phkcl (cm) kg/ha kg/ha ms/cm 17/05/11 30 52,22 12,61 Tabel: Bemesting Datum Hoeveelheid Samenstelling meststof (%) Meststof kg/ha N P2O5 K2O MgO 24/05/2011 308 Entec 26 26 24/05/2011 400 Patentkali 30 10 Tabel: Algemene gewasbescherming Datum Product Dosis per hectare l of kg Actieve stof 17/06/2011 Centium 0,2 l clomazon 15/07/2011 Signum 1,5 kg boscalid+pyraclostrobin 2.5 Behandelingsmethode De potgrondbehandeling (proefbehandeling A) gebeurde door de afgemeten hoeveelheid meststof te mengen in de potgrond. De potgrond werd achteraf geperst tot perspotten die dienen om de planten in te zaaien. Ook de hoeveelheid water die moet toegevoegd worden aan de potgrond om tot een goed Pagina 5 of 14
vochtgehalte voor persen te komen werd samen met de meststoffen toegevoegd aan de potgrond. Het mengen van de potgrond, het water en de meststoffen gebeurde in een betonmolen. Proefbehandeling B met tripelsuperfosfaat gebeurde breedwerpig. Met de hand werd de afgewogen dosis voor het planten homogeen verdeeld over het proefveld. De puntbehandelingen (proefbehandeling C) met ammoniumpolyfosfaat en Humifirst gebeurden handmatig. In object 5 en 7 werd na het planten bij de voet van elke plant respectievelijk 200 ml APP oplossing (2,5%) en Humifirst oplossing (1.5%) afgegeven. 2.6 Beoordelingsmethode Er vonden twee gewasbeoordelingen plaats (20/06 en 04/07) waarbij gewasvolume, gewaskleur en uniformiteit beoordeeld werden met een score van 1 tot 9. De objecten kregen ook een score voor bruine bladrand. Vanaf 07/07 werden de vruchten ongeveer drie keer per week geoogst en werd de opbrengst per plant bepaald. Het streefdoel was om vruchten te oogsten van ongeveer 300 gram. De laatste oogst vond plaats op 12/08. Op de plantkist kregen de planten een score voor volume, kleur en uniformiteit op 27/05 en op 06/06. 2.7 Statistische analyse Eerst en vooral werd getest of de varianties van verschillende groepen van een variabele homogeen waren of niet, dit gebeurde met de Levene test. De inhomogene variabelen werden getransformeerd. Indien de nulhypothese stelt dat de varianties homogeen zijn volgden een ANOVA test en een Tukey HSD test voor paarsgewijze vergelijking. Er werden significante verschillen vastgesteld. In de resultatentabel duiden verschillende letters op een significant verschil. 3 Resultaten en bespreking 3.1 Resultaten Tabel: Beoordeling op de plantkist op 27/05/2011 en 06/06/2011 Object 27/05/2011 6/06/2011 Uniformiteit Kleur Volume Uniformiteit Kleur Volume Bladeren 1: APP 14-48 7,5 7 6 8 6,5 6 2 2: TSF 0-46 6,5 8,5 4 7 6,5 5 2 3: Vivifos 4-30 8 6,5 7 8 7,5 8,5 2 4: NS 14-48 7,5 8 5 8 8 7 2 5: APP 14-48 8 6 8 8 6,5 8,5 3 6: TSF 0-46 8 6 8 8 6,5 8,5 3 7: TSF-30% + Humifirst 8 6 8 8 6,5 8,5 3 8: geen P, enkel N 8 6 8 8 6,5 8,5 3 gemiddelde 7,7 6,8 6,8 7,9 6,8 7,6 2,5 1= heterogeen bleek weinig heterogeen bleek weinig aantal 9= uniform donker veel uniform donker veel Pagina 6 of 14
Tabel: Gewasbeoordeling 20/06/2011 Object Uniformiteit Kleur Volume Bruine bladrand 1: APP 14-48 3,7 b 6,5 3,2 b 7,7 a 2: TSF 0-46 4,8 b 6,5 4,2 b 6,7 ab 3: Vivifos 4-30 4,3 b 6,3 4,7 b 6,0 abc 4: NS 14-48 4,0 b 6,3 3,5 b 8,0 a 5: APP 14-48 7,0 a 7,3 7,3 a 1,7 cd 6: TSF 0-46 7,2 a 7,3 7,2 a 1,0 d 7: TSF-30% + Humifirst 6,7 a 7,2 6,8 a 2,0 bcd 8: geen P, enkel N 7,3 a 7,0 7,0 a 2,0 bcd gemiddelde 5,6 6,8 5,5 4,4 p-waarde 0,001 0,086 0,001 0,001 1= heterogeen bleek weinig gemiddeld aantal 9= uniform donker veel planten per plot Tabel: Gewasbeoordeling 04/07/2011 Object Uniformiteit Kleur Volume 1: APP 14-48 4,2 b 7,7 3,5 c 2: TSF 0-46 5,5 ab 7,7 5,2 b 3: Vivifos 4-30 4,8 ab 7,5 5,2 b 4: NS 14-48 5,7 ab 7,5 3,8 c 5: APP 14-48 7,5 a 7,5 8,0 a 6: TSF 0-46 7,2 a 7,5 7,5 a 7: TSF-30% + Humifirst 7,0 ab 7,5 7,7 a 8: geen P, enkel N 7,5 a 7,5 7,5 a gemiddelde 6,2 7,5 6,0 p-waarde 0,007 0,600 0,001 1= heterogeen bleek weinig 9= uniform donker veel Pagina 7 of 14
Tabel: Gemiddelde opbrengst per plant over de hele teelt Object Gemiddelde totale opbrengst per plant Gemiddeld totaal aantal courgetten per plant 1: APP 14-48 3972,4 c 9,2 b 2: TSF 0-46 4521,1 bc 9,5 b 3: Vivifos 4-30 4179,1 c 9,0 b 4: NS 14-48 3437,5 c 7,8 b 5: APP 14-48 6060,7 a 13,4 a 6: TSF 0-46 5646,3 ab 12,9 a 7: TSF-30% + Humifirst 6094,1 a 13,1 a 8: geen P, enkel N 5908,1 a 13,3 a gemiddelde 4977,4 11,0 p-waarde 0,001 0,001 gram/plant aantal/plant 16,0 Gemiddeld aantal courgettes per plant 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 9,2 9,5 9,0 7,8 13,4 12,9 13,1 13,3 4,0 2,0 0,0 1 2 3 4 5 6 7 8 Object Pagina 8 of 14
Gemiddelde opbrengst per plant (gram) 7000 6000 5000 4000 3000 2000 3972 4521 4179 3438 6061 5646 6094 5908 1000 0 1 2 3 4 5 6 7 8 Object Object 1 Object 2 Object 3 Object 4 Object 5 Object 6 Object 7 Object 8 25 20 Aantal courgettes 15 10 5 0 Oogsttijdstip Pagina 9 of 14
Object 1 Object 2 Object 3 Object 4 Object 5 Object 6 Object 7 Object 8 1600,0 Gemiddelde opbrengst per plant (gram) 1400,0 1200,0 1000,0 800,0 600,0 400,0 200,0 0,0 Oogsttijdstip 3.2 Validiteit van de resultaten De proefbehandelingen zijn correct uitgevoerd. Er moet wel opgemerkt worden dat de dosis van meststoffen toegediend per hectare aan de lage kant is. Dit komt door het geringe aantal planten per hectare (8790 planten /ha) en de vastgelegde hoeveelheid fosfaten gemengd in de potgrond (0,38 gram P 2 O 5 per plant). De staat van de planten tijdens de teelt was goed. De planten waren gezond en de opbrengst was goed. De gunstige weersomstandigheden zorgden voor een succesvolle teelt. 3.3 Bespreking In deze proef leverde de potgrondbehandeling met startfosfaten bij courgettes geen meerwaarde. De opbrengsten waren kleiner en de kwaliteit van de planten werd niet bevorderd. Binnen de objecten met een potgrondbehandeling waren er enkel verschillen bij de beoordelingen op de plantkist (27/05 en 6/06). Verder waren geen beduidende verschillen tussen de potgrondbehandelingen waar te nemen. Object 1 Bij de beoordelingen op de plantkist toonde object 1 een goede uniformiteit en kleur maar was het volume minder dan gemiddeld. Bij de gewasbeoordelingen scoorden de potgrondbehandelingen (objecten 1, 2, 3 en 4) voor de meeste parameters (uniformiteit, volume en bruine bladrand) beduidend slechter dan objecten 5, 6, 7 en 8. Enkel voor kleur werden geen significante verschillen waargenomen. Pagina 10 of 14
De gemiddelde totale opbrengst per plant en het gemiddeld totaal aantal courgettes per plant waren bij de potgrondbehandelingen duidelijk lager dan bij de puntbehandeling met APP, de breedwerpige behandelingen met TSF (met en zonder Humifirst) en het onbehandelde object. Object 2 Bij de beoordeling op de plantkist scoorde object 2 minder goed voor uniformiteit. De kleur op 27/05 was het best maar de planten verbleekten tegen 06/06. Het volume was het laagst van alle objecten. Bij de gewasbeoordelingen scoorden de potgrondbehandelingen (objecten 1, 2, 3 en 4) voor de meeste parameters (uniformiteit, volume en bruine bladrand) beduidend slechter dan objecten 5, 6, 7 en 8. Enkel voor kleur werden geen significante verschillen waargenomen. De gemiddelde totale opbrengst per plant en het gemiddeld totaal aantal courgetten per plant waren bij de potgrondbehandelingen duidelijk lager dan bij de puntbehandeling met APP, de breedwerpige behandelingen met TSF (met en zonder Humifirst) en het onbehandelde object. Object 2 leverde wel een hogere opbrengst dan de andere potgrondbehandelingen. Object 3 Op de plantkist was de uniformiteit en de kleur en het volume op 27/05 gemiddeld. Op 06/06 was de kleur en het volume beter dan gemiddeld. Bij de gewasbeoordelingen scoorden de potgrondbehandelingen (objecten 1, 2, 3 en 4) voor de meeste parameters (uniformiteit, volume en bruine bladrand) beduidend slechter dan objecten 5, 6, 7 en 8. Enkel voor kleur werden geen significante verschillen waargenomen. Van de potgrondbehandelingen scoorde object 3 best op vlak van bruine bladranden. De gemiddelde totale opbrengst per plant en het gemiddeld totaal aantal courgettes per plant waren bij de potgrondbehandelingen duidelijk lager dan bij de puntbehandeling met APP, de breedwerpige behandelingen met TSF (met en zonder Humifirst) en het onbehandelde object. Object 4 Op de plantkist scoorde object 4 goed voor kleur en uniformiteit maar was het volume minder goed. Bij de gewasbeoordelingen scoorden de potgrondbehandelingen (objecten 1, 2, 3 en 4) voor de meeste parameters (uniformiteit, volume en bruine bladrand) beduidend slechter dan objecten 5, 6, 7 en 8. Enkel voor kleur werden geen significante verschillen waargenomen. Van de potgrondbehandelingen had object 4 meest last van bruine bladranden. De gemiddelde totale opbrengst per plant en het gemiddeld totaal aantal courgetten per plant waren bij de potgrondbehandelingen duidelijk slechter dan bij de puntbehandeling met APP, de breedwerpige behandelingen met TSF (met en zonder Humifirst) en het onbehandelde object. Object 5, 6 en 7 Op de plantkist scoorden object 5, 6 en 7 beter dan de potgrondbehandelingen voor uniformiteit en volume maar niet voor kleur. Bij de gewasbeoordelingen scoorden de objecten 5, 6 en 7 voor de meeste parameters (uniformiteit, volume en bruine bladrand) beter dan de potgrondbehandelingen (objecten 1, 2, 3 en 4). Enkel voor kleur werden geen significante verschillen waargenomen. De gemiddelde totale opbrengst per plant en het gemiddeld totaal aantal courgetten per plant waren bij de potgrondbehandelingen duidelijk slechter dan bij de puntbehandeling met APP, de breedwerpige behandelingen met TSF (met en zonder Humifirst) en het onbehandelde object. Object 6 haalde hier een lagere opbrengst dan objecten 5 en 7. Pagina 11 of 14
Object 8 Op de plantkist scoorden object 5, 6, 7 en 8 beter dan de potgrondbehandelingen voor uniformiteit en volume maar niet voor kleur. Bij de gewasbeoordelingen scoorden de objecten 5, 6 en 7 voor de meeste parameters (uniformiteit, volume en bruine bladrand) beter dan de potgrondbehandelingen (objecten 1, 2, 3 en 4). Enkel voor kleur werden geen significante verschillen waargenomen. De gemiddelde totale opbrengst per plant en het gemiddeld totaal aantal courgetten per plant waren bij de potgrondbehandelingen duidelijk slechter dan bij het onbehandelde object. Object Plantkist vlak voor plant (30/06/2011) 1 maand na planten (04/07/2011) 3: Vivifos in potgrond 2: TSF in potgrond 1: APP in potgrond Pagina 12 of 14
4: Novatec Solub in potgrond 5: APP in puntbehandeling Geen afbeelding beschikbaar 6: TSF breedwerpig Geen afbeelding beschikbaar 7: TSF breedwerpig + Humifirst Geen afbeelding beschikbaar Pagina 13 of 14
8: Onbehandeld Geen afbeelding beschikbaar 4 Besluit In deze proef levert de potgrondbehandeling met startfosfaten bij courgettes geen meerwaarde. De opbrengsten zijn kleiner en de kwaliteit van de planten wordt niet bevorderd. Bij de potgrondbehandelingen is het volume van de planten in de plantkist lager. Verder zijn er geen duidelijke verschillen waar te nemen op de plantkist. Bij de gewasbeoordelingen zet de trend van een lager volume bij de potgrondbehandelingen zich verder en is ook de uniformiteit en de kleur van de planten te laag. De objecten met een potgrondbehandeling hebben meer last van planten met bruine bladranden dan de objecten met een breedwerpige of puntsgewijze behandeling na het planten. De gemiddelde opbrengst per plant en het gemiddeld aantal courgetten per plant liggen beduidend lager bij de potgrondbehandelingen. In deze proef leverde het mengen van startfosfaten in de potgrond geen goede resultaten. Op vlak van opbrengst en kwaliteit was er ook bij de toepassing van APP (ammoniumpolyfosfaat) in het plantgat of bij de breedwerpige toepassing van tripelsuperfosfaat (TSF) geen meerwaarde ten opzichte van het onbehandelde object. In 2010 lag ook een proef aan naar het effect van startfosfaten op de teelt van courgette. Hier werden noch positieve, noch negatieve effecten gevonden. Uit deze twee proeven blijkt dus dat het moeilijk is om in de teelt van courgette een meerwaarde te behalen door het gebruik van startfosfaten. Pagina 14 of 14