Bedieningshandleiding az CATROS 7501-2T CATROS + 7501-2T Compacte schijveneg MG2956 BAG0046.7 03.14 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de bedieningshandleiding voor toekomstig gebruik!
Het mag niet onbelangrijk of overbodig voorkomen, deze gebruiksaanwijzing te lezen en zich aan de aanwijzingen te houden; het volstaat niet van anderen te horen, dat de machine goed is, ze daarom te kopen en te denken dat alles vanzelf gaat. De persoon in kwestie berokkent niet alleen zichzelf schade maar zal ook fouten maken waarbij het mislukken niet aan zichzelf doch aan de machine zal worden toegeschreven. Om zeker te zijn van een goede werking moet men zich bewust zijn van de handelingen en over het doel van de functies van de machine geïnformeerd zijn en er mee leren omgaan. Pas dan zal men over de machine en zichzelf tevreden zijn. Om dit doel te bereiken dient deze bedieningshandleiding. Leipzig-Plagwitz 1872. 2 Catros BAG0046.7 03.14
Identificatiegegevens Identificatiegegevens Vul hier de identificatiegegevens van de machine in. U vindt de identificatiegegevens op het typeplaatje. Identificatienummer machine: (tien cijfers) Type: Catros Bouwjaar: Basisgewicht kg: Toelaatbaar totaalgewicht kg: Maximale belading kg: Adres fabrikant AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D-49202 Hasbergen Tel.: + 49 (0) 5405 50 1-0 Fax.: + 49 (0) 5405 501-234 E-mail: amazone@amazone.de Bestellen van onderdelen De lijsten met vervangingsonderdelen zijn vrij toegankelijk via het Portaal Vervangingsonderdelen op www.amazone.de. Wij verzoeken u uw orders bij uw AMAZONE-dealers te plaatsen. Over deze bedieningshandleiding Documentnummer: MG2956 Productiedatum: 03.14 Copyright AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG, 2014 Alle rechten voorbehouden. Nadruk, ook gedeeltelijk, uitsluitend toegestaan na toestemming van AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG. Catros BAG0046.7 03.14 3
Voorwoord Voorwoord Geachte klant, U heeft gekozen voor een van onze kwaliteitsproducten uit het uitgebreide programma van AMAZONEN-WERKE, H. DREYER GmbH & Co. KG. Wij bedanken u voor het in ons gestelde vertrouwen. Controleer bij ontvangst van de machine of er sprake is van transportschade en of er onderdelen ontbreken! Controleer aan de hand van het afleveringsbewijs of de machine compleet is geleverd, inclusief de bestelde toebehoren. Alleen bij directe reclamaties heeft u recht op schadevergoeding! Lees deze bedieningshandleiding, en vooral de veiligheidsinstructies, voor het in bedrijf stellen door en volg alle aanwijzingen zorgvuldig op. Door de bedieningshandleiding nauwlettend te lezen, kunt u de voordelen van uw nieuwe machine optimaal benutten. Zorg ervoor dat alle gebruikers van deze machine deze bedieningshandleiding lezen voordat zij met de machine aan het werk gaan. Raadpleeg bij eventuele vragen of problemen s.v.p. deze bedieningshandleiding of neem contact op met uw locale dealer. Door onderhoud regelmatig uit te voeren en versleten of beschadigde onderdelen tijdig te vervangen, verhoogt u de levensduur van uw machine. Uw suggesties Geachte lezers, Wij passen onze bedieningshandleidingen regelmatig aan. Uw suggesties helpen ons onze bedieningshandleidingen nog gebruikersvriendelijker te maken. U kunt uw suggesties per fax aan ons doorgeven. AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D-49202 Hasbergen Tel.: + 49 (0) 5405 50 1-0 Fax.: + 49 (0) 5405 501-234 E-mail: amazone@amazone.de 4 Catros BAG0046.7 03.14
Inhoud 1 Tips voor de gebruiker...8 1.1 Doel van het document...8 1.2 Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding...8 1.3 Gebruikte beschrijvingen...8 2 Algemene veiligheidsinstructies...9 2.1 Verplichtingen en aansprakelijkheid...9 2.2 Beschrijving van veiligheidssymbolen...11 2.3 Organisatorische maatregelen...12 2.4 Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen...12 2.5 Vrijblijvende veiligheidsmaatregelen...12 2.6 Scholing van de personen...13 2.7 Veiligheidsmaatregelen voor normaal gebruik...14 2.8 Gevaren door resterende energie...14 2.9 Onderhoud, service en oplossen van storingen...14 2.10 2.10.1 Bouwkundige modificaties...14 Onderdelen, slijtageonderdelen en hulpstoffen...15 2.11 Reinigen en afvalverwerking...15 2.12 Werkplek van de chauffeur...15 2.13 2.13.1 Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine...16 Plaats van de waarschuwingsstickers en overige aanduidingen...16 2.14 Gevaren bij het negeren van de veiligheidsinstructies...22 2.15 Veiligheidsbewust werken...22 2.16 Veiligheidsinstructies voor de chauffeur...23 2.16.1 Algemene veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen...23 2.16.2 Hydraulisch systeem...26 2.16.3 Elektrisch systeem...27 2.16.4 Aangekoppelde machines...27 2.16.5 Remsysteem...28 2.16.6 Banden...29 2.16.7 Reinigen, service en onderhoud...29 3 Op- en afladen...30 4 Beschrijving van het product...31 4.1 Overzicht van bouwgroepen...31 4.2 Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen...32 4.3 Voedingskabels tussen tractor en machine...33 4.4 Verkeerstechnische uitrusting...33 4.5 Gebruik volgens voorschriften...34 4.6 Gevarenzone en gevaarlijke plaatsen...34 4.7 Typeplaatje en CE-markering...35 4.8 Technische gegevens...36 4.9 Benodigde tractoruitrusting...37 4.10 Gegevens over geluidsontwikkeling...37 5 Opbouw en werking...38 5.1 Werking...38 5.2 Hydraulische aansluitingen...39 5.2.1 Hydraulische slangen aansluiten...40 5.2.2 Hydraulische slangen loskoppelen...40 5.3 Tweekrings-bedrijfsremsysteem...41 5.3.1 Aansluiten van de rem- en voorraadleiding...43 5.3.2 Loskoppelen van de rem- en voorraadleiding...44 5.4 Hydraulische bedrijfsrem...45 5.4.1 Aankoppelen van het hydraulische bedrijfsremsysteem...45 Catros BAG0046.7 03.14 5
Inhoud 5.4.2 5.4.3 Loskoppelen van het hydraulische remsysteem... 45 Noodrem... 46 5.5 Handrem... 47 5.6 Schijveneg met dubbele schijvenrij... 48 5.7 Onderstelwielen / walswielen... 49 5.8 Koppelen van trekoog/trekschaal... 50 5.9 Koppelen van de bevestiging aan de trekstangen... 51 5.10 Steunpoot... 52 5.11 Tastwielen... 53 5.12 Veiligheidsketting voor machines zonder reminstallatie... 53 5.13 Achtereg... 54 6 Inbedrijfstelling... 55 6.1 Controleren of de tractor geschikt is... 56 6.1.1 Berekenen van de daadwerkelijk waarden voor het totale gewicht van de tractor, de belastingen van de tractorassen, de draagvermogens van de banden en het minimaal benodigde ballastgewicht... 56 6.1.2 Voorwaarden voor het gebruik van tractoren met aangekoppelde machines... 60 6.1.3 Machines zonder eigen remsysteem... 61 6.2 Beveilig de tractor/machine tegen onbedoeld starten en wegrollen... 62 7 Machine aan- en afkoppelen... 63 7.1 Machine aankoppelen... 63 7.2 Machine afkoppelen...64 8 Instellingen... 65 8.1 Werkdiepte... 65 8.2 Tastwielen aan de werkdiepte aanpassen... 67 8.3 Schuine stand van de schijvenrijen... 68 8.4 Werkdiepte van de randschijven... 70 8.5 Achtereg... 70 8.6 Hoogte van het trekoog... 71 9 Transport... 72 9.1 Ombouwen van werk- in transportstand... 74 9.1.1 Machines met mechanische werkdiepte-instelling... 74 9.1.2 Machines met hydraulische werkdiepte-instelling... 77 9.1.3 Breng de afdekzeilen aan... 79 10 Werken met de machine... 80 10.1 Ombouwen van transport- naar werkstand... 81 10.1.1 Machines met mechanische werkdiepte-instelling... 81 10.1.2 Machines met hydraulische werkdiepte-instelling... 84 10.2 Tijdens het werk... 85 10.3 Rijden op de wendakker... 86 11 Storingen... 87 11.1 Ongelijke werkdiepte over de werkbreedte... 87 12 Reinigen, service en onderhoud... 88 12.1 Reinigen... 88 12.2 Smeervoorschrift... 89 12.3 Onderhoudsschema overzicht... 91 12.4 As en rem... 93 12.4.1 Luchtketel ontwateren...94 12.4.2 Leidingfilter reinigen... 94 12.4.3 Remtrommel reinigen (werkplaatswerk)... 95 12.4.4 Testhandleiding voor gescheiden bedrijfsremsysteem... 96 6 Catros BAG0046.7 03.14
Inhoud 12.4.5 Hydraulisch remsysteem...97 12.5 Handrem...100 12.6 Banden / wielen...101 12.6.1 Bandenspanning...101 12.6.2 Banden monteren (vakwerkplaats)...102 12.7 Elektrische verlichting...102 12.8 Afstrijker...102 12.9 Hydraulische cilinder voor in-/uitklapbare elementen...102 12.10 Vervangen van schijven (vakwerkplaats)...103 12.11 Glijlager van de schuifeenheid vervangen (vakwerkplaats)...103 12.12 Kantelsteun van de schuifeenheid vervangen (vakwerkplaats)...103 12.13 Hydraulisch systeem (vakwerkplaats)...104 12.13.1 Aanduidingen op hydraulische slangen...105 12.13.2 Service-intervallen...105 12.13.3 Inspectiecriteria voor hydraulische slangen...105 12.13.4 Monteren en demonteren van hydraulische slangen...106 12.14 Hydraulisch schema...107 12.15 Trekstangbouten...109 12.16 Aanhaalkoppels schroeven...110 Catros BAG0046.7 03.14 7
Tips voor de gebruiker 1 Tips voor de gebruiker Het hoofdstuk Tips voor de gebruiker bevat informatie over het omgaan met de bedieningshandleiding. 1.1 Doel van het document Deze bedieningshandleiding beschrijft de bediening en het onderhoud van de machine. voorziet u van belangrijke informatie om veilig en efficiënt met de machine te werken. hoort bij de machine en dient altijd in de machine of de tractor te liggen. voor toekomstig gebruik bewaren. 1.2 Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Alle in deze bedieningshandleiding genoemde richtingen zijn altijd gezien in rijrichting. 1.3 Gebruikte beschrijvingen Bedieningsinstructies en reacties De handelingen die de chauffeur dient uit te voeren, worden altijd genummerd weergegeven. Houd u aan de volgorde van de aangegeven bedieningsinstructies. Een pijl geeft in voorkomende gevallen de reactie op de betreffende bedieningsinstructie aan. Voorbeeld: 1. Bedieningsinstructie 1 Reactie van de machine op bedieningsinstructie 1 2. Bedieningsinstructie 2 Opsommingen Opsommingen zonder dwingende volgorde worden weergegeven met opsommingstekens. Voorbeeld: Punt 1 Punt 2 Positienummers in afbeeldingen Cijfers tussen ronde haakjes verwijzen naar positienummers in afbeeldingen. Het eerste cijfer verwijst naar de afbeelding, het tweede cijfer naar het positienummer in de afbeelding. Voorbeeld (afb. 3/6) Afbeelding 3 Positie 6 8 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies 2 Algemene veiligheidsinstructies Dit hoofdstuk bevat belangrijke instructies om veilig met de machine te werken. 2.1 Verplichtingen en aansprakelijkheid Instructies in de bedieningshandleiding opvolgen Kennis van de basisveiligheidsinstructies en veiligheidsvoorschriften is de eerste voorwaarde om veilig en zonder storingen met de machine te kunnen werken. Verplichtingen van de eigenaar De eigenaar is verplicht om alleen personen met/aan de machine te laten werken die vertrouwd zijn met de basisvoorschriften inzake veiligheid op het werk en voorkoming van ongevallen. geïnstrueerd zijn in het werken met/aan de machine. deze bedieningshandleiding hebben gelezen en begrijpen. De eigenaar verplicht zich ertoe om alle waarschuwingsstickers op de machine in leesbare staat te houden. beschadigde waarschuwingsstickers te vervangen. Onbeantwoorde vragen kunt u richten aan de producent. Verplichtingen van de gebruiker Alle personen die met/aan de machine werken zijn verplicht om voordat zij met het werk beginnen de basisvoorschriften voor veiligheid op het werk en voorkoming van ongevallen op te volgen; het hoofdstuk "Algemene veiligheidsinstructies" in deze bedieningshandleiding te lezen en de instructies op te volgen; het hoofdstuk "Waarschuwingsstickers en overige aanduidingen" (blz. 17) in deze bedieningshandleiding te lezen en de veiligheidsinstructies van de waarschuwingsstickers bij het gebruik van de machine op te volgen; zich met de machine vertrouwd te maken; de hoofdstukken in deze bedieningshandleiding die van belang zijn voor het uitvoeren van de opgedragen werkzaamheden te lezen. Als de chauffeur constateert dat een voorziening veiligheidstechnisch niet in perfecte staat is, dient de chauffeur dit probleem onmiddellijk op te lossen. Behoort dit niet tot de taakomschrijving van de chauffeur of beschikt de chauffeur niet over voldoende kennis daartoe, dan dient de chauffeur het probleem door te geven aan zijn of haar meerdere (eigenaar). Catros BAG0046.7 03.14 9
Algemene veiligheidsinstructies Gevaren bij het werken met de machine De machine is gebouwd volgens de allernieuwste techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kunnen er zich bij het gebruik van de machine gevaren en beschadigingen voordoen voor het leven van de chauffeur of derden, voor de machine zelf, aan andere voorwerpen van waarde. Gebruik de machine alleen waarvoor deze bestemd is. in veiligheidstechnisch onberispelijke staat. Storingen die de veiligheid verminderen, moeten direct worden verholpen. Garantie en aansprakelijkheid In principe zijn onze "Algemene verkoop- en levervoorwaarden" van toepassing. Deze worden de eigenaar uiterlijk bij het sluiten van het contract ter beschikking gesteld. Aanspraken op garantie en aansprakelijk in geval van letsel of schade zijn uitgesloten wanneer het letsel of de schade aan een of meerdere van de volgende oorzaken toe te schrijven is: gebruik van de machine anders dan waarvoor deze bestemd is. onvakkundig monteren, in bedrijf stellen, bedienen en onderhouden van de machine. gebruik van de machine met defecte veiligheidsvoorzieningen of niet volgens de voorschriften aangebrachte of niet functionerende veiligheids- en beschermingsvoorzieningen. het negeren van de instructies in de bedieningshandleiding met betrekking tot inbedrijfstelling, gebruik en onderhoud. het eigenmachtig modificeren van de machine. gebrekkige controle van slijtageonderdelen van de machine. ondeskundig uitgevoerde reparaties. catastrofes door inwerking van vreemde bestanddelen en overmacht. 10 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies 2.2 Beschrijving van veiligheidssymbolen Veiligheidsinstructies worden aangegeven met een driehoekig veiligheidssymbool en een signaalwoord. Het signaalwoord (GEVAAR, WAARSCHUWING, VOORZICHTIG) beschrijft de ernst van het dreigende gevaar en heeft de volgende betekenis: GEVAAR verwijst naar een direct gevaar met een hoog risico dat de dood of zwaar lichamelijk letsel (verlies van lichaamsdelen of langdurig letsel) ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan de dood of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben. WAARSCHUWING verwijst naar een mogelijk gevaar met gemiddeld risico dat de dood of (zwaar) lichamelijk letsel ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan onder omstandigheden de dood of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben. VOORZICHTIG verwijst naar een gevaar met gering risico dat licht of gemiddeld lichamelijk letsel of materiële schade ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. BELANGRIJK verwijst naar een verplichting tot een bijzondere handelwijze of activiteit om vakkundig met de machine om te gaan. Het negeren van deze instructies kan storingen in de machine of in de omgeving veroorzaken. TIP verwijst naar praktische tips en bijzonder nuttige informatie. Deze tips helpen u om alle functies van uw machine optimaal te benutten. Catros BAG0046.7 03.14 11
Algemene veiligheidsinstructies 2.3 Organisatorische maatregelen De eigenaar dient de benodigde persoonlijke veiligheidsuitrustingen ter beschikking te stellen, zoals: Veiligheidsbril Veiligheidsschoenen Beschermende kleding Beschermingsmiddelen voor de huid, enz. De bedieningshandleiding altijd daar bewaren waar de machine wordt gebruikt! dient te allen tijde voor chauffeurs en onderhoudsmedewerkers beschikbaar te zijn! Controleer alle beschikbare veiligheidsvoorzieningen regelmatig! 2.4 Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen Voordat u de machine gaat gebruiken, dienen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op de juiste wijze zijn aangebracht en functioneren. Controleer alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen regelmatig. Defecte veiligheidsvoorzieningen Defecte of gedemonteerde veiligheids- en beschermingsvoorzieningen kunnen gevaarlijke situaties veroorzaken. 2.5 Vrijblijvende veiligheidsmaatregelen Neem naast alle veiligheidsinstructies in deze bedieningshandleiding ook de algemeen geldende nationale regelingen ter voorkoming van ongevallen en ter bescherming van het milieu in acht. Neem bij het rijden op openbare wegen en straten het wegenverkeersreglement in acht. 12 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies 2.6 Scholing van de personen Alleen geschoolde en geïnstrueerde personen mogen met/aan de machine werken. De eigenaar dient de bevoegdheden voor het bedienen en onderhouden duidelijk vastleggen. Personen die nog moeten worden opgeleid, mogen alleen onder toezicht van een ervaren persoon met/aan de machine werken. Activiteit Personen Voor de activiteit speciaal opgeleid persoon 1) Geïnstrueerd persoon 2) Personen met vakopleiding (vakwerkplaats) 3) Verladen/transport X X X Inbedrijfstelling -- X -- Monteren, gereedmaken -- -- X Gebruik -- X -- Onderhoud -- -- X Opsporen en verhelpen van storingen -- X X Afvalverwerking X -- -- Toelichting: X..toegestaan --..niet toegestaan 1) 2) 3) Een persoon die een specifieke taak op zich kan nemen en deze voor een overeenkomstig gekwalificeerd bedrijf mag uitvoeren. Een geïnstrueerd persoon is iemand die over de hem opgedragen taken en mogelijke gevaren bij ondeskundig gedrag is geïnformeerd en zo nodig is ingewerkt en bovendien is geïnformeerd over de benodigde veiligheidsvoorzieningen en veiligheidsmaatregelen. Personen met vakopleiding worden beschouwd als vakman (geschoolde kracht). Door hun vakopleiding en kennis van de desbetreffende bepalingen kunnen zij de hen opgedragen werkzaamheden beoordelen en mogelijke gevaren herkennen. Opmerking: Een aan een vakopleiding gelijkwaarde kwalificatie kan ook zijn verkregen door meerdere jaren op het betreffende arbeidsterrein werkzaam te zijn. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen door een vakwerkplaats worden uitgevoerd als er bij deze werkzaamheden de toevoeging "vakwerkplaats" staat. Het personeel van een vakwerkplaats beschikt over de noodzakelijke kennis en de juiste hulpmiddelen (gereedschappen, hef- en ondersteuningsmateriaal) om de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de machine vakkundig en veilig uit te voeren. Catros BAG0046.7 03.14 13
Algemene veiligheidsinstructies 2.7 Veiligheidsmaatregelen voor normaal gebruik Gebruik de machine alleen als alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen volledig functioneren. Controleer de machine tenminste een keer per dag op waarneembare schade en het correct functioneren van de veiligheids- en beschermingsvoorzieningen. 2.8 Gevaren door resterende energie Houd rekening met mechanische, hydraulische, pneumatische en elektrische/elektronische resterende energie in de machine. Tref hiertoe passende maatregelen als u degenen die met de machine gaan werken instrueert. Uitgebreide informatie vindt u bovendien in de betreffende hoofdstukken van deze bedieningshandleiding. 2.9 Onderhoud, service en oplossen van storingen 2.10 Bouwkundige modificaties Voer de voorgeschreven instel-, onderhouds- en inspectiewerkzaamheden binnen de gestelde termijnen door. Voorkom dat bedrijfsmiddelen zoals perslucht en hydraulische systemen per ongeluk kunnen worden ingeschakeld. Bevestig en borg grotere onderdelen bij vervanging zorgvuldig aan de hefwerktuigen. Controleer of losgemaakte schroefverbindingen weer goed zijn aangebracht. Controleer na het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden of veiligheids- en beschermingsvoorzieningen correct functioneren. Zonder toestemming van AMAZONEN-WERKE zijn modificaties, aanof ombouw aan de machine niet toegestaan. Dit geldt ook voor laswerkzaamheden aan dragende delen. Voor alle aan- of ombouwwerkzaamheden is schriftelijke toestemming van AMAZONEN-WERKE noodzakelijk. Gebruik uitsluitend de door AMAZONEN-WERKE goedgekeurde ombouwdelen en toebehoren, zodat bijvoorbeeld de goedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften van kracht blijft. Voertuigen met een wettelijke goedkeuring of met voorzieningen en toebehoren met een geldige goedkeuring of toelating voor de openbare weg volgens het wegenverkeersreglement dienen zich in de staat te bevinden waarin de goedkeuring of toestemming werd verleend. WAARSCHUWING Gevaar door bekneld raken, snijden, naar binnen trekken en stoten door breuk van dragende onderdelen. Het is verboden om te boren in frame of onderstel. om bestaande gaten in frame of onderstel op te boren. om aan dragende delen te lassen. 14 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies 2.10.1 Onderdelen, slijtageonderdelen en hulpstoffen Onderdelen van de machine die niet meer in perfecte staat zijn, dienen direct te worden vervangen. Gebruik uitsluitend originele AMAZONE-onderdelen en slijtageonderdelen of de door AMAZONEN-WERKEN goedgekeurde onderdelen, zodat de goedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften van kracht blijft. Bij onderdelen en slijtageonderdelen van derden kan niet worden gegarandeerd dat zij zijn ontworpen en geproduceerd volgens de voorgeschreven belastings- en veiligheidsnormen. AMAZONEN-WERKE is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het gebruik van onderdelen, slijtageonderdelen of hulpstoffen die niet zijn goedgekeurd. 2.11 Reinigen en afvalverwerking Ga bij het verwerken en afvoeren van gebruikte stoffen en materialen vakkundig te werk. Dit geldt vooral voor werkzaamheden aan smeersystemen en smeerinrichtingen en het reinigen met oplosmiddelen. 2.12 Werkplek van de chauffeur De machine mag uitsluitend vanaf de chauffeursstoel van de tractor worden bediend. Catros BAG0046.7 03.14 15
Algemene veiligheidsinstructies 2.13 Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine 2.13.1 Plaats van de waarschuwingsstickers en overige aanduidingen De volgende afbeeldingen geven aan waar de waarschuwingsstickers op de machine zijn aangebracht. Afb. 1 Afb. 2 Afb. 3 16 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies Houd alle waarschuwingsstickers op de machine altijd schoon en goed leesbaar! Vervang onleesbare waarschuwingsstickers. Bestel de waarschuwingsstickers aan de hand van het bestelnummer (bijv. MD 075) bij uw dealer. Opbouw waarschuwingssticker Waarschuwingsstickers geven gevaarlijke plaatsen op de machine aan en waarschuwen voor restgevaren. Op deze gevaarlijke plaatsen doen zich permanent of onverwacht gevaarlijke situaties voor. Een waarschuwingssticker bestaat uit 2 vlakken: Vlak 1 beschrijft het gevaar in de vorm van een illustratie en is omringd door een driehoekig veiligheidssymbool. Vlak 2 geeft in de vorm van een illustratie instructie om het gevaar te vermijden. Waarschuwingssticker - toelichting In de kolom Bestelnummer en toelichting staat de beschrijving van de hiernaast afgebeelde waarschuwingssticker. De beschrijving van de waarschuwingssticker is altijd gelijk en vermeldt in onderstaande volgorde: 1. De beschrijving van het gevaar. Voorbeeld: Gevaar voor snijwonden of amputatie! 2. De gevolgen bij het negeren van de instructie(s) om het gevaar te voorkomen. Voorbeeld: Veroorzaakt zwaar letsel aan vingers of hand. 3. De instructie(s) ter voorkoming van het gevaar. Voorbeeld: Raak onderdelen van de machine pas aan zodra de onderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen. Catros BAG0046.7 03.14 17
Algemene veiligheidsinstructies Bestelnummer en toelichting Waarschuwingssticker MD 078 Gevaar voor het bekneld raken van vingers of handen als gevolg van toegankelijke, bewegende delen van de machine! Dit gevaar kan zeer ernstig letsel met verlies van lichaamsdelen tot gevolg hebben. Houd uw handen of armen uit de gevarenzone zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch/elektronisch systeem draait. MD 082 Gevaar voor vallen als gevolg van het meerijden op treeplanken of platforms! Dit gevaar kan zeer ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben. Het is verboden om personen mee te laten rijden op de machine of op rijdende machines te laten stappen. Dit verbod geldt ook voor machines met treeplanken of platforms. Zorg ervoor dat niemand op de machine meerijdt. MD 084 Gevaar voor bekneld raken van het gehele lichaam door de aanwezigheid in het zwenkbereik van omlaagbewegende delen van de machine! Dit gevaar kan zeer ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben. Er mag zich niemand binnen het zwenkbereik van omlaagbewegende delen van de machine bevinden! Stuur iedereen weg uit het zwenkbereik van omlaagbewegende delen van de machine voordat u deze delen laat zakken. 18 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies MD 094 Gevaar voor elektrische schok of verbrandingen door het onbedoeld aanraken van kabels die onder spanning staan of door het niet-toegestaan naderen van onder hoogspanning staande kabels! Dit gevaar kan zeer ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben. Houd voldoende veilige afstand tot onder hoogspanning staande kabels. Nominale spanning Tot 1 kv Meer dan 1 tot 110 kv Meer dan 110 tot 220 kv Meer dan 220 tot 380 kv Veilige afstand tot stroomkabels 1 m 2 m 3 m 4 m MD 095 Lees voordat u de machine in gebruikt neemt de bedieningshandleiding en de veiligheidsinstructies goed door en volg de aanwijzingen op! MD 096 Gevaar voor onder hoge druk naar buiten spuitende hydraulische olie als gevolg van lekkende hydraulische slangleidingen! Dit gevaar kan ernstig lichamelijk letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben wanneer onder hoge druk naar buiten spuitende hydraulische olie via de huid in het lichaam komt. Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Lees de bedieningshandleiding en volg de aanwijzingen op voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan hydraulische slangen gaat uitvoeren. Raadpleeg bij letsel als gevolg van hydraulische olie onmiddellijk een arts. Catros BAG0046.7 03.14 19
Algemene veiligheidsinstructies MD 101 Dit pictogram geeft plaatsen voor het aanbrengen van hefinrichtingen (krik) aan. MD 102 Gevaar voor het onbedoeld starten en wegrollen van tractor en machine bij het uitvoeren van werkzaamheden aan de machine, zoals monteren, instellen, oplossen van storingen, reinigen, onderhoud en reparaties! Dit gevaar kan zeer ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben. Beveilig de tractor en machine voor alle handelingen aan de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. Lees de betreffende hoofdstukken in de bedieningshandleiding en volg de aanwijzingen op. MD 114 Dit pictogram geeft een smeerpunt aan. MD 115 De maximale werkdruk in het hydraulische systeem bedraagt 200 bar. 20 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies MD 132 De vereiste bandenspanning bedraagt 1,8 bar. MD 136 De vereiste bandenspanning bedraagt 4,3 bar. MD 163 Gevaar voor vallen als gevolg van het per ongeluk verdraaien van afzonderlijke walssegmenten bij het betreden van de steun- of pakkerwalsen! Dit gevaar kan zeer ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben. Stap nooit op de walssegmenten van de steunof pakkerwalsen. MD 174 Gevaar door een onbedoelde beweging van de machine! Veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Beveilig de machine tegen onbedoeld in beweging komen voordat u de machine van de tractor loskoppelt. Maak hiertoe gebruik van handrem en/of wielblok(ken). Catros BAG0046.7 03.14 21
Algemene veiligheidsinstructies 2.14 Gevaren bij het negeren van de veiligheidsinstructies Het negeren van de veiligheidsinstructies kan personen in gevaar brengen, schadelijk zijn voor het milieu en beschadigingen aan de machine veroorzaken. kan leiden tot het verlies van alle aanspraken op schadevergoeding. Concreet kan het negeren van de veiligheidsinstructies bijvoorbeeld de volgende gevaren tot gevolg hebben: In gevaar brengen van personen door onbeveiligde werkterreinen. Uitval van belangrijke functies van de machine. Onderhoud en reparatie dat niet op de voorgeschreven wijze wordt uitgevoerd. In gevaar brengen van personen door mechanische of chemische oorzaken. Verontreiniging van het milieu door lekkage van hydraulische olie. 2.15 Veiligheidsbewust werken Naast de veiligheidsinstructies in deze bedieningshandleiding dient u zich ook te houden aan de nationale, algemeen geldende wet- en regelgeving in verband met veiligheid op het werk en het voorkomen van ongevallen. Volg de instructies op de waarschuwingsstickers zorgvuldig op om gevaarlijke situaties te voorkomen. Houd u in het verkeer op de openbare weg aan de wettelijke verkeersvoorschriften. 22 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies 2.16 Veiligheidsinstructies voor de chauffeur WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten vanwege het ontbreken van verkeers- en gebruiksveiligheid! De machine en tractor voor gebruik altijd controleren op verkeers- en gebruiksveiligheid! 2.16.1 Algemene veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen Neem behalve deze instructies ook de algemeen geldende nationale veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen in acht! De op de machine aangebrachte waarschuwingsstickers en andere aanduidingen geven belangrijke instructies om veilig met de machine te kunnen werken. Het opvolgen van deze instructies is voor uw eigen veiligheid! Controleer de omgeving (kinderen) voordat u gaat rijden en de machine in werking stelt! Zorg dat u voldoende zicht heeft! Het meerijden of transport op de machine is verboden! Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle heeft. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, van het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de aangebouwde of aangekoppelde machine. Aan- en afkoppelen van de machine Koppel en transporteer de machine alleen met tractoren die daartoe geschikt zijn. Bij het aankoppelen van machines aan de driepuntshydraulica van de tractor moeten de aanbouwcategorieën van tractor en machine overeenkomen! Koppel de machine in overeenstemming met de voorschriften aan de voorgeschreven voorzieningen! Bij het aankoppelen van de machines aan voor- of achterzijde van een tractor dient u rekening te houden met het toelaatbare totaalgewicht van de tractor de toelaatbare asbelastingen van de tractor het toelaatbare draagvermogen van de banden van de tractor Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld in beweging komen voordat u de machine aan- of afkoppelt. Het is verboden om tijdens het achteruitrijden van de tractor naar de machine tussen de machine en de tractor te staan! Aanwezige personen mogen alleen aanwijzingen geven als zij naast het voertuig staan en pas na stilstand tussen tractor en machine gaan staan. Voordat u de machine aan de driepuntshydraulica van de tractor aan- of loskoppelt, dient u de bedieningshendel van de hydraulica van de tractor te blokkeren in een positie waarin onbedoeld heffen of zakken wordt uitgesloten! Catros BAG0046.7 03.14 23
Algemene veiligheidsinstructies Zet de steunelementen (indien aanwezig) bij het aan- en afkoppelen van machines in de juiste stand (stabiliteit bij stilstand)! Let bij het gebruik van de steunelementen op de plekken waar u bekneld kunt raken! Ga bij het aan- en afkoppelen van machines aan of van de tractor bijzonder voorzichtig te werk! Tussen tractor en machine bevinden zich bij de koppelingspunten plekken waar u bekneld kunt raken! Het is verboden om zich tijdens het bedienen van de driepuntshydraulica tussen tractor en machine te bevinden! Aangesloten voedingsleidingen moeten in bochten bij alle bewegingen zonder spanning, knikken of wrijving soepel meebewegen. mogen niet langs onderdelen schuren. Ontkoppelingskabels voor snelkoppelingen moeten los hangen en mogen in de onderste positie niet uit zichzelf ontkoppelen! Zorg dat de afgekoppelde machine altijd stabiel op zijn plaats staat! Werken met de machine Maak uzelf voordat u met de werkzaamheden begint vertrouwd met de uitrusting en bedieningselementen van de machine en hun functies. Tijdens het werk is het daarvoor te laat! Draag strak zittende kleding! Losse kleding verhoogt het risico op vastgrijpen of opwikkelen door aandrijfassen! Gebruik de machine alleen als alle veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht en zich in de juiste positie bevinden! Houd rekening met de maximale belading van de aangebouwde/aangekoppelde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! Rijd indien nodig met een gedeeltelijk gevulde tank. Het is verboden om zich binnen het werkbereik van de machine te bevinden! Het is verboden om zich binnen het draai- en zwenkbereik van de machine te bevinden! Extern bediende machineonderdelen (bijv. hydraulisch) zijn voorzien van delen waar u bekneld kunt raken! Gebruik extern bediende machineonderdelen uitsluitend als personen zich op voldoende veilige afstand van de machine bevinden! Beveilig de tractor tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u de tractor verlaat. Hiertoe laat u de machine op de grond zakken; trekt u de handrem aan; schakelt u de motor van de tractor uit; verwijdert u de contactsleutel. 24 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies Transport van de machine Bij het rijden op de openbare weg dient u zich aan de geldende verkeersregels te houden! Controleer voor transport of voedingsleidingen correct zijn aangebracht; of de verlichting werkt, schadevrij en schoon is; het remsysteem en hydraulische systeem op in het oog lopende gebreken; of de handrem volledig los is; de werking van het remsysteem. De tractor dient altijd te beschikken over voldoende stuur- en remvermogen Aan een tractor aangebouwde of aangekoppelde machine en gewichten aan voor- of achterzijde beïnvloeden niet alleen het rijgedrag, maar ook het stuur- en remvermogen van de tractor. Gebruik zo nodig gewichten aan de voorzijde! De vooras van de tractor dient altijd met minimaal 20% van het eigen gewicht van de tractor worden belast, om zeker te zijn van voldoende stuurvermogen. Bevestig gewichten aan voor- of achterzijde altijd in overeenstemming met de voorschriften aan de daartoe bestemde bevestigingspunten! Houd rekening met het maximale laadvermogen van de aangebouwde/aangekoppelde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! De tractor dient voor de beladen combinatie (tractor met aangebouwde of aangekoppelde machine) over voldoende remvertraging te beschikken! Controleer de werking van de remmen voordat u gaat rijden! Houd met een aangebouwde of aangekoppelde machine in bochten rekening met de grote uitzwaai en de middelpuntvliedende kracht van de machine! Wanneer de machine aan de driepuntshydraulica of de trekstangen van de tractor is bevestigd, dient u er vóór transport voor te zorgen dat de trekstang aan de zijkant voldoende is vastgezet! Zet alle beweegbare machineonderdelen vóór transport in de transportstand! Zet alle beweegbare machineonderdelen vóór transport in de transportstand vast om te voorkomen dat zij van positie veranderen. Maak hiervoor gebruik van de daarvoor bestemde transportbeveiligingen! Vergrendel vóór transport de bedieningshendel van de driepuntshydraulica om onbedoeld heffen of zakken van de aangebouwde of aangekoppelde machine te voorkomen! Controleer vóór transport of de benodigde transportuitrustingen, zoals verlichting, waarschuwingssystemen en beschermingsvoorzieningen, op de juiste wijze aan de machine zijn gemonteerd! Controleer vóór transport door middel van een visuele controle of de bouten van de topstang en trekstang met de lunspen zijn geborgd. Catros BAG0046.7 03.14 25
Algemene veiligheidsinstructies Pas uw rijsnelheid aan de omstandigheden ter plaatse aan! Schakel bij bergaf rijden een lagere versnelling in! Schakel de onafhankelijke wielremmen tijdens transport altijd uit (pedalen vergrendelen)! 2.16.2 Hydraulisch systeem Het hydraulische systeem staat onder hoge druk! Zorg ervoor dat de hydraulische slangen op de juiste wijze zijn aangesloten! Bij het aansluiten van de hydraulische slangen moet het hydraulische systeem van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn! Het is verboden om bedieningshendels op de tractor te blokkeren, als deze bedieningshendels hydraulische of elektrische functies van onderdelen rechtstreeks uitvoeren, zoals in- en uitklappen, draaien en verschuiven. De beweging moet automatisch stoppen zodra u de betreffende bedieningshendel bijbehorende regelelement loslaat. Dit geldt niet voor bewegingen van inrichtingen die continu zijn of automatisch geregeld zijn of voor hun werking een zweefstand of drukstand nodig hebben. Voordat u aan het hydraulische systeem gaat werken: laat de machine zakken; maak het hydraulische systeem drukloos; schakel de motor van de tractor uit; trek de handrem aan; verwijder de contactsleutel. Laat tenminste een keer per jaar door een deskundige controleren of de hydraulische slangen nog in goede staat zijn! Vervang beschadigde en verouderde hydraulische slangen! Gebruik uitsluitend originele hydraulische slangen van AMAZONE! Gebruik hydraulische slangen niet langer dan zes jaar. Dat is inclusief een eventuele opslagtijd van maximaal twee jaar. Ook bij vakkundige opslag en toelaatbare belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan natuurlijke veroudering, wat hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt. In afwijking hiervan is het mogelijk om, rekening houdend met de mogelijke risico's, de gebruiksduur op basis van ervaring te bepalen. Voor slangen en slangleidingen van thermoplast kunnen andere richtwaarden doorslaggevend zijn. Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Onder hoge druk naar buiten stromende vloeistof (hydraulische olie) kan via de huid in het lichaam komen en ernstig letsel veroorzaken! Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts! Infectiegevaar. Door de mogelijk grote kans op infectie, dient u bij het opsporen van lekkages gebruik te maken van passende hulpmiddelen. 26 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies 2.16.3 Elektrisch systeem Bij werkzaamheden aan het elektrische systeem dient u altijd de accu (minpool) los te koppelen! Gebruik uitsluitend de voorgeschreven zekeringen. Het gebruik van te zware zekeringen veroorzaakt onherstelbare schade aan het elektrische systeem brandgevaar! Sluit de accu op de juiste wijze aan - eerst de pluspool en dan de minpool! Loskoppelen: eerst de minpool en dan de pluspool! Voorzie de pluspool van de accu altijd van de daarvoor bestemde beschermkap. Bij aardfouten bestaat gevaar voor explosie! Gevaar voor explosie! Voorkom vonkvorming en open vuur in de nabijheid van de accu! De machine kan worden voorzien van elektronische componenten en onderdelen waarvan de werking door elektromagnetische straling van andere apparaten kan worden beïnvloed. Dergelijke invloeden kunnen gevaarlijk zijn voor de mens. Houd u daarom aan de volgende veiligheidsvoorschriften. Als achteraf elektrische apparaten en/of componenten aan de machine worden geïnstalleerd en op het elektrische systeem worden aangesloten, dient de gebruiker zelf te controleren of de installatie storingen in de elektronica of andere componenten veroorzaakt. De achteraf geïnstalleerde elektrische en elektronische onderdelen dienen te voldoen aan EMC-richtlijn 2004/108/EG en voorzien te zijn van de CE-markering. 2.16.4 Aangekoppelde machines Houd rekening met de toegestane combinatiemogelijkheden van de trekhaak aan de tractor en de trekinrichting aan de machine! Koppel uitsluitend toegestane combinaties van voertuigen (tractor en aangekoppelde machine) aan elkaar. Houd bij machines met enkele as rekening met de maximaal toelaatbare oplegdruk op de trekhaak van de tractor! De tractor dient altijd te beschikken over voldoende stuur- en remvermogen Aangebouwde of aangekoppelde machines beïnvloeden het rijgedrag en het stuur- en remvermogen van de tractor. Dit geldt vooral voor enkelassige machines met oplegdruk op de tractor! Alleen een vakbedrijf mag de hoogte van de trekdissel instellen voor trekhaakdissels met oplegdruk! Catros BAG0046.7 03.14 27
Algemene veiligheidsinstructies 2.16.5 Remsysteem Alleen vakbedrijven of erkende remspecialisten mogen instel- en reparatiewerkzaamheden aan het remsysteem uitvoeren! Laat het remsysteem regelmatig grondig controleren! Stop de tractor direct in geval van storingen in het remsysteem. Laat de storing direct verhelpen! Zet de machine op een veilige plaats en beveilig de machine tegen onbedoeld zakken en wegrollen (wielkeggen) voordat u werkzaamheden aan het remsysteem uitvoert! Ga bijzonder voorzichtig te werk bij las-, snij- en boorwerkzaamheden in de nabijheid van remleidingen! Voer na alle instel- en reparatiewerkzaamheden aan het remsysteem altijd een remmentest uit! Luchtdrukremsysteem Maak voor het aankoppelen van de machine eerst de afdichtringen van de koppelmoffen van voorraad- en remleidingen schoon! U mag met de aangekoppelde machine pas wegrijden als de manometer op de tractor 5,0 bar aangeeft! Tap elke dag het water uit de luchtketel af! Sluit de koppelmoffen op de tractor als u gaat rijden zonder machine! Bevestig de koppelmoffen van de voorraad- en remleiding van de machine aan de daarvoor bestemde blinde koppelingen! Gebruik voor het bijvullen of verversen altijd de voorgeschreven remvloeistof. Houd u bij het verversen van de remvloeistof aan de betreffende voorschriften! De voorgeschreven instellingen van de remkleppen mogen niet worden gewijzigd! Vervang de luchtketel zodra de luchtketel in de spanbanden kan worden bewogen; de luchtketel beschadigd is; het typeplaatje op de luchtketel begint te roesten, los is of ontbreekt. Hydraulisch remsysteem voor exportmachines Hydraulische remsystemen zijn in Duitsland niet toegestaan! Gebruik voor het bijvullen of verversen altijd de voorgeschreven hydraulische olie. Houd u bij het verversen van de hydraulische olie aan de betreffende voorschriften! 28 Catros BAG0046.7 03.14
Algemene veiligheidsinstructies 2.16.6 Banden Reparatiewerkzaamheden aan banden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door bandenspecialisten met het juiste montagegereedschap! Controleer de bandenspanning regelmatig! Houd u aan de voorgeschreven bandenspanning! Een te hoge bandenspanning kan explosie veroorzaken! Zet de machine op een veilige plaats en beveilig de machine tegen onbedoeld zakken en wegrollen (handrem, wielblokken) voordat u werkzaamheden aan de banden uitvoert! U dient alle bevestigingsschroeven en moeren volgens de instructies van AMAZONEN-WERKE aan te draaien of vaster aan te draaien! 2.16.7 Reinigen, service en onderhoud Voer reinigings-, onderhouds- en servicewerkzaamheden alleen uit bij uitgeschakelde aandrijving; stilstaande tractormotor; verwijderde contactsleutel; uit de boordcomputer verwijderde machinestekker. Controleer regelmatig of moeren en schroeven nog goed vastzitten en draai ze indien nodig vaster aan! Beveilig de opgeheven machine of opgeheven machineonderdelen tegen onbedoeld zakken voordat u met de service-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden begint! Gebruik bij het vervangen van gereedschappen met scherpe randen daartoe geschikt gereedschap en handschoenen! Voer olie, vet en filters volgens de geldende milieuvoorschriften af! Maak voordat u elektrisch gaat lassen aan tractor en aangebouwde machines eerst de kabel van de dynamo en accu van de tractor los! Reserveonderdelen moeten minimaal voldoen aan de door AMAZONEN-WERKE vastgestelde technische eisen! Originele AMAZONE onderdelen voldoen aan deze eisen! Catros BAG0046.7 03.14 29
Op- en afladen 3 Op- en afladen Op- en afladen met tractor WAARSCHUWING Er bestaat gevaar voor ongelukken als de tractor niet geschikt is en het remsysteem van de machine niet op de tractor is aangesloten en gevuld is! Koppel de machine in overeenstemming met de voorschriften aan de tractor, voordat u de machine op een transportvoertuig laadt of van een transportvoertuig aflaadt! De machine mag voor het af- en opladen alleen met een tractor worden gekoppeld en getransporteerd als de betreffende tractor aan de gestelde vermogenseisen voldoet! Luchtdrukremsysteem: U mag met de aangekoppelde machine pas wegrijden als de manometer op de tractor 5,0 bar aangeeft! De machine voor het opladen op een transportvoertuig of het afladen van een transportvoertuig aan een geschikte tractor koppelen. Opladen: Bij het opladen is iemand nodig die aanwijzingen geeft. Zet de machine in overeenstemming met de voorschriften vast. Aansluitend de tractor van de machine loskoppelen. Afladen: Verwijder de transportbeveiliging. Bij het afladen is iemand nodig die aanwijzingen geeft. Zet de machine na het afladen neer en koppel de tractor los. 30 Catros BAG0046.7 03.14
Beschrijving van het product 4 Beschrijving van het product Dit hoofdstuk geeft een uitgebreid overzicht van de opbouw van de machine. geeft de namen van de afzonderlijke bedieningshendels. Lees dit hoofdtuk bij voorkeur bij de machine. Zo raakt u optimaal vertrouwd met de machine. De belangrijkste bouwgroepen van de machine zijn: hydraulisch in-/uitklapbaar frame; dubbele schijvenrij V-ring bandenwalsen met geïntegreerd onderstel 4.1 Overzicht van bouwgroepen Afb. 4 (1) Trekpendel- of trekstangkoppeling (2) 1e schijvenrij (3) 2e schijvenrij (4) V-ring bandenwals (in het middenstuk met geïntegreerd onderstel) (5) Afstrijker voor V-ring bandenwals (6) Hydraulische cilinder voor het oplichten en laten zakken van de machine en voor het instellen van de diepte (optioneel) (7) Hydraulische cilinder transportonderstel (8) Hydraulische cilinder elementen in- /uitklappen (9) Wielkeggen (10) Afdekzeilen voor transport over de weg (11) Hydraulische slangen voor aansluiting op de tractor Catros BAG0046.7 03.14 31
Beschrijving van het product 4.2 Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen Borgpal tegen onbedoeld uitklappen van de machine. Kraan als borging van de transportbreedte bij het oplichten van de machine (tegen uitzwenken van de walsen). Kraan in stand 0 transportstand Kraan in stand I gebruiksstand Afb. 5 Afdekzeilen voor de schijven bij transport over de weg Afb. 6 Achtereg (Afb. 8/1): Beschermstrip voor de verkeersveiligheid (Afb. 8/2) voor achtereg bij transport over de weg Transportstand van de achtereg Afb. 7 Afb. 8 32 Catros BAG0046.7 03.14
Beschrijving van het product 4.3 Voedingskabels tussen tractor en machine Hydraulische slangen Elektrische kabel voor verlichting Aansluiting op hydraulische rem of Tweekrings-luchtdrukremsysteem: remleiding met gele koppelmof voorraadleiding met rode koppelmof Afb. 9 4.4 Verkeerstechnische uitrusting Afb. 12: Verlichting achter (1) Achterlichten; remlichten; richtingaanwijzers (2) Waarschuwingsborden (vierkant) (3) Rode reflectoren (rond) (4) Reflectoren, geel (5) Kentekenplaathouder (1) 2 breedtelichten; richtingaanwijzers (2) 2 waarschuwingsborden (3) Reflectoren, geel Afb. 10 Afb. 11 Controleer de werking van de verlichting. De waarschuwingsborden moeten schoon en onbeschadigd zijn. Catros BAG0046.7 03.14 33
Beschrijving van het product 4.5 Gebruik volgens voorschriften De machine is uitsluitend bedoeld voor de gebruikelijke intensieve grondbewerking van vlakke landbouwgrond; wordt door één persoon bediend; wordt afhankelijk van de uitrusting gekoppeld aan een tractortrekpendel, de tractortrekstang categorie III, de tractorboutkoppeling D = 40/50. de kogelkoppeling. De volgende liggingen op een helling kunnen worden bereden Schuinte rijrichting naar links 15 % rijrichting naar rechts 15 % Helling bergop 15 % bergaf 15 % Tot het gebruik volgens de voorschriften behoort ook: het opvolgen van alle aanwijzingen in deze bedieningshandleiding; het in acht nemen van de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden; het uitsluitend gebruiken van originele AMAZONE-onderdelen. Het op andere wijze gebruiken dan hierboven is vermeld, is verboden en geldt als gebruik in strijd met de voorschriften. Voor schade die voortvloeit uit gebruik in strijd met de voorschriften is de gebruiker zelf verantwoordelijk, 4.6 Gevarenzone en gevaarlijke plaatsen is AMAZONEN-WERKE in geen geval aansprakelijk. De gevarenzone is de omgeving van de machine waarin personen binnen bereik zijn van arbeidsbewegingen van de machine en zijn gereedschappen; door de machine naar buiten geslingerde materialen of voorwerpen; onbedoeld omlaag zakkende omhoog geheven machineelementen; onbedoeld wegrollen van de tractor en de machine De gevarenzone van de machine bevat gevaarlijke plaatsen met permanente of onverwacht optredende risico's. Waarschuwingsstickers geven deze gevaarlijke plaatsen aan en waarschuwen voor restgevaar dat constructief gezien niet kan worden verholpen. Voor de gevarenzone en de gevaarlijke plaatsen gelden de speciale veiligheidsvoorschriften van de betreffende hoofdstukken. 34 Catros BAG0046.7 03.14
Beschrijving van het product In de gevarenzone van de machine mogen geen personen aanwezig zijn zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch systeem loopt. zolang tractor en machine niet tegen onbedoeld starten en wegrollen zijn beveiligd. De bedieningspersoon mag de machine alleen bewegen of werkgereedschappen van transport- in werkstand en van werkstand in transportstand zetten of in beweging brengen wanneer er geen personen in de gevarenzone van de machine aanwezig zijn. Gevaarlijke plaatsen zijn aanwezig: tussen tractor en machine, met name bij het aan- en afkoppelen; in de buurt van bewegende onderdelen; op de rijdende machine; in het zwenkbereik van de elementen; onder opgelichte, niet-beveiligde machines of machineonderdelen; bij het uit- en inklappen van de elementen door het contact met aanwezige bovengrondse stroomkabels. 4.7 Typeplaatje en CE-markering Op het typeplaatje staan: Op de volgende afbeeldingen is de plaatse van het typeplaatje en de CE-markering weergegeven. Serienummer van de machine Type Toelaatbare systeemdruk (bar) Bouwjaar Fabriek Vermogen (kw) Basisgewicht (kg) Toelaatbaar totaalgewicht (kg) Asbelasting achter (kg) Oplegdruk (kg) Afb. 12 Catros BAG0046.7 03.14 35
Beschrijving van het product 4.8 Technische gegevens Catros 7501-2T Catros Catros + Werkbreedte [mm] 7500 Uitvoering in-/uitklapbaar Transportonderstel 2x 400/50-15,5 Toel. maximumsnelheid [km/u] 25 Afmetingen in basisuitvoering Asbelasting achter [kg] 4500 4780 Oplegdruk [kg] 1400 1600 Totale lengte [mm] 5600 Totale breedte [mm] 3000 Transporthoogte [mm] 4000 Schijvenafstand [mm] 250 Schijfdiameter Catros Catros + [mm] [mm] 460 510 Schijvenaantal 60 Instelling van de schijven Instelling van de werkdiepte mechanisch mechanisch hydraulisch (optioneel) Werkdiepte [mm] 30-120 30-140 Gewichten Basismachine 5900 6380 [kg] Achtereg 480 Het basisgewicht (leeg gewicht) wordt berekend uit de som van de individuele gewichten van de bouwgroepen. 36 Catros BAG0046.7 03.14
Beschrijving van het product 4.9 Benodigde tractoruitrusting Motorvermogen van de tractor Catros 7501-2T: Om de machine in overeenstemming met de voorschriften te gebruiken, dient de tractor te voldoen aan de volgende voorwaarden. Vanaf 160 kw (240 pk) Catros + 7501-2T: Vanaf 205 kw (280 pk) Elektrisch systeem Accuspanning: 12 V (volt) Stekkerdoos voor verlichting: 7-polig Hydraulisch systeem Maximale bedrijfsdruk: 200 bar Pompcapaciteit tractor: minimaal 15 l/min bij 150 bar Hydraulische olie in de machine: Transmissieolie/hydraulische olie Utto SAE 80W API GL4 De hydraulische olie/transmissieolie in de machine is geschikt voor gecombineerd gebruik in hydraulische systemen en versnellingsbakken van alle gangbare tractormerken. Regeleenheden Afhankelijk van de uitrusting 2 tot 4 dubbelwerkende regeleenheden, zie op pagina 39 Bedrijfsremsysteem Tweekringsbedrijfsremsysteem: 1 koppelmof (rood) voor de voorraadleiding 1 koppelmof (geel) voor de remleiding Hydraulisch remsysteem: 1 hydraulische koppeling volgens ISO 5676 Het hydraulische remsysteem is in Duitsland en enkele EU-landen niet toegestaan! 4.10 Gegevens over geluidsontwikkeling De emissiewaarde op de werkplek (geluidsniveau) bedraagt 74 db(a), gemeten tijdens bedrijf met gesloten cabine en op oorhoogte van de tractorbestuurder. Meetapparaat: OPTAC SLM 5. De hoogte van het geluidsniveau is vooral afhankelijk van het gebruikte voertuig. Catros BAG0046.7 03.14 37
Opbouw en werking 5 Opbouw en werking Dit hoofdstuk informeert u over de opbouw van de machine en de werking van de afzonderlijke componenten. 5.1 Werking Afb. 13 De compacte schijveneg Catros is geschikt voor vlakke stoppelbewerking direct na het maaidorsen; zaadbedbereiding in het voorjaar bij mais of suikerbieten; verwerken van stoppelgewassen zoals gele mosterd; verwerken van gier. Met de dubbele schijvenrij wordt de grond bewerkt en vermengd. Met de naloopwalsen wordt de grond weer naverdicht en kan de diepte van de schijven worden ingesteld. 38 Catros BAG0046.7 03.14
Opbouw en werking 5.2 Hydraulische aansluitingen Alle hydraulische slangen zijn met grepen uitgerust. Op de grepen bevinden zich kleurmarkeringen met een markeringsgetal en -letter, zodat alle drukleidingen met de juiste tractorregeleenheid kunnen worden verbonden! Bij de markeringen is folie op de machine gelijmd, die de betreffende hydraulische functies verduidelijken. Tractorregeleenheid Functie Slangmarkering dubbelwerkend machine uitklappen 1 blauw inklappen 2 - blauw dubbelwerkend machine laten zakken 1 geel oplichten 2 - geel dubbelwerkend werkdiepte instellen vergroten 1 - groen verkleinen 2 - groen WAARSCHUWING Infectiegevaar door hydraulische olie die onder hoge druk naar buiten stroomt! Bij het aansluiten en loskoppelen van de hydraulische slangen moet het hydraulische systeem van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn! Raadpleeg bij letsel door hydraulische olie direct een arts. Catros BAG0046.7 03.14 39
Opbouw en werking 5.2.1 Hydraulische slangen aansluiten WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door functiestoringen als gevolg van verkeerd aangesloten hydraulische slangen! Let bij het aansluiten van de hydraulische slangen op de kleurmarkeringen op de hydraulische stekkers. Controleer of de hydraulische oliën onderling compatibel zijn voordat u de machine aansluit op het hydraulische systeem van de tractor. Meng geen minerale olie met biologische olie! Neem de maximaal toegestane oliedruk van 200 bar in acht. Sluit uitsluitend schone hydraulische stekkers aan. Steek een of meerdere hydraulische stekkers zo ver in de hydraulische moffen dat ze duidelijk vastklikken. Controleer of de hydraulische slangen correct zijn aangesloten en goed afdichten. 1. Zet de bedieningshendel op het stuurventiel in de tractor in de zweefstand (neutrale stand). 2. Reinig de hydraulische stekker van de hydraulische slangen voordat u de hydraulische slangen op de tractor aansluit. 3. Sluit de hydraulische slangen aan op de regeleenheden van de tractor. 5.2.2 Hydraulische slangen loskoppelen 1. Zet de bedieningshendel op de regeleenheid in de tractor in de neutrale stand. 2. Verwijder de hydraulische stekkers uit de hydraulische moffen. 3. Bescherm de hydraulische stekkers en de hydraulische aansluiting met de beschermkappen tegen verontreiniging. 4. Leg de hydraulische slangen in de slanghouder. 40 Catros BAG0046.7 03.14
Opbouw en werking 5.3 Tweekrings-bedrijfsremsysteem Voor een correcte werking van de bedrijfsrem met twee leidingen moeten de onderhoudsintervallen beslist worden aangehouden. De machine heeft geen handrem! Beveilig de machine altijd met de wielkeggen voordat u de machine loskoppelt van de tractor! Tweekrings-luchtdrukremsysteem De machine is uitgerust met een tweekrings-luchtdrukremsysteem met hydraulisch bediende remcilinder voor de remschoenen in de remtrommels. WAARSCHUWING Wanneer de machine losgekoppeld van de tractor wordt geparkeerd met een volle luchtdrukketel, zorgt de perslucht van de luchtdrukketel ervoor dat de remmen inschakelen en blokkeren de wielen. De perslucht in de luchtdrukketel en daarmee de remdruk neemt geleidelijk af tot nul wanneer de ketel niet wordt bijgevuld. Daarom mag de machine alleen met wielkeggen worden geparkeerd. De remmen komen bij een gevulde luchtdrukketel direct los, zodra de voorraadleiding (rood) op de tractor wordt aangesloten. Daarom moet de machine op de trekstangen van de tractor zijn aangesloten en de handrem van de tractor zijn aangetrokken voordat u de voorraadleiding (rood) aansluit. De wielkeggen mogen pas worden verwijderd als de machine op de trekstangen van de tractor is aangesloten en de handrem van de tractor is aangetrokken. Voor het aansturen van het tweekrings-luchtdrukremsysteem is aan tractorzijde eveneens een tweekrings-luchtdrukremsysteem vereist. Voorraadleiding met rode koppelmof Remleiding met gele koppelmof Catros BAG0046.7 03.14 41
Opbouw en werking Afb. 14/... (1) Leidingfilter (2) Aflaatklep met bedieningsknop: Wordt de bedieningsknop tot de aanslag ingedrukt, dan wordt het bedrijfsremsysteem losgezet, bv. voor het manoeuvreren met de afgekoppelde machine; (3) Remklep tot de aanslag uitgetrokken, dan wordt de machine door de voorraaddruk van de luchtketel geremd. Afb. 15/... (1) Remcilinder (2) Expansiereservoir remvloeistof Afb. 14 Afb. 16/... (1) Luchtdrukketel (2) Testaansluiting voor manometer (3) Aftapventiel Afb. 15 Afb. 16 Automatische lastafhankelijke remkrachtregelaar WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten vanwege een niet goed functionerend remsysteem! De stelmaat (L) van de automatisch-lastafhankelijke remkrachtregelaar mag niet worden veranderd. De stelmaat (L) moet overeenkomen met de waarde op het Haldex-ALB-plaatje. 42 Catros BAG0046.7 03.14
Opbouw en werking 5.3.1 Aansluiten van de rem- en voorraadleiding WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten vanwege een niet goed functionerend remsysteem! Let er bij het aansluiten van de rem- en voorraadleiding op dat de afdichtringen van de koppelmoffen schoon zijn; de afdichtringen van de koppelmoffen goed afdichten. Vervang beschadigde afdichtringen direct. Tap water uit de luchtketel elke dag voor de eerste rit af. Ga met de aangekoppelde machine pas rijden als de manometer op de tractor 5,0 bar aangeeft! WAARSCHUWING Gevaar door bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onbedoeld gaan rijden van de machine als de bedrijfsrem is losgezet! Sluit altijd eerst de koppelmof van de remleiding (geel) en daarna de koppelmof van de voorraadleiding (rood) aan. De bedrijfsrem van de machine wordt direct losgezet zodra u de rode koppelmof aansluit. 1. Open de kappen van de koppelmoffen op de tractor. 2. Verwijder de koppelmof van de remleiding (geel) uit de blinde koppeling. 3. Controleer afdichtringen van de koppelmof op beschadiging en verontreiniging. 4. Maak verontreinigde afdichtringen schoon en vervang beschadigde afdichtringen. 5. Bevestig de koppelmof van de remleiding (geel) volgens voorschrift aan de geel gemarkeerde koppeling van de tractor. 6. Verwijder de koppelmof van de voorraadleiding (rood) uit de blinde koppeling. 7. Controleer afdichtringen van de koppelmof op beschadiging en verontreiniging. 8. Maak verontreinigde afdichtringen schoon en vervang beschadigde afdichtringen. 9. Bevestig de koppelmof van de voorraadleiding (rood) volgens voorschrift aan de rood gemarkeerde koppeling op de tractor. Bij het aansluiten van de voorraadleiding (rood) drukt de uit de tractor komende voorraaddruk de bedieningsknop van de aflaatklep aan de aanhangerremklep automatisch naar buiten. 10. Verwijder de wielkeggen. Catros BAG0046.7 03.14 43
Opbouw en werking 5.3.2 Loskoppelen van de rem- en voorraadleiding WAARSCHUWING Gevaar door bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onbedoeld gaan rijden van de machine als de bedrijfsrem is losgezet! Koppel altijd eerst de koppelmof van de voorraadleiding (rood) en daarna de koppelmof van de remleiding (geel) los. De bedrijfsrem van de machine remt pas af wanneer de rode koppelmof is losgekoppeld. Houd deze volgorde aan! Anders wordt de bedrijfsrem losgezet en kan de ongeremde machine in beweging komen. Bij het afkoppelen of losraken en van de machine wordt de voorraadleiding naar de aanhangerremklep ontlucht. De aanhangerremklep schakelt automatisch om en bedient afhankelijk van de automatisch-lastafhankelijke remkrachtregeling het bedrijfsremsysteem. 1. Beveilig de machine tegen onbedoeld wegrollen. Gebruik wielkeggen. 2. Maak de koppelmof van de voorraadleiding (rood) los. 3. Maak de koppelmof van de remleiding (geel) los. 4. Bevestig de koppelmoffen in de blinde koppelingen. 5. Sluit de kappen van de koppelmoffen op de tractor. 44 Catros BAG0046.7 03.14
Opbouw en werking 5.4 Hydraulische bedrijfsrem De machine heeft geen handrem! Beveilig de machine altijd met de wielkeggen voordat u de machine loskoppelt van de tractor! Voor het aansturen van de hydraulische bedrijfsrem heeft de tractor een hydraulische reminrichting nodig. 5.4.1 Aankoppelen van het hydraulische bedrijfsremsysteem Sluit uitsluitend schone hydraulische koppelingen aan. 1. Verwijder de beschermkappen. 2. Indien nodig de hydrauliekstekker en de stekkerdoos reinigen. 3. Sluit de hydrauliekstekker van de tractor aan op de hydrauliekstekkerdoos van de machine. 4. Trek de hydrauliekkoppeling met de hand aan (indien aanwezig). Afb. 17 5.4.2 Loskoppelen van het hydraulische remsysteem 1. Maak de hydrauliekkoppeling los (indien aanwezig). 2. Bescherm de hydraulische stekkers en de hydraulische aansluiting met de beschermkappen tegen verontreiniging. 3. Leg de hydraulische slang in de slanghouder. Catros BAG0046.7 03.14 45
Opbouw en werking 5.4.3 Noodrem Mocht de machine tijdens het rijden loskomen van de tractor, dan remt de noodrem de machine af. Afb. 18/ (1) Trekkabel (2) Remklep met drukvat (3) Handpomp voor vrijgave van de rem (A) (B) Rem losgezet Rem bediend Afb. 18 Zet de rem vóór het rijden in de gebruiksstand. Ga als volgt te werk: 1. Bevestig de trekkabel aan een vast punt van de tractor. 2. Bedien de tractorrem bij draaiende tractormotor en aangesloten hydraulische rem. Het drukvat van de noodrem wordt geladen. GEVAAR Gevaar voor ongevallen als gevolg van niet goed functionerende rem! Bevestig de borgclip na het verwijderen (bijv. bij het activeren van de noodrem) beslist vanaf dezelfde zijde in de remklep (Afb. 18). Anders functioneert de rem niet. Test de bedrijfsrem en de noodrem zodra de borgclip weer is aangebracht. Het drukvat perst bij afgekoppelde machine hydraulische olie in de rem en remt de machine of in de slangleiding naar de tractor en bemoeilijkt het koppelen van de remleiding aan de tractor. In deze gevallen de druk via de handpomp op het remventiel afbouwen. 46 Catros BAG0046.7 03.14
Opbouw en werking 5.5 Handrem Afhankelijk van de voorschriften in het land van gebruik is de machine uitgerust met een vastzetrem. (A) (B) Trek de handrem aan. Maak de handrem los. De aangetrokken handrem beveiligt de afgekoppelde machine tegen het per ongeluk wegrollen. De handrem wordt bediend bij het verdraaien van de kruk via spil en kabel. Fig. 19 Corrigeer de instelling van de handrem als de spanafstand van de spil niet meer voldoende is. Zorg ervoor dat de kabel niet op andere voertuigdelen ligt of ertegen schuurt. Bij een geloste handrem moet de kabel lichtjes doorhangen Catros BAG0046.7 03.14 47
Opbouw en werking 5.6 Schijveneg met dubbele schijvenrij Afb. 20: Schijveneg Catros + met getande schijven en een diameter van 510 mm. Afb. 21: Schijveneg Catros met ronde schijven en een diameter van 460 mm. De schijven (Afb. 21/1) zitten in een hoek van 17 voor en 14 achter ten opzichte van de rijrichting gemonteerd. De lagering van de schijven (Afb. 21/2) bestaat uit een dubbel hoekcontactlager met glijringafdichting en olievulling en is onderhoudsvrij. Instelbaar: is de schuine stand van de beide schijvenrijen, die via de schuifeenheid op de werkdiepte en de snelheid wordt afgestemd. De instelling wordt geregeld met de AMAZONE-excentriekbouten. is de arbeidsintensiteit van de schijven via de werkdiepte. De diepte wordt mechanisch of hydraulisch (optioneel) ingesteld. zijn de beide kantschijven in verticale richting. De werkdiepte van de buitenste schijven kan worden verkleind om dam- of voorvorming te voorkomen. Afb. 20 Afb. 21 De elastische ophanging met rubber strengen van de afzonderlijke schijven maakt het volgende mogelijk aanpassing aan bodemoneffenheden uitwijken van de schijven bij vaste obstakels, zoals stenen. Dit beschermt de schijven tegen beschadiging. Afb. 22 48 Catros BAG0046.7 03.14
Opbouw en werking 5.7 Onderstelwielen / walswielen Afb. 23 De V-ring bandenwals (Afb. 23) met een diameter van 800 mm bestaat uit afzonderlijke, naast elkaar geplaatste V-ring banden; drukt de bewerkte grond in stroken aan; regelt de diepte van de schijven; vormt het onderstel bij het transport. Afb. 23/1 - walswielen Afb. 24/1 - onderstelwielen voor transport over de weg Afb. 24 Tijdens het gebruik rijdt de machine op de walswielen en de onderstelwielen. Tijdens het transport en op de wendakker rijdt de machine op de onderstelwielen. Vergrendeling van de middelste walswielen Vergrendel voor het gebruik de middelste walswielen hydraulisch. Hiervoor de afsluitkraan op de hydraulische cilinder sluiten. Ontgrendel na het gebruik de middelste walswielen hydraulisch. Hiervoor de afsluitkraan op de hydraulische cilinder openen. Afsluitkraan Positie 0 gesloten Positie I open Afb. 25 Catros BAG0046.7 03.14 49
Opbouw en werking 5.8 Koppelen van trekoog/trekschaal Koppel trekoog/trekschaal aan de koppelinrichting van de tractor, zie blz. 60. Afb. 26 Aankoppelen 1. Stuur personen weg uit de gevarenzone tussen tractor en machine voordat u naar de machine rijdt. 2. Koppel eerst de voedingsleidingen aan, voordat u de machine aan de tractor koppelt. 2.1 Rij de tractor zodanig tot bij de machine, dat er een ruimte (ca. 25 cm) tussen tractor en machine blijft. 2.2 Beveilig de tractor tegen onbedoeld starten en wegrollen. 2.3 Sluit de voedingsleidingen aan op de tractor. 3. Rij de tractor nu verder achterwaarts naar de machine, zodat de koppelinrichting kan worden bevestigd. 4. Verbind de koppelinrichting met de tractor. 5. Licht de steunpoot op. 6. Verwijder de wielblokken. Afkoppelen 1. Zet de machine altijd op een vlakke en stevige ondergrond. 2. Koppel de machine van de tractor af. 2.1 Beveilig de machine tegen onbedoeld wegrollen. Zie hiervoor blz. 62. 2.2 Laat de steunpoot in neerzetpositie zakken. 2.3 Ontkoppel de koppelinrichting. 2.4 Trek de tractor ca. 25 cm naar voren. Door de vrijkomende ruimte tussen tractor en machine ontstaat er een betere toegang voor het afkoppelen van de voedingsleidingen. 2.5 Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. 2.6 Ontkoppel de voedingsleidingen. 50 Catros BAG0046.7 03.14
Opbouw en werking 5.9 Koppelen van de bevestiging aan de trekstangen De bevestiging aan de trekstangen categorie III, IV of V is een alternatief als de tractor niet is voorzien van een trekpendel, een boutkoppeling, een kogelkopkoppeling; een naar boven te blokkeren driepuntsaanbouwframe. VOORZICHTIG Vanwege het gevaar van een negatieve oplegdruk bij zeer harde grond verdient de trekpendelkoppeling de voorkeur boven de bevestiging aan de trekstangen! Afb. 27 WAARSCHUWING Gevaar voor ongevallen door losmaken van de verbinding tussen machine en tractor! Gebruik altijd kogelkoppelingen met opvangbeugel en geïntegreerde lunspennen. Aankoppelen 1. Bevestig de kogelkoppelingen boven de trekstangbouten van de machine. 2. Borg de trekstangbouten met een lunspen tegen onbedoeld losgaan 3. Stuur personen weg uit de gevarenzone tussen tractor en machine voordat u naar de machine rijdt. 4. Koppel eerst de voedingsleidingen aan, voordat u de machine aan de tractor koppelt. 4.1 Rij de tractor zodanig tot bij de machine, dat er een ruimte (ca. 25 cm) tussen tractor en machine blijft. 4.2 Beveilig de tractor tegen onbedoeld starten en wegrollen. 4.3 Sluit de voedingsleidingen aan op de tractor. 4.4 Richt de haken van de trekstangen zodanig dat ze in lijn liggen met de koppelingspunten van de machine. 5. Rijd de tractor nu verder naar achteren naar de machine, zodat de haken van de trekstangen van de tractor de kogelkoppelingen van de onderste koppelingspunten van de machine automatisch opnemen. De haken van de trekstangen vergrendelen automatisch. 6. Controleer voordat u gaat rijden visueel of de haken van de trekstang correct zijn vergrendeld. 7. Licht de steunpoot op. 8. Verwijder de wielblokken. Catros BAG0046.7 03.14 51
Opbouw en werking Afkoppelen 1. Zet de machine altijd op een vlakke en stevige ondergrond. 2. Koppel de machine van de tractor af. 2.1 Beveilig de machine tegen onbedoeld wegrollen. Zie hiervoor blz. 62. 2.2 Laat de steunpoot in neerzetpositie zakken. 2.3 Ontlast de trekstangen. 2.4 Ontgrendel en ontkoppel de haak van de trekstang vanaf de tractorstoel. 2.5 Trek de tractor ca. 25 cm naar voren. Door de vrijkomende ruimte tussen tractor en machine ontstaat er een betere toegang voor het afkoppelen van de voedingsleidingen. 2.6 Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. 2.7 Ontkoppel de voedingsleidingen. 5.10 Steunpoot De steunpoot is opgelicht tijdens het gebruik van de machine. De steunpoot is neergelaten als de machine is afgekoppeld.steunpoot (Afb. 28/1) oplichten: 1. Draai de steunpoot met de slinger (Afb. 28/2) omhoog. 2. Trek aan de pen (Afb. 28/3). 3. Zwenk de steunpoot naar boven en borg deze met de pen. Steunpoot (Afb. 28/1) laten zakken: 1. Trek aan de pen (Afb. 28/3). 2. Zwenk de steunpoot omlaag en borg deze met de pen. 3. Draai de steunpoot met de slinger (Afb. 28/2) omlaag. Afb. 28 Controleer of de steunpoot goed vastzit. 52 Catros BAG0046.7 03.14
Opbouw en werking 5.11 Tastwielen (optioneel) De zwenkbare tastwielen (Afb. 29/1) stabiliseren de machine bij oneffen bodem en voorkomen ophopingen en golfvorming. De tastwielen moeten in hoogte worden aangepast aan de werkdiepte. VOORZICHTIG De tastwielen mogen de grond aanraken, ze mogen echter niet de machine dragen. Ze zijn niet bedoeld als dragende elementen. Afb. 29 5.12 Veiligheidsketting voor machines zonder reminstallatie Afhankelijk van de nationale regelgeving zijn machines zonder reminstallatie uitgerust met een veiligheidsketting. De veiligheidsketting moet voor de rit op een daarvoor geschikte plaats van de tractor conform de voorschriften worden gemonteerd. Afb. 30 Catros BAG0046.7 03.14 53
Opbouw en werking 5.13 Achtereg (optioneel) Met de achtereg (Afb. 31/1) wordt een fijnkruimelige bodemstructuur verkregen als zaadvoorbereiding. Hiermee komen in het kader van de mechanische onkruidregeling afgesneden plantenresten op het bodemoppervlak terecht, zodat deze uitdrogen en afsterven. Het uitlichten en aanbrengen van de achtereg is mechanisch verbonden met de wendakkerbediening van de machine. De arbeidsintensiteit van de achtereg kan worden ingesteld, zie blz. 70. De achtereg is alleen geschikt voor de zaadbedbereiding na het ploegen. Afb. 31 Achtereg in transportstand zetten 1. Bedien tractorregeleenheid : De achtereg wordt uitgelicht en de stelbout wordt ontlast. 2. Beveilig de tractor tegen onbedoeld starten en wegrollen. 3. Bevestig de achtereg met een pen (Afb. 32/1) in transportstand en borg deze met een lunspen. Gebruik hiervoor de stelbout. 4. Bevestig de beschermstrips voor de verkeersveiligheid (Afb. 31/2) met spanbanden over de tanden van de eg. Bevestig twee beschermstrips aan het middenstuk en twee aan de armen. Vóór het gebruik: Zet de achtereg in de werkstand. Bevestig de beschermstrips voor de verkeersveiligheid op de dissel. Afb. 32 54 Catros BAG0046.7 03.14
Inbedrijfstelling 6 Inbedrijfstelling Dit hoofdstuk voorziet u van informatie over het in bedrijf stellen van uw machine; de wijze waarop u kunt controleren of u de machine aan uw tractor kunt aansluiten/aankoppelen. Voor het in bedrijf stellen van de machine moet de gebruiker deze handleiding hebben gelezen en begrepen. Raadpleeg het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor de gebruiker", vanaf blz. 23 bij Aan- en afkoppelen van de machine Transport van de machine Werken met de machine De tractor waarop u de machine aankoppelt of waarmee u de machine transporteert dient daartoe geschikt te zijn! Tractor en machine dienen te voldoen aan de wettelijke verkeersvoorschriften. Zowel de eigenaar als bestuurder zijn ervoor verantwoordelijk dat de machine voldoet aan de nationale verkeersvoorschriften. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, naar binnen trekken en vastgrijpen hij de hydraulische of elektrische onderdelen. Blokkeer geen bedieningshendels op de tractor als deze hendels hydraulische of elektrische functies direct uitvoeren, zoals in- en uitklappen, draaien en verschuiven. De beweging moet automatisch stoppen zodra u de betreffende bedieningshendel bijbehorende regelelement loslaat. Dit geldt niet voor bewegingen van inrichtingen die continu zijn of automatisch geregeld zijn of voor hun werking een zweefstand of drukstand nodig hebben. Catros BAG0046.7 03.14 55
Inbedrijfstelling 6.1 Controleren of de tractor geschikt is WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Controleer of uw tractor geschikt is voordat u de machine aan de tractor koppelt. Koppel de machine uitsluitend aan tractoren die daartoe geschikt zijn. Voer een remmentest uit om te controleren of de tractor ook met aangekoppelde machine over voldoende remvermogen beschikt. Voor de geschiktheid van uw tractor zijn in het bijzonder de volgende voorwaarden van belang: het toelaatbare totaalgewicht de toelaatbare asbelastingen de toelaatbare oplegdruk op het koppelingspunt van de tractor de draagvermogens van de gemonteerde banden het toelaatbare trekgewicht dient voldoende te zijn Deze gegevens staan op het typeplaatje of op het kentekenbewijs en in de bedieningshandleiding van de tractor. De vooras van de tractor dient altijd met tenminste 20% van het eigen gewicht van de tractor belast te zijn. De tractor dient de door de tractorfabrikant voorgeschreven remvertraging ook te realiseren als de machine is aangekoppeld. 6.1.1 Berekenen van de daadwerkelijk waarden voor het totale gewicht van de tractor, de belastingen van de tractorassen, de draagvermogens van de banden en het minimaal benodigde ballastgewicht Het toelaatbare totaalgewicht van de tractor, aangegeven in het kentekenbewijs, dient hoger te zijn dan de som van leeggewicht van de tractor, ballastgewicht en totaalgewicht van de aangebouwde machine of oplegdruk van de aangekoppelde machine. Deze opmerking geldt alleen voor Duitsland: Als het, ondanks het ten volle benutten van alle mogelijkheden die in redelijkheid gevergd kunnen worden, niet mogelijk is om de asbelastingen en/of het toelaatbare totaalgewicht aan te houden, kan op basis van een rapport van een officieel erkende deskundige voor het autoverkeer met toestemming van de tractorfabrikant de volgens het deelstaatrecht verantwoordelijke overheidsinstantie een speciale vergunning volgens 70 StVZO alsmede de noodzakelijke toestemming volgens 29 alinea 3 StVO verlenen. 56 Catros BAG0046.7 03.14
Inbedrijfstelling 6.1.1.1 Benodigde gegevens voor de berekening Afb. 33 T L [kg] Eigen gewicht van tractor T V [kg] Voorasbelasting van de lege tractor T H [kg] Achterasbelasting van de lege tractor zie bedieningshandleiding van tractor of kentekenbewijs G V [kg] Frontgewicht (indien aanwezig) zie technische gegevens Frontgewicht of wegen F H [kg] Maximale oplegdruk zie technische gegevens van de machine a [m] Afstand tussen zwaartepunt frontaanbouwmachine of frontgewicht en het midden van de vooras (totaal a 1 + a 2 ) a 1 [m] Afstand tussen het midden van de vooras en het midden van het aansluitpunt van de trekstangen zie technische gegevens van de tractor en frontaanbouwmachine of frontgewicht of opmeten zie bedieningshandleiding van tractor of opmeten a 2 [m] Afstand tussen het midden van het aansluitpunt van de trekstangen en het zwaartepunt van de frontaanbouwmachine of frontgewicht (zwaartepuntafstand) zie technische gegevens van de frontaanbouwmachine of frontgewicht of opmeten b [m] Wielbasis van de tractor zie bedieningshandleiding van tractor of kentekenbewijs of opmeten c [m] Afstand tussen midden achteras en midden van aansluitpunt van trekstangen zie bedieningshandleiding van tractor of kentekenbewijs of opmeten Catros BAG0046.7 03.14 57
Inbedrijfstelling 6.1.1.2 Berekening van het minimaal noodzakelijke ballastgewicht voor G V min om de bestuurbaarheid van de tractor te waarborgen G V min F H c TV b 0,2 TL a b b Voer de waarde van het berekende minimale ballastgewicht G V min, dat aan de voorzijde van de tractor nodig is, in de tabel (hoofdstuk 6.1.1.7) in. 6.1.1.3 Berekening van de daadwerkelijke voorasbelasting van de tractor T V tat T V tat G V ( a b) T b V b F H c Voer de waarde van de berekende daadwerkelijke voorasbelasting en de in de bedieningshandleiding van de tractor genoemde toelaatbare voorasbelasting in de tabel (hoofdstuk 6.1.1.7) in. 6.1.1.4 Berekening van het daadwerkelijke totaalgewicht van de combinatie tractor en machine G tat G V T L F H Voer de waarde van het berekende daadwerkelijke totaalgewicht en het in de bedieningshandleiding van de tractor genoemde toelaatbare totaalgewicht van de tractor in de tabel (hoofdstuk 6.1.1.7) in. 6.1.1.5 Berekening van de daadwerkelijke achterasbelasting van de tractor T H tat T H tat G tat T V tat Voer de waarde van de berekende daadwerkelijke achterasbelasting en de in de bedieningshandleiding van de tractor genoemde toelaatbare achterasbelasting in de tabel (hoofdstuk 6.1.1.7) in. 6.1.1.6 Draagvermogen van de banden Voer de dubbele waarde (twee banden) van het toelaatbare draagvermogen van de band (zie bijv. documentatie van de bandenfabrikant) in de tabel (hoofdstuk 6.1.1.7) in. 58 Catros BAG0046.7 03.14
Inbedrijfstelling 6.1.1.7 Tabel Daadwerkelijke waarde volgens berekening Toelaatbare waarde volgens bedieningshandleiding van tractor Dubbel toelaatbaar draagvermogen (twee banden) Minimaal ballastgewicht voor/achter / kg -- -- Totaalgewicht kg kg -- Voorasbelasting kg kg kg Achterasbelasting kg kg kg Raadpleeg het kentekenbewijs van uw tractor voor de toelaatbare waarden voor het totaalgewicht van de tractor, de asbelastingen en het draagvermogen van de banden. De daadwerkelijke, berekende waarden dienen kleiner of gelijk ( ) te zijn aan de toelaatbare waarden! WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Het is verboden om de machine aan te koppelen aan de tractor waarop de berekening is gebaseerd, als ook slechts één van de daadwerkelijke, berekende waarde groter is dan de toelaatbare waarde. aan de tractor geen frontgewicht (indien nodig) voor het minimaal benodigde ballastgewicht voor (G V min ) is bevestigd. Gebruik een frontgewicht waarvan het gewicht in ieder geval overeenkomt met ballastgewicht dat aan de voorzijde minimaal noodzakelijk is (G V min )! Catros BAG0046.7 03.14 59
Inbedrijfstelling 6.1.2 Voorwaarden voor het gebruik van tractoren met aangekoppelde machines WAARSCHUWING Gevaar voor breuk bij gebruik van componenten door ontoelaatbare combinaties van koppelinrichtingen! Zorg ervoor dat de daadwerkelijke oplegdruk niet hoger is dan de toelaatbare oplegdruk voor de koppelinrichting van de tractor; de door de oplegdruk veranderde asbelastingen en gewichten van de tractor binnen de toelaatbare grenzen blijven. Voer in geval van twijfel een meting uit. de statische, daadwerkelijke achterasbelasting van de tractor niet hoger is dan de toelaatbare achterasbelasting; het toelaatbare totaalgewicht van de tractor niet wordt overschreden; de toelaatbare draagvermogens van de banden niet worden overschreden. 6.1.2.1 Combinatiemogelijkheden van koppelinrichtingen en trekogen Afb. 34 geeft de toelaatbare combinatiemogelijkheden van de koppelinrichting van de tractor en het trekoog van de machine afhankelijk van de maximaal toelaatbare oplegdruk. De maximaal toelaatbare oplegdruk is te vinden in de voertuigpapieren of op het typeplaatje van de koppelinrichting van uw tractor. Maximaal toelaatbare oplegdruk 2000 kg Koppelinrichting van tractor Boutkoppeling DIN 11028 / ISO 6489-2 Niet-automatische boutkoppeling DIN 11025 Trekoog aan aanhanger met starre dissel Trekoog 40 DIN 11043 3000 kg - 40 km/h 2000 kg - > 40 km/h Kogelkopkoppeling 80 Trekschaal 80 3000 kg Trekpendel ISO 6489-3 Trekoog ISO 5692-1 Afb. 34 6.1.2.2 Werkelijke D C -waarde voor de aan te koppelen combinatie berekenen WAARSCHUWING Gevaar door het breken van de koppelinrichtingen tussen tractor en machine als de tractor niet volgens voorschrift wordt gebruikt! Bereken de werkelijke D C -waarde van uw combinatie, bestaand uit tractor en machine, om na te gaan, of de koppelinrichting van uw tractor de vereiste D C -waarde heeft. De werkelijke, berekende D C - waarde voor de combinatie moet kleiner dan of gelijk zijn aan ( ) de aangegeven D C -waarde van de koppelinrichting van uw tractor. 60 Catros BAG0046.7 03.14
Inbedrijfstelling De werkelijke D C -waarde van een te koppelen combinatie wordt als volgt berekend: D C = g x T x C T + C Afb. 35 T: Toelaatbaar totaalgewicht van uw tractor in [t] (zie tractorhandleiding of kentekenbewijs) C: Asbelasting van de met toelaatbare massa (laadvermogen) beladen machine in [t] zonder oplegdruk g: Valversnelling (9,81 m/s²) Daadwerkelijke, berekende D C -waarde voor de combinatie Aangegeven D C -waarde van de koppelinrichting van de tractor KN KN De D C -waarde voor de koppelinrichting is te vinden op de koppelinrichting / in de handleiding van uw tractor. 6.1.3 Machines zonder eigen remsysteem WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onvoldoende remvermogen van de tractor! De tractor dient de door de tractorfabrikant voorgeschreven remvertraging ook te realiseren als de machine is aangekoppeld. Als de machine niet beschikt over een eigen remsysteem dient het daadwerkelijke tractorgewicht hoger of gelijk () te zijn aan het daadwerkelijke gewicht van de aangekoppelde machine. In sommige landen gelden andere voorschriften. Zo moet bv. in Rusland het gewicht van de tractor tweemaal hoger zijn dan dat van de aangekoppelde machine. bedraagt de maximaal toelaatbare rijsnelheid 25 km/u. Catros BAG0046.7 03.14 61
Inbedrijfstelling 6.2 Beveilig de tractor/machine tegen onbedoeld starten en wegrollen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten bij handelingen aan de machine door onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven, onbeveiligde machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen; onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine-combinatie. Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u handelingen aan de machine uitvoert. Alle handelingen aan de machine, zoals montagewerkzaamheden, instellen, verhelpen van storingen, reinigen, uitvoeren van service en onderhoudswerkzaamheden, zijn verboden: als de machine nog wordt aangedreven; zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch systeem loopt; als de contactsleutel in het contactslot van de tractor zit en de tractormotor bij aangesloten cardanas / hydraulisch systeem onbedoeld kan worden gestart; als tractor en machine niet met hun handrem en/of wielkeggen tegen onbedoeld wegrollen zijn beveiligd; wanneer bewegende onderdelen niet tegen onbedoeld bewegen zijn geblokkeerd. Vooral bij deze werkzaamheden bestaat er gevaar door contact met onbeveiligde onderdelen. 1. Breng de opgeheven, onbeveiligde machine / opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine omlaag. Op deze manier voorkomt u dat ze onbedoeld zakken. 2. Zet de motor van de tractor uit. 3. Verwijder de contactsleutel. 4. Trek de handrem van de tractor aan. 5. Beveilig de machine tegen onbedoeld wegrollen (alleen aangekoppelde machine) op een vlakke ondergrond met de handrem (indien aanwezig) of wielkeggen; 62 Catros BAG0046.7 03.14
Machine aan- en afkoppelen 7 Machine aan- en afkoppelen Raadpleeg bij het aan- en afkoppelen van machines het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor de gebruiker", blz. 23. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken door onbedoeld starten en wegrollen van de machine en tractor bij het aan- of afkoppelen van de machine! Beveilig de tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u voor het aan- of afkoppelen in de gevarenzone tussen tractor en machine gaat staan. Zie blz. 62. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken tussen de achterzijde van de tractor en de machine bij het aan- en afkoppelen van de machine! Bedien de bedieningshendels voor de driepuntshydraulica van de tractor alleen vanaf de daarvoor bestemde werkplek. nooit wanneer u zich in de gevarenzone tussen tractor en machine bevindt. Pas het koppelen van de machine aan de aanwezige koppelinrichting aan! Zie blz. 50. 7.1 Machine aankoppelen WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Koppel de machine uitsluitend aan tractoren die daartoe geschikt zijn. Raadpleeg hiervoor het hoofdstuk "Geschiktheid van de tractor controleren", blz. 56. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken tussen tractor en machine bij het aankoppelen van de machine! Stuur personen weg uit de gevarenzone tussen tractor en machine voordat u naar de machine rijdt. Aanwezige personen mogen alleen aanwijzingen naast de tractor en de machine aanwijzingen geven en pas na stilstand tussen tractor en machine gaan staan. Catros BAG0046.7 03.14 63
Machine aan- en afkoppelen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten als de machine onbedoeld loskomt van de tractor! Gebruik de daartoe bestemde inrichtingen om tractor en machine in overeenstemming met de voorschriften aan elkaar te koppelen. Let er bij het aankoppelen van de machine op de driepuntshydraulica van de tractor op dat de aanbouwcategorieën van tractor en machine met elkaar overeenkomen. 7.2 Machine afkoppelen WAARSCHUWING Gevaar voor uitval van de energietoevoer tussen tractor en machine door beschadigde voedingsleidingen! Let bij het aansluiten van de voedingsleidingen op het verloop van de voedingsleidingen. De voedingsleidingen moeten bij alle bewegingen van de aangekoppelde machine soepel meedraaien zonder spanning, knikken of wrijving. mogen niet langs onderdelen schuren. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onvoldoende stabiliteit en omkantelen van de afgekoppelde machine! Zet de machine altijd op een vlakke en stevige ondergrond. Na het afkoppelen van de machine moet er voldoende ruimte vóór de machine zijn om de tractor in één lijn naar de machine te rijden. 64 Catros BAG0046.7 03.14
Instellingen 8 Instellingen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine-combinatie. Beveilig tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u instellingen aan de machine uitvoert. Zie hiervoor blz. 62. 8.1 Werkdiepte Mechanische instelling van de werkdiepte Mechanische instelling van de werkdiepte door verandering van het aantal afstandselementen (Afb. 36/1) op de zuigerstang. De diepte-instelling zit op de hydraulische cilinder van de linker walseenheid! 1. Bedien tractorregeleenheid. Machine oplichten waardoor de afstandselementen worden ontlast. 2. Wijzig het aantal afstandselementen op de zuigerstang. Werkdiepte kleiner: aantal afstandselementen verhogen. Werkdiepte groter: aantal afstandselementen verlagen. Afb. 36 VOORZICHTIG Niet met de handen tussen de cilinderbodem en de afstandselementen komen! Gevaar voor bekneld raken! De afstandselementen een voor een van onder naar boven gebruiken: gevaar voor beschadiging! 3. Bedien tractorregeleenheid. De machine in de werkstand laten zakken. Catros BAG0046.7 03.14 65
Instellingen Hydraulische instelling van de werkdiepte Hydraulische instelling van de werkdiepte met behulp van de schaal (Afb. 36/1). (optioneel) Bedien tractorregeleenheid. Wijzer (Afb. 36/2) richting 0 verstellen. Werkdiepte kleiner. Wijzer (Afb. 36/2) richting 12 verstellen. Werkdiepte groter. In de cilinder zit een hydraulisch verstelbare aanslag. Hiermee kan na de wendakker de ingestelde werkdiepte zonder visuele controle weer makkelijk worden bereikt. Afb. 37 66 Catros BAG0046.7 03.14
Instellingen 8.2 Tastwielen aan de werkdiepte aanpassen De tastwielen (Afb. 38/1) kunnen handmatig met een spindel (Afb. 38/2) in hoogte worden versteld. De hoogte van de tastwielen moet bij elke verstelling van de werkdiepte van de machine worden aangepast. Verstelbare spindel korter draaien voor kleinere werkdiepte Verstelbare spindel langer draaien voor grotere werkdiepte Tastwielen aan beide zijden hetzelfde instellen! Afb. 38 Spindels via ratel instellen 1. Maak de hendel (Afb. 39/1) los van de spanband (Afb. 39/2). 2. Verwijder de lunspen (Afb. 40/1). 3. Zet de hendel (Afb. 40/2) overeenkomstig de gewenste draairichting vast. 4. Verleng/verkort de spindels (Afb. 39/3) via de hendel. 5. Borg de instelling met de lunspen. 6. Borg de hendel met een spanband. Afb. 39 De tastwielen moeten bij normaal werk licht meelopen. Ze mogen niet het gewicht van het zijframe op de grond ondersteunen! Overbelasting leidt tot beschadiging van de tastwielen en is niet volgens de voorschriften! Afb. 40 Catros BAG0046.7 03.14 67
Instellingen 8.3 Schuine stand van de schijvenrijen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken tussen de excentriekbout en de aanslag van de schijvenrij! Een voorkeursinsteekplaats is voorzien van een kerf. Kies links en rechts dezelfde insteekplaatsen! Voor de instelling van de onderlinge afstand van de schijven kan het nodig zijn een kort stuk met neergelaten machine achteruit op het veld te rijden, om de insteekplaatsen vrij te maken. De schuine stand van de schijvenrijen wordt naar behoefte met een AMAZONE excentriekbout ingesteld. Hiervoor zijn 6 insteekplaatsen aan beide zijden van de machine beschikbaar. 1. Maak de lunspen van de vergrendelingsbeugel (Afb. 41/1) los. 2. Klap de vergrendelingsbeugel (Afb. 41/2) omlaag. 3. Rijd met de geplaatste machine een stukje achteruit. De schijvenrijen verschuiven zodanig dat alle insteekplaatsen vrij worden. 4. Maak de lunspen van de excentriekbout (Afb. 41/3) los. 5. Steek de excentriekbout (Afb. 41/4) in de gewenste insteekplaats. 6. Bevestig de lunspen van de excentriekbout. 7. Klap de vergrendelingsbeugel omhoog. Kan de vergrendelingsbeugel door de nieuwe stand van de excentriekbout niet omhoog worden geklapt, rijd dan met de geplaatste machine een klein stuk naar voren. 8. Bevestig de lunspen van de vergrendelingsbeugel. Afb. 41 68 Catros BAG0046.7 03.14
Instellingen De fijnafstelling wordt geregeld door de excentriekbout (Afb. 42) tussen positie 1 en positie 4 te draaien. 1. Maak de lunspen van de vergrendelingsbeugel (Afb. 41/1) los. 2. Klap de vergrendelingsbeugel (Afb. 41/2) omlaag. 3. Maak de lunspen van de excentriekbout (Afb. 41/3) los. 4. Verdraai de excentriekbout (Afb. 42). 5. Bevestig de lunspen van de excentriekbout. 6. Klap de vergrendelingsbeugel omhoog. 7. Bevestig de lunspen van de vergrendelingsbeugel. Het werkbeeld moet door blootleggen van het bewerkingsgebied achter de machine worden gecontroleerd: Afb. 43/1, Afb. 44/1, Afb. 45/1: Snijrand 1e schijvenrij Afb. 43/2, Afb. 43/2,: Snijrand 2e schijvenrij Afb. 42 Afb. 43 Correcte instelling van de schijvenrijen (Afb. 43). 1e schijvenrij naar rechts verstellen en nogmaals controleren (Afb. 44): De snijrand van de 2e schijvenrij is niet zichtbaar en volgt de 1e schijvenrij (Afb. 45): 1e schijvenrij naar links verstellen. Afb. 44 Afb. 45 Catros BAG0046.7 03.14 69
Instellingen 8.4 Werkdiepte van de randschijven De randschijven rechtsvoor en linksachter moeten worden ingesteld. 1. Bedien tractorregeleenheid : Beide schijvenrijen van de uitgeklapte machine compleet oplichten! 2. Draai de schroefverbindingen (Afb. 46/1) los. 3. Stel de randschijven in het langgat zodanig in, dat er geen damvorming optreedt. 4. Draai de schroefverbindingen weer vast. Afb. 46 8.5 Achtereg 1. Bedien tractorregeleenheid : Licht beide schijvenrijen compleet uit de machine. De achtereg wordt uitgelicht en de stelbout wordt ontlast. Zet de stelbout lager voor meer agressiviteit. Zet de stelbout naar boven voor minder agressiviteit. 2. Maak de lunspen (Afb. 47/1) los. 3. Plaats de stelbout (Afb. 47/2) in de gewenste positie. 4. Bevestig de lunspen weer. Afb. 47 Zet alle stelbouten in het midden- en zijgedeelte in dezelfde positie! Zitten er veel plantenresten in de bovenlaag van de grond, dan bestaat het gevaar dat de achtereg last krijgt van ophopingen. In dit geval moet de agressiviteit worden verlaagd, d.w.z. dat de tanden vlakker moeten worden ingesteld. Bij de zaadbedvoorbereiding op geploegde en gecultiveerde velden kan de agressiviteit voor intensiever werken hoger worden ingesteld, d.w.z. dat de tanden steiler moeten worden ingesteld. Verwijder de achtereg als deze niet wordt gebruikt! 70 Catros BAG0046.7 03.14
Instellingen 8.6 Hoogte van het trekoog Bij uitgebouwde machine kan de hoogte van het trekoog (Afb. 48/1) worden aangepast aan de tractor. Draai de bouten (Afb. 48/2) los en schroef het trekoog vast op de gewenste hoogte. Voorgeschreven aanhaalmoment van de bouten: 395 Nm Afb. 48 Catros BAG0046.7 03.14 71
Transport 9 Transport WAARSCHUWING Neem de maximaal toelaatbare snelheid in acht. De toelaatbare snelheid is afhankelijk van de werkelijke asbelasting van de machine, zie Technische gegevens, op pagina 36. Raadpleeg bij transportritten het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor de gebruiker", blz. 25. Controleer voor transport of de voedingskabels correct zijn aangebracht; of de verlichting werkt, schadevrij en schoon is; het remsysteem en het hydraulisch systeem op in het oog lopende gebreken. de werking van het remsysteem. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onbedoeld losgaan van de aangekoppelde machine! Controleer vóór transport door middel van een visuele controle of de bouten van de trekstang met de lunspen zijn geborgd. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onbedoelde bewegingen van de machine. Controleer bij inklapbare machine of de transportvergrendelingen goed zijn aangebracht. Beveilig de machine tegen onbedoelde bewegingen voordat u de machine transporteert. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken of stoten door onvoldoende stabiliteit en omkantelen! Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle heeft. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, van het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de aangebouwde of aangekoppelde machine. Zet voor transport de vergrendeling van de trekstangen van de tractor aan de zijkant vast, zodat de aangebouwde of aangekoppelde machine niet kan gaan slingeren. 72 Catros BAG0046.7 03.14
Transport WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Deze gevaren veroorzaken zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop. Neem de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor in acht. WAARSCHUWING Het zonder toestemming meerijden op de machine kan ertoe leiden dat de machine omkantelt! Het is verboden om personen mee te laten rijden op de machine en/of op rijdende machines te laten stappen. WAARSCHUWING Gevaar voor steekletsel bij andere verkeersdeelnemers tijdens transport door naar achteren gerichte, niet afgedekte, scherpe veertanden van de eg aan het middelste deel van de machine! Transportritten zonder correct gemonteerde beschermstrip voor de verkeersveiligheid zijn verboden. Catros BAG0046.7 03.14 73
Transport 9.1 Ombouwen van werk- in transportstand WAARSCHUWING Stuur iedereen uit het draaibereik van de machine-elementen weg voordat u de machine-elementen uit- en inklapt! Maximale transporthoogte van 4 aanhouden! Dit resulteert in afstand tot de bodem van 25 cm! De uitvoering van bepaalde hydraulische functies kan wat langer duren. Let erop dat de hydraulische cilinders tot de eindstanden inen uitschuiven. 9.1.1 Machines met mechanische werkdiepte-instelling 1. Bedien tractorregeleenheid. Machine geheel optillen. 2. Zet de randschijven in de transportstand (alleen Catros 7501). 2.1 Lunspen (Afb. 50/1) losmaken. 2.2 Steekbouten (Afb. 50/2) uittrekken. 2.3 Kantschijf (Afb. 50/3) naar binnen zwenken en in deze positie met bouten vastzetten. 2.4 Bouten met lunspen borgen. Afb. 49 Afb. 50 74 Catros BAG0046.7 03.14
Transport 3. Afsluitkraan voor de vergrendeling van de middelste walswielen openen, positie I. Afb. 51 4. Alle afstandselementen van de zuigerstang weg zwenken. 5. Achtereg in transportstand zetten, zie pagina 54. Afb. 52 6. Tractorregeleenheid bedienen. Machine geheel samenklappen tot de middenwals volledig is opgetild. Een eenzijdig klappen van de machine is een aanwijzing voor een storing. Breek de procedure af. Afb. 53 7. Bedien tractorregeleenheid. Zijwalsen zwenken naar binnen. Machine tot op maximaal 4 m transporthoogte neerlaten! De borging beveiligt de ingeklapte machine tegen onbedoeld uitklappen. Afb. 54 Catros BAG0046.7 03.14 75
Transport 8. Afsluitkraan voor borging van de transportbreedte sluiten, positie 0. Afb. 55 9. Afsluitkraan voor de vergrendeling van de middelste walswielen sluiten, positie 0. Fig. 56 Stel de hoogte van de onderste trekstang van de trekker zo in, dat de armen verticaal staan. Controleer visueel, het vergrendelen van de borging. 76 Catros BAG0046.7 03.14
Transport 9.1.2 Machines met hydraulische werkdiepte-instelling 1. Bedien tractorregeleenheid. Machine geheel optillen. 2. Zet de randschijven in de transportstand. 2.1 Lunspen (Afb. 58/1) losmaken. 2.2 Steekbouten (Afb. 58/2) uittrekken. 2.3 Kantschijf (Afb. 58/3) naar binnen zwenken en in deze positie met bouten vastzetten. 2.4 Bouten met lunspen borgen. Afb. 57 3. Achtereg in transportstand zetten, zie pagina 54. 4. Afsluitkraan voor de vergrendeling van de middelste walswielen openen, positie I. Afb. 58 Afb. 59 5. Tractorregeleenheid bedienen. Machine geheel samenklappen tot de middenwals volledig is opgetild. Een eenzijdig klappen van de machine is een aanwijzing voor een storing. Breek de procedure af. Afb. 60 Catros BAG0046.7 03.14 77
Transport 6. Tractorregeleenheid en tractorregeleenheid bedienen. Zijwalsen geheel naar binnen zwenken. Machine geheel neerlaten (alle walsen inschuiven). De borging beveiligt de ingeklapte machine tegen onbedoeld uitklappen. Afb. 61 7. Afsluitkraan voor borging van de transportbreedte sluiten, positie 0. 8. Afsluitkraan voor de vergrendeling van de middelste walswielen sluiten, positie 0. Afb. 62 Fig. 63 9. Bedien tractorregeleenheid. Machine voor voldoende bodemvrijheid optillen en daarbij letten op de maximale transporthoogte van vier meter. Stel de hoogte van de onderste trekstang van de trekker zo in, dat de armen verticaal staan. Controleer visueel, het vergrendelen van de borging. 78 Catros BAG0046.7 03.14
Transport 9.1.3 Breng de afdekzeilen aan 1. Verwijder de afdekzeilen van de dissel. 2. Breng de afdekzeilen om de schijvenrijen aan en bevestig ze met riemen (voor 3 riemen (Afb. 64) / achter 2 riemen (Afb. 65)). Afb. 64 Afb. 65 Machine in wegtransportstand (Afb. 66) Afb. 66 Catros BAG0046.7 03.14 79
Werken met de machine 10 Werken met de machine Houd u bij het werken met de machine aan de aanwijzingen van hoofdstukken "Waarschuwingsstickers en overige aanduidingen op de machine", vanaf blz. 17 en "Veiligheidsinstructies voor de gebruiker", vanaf blz. 23 Het opvolgen van deze aanwijzingen is voor uw eigen veiligheid. WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Houd rekening met de maximale belading van de aangebouwde/aangekoppelde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, afsnijden, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onvoldoende stabiliteit en omkantelen van de tractor / gekoppelde machine! Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle heeft. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, van het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de aangebouwde of aangekoppelde machine. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onbedoeld losgaan van de aangekoppelde machine! Controleer vóór elk gebruik van de machine door middel van een visuele controle of de bouten van de trekstang met de lunspen zijn geborgd. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, naar binnen trekken en vastgrijpen bij gebruik van de machine zonder daartoe bestemde veiligheidsvoorzieningen! Stel de machine alleen in bedrijf als alle veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht. 80 Catros BAG0046.7 03.14
Werken met de machine 10.1 Ombouwen van transport- naar werkstand WAARSCHUWING Stuur iedereen uit het draaibereik van de machine-elementen weg voordat u de machine-elementen uit- en inklapt! Zet tractor en machine op een vlakke ondergrond recht voor elkaar voordat u de machine-elementen uit- en inklapt! Breng de machine altijd volledig omhoog voordat u de machineelementen uit- of inklapt. Alleen als de machine in de hoogste stand staat, is er voldoende ruimte voor de grondbewerkingsgereedschappen en zijn zij beschermd tegen beschadigingen. De uitvoering van bepaalde hydraulische functies kan wat langer duren. Let erop dat de hydraulische cilinders tot de eindstanden inen uitschuiven. 10.1.1 Machines met mechanische werkdiepte-instelling 1. Verwijder de afdekzeilen. 1.1 Alle zeilen oprollen 1.2 Met de aangebrachte riemen de zeilen op de dissel bevestigen. 2. Afsluitkraan voor borging van de transportbreedte openen, positie I. 3. Afsluitkraan voor de vergrendeling van de middelste walswielen openen, positie I. Afb. 67 Afb. 68 Catros BAG0046.7 03.14 81
Werken met de machine 4. Bedien tractorregeleenheid. Machine compleet oplichten. Het optillen van de machine kan vanwege het machinegewicht wat langer duren. Zijwalsen compleet uitzwenken. Borging ontgrendelen (Afb. 70). Afb. 69 Wanneer de borging niet ontgrendelt, eventueel kortstondig de tractorregeleenheid bedienen (machine inklappen), zodat de borging wordt ontlast! Afb. 70 5. Tractorregeleenheid bedienen. Zijframe volledig uitklappen. Middenwals volledig neerlaten 6. Afsluitkraan voor de vergrendeling van de middelste walswielen sluiten, positie A. 7. Tractorregeleenheid in drijfstand brengen. 8. Werkdiepte door indraaien van de afstandselementen (Afb. 71/1) instellen. Afb. 71 82 Catros BAG0046.7 03.14
Werken met de machine 9. Opklapbare kantschijven in de werkstand draaien 9.1 Lunspen (Afb. 72/1) losmaken. 9.2 Steekbouten (Afb. 72/2) uittrekken. 9.3 Kantschijf (Afb. 72/3) naar beneden klappen en in deze positie met bouten vastzetten. 9.4 Bouten met lunspen borgen. 10. Zet de achtereg in de werkstand, zie blz. 54 Borgingen op de dissel bevestigen. Afb. 72 11. Bedien tractorregeleenheid. Machine in de werkstand neerlaten en starten. Catros BAG0046.7 03.14 83
Werken met de machine 10.1.2 Machines met hydraulische werkdiepte-instelling 1. Verwijder de afdekzeilen. 1.1 Alle zeilen oprollen 1.2 Met de aangebrachte riemen de zeilen op de dissel bevestigen. 2. Afsluitkraan voor borging van de transportbreedte openen, positie I. 3. Afsluitkraan voor de vergrendeling van de middelste walswielen openen, positie I. Afb. 73 Afb. 74 4. Tractorregeleenheid bedienen. Machine compleet oplichten. Het optillen van de machine kan vanwege het machinegewicht wat langer duren. Zijwalsen compleet uitzwenken. Borging ontgrendelen Afb. 75 Wanneer de borging niet ontgrendelt, eventueel kortstondig de tractorregeleenheid bedienen (machine inklappen), zodat de borging wordt ontlast! 84 Catros BAG0046.7 03.14
Werken met de machine 5. Tractorregeleenheid bedienen. Zijframe volledig uitklappen. Middenwals volledig neerlaten 6. Afsluitkraan voor de vergrendeling van de middelste walswielen sluiten, positie A. 7. Tractorregeleenheid in drijfstand brengen. 8. Opklapbare kantschijven in de werkstand draaien. 8.1 Lunspen (Afb. 77/1) losmaken. 8.2 Steekbouten (Afb. 77/2) uittrekken. 8.3 Kantschijf (Afb. 77/3) naar beneden klappen en in deze positie met bouten vastzetten. 8.4 Bouten met lunspen borgen. 9. Zet de achtereg in de werkstand, zie blz. 54. Borgingen op de dissel bevestigen. 10. tractorregeleenheid bedienen. Machine in de werkstand neerlaten en starten en werkdiepte instellen. Afb. 77 10.2 Tijdens het werk Tijdens het werk tractorregeleenheid Zo kunnen de in-/uitklapbare elementen zich aan de bodemgesteldheid aanpassen. in zweefstand houden. Catros BAG0046.7 03.14 85
Werken met de machine 10.3 Rijden op de wendakker Afb. 78 Bij het draaien op de wendakker moeten de schijvenrijen worden opgelicht, om dwarsbelastingen te voorkomen. Bedien tractorregeleenheid (circa 5 seconden): Licht beide schijvenrijen compleet uit de machine (Afb. 78). Het hydraulische systeem wordt bij het uitschuiven van de hydraulische cilinder in de eindstanden gekalibreerd. VOORZICHTIG Het inzetten op de wendakker vindt pas plaats, als de richting van de machine overeenkomt met de werkrichting. Bij het aanbrengen van de machine wordt de eerder ingestelde werkdiepte automatisch weer bereikt. 86 Catros BAG0046.7 03.14
Storingen 11 Storingen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine-combinatie. Beveilig tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u storingen aan de machine gaat verhelpen. Zie hiervoor blz. 62. Wacht tot de machine stilstaat voordat u in de gevarenzone van de machine komt. 11.1 Ongelijke werkdiepte over de werkbreedte Ongelijke werkdiepte over de werkbreedte? Walscilinder synchroniseren! Voor een gelijkmatige werkdiepte over de hele machinebreedte is het noodzakelijk dat de drie hydraulische cilinders van de V-ring bandenwals dezelfde lengte hebben. Is dit niet het geval, dan kunnen de cilinders hydraulisch worden gesynchroniseerd: Bedien tractorregeleenheid, zodat de machine volledig wordt opgelicht. Houd de regeleenheid gedurende 10 s bediend. Er wordt een overstroming gestart, waardoor alle cilinders worden gespoeld. De cilinders stellen zich hierbij op dezelfde lengte in. Catros BAG0046.7 03.14 87
Reinigen, service en onderhoud 12 Reinigen, service en onderhoud WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine-combinatie. Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u reinigings-, service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Zie ook 62. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken en vastgrijpen door gevaarlijke plaatsen die niet beveiligd zijn! Monteer de veiligheidsvoorzieningen die u vóór de reinigings-, service en onderhoudswerkzaamheden heeft verwijderd. Vervang defecte veiligheidsvoorzieningen door nieuwe. WAARSCHUWING Kantelgevaar! Voer geen reparaties uit bij ingeklapte, of deels ingeklapte machine, wanneer de machine schuin is opgesteld. 12.1 Reinigen Controleer rem-, lucht- en hydraulische slangen bijzonder zorgvuldig! Behandel rem-, lucht- en hydraulische slangen nooit met benzine, benzeen, petroleum of minerale oliën. Smeer de machine na het reinigen, vooral na het reinigen met een hogedrukreiniger/stoomstraal of vetoplosbare middelen. Neem de wettelijke voorschriften voor het gebruiken en opruimen van reinigingsmiddelen in acht. 88 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud Reinigen met hogedrukreiniger/stoomstraal U dient de volgende aanwijzingen bij het reinigen met een hogedrukreiniger/stoomstraal beslist op te volgen: Reinig geen elektrische onderdelen. Reinig geen verchroomde onderdelen. Richt de straal van de hogedrukreiniger of de stoomstraal nooit rechtstreeks op smeerpunten en lagers. Houd altijd een afstand van minimaal 300 mm tussen hogedrukreiniger/stoomstraal en machine aan. Neem de veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van hogedrukreinigers in acht. 12.2 Smeervoorschrift De smeerpunten zijn op de machine aangegeven met de sticker (Afb. 79). Reinig smeernippels en vetspuit voor het smeren grondig, zodat er geen vuil in de lagers wordt geperst. Pers het vervuilde vet in de lagers volledig naar buiten en vul de lagers met nieuw vet. Afb. 79 Smeermiddelen Gebruik voor het smeren een multipurpose vet op basis van verzeept lithium met EP-additieven. Bedrijf Smeermiddelaanduiding ARAL Aralub HL2 FINA Marson L2 ESSO Beacon 2 SHELL Retinax A Catros BAG0046.7 03.14 89
Reinigen, service en onderhoud Overzicht van smeerpunten Smeerpunt Interval [h] Aantal Afb. 80 (1) Scharnierpunten van de elementen 50 4 (2) Scharnierpunten walsframe 50 6 (3) Hydraulische cilinder buitenste wals 50 4 (4) Hydraulische cilinder elementen in- /uitklappen 50 4 (5) Hydraulische cilinder middelste wals 50 2 (6) Hydraulische cilinder middelste walswielen in transportstand 50 2 (7) Trekoog invetten 8 1 Trekstangkoppeling 50 3 (8) Handrem: 100 1 Kabels en keerrollen smeren Spil Afb. 81 (1) Tastwielen 50 4 Afb. 80 90 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud Afb. 81 12.3 Onderhoudsschema overzicht Voer de onderhoudswerkzaamheden uit zodra de eerste termijn is bereikt. Tijdsintervallen, draai-uren van de motor of service-intervallen van de eventueel bijgeleverde documenten van derden hebben voorrang. Na de eerste belastingsrit Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Wielen Controle wielmoeren 101 Werkplaatswerkzaamheden Hydraulisch systeem Controle op gebreken Op lekkage controleren 91 X Dagelijks Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Werkplaatswerkzaamheden Luchtketel Ontwateren 94 Wekelijks / elke 50 bedrijfsuur Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Werkplaatswerkzaamheden Hydraulisch systeem Controle op gebreken 91 X Wielen Luchtdruk controleren Montage van de wielen Minimumafstand afstrijker 101 Remsysteem Remvloeistofpeil controleren 97 Elk kwartaal / 200 bedrijfsuur Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Werkplaatswerkzaamheden Catros BAG0046.7 03.14 91
Reinigen, service en onderhoud Tweekringsbedrijfsremsysteem Controle overeenkomstig gebruiksaanwijzing 96 X Leidingfilter reinigen 96 Remsysteem Remvoeringcontrole 98 Handrem Remwerking in aangetrokken toestand controleren 100 Elk jaar / 1000 bedrijfsuur Remsysteem Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Werkplaatswerkzaamheden Remmentest van hydraulisch gedeelte van het remsysteem 99 X Remtrommel Reinigen 95 X Elke 2 jaar Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Werkplaatswerkzaamheden Remsysteem Remvloeistof vervangen 97 X Indien nodig Onderdeel Elektrische verlichting Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Werkplaatswerkzaamheden Defecte gloeilampen vervangen: 102 Afstrijker Instellen 102 Bouten topstang/trekstang Vervangen 109 Schijf XL041 Slijtagecontrole - vervangen bij minimumdiameter 360 mm Glijlager 78200437 Slijtagecontrole - vervangen bij ca. 4 mm speling 103 103 X X Slijtageplaat 78100835 Slijtagecontrole - vervangen naar behoefte Beugel 78201107 Slijtagecontrole - vervangen naar behoefte 103 X 103 X 92 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud 12.4 As en rem Aanbevolen wordt een afstemming tussen trekker en machine voor een optimaal remgedrag en minimale slijtage van de remvoeringen. Laat deze afstemming na een geschikte inrijperiode van het bedrijfsremsysteem uitvoeren bij een vakwerkplaats. Om remproblemen te voorkomen, alle voertuigen overeenkomstig EG-richtlijn 71/320 EEG instellen! WAARSCHUWING Reparatie- en afstelwerkzaamheden aan het bedrijfsremsysteem mogen uitsluitend door geschoold personeel worden uitgevoerd. Ga bijzonder voorzichtig te werk bij las-, snij- en boorwerkzaamheden in de nabijheid van remleidingen. Voer na alle instel- en reparatiewerkzaamheden aan het remsysteem altijd een remmentest uit. Algemene visuele controle WAARSCHUWING Voer een algemene visuele controle van het remsysteem uit. Let daarbij op de volgende punten: De buitenkant van buisleidingen, slangleidingen en koppelmoffen mag niet beschadigd of gecorrodeerd zijn. Scharnierpunten, bijv. bij stelgaffels, moeten op de juiste wijze zijn geborgd, soepel draaien en mogen niet zijn uitgeslagen. Kabels en trekkabels moeten foutloos zijn gelegd. mogen geen duidelijk zichtbare scheurtjes bevatten. mogen niet zijn vastgeknoopt. Controleer de zuigerslag van de remcilinders en stel de slag indien nodig bij. De luchtketel mag niet in de spanbanden bewegen; niet beschadigd zijn; geen uitwendige corrosieschade vertonen. Catros BAG0046.7 03.14 93
Reinigen, service en onderhoud 12.4.1 Luchtketel ontwateren 1. Laat de motor van de tractor draaien (ca. 3 min.) tot de luchtdrukketel is gevuld. 2. Zet de tractormotor af, trek de handrem aan en verwijder de contactsleutel. 3. Trek het aftapventiel aan de ring (Afb. 82/1) naar de zijkant tot er geen water meer uit de luchtdrukketel komt. 4. Als het afgetapte water verontreinigd is, dient u alle lucht uit de ketel te laten ontsnappen, het aftapventiel uit de luchtdrukketel te schroeven en de luchtdrukketel te reinigen. De luchtdrukketel (Afb. 82/1) mag niet in de spanbanden bewegen; niet beschadigd zijn; geen uitwendige corrosieschade vertonen. Het typeplaatje mag niet zijn verroest; loszitten; ontbreken. Afb. 82 De luchtdrukketel vervangen (werkplaatswerkzaamheid) als één van bovenstaande punten van toepassing is! 12.4.2 Leidingfilter reinigen Reinig de twee leidingfilters (Afb. 83/1) elke 3 maanden (bij zware gebruiksomstandigheden vaker). Ga als volgt te werk: 1. Druk de twee lippen (Afb. 83/2) samen en verwijder de sluitkap met O-ring, drukveer en filterelement. 2. Reinig het filterelement met benzine of thinner (uitwassen) en droog het element met perslucht. Let er bij het monteren in omgekeerde volgorde op dat de O-ring niet schuin in de geleidesleuf wordt geplaatst. Afb. 83 94 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud 12.4.3 Remtrommel reinigen (werkplaatswerk) De remtrommel moet één keer per jaar worden gereinigd om een veilige werking van de reminstallatie te garanderen. GEVAAR Gebruik de gemarkeerde aanslagpunten voor hefwerktuigen! Handelwijze voor alle geremde onderstelwielen (Afb. 84): 1. licht de cultivator aan één zijde aan de gemarkeerde aanslagpunten op met een geschikt hefwerktuig; 2. demonteer de remslang; 3. demonteer het wiel met de as; 4. demonteer het wiel; 5. demonteer de remtrommel; 6. reinig de remtrommel; Het is niet toegestaan de binnenkant van de remtrommels met spits, scherp gereedschap te reinigen. Gebruik geen oliehoudende middelen voor het reinigen. 7. daarna geschiedt de montage in omgekeerde volgorde; 8. ontlucht de rem, zie pagina 99. Afb. 84 Catros BAG0046.7 03.14 95
Reinigen, service en onderhoud 12.4.4 Testhandleiding voor gescheiden bedrijfsremsysteem 1. Controle op lekkage 1. Controleer alle aansluitingen, buis-, slang- en schroefverbindingen op lekkage. 2. Repareer lekkages. 3. Verhelp schuurplekken van buizen en slangen. 4. Vervang poreuze en defecte slangen. 5. Het tweekrings-bedrijfsremsysteem lekt niet, als in 10 minuten de drukdaling niet meer dan 0,15 bar bedraagt. 6. Dicht ondichte plaatsen af resp. vervang lekkende kleppen. 2. Druk in de luchtketel controleren 1. Sluit een manometer op de testaansluiting van de luchtketel aan. Voorgeschreven waarde 6,0 tot 8,1 + 0,2 bar 3. Remcilinderdruk controleren 1. Sluit een manometer op de testaansluiting van de remcilinder aan. Voorgeschreven waarden: bij onbediende rem 0,0 bar 4. Visuele controle remcilinder 1. Controleer de stofkappen resp. de hoezen op beschadiging. 2. Vervang beschadigde onderdelen. 5. Scharnierpunten van remkleppen, remcilinders en stangenstelsel De scharnierpunten van remkleppen, remcilinders en het stangenstelsel moeten licht bewegen; zo nodig smeren of voorzien van een beetje olie. 96 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud 12.4.5 Hydraulisch remsysteem 12.4.5.1 Remvloeistofpeil controleren Remvloeistofpeil controleren: Het expansievat (Afb. 85) is tot aan de markering "max." gevuld met remvloeistof DOT 4. Het remvloeistofpeil dient zich tussen de markeringen "max." en "min." te bevinden. Ga bij lekkage van remvloeistof direct naar een vakwerkplaats! Remvloeistof Afb. 85 Neem bij het werken met remvloeistof het volgende in acht: Remvloeistof is bijtend en mag daarom niet in aanraking komen met de lak van de machine. Veeg remvloeistof indien nodig direct weg en spoel met veel water na. Remvloeistof is hygroscopisch. Dit betekent dat de vloeistof vocht uit de lucht opneemt. Bewaar remvloeistof daarom alleen in gesloten bussen. Remvloeistof die al in het remsysteem is gebruikt, mag niet opnieuw worden gebruikt. Ook bij het ontluchten van het remsysteem moet nieuwe remvloeistof worden gebruikt. Op remvloeistof zijn de hoge eisen van de norm SAE J 1703 of de Amerikaanse veiligheidsnormen DOT 3 of DOT 4 van toepassing. Gebruik uitsluitend remvloeistoffen volgens DOT 4. Remvloeistof mag nooit in aanraking komen met minerale olie. Zelfs het geringste spoortje van minerale olie is al voldoende om de remvloeistof onbruikbaar te maken of storingen in het remsysteem te veroorzaken. Afdichtstoppen en manchetten van het remsysteem worden beschadigd als zij in aanraking komen met middelen die minerale olie bevatten. Gebruik voor het reinigen geen poetslappen die minerale olie bevatten. WAARSCHUWING Afgetapte remvloeistof mag nooit opnieuw worden gebruikt. Afgetapte remvloeistof mag nooit worden weggegooid of bij het huisvuil worden gedaan. Voer de afgetapte remvloeistof gescheiden af van afgewerkte olie en lever het in bij de erkende afvalverwerkingsbedrijven. Vervang de remvloeistof indien mogelijk na het koude jaargetijde. Catros BAG0046.7 03.14 97
Reinigen, service en onderhoud 12.4.5.2 Controle van het hydraulisch gedeelte van het remsysteem (vakwerkplaats) Controle van het hydraulische gedeelte van het remsysteem: controleer alle flexibele remslangen op slijtage controleer alle remleidingen op beschadiging controleer alle schroefverbindingen op lekkage vervang versleten of beschadigde onderdelen. 12.4.5.3 Onderhoud van het hydraulisch gedeelte van het remsysteem (vakwerkplaats) Ververs elke 1-2 jaar de remvloeistof. Controleer elk jaar alle flexibele remslangen op slijtage, alle remleidingen op beschadiging en de schroefverbindingen op lekkage. Vervang versleten of beschadigde onderdelen. De slijtage aan de remvoeringen moet om de 500 bedrijfsuren, maar in elk geval voor het elk seizoen, worden gecontroleerd. Deze termijn is slechts een richtlijn. Bij intensief gebruik, bijvoorbeeld als veel op heuvels wordt gewerkt, dient de controle eerder plaats te vinden. Als de dikte van remvoeringen is afgenomen tot minder dan 1,5 mm moeten de remblokken worden vervangen (gebruik uitsluitend originele remblokken met typegekeurde remvoeringen). Daarbij kan het nodig zijn om ook de spanveren van de remblokken te vervangen. 98 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud 12.4.5.4 Remsysteem ontluchten (vakwerkplaats) Na elke reparatie aan het remsysteem waarbij de installatie is geopend, dient u het remsysteem te ontluchten omdat er lucht in de drukleidingen kan zijn gekomen. In de vakwerkplaats wordt de rem met een speciaal vul- en ontluchtingsapparaat voor remmen. Ga als volgt te werk: 1. Verwijder de schroefkoppeling van het remvloeistofreservoir. 2. Vul het remvloeistofreservoir tot aan de bovenste rand. 3. Bevestig de ontluchtingspijp op het remvloeistofreservoir. 4. Sluit de vulslang aan. 5. Open de afsluitkraan van de vulopening. 6. Ontlucht de hoofdcilinder. 7. Tap net zolang remvloeistof aan de ontluchtingsbouten van het systeem af tot de remvloeistof helder en zonder luchtbellen naar buiten stroomt. Hiertoe sluit u de transparante ontluchtingsslang, die in een voor een derde met remvloeistof gevulde bus is gestoken, op het te ontluchten ontluchtingsventiel aan. 8. Sluit de afsluitkraan in de vulaansluiting zodra het volledige remsysteem is ontlucht. 9. Laat de restdruk uit het vulapparaat ontsnappen. 10. Sluit het laatste ontluchtingsventiel zodra de restdruk uit het vulapparaat is verwijderd en het remvloeistofpeil in het reservoir de markering "MAX" heeft bereikt. 11. Verwijder de vulaansluiting. 12. Sluit het reservoir. Open de ontluchtingsventielen voorzichtig, zodat u ze niet losdraait. Wij adviseren om de ventielen ongeveer 2 uur voor het ontluchten in te spuiten met een roestoplosmiddel. Veiligheidscontrole uitvoeren: Zijn de ontluchtingsbouten vastgedraaid? Is er voldoende remvloeistof bijgevuld? Controleer alle aansluitingen op lekkage. Voer aansluitend op de weg met weinig verkeer enkele remmingen uit. Bij deze test moet minimaal een keer hard worden geremd. Let op: houd het achteropkomende verkeer goed in de gaten! Catros BAG0046.7 03.14 99
Reinigen, service en onderhoud 12.5 Handrem Bij nieuwe machines kunnen de remkabels van de handrem uitzetten. Stel de handrem bij als driekwart van de spanafstand van de spil nodig is om de handrem stevig aan te trekken. als de remmen van nieuwe remvoeringen zijn voorzien. Handrem bijstellen De remkabel moet in ongeremde toestel lichtjes doorhangen. Hierbij mag de remkabel niet op andere voertuigdelen liggen of ertegen schuren. 1. Los de kabelklemmen. 2. Remkabel inkorten en kabelklemmen opnieuw stevig aandraaien. 3. Controleer de remwerking van de aangetrokken handrem. 100 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud 12.6 Banden / wielen Onderstelbanden regelmatig op beschadiging resp. goede montage op de velg controleren! Zorg voor een minimumafstand van 25 mm van de afstrijkers tot de onderstelbanden! Vereiste bandenspanning Onderstelbanden / Walsbanden: 4,3 bar Tastwielen: 1,8 bar Voorgeschreven aanhaalmoment van de wielmoeren/-bouten: 350 Nm Voorgeschreven aanhaalmoment van de asbouten: 450 Nm Controleer regelmatig of de wielmoeren goed vastzitten; de bandenspanning. Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen banden en velgen. Reparatiewerkzaamheden aan banden mogen alleen door specialisten met geschikt montagegereedschap worden uitgevoerd! Voor het monteren van banden is bepaalde kennis en voorgeschreven montagegereedschap vereist! Plaats de wagenkrik uitsluitend op de gemarkeerde plaatsen! 12.6.1 Bandenspanning De vereiste bandenspanning is afhankelijk van de bandenmaat; het draagvermogen van de band; de rijsnelheid. De levensduur van de banden wordt gereduceerd door overbelasting; te lage bandenspanning; te hoge bandenspanning. Controleer de bandenspanning regelmatig bij koude banden, dus vóór het rijden. Het verschil in bandenspanning mag in de banden van een as niet groter zijn dan 0,1 bar. De bandenspanning kan maximaal 1 bar hoger worden door snel rijden of warm weer. In geen geval de bandenspanning verlagen, omdat de bandenspanning dan bij het afkoelen te laag is. Catros BAG0046.7 03.14 101
Reinigen, service en onderhoud 12.6.2 Banden monteren (vakwerkplaats) Verwijder eventuele corrosie van de velgen voordat u een nieuwe resp. andere band monteert. Tijdens het rijden kunnen gecorrodeerde plaatsen schade aan de velg veroorzaken. Gebruik bij de montage van nieuwe banden altijd nieuwe tubeless ventielen resp. slangen. Draai altijd dopjes met afdichting op de ventielen. 12.7 Elektrische verlichting Gloeilampen vervangen: 1. Draai het beschermglas los. 2. Verwijder de defecte lamp. 3. Plaats de nieuwe lamp (let op juiste spanning en vermogen). 4. Plaats het beschermglas en draai dit vast. 12.8 Afstrijker Afstrijker instellen: 1. Draai de bout onder de afstrijker los. 2. Stel de afstrijker in. 3. Draai de bout vast. Houd de minimumafstand van 25 mm tussen afstrijker en V-ring band aan! Wordt de minimumafstand niet aangehouden, dan kan de band beschadigd raken, wat tot ongelukken kan leiden! Afb. 86 12.9 Hydraulische cilinder voor in-/uitklapbare elementen Voorgeschreven aanhaalmoment van de contramoer van de hydraulische cilinder voor in-/uitklapbare elementen: 300 Nm 102 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud 12.10 Vervangen van schijven (vakwerkplaats) Minimumschijfdiameter: 360 mm. Vervanging vindt plaats bij uitgeklapte machine; opgelichte schijven; machine die is beveiligd tegen onbedoeld zakken. Voor het vervangen van de schijven moeten de vier bouten worden losgedraaid en later weer worden vastgedraaid. Afb. 87 12.11 Glijlager van de schuifeenheid vervangen (vakwerkplaats) Voor het vervangen van de glijlagers (Afb. 88/1) moet de uitgeklapte machine zodanig worden neergezet, dat de glijlagers spanningsvrij zijn. De schijfeenheden moeten de grond raken, maar mogen niet het gewicht van de machine dragen! Zo nodig de schijfeenheden ondersteunen! Elke schijfeenheid heeft twee glijlagers. 1. Draai de schroefverbinding van de schuifas los. 2. Tik de schuifas uit het lager. 3. Verwijder de borgringen uit het glijlager. 4. Vervang het glijlager. 5. Monteer de borgringen. 6. Monteer de schuifas weer en borg deze met de schroefverbinding. Afb. 88 12.12 Kantelsteun van de schuifeenheid vervangen (vakwerkplaats) Bij slijtage moeten de kantelsteunen (Afb. 89/1) en de slijtageplaat (Afb. 89/2) worden vervangen. Afb. 89 Onderaanzicht. Voor het demonteren van de kantelsteunen en de slijtageplaat moeten deze spanningsvrij zijn. Vervanging vindt plaats bij uitgeklapte machine; opgelichte schijven; machine die is beveiligd tegen onbedoeld zakken. Afb. 89 Catros BAG0046.7 03.14 103
Reinigen, service en onderhoud 12.13 Hydraulisch systeem (vakwerkplaats) WAARSCHUWING Gevaar voor infectie door onder hoge druk staande hydraulische olie die in het lichaam dringt! Werkzaamheden aan het hydraulische systeem mogen uitsluitend door een vakwerkplaats worden uitgevoerd! Laat alle druk uit het hydraulische systeem ontsnappen voordat u met de werkzaamheden aan het hydraulische systeem begint! Spoor lekkages altijd op met daartoe geschikte hulpmiddelen! Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Onder hoge druk naar buiten stromende vloeistof (hydraulische olie) kan via de huid in het lichaam komen en ernstig letsel veroorzaken! Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts! Gevaar voor infectie! Bij het aansluiten van de hydraulische slangen op het hydraulische systeem van de tractor moet de hydraulica van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn! Sluit de hydraulische slangen op de correcte wijze aan. Controleer alle hydraulische slangen en koppelingen regelmatig op beschadigingen en verontreiniging. Laat tenminste een keer per jaar door een deskundige controleren of de hydraulische slangen nog in goede staat zijn! Vervang beschadigde en verouderde hydraulische slangen! Gebruik uitsluitend originele hydraulische slangen van AMAZONE! Gebruik hydraulische slangen niet langer dan zes jaar. Dat is inclusief een eventuele opslagtijd van maximaal twee jaar. Ook bij vakkundige opslag en toelaatbare belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan natuurlijke veroudering, wat hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt. In afwijking hiervan is het mogelijk om, rekening houdend met de mogelijke risico's, de gebruiksduur op basis van ervaring te bepalen. Voor slangen en slangleidingen van thermoplast kunnen andere richtwaarden doorslaggevend zijn. Voer oude olie volgens de milieuvoorschriften af. Neem bij problemen met betrekking tot het afvoeren contact op met uw leverancier van de olie! Bewaar hydraulische olie buiten bereik van kinderen! Zorg dat er geen hydraulische olie in de grond of in het water komt! 104 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud 12.13.1 Aanduidingen op hydraulische slangen De aanduidingen op de slangen hebben de volgende betekenis: Afb. 90/... (1) Type-aanduiding van de fabrikant van de hydraulische slang (A1HF) (2) Productiedatum van de hydraulische slang (04 / 02 = jaar / maand = februari 2004) (3) Maximaal toelaatbare bedrijfsdruk (210 BAR). Afb. 90 12.13.2 Service-intervallen Na de eerste 10 bedrijfsuren en daarna om de 50 bedrijfsuren 1. Controleer alle componenten van het hydraulische systeem op lekkage. 2. Trek schroefverbindingen eventueel na. Voor elke inbedrijfstelling 1. Controleer de hydraulische slangen op in het oog lopende gebreken. 2. Verhelp schuurplekken van hydraulische slangen en buizen. 3. Vervang versleten of beschadigde hydraulische slangen direct. 12.13.3 Inspectiecriteria voor hydraulische slangen Neem voor uw eigen veiligheid de volgende inspectiecriteria in acht! Vervang hydraulische slangen wanneer u tijdens de inspectie de volgende criteria vaststelt: Beschadiging van de buitenste laag tot op de staalmantel (bijv. schuurplekken, scheurtjes, insnijdingen). Bros worden van de buitenste laag (scheurtjes in het materiaal van de slang). Vervormingen die niet in overeenstemming zijn met de natuurlijke vorm van de slang of slangleiding. Zowel drukloos als onder druk of bij buiging (bijv. loslaten van de lagen, blaasvorming, platdrukken of knikken). Lekkage. Beschadiging of vervorming van de slangarmaturen (verhoogde kans op lekkage); een geringe beschadiging aan de buitenkant is geen reden voor vervanging. Het loskomen van de slang uit de armatuur. Corrosie van de armatuur, hetgeen de werking en sterkte vermindert. Montagevoorschriften niet nagekomen. Catros BAG0046.7 03.14 105
Reinigen, service en onderhoud De gebruiksduur van 6 jaar is overschreden. Doorslaggevend hiervoor is de datum waarop de hydraulische slang op de armatuur is bevestigd plus 6 jaar. Staat op de armatuur de productiedatum "2004", dan eindigt de gebruiksduur in februari 2010. Zie ook "Aanduidingen op hydraulische slangen". 12.13.4 Monteren en demonteren van hydraulische slangen Neem bij het monteren en demonteren van hydraulische slangen de volgende aanwijzingen in acht: Gebruik uitsluitend originele hydraulische slangen van AMAZONE! Zorg voor een schone werkplek. Monteer hydraulische slangen zodanig dat onder alle bedrijfsomstandigheden geen trekbelasting optreedt, behalve door het eigengewicht. er bij korte slangen geen stuikbelasting optreedt. van buiten komende mechanische inwerkingen op de hydraulische slangen worden vermeden. Voorkom dat de slangen langs elkaar of langs componenten schuren door ze in overeenstemming met de voorschriften te leggen en te bevestigen. Bescherm de hydraulische slangen zo nodig met beschermhulzen. Dek componenten met scherpe randen af. de buigradius niet kleiner wordt dan is toegestaan. Als u de hydraulische slang aansluit op bewegende onderdelen, dient de slang een dusdanige lengte te hebben dat de buiging over het gehele bewegingstraject niet kleiner is dan de minimaal toegestane buigradius en/of de hydraulische slang bovendien niet op trek wordt belast. Sluit de hydraulische slangen uitsluitend aan op de voorgeschreven bevestigingspunten. Gebruik geen slanghouders op plaatsen waar zij de natuurlijke beweging en lengteverandering van de slangen belemmeren. Het overlakken van hydraulische slangen is verboden! 106 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud 12.14 Hydraulisch schema Hydraulisch schema met mechanische diepte-instelling Afb. 91 Catros BAG0046.7 03.14 107
Reinigen, service en onderhoud Hydraulisch schema met hydraulische diepte-instelling Afb. 92 108 Catros BAG0046.7 03.14
Reinigen, service en onderhoud (1) Aansluiting dubbelwerkende regeleenheid Slangmarkering 1 - blauw Machine uitklappen Middelste 3 banden laten zakken Slangmarkering 2 - blauw Machine inklappen Middelste 3 banden oplichten (2) Aansluiting dubbelwerkende regeleenheid (4) Regelblok (5) Hydraulische cilinder element links (6) Hydraulische cilinder element rechts (7) Hydraulische cilinder middelste wals (8) Hydraulische cilinder buitenste wals (9) Hydraulische cilinder onderstel (10) Hydraulische cilinder buitenste wals (11) Afsluitklep (12) Kraan voor borging van de transportbreedte Slangmarkering 1 - geel Machine laten zakken Slangmarkering 2 - geel Breng de machine omhoog (3) Aansluiting dubbelwerkende regeleenheid Slangmarkering 1 - groen Werkdiepte vergroten Slangmarkering 2 - groen Werkdiepte verkleinen Op de hydraulische aansluitingen van de cilinders van de linker machinezijde zijn eveneens ter markering gekleurde kabelbinders aangebracht. 12.15 Trekstangbouten WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, beetpakken, vastgrijpen en stoten als de machine onbedoeld loskomt van de tractor! Controleer elke keer bij het aankoppelen van de tractor of de trekpennen zich in goede staat bevinden. Vervang bouten met duidelijke slijtagesporen. Catros BAG0046.7 03.14 109
Reinigen, service en onderhoud 12.16 Aanhaalkoppels schroeven M S 8.8 10.9 12.9 M 8 25 35 41 13 M 8x1 27 38 41 M 10 49 69 83 16 (17) M 10x1 52 73 88 M 12 86 120 145 18 (19) M 12x1,5 90 125 150 M 14 135 190 230 22 M 14x1,5 150 210 250 M 16 210 300 355 24 M 16x1,5 225 315 380 M 18 290 405 485 27 M 18x1,5 325 460 550 M 20 410 580 690 30 M 20x1,5 460 640 770 M 22 550 780 930 32 M 22x1,5 610 860 1050 M 24 710 1000 1200 36 M 24x2 780 1100 1300 M 27 1050 1500 1800 41 M 27x2 1150 1600 1950 M 30 1450 2000 2400 46 M 30x2 1600 2250 2700 M M4 M5 M6 M8 M10 M12 M14 M16 M18 M20 M22 M24 2,3 4,6 7,9 19,3 39 66 106 162 232 326 247 314 110 Catros BAG0046.7 03.14
H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 Tel.: + 49 (0) 5405 501-0 D-49202 Hasbergen-Gaste Telefax: + 49 (0) 5405 501-234 Germany E-mail: amazone@amazone.de http:// www.amazone.de Overige vestigingen: D-27794 Hude D-04249 Leipzig F-57602 Forbach Fabrieksvestigingen in Engeland en Frankrijk Fabrieken voor strooiers van minerale kunstmest, landbouwsproeiers, zaaimachines, grondbewerkingsmachines, en tuin- en parkmachines