Bedieningshandleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bedieningshandleiding"

Transcriptie

1 Bedieningshandleiding az Pantera 4001 Zelfrijdende veldspuit MG4268 BAG Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de bedieningshandleiding voor toekomstig gebruik!

2 Het mag niet onbelangrijk of overbodig voorkomen, deze gebruiksaanwijzing te lezen en zich aan de aanwijzingen te houden; het volstaat niet van anderen te horen, dat de machine goed is, ze daarom te kopen en te denken dat alles vanzelf gaat. De persoon in kwestie berokkent niet alleen zichzelf schade maar zal ook fouten maken waarbij het mislukken niet aan zichzelf doch aan de machine zal worden toegeschreven. Om zeker te zijn van een goede werking moet men zich bewust zijn van de handelingen en over het doel van de functies van de machine geïnformeerd zijn en er mee leren omgaan. Pas dan zal men over de machine en zichzelf tevreden zijn. Om dit doel te bereiken dient deze bedieningshandleiding. Leipzig-Plagwitz Pantera BAG

3 Identificatiegegevens Identificatiegegevens Vul hier de identificatiegegevens van de machine in. U vindt de identificatiegegevens op het typeplaatje. Machine-ident.nr.: Type: Pantera 4001 Bouwjaar: Fabriek: Basisgewicht kg: Toelaatbaar totaalgewicht kg: Maximale belading kg: Motornummer: Adres fabrikant AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postbus 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] Bestellen van onderdelen De lijsten met vervangingsonderdelen zijn vrij toegankelijk via het Portaal Vervangingsonderdelen op Wij verzoeken u uw orders bij uw AMAZONE-dealers te plaatsen. Over deze bedieningshandleiding Documentnummer: MG4268 Productiedatum: Copyright AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG, 2014 Alle rechten voorbehouden. Nadruk, ook gedeeltelijk, uitsluitend toegestaan na toestemming van AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG. Pantera BAG

4 Voorwoord Voorwoord Geachte klant, U heeft gekozen voor een van onze kwaliteitsproducten uit het uitgebreide programma van AMAZONEN-WERKE, H. DREYER GmbH & Co. KG. Wij bedanken u voor het in ons gestelde vertrouwen. Controleer bij ontvangst van de machine of er sprake is van transportschade en of er onderdelen ontbreken! Controleer aan de hand van het afleveringsbewijs of de machine compleet is geleverd, inclusief de bestelde toebehoren. Alleen bij directe reclamaties heeft u recht op schadevergoeding! Lees deze bedieningshandleiding, en vooral de veiligheidsinstructies, voor het inbedrijfstellen door en volg alle aanwijzingen zorgvuldig op. Door de bedieningshandleiding nauwlettend te lezen, kunt u de voordelen van uw nieuwe machine optimaal benutten. Zorg ervoor dat alle gebruikers van deze machine deze bedieningshandleiding lezen voordat zij met de machine aan het werk gaan. Raadpleeg bij eventuele vragen of problemen deze bedieningshandleiding of neem contact op met uw locale dealer. Door onderhoud regelmatig uit te voeren en versleten of beschadigde onderdelen tijdig te vervangen, verhoogt u de levensduur van uw machine. Uw suggesties Geachte lezers, Wij passen onze bedieningshandleidingen regelmatig aan. Uw suggesties helpen ons onze bedieningshandleidingen nog gebruikersvriendelijker te maken. U kunt uw suggesties per fax aan ons doorgeven. AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postbus 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] 4 Pantera BAG

5 Inhoud 1 Tips voor de gebruiker Doel van het document Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Gebruikte beschrijvingen Algemene veiligheidsinstructies Verplichtingen en aansprakelijkheid Beschrijving van veiligheidssymbolen Organisatorische maatregelen Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen Vrijblijvende veiligheidsmaatregelen Scholing van de personen Veiligheidsmaatregelen voor normaal gebruik Gevaren door resterende energie Onderhoud, service en oplossen van storingen Bouwkundige modificaties Reinigen en afvalverwerking Werkplek van de chauffeur Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine Gevaren bij het negeren van de veiligheidsinstructies Veiligheidsbewust werken Veiligheidsinstructies voor de chauffeur Verladen Beschrijving van het product Overzicht van bouwgroepen Bedieningshandleiding en externe documentatie Vloeistofcircuit Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen Verkeerstechnische uitrusting Gebruik volgens voorschriften Gevolgen bij het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen Gevarenzone en gevaarlijke plaatsen Typeplaatje en CE-markering Technische gegevens Opbouwen functie draagvoertuig Aandrijving Onderstel Sturing Tractiecontrole Hydropneumatische vering Pneumatische reminstallatie Wielaandrijving Hydraulische installatie Koeler Chauffeurscabine Stuurhendel met multifunctionele greep Camerasysteem (optie) Werkplatform met ladder Trekinrichting voor aanhanger Pantera BAG

6 Inhoud 5.15 Sleepinrichting (Optie) Opbouw en werking van de veldspuit Werkwijze Bedieningspaneel Verklaringen armatuurbediening Roerwerken Niveau-indicatie Zuigaansluiting voor het vullen van de spuitvloeistoftank (optie) Vulaansluiting voor persvulling van de spuittank (optie) Filter water/spuitvloeistof Spoelwatertank Inspoeltank met vulaansluiting Ecofill en fust spoelen Handwastank Spuitpompen Constructie en werking van de spuitbomen Boomreductie (optie) Boomuitbreiding (optie) Hellingsverstelling DistanceControl Spuitleidingen en spuitdoppen Speciale uitrusting voor vloeibare kunstmest Sleepslanguitrusting voor Super-L-spuitbomen Spuitpistool, met 0,9 m lange spuitlans zonder slang Schuimmarkering (optie) Drukcirculatiesysteem (DCS) (optie) Leidingfilter voor spuitleidingen Inrichting voor buitenreiniging (optie) Hefmodule Afdekking bedieningspaneel Bedieningsterminal AMADRIVE Softkeys Instrumentenpaneel Hoofdmenu Submenu aandrijving Submenu onderstel Submenu spuit Submenu werkverlichting Configuratie en diagnose Inbedrijfstelling Beveilig de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen Rijden op de openbare weg Voorwaarden voor het rijden op de openbare weg Rijden met de Pantera Starten van de motor Rijden met de machine Uitschakelen van de motor Toepassing van de veldspuit Gebruik van de machine met comfortpakket Pantera BAG

7 Inhoud 11.2 Spuiten voorbereiden Spuitvloeistof aanmaken Spuiten Resthoeveelheden Reinigen van de veldspuit bij lege of gevulde spuitvloeistoftank Storingen Storingen, waarschuwingen AMADRIVE Storingen bij het spuiten Reiniging, onderhoud en reparatie Reiniging Overwinteren of langere buitenbedrijfstelling Onderhouds- en verzorgingsschema overzicht Smeervoorschrift Onderhoud van het dragervoertuig Onderhoud van de veldspuit Aanwijzingen voor de controle van de veldspuit Hydraulische schema Pneumatisch schema Overzicht zekeringen en relais Lijst met zekeringen Lijst met relais Aanhaalmomenten bouten Spuittabel Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftdoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen, spuithoogte 50 cm Spuitdoppen voor vloeibare bemesting Omrekentabel voor het spuiten van vloeibare meststof ammoniumnitraat-ureumoplossing (AHL) Pantera BAG

8 Tips voor de gebruiker 1 Tips voor de gebruiker Het hoofdstuk Tips voor de gebruiker bevat informatie over het omgaan met de bedieningshandleiding. 1.1 Doel van het document Deze bedieningshandleiding beschrijft de bediening en het onderhoud van de machine. voorziet u van belangrijke informatie om veilig en efficiënt met de machine te werken. hoort bij de machine en dient altijd in de machine of de tractor te liggen. voor toekomstig gebruik bewaren. 1.2 Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Alle in deze bedieningshandleiding genoemde richtingen zijn altijd gezien in rijrichting. 1.3 Gebruikte beschrijvingen Bedieningsinstructies en reacties De handelingen die de chauffeur dient uit te voeren, worden altijd genummerd weergegeven. Houd u aan de volgorde van de aangegeven bedieningsinstructies. Een pijl geeft in voorkomende gevallen de reactie op de betreffende bedieningsinstructie aan. Voorbeeld: 1. Bedieningsinstructie 1 Reactie van de machine op de bedieningsinstructie 1 2. Bedieningsinstructie 2 Opsommingen Opsommingen zonder dwingende volgorde worden weergegeven met opsommingstekens. Voorbeeld: Punt 1 Punt 2 Positienummers in afbeeldingen Cijfers tussen ronde haakjes verwijzen naar positienummers in afbeeldingen. Het eerste cijfer verwijst naar de afbeelding, het tweede cijfer naar het positienummer in de afbeelding. Voorbeeld (afb. 3/6) Afbeelding 3 Positie 6 8 Pantera BAG

9 Algemene veiligheidsinstructies 2 Algemene veiligheidsinstructies Dit hoofdstuk bevat belangrijke instructies om veilig met de machine te werken. 2.1 Verplichtingen en aansprakelijkheid Instructies in de bedieningshandleiding opvolgen Kennis van de basisveiligheidsinstructies en veiligheidsvoorschriften is de eerste voorwaarde om veilig en zonder storingen met de machine te kunnen werken. Verplichtingen van de eigenaar De eigenaar is verplicht om alleen personen met/aan de machine te laten werken die vertrouwd zijn met de basisvoorschriften inzake veiligheid op het werk en voorkoming van ongevallen. geïnstrueerd zijn in het werken met/aan de machine. deze bedieningshandleiding hebben gelezen en begrijpen. De eigenaar verplicht zich ertoe om alle waarschuwingsstickers op de machine in leesbare staat te houden. beschadigde waarschuwingsstickers te vervangen. Verplichtingen van de chauffeur Alle personen die met/aan de machine werken zijn verplicht om voordat zij met het werk beginnen de basisvoorschriften voor veiligheid op het werk en voorkoming van ongevallen op te volgen, het hoofdstuk "Algemene veiligheidsinstructies" in deze bedieningshandleiding te lezen en de instructies op te volgen. het hoofdstuk "Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine" (pagina 16) van deze bedieningshandleiding te lezen en de veiligheidsvoorschriften op de waarschuwingsstickers tijdens het gebruik van de machine in acht te nemen. onbeantwoorde vragen aan de producent te richten. Pantera BAG

10 Algemene veiligheidsinstructies Gevaren bij het werken met de machine De machine is gebouwd volgens de allernieuwste techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kunnen er zich bij het gebruik van de machine gevaren en beschadigingen voordoen voor het leven van de chauffeur of derden, voor de machine zelf, aan andere voorwerpen van waarde. Gebruik de machine alleen waarvoor deze bestemd is. in veiligheidstechnisch onberispelijke staat. Storingen die de veiligheid verminderen, moeten direct worden verholpen. Garantie en aansprakelijkheid In principe zijn onze "Algemene verkoop- en levervoorwaarden" van toepassing. Deze worden de eigenaar uiterlijk bij het sluiten van het contract ter beschikking gesteld. Aanspraken op garantie en aansprakelijk in geval van letsel of schade zijn uitgesloten wanneer het letsel of de schade aan een of meerdere van de volgende oorzaken toe te schrijven is: gebruik van de machine anders dan waarvoor deze bestemd is. onvakkundig monteren, inbedrijfstellen, bedienen en onderhouden van de machine. gebruik van de machine met defecte veiligheidsvoorzieningen of niet volgens de voorschriften aangebrachte of niet functionerende veiligheids- en beschermingsvoorzieningen. het negeren van de instructies in de bedieningshandleiding met betrekking tot inbedrijfstelling, gebruik en onderhoud. het eigenmachtig modificeren van de machine. gebrekkige controle van slijtageonderdelen van de machine. ondeskundig uitgevoerde reparaties. catastrofes door inwerking van vreemde bestanddelen en overmacht. 10 Pantera BAG

11 Algemene veiligheidsinstructies 2.2 Beschrijving van veiligheidssymbolen Veiligheidsinstructies worden aangegeven met een driehoekig veiligheidssymbool en een signaalwoord. Het signaalwoord (GEVAAR, WAARSCHUWING, VOORZICHTIG) geeft de ernst van het dreigende gevaar aan en heeft de volgende betekenis: GEVAAR verwijst naar een direct gevaar met een hoog risico dat de dood of zwaar lichamelijk letsel (verlies van lichaamsdelen of langdurig letsel) ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan de dood of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben. WAARSCHUWING verwijst naar een mogelijk gevaar met gemiddeld risico dat de dood of (zwaar) lichamelijk letsel ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan onder omstandigheden de dood of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben. VOORZICHTIG verwijst naar een gevaar met gering risico dat licht of gemiddeld lichamelijk letsel of materiële schade ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. BELANGRIJK verwijst naar een verplichting tot een bijzondere handelwijze of activiteit om vakkundig met de machine om te gaan. Het negeren van deze instructies kan storingen in de machine of in de omgeving veroorzaken. TIP verwijst naar praktische tips en bijzonder nuttige informatie. Deze tips helpen u om alle functies van uw machine optimaal te benutten. Pantera BAG

12 Algemene veiligheidsinstructies 2.3 Organisatorische maatregelen De eigenaar dient de benodigde persoonlijke veiligheidsuitrustingen volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het te verwerken gewasbeschermingsmiddel beschikbaar te stellen, zoals bv.: chemicaliënbestendige handschoenen, een chemicaliënbestendige overall, waterbestendige schoenen, een gezichtsbescherming, een ademhalingsbescherming, veiligheidsbril, beschermingsmiddelen voor de huid, enz. De bedieningshandleiding altijd daar bewaren waar de machine wordt gebruikt! dient te allen tijde voor chauffeurs en onderhoudsmedewerkers beschikbaar te zijn! Controleer alle beschikbare veiligheidsvoorzieningen regelmatig! 2.4 Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen Voordat u de machine gaat gebruiken, dienen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op de juiste wijze zijn aangebracht en functioneren. Controleer alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen regelmatig. Defecte veiligheidsvoorzieningen Defecte of gedemonteerde veiligheids- en beschermingsvoorzieningen kunnen gevaarlijke situaties veroorzaken. 2.5 Vrijblijvende veiligheidsmaatregelen Neem naast alle veiligheidsinstructies in deze bedieningshandleiding ook de algemeen geldende nationale regelingen ter voorkoming van ongevallen en ter bescherming van het milieu in acht. Neem bij het rijden op openbare wegen en straten het wegenverkeersreglement in acht. 12 Pantera BAG

13 Algemene veiligheidsinstructies 2.6 Scholing van de personen Alleen geschoolde en geïnstrueerde personen mogen met/aan de machine werken. De bevoegdheden van de personen voor het bedienen en onderhouden moeten duidelijk worden vastgelegd. Personen die nog moeten worden opgeleid, mogen alleen onder toezicht van een ervaren persoon met/aan de machine werken. Activiteit Personen Voor de activiteit speciaal opgeleide persoon 1) Geïnstrueerde chauffeur 2) Personen met vakopleiding (vakwerkplaats*) 3) Op- en afladen / transport X X X Inbedrijfstelling -- X -- Monteren, gereedmaken X Gebruik -- X -- Onderhoud X Opsporen en verhelpen van storingen X -- X Afvalverwerking X Toelichting: X..toegestaan --..niet toegestaan 1) 2) 3) Een persoon die een specifieke taak op zich kan nemen en deze voor een overeenkomstig gekwalificeerd bedrijf mag uitvoeren. Een geïnstrueerd persoon is iemand die over de hem opgedragen taken en mogelijke gevaren bij ondeskundig gedrag is geïnformeerd en zo nodig is ingewerkt en bovendien is geïnformeerd over de benodigde veiligheidsvoorzieningen en veiligheidsmaatregelen. Personen met vakopleiding worden beschouwd als vakman (geschoolde kracht). Door hun vakopleiding en kennis van de desbetreffende bepalingen kunnen zij de hen opgedragen werkzaamheden beoordelen en mogelijke gevaren herkennen. Opmerking: Een aan een vakopleiding gelijkwaarde kwalificatie kan ook zijn verkregen door meerdere jaren op het betreffende arbeidsterrein werkzaam te zijn. Alleen een vakwerkplaats mag de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren wanneer er bij deze werkzaamheden de toevoeging "vakwerkplaats" staat. Het personeel van een vakwerkplaats beschikt over de noodzakelijke kennis en de juiste hulpmiddelen (gereedschappen, hef- en ondersteuningsmateriaal) om de onderhoudsen reparatiewerkzaamheden aan de machine vakkundig en veilig uit te voeren. Pantera BAG

14 Algemene veiligheidsinstructies 2.7 Veiligheidsmaatregelen voor normaal gebruik Gebruik de machine alleen als alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen volledig functioneren. Controleer de machine tenminste een keer per dag op waarneembare schade en het correct functioneren van de veiligheids- en beschermingsvoorzieningen. 2.8 Gevaren door resterende energie Houd rekening met mechanische, hydraulische, pneumatische en elektrische/elektronische resterende energie in de machine. Tref hiertoe passende maatregelen als u degenen die met de machine gaan werken instrueert. Uitgebreide informatie vindt u bovendien in de betreffende hoofdstukken van deze bedieningshandleiding. 2.9 Onderhoud, service en oplossen van storingen Voer de voorgeschreven instel-, onderhouds- en inspectiewerkzaamheden binnen de gestelde termijnen door. Voorkom dat bedrijfsmiddelen zoals perslucht en hydraulische systemen per ongeluk kunnen worden ingeschakeld. Bevestig en borg grotere onderdelen bij vervanging zorgvuldig aan de hefwerktuigen. Controleer of losgemaakte schroefverbindingen weer goed zijn aangebracht. Controleer na beëindiging van de onderhoudswerkzaamheden de werking van de veiligheidsvoorzieningen Bouwkundige modificaties Zonder toestemming van AMAZONEN-WERKE zijn modificaties, aanof ombouw aan de machine niet toegestaan. Dit geldt ook voor laswerkzaamheden aan dragende delen. Voor alle aan- of ombouwwerkzaamheden is schriftelijke toestemming van AMAZONEN-WERKE noodzakelijk. Gebruik uitsluitend de door AMAZONEN-WERKE goedgekeurde ombouwdelen en toebehoren, zodat bijvoorbeeld de goedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften van kracht blijft. Voertuigen met een wettelijke goedkeuring of met voorzieningen en toebehoren met een geldige goedkeuring of toelating voor de openbare weg volgens het wegenverkeersreglement dienen zich in de staat te bevinden waarin de goedkeuring of toestemming werd verleend. WAARSCHUWING Gevaar door bekneld raken, snijden, naar binnen trekken en stoten door breuk van dragende onderdelen. Het is verboden om te boren in frame of onderstel. om bestaande gaten in frame of onderstel op te boren. om aan dragende delen te lassen. 14 Pantera BAG

15 Algemene veiligheidsinstructies Onderdelen, slijtageonderdelen en hulpstoffen Onderdelen van de machine die niet meer in perfecte staat zijn, dienen direct te worden vervangen. Gebruik uitsluitend AMAZONE originele -onderdelen en slijtageonderdelen of de door AMAZONEN-WERKE goedgekeurde onderdelen, zodat de goedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften van kracht blijft. Bij onderdelen en slijtageonderdelen van derden kan niet worden gegarandeerd dat zij zijn ontworpen en geproduceerd volgens de voorgeschreven belastings- en veiligheidsnormen. AMAZONEN-WERKE is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het gebruik van onderdelen, slijtageonderdelen of hulpstoffen die niet zijn goedgekeurd Reinigen en afvalverwerking Ga bij het verwerken en afvoeren van gebruikte stoffen en materialen vakkundig te werk. Dit geldt vooral voor werkzaamheden aan smeersystemen en smeerinrichtingen en het reinigen met oplosmiddelen Werkplek van de chauffeur De machine mag uitsluitend vanaf de chauffeursstoel van de tractor worden bediend. Verder mag zich geen andere persoon tijdens het rijden ophouden in de cabine of op de machine. De instructeursstoel mag alleen voor instructieritten worden gebruikt. Rijdt alleen met de machine met veiligheidsgordel. Pantera BAG

16 Algemene veiligheidsinstructies 2.13 Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine Houd alle waarschuwingsstickers op de machine altijd schoon en goed leesbaar! Vervang onleesbare waarschuwingsstickers. Bestel de waarschuwingsstickers aan de hand van het bestelnummer (bv. MD 078) bij uw dealer. Opbouw waarschuwingssticker Waarschuwingsstickers geven gevaarlijke plaatsen op de machine aan en waarschuwen voor restgevaren. Op deze plaatsen doen zich permanent of onverwacht gevaarlijke situaties voor. Een waarschuwingssticker bestaat uit 2 vlakken: Vlak 1 beschrijft het gevaar in de vorm van een illustratie en is omringd door een driehoekig veiligheidssymbool. Vlak 2 geeft in de vorm van een illustratie instructie om het gevaar te vermijden. Waarschuwingssticker - toelichting In de kolom Bestelnummer en toelichting staat de beschrijving van de hiernaast afgebeelde waarschuwingssticker. De beschrijving van de waarschuwingssticker is altijd gelijk en vermeldt in onderstaande volgorde: 1. De beschrijving van het gevaar. Voorbeeld: Gevaar voor snijwonden of amputatie! 2. De gevolgen bij het negeren van de instructie(s) om het gevaar te voorkomen. Voorbeeld: Veroorzaakt zwaar letsel aan vingers of hand. 3. De instructie(s) ter voorkoming van het gevaar. Voorbeeld: Raak onderdelen van de machine pas aan zodra de onderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen. 16 Pantera BAG

17 Plaats van de waarschuwingsstickers en overige aanduidingen Waarschuwingssticker Algemene veiligheidsinstructies De volgende afbeeldingen geven aan waar de waarschuwingsstickers op de machine zijn aangebracht. Afb. 1 Afb. 2 Pantera BAG

18 Algemene veiligheidsinstructies Bestelnummer en toelichting Waarschuwingssticker MD 078 Gevaar voor bekneld raken van vingers of hand door bewegende, toegankelijke onderdelen in de machine! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel met verlies van lichaamsdelen aan vingers of hand. Reik nooit met uw handen of armen in de gevaarlijke plaats zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch systeem loopt. MD 082 Gevaar voor vallen van treeplanken en platforms tijdens het meerijden op de machine! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Het is verboden om personen mee te laten rijden op de machine en/of op rijdende machines te laten stappen. Dit verbod geldt ook voor machines met treeplanken of platforms. Zorg ervoor dat niemand op de machine meerijdt. MD 084 Gevaar voor bekneld raken van het gehele lichaam door de aanwezigheid in het zwenkbereik van omlaag bewegende delen van de machine! Dit gevaar kan zeer ernstige verwondingen met de dood tot gevolg veroorzaken. Het is verboden om zich in het zwenkbereik van omlaag bewegende delen van de machine te bevinden! Stuur personen uit het zwenkbereik van omlaag bewegende delen van de machine voordat onderdelen van de machine worden neergelaten. MD 085 Gevaar voor inademing van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid als gevolg van giftige dampen in de spuitvloeistoftank! Dit gevaar kan zeer ernstige verwondingen met de dood tot gevolg veroorzaken. Ga nooit in de spuitvloeistoftank staan. 18 Pantera BAG

19 Algemene veiligheidsinstructies MD 089 Gevaar voor bekneld raken van het gehele lichaam als gevolg van de aanwezigheid onder zwevende lasten of opgeheven delen van de machine! Dit gevaar kan zeer ernstige verwondingen met de dood tot gevolg veroorzaken. Het is verboden zich onder zwevende lasten of opgeheven delen van de machine te bevinden. Houd voldoende veilige afstand tot zwevende lasten of opgeheven delen van de machine. Let erop dat personen voldoende veilige afstand tot zwevende lasten of opgeheven delen van de machine in acht nemen. MD 094 Gevaar voor elektrische schok of verbrandingen door het onbedoeld aanraken van kabels die onder spanning staan of door het niettoegestane benaderen van onder hoogspanning staande kabels! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Houd bij het naar binnen en buiten zwenken van machineonderdelen voldoende afstand naar de kabels die onder spanning staan. Nominale spanning Tot 1 kv Meer dan 1 tot 110 kv Meer dan 110 tot 220 kv Meer dan 220 tot 380 kv Veilige afstand tot stroomkabels 1 m 2 m 3 m 4 m MD 095 Lees voordat u de machine in gebruikt neemt de bedieningshandleiding en de veiligheidsinstructies goed door en volg de aanwijzingen op! Pantera BAG

20 Algemene veiligheidsinstructies MD 096 Gevaar door onder hoge druk staande hydraulische olie als gevolg van lekkende hydraulische slangen! Dit gevaar kan zeer ernstig lichamelijk letsel met de dood tot gevolg veroorzaken wanneer onder hoge druk naar buiten stromende hydraulische olie via de huid in het lichaam komt. Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers af te dichten. Lees de bedieningshandleiding en volg de aanwijzingen op voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan hydraulische leidingen gaat uitvoeren. Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts. MD 099 Gevaar door contact met stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid als gevolg van ondeskundig gebruik van deze stoffen! Dit gevaar kan zeer ernstige verwondingen met de dood tot gevolg veroorzaken. Trek beschermende kleding aan voordat u in contact komt met stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Neem de veiligheidsinstructies van de fabrikant van de te verwerken stoffen in acht. MD101 Dit pictogram geeft plaatsen voor het aanbrengen van hefinrichtingen (krik) aan. 20 Pantera BAG

21 Algemene veiligheidsinstructies MD 102 Gevaar door onbedoeld starten en wegrollen van tractor en machine bij werkzaamheden aan de machine, zoals monteren, instellen, oplossen van storingen, reinigen, onderhoud en reparaties! Dit gevaar kan zeer ernstige verwondingen met de dood tot gevolg veroorzaken. Beveilig de tractor en machine voor alle handelingen aan de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. Lees de betreffende hoofdstukken in de bedieningshandleiding en volg de aanwijzingen op. MD 103 Gevaar door contact met stoffen die schadelijk zijn voor gezondheid als gevolg van ondeskundig gebruik van het heldere water uit de handwastank. Dit gevaar kan zeer ernstige verwondingen met de dood tot gevolg veroorzaken! Gebruik het heldere water uit de handwastank nooit als drinkwater. MD 108 Gevaar door explosie of onder hoge druk vrijkomende hydraulische olie, veroorzaakt door het onder gas- en oliedruk staande drukvat! Dit gevaar kan zeer ernstig lichamelijk letsel met de dood tot gevolg veroorzaken wanneer onder hoge druk naar buiten stromende hydraulische olie via de huid in het lichaam komt. Lees de bedieningshandleiding en volg de aanwijzingen op voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden gaat uitvoeren. Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts. MD 114 Dit pictogram geeft een smeerpunt aan. Pantera BAG

22 Algemene veiligheidsinstructies MD139 Het aantrekmoment van de schroefverbinding bedraagt 450 Nm. MD 150 Gevaar voor snijwonden voor vingers en hand, veroorzaakt door bewegende onderdelen die aan het arbeidsproces deelnemen! Dit gevaar kan zeer ernstig letsel met verlies van lichaamsdelen tot gevolg hebben. Open of verwijder nooit beveiligingsinrichtingen van bewegende delen die aan het arbeidsproces deelnemen, zolang de motor van de tractor bij aangesloten hydraulische/elektronische installatie draait. MD 155 Dit pictogram markeert aanslagpunten voor het vastsjorren van een op een transportvoertuig geladen machine voor een veilig transport van de machine. MD 174 Gevaar door onbedoelde verplaatsing van de machine! Veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Beveilig de machine tegen onbedoelde verplaatsing voordat u de machine van de tractor afkoppelt. Gebruik hiervoor de handrem en/of de stopwig(gen). 22 Pantera BAG

23 Algemene veiligheidsinstructies MD208 Gevaar door vallen van de machine bij het verlaten van de cabine, veroorzaakt doordat de ladder niet naar beneden is gedraaid! Dit gevaar kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Draai voor het verlaten van de cabine de ladder naar beneden Gevaren bij het negeren van de veiligheidsinstructies Het negeren van de veiligheidsinstructies kan personen in gevaar brengen, schadelijk zijn voor het milieu en beschadigingen aan de machine veroorzaken. kan leiden tot het verlies van alle aanspraken op schadevergoeding. Concreet kan het negeren van de veiligheidsinstructies bijvoorbeeld de volgende gevaren tot gevolg hebben: In gevaar brengen van personen door onbeveiligde werkterreinen. Uitval van belangrijke functies van de machine. Onderhoud en reparatie dat niet op de voorgeschreven wijze wordt uitgevoerd. In gevaar brengen van personen door mechanische of chemische oorzaken. Verontreiniging van het milieu door lekkage van hydraulische olie Veiligheidsbewust werken Naast de veiligheidsinstructies in deze bedieningshandleiding dient u zich ook te houden aan de nationale, algemeen geldende wet- en regelgeving in verband met veiligheid op het werk en het voorkomen van ongevallen. Volg de instructies op de waarschuwingsstickers zorgvuldig op om gevaarlijke situaties te voorkomen. Houd u in het verkeer op de openbare weg aan de wettelijke verkeersvoorschriften. Pantera BAG

24 Algemene veiligheidsinstructies 2.16 Veiligheidsinstructies voor de chauffeur WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten vanwege het ontbreken van verkeers- en gebruiksveiligheid! De machine en tractor voor gebruik altijd controleren op verkeers- en gebruiksveiligheid! Algemene veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen Neem behalve deze instructies ook de algemeen geldende nationale veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen in acht! De op de machine aangebrachte waarschuwingsstickers en andere aanduidingen geven belangrijke instructies om veilig met de machine te kunnen werken. Het opvolgen van deze instructies is voor uw eigen veiligheid! Controleer de omgeving (kinderen) voordat u gaat rijden en de machine in werking stelt! Zorg dat u voldoende zicht heeft! Het meerijden of transport op de machine is verboden! Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle heeft. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de aangebouwde of aangekoppelde machine. Werken met de machine Waarborg voordat u de motor start, dat alle aandrijvingen zijn uitgeschakeld. Maak uzelf voordat u met de werkzaamheden begint vertrouwd met de uitrusting en bedieningselementen van de machine en hun functies. Tijdens het werk is het daarvoor te laat! Draag strak zittende kleding! Losse kleding verhoogt het risico op vastgrijpen of opwikkelen door aandrijfassen! Gebruik de machine alleen als alle veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht en zich in de juiste positie bevinden! Controleer voor de werkzaamheden de machine op beschadiging of slijtage en lekkage van vloei- of spuitvloeistof. Regelmatig controleren of moeren en bouten nog vast zitten en zo nodig natrekken! Let op de maximale belading van de machine! Rijd eventueel alleen met gedeeltelijk gevuld reservoir. Het rijgedrag van de machine wordt bepaald door het gewicht van het reservoir. Het is verboden om zich binnen het werkbereik van de machine te bevinden! Het is verboden om zich binnen het draai- en zwenkbereik van de machine te bevinden! 24 Pantera BAG

25 Algemene veiligheidsinstructies Extern bediende machineonderdelen (bv. hydraulisch) zijn voorzien van delen waar u bekneld kunt raken! Gebruik extern bediende machineonderdelen uitsluitend als personen zich op voldoende veilige afstand van de machine bevinden! Let bij het rijden met de machine op de werkbreedte, in het bijzonder bij rijden op de wendakker met uitgeklapte spuitbomen mogen geen hindernissen aanwezig zijn. Beveilig de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u de machine verlaat. Hiertoe ο Trek de handrem aan ο Schakel de motor uit ο Verwijder de contactsleutel. De machine wordt uitsluitend zittend bediend. Gebruik alleen de voorgeschreven brandstoffen conform DIN / EN 590. Rijden op de openbare weg Bij het rijden op de openbare weg dient u zich aan de geldende verkeersregels te houden! Pas uw rijsnelheid aan de omstandigheden ter plaatse aan! Het rijden op een helling is tot een bepaalde hoek toegestaan! Het rijden moet zo mogelijk verticaal op een contourlijn worden uitgevoerd. Wees vooral voorzichtig bij vochtige weersomstandigheden. Rijdt extra voorzichtig bij smalle spoorbreedte! Controleer de machine vóór elke inbedrijfstelling op verkeers- en gebruiksveiligheid. Pantera BAG

26 Algemene veiligheidsinstructies Hydraulisch systeem Het hydraulische systeem staat onder hoge druk! Voordat u aan het hydraulische systeem gaat werken ο Maak het hydraulische systeem drukloos ο Schakel de motor uit ο Trek de handrem aan ο Verwijder de contactsleutel Laat tenminste een keer per jaar door een deskundige controleren of de hydraulische slangen nog in goede staat zijn! Vervang beschadigde en verouderde hydraulische slangen! Gebruik uitsluitend AMAZONE originele - hydraulische slangen! Gebruik hydraulische slangen niet langer dan zes jaar. Dat is inclusief een eventuele opslagtijd van maximaal twee jaar. Ook bij vakkundige opslag en toelaatbare belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan natuurlijke veroudering, wat hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt. In afwijking hiervan is het mogelijk om, rekening houdend met de mogelijke risico's, de gebruiksduur op basis van ervaring te bepalen. Voor slangen en slangleidingen van thermoplast kunnen andere richtwaarden doorslaggevend zijn. Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Onder hoge druk naar buiten stromende vloeistof (hydraulische olie) kan via de huid in het lichaam komen en ernstig letsel veroorzaken! Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts! Infectiegevaar. Het drukvat in de installatie staat altijd onder druk (gas en olie). Let erop, dat u deze niet beschadigt of blootstelt aan temperaturen hoger dan 150 C. Na de aansluiting van de hydraulische slangen moet u altijd controleren of de werkingsrichting en daarmee de draairichting van de motor of de bewegingsrichtingen van de cilinders nog correct zijn. 26 Pantera BAG

27 Algemene veiligheidsinstructies Elektrisch systeem Bij werkzaamheden aan het elektrische systeem dient u altijd de accu (minpool) los te koppelen! Gebruik uitsluitend de voorgeschreven zekeringen. Het gebruik van te zware zekeringen veroorzaakt onherstelbare schade aan het elektrische systeem brandgevaar! Explosiegevaar! Voorkom vonkvorming en open vuur in de nabijheid van de accu! Sluit de accu op de juiste wijze aan - eerst de pluspool en dan de minpool! Loskoppelen: eerst de minpool en dan de pluspool! Voorzie de pluspool van de accu altijd van de daarvoor bestemde beschermkap. Bij aardfouten bestaat gevaar voor explosie! De machine kan worden voorzien van elektronische componenten en onderdelen waarvan de werking door elektromagnetische straling van andere apparaten kan worden beïnvloed. Dergelijke invloeden kunnen gevaarlijk zijn voor de mens. Houd u daarom aan de volgende veiligheidsvoorschriften. ο ο Als achteraf elektrische apparaten en/of componenten aan de machine worden geïnstalleerd en op het elektrische systeem worden aangesloten, dient de gebruiker zelf te controleren of de installatie storingen in de elektronica of andere componenten veroorzaakt. De achteraf geïnstalleerde elektrische en elektronische onderdelen dienen te voldoen aan EMC-richtlijn 2004/108/EG en voorzien te zijn van de CE-markering. Controleer regelmatig of de kabelklemmen re goed vastzitten. Corrosie op kabelverbindingen zal spanningsverlies tot gevolg hebben. Schoonmaken en invetten met zuurvrije vaseline. Het accuzuur is sterk bijtend, daarom moet u elk contact met de huid vermijden. Wanneer toch zuur in de ogen terecht is gekomen, dan moet u direct minuten spoelen met stromend water en een arts inschakelen. Vervang beschadigde kabels direct. Oude accu's moeten conform de voorschriften worden afgevoerd. Sla de accu's droog op bij het overwinteren (corrosie). OPGELET: na gebruik de hoofdschakelaar in de nulstand zetten. Bepaalde componenten verbruiken in de standby-modus stroom. Pantera BAG

28 Algemene veiligheidsinstructies Remsysteem Alleen vakwerkplaatsen of erkende remdiensten mogen instelen reparatiewerkzaamheden aan het remsysteem uitvoeren! Laat het remsysteem regelmatig grondig controleren! Leg de tractor bij alle functiestoringen aan het remsysteem onmiddellijk stil. Laat de functiestoring onmiddellijk verhelpen! Zet vóór werkzaamheden aan het remsysteem de machine veilig neer en zorg dat de machine niet onbedoeld kan zakken of wegrollen (stopwiggen)! Wees bijzonder voorzichtig bij las-, brand- en boorwerkzaamheden in de buurt van remleidingen! Voer na alle werkzaamheden voor het instellen en onderhouden van het remsysteem principieel een remtest uit! Luchtdrukremsysteem U mag pas starten, wanneer het symbool voor de parkeerrem in de AMADRIVE niet meer rood oplicht Banden Reparatiewerkzaamheden aan banden en wielen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door specialisten met het juiste montagegereedschap! Controleer regelmatig de bandenspanning! Houd u aan de voorgeschreven bandenspanning! Een te hoge bandenspanning kan een explosie veroorzaken! Zet vóór werkzaamheden aan de banden de machine veilig neer en zorg dat de machine niet onbedoeld kan zakken of wegrollen (parkeerrem, stopwiggen)! U dient alle bevestigingsbouten en moeren volgens de instructies van AMAZONEN-WERKE aan te trekken resp. na te trekken! 28 Pantera BAG

29 Algemene veiligheidsinstructies Gebruik van de veldspuit Neem de aanbevelingen van de gewasbeschermingsmiddelfabrikant in acht met betrekking tot ο ο ο veiligheidskleding waarschuwingen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen doseer-, gebruiks- en reinigingsvoorschriften Neem de aanwijzingen uit de gewasbeschermingsmiddelenwet in acht! Open nooit onder druk staande leidingen! U mag het nominale volume van de spuitvloeistoftank bij het vullen niet overschrijden! Verminder uw snelheid bij het wenden. Aan het begin en einde van de bocht moet u het stuurwiel langzaam draaien, anders worden de bomen te veel belast. Schakel het spuiten in de wendakker uit. Neem altijd voldoende water mee, om in noodgevallen, spuitmiddel te kunnen afspoelen. Neem bij lichaamscontact met de spuitvloeistof direct contact op met een arts! Infectiegevaar. Draag bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen correcte beschermende kleding, zoals bv. handschoenen, pak, veiligheidsbril enz.! Neem de informatie voor de verdraagbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen en materialen van de veldspuit in acht! Spuit geen gewasbeschermingsmiddelen die neigen tot vastkleven of verstarren! Vul veldspuiten met water uit open wateren ter bescherming van mens, dier en milieu! Vul veldspuiten ο alleen in vrije val via de waterleiding! ο alleen via AMAZONE originele -vulvoorzieningen! Pantera BAG

30 Algemene veiligheidsinstructies Reinigen, service en onderhoud Vanwege giftige dampen in de spuitvloeistoftank is het betreden van de spuitvloeistoftank verboden. Reparatiewerkzaamheden in de spuitvloeistoftank mogen alleen door een specialist worden uitgevoerd! Voer onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden alleen uit bij ο uitgeschakelde aandrijving ο verwijderde contactsleutel Bij reparaties moet de machine stabiel staan. Op een helling moet u wielblokken gebruiken. Beveilig de opgeheven machine of opgeheven machineonderdelen tegen onbedoeld zakken voordat u met de reparatie-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden begint! Bij reparaties in het reservoir, moet deze eerst grondig worden schoongemaakt! Draag geschikte beschermende kleding! Om veiligheidsredenen moet een tweede persoon de werkzaamheden van buiten de spuitvloeistoftank controleren! Controleer regelmatig of moeren en schroeven nog goed vastzitten en draai ze indien nodig vaster aan! Gebruik bij het vervangen van gereedschappen met scherpe randen daartoe geschikt gereedschap en handschoenen! Voer olie, vet en filters volgens de geldende milieuvoorschriften af! Bij olie verversen of demontage van de hydraulische onderdelen moeten maatregelen worden getroffen tegen gevaar van brandwonden door hete olie. De koelinstallatie van de motor moet regelmatig worden gereinigd; olie- en plantenresten zijn uiterst brandgevaarlijk. Draag bij laswerkzaamheden altijd beschermende kleding! Opgelet: wanneer met de machine eerde met vloeibare meststof (ammoniumnitraat) werd gespoten, bestaat bij het lassen explosiegevaar! Reinig het betreffende werkgebied voor de werkzaamheden! Reserve-onderdelen moeten minimaal voldoen aan de vastgelegde technische eisen van de AMAZONEN-fabriek! Dit is gegeven bij gebruik van AMAZONE originele - reserve-onderdelen! Vorstbeveiliging: uit alle leidingen, pompen en reservoirs moet de vloeistof worden afgetapt. Neem de volgende aanwijzingen bij de reparatie van veldspuiten in acht die werden gebruikt voor het verspreiden van vloeibare kunstmest met ammoniumnitraatureumoplossing: Resten van ammoniumnitraatureumoplossingen kunnen door verdamping van het water op of in de spuitvloeistoftank zout vormen. Hierdoor ontstaat zuiver ammoniumnitraat en ureum. In zuivere vorm is ammoniumnitraat in combinatie met organische stoffen, zoals bv. ureum explosief als bij reparatiewerkzaamheden (bv. lassen, schuren, vijlen) de kritieke temperaturen bereikt worden. U kunt dit gevaar ongedaan maken door de spuitvloeistoftank of de te repareren delen grondig met water af te wassen, omdat het zout van de ammoniumnitraatureumoplossing in water oplosbaar is. Reinig de veldspuit daarom voor een reparatie grondig met water! 30 Pantera BAG

31 Verladen 3 Verladen GEVAAR Voor het borgen van de machine op een transportvoertuig moeten de 3 gemarkeerde sjorpunten worden gebruikt. 1 sjorpunt voor (Afb. 3/1) Afb. 3 2 sjorpunten achter (Afb. 4/1) Laat bij het verladen de machine neer via de hydropneumatische vering. Voor gebruik van de machine de hydropneumatische vering weer activeren, zie pagina 52. Afb. 4 Pantera BAG

32 Beschrijving van het product 4 Beschrijving van het product Dit hoofdstuk geeft een uitgebreid overzicht van de opbouw van de machine; geeft de namen van de afzonderlijke bouwgroepen en bedieningshendels. Lees dit hoofdstuk bij voorkeur bij de machine. Zo raakt u optimaal vertrouwd met de machine. De machine bestaat uit de volgende hoofdcomponenten: Hydropneumatisch geveerd tandemonderstel met centrale spoorbreedteverstelling. Hydraulische voorasbesturing, vierwielbesturing en hondegang Voorasbesturing voor straattransport Traploze hydrostatische wielaandrijving met trommelremmen en pneumatische reminstallatie (rijsnelheid 40km/h) 6 cilinder DEUTZ-turbodieselmotor Comfortabele CLAAS-cabine, verwarming, luchtgeveerde comfortstoel, verstelbare stuurkolom, airconditioning, klok Spuitpomp AR280 en roerpomp AR250 Bedieningspaneel voor spuitfuncties Super-L spuitbomen met veldspuitleiding, pendelcompensatie, hydraulische hellingaanpassing en profi-klapsysteem I (eenzijdig klapsysteem) of profi-klapsysteem II (naar boven klappen/naar beneden klappen) Spuitvloeistoftank met roerwerk, niveau-indicatie, spoelwatertank Spoelinrichting, spuitdoppen voor reinigen reservoir Elektrische afstandsbediening van de veldspuit, opdrachtgeheugen en GPS-toepassing met bedieningsterminal en multifunctionele greep. Voertuigbediening met bedieningsterminal AMADRIVE. 32 Pantera BAG

33 Beschrijving van het product 4.1 Overzicht van bouwgroepen Afb. 5 (1) Chauffeurscabine (2) Draaibare ladder (3) Werkbordes met onderhoudsklep (4) Wielen met hydrostatische aandrijving (5) Handenwasreservoir en zeepdispenser (6) Verlichting voor (7) Spuitbomen (8) Bedieningspaneel (9) Zwenkbare inspoeltank (10) Opklapbare afdekking voor luchtfilter (11) Opklapbare afdekking voor opbergvak zijkant (12) Werkschijnwerper (13) Opklapbare afdekking voor opbergvak voor Pantera BAG

34 Beschrijving van het product Afb. 6 (1) Hydraulische olietank (2) Brandstoftank voor diesel (3) Vulpunt van de spuitvloeistoftank (4) Spuitpompen (5) Spoelwatertank (6) Spuitvloeistoftank (7) Externe reiniging (8) Spuitboomarmatuur (9) Spuitboomvergrendeling (10) Werkschijnwerper (11) Opklapbare afdekking voor accu en hoofdschakelaar 4.2 Bedieningshandleiding en externe documentatie Deze bedieningshandleiding van de machine en de externe documentatie bevindt zich in de servicekoffer. Houd a.u.b. de meegeleverde externe documentatie aan! 34 Pantera BAG

35 Beschrijving van het product 4.3 Vloeistofcircuit Afb. 7 (1) Spuitvloeistoftank (2) Spoelwatertank (3) Kraan vullen (4) Automatische regeling van het hoofdroerwerk (5) Hoofdroerwerk (6) Machinecomputer (7) Roerwerkpomp (8) Vulkraan spoelwater (9) Aftappunt voor snel legen (optie) (10) Instelkraan Injector (11) Aftapkraan spuitvloeistoftank (12) Injector (13) Schoonwatertank (14) Zuigslang (15) Omschakelkraan DCS (16) Persventiel DUS (17) Zuigfilter (18) Spuitpomp (19) Veiligheidsventiel Spuitpomp (20) weg omschakelkraan drukarmatuur (21) Omschakelkraan reiniging binnenzijde (22) Omschakelkraan reiniging buitenzijde (23) Vulmengbak (24) Omschakelkraan ringleiding / fustreiniging (25) Reinigingsslang inspoelinrichting (26) Schakelkraan zuigen spoeltank / Ecofill (27) Reiniging binnenzijde (28) Drukregelklep (29) Omschakelkraan extra roerwerk/resthoeveelheid aftappen (30) Drukfilter (31) Vloeistofpeilsensor (32) Zuigarmatuur op afstand bediend (33) Spoelvoet Ecofill (34) Spuitleidingen (35) Bedieningsterminal (36) Terugstroommeter (37) Spuitdruksensor (38) Sectieklep (39) Bypassklep (40) Doorstromingsmeter (41) Motorklep extra roerwerk (42) Motorklep reiniging binnenzijde (43) Extra roerwerk Pantera BAG

36 Beschrijving van het product 4.4 Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen (1) Transportvergrendeling op Super-Lspuitbomen ter voorkoming van onbedoeld uitklappen (1) Reling ter bescherming tegen vallen (2) Brandblusser achter de afdekking Afb. 8 (3) Nooduitgang aan de rechterkant van de cabine Afb. 9 Fig Pantera BAG

37 Beschrijving van het product 4.5 Verkeerstechnische uitrusting (1) Grootlicht (2) Dimlicht (3) Richtingaanwijzer/stadslicht (4) Buitenspiegel (1) Achterlichten/ remlichten (2) richtingaanwijzers (3) rode reflectoren (rond) Afb. 11 (1) 2x 3 lampen, geel (zijdelings op een afstand van max. 3 m) Afb. 12 Afb. 13 Pantera BAG

38 Beschrijving van het product 4.6 Gebruik volgens voorschriften De zelfrijdende veldspuit Pantera 4001 is bedoeld voor gebruik in oppervlakteculturen en voor het transport en de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen (insecticiden, fungiciden, herbiciden e.d.) in de vorm van suspensies, emulsies en mengsels alsook van vloeibare kunstmest. wordt door een persoon in de cabine bediend een combinatie met andere machines, apparaten en modules is door de fabrikant niet voorzien. De volgende liggingen op een helling kunnen worden bereden Schuinte rijrichting naar links 15 % rijrichting naar rechts 15 % Helling bergop 15 % bergaf 15 % Tot het gebruik volgens de voorschriften behoort ook: het opvolgen van alle aanwijzingen in deze bedieningshandleiding. het in acht nemen van de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden. het uitsluitend gebruiken van AMAZONE originele - onderdelen. Het op andere wijze gebruiken dan hierboven is vermeld, is verboden en geldt als gebruik in strijd met de voorschriften. Voor schade die voortvloeit uit gebruik in strijd met de voorschriften is de gebruiker zelf verantwoordelijk, is AMAZONEN-WERKE in geen geval aansprakelijk. 38 Pantera BAG

39 Beschrijving van het product 4.7 Gevolgen bij het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen We wijzen erop dat bv. ons bekende gewasbeschermingsmiddelen, zoals Lasso, Betanal en Tramat, Stomp, Iloxan, Mudecan, Elancolan en Teridox bij langere inwerkingstijd (20 uur) schade aan de pompmembranen, slangen, spuitleidingen en tanks veroorzaken. De vermelde voorbeelden hoeven niet volledig te zijn. Gewaarschuwd wordt vooral voor niet-toegestane mengsels uit 2 of meer verschillende gewasbeschermingsmiddelen. Er mogen geen stoffen gebruikt worden die tot vastkleven of verstarren neigen. Bij het gebruik van zulke agressieve gewasbeschermingsmiddelen wordt het onmiddellijk spreiden na het aanmaken van de spuitvloeistof en de aansluitende reiniging met water aanbevolen. Als vervanging voor de pompen zijn vitonmembranen leverbaar. Die zijn bestendig tegen oplosmiddelhoudende gewasbeschermingsmiddelen. Hun levensduur wordt echter bij het gebruik bij lage temperaturen (bv. AHL bij vriesweer) beperkt. De voor AMAZONE -veldspuiten gebruikte materialen en bouwdelen zijn bestand tegen vloeibare kunstmest. Pantera BAG

40 Beschrijving van het product 4.8 Gevarenzone en gevaarlijke plaatsen De gevarenzone is de omgeving van de machine waarin personen binnen bereik zijn van arbeidsbewegingen van de machine en zijn gereedschappen door de machine naar buiten geslingerde materialen of voorwerpen onbedoeld omlaag zakkende omhoog geheven machineelementen onbedoeld wegrollen van de tractor en de machine De gevarenzone van de machine bevat gevaarlijke plaatsen met permanente of onverwacht optredende risico's. Waarschuwingsstickers geven deze gevaarlijke plaatsen aan en waarschuwen voor restgevaar dat constructief gezien niet kan worden verholpen. Voor de gevarenzone en de gevaarlijke plaatsen gelden de speciale veiligheidsvoorschriften van de betreffende hoofdstukken. In de gevarenzone van de machine mogen geen personen aanwezig zijn zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch systeem loopt. zolang tractor en machine niet tegen onbedoeld starten en wegrollen zijn beveiligd. De bedieningspersoon mag de machine alleen bewegen of werkgereedschappen van transport- in arbeidsstand en van arbeidsstand in transportstand zetten of in beweging brengen wanneer er geen personen in de gevarenzone van de machine aanwezig zijn. Gevaarlijke plaatsen zijn aanwezig: in de zone van bewegende bouwdelen. op de rijdende machine. in het zwenkbereik van de spuitbomen. in de spuitvloeistoftank door giftige dampen. onder opgetilde, niet beveiligde machines of machinedelen. bij het uit- en inklappen van de spuitbomen in de zone van de bovengrondse leidingen door het aanraken van bovengrondse leidingen 40 Pantera BAG

41 Beschrijving van het product 4.9 Typeplaatje en CE-markering De volgende afbeeldingen laten zien waar het typeplaatje (Afb. 14/1) en de CE-markering (Afb. 14/2) is aangebracht. Op het typeplaatje staan: Voert.- / machine-identificatienr.: Type Basisgewicht (kg) Toel. oplegdruk kg Toel. asbelasting achter kg Toel. systeemdruk bar Toel. totaalgewicht kg Fabriek Modeljaar Afb. 14 Machines voor Frankrijk hebben een extra typeplaat. Pantera BAG

42 Beschrijving van het product 4.10 Technische gegevens Totale lengte [mm] 8400 Totale hoogte [mm] (afhankelijk van de banden) Totale breedte [mm] 2550 Ruimte tot de bodem [mm] Tot Basisgewicht (leeg gewicht) Het basisgewicht (leeg gewicht) is de som van de afzonderlijke gewichten: Basismachine Banden Spuitbomen Speciale uitvoering Gewicht Basismachine [kg] 7400 Banden, 4 wielen 300/95 R A8 [kg] /90 R A8 [kg] /85 R A8 [kg] /90 R A8 [kg] /90 R D [kg] /80 R A8 [kg] /85 R A8 [kg] /80 R A8 [kg] /85 R A8 [kg] /70 R A8 [kg] /65 R A8 [kg] 1248 Andere speciale uitrustingen [kg] Max. 100 Gewichten spuitbomen Werkbreedte [m] / /15 30/ Gewicht [kg] 42 Pantera BAG

43 Beschrijving van het product Toegestaan totaalgewicht en banden Het toegestane totale gewicht van de machine is afhankelijk van de wiel / banden. Wiel 300/95 R A8/B (12.4 R 52) 320/90 R A8 (12.8 R 50) 340/85 R A8/B (13.6 R 48) 380/90 R A8/173 D (14.9 R 46) 420/80 R A8 (16.9 R46) 460/85 R A8/B (18.4 R 42) 480/80 R A8 (18,4 R 42) 520/85 R A8/B (20.8 R 38) Toegestane totale gewicht Aslast 40 km/h Spoor Bandenspanning [kg] [kg] [mm] [bar] , , , , , , , ,6 620/70 R A8/B ,6 650/65 R A8/B ,4 WAARSCHUWING Uit veiligheidsoverwegingen zijn alleen rondom gelaste toegestaan. Nuttige last = toegestaan totaal gewicht - basisgewicht GEVAAR Verboden is het overschrijden van de toegestane nuttige last. Gevaar voor ongevallen door instabiele rijsituaties! Bepaal zorgvuldig de nuttige last en dus de toegestane vulling van uw machine. Niet bij alle vulmedia is een complete vulling van de tank toegestaan. Pantera BAG

44 Beschrijving van het product Technische gegevens spuittechniek Spuitvloeistoftank Werkelijk volume [l] 4200 Nominaal volume 4000 Volume spoelwatertank [l] 500 Vulhoogte van de grond [mm] ca (afhankelijk van de banden) van het werkplatform 900 Volume handwastank [l] 18 Toegestane systeemdruk 10 Technische resthoeveelheid incl. pomp in het niveau 24 Schuinte ο 15% rijrichting naar links 27 [l] ο 15% rijrichting naar rechts 21 Helling ο 15% bergop 32 ο 15% bergaf 32 Centrale schakeling Spuitdrukverstelling Elektrisch, koppeling van de sectiekleppen elektrisch Spuitdrukinstelbereik [bar] 0,8 10 Spuitdrukindicatie Drukfilter Hoofdroerwerk Extra roerwerk Doseerregeling digitale spuitdrukindicatie 50 (80) Maschen Niveauafhankelijke regeling Traploos instelbaar Snelheidsafhankelijk via jobcomputer Spuitdophoogte [mm] Pantera BAG

45 Opbouwen functie draagvoertuig Technische gegevens draagvoertuig Frame: Systeem Wielbasis Spoorbreedte Draaicirkel Pendelas met veren en schokdempers 3100 mm (2600) mm 4500 mm Sturing Vooras Hydraulisch via orbitrol Aandrijving: Rijpomp Wielmotor Wieloverbrenging Extra pomp Extra pomp Achteras Fabrikant, type Maximale werkdruk Fabrikant, type Maximale werkdruk Fabrikant, type Vertaling Fabrikant, type Werkdruk (aandrijving spuitpomp, koelerventilator) Fabrikant, type Werkdruk (cilinder/sturing) Elektro-hydraulisch Hydraulische vierwielaandrijving LINDE, HPV 165 (165 ccm/u), 420 bar LINDE, HMV 75 (75 ccm/u), 420 bar BREVINI, CWD 2050 i=22,6 LINDE, HPR 75 (75 ccm/u), 210 bar LINDE, HPR 55 (55 ccm/u), 200 bar Rijsnelheid ο Veldwerk 0-20 km/h Ruimte tot de bodem ο Transport 0-40 km/h mm (afhankelijk van de banden) Dieselmotor: Fabrikant Motortype Rookgasnorm Aantal cilinders Cilinderboring/zuigerslag Slagvolume Maximaal vermogen Bij toerental Maximaal koppel Bij toerental Koeling Elektrisch systeem Accu Generator Brandstoftank DEUTZ TCD 2012 L 06 2V Viertakt dieselmotor met directe inspuiting en turbocompressor/intercooler Tier IIIA 6 in lijn 101 x 126 mm 6060 ccm 147 kw 2300 tpm 770 Nm 1500 tpm Koelvloeistof 12 Volt 12 Volt 180 Ah 12 Volt 200 A ca. 200 l Pantera BAG

46 Opbouwen functie draagvoertuig 5 Opbouwen functie draagvoertuig 5.1 Aandrijving Als aandrijving dient een Deutz dieselmotor. De dieselmotor kan in twee toestanden worden gebruikt: Modus Eco: Op de behoefte gerichte aanpassing van het motortoerental voor wat betreft optimaal brandstofverbruik en maximaal vermogen. Gereduceerd toerentalniveau Gemiddelde voertuigdynamiek Maximale snelheid 40 km/h bij 1250 min -1. Stationair toerental 800 min -1. Modus Standaard: Volledige voertuigdynamiek Maximale motortoerental 2300 min -1 mogelijk. Handmatige instelling van het motortoerental in de modus veld Inrijden van de motor Wij adviseren, de motor gedurende de eerste 50 bedrijfsuren zorgvuldig te behandelen. Dat wil zeggen, dat de motor in deze periode eerst moet opwarmen, voordat deze met maximaal toerental mag draaien en niet direct met het volledige toerental. Na het werken op maximale belasting de motor enige tijd stationair laten draaien om de temperatuur van de motor tot een normale temperatuur te laten afnemen en om warmtestuwing te voorkomen, wanneer de motor direct wordt uitgeschakeld. Na de eerste 50 tot 150 bedrijfsuren moet de olie worden ververst (terwijl de motor nog warm is!), en moeten het olie- en het brandstoffilter worden vervangen. Bij onderhoudsvragen moet u zich houden aan de specificaties van de motorleverancier. 46 Pantera BAG

47 Opbouwen functie draagvoertuig Brandstofsysteem van de motor De brandstoftank bevindt zich aan de rechterkant van de machine. (1) Brandstoftank (2) Verdraaibare ladder voor vullen van de brandstoftank in transportstand (3) Vergrendeling van de omhoog verdraaide ladder Ladder en bordes zijn zwenkbaar uitgevoerd: Afb. 15: ladder en bordes in transportstand Afb. 16: ladder en bordes in werkstand Afb. 15 Afb. 16 WAARSCHUWING Gevaar voor ongelukken door neergelaten ladder tijdens het rijden. De ladder op de brandstoftank moet in de transportpositie zijn gedraaid en mechanisch zijn geborgd met vergrendeling. Afb. 17 VOORZICHTIG Zet de motor uit, wanneer u de brandstoftank vult. Rook niet, wanneer u de brandstoftank vult! Let erop, dat er geen olie/benzine in de bodem terecht komt milieuvervuiling! Pantera BAG

48 Opbouwen functie draagvoertuig Zorg er ook voor, dat er geen vervuiling in de brandstoftank terecht komt. Voordat u de tank opent, moet u eerst het deksel en de opening goed schoonmaken. Kleine vervuilingen kunnen het brandstofsysteem ernstig beschadigen. De tank moet bij voorkeur 's avonds na de werkzaamheden direct worden afgevuld, om condenswater in de tank te vermijden. Water kan schade aan het brandstofsysteem veroorzaken en veroorzaakt roestvorming. Probeer volledig leeg rijden van de brandstoftank te voorkomen. Lucht en verontreinigingen in de resterende benzine kunnen in de installatie terecht komen en de levensduur verkorten resp. de brandstofpomp verstoppen. Brandstofkwaliteit Let erop, dat u de brandstof tankt die bij het jaargetijde past. In winterbrandstof zijn additieven opgenomen, die voorkomen dat bij lage temperaturen paraffine en ijskristallen worden gevormd. Anders kan er een verstopping in het brandstofsysteem ontstaan. Vanwege het gebruik van de machine in overgangsperiodes moet u daarom brandstof conform DIN/EN 590 tanken. 48 Pantera BAG

49 Opbouwen functie draagvoertuig 5.2 Onderstel Afb. 18 (1) Vering (2) Wielmotor met trommelrem (3) Tandemonderstel (4) Pendelvork (5) Hoofdframe (6) Spoorbreedteverstelling Hydraulische spoorbreedteverstelling De machine heeft een traploze spoorbreedteverstelling. De spoorbreedte van de machine is afhankelijk van de gemonteerde wielen tussen 1800 mm en 2250 mm tot 2600 mm instelbaar. De spoorbreedte wordt via de AMADRIVE ingesteld en weergegeven. Voor het wegverkeer mogen de wielen niet buiten de buitenmaten van de machine steken. Alleen voor Frankrijk: wanneer de spoorbreedte niet voldoende klein is ingesteld, wordt in AMADRIVE een waarschuwingsmelding getoond en de snelheid begrensd. De spoorbreedte wordt via de AMADRIVE ingevoerd en tijdens een automatische instellingsrit ingesteld. Pantera BAG

50 Opbouwen functie draagvoertuig 5.3 Sturing De besturing wordt afhankelijk van de behoefte via de AMADRIVE of de multifunctionele greep geschakeld, zie pagina wielbesturing (Afb. 19): In de modus straat en veld mogelijk! Sturen alleen met de voorwielen via orbitrol in de stuurkolom. Het automatische stuursysteem houdt de achterwielen parallel aan de langsas. Handmatige achterwiel besturing (Afb. 20): Afb. 19 Alleen in de modus veld mogelijk! Voor handmatige besturing van de achterwielen (bijv. "Hondegang"). Sturen alleen met de voorwielen via orbitrol in de stuurkolom. 4-wielbesturing (Afb. 21): Afb. 20 Alleen in de modus veld mogelijk! Het sturen van alle 4 wielen wordt met het stuurwiel uitgevoerd. Vanaf 10 km/h wordt de 4-wielbesturing beperkt. Vanaf 16 km/h wordt de 4-wielbesturing uitgeschakeld. Afb. 21 Na het starten van de motor: 2-wielbesturing is ingeschakeld. De achterwielen richten zich automatisch op de rijrichting. 50 Pantera BAG

51 Opbouwen functie draagvoertuig Spoorcorrectie uitvoeren De spoorcorrectie dagelijks uitvoeren Spoorcorrectie onder volgende omstandigheden uitvoeren: ο Motor draait ο Machine staat stil ο 4-wielbesturing ingeschakeld. Spoorcorrectie voor uitvoeren 1. Het stuurwiel naar links maximaal verdraaien en tegen de aanslag houden. 2. Knop gedurende minimaal drie seconden naar voren gedrukt houden. 3. Knop loslaten en aansluitend het stuurwiel maximaal naar rechts draaien en tegen de aanslag houden. 4. Knop gedurende minimaal drie seconden naar voren gedrukt houden. 5. Knop loslaten en het stuurwiel daarna weer terugdraaien. Spoorcorrectie achter uitvoeren 1. De handmatige achterwielbesturing (via AMADRIVE of multifunctionele greep) naar links maximaal uitsturen en tegen de aanslag houden. 2 Knop gedurende minimaal drie seconden naar achteren gedrukt houden. 3. Knop loslaten en daarna de handmatige achterwielbesturing (via de multifunctionele greep) maximaal naar rechts draaien en tegen de aanslag houden. 5.4 Tractiecontrole 4 Knop gedurende minimaal drie seconden naar achteren gedrukt houden. 5. Knop loslaten en het stuurwiel daarna weer terugdraaien. De machine is uitgevoerd met een automatische tractiecontrole. De elektronische tractiecontrole bewaakt continu elk wiel en regelt het aandrijfmoment van de wielmotoren. de tractiecontrole kan worden uitgeschakeld. De uitgeschakelde tractiecontrole wordt op de AMADRIVE getoond. Pantera BAG

52 Opbouwen functie draagvoertuig 5.5 Hydropneumatische vering De hydropneumatische vering omvat een automatische niveauregeling onafhankelijk van de beladingstoestand. Afb. 22/... (1) Hydraulische cilinder (2) Drukvat (3) Ventieleenheid Bij het verladen van de machine kan de olie uit de cilinders van de vering worden afgetapt. Dit voorkomt open draaien van de vastgesjorde machine. Afsluitkranen op het hydraulicablok openen (Afb. 23/1). Machine zakt. Afb. 22 Afsluitkranen sluiten (Afb. 23/2): Bij draaiende motor komt de machine weer omhoog naar de standaard hoogte. De afsluitkranen zitten achter de rechter afdekking onder de cabine. Afb. 23 GEVAAR Beknellingsgevaar voor lichaamsdelen tussen onderstel en opbouw bij neerlaten van de machine. Botsingsgevaar van machinedelen bij het neerlaten van de machine, wanneer de spoorbreedte minder dan 1950 mm is! 52 Pantera BAG

53 Opbouwen functie draagvoertuig 5.6 Pneumatische reminstallatie De zelfrijdende veldspuit heeft 4 remtrommels, die pneumatisch met het voetpedaal in de cabine worden bediend. De remtrommels zijn voorzien van zelfinstellende remschoenen, die ervoor zorgen, dat de slijtage van de remvoering wordt gecompenseerd. De achteras is uitgerust met een automatische lastafhankelijke remkrachtregelaar (ALB). Ingangsdruk: 6,5 bar Instelgegevens afhankelijk van de asbelasting: Asbelasting [kg] Balgdruk [bar] Uitgangsdruk [bar] , ,5 5.7 Wielaandrijving De wielmotoren zijn op tandwielreductoren gemonteerd. De planeetwielaandrijving is met een trommelrem aan de buitenzijde gecombineerd. De trommelremmen worden pneumatisch via membraancilinders bediend en bovendien als handrem gebruikt. Afb. 24 (1) Astap (2) Wielmotor (3) Remcilinder (4) Trommelrem (5) Tandwielreductor Pantera BAG

54 Opbouwen functie draagvoertuig 5.8 Hydraulische installatie De machine heeft een hydrostatische wielaandrijving, een hydraulische spuitpompaandrijving, een hydraulische stuurinrichting, hydraulische cilinders voor spoorinstelling, voor spuitboomhoogteverstelling en voor het inklappen van de spuitbomen een hydropneumatische vering. De machine heeft 3 hydraulische pompen, die direct op de dieselmotor zijn geflensd. De hydraulische componenten zijn op verschillende plaatsen op de machine gemonteerd. Afb. 25 (1) Ventielblok 1 (2) Prioriteitsventiel (3) Constante druk pomp (4) Load Sensing pomp (5) Rijpomp (6) Ventielblok 2 (7) Retarder-rem (8) Dieselmotor (9) Koeler ventilator 1 (10) Koeler ventilator 2 (11) Spuitpomp aandrijving (12) Wielmotor (13) Stuurorbitrol (14) Stuurinrichting voor (15) Stuurinrichting achter (16) Vering (17) Spoor (18) Spuitbomen 54 Pantera BAG

55 Opbouwen functie draagvoertuig Hydraulische pompen De rijpomp drijft de 4 parallel geschakelde wielmotoren aan in een gesloten systeem. De voedingspomp voedt het systeem met lekolie en spoelolie. De pomp voor de aandrijving van de spuitpomp en de ventilatormotoren is een regelpomp Load Sensing regelaar. Afhankelijk van het benodigde vermogen wordt de werkdruk van de pomp automatisch ingesteld. De regelpomp met constante drukregelaar voedt de stuurinrichting en de hydraulische cilinder met olie. Het instellen en controleren van de installatie is in de fabriek uitgevoerd. Normaal gesproken hoeven de instellingen niet te worden gecorrigeerd. Voor het instellen van de maximale druk, de werkdruk en de toerentallen zijn speciale gereedschappen nodig en speciale kennis van de systemen. Daarom mogen de instellingen alleen af fabriek worden uitgevoerd Hydraulische wielmotoren en overbrengingen De 4 motoren en de HPV 165 rijpomp moeten exact op elkaar zijn afgestemd. Reparaties of instellingen alleen door een gespecialiseerde bedrijf laten uitvoeren Hydraulische olietank VOORZICHTIG De instelbouten voor de maximale snelheid (kleinste slagruimte) worden af fabriek verzegeld. Deze bouten mogen niet eigenmachtig worden ingesteld, er kan ernstige schade aan het hydraulische systeem ontstaan. (1) Hydraulische olietank (2) Kijkglas (3) Vulopening met geïntegreerd oliefilter (4) Elektrische sensor voor oliepeilmeting Afb. 26 Pantera BAG

56 Opbouwen functie draagvoertuig 5.9 Koeler De machine is aan beide zijden achter de cabine met in totaal vier koelers uitgerust. Rechts: Koeler voor koelwater van de motor Condensator van de airconditioning Links: Koeler voor hydraulische olie Koeler voor laadlucht van de turbocompressor Afb. 27 De luchtstroomdoor de koeler mag niet worden gehinderd. De koelers moeten daarom regelmatig worden gecontroleerd en met perslucht worden gereinigd. 56 Pantera BAG

57 Opbouwen functie draagvoertuig 5.10 Chauffeurscabine Afb. 28 (1) Stuurkolom met multifunctionele schakelaar (2) Rempedaal (3) Voertuigbediening (4) Bedieningselementen comfort en licht (5) Bedieningselementen veiligheid en onderhoud (6) Bedieningsterminal (7) Ontsteking (8) Chauffeurstoel (9) Veiligheidsgordel bestuurdersstoel (10) Sluiting veiligheidsgordel (11) Opklapbare instructeursstoel met daaronder koelvak (12) In hoogte verstelbare en opklapbare armleuning en bedieningseenheid (13) Zonnescherm (14) Ventilatieopeningen (15) Luidspreker De instructeursstoel mag alleen voor instructieritten worden gebruikt. Rijdt alleen met de machine met veiligheidsgordel. Pantera BAG

58 Opbouwen functie draagvoertuig Draaibare ladder Via de draaibare ladder wordt de cabine betreden en verlaten. De ladder wordt via een schakelaar in de cabine neergelaten en opgetild. De AMADRIVE geeft de positie van de ladder aan. De ladder kan ook bij uitgeschakelde dieselmotor worden neergelaten. Afb. 29 WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijk letsel door vallen van de cabine. Let erop bij het verlaten van de cabine, dat de ladder volledig is neergelaten. De neergelaten ladder is vanuit de cabine niet zichtbaar. Er klinkt een waarschuwingssignaal, zodra de chauffeur bij niet volledig neergelaten ladder opstaat uit zijn stoel. 58 Pantera BAG

59 Stuurkolom met multifunctionele schakelaar en rempedaal Opbouwen functie draagvoertuig Op de stuurkolom zijn de volgende functies aanwezig: (1) Stuurwiel (2) Schakelaar claxon, verlichting, rijrichting, ruitenwasinstallatie en ruitenwisser ο Indrukken: Claxon ο Naar boven: groot licht ο Naar beneden: dimlicht ο Naar voren: richtingaanwijzer rechts (in modus veld: Side Viewschijnwerper rechts) ο Naar achteren: richtingaanwijzer links (in modus veld: Side Viewschijnwerper links) ο Ring indrukken: Ruitenwasinstallatie ο Ring draaien: Ruitenwisser inschakelen/snel (3) Verstelling stuurkolom vooruit/achteruit (4) Verstelling stuurwiel vooruit/achteruit (5) Verstelling stuurwiel hoger/lager (6) Rempedaal (7) Informatie-eenheid machine Afb. 30 Rempedaal Gebruik voor een noodstop altijd het rempedaal. Al eenmalig, kort bedienen van het rempedaal doet de machine stilstaan, ondanks bediende stuurhendel. De machine kan worden geremd door ο ο het rempedaal de stuurhendel Afhankelijk van de rijsituatie kan de vertraging via de stuurhendel voldoende zijn. Bij het remmen met het rempedaal wordt de vertraging via de persluchtreminstallatie en de hydrostatische aandrijving gerealiseerd. Na remmen met het rempedaal moet voor het verder rijden de stuurhendel kort in de neutrale stand worden gebracht. Pantera BAG

60 Opbouwen functie draagvoertuig Informatie-eenheid machine Afb. 31/ (1) Geen functie (2) Accu-oplaadlamp (3) Richtingaanwijzer van de machine (4) Grootlichtindicatie (5) Geen functie (6) Hoofdwaarschuwingslamp Afb Pantera BAG

61 Opbouwen functie draagvoertuig Voertuigbediening Afb. 32 (1) Stuurhendel met multifunctionele greep (2) AMADRIVE (3) Noodstop (4) Knop voor de bedienen van de ladder naar de cabine ο Positie +: optillen van de ladder. ο Positie -: neerlaten van de ladder (5) Schakelaar parkeerrem met vergrendeling in parkeerstand. Bij niet via de schakelaar bediende parkeerrem: De parkeerrem wordt automatisch bij het uitschakelen van de ontsteking geactiveerd en bij het inschakelen van de ontsteking weer ontgrendeld. (6) Knop voor uitrichten van het spoor (7) Knop tractiecontrole uitschakelen. (8) Schakelaar hefmodule (optie) bedienen. Houd voor de bediening van de multifunctionele greep ook de handleiding software AMABUS / ISOBUS aan! Pantera BAG

62 Opbouwen functie draagvoertuig Noodstopknop Door indrukken van de noodstopknop wordt de rijaandrijving onderbroken. De koelerventilatoren draaien met maximaal toerental. Door tegelijkertijd indrukken van de noodstopknop en trekken aan de zwarte kunststof ring wordt de noodstopblokkering weer ontgrendeld. Na het bedienen van de noodstopknop: 1. Motor uitschakelen seconden wachten. 3. Noodstop ontgrendelen 4. Motor starten. Afb Bedieningselementen comfort en licht Afb. 34 Aan het binnendak vindt u de schakelaars voor de ventilator, de verwarming, de airconditioning, de rijverlichting, de spiegelinstelling en de radio. (1) Airco-automaat (2) Schakelaar spiegelinstelling (3) CD-radio met Bluetooth-handsfree installatie (4) Draaischakelaar voor parkeerlicht en rijverlichting (5) Ventilatieopeningen (6) Koelvak 62 Pantera BAG

63 Opbouwen functie draagvoertuig Bedieningselementen veiligheid en onderhoud Afb. 35 (1) Schakelaar alarmlicht (2) Schakelaar wegverkeer/veldrijden met vergrendeling (3) Knop voor handmatige smering door smeerinrichting (optie) (4) Schakelaar spiegelverwarming (5) Schakelaar rondomverlichting (optie) Rijden over de openbare weg / veldrijden naar beneden druk- Modus openbare weg: tuimelschakelaar ken. Alleen 2-wielbesturing mogelijk. Geen tempomat-functie. Waarschuwing: rijden met neergelaten ladder. Waarschuwing: spoorbreedte conform de typegoedkeuring instellen. Modus veld: tuimelschakelaar ontgrendelen en naar boven drukken. Snelheid op 20 km/h begrensd. Waarschuwing bij rijden met neergelaten ladder. Pantera BAG

64 Opbouwen functie draagvoertuig In de cabine rechtsachter Afb. 36 (1) Ontsteking (a) Motor uit (b) Voeding aan (c) Motor starten (2) Sigarettenaansteker (3) Bekerhouder (4) Ontgrendeling voor nooduitgang Armleuning Fig. 37 (1) Verschuiven van de armleuning (2) Verdraaien van de armleuning (3) Opbergvak onder de armleuning 64 Pantera BAG

65 Opbouwen functie draagvoertuig Chauffeurstoel De chauffeurstoel is geveerd en heeft verschillende instelmogelijkheden. Fig. 38 Instellingen: (1) hoek van het zitvlak (2) zitvlak naar voren/achteren verschuiven (3) stoel naar voren/achteren verschuiven (4) stoelhoogte (5) rugleuning (6) hoek van de armleuningen (7) hoek van de rugleuning Koelvak en asbak Afb. 39 Onder de instructeurstoel: (1) Koelvak (2) Schakelaar voor koelvak (3) Asbak Pantera BAG

66 Opbouwen functie draagvoertuig AMATRON 3 / AMAPAD voor bediening van de veldspuit AMATRON 3 Afb. 40 AMAPAD Basisfuncties de gegevens van de spuittechniek invoeren. de gegevens van de opdracht invoeren; de aansturing van de veldspuit voor het veranderen van de dosering bij het spuiten. de bediening van alle functies aan de spuitbomen. de bewaking van de veldspuit tijdens het spuiten. GPS-opties automatische sectieschakeling parallelrijhulpmiddel 66 Pantera BAG

67 Opbouwen functie draagvoertuig Airconditioning Afb. 41 (1) Aan- en uitschakelen/reheat-functie (2) Omschakelen aanwijzing gewenste temperatuur/buitentemperatuur (3) Lichtdiode brandt, wanneer REHEAT is ingeschakeld. (4) Lichtdiode: brandt, wanneer de buitentemperatuur op het display wordt getoond. (5) Instellen van de gewenste cabinetemperatuur naar beneden toe resp. ventilatortoerental. (6) Lichtdiode-bargraph, toont de verdamper - ventilatortoerental van 0-100%. (7) Instellen van de gewenste cabinetemperatuur naar boven toe resp. ventilatortoerental, indien handmatige ventilatortoerentalinstelling is gekozen. (8) 3-cijferig zevensegmentdisplay voor het weergeven van de gewenste cabinetemperatuur/buitentemperatuur/foutcodes bij storingen. (9) Aanwijzing van de eenheid in Celsius of Fahrenheit (10) Lichtdiode: geeft volautomatisch bedrijf aan. (11) Lichtdiode: brandt, wanneer het verdamperventilatortoerental handmatig is ingesteld. (12) Lichtdiode, brandt wanneer ECON-bedrijf actief is. (13) Omschakelknop verdamperventilatortoerental handmatig/automatisch (14) Inschakelen van het ECON-bedrijf (compressor uit) Airconditioningautomaat in bedrijf nemen Bij stilstand van de motor en ingeschakelde ontsteking wordt het verdamper-ventilatortoerental na 10 minuten tot 30% van het nominale toerental gereduceerd. Dit gebeurt om te veel ontladen van de accu te voorkomen. Na het inschakelen van de ontsteking wordt gedurende 3 seconden de softwareversie getoond. Het besturingsapparaat voert een zelftest uit. De zelftest duurt ca. 20 seconden. Om verkeerde temperatuurregelingen van de automaat te voorkomen, de klep van het koelvak na gebruik direct weer sluiten. Cabinetemperatuur instellen In het aanwijsveld 8 wordt de cabinetemperatuur getoond. Door indrukken van de knoppen 5 en 7 kan de cabinetemperatuur worden ingesteld. Temperatuur verlagen: - 1 x indrukken -1 C Temperatuur verhogen: + 1 x indrukken +1 C Pantera BAG

68 Opbouwen functie draagvoertuig Verdamper-ventilatortoerental instellen Automatisch: toets 13; lichtdiode 10 brandt. Handmatig: omschakelknop 13 indrukken; de lichtdiode 11 brandt. Het handmatige ventilatortoerental wordt getoond. Met de toets 5 (-) en 7 (+) kunt u het gewenste toerental instellen. ECON-bedrijf inschakelen In het ECON-bedrijf is de compressor van de airconditioning uitgeschakeld. Inschakelen ECON-bedrijf: toets 14 indrukken; lichtdiode 12 brandt. Het verdamper-ventilatortoerental wordt voor 40% op de bargraph (6) weergegeven. De verdamperventilator en de verwarming worden ook bij ECON-bedrijf automatisch geregeld. Uitschakelen ECON-bedrijf: toets 14 kiezen. REHEAT-bedrijf (cabineramen ontwasemen) Inschakelen REHEAT-bedrijf: toets 1; lichtdiode 3 brandt. RE- HEAT-bedrijf is geactiveerd. Het ventilatortoerental is 100% en kan na omschakelen van de toets 13 handmatig met de toetsen 5 (-) en 7 (+) worden geregeld. In REHEAT-bedrijf is de compressor permanent ingeschakeld, om de kamerlucht te ontvochtigen. Uitschakelen REHEAT-bedrijf: toets 1 nogmaals indrukken. Omschakelen C/ F Toetsen 2 en 5 tegelijkertijd ca. 3 seconden lang indrukken. Door nogmaals bedienen van de toetsen 2 en 5 schakelt de aanwijzing weer om naar Celsius. Storingen/fouten (knipperend getoond) F0 Storing ruimtetemperatuursensor Blauw Schakeluitgangen worden uitgeschakeld. F1 Storing uitblaastemperatuursensor. Geel Schakeluitgangen worden uitgeschakeld. F2 Storing buitentemperatuursensor Rood Schakeluitgangen verder bedrijfsgereed 68 Pantera BAG

69 Opbouwen functie draagvoertuig Belangrijke instructies airconditioning VOORZICHTIG 1. Ieder contact met koelmiddel vermijden. Handschoenen en veiligheidsbril dragen! 2. Bij spatten in de ogen direct uitspoelen met water. Arts consulteren! 3. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door specialisten laten uitvoeren. 4. Aan de onderdelen van het koelmiddelcircuit en in de directe nabijheid daarvan mag niet worden gelast - vergiftigingsgevaar! 5. Maximale omgevingstemperatuur voor koelmiddel: 80 C Pantera BAG

70 Opbouwen functie draagvoertuig Afdekkingen en vakken buiten de cabine Afb. 42 (1) Zeepdispenser (2) Schoonwatertank (3) Brandblusser (4) Opbergbox Afb. 43 (1) Locatie aanzuigslang/spuitmiddelcontainer (belading maximaal 100 kg) (2) Afneembare beschermstrips (3) Wielblok Afb. 44 (1) Hoofdschakelaar (2) Accu 70 Pantera BAG

71 Opbouwen functie draagvoertuig Hoofdschakelaar De hoofdschakelaar (Afb. 45/1) bevindt zich onder de afdekking aan de rechter cabinezijde. Schakel voor de inbedrijfstelling van de machine de hoofdschakelaar in, positie A. Schakel na het stoppen van de machine de hoofdschakelaar uit, positie B. In deze positie kan de hendel van de hoofdschakelaar worden weggenomen. De hoofdschakelaar ten vroegste 18 seconden na het stoppen van de motor uitschakelen, omdat de bedrijfsgegevens nog moeten worden opgeslagen. Afb. 45 Pantera BAG

72 Opbouwen functie draagvoertuig 5.11 Stuurhendel met multifunctionele greep Stuurhendel De stuurhendel is bedoeld voor ο ο (1) Vooruit rijden traploos versnellen en remmen van het voertuig, vooruit en achteruit te rijden. (2) Neutraal, stilstand (3) Achteruit rijden De snelheid is afhankelijk van de verplaatsing van de stuurhendel Een getrokken aanhanger wordt ook via de stuurhendel met de persluchtreminstallatie geremd. Afb Multifunctionele greep De multifunctionele greep maakt de bediening mogelijk van alle belangrijke spuitfuncties en de 4-wielbesturing. De schakelaar (Afb. 47/1) staat standaard in de middelste stand (A) en kan naar boven (B) of beneden (C) worden bewogen. De stand van de schakelaar wordt aangegeven door een LED (Afb. 47/2). LED-indicatie geel LED-indicatie rood LED-indicatie groen Voor het bedienen is de multifunctionele handgreep voorzien van 8 toetsen. Met de schakelaar (Afb. 47/2) kan aan een toets 3 verschillende definities worden toegekend. Afb Pantera BAG

73 Opbouwen functie draagvoertuig Indeling multifunctionele handgreep Helling spiegelen Sectiebreedten links inschakelen Sectiebreedten rechts inschakelen B Spuiten in-/uitschakelen Sectiebreedten links uitschakelen Sectiebreedten rechts uitschakelen Strooihoeveelheid verminderen Strooihoeveelheid vermeerderen Trillingsdemping ver-/ontgrendelen Spuitbomen links uitklappen. Stangen links inklappen A Profi I Omschakeling 2-wielbesturing/4- wielbesturing Spuitbomen rechts uitklappen. Stangen rechts inklappen Achterwielbesturing naar links Achterwielbesturing naar rechts Spuitbomen optillen Spuitvloeistoftank bijvullen Spuitbomen neerlaten C Randsproeikoppen rechts Randsproeikoppen links Profi II Hoek spuitbomen rechts Hoek spuitbomen links Profi I Zijarm links naar boven klappen Zijarm rechts naar boven klappen Zijarm links naar beneden klappen C Zijarm rechts naar beneden klappen Profi II Pantera BAG

74 Opbouwen functie draagvoertuig 5.12 Camerasysteem (optie) De machine kan met twee camera's worden uitgerust. Naar keuze kan de achteruitrijdcamera of de camera voor het rechter voorwiel worden getoond. Bij het achteruitrijden schakelt de achteruitrijdcamera automatisch in. Eigenschappen: Kijkhoek van 135 (1) Achteruitrijdcamera voor veilig achteruit rijden. (2) Camera voor het rechter voorwiel voor correct sturen door het spoor. Verwarming en Lotus-coating Infrarood nachtzichttechniek Automatische tegenlichtfunctie Afb Pantera BAG

75 Opbouwen functie draagvoertuig 5.13 Werkplatform met ladder Werkplatform met naar onderen zwenkbare klimladder voor het bereiken van de cabine en de vulopening. De ladder wordt via het bedieningspaneel in de cabine neergelaten of opgetild. GEVAAR Gevaar voor ongelukken door neergelaten ladder tijdens het rijden. Til de ladder tijdens het rijden in de transportstand. GEVAAR Valgevaar bij het verlaten van de cabine. Laar voor het verlaten van de cabine de ladder naar beneden neer. GEVAAR Ga nooit in de spuitvloeistoftank staan. Gevaar voor lichamelijk letsel door giftige dampen! Principieel verboden is het meerijden op de veldspuit! Valgevaar bij het meerijden! (1) Werkplatform Afb. 49 (2) Reling ter bescherming tegen vallen (3) Draaibare reling ter bescherming tegen vallen De draaibare reling botst met de 40-meter spuitboom. De reling alleen voor het betreden van het platform naar buiten draaien. (4) Vergrendeling draaibare reling (5) Onderhoudsklep (6) Hydraulisch draaibare ladder met schakelaar in bedieningspaneel (7) Navulopening voor handwastank (8) Navulopening voor ruitenwisser voorruit (9) Werkplatform voor toegang tot cabine Pantera BAG

76 Opbouwen functie draagvoertuig De onderhoudsklep (Afb. 50/1) op het werkplatform kan met vierkante sleutel (Afb. 50/2) open worden gemaakt. De vierkante sleutel bevindt zich in de bewaarbox in de cabine. Afb Pantera BAG

77 Opbouwen functie draagvoertuig 5.14 Trekinrichting voor aanhanger De automatische trekinrichting dient voor het trekken van geremde aanhangwagens met een toelaatbaar totaalgewicht van kg en luchtdrukrem; met een toelaatbaar totaalgewicht van 8000 kg en oplooprem; zonder oplegdruk met trekoog 40 DIN (1) Trekinrichting (2) Aansluiting voor verlichting van de aanhanger (3) Aansluiting voor de rem van de aanhanger Voor het ontgrendelen van de trekinrichting moet de draaiknop (Afb. 54/1) worden uitgetrokken en gedraaid totdat deze in de bovenste groef (Afb. 54/2) vergrendeld. Dan de hendel (Afb. 54/3) naar boven draaien tot de bout ontgrendeld. Afb. 51 Afb. 52 De aanhanger kan worden geremd door bedienen van het voetpedaal en door bedienen van de stuurhendel. Pantera BAG

78 Opbouwen functie draagvoertuig WAARSCHUWING Gevaar door bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onbedoeld gaan rijden van de machine als de bedrijfsrem is losgezet! Sluit altijd eerst de koppelmof van de remleiding (geel) en daarna de koppelmof van de voorraadleiding (rood) aan. De bedrijfsrem van de machine wordt direct losgezet zodra u de rode koppelmof aansluit. Koppel altijd eerst de koppelmof van de voorraadleiding (rood) en daarna de koppelmof van de remleiding (geel) los. De bedrijfsrem van de machine remt pas af wanneer de rode koppelmof is losgekoppeld. Houd deze volgorde aan! Anders wordt de bedrijfsrem losgezet en kan de ongeremde machine in beweging komen. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken door onbedoeld starten en wegrollen van de machine en de aanhanger bij het aan- of afkoppelen! Beveilig de machine en aanhanger tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u voor het aan- of afkoppelen in de gevarenzone tussen tractor en machine gaat staan. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken tussen machine en aanhanger bij het aankoppelen! Stuur personen weg uit de gevarenzone tussen machine en aanhanger voordat u naar de aanhanger rijdt. Het aankoppelen van een aanhanger via de automatische trekinrichting kan door één persoon worden uitgevoerd. Een helper voor het geven van aanwijzingen is niet nodig. 78 Pantera BAG

79 Opbouwen functie draagvoertuig Aanhanger aankoppelen Aanhanger afkoppelen 1. Geef de trekinrichting vrij. 2. Stuur personen weg uit de gevarenzone tussen machine en aanhanger voordat u naar de aanhanger rijdt. 3. De machine achteruit naar de aanhanger rijden, zodat de koppelinrichting automatisch koppelt. 4. Beveilig de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. 5. Sluit de voedingsleidingen aan op de aanhanger. 5.1 Bevestig de koppelmof van de remleiding (geel) volgens voorschrift aan de geel gemarkeerde koppeling van de machine. 5.2 Bevestig de koppelmof van de voorraadleiding (rood) volgens voorschrift aan de rood gemarkeerde koppeling van de machine. 5.3 Sluit de stekker van de verlichting van de aanhanger aan op de contactdoos van de machine. 6. Aanhanger in transportstand zetten 1. Zet de aanhanger altijd op een vlakke en stevige ondergrond. 2. Beveilig de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. 3. Aanhanger in de parkeerstand zetten 4. Ontkoppel de voedingsleidingen. 4.1 De koppelingskop van de voorraadleiding (rood) losmaken. 4.2 Maak deze koppelingskop van de remleiding (geel) los. 4.3 Trek de stekker van de verlichting van de aanhanger los. 5. Ontkoppel de verbindingsinrichting 5.15 Sleepinrichting (Optie) De sleepinrichting is bedoeld voor het wegslepen van de vastgelopen machine op het veld. Procedure, zie pagina 163. Monteer voor het afslepen de sleepinrichting voor onder de machine. (1) Sleepinrichting (2) Pennen voor montage van de sleepinrichting met 2 schroeven geborgd. (3) Pennen voor het bevestigen van de sleepstang met 2 schroeven geborgd. Afb. 53 Pantera BAG

80 Opbouw en werking van de veldspuit 6 Opbouw en werking van de veldspuit 6.1 Werkwijze Afb. 54 De spuitpomp (4) zuigt via de zuigarmatuur (B), de zuigleiding (5) en het zuigfilter (6) de spuitvloeistof uit de spuitvloeistoftank (1); spoelwater uit de spoelwatertank (2); Met het spoelwater wordt het spuitsysteem gereinigd. vers water via de externe zuigaansluiting (3). De aangezogen vloeistof wordt via de drukleiding (7) naar de omschakelkraan drukarmatuur (A) geleid en komt zo via het zelfreinigend drukfilter (8) bij de sectiekleppen (9). De sectiekleppen zorgen voor de verdeling naar de spuitleidingen. Via de instelkraan extra roerwerk (H) van het drukfilter kan de roercapaciteit bij het mengen van spuitvloeistof worden verhoogd. naar de injector en de vulmengbak; Voor het aanmaken van de spuitvloeistof de voor een spuitvloeistoftankvulling benodigde hoeveelheid preparaat in de vulmengbak (9) gieten en in de spuitvloeistoftank zuigen. direct in de spuitvloeistoftank (E); bij de reiniging binnenzijde (F) of reiniging buitenzijde (G). De roerwerkpomp (10) voorziet het hoofdroerwerk (11) in de spuitvloeistoftank van vloeistof. De automatische niveauafhankelijke regeling (12) van het hoofdroerwerk zorgt voor een homogene spuitvloeistof in de spuitvloeistoftank. 80 Pantera BAG

81 Opbouw en werking van de veldspuit 6.2 Bedieningspaneel Afb. 55 (A) Hendel drukarmatuur (B) Knop voor bediening van de aanzuigarmatuur ο ο Serie: 1 knop, Comfort- pakket 2 (optie) - knoppen B1, B2, B3 (C) Omschakelkraan injector (D) Omschakelkraan snel legen (E) Omschakelkraan vullen (F) Omschakelkraan reiniging binnenzijde (G) Omschakelkraan reiniging buitenzijde (H) Omschakelkraan extra roerwerk / resthoeveelheid aftappen (I) Aftapkraan spuitvloeistoftank (J) Omschakelkraan vulspoeltank afzuigen / ECO- FILL (K) Omschakelkraan ringleiding / fust spoelen (1) Zuigfilter (2) Drukfilter (3) Vulaansluiting spoelwatertank (4) Vulaansluiting van de spuitvloeistoftank via de zuigslang (5) Uitloop drukfilter (6) Snel legen via pomp (7) Uitloop zuigfilter / spuitvloeistof (8) Werkverlichting (9) Pomp aan/uit (10) Niveau-indicatie (11) Aanwijzing stand van de aanzuigarmatuur (12) Knop spoeltank optillen/neerlaten (13) Vulaansluiting voor persvulling van de spuittank Pantera BAG

82 Opbouw en werking van de veldspuit 6.3 Verklaringen armatuurbediening A - Omschakelkraan drukarmatuur ο Spuiten ο Reiniging ο ο Injectorfunctie Spuittank vullen en aftappen Afb. 56 C - Omschakelkraan injector D Omschakelkraan snel legen E Omschakelkraan vullen F - Omschakelkraan reiniging binnenzijde G - Omschakelkraan reiniging buitenzijde B Knop voor bediening van de aanzuigarmatuur Zuigen uit spoelwatertank Zuigen uit spuittank ο Zuigen via zuigslang De zuigslang kan alleen worden gekozen, wanneer op de bedieningsterminal het vulmenu actief is. Afb. 57 H - Omschakelkraan extra roerwerk Resthoeveelheid in het drukfilter aftappen ο Intensiteit van het extra roerwerk Afb Pantera BAG

83 Opbouw en werking van de veldspuit I - Aftapkraan spuitvloeistoftank Afb. 59 J - Omschakelkraan vulspoeltank afzuigen / ECOFILL 0 Nulstand Vulmengbak afzuigen ECOFILL vulaansluiting voor spuitvloeistoftank Afb. 60 K - Omschakelkraan ringleiding / fust spoelen 0 Nulstand ο Fust spoelen Ringleiding Afb. 61 Alle afsluitkranen zijn geopend bij stand van hendel in stroomrichting; gesloten bij stand van hendel haaks op stroomrichting. Pantera BAG

84 Opbouw en werking van de veldspuit 6.4 Roerwerken De veldspuit heeft een hoofdroerwerk en een hulproerwerk. Beide roerwerken zijn uitgevoerd als hydraulische roerwerk. Het hulproerwerk is tegelijkertijd gecombineerd met de drukfilterspoeling voor het zelfreinigend drukfilter. Een eigen roerwerkpomp voedt het hoofdroerwerk. De voeding van het hulproerwerk wordt geregeld via de werkpomp. De ingeschakelde roerwerken mengen de spuitvloeistof in de spuitvloeistoftank en zorgen voor een homogene spuitvloeistof. De roercapaciteit kan traploos worden ingesteld. Het hoofdroerwerk wordt afhankelijk van het niveau van de spuitvloeistoftank automatisch geregeld. Het extra roerwerk moet op de omschakelkraan (Afb. 62/1) worden ingesteld. Het extra roerwerk is uitgesteld bij de omschakelkraan in positie 0. De grootste roercapaciteit is voorhanden in stand 1 (Afb. 62/2). Beveiliging voor de aftapfunctie van het drukfilter (Afb. 62/3). Afb Niveau-indicatie De digitale niveau-indicatie toont het niveau in de spuitvloeistoftank. (Afb. 63/1). Afb Pantera BAG

85 Opbouw en werking van de veldspuit 6.6 Zuigaansluiting voor het vullen van de spuitvloeistoftank (optie) Afb. 64/... (1) Zuigslang (8 m, 3"). (2) Snelkoppeling. (3) Zuigfilter voor de filtrering van het aangezogen water. (4) Terugslagklep. Voorkomt het wegstromen van de reeds in de spuitvloeistoftank aanwezige vloeistof als bij het vullen de onderdruk plotseling wegvalt. Afb Vulaansluiting voor persvulling van de spuittank (optie) Vulaansluiting met vrije stromingstraject en zwenkuitloop (Afb. 65). Vulaansluiting voor direct vullen zonder terugslag; niet toegestaan voor vulling uit het openbare waterleidingnet. Vulaansluiting met omschakelkraan (Afb. 66). Afb. 65 Afb. 66 Pantera BAG

86 Opbouw en werking van de veldspuit 6.8 Filter water/spuitvloeistof Gebruik alle aanwezige filters van de filteruitrusting. Reinig de filters regelmatig (zie hiervoor hoofdstuk "Reiniging", pagina 188). Een storingvrije werking van de veldspuit wordt alleen door een perfecte filtrering van de spuitvloeistof bereikt. Een perfecte filtrering beïnvloedt in aanzienlijke mate het behandelingssucces van de gewasbeschermingsmaatregel. Neem de toegestane combinaties van de filters resp. de maaswijdtes in acht. De maaswijdtes van het zelfreinigend drukfilter en de spuitdopfilters moeten altijd kleiner zijn dan de spuitdopopening van de gebruikte spuitdoppen. Houd er rekening mee dat het gebruik van de drukfilterelementen met 80 resp. 100 gaatjes/inch bij sommige gewasbeschermingsmiddelen voor het uitfilteren van stoffen kan zorgen. Vraag om informatie bij de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel. Vulzeef De vulzeef voorkomt dat de spuitvloeistof vervuild raakt bij het vullen van de spuitvloeistoftank via de vulopening. Maaswijdte: 1,00 mm Afb. 67 Zuigfilter Het zuigfilter (/1) filtert de spuitvloeistof in de spuitmodus. het water bij het vullen van de spuitvloeistoftank via de zuigslang. Maaswijdte: 0,60 mm Afb Pantera BAG

87 Opbouw en werking van de veldspuit Zelfreinigend drukfilter Het zelfreinigend drukfilter (Afb. 69/1) verhindert het verstoppen van het spuitdopfilter voor de spuitdoppen. heeft een groter aantal gaatjes/inch dan het zuigfilter. Is een extra roerwerk ingeschakeld, dan wordt het binnenvlak van het drukfilterelement permanent uitgespoeld en niet opgeloste spuitvloeistofen vuildeeltjes worden naar de spuitvloeistoftank teruggeleid. Afb. 69 Overzicht drukfilterelementen 50 gaatjes/inch (standaard), blauw vanaf spuitdopgrootte 03 en groot filteroppervlak: 216 mm² maaswijdte: 0,35 mm bestelnr: ZF gaatjes/inch, geel voor spuitdopgrootte 02 filteroppervlak: 216 mm² maaswijdte: 0,20 mm bestelnr.: ZF gaatjes/inch, groen voor spuitdopgrootte 015 en klein filteroppervlak: 216 mm² maaswijdte: 0,15 mm bestelnr: ZF 152 Spuitdopfilters De spuitdopfilters (Afb. 70/1) verhinderen het verstoppen van de spuitdoppen. Afb. 70 Pantera BAG

88 Opbouw en werking van de veldspuit Overzicht spuitdopfilters 24 gaatjes/inch, vanaf spuitdopgrootte 06 en groot filteroppervlak: 5,00 mm² maaswijdte: 0,50 mm 50 gaatjes/inch (standaard), voor spuitdopgrootte 02 tot 05 filteroppervlak: 5,07 mm² maaswijdte: 0,35 mm 100 gaatjes/inch, voor spuitdopgrootte 015 en klein filteroppervlak: 5,07 mm² maaswijdte: 0,15 mm Bodemzeef in de vulmengbak De bodemzeef (Afb. 71/1) in de vulmengbak verhindert het aanzuigen van klompen en vreemde partikels. Afb Pantera BAG

89 Opbouw en werking van de veldspuit 6.9 Spoelwatertank In de spoelwater-tank (Afb. 72/1) wordt helder water meegenomen. Dit water dient voor het verdunnen van de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank als u klaar bent met spuiten. reinigen (spoelen) van de volledige veldspuit op het veld. reinigen van de zuigarmatuur alsook van de spuitleidingen bij een gevulde tank. Doe enkel helder water in de spoelwatertank. Vullen via de vulaansluiting (Afb. 73/1): 1. Vulslang aansluiten. 2. Spoelwatertank vullen via het waterleidingnet. Vulpeilindicatie in de gaten houden (Afb. 74/1). 3. Sluitdop op de vulaansluiting monteren. Afb. 72 Afb. 73 Afb. 74 Pantera BAG

90 Opbouw en werking van de veldspuit 6.10 Inspoeltank met vulaansluiting Ecofill en fust spoelen Afb. 75/... (1) Zwenkbare inspoeltank voor het ingieten, oplossen en inzuigen van gewasbeschermingsmiddelen en ureum. (2) Klapdeksel. (3) Handgreep voor het wegdraaien van de vulmengbak. (4) Parallellogramarm voor het wegdraaien van de inspoeltank van transport- in vulpositie. (5) Omschakelkraan ringleiding / fust spoelen. (6) Vergrendeling voor transportstand. Transportbeveiliging voor het borgen van de vulmengbak in de transportstand tegen onbedoeld omlaag draaien. Voor het wegdraaien van de inspoeltank in vulstand: 1. De handgreep van de inspoeltank vastpakken. 2. De transportbeveiliging ontgrendelen. 3. De inspoeltank naar onderen zwenken. Afb. 75 Afb. 76/... (1) Bodemzeef. (2) Roterende fustspoelsproeier voor het uitspoelen van fusten. (3) Drukplaat. (4) Ringleiding voor het oplossen en aanmaken van gewasbeschermingsmiddel en ureum. Afb. 76 Water lekt uit de fustspoelsproeier als de drukplaat naar onderen gedrukt wordt. Vulaansluiting met omschakelkraan Afb Pantera BAG

91 Opbouw en werking van de veldspuit Spuitpistool voor het uitspoelen van de spoeltank het spuitpistool is bedoeld voor het uitspoelen van de spoeltank tijdens of na het spoelen. Het spuitpistool kan afhankelijk van de ringleiding in de spoeltank met spuitvloeistof of spoelwater worden gebruikt. WAARSCHUWING Gevaar door uitstromen van vloeistoffen onder druk en verontreiniging met spuitvloeistof als het spuitpistool onbedoeld wordt bediend! Beveilig het spuitpistool met de vergrendeling (Afb. 78/1) tegen onbedoeld spuiten vóór elke spuitpauze. voordat het spuitpistool na de reinigingswerkzaamheden in de houder wordt geplaatst. Afb. 78 Spoeltank hydraulisch bediend (optie) Knop spoeltank optillen. Knop spoeltank neerlaten. Til de spoeltank altijd op tot de eindstand, zodat de toegestane transportbreedte niet wordt overschreden. Afb. 79 Pantera BAG

92 Opbouw en werking van de veldspuit Vulaansluiting Ecofill (Optie) Ecofill -aansluiting voor het afzuigen van spuitmiddelen uit Ecofill -tanks. Afb. 80/ (1) Vulaansluiting Ecofill (optie). (2) Spoelaansluiting voor Ecofill -meetklok. (J) Omschakelkraan Ecofill Afb Handwastank Handwastank (20 l) voor schoon water voor het reinigen van de handen en de spuitdoppen. (1) Handwastank achter de afdekking (2) Vulaansluiting (3) Afsluitkraan (4) Uitloop (5) Zeepdispenser WAARSCHUWING Vergiftigingsgevaar door verontreinigd water in de handwastank! Gebruik het water in de handwastank nooit als drinkwater! De materialen van de handwastank zijn niet geschikt voor levensmiddelen. Afb Pantera BAG

93 Opbouw en werking van de veldspuit 6.12 Spuitpompen De veldspuit heeft 2 membraanpompen voor het verwerken van het spuitmiddel. De beide pompen zijn met een koppeling onderling verbonden en worden door een hydromotor aangedreven. De pompen zijn gemonteerd tussen de achterwielen op het onderstel. De spuitpompen worden via de AMADRIVE of via de knop op het bedieningspaneel aan- en uitgeschakeld. Het pomptoerental is op de AMADRIVE instelbaar (bedrijfstoerental 400 tot 540 tpm). Afb. 82 Technische gegevens pompuitrusting Pompuitrusting 2 x AR 280 Opbrengst bij nominaal toerental Benodigd vermogen [l/min] bij 0 bar bij 10 bar 2 x x 245 [kw] 2 x 6,9 Type Pulsatiedemping 6- cilinder zuigermembraan-pomp Drukvat Pantera BAG

94 Opbouw en werking van de veldspuit 6.13 Constructie en werking van de spuitbomen De reglementaire toestand van de spuitbomen alsook de ophanging beïnvloeden de verdeelnauwkeurigheid van de spuitvloeistof aanzienlijk. Een volledige overlapping wordt bereikt bij een juist ingestelde spuithoogte van de spuitbomen op het gewas. De spuitdoppen zijn op een afstand van 50 cm aan de spuitbomen aangebracht. Stel de spuithoogte (afstand tussen spuitdoppen en veld) conform de spuittabel. Richt de spuitbomen altijd parallel aan de bodem, want alleen dan wordt de voorgeschreven spuithoogte bij elke spuitdop bereikt. Voer alle instelwerkzaamheden aan de spuitbomen uit. De bediening van de spuitbomen gebeurt via de bedieningsterminal of de multifunctionele greep. 94 Pantera BAG

95 Opbouw en werking van de veldspuit Profi-klapsysteem Het profi-klapsysteem omvat de volgende functies: Spuitbomen in- en uitklappen, Hydraulische hoogteverstelling, Hydraulische hellingverstelling, Eénzijdig spuitboomklapsysteem, Eénzijdige, onafhankelijke in- en uitklapvoorziening van de spuitboomarm (alleen Profi-klapsysteem II). Zie de handleiding van de software AMABUS /ISOBUS! Buitenarmbeveiliging De buitenarmbeveiligingen beschermen de spuitbomen tegen beschadigingen als de buitenarmen vaste hindernissen raken. De betreffende kunststof klem (Afb. 83/1) maakt het uitwijken van de buitenarm rond de scharnieras (Afb. 83/2) in en tegen rijrichting mogelijk met automatisch terugbrengen naar de werkstand. Afb. 83 Spuithoogte instellen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken en stoten voor personen kan ontstaan als deze bij het optillen of neerlaten via de hoogteverstelling door de spuitbomen worden gegrepen! Stuur personen uit de gevarenzone van de machine voordat de spuitbomen via de hoogteverstelling worden opgelicht of neergelaten. Richt de spuitbomen altijd parallel aan de bodem, want alleen dan wordt de voorgeschreven spuithoogte bij elke spuitdop bereikt. Pantera BAG

96 Opbouw en werking van de veldspuit Uit- en inklappen VOORZICHTIG Het is verboden om de spuitbomen tijdens het rijden in en uit te klappen! GEVAAR Houd bij het uit- en inklappen van de spuitbomen altijd voldoende afstand tot de bovengrondse leidingen! Contact met de bovengrondse leidingen kan dodelijke verwondingen veroorzaken. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken en stoten van het gehele lichaam kan ontstaan wanneer personen door zijwaarts zwenkende delen van de machine worden gegrepen! Dit gevaar kan zeer ernstige verwondingen met de dood tot gevolg veroorzaken. Houd voldoende veilige afstand tot bewegende delen van de machine zolang de motor van de tractor loopt. Let erop dat personen voldoende veilige afstand tot bewegende delen van de machine in acht nemen. Stuur personen uit het zwenkbereik van bewegende delen van de machine voordat onderdelen van de machine worden verzet. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, naar binnen trekken, vastgrijpen of stoten kan ontstaan als derden bij het uit- en inklappen van de spuitbomen in het zwenkbereik ervan aanwezig zijn en door bewegende delen van de spuitbomen worden gegrepen! Stuur personen uit het zwenkbereik van de spuitbomen voordat deze worden uit- of ingeklapt. Laat het bedieningselement voor het uit- en inklappen van de spuitbomen direct los als een persoon het zwenkbereik van de spuitbomen betreedt. In in- en uitgeklapte toestand van de spuitbomen houden de hydraulische cilinders voor het spuitboomklapsysteem de betreffende eindposities (transport- en werkstand). Werken met uitgeklapte spuitboom aan één zijde Toegestaan is het werken met uitgeklapte spuitboom aan één zijde alleen met vergrendelde trillingsdemping. alleen voor het kortstondig passeren van hindernissen (boom, stroommast etc.). 96 Pantera BAG

97 Opbouw en werking van de veldspuit Trillingsdemping ontgrendelen: Geef de trillingsdemping vrij via het functieveld. In het menu Werk verschijnt het geopende slotsymbool. De trillingsdemping wordt ontgrendeld en de uitgeklapte spuitbomen kunnen vrij bewegen ten opzichte van de spuitboomdragers. Afb. 84 Een gelijkmatige dwarsverdeling wordt alleen bij een ontgrendelde trillingsdemping bereikt. Trillingsdemping vergrendelen: VOORZICHTIG Vergrendel de trillingsdemping in principe in de transportstand ο ο Bij rijden op de openbare weg! Bij het uit- en inklappen van de spuitbomen! Vergrendel de trillingsdemping via het functieveld. In het menu Werk verschijnt het gesloten slotsymbool. Wanneer de trillingsdemping is vergrendeld kunnen de spuitbomen niet vrij bewegen ten opzichte van de spuitboomdragers. De trillingsdemping is vergrendeld (Afb. 84/2), wanneer op het display het gesloten slotsymbool verschijnt. Houd voor het vergrendelen van de trillingscompensatie de knop ingedrukt! Pantera BAG

98 Opbouw en werking van de veldspuit Super-L-spuitbomen Afb. 85 (1) Spuitbomen met spuitleidingen (hier samengevouwen pakket) (2) Transportbeveiligingsbeugel De transportbeveiligingsbeugels dienen voor het vergrendelen van de ingeklapte spuitbomen in transportstand tegen onbedoeld uitklappen. (3) Parallellogramframe voor de hoogteverstelling van de spuitboom. (4) Spuitdopbeschermbuis (5) Afstandhouder (6) Buitenarmbeveiliging, zie op pagina 95 (7) Trillingsdemping, zie pagina 97 (8) Klep en omschakelkraan van DCS-systeem (9) Spuitboomarmatuur, zie Afb. 86 (10) Buitenwasinrichting Spuitboomarmatuur (1) Drukaansluiting voor spuitdrukmanometer (2) Doorstromingsmeter voor het bepalen van de dosering [l/ha] (3) Terugstroommeter voor het bepalen van de naar de spuitvloeistoftank teruggevoerde spuitvloeistof (4) Motorkleppen voor het in- en uitschakelen van de secties (5) Bypassklep (6) Drukontlasting (7) Druksensor Afb Pantera BAG

99 Opbouw en werking van de veldspuit 6.14 Boomreductie (optie) Met de boomreductie kunnen afhankelijk van de uitvoering één of twee armen tijdens gebruik ingeklapt blijven. Bovendien moet de boomdemping worden ingeschakeld. Op de boordcomputer moeten de betreffende deelbreedten worden uitgeschakeld. Afb. 87 (1) Boomreductie (2) Boomdemping (A) Afsluitkraan geopend (B) Afsluitkraan gesloten Gebruik met gereduceerde werkbreedte 1. Boombreedte hydraulisch reduceren. 2. Afsluitkranen voor boomreductie sluiten. 3. Afsluitkraan voor boomdemping openen. 4. Op de boordcomputer de betreffende deelbreedten uitschakelen. 5. Toepassing met gereduceerde werkbreedte uitvoeren. Afsluitkraan voor boomdemping sluiten: Bij transportritten! Voor toepassing met volle werkbreedte Pantera BAG

100 Opbouw en werking van de veldspuit 6.15 Boomuitbreiding (optie) De boomuitbreiding vergroot de werkbreedte traploos tot 1,20 meter. Afb. 88 (1) Boomuitbreiding in de transportstand (2) Boomuitbreiding in de werkpositie (3) Afsluitkraan voor buitenste sproeier (A) (B) Afsluitkraan geopend Afsluitkraan gesloten (4) Vleugelbout voor borging van de boomuitbreiding in de transport- of werkstand 6.16 Hellingsverstelling De spuitbomen kunnen evenwijdig met de grond of de te bewerken oppervlakte worden gezet met de hydraulische hellingverstelling bij ongunstige terreinomstandigheden, zoals diepte spuitsporen of met een wiel in de voor. Instelling via bedieningsterminal 100 Pantera BAG

101 Opbouw en werking van de veldspuit 6.17 DistanceControl (optie) Het spuitboomregelsysteem DistanceControl houdt de spuitbomen automatisch parallel op de gewenste afstand van het te bespuiten oppervlak. Twee ultrasone sensoren (Afb. 89/1) meten de afstand tot de bodem of het plantenbestand. Bij een éénzijdige afwijking van de gewenste hoogte stuur de DistanceControl de hellingverstelling voor de hoogteaanpassing aan. Gaat het terrein aan beide zijden omhoog, dan brengt de hoogteverstelling bei spuitbomen omhoog. Bij het uitschakelen van de spuitbomen aan de wendakker worden de spuitbomen automatisch ca. 50 cm opgetild. Bij het inschakelen worden de spuitbomen tot op de gekalibreerde hoogte teruggebracht. Afb. 89 Zie de handleiding van de software AMABUS /ISOBUS!. Instelling van de ultrasone sensoren: Zie Afb. 89 Pantera BAG

102 Opbouw en werking van de veldspuit 6.18 Spuitleidingen en spuitdoppen De spuitbomen kunnen met verschillende spuitleidingen uitgerust worden. De spuitleidingen op hun beurt kunnen met enkelvoudige of meervoudige spuitdoppen uitgerust worden, afhankelijk van de werkomstandigheden. Afb Technische gegevens Houd er rekening mee dat de resthoeveelheid in de spuitleiding nog in onverdunde concentratie uitgespoten wordt. Spuit deze resthoeveelheid absoluut op een onbehandeld oppervlak uit. De resthoeveelheid van de spuitleiding is afhankelijk van de werkbreedte van de spuitbomen. Formule voor berekening van het benodigde traject in [m] voor het uitspuiten van de onverdunde resthoeveelheid in de spuitleiding. Benodigde traject [m] = Resthoeveelheid onverdunbaar [l] x [m2/ha] Dosering [l/ha] x werkbreedte [m] 102 Pantera BAG

103 Opbouw en werking van de veldspuit Spuitleiding Super-L-spuitbomen met enkelvoudige of meervoudige spuitdoppen [m] [l] [kg] Werkbreedte Aantal secties Aantal spuitdoppen per sectie Resthoeveelheid verdunbaar niet verdunbaar totaal Resthoeveelheid bij drukcirculatiesysteem (DCS) verdunbaar niet verdunbaar totaal Gewicht , ,0 11,5 16,5 17,5 1,5 19,0 22, , ,0 12,5 17,5 18,5 2,0 20,5 27, ,5 17,5 23,0 24,0 2,0 26,0 29, ,0 13,0 18,0 19,0 2,0 21,0 28, ,5 17,5 23,0 24,0 2,0 26,0 30, ,5 18,0 23,5 24,0 2,5 26,5 32, , ,5 18,5 24,0 24,0 2,5 27,0 34, / ,5 19,0 24,5 25,0 2,5 27,5 35, ,0 23,0 29,0 29,5 2,5 32,0 37, ,0 16,0 21,0 21,5 3,0 24,5 36, ,5 19,5 25,0 25,5 3,0 28,5 38, , ,0 6-7-(9+1) (9+1) , , ,5 20,5 26,0 26,5 3,0 29,5 41, ,5 28,0 34,5 35,0 3,0 38,0 47, ,5 21,0 26,5 27,0 3,0 30,0 42, , ,0 Pantera BAG

104 Opbouw en werking van de veldspuit Enkelvoudige spuitdoppen Afb. 91/... (1) Spuitdophouder met bajonetaansluiting (standaard). (2) Membraan. Daalt de druk in de spuitleiding onder ca. 0,5 bar, dan drukt het veerelement (3) het membraan op de membraanzitting (4) in de spuitdophouder. Hierdoor wordt het nadruppelen bij het uitschakelen van de spuitdoppen bij een uitgeschakelde spuitboom vermeden. (3) Veerelement. (4) Membraanzitting. (5) Schuif; houdt het complete membraanklep in de spuitdophouder. (6) Spuitdopfilter; standaard 50 gaatjes/inch, is van onderen in de spuitdophouder geplaatst. Zie hiervoor hoofdstuk "Spuitdopfilter". (7) Rubber afdichting. (8) Spuitdop. (9) Bajonetaansluiting. (10) Bajonetkap gekleurd. (11) Veerelementbehuizing. Afb Meervoudige spuitdoppen (optie) Gunstig is het gebruik van de meervoudige spuitdopkoppen (Afb. 92) bij het gebruik van verschillende spuitdoptypen. Gevoed wordt telkens de verticaal staande spuitdop.. Door het linksom verdraaien van de meervoudige spuitdopkop (Afb. 92/1) wordt een andere spuitdop gebruikt. Uitgeschakeld is de meervoudige spuitdopkop in de tussenposities. Hierdoor is het mogelijk om de werkbreedte van de spuitbomen te verkleinen. Spoel de spuitleidingen voor het verdraaien van de meervoudige spuitdopkop op een andere spuitdoptype. Afb Pantera BAG

105 Opbouw en werking van de veldspuit (1) Spuitdophouder. (2) Drievoudige spuitdopkop. (3) Membraan. Daalt de druk in de spuitleiding onder ca. 0,5 bar, dan drukt het veerelement (4) het membraan op de membraanzitting (5) in de 3-weg spuitdophouder. Hierdoor wordt het nadruppelen bij het uitschakelen van de spuitdoppen bij een uitgeschakelde spuitboom vermeden. (4) Veerelement. (5) Membraanzitting. (6) Wartelmoer, houdt het complete membraanklep in de 3-weg spuitdophouder. (7) Spuitdopfilter; standaard 50 gaatjes/inch. (8) Rubber afdichting. (9) Bajonetaansluiting. (10) Bajonetkap (11) O-ring. Afb. 93 Pantera BAG

106 Opbouw en werking van de veldspuit Grensspuitdoppen, elektrisch (optie) Met de schakeling voor de grensspuitdoppen wordt vanuit de tractor de laatste spuitdop uitgeschakeld en een randspuitdop 25 cm verder naar buiten (precies op de perceelgrens) elektrisch ingeschakeld. Afb Schakeling eindspuitdop, elektrisch (optie) Met de schakeling voor de eindspuitdop worden maximaal drie van de buitenste spuitdoppen aan de perceelranden bij de slootkant vanuit de tractor elektrisch uitgeschakeld. Afb Extra-spuitdopschakeling, elektrisch (optie) Met de extra-spuitdopschakeling wordt vanuit de tractor nog een spuitdop aan de buitenkant ingeschakeld en wordt de werkbreedte één meter groter. Afb Pantera BAG

107 6.19 Speciale uitrusting voor vloeibare kunstmest Opbouw en werking van de veldspuit Voor de toediening van vloeibare kunstmest staan er momenteel twee verschillende soorten vloeibare kunstmest ter beschikking: Ammoniumnitraat-ureumoplossing (AHL) met 28 kg N per 100 kg AHL. Een NP-oplossing met 10 kg N en 34 kg P 2 O 5 per 100 kg NP-oplossing. Wordt de toediening van vloeibare meststof met spleetdoppen uitgevoerd, dan moeten de opgegeven waarden uit de spuittabel voor de dosering l/ha bij AHL met 0,88 en bij NP-oplossing met 0,85 worden vermenigvuldigd, omdat de opgegeven doseringen in l/ha alleen voor watergelden. Principieel geldt: Vloeibare meststoffen worden met grove druppels uitgebracht om het verbranden van de planten te vermijden. Te grote druppels rollen van het blad en te kleine druppels versterken het brandglaseffect. Te hoge dosering leidt tot het verbranden van de bladeren wegens de hoge zoutconcentratie van de meststof. In de regel geen hogere afgifte van ongeveer 40 kg N per hectare uitbrengen (zie hiervoor ook "Omrekeningstabel voor het spuiten van vloeibare kunstmest"). Bij het bemesten van AHL met spuitdoppen in elk geval met het EC-stadium 39 afsluiten, omdat verbranding van de aren verstrekkende gevolgen kan hebben gaats-spuitdoppen (optie) Indien de meststof meer in het wortelbereik dan over het blad moet worden uitgebracht, dan biedt de 3-gaats-spuitdop meer voordelen. Het in de spuitdop geïntegreerde wervelplaatje zorgt via de drie openingen voor een bijna drukloze, grove druppelverdeling van de vloeibare meststof. Hierdoor wordt de niet gewenste spuitnevel en de vorming van kleine druppels vermeden. De door de 3-gaats-spuitdop gevormde grove druppels raken de planten met geringe energie en rollen er gemakkelijk vanaf. Hoewel schade door verbranden hierdoor grotendeels vermeden wordt, mogen deze doppen niet voor bijbemesting gebruikt worden. Hier maakt men gebruik van het sleepslangsysteem. Voor alle hierna genoemde 3-gaats-spuitdoppen uitsluitend de zwarte bajonetmoeren gebruiken. Verschillende 3-gaats-spuitdoppen en de toepassingsgebieden ervan (bij 8 km/h) geel 50-80l AHL / ha rood l AHL / ha blauw l AHL / ha wit l AHL / ha Pantera BAG

108 Opbouw en werking van de veldspuit gaats-spuitdoppen / FD-spuitdoppen (optie) Voor het gebruik van de 7-gaats-spuitdoppen / FD-spuitdoppen gelden dezelfde voorwaarden als voor de 3-gaats-spuitdoppen. In tegenstelling tot bij de 3-gaats-spuitdop zijn bij de 7-gaatsspuitdop / FD-spuitdop de uitlaatopeningen niet naar onderen gericht, maar zijwaarts. Hierdoor kunnen heel grote druppels met geringe uitstroomkracht op de planten terechtkomen. Afb gaats-spuitdop Afb. 98: FD-spuitdop De volgende 7-gaats-spuitdoppen zijn leverbaar De volgende spuitdoppen FD zijn leverbaar Afb. 97 Afb. 98 SJ7-02-CE l AHL (bij 8 km/h) SJ7-03-CE l AHL SJ7-04-CE l AHL SJ7-05-CE l AHL SJ7-06-CE l AHL SJ7-08-CE l AHL FD l AHL/ha (bij 8 km/h) FD l AHL/ha FD l AHL/ha FD l AHL/ha FD l AHL/ha* 108 Pantera BAG

109 6.20 Sleepslanguitrusting voor Super-L-spuitbomen (optie) met doseerschijven voor de bijbemesting met vloeibare meststof Afb. 99/... (1) Sleepslangen met 25 cm slangafstand door montage van de 2e spuitleiding. (2) Bajonetaansluiting met doseerschijven. (3) Metalen gewichten; stabiliseren de positie van de slangen tijdens het werken. Opbouw en werking van de veldspuit Afb. 100/... (1) Beschermbeugel voor transportstand. (2) Verhoogde transportstand voor lager plaatsen van de transporthaak (3) Afstandhouder Bij het gebruik van de sleepslangen beide afstandshouders (Afb. 100/3) demonteren! Afb. 99 Afb. 101/... (1) een instelkraan voor elke sectie: a Spuiten via beide spuitleidingen met sleepslangen b Spuiten via standaard spuitleiding c Spuiten alleen via 2e spuitleiding Afb. 100 Voor het normale spuiten de sleepslangen demonteren. Na de demontage van de sleepslangen moeten de spuitdophouders met blinde doppen afgesloten worden! Afb Spuitpistool, met 0,9 m lange spuitlans zonder slang (optie) Gebruik het spuitpistool alleen voor reinigen. Een exacte verdeling van bestrijdingsmiddelen is vanwege het individuele gebruik niet mogelijk. Pantera BAG

110 Opbouw en werking van de veldspuit 6.22 Schuimmarkering (optie) (optie) Met de naderhand leverbare schuimmarkering (Afb. 102/1 en Afb. 102/3) kan exact aansluitend worden gereden bij het spuiten op akkers zonder gemarkeerde rijpaden. De markering gebeurt via schuimvlokken. De schuimvlokken worden op instelbare afstanden van ca meter afgelegd, zodat een duidelijke oriënteringslijn herkenbaar is. De schuimvlokken lossen na een bepaalde tijd op zonder restanten achter te laten. De afstand van de verschillende schuimvlokken t.o.v. elkaar aan de sleufschroef (Afb. 102/2) als volgt instellen: ο ο rechtsom draaien - de afstand wordt groter. linksom draaien - de afstand wordt kleiner. Super-L-spuitbomen Afb. 102/... (1) Reservoir (2) Sleufschroef (3) Afb. 102 Afb. 103 Compressor (Afb. 103/1) Afb. 104/... (1) Lucht- en vloeistofmenger (2) Flexibele kunststof spuitdop Zie de handleiding van de software AMABUS /ISOBUS! Afb Pantera BAG

111 Opbouw en werking van de veldspuit 6.23 Drukcirculatiesysteem (DCS) (optie) Schakel het drukcirculatiesysteem in normale spuitomstandigheden altijd in. Schakel het drukcirculatiesysteem bij het gebruik van sleepslangen altijd uit. Het drukcirculatiesysteem maakt bij een ingeschakeld drukcirculatiesysteem een permanente vloeistofcirculatie in de spuitleiding. Hiervoor is aan elke sectie een spoelaansluitslang (Afb. 105/1) toegewezen. kan naar keuze met spuitvloeistof of spoelmiddel gebruikt worden. reduceert de onverdunde resthoeveelheid tot 2 l voor alle spuitleidingen. De permanente vloeistofcirculatie maakt een gelijkmatig spuitbeeld vanaf het begin mogelijk, omdat onmiddellijk na het inschakelen van de spuitbomen zonder vertraging aan alle spuitdoppen spuitvloeistof voorhanden is. verhindert het dichtslibben van de spuitleiding. Afb. 105 Hoofdbestanddelen van het drukcirculatiesysteem zijn: een spoelaansluitslang (Afb. 105/1) per sectie. de DCS-omschakelkraan (Afb. 106/1). het DCS-drukbegrenzingsklep (Afb. 106/2). Het DCS-drukbegrenzingsklep is af fabriek vast ingesteld en reduceert de druk in het drukcirculatiesysteem tot 1 bar. Staat de DCS-omschakelkraan in stand (Afb. 106/A), dan is het drukcirculatiesysteem ingeschakeld. Staat de DCS-omschakelkraan in stand (Afb. 106/B), dan is het drukcirculatiesysteem uitgeschakeld. Staat de DCS-omschakelkraan in stand (Afb. 106/C), dan kan er vloeistof uit de veldspuit worden afgetapt. Afb. 106 Pantera BAG

112 Opbouw en werking van de veldspuit Overzicht drukcirculatiesysteem (DCS) (1) Drukcirculatiesysteem DCS (2) DCS-omschakelkraan (3) DCS-drukbegrenzingsklep (4) DCS-terugslagklep 6.24 Leidingfilter voor spuitleidingen (optie) Het leidingfilter (Afb. 107/1) wordt per sectie in de spuitleidingen gemonteerd. is een bijkomende maatregelen om vervuiling aan de spuitdoppen te vermijden. Overzicht filterelement Filterelement met 50 gaatjes/inch (blauw) Filterelement met 80 gaatjes/inch (grijs) Filterelement met 100 gaatjes/inch (rood) Afb Pantera BAG

113 Opbouw en werking van de veldspuit 6.25 Inrichting voor buitenreiniging (optie) Afb. 109/ Inrichting voor buitenreiniging van de veldspuit inclusief (1) slanghaspel, (2) 20 m drukslang, (3) spuitpistool Bedrijfsdruk: 10 bar Wateropbrengst: 18 l/min WAARSCHUWING Afb. 108 Gevaar door uitstromen van vloeistoffen onder druk en verontreiniging met spuitvloeistof als het spuitpistool onbedoeld wordt bediend! Beveilig het spuitpistool met de vergrendeling (Afb. 109/1) tegen onbedoeld spuiten vóór elke spuitpauze. voordat het spuitpistool na de reinigingswerkzaamheden in de houder wordt geplaatst. Afb. 109 Pantera BAG

114 Opbouw en werking van de veldspuit 6.26 Hefmodule (optie) Met de hefmodule is optillen van de spuitboom mogelijk met 70 cm extra tot 3,20 m hoogte van de spuitdoppen. De hefmodule wordt bediend met een schakelaar in de cabine. + Spuitboom via hefmodule extra optillen. - Spuitboom via hefmodule extra neerlate. GEVAAR Gevaar voor ongevallen en gevaar voor beschadiging van de machine. Bij rijden op de openbare weg mag de spuitboom niet via de hefmodule worden opgetild. De totale hoogte van de machine met hefmodule kan duidelijk hoger zijn dan 4 m. Gebruik de hefmodule alleen bij uitgeklapte spuitboom. Laat voor het inklappen van de spuitboom de hefmodule weer neer. Anders kan de spuitboom niet in de transportborging worden vastgezet. Verstelling van hefmodule altijd in de eindstand nodig! De hefmodule altijd tot in de eindstand optillen of neerlaten. 114 Pantera BAG

115 Opbouw en werking van de veldspuit 6.27 Afdekking bedieningspaneel (optie) De afdekking houdt het bedieningspaneel schoon. (1) Afdekking bedieningspaneel (2) Sluiting (3) Handgreep (4) Verlichting bedieningspaneel (5) Schakelaar voor verlichting Afb. 110 Pantera BAG

116 Bedieningsterminal AMADRIVE 7 Bedieningsterminal AMADRIVE De AMADRIVE is bedoeld voor het instellen en bewaken van praktisch alle functies van het voertuig en enkele functies van de veldspuit. De bediening vindt plaats via een 10,4" groot touchscreen-terminal. Bedienings- en aanwijselementen Actief geel niet actief grijs Tempomat ECO-modus Besturingstype Wendakkermanagement Spuitpomp Camera Storing Submenu aandrijving Hoofdmenu Submenu onderstel Submenu spuit Submenu licht Brandstofvoorraad Motortemperatuur Tankinhoud vloeistoftank 116 Pantera BAG

117 Bedieningsterminal AMADRIVE 7.1 Softkeys Door het bedienen van de softkeys wordt de betreffende functie ingeschakeld en op het display gemarkeerd. Tempomat in- en uitschakelen. ECO-modus in- en uitschakelen Na het starten van de motor en de omschakeling van weg naar veld is de ECO-modus actief. Weergave van het besturingstype 2-wielbesturing - aanwijzing geel 4-wielbesturing automatisch - aanwijzing geel 4-wielbesturing handmatig (hondegang) - aanwijzing groen Wendakker-management ingeschakeld: In wendakker rijden met 4-wielbesturing. In het spoor rijden met 2-wielbesturing. Met of de multifunctionele greep kan het wendakkermanagement worden overruled. Spuitpomp in- en uitschakelen Camerasystemen met nachtzichttechniek 10:34 (tijd) Menu configuratie en diagnose oproepen Waarschuwing/storing Softkey indrukken voor meer informatie! Pantera BAG

118 Bedieningsterminal AMADRIVE 7.2 Instrumentenpaneel Weergave in modus weg (1) Modus weg gekozen (2) Snelheid met weergavebereik van 0-45 km/h Weergave in modus veld (1) Modus veld gekozen (2) Snelheid met weergavebereik van 0-20 km/h Verklaringen van de weergaven (1) Motortoerental (2) Parkeerrem (3) Tijd en Softkey configuratie en diagnose (4) Tractiecontrole uitgeschakeld (5) Secties ο ingeschakeld (groen) ο uitgeschakeld (niet bij ISOBUS) (6) Positie van de ladder ο Opgetild: tijdens het rijden (grijs), bij stilstand (geel) ο Neergelaten: tijdens het rijden (rood), bij stilstand (grijs) ο Tijdens het optillen (geel), in de eindstand boven (groen) ο Tijdens het neerlaten (geel), in de eindstand onder (groen) 118 Pantera BAG

119 Bedieningsterminal AMADRIVE 7.3 Hoofdmenu Submenu aandrijving met weergave en instelling van de Tempomat. Submenu Sneltoets Submenu onderstel met weergave van de actuele spoorbreedte. Submenu spuiten met weergave en instelling van de pompcapaciteit. Submenu licht met bediening van de werkverlichting In het submenu wordt door bedienen van de betreffende toets submenu het hoofdmenu weer opgeroepen. De sneltoets in het hoofdmenu maakt spontaan schakelen van bepaalde functies mogelijk zonder het betreffende submenu te hoeven openen. Pantera BAG

120 Bedieningsterminal AMADRIVE 7.4 Submenu aandrijving Tempomat-functie in de modus veld Eerst de tempomat activeren. Instelling van de gewenste snelheid via,. De ingestelde gewenste snelheid wordt getoond. Wanneer de chauffeur de multifunctionele greep in de voorste stand beweegt, versnelt de Pantera tot de gewenste snelheid. Tegelijkertijd kan de snelheid aan de situatie worden aangepast de Tempomat blijft actief. De Tempomat kan in de modus weg niet worden ingeschakeld. Keuze van het motortoerental (alleen wanneer ECO-modus is uiten modus veld is ingeschakeld): Keuze van het motortoerental door bedienen door een van de vier voorbezette softkeys. Keuze van het motortoerental via, Het ingestelde gewenste motortoerental wordt getoond. Softkeys met gewenste motortoerental bezetten: 1. Keuze van het motortoerental via, 2. Houd een van de 4 voorgedefinieerde softkeys minimaal 3 seconden ingedrukt. Toerental wordt overgenomen en getoond. 120 Pantera BAG

121 Bedieningsterminal AMADRIVE 7.5 Submenu onderstel Spoorbreedte wijzigen (1) Weergave gewenste spoorbreedte (2) Weergave momentele spoorbreedte 1. bedienen. Machine schakelt naar de modus voor spoorbreedteverandering. Verhoogde stationaire toerental wordt ingesteld. 2., Invoeren van de gewenste spoorbreedte. 3. Stuurhendel naar voren drukken. Machine rijdt met 3 km/h vooruit tot de gewenste spoorbreedte is bereikt en blijft dan automatisch stilstaan. 4. Stuurhendel naar achteren in de neutrale positie zetten. 5. Terug naar het hoofdmenu De spoorbreedte kan afhankelijk van de banden worden ingesteld tussen 1,80 m en 2,40 m. Pantera BAG

122 Bedieningsterminal AMADRIVE Maximale spoorbreedte instellen De maximale spoorbreedte kan tijdens het rijden in de modus veld worden ingesteld om een extreme helling te berijden. 1. tijdens het rijden bedienen. Maximale spoorbreedte wordt ingesteld. 2. nogmaals tijdens het rijden bedienen. Oude spoorbreedte wordt weer ingesteld. Wanneer het voertuig wordt gestopt, omdat de spoorbreedte op maximale positie staat, dan worde de maximale spoorbreedte als gewenste spoorbreedte overgenomen. 122 Pantera BAG

123 Bedieningsterminal AMADRIVE 7.6 Submenu spuit Weergave van de actuele bedrijfsgegevens Strooihoeveelheid Spuitdruk Spuitpomptoerental Opbrengoppervlak Pantera BAG

124 Bedieningsterminal AMADRIVE Instellen van het spuitpomptoerental Keuze van het spuitpomptoerental door bedienen van een van de 5 voorbezette softkeys. Instellen van het spuitpomptoerental via,. Het ingestelde spuitpomptoerental wordt getoond. Pomptoerental instellen tussen 420 tpm en 540 tpm: Snel vullen: 540 tpm Voor standaardtoepassingen (~200 l/ha en ~10 km/h) zonder granulaten en meststoffen: tpm. Bij hoge eisen aan roervermogen en opbrenghoeveelheden: tpm. Softkeys met gewenste spuitpomptoerental bezetten: 1. Keuze van het spuitpomptoerental via, 2. Houd een van de 5 voorbezette softkeys minimaal 3 seconden ingedrukt. Toerental wordt overgenomen en getoond. 124 Pantera BAG

125 Bedieningsterminal AMADRIVE 7.7 Submenu werkverlichting Instelling van de voertuig-, werk- en spuitboomverlichting De schijnwerpers kunnen afzonderlijk worden geschakeld:, Werkverlichting in het cabinedak. Spuitboomverlichting voor. Werkverlichting op inspoelkoepel, bedieningscentrum en brandstoftank. Sproeidopverlichting van achteren. schakelt de werkverlichting als geheel (1, 2, 3). schakelt de werkverlichting uit. De werkverlichting kan alleen bij draaiende motor worden ingeschakeld. De side-view schijnwerpers worden in de modus veld via de bedieningshendel voor de richtingaanwijzing geschakeld. Pantera BAG

126 Bedieningsterminal AMADRIVE 7.8 Configuratie en diagnose 10:34 (tijd) Het menu configuratie bestaat uit de submenu's: ο ο ο ο Onderste gebied in ieder submenu: Bedrijfsuren: 0 h Totale oppervlakte: 0,0 ha Weergave Bedrijfsuren Totale oppervlakte Invoer niet overnemen Invoer bevestigen (1) Instelling tijd: uren minuten (2) Instelling van de helderheid van het display: instelbereik van 1 t/m 5 (3) Stapgrootte bij de snelheidsinstelling van de Tempomat in het menu aandrijving: instelbereik van 0,1 km/h tot 0,5 km/h (4) Stapgrootte bij de instelling van de spoorbreedte in het menu onderstel: Instelbereik van 5 cm tot 10 cm (5) Aanrakingsgevoeligheid van het touchscreen-display. 126 Pantera BAG

127 Bedieningsterminal AMADRIVE Instelbereik 0% tot 100% 1 2 (1) Taalkeuze (2) Invoer van de gemonteerde banden GEVAAR Gevaar voor ongevallen door ontoelaatbaar grote spoorbreedte. Kantelgevaar door te kleine spoorbreedte. De bandenmaat moet correct worden gekozen, zodat de ingestelde spoorbreedte overeenkomt met de werkelijke spoorbreedte. Alleen voor de servicedienst, wachtwoord nodig 1 2 (1) Invoer van het aantal secties (2) Invoer van het aantal gemonteerde camera's Pantera BAG

128 Inbedrijfstelling 8 Inbedrijfstelling Voor het inbedrijfstellen van de machine moet de gebruiker deze handleiding hebben gelezen en begrepen. Machine dienen te voldoen aan de wettelijke verkeersvoorschriften. Zowel de eigenaar als bestuurder zijn ervoor verantwoordelijk dat de machine voldoet aan de nationale verkeersvoorschriften. 8.1 Beveilig de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten bij handelingen aan de machine door onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen. onbedoeld starten en wegrollen van de machine. Beveilig de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u handelingen aan de machine uitvoert. Alle handelingen aan de machine, zoals montagewerkzaamheden, instellen, verhelpen van storingen, reinigen, uitvoeren van service- en onderhoudswerkzaamheden, zijn verboden ο Bij draaiende machine. ο Wanneer de sleutel in de ontsteking zit. ο Wanneer de machine niet met de handrem tegen onbedoeld wegrollen is beveiligd; Vooral bij deze werkzaamheden bestaat er gevaar door contact met onbeveiligde onderdelen. 128 Pantera BAG

129 Rijden op de openbare weg 9 Rijden op de openbare weg Let bij het rijden op de openbare weg op het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor de chauffeur", pagina 25. Controleer voor rijden op de openbare weg ο ο ο of de verlichting werkt, schadevrij en schoon is. het remsysteem en hydraulische systeem op in het oog lopende gebreken. de werking van het remsysteem. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken of stoten door onvoldoende stabiliteit en omkantelen! Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle heeft. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de machine. WAARSCHUWING Het zonder toestemming meerijden op de machine kan ertoe leiden dat de machine omkantelt! Het is verboden om personen mee te laten rijden op de machine en/of op rijdende machines te laten stappen. Stuur personen van het laadterrein voordat u met de machine gaat rijden. WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de machine! Deze gevaren veroorzaken zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop. Houd rekening met de maximale belading van de machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de machine! GEVAAR Gevaar voor ongevallen door te brede machine. Bij het rijden op de openbare weg mag de toegestane totale breedte van de machine niet worden overschreden. Verminder eventueel de spoorbreedte om de toegestane totale breedte van 2550 mm aan te houden. Pantera BAG

130 Rijden op de openbare weg In te stellen spoorbreedte bij rijden op de weg afhankelijk van de banden: Tabel 1 Banden Spoorbreedte voor rijden op de openbare weg (afhankelijk van de toegestane totale breedte van de machine) Totale breedte 2,55 m 300/95 R /90 R /85 R /90 R /80 R /85 R /80 R /85 R /70 R /65 R Pantera BAG

131 Rijden op de openbare weg 9.1 Voorwaarden voor het rijden op de openbare weg GEVAAR Gevaar voor ongevallen, wanneer de volgende maatregelen niet worden uitgevoerd. De modus straat kiezen. 2-wielbesturing ingeschakeld. Geen tempomat-functie Bij driedelige bomen de extra lampen en het extra rode achterlicht op bedrijfsgereedheid controleren. De spuitbomen in de transportstand zetten en mechanisch borgen. De cabineladder moet omhoog zijn geklapt. De spoorbreedte moet zodanig worden ingesteld, dat de breedte van 2550 mm niet wordt overschreden. Bij het vullen van de spuitvloeistoftank moet op het toegestane totaalgewicht, resp. de toegestane wiel- en asbelastingen worden gelet. De inspoeltank moet in de transportpositie zijn gedraaid en mechanisch zijn geborgd. De ladder op de brandstoftank moet in de transportpositie zijn gedraaid en mechanisch zijn geborgd. Wanneer een boomuitbreiding (optie) is gemonteerd, brengt u deze in de transportstand Houdt de werkverlichting bij transportritten uitgeschakeld, om andere verkeersdeelnemers niet te verblinden. Laat de hefmodule neer bij transportritten, zodat de maximale transporthoogte van 4 m wordt aangehouden. Pantera BAG

132 Rijden met de Pantera 10 Rijden met de Pantera 10.1 Starten van de motor 1. Hoofdschakelaar plaatsen en op aan instellen. 2. Controleer de neutrale stand van de rijhendel. 3. Draai de ontstekingsleutel in de startpositie. Wanneer de motor start, laat u de sleutel weer los. Na een langere stilstandtijd heeft de AMADRIVE 90 seconden nodig tot de aanwijzing op het display verschijnt. Er kan echter wel al worden gereden. 4. Laat de motor warmlopen, voordat u wegrijdt, niet moet maximaal toerental wegrijden. De dieselmotor heeft geen voorgloeifunctie Rijden met de machine VOORZICHTIG Het is niet mogelijk, de motor door aanslepen te starten. Daarmee kan de aandrijving beschadigd raken! Gebruik altijd een hulpaccu, wanneer de accu van de machine leeg is. GEVAAR Gevaar voor ongevallen bij rijden op de openbare weg in de modus veld. Kies voor het rijden op de openbare weg de modus weg. GEVAAR GEVAAR Gevaar voor ongevallen door te brede machine. Bij het rijden op de openbare weg mag de toegestane totale breedte van de machine niet worden overschreden, zie pagina Start de motor. Na het starten van de motor: 2. Eventueel de handrem losmaken. 3. Tuimelschakelaar in positie + indrukken en ingedrukt houden. De ladder draait in de transportpositie. Aanwijzing op de AMADRIVE bewaken. 132 Pantera BAG

133 Rijden met de Pantera 4. Tuimelschakelaar naar beneden drukken. Kies de modus weg voor rijden op de openbare weg of de modus veld voor rijden in het veld. 5. Stel de spoorbreedte in. Voor het wegverkeer mogen de wielen niet buiten de buitenmaten van de machine steken. Voor Frankrijk: spoorbreedte maximaal 1900 mm instellen. 6. Start het rijden met de rijbediening 7. Gebruik voor het remmen de rijbediening of indien nodig tegelijkertijd het rempedaal. VOORZICHTIG 10.3 Uitschakelen van de motor Spoorcorrectie uitvoeren! Anders bestaat gevaar voor ongevallen door niet correct ingesteld spoor, zie pagina Laat de motor afhankelijk van de voorgaande belasting enkele minuten stationair draaien. 2. Zet de stuurhendel in de neutrale stand. 3. Bedien de handrem via de schakelaar. 4. Tuimelschakelaar in positie - indrukken en ingedrukt houden. De ladder draait in de parkeerpositie. Aanwijzing op de AMADRIVE bewaken. 5. Draai de sleutel terug in het contactslot en trek deze uit. De motor is uitgeschakeld. 6. Wacht na het uitschakelen van de motor minimaal 18 seconden, schakel daarna de hoofdschakelaar uit. Het afkoelen bij een draaiende motor is belangrijk voor de lagers van de turbocompressor. Zolang de motor draait, wordt de turbocompressor met olie gekoeld. Direct uitschakelen van de motor na het werken kan zeer hoge temperaturen in de turbocompressor tot gevolg hebben. Dat zou de levensduur van de turbocompressors aanmerkelijk bekorten. WAARSCHUWING Gevaar voor lichamelijk letsel door vallen van de cabine. Let erop bij het verlaten van de cabine, dat de ladder volledig is neergelaten. De neergelaten ladder is vanuit de cabine niet zichtbaar. Pantera BAG

134 Toepassing van de veldspuit 11 Toepassing van de veldspuit Houd u bij het werken met de machine aan de aanwijzingen van hoofdstukken "Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine", vanaf pagina 16 en "Veiligheidsvoorschriften voor de bediener", vanaf pagina 24 Het opvolgen van deze aanwijzingen is voor uw eigen veiligheid. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, naar binnen trekken en vastgrijpen bij gebruik van de machine zonder daartoe bestemde veiligheidsvoorzieningen. Stel de machine alleen in bedrijf als alle veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht Gebruik van de machine met comfortpakket Het comfort-pakket bestaat uit een afstandsbediening van het vloeistofcircuit. Hiermee kan de zuigzijde geschakeld worden via de bedieningsterminal, de knop B op het bedieningspaneel. Functies van het comfortpakket: Voor het spuiten: Vul de spuitvloeistoftank via de zuigkoppeling met automatische vulstop. Tijdens het spuiten: Automatische niveauafhankelijke regeling van het hoofdroerwerk. Na het spuiten: Op afstand bedienbaar verdunnen van de resthoeveelheden. Op afstand bedienbare reiniging van de machine bij gevulde of lege machine. Reiniging van het aanzuigfilter bij gevulde machine. Zie voor het gebruik van het comfortpakket de handleiding software AMABUS / ISOBUS, hoofdstuk comfortpakket. 134 Pantera BAG

135 Toepassing van de veldspuit 11.2 Spuiten voorbereiden Voor het nauwkeurig toedienen van gewasbeschermingsmiddelen moet de veldspuit in goede staat zijn. Laat de veldspuit regelmatig op de testbank testen. Verhelp eventuele storingen meteen. Let op de juiste filteruitrusting, zie pagina 86 Reinig de veldspuit altijd voor u een ander gewasbeschermingsmiddel gebruikt. Spoel de spuitdopleiding ο bij elke spuitdopwissel. ο voor het verdraaien van de drievoudige spuitdopkop op een andere spuitdop. Zie hiervoor hoofdstuk "Reiniging", pagina 169 Vul de spoelwatertank en de verswatertank. Pantera BAG

136 Toepassing van de veldspuit 11.3 Spuitvloeistof aanmaken WAARSCHUWING Gevaar door onbedoeld contact met gewasbeschermingsmiddelen en / of spuitvloeistof! Spoel gewasbeschermingsmiddelen altijd via de vulmengbak in de spuitvloeistoftank in. Zet de vulmengbak in de vulstand voordat gewasbeschermingsmiddel in de vulmengbak wordt gegoten. Neem de voorschriften met betrekking tot lichaams- en ademhalingsbescherming in de gebruiksaanwijzing van het gewasbeschermingsmiddel in acht bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en bij het aanmaken van de spuitvloeistof. Plaats de spuitvloeistof niet in de buurt van waterbronnen of oppervlaktewater. Vermijd lekkages en verontreiniging met gewasbeschermingsmiddelen en / of spuitvloeistof door een correcte handelwijze en een adequate lichaamsbescherming. Laat de aangemaakte spuitvloeistof, niet-verbruikte gewasbeschermingsmiddelen alsmede ongereinigde vaten voor gewasbeschermingsmiddelen en de ongereinigde veldspuit niet onbeheerd achter opdat gevaar voor derden wordt vermeden. Bescherm verontreinigde vaten voor gewasbeschermingsmiddelen en de verontreinigde veldspuit tegen neerslag. Let op voldoende reinheid bij en na beëindiging van de werkzaamheden voor het aanmaken van de spuitvloeistof zodat de risico's tot een minimum worden beperkt (bv. was gebruikte veiligheidshandschoenen vóór het uittrekken en verwijder het waswater alsmede de reinigingsvloeistof op de voorgeschreven wijze). De voorgeschreven water- en preparaatdoseringen vindt u in de gebruiksaanwijzing van het gewasbeschermingsmiddel. Lees de gebruiksaanwijzing van het preparaat en neem de daarin beschreven voorzorgsmaatregelen in acht! 136 Pantera BAG

137 Toepassing van de veldspuit WAARSCHUWING Gevaar voor personen / dieren door onbedoeld contact met spuitvloeistof bij het vullen van de spuitvloeistoftank! Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting wanneer u gewasbeschermingsmiddelen verwerkt / spuitvloeistof uit de spuitvloeistoftank aftapt. De benodigde persoonlijke beschermingsuitrusting is afhankelijk van de voorschriften van de fabrikant, de productinformatie, de gebruiksaanwijzing, het veiligheidsgegevensblad of de gebruiksaanwijzing van het te gebruiken gewasbeschermingsmiddel. Laat de veldspuit bij het vullen nooit onbeheerd achter. ο Vul de spuitvloeistoftank nooit boven het nominale volume. ο Overschrijd bij het vullen van de spuitvloeistoftank nooit de toegestane belasting van de veldspuit. Houd rekening met het soortelijke gewicht van de te gebruiken vloeistof. ο Houd bij het vullen de vulpeilindicatie constant in de gaten om te voorkomen dat de spuitvloeistoftank overvol raakt.. ο Let er bij het vullen van de spuitvloeistoftank op een verharde ondergrond op dat geen spuitvloeistof in het riool terecht kan komen. Controleer de veldspuit telkens voor het vullen op schade, bv. op lekkende tanks en slangen en op correcte positie van alle bedieningselementen. Neem bij het vullen de toegestane nuttige belasting van uw veldspuit in acht! Neem bij het vullen van uw veldspuit absoluut de verschillende specifieke gewichten [kg/l] van de verschillende vloeistoffen in acht. Specifieke gewichten van verschillende vloeistoffen Vloeistof Water Ureum AHL NP-oplossing Dichtheid [kg/l] 1 1,11 1,28 1,38 Bereken zorgvuldig de benodigde hoeveelheid spuitvloeistof of de navulhoeveelheid om de restvloeistof na het spuiten te beperken, omdat een milieuvriendelijke verwerking van de restvloeistof erg moeilijk is. ο Gebruik voor de berekening van de benodigde navulhoeveelheid voor de laatst spuitvloeistoftankvulling de "Vultabel voor resterende oppervlakken" Trek hierbij de technische, onverdunde resthoeveelheid uit de spuitbomen van de berekende navulhoeveelheid af! Zie hiervoor hoofdstuk "Vultabel voor resterende oppervlakken". Pantera BAG

138 Toepassing van de veldspuit Werkwijze 1..Bepaal de vereiste water- en preparaatdosering aan de hand van de gebruiksaanwijzing van het gewasbeschermingsmiddel. 2..Bereken de vul- en navulhoeveelheden voor het te behandelen oppervlak. 3. Vul de machine en spoel het preparaat in. 4. Roer de spuitvloeistof voor het spuiten conform de aanwijzingen van de fabrikant van de spuitvloeistof. Vul de machine bij voorkeur met de zuigslang en spoel tijdens het vullen het preparaat in. Zo wordt de doseringszone permanent met water gespoeld. Begin tijdens het vullen met het doseren van het preparaat wanneer 20% van het tankniveau is bereikt. Bij gebruik van meerdere preparaten: ο ο Reinig de containers telkens direct na het doseren van een preparaat. Spoel de doseersluis telkens na het doseren van een preparaat. Bij het vullen mag geen schuim uit de spuitvloeistoftank ontsnappen. De toevoeging van een antischuim-preparaat voorkomt eveneens dat de spuitvloeistoftank schuimend overloopt. De roerwerken blijven normaal gezien vanaf het vullen tot u klaar bent met spuiten ingeschakeld. Doorslaggevend zijn hierbij de aanwijzingen van de fabrikant van het preparaat. Doe wateroplosbare foliezakjes bij een lopend roerwerk direct in de spuitvloeistoftank. Los het ureum voor het spuiten door rondpompen van vloeistof volledig op. Bij het oplossen van grotere hoeveelheden ureum komt het tot een sterke temperatuurdaling van de spuitvloeistof, hierdoor lost het ureum slechts langzaam op. Hoe warmer het water is, hoe sneller en beter het ureum oplost. 138 Pantera BAG

139 Toepassing van de veldspuit Lege preparaatvaten zorgvuldig spoelen, onbruikbaar maken, verzamelen en reglementair afvoeren. Niet voor andere doeleinden opnieuw gebruiken. Staat voor het spoelen van de preparaatvaten alleen spuitvloeistof ter beschikking, dan hiermee eerst een voorreiniging uitvoeren. Een zorgvuldige spoeling uitvoeren als helder water beschikbaar is, bv. voor het aanmaken van de volgende spuitvloeistoftankvulling of bij het verdunnen van de resthoeveelheid van de laatste spuitvloeistoftankvulling. Geleegd preparaatvat zorgvuldig uitspoelen (bv. met vatspoeling) en het spoelwater aan het spuitmiddel toevoegen! Pantera BAG

140 Toepassing van de veldspuit Vul- en navulhoeveelheden berekenen Gebruik voor de berekening van de benodigde navulhoeveelheid voor de laatst spuitvloeistoftankvulling de "Vultabel voor resterende oppervlakken", pagina 141. Voorbeeld 1: Gegeven zijn: Nominaal volume tank Resthoeveelheid in de tank Benodigde hoeveelheid water Benodigde hoeveelheid preparaat per ha Middel A Middel B Vraag: 1000 l 0 l 400 l/ha 1,5 kg 1,0 l Hoeveel liter water, hoeveel kg middel A en hoeveel liter van middel B zijn nodig voor 2,5 ha spuitoppervlakte? Antwoord: Water: 400 l/ha x 2,5 ha = 1000 l Middel A: 1,5 kg/ha x 2,5 ha = 3,75 kg Middel B: 1,0 l/ha x 2,5 ha = 2,5 l Voorbeeld 2: Gegeven zijn: Nominaal volume tank 1000 l Resthoeveelheid in de tank 200 l Benodigde hoeveelheid water 500 l/ha Aanbevolen concentratie 0,15 % Vraag 1: Hoeveel liter resp. kg preparaat is nodig voor een tankvulling? Vraag 2: Hoeveel ha kan met een tankvulling gespoten worden als de resthoeveelheid 20 liter bedraagt? Berekeningsformule en antwoord op vraag 1: Benodigde hoeveelh. water [l] x concentratie [%] 100 = Hoeveelheid preparaat [l of kg] ( ) [l] x 0,15 [%] 100 = 1,2 [l of kg] 140 Pantera BAG

141 Toepassing van de veldspuit Berekeningsformule en antwoord op vraag 2: Beschikbare spuitvloeistof [l] resthoeveelheid [l] Benodigde hoeveelheid water [l/ha] = te behandelen oppervlak [ha] 1000 [l] (nominaal volume tank) 20 [l] (resthoeveelheid) 500 [l/ha] benodigde hoeveelheid water = 1,96 [ha] Vultabel voor restoppervlakken De aangegeven navulhoeveelheden gelden voor een dosering van 100 l/ha. Voor andere hoeveelheden wordt de navulhoeveelheid met een meervoud vergroot. Werkbreedte [m] Gebruik voor de berekening van de benodigde navulhoeveelheid voor de laatst spuitvloeistoftankvulling de "Vultabel voor resterende oppervlakken". Traject [m] Navulhoeveelheden [l] Afb. 111 Voorbeeld: Resterend traject: 100 m Dosering: 100 l/ha Werkbreedte: 21 m Aantal secties: 5 Resthoeveelheid spuitleiding: 5,2 l 1. Bereken de navulhoeveelheid aan de hand van de vultabel. Voor het voorbeeld bedraagt de navulhoeveelheid 21 l. 2. Trek van de berekende navulhoeveelheid de resthoeveelheid van de spuitleiding af. Vereiste navulhoeveelheid: 21 l 5,2 l = 9,8 l Pantera BAG

142 Toepassing van de veldspuit Spuitvloeistoftank vullen via zuigaansluiting en tegelijkertijd doseren van het preparaat Vul bij voorkeur vanuit een geschikte container en niet vanuit openbare wateraftappunten. Neem de desbetreffende voorschriften bij het vullen van de spuitvloeistoftank via de zuigslang vanuit open waterreservoirs in acht. 1. Koppel de zuigslang aan de vulaansluiting en het wateraftappunt. 2. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 3. Omschakelkraan drukarmatuur A in stand. 4. Open omschakelkraan E. 5. Knop L bedienen, pomp starten. De tank wordt automatisch tot aan de meldgrens gevuld. Na het vullen wordt de zuigzijde automatisch weer op spuiten gezet. Door de toets B nogmaals in te drukken wordt het vullen voortijdig beëindigd Afb. 112 Meldgrens niveau moet correct zijn ingevoerd! Gevulde tank wordt door een signaaltoon aangegeven. 6. Begin met het doseren van het preparaat, wanneer de tank 20% is gevuld Afb Pantera BAG

143 Toepassing van de veldspuit Preparaat doseren: (preparaat via Ecofill doseren, zie pagina 145.) 7. Open het vulmengbakdeksel. 8. Omschakelkraan J sluiten 9. Omschakelkraan drukarmatuur A in positie. 10. Omschakelkraan K in stand. 11. Omschakelkraan J in stand de zuigcapaciteit kan worden geregeld tussen 0 en maximaal geopend 12. De voor de tankvulling berekende en afgemeten preparaatdosering in de vulmengbak doen (max. 60 l). 13. Omschakelkraan C openen en de inhoud volledig uit de inspoeltank afzuigen. 14. Omschakelkraan C weer sluiten. 15. Omschakelkraan K in stand Omschakelkraan J in stand 0 Voor een verhoogde bescherming van de gebruiker, bijvoorbeeld bij poedervormige preparaten, eerst het preparaat in de vulmengbak vullen (maximaal 50 l), deksel sluiten en pas dan het preparaat oplossen en afzuigen. Afb. 114 Pantera BAG

144 Toepassing van de veldspuit Vaten spoelen: 17. Het vat over de vatspoeling stulpen. 18. Omschakelkraan K in stand. 19. Vat minstens 30 sec. naar onderen drukken en spoelen. Vat wordt met water gespoeld. 20. Omschakelkraan K in stand 0 en vat verwijderen. 21. Omschakelkraan J in stand Omschakelkraan C sluiten. 23. Omschakelkraan A in stand. Wanneer de tank het gewenste niveau heeft bereikt: Wanneer het in het vulmenu ingevoerde niveau is bereikt, dan wordt het vullen automatisch beëindigd. 24. Bedieningsterminal: Waarde voor het actuele niveau overnemen. Na het vullen wordt de zuigzijde automatisch weer op spuiten gezet. 25. Zuigslang van vulaansluiting loskoppelen. De zuigslang is nog met water gevuld Afb. 115 Vullen vanuit open wateraftappunten Houd de voorschriften aan bij het vullen van de spuitvloeistoftank via de aanzuigslang uit open water. 144 Pantera BAG

145 Toepassing van de veldspuit Doseren met Ecofill 1. Ecofill verpakking op Ecofill aansluiting aansluiten. 2. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 3. Omschakelkraan drukarmatuur A in stand 4. Open omschakelkraan C. 5. Omschakelkraan K in stand Omschakelkraan J in stand Ecofill. 7. Knop L bedienen, pomp starten. 8. Omschakelkraan J in stand 0, als de gewenste hoeveelheid uit de Ecofill-bak is afgezogen. Ecofill-meetklok uitspoelen: 1. Slang van de ECOFILL-bak ontkoppelen en op de spoelvoet aansluiten. 2. Omschakelkraan J in stand Ecofill. De meetklok wordt gespoeld. 3. Omschakelkraan J, en C weer op 0 zetten en koppel de meetklok af. Afb. 116 Pantera BAG

146 Toepassing van de veldspuit Spuitvloeistoftank vullen via vulaansluiting en tegelijkertijd doseren van het preparaat Roep in de bedieningsterminal de vulindicatie uit het menu Werk op om de navulhoeveelheid in te voeren en de automatische vulstop te gebruiken. 1. De persleiding up de vulaansluiting van het bedieningspaneel aansluiten. 2. Afsluitkraan op vulaansluiting openen. 3. Begin met het doseren van het preparaat, wanneer de tank 20% is gevuld. Preparaten doseren (preparaat via Ecofill doseren, zie pagina 145) 4. Vulmengbakdeksel openen. 5. Omschakelkraan J in stand Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 7. Omschakelkraan drukarmatuur A in stand. 8. Omschakelkraan K in stand. 9. Omschakelkraan J in stand de zuigcapaciteit kan worden geregeld tussen 0 en maximaal geopend 10. De voor de tankvulling berekende en afgemeten preparaat- of ureumdosering in de vulmengbak doen (max. 60 l). 11. Open omschakelkraan C en zuig de inhoud volledig af uit de vulmengbak Afb Pantera BAG

147 Toepassing van de veldspuit Vaten spoelen: Voor een verhoogde bescherming van de gebruiker, bijvoorbeeld bij poedervormige preparaten, eerst het preparaat in de vulmengbak vullen, deksel sluiten en pas dan het preparaat oplossen en afzuigen. 12. Het vat over de vatspoeling stulpen.. Omschakelkraan K in stand. 13. Vat minstens 30 sec. naar onderen drukken en spoelen. Vat wordt met water gespoeld. Voor het spoelen van meerdere vaten, deze direct na het legen met spuitvloeistof spoelen. Daarna alle vaten achter elkaar met spoelwater spoelen. 14. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 15. Omschakelkraan C sluiten. 16. Vat minstens 30 sec. naar onderen drukken. Vat wordt met spoelwater gespoeld. Wanneer eerder met spuitvloeistof is gewerkt, duurt het enige tijd voordat het spoelwater bij de sproeidop is. 17. Omschakelkraan K in stand 0 en vat verwijderen. 18. Omschakelkraan C openen. Omschakelkraan C vanwege het verhoogde spoelwaterverbruik slechts zo lang als nodig open houden. Afb Omschakelkraan J in stand ition. De inhoud van de vulmengbak wordt afgezogen. 20. Omschakelkraan K in positie. Doseervat wordt gereinigd. Pantera BAG

148 Toepassing van de veldspuit 21. Omschakelkraan K en J in stand Omschakelkraan C weer sluiten 23. Omschakelkraan A in stand. Sluit om overvullen te voorkomen ten laatste bij bereiken van 80% van het niveau de afsluitkraan op de vulaansluiting. Zo kunt u in alle rust de vaten spoelen. Vullen van de spuitvloeistoftank beëindigen: 24. Afsluitkraan op vulaansluiting sluiten. 25. Persleiding afkoppelen. 148 Pantera BAG

149 Toepassing van de veldspuit 11.4 Spuiten Bijzondere aanwijzingen voor het spuiten Controleer de veldspuit door de afgifte te meten ο voor de begin van het seizoen ο bij afwijkingen tussen de werkelijk weergegeven spuitdruk en de volgens de spuittabel vereiste spuitdruk. Bepaal voor het spuiten de vereiste dosering exact aan de hand van de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel. Voer de vereiste dosering (gewenste hoeveelheid) voor het spuiten in de bedieningsterminal in. Neem de vereiste dosering [l/ha] bij het spuiten exact in acht, ο zodat u een optimaal behandelingssucces bereikt. ο om onnodige milieubelastingen te vermijden. Kies het vereiste spuitdoptype voor het spuiten uit de spuittabel rekening houdende ο ο ο met de gewenste rijsnelheid de vereiste dosering en het vereiste druppelspectrum (fijn, middel of grof) voor het uitvoeren van de bespuiting met het in te zetten gewasbeschermingsmiddel. Zie hiervoor hoofdstuk "Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftdoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen", op pagina 232. Kies het vereiste spuitdopformaat voor het spuiten uit de spuittabel rekening houdende ο ο ο met de gewenste rijsnelheid de vereiste dosering en de gewenste spuitdruk. Zie hiervoor hoofdstuk "Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftdoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen", op pagina 232. Kies een lage rijsnelheid en een lage spuitdruk om drift te voorkomen! Zie hiervoor hoofdstuk "Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftdoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen", op pagina 232. Neem bijkomende maatregelen voor het verminderen van de drift bij windsnelheden van 3 m/s (zie hiervoor hoofdstuk "Maatregelen ter vermindering van drift", pagina 152)! Pantera BAG

150 Toepassing van de veldspuit Bij gemiddelde windsnelheden van meer dan 5 m/sec. (bladeren en takjes bewegen) niet meer spuiten. Schakel de spuitbomen alleen tijdens het rijden in en uit om overdoseringen te vermijden. Vermijd overdoseringen door overlappingen bij niet exact aansluitend rijden van het ene spuitspoor naar het andere en/of bij het keren op de wendakker met ingeschakelde spuitbomen! Zorg er bij het verhogen van de rijsnelheid voor dat het maximaal toegestane pompaandrijftoerental van 550 1/min niet overschreden wordt! Controleer bij het spuiten permanent het werkelijke spuitvloeistofverbruik in verhouding tot het te behandelen oppervlak. Kalibreer de doorstromingsmeter bij afwijkingen tussen de werkelijke en de weergegeven dosering. Kalibreer de trajectsensor (impulsen per 100 m) bij afwijkingen tussen het werkelijke en het aangegeven traject, zie bedieningshandleiding bedieningsterminal. Reinig absoluut het zuigfilter, de pomp, de armatuur en de spuitleidingen bij onderbreking van het spuiten door slechte weersomstandigheden. Zie hiervoor pagina 162. Spuitdruk en spuitdopgrootte beïnvloeden de druppelgrootte en het uitgespoten vloeistofvolume. Hoe hoger de spuitdruk, hoe kleiner de druppeldiameter van de uitgespoten spuitvloeistof. De kleinere druppeltjes zijn aan een versterkte, ongewenste drift onderhevig! Het roerwerk blijft normaal gezien vanaf het vullen tot u klaar bent met spuiten ingeschakeld. Doorslaggevend zijn hierbij de aanwijzingen van de fabrikant van het preparaat. De spuitvloeistoftank is leeg, wanneer de spuitdruk plotseling duidelijk afneemt. Zuig- of drukfilter zijn verstopt als de spuitdruk bij onveranderde omstandigheden afneemt. 150 Pantera BAG

151 Toepassing van de veldspuit Spuitvloeistof spuiten Voorbeeld: Benodigde dosering: Ingestelde rijsnelheid: Spuitdoptype: Spuitdopgrootte: Toegestaan drukbereik van de ingebouwde spuitdoppen Nagestreefde spuitdruk: Toegestane spuitdruk: 3,7 bar ±25% 200 l/ha 8 km/h LU/XR '05' min. druk 1 bar max. druk 5 bar 3,7 bar min. 2,8 bar en max. 4,6 bar 1. Spuitvloeistof volgens de voorschriften conform de aanwijzingen van de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel aanmaken en mengen. 2. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie 3. Omschakelkraan drukarmatuur A in positie. 4. Extra roerwerk H instellen. De roercapaciteit kan traploos worden ingesteld. Voor het realiseren van de maximale uitbrenghoeveelheid het extra roerwerk uitschakelen, positie 0. Het hoofdroerwerk wordt automatisch afhankelijk van het niveau geregeld. 5. De bedieningsterminal inschakelen. 6. Klap de spuitbomen uit. 7. De werkhoogte van de spuitboom (afstand tussen doppen en gewas) afhankelijk van gebruikte doppen volgens de spuittabel instellen. 8. Voer de benodigde dosering op de bedieningsterminal in. 9 Pomp via AMADRIVE inschakelen en met het pompbedrijfstoerental aansturen. 10. Bij het starten spuiten via de bedieningsterminal inschakelen. Afb. 119 Pantera BAG

152 Toepassing van de veldspuit Naar het veld rijden met ingeschakeld roerwerk 1. Bedieningsterminal uitschakelen. Het roerwerk werkt met een niveau-afhankelijke intensiteit Maatregelen ter vermindering van drift Het spuiten naar 's morgens vroeg of 's avonds laat verleggen (over het algemeen waait het dan minder). Grotere doppen en hogere waterdoseringen gebruiken. Spuitdruk verlagen. Boomwerkhoogte exact in acht nemen, omdat met toenemende afstand tot de grond het driftgevaar sterk stijgt. Rijsnelheid verlagen (tot minder dan 8 km/h). Gebruik van zogenaamde antidrift (AD)-doppen of injectie (ID)-doppen (doppen met groter aandeel grove druppels). Rekening houden met de spuitafstand van het betreffende middel Verdunnen van de spuitvloeistof met spoelwater 1. Bedieningsterminal: Verdunnen starten. Er wordt spoelwater via het hulproerwerk aan de tank toegevoerd. 2. Vulpeil in de tank bewaken. 3. Bedieningsterminal: Beëindig het verdunnen. Bij machines met DUS wordt de sproeileiding gespoeld. Bij het opnieuw starten van het sproeien duurt het twee tot vijf minuten voordat de geconcentreerde sproeioplossing kan worden verspreid. Afb Pantera BAG

153 Toepassing van de veldspuit 11.5 Resthoeveelheden Er zijn drie soorten resthoeveelheden: In de spuitvloeistoftank resterende, overtollige resthoeveelheid als u klaar bent met spuiten. De overtollige resthoeveelheid wordt verdund verwerkt of afgepompt en afgevoerd. Technische resthoeveelheid die bij een drukdaling van 25% nog in de spuitvloeistoftank, de zuigarmatuur en de spuitleiding blijft. De zuigarmatuur bestaat uit de bouwgroepen zuigfilter, pompen en drukregelaar. Houdt de waarden voor de technische resthoeveelheden aan op pagina 102. De technische resthoeveelheid wordt verdund tijdens de reiniging van de veldspuit op het veld gebracht. Uiteindelijke resthoeveelheid, die na de reiniging bij luchtafvoer uit de sproeidoppen nog in de spuitvloeistoftank, de zuigarmatuur en de spuitleiding achterblijft. De uiteindelijke verdunde resthoeveelheid wordt na de reiniging afgetapt. Verwijderen van resthoeveelheden Houd er rekening mee dat de resthoeveelheid in de spuitleiding nog in onverdunde concentratie uitgespoten wordt. Spuit deze resthoeveelheid absoluut op een onbehandeld oppervlak uit. In het hoofdstuk "Technische gegevens - spuitleidingen", pagina 102 vindt u het nodige traject voor het uitspuiten van deze onverdunde resthoeveelheid. De resthoeveelheid van de spuitleiding is afhankelijk van de werkbreedte van de spuitbomen. Schakel het roerwerk uit voor het leegspuiten van de spuitvloeistoftank, wanneer de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank nog slechts 5 % van het nominale volume is. Bij ingeschakeld roerwerk wordt de technische resthoeveelheid hoger in vergelijking met de opgegeven waarden. Maatregelen ter bescherming van de gebruiker gelden bij het legen van resthoeveelheden. Neem de aanwijzingen van de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel in acht en draag passende veiligheidskleding. Pantera BAG

154 Toepassing van de veldspuit Verdunnen van de overtollige resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank en uitspuiten van de verdunde resthoeveelheid na het spuiten. 1. Bedieningsterminal: spuiten uitschakelen. 2. Start de pomp met pompbedrijfstoerental. 3. Bedieningsterminal: Verdunnen starten. Overtollige resthoeveelheid met een 10-voudige hoeveelheid spoelwater verdunnen. 4. Vulpeil in de tank bewaken. 5. Bedieningsterminal: Beëindig het verdunnen. 6. Spuiten inschakelen via de bedieningsterminal. Spuit de overtollige resthoeveelheid over het al behandelde oppervlak. Net zolang verdunde resthoeveelheid uitbrengen tot er lucht uit de spuitdop komt. 7. Schakel het spuiten uit op de bedieningsterminal. 8. Reinigen van de veldspuit. Afb. 121 Let bij het uitbrengen van resthoeveelheden op al behandelde oppervlakken op de maximaal toegestane dosering van de preparaten. 154 Pantera BAG

155 Leegmaken van de spuitvloeistoftank via de pomp (optie) 1. Aftapslang met 2-inch-Cam-Lock-koppeling op de aftapaansluiting aan machinezijde aansluiten. 2. Omschakelkraan drukarmatuur A in positie Toepassing van de veldspuit. 2.1 Open omschakelkraan D (optie) 3. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 4. Omschakelkraan extra roerwerk H in middenstand zetten. 5. Knop L bedienen, pomp starten. Afb. 122 Pantera BAG

156 Toepassing van de veldspuit 11.6 Reinigen van de veldspuit bij lege of gevulde spuitvloeistoftank Houd de inwerkingsduur zo kort mogelijk, bv. door het dagelijks reinigen na het spuiten. Laat de spuitvloeistof niet onnodig lang in de spuitvloeistoftank, bijvoorbeeld niet gedurende de nacht. Levensduur en betrouwbaarheid van de veldspuit hangen in hoofdzaak van de inwerkingsduur van het gewasbeschermingsmiddel op de materialen van de veldspuit af. Reinig de veldspuit altijd voor u een ander gewasbeschermingsmiddel gebruikt. Voer de reiniging uit op het veld, waar u de laatste behandeling heeft uitgevoerd. Voer de reiniging uit met water uit de spoelwatertank. U kunt de reiniging op het erf uitvoeren, wanneer u een opvanginrichting (bv. een biobed) heeft. Houd hierbij de nationale voorschriften aan. Let bij het uitbrengen van resthoeveelheden op al behandelde oppervlakken op de maximaal toegestane hoeveelheid preparaat. 156 Pantera BAG

157 Toepassing van de veldspuit Reinigen van de spuit bij een geleegde tank Spuitvloeistoftank iedere dag reinigen! De spoelwatertank moet volledig zijn gevuld. De reiniging moet als volgt worden uitgevoerd. Reinigen: Voorwaarde vulpeil in de tank < 1% (bij voorkeur tank leeg). 1. Drijf de pomp aan, stel het pomptoerental in op 450 1/min. 2. Bedieningsterminal: Start het reinigen. Hoofd- en hulproerwerk worden gespoeld, reiniging binnenzijde tank ingeschakeld. Bij een vulpeil in de tank van 4% wordt de reiniging automatisch beëindigd. Bij machines met DUS wordt automatisch ook de spuitleiding gereinigd. Fig. 123 Tank leegmaken: 3. Bedieningsterminal: Spuiten inschakelen. 4. Verdunde resthoeveelheid tijdens de rit op het al behandelde oppervlak uitbrengen. Schakel de spuitfunctie tijdens het rijden minstens 10 maal in en uit. Door het in- en uitschakelen worden de ventielen en de retouren gespoeld. Net zolang verdunde resthoeveelheid uitbrengen tot er lucht uit de spuitdop komt. 5. Bedieningsterminal: Schakel de spuitfunctie uit. 6. Herhaal stap 1 t/m 3 een à twee keer. 7. Laatste resthoeveelheid aftappen, zie pagina Zuigfilter en drukfilter reinigen, zie pagina 159, 161. Pantera BAG

158 Toepassing van de veldspuit Aftappen van de laatste resthoeveelheid Op het veld: laatste resthoeveelheid op het veld aflaten. Op het erf: ο ο ο Geschikt opvangvat onder de uitlaatopening van de zuigarmatuur en de aftapslang voor het drukfilter plaatsen en de laatste resthoeveelheid opvangen. Voer de opgevangen resthoeveelheid spuitvloeistof volgens de betreffende, wettelijke voorschriften af. Verzamel de resthoeveelheden spuitvloeistof in geschikte fusten. 1. Pomp uitschakelen. 2. Bedieningsterminal: zuigarmatuur op spuiten / Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 3. Omschakelkraan H in positie. 4. Afsluitkraan I openen. De uiteindelijke resthoeveelheid aftappen.. 5. Afsluitkraan I weer sluiten en omschakelkraan H in stand 0. Afb. 124 Afb Pantera BAG

159 Toepassing van de veldspuit Zuigfilter reinigen bij lege tank Reinig het zuigfilter (Afb. 128) dagelijks na het reinigen van de veldspuit. 1. Deksel van het zuigfilter losmaken (Afb. 128/2). 2. Deksel met zuigfilter (Afb. 128/3) wegnemen en met water reinigen. 3. Zuigfilter in de omgekeerde volgorde opnieuw monteren. 4. Lekdichtheid van het filterhuis controleren. Afb. 126 Pantera BAG

160 Toepassing van de veldspuit Zuigfilter reinigen bij gevulde tank Voor het reinigen van het zuigfilter bij gevulde tank moet het vulmenu worden opgeroepen! 1. Bedieningsterminal: Open het vulmenu. 2. Knop L bedienen, pomp starten. 3. Plaats de sluitkap op de zuigkoppeling. 4. Omschakelkraan drukarmatuur A in stand. 5. Schakel roerwerk H uit (stand 0 6. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie Afb De filterbeker wordt leeggezogen. 7. Maak het deksel van het zuigfilter los (Afb. 128/2). 8. Bedien de ontlastklep van het zuigfilter (Afb. 128/1). 9. Verwijder het deksel met zuigfilter (Afb. 128/3) en reinig het met water 10. Controleer de O-ringen op beschadigingen. 11. Zuigfilter in de omgekeerde volgorde opnieuw monteren. 12. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 13. Omschakelkraan A in positie. Smeer de O-ring onder aan het zuigfilter in (Afb. 128/4). Let op een correcte inbouw van de O-ringen. Afb Pantera BAG

161 Toepassing van de veldspuit Drukfilter reinigen bij lege tank 1. Wartelmoer losmaken. 2. Drukfilter (Afb. 129/1) wegnemen en met water reinigen. 3. Drukfilter weer monteren. 4. Lekdichtheid van de koppeling controleren. Afb Drukfilter reinigen bij gevulde tank 1. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 2. Omschakelkraan H in positie. De resthoeveelheid in het drukfilter aftappen. 3. Wartelmoer losmaken. 4. Drukfilter (Afb. 129/1) wegnemen en met water reinigen. 5. Drukfilter weer monteren. 6. Lekdichtheid van de koppeling controleren. 7. Omschakelkraan H in positie 0. Afb Reinigen van de spuit bij kritische preparaatwisseling 1. Spuit zoals gewend in drie stappen reinigen, zie pagina Spoelwatertank vullen. 3. Spuit reinigen, twee stappen, zie pagina Werd vooraf met drukaansluiting gevuld: Doseervat met spuitpistool reinigen en inhoud van het vat afzuigen. 5. Laatste resthoeveelheid aftappen, zie pagina Absoluut zuigfilter en drukfilter reinigen, zie pagina 159, Spuit reinigen, een stap, zie pagina Laatste resthoeveelheid aftappen, zie pagina 158 Pantera BAG

162 Toepassing van de veldspuit Reiniging van de spuit bij een gevulde tank (werkonderbreking) Reinig absoluut de zuigarmatuur (zuigfilter, pompen, drukregelaar) en de spuitleiding bij een onderbreking tijdens het spuiten door de weersomstandigheden. 1. Pomp starten. 2. Bedieningsterminal: Zuigarmatuur op zuigen spoelwater Spoelwater wordt aangezogen, de roerwerken sluiten. Zonder DUS: 3. Bedieningsterminal: Spuiten inschakelen. Minimaal 50 liter spoelwater tijdens de rit op een onbehandeld oppervlak brengen. Spuit wordt met spoelwater gereinigd. Tank, roerwerken zijn niet gereinigd! De vloeistofconcentratie in de tank is ongewijzigd. Afb. 131 Met DUS: Spuit wordt met spoelwater gereinigd. Hiervoor twee liter spoelwater per meter werkbreedte gebruiken (niveau bewaken). 4. Bedieningsterminal: Spuiten kortstondig inschakelen. Sproeidoppen worden gespoeld. 5. Direct pomp uitschakelen omdat de preparaatconcentratie afneemt. Tank, roerwerken zijn niet gereinigd! De concentratie van de spuitvloeistof in de tanks is veranderd. Spuiten vervolgen Voor het doorgaan met het spuiten gedurende vijf minuten de pomp met 540 min -1 laten draaien en de roerwerken inschakelen. 162 Pantera BAG

163 Storingen 12 Storingen Afslepen van de machine WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, schuren, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine combinatie. Beveilig tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u storingen aan de machine verhelpt, zie hiervoor pagina 128. Wacht tot de machine stilstaat voordat u in de gevarenzone van de machine komt. Het slepen van de machine op de openbare weg is verboden. Wanneer de machine moet worden afgesleept, dan kunnen de kapvormige deksels (Afb. 132/1) worden gedraaid. 1. Maak de bouten (Afb. 132/2) los. 2. Neem het deksel af. 3. Monteer het deksel met de kapvormige verhoging in de richting van de wielaandrijving. Eventueel bij de montage van het deksel het wiel iets met de hand verdraaien. 4. Bevestig de bouten weer. Het centrale tandwiel wordt door de kap weggedrukt en de aandrijving tussen de wielen en de wielmotoren wordt daarbij uitgeschakeld. Na het afslepen het deksel weer met de kapvormige verhoging naar buiten monteren. Afb. 132 Sleepinrichting (optie) monteren Bij een motor- en/of hydraulische storing is er geen oliedruk om te sturen. Het sturen zal daarom heel zwaar gaan. Maximale snelheid bij het slepen: 5 km/h. Controleer op de manometer, of er voldoende luchtdruk voor het losmaken van de remmen aanwezig is. Maak de spuitvloeistoftank leeg voor het slepen. Bij stilstaande motor is in iedere geval afslepen van de machine met een trekstang nodig. Pantera BAG

164 Storingen 12.2 Storingen, waarschuwingen AMADRIVE Benaming Sensortype Stuurapparaat Waarschuwing! Verkeerde invoer PIN ESB boven Schakelaar MMC1! - Induction bowl is not above Automatische sturing Schakelaar MMC2 Luchtdruk rem circuit 1 Schakelaar MMC2 Voorraaddruk te laag Luchtdruk rem circuit 2 Schakelaar MMC2 Voorraaddruk te laag Hydraulisch oliefilter Schakelaar MMC2! - Hydraulic oil filter polluted Hydraulische olietemperatuur Schakelaar MMC2! - Hydraulic oil temp high Peil hydraulische olie laag Schakelaar MMC2! - Hydraulic oil level low Storing centrale smering Schakelaar MMC2! - Central lube system error Handremschakelaar Schakelaar MMC2! - Parking brake Stuurhendel Potentiometer MMC1 AE Pin 38 Hefmodule Potentiometer MMC1 AE Pin 40 Stuurinrichting voor Potentiometer MMC2 AE Pin 38 Stuurinrichting achter Potentiometer MMC2 AE Pin 39 Niveau voor Potentiometer MMC2 AE Pin 42 Niveau achter Potentiometer MMC2 AE Pin 43 Spoor links Potentiometer MMC2 AE Pin 40 Spoor rechts Potentiometer MMC2 AE Pin 41 Trap Potentiometer MMC2 AE Pin 5 Diesel Potentiometer MMC2 AE Pin 4 Temperatuur hydrauliek Temperatuursensor MMC2 AE Pin 45 Temperatuur water Temperatuursensor MMC2 AE Pin 44 Besturing voorwaarts Druksensor MMC1 AE Pin 44 Besturing achteruit Druksensor MMC1 AE Pin 45 Toerental voor links Toerentalsensor MMC1 FQ Pin 62 Toerental voor rechts Toerentalsensor MMC1 FQ Pin 63 Toerental achter rechts Toerentalsensor MMC1 FQ Pin 64 Toerental achter links Toerentalsensor MMC1 FQ Pin Pantera BAG

165 Storingen Benaming Ventiel type SG Verkeerde invoer PIN Pomp voorwaarts Proportionele ventielen MMC1 PV Pin 6 Pomp terug Proportionele ventielen MMC1 PV Pin 7 Motor voor links Proportionele ventielen MMC1 PV Pin 8 Motor voor rechts Proportionele ventielen MMC1 PV Pin 9 Motor achter links Proportionele ventielen MMC1 PV Pin 11 Motor achter rechts Proportionele ventielen MMC1 PV Pin 10 Motor spuitpomp Proportionele ventielen MMC1 PV Pin 12 Retarder Proportionele ventielen MMC1 PV Pin 13 El. ABV Proportionele ventielen MMC2 PV Pin 10 Stuurinrichting links Proportionele ventielen MMC2 PV Pin 6 Stuurinrichting rechts Proportionele ventielen MMC2 PV Pin 7 Ventilatormotor water Proportionele ventielen MMC2 PV Pin 8 Ventilatormotor olie/lucht Proportionele ventielen MMC2 PV Pin 9 Spoorbreedte links groter Schakelventielen MMC2 SA Pin 14 Spoorbreedte links kleiner Schakelventielen MMC2 SA Pin 15 Spoorbreedte rechts groter Schakelventielen MMC2 SA Pin 16 Spoorbreedte rechts kleiner Schakelventielen MMC2 SA Pin 17 Niveau voor omhoog Schakelventielen MMC2 SA Pin 18 Niveau voor omlaag Schakelventielen MMC2 SA Pin 19 Niveau achter omhoog Schakelventielen MMC2 SA Pin 20 Niveau achter omlaag Schakelventielen MMC2 SA Pin 21 Pantera BAG

166 Storingen 12.3 Storingen bij het spuiten Storing Oorzaak Oplossing Pomp zuigt niet aan Verstopping aan de zuigzijde (zuigfilter, filterelement, zuigslang). Pomp zuigt lucht aan. Verhelp de verstopping. Controleer de slangverbinding voor de zuigslang (speciale uitrusting) aan de zuigaansluiting op dichtheid. Pomp heeft geen capaciteit Zuigfilter, filterelement vervuild. Zuigfilter, filterelement reinigen. Fladderen van de spuitkegel Olie-spuitvloeistofmengsel in olievulopening resp. duidelijk vaststelbaar olieverbruik Bedieningsterminal: De vereiste, ingevoerde dosering wordt niet bereikt Vastgeklemde of beschadigde Vervang de kleppen. kleppen. Pomp zuigt lucht aan, herkenbaar Controleer de slangverbindingen aan luchtbellen in de spuitvloeistoftank. aan de zuigslang op dichtheid. Onregelmatige transportstroom van de pomp. Pompmembraan defect. Hoge rijsnelheid, lage pompaandrijftoerental. Bedieningsterminal: Opgegeven rijsnelheid verandert, Het toegestane spuitdrukbereik wat gevolgen heeft voor de spuitdruk van de in de spuitbomen ingebouwde spuitdoppen wordt verlaten Kleppen aan zuig- en drukzijde controleren resp. vervangen (zie hiervoor op pagina 214). Vervang de 6 zuigermembranen (zie hiervoor pagina 215). Verlaag de rijsnelheid en verhoog het pompaandrijftoerental tot de foutmelding en het akoestisch alarmsignaal verdwijnen. Verander de rijsnelheid, zodat u opnieuw naar het opgegeven rijsnelheidsbereik terugkeert, dat u voor het spuiten had vastgelegd 166 Pantera BAG

167 Reiniging, onderhoud en reparatie 13 Reiniging, onderhoud en reparatie WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, schuren, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine combinatie. Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u reinigings-, service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Zie hiervoor pagina 128. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, schuren, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken en vastgrijpen door gevaarlijke plaatsen die niet beveiligd zijn! Monteer de veiligheidsvoorzieningen die u vóór de reinigings-, service en onderhoudswerkzaamheden heeft verwijderd. Vervang defecte veiligheidsvoorzieningen door nieuwe. GEVAAR Neem bij het uitvoeren van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de veiligheidsvoorschriften, vooral hoofdstuk "Gebruik van de veldspuit" in acht, op pagina 29! U mag onderhouds- en reparatiewerkzaamheden onder bewegende machinedelen, die opgetild zijn, alleen uitvoeren als die machinedelen tegen het per ongeluk naar beneden komen met geschikte vormgesloten beveiligingen geborgd zijn. Pantera BAG

168 Reiniging, onderhoud en reparatie Bij laswerkzaamheden aan de machine: Ontkoppel altijd de voeding van de boordcomputer. Schakel de hoofdschakelaar uit. Maak de klemmen van de accu los. Trek de EMR-stekker (Afb. 133/1) op de besturing in de centrale elektrische installatie in de cabine onder de armleuning rechts naast de cabine los. Een regelmatig en deskundig onderhoud houdt uw veldspuit in topconditie en voorkomt vroegtijdige slijtage. Een regelmatig en deskundig onderhoud is een voorwaarde voor onze garantiebepalingen. Gebruik alleen AMAZONE originele-reserveonderdelen (zie hiervoor hoofdstuk "Reserveonderdelen, slijtdelen en hulpmaterialen", pagina 15). Gebruik alleen AMAZONE originele-reserveslangen en bij de montage alleen slangklemmen van V2A. Speciale vakkennis is de voorwaarde voor het uitvoeren van controle- en onderhoudswerkzaamheden. Deze vakkennis wordt in het kader van deze gebruiksaanwijzing niet overgedragen. Neem de nodige maatregelen ter bescherming van het milieu bij het uitvoeren van reinigings- en onderhoudswerkzaamheden in acht. Neem de wettelijke voorschriften bij het afvoeren van bedrijfsstoffen in acht, zoals bv. oliën en vetten. Eveneens van deze wettelijke voorschriften betroffen, zijn delen die met deze bedrijfsstoffen in aanraking komen. Een doorsmeerdruk van 400 bar mag bij het doorsmeren met hogedruksvetspuiten niet overschreden worden. Principieel verboden is ο het boren aan het chassis. ο het openboren van bestaande gaten aan het rijwerk. ο het lassen aan dragende bouwdelen. Nodig zijn veiligheidsmaatregelen, zoals het afdekken van de leidingen of het demonteren van leidingen op bijzonder kritieke plaatsen ο bij las-, boor- en slijpwerkzaamheden; ο bij werkzaamheden met slijpschijven in de buurt van kunststofleidingen en elektrische leidingen. Reinig de veldspuit voor elke reparatie grondig met water! Voer reparatiewerkzaamheden aan de veldspuit principieel bij een niet-aangedreven pomp uit. Alleen na grondige reiniging mogen reparatiewerkzaamheden in de binnenruimte van de spuitvloeistoftank uitgevoerd worden! Ga niet in de spuitvloeistoftank staan! Maak altijd de machinekabel los en verbreek de stroomtoevoer van de boorcomputer bij alle onderhoudswerkzaamheden. Dit geldt vooral bij laswerkzaamheden aan de machine. Afb Pantera BAG

169 Reiniging, onderhoud en reparatie 13.1 Reiniging Controleer rem-, lucht- en hydraulische slangleidingen zeer zorgvuldig! Behandel rem-, lucht- en hydraulische slangleidingen nooit met benzine, benzeen, petroleum of minerale oliën. Smeer de veldspuit na het reinigen, vooral na het reinigen met een hogedrukreiniger/stoomstraal of vetoplosbare middelen. Neem de wettelijke voorschriften voor het gebruiken en opruimen van reinigingsmiddelen in acht. Reinigen met hogedrukreiniger/stoomstraal U dient de volgende aanwijzingen bij het reinigen met een hogedrukreiniger/stoomstraal beslist op te volgen: ο ο ο ο ο Reinig geen elektrische onderdelen. Reinig geen verchroomde onderdelen. Richt de straal van de hogedrukreiniger of de stoomstraal nooit rechtstreeks op smeerpunten en lagers. Houd altijd een afstand van minimaal 300 mm tussen hogedrukreiniger/stoomstraal en machine aan. Neem de veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van hogedrukreinigers in acht Contact van de machine met vloeibare meststof Overstromende of ontsnappende vloeibare mest veroorzaakt corrosieschade aan de machine, in het bijzonder aan de motor en de naastliggende componenten. Maak deze plaatsen grondig schoon met water! Pantera BAG

170 Reiniging, onderhoud en reparatie Reiniging buitenzijde 1. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 2. Omschakelkraan drukarmatuur A in stand. 3. Open omschakelkraan G. 4. Knop L bedienen, pomp starten. 5. De veldspuit en de spuitbomen met het spuitpistool reinigen Afb Pantera BAG

171 Reiniging, onderhoud en reparatie Inwendige reiniging tank 1. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 2. Omschakelkraan drukarmatuur A in stand. 3. Open de omschakelkraan F. 4. Knop L bedienen, pomp starten. 5. Sluit de omschakelkraan F weer na 15 seconden. Afb. 135 Pantera BAG

172 Reiniging, onderhoud en reparatie 13.2 Overwinteren of langere buitenbedrijfstelling 1. Reinig de machine grondig voor het overwinteren. 2..De spuitpompen aandrijven en "lucht laten pompen" als de spoelwerkzaamheden afgesloten zijn en er geen vloeistof meer uit de spuitdoppen komt. 3. Schakel met de zuigschakeling meerdere malen om tussen de posities "Spuitvloeistoftank leegmaken" en "Spuitbedrijf". 4. Schakel met de drukarmatuurschakeling meerdere malen om tussen de posities "Tankreiniging leegmaken" en "Spuitbedrijf". 5. Demonteer per spuitboomsectie een membraanventiel uit een spuitdop, zodat de spuitleidingen leeglopen. 6. Spuitpompaandrijving uitschakelen, wanneer na meerdere keren omschakelen van de positie aan de zuigarmatuur en de drukarmatuur nergens meer vloeistof uit de spuitdopleidingen komt. 7. Demonteer en reinig het zuigfilter. Zie hiervoor het hoofdstuk "Zuigfilter reinigen". Bewaar de gedemonteerde zuigfilter tot aan het volgende gebruik in de vulzeef van de veldspuit. Monteer de drukslang pas opnieuw bij het volgende gebruik. 8. Demonteer de drukslang van de pomp, zodat resterende hoeveelheden water uit de drukslang en de drukarmatuur kunnen stromen.. 9. Zet de drukarmatuur nog eenmaal in alle standen. 10. Inschakelen en de pomp ca. ½ minuut aandrijven tot uit de aansluiting van de pomp aan de drukzijde geen vloeistof meer naar buiten komt. 11. Monteer de drukslang weer. 12. Ontwater de druksensor, zie pagina Voor het overwinteren moet de olie van de pompen worden ververst. Draai de zuigermembraanpompen voor ingebruikneming bij temperaturen onder 0 C eerst met de hand door om te verhinderen dat ijsresten zuiger en zuigermembraan beschadigen. Bewaar manometers en andere elektronische accessoires vorstvrij! Druksensor ontwateren De druksensor (Afb. 136/1) bevindt zich aan de armatuur van de spuitboom. 1. Spuitbomen neerlaten. 2. Druksensor demonteren, met perslucht uitblazen en weer monteren. Afb Pantera BAG

173 Reiniging, onderhoud en reparatie Spoelwatertank legen 1. Knop B bedienen, zuigarmatuur in positie. 2. Vulaansluiting openen. Spoelwatertank wordt via de vulaansluiting afgetapt. 3. Afsluitkraan I openen en de technische resthoeveelheid in een geschikte opvangbak aftappen. 4. Aftapkraan onder de armatuur openen. Spoelwater stroomt uit de armatuur. Maatregelen aan het draagvoertuig Waarborg voldoende vorstbestendigheid van de koelvloeistof. Schakel de hoofdschakelaar onder de cabine uit. Pantera BAG

174 Reiniging, onderhoud en reparatie 13.3 Onderhouds- en verzorgingsschema overzicht Na de eerste 10 bedrijfsuren Voer de onderhoudswerkzaamheden uit zodra de eerste termijn is bereikt. Tijdsintervallen, loopuren van de motor of service-intervallen van de eventueel bijgeleverde documenten van derden hebben voorrang. Houd het onderhoudsboek aan. Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Vakwerkplaats Wielen Wielbouten natrekken 191 Hydraulisch systeem Slangleidingen controle op gebreken Op lekkage controleren Gehele machine Smering uitvoeren Na de eerste 50 bedrijfsuren Indien nodig eerste onderhoudskit bestellen Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Vakwerkplaats Wieloverbrenging Olie verversen 196 X Cabine Voorste en achterste dempingslagers controleren en eventueel de bouten natrekken. Hydraulisch systeem Hydraulisch retourfilter vervangen 198 X Hydraulisch persfilter vervangen 198 X Deutz-motor Olie verversen 186 X Motoroliefilter vervangen 186 X 174 Pantera BAG

175 Reiniging, onderhoud en reparatie Dagelijks Deutz-motor Motoroliepeil controleren 186 Hydraulisch systeem Oliepeil controleren 198 Slangleidingen controle op gebreken Op lekkage controleren Verlichting Werking controleren - Remmen Werking controleren - Stuurinrichting Spoorcorrectie 51 Spuitpompen Oliepeil controleren 213 Spuitvloeistoftank Zuigfilter 160 Zelfreinigend drukfilter Reinigen resp. spoelen 87 Spuitdoppen 211 Machine Op lekkage controleren Elke 100 bedrijfsuren Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie Pagina Luchtinlaatsysteem van de motor Reinigen 188 Spuitdoppen Controleren 211 Persluchtinstallatie Luchttank ontwateren 189 Gehele machine Smering uitvoeren 172 Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Vakwerkplaats Vakwerkplaats elk half jaar / elke 250 bedrijfsuren Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Vakwerkplaats Spuitbomen Leidingfilter reinigen Beschadigde filterpatronen vervangen Deutz-motor Olie verversen (Diesel > 0,5% S) 186 X 218 Motoroliefilter vervangen 186 X Koelmiddelpeil en vorstbescherming controleren 188 Brandstofvoorfilter ontwateren 183 X Pantera BAG

176 Reiniging, onderhoud en reparatie Jaarlijks / 500 bedrijfsuren (onderhoudsomvang A) Het interval voor het verversen van de olie is afhankelijk van het zwavelgehalte in de dieselbrandstof. Dieselbrandstof: >0,5% S elk half jaar / <0,5%S elk jaar Indien nodig onderhoudskit A bestellen Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Vakwerkplaats Deutz-motor Olie verversen (Diesel < 0,5% S) 186 X Motoroliefilter vervangen 186 X Wieloverbrenging Oliepeil controleren 196 Koeler hydrauliek, motor, airco Met perslucht reinigen 186 Airconditioning V-snaren compressor controleren 188 X Hydraulisch systeem Retourfilter vervangen 198 Spuitpompen Olie verversen 213 Jaarlijks / 1000 bedrijfsuren (onderhoudsomvang B) Indien nodig onderhoudskit B bestellen (bevat onderhoudskit A). Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Vakwerkplaats Onderhoudsomvang A uitvoeren Cabine Luchtfilter buiten vervangen 206 X Circulatieluchtfilter reinigen Deutz-motor Brandstofhoofdfilter vervangen 183 X Brandstofvoorfilter vervangen 183 X V-snaren en spanrollen controleren, evt. vervangen 189 X Hydraulisch systeem Verversen hydraulische olie 198 X Hydraulisch systeem Hydraulisch drukfilter vervangen 198 X Wieloverbrenging Olie verversen 196 X Spuitpompen Olie verversen 213 X Ventielen controleren, evt. vervangen 214 X 215 X Remmen Remvoeringen/remtrommels controleren 193 Zuigermembranen controleren, evt. vervangen Spuitbomen Afgifte van de veldspuit meten en de 211 dwarsverdeling controleren, evt. versleten spuitdoppen vervangen Doorstromings- /terugstroommeter Kalibreren 217 Luchtinlaatsysteem van de motor Luchtfilters binnen en buiten vervangen 188 X 176 Pantera BAG

177 Reiniging, onderhoud en reparatie Elke 2 jaar/2000 bedrijfsuren (onderhoudsomvang C) Indien nodig onderhoudskit C bestellen (bevat onderhoudskit B). Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Vakwerkplaats Onderhoudsomvang B uitvoeren Deutz-motor Klepspeling controleren, eventueel instellen 194 X Koelvloeistof vervangen 188 X V-snaren vervangen 189 X Spanrol vervangen Airconditioning Aircocompressor, V-snaren vervangen 194 X Verdamper en warmwaterradiator reinigen 210 X Filterdroger vervangen 209 X Persluchtinstallatie Luchtdrogerpatroon vervangen 194 X Brandblusser Controle door Gloria-klantenservice - Indien nodig Onderdeel Onderhoudswerkzaamheid Zie blz. Vakwerkplaats Hydraulica spuitbomen Smoorkleppen instellen 205 Wielen Wielbouten natrekken (na eerste rit na vervangen van een wiel) 191 Bandenspanning controleren 197 Remmen Remschoenen instellen na werkzaamheden aan de rem 193 X Remschoenen vervangen Luchtinlaatsysteem van de motor Luchtfilter extern reinigen 188 X Brandstofsysteem Ontluchten 185 X Airconditioning Inbedrijfstelling na langere stilstandtijd 208 Accu Vervangen 195 Koeler hydrauliek, motor, airco Met perslucht reinigen 192 Pantera BAG

178 Reiniging, onderhoud en reparatie 13.4 Smeervoorschrift Na 10 bedrijfsuren eerste keer afsmeren van alle smeerpunten! Smeer alle smeernippels (afdichtingen schoon houden). Alle bewegende delen zoals bouten, schroeven en lagers regelmatig met olie of vet insmeren. De machine in de opgegeven intervallen smeren/vetten. De smeerpunten aan de machine zijn met de folie (Afb. 137) gemarkeerd. Smeerpunten en vetspuit voor het smeren zorgvuldig reinigen, zodat er geen vuil in de lagers geperst wordt. Het vervuilde vet in de lagers volledig uitspuiten en door nieuw vet vervangen! Afb. 137 Smeermiddelen Lithiumzeep met EP-additief, NLGI-klasse 2 (ook voor de centrale smeerinstallatie geschikt) Mark Naam Agip GR MU EP 2 Aral Aralub HLP 2 Avia Avialith 2 EP BP Energrease LS 2 - EP 2 Castrol Spheerol AP 2 Esso Beacon EP 2 Fina Marson EPL2A Fuchs Renolit FLM 2 Shell Alvania EP 2 Mobil Mobilux EP Pantera BAG

179 Reiniging, onderhoud en reparatie Overzicht van smeerpunten Afb. 138/... Smeerpunt Interval [h] Aantal smeerpunte n Soort smering (1) Stuurcilinder x 2 Smeernippel (2) Pendelvork x 2 Smeernippel (3) Spoorbreedtecilinder x 2 Smeernippel (4) Pendelas x 2 Smeernippel (5) Rem boominsteller Smeernippel (6) Astap x 4 Smeernippel (7) Hydropneumatische vering x 2 Smeernippel Afb. 138 Pantera BAG

180 Reiniging, onderhoud en reparatie Centrale smering (optie) Functie van de centrale smering: Overzicht van smeerpunten (56 stuk) Automatische dosering Indien nodig extra handmatige dosering via de knop in de cabine. Afb. 139/... (1) Reservoir smeermiddel (2) Aansluiting voor bijvullen (3) Maximaal niveau (4) Bedieningseenheid Vul het reservoir van de centrale smering op tijd bij. Afb. 139 Bedieningseenheid (1) Instelling van de duur van een smeerprocedure (standaard instelling 6 minuten) (2) Instelling van de tijdsinterval tussen de smeerprocedures (standaard instelling 2,5 uur) (3) Indicatie storing - rood (4) Indicatie smeren actief - groen (5) Bus, aansluiting voor service Afb Pantera BAG

181 Reiniging, onderhoud en reparatie 13.5 Onderhoud van het dragervoertuig Olie en bedrijfsvloeistoffen Bij iedere machine worden zelfklevende onderhoudsplaten voor de dieselmotor meegeleverd. Plak deze goed zichtbaar op de machine. Houd ook de gebruiksaanwijzing van de Deutz-motor type TCD 2012 L04/06 2V aan. Laat de onderhoudswerkzaamheden aan de motor door een Deutz-dealer uitvoeren. Vulhoeveelheden van de bedrijfsvloeistoffen Andere merken altijd mengen op aanvraag. Een schriftelijke bevestiging van de leverancier bij gebruik van andere olie is noodzakelijk, om te waarborgen, dat er geen storingen optreden. Bij gebruik van andere olie dan voorgeschreven, vervalt de garantie van de machine direct! Onderdeel Naam Vulhoeveelheid Deutz-motor Motorolie Koelvloeistof ca. 14 l ca. 38 l Hydraulisch systeem Hydraulische olie ca. 120 l Wieloverbrenging Olie wielaandrijving ca. 1,6 l Airconditioning Koelmiddel Contrastmiddel 1900 g Compressorolie 5 g Spuitpompen Motorolie 15W40 2 x 2,5 l Toegestane hydraulische olie 10 g Alleen gereinigde hydraulische olie bijvullen. Benodigde reinheidsklasse: Reinheidsklasse 9 conform NAS 1638 Reinheidsklasse 18/16/13 conform ISO 4406/1999 Merk Naam BP Batran HV 68 (HPVL Öl nach DIN 51524) Castrol Hyspin AWH 68 ELF Hydrelf 68 ESSO Univis N+ ISO VG68 FINA Hydran HV 68 Mobil DTE 10M / DTE 30 OK Hovis 68 Q8 Handel 68 Shell Tellus T68 Texaco Rando HD-Z 68 Total Equivis ZS 68 Valvoline Ultramax HVLP 68 Pantera BAG

182 Reiniging, onderhoud en reparatie Toegestane motorolie SAE 10W/40 Merk Aral Naam Aral Mega Tuboral BP SAE 10W/40 Castrol DEUTZ Castrol Enduron TLX 10W-40FE Europa ESSO Essolube XTS 501 Shell Shell Rimula Ultra Total Fina Elf TOTAL RUBIA TIR 8600 Toegestane olie voor wielaandrijving Merk ISO VG 220 minerale olie ISO VG 220 synthetische olie Aral Drgol BG 220 Drgol PAS 220 BP Energol GR-XP 150 Enersyn EP XF220 Castrol Alphamax 220 Alphasyn EP 220 ESSO Spartan EP 220 Spartan SEP 220 Mobil Mobilgear XMP 220 Mobilgear SHC XMP 150 Optimol Optigear BM220 Optigear synthetic A 150 Q8 Goya NT 220 El Greco 220 Shell Omala 220 Omala HD 220 Texaco Meropa 220 Pinnacle EP 220 Total Fina Elf Carter EP 220 Carter SH 220 Toegestane beschermingsmiddelen voor koelsysteem Merk Deutz AG ARAL AVIA BASF BP ESSO Mobil Shell Castrol TOTAL Naam TN (5 Liter liter, litres) TN (20 Liter, liter, litres) Antifreeze Extra Antifreeze APN Glysantin G48 Protect Plus BP anti-frost Code No. X 2270 A ESSO Antifreeze Extra Mobil Antifreez Extra GlycoShell Castrol Antifreeze NF Glacelf MDX 182 Pantera BAG

183 Reiniging, onderhoud en reparatie Brandstoffilter De motor heeft een brandstoffilter (Afb. 141/1). Het brandstoffilter heeft een vervangbaar filterelement. Filter vervangen 1. Brandstoffilterelement met standaard gereedschap losmaken en afschroeven. 2. Ontsnappende brandstof opvangen. 3. Afdichtingsvlak van de filterhouder eventueel schoonmaken. 4. Rubberen afdichting van het nieuwe brandstoffilterelement licht insmeren resp. met diesel bevochtigen. 5. Patroon met de hand opschroeven tot de afdichting aanligt. 6. Brandstoffilterelement met een extra halve slag vastdraaien. 7. Controleren op lekdichtheid. Afb. 141 GEVAAR Geen open vuur bij werkzaamheden aan de brandstofinstallatie! Niet roken! Afdichting van het smeeroliefilterelement na 30 minuten gebruik nogmaals op lekdichtheid controleren. Filterpatronen zijn wegwerpartikelen en chemisch afval! Het brandstoffilter moet na de eerste 50 tot 150 uur worden vervangen en daarna ieder jaar. Pantera BAG

184 Reiniging, onderhoud en reparatie Brandstofvoorfilter (1) Brandstoftoevoer naar de pomp (2) Brandstofretour van besturingsblok FCU (3) Brandstofhandpomp met bajonetsluiting voor vergrendelen en vrijgeven (4) Thermostaatventiel met uitschakelhendel (optie) (5) Filterelement (6) Elektrische waterstandsensor (7) Aftapkraan (8) Wateropvangbak (Bowle) (9) Brandstofinlaat van brandstoftank (10) Brandstofretour naar brandstof tank (11) Aansluitstekker voor waterstandsensor Afb. 142 Ontwateren 1. Aftapkraan onder het filter zolang openen, tot er schone brandstof uitstroomt. 2. Wegstromend brandstof-watermengsel opvangen en milieuvriendelijk afvoeren. Filter vervangen 1. Brandstofopvangbak onder het brandstofvoorfilter plaatsen. 2. Aftapkraan losmaken en water en brandstof helemaal aftappen. 3. Filterelement samen met de wateropvangbak linksom uitdraaien en wegnemen. 4. Brandstofkraan (bij hoogliggende tank) sluiten. 5. Wateropvangbak linksom van het ouder filterelement draaien en wegnemen. 6. Resterende brandstof in de brandstofopvangbak aftappen en wateropvangbak schoonmaken. 7. Wateropvangbak rechtsom op nieuwe filterelement schroeven. 8. Afdichtoppervlak van het nieuwe filterelement en de tegenoverliggende zijde van de filterkop schoonmaken. 9. Afdichtoppervlakken van het filterelement iets met brandstof bevochtigen en rechtsom weer op de filterkop schroeven (17-18 Nm). 10. Systeem ontluchten, zie brandstofsysteem ontluchten. 11. Opgevangen brandstof en oude filterelement afvoeren. 184 Pantera BAG

185 Reiniging, onderhoud en reparatie Brandstofsysteem ontluchten 1. Bajonetsluiting van de brandstofhandpomp door indrukken en tegelijkertijd linksom draaien ontgrendelen. De pompzuiger wordt nu door de veer naar buiten gedrukt. 2. Net zolang pompen tot een zeer sterke weerstand merkbaar is en het pompen nog slechts heel langzaam gaat. 3. Nu nog enkele keren doorpompen. (de retourleiding moet worden gevuld). 4. Bajonetsluiting van de brandstofhandpomp door indrukken en tegelijkertijd rechtsom draaien ontgrendelen. 5. Motor starten en ca. 5 minuten stationair of bij lage belasting laten draaien. Hierbij het voorfilter controleren op lekdichtheid. GEVAAR Geen open vuur bij werkzaamheden aan de brandstofinstallatie! Niet roken! Oude brandstof milieuvriendelijk afvoeren! Pantera BAG

186 Reiniging, onderhoud en reparatie Oliepeilcontrole en olie verversen dieselmotor Het oliepeil moet dagelijks worden gecontroleerd met de oliepeilstok. U vindt de oliepeilstok aan de rechterkant van de motor. Het beste kunt u het oliepeil 's ochtends controleren, voordat de motor heeft gedraaid. 1. De machine moet op een vlak oppervlak staan. 2. Trek de oliepeilstok (Afb. 143/1) uit en maak deze schoon met een schone doek. 3. Steek de oliepeilstok nogmaals in de opening en trek deze er weer uit. Het juiste oliepeil ligt tussen de markeringen. 4. Indien nodig, moet het oliepeil met de voorgeschreven olie via de vulopening (Afb. 143/2,3) worden bijgevuld. Eerst de vulopening goed reinigen. 5. Controleer het oliepeil en sluit het deksel weer. Afb. 143 Niet bij een draaiende motor olie bijvullen! Olie verversen Het interval voor het verversen van de olie is afhankelijk van het zwavelgehalte in de dieselbrandstof. Dieselbrandstof: meer dan 0,5% S elk half jaar Dieselbrandstof minder dan 0,5% S jaarlijks 1. Motor warm laten lopen. 2. Voertuig horizontaal parkeren. Smeerolietemperatuur ca. 80 C. 3. Motor uitschakelen. 4. Olieopvangbak onder de motor plaatsen. 5. Olieaftapschroef (Afb. 143/4) uitdraaien. 6. Olie aftappen en evt. inhoud oliekoeler aftappen. 7. Olieaftapschroef met nieuwe afdichtring indraaien en vasttrekken. 8. Smeerolie bijvullen. ο Kwaliteits-/viscositeitsspecificaties, zie op pagina 182. ο ο Eerste vulhoeveelheid 24 26,5 liter. Maatgevend voor de vulhoeveelheid is de maximum markering op de oliepeilstok. 9. Oliepeil controleren. 186 Pantera BAG

187 Reiniging, onderhoud en reparatie VOORZICHTIG Verbrandingsgevaar bij het aftappen van hete olie! Zet de machine altijd zodanig neer, dat alle olie kan uitstromen. Sla de afgewerkte olie altijd op een speciale locatie op, het is chemisch afval! Voer de olie af conform de nationale regelgeving. Het oliefilter is een wegwerpartikel. Let erop, dat oliefilters chemisch afval zijn! Houd ook de geldende regelgeving aan. Afdichting van het smeeroliefilterelement na 30 minuten gebruik nogmaals op lekdichtheid controleren. Oliefilter vervangen 1. Motor uitschakelen. 2. Smeeroliepatroon (Afb. /5) met standaard gereedschap losmaken en afschroeven. 3. Eventueel wegstromende olie opvangen. 4. Afdichtingsvlak van de filterhouder eventueel schoonmaken. 5. Rubberen afdichting van het nieuwe smeeroliefilterelement iets insmeren. 6. Patroon met de hand opschroeven tot de afdichting aanligt. 7. Smeeroliefilterelement met een extra halve slag vastdraaien. 8. Oliepeil en oliedruk controleren 9. Afdichting van het smeeroliefilterelement op lekdichtheid controleren. Afb. 144 VOORZICHTIG Voorzichtig bij hete olie: verbrandingsgevaar! Pantera BAG

188 Reiniging, onderhoud en reparatie Luchtinlaatsysteem van de motor Het luchtfilter moet regelmatig worden gereinigd. De tijdsperiode tussen de reinigingen is afhankelijk van de werkomstandigheden. Afb. 145/... (1) Drogeluchtfilter (2) Stofafvoerventiel Afb. 145 De vervuiling van het verbrandingsluchtfilter is afhankelijk van het stofgehalte in de lucht en van de gekozen filtergrootte. Stofafvoerventiel Filterpatronen Stofafvoerventiel (Afb. 145/4) door samendrukken van de afvoersleuf leegmaken. Van tijd tot tijd de afvoersleuf schoonmaken. Eventueel vastzittend stof door samendrukken van het bovenste ventieldeel verwijderen. 1. Vleugelmoer van de filterkap (Afb. 146/1) losmaken. 2. Filterkap afnemen en filterbuitenelement (Afb. 146/2) uittrekken. 3. Filterelement reinigen, ten laatste na een jaar vervangen. 4. Filterbuitenelement reinigen: ο ο ο Met droge perslucht (max. 5 bar) van binnen naar buiten uitblazen, Uitkloppen (alleen in noodgevallen). patroon daarbij niet beschadigen, of Uitwassen conform de voorschriften van de leverancier. 5. Filterbuitenelement controleren op beschadiging van het filterpapier (doorschijnen) en de afdichtingen controleren. Eventueel vervangen. 6. Jaarlijks, filterbinnenelement (Afb. 146/3) vervangen (nooit reinigen). Afb Pantera BAG

189 Reiniging, onderhoud en reparatie Hiertoe: ο Zeskantmoer (Afb. 146/4) losmaken en filterbinnenelement uittrekken. ο Nieuw filterbinnenelement plaatsen. ο Zeskantmoer weer monteren en aantrekken. 7. Filterbuitenelement plaatsen, filterkap sluiten en met vleugelmoer borgen. VOORZICHTIG Filterbinnenelement in geen geval met benzine of hete vloeistof reinigen! Pantera BAG

190 Reiniging, onderhoud en reparatie Koelinstallatie van de motor (1) Expansievat voor koelvloeistof Afb. 147 Koelsysteem dieselmotor aftappen: Afb Opvangbak onder afsluitschroef (Afb. 148/1) plaatsen. 2. Afsluitschroef verwijderen. 3. Koelvloeistof aftappen. 4. Afsluitschroef weer vastdraaien. 5. Koelsysteem vullen/ontluchten. VOORZICHTIG Bij het aftappen van hete koelvloeistof: verbrandingsgevaar! Koelvloeistof bij het aftappen opvangen! Afvoeren conform de voorschriften! 190 Pantera BAG

191 Reiniging, onderhoud en reparatie Koelsysteem dieselmotor vullen/ontluchten. Koelmiddelpeil bij koude motor controleren. En eventueel bijvullen. 1. Deksel van het expansievat openen. 2. Koelvloeistof via het expansievat tot aan de maximum markering vullen. 3. Deksel van het expansievat sluiten. 4. Voor het ontluchten de motor laten draaien tot de thermostaat opent. 5. Eventueel in koude toestand water bijvullen. Koelmiddel Bij vloeistofgekoelde motoren moet speciaal worden gelet op de behandeling en controle van de koelvloeistof, omdat anders door corrosie, cavitatie en bevriezing schade aan de motor kan ontstaan. De koelvloeistof wordt behandeld door een koelsysteembeschermmiddel bij het koelwater te mengen. Daarvoor moet zowel het koelmiddelpeil als ook de concentratie van het koelmiddelbeschermingsmiddel regelmatig worden gecontroleerd. Koelsysteembeschermingsmiddelen moeten milieuvriendelijk worden afgevoerd. Alleen vrijgegeven koelvloeistoffen gebruiken, omdat anders schade ontstaat en de garantie kan komen te vervallen. Koelvloeistoffen niet met elkaar mengen. Pantera BAG

192 Reiniging, onderhoud en reparatie Koeler De koeler en de condensator links en rechts van de cabine met perslucht reinigen. 1. Zijafdekking wegnemen. 2. Rooster naar buiten trekken. 3. De koeler en de condensator links en rechts van de cabine met perslucht reinigen. 4. Eventueel het rooster separaat reinigen Perslucht maximaal 5 bar! Afb Pantera BAG

193 Reiniging, onderhoud en reparatie Klepspeling De instelling van de klepspeling mag alleen door een geautoriseerde Deutz-werkplaats worden uitgevoerd Snaaraandrijvingen Vlakke riemen en spanrollen vervangen 1. Spanrol (Afb. 150/1) met steeksleutel (Afb. 150/3) in de richting van de pijl drukken tot een borgstift Ø6mm (Afb. 150/4) in het montagegat kan worden gefixeerd. De snaar (Afb. 150/2) is nu spanningsloos. 2. Snaren (Afb. 150/2) eerst van de kleinste rol resp. van de spanrol aftrekken. 3. Nieuwe spanrol monteren. 4. Nieuwe snaren (Afb. 150/2) plaatsen. 5. Spanrol met een steeksleutel tegenhouden en de borgstift uitnemen. 6. Snaren met spanrol en steeksleutel (Afb. 150/3) opnieuw spannen. Controleer of de riem correct in de geleiding ligt. Afb. 150 Vlakke riemen en spanrollen altijd samen vervangen Snaarlengte controleren Afb. 151 Afstand tussen de neus van de beweegbare spanarm en de aanslag van het vaste spanhuis meten. Wanneer de afstand "a" kleiner is dan 3 mm, dan moeten de snaren worden vervangen. Pantera BAG

194 Reiniging, onderhoud en reparatie V-snaar aircocompressor V-snaren indien nodig of na het vervangen via de moer (Afb. 152/1) van de spaninrichting spannen. Afb. 152 Werkzaamheden/controles aan de snaaraandrijving alleen bij motorstilstand uitvoeren Persluchtinstallatie Luchtdrogerpatroon Het luchtdrogerpatroon (Afb. 153/1) bevindt zich onder de cabine achter de rechter onderhoudsklep. Voor het vervangen van de luchtdrogerpatroon alle vier luchtdrukketels via de condensaftap drukloos maken. Afb Pantera BAG

195 Reiniging, onderhoud en reparatie Luchtketel In totaal vier luchtketels zijn aanwezig onder de cabine achter de rechte onderhoudsklep (Afb. 154/1-4) 1. Trek het ontwateringsventiel (Afb. 154/5) aan de ring naar de zijkant tot er geen water meer uit de luchtdrukketel komt. Er komt water uit het ontwateringsventiel. 2..Schroef het ontwateringsventiel uit het luchtvat en reinig het luchtvat als u verontreiniging vaststelt. Afb Elektrische installatie van de motor Tussen de motor en de massa-aansluiting van de accu moet altijd een goed geleidende verbinding aanwezig zijn. Alle onderdelen van de installatie zoals de kabel, de stekkers enz. moeten goed zijn bevestigd. De isolatie van de kabel mag niet zijn beschadigd. VOORZICHTIG Beschadigde kabels moeten direct worden gerepareerd. Accu De accu bevindt zich onder de cabine achter de rechter onderhoudsklep (Afb. 155/1). De accu is onderhoudsvrij. Wanneer de accu met een snellader moet worden opgeladen, dan moet u eerst de poolklemmen losmaken. Afb. 155 Pantera BAG

196 Reiniging, onderhoud en reparatie Wieloverbrenging De tandwielreductor is via een koppelingsdeel op de wielmotoren gekoppeld. Het onderhoud beperkt zich tot olie verversen na 100 bedrijfsuren en daarna na iedere 1000 bedrijfsuren! Oliepeilcontrole: 1. Machine zodanig neerzetten, dat de schroefdeksels op de wielaandrijvingen in positie 1 staan. 2. Schroefdeksel openen. Het oliepeil moet tot de opening staan. Olie verversen: Olieverversen alleen uitvoeren met warme olie! 1. Machine zodanig neerzetten, dat de schroefdeksels op de wielaandrijvingen in positie 2 staan. 2. Beide schroefdeksel openen en uitstromende olie opvangen. 3. Machine zodanig neerzetten, dat de schroefdeksels op de wielaandrijvingen in positie 1 staan. 4. Olie tot de boring vullen (Afb. 156/3) en deksels weer opdraaien. 5. Enkele slagen van de overbrenging uitvoeren en het peil nogmaals controleren. Afb. 156 Bij storingen in de wielaandrijvingen moet u altijd contact opnemen met een vakspecialist. 196 Pantera BAG

197 Reiniging, onderhoud en reparatie Wielen/banden Vereist aanhaalmoment van de wielmoeren/-bouten: 450 Nm Bandenspanning, Seite 42 Monteer na het vastdraaien van de wielmoeren de beschermkappen weer. Afb. 157 Controleer regelmatig de ο vastheid van de wielmoeren; ο bandenspanning (zie hiervoor hoofdstuk 0). Gebruik alleen de door ons voorgeschreven banden en velgen, zie pagina 80. Reparatiewerkzaamheden aan banden mogen alleen door vaklui met daarvoor geschikt montagegereedschap uitgevoerd worden! Het monteren van banden veronderstelt voldoende kennis en reglementair montagegereedschap! Bevestig de wagenkrik alleen op de gemarkeerde plaatsen! Bij werkzaamheden aan het onderstel mag de krik alleen op de gemarkeerde punten (MD101) worden aangezet. De minimale draagkracht moet 5 ton zijn. Er moet op worden gelet dat de krik goed in de huls (Afb. 158/1) zit. Afb. 158 Pantera BAG

198 Reiniging, onderhoud en reparatie Vervangen van de wielen met andere inpersdiepte De inpersdiepte beïnvloedt de spoorbreedte van de machine. De gebruikte wielen moeten voor de correcte weergave van de spoorbreedte op de AMADRIVE worden ingevoerd. De minimale spoorbreedte van 1800 mm mag niet worden onderschreden. Anders botsen de wielen met het onderstel en bestaat er gevaar voor kantelen. Bandenspanning De vereiste bandenspanning is afhankelijk van ο bandenmaat. ο draagvermogen van de band. ο rijsnelheid. Het loopvermogen van de banden wordt verminderd door ο overbelasting. ο te lage bandenspanning. ο te hoge bandenspanning. Controleer de bandenspanning regelmatig bij koude banden, dus voor het rijden, zie pagina 80. Het luchtdrukverschil in de banden van een as mag niet groter zijn dan 0,1 bar. De bandenspanning kan tot 1 bar oplopen na een snelle rit of bij warm weer. In geen geval de bandenspanning verlagen, omdat de bandenspanning anders bij het afkoelen te laag is. Banden monteren Voordat u een nieuwe band of een andere band monteert, eerst de roestplekken op de velgrand verwijderen. Tijdens het rijden kan corrosie schade aan de velgen veroorzaken. Gebruik bij de montage van nieuwe banden altijd nieuwe binnenbandloze ventielen of slangen. Schroef altijd ventieldoppen met dichting op de ventielen. 198 Pantera BAG

199 Reiniging, onderhoud en reparatie Remmen Het vervangen van de remvoeringen mag alleen door een geautoriseerde vakgarage worden uitgevoerd. Na alle werkzaamheden aan de remmen moet een remtest worden uitgevoerd. De remweg bij een snelheid van 40 km/h moet tussen 18 m en 24 m liggen. De machine mag bij her remmen niet naar één kant trekken. Dikte van de remvoeringen controleren In de ankerplaat van de remtrommel zit een controlevenster (Afb. 159/1), om de slijtage van de remvoeringen te kunnen controleren. Dikte remvoeringen: 14 mm inbouwdikte 6-7 mm remvoeringen vervangen en remtrommel controleren. Wij adviseren in ieder geval eenmaal per jaar de remtrommel op slijtage en defecten te controleren. Reminstelling Veroorzaakt door de slijtage van de remschoenen moet de reminstelling worden gecontroleerd en eventueel worden bijgesteld. Afb Borgplaat op de instelschroef verwijderen. 2. Schroef (Afb. 159/2) geheel indraaien en een ¼ slag losdraaien. 3. Borgplaat weer monteren. Pantera BAG

200 Reiniging, onderhoud en reparatie Hydraulisch systeem WAARSCHUWING Gevaar voor infectie door onder hoge druk staande hydraulische olie die in het lichaam dringt! Werkzaamheden aan het hydraulische systeem mogen uitsluitend door een vakwerkplaats worden uitgevoerd! Laat alle druk uit het hydraulische systeem ontsnappen voordat u met de werkzaamheden aan het hydraulische systeem begint! Spoor lekkages altijd op met daartoe geschikte hulpmiddelen! Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Onder hoge druk naar buiten stromende vloeistof (hydraulische olie) kan via de huid in het lichaam komen en ernstig letsel veroorzaken! Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts! Gevaar voor infectie! Bij het aansluiten van de hydraulische slangen op het hydraulische systeem van de tractor moet de hydraulica van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn! Sluit de hydraulische slangen op de correcte wijze aan. Controleer alle hydraulische slangen en koppelingen regelmatig op beschadigingen en verontreiniging. Laat tenminste een keer per jaar door een deskundige controleren of de hydraulische slangen nog in goede staat zijn! Vervang beschadigde en verouderde hydraulische slangen! Gebruik uitsluitend AMAZONE originele hydraulische slangen! Gebruik hydraulische slangen niet langer dan zes jaar. Dat is inclusief een eventuele opslagtijd van maximaal twee jaar. Ook bij vakkundige opslag en toelaatbare belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan natuurlijke veroudering, wat hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt. In afwijking hiervan is het mogelijk om, rekening houdend met de mogelijke risico's, de gebruiksduur op basis van ervaring te bepalen. Voor slangen en slangleidingen van thermoplast kunnen andere richtwaarden doorslaggevend zijn. Voer oude olie volgens de milieuvoorschriften af. Neem bij problemen met betrekking tot het afvoeren contact op met uw leverancier van de olie! Bewaar hydraulische olie buiten bereik van kinderen! Zorg dat er geen hydraulische olie in de grond of in het water komt! 200 Pantera BAG

201 Reiniging, onderhoud en reparatie Aanduidingen op hydraulische slangen De aanduidingen op de slangen hebben de volgende betekenis: Afb. 160/... (1) Type-aanduiding van de fabrikant van de hydraulische slangleiding (A1HF) (2) Productiedatum van de hydraulische slang (02 04 = februari 2004) (3) Maximaal toelaatbare bedrijfsdruk (210 BAR). Afb. 160 Service-intervallen Na de eerste 10 bedrijfsuren en daarna om de 50 bedrijfsuren 1. Controleer alle componenten van het hydraulische systeem op lekkage. 2. Trek schroefverbindingen eventueel na. Voor elke inbedrijfstelling 1. Controleer de hydraulische slangen op in het oog lopende gebreken. 2. Verhelp schuurplekken van hydraulische slangen en buizen. 3. Vervang versleten of beschadigde hydraulische slangen direct. Pantera BAG

202 Reiniging, onderhoud en reparatie Inspectiecriteria voor hydraulische slangen Hanteer de volgende inspectiecriteria voor uw eigen veiligheid en voor de beperking van de belasting van het milieu! Vervang slangen wanneer deze aan ten minste één criterium uit de volgende lijst voldoen: Beschadiging van de buitenste laag tot op de staalmantel (bv. schuurplekken, scheurtjes, insnijdingen). Bros worden van de buitenste laag (scheurtjes in het materiaal van de slang). Vervormingen die niet in overeenstemming zijn met de natuurlijke vorm van de slang. Zowel drukloos als onder druk of bij buiging (bv. loslaten van de lagen, blaasvorming, platdrukken of knikken). Lekkage. Beschadiging of vervorming van de slangarmaturen (verhoogde kans op lekkage); een geringe beschadiging aan de buitenkant is geen reden voor vervanging. Het loskomen van de slang uit de armatuur. Corrosie van de armatuur, hetgeen de werking en sterkte vermindert. Montagevoorschriften niet nagekomen. De gebruiksduur van 6 jaar is overschreden. Doorslaggevend hiervoor is de datum waarop de hydraulische slangleiding op de armatuur is bevestigd plus 6 jaar. Staat op de armatuur de productiedatum "2004", dan eindigt de gebruiksduur in februari Zie ook "Aanduidingen op hydraulische slangen". 202 Pantera BAG

203 Reiniging, onderhoud en reparatie Monteren en demonteren van hydraulische slangen Neem bij het monteren en demonteren van hydraulische slangen de volgende aanwijzingen beslist in acht: Gebruik alleen AMAZONE originele -reserveslangen. Zorg voor een schone werkplek. Monteer hydraulische slangen zodanig dat onder alle bedrijfsomstandigheden ο ο ο ο geen trekbelasting optreedt, behalve door het eigengewicht. er bij korte slangen geen stuikbelasting optreedt. van buiten komende mechanische inwerkingen op de hydraulische slangen worden vermeden. Voorkom dat de slangen langs elkaar of langs componenten schuren door ze in overeenstemming met de voorschriften te leggen en te bevestigen. Bescherm de hydraulische slangen zo nodig met beschermhulzen. Dek componenten met scherpe randen af. de buigradius niet kleiner wordt dan is toegestaan. Als u de hydraulische slangleiding aansluit op bewegende onderdelen, dient de slang een dusdanige lengte te hebben dat de buiging over het gehele bewegingstraject niet kleiner is dan de minimaal toegestane buigradius en/of de hydraulische slangleiding bovendien niet op trek wordt belast. Sluit de hydraulische slangen aan op de voorgeschreven bevestigingspunten. Gebruik geen slanghouders op plaatsen waar zij de natuurlijke beweging en lengteverandering van de slangen belemmeren. Het overlakken van hydraulische slangen is verboden! Pantera BAG

204 Reiniging, onderhoud en reparatie Hydraulische olie Correcte oliepeil bij olietemperatuur 60 C midden kijkglas 20 C onderste derde deel kijkglas De oliehoeveelheid is in orde, wanneer het oliepeil in het onderste derde deel (koude olie), tot de helft van het kijkglas ligt. Indien nodig kan door een vulopening aan de bovenzijde olie worden bijgevuld. Wanneer het oliepeil afneemt tot onder een minimum of wanneer de olietemperatuur te hoog wordt, wordt in de cabine een waarschuwingssignaal gegeven. Olie verversen: 1. Motor uitschakelen, hydraulische olie zover laten afkoelen, dat er geen verbrandingsgevaar bestaat. 2. Olieopvangbak onder het hydraulicavat plaatsen. 3. Olieaftapschroef aan de onderzijde van het vat uitdraaien. 4. Olie aftappen. 5. Olieaftapschroef met nieuwe afdichtring indraaien en vasttrekken. 6. Smeerolie bijvullen. ο ο ο Kwaliteits-/viscositeitsspecificaties, zie op pagina 182. Vulhoeveelheid 120 liter. Maatgevend voor de vulhoeveelheid is het kijkglas. 7. Oliepeil controleren. Afb. 161 VOORZICHTIG Verbrandingsgevaar bij het aftappen van hete olie! Hydraulisch oliefilter Het hydraulische oliefilter kan worden vervangen bij gevulde hydraulische olietank. r Eventueel wegstromende olie opvangen. Voorzichtig bij hete olie! 204 Pantera BAG

205 Reiniging, onderhoud en reparatie Retourfilter in olietank Het retourfilter bevindt zich in de vulopening van de hydraulische olietank. Filter vervangen: 1. Deksel (Afb. 162/1) van het huis (Afb. 162/3) afnemen. 2. Retourfilter (Afb. 162/2) vervangen. 3. Deksel weer monteren. Afb. 162 Drukfilter hydraulische pomp Het drukfilter is onder de machine, achter de cabine gemonteerd (Afb. 163/1). Filter vervangen: 1. Motor uitschakelen. 2. Smeeroliepatroon met standaard gereedschap losmaken en afschroeven. 3. Eventueel wegstromende olie opvangen. 4. Afdichtingsvlak van de filterhouder eventueel schoonmaken. 5. Rubberen afdichting van het nieuwe smeeroliefilterelement iets insmeren. 6. Patroon met de hand opschroeven tot de afdichting aanligt. 7. Smeeroliefilterelement met een extra halve slag vastdraaien. 8. Afdichting van het smeeroliefilterelement op lekdichtheid controleren. Afb. 163 Pantera BAG

206 Reiniging, onderhoud en reparatie Cabine Cabineluchtfilter reinigen/vervangen WAARSCHUWING Verkeerd ingebouwd of defect luchtfilter. Stof komt in de cabine. Stof wordt ingeademd en is schadelijk voor de gezondheid. Let op een goede plaatsing van het filter. Defecte luchtfilters direct vervangen. 1. Afdekking (Afb. 164/1) op cabinedak links openen. 2. Filter (Afb. 164/2) ontgrendelen, uitnemen en vervangen. 3. Beschadigde filters en afdichtprofielen absoluut vervangen. Bij gebruik van actief-koolstoffilters alleen het filterpatroon vervangen! Afb Cabine circulatieluchtfilter reinigen 1. Circulatierooster (Afb. 165/1) demonteren. 2. Oppervlakkig vervuilde filters schoonzuigen, afkloppen of met perslucht uitblazen. 3. Beschadigde filters vervangen. 4. Circulatierooster inbouwen. 1. Circulatierooster (Afb. 166/1) demonteren. 2. Oppervlakkig vervuilde filters schoonzuigen, afkloppen of met perslucht uitblazen. 3. Beschadigde filters vervangen. 4. Circulatierooster inbouwen. Afb. 165 Afb Pantera BAG

207 Reiniging, onderhoud en reparatie Dempingslagers van de cabine controleren op goed vastzitten. (1) Vier dempingslagers (2) Koppeling dempingslager Afb. 167 Pantera BAG

208 Reiniging, onderhoud en reparatie Airconditioning Airconditioning in bedrijf nemen Om schade aan de compressor bij machines met airconditioning te voorkomen, moet na een langere stilstandtijd de airconditioning weer in bedrijf worden genomen. Deze inbedrijfname zorgt ervoor, dat de olie in het systeem wordt verdeeld. 1. Dieselmotor inschakelen en stationair laten draaien. 2. Alle ventilatiegaten geheel openen. 3. Beide deuren openen. 4. Airconditioning inschakelen. 5. Temperatuurregelaar (1) op de laagste temperatuur instellen. 6. Ventilator op stand 3 of automatisch bedrijf. 7. Machine minimaal 5 minuten stationair laten draaien. De airconditioning kan nu weer zoals gewend worden gebruikt. Afb Werken met koelmiddel GEVAAR Dodelijk of ernstig letsel door koelmiddel. Werkzaamheden aan de airconditioning mogen alleen door geautoriseerde vakgarages worden uitgevoerd. Ieder contact met koelmiddel vermijden. Draag veiligheidshandschoenen en een veiligheidsbril. Aan de onderdelen van het koelmiddelcircuit en in de directe nabijheid daarvan mag niet worden gelast. Maximale omgevingstemperatuur voor koelmiddel: 80 C. 208 Pantera BAG

209 Reiniging, onderhoud en reparatie Filterdroger vervangen De filterdroger bevindt zich tussen de voorwielen. Bij inbouw van een nieuwe filterdroger moet 10 cm³ koelmiddelolie worden bijgevuld. Afdichtingen bij iedere montage vervangen. Demonteren 1. Koelmiddel aftappen. 2. Stekker van schakelaar ontgrendelen en lostrekken. 3. Slangleidingen afschroeven. Openingen afsluiten. 4. Filterdroger afnemen. Inbouwen 1. Filterdroger monteren 2. Slangleidingen opschroeven. 3. Stekker op de schakelaar aansluiten. 4. Koelmiddel bijvullen. 5. Functiecontrole uitvoeren. 6. Lekdichtheidscontrole uitvoeren. Afb Vulhoeveelheden van de airconditioning Koelmiddel: 1900 g Contrastmiddel: 10 g Compressorolie: 5 g Alle vervangen componenten van de airconditioning conform de voorschriften afvoeren. Pantera BAG

210 Reiniging, onderhoud en reparatie Klimaataggregaten in het cabinedak Vervuilde aggregaten veroorzaken verminderd verwarmings- en koelvermogen. Inefficiënt gebruik van de machine. Voorgeschreven onderhoudsintervallen aanhouden. Bij veel stof de aggregaten vaker reinigen. VOORZICHTIG Reiniging van gevoelige onderdelen met te krachtige perslucht of andere reinigingstoestellen. Componenten raken beschadigd. Persluchtstraal niet direct op gevoelige onderdelen richten zoals bijv. koelribben of filterpatronen. In geen geval een stoomapparaat gebruiken voor de reiniging. 1. Kap (Afb. 170/1) van het cabinedak schroeven. 2. Verdamper (Afb. 171/2) en warmwaterradiator (Afb. 171/3) met perslucht (max. 5 bar) uitblazen. 3. Beschadigde afdichtingen (Afb. 171/1) onder het deksel vervangen. 4. Kap weer monteren. Afb. 170 Afb Pantera BAG

211 Reiniging, onderhoud en reparatie 13.6 Onderhoud van de veldspuit Hydraulische smoorkleppen instellen Af fabriek ingesteld zijn de bedieningssnelheden van de verschillende hydraulische functies aan de betreffende hydraulische smoorkleppen van het klepblok (spuitbomen in- en uitvouwen, trillingsdemping ver- en ontgrendelen etc.). Naargelang het tractortype kan het echter nodig zijn om deze ingestelde snelheden te corrigeren. Instelbaar is de bedieningssnelheid van de aan een smoorkleppaar toegewezen hydraulische functie door het in- of uitdraaien van de binnenzeskantschroef van de betreffende smoorkleppen. Verlagen van de bedieningssnelheid = binnenzeskantschroef indraaien. Verhogen van de bedieningssnelheid = binnenzeskantschroef uitdraaien. Verstel altijd beide smoorkleppen van een paar smoorkleppen gelijkmatig als u de bedieningssnelheden van een hydraulische functie corrigeert. Profi-klapsysteem I Afb. 172/... (1) Smoorklep rechter arm inklappen. (2) Smoorklep rechter arm uitklappen. (3) Smoorklep trillingsdemping vergrendelen. (4) Transportbeveiliging smoorklep. (5) Hydraulische aansluitingen hellingverstelling (de smoorkleppen bevinden zich aan de hydraulische cilinder van de hellingverstelling). (6) Smoorklep linker arm inklappen. (7) Smoorklep linker arm uitklappen. Afb. 172 Pantera BAG

212 Reiniging, onderhoud en reparatie Profi-klapsysteem II Afb. 173/... (1) Smoorklep rechter arm naar onderen klappen. (2) Smoorklep rechter arm naar boven klappen. (3) Smoorklep rechter arm inklappen. (4) Smoorklep rechter arm uitklappen. (5) Smoorklep trillingsdemping vergrendelen. (6) Transportbeveiliging smoorklep. (7) Hydraulische aansluitingen hellingverstelling (de smoorkleppen bevinden zich aan de hydraulische cilinder van de hellingverstelling). (8) Smoorklep linker arm inklappen. (9) Smoorklep linker arm uitklappen. (10) Smoorklep linker arm naar beneden klappen. (11) Smoorklep linker arm naar boven klappen. Afb Pantera BAG

213 Reiniging, onderhoud en reparatie Pomp Oliepeil controleren Alleen merkolie 20W30 of multigrade olie 15W40 gebruiken! Op een correct oliepeil letten! Schadelijk zijn zowel een te laag alsook een te hoog oliepeil. Door de niet horizontale positie van de pomp bij de Hitchdissel moet het afgelezen oliepeil geschat worden. 1. Controleer of het oliepeil aan de markering (Afb. 175/1) bij een niet lopende en horizontaal staande pomp zichtbaar is. 2. Het deksel (Afb. 175/2) afnemen en olie bijvullen als het oliepeil aan de markering (Afb. 175/1) niet zichtbaar is. Afb Olie verversen Controleer het oliepeil na enkele bedrijfsuren; indien nodig olie bijvullen. 1. Pomp demonteren. 2. Deksel (Afb. 175/2) afnemen. 3. Olie aftappen. 3.1 Pomp op z'n kop zetten. 3.2 Aandrijfas met de hand draaien tot de oude olie volledig uitgelopen is. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de olie aan de aftapplug af te tappen. Hierbij blijft echter een geringe hoeveelheid olie in de pomp, daarom raden we u de eerste methode aan. 4. Pomp op een vlakke ondergrond zetten. 5. Aandrijfas afwisselend naar rechts en links draaien en nieuwe olie langzaam bijvullen. De correcte hoeveelheid olie is bijgevuld als de olie aan de markering (Afb. 175/1) zichtbaar is. Pantera BAG

214 Reiniging, onderhoud en reparatie Zuig- en drukzijdige kleppen controleren en vervangen Let op de inbouwpositie van de zuig- en drukzijdige kleppen voor u de klepgroepen (Afb. 175/5) uitneemt. Let er bij het monteren op dat de klepgeleiding (Afb. 175/9) niet beschadigd wordt. Beschadigingen kunnen de kleppen doen blokkeren. De moeren (Afb. 175/1,2) absoluut kruiselings met het opgegeven draaimoment aandraaien. Het ondeskundig aandraaien van de schroeven leidt tot spanningen en hierdoor tot lekkages. Afb Bouw de pomp uit, indien nodig. 2. Verwijder de moeren (Afb. 175/1,2). 3. Zuig- en drukkanaal (Afb. 175/3 en Afb. 175/4) afnemen. 4. Klepgroepen (Afb. 175/5) uitnemen. 5. Controleer de klepzitting (Afb. 175/6), klep (Afb. 175/7), klepveer (Afb. 175/8) en klepgeleiding (Afb. 175/9) op schade of slijtage. 6. De O-ring (Afb. 175/10) verwijderen. 7. Beschadigde delen vervangen. 8. Klepgroepen (Afb. 175/5) na controle en reiniging monteren. 9. Nieuwe O-ringen (Afb. 175/10) inzetten. 10. Zuig- (Afb. 175/3) en drukkanaal (Afb. 175/4) aan de pompbehuizing bevestigen. 11. Draai de moeren (Afb. 175/1,2) kruiselings met een aanhaalmoment van 11 Nm aan. 214 Pantera BAG

215 Reiniging, onderhoud en reparatie Zuigermembranen controleren en vervangen Controleer de zuigermembraan (Afb. 176/8) minstens één keer per jaar door demontage op perfecte staat. Let op de inbouwpositie van de zuig- en drukzijdige kleppen voor u de klepgroepen (Afb. 176/5) uitneemt. Voer de controle en het vervangen van de zuigermembraan voor elke zuiger afzonderlijk uit. Begin pas met de demontage van de volgende zuiger als de gecontroleerde zuiger opnieuw compleet gemonteerd is. Zwenk de te controleren zuiger altijd naar boven, zodat in de olie in de pompbehuizing niet uitloopt. Vervang principieel alle zuigermembranen (Afb. 176/8), ook als slecht een zuigermembraan gezwollen, gebroken of poreus is. Afb. 176 Zuigermembranen controleren 1. Pomp demonteren indien nodig. 2. Draai de moeren (Afb. 176/1, 2) los. 3. Zuig- en drukkanaal (Afb. 176/3 en Afb. 176/4) afnemen. 4. Klepgroepen (Afb. 176/5) uitnemen. 5. Verwijder de bouten (Afb. 176/6). 6. Neem de cilinderkop (Afb. 176/7) af. 7. Controleer de zuigermembranen (Afb. 176/8). 8. Vervang beschadigde zuigermembranen. Pantera BAG

216 Reiniging, onderhoud en reparatie Zuigermembranen vervangen Let op de juiste positie van de uitsparingen of boorgaten van de cilinders. De membraan (Afb. 176/8) met de steunschijf en de bout (Afb. 176/11) aan de zuiger (Afb. 176/9) bevestigen, zodat de rand naar de cilinderkopzijde (Afb. 176/7) wijst. De moeren (Afb. 176/1,2) absoluut kruiselings met het opgegeven draaimoment aandraaien. Het ondeskundig aandraaien van de moeren leidt tot spanningen en hierdoor tot lekkages. 1. Bout (Afb. 176/11) losdraaien en zuigermembraan (Afb. 176/8) samen met de steunschijf van de zuiger (Afb. 176/9) nemen. 2. Laat het olie-spuitvloeistofmengsel uit de pompbehuizing af als de zuigermembraan gebroken is. 3. Neem de cilinder (Afb. 176/10) uit de pompbehuizing. 4. Spoel de pompbehuizing grondig met dieselolie of petroleum uit. 5. Reinig alle afdichtingsvlakken. 6. Plaats de cilinder (Afb. 176/10) opnieuw in de pompbehuizing. 7. Zuigermembraan (Afb. 176/8) monteren. 8. Cilinderkop (Afb. 176/7) aan pompbehuizing bevestigen en bouten (Afb. 176/6) gelijkmatig kruiselings aandraaien. Gebruik voor de koppeling lijm voor middelsterke verbindingen! 9. Klepgroepen (Afb. 176/5) na controle en reiniging monteren. 10. Nieuwe O-ringen inzetten. 11. Zuig- (Afb. 176/3) en drukkanaal (Afb. 176/4) aan de pompbehuizing bevestigen. 12. Draai de moeren (Afb. 176/1,2) kruiselings met een aanhaalmoment van 11 Nm aan. 216 Pantera BAG

217 Reiniging, onderhoud en reparatie Doorstromingsmeter kalibreren Kalibreer de doorstromingsmeter minimaal eenmaal per jaar. Kalibreer de doorstromingsmeter: ο ο ο Na demontage van de doorstromingsmeter. Na langer gebruik, omdat spuitmiddelresten zich in de doorstromingsmeter kunnen afzetten. Bij verschillen tussen gewenste en werkelijk verspreide dosering. Noteer de weergegeven waarde "Impulsen", wanneer u de veldspuit voor het bepalen van de uitgebrachte hoeveelheid water wegrijdt. De getoonde impulswaarde verdwijnt bij het transporteren van de veldspuit. Kalibreer de terugstroommeter minimaal eenmaal per jaar met de doorstromingsmeter. Stel de terugstroommeter met de doorstromingsmeter af: ο Na het kalibreren van de doorstromingsmeter. Na demontage van de terugstroommeter. In het werkmenu "Spuiten" uitstellen. De kalibratie kan alleen plaatsvinden, wanneer er geen vloeistof via de spuitbomen wordt uitgebracht. Zie hiervoor de handleiding van de software AMABUS /ISOBUS; hoofdstuk "Impulsen per liter" Spuitdoppen Controleer af en toe de zitting van de schuif (Afb. 177/7). Hiervoor de schuif zo ver in de spuitdophouder (Afb. 177/2) schuiven, als het met matige duimkracht mogelijk is. De schuif in nieuwe toestand in geen geval tot aan de aanslag inschuiven. Afb. 177 Pantera BAG

218 Reiniging, onderhoud en reparatie Montage van de spuitdop 1. Het spuitdopfilter (Afb. 177/1) van onderen in de spuitdophouder (Afb. 177/2) zetten. 2. De spuitdop (Afb. 177/3) in de bajonetmoer (Afb. 177/4) leggen. Voor de verschillende spuitdoppen worden bajonetmoeren in verschillende kleuren aangeboden. 3. Rubber dichting (Afb. 177/5) boven de spuitdop inleggen. 4. Rubber dichting in de zitting van de bajonetmoer drukken. 5. Bajonetmoer op bajonetaansluiting zetten. 6. Bajonetmoer tot aan de aanslag verdraaien Demontage van het membraanklep bij nadruppelende spuitdoppen Afzettingen aan de membraanzitting (Afb. 177/6) zijn de oorzaak voor een niet-nadruppelvrij uitschakelen van de spuitdoppen bij uitgeschakelde spuitbomen. Dan de betreffende membraan als volgt reinigen: 1. De schuif (Afb. 177/7) uit de spuitdophouder (Afb. 177/2) in de richting van de bajonetmoer uittrekken. 2. Het veerelement (Afb. 177/8) en de membraan (Afb. 177/9) uitnemen. 3. De membraanzitting (Afb. 177/6) reinigen. 4. De montage gebeurt in de omgekeerde volgorde. Op de juiste inbouwrichting van het veerelement letten. De rechts en links aangebrachte, stijgende randen aan de behuizing van het veerelement (Afb. 177/10) moeten bij de inbouw in de richting van het stangenprofiel stijgen Leidingfilter Reinig het leidingfilter (Afb. 178/1) naargelang het gebruik om de 3-4 maanden. Vervang de beschadigde filterelementen. 1. Het sluitstuk aan de beide strips samendrukken. 2. Het sluitstuk met O-ring, drukveer en filterelement uitnemen. 3. Het filterelement met benzine of verdunning reinigen (uitwassen) en met perslucht droogblazen. 4. Let er bij het monteren in omgekeerde volgorde op dat de O-ring niet schuin in de geleidesleuf wordt geplaatst. Afb Pantera BAG

219 13.7 Aanwijzingen voor de controle van de veldspuit Reiniging, onderhoud en reparatie Alleen geautoriseerde instanties mogen de veldspuit inspecteren. De controle van de veldspuit is wettelijk voorgeschreven: ο ο ten laatste 6 maanden na ingebruikneming (indien bij aankoop nog niet uitgevoerd), dan verder om de 4 halve jaren. Controleset veldspuit (speciale uitrusting), bestelnr.: Slangaansluiting (Bestelnr.: GE 112) Stulpkap (Bestelnr.: ) en stekker (Bestelnr.: ZF 195) Aansluiting doorstromingsmeter (Bestelnr.: ) Manometeraansluiting (Bestelnr.: ) Slangaansluiting (Bestelnr.: GE 095) O-ring (Bestelnr.: FC 122) Wartelmoer (Bestelnr.: GE 021) Slangklem (Bestelnr.: KE 006) Testen van de pomp - testen van de pompcapaciteit (opbrengst, druk) Controleset aan drukaansluiting (Afb. 179/1) van de pomp aansluiten. Afb. 179 Pantera BAG

220 Reiniging, onderhoud en reparatie Testen van de doorstromingsmeter 1. Alle spuitleidingen uit de sectiekleppen trekken. 2. De aansluiting van de doorstromingsmeter met een sectieklep verbinden en op het controleapparaat aansluiten. 3. De aansluitingen van de resterende sectiekleppen met blinde doppen afsluiten. 4. Spuiten inschakelen. Testen van de manometer 1. Een spuitleiding uit een sectieklep trekken. 2. De manometeraansluiting met behulp van de stulpsok met een sectieklep verbinden. 3. Testmanometer in de binnendraad 1/4 inch schroeven. 4. Spuiten inschakelen. 220 Pantera BAG

221 Reiniging, onderhoud en reparatie 13.8 Hydraulische schema Pantera BAG

222 Reiniging, onderhoud en reparatie 13.9 Pneumatisch schema 222 Pantera BAG

223 Reiniging, onderhoud en reparatie Overzicht zekeringen en relais De zekeringen en relais bevinden zich in de cabine (1) linksboven in het cabinedak, (2) onder de opklapbare armleuning, (3) op de centrale elektronica onder de opklapbare armleuning. Afb. 180 Zekering op de voertuigaccu Afb. 181 Pantera BAG

224 Reiniging, onderhoud en reparatie Zekeringen en relais onder de opklapbare armleuning 224 Pantera BAG

225 Reiniging, onderhoud en reparatie Zekeringen op de centrale elektronica onder de opklapbare armleuning. Pantera BAG

226 Reiniging, onderhoud en reparatie Zekeringen en relais in het cabinedak 226 Pantera BAG

227 Reiniging, onderhoud en reparatie Lijst met zekeringen Nummer Sterkte Werking Plaats F001 15A Aircocompressor Dak F002 15A Vrij Dak F A Schakelaarverlichting, instrumentverlichting Dak F A Achterlicht links, contourverlichting links, parkeerlicht links, achterlicht aanhangercontactdoos Dak F A Achterlicht rechts, contourverlichting rechts, Dak e achterlicht, parkeerlicht rechts F006 15A Ruitenwisser, waswaterpomp, claxon Dak F007 15A Remlicht rechts/links, 3e remlicht, remlicht aanhangercontactdoos Dak F008 10A Vrij Dak F009 15A Dimlicht rechts/links, grootlicht rechts/links, achterlicht rechts/links Dak F010 15A Sidefinder, coming home Dak F011 15A Werkverlichting bordes rechts Dak F012 15A Vrij Dak F013 15A Vrij Dak F014 15A Vrij Dak F015 15A Dimlicht rechts Dak F016 15A Dimlicht links Dak F017 15A Grootlicht links Dak F018 15A Grootlicht rechts Dak F019 20A Vrij Dak F020 20A Vrij Dak F021 20A Werkverlichting bordes links Dak F022 15A Werkverlichting cabinedak buiten rechts/links Dak F023 20A Werkverlichting cabinedak binnen rechts/links Dak F024 20A Werkverlichting cabinedak binnen rechts Dak F025 20A Werkverlichting reling rechts Dak F026 20A Werkverlichting reling links Dak F027 10A Vrij Dak F028 30A Module airco-automaat Dak F029 10A Buitenspiegelverwarming rechts/links, buitenspiegelverstelling rechts/links Dak F030 20A Werkverlichting ESB, cabinedak achter, hydr. tank Dak F031 3A Module Sidefinder Dak F032 10A Vrij Dak F033 10A Vrij Dak F A Radio Dak F035 15A Alarmlichten Dak F036 15A Leeslamp, radio Dak F037 15A Alarmlichten Dak Pantera BAG

228 Reiniging, onderhoud en reparatie Nummer Sterkte Werking Plaats F050 10A TOPCON Terminal, AGI-3 SFH494 F051 10A TOPCON voetschakelaar SFH494 F052 10A Luchtdroger, centrale smeerinstallatie SFH494 F A Stuurhendelbediening SFH494 F054 3A Sensor pomp, schakelaar S022 SFH494 F055 3A Alarmlichtmodule SFH494 F056 10A EMR SFH494 F057 3A Diagnosecontactdoos EMR SFH494 F058 10A Veiligheidsrelais besturing_ha SFH494 F A Niveau koelwater, spuitpomp aan, temp.sensor hydr. olie, temp.sensor koelwater, verlichting ESB / tank SFH494 F060 15A Chauffeurstoel SFH494 F061 10A Koelbox SFH494 F062 10A Hydr.ESB SFH494 F A Hogedruksensor A/B, dieselniveau, temp. hydr. tank, hydr. niveau, hydr. filter, remdruk circuit 1/2, SFH494 handremdruk, remsensor F064 10A 12 VDC-contactdoos, 12 VDC-diagnosebus SFH494 F A Modem SFH494 F066 15A Achteruitrijdlichten rechts/links, achteruitrijdwaarschuwing SFH494 F067 25A Vrij SFH494 F068 10A Vrij SFH494 F069 10A Vrij SFH494 F070 10A Vrij SFH494 F071 10A Vrij SFH494 F072 10A Vrij SFH494 F073 3A Module Sidefinder SFH494 F074 10A Trap, spoorcorrectie, hefmodule SFH494 F075 10A Amadrive SFH494 F076 3A Vrij SFH494 F077 10A Tractieregeling SG_1, stuurinrichting SG_2, SG_3 CP-II, NOODSTOP SFH494 F078 1A Vrij SFH494 F079 3A Potmeter spoorbreedte rechts/links, potmeter sturing_ha, potmeter niveau VA/HA, trappensensor, potmeter hefmodule SFH494 F080 5A 12VDC knop CP-II, SG3 CP-II SFH494 F081 15A Verlichting compartiment SFH494 F082 10A Druksensor el.-park. remventiel SFH494 F A 12VDC-oplaadcontrole SFH494 F084 3A Zwaailicht, centrale smering handmatig SFH494 F085 15A Sigarettenaansteker, 12VDC-contactdoos SFH494 F086 25A 12VDC-diagnosebus SFH494 F A Contactslot, module Sidefinder, module airco, handremventiel, Kl15x, Kl15, Kl15D, Kl15DD SFH494 F088 10A Tractieregeling SG_1, stuurinrichting SG_2, SFH494 SG_3 CP-II, NOODSTOP F089 20A Stuurinrichting SG_2 SFH494 F090 20A Tractieregeling SG_1, SG_3 CP-II, 30sec-relais besturing_ha, 30sec-relais wake-up, SFH494 NOODSTOP, modem F091 10A Zittingcontact SFH494 F092 3A 12VDC wielsensoren SFH Pantera BAG

229 Reiniging, onderhoud en reparatie Nummer Sterkte Werking Plaats F093 10A Trappensensor, potmeter zuigkraan, sensor roerdruk, niveau H2O SFH494 F094 15A Startrelais Kl50 SFH494 F095 15A Vering hard/zacht SFH494 F096 10A SG_3 CP-II SFH494 F A 12VDC dak-ze SFH494 F103 80A 12VDC SFH494 SFH494 F A 12VDC cabine Accu F300 30A 12VDC Amadrive E-BOX F301 25A EMR E-BOX F302 25A Werkverlichting spuitbomen E-BOX F303 10A ISOBUS basisuitrusting E-BOX F304 20A Zwaailichten E-BOX F305 - Vrij E-BOX F306 50A ISOBUS basisuitrusting E-BOX Pantera BAG

230 Reiniging, onderhoud en reparatie Lijst met relais Nummer Sterkte Werking Plaats K / 20 A Grootlicht Dak K / 40 A Werkverlichting reling links/rechts Dak K / 40 A Vrij Dak K / 20 A Cominghome Dak K / 40 A Werkverlichting bordes links Dak K / 20 A Werkverlichting bordes rechts Dak K / 40 A Werkverlichting dak Dak K / 20 A Vrij Dak K / 20 A Vrij Dak K / 40 A Vrij Dak K / 40 A Werkverlichting ESB/tank Dak K / 20 A Remlicht Dak K / 40 A Aircocompressor Dak K / 40 A Dimlicht Dak K / 40 A Kl 15 SFH494 K015D 20 / 40 A Start (Kl 15D) Dak K015DD 20 / 40 A Start (Kl 15DD) Dak K / 20 A Werkverlichting reling links/rechts Dak K / 20 A Vrij Dak K / 20 A Kl 15x SFH494 K / 40 A Veld/straat SFH494 K / 20 A Neutraal SFH494 K / 20 A Aandrijving SFH494 K / 20 A Vering hard/zacht SFH494 K / 20 A Achteruitrijdlicht SFH494 K / 20 A Vrijgave hefmodule SFH494 K (6)x21W+5 EP W, Knipperlicht Dak K / 20 A Startrelais SFH494 K / 20 A 12VDC SG_3 SFH494 K061 Tijdbesturing Oplaadcontrole SFH494 K / 40 A Veiligheidsrelais besturing_ha links E-BOX K / 40 A Veiligheidsrelais besturing_ha rechts E-BOX K / 40 A Motorrelais EMR E-BOX K / 40 A Werkverlichting spuitbomen E-BOX K114 TIJDRELAIS AF.VERT SEC. Veiligheidsrelais besturing_ha rechts/links E-BOX K / 40 A Zwaailichten E-BOX K116 TIJDRELAIS AF.VERT SEC. 12VDC SG_1, SG_2, SG_3, noodstop E-BOX K / 40 A SG_1, noodstop E-BOX K / 40 A SG_2 E-BOX 230 Pantera BAG

231 Reiniging, onderhoud en reparatie Aanhaalmomenten bouten M S M M 8x M (17) M 10x M (19) M 12x1, M M 14x1, M M 16x1, M M 18x1, M M 20x1, M M 22x1, M M 24x M M 27x M M 30x M M4 M5 M6 M8 M10 M12 M14 M16 M18 M20 M22 M24 2,3 4,6 7,9 19, Pantera BAG

232 Spuittabel 14 Spuittabel 14.1 Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftdoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen, spuithoogte 50 cm Alle in de spuittabellen vermelde doseringen [l/ha] gelden voor water. Vermenigvuldig de opgegeven doseringen voor de omrekening in AHL met 0,88 en voor de omrekening in NPoplossingen met 0,85. De Afb. 182 dient voor de selectie van het geschikte spuitdoptype. Het spuitdoptype wordt bepaald door ο ο ο de gewenste rijsnelheid, de vereiste dosering en het vereiste druppelspectrum (fijn, middel of grof) voor het uitvoeren van de bespuiting met het in te zetten gewasbeschermingsmiddel. De Afb. 183 dient voor ο ο ο het bepalen van de dopgrootte. het bepalen van de vereiste spuitdruk. het bepalen van de vereiste afgifte per dop voor het bepalen van de afgifte van de veldspuit. Toegestane drukbereiken van de verschillende doptypes en dopgroottes Spuitdoptype Fabrikant Toegestaan drukbereik [bar] min. druk max. druk XRC TeeJet 1 5 AD Lechler 1,5 5 Air Mix agrotop 1 6 IDK / IDKN 1 6 ID / IS Lechler 2 8 IDN 2 8 AI 2 8 TTI TeeJet 1 7 AVI Twin agrotop 2 8 TD Hi Speed agrotop 2 10 Ga voor meer informatie over de spuitdopkarakteristiek naar de website van de spuitdopfabrikant. / / Pantera BAG

233 Spuittabel Spuitdoptype selecteren Afb. 182 Voorbeeld: Benodigde dosering: Ingestelde rijsnelheid: Vereist druppelspectrum voor het uitvoeren van de bespuiting: Vereist spuitdoptype:? Vereiste dopgrootte:? Vereiste spuitdruk: Vereiste afgifte per dop voor het bepalen van de afgifte van de veldspuit: 200 l/ha 8 km/h grof (fijne drift)? bar? l/min Pantera BAG

234 Spuittabel Bepalen van spuitdoptype, spuitdopgrootte, spuitdruk en afgifte per dop 1. Bepaal het bedrijfspunt voor de vereiste dosering (200 l/ha) en de gewenste rijsnelheid (8 km/h). 2. Trek aan het bedrijfspunt een verticale lijn naar onderen. Afhankelijk van de positie van het bedrijfspunt loopt deze lijn door het karakteristieke bereik van verschillende spuitdoptypes. 3. Kies het optimale spuitdoptype aan de hand van het vereiste druppelspectrum (fijn, middel of grof) voor de uit te voeren bespuiting. Gekozen voor het hierboven genoemde voorbeeld: Spuitdoptype: AI of ID 4. Ga naar de spuittabel (Afb. 183). 5. Zoek in de kolom met de gewenste rijsnelheid (8 km/h) de vereiste dosering (200 l/ha) of een dosering die het dichtst bij de vereiste dosering komt (hier bv. 195 l/ha). 6. In de regel met de vereiste dosering (195 l/ha) ο ο ο de betreffende spuitdopformaten aflezen. Kies een geschikte spuitdopgrootte (bv.'03'). In het snijpunt met de gekozen dopgrootte de vereiste spuitdruk aflezen (bv. 3,7 bar). De vereiste afgifte per dop (1,3 l/min) voor het bepalen van de afgifte van de veldspuit aflezen. Vereist spuitdoptype: Vereiste dopgrootte: Vereiste spuitdruk: Vereiste afgifte per dop voor het bepalen van de afgifte van de veldspuit: AI /ID '03' 3,7 bar 1,3 l/min 234 Pantera BAG

235 Spuittabel Afb. 183 Pantera BAG

236 Spuittabel 14.2 Spuitdoppen voor vloeibare bemesting Spuitdoptype Fabrikant Toegestaan drukbereik [bar] min. druk min. druk 3- gaats agrotop gaats TeeJet 1,5 4 FD Lechler 1,5 4 Sleepslang AMAZONE Spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen, spuithoogte 120 AMAZONE - spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen (geel) Druk Dopafgifte Dosering AHL (l/ha) / km/h (bar) Water AHL (l/min) 1,0 0,36 0, ,2 0,39 0, ,5 0,44 0, ,8 0,48 0, ,0 0,50 0, ,2 0,52 0, ,5 0,55 0, ,8 0,58 0, ,0 0,60 0, AMAZONE - spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen (rood) Druk Dopafgifte Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (bar) (l/min) 1,0 0,61 0, ,2 0,67 0, ,5 0,75 0, ,8 0,79 0, ,0 0,81 0, ,2 0,84 0, ,5 0,89 0, ,8 0,93 0, ,0 0,96 0, Pantera BAG

237 Spuittabel AMAZONE - spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen (blauw) Druk Dopafgifte Dosering AHL (l/ha) / km/h (bar) Water AHL (l/min) 1,0 0,86 0, ,2 0,94 0, ,5 1,05 0, ,8 1,11 0, ,0 1,15 1, ,2 1,20 1, ,5 1,26 1, ,8 1,32 1, ,0 1,36 1, AMAZONE - spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen (wit) Druk Dopafgifte Dosering AHL (l/ha) / km/h (bar) Water AHL (l/min) 1,0 1,16 1, ,2 1,27 1, ,5 1,42 1, ,8 1,56 1, ,0 1,64 1, ,2 1,73 1, ,5 1,84 1, ,8 1,93 1, ,0 2,01 1, Pantera BAG

238 Spuittabel Spuittabel voor 7-gaats-spuitdoppen AMAZONE-spuittabel voor 7-gaats-spuitdop SJ7-02VP (geel) Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 0,55 0, ,0 0,64 0, ,5 0,72 0, ,0 0,80 0, ,5 0,85 0, ,0 0,93 0, AMAZONE-spuittabel voor 7-gaats-spuitdop SJ7-03VP (blauw) Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 0,87 0, ,0 1,00 0, ,5 1,10 0, ,0 1,18 1, ,5 1,27 1, ,0 1,31 1, AMAZONE-spuittabel voor 7-gaats-spuitdop SJ7-04VP (rood) Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 1,17 1, ,0 1,33 1, ,5 1,45 1, ,0 1,55 1, ,5 1,66 1, ,0 1,72 1, AMAZONE-spuittabel voor 7-gaats-spuitdop SJ7-05VP (bruin) Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 1,49 1, ,0 1,68 1, ,5 1,83 1, ,0 1,95 1, ,5 2,11 1, ,0 2,16 1, Pantera BAG

239 Spuittabel AMAZONE-spuittabel voor 7-gaats-spuitdop SJ7-06VP (grijs) Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 1,77 1, ,0 2,01 1, ,5 2,19 1, ,0 2,35 2, ,0 2,61 2, AMAZONE-spuittabel voor 7-gaats-spuitdop SJ7-08VP (wit) Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 2,28 2, ,0 2,66 2, ,5 2,94 2, ,0 3,15 2, ,0 3,46 3, Spuittabel voor FD-spuitdoppen AMAZONE-spuittabel voor FD-04- spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 1,13 1, ,0 1,31 1, ,5 1,46 1, ,0 1,60 1, ,0 1,85 1, AMAZONE-spuittabel voor FD-05- spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 1,41 1, ,0 1,63 1, ,5 1,83 1, ,0 2,00 1, ,0 2,31 2, Pantera BAG

240 Spuittabel AMAZONE-spuittabel voor FD-06-spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 1,70 1, ,0 1,96 1, ,5 2,19 1, ,0 2,40 2, ,0 2,77 2, AMAZONE-spuittabel voor FD-08-spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 2,26 1, ,0 2,61 2, ,5 2,92 2, ,0 3,20 2, ,0 3,70 3, AMAZONE-spuittabel voor FD-10-spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per spuitdop Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,5 2,83 2, ,0 3,27 2, ,5 3,65 3, ,0 4,00 3, ,0 4,62 4, Pantera BAG

241 Spuittabel Spuittabel voor sleepslangsysteem AMAZONE Spuittabel voor doseerschijf , (ø 0,65 mm) Druk Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (bar) (l/min) 1,0 0,20 0, ,2 0,22 0, ,5 0,24 0, ,8 0,26 0, ,0 0,28 0, ,2 0,29 0, ,5 0,31 0, ,8 0,32 0, ,0 0,34 0, ,5 0,36 0, ,0 0,39 0, AMAZONE Spuittabel voor doseerschijf , (ø 0,8 mm) Druk (bar) Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,0 0,31 0, ,2 0,34 0, ,5 0,38 0, ,8 0,41 0, ,0 0,43 0, ,2 0,45 0, ,5 0,48 0, ,8 0,51 0, ,0 0,53 0, ,5 0,57 0, ,0 0,61 0, Pantera BAG

242 Spuittabel AMAZONE Spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,0 mm) (standaard) Druk Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (bar) (l/min) 1,0 0,43 0, ,2 0,47 0, ,5 0,53 0, ,8 0,58 0, ,0 0,61 0, ,2 0,64 0, ,5 0,68 0, ,8 0,71 0, ,0 0,74 0, ,5 0,79 0, ,0 0,85 0, AMAZONE Spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,2 mm) Druk Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (bar) (l/min) 1,0 0,57 0, ,2 0,62 0, ,5 0,70 0, ,8 0,77 0, ,0 0,81 0, ,2 0,86 0, ,5 0,92 0, ,8 0,96 0, ,0 1,00 0, ,5 1,10 0, ,0 1,16 1, AMAZONE Spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,4 mm) Druk (bar) Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) / km/h Water AHL (l/min) 1,0 0,86 0, ,2 0,93 0, ,5 1,05 0, ,8 1,15 1, ,0 1,22 1, ,2 1,27 1, ,5 1,35 1, ,8 1,43 1, ,0 1,47 1, ,5 1,59 1, ,0 1,69 1, Pantera BAG

243 Spuittabel 14.3 Omrekentabel voor het spuiten van vloeibare meststof ammoniumnitraat-ureumoplossing (AHL) (Dichtheid 1,28 kg/l, d.w.z. ca. 28 kg N op 100 kg vloeibare meststof resp. 36 kg N op 100 liter vloeibare meststof bij 5 10 C) Sol. N Sol. N Sol. N Sol. N Sol. N N kg l Sol. N kg N kg l Sol. N kg N kg l Sol. N kg N kg l kg 10 27,8 35, ,6 186, ,2 335, ,0 485, ,3 42, ,0 193, ,7 342, ,0 493, ,9 50, ,7 200, ,0 350, ,0 500, ,5 57, ,1 207, ,0 357, ,0 507, ,0 64, ,7 214, ,7 364, ,0 515, ,5 71, ,3 221, ,5 371, ,0 521, ,6 78, ,9 228, ,2 378, ,0 529, ,7 85, ,4 235, ,0 386, ,0 535, ,0 92, ,9 243, ,6 393, ,0 554, ,8 100, ,5 250, ,1 400, ,0 572, ,4 107, ,0 257, ,5 407, ,0 589, ,0 114, ,9 264, ,1 414, ,0 607, ,5 121, ,6 271, ,0 421, ,0 625, ,0 128, ,5 278, ,0 428, ,0 643, ,6 135, ,1 285, ,0 436, ,0 660, ,0 143, ,9 292, ,0 443, ,0 679, ,8 150, ,3 300, ,0 450, ,0 696, ,2 157, ,6 307, ,0 457, ,0 714, ,9 164, ,2 314, ,0 465, ,3 171, ,0 321, ,0 471, ,0 178, ,7 328, ,0 478,0 Pantera BAG

244 H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 Tel.: + 49 (0) D Hasbergen-Gaste Telefax: + 49 (0) Germany [email protected] Overige vestigingen: D Hude D Leipzig F Forbach Fabrieksvestigingen in Engeland en Frankrijk Fabrieken voor strooiers van minerale kunstmest, veldspuiten, zaaimachines, grondbewerkingsmachines en tuin- en parkmachines

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding Bedieningshandleiding az Pantera 4502 met Comfort Pakket 2 Zelfrijdende veldspuit MG5004 BAG0131.2 09.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen

Nadere informatie

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding Bedieningshandleiding az Centaur 4001-2 5001-2 Super / Special Mulchcultivator MG 2694 BAG 0070.0 07.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig

Nadere informatie

Bewaar de bedieningshandleiding

Bewaar de bedieningshandleiding Bedieningshandleiding az Centaur 3001 4001 Super / Special Mulchcultivator MG3050 BAG0069.1 12.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig

Nadere informatie

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding Bedieningshandleiding az ZG-TS 5500 ZG-TS 8200 Kunstmeststrooier MG5043 BAG0102.7 10.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar

Nadere informatie

Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00

Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00 OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING DD-ST-150/160-CCS Kruisrails Lees de handleiding beslist voordat u de machine de eerste keer gebruikt. Bewaar deze handleiding altijd bij het apparaat. Geef het apparaat

Nadere informatie

Bewaar de bedieningshandleiding

Bewaar de bedieningshandleiding Bedieningshandleiding az Cenius 4003-2TX Cenius 5003-2TX Cenius 6003-2TX Cenius 7003-2TX Stoppelcultivator MG5116 BAG0112.6 11.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door

Nadere informatie

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding Bedieningshandleiding az Microgranulaatstrooier pneumatisch Microgranulaatstrooier mechanisch Voor ED 02 MG3786 BAG0009.0 04.05 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding vóór de inbedrijfstelling

Nadere informatie

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING SBM3 / 125.505 SBM4 / 125.510 SBM6 / 125.520 INHOUDSOPGAVE 1. DOEL en BEREIK 2. AANSPRAKELIJKHEID 3. AANWIJZINGEN 4. BASISEIGENSCHAPPEN

Nadere informatie

Tijdschakelklok. Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Omwille van het milieu 100% recyclingpapier

Tijdschakelklok. Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Omwille van het milieu 100% recyclingpapier G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Tijdschakelklok Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Impressum Alle rechten,

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING KS

GEBRUIKERSHANDLEIDING KS GEBRUIKERSHANDLEIDING KS150.2450 Geachte klant, U hebt een product van KS Tools via Beneparts BVBA gekocht. Bedankt voor uw aankoop en vertrouwen. In deze gids vindt u al het nodige terug voor een veilig

Nadere informatie

Bedieningshandleiding. & onderhoudshandboek

Bedieningshandleiding. & onderhoudshandboek Bedieningshandleiding & onderhoudshandboek az PROFIHOPPER Mach.-Type PH4WDi & idrive De maai- en verticuteermachine voor elke toepassing MG4741 BAF0012.0 02.13 Printed in France NL Lees deze bedieningshandleiding

Nadere informatie

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *688.107

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *688.107 Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT Modelnr.: *688.107 GEBRUIKSAANWIJZING Om volledig gebruik te maken van de mogelijkheden en storingen tot het minimum te beperken raden wij u aan om de gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug. Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl

BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug. Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl Lees mij eerst! 1Lees deze handleiding zorgvuldig voor de laadbrug te gebruiken. De handleiding omschrijft

Nadere informatie

Adapters en verloopmoeren van metaal

Adapters en verloopmoeren van metaal Adapters en verloopmoeren van metaal Bedieningshandleiding Extra talen www.stahl-ex.com Inhoudsopgave 1 Algemene gegevens...3 1.1 Fabrikant...3 1.2 Gegevens over de bedieningshandleiding...3 1.3 Andere

Nadere informatie

STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02

STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02 STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02 S SVENSKA 1 2 3 4 5 7 A B 6 SVENSKA 8 9 X Z S Y W V 10 NEDERLANDS NL SYMBOLEN Op de machine ziet u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat voorzichtigheid en

Nadere informatie

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding Bedieningshandleiding az CATROS 7501-2T CATROS + 7501-2T Compacte schijveneg MG2956 BAG0046.7 03.14 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig

Nadere informatie

STIHL AP 100, 200, 300. Veiligheidsinstructies

STIHL AP 100, 200, 300. Veiligheidsinstructies { STIHL AP 100, 200, 300 Veiligheidsinstructies Nederlands Inhoudsopgave Vertaling van de originele handleiding 1 Veiligheidsinstructies................................ 1 1.1 Waarschuwingssymbolen...........................

Nadere informatie

Sulky Line Painter 1200

Sulky Line Painter 1200 Form No. 3355 9 Rev C Sulky Line Painter 00 Modelnr. 403 6000000 en hoger Gebruikershandleiding Registreer uw product op www.toro.com Vertaling van de oorspronkelijke instructies (NL) Inhoud Blz. Inleiding....................................

Nadere informatie

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies 1 2 Inhoud 1. Veiligheidsinstructies... 3 2. Gebruik volgens de voorschriften... 4 3. Omschrijving... 4 4. Toepassingstabel... 4 5. Montage... 4 5.1 Omschrijving van de onderdelen... 5 5.2 Meeneemring

Nadere informatie

Bedieningshandleiding CATROS 5501-T CATROS 7501-T

Bedieningshandleiding CATROS 5501-T CATROS 7501-T Bedieningshandleiding az CATROS 5501-T CATROS 7501-T Compacte schijveneg MG 1793 BAG0046.0 01.07 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig

Nadere informatie

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL Elektrische Infrarood Verwarming Model 93485 Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL 1 Algemene veiligheidsinstructies LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING Alvorens de radiateur in bedrijf te nemen, moet u deze gebruiks

Nadere informatie

VIESMANN. Servicehandleiding VITOCELL 100-H. voor de vakman. Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler, 130 tot 200 liter

VIESMANN. Servicehandleiding VITOCELL 100-H. voor de vakman. Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler, 130 tot 200 liter Servicehandleiding voor de vakman VIESMANN Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler, 130 tot 200 liter Geldigheidsverwijzing zie laatste pagina VITOCELL 100-H 3/2012 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften

Nadere informatie

TECHNISCHE HANDLEIDING

TECHNISCHE HANDLEIDING Pagina 1 van 6 Pagina 2 van 6 INHOUDSOPGAVE 1. OMSCHRIJVING... 3 2. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES... 3 3. TECHNISCHE GEGEVENS... 3 4. INSTALLATIE EN BEDIENING... 3 5. ONDERHOUD... 5 6. ALGEMENE VOORWAARDEN...

Nadere informatie

STIHL AK 10, 20, 30. Veiligheidsinstructies

STIHL AK 10, 20, 30. Veiligheidsinstructies { STIHL AK 10, 20, 30 Veiligheidsinstructies Inhoudsopgave Vertaling van de originele handleiding................................ 1 1.1 Waarschuwingssymbolen........................... 1 1.2 Gebruik conform

Nadere informatie

Aanbouw- en bedieningshandleiding

Aanbouw- en bedieningshandleiding Aanbouw- en bedieningshandleiding ISOBUS-Basisuitrusting met ISOBUScabinecontactdoos Stand: V1.20150220 30322575-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor

Nadere informatie

Bestnr Toerentalregelaar voor ventilator

Bestnr Toerentalregelaar voor ventilator Bestnr. 53 73 73 Toerentalregelaar voor ventilator Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand, of openbaar

Nadere informatie

STIHL AK 10, 20, 30. Veiligheidsinstructies

STIHL AK 10, 20, 30. Veiligheidsinstructies { STIHL AK 10, 20, 30 Veiligheidsinstructies Nederlands Inhoudsopgave Vertaling van de originele handleiding 1 Veiligheidsinstructies................................ 1 1.1 Waarschuwingssymbolen...........................

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing, waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften voor batterijen met vloeibaar elektrolyt voor motorfietsen. (zuurpakket meegeleverd)

Gebruiksaanwijzing, waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften voor batterijen met vloeibaar elektrolyt voor motorfietsen. (zuurpakket meegeleverd) Gebruiksaanwijzing, waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften voor batterijen met vloeibaar elektrolyt voor motorfietsen. (zuurpakket meegeleverd) Let op de aanwijzingen op de batterij, in de gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING

DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING NL DRAAITAFEL DT-1000 / DT-1200 / DT-1500 INOX/ALU handleiding VOORWOORD Deze gebruiksaanwijzing is opgesteld door FT Solutions

Nadere informatie

TDS 20/50/75/120 R. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer

TDS 20/50/75/120 R. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer TDS 20/50/75/120 R NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer TRT-BA-TDS R -TC-001-NL TROTEC GmbH & Co. KG Grebbener Straße 7 D-52525 Heinsberg Tel.: +49 2452 962-400 Fax: +49 2452 962-200 www.trotec.com

Nadere informatie

Innovation Protection Conseil

Innovation Protection Conseil Pagina 1 van 7 PULVERISATEUR DORSAL AUTONOME Elektrische autonome rugsproeier met continue druk KENMERKEN : o Het reservoir is uitgerust met een membraanpomp met Viton-afdichting die wordt bediend met

Nadere informatie

INSTALLATIE- EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES

INSTALLATIE- EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES 01/18 INSTALLATIE- 1 EN ONDERHOUDSINSTRUCTIES VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK Om veiligheid en een lange levensduur van dit product te garanderen, zal u de bijgesloten instructies strikt in acht moeten nemen.

Nadere informatie

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding Bedieningshandleiding Hoekschaar AK 150 VERSIE 07-2006 AK 150 pagina 1 / 8 1 Inleiding Geachte klant, Wij waarderen het dat u een product van onze firma hebt gekozen. Deze bedieningshandleiding is speciaal

Nadere informatie

TDS 75. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer

TDS 75. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer TDS 75 NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer TRT-BA-TDS 75 -TC-001-NL TROTEC GmbH & Co. KG Grebbener Straße 7 D-52525 Heinsberg Tel.: +49 2452 962-400 Fax: +49 2452 962-200 www.trotec.com

Nadere informatie

Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler

Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing allstor Bufferboiler NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Aanwijzingen bij de documentatie... 3 1.1 Aanvullend geldende documenten... 3 1.2 Documenten bewaren... 3 1.3

Nadere informatie

Handleiding GASTRO SUNRAIN GASTRO SUNSHINE. voor klanten. Hartelijk dank!

Handleiding GASTRO SUNRAIN GASTRO SUNSHINE. voor klanten. Hartelijk dank! voor klanten GASTRO SUNRAIN GASTRO SUNSHINE Hartelijk dank! U hebt gekozen voor een kwaliteitsproduct van de firma LEINER. Lees deze handleiding a.u.b zorgvuldig door, zodat u lang plezier kunt beleven

Nadere informatie

Onderhoud aan accu's. Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING!

Onderhoud aan accu's. Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING! Algemene informatie over onderhoud aan accu's Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING! De accu's bevatten bijtend zuur. De werkzaamheden moeten daarom met de grootste zorg en met geschikte

Nadere informatie

ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING

ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING [1] b c g d f e a [2] 0,5 1 2 NL Gebruiksaanwijzing ALCT 6/24-2 VOORWOORD Geachte klant, Dank u voor de aanschaf van de ANSM ANN lader ALC T 6-24/2. Deze gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing, waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften voor gesloten batterijen met vast elektrolyt (AGM-technologie) voor motorfietsen.

Gebruiksaanwijzing, waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften voor gesloten batterijen met vast elektrolyt (AGM-technologie) voor motorfietsen. Gebruiksaanwijzing, waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften voor gesloten batterijen met vast elektrolyt (AGM-technologie) voor motorfietsen. Let op de aanwijzingen op de batterij, in de gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen

Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen AANHANGWAGEN TRACTOR 1. Waarschuwing en algemene richtlijnen Bij nood Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen OPGEPAST Aanhangwagens al dan niet voorzien

Nadere informatie

29503_OASE-GAW_SwimSkim_end:29503 SwimSkim :20 Uhr Seite 2 SwimSkim 25

29503_OASE-GAW_SwimSkim_end:29503 SwimSkim :20 Uhr Seite 2 SwimSkim 25 29503_OASE-GAW_SwimSkim_end:29503 SwimSkim 25 04.12.2008 11:20 Uhr Seite 2 SwimSkim 25 - - 2 29503-10-14_GA_SwimSkim 25_print2 2 30.10.2014 11:50:38 - NL - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

De elektrische laadlift

De elektrische laadlift Art-Lift De elektrische laadlift 1 Lees deze bedienings- en gebruikshandleiding nauwkeurig door, voordat u de laadlift in gebruik neemt. Neem deze handleiding goed door en zorg ervoor dat u de informatie

Nadere informatie

Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Blusinrichting. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H

Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Blusinrichting. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H Montage- en servicehandleiding voor de vakman Viesmann Blusinrichting voor Vitoligno 300-H Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel

Nadere informatie

schegolux-aqua/aquacolor Gebruiksaanwijzing schegolux-aqua/aquacolor Uitstromer met LED-licht

schegolux-aqua/aquacolor Gebruiksaanwijzing schegolux-aqua/aquacolor Uitstromer met LED-licht schegolux-aqua/aquacolor NL Gebruiksaanwijzing schegolux-aqua/aquacolor Uitstromer met LED-licht Gebruiksaanwijzing...34-39 NL 2 3 4 5 1 2 8 Abb. 1 6 7 A B Abb. 2 Abb. 3 1 Abb. 4 3 1 Abb. 5 Overzicht/leveringsomvang

Nadere informatie

Onderhoud aan accu's. Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING!

Onderhoud aan accu's. Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING! Algemene informatie over onderhoud aan accu's Algemene informatie over onderhoud aan accu's WAARSCHUWING! De accu's vevatten bijtend zuur. De werkzaamheden moeten daarom met de grootste zorg en met geschikte

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Tape dispenser M-AFT Korte omschrijving: gebruikshandleiding voor het aanbrengen van tape ten behoeve van het afwerken van stoffen die gevoelig zijn voor rafelen. Speciaal aanbevolen

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Lees de veiligheidsinstructies aandachtig door. Indien de instructies niet zorgvuldig worden toegepast, kunnen er risico s onstaan of kan er schade worden aangericht met als gevolg

Nadere informatie

AFVOER-/AANZUIGAPPARAAT RQN 1071 GEBRUIKSAANWIJZING

AFVOER-/AANZUIGAPPARAAT RQN 1071 GEBRUIKSAANWIJZING AFVOER-/AANZUIGAPPARAAT RQN 1071 GEBRUIKSAANWIJZING IN ONTVANGST NEMEN VAN HET APPARAAT INLEIDING TECHNISCHE GEGEVENS PLAATSEN VAN HET APPARAAT MONTAGE PLAATSEN VAN HET APPARAAT MONTAGE VAN DE TRANSPARANTE

Nadere informatie

Componenten voor hydraulische uitrusting. Algemeen. Maatregelen vóór het starten van een nieuw hydraulisch systeem

Componenten voor hydraulische uitrusting. Algemeen. Maatregelen vóór het starten van een nieuw hydraulisch systeem Algemeen Algemeen De volgende componenten voor het bedienen van hydraulische uitrusting kunnen af fabriek worden besteld: De volgende componenten zijn beschikbaar: Bedieningshendel Hydraulische olietank

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Belangrijk: Lees deze instructies zorgvuldig voor u de heater in elkaar zet en gebruik neemt, en volg ze na.

Veiligheidsinstructies Belangrijk: Lees deze instructies zorgvuldig voor u de heater in elkaar zet en gebruik neemt, en volg ze na. Veiligheidsinstructies Belangrijk: Lees deze instructies zorgvuldig voor u de heater in elkaar zet en gebruik neemt, en volg ze na. Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstig

Nadere informatie

Aanvulling op de technische handleiding. MOVIMOT -opties MLU.1A, MLG.1A, MBG11A, MWA21A. Uitgave 06/2008 16663675 / NL. www.sew-eurodrive.

Aanvulling op de technische handleiding. MOVIMOT -opties MLU.1A, MLG.1A, MBG11A, MWA21A. Uitgave 06/2008 16663675 / NL. www.sew-eurodrive. Aandrijfelektronica \ Aandrijfautomatisering \ Systeemintegratie \ Service SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG P.O. Box 3023 D-76642 Bruchsal / Germany Phone +49 7251 75-0 Fax +49 7251 75-1970 [email protected]

Nadere informatie

Telescopische afzuigkap TEL06

Telescopische afzuigkap TEL06 Telescopische afzuigkap TEL06 2 Gelieve de volgende informatie van het typeplaatje voor een later gebruik te noteren, alsook de aankoopdatum, zoals op de rekening / factuur staat vermeld: Model... Serienummer...

Nadere informatie

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOVOLT 300. voor de gebruiker van de installatie. 5548 520 NL 9/2014 Bewaren a.u.b.!

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOVOLT 300. voor de gebruiker van de installatie. 5548 520 NL 9/2014 Bewaren a.u.b.! Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN VITOVOLT 300 9/2014 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter

Nadere informatie

TriaTrainer. nr Montage- en trainingshandleiding

TriaTrainer. nr Montage- en trainingshandleiding 951-760 TriaTrainer nr. 222-220 Montage- en trainingshandleiding Modelbeschrijving: TriaTrainer Afmeting (uitgeklapt), gewicht: breedte: 35 cm hoogte: 44 cm lengte: 140 cm gewicht: 14 kg Materialen: hout,

Nadere informatie

Compressor H V CE

Compressor H V CE GebruikershandleidingError! Compressor H1100 400V CE Deze compressor is specifiek ontworpen om te gebruiken in combinatie met spackspuit MC3V 400V 80L Roza of MC4V 400V 90L Inhoudsopgave Inleiding... 3

Nadere informatie

Überspannungsleiste ALDI NL_ BA_Überspann. Handleiding 6-voudige contactdoos met overspannings- en bliksembeveiliging

Überspannungsleiste ALDI NL_ BA_Überspann. Handleiding 6-voudige contactdoos met overspannings- en bliksembeveiliging Handleiding 6-voudige contactdoos met overspannings- en bliksembeveiliging INHOUD Inleiding...3 Leveringspakket...3 Veiligheidsinstructies...3 Voor uw veiligheid...3 Beoogd gebruik...4 Productoverzicht...5

Nadere informatie

HEFTRUCK. Wat is de gewenste situatie? Maatregelen. Sector Hoveniers en Groenvoorziening

HEFTRUCK. Wat is de gewenste situatie? Maatregelen. Sector Hoveniers en Groenvoorziening HEFTRUCK Het gebruik van een heftruck brengt verschillende gevaren met zich mee: vallende lading, een kantelende heftruck en aanrijdingen met personen. Ongevallen met heftrucks hebben regelmatig een ernstige

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Cleanfix SW 50. Stof-/waterzuiger

Gebruiksaanwijzing. Cleanfix SW 50. Stof-/waterzuiger Gebruiksaanwijzing Cleanfix SW 50 Stof-/waterzuiger Cleanfix Benelux B.V. De Scheper 255 5688 HP OIRSCHOT Internet: www.cleanfix.com Telefoon: 0499 55 00 33 www.cleanfix.nl Telefax: 0499 55 00 60 E-mail:

Nadere informatie

Alarmsirene. Bestnr.: 75 00 08 75 00 09 75 01 36. Omwille van het milieu 100% recyclingpapier

Alarmsirene. Bestnr.: 75 00 08 75 00 09 75 01 36. Omwille van het milieu 100% recyclingpapier G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 75 00 08 75 00 09 75 01 36 Alarmsirene Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Impressum Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V

Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V Aanbouwhandleiding Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan Stand: V8.20161221 30322558-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst.

Nadere informatie

Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3

Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3 Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3 Bediening 1 Contactslot 2 Urenteller 3 Waarschuwingslampje 4 Claxonschakelaar 5 Schakelaar werklamp 1 Gashendel 2 Rijhendel (links) 3 Rijhendel (rechts)

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING. Europese Modellen MD 60/100/120 3/4/5 Amerikaanse Modellen MD 24/40/48 3/4/5

GEBRUIKSAANWIJZING. Europese Modellen MD 60/100/120 3/4/5 Amerikaanse Modellen MD 24/40/48 3/4/5 GEBRUIKSAANWIJZING Europese Modellen MD 60/100/120 3/4/5 Amerikaanse Modellen MD 24/40/48 3/4/5 Lees deze handleiding voordat u de machine gebruikt. NL 9124098 / 1707 Herkomst De oorspronkelijke instructies

Nadere informatie

Block Cutters On the cutting edge for customers satisfaction

Block Cutters On the cutting edge for customers satisfaction 1 Block Cutters On the cutting edge for customers satisfaction Handleiding Klinkerknipper UL-1500-1021-000 1 Voorwoord Wij feliciteren u met de aanschaf van uw klinkerknipper, die veel zaag- en slijpwerk

Nadere informatie

Algemene Reparatieen Testaanwijzingen. Veilige reparatie en controle van WABCO componenten

Algemene Reparatieen Testaanwijzingen. Veilige reparatie en controle van WABCO componenten Algemene Reparatieen Testaanwijzingen Veilige reparatie en controle van WABCO componenten Algemene Reparatie- en Testaanwijzingen Veilige reparatie en controle van WABCO componenten Uitgave 2 Deze brochure

Nadere informatie

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOL. voor de gebruiker van de installatie NL 11/2015 Bewaren a.u.b.!

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOSOL. voor de gebruiker van de installatie NL 11/2015 Bewaren a.u.b.! Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN VITOSOL 11/2015 Bewaren a.u.b. Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING TEGELZAAGMACHINE DYNAMIC 680

GEBRUIKSAANWIJZING TEGELZAAGMACHINE DYNAMIC 680 GEBRUIKSAANWIJZING TEGELZAAGMACHINE DYNAMIC 680 Inhoudsopgave VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 3 WAARSCHUWINGEN 4 VEILIGHEIDS RICHTLIJNEN / ALGEMEEN 6 INSTALLATIE EN MONTAGE 7 ZAGEN 8 ONDERHOUD 9 ONDERDELENTEKENING

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING ELEKTRISCHE AUTO KRIK

GEBRUIKSAANWIJZING ELEKTRISCHE AUTO KRIK GEBRUIKSAANWIJZING ELEKTRISCHE AUTO KRIK BJ 2007 Lees voor gebruik van de krik om veiligheidsredenen deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. STEBER C.B. Techniek www.gaswinkel.com TECHNISCHE GEGEVENS

Nadere informatie

De elektrische laad lift

De elektrische laad lift Art-Lift De elektrische laad lift 1 Lees deze bedienings- en gebruikshandleiding nauwkeurig door, voordat u de laad lift in gebruik neemt. Neem deze handleiding goed door en zorg ervoor dat de informatie

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING (NL)

GEBRUIKSAANWIJZING (NL) Gebruiksaanwijzing GEBRUIKSAANWIJZING (NL) Lees de handleiding goed door vóór gebruik en bewaar hem goed voor later gebruik. Mill HT600 Gebruiksaanwijzing Belangrijke veiligheidsinformatie Wanneer u elektrische

Nadere informatie

Universele Werklamp GT-AL-02

Universele Werklamp GT-AL-02 Universele Werklamp GT-AL-02 GEBRUIKSAANWIJZING V/09/09 Lees deze handleiding voor het eerste gebruik van deze werklamp door en leef voor uw eigen bescherming in ieder geval de veiligheidsvoorschriften

Nadere informatie

HEFTRUCK. Wat is de gewenste situatie? Maatregelen. Sector Bloembollenteelt en handel

HEFTRUCK. Wat is de gewenste situatie? Maatregelen. Sector Bloembollenteelt en handel HEFTRUCK Het gebruik van een heftruck brengt verschillende gevaren met zich mee: vallende lading, een kantelende heftruck en aanrijdingen met personen. Ongevallen met heftrucks hebben regelmatig een ernstige

Nadere informatie

Bedienungsanleitung Elektrischer Kamin KH 1117 Istruzioni per l'uso Camino elettrico KH 1117 Mode d'emploi Cheminée électrique KH 1117

Bedienungsanleitung Elektrischer Kamin KH 1117 Istruzioni per l'uso Camino elettrico KH 1117 Mode d'emploi Cheminée électrique KH 1117 D I F Bedienungsanleitung Elektrischer Kamin KH 1117 Istruzioni per l'uso Camino elettrico KH 1117 Mode d'emploi Cheminée électrique KH 1117 Gebruiksaanwijzing Elektrische haard KH 1117 ➂ ➁ ➀ ➃ ➄ Veiligheidsvoorschriften

Nadere informatie

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOVOLT 200. voor de gebruiker van de installatie NL 11/2016 Bewaren a.u.b.!

VIESMANN. Bedieningshandleiding VITOVOLT 200. voor de gebruiker van de installatie NL 11/2016 Bewaren a.u.b.! Bedieningshandleiding voor de gebruiker van de installatie VIESMANN VITOVOLT 200 11/2016 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Voor uw veiligheid Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Festec FNS hydraulische moerensplijter

Gebruikershandleiding Festec FNS hydraulische moerensplijter 1 1.0 Ontvangstcontrole Controleer alle onderdelen op transportschade. Indien er sprake is van transportschade waarschuw dan onmiddellijk de vervoerder. Transportschade valt niet onder de garantie. De

Nadere informatie

Servicehandleiding voor de vakman VITOCELL 100-H. Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler 130 tot 200 liter inhoud. Bewaren a.u.b.! NL 3/2007

Servicehandleiding voor de vakman VITOCELL 100-H. Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler 130 tot 200 liter inhoud. Bewaren a.u.b.! NL 3/2007 Servicehandleiding voor de vakman Vitocell 100-H type CHA Warmwaterboiler 130 tot 200 liter inhoud VITOCELL 100-H 3/2007 Bewaren a.u.b.! Veiligheidsvoorschriften Veiligheidsvoorschriften Gelieve deze veiligheidsvoorschriften

Nadere informatie

Handleiding. Type: TopsealDirect.nl - Standard Plus

Handleiding. Type: TopsealDirect.nl - Standard Plus Handleiding Type: TopsealDirect.nl - Standard Plus Handsealmachine type Standard Plus is specifiek bestemd voor het sluiten van kunststof en aluminium schalen, die worden voorzien van een hitte bestendige

Nadere informatie

Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V Lees en volg deze bedieningshandleiding op.

Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Aanbouwhandleiding Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan Stand: V7.20160628 30322558-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst.

Nadere informatie

INSTRUCTIEBOEKJE HG800P / HG1200R. hydrofoorgroepen

INSTRUCTIEBOEKJE HG800P / HG1200R. hydrofoorgroepen INSTRUCTIEBOEKJE HG800P / HG1200R hydrofoorgroepen 2 Hartelijk dank! Hartelijk dank dat u voor een EUROM HG hydrofoorgroep gekozen hebt. U hebt daarmee een goede keus gemaakt! Wij hopen dat hij tot uw

Nadere informatie

TE DRS S. Nederlands. Printed: Doc-Nr: PUB / / 000 / 01

TE DRS S. Nederlands. Printed: Doc-Nr: PUB / / 000 / 01 TE DRS S Nederlands 1 Informatie over documentatie 1.1 Over deze documentatie Lees voor ingebruikname deze documentatie door. Dit is vereist voor veilig werken en storingsvrij gebruik. De veiligheidsinstructies

Nadere informatie

Door slecht onderhoud en verkeerd gebruik van handgereedschap gebeuren er nog vaak ongelukken op de werkplek.

Door slecht onderhoud en verkeerd gebruik van handgereedschap gebeuren er nog vaak ongelukken op de werkplek. Gereedschappen Tijdens je werk zul je vaak gebruik maken van gereedschappen. In de Arbowet wordt onderscheidt gemaakt in vier soorten gereedschap; - eenvoudig handgereedschap - aangedreven handgereedschap

Nadere informatie

A Stoel naar voren klappen. B Controleer of de batterijstekker in het apparaat is gestoken. C Klap de stoel naar achteren.

A Stoel naar voren klappen. B Controleer of de batterijstekker in het apparaat is gestoken. C Klap de stoel naar achteren. QUIKSTRT R/D 00/50 WRSHUWING Dit is slechts een korte handleiding! Lees voor het gebruik of onderhoud van het apparaat de bij het apparaat gevoegde gebruiksaanwijzing. ij niet-naleving van de gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

MiniBlack Black BlackOut MaxiBlack MaxiBlackOut

MiniBlack Black BlackOut MaxiBlack MaxiBlackOut MiniBlack Black BlackOut MaxiBlack MaxiBlackOut INHOUD 1. Algemeen... 2 2. Beschrijving... 2 3. Technische specificaties... 3 4. Richtlijnen bij de keuze van de motor... 3 4.1 Voor rolluiken en screens...

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Loophulp

Gebruiksaanwijzing Loophulp Gebruiksaanwijzing Loophulp Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06 Inhoud Contactgegevens fabrikant... 1 Conformiteit... 2 Inleiding... 2 Levering... 2 Bestemd gebruik... 3 Veiligheidsmaatregelen...

Nadere informatie

MG 14. O Mini-massager. Gebruikshandleiding

MG 14. O Mini-massager. Gebruikshandleiding MG 14 NL O Mini-massager Gebruikshandleiding Beurer GmbH Söflinger Str. 218 89077 Ulm, Germany Tel.: +49 (0)731 / 39 89-144 Fax: +49 (0)731 / 39 89-255 www.beurer.de Mail: [email protected] nederlands 1. Reglementair

Nadere informatie