Bedieningshandleiding
|
|
|
- Gijs de Smet
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bedieningshandleiding az Opbouwzaaimachines AD-P 303 Super AD-P 403 Super MG3375 BAG nl Lees deze bedieningshandleiding vóór de inbedrijfstelling door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de handleiding voor toekomstig gebruik!
2 Het mag niet onbelangrijk of overbodig voorkomen, deze gebruiksaanwijzing te lezen en zich aan de aanwijzingen te houden; het volstaat niet van anderen te horen, dat de machine goed is, ze daarom te kopen en te denken dat alles vanzelf gaat. De persoon in kwestie berokkenent niet alleen zichzelf schade maar zal ook fouten maken waarbij het mislukken niet aan zichzelf doch aan de machine zal worden toegeschreven. Om zeker te zijn van een goede werking moet men zich bewust zijn van de handelingen en over het doel van de functies van de machine geïnformeerd zijn en er mee leren omgaan. Pas dan zal men over de machine en zichzelf tevreden zijn. Om dit doel te bereiken dient deze bedieningshandleiding. Leipzig-Plagwitz AD-P 03 Super BAG
3 Identificatiegegevens Identificatiegegevens Vul hier de identificatiegegevens van de machine in. U vindt de identificatiegegevens op het typeplaatje. Machine-identificatienummer: (10-cijferig) Type: AD-P 03 Super Bouwjaar: Basisgewicht kg: Toelaatbaar totaalgewicht kg: Maximale belading kg: Adres fabrikant AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] Bestellen van onderdelen Onderdelenlijsten zijn te vinden in het onderdeelportaal onder Voor bestellingen kunt u terecht bij uw AMAZONE-dealer. Over deze bedieningshandleiding Documentnummer: MG3375 Productiedatum: Copyright AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG, 2014 Alle rechten voorbehouden. Nadruk, ook gedeeltelijk, uitsluitend toegestaan na toestemming van AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG. AD-P 03 Super BAG
4 Voorwoord Voorwoord Geachte klant, U heeft gekozen voor een van onze kwaliteitsproducten uit het uitgebreide programma van AMAZONEN-WERKE, H. DREYER GmbH & Co. KG. Wij bedanken u voor het in ons gestelde vertrouwen. Controleer bij ontvangst van de machine of er sprake is van transportschade en of er onderdelen ontbreken! Controleer aan de hand van het afleveringsbewijs of de machine compleet is geleverd, inclusief de bestelde toebehoren. Alleen bij directe reclamaties heeft u recht op schadevergoeding! Lees deze bedieningshandleiding, en vooral de veiligheidsinstructies, voor het in bedrijf stellen door en volg alle aanwijzingen zorgvuldig op. Door de bedieningshandleiding nauwlettend te lezen, kunt u de voordelen van uw nieuwe machine optimaal benutten. Zorg ervoor dat alle gebruikers van deze machine deze bedieningshandleiding lezen voordat zij met de machine aan het werk gaan. Raadpleeg bij eventuele vragen of problemen s.v.p. deze bedieningshandleiding of neem contact op met uw locale dealer. Door onderhoud regelmatig uit te voeren en versleten of beschadigde onderdelen tijdig te vervangen, verhoogt u de levensduur van uw machine. Uw suggesties Geachte lezers, Wij passen onze bedieningshandleidingen regelmatig aan. Uw suggesties helpen ons onze bedieningshandleidingen nog gebruikersvriendelijker te maken. U kunt uw suggesties per fax aan ons doorgeven. AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] 4 AD-P 03 Super BAG
5 Inhoudsopgave 1 Tips voor de gebruiker Doel van het document Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Gebruikte beschrijvingen Algemene veiligheidsinstructies Verplichtingen en aansprakelijkheid Beschrijving van veiligheidssymbolen Organisatorische maatregelen Veiligheidssystemen en beschermingsvoorzieningen Vrijblijvende veiligheidsmaatregelen Scholing van personen Veiligheidsmaatregelen voor normaal gebruik Gevaren door resterende energie Onderhoud, service en oplossen van storingen Bouwkundige modificaties Onderdelen, slijtageonderdelen en hulpstoffen Reinigen en afvalverwerking Werkplek van de bestuurder Waarschuwingsstickers en andere aanduidingen op de machine Plaats van de waarschuwingsstickers en overige aanduidingen Gevaren bij het negeren van de veiligheidsinstructies Veiligheidsbewust werken Veiligheidsinstructies voor de bestuurder Algemene veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen Hydraulisch systeem Elektrisch systeem Aangebouwde werktuigen Werken met zaaimachines Reinigen, service en onderhoud Op- en afladen Productbeschrijving Overzicht onderdelen Bouwgroepen van de machine Veiligheidssystemen en beschermingsvoorzieningen Overzicht voedingsleidingen tussen tractor en machine Hydraulische aansluitingen Datakabel Stroomvoorziening transport over de weg Verkeerstechnische uitrusting Gebruik volgens voorschriften Gevarenzone en gevaarlijke plaatsen Typeplaatje en CE-markering Technische gegevens Technische gegevens voor berekening van tractorgewichten en tractorasbelastingen Benodigde tractoruitrusting Gegevens over geluidsemissie Opbouw en werking Boordcomputer AMALOG+ (optioneel) Boordcomputer AMADRILL+ (optioneel) Boordcomputer AMATRON 3 (optioneel) AD-P 03 Super BAG
6 Inhoudsopgave 5.4 Tank en platform Digitale niveaubewaking (optie) Dosering Doseerrol Overzicht doseerrollen Tabel doseerrollen zaaigoed Instelling zaaihoeveelheid op Vario-aandrijving Afstandsinstelling zaaihoeveelheid, hydraulisch op Vario-aandrijving (optioneel) Instelling zaaihoeveelheid, elektronisch op Vario-aandrijving (optioneel) Instelling zaaihoeveelheid met maximale dosering (optioneel) Afdraaiproef Turbine Turbine met hydraulische aandrijving Verdeelkop Stapwiel / impulswiel Control-zaaischijf RoTeC en RoTeC+ (hulpuitrusting) Zaaischijfdruk Zaaischijfdruk (verstelling met de afdraaislinger) Zaaischijfdrukinstelling, hydraulisch (optioneel) Exacteg (hulpuitrusting) Stand van de exactegtanden Instelling exactegdruk Hydr. exactegdrukverstelling (optioneel) Rolleneg (hulpuitrusting) Markeurs Aanleggen van rijpaden (optioneel) Voorbeelden voor het aanleggen van rijpaden Rijpadritme 4, 6 en Rijpadenschakeling 2 en Werken met halve werkbreedte (sectie) Rijpadmarkeerapparaat (optioneel) Inbedrijfstelling Controleren of de tractor geschikt is Berekenen van de daadwerkelijke waarden voor het totale gewicht van de tractor, de belastingen van de tractorassen, de draagvermogens van de banden en het minimaal benodigde ballastgewicht Benodigde gegevens voor de berekening Berekenen van het minimaal noodzakelijke ballastgewicht voor G V min om de bestuurbaarheid van de tractor te waarborgen Berekening van de daadwerkelijke voorasbelasting van de tractor T V tat Berekening van het daadwerkelijke totaalgewicht van de combinatie tractor en machine Berekening van de daadwerkelijke achterasbelasting van de tractor T H tat Draagvermogen van de tractorbanden Tabel Beveilig de tractor/machine tegen onbedoeld starten en wegrollen Montagevoorschrift aansluiting hydraulische turbineaandrijving Eerste montage houders beschermstrips (vakwerkplaats) Machine aan- en afkoppelen Hydraulische slangen Hydraulische slangen aansluiten Hydraulische slangen loskoppelen Opbouwzaaimachine aankoppelen Manometer aansluiten Opbouwzaaimachine van de grondbewerkingsmachine loskoppelen Instellingen Niveausensor instellen AD-P 03 Super BAG
7 Inhoudsopgave 8.2 Doseerrol in de doseerunit plaatsen Trapje in combinatie met rolleneg Trapje in transport- en werkstand brengen Tank vullen Hoeveelheid uit te zaaien zaad instellen met afdraaiproef Uitzaaihoeveelheid instellen met afdraaiproef bij machines met Vario-aandrijving, zonder afstandsinstelling zaaihoeveelheid Bepaling van de stand van de aandrijving met behulp van de rekenschijf Zaaihoeveelheid instellen met afdraaiproef bij machines met hydraulische afstandsinstelling zaaihoeveelheid Zaaihoeveelheid instellen met afdraaiproef bij machines met Vario-aandrijving en met elektronische instelling zaaihoeveelheid Zaaihoeveelheid instellen met afdraaiproef bij machines met maximale dosering Turbinetoerental instellen bij turbines met hydraulische aandrijving Instelling op de drukbegrenzingsklep met ronde buitencontour Turbinetoerental aan de stroomregelklep van de tractor instellen Stel het turbinetoerental in met behulp van de drukbegrenzingsklep van de machine Instelling op de drukbegrenzingsklep met zeskantige buitencontour Turbinetoerental aan de stroomregelklep van de tractor instellen Stel het turbinetoerental in met behulp van de drukbegrenzingsklep van de machine Zaaischijfdruk / zaaidiepte instellen Zaaischijfdruk instellen (mechanische zaaischijfdrukinstelling) Zaaischijfdruk instellen (hydraulische zaaischijfdrukinstelling) Dieptegeleidingsrollen afstellen Exacteg afstellen Stand van de exactegtanden Drukverstelling exacteg Drukverstelling exacteg hydraulisch Exacteg in werk-/transportstand zetten Exacteg in werkstand zetten Exacteg in transportstand zetten Rolleneg instellen Egtanden afstellen (rolleneg met bovenliggende schaar) Kanteling van de egtanden instellen Werkdiepte van de egtanden instellen Egtanden afstellen (rolleneg met handgreep) Kanteling van de egtanden instellen Werkdiepte van de egtanden instellen Roldruk op de grond instellen en controleren Markeur in werk-/transportstand zetten Markeur in werkstand zetten Markeur in transportstand zetten Rijpadenritme/-teller instellen in de boordcomputer De machine aan één kant uitschakelen Rijpadmarkeerapparaat in werk-/transportstand zetten Rijpadmarkeerapparaat in werkstand zetten Rijpadmarkeerapparaat in transportstand zetten Beschermstrip voor de verkeersveiligheid Beschermstrip in de transportstand voor de openbare weg Beschermstrip in parkeerstand brengen Stapwielstanden Stapwiel in transportstand zetten Stapwiel in afdraaistand brengen Stapwiel in werkstand brengen Impulswiel in transport-/werkstand zetten Impulswiel in werkstand zetten Impulswiel in transportstand zetten AD-P 03 Super BAG
8 Inhoudsopgave 9 Transport Zaaicombinatie (breedte tot 3,0 m) in de transportstand voor de openbare weg zetten Wettelijke voorschriften en veiligheid Werken met de machine Machine van transport- in de werkstand zetten Beginnen met werk Controles Zaaidiepte van zaaigoed controleren Tijdens het werk Rijpadenteller uitschakelen (STOP-toets) Verdeelkop op verontreiniging controleren Grondbewerking zonder zaaien Keren op wendakker Na het zaaien Tank en/of zaaigoed-doseerunit leegmaken Tank leegmaken Zaaigoed-doseerunit leegmaken Storingen Weergave resterende hoeveelheid zaaigoed Wegklappen van een markeurarm Verschil tussen de ingestelde en daadwerkelijke hoeveelheid uitgezaaid zaad Slip van het stapwiel Reinigen, service en onderhoud Veiligheid Reiniging Reinig de verdeelkop (vakwerkplaats) Machine gedurende langere tijd wegzetten Smeervoorschrift Smeermiddelen Overzicht van smeerpunten Onderhoudsschema overzicht Visuele controle van top- en trekstangpennen Zaaiaslagers onderhouden Oliepeil in Vario-aandrijving controleren Rollenkettingen en kettingwielen onderhouden Inspectiecriteria voor hydraulische slangen Aanduidingen op hydraulische slangen Monteren en demonteren van hydraulische slangen Afstelwerkzaamheden vakwerkplaats Spoorbreedte van de onderhoudstractor instellen (vakwerkplaats) Spoorwijdte van de onderhoudstractor instellen (vakwerkplaats) Kettingwielen in de kettingaandrijving omzetten (vakwerkplaats) Aanhaalmomenten bouten Hydraulische schema's Hydraulisch schema AD-P 303/403 Super AD-P 03 Super BAG
9 Inhoudsopgave AD-P 03 Super BAG
10 Tips voor de gebruiker 1 Tips voor de gebruiker Het hoofdstuk Tips voor de gebruiker bevat informatie over het omgaan met de bedieningshandleiding. 1.1 Doel van het document Deze bedieningshandleiding beschrijft de bediening en het onderhoud van de machine. voorziet u van belangrijke informatie om veilig en efficiënt met de machine te werken. hoort bij de machine en dient altijd in de machine of de tractor te liggen. voor toekomstig gebruik bewaren. 1.1 Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Alle in deze bedieningshandleiding genoemde richtingen zijn altijd gezien in rijrichting. 1.2 Gebruikte beschrijvingen Bedieningsinstructies en reacties De handelingen die de bestuurder dient uit te voeren, worden altijd genummerd weergegeven. Houd u aan de volgorde van de aangegeven bedieningsinstructies. Een pijl geeft in voorkomende gevallen de reactie op de betreffende bedieningsinstructie aan. Voorbeeld: 1. Bedieningsinstructie 1 Reactie van de machine op bedieningsinstructie 1 2. Bedieningsinstructie 2 Opsommingen Opsommingen zonder dwingende volgorde worden weergegeven met opsommingstekens. Voorbeeld: Punt 1 Punt 2 Positienummers in afbeeldingen Cijfers tussen ronde haakjes verwijzen naar positienummers in afbeeldingen. Het eerste cijfer verwijst naar de afbeelding, het tweede cijfer naar het positienummer in de afbeelding. Voorbeeld (afb. 3/6): Afbeelding 3 Positie 6 10 AD-P 03 Super BAG
11 Algemene veiligheidsinstructies 2 Algemene veiligheidsinstructies Dit hoofdstuk bevat belangrijke instructies om veilig met de machine te werken. 2.1 Verplichtingen en aansprakelijkheid Instructies in de bedieningshandleiding opvolgen Kennis van de basisveiligheidsinstructies en veiligheidsvoorschriften is de eerste voorwaarde om veilig en zonder storingen met de machine te kunnen werken. Verplichtingen van de eigenaar De eigenaar is verplicht om alleen personen met/aan de machine te laten werken die vertrouwd zijn met de basisvoorschriften inzake veiligheid op het werk en voorkoming van ongevallen. geïnstrueerd zijn in het werken met/aan de machine. deze bedieningshandleiding hebben gelezen en begrijpen. De eigenaar verplicht zich ertoe om alle waarschuwingsstickers op de machine in leesbare staat te houden. beschadigde waarschuwingsstickers te vervangen. Onbeantwoorde vragen kunt u richten aan de producent. Verplichtingen van de gebruiker Alle personen die met/aan de machine werken zijn verplicht om voordat zij met het werk beginnen de basisvoorschriften voor veiligheid op het werk en voorkoming van ongevallen op te volgen. het hoofdstuk "Algemene veiligheidsinstructies" in deze bedieningshandleiding te lezen en de instructies op te volgen. het hoofdstuk "Waarschuwingsstickers en overige aanduidingen op de machine" in deze bedieningshandleiding te lezen en de veiligheidsinstructies op de waarschuwingsstickers bij het gebruik van de machine op te volgen. zich met de machine vertrouwd te maken. de hoofdstukken in deze bedieningshandleiding die van belang zijn voor het uitvoeren van de opgedragen werkzaamheden te lezen. Als de bestuurder constateert dat een voorziening veiligheidstechnisch niet in perfecte staat is, dient de bestuurder dit probleem onmiddellijk op te lossen. Behoort dit niet tot de taakomschrijving van de bestuurder of beschikt de bestuurder niet over voldoende kennis daartoe, dan dient de bestuurder het probleem door te geven aan zijn of haar meerdere (eigenaar). AD-P 03 Super BAG
12 Algemene veiligheidsinstructies Gevaren bij het werken met de machine De machine is gebouwd volgens de allernieuwste techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kunnen er zich bij het gebruik van de machine gevaren en beschadigingen voordoen voor het leven van de bestuurder of derden, voor de machine zelf, aan andere voorwerpen van waarde. Gebruik de machine alleen waarvoor deze bestemd is. indien deze vanuit veiligheidstechnisch oogpunt in onberispelijke staat verkeert. Storingen die de veiligheid verminderen, moeten direct worden verholpen. Garantie en aansprakelijkheid In principe zijn onze "Algemene verkoop- en levervoorwaarden" van toepassing. Deze worden de eigenaar uiterlijk bij het sluiten van het contract ter beschikking gesteld. Aanspraken op garantie en aansprakelijkheid in geval van letsel of schade zijn uitgesloten wanneer het letsel of de schade aan een of meerdere van de volgende oorzaken toe te schrijven is: gebruik van de machine anders dan waarvoor deze bestemd is. onvakkundig monteren, in bedrijf stellen, bedienen en onderhouden van de machine. gebruik van de machine met defecte veiligheidsvoorzieningen of niet volgens de voorschriften aangebrachte of niet functionerende veiligheids- en beschermingsvoorzieningen. het negeren van de instructies in de bedieningshandleiding met betrekking tot inbedrijfstelling, gebruik en onderhoud. het eigenmachtig modificeren van de machine. gebrekkige controle van slijtageonderdelen van de machine. ondeskundig uitgevoerde reparaties. catastrofes door inwerking van vreemde bestanddelen en overmacht. 12 AD-P 03 Super BAG
13 Algemene veiligheidsinstructies 2.2 Beschrijving van veiligheidssymbolen Veiligheidsinstructies worden aangegeven met een driehoekig veiligheidssymbool en een signaalwoord. Het signaalwoord (GEVAAR, WAARSCHUWING, VOORZICHTIG) beschrijft de ernst van het dreigende gevaar en heeft de volgende betekenis: GEVAAR verwijst naar een direct gevaar met een hoog risico dat de dood of zwaar lichamelijk letsel (verlies van lichaamsdelen of langdurig letsel) ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan de dood of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben. WAARSCHUWING verwijst naar een mogelijk gevaar met gemiddeld risico dat de dood of (zwaar) lichamelijk letsel ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan ernstig lichamelijk letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben. VOORZICHTIG verwijst naar een gevaar met gering risico dat licht of gemiddeld lichamelijk letsel of materiële schade ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. BELANGRIJK verwijst naar een verplichting tot een bijzondere handelwijze of activiteit om vakkundig met de machine om te gaan. Het negeren van deze instructies kan storingen in de machine of in de omgeving veroorzaken. TIP verwijst naar praktische tips en bijzonder nuttige informatie. Deze tips helpen u om alle functies van uw machine optimaal te benutten. AD-P 03 Super BAG
14 Algemene veiligheidsinstructies 2.3 Organisatorische maatregelen De eigenaar dient de benodigde persoonlijke veiligheidsuitrustingen ter beschikking te stellen, zoals: Veiligheidsbril Veiligheidsschoenen Beschermende kleding Beschermingsmiddelen voor de huid, enz. De bedieningshandleiding altijd daar bewaren waar de machine wordt gebruikt! moet te allen tijde voor gebruikers en onderhoudsmedewerkers beschikbaar zijn! Controleer alle beschikbare veiligheidsvoorzieningen regelmatig! 2.4 Veiligheidssystemen en beschermingsvoorzieningen Voordat u de machine gaat gebruiken, dienen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op de juiste wijze zijn aangebracht en functioneren. Controleer alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen regelmatig. Defecte veiligheidsvoorzieningen Defecte of gedemonteerde veiligheids- en beschermingsvoorzieningen kunnen gevaarlijke situaties veroorzaken. 2.5 Vrijblijvende veiligheidsmaatregelen Neem naast alle veiligheidsinstructies in deze bedieningshandleiding ook de algemeen geldende nationale regelingen ter voorkoming van ongevallen en ter bescherming van het milieu in acht. Neem bij het rijden op openbare wegen en straten het wegenverkeersreglement in acht. 14 AD-P 03 Super BAG
15 Algemene veiligheidsinstructies 2.6 Scholing van personen Alleen geschoolde en geïnstrueerde personen mogen met/aan de machine werken. De eigenaar dient de bevoegdheden voor het bedienen en onderhouden duidelijk vastleggen. Personen die nog moeten worden opgeleid, mogen alleen onder toezicht van een ervaren persoon met/aan de machine werken. Activiteit Personen Voor de activiteit speciaal opgeleid persoon 1) Geïnstrueerd persoon 2) Personen met vakopleiding (vakwerkplaats) 3) Verladen/transport X X X Inbedrijfstelling X Monteren, gereedmaken X Gebruik X Onderhoud X Opsporen en verhelpen van storingen X X Afvalverwerking X Legenda: X : toegestaan : niet toegestaan 1) 2) 3) Een persoon die een specifieke taak op zich kan nemen en deze voor een overeenkomstig gekwalificeerd bedrijf mag uitvoeren. Een geïnstrueerd persoon is iemand die over de hem opgedragen taken en mogelijke gevaren bij ondeskundig gedrag is geïnformeerd en zo nodig is ingewerkt en bovendien is geïnformeerd over de benodigde veiligheidsvoorzieningen en veiligheidsmaatregelen. Personen met vakopleiding worden beschouwd als vakman (geschoolde kracht). Door hun vakopleiding en kennis van de desbetreffende bepalingen kunnen zij de hen opgedragen werkzaamheden beoordelen en mogelijke gevaren herkennen. Opmerking: Een aan een vakopleiding gelijkwaardige kwalificatie kan ook zijn verkregen door meerdere jaren op het betreffende arbeidsterrein werkzaam te zijn. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen door een vakwerkplaats worden uitgevoerd wanneer er bij deze werkzaamheden de toevoeging "vakwerkplaats" staat. Het personeel van een vakwerkplaats beschikt over de noodzakelijke kennis en de juiste hulpmiddelen (gereedschappen, hef- en ondersteuningsmateriaal) om de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de machine vakkundig en veilig uit te voeren. AD-P 03 Super BAG
16 Algemene veiligheidsinstructies 2.7 Veiligheidsmaatregelen voor normaal gebruik Gebruik de machine alleen als alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen volledig functioneren. Controleer de machine tenminste een keer per dag op waarneembare schade en het correct functioneren van de veiligheids- en beschermingsvoorzieningen. 2.8 Gevaren door resterende energie Houd rekening met mechanische, hydraulische, pneumatische en elektrische/elektronische resterende energie in de machine. Tref hiertoe passende maatregelen als u degenen die met de machine gaan werken instrueert. Uitgebreide informatie vindt u bovendien in de betreffende hoofdstukken van deze bedieningshandleiding. 2.9 Onderhoud, service en oplossen van storingen Voer de voorgeschreven instel-, onderhouds- en inspectiewerkzaamheden binnen de gestelde termijnen door. Voorkom dat bedrijfsmiddelen zoals perslucht en hydraulische systemen per ongeluk kunnen worden ingeschakeld. Bevestig en borg grotere onderdelen bij vervanging zorgvuldig aan de hefwerktuigen. Controleer of losgemaakte schroefverbindingen weer goed zijn aangebracht. Controleer na het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden of veiligheids- en beschermingsvoorzieningen correct functioneren. 16 AD-P 03 Super BAG
17 Algemene veiligheidsinstructies 2.10 Bouwkundige modificaties Zonder toestemming van AMAZONEN-WERKE zijn modificaties, aanof ombouw aan de machine niet toegestaan. Dit geldt ook voor laswerkzaamheden aan dragende delen. Voor alle aan- of ombouwwerkzaamheden is schriftelijke toestemming van AMAZONEN-WERKE noodzakelijk. Gebruik uitsluitend de door AMAZONEN-WERKE goedgekeurde ombouwdelen en toebehoren, zodat bijvoorbeeld de goedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften van kracht blijft. Voertuigen met een wettelijke goedkeuring of met voorzieningen en toebehoren met een geldige goedkeuring of toelating voor de openbare weg volgens het wegenverkeersreglement dienen zich in de staat te bevinden waarin de goedkeuring of toestemming werd verleend. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, naar binnen trekken en stoten door breuk van dragende onderdelen. Het is verboden om te boren in frame of onderstel. om bestaande gaten in frame of onderstel op te boren. om aan dragende delen te lassen. AD-P 03 Super BAG
18 Algemene veiligheidsinstructies Onderdelen, slijtageonderdelen en hulpstoffen Onderdelen van de machine die niet meer in perfecte staat zijn, dienen direct te worden vervangen. Gebruik uitsluitend originele AMAZONE-onderdelen en - slijtageonderdelen of de door de AMAZONEN-WERKE goedgekeurde onderdelen, zodat de goedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften van kracht blijft. Bij onderdelen en slijtageonderdelen van derden kan niet worden gegarandeerd dat zij zijn ontworpen en geproduceerd volgens de voorgeschreven belastings- en veiligheidsnormen. AMAZONEN-WERKE is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het gebruik van onderdelen, slijtageonderdelen of hulpstoffen die niet zijn goedgekeurd Reinigen en afvalverwerking Ga bij het verwerken en afvoeren van gebruikte stoffen en materialen vakkundig te werk. Dit geldt vooral voor werkzaamheden aan smeersystemen en smeerinrichtingen en het reinigen met oplosmiddelen Werkplek van de bestuurder De machine mag uitsluitend vanaf de bestuurdersstoel van de tractor worden bediend. 18 AD-P 03 Super BAG
19 Algemene veiligheidsinstructies 2.13 Waarschuwingsstickers en andere aanduidingen op de machine Houd alle waarschuwingsstickers op de machine altijd schoon en goed leesbaar! Vervang onleesbare waarschuwingsstickers. Bestel de waarschuwingsstickers aan de hand van het bestelnummer (bijv. MD075) bij uw dealer. Waarschuwingssticker - opbouw Waarschuwingsstickers geven gevaarlijke plaatsen op de machine aan en waarschuwen voor restgevaren. Op deze gevaarlijke plaatsen doen zich permanent of onverwacht gevaarlijke situaties voor. Een waarschuwingssticker bestaat uit 2 vlakken: Veld 1 beschrijft het gevaar in de vorm van een illustratie en is omringd door een driehoekig veiligheidssymbool. Veld 2 geeft in de vorm van een illustratie instructie om het gevaar te vermijden. Waarschuwingssticker - toelichting In de kolom Bestelnummer en toelichting staat de beschrijving van de hiernaast afgebeelde waarschuwingssticker. De beschrijving van de waarschuwingssticker is altijd gelijk en vermeldt in onderstaande volgorde: 1. De beschrijving van het gevaar. Bijvoorbeeld: gevaar voor snijwonden of amputatie! 2. De gevolgen bij het negeren van de instructie(s) om het gevaar te voorkomen. Bijvoorbeeld: veroorzaakt ernstige verwondingen aan vingers of hand. 3. De instructie(s) ter voorkoming van het gevaar. Bijvoorbeeld: raak machineonderdelen pas aan als de machine volledig tot stilstand is gekomen. AD-P 03 Super BAG
20 Algemene veiligheidsinstructies Bestelnummer en toelichting Waarschuwingsstickers MD076 Gevaar voor het naar binnen trekken of vastgrijpen van hand of arm, veroorzaakt door bewegende onderdelen van de krachtoverbrenging! Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met verlies van lichaamsdelen veroorzaken. Open of verwijder nooit veiligheidsvoorzieningen zolang de motor van de tractor bij aangesloten cardanas / hydraulisch/elektronisch systeem draait. of de grondwielaandrijving in beweging is. MD077 Gevaar voor het naar binnen trekken of vastgrijpen van armen, veroorzaakt door toegankelijke, bewegende onderdelen die deelnemen aan het arbeidsproces! Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop ten gevolge hebben. Kom nooit met handen in de gevarenzone zolang de motor van de tractor bij aangesloten cardanas / hydraulisch/elektronisch systeem draait. of de grondwielaandrijving in beweging is. MD078 Kans op letsel als gevolg van beklemming van vingers of handen, veroorzaakt door toegankelijke, bewegende machineonderdelen. Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met verlies van lichaamsdelen veroorzaken. Kom nooit met de handen in de gevarenzone zolang de motor van de tractor met aangesloten cardanas / hydraulisch / elektronisch systeem draait. 20 AD-P 03 Super BAG
21 Algemene veiligheidsinstructies MD082 Gevaar voor vallen van treeplanken en platforms tijdens het meerijden op de machine. Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop ten gevolge hebben. Het is verboden om personen mee te laten rijden op de machine of op rijdende machines te laten stappen. Dit verbod geldt ook voor machines met treeplanken of platforms. Zorg ervoor dat niemand op de machine meerijdt. MD084 Kans op letsel als gevolg van beklemming van het gehele lichaam, veroorzaakt door het oponthoud in het zwenkbereik van zakkende onderdelen van de machine. Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop ten gevolge hebben. Het is verboden om zich binnen het draaien zwenkbereik van zakkende onderdelen van de machine op te houden. Stuur iedereen weg uit het zwenkbereik van omlaag bewegende delen van de machine voordat u deze delen laat zakken. MD089 Kans op letsel als gevolg van beklemming van het gehele lichaam, veroorzaakt door het oponthoud onder zwevende lasten of opgeheven onderdelen van de machine. Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop ten gevolge hebben. Het is verboden om zich onder zwevende lasten of opgelichte onderdelen van de machine op te houden. Bewaar voldoende afstand tussen u en zwevende lasten of opgeheven onderdelen van de machine. Zorg ervoor dat men voldoende afstand houdt tussen zwevende lasten of opgeheven onderdelen van de machine. AD-P 03 Super BAG
22 Algemene veiligheidsinstructies MD094 Gevaar voor elektrische schokken of verbrandingen, veroorzaakt door onbedoeld aanraken van stroomkabels of door te dicht naderen van stroomkabels met hoogspanning! Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop ten gevolge hebben. Zorg voor een veilige afstand tussen u en de stroomkabels met hoogspanning. Nominale spanning tot 1 kv van 1 tot 110 kv van 110 tot 220 kv van 220 tot 380 kv Veiligheidsafstand tot de stroomkabels 1 m 3 m 4 m 5 m MD095 Lees voordat u de machine in gebruikt neemt de bedieningshandleiding en de veiligheidsinstructies goed door en volg de aanwijzingen op! MD096 Gevaar als gevolg van onder hoge druk naar buiten stromende hydraulische olie als gevolg van lekkende hydraulische slangen. Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop ten gevolge hebben wanneer onder hoge druk naar buiten stromende hydraulische olie via de huid in het lichaam komt. Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Lees de bedieningshandleiding en volg de aanwijzingen op voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de hydraulische slangen gaat uitvoeren. Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts. 22 AD-P 03 Super BAG
23 Algemene veiligheidsinstructies MD102 Gevaar door onbedoeld starten en wegrollen van de machine bij werkzaamheden aan de machine, zoals monteren, instellen, oplossen van storingen, reinigen, onderhoud en reparaties. Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop ten gevolge hebben. Beveilig de tractor en machine voor alle handelingen aan de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. Lees de betreffende hoofdstukken in de bedieningshandleiding en volg de aanwijzingen op. MD110 Dit pictogram toont onderdelen van de machine die u als handgreep kunt gebruiken. MD150 Gevaar voor snijwonden of amputatie van vingers of hand, veroorzaakt door bewegende onderdelen die deelnemen aan het arbeidsproces! Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met verlies van lichaamsdelen veroorzaken. Open of verwijder nooit veiligheidsvoorzieningen van bewegende onderdelen die deelnemen aan het arbeidsproces zolang de motor van de tractor met aangesloten cardanas / hydraulisch / elektronisch systeem draait. AD-P 03 Super BAG
24 Algemene veiligheidsinstructies MD154 Gevaar voor prikken of doorboren van andere verkeersdeelnemers, veroorzaakt door transportritten met onbeschermde, spitse egtanden van de zaaieg! Dit gevaar kan zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop ten gevolge hebben. Transportritten zonder correct gemonteerde beschermstrip voor de verkeersveiligheid zijn verboden. Monteer de bijgeleverde beschermstrip vóór een transportrit. MD157 De stabiliteit bij stilstand is alleen gewaarborgd, als de lege machine op de steunelementen wordt geplaatst. Zet de lege machine altijd stabiel op een vlakke en stevige bodem. MD199 De maximale werkdruk van het hydraulische systeem bedraagt 210 bar. 24 AD-P 03 Super BAG
25 Plaats van de waarschuwingsstickers en overige aanduidingen Algemene veiligheidsinstructies Waarschuwingsstickers De volgende afbeeldingen geven aan waar de waarschuwingsstickers op de machine zijn aangebracht. Afb. 1 Afb. 2 AD-P 03 Super BAG
26 Algemene veiligheidsinstructies Afb. 3 Afb. 4 Afb AD-P 03 Super BAG
27 2.14 Gevaren bij het negeren van de veiligheidsinstructies Het negeren van de veiligheidsinstructies Algemene veiligheidsinstructies kan personen in gevaar brengen, schadelijk zijn voor het milieu en beschadigingen aan de machine veroorzaken; kan leiden tot het verlies van alle aanspraken op schadevergoeding. Concreet kan het negeren van de veiligheidsinstructies bijvoorbeeld de volgende gevaren tot gevolg hebben: In gevaar brengen van personen door onbeveiligde werkterreinen. Uitval van belangrijke functies van de machine. Onderhoud en reparatie dat niet op de voorgeschreven wijze wordt uitgevoerd. In gevaar brengen van personen door mechanische of chemische oorzaken. Verontreiniging van het milieu door lekkage van hydraulische olie Veiligheidsbewust werken Naast de veiligheidsinstructies in deze bedieningshandleiding dient u zich ook te houden aan de nationale, algemeen geldende wet- en regelgeving in verband met veiligheid op het werk en het voorkomen van ongevallen. Volg de instructies op de waarschuwingsstickers zorgvuldig op om gevaarlijke situaties te voorkomen. Houd u in het verkeer op de openbare weg aan de wettelijke verkeersvoorschriften. AD-P 03 Super BAG
28 Algemene veiligheidsinstructies 2.16 Veiligheidsinstructies voor de bestuurder WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten vanwege het ontbreken van verkeers- en gebruiksveiligheid. De machine en tractor voor gebruik altijd controleren op verkeers- en gebruiksveiligheid! Algemene veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen Neem behalve deze instructies ook de algemeen geldende nationale veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen in acht. De op de machine aangebrachte waarschuwingsstickers en andere aanduidingen geven belangrijke instructies om veilig met de machine te kunnen werken. Het opvolgen van deze instructies is voor uw eigen veiligheid! Controleer de omgeving (kinderen) voordat u gaat rijden en de machine in werking stelt! Er moet voldoende zicht zijn! Het meerijden of transport op de machine is verboden. Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle hebt. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, van het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de aangebouwde of aangekoppelde machine. Aan- en afkoppelen van de machine Koppel en transporteer de machine alleen met tractoren die daartoe geschikt zijn. Bij het aankoppelen van machines aan de driepuntshydraulica van de tractor moeten de aanbouwcategorieën van tractor en machine overeenkomen. Koppel de machine in overeenstemming met de voorschriften aan de voorgeschreven voorzieningen. Bij het aankoppelen van de machines aan de voor- of achterzijde van een tractor dient u rekening te houden met ο ο ο het toelaatbare totaalgewicht van de tractor; de toelaatbare asbelastingen van de tractor; het toelaatbare draagvermogen van de banden van de tractor. Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld wegrollen, voordat u de machine aan- of afkoppelt! Er mag zich niemand tussen aan de te koppelen machine en tractor bevinden terwijl de tractor achteruit naar de machine rijdt! Aanwezige personen mogen alleen aanwijzingen geven als zij naast het voertuig staan en pas na stilstand tussen tractor en 28 AD-P 03 Super BAG
29 Algemene veiligheidsinstructies machine gaan staan. Voordat u de machine aan de driepuntshydraulica van de tractor koppelt of daarvan loskoppelt, dient u de bedieningshendel van de tractorhydraulica te blokkeren in een positie waarin onbedoeld heffen of zakken wordt uitgesloten. Zet de steunelementen (indien aanwezig) bij het aan- en afkoppelen van machines in de juiste stand (stabiliteit bij stilstand)! Let bij het gebruik van de steunelementen op de plekken waar u bekneld kunt raken. Ga bijzonder voorzichtig te werk bij het aankoppelen of afkoppelen van machines. Tussen tractor en machine bevinden zich bij de koppelingspunten plekken waar u bekneld kunt raken! Tijdens het bedienen van de driepuntshydraulica mag niemand zich tussen de tractor en de machine bevinden. Aangesloten voedingsleidingen ο moeten in bochten bij alle bewegingen zonder spanning, knikken of wrijving soepel meebewegen. ο mogen niet langs onderdelen schuren. Ontkoppelingskabels voor snelkoppelingen moeten los hangen en mogen in de onderste positie niet uit zichzelf ontkoppelen. Zorg dat de afgekoppelde machine altijd stabiel op zijn plaats staat! AD-P 03 Super BAG
30 Algemene veiligheidsinstructies Werken met de machine Maak uzelf voordat u met de werkzaamheden begint vertrouwd met de uitrusting en bedieningselementen van de machine en hun functies. Tijdens het werk is het daarvoor te laat! Draag strak zittende kleding. Losse kleding verhoogt het risico op vastgrijpen of opwikkelen door aandrijfassen! Gebruik de machine alleen als alle veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht en zich in de juiste positie bevinden. Houd rekening met de maximale belading van de aangebouwde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! Rij eventueel alleen met gedeeltelijk gevulde tank. Het is verboden om zich binnen het werkbereik van de machine te bevinden. Het is verboden om zich binnen het draai- en zwenkbereik van de machine te bevinden. Extern bediende machineonderdelen (bijv. hydraulisch) zijn voorzien van delen waar u bekneld kunt raken. Gebruik extern bediende machineonderdelen uitsluitend als personen zich op voldoende veilige afstand van de machine bevinden. Beveilig de tractor tegen onbedoeld starten en wegrollen, voordat u de tractor verlaat. Hiertoe ο laat u de machine op de grond zakken; ο trekt u de handrem aan; ο zet u de motor van de tractor af; ο verwijdert u de contactsleutel. Transporteren van de machine Tijdens het rijden op de openbare weg dient u zich aan de geldende verkeersregels te houden. Controleer voor transportritten ο of de voedingsleidingen correct zijn aangebracht; ο ο ο ο of de verlichting werkt, schadevrij en schoon is; het remsysteem en hydraulische systeem op in het oog lopende gebreken; of de handrem volledig is losgezet; de werking van het remsysteem. De tractor dient altijd te beschikken over voldoende stuur- en remvermogen. Aan een tractor aangebouwde of aangekoppelde machine en gewichten aan voor- of achterzijde beïnvloeden niet alleen het rijgedrag, maar ook het stuur- en remvermogen van de tractor. Gebruik indien nodig gewichten aan de voorzijde. De vooras van de tractor dient altijd met minimaal 20% van het eigen gewicht van de tractor worden belast, om zeker te zijn van voldoende stuurvermogen. Bevestig gewichten aan voor- of achterzijde altijd in overeenstemming met de voorschriften aan de daartoe bestemde beves- 30 AD-P 03 Super BAG
31 Algemene veiligheidsinstructies tigingspunten. Houd rekening met het maximale laadvermogen van de aangebouwde/aangekoppelde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! De tractor dient voor de beladen combinatie (tractor met aangebouwde of aangekoppelde machine) over voldoende remvertraging te beschikken. Controleer de werking van de remmen voordat u gaat rijden. Houd met een aangebouwde of aangekoppelde machine in bochten rekening met de grote uitzwaai en de middelpuntvliedende kracht van de machine. Wanneer de machine aan de driepuntshydraulica of de trekstangen van de tractor is bevestigd, moet u er vóór transport voor zorgen dat de trekstangen aan de zijkant voldoende is vastgezet! Zet alle beweegbare machineonderdelen vóór transport in de transportstand. Zet alle beweegbare machineonderdelen vóór transport in de transportstand vast om te voorkomen dat zij van positie veranderen. Maak hiervoor gebruik van de daarvoor bestemde transportbeveiligingen! Vergrendel vóór transport de bedieningshendel van de driepuntshydraulica om onbedoeld heffen of zakken van de aangebouwde of aangekoppelde machine te voorkomen. Controleer vóór transport of de benodigde transportuitrustingen, zoals verlichting, waarschuwingssystemen en beschermingsvoorzieningen, op de juiste wijze aan de machine zijn gemonteerd. Controleer vóór transport door middel van een visuele controle of de pennen van de topstang en trekstang met een borgpen zijn geborgd. Pas uw rijsnelheid aan de omstandigheden ter plaatse aan. Schakel bij bergaf rijden een lagere versnelling in. Schakel de onafhankelijke wielremmen tijdens transport altijd uit (pedalen vergrendelen)! AD-P 03 Super BAG
32 Algemene veiligheidsinstructies Hydraulisch systeem Het hydraulisch systeem staat onder hoge druk. Zorg ervoor dat de hydraulische slangen op de juiste wijze zijn aangesloten. Bij het aansluiten van de hydraulische slangen moet het hydraulisch systeem van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn. Het is verboden om bedieningshendels op de tractor te blokkeren, als deze bedieningshendels hydraulische of elektrische functies van onderdelen rechtstreeks uitvoeren, zoals in- en uitklappen, draaien en verschuiven. De beweging moet automatisch stoppen zodra u de betreffende bedieningshendel bijbehorende regelelement loslaat. Dit geldt niet voor bewegingen van inrichtingen die ο continu zijn of ο ο automatisch geregeld zijn of voor hun werking een zweefstand of drukstand nodig hebben. Voordat u aan het hydraulisch systeem gaat werken: ο laat de machine zakken; ο ο ο ο maak het hydraulisch systeem drukloos; zet de motor van de tractor af; trek de handrem aan; verwijder de contactsleutel. Laat tenminste een keer per jaar door een deskundige controleren of de hydraulische slangen nog in goede staat zijn. Vervang beschadigde en verouderde hydraulische slangen. Gebruik uitsluitend originele hydraulische slangen van AMAZONE. Gebruik hydraulische slangen niet langer dan zes jaar. Dat is inclusief een eventuele opslagtijd van maximaal twee jaar. Ook bij vakkundige opslag en toelaatbare belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan natuurlijke veroudering, wat hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt. In afwijking hiervan is het mogelijk om, rekening houdend met de mogelijke risico's, de gebruiksduur op basis van ervaring te bepalen. Voor slangen en slangen van thermoplast kunnen andere richtwaarden doorslaggevend zijn. Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Onder hoge druk naar buiten stromende vloeistof (hydraulische olie) kan via de huid in het lichaam komen en ernstig letsel veroorzaken! Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts! Infectiegevaar. Door de mogelijk grote kans op infectie, dient u bij het opsporen van lekkages gebruik te maken van passende hulpmiddelen. 32 AD-P 03 Super BAG
33 Algemene veiligheidsinstructies Elektrisch systeem Bij werkzaamheden aan het elektrische systeem dient u altijd de accu (minpool) los te koppelen. Gebruik uitsluitend de voorgeschreven zekeringen. Het gebruik van te zware zekeringen veroorzaakt onherstelbare schade aan het elektrische systeem brandgevaar! Sluit de accu op de juiste wijze aan: eerst de pluspool en vervolgens de minpool. Loskoppelen: eerst de minpool en dan de pluspool! Voorzie de pluspool van de accu altijd van de daartoe bestemde beschermkap. Bij aardfouten bestaat gevaar voor explosie! Explosiegevaar. Voorkom vonkvorming en open vuur in de nabijheid van de accu! De machine kan worden voorzien van elektronische componenten en onderdelen waarvan de werking door elektromagnetische straling van andere apparaten kan worden beïnvloed. Dergelijke invloeden kunnen gevaarlijk zijn voor de mens. Daarom moeten de volgende veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen. ο ο Als achteraf elektrische apparaten en/of componenten op de machine worden geïnstalleerd en op het elektrische systeem worden aangesloten, dient de gebruiker zelf te controleren of de installatie storingen in de elektronica of andere componenten veroorzaakt. De achteraf geïnstalleerde elektrische en elektronische onderdelen moeten voldoen aan EMC-richtlijn 2004/108/EEG en zijn voorzien van de CE-markering. AD-P 03 Super BAG
34 Algemene veiligheidsinstructies Aangebouwde werktuigen Bij het aanbouwen moeten de aanbouwcategorieën van tractor en machine altijd overeenkomen of op elkaar worden afgestemd! Neem de voorschriften van de fabrikant in acht! Zet vóór het aanbouwen of afkoppelen van machines aan de driepuntsophanging de regeleenheid in die stand waarbij onbedoeld oplichten of laten zakken uitgesloten is! Bij de driepuntsstangen bestaat gevaar voor verwonding door plekken waar u bekneld kunt raken! De machine mag alleen met de hiervoor bedoelde tractoren worden getransporteerd en gereden! Bij het aan- en afkoppelen van werktuigen van de tractor bestaat gevaar voor verwonding! Bij het bedienen van de buitenbediening voor de driepuntsaanbouw mag men niet tussen tractor en machine gaan staan! Let bij het gebruik van de steunelementen op de plekken waar u bekneld kunt raken! Bij het aankoppelen van machines aan voor- of achterzijde van een tractor dient u rekening te houden met ο ο ο het toelaatbare totaalgewicht van de tractor; de toelaatbare asbelastingen van de tractor; het toelaatbare draagvermogen van de banden van de tractor. Let op het maximale laadvermogen van de aangebouwde machine en de toelaatbare asbelasting van de tractor! Zet voor transport van het aangebouwde werktuig de vergrendeling van de trekstangen van de tractor aan de zijkant goed vast! Tijdens het rijden op de openbare weg dient ο ο de bedieningshendel van de trekstang van de tractor tegen omlaag zakken te zijn vergrendeld de boordcomputer te zijn uitgeschakeld. Zet vóór rijden op de openbare weg alle inrichtingen in de transportstand! Aangebouwde werktuigen en ballastgewichten zijn van invloed op het rijgedrag en het stuur- en remvermogen van de tractor! De vooras van de tractor dient altijd met minimaal 20% van het eigen gewicht van de tractor worden belast, om zeker te zijn van voldoende stuurvermogen. Gebruik zo nodig gewichten aan de voorzijde! Voer reparatie-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden alsmede het verhelpen van storingen in principe alleen uit bij ο ο verwijderde contactsleutel uitgeschakelde boordcomputer Laat beschermingsvoorzieningen zitten en zet deze altijd in de juiste positie! 34 AD-P 03 Super BAG
35 Algemene veiligheidsinstructies Werken met zaaimachines Let op de toelaatbare vulhoeveelheden van de tank (inhoud tank)! Gebruik het trapje en het platform alleen voor het vullen van de tank! Het is verboden om anderen tijdens het werk op de machine te laten meerijden. Let bij de afdraaiproef op gevaarlijke plaatsen door roterende en trillende onderdelen. Verwijder de spoorschijven van de vooropkomstmarkeur voordat u de machine transporteert! Leg geen losse voorwerpen in de tank! Vergrendel de markeurs (afhankelijk van constructie) vóór transport in de transportstand! Reinigen, service en onderhoud Voer reinigings-, onderhouds- en servicewerkzaamheden alleen uit bij ο uitgeschakelde boordcomputer; ο uitgeschakelde aandrijving; ο afgezette tractormotor; ο de contactsleutel is verwijderd. Controleer regelmatig of moeren en bouten goed vastzitten en draai ze indien nodig steviger aan. Beveilig de opgeheven machine of opgeheven machineonderdelen tegen onbedoeld zakken voordat u met de service-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden begint. Gebruik bij het vervangen van gereedschappen met scherpe randen daartoe geschikt gereedschap en handschoenen. Voer olie, vet en filters volgens de geldende milieuvoorschriften af. Maak voordat u elektrisch gaat lassen aan tractor en aangebouwde machines eerst de kabel van de dynamo en accu van de tractor los! Onderdelen moeten minimaal voldoen aan de door AMAZO- NEN-WERKE vastgestelde technische eisen. Originele AMAZO- NE-onderdelen voldoen aan deze eisen! AD-P 03 Super BAG
36 Op- en afladen 3 Op- en afladen Het pictogram (Afb. 6) geeft de plaats aan waar de ketting voor het oplichten van de machine met een kraan moet worden bevestigd. GEVAAR Bevestig de kettingen voor het verladen van de machine met een kraan alleen op de gemarkeerde plaatsen. Afb. 6 GEVAAR Het opvolgen van de volgende instructies is voor uw eigen veiligheid: Verlaad de machine alleen als de tank leeg is Let op de vereiste trekvastheid van de ketting Ga nooit onder een opgeheven last staan De machine moet volgens voorschrift op het transportvoertuig worden vastgesjord. De kraanhaken aan de drie ogen (Afb. 7) in de tank bevestigen voor het verladen van de solomachines, bv. AD-P 303 Super; van de combinatie, bestaande uit grondbewerkingsmachine, wals en zaaimachine. Afb AD-P 03 Super BAG
37 Productbeschrijving 4 Productbeschrijving 4.1 Overzicht onderdelen Afb. 8 Afb. 8/ (1) Grondbewerkingsmachine, rotorcultivator of rotoreg (2) Wals, V-ringwals of tandenpakkerwals (3) Opbouwzaaimachine AD-P Super AD-P 03 Super BAG
38 Productbeschrijving 4.2 Bouwgroepen van de machine Afb. 9 Afb. 9/ (1) Tank (2) Afdekzeil (3) Verdeelkop (4) Doseerunit (5) Zaadtoevoerslangen (6) Markeur (aan de grondbewerkingsmachine bevestigd) (7) RoTeC-Control-zaaischijf (8) Rolleneg, of exacteg (9) Turbine (10) Platform (11) Opvangbak (12) Tastwiel (nodig bij elektr. doseeraandrijving voor meting afgelegde afstand) 38 AD-P 03 Super BAG
39 Productbeschrijving Afb. 10 Bedieningsterminal AMALOG+ (optioneel) Afb. 11/... Bedieningsterminal AMADRILL+ (optioneel) Afb. 10 Afb. 12 Bedieningsterminal AMATRON 3 (optioneel) Afb. 11 Afb. 13/... (1) Doseerunit (2) Injectiesluis Afb. 12 Afb. 13 AD-P 03 Super BAG
40 Productbeschrijving Afb. 14/... (1) Elektromotor (bij uitvoering met "maximale dosering" drijft de elektromotor de doseerrol aan). Afb. 15/... (1) Niveausensor (afbeelding zonder zeefrooster) Afb. 14 Afb. 16 RoTeC-Control-zaaischijf Afb. 15 Afb. 17 Rijpadmarkeerapparaat Afb. 16 Afb AD-P 03 Super BAG
41 Productbeschrijving 4.3 Veiligheidssystemen en beschermingsvoorzieningen Afb. 18/... (1) Kettingbeschermer van Vario-aandrijving Afb. 19/... (1) Vastgeklonken borging voorkomt verwijderen van het zeefrooster bij draaiende doseerrol (bij maximale dosering). Afb. 18 Afb. 20/... (1) Insteekpen met borgpen geborgd voor de transportbeveiliging van de markeurs. (2) Rubber buffer (optische indicatie) De markeur staat niet loodrecht, d.w.z. dat de markeur niet met de borgpen (boven) is geborgd. Afb. 19 Afb. 21/... (1) Beschermstrip voor exacteg Afb. 20 Afb. 21 AD-P 03 Super BAG
42 Productbeschrijving 4.4 Overzicht voedingsleidingen tussen tractor en machine Hydraulische aansluitingen Alle hydraulische slangleidingen zijn voorzien van grepen. Op de grepen bevinden zich kleurmarkeringen met een markeringsgetal of -letter, om de betreffende hydraulische functie van de persleiding aan een tractorregeleenheid toe te kennen! Bij de markeringen is folie op de machine gelijmd, die de betreffende hydraulische functies verduidelijken. Afhankelijk van de hydraulische functie moet de tractorregeleenheid met verschillende bedieningstypen worden gebruikt. Borgend, voor een permanente oliecirculatie Tippend, bedienen, tot de actie is uitgevoerd Zweefstand, vrije oliestroom in regeltoestel Omschrijving Werking Tractorregeleenheid geel In werkstand zetten In wendakker zetten Markeur / Vooropkomstmarkeur dubbelwerkend blauw Zaaischijfdruk / Exactegdruk vergroten verkleinen dubbelwerkend groen neerlaten optillen Hefinrichting van de zaaischijven dubbelwerkend beige Heffen stapwiel enkel - werkend rood rood Hydraulische motor van turbine (Drukleiding met voorrang) Drukloze retourleiding enkel - werkend 42 AD-P 03 Super BAG
43 Productbeschrijving Datakabel Naam Machinestekker Functie Aansluiting boordcomputer Stroomvoorziening transport over de weg Naam Stekker (7-polig) Functie Rijverlichting AD-P 03 Super BAG
44 Productbeschrijving 4.5 Verkeerstechnische uitrusting Afb. 22/... (1) 2 naar achteren gerichte waarschuwingsborden (2) 1 kentekenplaathouder (optioneel) Alleen machines met exacteg: (3) Beschermstrip voor de verkeersveiligheid, 2-delig Afb. 23/... (1) 2 naar achteren gerichte richtingaanwijzers (2) 2 lampen, geel, zijdelings (3) 2 rem- en achterlichten (4) 2 reflectoren, rood (5) 1 kentekenplaatverlichting (6) 2 reflectoren, rood, driehoekig Afb. 22 Afb AD-P 03 Super BAG
45 Productbeschrijving Afb. 24/... (1) 2 naar voren gerichte waarschuwingsborden Afb. 25/... (1) 2 naar voren gerichte breedtelichten (2) 2 naar voren gerichte richtingaanwijzers Afb. 24 Afb. 25 AD-P 03 Super BAG
46 Productbeschrijving 4.6 Gebruik volgens voorschriften De machine is gebouwd voor het doseren en verspreiden van bepaalde soorten universeel zaaigoed bij landbouwwerkzaamheden wordt op een hiervoor goedgekeurde AMAZONEgrondbewerkingsmachine opgebouwd wordt samen met de grondbewerkingsmachine via de driepunt aan een tractor gekoppeld en door één persoon bediend. De volgende liggingen op een helling kunnen worden bereden Schuinte Rijrichting naar links: 10% Rijrichting naar rechts: 10% Helling Bergop: 10% Bergaf: 10% Tot het gebruik volgens de voorschriften behoort ook: het opvolgen van alle aanwijzingen in deze bedieningshandleiding; het in acht nemen van de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden; het uitsluitend gebruiken van originele AMAZO- NE-reserveonderdelen. Het op andere wijze gebruiken dan hierboven is vermeld, is verboden en geldt als gebruik in strijd met de voorschriften. Voor schade die voortvloeit uit gebruik in strijd met de voorschriften is de gebruiker zelf verantwoordelijk; is AMAZONEN-WERKE in geen geval aansprakelijk. 46 AD-P 03 Super BAG
47 Productbeschrijving 4.7 Gevarenzone en gevaarlijke plaatsen De gevarenzone is de omgeving van de machine waarin personen binnen bereik zijn van arbeidsbewegingen van de machine en zijn gereedschappen; door de machine naar buiten geslingerde materialen of voorwerpen; onbedoeld omlaag zakkende omhoog geheven gereedschappen; onbedoeld wegrollen van de tractor en de machine De gevarenzone van de machine bevat gevaarlijke plaatsen met permanente of onverwacht optredende risico's. Waarschuwingsstickers geven deze gevaarlijke plaatsen aan en waarschuwen voor restgevaar dat constructief gezien niet kan worden verholpen. Voor de gevarenzone en de gevaarlijke plaatsen gelden de speciale veiligheidsvoorschriften van de betreffende hoofdstukken. In de gevarenzone van de machine mogen geen personen aanwezig zijn zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch systeem loopt; zolang de tractor en machine niet zijn beveiligd tegen onbedoeld starten en wegrollen. De bedieningspersoon mag de machine alleen bewegen of werkgereedschappen van transport- in arbeidsstand en van arbeidsstand in transportstand zetten of in beweging brengen wanneer er geen personen in de gevarenzone van de machine aanwezig zijn. Gevaarlijke plaatsen zijn aanwezig tussen tractor en machine, met name bij het aan- en afkoppelen; in de buurt van bewegende onderdelen; op de rijdende machine; onder opgelichte, niet-beveiligde machines of machineonderdelen; binnen het bereik van de zwenkbare markeurs. AD-P 03 Super BAG
48 Productbeschrijving 4.8 Typeplaatje en CE-markering De afbeelding is de plaats van het typeplaatje en de CE-markering op de machine te zien. De CE-markering geeft aan dat de machine voldoet aan de bepalingen van de EU-richtlijnen die van kracht zijn. Op het typeplaatje en de CE-markering staan de volgende zaken vermeld: (1) Mach.-ident.nr. (2) Type (3) Basisgewicht (kg) (4) Max. belading (kg) (5) Uitvoering (6) Modeljaar (7) Bouwjaar Afb. 26 Afb AD-P 03 Super BAG
49 Productbeschrijving 4.9 Technische gegevens AD-P 303 Super AD-P 403 Super Werkbreedte [m] 3,00 4,00 Transportbreedte [m] 3,03 4,03 Aantal zaairijen 24/18 32/24 Afstand tussen de rijen [cm] 12,5/16,6 12,5/16,6 Tankinhoud [l] Tankinhoud met opzetstuk [l] Vulhoogte (zonder opzetstuk) [m] 2,03 2,03 Totale hoogte [m] 2,67 2,67 Werksnelheid [km/u] Turbineaandrijving Hydraulisch Hydraulisch Technische gegevens voor berekening van tractorgewichten en tractorasbelastingen De technische gegevens in dit hoofdstuk zijn nodig voor het berekenen van de tractorgewichten en tractorasbelastingen (zie op pagina 87). Afstand "d" Afstand "d": 0,9 m Afstand tussen midden trekstangpen en zwaartepunt achteraanbouwmachinecombinatie AD-P 03 Super BAG
50 Productbeschrijving Totaalgewicht (G H ) Het toelaatbare totaalgewicht (G H ) van de achteraanbouwmachinecombinatie volgt uit de som van de gewichten (zie Afb. 28) van basisgewicht zaaimachine met wals basisgewicht zaaischijven basisgewicht eg laadvermogen van de zaaimachine basisgewicht grondbewerkingsmachine. Zaaimachine AD-P 303 Super AD-P 403 Super Zaaimachine met tandenpakkerwals Ø 600 mm Zaaimachine met V-ringwals Ø 580 mm (12,5 cm) [kg] [kg] Control-zaaischijf RoTeC (12,5 cm) [kg] Control-zaaischijf RoTeC+ (12,5 cm) [kg] Exacteggen [kg] Rolleneg (12,5 cm) [kg] Laadvermogen zonder opzetstuk [kg] Laadvermogen met opzetstuk [kg] Grondbewerkingsmachine KE/KG 3000 Super KE/KG 4000 Super Basisgewicht KE Super [kg] Basisgewicht KG Super [kg] Totaalgewicht (subtotaal) Koppelingsonderdelen (= 10% van totaalgewicht) Totaalgewicht (G H ) = totaalgewicht + koppelingsonderdelen [kg] [kg] [kg] Afb AD-P 03 Super BAG
51 Productbeschrijving 4.10 Benodigde tractoruitrusting Om de machine in overeenstemming met de voorschriften te gebruiken, dient de tractor te voldoen aan de volgende voorwaarden. Motorvermogen van de tractor AD-P 303 Super AD-P 403 Super vanaf 80 kw (110 pk) vanaf 100 kw (140 pk) Elektra Accuspanning: Stekkerdoos voor verlichting: 12 V (Volt) 7-polig Hydraulisch systeem Maximale bedrijfsdruk: Pompcapaciteit tractor: Hydraulische olie in de machine: Regeleenheden: 210 bar minimaal 80 l/min bij 150 bar Transmissieolie/hydraulische olie Utto SAE 80W API GL4 De hydraulische olie/transmissieolie in de machine is geschikt voor gecombineerd gebruik in hydraulische systemen en versnellingsbakken van alle gangbare tractormerken. Afhankelijk van de uitrusting (zie hoofdstuk "Overzicht voedingsleidingen tussen tractor en machine", op pagina 42) Gegevens over geluidsemissie De emissiewaarde op de werkplek (geluidsniveau) bedraagt 74 db(a), gemeten tijdens bedrijf met gesloten cabine en op oorhoogte van de tractorbestuurder. Meetapparaat: OPTAC SLM 5. De hoogte van het geluidsniveau is vooral afhankelijk van het gebruikte voertuig. AD-P 03 Super BAG
52 Opbouw en werking 5 Opbouw en werking Dit hoofdstuk informeert u over de opbouw van de machine en de werking van de afzonderlijke componenten. Afb. 29 De pneumatische opbouwzaaimachine AD-P (Afb. 29/1) wordt ingezet als onderdeel van een bewerkingscombinatie met AMAZONE-rotorcultivator (Afb. 29/2), of AMAZONE-rotoreg en AMAZONE-V-ringwals (Afb. 29/3), of AMAZONE-tandenpakkerwals. De bewerkingscombinatie optimaliseert het losmaken en weer stevig maken van de bodem alsmede exact zaaien in één keer. Met de rotorcultivator (Afb. 29/2) in combinatie met de RoTeC-Controlzaaischijven (Afb. 29/4) is mulchzaaien mogelijk. Met de pneumatische opbouwzaaimachine AD-P kan een nauwkeurige positionering, een gelijkmatige diepte en bedekking van het zaaigoed alsmede een sporenvij, goed gestructureerd veld na de levering worden gerealiseerd. Het zaad wordt meegevoerd in de tank (Afb. 29/5). Vanuit de doseerunit, die door een elektromotor of een stapwiel wordt aangedreven, komt de ingestelde hoeveelheid zaad in de door de turbine gegenereerde luchtstroom. De luchtstroom transporteert het zaad naar de verdeelkop (Afb. 29/6), die het zaad gelijkmatig verdeelt over alle zaaischijven (Afb. 29/4). Het zaad wordt ingebed in de door de keggenringen (Afb. 29/3) verdichte voren. Eventueel wordt de tandenpakkerwals gebruikt. Het zaaigoed wordt door de rolleneg (Afb. 29/7) met losse aarde bedekt. Eventueel wordt de exacteg gebruikt. De aansluitrij wordt in het midden van de tractor aangegeven door de markeur (Afb. 29/8). 52 AD-P 03 Super BAG
53 Opbouw en werking 5.1 Boordcomputer AMALOG+ (optioneel) De boordcomputer AMALOG+ bestaat uit de bedieningsterminal de basisuitrusting (kabel- en bevestigingsmateriaal). Afb. 30 De boordcomputer AMALOG+ dient voor het invoeren van machinespecifieke gegevens vóór het begin van de werkzaamheden bepaalt de bewerkte deeloppervlakte [ha] slaat de bewerkte totale oppervlakte [ha] op geeft de rijsnelheid [km/h] weer stuurt de elektrisch bediende rijpadenschakeling en het hydraulisch bediende rijpadmarkeerapparaat geeft het aantal rijpaden aan bewaakt de rijpadenschakeling in de verdeelkop controleert het ventilatortoerental geeft de stand van de hydraulische markeurs aan geeft alarm bij onderschrijding van de ingestelde minimale vulhoeveelheid in de zaadkast. Digitale niveaubewaking (optioneel) vereist. Gebruik met rotorcultivator De AMALOG+ bewaakt de functie van de overbelastingskoppeling. Akoestische waarschuwing bij stilstand van de werktuigdragers AD-P 03 Super BAG
54 Opbouw en werking 5.2 Boordcomputer AMADRILL+ (optioneel) De boordcomputer AMADRILL+ bestaat uit de bedieningsterminal de basisuitrusting (kabel- en bevestigingsmateriaal). Afb. 31 De boordcomputer AMADRILL+ dient voor het invoeren van machinespecifieke gegevens vóór het begin van de werkzaamheden bepaalt de bewerkte deeloppervlakte [ha] slaat de bewerkte totale oppervlakte [ha] op geeft de rijsnelheid [km/h] weer stuurt de elektrisch bediende rijpadenschakeling en het hydraulisch bediende rijpadmarkeerapparaat geeft het aantal rijpaden aan bewaakt de rijpadenschakeling in de verdeelkop controleert het ventilatortoerental geeft de stand van de hydraulische markeurs aan geeft alarm bij onderschrijding van de ingestelde minimale vulhoeveelheid in de zaadkast. Digitale niveaubewaking (optioneel) vereist. past de zaaihoeveelheid aan de werksnelheid aan. Vario-aandrijving met elektronische instelling zaaihoeveelheid (optioneel) vereist. Gebruik met rotorcultivator De AMADRILL+ bewaakt de functie van de overbelastingskoppeling. Akoestische waarschuwing bij stilstand van de werktuigdragers 54 AD-P 03 Super BAG
55 Opbouw en werking 5.3 Boordcomputer AMATRON 3 (optioneel) De AMATRON 3 is een bedieningsterminal voor diverse machines, waaronder kunstmeststrooiers, veldspuiten en zaaimachines. De AMATRON 3 bestaat uit de bedieningsterminal de basisuitrusting (kabel- en bevestigingsmateriaal) de jobcomputer aan de machine. Afb. 32 De AMATRON 3 dient voor het invoeren van machinespecifieke gegevens voor het invoeren van opdrachtgerelateerde gegevens voor het bewaken en regelen van machinefuncties ο markeurbediening ο rijpadenschakeling voor het veranderen van de zaaihoeveelheid bij het zaaien ο aanpassing van de zaaihoeveelheid aan de werksnelheid ο aanpassing van de zaaihoeveelheid op verschillende ondergronden. De AMATRON 3 toont de actuele rijsnelheid [km/uur] de actuele strooihoeveelheid [kg/ha] de actuele tankinhoud [kg] de resterende afstand [m], tot de tank leeg is de werkstand van de markeurs de stand van de rijpadenteller en het rijpadmarkeerapparaat het toerental van de turbine. De AMATRON 3 slaat voor een gestarte opdracht de volgende gegevens op de gezaaide hoeveelheid per dag en in totaal [kg]; de hoeveelheid grond die per dag in totaal is bewerkt [ha]; de zaaitijd per dag en totale zaaitijd [h]; de gemiddelde arbeidsprestatie [ha/h]. De AMATRON 3 waarschuwt bij onderschrijding van de ingestelde minimale vulhoeveelheid in de tank (optioneel). In de bedieningshandleiding AMATRON 3 wordt de bediening van de boordcomputer op de machine beschreven. AD-P 03 Super BAG
56 Opbouw en werking Gebruik met rotorcultivator De AMATRON 3 bewaakt de functie van de overbelastingskoppeling. Akoestische waarschuwing bij stilstand van de werktuigdragers 5.4 Tank en platform De tank is voorzien van een tegen water en stof beschermend afdekzeil (Afb. 33/1). De tank wordt vanaf het platform (Afb. 33/2) aan de achterzijde van de zaaimachine gevuld. Afb Digitale niveaubewaking (optie) Een niveausensor (Afb. 34/1) bewaakt het zaaigoedniveau in de tank. Bereikt het zaaigoedniveau de niveausensor, dan krijgt de boordcomputer een impuls en verschijnt er een waarschuwingsmelding. Tegelijkertijd is een waarschuwingssignaal hoorbaar. Dit alarmsignaal herinnert de tractorbestuurder eraan om tijdig zaaigoed bij te vullen. De hoogte van de niveausensor kan worden ingesteld. Afb AD-P 03 Super BAG
57 Opbouw en werking 5.5 Dosering De tank heeft een doseerunit. Het gedoseerde materiaal wordt door een doseerrol in de doseerunit gedoseerd. Het toerental van de doseerrol bepaalt de zaaihoeveelheid. De doseerrol (Afb. 35/1) is vervangbaar. Het zaaigoed valt in de injectiesluis (Afb. 35/2) en wordt door de luchtstroom naar de verdeelkop en verder naar de zaaischijven geleid. De doseerrol wordt aangedreven door het stapwiel (Afb. 36/1) via de Varioaandrijving (stapwielaandrijving) Afb. 35 Afb. 36 bij maximale dosering door een elektromotor (Afb. 37/1). De werksnelheid haalt de boordcomputer uit de impulsen van het stapwiel of een tastwiel. Afb. 37 AD-P 03 Super BAG
58 Opbouw en werking Stapwielaandrijving De zaaihoeveelheid (toerental van de doseerrol) kan op de Vario-aandrijving worden ingesteld; wordt ingesteld door de boordcomputer aan de hand van de afdraaiproef en de werksnelheid bij uitrusting met Vario-aandrijving met elektronische instelling zaaihoeveelheid. Maximale dosering De zaaihoeveelheid (toerental van de doseerrol) stelt de boordcomputer in aan de hand van de afdraaiproef en de werksnelheid. Het toerental van de doseerrol bepaalt de zaaihoeveelheid. Hoe hoger het toerental van de elektromotor, des te groter de zaaihoeveelheid. past zich automatisch aan de werksnelheid aan. Zodra het tastwiel stilstaat, bv. bij het keren op de wendakker, wordt de elektromotor uitgeschakeld en blijft de doseerrol staan Doseerrol De keuze van de doseerrol is afhankelijk van de korrelgrootte; de strooihoeveelheid. Er zijn doseerrollen met verschillend grote kamers resp. volume beschikbaar. Het volume van de doseerrol moet niet te groot worden gekozen, maar voldoende zijn om de gewenste hoeveelheid (kg/ha) te kunnen verspreiden. Bij de afdraaiproef controleren, of met de geselecteerde doseerrol de strooihoeveelheid wordt bereikt. Afb AD-P 03 Super BAG
59 Opbouw en werking Overzicht doseerrollen Doseerrol Bestelnr Volume [cm 3 ] 7, Bestelnr Volume [cm 3 ] Afb. 39 Voor het uitzaaien van zeer grof zaad, zoals tuinbonen, kunnen de kamers (Afb. 40/1) van de grove doseerrol worden vergroot door de rolsegmenten en tussenplaten om te zetten. Doseerwiel zonder kamers (bestelnr ) Afb. 40 Het volume van een aantal doseerrollen kan door het omzetten/verwijderen van aanwezige wielen en invoegen van doseerwielen zonder kamers worden veranderd. Afb. 41 AD-P 03 Super BAG
60 Opbouw en werking Tabel doseerrollen zaaigoed Zaaigoed Bonen Spelt Erwten Doseerrol 7,5 cm³ 20 cm³ 120 cm³ 210 cm³ 600 cm³ 700 cm³ Vlas (ontsmet) X X X Gerst X X Graszaad Haver Gierst X X Lupine X X Rupsklaver X X X Maïs Papaver Olievlas (nat ontsmet) X Radijszaad X X X Phacelia X X Koolzaad Rogge X X Rode klaver X X Mosterd X X X X X Soja X X Zonnebloemen X X Stoppelknollen Tarwe X X Wikke X X X X X X X X Welke doseerrol nodig is, is afhankelijk van het zaaigoed en de strooihoeveelheid. Staat een bepaalde zaadsoort niet in de tabel, kies dan de doseerrol voor een zaadsoort met ongeveer dezelfde korrelgrootte. 60 AD-P 03 Super BAG
61 Opbouw en werking Instelling zaaihoeveelheid op Vario-aandrijving De gewenste uit te zaaien hoeveelheid is traploos instelbaar met de instelhendel (Afb. 42/1) van de Vario-aandrijving. Als de hendel wordt versteld, verandert de uit te zaaien hoeveelheid zaaigoed. Hoe hoger het aangegeven getal op de schaal (Afb. 42/2) des te groter is de uitzaaihoeveelheid. Met een afdraaiproef moet worden gecontroleerd of de instelhendel in de juiste stand staat resp. of later de gewenste hoeveelheid zaaigoed wordt uitgezaaid. Voor het bepalen van de juiste stand van de aandrijving zijn vaak meerdere afdraaiproeven nodig. Met de rekenschijf kan de vereiste stand van de aandrijving uit de waarden van de eerste afdraaiproef worden berekend. Controleer de met de rekenschijf bepaalde waarde door een volgende afdraaiproef. De rekenschijf bestaat uit drie schalen: een buitenste witte schaal (Afb. 43/1) voor alle hoeveelheden uit te zaaien zaad boven 30 kg/ha; een binnenste witte schaal (Afb. 43/2) voor alle hoeveelheden uit te zaaien zaad onder 30 kg/ha; een gekleurde schaal (Afb. 43/3) met alle aandrijvingsstanden van 1 tot 100. Afb. 42 Afb. 43 AD-P 03 Super BAG
62 Opbouw en werking Afstandsinstelling zaaihoeveelheid, hydraulisch op Vario-aandrijving (optioneel) Bij de overgang van normale grond naar zware grond en omgekeerd kan de hoeveelheid uit te zaaien zaaigoed tijdens het werk aan de grond worden aangepast. De instelhendel van de Vario-aandrijving wordt door een hydraulische cilinder versteld. De hogere hoeveelheid uit te zaaien zaaigoed kan met het bedieningselement (Afb. 44/1) van de afstandsinstelling zaaihoeveelheid worden ingesteld. Afb. 44 Bij bediening van tractorregeleenheid 2 verhoogt u, afhankelijk van de uitrusting en instelling, tegelijkertijd de uitzaaihoeveelheid de zaaischijfdruk de druk op de exacteg Instelling zaaihoeveelheid, elektronisch op Vario-aandrijving (optioneel) Een elektrische stelmotor (Afb. 45/1), geregeld door de boordcomputer, stelt de instelhendel (Afb. 45/2) op de gewenste zaaihoeveelheid in. Aan de hand van de waarden van de eerste afdraaiproef berekent de boordcomputer de vereiste stand en stelt deze de instelhendel automatisch in. Deze instelling moet met een afdraaiproef worden gecontroleerd. De boordcomputer geeft de stand van de instelhendel op de schaal aan. Afb AD-P 03 Super BAG
63 Opbouw en werking Instelling zaaihoeveelheid met maximale dosering (optioneel) Bij machines met maximale dosering wordt elke doseerrol door een elektromotor (Afb. 46/1) aangedreven. De machines hebben geen Varioaandrijving. Het aandrijftoerental van de doseerrol wordt bepaald door de werksnelheid en de ingestelde hoeveelheid zaaigoed. Een tastwiel berekent de werksnelheid en de afgelegde afstand. De zaaihoeveelheid wordt ingesteld op de boordcomputer. Elke instelling moet met een afdraaiproef worden gecontroleerd. Afb. 46 Het aandrijftoerental van de doseerrol bepaalt de zaaihoeveelheid. Naarmate het aandrijftoerental van de elektromotor hoger is, des te groter is de uit te zaaien hoeveelheid. past zich automatisch aan de werksnelheid aan. De machine heeft een kettingaandrijving waarmee het instelbereik van de zaaihoeveelheid kan worden veranderd. Voor het veranderen van instelbereik moeten de kettingwielen in de kettingaandrijving worden omgezet [zie hoofdstuk Kettingwielen in de kettingaandrijving omzetten (vakwerkplaats), op pagina 175]. Voordosering zaaigoed Er kan gebruik worden gemaakt van de zaaigoed-voordosering, die het zaaigoed in de luchtstroom doseert voordat de machine in beweging komt. De looptijd van de voordosering is instelbaar. De zaaigoed-voordosering wordt gebruikt, als er in hoeken moet worden gezaaid die alleen kunnen worden bereikt door de machine achteruit te rijden. AD-P 03 Super BAG
64 Opbouw en werking Wegrijhelling De zogenaamde "wegrijhelling", waarbij de hoeveelheid zaaigoed wordt aangepast aan de snelheid van de machine na het keren, kan worden ingesteld. Zodra de machine na het keren in de werkstand is gezakt, wordt er zaaigoed in de toevoerleiding gedoseerd. De "wegrijhelling" compenseert door het systeem veroorzaakte zaaigoedtekorten tijdens het accelereren van de machine. De af fabriek ingestelde waarden kunnen worden aangepast. Hiervoor wordt de in het "afdraaimenu" ingestelde verwachte werksnelheid gebruikt. Ten opzichte van de verwachte werksnelheid kunnen de startsnelheid en de tijd tot het bereiken van de verwachte werksnelheid procentueel worden ingesteld. Deze tijd en de procentuele waarde zijn afhankelijk van de tractoracceleratie en voorkomen dat er te weinig zaaigoed tijdens het accelereren wordt gedoseerd. Voorbeeld In de boordcomputer instelbare waarden Verwachte werksnelheid: km/h Startsnelheid:... 50% Tijd tot het bereiken van de werksnelheid:... 8 seconden Afb AD-P 03 Super BAG
65 Opbouw en werking Afdraaiproef Met de afdraaiproef controleert u of ingestelde en daadwerkelijk uitgezaaide hoeveelheid met elkaar overeenkomen. Voer de afdraaiproef altijd uit als u een ander soort zaad gaat gebruiken; als u hetzelfde soort zaad gaat gebruiken, maar met een andere korrelgrootte, korrelvorm, specifiek gewicht en andere ontsmetting; na het vervangen van de doseerrollen; als de daadwerkelijk uitgezaaide hoeveelheid niet overeenkomt met de uitzaaihoeveelheid die door de afdraaiproef is vastgesteld. Het zaaigoed dat bij de afdraaiproef beschikbaar komt valt in de afdraai-emmer (Afb. 48). De afdraai-emmer is voor transport met een borgpen (Afb. 48/1) geborgd en in de transporthouder bevestigd. Afb. 48 AD-P 03 Super BAG
66 Opbouw en werking 5.6 Turbine De turbine (Afb. 49/1) produceert de luchtstroom waarmee het zaaigoed van de injectiesluis naar de zaaischijven wordt getransporteerd. De turbine wordt aangedreven door een hydraulische motor (Afb. 49/2), die op de boordhydraulica van de tractor is aangesloten. Het turbinetoerental wordt aangegeven door de boordcomputer, als de turbine door een hydraulische motor wordt aangedreven; indirect door een manometer (Afb. 50), als de machine geen boordcomputer heeft of met een riemaandrijving is uitgerust. Afb. 49 Afb. 50 De boordcomputer bewaakt het turbinetoerental. Wijkt het turbinetoerental meer dan 10% af van het gewenste toerental, dan klinkt er een akoestisch signaal en verschijnt er een melding op het display. De procentuele afwijking is instelbaar. 66 AD-P 03 Super BAG
67 Opbouw en werking Turbine met hydraulische aandrijving De hydraulische motor (Afb. 51/2) drijft de turbine (Afb. 51/1) aan. De turbine produceert een luchtstroom waarmee het zaaigoed van de injectiesluis naar de zaaischijven wordt getransporteerd. Het toerental van de turbine bepaalt de hoeveelheid lucht van de luchtstroom. Naarmate het toerental van de turbine hoger is, des te groter is de hoeveelheid gegenereerde lucht. Het vereiste toerental van de turbine staat in de tabel (Afb. 52, hieronder). Het toerental van de turbine is instelbaar op de stroomregelklep van de tractor; of (indien niet aanwezig) aan de overdrukklep (Afb. 51/3) van de hydraulische motor. Afb. 51 Het turbinetoerental (1/min.) is afhankelijk van de werkbreedte van de machine (1); van het zaaigoed ο fijne zaden (2), zoals koolzaad en graszaad; ο Voorbeeld: AD-P 403 graan en peulgewassen (3). Zaaien van graan Benodigd turbinetoerental: /min. Afb. 52 AD-P 03 Super BAG
68 Opbouw en werking Het turbinetoerental wordt doorgaans door de boordcomputer aangegeven. Machines zonder boordcomputer hebben een manometer (Afb. 53). Het turbinetoerental is correct ingesteld, als de wijzer van de manometer tijdens het werk in het groene bereik (Afb. 53/1) staat bij graan en peulvruchten; in het groene bereik (Afb. 53/2) staat bij fijne zaden (zoals koolzaad en graszaad). Afb. 53 Staat de wijzer niet in de groene gebieden, dan kan de verdeling van het zaaigoed onnauwkeurig zijn en er schade aan de turbine ontstaan. 5.7 Verdeelkop In de verdeelkop (Afb. 54) wordt het zaaigoed gelijkmatig over alle zaaischijven verdeeld. Afb AD-P 03 Super BAG
69 Opbouw en werking 5.8 Stapwiel / impulswiel Het stapwiel (Afb. 55/1) drijft via de Varioaandrijving de doseerrol in de doseerunit aan. Het stapwiel kan in drie standen staan transportstand werkstand afdraaistand Als optie kan het stapwiel hydraulisch worden opgelicht. Machines met maximale dosering hebben een impulswiel (Afb. 56/1). Het impulswiel kan in twee standen staan: transportstand werkstand Afb. 55 Afb. 56 AD-P 03 Super BAG
70 Opbouw en werking De boordcomputer heeft de impulsen van het gemonteerde wiel nodig voor een meettraject van 100 m voor het berekenen van de rijsnelheid; voor het berekenen van de bewerkte oppervlakte (hectareteller); voor het instellen van de strooihoeveelheid. De waarde impulsen/100 m is het aantal impulsen dat de boordcomputer tijdens de meetrit van het wiel ontvangt. Kalibreer het stap- of impulswiel aan de hand van de bedieningshandleiding van de boordcomputer vóór de eerste keer gebruiken; bij verschillende soorten grond (wielslip); bij een afwijking tussen de bij de afdraaiproef bepaalde en de op het veld uitgezaaide hoeveelheid zaaigoed; bij een afwijking tussen de aangegeven en de werkelijke hoeveelheid bewerkte grond. De theoretische kalibreerwaarde (zie tabel Afb. 57) is slechts een richtwaarde en is geen vervanging voor de kalibratierit. AD-P 03 Super Theoretische kalibreerwaarde met stapwiel en Vario-aandrijving 1575 met impulswiel en maximale dosering 1230 Afb. 57 Het stapwiel resp. het impulswiel in transportstand zetten als de bodem zonder zaaien moet worden bewerkt. 70 AD-P 03 Super BAG
71 Opbouw en werking 5.9 Control-zaaischijf RoTeC en RoTeC+ (hulpuitrusting) Zaaimachines met Control-zaaischijven RoTeC (Afb. 58/1) en RoTeC+ (Afb. 58/2) zijn geschikt voor ploegzaaien en mulchzaaien. De flexibele dieptegeleidingsschijf (Afb. 58/4) begrenst de zaaigoeddiepte; reinigt de achterzijde van de stalen schijf (Afb. 58/3); verbetert de aandrijving van de stalen schijf door "vertanding" van de noppen met de grond. Om de zaaidiepte van het zaaigoed te beperken, kan de dieptegeleidingsschijf door bediening van de handgreep (Afb. 58/5) in drie standen worden gezet. Het is ook mogelijk om de dieptegeleidingsschijf te verwijderen. Afb. 58 Bij een hoge rijsnelheid verplaatst de stalen schijf (Afb. 58/3), die enigszins schuin ten opzichte van de rijrichting staat, slechts weinig aarde. Met de Control-zaaischijf RoTeC+ worden nogmaals hogere werksnelheden bereikt, voor het werken op grote oppervlakten. De rustige loop van de zaaischijf en de exacte positionering van het zaaigoed zijn het gevolg van de hoge zaaischijfdruk en de ondersteuning van de zaaischijf door de dieptegeleidingsschijf. Een zeer vlakke uitzaai, bv. op zeer lichte zandgrond, is mogelijk met de dieptegeleidingsrol (Afb. 59); deze kan eventueel door de dieptegeleidingsschijf worden vervangen. Afb. 59 AD-P 03 Super BAG
72 Opbouw en werking 5.10 Zaaischijfdruk De zaaidiepte van het zaaigoed is afhankelijk van de bodemgesteldheid; van de rijsnelheid; van de zaaischijfdruk. De zaaischijfdruk wordt centraal met de afdraaislinger of hydraulisch ingesteld Zaaischijfdruk (verstelling met de afdraaislinger) De zaaischijfdruk wordt centraal met de afdraaislinger (Afb. 60/1) ingesteld. Afb AD-P 03 Super BAG
73 Opbouw en werking Zaaischijfdrukinstelling, hydraulisch (optioneel) Bij de overgang van normale grond naar zware grond en omgekeerd kan de zaaischijfdruk tijdens het werk aan de grond worden aangepast. Twee pennen (Afb. 61/1) in een stelsegment dienen als aanslag voor de hydraulische cilinder. Als de tractorregeleenheid onder druk wordt gezet, neemt de zaaischijfdruk toe en ligt de aanslag tegen de bovenste pen. In de zweefstand ligt de aanslag tegen de onderste pen. De cijfers op de schaal (Afb. 61/2) dienen als oriëntatie. Hoe hoger het cijfer, des te groter de zaaischijfdruk. Afb. 61 Bij bediening van regeleenheid verhoogt u, afhankelijk van de uitrusting en instelling, tegelijkertijd de uitzaaihoeveelheid de zaaischijfdruk de druk op de exacteg. De zaaischijfdruk-weergave (Afb. 62/1) is zichtbaar vanuit de tractorcabine. Afb. 62 AD-P 03 Super BAG
74 Opbouw en werking 5.11 Exacteg (hulpuitrusting) De exacteg (Afb. 63/1) bedekt het in de zaaivoor afgelegde zaad gelijkmatig met losse grond en egaliseert de grond. In te stellen is: de stand van de exactegtanden ο ο door omschroeven van de exacteghouder; via een spindel (optioneel); de exactegdruk mechanisch of hydraulisch. De druk op de exacteg bepaalt de arbeidsintensiteit van de exacteg en is afhankelijk van de grondsoort. Afb Stand van de exactegtanden Stand van de exactegtanden Afstand "A" 230 tot 280 mm Bij een correcte instelling moeten de tanden van de exacteg plat op de grond liggen en 5-8 cm vrij van de grond zitten. Afb AD-P 03 Super BAG
75 Opbouw en werking Instelling exactegdruk De druk op de exacteg wordt geregeld door trekveren, die worden gespannen met een hendel (Afb. 65/1). De hendel steunt op de instelplaat tegen een pen (Afb. 65/2). Hoe hoger de pen in de gatenplaat is gestoken, des te hoger is de druk op de exacteg. Stel de exactegdruk zodanig in, dat alle zaadrijen gelijkmatig met aarde zijn bedekt. Afb Hydr. exactegdrukverstelling (optioneel) Bij de overgang van normale grond naar zware grond en omgekeerd kan de exactegdruk tijdens het werk aan de grond worden aangepast. De exactegdruk wordt centraal versteld met een hydraulische cilinder die samen met de hydr. zaaischijfdrukverstelling (optioneel) op regeleenheid 2 is aangesloten. Bij verhoging van de zaaischijfdruk neemt de exactegdruk automatisch toe en wordt de zaaihoeveelheid vergroot (alleen met hydr. afstandsinstelling zaaihoeveelheid). Twee pennen (Afb. 66/1) in een stelsegment dienen als aanslag voor de hendel (Afb. 66/2). Wordt de regeleenheid 2 onder druk gezet, dan neemt de exactegdruk toe en ligt de hendel tegen de bovenste pen. In de zweefstand ligt de hendel tegen de onderste pen. Stel de exactegdruk zodanig in, dat alle zaadrijen gelijkmatig met aarde zijn bedekt. Afb. 66 AD-P 03 Super BAG
76 Opbouw en werking 5.12 Rolleneg (hulpuitrusting) De rolleneg bestaat uit de egtanden (Afb. 67/1); de aandrukrollen (Afb. 67/2). De egtanden sluiten de zaaivoren. De aandrukrollen drukken het zaad tegen de voorbodem. Door de betere bodemsluiting is er meer vocht voor het kiemen beschikbaar. Holle ruimten worden afgesloten en maken het eventuele slakken moeilijk om bij het zaaigoed te komen. In te stellen is: de kanteling van de egtanden; de werkdiepte van de egtanden; de roldruk op de grond. Afb Markeurs De hydraulisch bediende markeurs maken afwisselend rechts en links naast de machine een spoor in de grond. De actieve markeur (Afb. 68/1) maakt hierbij een markering. De bestuurder van de tractor kan deze markering gebruiken om na het keren op de wendakker correct aan te sluiten op eerder gezaaide rijen. De bestuurder moet de markering precies in het midden van de tractor te houden. Afb. 68 In te stellen zijn de lengte van de markeurs; de arbeidsintensiteit van de markeurs, afhankelijk van de grondsoort. Vóór het passeren van obstakels de actieve markeur op het veld oplichten Komt de markeur toch tegen een vast obstakel, dan breekt een bout af en wijkt de markeur voor het obstakel. We adviseren om nieuwe breekbouten (zie hoofdstuk "Wegklappen van een markeurarm", op pagina 159) in de tractor paraat te hebben. 76 AD-P 03 Super BAG
77 Opbouw en werking 5.14 Aanleggen van rijpaden (optioneel) Met de rijpadenschakeling kunnen de rijpaden in het veld op vooraf ingestelde afstanden worden aangelegd. Om de afstanden tussen de rijpaden in te stellen, moet het betreffende schakelritme in de boordcomputer worden ingevoerd. Bij het aanleggen van de rijpaden blokkeert de rijpadenschakeling in de kleppenkast (Afb. 69/1) de toevoer naar de zaadslangen (Afb. 69/2) van de rijpadzaaischijf; deponeren de rijpadzaaischijven geen zaaigoed op de bodem; wordt het zaaigoed van de rijpadzaaischijven terug naar de tank geleid. De toevoer van het zaaigoed naar de rijpadzaaischijven wordt onderbroken zodra de elektromotor (Afb. 69/3) de betreffende zaadtoevoerbuizen in de kleppenkast afsluit. Afb. 69 Bij het aanleggen van een rijpad geeft de rijpadenteller het cijfer "0" op de boordcomputer aan. Een sensor controleert of de kleppen die de zaadtoevoerbuizen naar de rijpadzaaischijven openen en sluiten, goed werken. Bij een verkeerde stand geeft de boordcomputer een alarmsignaal. AD-P 03 Super BAG
78 Opbouw en werking Met de rijpadenschakeling kunnen de rijpaden in het veld op vooraf ingestelde afstanden worden aangelegd. Rijpaden zijn sporen waarin niet wordt gezaaid (Afb. 70/A) voor de machines die later worden ingezet ten behoeve van bemesting en verzorging. De afstand tussen de rijpaden (Afb. 70/b) komt overeen met de werkbreedte van de andere machines (Afb. 70/B), bijv. kunstmeststrooiers en/of landbouwsproeiers, die op het ingezaaide veld worden ingezet. Afb. 70 Om de verschillende afstanden tussen de rijpaden (Afb. 70/b) in te stellen, moet het betreffende schakelritme in de boordcomputer worden ingevoerd. In afbeelding (Afb. 70) is schakelritme 3 weergegeven. Tijdens het werk worden de slagen doorgenummerd (rijpadenteller) en weergegeven op de boordcomputer. In rijpadenritme 3 geeft de rijpadenteller de slagen in de volgende volgorde aan: , etc. Bij het aanleggen van een rijpad geeft de rijpadenteller het cijfer "0" op de boordcomputer aan. Het benodigde schakelritme (zie tabel Afb. 71) is afhankelijk van de gewenste afstand tussen de rijpaden en de werkbreedte van de zaaimachine. Meer schakelritmes zijn te vinden in de bedieningshandleiding van de boordcomputer 1). De spoorbreedte (Afb. 70/a) van het rijpad komt overeen met die van de onderhoudstractor en kan worden ingesteld (zie hoofdstuk "Spoorbreedte van de onderhoudstractor instellen (vakwerkplaats)", op pagina 172). De spoorbreedte (Afb. 70/c) van het rijpad stijgt met het aantal naast elkaar geplaatste rijpadzaaischijven. 78 AD-P 03 Super BAG
79 Opbouw en werking Afb. 71 Rijpadritme Werkbreedte zaaimachine 3,0 m 3,5 m 4,0 m Afstand tussen de rijpaden (werkbreedte kunstmeststrooier en landbouwsproeier) 3 9 m 12 m 4 12 m 16 m 5 15 m 20 m 6 18 m 21 m 24 m 7 21 m 28 m 8 24 m 28 m 32 m 9 27 m 36 m 2 plus 12 m 16 m 6 plus 18 m 21 m 24 m Voorbeelden voor het aanleggen van rijpaden Afbeelding (Afb. 72) toont enkele voorbeelden van het aanleggen van rijpaden: A = B = C = D = werkbreedte van de zaaimachine afstand tussen de rijpaden (= werkbreedte kunstmeststrooier/landbouwsproeier) rijpad-schakelritme rijpadenteller (tijdens het werk worden de slagen doorgenummerd en weergegeven op de boordcomputer) Voorbeeld: Werkbreedte zaaimachine:...3 m Werkbreedte kunstmeststrooier /veldspuit:...18 m = 18 m afstand tussen rijpaden. 1. In de tabel (Afb. 72) opzoeken: in kolom A, de werkbreedte zaaimachine (3 m) en in kolom B, de afstand tussen de rijpaden (18 m). 2. In dezelfde regel in kolom C staat het schakelritme van de rijpaden (schakelritme 3). 3. In dezelfde regel in kolom D zoekt u onder de kop "START" de rijpadenteller van de eerste slag (rijpadenteller 2). Deze waarde pas direct vóór de eerste veldrit in de boordcomputer instellen. AD-P 03 Super BAG
80 Opbouw en werking Afb AD-P 03 Super BAG
81 Opbouw en werking Rijpadritme 4, 6 en 8 Afb. 73 In afbeelding (Afb. 72) staan voorbeelden voor het aanleggen van rijpaden met schakelritme 4, 6 en 8. Afgebeeld is de zaaimachine met een halve werkbreedte (sectie) tijdens de eerste slag. Een tweede mogelijkheid voor het aanleggen van rijpaden met schakelritme 4, 6 en 8 bestaat uit het beginnen met de volle werkbreedte en het aanleggen van een rijpad (zie Afb. 73). In dit geval werkt de onderhoudsmachine tijdens de eerste slag met halve werkbreedte. Stel na de eerste slag de volledige werkbreedte van de machine opnieuw in! AD-P 03 Super BAG
82 Opbouw en werking Rijpadenschakeling 2 en 21 Afb. 74 In de afbeelding (Afb. 72) worden voorbeelden weergegeven voor het aanleggen van rijpaden met rijpadenschakeling 2 en 21. Bij het aanleggen van rijpaden met rijpadenschakeling 2 en 21 (Afb. 74) worden tijdens de heen- en terugrit rijpaden in het veld aangelegd. Bij machines met rijpadenschakeling 2 mag uitsluitend aan de rechterkant van de machine rijpadenschakeling 21 mag uitsluitend aan de linkerkant van de machine de toevoer van zaaigoed naar de rijpadzaaischijven worden onderbroken. Het zaaien begint altijd aan de rechterkant van het veld. 82 AD-P 03 Super BAG
83 Opbouw en werking Werken met halve werkbreedte (sectie) Door de inbouw van een inzetstuk (Afb. 75/1) in de verdeelkop wordt de zaaigoedtoevoer naar de zaaischijven van één machinehelft onderbroken. De hoeveelheid uit te zaaien zaad halveren tijdens het werk met halve werkbreedte. Afb Rijpadmarkeerapparaat (optioneel) Bij het aanleggen van rijpaden dalen de spoorschijven (Afb. 76) automatisch en markeren het net aangelegde rijpad. Hierdoor zijn de rijpaden al zichtbaar voordat het gewas is opgekomen. In te stellen is: de spoorbreedte van het rijpad (Afb. 70/a); de arbeidsintensiteit van de spoorschijven. Als er geen rijpad wordt aangelegd, zijn de spoorschijven opgelicht. Afb. 76 AD-P 03 Super BAG
84 Inbedrijfstelling 6 Inbedrijfstelling Dit hoofdstuk voorziet u van informatie over het in bedrijf stellen van uw machine; de wijze waarop u kunt controleren of u de machine aan uw tractor kunt aankoppelen. Alvorens de machine in bedrijf te stellen, dient de gebruiker deze handleiding te hebben gelezen en begrepen. Lees het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor de bestuurder", vanaf op pagina 28 bij ο aan- en afkoppelen van de machine; ο transporteren van de machine; ο werken met de machine. De tractor waarop u de machine aankoppelt of waarmee u de machine transporteert dient daartoe geschikt te zijn. De tractor en machine dienen te voldoen aan de wettelijke verkeersvoorschriften. Zowel de eigenaar als bestuurder zijn ervoor verantwoordelijk dat de machine voldoet aan de nationale verkeersvoorschriften. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, naar binnen trekken en vastgrijpen bij de hydraulische of elektrische onderdelen. Blokkeer geen bedieningshendels op de tractor als deze hendels hydraulische of elektrische functies direct uitvoeren, zoals in- en uitklappen, draaien en verschuiven. De beweging moet automatisch stoppen zodra u de betreffende bedieningshendel bijbehorende regelelement loslaat. Dit geldt niet voor bewegingen van inrichtingen die continu zijn of automatisch geregeld zijn of voor hun werking een zweefstand of drukstand nodig hebben. 84 AD-P 03 Super BAG
85 Inbedrijfstelling 6.1 Controleren of de tractor geschikt is WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor. Controleer of uw tractor geschikt is voordat u de machine aan de tractor koppelt. Koppel de machine uitsluitend aan tractoren die daartoe geschikt zijn. Voer een remmentest uit om te controleren of de tractor ook met aangekoppelde machine over voldoende remvermogen beschikt. Voor de geschiktheid van uw tractor zijn in het bijzonder de volgende voorwaarden van belang: het toelaatbare totaalgewicht; de toelaatbare asbelastingen; de toelaatbare oplegdruk op het koppelingspunt van de tractor; het draagvermogen van de gemonteerde banden; het toelaatbare trekgewicht dient voldoende te zijn. Deze gegevens staan op het typeplaatje of op het kentekenbewijs en in de bedieningshandleiding van de tractor. De vooras van de tractor moet altijd met tenminste 20% van het leeggewicht van de tractor belast zijn. De tractor dient de door de tractorfabrikant voorgeschreven remvertraging ook te realiseren als de machine is aangekoppeld. AD-P 03 Super BAG
86 Inbedrijfstelling Berekenen van de daadwerkelijke waarden voor het totale gewicht van de tractor, de belastingen van de tractorassen, de draagvermogens van de banden en het minimaal benodigde ballastgewicht Het toelaatbare totaalgewicht van de tractor, aangegeven in het kentekenbewijs, dient hoger te zijn dan de som van leeggewicht van tractor, het ballastgewicht en het totale gewicht van de aangebouwde machine of oplegdruk van de aangekoppelde machine. Deze opmerking geldt alleen voor Duitsland. Als het, ondanks het ten volle benutten van alle mogelijkheden die in redelijkheid gevergd kunnen worden, niet mogelijk is om de asbelastingen en/of het toelaatbare totaalgewicht aan te houden, kan op basis van een rapport van een officieel erkende deskundige voor het autoverkeer met toestemming van de tractorfabrikant de volgens het deelstaatrecht verantwoordelijke overheidsinstantie een speciale vergunning volgens 70 StVZO alsmede de noodzakelijke toestemming volgens 29 alinea 3 StVO verlenen. 86 AD-P 03 Super BAG
87 Inbedrijfstelling Benodigde gegevens voor de berekening Afb. 77 T L [kg] Leeggewicht van tractor T V [kg] Voorasbelasting van de lege tractor T H [kg] Achterasbelasting van de lege tractor zie bedieningshandleiding van tractor of kentekenbewijs G H [kg] Totaalgewicht van aan achterzijde aangekoppelde machine of gewicht aan achterzijde zie hoofdstuk "Technische gegevens voor berekening van tractorgewichten en tractorasbelastingen", op pagina 49, of achtergewicht G V [kg] Totaalgewicht van aan voorzijde aangekoppelde machine of gewicht aan voorzijde a [m] Afstand tussen zwaartepunt frontaanbouwmachine of frontgewicht en het midden van de vooras (totaal a 1 + a 2 ) zie technische gegevens van de frontaanbouwmachine of frontgewicht zie technische gegevens van de tractor en frontaanbouwmachine of frontgewicht of opmeten a 1 [m] Afstand tussen het midden van de vooras en het midden van het aansluitpunt van de trekstangen a 2 [m] Afstand tussen het midden van het aansluitpunt van de trekstangen en het zwaartepunt van de frontaanbouwmachine of frontgewicht (zwaartepuntafstand) zie bedieningshandleiding van tractor of opmeten zie technische gegevens van de frontaanbouwmachine of frontgewicht of opmeten b [m] Wielbasis van de tractor zie bedieningshandleiding van tractor of kentekenbewijs of opmeten c [m] Afstand tussen midden achteras en midden van aansluitpunt van trekstangen zie bedieningshandleiding van tractor of kentekenbewijs of opmeten d [m] Afstand tussen het midden van het aansluitpunt van de trekstangen en het zwaartepunt van de achteraanbouwmachine of gewicht achterzijde (zwaartepuntafstand) zie hoofdstuk "Technische gegevens voor berekening van tractorgewichten en tractorasbelastingen", op pagina 49, of achtergewicht AD-P 03 Super BAG
88 Inbedrijfstelling Berekenen van het minimaal noodzakelijke ballastgewicht voor G V min om de bestuurbaarheid van de tractor te waarborgen G G = ( c + d) T a H V V min + b + 0,2 TL b b Voer de waarde van het berekende minimale ballastgewicht G V min, dat aan de voorzijde van de tractor nodig is, in de tabel (zie hoofdstuk ) in Berekening van de daadwerkelijke voorasbelasting van de tractor T V tat T V tat G = V ( a + b) + TV b GH ( c + d) b Voer de waarde van de berekende daadwerkelijke voorasbelasting en de in de bedieningshandleiding van de tractor genoemde toelaatbare voorasbelasting in de tabel (zie hoofdstuk ) in Berekening van het daadwerkelijke totaalgewicht van de combinatie tractor en machine G = G + T + G tat V L H Voer de waarde van het berekende daadwerkelijke totaalgewicht en het in de bedieningshandleiding van de tractor genoemde toelaatbare totaalgewicht van de tractor in de tabel (zie hoofdstuk ) in Berekening van de daadwerkelijke achterasbelasting van de tractor T H tat T H tat = G tat T V tat Voer de waarde van de berekende daadwerkelijke achterasbelasting en de in de bedieningshandleiding van de tractor genoemde toelaatbare achterasbelasting in de tabel (zie hoofdstuk ) in Draagvermogen van de tractorbanden Voer de dubbele waarde (twee banden) van het toelaatbare draagvermogen van de band (zie bijv. documentatie van de bandenfabrikant) in de tabel (zie hoofdstuk ) in. 88 AD-P 03 Super BAG
89 Inbedrijfstelling Tabel Daadwerkelijke waarde volgens berekening Toelaatbare waarde volgens bedieningshandleiding van tractor Dubbel toelaatbaar draagvermogen (twee banden) Minimaal ballastgewicht voor/achter / kg Totaalgewicht kg kg -- Voorasbelasting kg kg kg Achterasbelasting kg kg kg Raadpleeg het kentekenbewijs van uw tractor voor de toelaatbare waarden voor het totaalgewicht van de tractor, de asbelastingen en het draagvermogen van de banden. De daadwerkelijke, berekende waarden dienen kleiner of gelijk ( ) te zijn aan de toelaatbare waarden! WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Het is verboden om de machine aan te koppelen aan de tractor waarop de berekening is gebaseerd, als ook slechts één van de daadwerkelijke, berekende waarde groter is dan de toelaatbare waarde. aan de tractor geen frontgewicht (indien nodig) voor het minimaal benodigde ballastgewicht voor (G V min ) is bevestigd. Breng een front- of achtergewicht op de tractor aan, als de asbelasting van de tractor slechts op één as is overschreden. Uitzonderingen: ο ο Wordt door het gewicht van de frontaanbouwmachine (G V ) niet het vereiste minimale ballastgewicht aan de voorzijde (G V min ) bereikt, moeten tevens extra gewichten worden gebruikt! Wordt door het gewicht van de achteraanbouwmachine (G H ) niet het vereiste minimale ballastgewicht aan de achterzijde (G H min ) bereikt, moeten tevens extra gewichten worden gebruikt! AD-P 03 Super BAG
90 Inbedrijfstelling 6.2 Beveilig de tractor/machine tegen onbedoeld starten en wegrollen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten bij handelingen aan de machine door onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven, onbeveiligde machine onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine combinatie. Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u handelingen aan de machine uitvoert. Alle handelingen aan de machine, zoals montagewerkzaamheden, instellen, verhelpen van storingen, reinigen, uitvoeren van service- en onderhoudswerkzaamheden, zijn verboden ο als de machine nog wordt aangedreven; ο zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch systeem draait; ο als de contactsleutel in het contactslot van de tractor zit en de tractormotor met aangesloten cardanas/hydraulisch systeem onbedoeld kan worden gestart; ο als tractor en machine niet met hun eigen handrem tegen onbedoeld wegrollen zijn beveiligd; ο wanneer bewegende onderdelen niet tegen onbedoeld bewegen zijn geblokkeerd. Vooral bij deze werkzaamheden bestaat er gevaar door contact met onbeveiligde onderdelen. 1. Parkeer de tractor met de machine alleen op een vaste en vlakke bodem. 2. Breng de opgeheven, onbeveiligde machine / opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine omlaag. Op deze wijze voorkomt u dat zij onbedoeld zakken. 3. Zet de motor van de tractor uit. 4. Verwijder de contactsleutel. 5. Trek de handrem van de tractor aan. 90 AD-P 03 Super BAG
91 6.3 Montagevoorschrift aansluiting hydraulische turbineaandrijving Inbedrijfstelling De stuwdruk mag niet hoger zijn dan 10 bar. Volg daarom de montagevoorschriften bij het aansluiten van de hydraulische turbineaansluiting op. Sluit de hydraulische koppeling van de drukleiding (Afb. 78/5) aan op een enkel- of dubbelwerkende tractorregeleenheid met voorrang. Sluit de grote hydraulische koppeling van de retourleiding (Afb. 78/6) alleen aan op een drukloze tractoraansluiting met directe toegang tot het reservoir met hydraulische olie (Afb. 78/4). Sluit de retourleiding niet aan op een tractorregeleenheid zodat de stuwdruk van 10 bar niet wordt overschreden. Om de tractorretourleiding achteraf aan te sluiten, gebruikt u uitsluitend pijpen DN 16, bijv. Ø 20 x 2,0 mm met korte retourleiding naar het reservoir met hydraulische olie. Voor het gebruiken van de hydraulische functies moet de capaciteit van de hydraulische pomp van de tractor ten minste 80 l/min bij 150 bar bedragen. Afb. 78/... (A) Machinegedeelte (B) Tractorgedeelte (1) Hydraulische motor voor turbine N max. = t/min. (2) Filter (3) Enkel- of dubbelwerkende regeleenheid met voorrang (4) Reservoir hydraulische olie (5) Toevoer: Drukleiding met voorrang (markering: 1x rood) (6) Retour: Drukvrije leiding met steekkoppeling groot (markering: 2x rood) Afb. 78 De hydraulische olie mag niet te warm worden. Grote oliestromen in combinatie met kleine oliereservoirs zorgen ervoor dat de hydraulische olie snel warm wordt. De inhoud van het oliereservoir van de tractor (Afb. 78/4) dient minimaal twee keer zo groot te zijn als de gepompte hoeveelheid olie. Als de hydraulische olie te sterk opwarmt, dient in een vakwerkplaats een oliekoeler te worden ingebouwd. AD-P 03 Super BAG
92 Inbedrijfstelling Eerste montage houders beschermstrips (vakwerkplaats) Monteer twee houders (Afb. 79/1) aan de exacteg (Afb. 79/2). Afb. 79 Afb. 80 De beschermstrips (Afb. 80/2) zijn tijdens het werk aan de houders (Afb. 80/1) bevestigd. 92 AD-P 03 Super BAG
93 Machine aan- en afkoppelen 7 Machine aan- en afkoppelen Raadpleeg bij het aan- en afkoppelen van machines het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor de gebruiker". VOORZICHTIG Boordcomputer uitschakelen vóór aanvang van transportritten vóór het uitvoeren van in-/afstel-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden. Gevaar voor ongelukken door onbedoeld in beweging zetten van machinecomponenten bij wielbewegingen. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken door onbedoeld starten en wegrollen van de machine en tractor bij het aan- of afkoppelen van de machine. Beveilig de tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen, voordat u voor het aan- of afkoppelen in de gevarenzone tussen tractor en machine gaat staan. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken tussen de achterzijde van de tractor en de machine bij het aan- en afkoppelen van de machine. Bedien de bedieningshendels voor de driepuntshydraulica van de tractor alleen vanaf de daarvoor bestemde werkplek; nooit wanneer u zich in de gevarenzone tussen tractor en machine bevindt. AD-P 03 Super BAG
94 Machine aan- en afkoppelen 7.1 Hydraulische slangen WAARSCHUWING Infectiegevaar door hydraulische olie die onder hoge druk naar buiten stroomt! Bij het aansluiten en loskoppelen van de hydraulische slangen moet het hydraulische systeem van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn! Raadpleeg bij letsel door hydraulische olie direct een arts Hydraulische slangen aansluiten WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door functiestoringen als gevolg van verkeerd aangesloten hydraulische slangen. Let bij het aansluiten van de hydraulische slangen op de kleurmarkeringen op de hydraulische stekkers. Controleer of de hydraulische oliën onderling compatibel zijn voordat u de machine aansluit op het hydraulische systeem van de tractor. Meng geen minerale olie met biologische olie. Neem de maximaal toelaatbare oliedruk van 210 bar in acht. Sluit uitsluitend schone hydraulische stekers aan. Steek de hydraulische steker(s) zo ver in de hydraulische mof(fen) dat de steker duidelijk vastklikt. Controleer of de hydraulische slangen correct zijn aangesloten en goed afdichten. 1. Zet de bedieningshendel op de regeleenheid in de tractor in de neutrale stand. 2. Reinig de hydraulische stekker van de hydraulische slangen voordat u de hydraulische slangen op de tractor aansluit. 3. Sluit de hydraulische slangen aan op de regeleenheden van de tractor. Afb AD-P 03 Super BAG
95 Machine aan- en afkoppelen Hydraulische slangen loskoppelen 1. Zet de bedieningshendel op de regeleenheid in de tractor in de neutrale stand. 2. Verwijder de hydraulische stekkers uit de hydraulische moffen. 3. Bescherm de hydraulische stekkers en hydraulische aansluitingen met de beschermkappen tegen verontreiniging. 4. Leg de hydraulische slangen in de slanghouder. Afb Opbouwzaaimachine aankoppelen WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Koppel de machine uitsluitend aan tractoren die daartoe geschikt zijn. Zie hoofdstuk "Controleren of de tractor geschikt is", op pagina 85. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken tussen tractor en machine bij het aankoppelen van de machine. Stuur personen weg uit de gevarenzone tussen tractor en machine voordat u naar de machine rijdt. Aanwezige personen mogen alleen aanwijzingen naast de tractor en de machine aanwijzingen geven en pas na stilstand tussen tractor en machine gaan staan. AD-P 03 Super BAG
96 Machine aan- en afkoppelen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten als de machine onbedoeld loskomt van de tractor! Gebruik de daartoe bestemde inrichtingen om de machines in overeenstemming met de voorschriften aan elkaar te koppelen. Controleer elke keer bij het aankoppelen van de tractor, of de koppelingsonderdelen, bv. de bouten van de topstang, zich in goede staat bevinden. Vervang koppelingsonderdelen met duidelijke slijtagesporen. Borg de koppelingsonderdelen, bv. de bouten van de topstang met een borgpen, om te voorkomen dat deze onbedoeld losgaan. WAARSCHUWING Gevaar voor uitval van de energietoevoer tussen tractor en machine door beschadigde voedingsleidingen! Let bij het aansluiten van de voedingsleidingen op het verloop van de voedingsleidingen. De voedingsleidingen moeten bij alle bewegingen van de aangekoppelde machine soepel meedraaien zonder spanning, knikken of wrijving. mogen niet langs onderdelen schuren. 96 AD-P 03 Super BAG
97 Machine aan- en afkoppelen AMAZONE opbouwzaaimachines AD-P Super kunnen worden gecombineerd met AMAZONE-tandenpakkerwals AMAZONE-V-ringwals en AMAZONE-rotorcultivator KG AMAZONE-rotorcultivator KX AMAZONE-rotoreg KE 1. Koppel de grondbewerkingsmachine aan de tractor (zie bedieningshandleiding van de grondbewerkingsmachine). 2. Stuur personen weg uit de gevarenzone tussen grondbewerkingsmachine en opbouwzaaimachine. 3. Rij met de grondbewerkingsmachine achterwaarts naar de combinatie van opbouw-zaaimachine en wals. 4. Schakel de aftakas van de tractor uit, trek de handrem van de tractor aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het contactslot. 5. Bevestig beide draagarmen (Afb. 83/1) elk met een trekstangpen (Afb. 83/2) in de onderste boring. De bovenste boring (Afb. 83/3) blijft vrij. 6. Borg de trekstangpennen met cilinderbouten en moeren. 7. Bevestig de topstang met de topstangpen (Afb. 84/1). 8. Borg de topstangpen met de originele lunspen. 9. Richt de opbouw-zaaimachine door verlengen resp. verkorten van de topstang. 10. Zet de verstelmogelijkheid van de topstang vast. Afb. 83 Afb. 84 AD-P 03 Super BAG
98 Machine aan- en afkoppelen 11. Sluit de markeur-sensorkabel (Afb. 88/1) aan. 12. Sluit de voedingsleidingen aan (zie hoofdstuk "Overzicht voedingsleidingen tussen tractor en machine", op pagina 42). Afb. 85 Maak hydraulische koppelingen schoon voordat u ze op de tractor aansluit. Geringe olieverontreiniging door vuildeeltjes kan storingen in het hydraulische systeem veroorzaken. Tijdens de werkzaamheden wordt regeleenheid 1 vaker gebruikt dan de andere regeleenheden. Wijs de aansluitingen van regeleenheid 1 toe aan een regeleenheid die in de cabine van de tractor gemakkelijk te bereiken is. GEVAAR Bij het bedienen van tractorregeleenheden kunnen, afhankelijk van de schakelstand, meerdere hydraulische cilinders tegelijkertijd in werking treden! Iedereen uit de gevarenzone wegsturen. Gevaar voor verwonding bij bewegende delen! Bij het oplichten van de machinecombinatie kunnen machineonderdelen de achterruit van de tractor beschadigen door de zeer compacte bouwwijze. 98 AD-P 03 Super BAG
99 Machine aan- en afkoppelen Manometer aansluiten Sluit de slang op de manometer aan en bevestig de manometer in de tractorcabine. Afb. 86 AD-P 03 Super BAG
100 Machine aan- en afkoppelen 7.3 Opbouwzaaimachine van de grondbewerkingsmachine loskoppelen GEVAAR Maak de tank leeg vóór het loskoppelen van de opbouwzaaimachine van de grondbewerkingsmachine. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onvoldoende stabiliteit en omkantelen van de afgekoppelde machine. Zet de machine altijd op een vlakke en stevige bodem. GEVAAR Zaaischijfdruk van de opbouw-zaaimachine verlagen. Bij maximale zaaischijfdruk kan de opbouw-zaaimachine na het loskoppelen van de grondbewerkingsmachine naar voren kantelen. 1. Licht de markeurs op en borg deze met borgpennen (zie hoofdstuk "Markeur in werk-/transportstand zetten", op pagina 131). 2. Breng het stapwiel in de transportstand (zie hoofdstuk Stapwiel in transportstand zetten, op pagina 139). 3. Zet het impulswiel in de transportstand (zie hoofdstuk "Impulswiel in transport-/werkstand zetten", op pagina 142). 4. Maak de tank leeg (zie hoofdstuk "Tank en/of zaaigoeddoseerunit leegmaken", op pagina 155). 5. Zet de combinatie op een vlakke en stevige ondergrond. 6. Zet alle regeleenheden in zweefstand. 7. Schakel de aftakas van de tractor uit, trek de handrem van de tractor aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het contactslot. 100 AD-P 03 Super BAG
101 Machine aan- en afkoppelen 8. Koppel alle voedingskabels tussen tractor en machine los. 9. Sluit de hydrauliekstekkers af met een beschermkap. 10. Bevestig alle voedingskabels aan de steunen (Afb. 87). 11. Maak de markeur-sensorkabel (Afb. 88/1) los. Afb. 87 Afb. 88 AD-P 03 Super BAG
102 Machine aan- en afkoppelen 12. Trek de pennen (Afb. 89/1) uit de draagarmen. 13. Verwijder de topstangpen (Afb. 90/1) en leg de topstang weg. Afb Trek de grondbewerkingsmachine voorzichtig naar voren. Let erop, dat de voedingsleidingen zich niet vasthaken als u de grondbewerkingsmachine naar voren trekt. Afb. 90 GEVAAR Bij het naar voren rijden van de tractor mag niemand tussen tractor en machine staan! 102 AD-P 03 Super BAG
103 Instellingen 8 Instellingen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten als gevolg van onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine combinatie. Beveilig de tractor met aangebouwde machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u instellingen aan de machine uitvoert. Zie hoofdstuk 6.2, op pagina 90. GEVAAR Zet de combinatie vóór instelwerkzaamheden, indien niet anders beschreven, op een vlakke ondergrond of in werkstand in het veld (zie hoofdstuk "Machine van transport- in de werkstand zetten", op pagina 149) en breng alle regeleenheden in zweefstand. Indien niet anders beschreven, moet vóór instelwerkzaamheden de boordcomputer worden uitgeschakeld, de aftakas van de tractor worden uitgeschakeld, de handrem van de tractor worden aangetrokken, de motor van de tractor worden afgezet en de contactsleutel worden verwijderd. 8.1 Niveausensor instellen 1. Draai de vleugelmoer (Afb. 91/2) los. 2. Open de zeefroosters (alleen bij machines zonder maximale dosering). 3. Stel de hoogte van de niveausensor (Afb. 91/1) in met de handgreep (Afb. 91/3) op basis van de gewenste minimumhoeveelheid zaad. 4. Draai de vleugelmoer vast. Afb. 91 Vergroot de resthoeveelheid zaad waarbij het alarmsignaal wordt gegeven dienovereenkomstig naarmate het zaaigoed grover is; naarmate er meer zaad wordt uitgezaaid; naarmate de werkbreedte groter is. AD-P 03 Super BAG
104 Instellingen 8.2 Doseerrol in de doseerunit plaatsen GEVAAR Schakel de boordcomputer uit, schakel de aftakas van de tractor uit, trek de handrem van de tractor aan, zet de tractormotor af en verwijder de contactsleutel uit het contactslot. 1. Verwijder de borgpen (Afb. 92/2) (alleen bij gevulde tank nodig om de tank met de schuif (Afb. 92/1) af te sluiten. De doseerrollen zijn gemakkelijker te vervangen als de tank leeg is. 2. Druk de schuif (Afb. 93/1) tot aan de aanslag in de doseerunit. De schuif sluit de tank af. Zo kan zaaigoed niet onbedoeld tevoorschijn komen bij het vervangen van de doseerrol. Afb. 92 Afb AD-P 03 Super BAG
105 Instellingen 3. Draai de twee vleugelmoeren (Afb. 94/1) los, maar verwijder ze niet. 4. Draai het lagerdeksel en verwijder het. 5. Trek de doseerrol uit de zaaigoeddoseerunit. 6. Raadpleeg de tabel (Tabel doseerrollen zaaigoed, op pagina 60) om te zien welke doseerrollen nodig zijn en monteer deze in omgekeerde volgorde. Afb. 94 Afb. 95 Open de schuif (Afb. 92/1). Borg de schuif met een borgpen (Afb. 92/2). AD-P 03 Super BAG
106 Instellingen 8.3 Trapje in combinatie met rolleneg Stap via het klapbare trapje op de laadrand. De lunspen (Afb. 96/1) zit in de ruststand. Afb Trapje in transport- en werkstand brengen Klap het trapje op voor het begin van de werkzaamheden; voor het transport van de machine over de openbare weg. Borg het trapje na het opklappen met een lunspen (Afb. 98/1). Afb. 97 Afb AD-P 03 Super BAG
107 Instellingen 8.4 Tank vullen GEVAAR De opbouwzaaimachine moet vóór het vullen van de tank aan de grondbewerkingsmachine worden gekoppeld. Neem de toelaatbare vulling en totaalgewichten in acht. Maak de tank vóór het afkoppelen van de opbouwzaaimachine leeg. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken in de gevarenzone onder zwevende lasten / machineonderdelen bij het vullen van de tank door onbedoeld zakken! Zet de machine altijd op de grond voordat u de tank gaat vullen. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken bij het vullen van de tank via Big- Bags! Tijdens het vullen mag de tank niet worden betreden. Ga nooit onder gevulde Big-Bags staan. Open Big-Bags altijd vanaf een veilige positie naast de Big-Bag. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, vastgrijpen of opwikkelen door aangedreven machineonderdelen bij het vullen van de tank met een transportvijzel! Houd voldoende afstand tot de aangedreven machineonderdelen, als de tank via een transportvijzel wordt gevuld. 1. Open het afdekzeil (Afb. 99/1). 2. Vul de tank vanaf het platform (Afb. 99/2) aan de achterzijde van de zaaimachine. 3. Sluit het afdekzeil en zet dit vast met rubber spanners. Afb. 99 AD-P 03 Super BAG
108 Instellingen 8.5 Hoeveelheid uit te zaaien zaad instellen met afdraaiproef 1. Zet de combinatie op een horizontale ondergrond. 2. Schakel de aftakas van de tractor uit, trek de handrem van de tractor aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het contactslot. 3. Vul de tank met ten minste 200 kg zaaigoed (bij fijne zaden overeenkomstig minder) (zie hoofdstuk "Tank vullen", op pagina 107). 4. Verwijder de afdraai-emmer uit de steun. De afdraai-emmer is met een borgpen (Afb. 100/1) geborgd in de transportsteun bevestigd. 5. Plaats de afdraai-emmer onder de injectiesluis. 6. Open de klep van de injectiesluis (Afb. 101/1). Afb. 100 Afb. 101 VOORZICHTIG Gevaar voor bekneld raken bij het openen en sluiten van de klep van de injectiesluis (Afb. 101/1)! Pak de klep van de injectiesluis uitsluitend bij de strip (Afb. 101/2) vast om letsel door het dichtslaan van de veerbelaste klep te voorkomen. Kom nooit met de hand tussen de klep van de injectiesluis en de injectiesluis! Stel de uitzaaihoeveelheid in met een aansluitende afdraaiproef, afhankelijk van de uitrusting van uw machine, aan de hand van de volgende hoofdstukken. 108 AD-P 03 Super BAG
109 Instellingen Uitzaaihoeveelheid instellen met afdraaiproef bij machines met Vario-aandrijving, zonder afstandsinstelling zaaihoeveelheid 1. Draai de arreteerknop (Afb. 102/1) los. 2. Raadpleeg de tabel (Afb. 103, hieronder) voor de instelwaarde van de aandrijving voor de eerste afdraaiproef. 3. Zet de wijzer (Afb. 102/2) van de instelhendel van onderaf op de instelwaarde van de aandrijving. 4. Draai de arreteerknop vast. Afb. 102 Instelwaarde van de aandrijving voor de eerste afdraaiproef Doseerrollen Volume [cm 3 ] Afb Zet het stapwiel in de afdraaistand (zie op pagina 140). 6. Verwijder de afdraaislinger (Afb. 104/1) uit de transporthouder. Afb. 104 AD-P 03 Super BAG
110 Instellingen 7. Stuur iedereen uit de gevarenzone weg. Bij bediening van het stapwiel draait de doseerrol in het doseerhuis. 8. Steek de afdraaislinger (Afb. 105/1) in de steun van het stapwiel. 9. Draai het stapwiel met de afdraaislinger linksom, totdat alle cellen van de doseerrol met zaaigoed zijn gevuld en het zaad gelijkmatig in de afdraai-emmer stroomt. Afb Sluit de kleppen van de injectiesluis (Afb. 101/1) voorzichtig (gevaar voor bekneld raken, zie waarschuwing). 11. Maak de afdraai-emmer leeg en plaats deze weer onder de zaaigoed-doseerunit. 12. Open de klep van de injectiesluis (Afb. 101/1). 13. Draai het stapwiel linksom met het in de tabel (Afb. 106) aangegeven aantal slingeromwentelingen. Het aantal omwentelingen van het stapwiel richt zich naar de werkbreedte van de zaaimachine (1). Het aantal wielomwentelingen (2) heeft betrekking op een oppervlakte van 1/40 ha (250 m 2 ) resp. 1/10 ha (1000 m 2 ). Gebruikelijk is de afdraaiproef voor 1/40 ha. Bij zeer kleine zaaihoeveelheden, bv. bij koolzaad, wordt aanbevolen de afdraaiproef voor 1/10 ha uit te voeren. Afb AD-P 03 Super BAG
111 Instellingen 14. Weeg de in de afdraai-emmer opgevangen hoeveelheid zaaigoed (houd rekening met het gewicht van de bak) en vermenigvuldig deze ο ο met factor "40" (bij 1/40 ha) of met factor "10" (bij 1/10 ha). Controleer de nauwkeurigheid van de weegschaal. Afb. 107 Afdraaien op 1/40 ha: Zaaihoeveelheid [kg/ha] = afgedraaide hoeveelheid zaaigoed [kg/ha] x 40 Afdraaien op 1/10 ha: Zaaihoeveelheid [kg/ha] = afgedraaide hoeveelheid zaaigoed [kg/ha] x 10 Voorbeeld: Afgedraaide hoeveelheid zaaigoed: 3,2 kg op 1/40 ha Zaaihoeveelheid [kg/ha] = 3,2 [kg/ha] x 40 = 128 [kg/ha] Met de eerste afdraaiproef wordt de gewenste uit te zaaien hoeveelheid zaad doorgaans niet bereikt. Met de waarden van de eerste afdraaiproef en de berekende uit te zaaien hoeveelheid zaad kan de juiste stand van de aandrijving met behulp van de rekenschijf worden bepaald (zie hoofdstuk "Bepaling van de stand van de aandrijving met behulp van de rekenschijf", op pagina 112). 15. Herhaal de afdraaiproef tot het bereiken van de gewenste hoeveelheid uit te zaaien zaad. 16. Bevestig de afdraai-emmer aan de tank. 17. Sluit de klep van de injectiesluis (Afb. 101/1) voorzichtig (zie waarschuwing). 18. Zet het stapwiel in werkstand (zie op pagina 140) of transportstand (zie op pagina 139). 19. Steek de afdraaislinger in de transporthouder. AD-P 03 Super BAG
112 Instellingen Bepaling van de stand van de aandrijving met behulp van de rekenschijf Voorbeeld: Waarden van de afdraaiproef Berekende zaaihoeveelheid: 175 kg/ha Stand van de aandrijving: 70 Gewenste zaaihoeveelheid: 125 kg/ha 1. De waarden van de afdraaiproef ο ο berekende hoeveelheid uit te zaaien zaad 175 kg/ha (Afb. 108/A) stand van de aandrijving 70 (Afb. 108/B) op de rekenschijf tegenover elkaar zetten. 2. Lees de stand van de aandrijving voor de gewenste hoeveelheid uit te zaaien zaad van 125 kg/ha (Afb. 108/C) van de rekenschijf af. stand van de aandrijving 50 (Afb. 108/D). 3. Zet de instelhendel op de afgelezen waarde. 4. Controleer de stand van de aandrijving nogmaals met een afdraaiproef overeenkomstig hoofdstuk 8.5.1, op pagina 109). Afb AD-P 03 Super BAG
113 Instellingen Zaaihoeveelheid instellen met afdraaiproef bij machines met hydraulische afstandsinstelling zaaihoeveelheid WAARSCHUWING Stuur iedereen weg uit de gevarenzone van de hydraulisch bediende delen (Vario-aandrijving, zaaischijven, exacteg). Normale hoeveelheid uit te zaaien zaad instellen 1. Zet tractorregeleenheid 2 in de zweefstand. 2. Schakel de aftakas van de tractor uit, trek de handrem van de tractor aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het contactslot. 3. Draai de arreteerknop (Afb. 109/1) los. 4. Raadpleeg de tabel (Afb. 103, op pagina 109) voor de instelwaarde van de aandrijving voor de eerste afdraaiproef. 5. Zet de wijzer (Afb. 109/2) van de instelhendel van onderaf op de instelwaarde van de aandrijving. 6. Draai de arreteerknop vast. 7. Bepaal de vereiste stand van de aandrijving voor de gewenste hoeveelheid uit te zaaien zaad (zie hoofdstuk 8.5.1, op pagina 109). Afb. 109 AD-P 03 Super BAG
114 Instellingen Grotere hoeveelheid uit te zaaien zaad instellen 1. Bedien tractorregeleenheid 2. Zet de hydraulische cilinder onder druk. 2. Schakel de aftakas van de tractor uit, trek de handrem van de tractor aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het contactslot. 3. Zet met de stelschroef (Afb. 110/1) de wijzer (Afb. 110/2) van de instelhendel op de gewenste stand van de aandrijving voor de grotere hoeveelheid uit te zaaien zaad. Afb. 110 Stelschroef (Afb. 110/1) eruit draaien: Stelschroef (Afb. 110/1) erin draaien: zaaihoeveelheid vergroten. zaaihoeveelheid verkleinen. 4. Zet de stelschroef vast. 5. Bepaal de grotere hoeveelheid uit te zaaien zaad met een afdraaiproef (zie hoofdstuk 8.5.1, op pagina 109). 6. Zet tractorregeleenheid 2 in de zweefstand. Grotere hoeveelheid uit te zaaien zaad uitschakelen Bij bediening van tractorregeleenheid 2 moeten de zaaischijfdruk en de exactegdruk worden verhoogd, maar niet de hoeveelheid uit te zaaien zaad. Draai de stelschroef (Afb. 111/1) hiervoor er helemaal in en zet deze vast. Afb AD-P 03 Super BAG
115 Instellingen Zaaihoeveelheid instellen met afdraaiproef bij machines met Vario-aandrijving en met elektronische instelling zaaihoeveelheid 1. Voer de gewenste zaaihoeveelheid op de boordcomputer in. 2. Zet het stapwiel in de afdraaistand (zie op pagina 140). 3. Verwijder de afdraaislinger (Afb. 112/1) uit de transporthouder. 4. Stuur iedereen uit de gevarenzone weg. Bij bediening van het stapwiel draait de doseerrol in het doseerhuis. 5. Steek de afdraaislinger (Afb. 113/1) in de steun van het stapwiel. 6. Draai het stapwiel met de afdraaislinger linksom, totdat alle cellen van de doseerrollen met zaaigoed zijn gevuld en het zaad gelijkmatig in de afdraai-emmers stroomt. 7. Sluit de klep van de injectiesluis (Afb. 101/1) voorzichtig (gevaar voor bekneld raken, zie waarschuwing). Afb. 112 Afb Maak de afdraai-emmer leeg en plaats deze weer onder de zaaigoed-doseerunit. 9. Open de klep van de injectiesluis (Afb. 101/1). 10. Stel de zaaihoeveelheid met afdraaiproef in aan de hand van de bedieningshandleiding van de boordcomputer. De boordcomputer schrijft bij de afdraaiproef voor dat de afdraaislinger linksom moet worden gedraaid, totdat er een geluidssignaal klinkt. Het aantal omwentelingen totdat het geluidssignaal klinkt is afhankelijk van de hoeveelheid uit te zaaien zaad: 0 tot 14,9 kg omwentelingen op 1/10 ha 15 tot 29,9 kg omwentelingen op 1/20 ha vanaf 30 kg omwentelingen op 1/40 ha 11. Bevestig de afdraai-emmer aan de tank. 12. Sluit de klep van de injectiesluis (Afb. 101/1) voorzichtig (zie waarschuwing). 13. Zet het stapwiel in werkstand (zie op pagina 140) of transportstand (zie op pagina 139). 14. Steek de afdraaislinger in de transporthouder. AD-P 03 Super BAG
116 Instellingen Zaaihoeveelheid instellen met afdraaiproef bij machines met maximale dosering 1. Stel de gewenste zaaihoeveelheid in op de boordcomputer. 1.9 Stel de zaaihoeveelheid met de afdraaiproef in aan de hand van de bedieningshandleiding van de boordcomputer. Het aantal omwentelingen totdat het geluidssignaal klinkt is afhankelijk van de hoeveelheid uit te zaaien zaad: 0 tot 14,9 kg omwentelingen op 1/10 ha 15 tot 29,9 kg omwentelingen op 1/20 ha vanaf 30 kg omwentelingen op 1/40 ha 2. Bevestig de afdraai-emmer na de afdraaiproef aan de tank. 3. Sluit de kleppen van de injectiesluis (Afb. 101/1) voorzichtig (zie waarschuwing). 116 AD-P 03 Super BAG
117 Instellingen 8.6 Turbinetoerental instellen bij turbines met hydraulische aandrijving GEVAAR Het maximale turbinetoerental van 4000 t/min mag niet worden overschreden. Het toerental van de turbine verandert tot de hydraulische olie op bedrijfstemperatuur is. Bij de eerste inbedrijfstelling dient u het turbinetoerental te corrigeren tot de bedrijfstemperatuur is bereikt. Wanneer de turbine na langere tijd van stilstand opnieuw in bedrijf wordt gesteld, wordt het ingestelde turbinetoerental pas bereikt zodra de hydraulische olie op bedrijfstemperatuur is. Het gewenste turbinetoerental instellen op de stroomregelklep van de tractor; op de drukbegrenzingsklep van de hydraulische motor van de turbine, als de tractor geen stroomregelklep heeft. Turbines met hydraulische aandrijving hebben een drukbegrenzingsklep, die in twee uitvoeringen wordt ingebouwd: drukbegrenzingsklep met ronde buitencontour (1) drukbegrenzingsklep met zeskantige buitencontour (1) Onderstaande instellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van de drukbegrenzingsklep. AD-P 03 Super BAG
118 Instellingen Instelling op de drukbegrenzingsklep met ronde buitencontour Afb. 114 Afb Turbinetoerental aan de stroomregelklep van de tractor instellen 1. Draai de contramoer (Afb. 114) los. 2. Stel de drukbegrenzingsklep in op de fabrieksmatige ingestelde maat "21 mm" (Afb. 115). 2.1 Verdraai de bout overeenkomstig met de inbussleutel. 3. Draai de contramoer vast. 4. Stel het gewenste turbinetoerental in met behulp van de stroomregelklep van de tractor Stel het turbinetoerental in met behulp van de drukbegrenzingsklep van de machine 1. Draai de contramoer (Afb. 114) los. 2. Stel het gewenste turbinetoerental met behulp van een inbussleutel op de drukbegrenzingsklep in. Hierbij mag het maximale turbinetoerental van /min niet worden overschreden. Turbinetoerental Draaiing rechtsom: Draaiing linksom: gewenst turbinetoerental verhogen gewenst turbinetoerental verlagen 3. Draai de contramoer vast. 118 AD-P 03 Super BAG
119 Instellingen Instelling op de drukbegrenzingsklep met zeskantige buitencontour Afb. 116 Afb Turbinetoerental aan de stroomregelklep van de tractor instellen 1. Draai de contramoer (Afb. 116) los. 2. Draai de bout (Afb. 117) met de inbussleutel helemaal naar binnen (rechtsom). 3. Draai de bout (Afb. 117) met de inbussleutel 3 omwentelingen naar buiten. 4. Draai de contramoer vast. 5. Stel het gewenste turbinetoerental in met behulp van de stroomregelklep van de tractor Stel het turbinetoerental in met behulp van de drukbegrenzingsklep van de machine 1. Draai de contramoer (Afb. 116) los. 2. Stel het gewenste turbinetoerental met behulp van een inbussleutel op de drukbegrenzingsklep in. Hierbij mag het maximale turbinetoerental van /min niet worden overschreden. Turbinetoerental Draaiing rechtsom: Draaiing linksom: gewenst turbinetoerental verhogen gewenst turbinetoerental verlagen 3. Draai de contramoer vast. AD-P 03 Super BAG
120 Instellingen 8.7 Zaaischijfdruk / zaaidiepte instellen Deze instelling is van invloed op de zaaidiepte van het zaaigoed. Controleer de zaaidiepte na elke instelling (zie hoofdstuk "Zaaidiepte van zaaigoed controleren", op pagina 150) Zaaischijfdruk instellen (mechanische zaaischijfdrukinstelling) 1. Steek de afdraaislinger (Afb. 118/1) op de stelspil en stel de zaaischijfdruk in. Verdraaiing van de afdraaislinger linksom zorgt voor een vlakkere positionering van het zaaigoed; rechtsom zorgt voor een diepere positionering van het zaaigoed. 2. Steek de afdraaislinger in de transporthouder. Afb AD-P 03 Super BAG
121 Instellingen Zaaischijfdruk instellen (hydraulische zaaischijfdrukinstelling) WAARSCHUWING Stuur iedereen weg uit de gevarenzone van de hydraulisch bediende delen (Vario-aandrijving, zaaischijven, exacteg). 1. De hydraulische cilinder door bedienen van regeleenheid 2 ο ο onder druk zetten resp. in de zweefstand zetten. 2. Trek de handrem aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het slot. 3. Steek een pen (Afb. 119/1) zowel onder als boven de aanslag (Afb. 119/2) in het stelsegment en borg deze met borgpennen. Elke boring is gemarkeerd met een getal. Hoe hoger het getal van de boring waarin de pen is gestoken, des te hoger is de zaaischijfdruk. Afb. 119 AD-P 03 Super BAG
122 Instellingen Dieptegeleidingsrollen afstellen Deze instelling is van invloed op de zaaidiepte van het zaaigoed. De zaaidiepte moet na elke afstelling worden gecontroleerd. Kan de gewenste zaaidiepte niet door verstellen van de zaaischijfdruk worden bereikt, dan alle dieptegeleidingsrollen gelijkmatig verstellen. Elke dieptegeleidingsrol kan in drie standen aan de zaaischijf worden vergrendeld of van de zaaischijf worden verwijderd. De zaaidiepte aansluitend nogmaals door verstellen van de zaaischijfdruk instellen. Grendelstand Zaaidiepte 1 ca. 2 cm 2 ca. 3 cm 3 ca. 4 cm Zaaien zonder dieptegeleidingsrol > 4 cm Afb. 120 Grendelstand 1 tot 3 1. Vergrendel de handgreep (Afb. 121/1) in een van de 3 standen. Afb AD-P 03 Super BAG
123 Instellingen Zaaien zonder dieptegeleidingsrol 1. Draai de greep over de vergrendeling (Afb. 122/1) en trek de dieptegeleidingsrol van de zaaischijf. Afb. 122 Dieptegeleidingsrol monteren Bevestiging van de dieptegeleidingsrol met de aanduiding "K" op de korte zaaischijf; "L" op de lange zaaischijf. 1. Druk de dieptegeleidingsrol van onderaf tegen de sluiting van de zaaischijf. De aanslag moet in de gleuf grijpen. 2. Trek de handgreep omlaag en over de arretering naar boven. Door een tik op het midden van de schijf vergrendelt deze makkelijker. AD-P 03 Super BAG
124 Instellingen 8.8 Exacteg afstellen Stand van de exactegtanden De stand van de exactegtanden kan worden ingesteld (zie tabel Afb. 64) door omschroeven van de exacteghouder; via een spindel (optioneel). Stand van de exactegtanden instellen door omschroeven van de exacteghouder 1. Breng de machine op het veld in de werkstand. 2. Trek de tractorhandrem aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het slot. 3. Stel de exactegtanden aan de hand van de afbeelding (Afb. 64) af. De exactegtanden worden afgesteld door gelijkmatig omschroeven van alle exacteghouders (Afb. 123/1). Afb AD-P 03 Super BAG
125 Instellingen Stand van de exactegtanden instellen door verstellen van de spindel (optioneel) 1. Breng de machine op het veld in de werkstand. 2. Trek de handrem aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het slot. 3. Stel de exactegtanden aan de hand van de afbeelding (Afb. 64) af. De exactegtanden worden afgesteld door gelijkmatig draaien van de slinger (Afb. 124) van alle stelsegmenten. Afb. 124 Draairichting rechtsom: afstand A (Afb. 64) wordt groter Draairichting linksom: afstand A (Afb. 64) wordt kleiner 4. Borg de instelling met een borgpen (Afb. 125/1). Afb. 125 AD-P 03 Super BAG
126 Instellingen Drukverstelling exacteg 1. Span de hefboom (Afb. 126/1) met de afdraaislinger. 2. Steek de pen (Afb. 126/2) in een gat onder de hefboom. 3. Ontspan de hefboom. 4. Borg de pen met een borgpen. 5. Stel alle stelsegmenten op dezelfde wijze in. Afb Drukverstelling exacteg hydraulisch WAARSCHUWING Stuur iedereen weg uit de gevarenzone van de hydraulisch bediende delen (Vario-aandrijving, zaaischijven, exacteg). Normale exactegdruk instellen 1. Bedien stuurventiel 2. Zet de hydraulische cilinder onder druk. 2. Trek de handrem aan, schakel de motor van de tractor uit en verwijder de contactsleutel. 3. Steek de pen (Afb. 127/1) in een boring onder de hefboom (Afb. 127/2) en borg deze met een borgveer. 4. Zet stuurventiel 2 in de zweefstand. Afb. 127 Hogere exactegdruk instellen 1. Zet stuurventiel 2 in de zweefstand. 2. Trek de handrem aan, schakel de motor van de tractor uit en verwijder de contactsleutel. 3. Steek de tweede pen (Afb. 127/3) in een boring boven de hefboom (Afb. 127/2) en borg deze met een borgveer. 126 AD-P 03 Super BAG
127 Instellingen Exacteg in werk-/transportstand zetten Exacteg in werkstand zetten De wals en de zaaischijven van de zaairail drukken de grond met een bepaalde afstand naar buiten, afhankelijk van rijsnelheid en bodemgesteldheid. Stel de buitenste toestrijkers zodanig in, dat de grond wordt teruggevoerd en een sporenvrij zaadbed ontstaat. Hoe hoger de rijsnelheid, des te verder moeten de kokerprofielen (Afb. 128/1) naar buiten worden geschoven. De kokerprofielen met de buitenste toestrijkers moeten na elke instelling met klembouten worden vastgezet. Afb Exacteg in transportstand zetten Schuif het kokerprofiel (Afb. 128/1) met de buitenste toestrijkers vóór het transport tot tegen de aanslag in de egdraagbalk en klem dit vast met de bout. AD-P 03 Super BAG
128 Instellingen 8.9 Rolleneg instellen Egtanden afstellen (rolleneg met bovenliggende schaar) Licht de machine voor het afstellen van de egtanden zo ver op, dat de egtanden net boven de grond hangen, maar deze niet raken. Zet de handrem vast, zet de tractormotor af en verwijder de contactsleutel uit het slot Kanteling van de egtanden instellen 1. De egtanden worden afgesteld door het aanbrengen van de buispen (Afb. 129/1) onder de schaar (Afb. 129/2), in alle segmenten in dezelfde boring. Afb Werkdiepte van de egtanden instellen 1. Stel de werkdiepte van de egtanden in door het aanbrengen van de buispen (Afb. 130/1) boven de schaar (Afb. 130/2), in alle segmenten in dezelfde boring. Afb AD-P 03 Super BAG
129 Instellingen Egtanden afstellen (rolleneg met handgreep) Licht de machine voor het afstellen van de egtanden zo ver op, dat de egtanden net boven de grond hangen, maar deze niet raken. Zet de handrem vast, zet de tractormotor af en verwijder de contactsleutel uit het slot Kanteling van de egtanden instellen 1. Wijzig de instelhoek van de tanden ten opzichte van de bodem door middel van de pen (Afb. 131/1) ο ο in alle segmenten; in dezelfde boring. Let erop, dat de pen (Afb. 131/1) onder de draagarm (Afb. 131/2) in het stelsegment wordt bevestigd. De instelhoek wordt kleiner naarmate de pen (Afb. 131/1) dieper in het stelsegment wordt aangebracht. 2. Borg de pen (Afb. 131/1) na het omzetten met een borgveer. Afb Werkdiepte van de egtanden instellen 1. Houd de egtandenbalk vast aan de handgreep van de draagarm (Afb. 132/2). 2. Stel de werkdiepte van de egtanden in door de draagarm met de pen (Afb. 132/1) vast te zetten ο ο in alle segmenten; in dezelfde boring. De werkdiepte wordt groter naarmate de pen dieper in het stelsegment wordt aangebracht. 3. Borg de pen na het omzetten met een borgveer. Afb. 132 AD-P 03 Super BAG
130 Instellingen Roldruk op de grond instellen en controleren 1. Breng de machine op het veld in de werkstand. 2. De roldruk wordt ingesteld door gelijkmatig draaien van de slinger (Afb. 133/) voor alle stelsegmenten. Draairichting linksom: de rollendruk op de grond wordt groter Draairichting rechtsom: de rollendruk op de grond wordt kleiner Gebruik voor het draaien de bijgeleverde ratel als het verstelsegment geen slinger heeft. De ratel zit samen met de handleiding in de opbergkoker. 3. Borg de instelling met een borgpen (Afb. 134/1). Afb Controleer de roldruk op de grond bv. met een veerbalans (zie Afb. 135). Afb. 134 Roldiameter D [mm] Roldruk F [kg] 250 mm max. 20 kg De roldruk "F" mag de tabelwaarde niet overschrijden. Een hogere druk dan aangegeven kan de machine beschadigen. Afb AD-P 03 Super BAG
131 Instellingen 8.10 Markeur in werk-/transportstand zetten GEVAAR Onbeveiligde markeurs kunnen onbedoeld in de werkstand zwenken en ernstig letsel veroorzaken. De markeurs moeten direct na het werk op het veld in de transportstand worden gebracht en met borgpennen worden geborgd. Verwijder de borgpen pas net voor het werk op het veld. GEVAAR Het is verboden om zich binnen het zwenkbereik van de markeurs te bevinden. Voer instellingen alleen uit als de handrem is aangetrokken, de motor is afgezet en de contactsleutel is verwijderd Markeur in werkstand zetten 1. Zet de machine op het veld. 2. Ontgrendel beide markeurs. 2.1 Schakel de aftakas van de tractor uit, trek de handrem van de tractor aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het contactslot. 2.2 Trek de borgpen (Afb. 136/1) eruit en bevestig deze in de parkeerstand. Afb. 136 AD-P 03 Super BAG
132 Instellingen 3. Markeurlengte instellen. 3.1 Stuur iedereen weg uit het zwenkbereik van de markeurs. 3.2 Bedien tractorregeleenheid geel. Een markeur zwenkt in de werkstand. 3.3 Trek de handrem aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het slot. 3.4 Draai twee bouten (Afb. 137/1) los. 4.5 Stel de lengte van de markeur in op lengte A [zie tabel (Afb. 138)]. 4.6 Verdraai de markeurschijf om de arbeidsintensiteit van de markeurs zodanig in te stellen, dat ze op een lichte grond vrijwel parallel aan de rijrichting en op een zware grond meer op grip staan. 4.7 Draai de bouten (Afb. 137/1) vast. Afb. 137 Werkbreedte Afstand A 1) AD-P 303 Super AD-P 403 Super 3,0 m 4,0 m 1) Afstand van het midden van de machine tot het verticale vlak van de markeurschijf. Afb AD-P 03 Super BAG
133 Instellingen Markeur in transportstand zetten 1. Stuur iedereen weg uit het zwenkbereik van de markeurs. 2. Bedien tractorregeleenheid geel. Beide markeurs zwenken in de transportstand (zie Afb. 139). 3. Trek de handrem aan, schakel de motor van de tractor uit en verwijder de contactsleutel. 4. Borg beide markeurarmen met borgpennen (Afb. 140/1). Afb. 139 Afb. 140 AD-P 03 Super BAG
134 Instellingen 8.11 Rijpadenritme/-teller instellen in de boordcomputer 1. Kies het rijpadenritme (zie tabel Afb. 71, op pagina 79) en stel dit op de boordcomputer in (zie bedieningshandleiding boordcomputer). 2. Raadpleeg de afbeelding (Afb. 72, op pagina 80) voor de rijpadenteller voor de eerste veldrit en voer deze in de boordcomputer in (zie bedieningshandleiding boordcomputer). De rijpadenteller is gekoppeld met de sensor van de markeurwisselklep. Na het oplichten van een markeur schakelt de rijpadenteller een cijfer verder. Als moet worden voorkomen dat de rijpadenteller bij het oplichten van een markeur verderschakelt, \eerst op de STOP-toets drukken (zie bedieningshandleiding boordcomputer) en dan pas de markeur oplichten De machine aan één kant uitschakelen GEVAAR Zet de handrem vast, zet de tractormotor af en verwijder de contactsleutel uit het slot. 1. Demonteer de buitenste kap van de verdeelkop (Afb. 141/1). 2. Monteer het inzetstuk (Afb. 141/2) zodanig, dat de zaaigoedtoevoer naar de betreffende zaaischijf onderbroken is. 3. Halveer de uitzaaihoeveelheid (zie hoofdstuk "Hoeveelheid uit te zaaien zaad instellen met afdraaiproef", op pagina 108). Afb AD-P 03 Super BAG
135 Instellingen 8.12 Rijpadmarkeerapparaat in werk-/transportstand zetten GEVAAR Stuur iedereen weg uit het zwenkbereik van het rijpadmarkeerapparaat vóór het bedienen van regelklep Rijpadmarkeerapparaat in werkstand zetten 1. Houd de spoorschijfdrager (Afb. 142/1) vast. 2. Verwijder de splitpen (Afb. 142/2). 3. Trek de pen (Afb. 142/3) eruit. 4. Draai de spoorschijfdrager naar beneden. 5. Herhaal dit voor de tweede spoorschijfdrager. Afb Zet de rijpadenteller op "nul" (zie bedieningshandleiding van de boordcomputer 1). 7. Stuur iedereen weg uit het zwenkbereik van het rijpadmarkeerapparaat vóór het bedienen van de tractorregeleenheid geel. 8. Bedien tractorregeleenheid geel. De spoorschijfdragers dalen in de werkstand. 9. Schakel de aftakas van de tractor uit, trek de handrem van de tractor aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het contactslot. 10. Steek de spoorschijven (Afb. 142/4) in de spoorschijfdrager. AD-P 03 Super BAG
136 Instellingen 11. Stel de spoorschijven zodanig in, dat zij het door de rijpadenzaaischijven aangelegde rijpad markeren. 12. Draai de schijven om de arbeidsintensiteit aan de grond aan te passen (op lichte grond ongeveer parallel aan de rijrichting, op zware grond meer op grip instellen). 13. Draai de bouten (Afb. 143/1) stevig aan. Afb Rijpadmarkeerapparaat in transportstand zetten 1. Stuur iedereen weg uit het zwenkbereik van het rijpadmarkeerapparaat vóór het bedienen van de tractorregeleenheid geel. 2. Bedien tractorregeleenheid geel. Licht de spoorschijfdragers op. 3. Bevestig de spoorschijfdrager (Afb. 144/1) met de pen (Afb. 144/2). 4. Borg de pen met de splitpen (Afb. 144/3). 5. De machine heeft twee spoorschijfdragers (Afb. 144/1). Borg de tweede spoorschijfdrager zoals beschreven. 6. Trek de spoorschijven (Afb. 144/4) uit de spoorschijfdragers. Afb. 144 GEVAAR Vervoer de spoorschijven (Afb. 144/4) tijdens het transport in een geschikte opbergruimte. 136 AD-P 03 Super BAG
137 Instellingen 8.13 Beschermstrip voor de verkeersveiligheid Beschermstrip in de transportstand voor de openbare weg 1. Schuif de meerdelige beschermstrip voor de verkeersveiligheid (Afb. 145/1) over de tandpunten van de exacteg. 2. Bevestig de beschermstrips voor de verkeersveiligheid met veerspanners (Afb. 145/2) aan de exacteg. Afb Beschermstrip in parkeerstand brengen 1. Steek de meerdelige beschermstrip voor de verkeersveiligheid (Afb. 146/1) in elkaar en bevestig deze met de veerspanners aan de transporthouder (Afb. 146/2). Afb. 146 AD-P 03 Super BAG
138 Instellingen 8.14 Stapwielstanden Voor de stapwielverstelling moet de borgveer worden verwijderd. Het stapwiel is geborgd met een borgveer. In transportstand zit de borgveer (Afb. 147/1) in de lip. In werkstand zit de borgveer (Afb. 148/1) in de arm van het stapwiel. Afb. 147 Afb AD-P 03 Super BAG
139 Instellingen Stapwiel in transportstand zetten 1. Schuif het stapwiel in de transportsteun. 2. Borg het stapwiel met een borgveer (Afb. 150/2). Afb. 149 Afb. 150 AD-P 03 Super BAG
140 Instellingen Stapwiel in afdraaistand brengen 1. Het stapwiel bij de handgreep (Afb. 151/1) oplichten en op de steun (Afb. 151/2) plaatsen. In opgelichte positie kan het stapwiel voor de afdraaiproef makkelijk worden gedraaid. Afb. 151 Afb Stapwiel in werkstand brengen 1. Het stapwiel oplichten, uit de steun trekken en laten zakken. Afb AD-P 03 Super BAG
141 Instellingen Hierbij moet de meenemer vergrendelen (zie Afb. 154/1). 2. Borg het stapwiel met de borgveer (Afb. 155/1). Afb. 154 Afb. 155 De diepgang van het stapwiel kan worden begrensd. Een bout (Afb. 156/1) dient als aanslag. De bout na de instelling borgen. Afb. 156 AD-P 03 Super BAG
142 Instellingen 8.15 Impulswiel in transport-/werkstand zetten Impulswiel in werkstand zetten De hendel (Afb. 157/1) blokkeert het opgelichte impulswiel in transportstand. 1. Houd het impulswiel vast. 2. Bedien de hendel (Afb. 157/1). 3. Zwenk het impulswiel in de werkstand. In de werkstand is het impulswiel (Afb. 158/1) pendelend bevestigd. Afb. 157 Afb Impulswiel in transportstand zetten Licht het impulswiel vóór het transport op. Hierbij vergrendelt het impulswiel in de veerbelaste hendel (Afb. 159/1). Afb AD-P 03 Super BAG
143 Transport 9 Transport GEVAAR In Duitsland en in enkele andere landen is het transport van een aan de tractor gekoppelde combinatie van grondbewerkingsmachine, wals en opbouw-zaaimachine van meer dan 3,0 meter breed op de openbare weg niet toegestaan. In deze landen is het transport van een combinatie van meer dan 3,0 meter breed uitsluitend op een transportvoertuig toegestaan. De combinatie van grondbewerkingsmachine, wals en opbouwzaaimachine moet zoals voorgeschreven op het transportvoertuig worden geladen en geborgd. De max. toelaatbare transporthoogte van 4,0 m mag niet worden overschreden. 9.1 Zaaicombinatie (breedte tot 3,0 m) in de transportstand voor de openbare weg zetten 1. Schakel de boordcomputer uit. 2. Markeur in transportstand zetten... op pagina Tank leegmaken... op pagina Trapje in de transportstand brengen... op pagina Exacteg in transportstand zetten... op pagina Beschermstrip in de transportstand voor de openbare weg... op pagina Zet het stapwiel in de transportstand.... op pagina Zet het impulswiel in de transportstand.... op pagina Rijpadmarkeerapparaat in transportstand zetten... op pagina Controleren of de verlichtingsinstallatie inclusief de waarschuwingsborden goed werkt en schoon is... op pagina Vergrendel de regeleenheden van de tractor. 12. Neem de wettelijke voorschriften en de veiligheidsinstructies van hoofdstuk 9.2 vóór en tijdens de transportrit in acht. AD-P 03 Super BAG
144 Transport 9.2 Wettelijke voorschriften en veiligheid Op de openbare weg moeten tractor en machine voldoen aan de nationale verkeersvoorschriften (in Duitsland de StVZO en StVO) en de voorschriften ter voorkoming van ongevallen (in Duitsland de voorschriften van de wettelijke ongevallenverzekering). Eigenaars en bestuurders van voertuigen zijn verantwoordelijk voor het nakomen van de wettelijke voorschriften. Daarnaast moeten de instructies in dit hoofdstuk voor en tijdens de rit worden opgevolgd. Transportbreedte / transporthoogte In Duitsland en in veel andere landen is het transport van een aan de tractor gemonteerde machinecombinatie tot 3,0 m breedte toegestaan. De max. transporthoogte van 4,0 m mag niet worden overschreden. Toelaatbare maximumsnelheid De toelaatbare maximumsnelheid ) bedraagt 40 km/uur voor tractoren met gemonteerde machine. Vooral op slechte wegen of straten moet een aanzienlijk lagere snelheid worden aangehouden. 1) De maximaal toelaatbare snelheid voor aangebouwde werktuigen is afhankelijk van de nationale verkeersvoorschriften van het betreffende land. Vraag bij uw importeur / dealer na wat de maximaal toelaatbare snelheid voor de openbare weg is. Raadpleeg vóór aanvang van een rit het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor de gebruiker" en controleer de volgende punten: het aanhouden van het toelaatbare gewicht het correct aansluiten van de voedingsleidingen beschadiging, werking en verontreiniging van de verlichting de waarschuwingsstickers en gele reflectoren moeten schoon en onbeschadigd zijn of het hydraulisch systeem gebreken vertoont of de handrem van de tractor volledig is losgezet 144 AD-P 03 Super BAG
145 Transport WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onbedoeld losgaan van de gemonteerde/aangekoppelde machine! Controleer vóór transport door middel van een visuele controle of de pennen van de topstang en trekstang met de originele borgpennen zijn geborgd. GEVAAR Gevaar voor snijden en stoten door onbedoeld zakken van de markeurs bij transportritten, waarbij verwondingen kunnen ontstaan. Controleer vóór transportritten door middel van een visuele controle of de markeurs in transportstand met de originele borgpennen zijn beveiligd tegen onbedoeld zakken (zie hoofdstuk "Markeur in werk- /transportstand zetten", op pagina 131). GEVAAR Het stapwiel steekt aan de zijkant uit en brengt andere verkeersdeelnemers in gevaar. Het stapwiel vóór transportritten in de transporthouder schuiven en borgen. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken of stoten door onvoldoende stabiliteit en omkantelen. Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle hebt. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, van het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de aangebouwde of aangekoppelde machine. Zet voor transport de vergrendeling van de trekstangen van de tractor aan de zijkant vast, zodat de aangebouwde of aangekoppelde machine niet kan gaan slingeren. AD-P 03 Super BAG
146 Transport WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor. Deze gevaren veroorzaken zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop. Houd rekening met de maximale belading van de aangebouwde/aangekoppelde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! WAARSCHUWING Gevaar voor vallen bij het zonder toestemming meerijden op de machine! Het is verboden om personen mee te laten rijden op de machine en/of op rijdende machines te laten stappen. Stuur personen van het laadterrein voordat u met de machine gaat rijden. GEVAAR Schakel de boordcomputer uit tijdens een transportrit. GEVAAR Vergrendel de regeleenheden van de tractor tijdens transport! WAARSCHUWING Gevaar voor steekletsel bij andere verkeersdeelnemers bij transportritten door niet-afgedekte, spitse veertanden van de exacteg! Transportritten zonder correct gemonteerde beschermstrip voor de verkeersveiligheid zijn verboden. 146 AD-P 03 Super BAG
147 Transport WAARSCHUWING Gevaar voor steekwonden bij transport met uitgetrokken buitenste toestrijkers! Uitgetrokken buitenste toestrijkers steken tijdens transport naar de zijkant en brengen andere verkeersdeelnemers in gevaar. Bovendien wordt de toelaatbare transportbreedte van 3 meter overschreden. Schuif de buitenste toestrijkers in de hoofdbuis van de exacteg voordat u de machine gaat transporteren. Schakel het zwaailicht (indien aanwezig) vóór het rijden in en controleer de werking. In Duitsland en in enkele andere landen is voor een zwaailicht een vergunning vereist. Houd bij het nemen van bochten rekening met het uitzwaaien en overhellen van de machine. AD-P 03 Super BAG
148 Werken met de machine 10 Werken met de machine Raadpleeg voor het werken met de machine het hoofdstuk "Waarschuwingsstickers en overige aanduidingen op de machine"; het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies voor de gebruiker". Het lezen van deze hoofdstukken is voor uw eigen veiligheid. WAARSCHUWING Bedien de regeleenheden van de tractor uitsluitend in de cabine van de tractor. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, naar binnen trekken en ingesloten raken als gevolg van onbeveiligde aandrijfelementen bij het bedienen van de machine! Stel de machine alleen in bedrijf als alle veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht. Werk alleen met volledig beveiligde aandrijving tussen stapwiel en doseerunit. Gebruik de cardanas nooit zonder veiligheidsvoorziening of met beschadigde veiligheidsvoorziening of zonder correct gebruik van de ketting. WAARSCHUWING Gevaar voor snijden en stoten bij het omhoog- en omlaagzwenken van de markeurs! Stuur iedereen weg uit het zwenkbereik van de markeurs, voordat u de tractorregeleenheid bedient voor het zwenken van de markeurs. WAARSCHUWING Gevaar voor uitglijden, struikelen of vallen door onbevoegd betreden van en/of meerijden van personen op de machine, het platform of de treden naar het platform! Het is verboden om personen mee te laten rijden op de machine en/of rijdende machines te betreden. Stuur personen van het platform voordat u met de machine gaat rijden. 148 AD-P 03 Super BAG
149 Werken met de machine 10.1 Machine van transport- in de werkstand zetten 1. Beschermstrip in parkeerstand brengen... op pagina Exacteg in werkstand zetten... op pagina Rijpadmarkeerapparaat in werkstand zetten... op pagina Stapwiel in werkstand brengen... op pagina Impulswiel in werkstand zetten... op pagina De transportbeveiliging van de markeurs verwijderen... op pagina De stand van de rijpadenteller voor de eerste veldrit in de tabel opzoeken... op pagina De rijpadenteller net vóór de eerste veldrit instellen (zie bedieningshandleiding boordcomputer) Beginnen met werk 1. Zet de machine op de kopakker in de werkstand. 2. Controleer alle machine-instellingen (zie hoofdstuk "Instellingen", op pagina 103). 3. Houd iedereen op een afstand van ten minste 20 m tot de machine. 4. Breng het turbinetoerental op het gewenste toerental. 5. Bedien regeleenheid geel. Laat de actieve markeur zakken. Schakel de zaaiwiel-rijpadenschakeling verder. Alleen bij rijpadindicatie "0": ο ο Aanleggen van rijpaden Laten zakken van het rijpadmarkeerapparaat. 6. Stel net voor de eerste veldrit de juiste rijpadenteller in (zie bedieningshandleiding boordcomputer). 7. Breng de aftakas van de grondbewerkingsmachine op werktoerental (zie bedieningshandleiding van de grondbewerkingsmachine). 8. Begin te rijden en laat de combinatie via de driepuntshydraulica van de tractor zakken. AD-P 03 Super BAG
150 Werken met de machine 10.3 Controles Controles die moeten worden uitgevoerd na de eerste 100 m die met werksnelheid zijn afgelegd; bij de overgang van lichte grond naar zware grond en omgekeerd; na elke instelling van de zaaischijfdruk; na elke verstelling van de dieptegeleidingsschijven voor de zaaischijven. Gecontroleerd moet worden: de zaaidiepte van het zaaigoed (zie hoofdstuk "Zaaidiepte van zaaigoed controleren", hieronder) de arbeidsintensiteit (afhankelijk van de uitrusting) ο van de exacteg; ο van de rolleneg Zaaidiepte van zaaigoed controleren 1. Leg ca. 100 m met werksnelheid af. 2. Leg het zaaigoed op meerdere plaatsen bloot, inclusief het bereik van de buitenste zaaischijven. 3. Controleer de zaaidiepte van het zaaigoed. 150 AD-P 03 Super BAG
151 Werken met de machine 10.4 Tijdens het werk Rijpadenteller uitschakelen (STOP-toets) Het verder schakelen van de rijpadenteller wordt voorkomen door bediening van de STOP-toets van de boordcomputer vóór het inklappen van de actieve markeur voor een obstakel. Bij bediening van de Stop-toets wordt het veld verder ingezaaid; schakelt de rijpadenteller van de zaaiwiel-rijpadenschakeling niet verder. Deactiveer de Stop-toets na het passeren van het obstakel Verdeelkop op verontreiniging controleren Controleer de verdeelknop door de doorzichtige kap op verontreiniging tijdens het werk regelmatig vanuit de tractorcabine; na het werk door een intensieve visuele controle van buitenaf. Door verontreiniging kunnen de verdeelkoppen verstopt raken. Daarom moeten verontreinigingen direct worden verwijderd (zie hoofdstuk "Reinig de verdeelkop", op pagina 163). AD-P 03 Super BAG
152 Werken met de machine Grondbewerking zonder zaaien Moet de grond worden bewerkt zonder zaaien: onderbreek de zaaigoedstroom ο ο breng het stapwiel omhoog schakel de elektromotor (optioneel) uit die de doseerwielen aandrijft licht de zaaischijf eventueel op (tractorregeleenheid groen bedienen). Afb. 160 Bij opnieuw gebruiken van de zaaischijf ook het stapwiel laten zakken en de elektromotor (maximale dosering) inschakelen. 152 AD-P 03 Super BAG
153 Werken met de machine 10.5 Keren op wendakker Vóór het keren op wendakker 1. Bedien regeleenheid geel. Oplichten van de actieve markeur. Verder schakelen van de rijpadenteller. 2. Bedien de regeleenheid voor der trekstangen van de tractor. Oplichten van de combinatie. 3. Keren met de combinatie. Het stapwiel, de zaaischijven en de eggen mogen bij het keren de grond niet raken. Door oplichten van de combinatie vóór het keren op de wendakker wordt de toevoer van zaaigoed onderbroken doordat de doseerrol in de doseerunit stilstaat. Bij draaiende turbine komt er zaaigoed van de zaaischijven, totdat de zaadtoevoerbuizen leeg zijn. Na het keren op wendakker 1. Bedien de regeleenheid voor der trekstangen van de tractor. Laten zakken van de combinatie. 2. Bedien regeleenheid geel tenminste 5 seconden, zodat alle hydraulische functies volledig worden uitgevoerd. Laten zakken van de actieve markeur. Alleen in schakelstand "0": Omkeren van de zaaigoedstroom in de kleppenkast terug in de tank (rijpaden). Laten zakken van de spoorschijven van het rijpadmarkeerapparaat (optioneel). 3. Begin van de rit over het veld. GEVAAR Na het keren wordt bij bediening van regeleenheid geel de tegenoverliggende markeur in de werkstand gebracht. AD-P 03 Super BAG
154 Werken met de machine 10.6 Na het zaaien Zet de machine na het zaaien in de transportstand: 1. Schakel de turbine uit. 2. Moet worden voorkomen dat de rijpadenteller bij het oplichten van de markeurs verderschakelt, druk dan op de STOP-toets (zie bedieningshandleiding boordcomputer). 3. Bedien regeleenheid geel totdat de markeurs zijn ingeklapt. 4. Borg de markeurs in de transportstand (zie hoofdstuk "Markeur in werk-/transportstand zetten", op pagina 131) GEVAAR De markeurs moeten direct na het werk op het veld in de transportstand worden gebracht en met borgpennen worden geborgd. Onbeveiligde markeurs kunnen onbedoeld in de werkstand zwenken en ernstig letsel veroorzaken. Verwijder de borgpen pas net voor het werk op het veld. 5. Maak de doseerunit na het gebruik leeg en reinig deze (zie hoofdstuk , op pagina 155). De doseerunit na het gebruik leegmaken en reinigen! Als de doseerunit niet wordt geleegd en gereinigd, kan zich hierin een taaie tot vaste zaaigoedmassa vormen, als er water onder de doseerrol terechtkomt. De doseerrol wordt sterk afgeremd en er kunnen afwijkingen optreden tussen de ingestelde en de werkelijke zaaihoeveelheid. kunnen zaaigoedresten in de doseerunits gaan opzetten of ontkiemen. Dit blokkeert de doseerrollen en kan leiden tot schade aan de aandrijving. De sticker (Afb. 161) moet de tractorbestuurder eraan herinneren, dat hij de doseerunit na beëindiging van het zaaien moet leegmaken en reinigen. De doseerunit moet altijd na beëindiging van het zaaien worden leeggemaakt en gereinigd (zie hoofdstuk , op pagina 155). Afb Breng de machine in transportstand (zie hoofdstuk "Transport", op pagina 143). 154 AD-P 03 Super BAG
155 Werken met de machine 10.7 Tank en/of zaaigoed-doseerunit leegmaken Tank leegmaken 1. Trek de handrem aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het slot. 2. Open de schuif (Afb. 162) en laat het zaaigoed in de afdraai-emmer of een geschikte container stromen. Er kan een universele slang (DN 140) worden aangesloten. Afb Zaaigoed-doseerunit leegmaken Zaaigoedresten in de doseerunits kunnen gaan opzetten of ontkiemen als de doseerunit niet volledig wordt geleegd! Dit blokkeert de doseerrol en kan leiden tot schade aan de aandrijving! 1. Schakel de aftakas van de tractor uit, trek de handrem van de tractor aan, zet de tractormotor af en trek de contactsleutel uit het contactslot. VOORZICHTIG Gevaar voor snijwonden of amputatie door onbedoeld aandrijven van de doseerrol bij het reinigen van de doseerunit! Om onbedoeld aandrijven van de doseerrol te voorkomen: schakel de boordcomputer uit;. zet het stapwiel op de grond. Open de zichtklep van de zaaigoed-doseerunit alleen bij reinigingswerkzaamheden. AD-P 03 Super BAG
156 Werken met de machine 2. Sluit de schuif (Afb. 163/1) als u alleen de zaaigoed-doseerunit en niet de tank wilt legen (zie hoofdstuk "Doseerrol in de doseerunit plaatsen", op pagina 104). 3. Plaats de afdraai-emmer onder de zaaigoed-doseerunit. 4. Open de klep van de injectiesluis (Afb. 164/1) zodat het resterende zaaigoed in de afdraai-emmer kan stromen. Afb. 163 Afb. 164 VOORZICHTIG Gevaar voor bekneld raken bij het openen en sluiten van de klep van de injectiesluis (Afb. 164/1)! Pak de klep van de injectiesluis uitsluitend bij de strip (Afb. 164/2) vast om letsel door het dichtslaan van de veerbelaste klep te voorkomen. Kom nooit met de hand tussen de klep van de injectiesluis en de injectiesluis! 156 AD-P 03 Super BAG
157 Werken met de machine 5. Open de klep voor het legen van de resterende hoeveelheid (Afb. 165/1) door aan de knop (Afb. 165/2) te draaien. 6. Draai het stapwiel net als bij de afdraaiproef met de afdraaislinger (Afb. 166/1) linksom totdat de doseerrol en de doseerunit volledig leeg zijn. Afb. 165 Bij maximale dosering laat u de elektromotor kort draaien. Afb Voor een complete reiniging, bv. bij het wisselen van zaaigoed, demonteert u de doseerrollen (zie hoofdstuk "Doseerrol in de doseerunit plaatsen", op pagina 104) en reinigt u deze samen met de doseerunit. 8. Sluit de klep voor het legen van de resterende hoeveelheid (Afb. 165/1) en de klep van de injectiesluis (Afb. 164/1) voorzichtig en bevestig de afdraai-emmer aan de transporthouder. 9. Zet het stapwiel in de transportstand (zie hoofdstuk Stapwiel in transportstand zetten, op pagina 139). 10. Trek de schuif (Afb. 163/1) uit de zaaigoed-doseerunit (zie hoofdstuk "Doseerrol in de doseerunit plaatsen", op pagina 104) en borg deze met een borgpen. AD-P 03 Super BAG
158 Storingen 11 Storingen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten als gevolg van onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine combinatie. Beveilig tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u storingen aan de machine verhelpt (zie hoofdstuk "Beveilig de tractor/machine tegen onbedoeld starten en wegrollen", op pagina 90). Wacht tot de machine stilstaat voordat u in de gevarenzone van de machine komt. VOORZICHTIG Boordcomputer uitschakelen vóór aanvang van transportritten vóór het uitvoeren van in-/afstel-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden. Gevaar voor ongelukken door onbedoeld in beweging zetten van machinecomponenten bij wielbewegingen Weergave resterende hoeveelheid zaaigoed Als het resterende hoeveelheid zaaigoed is bereikt (bij een correct ingestelde niveausensor), verschijnt op het display van de boordcomputer een waarschuwingsmelding met een akoestisch signaal (zie bedieningshandleiding van boordcomputer). De resterende hoeveelheid zaaigoed dient voldoende te zijn om ongelijkmatige afgifte of ongezaaide stukken te voorkomen. 158 AD-P 03 Super BAG
159 Storingen 11.2 Wegklappen van een markeurarm Komt de markeur tegen een vast obstakel, dan breekt een bout (Afb. 167/1) af en klapt de markeur naar achteren. Gebruik als vervanging uitsluitend bouten M6 x 90 met sterkte 8.8 (zie online-onderdelenlijst). Afb Verschil tussen de ingestelde en daadwerkelijke hoeveelheid uitgezaaid zaad Mogelijke oorzaken en remedies bij verschillen tussen de ingestelde en de werkelijke uitzaaihoeveelheid: De slip van het stapwiel kan tijdens het werk veranderen, bijvoorbeeld als u van lichte grond op zware grond komt. (zie hoofdstuk , op pagina 160). Bij het zaaien van nat ontsmet zaad kunnen er verschillen ontstaan tussen ingestelde en daadwerkelijke hoeveelheid uitgezaaid zaad als de tijd tussen ontsmetting en zaaien minder is dan 1 week (aanbevolen wordt een periode van 2 weken). Een defecte of verkeerd ingesteld doseerlip (Afb. 168/1) veroorzaakt fouten in de dosering. Stel de doseerlip zodanig in, dat deze de doseerrollen (Afb. 168/2) net raakt. Afb. 168 AD-P 03 Super BAG
160 Storingen Slip van het stapwiel De slip van het stapwiel kan tijdens het werk veranderen, bijvoorbeeld als u van lichte grond op zware grond komt. Alleen zaaimachines met Vario-aandrijving zonder elektronische verstelling van de aandrijving Leg het aantal omwentelingen van het stapwiel voor bepaling van de stand van de aandrijving opnieuw vast. Meet op het veld 250 m 2 af. Dit betekent bij een machine met: 2,50 m werkbreedte = 100,0 m af te leggen afstand 3,00 m werkbreedte = 83,3 m af te leggen afstand 4,00 m werkbreedte = 62,5 m af te leggen afstand 4,50 m werkbreedte = 55,5 m af te leggen afstand 6,00 m werkbreedte = 41,7 m af te leggen afstand Tel het aantal wielomwentelingen bij het rijden van de meetafstand. Voer de afdraaiproef uit met het bepaalde aantal wielomwentelingen (zie hoofdstuk "8.5", op pagina 108). Alleen zaaimachines met Vario-aandrijving met elektronische verstelling van de aandrijving of maximale dosering Voor het berekenen van de bewerkte oppervlakte en de benodigde zaaihoeveelheid heeft de boordcomputer de impulsen van het aandrijfwiel over een afstand van 100 m nodig. Verandert de slip van het stap-/tastwiel tijdens het werk, bv. als u van lichte grond op zware grond komt, dan veranderen ook de kalibratiewaarde "Imp./100 m"; het aantal omwentelingen van het stap-/tastwiel voor het bepalen van de stand van de aandrijving. De kalibratiewaarde "Imp./100 m" dient bij afwijkingen tussen ingestelde en daadwerkelijke hoeveelheid uitgezaaid zaad opnieuw te worden berekend door een meettraject af te rijden (zie bedieningshandleiding boordcomputer). 160 AD-P 03 Super BAG
161 Reinigen, service en onderhoud 12 Reinigen, service en onderhoud 12.1 Veiligheid WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten als gevolg van onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine combinatie. Beveilig tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u aan de machine gaat werken (zie hoofdstuk "Tractor/machine beveiligen tegen onbedoeld starten en wegrollen"). VOORZICHTIG Boordcomputer uitschakelen vóór aanvang van transportritten vóór het uitvoeren van in-/afstel-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden. Gevaar voor ongelukken door onbedoeld in beweging zetten van machinecomponenten bij wielbewegingen. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken en vastgrijpen door gevaarlijke plaatsen die niet beveiligd zijn. Monteer de beschermingsvoorzieningen die u vóór de reinigings-, service en onderhoudswerkzaamheden heeft verwijderd. Vervang defecte beschermingsvoorzieningen door nieuwe. Ga nooit onder een opgelichte, niet-beveiligde machine. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken en ingesloten raken als gevolg van de aangedreven niet-beveiligde doseerrol en roeras! Open of verwijder nooit de veiligheidsvoorzieningen in de tank bij aangedreven doseerrol/roeras of zolang de doseerrol en de roeras onbedoeld kunnen worden aangedreven. AD-P 03 Super BAG
162 Reinigen, service en onderhoud 12.2 Reiniging GEVAAR Adem het giftige stof van ontsmettingsmiddel niet in en laat het niet in contact komen met het lichaam. Draag bij het leegmaken van de tank en het doseerhuis resp. bij het verwijderen van ontsmettingsmiddelstof, bv. met perslucht, beschermende kleding, een veiligheidsmasker, een veiligheidsbril en handschoenen. Bewaak de hydraulische slangen zeer zorgvuldig. Behandel hydraulische slangen nooit met benzine, benzeen, petroleum of minerale oliën. Smeer de machine na het reinigen, vooral na het reinigen met een hogedrukreiniger/stoomcleaner of vetoplosbare middelen. Neem de wettelijke voorschriften voor het gebruiken en opruimen van reinigingsmiddelen in acht. Reinigen met hogedrukreiniger/stoomcleaner U moet de volgende aanwijzingen bij het reinigen met een hogedrukreiniger/stoomreiniger altijd opvolgen: Reinig geen elektrische onderdelen. Richt de straal van de hogedrukreiniger of de stoomcleaner nooit rechtstreeks op smeerpunten en lagers. Houd altijd een afstand van minimaal 300 mm tussen hogedrukreiniger/stoomcleaner en machine aan. Neem de veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van hogedrukreinigers in acht. 162 AD-P 03 Super BAG
163 Reinigen, service en onderhoud Reinig de verdeelkop (vakwerkplaats) WAARSCHUWING Gevaar door contact met of inademen van giftig ontsmettingsmiddelstof, met name bij het reinigen van de verdeelkop met perslucht! Dit gevaar kan ernstig letsel aan ogen en ademhalingsorganen tot gevolg hebben. Draag een mondmasker en een veiligheidsbril bij het reinigen van de verdeelkop. 1. Draag een mondmasker en een veiligheidsbril. 2. Open het afdekzeil. 3. Stap in de tank. Afb. 169 De ladder (Afb. 170/1) dient voor het betreden van de tank. 4. Draai de vleugelmoeren (Afb. 171/1) los en trek de doorzichtige kunststofkap (Afb. 171/2) van de verdeelkop. 5. Verwijder verontreinigingen met een bezem en reinig de verdeelkop en de kunststofkap met een droge doek. 6. Monteer de kunststofkap (Afb. 171/2). 7. Bevestig de kunststofkap met vleugelmoeren (Afb. 171/1). Afb. 170 Afb. 171 AD-P 03 Super BAG
164 Reinigen, service en onderhoud Machine gedurende langere tijd wegzetten 1. Reinig de RoTeC-zaaischijven grondig en droog ze. 2. Behandel de zaaischijven met een milieuvriendelijk anticorrosiemiddel tegen roest Smeervoorschrift WAARSCHUWING Zet vóór het smeren de solomachine op de steunelementen; de aan de tractor gemonteerde combinatie op de grond. Smeer de machine in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. Reinig smeernippels en vetspuit voor het smeren grondig, zodat er geen vuil in de lagers wordt geperst. Pers het vervuilde vet in de lagers volledig naar buiten en vul de lagers met nieuw vet. De smeerpunten zijn op de machine aangegeven met de sticker (Afb. 172). Afb AD-P 03 Super BAG
165 Reinigen, service en onderhoud Smeermiddelen Gebruik voor het smeren een multipurpose vet op basis van verzeept lithium met EP-additieven. Bedrijf Naam smeermiddel ARAL Aralub HL2 FINA Marson L2 ESSO Beacon 2 SHELL Retinax A Overzicht van smeerpunten AD-P Super Aantal smeernippels Smeerinterval Aanwijzing Afb h + 20 h de cardanas smeren; de beschermpijpen en profielpijpen invetten. Afb. 174/ h Zaaischijfhefcilinder (optioneel) Afb. 173 Afb. 174 AD-P 03 Super BAG
166 Reinigen, service en onderhoud 12.4 Onderhoudsschema overzicht Voer de onderhoudswerkzaamheden uit zodra de eerste termijn is bereikt. Tijdsintervallen, draai-uren van de motor of service-intervallen van de eventueel bijgeleverde documenten van derden hebben voorrang. Eerste gebruik Vóór het eerste gebruik Vakwerkplaats Hydraulische slangen controleren en onderhouden. Na de eerste 10 bedrijfsuren Vakwerkplaats De eigenaar dient deze inspectie te noteren. Oliepeil in Vario-aandrijving controleren Hydraulische slangen controleren en onderhouden. De eigenaar dient deze inspectie te noteren. Hfdst Hfdst Hfdst Vakwerkplaats Alle schroefverbindingen op goede bevestiging controleren Hfdst vóór aanvang van de werkzaamheden (dagelijks) elk uur (bv. bij het bijvullen van de zaadtank) Visuele controle van top- en trekstangpennen Opsporen en verhelpen van gebreken aan slangen, pijpen en verbindingsstukken Controle van de doseerunit van de zaadslangen van het beschermrooster van de turbineaanzuiging en verwijdering van verontreinigingen Hfdst tijdens het werk na het werk (dagelijks) Controle van de verdeelkop en verwijdering van verontreinigingen Zaaigoed-doseerunit leegmaken Hfdst Machine reinigen (indien nodig) Hfdst AD-P 03 Super BAG
167 Reinigen, service en onderhoud Elke week (minimaal elke 50 bedrijfsuren) Na het einde van het seizoen elke 6 maanden Vakwerkplaats Hydraulische slangen controleren en onderhouden. De eigenaar dient deze inspectie te noteren. Oliepeil in Vario-aandrijving controleren Rollenkettingen en kettingwielen onderhouden Hfdst Hfdst Hfdst Zaaiaslagers onderhouden Hfdst Visuele controle van top- en trekstangpennen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, beetpakken, vastgrijpen en stoten als de machine onbedoeld loskomt van de tractor. Controleer elke keer bij het aankoppelen van de machine of de topen trekstangpennen zich in goede staat bevinden. Vervang top- en trekstangpennen met duidelijke slijtagesporen Zaaiaslagers onderhouden Smeer de zitting van het lager (Afb. 1751) met een geringe hoeveelheid dunvloeibare minerale olie (SAE 30 of SAE 40). Afb. 175 AD-P 03 Super BAG
168 Reinigen, service en onderhoud Oliepeil in Vario-aandrijving controleren 1. Zet de machine op een horizontale ondergrond. 2. Controleer het oliepeil. Het oliepeil moet zichtbaar zijn in het kijkglas (Afb. 176/1). Het verversen van de olie is niet nodig. De olievulopening (Afb. 177/2) dient voor het vullen van de Vario-aandrijving. Raadpleeg de tabel (Afb. 178) om te zien welke olie nodig is. Afb. 176 Afb. 177 Soorten hydraulische olie en vulhoeveelheid van de Vario-aandrijving Totale vulhoeveelheid Transmissieolie (naar keuze) 0,9 liter Wintershall Wintal UG22 WTL-HM (af fabriek) Fuchs Renolin MR5 VG22 Afb Rollenkettingen en kettingwielen onderhouden Alle rollenkettingen reinigen (inclusief kettingwielen en kettingspanner); controleren (op correcte staat); smeren met dun vloeibare minerale olie (SAE30 of SAE40). 168 AD-P 03 Super BAG
169 Reinigen, service en onderhoud Inspectiecriteria voor hydraulische slangen Laat hydraulische slangen door een vakwerkplaats vervangen, wanneer u tijdens de inspectie de volgende criteria constateert: Beschadiging van de buitenste laag tot op de staalmantel (bijv. schuurplekken, scheurtjes, insnijdingen). Bros worden van de buitenste laag (scheurtjes in het materiaal van de slang). Vervormingen die niet in overeenstemming zijn met de natuurlijke vorm van de slang of slang. Zowel drukloos als onder druk of bij buiging (bijv. loslaten van de lagen, blaasvorming, platdrukken of knikken). Lekkage. Beschadiging of vervorming van de slangarmaturen (verhoogde kans op lekkage); geringe beschadiging van de buitenkant is geen reden voor vervanging. Het loskomen van de slang uit de armatuur. Corrosie van de armatuur, hetgeen de werking en sterkte vermindert. Montagevoorschriften niet nagekomen. De gebruiksduur van 6 jaar is overschreden. Doorslaggevend hiervoor is de datum waarop de hydraulische slang op de armatuur is bevestigd plus 6 jaar. Staat op de armatuur de productiedatum "2013", dan eindigt de gebruiksduur in februari Zie ook "Aanduidingen op hydraulische slangen". WAARSCHUWING Gevaar voor infectie door onder hoge druk staande hydraulische olie die in het lichaam dringt. Werkzaamheden aan het hydraulische systeem mogen uitsluitend door een vakwerkplaats worden uitgevoerd. Laat alle druk uit het hydraulische systeem ontsnappen voordat u met de werkzaamheden aan het hydraulische systeem begint. Spoor lekkages altijd op met daartoe geschikte hulpmiddelen. Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Onder hoge druk naar buiten stromende vloeistof (hydraulische olie) kan via de huid in het lichaam komen en ernstig letsel veroorzaken! Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts! Gevaar voor infectie! AD-P 03 Super BAG
170 Reinigen, service en onderhoud Bij het aansluiten van de hydraulische slangen op het hydraulische systeem van de tractor moet de hydraulica van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn. Sluit de hydraulische slangen op de correcte wijze aan. Controleer alle hydraulische slangen en koppelingen regelmatig op beschadigingen en verontreiniging. Laat tenminste een keer per jaar door een deskundige controleren of de hydraulische slangen nog in goede staat zijn. Vervang beschadigde en verouderde hydraulische slangen. Gebruik uitsluitend originele hydraulische slangen van AMAZO- NE. Gebruik hydraulische slangen niet langer dan zes jaar. Dat is inclusief een eventuele opslagtijd van maximaal twee jaar. Ook bij vakkundige opslag en toelaatbare belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan natuurlijke veroudering, wat hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt. In afwijking hiervan is het mogelijk om, rekening houdend met de mogelijke risico's, de gebruiksduur op basis van ervaring te bepalen. Voor slangen en slangen van thermoplast kunnen andere richtwaarden doorslaggevend zijn. Voer oude olie volgens de milieuvoorschriften af. Neem bij problemen met betrekking tot het afvoeren contact op met uw leverancier van de olie! Bewaar hydraulische olie buiten bereik van kinderen. Zorg dat er geen hydraulische olie in de grond of in het water komt Aanduidingen op hydraulische slangen De aanduidingen op de slangarmatuur hebben de volgende betekenis: Afb. 179/... (1) Type-aanduiding van de fabrikant van de hydraulische slangleiding (A1HF) (2) Productiedatum van de hydraulische slang (13/02 = jaar / maand = februari 2013) (3) Maximaal toelaatbare bedrijfsdruk (210 BAR). Afb AD-P 03 Super BAG
171 Reinigen, service en onderhoud Monteren en demonteren van hydraulische slangen Neem bij het monteren en demonteren van hydraulische slangen de volgende aanwijzingen in acht: Werkzaamheden aan het hydraulische systeem mogen uitsluitend door een vakwerkplaats worden uitgevoerd. Gebruik uitsluitend originele hydraulische slangen van AMAZO- NE. Zorg voor een schone werkplek. Bouw hydraulische slangen zodanig in dat er onder alle bedrijfsomstandigheden ο ο ο ο geen trekbelasting optreedt, behalve door het eigengewicht. er bij korte slangen geen stuikbelasting optreedt. van buiten komende mechanische inwerkingen op de hydraulische slangen worden vermeden. Voorkom dat de slangen langs elkaar of langs componenten schuren door ze in overeenstemming met de voorschriften te leggen en te bevestigen. Bescherm de hydraulische slangen zo nodig met beschermhulzen. Dek componenten met scherpe randen af. de buigradius niet kleiner wordt dan is toegestaan. Als u de hydraulische slang aansluit op bewegende onderdelen, dient de slang een dusdanige lengte te hebben dat de buiging over het gehele bewegingstraject niet kleiner is dan de minimaal toegestane buigradius en/of de hydraulische slang bovendien niet op trek wordt belast. Sluit de hydraulische slangen uitsluitend aan op de voorgeschreven bevestigingspunten. Gebruik geen slanghouders op plaatsen waar deze de natuurlijke beweging en lengteverandering van de slangen belemmeren. Het overlakken van hydraulische slangen is verboden! AD-P 03 Super BAG
172 Reinigen, service en onderhoud 12.5 Afstelwerkzaamheden vakwerkplaats Spoorbreedte van de onderhoudstractor instellen (vakwerkplaats) Controleer bij levering van de machine en bij aanschaf van een nieuwe tractor of het rijpad is ingesteld op de spoorbreedte (Afb. 180/a) van de tractor. Voor het instellen van de spoorbreedte, de zaadslangen van de zaadtoevoerbuizen vervangen. Afb. 180 Afb AD-P 03 Super BAG
173 Spoorwijdte van de onderhoudstractor instellen (vakwerkplaats) Controleer bij levering van de machine en bij aanschaf van een nieuwe tractor of het rijpad is ingesteld op de spoorwijdte (Afb. 182/a) van de tractor. Als het aantal naast elkaar liggende rijpadzaaischijven toeneemt, wordt het spoor (Afb. 182/a) breder. Reinigen, service en onderhoud Rijpadzaaischijven kunnen door activeren van de kleppen in de kleppenkast (Afb. 183/1) worden ingeschakeld. Geactiveerde kleppen leiden het zaaigoed terug in tank bij het aanleggen van rijpaden. De kleppen in de kleppenkast kunnen worden uit- en ingeschakeld. Afb. 182 Afb. 183 AD-P 03 Super BAG
174 Reinigen, service en onderhoud Klep inschakelen De teller van de rijpadenschakeling mag niet op "nul" staan. 1. Schakel de teller van de rijpadenschakeling op de boordcomputer verder als de teller op "nul" staat. 2. Schuif het montagevenster (Afb. 184/1) naar boven en neem het naar voren uit de kleppenkast. 3. Druk de klep (Afb. 184/2) tegen de aanslag (Afb. 184/3) en schroef deze vast op de as. Draai de inbusbout (Afb. 184/4) niet te vast aan, anders kan er spanning in de klep optreden. 4. Draai de arreteringsbout (Afb. 184/5) spanningsvrij aan, zodat de klep de boutkop ongehinderd kan passeren. 5. Sluit het montagevenster. Afb. 184 Klep uitschakelen De teller van de rijpadenschakeling mag niet op "nul" staan. 1. Schakel de teller van de rijpadenschakeling op de boordcomputer verder als de teller op "nul" staat. 2. Schuif het montagevenster (Afb. 185/1) naar boven en neem het naar voren uit de kleppenkast. 3. Druk de klep (Afb. 185/2) tegen de aanslag (Afb. 185/3) en draai de inbusbout (Afb. 185/4) zover los, dat de klep vrij over de as kan worden bewegen. 4. Draai de arreteringsbout (Afb. 185/5) ca. 5 mm los, zodat de uitgeschakelde klep niet kan bewegen en de opening naar de zaaitank afgesloten blijft. 5. Sluit het montagevenster. Afb AD-P 03 Super BAG
175 Kettingwielen in de kettingaandrijving omzetten (vakwerkplaats) Reinigen, service en onderhoud Alleen machines met maximale dosering 1. Verwijder de kettingbeschermer (Afb. 186/1). 2. Maak de kettingspanner (Afb. 186/2) los. 3. Vervang de kettingwielen (zie tabel Afb. 187). 4. Montage gebeurt in omgekeerde volgorde. Afb. 186 Uitzaaihoeveelheid Kettingwiel (1) Kettingwiel (2) normaal Z = 18 Z = 24 hoog Z = 24 Z = 18 Legenda: Kettingwiel (1) op de as van de elektromotor Kettingwiel (2) op de zaaias Afb. 187 AD-P 03 Super BAG
176 Reinigen, service en onderhoud 12.6 Aanhaalmomenten bouten Schroefdraad Sleutelwijdte [mm] Aanhaalmomenten [Nm] afhankelijk van kwaliteitsklasse van bouten/moeren M M 8x M (17) M 10x M (19) M 12x1, M M 14x1, M M 16x1, M M18x1, M M20x1, M M 22x1, M M 24x M M 27x M M 30x AD-P 03 Super BAG
177 Hydraulische schema's 13 Hydraulische schema's 13.1 Hydraulisch schema AD-P 303/403 Super Afb. 188/... Naam Afb. 188/... Naam 0010 Tractorhydraulica 0110 Rijpadmarkeerapparaat (optioneel) 0020 Tractorregeleenheid geel 0120 Markeur links geel 0130 Markeur rechts 0030 Tractorregeleenheid blauw 0140 Instelling zaaischijfdruk blauw 0150 Instelling exactegdruk 0040 Tractorregeleenheid groen 0160 Afstandsinstelling zaaihoeveelheid (op Vario-aandrijving) groen 0180 heffen van de zaaischijven groen 0190 heffen van de zaaischijven 0050 Tractorregeleenheid beige 0200 Heffen stapwiel blank 0210 Turbineaandrijving (optioneel) van de tractorhydraulica 0060 Tractorregeleenheid rood 0220 Markeurwisselklep rood 0240 Blokkeerelement 0070 Drukvrije retourleiding 0250 Afsluitklep rood Alle lengtematen zijn gezien in rijrichting 0260 Boordcomputer zonder jobcomputer 0270 Boordcomputer met jobcomputer AD-P 03 Super BAG
178 Hydraulische schema's Afb AD-P 03 Super BAG
179
180 H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen-Gaste Duitsland Tel.: + 49 (0) Telefax: + 49 (0) [email protected] Overige vestigingen: D Hude D Leipzig F Forbach Fabrieksvestigingen in Engeland en Frankrijk Fabrieken voor strooiers van minerale kunstmest, landbouwsproeiers, zaaimachines, grondbewerkingsmachines en tuin- en parkmachines
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Zaaimachines D9 2500/3000 Special D9 3000/3500/4000 Super MG3970 BAH0041-3 08.14 nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar
Bewaar de bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Centaur 3001 4001 Super / Special Mulchcultivator MG3050 BAG0069.1 12.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Cirrus Special 3001 / 4001 / 6001 MG 1753 BAH0009.1 12.06 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Centaur 4001-2 5001-2 Super / Special Mulchcultivator MG 2694 BAG 0070.0 07.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Cayena 6001 Cayena 6001-C MG4393 BAH0062-3 05.14 nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de bedieningshandleiding voor
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Zaaimachines D9-25 Special D9-30 Special D9-30 Super D9-40 Super MG3893 BAH0007.3 08.10 nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bewaar de bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Cenius 4003-2TX Cenius 5003-2TX Cenius 6003-2TX Cenius 7003-2TX Stoppelcultivator MG5116 BAG0112.6 11.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Precisiezaaimachine EDX 6000-TC MG3948 BAH0047-4 09.14 Lees deze bedieningshandleiding vóór de inbedrijfstelling door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de handleiding
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az ZG-TS 5500 ZG-TS 8200 Kunstmeststrooier MG5043 BAG0102.7 10.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az CATROS 7501-2T CATROS + 7501-2T Compacte schijveneg MG2956 BAG0046.7 03.14 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding CATROS 5501-T CATROS 7501-T
Bedieningshandleiding az CATROS 5501-T CATROS 7501-T Compacte schijveneg MG 1793 BAG0046.0 01.07 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Fronttank FRU 104 FPU 104 MG5244 BAH0084.1 06.16 Lees en schenk aandacht aan deze bedieningshandleiding voor u de machine in bedrijf stelt! Bewaren voor verder gebruik! nl Het
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Microgranulaatstrooier pneumatisch Microgranulaatstrooier mechanisch Voor ED 02 MG3786 BAG0009.0 04.05 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding vóór de inbedrijfstelling
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az GRASSHOPPER JUMBO GHS-150, 180, 210 & KMLS-150, 180, 210 MG2746 BAF0008.0 06.09 Printed in France NL Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Pantera 4502 met Comfort Pakket 2 Zelfrijdende veldspuit MG5004 BAG0131.2 09.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Pantera 4001 Zelfrijdende veldspuit MG4268 BAG0093.7 02.14 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar
Bedieningshandleiding. & onderhoudshandboek
Bedieningshandleiding & onderhoudshandboek az PROFIHOPPER Mach.-Type PH4WDi & idrive De maai- en verticuteermachine voor elke toepassing MG4741 BAF0012.0 02.13 Printed in France NL Lees deze bedieningshandleiding
Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00
OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING DD-ST-150/160-CCS Kruisrails Lees de handleiding beslist voordat u de machine de eerste keer gebruikt. Bewaar deze handleiding altijd bij het apparaat. Geef het apparaat
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az UX 3200 Special UX 4200 Special Getrokken veldspuit MG 2139 BAG0035.1 04.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Aanbouw- en bedieningshandleiding
Aanbouw- en bedieningshandleiding ISOBUS-Basisuitrusting met ISOBUScabinecontactdoos Stand: V1.20150220 30322575-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor
GEBRUIKERSHANDLEIDING KS
GEBRUIKERSHANDLEIDING KS150.2450 Geachte klant, U hebt een product van KS Tools via Beneparts BVBA gekocht. Bedankt voor uw aankoop en vertrouwen. In deze gids vindt u al het nodige terug voor een veilig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az UG 2200 Super UG 3000 Super Getrokken veldspuit UG 2200 Special UG 3000 Special MG3508 BAG0021.12 11.16 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door
Sulky Line Painter 1200
Form No. 3355 9 Rev C Sulky Line Painter 00 Modelnr. 403 6000000 en hoger Gebruikershandleiding Registreer uw product op www.toro.com Vertaling van de oorspronkelijke instructies (NL) Inhoud Blz. Inleiding....................................
HEFTRUCK. Wat is de gewenste situatie? Maatregelen. Sector Hoveniers en Groenvoorziening
HEFTRUCK Het gebruik van een heftruck brengt verschillende gevaren met zich mee: vallende lading, een kantelende heftruck en aanrijdingen met personen. Ongevallen met heftrucks hebben regelmatig een ernstige
HEFTRUCK. Wat is de gewenste situatie? Maatregelen. Sector Bloembollenteelt en handel
HEFTRUCK Het gebruik van een heftruck brengt verschillende gevaren met zich mee: vallende lading, een kantelende heftruck en aanrijdingen met personen. Ongevallen met heftrucks hebben regelmatig een ernstige
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az UX 3200 Special UX 4200 Special Getrokken veldspuit MG 1626 BAG0035.0 11.06 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing. Routetrein CX T. Aanvullingopdeseriebedieningsinstructies. vandetrekkercxt 51048070051 NL - 02/2012
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Routetrein CX T Aanvullingopdeseriebedieningsinstructies vandetrekkercxt 1050 51048070051 NL - 02/2012 Inhoudsopgave g 1 Voorwoord Informatie over de documentatie...
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding Hoekschaar AK 150 VERSIE 07-2006 AK 150 pagina 1 / 8 1 Inleiding Geachte klant, Wij waarderen het dat u een product van onze firma hebt gekozen. Deze bedieningshandleiding is speciaal
Voor uw veiligheid. Het apparaat is uitsluitend geconstrueerd voor de normale toepassing bij agrarische werkzaamheden (reglementair gebruik).
Voor uw veiligheid Dit supplement bij de handleiding bevat algemene gedragsregels voor het reglementaire gebruik van het apparaat en tevens veiligheidstechnische instructies die u omwille van uw eigen
Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen
AANHANGWAGEN TRACTOR 1. Waarschuwing en algemene richtlijnen Bij nood Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen OPGEPAST Aanhangwagens al dan niet voorzien
Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V
Aanbouwhandleiding Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan Stand: V8.20161221 30322558-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst.
Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V Lees en volg deze bedieningshandleiding op.
Aanbouwhandleiding Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan Stand: V7.20160628 30322558-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst.
Bestnr Toerentalregelaar voor ventilator
Bestnr. 53 73 73 Toerentalregelaar voor ventilator Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand, of openbaar
Versnellingsschakelaar
(Nederlands) DM-SW0002-00 Dealerhandleiding Versnellingsschakelaar SW-E6000 INHOUD BELANGRIJKE MEDEDELING... 3 VEILIGHEID VOOROP... 4 Montage... 6 SM-EWE1 gebruiken om de bekrachtigingsschakelaar op het
GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) Hefttafel Type(s) , , ,2
1. Gebruikersgroepen Taken Bediener Bediening, visuele controle Vakpersoneel GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) Hefttafel Type(s) 1097.0,75 1097.1,25 8718.0,2 Aanbouwen, slopen, reparatie, onderhoud Keuringen
AMAZONE. Bedieningshandleiding. Pneumatische pakkerzaairail PSKW / PSPW 403, 403-2, 503-2, met frontzaadtank FRS / FPS 104, 204
AMAZONE Bedieningshandleiding Pneumatische pakkerzaairail PSKW / PSPW 403, 403-2, 503-2, 603-2 met frontzaadtank FRS / FPS 104, 204 MG3123 BAG0031.2 10.14 Printed in Germany Lees vóór de inbedrijfstelling
GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling)
1. GEBRUIKERSGROEPEN Taken Bediener Bediening, visuele controle Vakpersoneel Aanbouwen, slopen, reparatie, onderhoud Keuringen GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) NL Dommekracht Type 11.1,5 11.3 11.5 11.10
Aanbouwhandleiding. ISOBUS-Basisuitrusting met contactdoos achteraan (zonder Tractor-ECU) Stand: V
Aanbouwhandleiding ISOBUS-Basisuitrusting met contactdoos achteraan (zonder Tractor-ECU) Stand: V4.20160503 30322554-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding
TE DRS 4-A Nederlands
TE DRS 4-A Nederlands 1 Informatie over documentatie 1.1 Over deze documentatie Lees voor ingebruikname deze documentatie door. Dit is vereist voor veilig werken en storingsvrij gebruik. De veiligheidsinstructies
De elektrische laadlift
Art-Lift De elektrische laadlift 1 Lees deze bedienings- en gebruikshandleiding nauwkeurig door, voordat u de laadlift in gebruik neemt. Neem deze handleiding goed door en zorg ervoor dat u de informatie
Adapters en verloopmoeren van metaal
Adapters en verloopmoeren van metaal Bedieningshandleiding Extra talen www.stahl-ex.com Inhoudsopgave 1 Algemene gegevens...3 1.1 Fabrikant...3 1.2 Gegevens over de bedieningshandleiding...3 1.3 Andere
DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING
DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING NL DRAAITAFEL DT-1000 / DT-1200 / DT-1500 INOX/ALU handleiding VOORWOORD Deze gebruiksaanwijzing is opgesteld door FT Solutions
STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02
STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02 S SVENSKA 1 2 3 4 5 7 A B 6 SVENSKA 8 9 X Z S Y W V 10 NEDERLANDS NL SYMBOLEN Op de machine ziet u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat voorzichtigheid en
Algemene Reparatieen Testaanwijzingen. Veilige reparatie en controle van WABCO componenten
Algemene Reparatieen Testaanwijzingen Veilige reparatie en controle van WABCO componenten Algemene Reparatie- en Testaanwijzingen Veilige reparatie en controle van WABCO componenten Uitgave 2 Deze brochure
Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL
Elektrische Infrarood Verwarming Model 93485 Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL 1 Algemene veiligheidsinstructies LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING Alvorens de radiateur in bedrijf te nemen, moet u deze gebruiks
TECHNISCHE HANDLEIDING
Pagina 1 van 6 Pagina 2 van 6 INHOUDSOPGAVE 1. OMSCHRIJVING... 3 2. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES... 3 3. TECHNISCHE GEGEVENS... 3 4. INSTALLATIE EN BEDIENING... 3 5. ONDERHOUD... 5 6. ALGEMENE VOORWAARDEN...
Bedieningshandleiding
NL Bedieningshandleiding Elektrisch waterverwarmingsapparaat ethermo Top Eco 20 P ethermo Top Eco 30 P 1 Over dit document 1.1 Doel van het document Deze bedieningshandleiding is onderdeel van het product
Bedieningshandleiding. & onderhoudshandboek
Bedieningshandleiding & onderhoudshandboek az PROFIHOPPER Mach.-Type PH04 MG2347 BAF0002.1 10.09 Printed in France NL Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat
INLEIDING Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor Rapid 100E. Lees ze eerst grondig door alvorens u het apparaat in gebruik neemt. Deze gebruiksaanwijzing bevat de veiligheidsvoorschriften, de voorschriften
Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler
Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing allstor Bufferboiler NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Aanwijzingen bij de documentatie... 3 1.1 Aanvullend geldende documenten... 3 1.2 Documenten bewaren... 3 1.3
Aanvulling op de technische handleiding. MOVIMOT -opties MLU.1A, MLG.1A, MBG11A, MWA21A. Uitgave 06/2008 16663675 / NL. www.sew-eurodrive.
Aandrijfelektronica \ Aandrijfautomatisering \ Systeemintegratie \ Service SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG P.O. Box 3023 D-76642 Bruchsal / Germany Phone +49 7251 75-0 Fax +49 7251 75-1970 [email protected]
Aanbouwhandleiding. ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais
Aanbouwhandleiding ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais Stand: V4.20180724 30322574-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik
ULA Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing...
5 6 7 4 ULA 14.4-18 3 2 1 Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing... 8 NL NEDERLANDS Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 1 Algemene veiligheidsvoorschriften WAARSCHUWING Lees ter vermindering van het risico
Tijdschakelklok. Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Omwille van het milieu 100% recyclingpapier
G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Tijdschakelklok Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Impressum Alle rechten,
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding D] &HQLXV VSHFLDOVXSHU Stoppelcultivator MG1098 BAG 0008.0 03.05 Printed in Germany Lees en schenk aandacht aan deze bedieningshandleiding voor u de machine in bedrijf stelt! Bewaren
BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug. Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl
BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl Lees mij eerst! 1Lees deze handleiding zorgvuldig voor de laadbrug te gebruiken. De handleiding omschrijft
De elektrische laad lift
Art-Lift De elektrische laad lift 1 Lees deze bedienings- en gebruikshandleiding nauwkeurig door, voordat u de laad lift in gebruik neemt. Neem deze handleiding goed door en zorg ervoor dat de informatie
Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Blusinrichting. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H
Montage- en servicehandleiding voor de vakman Viesmann Blusinrichting voor Vitoligno 300-H Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel
Aanbouwhandleiding. ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais
Aanbouwhandleiding ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais Stand: V5.20190206 30322574-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik
Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies
1 2 Inhoud 1. Veiligheidsinstructies... 3 2. Gebruik volgens de voorschriften... 4 3. Omschrijving... 4 4. Toepassingstabel... 4 5. Montage... 4 5.1 Omschrijving van de onderdelen... 5 5.2 Meeneemring
GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING
GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING SBM3 / 125.505 SBM4 / 125.510 SBM6 / 125.520 INHOUDSOPGAVE 1. DOEL en BEREIK 2. AANSPRAKELIJKHEID 3. AANWIJZINGEN 4. BASISEIGENSCHAPPEN
JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding
Bedienings- en montagehandleiding Woord vooraf Deze handleiding geeft inzicht in de werking, de montage en het onderhoud van de door Geha bv geleverde apparaten. U dient zich tijdens plaatsing en montage
CCS COMBO 2 ADAPTER. Handleiding
CCS COMBO 2 ADAPTER Handleiding WAARSCHUWINGEN BEWAAR DEZE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. Dit document bevat belangrijke instructies en waarschuwingen die bij het gebruik van de CSS Combo 2-adapter
Verklaring van de symbolen (pictogrammen)
Verklaring van de symbolen (pictogrammen) Waarschuwingssymbolen verwijzen naar mogelijke gevaren: zij geven aanwijzingen voor de veilige bediening van de machine. Zorg dat de waarschuwingssymbolen altijd
- - AOY0001 AOY0004 AOY0003 AOY0002
AquaOxy500 - - A AOY0001 B AOY0004 C AOY0003 D ; ; AOY0002 2 - - E AOY0008 F AOY0006 3 - - G AOY0009 H AOY0010 4 - - I AOY0007 5 Veiligheidsinstructies - NL - Dit apparaat kan gevaar opleveren voor personen
INSTALLATIEHANDLEIDING. STU master-slave configuratie
INSTALLATIEHANDLEIDING STU master-slave configuratie Inhoudsopgave Woord vooraf... 3 Disclaimer... 4 1. Instructies bij montage STU master-slave configuratie... 5 1.1. Componentenoverzicht... 6 2. Opbouw...
GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling)
1. Gebruikersgroepen Taken Bediener Bediening, visuele controle Vakpersoneel GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) NL Dommekracht Type 11.1,5 11.3 11.5 11.10 1188.1,5 1188.3 1188.5 1188.10 Aanbouwen, slopen,
regenwater Reni START pakket inbouw- en bedieningsvoorschriften
regenwater Reni START pakket inbouw- en bedieningsvoorschriften 1 Index 1. Algemeen 4 2. Veiligheid 4 3. Transport en opslag 5 4. Omschrijving van het Reni START pakket 5 5. Plaatsingsvoorschriften 6
Knikarmschermen HZ-T2600. Montage / Gebruikershandleiding
Knikarmschermen HZ-T2600 Montage / Gebruikershandleiding Montage Handleiding HZ-T2600 De montage van dit product moet worden uitgevoerd door een vakman. Onjuiste montage kan leiden tot schade of verwondingen!
TE DRS S. Nederlands. Printed: Doc-Nr: PUB / / 000 / 01
TE DRS S Nederlands 1 Informatie over documentatie 1.1 Over deze documentatie Lees voor ingebruikname deze documentatie door. Dit is vereist voor veilig werken en storingsvrij gebruik. De veiligheidsinstructies
STIGA VILLA 85 M
STIGA VILLA 85 M 8211-3039-01 1. 2. A B 3. 4. 5. 6. 7. 8. 2 R L 9. 10. Z X V W Y 11. 3 NL NEDERLANDS SYMBOLEN Op de machine ziet u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat voorzichtigheid en oplettendheid
STIGA PARK 121 M
STIGA PARK 121 M 8211-3011-09 1. Park -1993 5a. D 5b. 2. Park -1993 6a. Park -1999 6b. Park 2000- F G H 3. Park -1993 7. I I 4. Park -1993 8. 2 J 9. 13. 10. 14. Z X Y W V 11. 15. Denna produkt, eller delar
OW 60 V SENSOR VOLTAGE OW 60 V SENSOR VOLTAGE XR
Aanvullende bladen bij de bedieningshandleiding Optie af fabriek NL OW 60 V SENSOR VOLTAGE OW 60 V SENSOR VOLTAGE XR Optie af fabriek: verhoogde sensorspanning voor MIG/MAG-stroombronnen Algemene aanwijzingen
CONFIGURATIEHANDLEIDING (NEDERLANDS) (ORIGINELE VERSIE) SBGuidance. WiFi Manager NL Rev. A
CONFIGURATIEHANDLEIDING (NEDERLANDS) (ORIGINELE VERSIE) SBGuidance WiFi Manager 016-8000-051NL Rev. A Pag 2/9 I SBGuidance WiFi Manager-NL-Rev. A Woord vooraf Deze installatiehandleiding is bedoeld voor
Handleiding Ferrari freesbak cm.
Handleiding Ferrari freesbak 46-52-60-80cm. F E R R A R I FERRARI feliciteert u met uw aankoop van een machine uit onze collectie. Wij zullen u de assistentie en medewerking verlenen die altijd kenmerkend
Onderstaand de vertaling van de tekst van de waarschuwingsstickers die u op de AB Prince Pro vindt.
GEBRUIKSAANWIJZING Inhoudsopgave: Waarschuwingsstickers 2 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen 3 Onderdelenlijst 5 Montage instructies 6 Onderstaand de vertaling van de tekst van de waarschuwingsstickers
RLB-1000.INOX/ALU USER MANUAL
ROLLENBAAN RLB-1000.INOX/ALU USER MANUAL NL ROLLENBAAN handleiding VOORWOORD Deze gebruiksaanwijzing is opgesteld door FT Solutions bvba en heeft tot doel om u zo goed mogelijk te helpen zo veilig en doeltreffend
TDS 75. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer
TDS 75 NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer TRT-BA-TDS 75 -TC-001-NL TROTEC GmbH & Co. KG Grebbener Straße 7 D-52525 Heinsberg Tel.: +49 2452 962-400 Fax: +49 2452 962-200 www.trotec.com
Veiligheidsinstructies Belangrijk: Lees deze instructies zorgvuldig voor u de heater in elkaar zet en gebruik neemt, en volg ze na.
Veiligheidsinstructies Belangrijk: Lees deze instructies zorgvuldig voor u de heater in elkaar zet en gebruik neemt, en volg ze na. Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstig
STIGA VILLA 92 M 107 M
STIGA VILLA 92 M 107 M 8211-3037-03 1. 2. A C B 3. 4. 5. 6. A+5 A B+5 B 7. 8. 2 9. 10. R L L+R Z X Y 11. 12. W V 3 NEDERLANDS NL SYMBOLEN Op de machine ziet u de volgende symbolen om u eraan te herinneren
