Bedieningshandleiding
|
|
|
- Bert Martens
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bedieningshandleiding az UX 3200 Special UX 4200 Special Getrokken veldspuit MG 1626 BAG Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de bedieningshandleiding voor toekomstig gebruik!
2 Het mag niet onbelangrijk of overbodig voorkomen, deze gebruiksaanwijzing te lezen en zich aan de aanwijzingen te houden; het volstaat niet van anderen te horen, dat de machine goed is, ze daarom te kopen en te denken dat alles vanzelf gaat. De persoon in kwestie berokkenend niet alleen zichzelf schade maar zal ook fouten maken waarbij het mislukken niet aan zichzelf doch aan de machine zal worden toegeschreven. Om zeker te zijn van een goede werking moet men zich bewust zijn van de handelingen en over het doel van de functies van de machine geïnformeerd zijn en er mee leren omgaan. Pas dan zal men over de machine en zichzelf tevreden zijn. Om dit doel te bereiken dient deze bedieningshandleiding. Leipzig-Plagwitz UX BAG
3 Identificatiegegevens Identificatiegegevens Vul hier de identificatiegegevens van de machine in. U vindt de identificatiegegevens op het typeplaatje. Identificatienummer machine: (tien cijfers) Type: UX Bouwjaar: Basisgewicht kg: Toelaatbaar totaalgewicht kg: Maximale belading kg: Adres fabrikant AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postbus 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] Bestellen van onderdelen AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postbus 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] Online onderdelencatalogus: Vermeld bij uw bestelling van onderdelen s.v.p. altijd het identificatienummer van de machine (tien cijfers). Over deze bedieningshandleiding Documentnummer: MG 1626 Productiedatum: Copyright AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG, 2006 Alle rechten voorbehouden. Nadruk, ook gedeeltelijk, uitsluitend toegestaan na toestemming van AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG. UX BAG
4 Voorwoord Voorwoord Geachte klant, U heeft gekozen voor een van onze kwaliteitsproducten uit het uitgebreide programma van AMAZONEN-WERKE, H. DREYER GmbH & Co. KG. Wij bedanken u voor het in ons gestelde vertrouwen. Controleer bij ontvangst van de machine of er sprake is van transportschade en of er onderdelen ontbreken! Controleer aan de hand van het afleveringsbewijs of de machine compleet is geleverd, inclusief de bestelde toebehoren. Alleen bij directe reclamaties heeft u recht op schadevergoeding! Lees deze bedieningshandleiding, en vooral de veiligheidsinstructies, voor het inbedrijfstellen door en volg alle aanwijzingen zorgvuldig op. Door de bedieningshandleiding nauwlettend te lezen, kunt u de voordelen van uw nieuwe machine optimaal benutten. Zorg ervoor dat alle gebruikers van deze machine deze bedieningshandleiding lezen voordat zij met de machine aan het werk gaan. Raadpleeg bij eventuele vragen of problemen s.v.p. deze bedieningshandleiding of bel ons gewoon even. Door onderhoud regelmatig uit te voeren en versleten of beschadigde onderdelen tijdig te vervangen, verhoogt u de levensduur van uw machine. Uw suggesties Geachte lezers, Wij passen onze bedieningshandleidingen regelmatig aan. Uw suggesties helpen ons onze bedieningshandleidingen nog gebruikersvriendelijker te maken. U kunt uw suggesties per fax aan ons doorgeven. AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postbus 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) [email protected] 4 UX BAG
5 Inhoud 1 Tips voor de gebruiker Doel van het document Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Gebruikte beschrijvingen Algemene veiligheidsinstructies Verplichtingen en aansprakelijkheid Beschrijving van veiligheidssymbolen Organisatorische maatregelen Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen Vrijblijvende veiligheidsmaatregelen Scholing van de personen Veiligheidsmaatregelen voor normaal gebruik Gevaren door resterende energie Onderhoud, service en oplossen van storingen Bouwkundige modificaties...15 Onderdelen, slijtageonderdelen en hulpstoffen Reinigen en afvalverwerking Werkplek van de chauffeur Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine...17 Plaats van de waarschuwingsstickers en overige aanduidingen Gevaren bij het negeren van de veiligheidsinstructies Veiligheidsbewust werken Veiligheidsinstructies voor de chauffeur Algemene veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen Hydraulisch systeem Elektrisch systeem Gebruik van aftakassen Aangehangen machines Remsysteem Banden Gebruik van de veldspuit Reinigen, service en onderhoud Op- en afladen Beschrijving van het product Overzicht van bouwgroepen Vloeistofcircuit Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen Overzicht voedingskabels tussen tractor en machine Verkeerstechnische uitrusting Gebruik volgens voorschriften...42 Reglementaire uitrusting van de veldspuit Gevolgen bij het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen Gevarenzone en gevaarlijke plaatsen Conformiteit Typeplaatje en CE-markering Technische gegevens Totale afmetingen UX met Super-S-spuitboom Totale afmetingen UX met L-spuitboom Gegevensblad Gewichten basismachine en bouwgroepen Toegestaan totaal gewicht en banden Benodigde tractoruitrusting Gegevens over geluidsontwikkeling...52 UX BAG
6 Inhoud 5 Opbouw en werking Werkwijze Bedieningsveld Cardanas Cardanas aankoppelen Cardanas afkoppelen Hydraulische aansluitingen Hydraulische slangleidingen aansluiten Hydraulische slangleidingen loskoppelen Bedrijfsremsysteem Aankoppelen van het remsysteem Afkoppelen van het remsysteem Handrem Hydraulisch bedrijfsremsysteem Aankoppelen van het hydraulische bedrijfsremsysteem Afkoppelen van het hydraulische bedrijfsremsysteem Handrem AMATRON AMASPRAY Dissels Naloopbesturing via tractorregeleenheid Trail Tron-naloopbesturing Hydraulische steunvoet Mechanische steunvoet Werkplatform Roerwerk Pompuitrusting Filteruitrusting Vulzeef Zuigfilter Zelfreinigende drukfilter Spuitdopfilters Bodemzeef in de inspoeltank Spoelwatertanks Inspoeltank met recipiëntspoeling Handwastank Vulpeilindicatie aan de machine Spuitboom Super-S-spuitboom Super-L-spuitboom Werken met éénzijdig uitgeklapte spuitboom Hydraulische hellingverstelling Distance-Control Randspuitdoppen, elektrisch Schakeling eindspuitdop, elektrisch Spuitleidingen Technische gegevens Enkelvoudige spuitdoppen Meervoudige spuitdoppen (optie) Leidingfilter voor spuitleidingen Speciale uitrusting voor vloeibare kunstmest gaats-spuitdoppen en 8-gaats-spuitdoppen Sleepslanguitrusting voor Super-S-spuitboom Sleepslanguitrusting voor Super-L-spuitboom Spuitpistool, met 0,9 m lange lans zonder drukslang Drukslang tot 10 bar, b.v. voor spuitpistool UX BAG
7 Inhoud 5.26 Schuimmarkering Permanente werkbreedtereducering bij de Super-S-spuitboom Drukcirculatiesysteem (DCS) Trekinrichting Inbedrijfstelling Controleren of de tractor geschikt is Berekenen van de daadwerkelijke waarden voor het totale gewicht van de tractor, de belastingen van de tractorassen, de draagvermogens van de banden en het minimaal benodigde ballastgewicht Voorwaarden voor het in gebruik nemen van tractoren met aangehangen machines Machines zonder eigen remsysteem AW Lengte van de cardanas aan de tractor aanpassen Beveilig de tractor/machine tegen onbedoeld starten en wegrollen Eerste ingebruikneming van het bedrijfsremsysteem Wielen monteren Systeemafstelbout aan hydraulisch blok instellen Trail-Tron-draaihoeksensor Machine aan- en afkoppelen Machine aankoppelen Machine afkoppelen Rangeren met de afgekoppelde machine Transportritten Werken met de machine Spuiten voorbereiden Spuitvloeistof aanmaken Vul- en navulhoeveelheden berekenen Vultabel voor restoppervlakken Vullen met water Vullen via zuigaansluiting aan het bedieningsveld Preparaten inspoelen Vloeibare preparaten inspoelen Poedervormige preparaten en ureum inspoelen Recipiënt voorreinigen met spuitvloeistof Recipiënt reinigen met spoelwater Spuiten Spuitvloeistof spuiten Maatregelen ter vermindering van drift Resthoeveelheden Verwijderen van resthoeveelheden Storingen Reinigen, service en onderhoud Reinigen Reinigen van de spuit bij een geleegde tank Reiniging van de spuit bij een gevulde tank Zuigfilter reinigen Overwinteren of langere buitenbedrijfstelling Smeervoorschrift Smeermiddelen Smeerpuntoverzicht Onderhoudsschema overzicht Dissels Assen en remmen Handrem UX BAG
8 Inhoud 11.8 Wielen/banden Bandenspanning Banden monteren Hydraulisch systeem Aanduidingen op hydraulische slangen Service-intervallen Inspectiecriteria voor hydraulische slangen Monteren en demonteren van hydraulische slangen Oliefilter Hydraulische smoorventielen instellen Elektrische verlichtingsinstallatie Pomp Oliepeil controleren Olie verversen Reiniging Zuig- en drukzijdige ventielen controleren en vervangen Zuigermembranen controleren en vervangen Spuitdoppen Montage van de spuitdop Demontage van het membraanventiel bij nadruppelende spuitdoppen Leidingfilter Aanwijzingen voor de controle van de veldspuit Aanhaalkoppels schroeven Spuittabel Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen, spuithoogte 50 cm Spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen, spuithoogte 120 cm Spuittabel voor 5- en 8-gaats-spuitdoppen (toegestaan drukbereik 1-2 bar) Spuittabel voor sleepslangsysteem (toegestaan drukbereik 1-4 bar) Omberekeningstabel voor het spuiten van vloeibare meststof ammoniumnitraatureumoplossing (AHL) Combinatiematrix UX BAG
9 Tips voor de gebruiker 1 Tips voor de gebruiker Het hoofdstuk Tips voor de gebruiker bevat informatie over het omgaan met de bedieningshandleiding. 1.1 Doel van het document Deze bedieningshandleiding beschrijft de bediening en het onderhoud van de machine. voorziet u van belangrijke informatie om veilig en efficiënt met de machine te werken. hoort bij de machine en dient altijd in de machine of de tractor te liggen. voor toekomstig gebruik bewaren. 1.2 Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Alle in deze bedieningshandleiding genoemde richtingen zijn altijd gezien in rijrichting. 1.3 Gebruikte beschrijvingen Bedieningsinstructies en reacties De handelingen die de chauffeur dient uit te voeren, worden altijd genummerd weergegeven. Houd u aan de volgorde van de aangegeven bedieningsinstructies. Een pijl geeft in voorkomende gevallen de reactie op de betreffende bedieningsinstructie aan. Voorbeeld: 1. Bedieningsinstructie 1 Reactie van de machine op de bedieningsinstructie 1 2. Bedieningsinstructie 2 Opsommingen Opsommingen zonder dwingende volgorde worden weergegeven met opsommingstekens. Voorbeeld: Punt 1 Punt 2 Positienummers in afbeeldingen Cijfers tussen ronde haakjes verwijzen naar positienummers in afbeeldingen. Het eerste cijfer verwijst naar de afbeelding, het tweede cijfer naar het positienummer in de afbeelding. Voorbeeld (afb. 3/6) Afbeelding 3 Positie 6 UX BAG
10 Algemene veiligheidsinstructies 2 Algemene veiligheidsinstructies Dit hoofdstuk bevat belangrijke instructies om veilig met de machine te werken. 2.1 Verplichtingen en aansprakelijkheid Instructies in de bedieningshandleiding opvolgen Kennis van de basisveiligheidsinstructies en veiligheidsvoorschriften is de eerste voorwaarde om veilig en zonder storingen met de machine te kunnen werken. Verplichtingen van de eigenaar De eigenaar is verplicht om alleen personen met/aan de machine te laten werken die vertrouwd zijn met de basisvoorschriften inzake veiligheid op het werk en voorkoming van ongevallen. geïnstrueerd zijn in het werken met/aan de machine. deze bedieningshandleiding hebben gelezen en begrijpen. De eigenaar verplicht zich ertoe om alle waarschuwingsstickers op de machine in leesbare staat te houden. beschadigde waarschuwingsstickers te vervangen. Onbeantwoorde vragen kunt u richten aan de producent. Verplichtingen van de chauffeur Alle personen die met/aan de machine werken zijn verplicht om voordat zij met het werk beginnen de basisvoorschriften voor veiligheid op het werk en voorkoming van ongevallen op te volgen, het hoofdstuk "Algemene veiligheidsinstructies" in deze bedieningshandleiding te lezen en de instructies op te volgen. het hoofdstuk "Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine" (pagina 17) van deze bedieningshandleiding te lezen en de veiligheidsvoorschriften op de waarschuwingsstickers tijdens het gebruik van de machine in acht te nemen. zich met de machine vertrouwd te maken. de hoofdstukken in deze bedieningshandleiding die van belang zijn voor het uitvoeren van de opgedragen werkzaamheden te lezen. Als de chauffeur constateert dat een voorziening veiligheidstechnisch niet in perfecte staat is, dient de chauffeur dit probleem onmiddellijk op te lossen. Behoort dit niet tot de taakomschrijving van de chauffeur of beschikt de chauffeur niet over voldoende kennis daartoe, dan dient de chauffeur het probleem door te geven aan zijn of haar meerdere (eigenaar). 10 UX BAG
11 Algemene veiligheidsinstructies Gevaren bij het werken met de machine De machine is gebouwd volgens de allernieuwste techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kunnen er zich bij het gebruik van de machine gevaren en beschadigingen voordoen voor het leven van de chauffeur of derden, voor de machine zelf, aan andere voorwerpen van waarde. Gebruik de machine alleen waarvoor deze bestemd is. in veiligheidstechnisch onberispelijke staat. Storingen die de veiligheid verminderen, moeten direct worden verholpen. Garantie en aansprakelijkheid In principe zijn onze "Algemene verkoop- en levervoorwaarden" van toepassing. Deze worden de eigenaar uiterlijk bij het sluiten van het contract ter beschikking gesteld. Aanspraken op garantie en aansprakelijk in geval van letsel of schade zijn uitgesloten wanneer het letsel of de schade aan een of meerdere van de volgende oorzaken toe te schrijven is: gebruik van de machine anders dan waarvoor deze bestemd is. onvakkundig monteren, inbedrijfstellen, bedienen en onderhouden van de machine. gebruik van de machine met defecte veiligheidsvoorzieningen of niet volgens de voorschriften aangebrachte of niet functionerende veiligheids- en beschermingsvoorzieningen. het negeren van de instructies in de bedieningshandleiding met betrekking tot inbedrijfstelling, gebruik en onderhoud. het eigenmachtig modificeren van de machine. gebrekkige controle van slijtageonderdelen van de machine. ondeskundig uitgevoerde reparaties. catastrofes door inwerking van vreemde bestanddelen en overmacht. UX BAG
12 Algemene veiligheidsinstructies 2.2 Beschrijving van veiligheidssymbolen Veiligheidsinstructies worden aangegeven met een driehoekig veiligheidssymbool en een signaalwoord. Het signaalwoord (GEVAAR, WAARSCHUWING, VOORZICHTIG) beschrijft de ernst van het dreigende gevaar en heeft de volgende betekenis: GEVAAR verwijst naar een direct gevaar met een hoog risico dat de dood of zwaar lichamelijk letsel (verlies van lichaamsdelen of langdurig letsel) ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan de dood of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben. WAARSCHUWING verwijst naar een mogelijk gevaar met gemiddeld risico dat de dood of (zwaar) lichamelijk letsel ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan onder omstandigheden de dood of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben. VOORZICHTIG verwijst naar een gevaar met gering risico dat licht of gemiddeld lichamelijk letsel of materiële schade ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. BELANGRIJK verwijst naar een verplichting tot een bijzondere handelwijze of activiteit om vakkundig met de machine om te gaan. Het negeren van deze instructies kan storingen in de machine of in de omgeving veroorzaken. TIP verwijst naar praktische tips en bijzonder nuttige informatie. Deze tips helpen u om alle functies van uw machine optimaal te benutten. 12 UX BAG
13 Algemene veiligheidsinstructies 2.3 Organisatorische maatregelen De eigenaar dient de benodigde persoonlijke veiligheidsuitrustingen ter beschikking te stellen, zoals: Veiligheidsbril Veiligheidsschoenen Beschermende kleding Beschermingsmiddelen voor de huid, enz. De bedieningshandleiding altijd daar bewaren waar de machine wordt gebruikt! dient te allen tijde voor chauffeurs en onderhoudsmedewerkers beschikbaar te zijn! Controleer alle beschikbare veiligheidsvoorzieningen regelmatig! 2.4 Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen Voordat u de machine gaat gebruiken, dienen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op de juiste wijze zijn aangebracht en functioneren. Controleer alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen regelmatig. Defecte veiligheidsvoorzieningen Defecte of gedemonteerde veiligheids- en beschermingsvoorzieningen kunnen gevaarlijke situaties veroorzaken. 2.5 Vrijblijvende veiligheidsmaatregelen Neem naast alle veiligheidsinstructies in deze bedieningshandleiding ook de algemeen geldende nationale regelingen ter voorkoming van ongevallen en ter bescherming van het milieu in acht. Neem bij het rijden op openbare wegen en straten het wegenverkeersreglement in acht. UX BAG
14 Algemene veiligheidsinstructies 2.6 Scholing van de personen Alleen geschoolde en geïnstrueerde personen mogen met/aan de machine werken. De eigenaar dient de bevoegdheden voor het bedienen en onderhouden duidelijk vastleggen. Personen die nog moeten worden opgeleid, mogen alleen onder toezicht van een ervaren persoon met/aan de machine werken. Activiteit Personen Voor de activiteit speciaal opgeleid persoon 1) Geïnstrueerd persoon 2) Personen met vakopleiding (vakwerkplaats) 3) Verladen/transport X X X Inbedrijfstelling -- X -- Monteren, gereedmaken X Gebruik -- X -- Onderhoud X Opsporen en verhelpen van storingen -- X X Afvalverwerking X Toelichting: X..toegestaan --..niet toegestaan 1) 2) 3) Een persoon die een specifieke taak op zich kan nemen en deze voor een overeenkomstig gekwalificeerd bedrijf mag uitvoeren. Een geïnstrueerd persoon is iemand die over de hem opgedragen taken en mogelijke gevaren bij ondeskundig gedrag is geïnformeerd en zo nodig is ingewerkt en bovendien is geïnformeerd over de benodigde veiligheidsvoorzieningen en veiligheidsmaatregelen. Personen met vakopleiding worden beschouwd als vakman (geschoolde kracht). Door hun vakopleiding en kennis van de desbetreffende bepalingen kunnen zij de hen opgedragen werkzaamheden beoordelen en mogelijke gevaren herkennen. Opmerking: Een aan een vakopleiding gelijkwaarde kwalificatie kan ook zijn verkregen door meerdere jaren op het betreffende arbeidsterrein werkzaam te zijn. Alleen een vakwerkplaats mag de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren wanneer er bij deze werkzaamheden de toevoeging "vakwerkplaats" staat. Het personeel van een vakwerkplaats beschikt over de noodzakelijke kennis en de juiste hulpmiddelen (gereedschappen, hef- en ondersteuningsmateriaal) om de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan de machine vakkundig en veilig uit te voeren. 14 UX BAG
15 Algemene veiligheidsinstructies 2.7 Veiligheidsmaatregelen voor normaal gebruik Gebruik de machine alleen als alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen volledig functioneren. Controleer de machine tenminste een keer per dag op waarneembare schade en het correct functioneren van de veiligheids- en beschermingsvoorzieningen. 2.8 Gevaren door resterende energie Houd rekening met mechanische, hydraulische, pneumatische en elektrische/elektronische resterende energie in de machine. Tref hiertoe passende maatregelen als u degenen die met de machine gaan werken instrueert. Uitgebreide informatie vindt u bovendien in de betreffende hoofdstukken van deze bedieningshandleiding. 2.9 Onderhoud, service en oplossen van storingen Voer de voorgeschreven instel-, onderhouds- en inspectiewerkzaamheden binnen de gestelde termijnen door. Voorkom dat bedrijfsmiddelen zoals perslucht en hydraulische systemen per ongeluk kunnen worden ingeschakeld. Bevestig en borg grotere onderdelen bij vervanging zorgvuldig aan de hefwerktuigen. Controleer of losgemaakte schroefverbindingen weer goed zijn aangebracht. Controleer na het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden of veiligheids- en beschermingsvoorzieningen correct functioneren Bouwkundige modificaties Zonder toestemming van AMAZONEN-WERKE zijn modificaties, aanof ombouw aan de machine niet toegestaan. Dit geldt ook voor laswerkzaamheden aan dragende delen. Voor alle aan- of ombouwwerkzaamheden is schriftelijke toestemming van AMAZONEN-WERKE noodzakelijk. Gebruik uitsluitend de door AMAZONEN-WERKE goedgekeurde ombouwdelen en toebehoren, zodat bijvoorbeeld de goedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften van kracht blijft. Voertuigen met een wettelijke goedkeuring of met voorzieningen en toebehoren met een geldige goedkeuring of toelating voor de openbare weg volgens het wegenverkeersreglement dienen zich in de staat te bevinden waarin de goedkeuring of toestemming werd verleend. UX BAG
16 Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING Gevaar door bekneld raken, snijden, naar binnen trekken en stoten door breuk van dragende onderdelen. Het is verboden om te boren in frame of onderstel. om bestaande gaten in frame of onderstel op te boren. om aan dragende delen te lassen Onderdelen, slijtageonderdelen en hulpstoffen Onderdelen van de machine die niet meer in perfecte staat zijn, dienen direct te worden vervangen. Gebruik uitsluitend originele onderdelen en slijtageonderdelen of de door AMAZONEN-WERKE goedgekeurde onderdelen, zodat de goedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften van kracht blijft. Bij onderdelen en slijtageonderdelen van derden kan niet worden gegarandeerd dat zij zijn ontworpen en geproduceerd volgens de voorgeschreven belastings- en veiligheidsnormen. AMAZONEN-WERKE is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het gebruik van onderdelen, slijtageonderdelen of hulpstoffen die niet zijn goedgekeurd Reinigen en afvalverwerking Ga bij het verwerken en afvoeren van gebruikte stoffen en materialen vakkundig te werk. Dit geldt vooral voor werkzaamheden aan smeersystemen en smeerinrichtingen en het reinigen met oplosmiddelen Werkplek van de chauffeur De machine mag uitsluitend vanaf de chauffeursstoel van de tractor worden bediend. 16 UX BAG
17 2.13 Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine Algemene veiligheidsinstructies Houd alle waarschuwingsstickers op de machine altijd schoon en goed leesbaar! Vervang onleesbare waarschuwingsstickers. Bestel de waarschuwingsstickers aan de hand van het bestelnummer (bijv. MD 075) bij uw dealer. Opbouw waarschuwingssticker Waarschuwingsstickers geven gevaarlijke plaatsen op de machine aan en waarschuwen voor restgevaren. Op deze gevaarlijke plaatsen doen zich permanent of onverwacht gevaarlijke situaties voor. Een waarschuwingssticker bestaat uit 2 vlakken: Vlak 1 beschrijft het gevaar in de vorm van een illustratie en is omringd door een driehoekig veiligheidssymbool. Vlak 2 geeft in de vorm van een illustratie instructie om het gevaar te vermijden. Waarschuwingssticker - toelichting In de kolom Bestelnummer en toelichting staat de beschrijving van de hiernaast afgebeelde waarschuwingssticker. De beschrijving van de waarschuwingssticker is altijd gelijk en vermeldt in onderstaande volgorde: 1. De beschrijving van het gevaar. Voorbeeld: Gevaar voor snijwonden of amputatie! 2. De gevolgen bij het negeren van de instructie(s) om het gevaar te voorkomen. Voorbeeld: Veroorzaakt zwaar letsel aan vingers of hand. 3. De instructie(s) ter voorkoming van het gevaar. Voorbeeld: Raak onderdelen van de machine pas aan zodra de onderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen. UX BAG
18 Algemene veiligheidsinstructies Bestelnummer en toelichting Waarschuwingssticker MD 076 Gevaar voor het intrekken of vangen voor hand of arm door aangedreven, onbeschermde ketting- of riemaandrijving! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel met verlies van lichaamsdelen aan hand of arm. Open of verwijder nooit veiligheidsinrichtingen van ketting- of riemaandrijvingen zolang de tractormotor bij een aangesloten cardanas/gekoppelde hydraulische aandrijving loopt of als de bodemwielaandrijving beweegt MD 078 Gevaar voor bekneld raken van vingers of hand door bewegende, toegankelijke onderdelen in de machine! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel met verlies van lichaamsdelen aan vingers of hand. Reik nooit met uw handen of armen in de gevaarlijke plaats zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch systeem loopt. MD 080 Inklemmingsgevaar voor de romp in het knikbereik van de dissel door plotse stuurbewegingen! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan de romp met mogelijk dodelijke afloop. Het is verboden om zich in de gevarenzone tussen tractor en machine te bevinden zolang de tractormotor loopt en de tractor niet tegen het per ongeluk wegrollen beveiligd is. 18 UX BAG
19 Algemene veiligheidsinstructies MD 082 Gevaar voor vallen van treeplanken en platforms tijdens het meerijden op de machine! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Het is verboden om personen mee te laten rijden op de machine en/of op rijdende machines te laten stappen. Dit verbod geldt ook voor machines met treeplanken of platforms. Zorg ervoor dat niemand op de machine meerijdt. MD 084 Gevaar voor bekneld raken van het gehele lichaam door onderdelen die van boven naar beneden bewegen! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Het is verboden om zich binnen het zwenkbereik van bewegende machineonderdelen te bevinden. Stuur personen in het zwenkbereik van bewegende machineonderdelen weg, voordat u de onderdelen laat zakken. MD 085 Vergiftigingsgevaar door giftige dampen in de spuitvloeistoftank! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop. Ga nooit in de spuitvloeistoftank staan. UX BAG
20 Algemene veiligheidsinstructies MD 089 Gevaar! Gevaar voor bekneld raken voor het hele lichaam in de gevarenzone onder zwevende lasten / machineonderdelen! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Er mogen zich geen personen onder zwevende lasten / machineonderdelen ophouden. Zorg voor een veilige afstand tussen u en zwevende lasten / onderdelen van de machine. Zorg ervoor dat personen op een veilige afstand van zwevende lasten / machineonderdelen blijven. Stuur personen uit de gevarenzone van zwevende lasten / machineonderdelen. MD 090 Gevaar door beknelling door het per ongeluk wegrollen van de afgekoppelde, onbeveiligde machine! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Beveilig de machine tegen onbedoeld in beweging komen voordat u de machine van de tractor afkoppelt. Gebruik hiervoor de handrem en/of de stopwig(gen). MD 094 Gevaar voor een elektrische schok door het onbedoeld aanraken van kabels die onder spanning staan! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Houd bij het naar binnen en buiten zwenken van machineonderdelen voldoende afstand naar de kabels die onder spanning staan. MD 095 Lees voordat u de machine in gebruikt neemt de bedieningshandleiding en de veiligheidsinstructies goed door en volg de aanwijzingen op! 20 UX BAG
21 Algemene veiligheidsinstructies MD 096 Infectiegevaar voor het gehele lichaam door vloeistof dat onder hoge druk naar buiten stroomt (hydraulische olie)! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam wanneer onder hoge druk naar buiten stromende hydraulische olie via de huid in het lichaam komt. Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Lees de bedieningshandleiding en volg de aanwijzingen op voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden gaat uitvoeren. Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts. MD 099 Gevaar door contact met gewasbeschermingsmiddelen! Dit kan zware verwondingen veroorzaken. Draag bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen correcte beschermende kleding, zoals b.v. handschoenen, pak, veiligheidsbril enz. MD 100 Dit pictogram geeft sjorpunten aan voor het vastmaken van bevestigingsmiddelen bij het transporteren van de machine. MD 102 Gevaar door onbedoeld starten en wegrollen van de machine bij werkzaamheden aan de machine, zoals monteren, instellen, oplossen van storingen, reinigen, onderhoud en reparaties. Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam met mogelijk dodelijke afloop. Beveilig de tractor en machine voor alle handelingen aan de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. Lees de betreffende hoofdstukken in de bedieningshandleiding en volg de aanwijzingen op. UX BAG
22 Algemene veiligheidsinstructies MD 103 Vergiftigingsgevaar door giftige vloeistoffen Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop. Gebruik de tankinhoud nooit als drinkwater. MD 108 Gevaar door onder gas- en oliedruk staande drukvaten! Dit gevaar veroorzaakt zwaar lichamelijk letsel aan het gehele lichaam wanneer onder hoge druk naar buiten stromende hydraulische olie via de huid in het lichaam komt. Lees voor alle werkzaamheden aan de hydraulische installatie de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing en neem ze in acht. Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts. MD 111 Klimladder naar het werkplatform bij het rijden in transportstand omhoog klappen! MD 114 Dit pictogram wijst op een smeerpunt. MD 118 Nominaal toerental (maximaal 540 1/min) en draairichting van de aandrijfas aan machinezijde 22 UX BAG
23 Algemene veiligheidsinstructies MD 138 Regelmatige controle van de wielmoeren! MD145 De CE-markering op de machine geeft aan dat de machine voldoet aan de bepalingen van de EU-richtlijnen die van kracht zijn. UX BAG
24 Algemene veiligheidsinstructies Plaats van de waarschuwingsstickers en overige aanduidingen Waarschuwingssticker De volgende afbeeldingen geven aan waar de waarschuwingsstickers op de machine zijn aangebracht. Afb. 1 Afb UX BAG
25 Algemene veiligheidsinstructies Afb. 3 Afb. 4 UX BAG
26 Algemene veiligheidsinstructies 2.14 Gevaren bij het negeren van de veiligheidsinstructies Het negeren van de veiligheidsinstructies kan personen in gevaar brengen, schadelijk zijn voor het milieu en beschadigingen aan de machine veroorzaken. kan leiden tot het verlies van alle aanspraken op schadevergoeding. Concreet kan het negeren van de veiligheidsinstructies bijvoorbeeld de volgende gevaren tot gevolg hebben: In gevaar brengen van personen door onbeveiligde werkterreinen. Uitval van belangrijke functies van de machine. Onderhoud en reparatie dat niet op de voorgeschreven wijze wordt uitgevoerd. In gevaar brengen van personen door mechanische of chemische oorzaken. Verontreiniging van het milieu door lekkage van hydraulische olie Veiligheidsbewust werken Naast de veiligheidsinstructies in deze bedieningshandleiding dient u zich ook te houden aan de nationale, algemeen geldende wet- en regelgeving in verband met veiligheid op het werk en het voorkomen van ongevallen. Volg de instructies op de waarschuwingsstickers zorgvuldig op om gevaarlijke situaties te voorkomen. Houd u in het verkeer op de openbare weg aan de wettelijke verkeersvoorschriften. 26 UX BAG
27 Algemene veiligheidsinstructies 2.16 Veiligheidsinstructies voor de chauffeur WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten vanwege het ontbreken van verkeers- en gebruiksveiligheid! De machine en tractor voor gebruik altijd controleren op verkeers- en gebruiksveiligheid! Algemene veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen Aan- en afkoppelen van de machine Neem behalve deze instructies ook de algemeen geldende nationale veiligheidsinstructies en voorschriften ter voorkoming van ongevallen in acht! De op de machine aangebrachte waarschuwingsstickers en andere aanduidingen geven belangrijke instructies om veilig met de machine te kunnen werken. Het opvolgen van deze instructies is voor uw eigen veiligheid! Controleer de omgeving (kinderen) voordat u gaat rijden en de machine in werking stelt! Zorg dat u voldoende zicht heeft! Het meerijden of transport op de machine is verboden! Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle heeft. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, van het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de aangebouwde of aangekoppelde machine. Koppel en transporteer de machine alleen met tractoren die daartoe geschikt zijn. Bij het aankoppelen van machines aan de driepuntshydraulica van de tractor moeten de aanbouwcategorieën van tractor en machine overeenkomen! Koppel de machine in overeenstemming met de voorschriften aan de voorgeschreven voorzieningen! Bij het aankoppelen van de machines aan voor- of achterzijde van een tractor dient u rekening te houden met ο het toelaatbare totaalgewicht van de tractor ο de toelaatbare asbelastingen van de tractor ο het toelaatbare draagvermogen van de banden van de tractor Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld in beweging komen voordat u de machine aan- of afkoppelt. Het is verboden om tijdens het achteruitrijden van de tractor naar de machine tussen de machine en de tractor te staan! Aanwezige personen mogen alleen aanwijzingen geven als zij naast het voertuig staan en pas na stilstand tussen tractor en machine gaan staan. UX BAG
28 Algemene veiligheidsinstructies Voordat u de machine aan de driepunts hydraulica van de tractor aan- of loskoppelt, dient u de bedieningshendel van de hydraulica van de tractor te blokkeren in een positie waarin onbedoeld heffen of zakken wordt uitgesloten! Zet de steunelementen (indien aanwezig) bij het aan- en afkoppelen van machines in de juiste stand (stabiliteit bij stilstand)! Let bij het gebruik van de steunelementen op de plekken waar u bekneld kunt raken! Ga bij het aan- en afkoppelen van machines aan of van de tractor bijzonder voorzichtig te werk! Tussen tractor en machine bevinden zich bij de koppelingspunten plekken waar u bekneld kunt raken! Het is verboden om zich tijdens het bedienen van de driepunts hydraulica tussen tractor en machine te bevinden! Aangesloten voedingskabels ο moeten in bochten bij alle bewegingen zonder spanning, knikken of wrijving soepel meebewegen. ο mogen niet langs onderdelen schuren. Ontkoppelingskabels voor snelkoppelingen moeten los hangen en mogen in de onderste positie niet uit zichzelf ontkoppelen! Zorg dat de afgekoppelde machine altijd stabiel op zijn plaats staat! Werken met de machine Maak uzelf voordat u met de werkzaamheden begint vertrouwd met de uitrusting en bedieningselementen van de machine en hun functies. Tijdens het werk is het daarvoor te laat! Draag strak zittende kleding! Losse kleding verhoogt het risico op vastgrijpen of opwikkelen door aandrijfassen! Gebruik de machine alleen als alle veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht en zich in de juiste positie bevinden! Houd rekening met de maximale belading van de aangebouwde/aangekoppelde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! Rijd indien nodig met een gedeeltelijk gevulde tank. Het is verboden om zich binnen het werkbereik van de machine te bevinden! Het is verboden om zich binnen het draai- en zwenkbereik van de machine te bevinden! Extern bediende machineonderdelen (bijv. hydraulisch) zijn voorzien van delen waar u bekneld kunt raken! Gebruik extern bediende machineonderdelen uitsluitend als personen zich op voldoende veilige afstand van de machine bevinden! Beveilig de tractor tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u de tractor verlaat. Hiertoe ο laat u de machine op de grond zakken ο trekt u de handrem aan ο schakelt u de motor van de tractor uit ο verwijdert u de contactsleutel 28 UX BAG
29 Algemene veiligheidsinstructies Transport van de machine Bij het rijden op de openbare weg dient u zich aan de geldende verkeersregels te houden! Controleer voor transport ο of voedingskabels correct zijn aangebracht ο of de verlichting werkt, schadevrij en schoon is ο het remsysteem en hydraulische systeem op in het oog lopende gebreken ο of de handrem volledig los is ο de werking van het remsysteem. De tractor dient altijd te beschikken over voldoende stuur- en remvermogen Aan een tractor aangebouwde of aangekoppelde machine en gewichten aan voor- of achterzijde beïnvloeden niet alleen het rijgedrag, maar ook het stuur- en remvermogen van de tractor. Gebruik zo nodig gewichten aan de voorzijde! De vooras van de tractor dient altijd met minimaal 20% van het eigen gewicht van de tractor worden belast, om zeker te zijn van voldoende stuurvermogen. Bevestig gewichten aan voor- of achterzijde altijd in overeenstemming met de voorschriften aan de daartoe bestemde bevestigingspunten! Houd rekening met het maximale laadvermogen van de aangebouwde/aangekoppelde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! De tractor dient voor de beladen combinatie (tractor met aangebouwde of aangekoppelde machine) over voldoende remvertraging te beschikken! Controleer de werking van de remmen voordat u gaat rijden! Houd met een aangebouwde of aangekoppelde machine in bochten rekening met de grote uitzwaai en de middelpuntvliedende kracht van de machine! Wanneer de machine aan de driepuntshydraulica of de trekstangen van de tractor is bevestigd, dient u er vóór transport voor te zorgen dat de trekstang aan de zijkant voldoende is vastgezet! Zet alle beweegbare machineonderdelen vóór transport in de transportstand! Zet alle beweegbare machineonderdelen vóór transport in de transportstand vast om te voorkomen dat zij van positie veranderen. Maak hiervoor gebruik van de daarvoor bestemde transportbeveiligingen! Vergrendel vóór transport de bedieningshendel van de driepuntshydraulica om onbedoeld heffen of zakken van de aangebouwde of aangekoppelde machine te voorkomen! Controleer vóór transport of de benodigde transportuitrustingen, zoals verlichting, waarschuwingssystemen en beschermingsvoorzieningen, op de juiste wijze aan de machine zijn gemonteerd! Controleer vóór transport door middel van een visuele controle of de bouten van de topstang en trekstang met de lunspen zijn geborgd. UX BAG
30 Algemene veiligheidsinstructies Hydraulisch systeem Pas uw rijsnelheid aan de omstandigheden ter plaatse aan! Schakel bij bergaf rijden een lagere versnelling in! Schakel de onafhankelijke wielremmen tijdens transport altijd uit (pedalen vergrendelen)! Het hydraulische systeem staat onder hoge druk! Zorg ervoor dat de hydraulische slangen op de juiste wijze zijn aangesloten! Bij het aansluiten van de hydraulische slangen moet het hydraulische systeem van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn! Het is verboden om bedieningshendels op de tractor te blokkeren, als deze bedieningshendels hydraulische of elektrische functies van onderdelen rechtstreeks uitvoeren, zoals in- en uitklappen, draaien en verschuiven. De beweging moet automatisch stoppen zodra u de betreffende bedieningshendel bijbehorende regelelement loslaat. Dit geldt niet voor bewegingen van inrichtingen die ο continu zijn of ο automatisch geregeld zijn of ο voor hun werking een zweefstand of drukstand nodig hebben Voordat u aan het hydraulische systeem gaat werken ο Laat de machine zakken ο ο ο ο Maak het hydraulische systeem drukloos Schakel de motor van de tractor uit Trek de handrem aan Verwijder de contactsleutel Laat tenminste een keer per jaar door een deskundige controleren of de hydraulische slangen nog in goede staat zijn! Vervang beschadigde en verouderde hydraulische slangen! Gebruik uitsluitend originele hydraulische slangen! Gebruik hydraulische slangen niet langer dan zes jaar. Dat is inclusief een eventuele opslagtijd van maximaal twee jaar. Ook bij vakkundige opslag en toelaatbare belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan natuurlijke veroudering, wat hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt. In afwijking hiervan is het mogelijk om, rekening houdend met de mogelijke risico's, de gebruiksduur op basis van ervaring te bepalen. Voor slangen en slangleidingen van thermoplast kunnen andere richtwaarden doorslaggevend zijn. Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Onder hoge druk naar buiten stromende vloeistof (hydraulische olie) kan via de huid in het lichaam komen en ernstig letsel veroorzaken! Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts! Infectiegevaar. Door de mogelijk grote kans op infectie, dient u bij het opsporen van lekkages gebruik te maken van passende hulpmiddelen. 30 UX BAG
31 Algemene veiligheidsinstructies Elektrisch systeem Bij werkzaamheden aan het elektrische systeem dient u altijd de accu (minpool) los te koppelen! Gebruik uitsluitend de voorgeschreven zekeringen. Het gebruik van te zware zekeringen veroorzaakt onherstelbare schade aan het elektrische systeem brandgevaar! Sluit de accu op de juiste wijze aan - eerst de pluspool en dan de minpool! Loskoppelen: eerst de minpool en dan de pluspool! Voorzie de pluspool van de accu altijd van de daarvoor bestemde beschermkap. Bij aardfouten bestaat gevaar voor explosie! Explosiegevaar. Voorkom vonkvorming en open vuur in de nabijheid van de accu! De machine kan worden voorzien van elektronische componenten en onderdelen waarvan de werking door elektromagnetische straling van andere apparaten kan worden beïnvloed. Dergelijke invloeden kunnen gevaarlijk zijn voor de mens. Houd u daarom aan de volgende veiligheidsvoorschriften. ο ο Als achteraf elektrische apparaten en/of componenten aan de machine worden geïnstalleerd en op het elektrische systeem worden aangesloten, dient de gebruiker zelf te controleren of de installatie storingen in de elektronica of andere componenten veroorzaakt. De achteraf geïnstalleerde elektrische en elektronische onderdelen dienen te voldoen aan EMC-richtlijn 89/336/EEG en voorzien te zijn van de CE-markering Gebruik van aftakassen U mag alleen de door AMAZONEN-WERKEN voorgeschreven, met reglementaire veiligheidsvoorzieningen uitgeruste cardanassen gebruiken! Neem ook de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de cardanas in acht! Beschermbuis en beschermtrechter van de cardanas moeten onbeschadigd zijn en de beschermplaat van de tractor- en machineaftakas moeten aangebracht zijn en zich in een reglementaire staat bevinden! Het is verboden om met beschadigde veiligheidsvoorzieningen te werken! U mag de cardanas enkele aan- en afbouwen bij ο een uitgeschakelde aftakas ο een uitgeschakelde tractormotor ο aangetrokken handrem ο verwijderde contactsleutel Controleer altijd of de cardanas juist gemonteerd en geborgd is! Bij het gebruik van groothoekcardanassen het groothoekscharnier altijd aan het draaipunt tussen tractor en machine aanbrengen! Beveilig de cardanasbeveiliging door het inhangen van de ketting(en) tegen het meelopen! UX BAG
32 Algemene veiligheidsinstructies Aangehangen machines Let bij cardanassen op de voorgeschreven buisafdekkingen in transport- en werkstand! (Neem ook de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de cardanas in acht!) Neem bij het rijden in bochten de toegestane buiging en de schuifweg van de cardanas! Controleer voor het inschakelen van de aftakas of het gekozen aftakastoerental van de tractor met het toegestane aandrijftoerental van de machine overeenkomt. Laat personen de gevarenzone van de machine verlaten voor u de aftakas inschakelt. Bij werkzaamheden aan de aftakas mogen er zich geen personen in de zone van de draaiende aftak- of cardanas bevinden. Schakel de aftakas nooit bij een uitgeschakelde tractormotor in! Schakel de aftakas altijd uit als er te grote buigingen optreden of als u hem niet nodig hebt! WAARSCHUWING! Na het uitschakelen van de aftakas bestaat verwondingsgevaar door de nalopende rotatiemassa van roterende machinedelen! Gedurende deze tijd niet te dicht bij de machine gaan staan! Pas als alle machinedelen volledig tot stilstand gekomen zijn, mag u aan de machine werken! Beveilig tractor en machine tegen het per ongeluk starten en per ongeluk in beweging komen voor u door een aftakas aangedreven machines of cardanassen reinigt, smeert of instelt. Leg de afgekoppelde cardanas op de daarvoor bestemde houder! Steek na het demonteren van de cardanas de beschermhoes op de aftakasstomp! Houd er bij het gebruik van de wegafhankelijke aftakas rekening mee dat het aftakastoerental afhankelijk is van de rijsnelheid en de draairichting bij het achteruitrijden omkeert! Neem de toegestane combinatiemogelijkheden van de aanhanginrichting aan de tractor en de trekinrichting aan de machine in acht! Koppel alleen toegestane combinaties van voertuigen (tractor en aangehangen machine). Neem bij eenassige machines de maximaal toegestane steunlast van de tractor aan de aanhanginrichting in acht! De tractor dient altijd te beschikken over voldoende stuur- en remvermogen Aan een tractor gemonteerde of aangehangen machines beïnvloeden het rijgedrag alsook het stuur- en remvermogen van de tractor, vooral eenassige machines met steunlast op de tractor! Alleen een vakwerkplaats mag de hoogte van de trekdissels bij trekhaakdissels met steunlast instellen! 32 UX BAG
33 Algemene veiligheidsinstructies Remsysteem Alleen vakwerkplaatsen of erkende remdiensten mogen instelen reparatiewerkzaamheden aan het remsysteem uitvoeren! Laat het remsysteem regelmatig grondig controleren! Leg de tractor bij alle functiestoringen aan het remsysteem onmiddellijk stil. Laat de functiestoring onmiddellijk verhelpen! Zet vóór werkzaamheden aan het remsysteem de machine veilig neer en zorg dat de machine niet onbedoeld kan zakken of wegrijden (stopwiggen)! Wees bijzonder voorzichtig bij las-, brand- en boorwerkzaamheden in de buurt van remleidingen! Voer na alle werkzaamheden voor het instellen en onderhouden van het remsysteem principieel een remtest uit! Luchtdrukremsysteem Maak voor het aankoppelen van de machine de afdichtingsringen aan de koppelingskoppen van de voorraad- en remleiding schoon! U mag met een aangekoppelde machine pas vertrekken als de manometer op de tractor 5,0 bar aangeeft! Ontwater het luchtvat dagelijks! Sluit voor het rijden zonder machine de koppelingskoppen aan de tractor! Hang de koppelingskoppen van de voorraad- en remleiding van de machine in de daarvoor bestemde lege koppelingen! Gebruik voor het bijvullen of verversen alleen de voorgeschreven remvloeistof. Neem bij het verversen van de remvloeistof de betreffende voorschriften in acht! U mag de vastgelegde instellingen aan de remventielen niet veranderen! Vervang het luchtvat als ο het luchtvat in de spanbanden bewogen kan worden ο het luchtvat beschadigd is ο het typeplaatje aan het luchtvat vastgeroest of los is of ontbreekt Hydraulisch remsysteem voor exportmachines Hydraulische remsystemen zijn in Duitsland niet toegestaan! Gebruik voor het bijvullen of verversen alleen de voorgeschreven hydraulische olie. Neem bij het verversen van de hydraulische olie de betreffende voorschriften in acht! UX BAG
34 Algemene veiligheidsinstructies Banden Reparatiewerkzaamheden aan banden en wielen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door specialisten met het juiste montagegereedschap! Controleer regelmatig de bandenspanning! Houd u aan de voorgeschreven bandenspanning! Een te hoge bandenspanning kan een explosie veroorzaken! Zet vóór werkzaamheden aan de banden de machine veilig neer en zorg dat de machine niet onbedoeld kan zakken of wegrijden (parkeerrem, stopwiggen)! U dient alle bevestigingsbouten en moeren volgens de instructies van AMAZONEN-WERKE aan te trekken resp. na te trekken! Gebruik van de veldspuit Neem de aanbevelingen van de gewasbeschermingsmiddelfabrikant in acht met betrekking tot ο veiligheidskleding ο ο waarschuwingen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen doseer-, gebruiks- en reinigingsvoorschriften Neem de aanwijzingen uit de gewasbeschermingsmiddelenwet in acht! Open nooit onder druk staande leidingen! U mag alleen originele -reserveslangen gebruiken die aan de chemische, mechanische en thermische belastingen weerstaan. Gebruik bij de montage principieel slangklemmen uit V2A! Reparatiewerkzaamheden in de spuitvloeistoftank mogen alleen na grondige reiniging en met een mondmasker uitgevoerd worden. Om veiligheidsredenen moet een tweede persoon de werkzaamheden van buiten de spruitvloeistoftank controleren! Neem de volgende aanwijzingen bij de reparatie van veldspuiten in acht die voor het vloeibare kunstmest met ammoniumnitraatureumoplossing gebruikt werden: Resten van ammoniumnitraatureumoplossingen kunnen door verdamping van het water op of in de spuitvloeistoftank zout vormen. Hierdoor ontstaat zuiver ammoniumnitraat en ureum. In zuivere vorm is ammoniumnitraat in combinatie met organische stoffen, zoals b.v. ureum explosief als bij reparatiewerkzaamheden (b.v. lassen, schuren, vijlen) de kritieke temperaturen bereikt worden. U kunt dit gevaar ongedaan maken door de spuitvloeistoftank of de te repareren delen grondig met water af te wassen, omdat het zout van de ammoniumnitraatureumoplossing in water oplosbaar is. Reinig de veldspuit daarom voor een reparatie grondig met water! U mag het nominale volume van de spuitvloeistoftank bij het vullen niet overschrijden! 34 UX BAG
35 Algemene veiligheidsinstructies Draag bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen correcte beschermende kleding, zoals b.v. handschoenen, pak, veiligheidsbril enz.! Vervang bij cabinetractoren met ventilatiesysteem de filters voor de verseluchttoevoer door actieve koolfilters! Neem de informatie voor de verdraagbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen en materialen van de veldspuit in acht! Spuit geen gewasbeschermingsmiddelen die tot vastkleven of verstarren neigen! Vul veldspuiten met water uit open wateren ter bescherming van mens, dier en milieu! Vul veldspuiten ο ο alleen in vrije val via de waterleiding! alleen via originele-amazone-vulvoorzieningen! Reinigen, service en onderhoud Voer reinigings-, onderhouds- en servicewerkzaamheden alleen uit bij ο uitgeschakelde aandrijving ο stilstaande tractormotor ο verwijderde contactsleutel ο uit de boordcomputer verwijderde machinestekker Controleer regelmatig of moeren en schroeven nog goed vastzitten en draai ze indien nodig vaster aan! Beveilig de opgetilde machine of opgetilde machineonderdelen tegen onbedoeld zakken voor u de machine reinigt of onderhoudt! Gebruik bij het vervangen van gereedschappen met scherpe randen daartoe geschikt gereedschap en handschoenen! Voer olie, vet en filters volgens de geldende milieuvoorschriften af! Maak voordat u elektrisch gaat lassen aan tractor en aangebouwde machines eerst de kabel van de dynamo en accu van de tractor los! Reserveonderdelen moeten minimaal voldoen aan de door AMAZONEN-WERKE vastgestelde technische eisen! Originele onderdelen voldoen aan deze eisen! UX BAG
36 Op- en afladen 3 Op- en afladen Op- en afladen met tractor WAARSCHUWING Er bestaat gevaar voor ongevallen als de tractor niet geschikt is en het remsysteem van de machine niet op de tractor aangesloten en gevuld is! Koppel de machine volgens de voorschriften aan de tractor voor u de machine op een transportvoertuig verlaadt of van een transportvoertuig aflaadt! U mag de machine om op of af te laden alleen met een tractor koppelen en transporteren als de tractor aan de voorwaarden op het vlak van belasting voldoet! Drukluchtremsysteem: U mag met een aangekoppelde machine pas vertrekken als de manometer op de tractor 5,0 bar aangeeft! Verladen met hijskraan Er bevinden zich 3 bevestigingspunten aan de machine (Afb. 5/1, Afb. 6/1, Afb. 7/1). GEVAAR Bij het verladen van de machine met een hijskraan moeten de gemarkeerde opnamepunten voor hijsbanden gebruikt worden. GEVAAR De minimale trekvastheid per hijsband moet 3000 kg achteraan (Afb. 5) 1500 kg vooraan (Afb. 6 / Afb. 7) bedragen! Afb. 5 Afb. 6 Afb UX BAG
37 Beschrijving van het product 4 Beschrijving van het product Dit hoofdstuk geeft een uitgebreid overzicht van de opbouw van de machine. geeft de namen van de afzonderlijke bedieningshendels. Lees dit hoofdtuk bij voorkeur bij de machine. Zo raakt u optimaal vertrouwd met de machine. De machine bestaat uit de hoofdbouwgroepen: Basistoestel en chassis Banden Dissel Drukarmatuur Pompuitrusting voor aandrijving met 540 1/min of /min Spuitboom 4.1 Overzicht van bouwgroepen Spuitleidingen met sectieventielen Afb. 8 UX BAG
38 Beschrijving van het product Afb. 8/... (1) Spuitvloeistoftank (2) Vulopening spuitvloeistoftank (3) Bedieningsveld (4) Zwenkbare inspoeltank (5) Spuitpomp (6) Handwastank (7) Vulpeilindicatie (8) Werkplatform (9) Naar onderen inklapbare klimladder (10) Slanghouder (11) Dissel (12) Banden Afb. 9 Afb. 9/... (1) Spoelwatertank (2) Vulopening spoelwatertank (3) Handrem (4) Steunvoet (5) Stopwiggen (6) Hydraulisch blok met systeemomschakelschroef, jobcomputer (optie) (7) Oliefilter met vervuilingsindicatie (8) Transportbeveiliging spuitboom 38 UX BAG
39 Beschrijving van het product 4.2 Vloeistofcircuit Afb. 10 Afb. 10/... (A) VARIO-schakeling zuigzijde (10) Zuigermembraanpomp (B) VARIO-schakeling drukzijde (11) Inspoeltank (C) Instelkraan voor roerwerk/drukfilter uitblazen (12) Ringleiding (D) Omschakelkraan vullen/snel legen (13) Recipiëntspoeling (E) Omschakelkraan inspoeltank ringleiding/ recipiëntspoeling (14) Spuitdrukbegrenzingsventiel (15) Zelfreinigende drukfilter (F) Omschakelkraan zuigen/inspoelen (16) Injector voor het afzuigen van vloeistof uit de (1) Spuitvloeistoftank (2) Spoelwatertank (3) Tankbinnenreiniging (4) Roerwerk (5) Handwastank (6) Aftapkraan voor handwastank (7) Vulaansluiting voor zuigslang (8) Spuitdrukregeling (9) Zuigfilter inspoeltank (17) Spuitleidingen (18) Terugstroommeter (19) Spuitdruksensor (20) Sectieventielen (21) Doorstromingsmeter (22) Machinecomputer (optie) (23) AMATRON + / alternatief AMASPRAY + (24) Buitenwasinrichting UX BAG
40 Beschrijving van het product 4.3 Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen Transportvergrendeling aan de Super-L-spuitboom Transportvergrendeling aan de Super-S-spuitboom Leuning aan het werkplatform Cardanasbescherming Beschermplaat aan de pompaandrijving (naargelang uitrusting) 4.4 Overzicht voedingskabels tussen tractor en machine Afb. 11/... (1), (2), (3) Hydraulische slangleidingen (naargelang uitrusting) (4) Elektrische kabel voor verlichting (5) Aansluiting aan hydraulische rem (6) Machinekabel met machinestekker voor het verbinding van jobcomputer en AMATRON + Afb. 11 Afb. 12/... (7) Gescheiden drukluchtremsysteem ο ο Remleiding met koppelingskop geel (Afb. 12/1) Voorraadleiding met koppelingskop rood (Afb. 12/2) (zonder afbeelding) Enkel drukluchtremsysteem Remleiding met koppelingskop zwart Afb UX BAG
41 Beschrijving van het product 4.5 Verkeerstechnische uitrusting Afb. 13/... (1) 2 achterlichten/2 remlichten (2) 2 richtingaanwijzers (vereist als de tractorrichtingaanwijzer bedekt wordt) (3) 2 waarschuwingsborden (vierkant) (4) 2 rode reflectoren (driehoekig) (5) 1 kentekenhouder met verlichting (nodig als het tractorkenteken bedekt wordt) Afb. 14/... (1) 2 x 3 lampen, geel (zijdelings op een afstand van max. 3 m) Afb. 13 Afb. 14 UX BAG
42 Beschrijving van het product 4.6 Gebruik volgens voorschriften De veldspuit is bestemd voor het transport en de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen (insecticiden, fungiciden, herbiciden e.d.) in de vorm van suspensies, emulsies en mengsels alsook van vloeibare kunstmest. is conform de huidige stand van de techniek en garandeert bij een correcte instelling van het toestel en bij de juiste dosering het biologische succes, waarbij een economisch spuitvloeistofgebruik alsook een geringe belasting van het milieu bereikt wordt. is uitsluitend voor het agrarische gebruik voor de behandeling van oppervlakteculturen bestemd De volgende liggingen op een helling kunnen worden bereden Schuinte rijrichting naar links 15 % rijrichting naar rechts 15 % Helling bergop 15 % bergaf 15 % Tot het gebruik volgens de voorschriften behoort ook: het opvolgen van alle aanwijzingen in deze bedieningshandleiding. het in acht nemen van de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden. het uitsluitend gebruiken van originele - onderdelen. Het op andere wijze gebruiken dan hierboven is vermeld, is verboden en geldt als gebruik in strijd met de voorschriften. Voor schade die voortvloeit uit gebruik in strijd met de voorschriften is de gebruiker zelf verantwoordelijk, is AMAZONEN-WERKE in geen geval aansprakelijk. 42 UX BAG
43 Beschrijving van het product Reglementaire uitrusting van de veldspuit De reglementaire uitrusting van de veldspuit ontstaat door de combinatie van Basistoestel en chassis Banden Dissel Drukarmatuur Pompuitrusting Spuitboom Spuitleidingen met sectieventielen en Speciale uitrustingen De door het combineren van deze individuele bouwgroepen (modulesysteem) ontstane individuele types die vermeld zijn in de combinatiematrix (zie hoofdstuk "Combinatiematrix"). De individuele types voldoen aan de door de BBA opgestelde eisen - zie kenmerken voor spuit- en spuittoestellen voor oppervlakteculturen - BBA-richtlijn VII Worden door een verkooppunt andere, niet vermelde individuele types gecreëerd, dan moet het verkooppunt daarvoor de volgens 25 van de plantenbeschermingswet van vereiste verklaring tegenover de BBA afgeven. De hiervoor vereiste formulieren kunnen verkregen worden bij: Biologische Bundesanstalt Messeweg 11/12 D Braunschweig UX BAG
44 Beschrijving van het product 4.7 Gevolgen bij het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen Op het moment van de productie van de veldspuit zijn de fabrikant slechts enkele door de BBA toegestane gewasbeschermingsmiddelen bekend die schadelijke gevolgen voor de veldspuit kunnen hebben. We wijzen erop dat b.v. ons bekende gewasbeschermingsmiddelen, zoals Lasso, Betanal en Tramat, Stomp, Iloxan, Mudecan, Elancolan en Teridox bij langere inwerkingstijd (20 uur) schade aan de pompmembranen, slangen, spuitleidingen en tanks veroorzaken. De vermelde voorbeelden hoeven niet volledig te zijn. Gewaarschuwd wordt vooral voor niet-toegestane mengsels uit 2 of meer verschillende gewasbeschermingsmiddelen. Er mogen geen stoffen gebruikt worden die tot vastkleven of verstarren neigen. Bij het gebruik van zulke agressieve gewasbeschermingsmiddelen wordt het onmiddellijk spreiden na het aanmaken van de spuitvloeistof en de aansluitende reiniging met water aanbevolen. Als vervanging voor de pompen zijn vitonmembranen leverbaar. Die zijn bestendig tegen oplosmiddelhoudende gewasbeschermingsmiddelen. Hun levensduur wordt echter bij het gebruik bij lage temperaturen (b.v. AHL bij vriesweer) beperkt. De voor AMAZONE-veldspuiten gebruikte materialen en bouwdelen zijn bestendig tegen vloeibare kunstmest. 4.8 Gevarenzone en gevaarlijke plaatsen De gevarenzone is de omgeving van de machine waarin personen binnen bereik zijn van arbeidsbewegingen van de machine en zijn gereedschappen door de machine naar buiten geslingerde materialen of voorwerpen onbedoeld omlaag zakkende omhoog geheven machineelementen onbedoeld wegrollen van de tractor en de machine De gevarenzone van de machine bevat gevaarlijke plaatsen met permanente of onverwacht optredende risico's. Waarschuwingsstickers geven deze gevaarlijke plaatsen aan en waarschuwen voor restgevaar dat constructief gezien niet kan worden verholpen. Voor de gevarenzone en de gevaarlijke plaatsen gelden de speciale veiligheidsvoorschriften van de betreffende hoofdstukken. In de gevarenzone van de machine mogen geen personen aanwezig zijn zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch systeem loopt. zolang tractor en machine niet tegen onbedoeld starten en wegrollen zijn beveiligd. De bedieningspersoon mag de machine alleen bewegen of werkgereedschappen van transport- in arbeidsstand en van arbeidsstand in transportstand zetten of in beweging brengen wanneer er geen personen in de gevarenzone van de machine aanwezig zijn. 44 UX BAG
45 Beschrijving van het product Gevaarlijke plaatsen zijn aanwezig: tussen de tractor en de veldspuit, vooral bij het aan- en afkoppelen. in de zone van bewegende bouwdelen. op de rijdende machine. in het zwenkbereik van de spuitboom. in de spuitvloeistoftank door giftige dampen. onder opgetilde, niet beveiligde machines of machinedelen. bij het uit- en inklappen van de spuitboom in de zone van de bovengrondse leidingen door het aanraken van bovengrondse leidingen 4.9 Conformiteit Richtlijnen/normen De machine voldoet aan de: Machinerichtlijn 98/37/EG EMC-richtlijn 89/336/EEG 4.10 Typeplaatje en CE-markering Op het typeplaatje staan: Serienummer van de machine: Type Toegest. systeemdruk bar Bouwjaar Fabriek Vermogen kw Basisgewicht kg: Toegest. totaal gewicht kg Aslast achteraan kg Aslast vooraan steunlast kg Afb. 15 De volgende afbeeldingen laten zien waar het typeplaatje (Afb. 15/1) en de CE-markering (Afb. 15/2) is aangebracht. UX BAG
46 Beschrijving van het product 4.11 Technische gegevens Totale afmetingen UX met Super-S-spuitboom Totale afmetingen UX met L-spuitboom (de totale hoogtes zijn afhankelijk van de banden.) 46 UX BAG
47 Beschrijving van het product Gegevensblad Type UX Basisgewicht [kg] Spuitvloeistoftank Werkelijk volume [l] Nominaal volume Vulhoogte van de grond [mm] van het werkplatform Toegestane systeemdruk [bar] Technische resthoeveelheid incl. pomp in het niveau Schuinte ο ο Helling 15% rijrichting naar links 15% rijrichting naar rechts ο 15% bergop ο 15% bergaf Centrale schakeling Spuitdrukverstelling [l] Elektrisch, koppeling van de sectieventielen elektrisch Spuitdrukinstelbereik [bar] 0,8 9 Spuitdrukindicatie Manometer 0-8 / 25 bar gespreid 100 mm, bestendig tegen vloeibare kunstmest en digitale spuitdrukindicatie Drukfilter 50 (80) gaatjes Roerwerk Traploos instelbaar Doseerregeling Snelheidsafhankelijk via jobcomputer Spuitdophoogte [mm] Nuttige last = toegestaan totaal gewicht - basisgewicht GEVAAR Verboden is het overschrijden van de toegestane nuttige last. Gevaar voor ongevallen door instabiele rijsituaties! Bepaal zorgvuldig de nuttige last en dus de toegestane vulling van uw machine. Niet bij alle vulmedia is een complete vulling van de tank toegestaan. UX BAG
48 Beschrijving van het product Gewichten basismachine en bouwgroepen Het basisgewicht (leeg gewicht) wordt berekend uit de som van de individuele gewichten van de bouwgroepen. UX Gewicht Basismachine [kg] As As ongeremd [kg] 254 As star [kg] 360 As gestuurd [kg] Dissel Trekhaak-/hitchdissel [kg] 120 Stuurdissel [kg] 180 Banden 270/95 R48 [kg] /95 R54 [kg] /95 R46 [kg] /95 R52 [kg] /85 R48 [kg] /85 R38 [kg] /85 R42 [kg] /85 R46 [kg] /85 R38 [kg] /85 R42 [kg] /65 R38 [kg] 792 Andere speciale uitrustingen [kg] Max. 190 Gewichten spuitboom Super-S-spuitboom: Werkbreedte [m] 15/ Gewicht [kg] Super-L-spuitboom: Werkbreedte [m] Gewicht [kg] UX BAG
49 Beschrijving van het product Toegestaan totaal gewicht en banden Het toegestane totale gewicht van de machine is afhankelijk van toegestane steunlast toegestane aslast toegestane bandendraagvermogen per wielpaar Het toegestane totale gewicht is de som van de toegestane steunlast en de kleinste waarde uit ο ο toegestane aslast bandendraagvermogen per wielpaar! De waarden voor het bepalen van het toegestane totale gewicht vindt u terug in de volgende tabellen. Toegestane steunlast UX UX Toegestane aslast Verstelas Vasteas Bestel-nr Type star ongeremd star star gestuurd star gestuurd Spoor (mm) Aslast [kg] (25 km/h) Aslast [kg] (40 km/ h / 50 km/h) (slechts 40 km/h) Flensmaat [mm] variabel variabel Indrukdiepte [mm] / / / / -125 UX BAG
50 Beschrijving van het product Draagvermogen per wielpaar 25 km/h 40 km/h 50 km/h Banden Lastindex toegestaan bandendraagver mogen [kg] bij luchtdruk [b] toegestaan bandendraagver mogen [kg] bij luchtdruk [b] toegestaan bandendraagver mogen [kg] bij luchtdruk [b] 1 270/95 R48 LI 142 A , , /95 R54 LI 146 A , , /95 R46 LI 145 A , , /95 R52 LI 148 A , , /85 R48 LI 151 A , , /85 R46 LI 155 A8 LI 152 B , , , /85 R46 LI 158 A8 LI 155 B , , , /85 R38 LI 146 A8 LI 143 B , , , /85 R42 LI 148 A8 LI 145 B , , , /85 R38 LI 153 A8 LI 150 B , , , /85 R38 LI 155 A8 LI 152 B , , , /85 R42 LI 155 A8 LI 152 B , , , /85 R42 LI 162 A8 LI 159 B , , , /65 R38 LI 154 A8 LI 151 B , , ,2 Tabel 1 50 UX BAG
51 Beschrijving van het product Rijden met verlaagde bandenspanning De in tabel 1 opgegeven bandenspanning is voor het bereiken van het toegestane bandendraagvermogen vereist! Bij een geringere bandenspanning vermindert het bandendraagvermogen conform tabel 2! Neem hierbij de gereduceerde nuttige last van de machine in acht. Banden 1 5 uit tabel 1 Luchtdruk [b] 2,4 2,8 3,2 3,6 Max. bandendraagvermogen in % Banden 6 7 uit tabel 1 Luchtdruk [b] 1,6 1,8 2,1 2,4 Max. bandendraagvermogen in % Banden 8 14 uit tabel 1 Luchtdruk [b] 1,0 1,2 1,4 1,6 Max. bandendraagvermogen in % Tabel 2 WAARSCHUWING Nooit een geringere druk dan in tabel 2 kiezen. De stabiliteit van het voertuig is niet meer gegarandeerd. Gevaar voor ongevallen! UX BAG
52 Beschrijving van het product 4.12 Benodigde tractoruitrusting Motorvermogen van de tractor Om de machine in overeenstemming met de voorschriften te gebruiken, dient de tractor te voldoen aan de volgende voorwaarden. UX 3200 UX 4200 vanaf 75 kw (100 pk) vanaf 85 kw (115 pk) Elektrisch systeem Accuspanning: 12 V (volt) Stekkerdoos voor verlichting: 7-polig Hydraulisch systeem Maximale bedrijfsdruk: 200 bar Pompcapaciteit tractor: minstens 20 l/min bij 150 bar voor hydraulisch blok (bij Profiklapsysteem, optie) minstens 45 l/min bij 150 bar voor hydraulische pompaandrijving (optie) Hydraulische olie in de Transmissieolie/hydraulische olie Otto SAE 80W API GL4 machine: De hydraulische olie/transmissieolie in de machine is geschikt voor gecombineerd gebruik in hydraulische systemen en versnellingsbakken van alle gangbare tractormerken. Regeleenheden naargelang uitrusting, zie op pagina 60. Bedrijfsremsysteem Gescheiden bedrijfsremsysteem: of Enkel bedrijfsremsysteem: of 1 koppelingskop (rood) voor de voorraadleiding 1 koppelingskop (geel) voor de remleiding 1 koppelingskop voor de remleiding Hydraulisch remsysteem: 1 hydraulische koppeling volgens ISO 5676 Het hydraulische remsysteem is in Duitsland en enkele EU-landen niet toegestaan! 4.13 Gegevens over geluidsontwikkeling De emissiewaarde op de werkplek (geluidsniveau) bedraagt 74 db(a), gemeten tijdens bedrijf met gesloten cabine en op oorhoogte van de tractorchauffeur. Meetapparaat: OPTAC SLM 5. De hoogte van het geluidsniveau is vooral afhankelijk van het gebruikte voertuig. 52 UX BAG
53 Opbouw en werking 5 Opbouw en werking Dit hoofdstuk informeert u over de opbouw van de machine en de werking van de afzonderlijke componenten. 5.1 Werkwijze Afb. 16 Uit de spuitvloeistoftank (1) zuigt de zuigermembraanpomp (10) de spuitvloeistof via de VARIO-schakeling aan de zuigzijde (A), de zuigleiding (25) en de zuigfilter (9). De aangezogen spuitvloeistof gaat via de drukleiding (14) naar de VARIO-schakeling aan de drukzijde (B). Via de VARIO-schakeling aan de drukzijde (B) bereikt de spuitvloeistof de drukarmatuur. De drukarmatuur bestaat uit de spuitdrukregeling (8) en de zelfreinigende drukfilter (15). Van de drukarmatuur wordt de spuitvloeistof via de doorstromingsmeter (alleen AMATRON + ) (21) naar de sectieventielen (20) getransporteerd. De sectieventielen (20) nemen de verdeling naar de verschillende spuitleidingen (17) over. De terugstroommeter (18) (alleen AMATRON + ) bepaalt de in de spuitvloeistoftank (1) terug geleide hoeveelheid spuitvloeistof bij geringe uitvoerhoeveelheden. In ingeschakelde toestand zorgt het roerwerk (4) voor een homogene spuitvloeistof in de spuitvloeistoftank (1). Het roervermogen van het roerwerk is aan de instelkraan (C) instelbaar. UX BAG
54 Opbouw en werking De bediening van de veldspuit vanaf de tractor gebeurt via de bedieningsterminal AMATRON + (23) of de bedieningsterminal AMASPRAY +. Voor het aanmaken van de spuitvloeistof de voor een spuitvloeistoftankvulling vereiste preparaathoeveelheid in de inspoeltank (11) gieten en in de spuitvloeistoftank (1) afzuigen. Het verse water uit de spoelwatertank (2) dient voor het reinigen van het spuitsysteem. 5.2 Bedieningsveld De instelling van de verschillende modi gebeurt centraal aan het bedieningspaneel via de verschillende bedieningselementen. Afb. 17 (1) Vulaansluiting van de VARIO-schakeling aan de zuigzijde voor de zuigslang (2) Vulaansluiting voor vers water (3) Zuigfilter (4) Vulaansluiting (optie) (5) Zelfreinigende drukfilter (6) Aansluiting voor snel legen (7) Aftapslang drukfilter (8) Aftapopening (9) Vulpeilindicatie voor vers water (A) VARIO-schakeling zuigzijde (B) VARIO-schakeling drukzijde (C) Instelkraan voor roerwerk/drukfilter uitblazen (D) Omschakelkraan vullen/snel legen (E) Omschakelkraan inspoeltank Ringleiding/recipiëntspoeling (F) Omschakelkraan zuigen/inspoelen 54 UX BAG
55 Opbouw en werking A VARIO-schakeling aan de zuigzijde ο Extern aanzuigen ο Zuigen uit de spoelwatertank ο Zuigen uit de spuittank ο Technische resthoeveelheid uit de spuitvloeistoftank aftappen ο Technische resthoeveelheid uit zuigarmatuur en zuigfilter aftappen Afb. 18 B VARIO-schakeling aan de drukzijde ο Spuiten ο Vullen / snel legen (optie, D) ο Tankbinnenreiniging met spoelwater (H 2 O) ο Buitenreiniging met spoelwater (H 2 O) Afb. 19 UX BAG
56 Opbouw en werking C Instelkraan voor roerwerk / drukfilter aftappen ο Roerwerk ο 0 Nulstand ο Technische resthoeveelheid uit drukfilter aftappen Afb. 20 D Omschakelkraan vullen / snel legen (optie) ο Vullen ο 0 Nulstand ο Snel legen Afb. 21 E Omschakelkraan inspoeltank ringleiding / recipiëntspoeling ο Ringleiding ο 0 Nulstand ο Recipiëntspoeling Afb. 22 F Omschakelkraan zuigen / inspoelen ο Bijkomend via injector extern aanzuigen (+ 40 l/min). ο 0 Nulstand ο Inspoeltank afzuigen Afb UX BAG
57 Opbouw en werking 5.3 Cardanas De cardanas zorgt voor de krachtoverdracht tussen tractor en machine. WAARSCHUWING Beknellingsgevaar door het per ongeluk starten en het per ongeluk in beweging komen van tractor en machine! Cardanas alleen aan de tractor aan- of afkoppelen als tractor en machine tegen het per ongeluk starten en per ongeluk in beweging komen beveiligd zijn. WAARSCHUWING Gevaren door grijpen en opwikkelen door onbeveiligde cardanas of beschadigde veiligheidsvoorzieningen! Gebruik de cardanas nooit zonder veiligheidsvoorziening of met beschadigde veiligheidsvoorziening of zonder correct gebruik van de borgketting. Controleer voor elk gebruik of alle veiligheidsvoorzieningen van de cardanas gemonteerd zijn en goed functioneren. Hang de borgkettingen (valt weg bij cardanas met volledige bescherming) zo in dat een voldoende groot zwenkbereik in alle bedrijfsstanden gegarandeerd is. Borgkettingen mogen niet door bouwdelen van de tractor of de machine gegrepen worden. Laat onmiddellijk beschadigde of ontbrekende delen van de cardanas door originele delen van de fabrikant van de cardanas vervangen. Houd er rekening mee dat alleen een vakwerkplaats een cardanas mag repareren. WAARSCHUWING Gevaren door het grijpen en opwikkelen door onbeveiligde delen van de cardanas in de zone van de krachtoverdracht tussen tractor en aangedreven machine! Deze gevaren veroorzaken zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop. Werk alleen met volledig beveiligde aandrijving tussen tractor en aangedreven machine. De onbeveiligde delen van de cardanas moeten altijd door een beschermplaat aan de tractor en een beschermtrechter aan de machine beveiligd zijn. Controleer of de beschermplaat aan de tractor of aan de beschermtrechter aan de machine en de veiligheids- en beschermingsvoorzieningen de gestrekte cardanas minstens 50 mm overlappen. Als dit niet het geval is, mag u de machine niet via de cardanas aandrijven. UX BAG
58 Opbouw en werking Gebruik alleen de bijgeleverde cardanas of het bijgeleverde cardanastype. U dient de gebruiksaanwijzing van de cardanas te lezen en in acht te nemen. Het deskundige gebruik en onderhoud van de cardanas beschermt u tegen zware ongevallen. Neem voor het aankoppelen van de cardanas de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de cardanas in acht. Zorg voor voldoende vrije ruimte in het zwenkbereik van de cardanas. Ontbrekende vrije ruimte leidt tot schade aan de cardanas. Neem het toegestane aandrijftoerental van de machine in acht. Heeft de cardanas een overbelastings- of vrijloopkoppeling, dan moet u de overbelastings- of vrijloopkoppeling altijd aan de machinezijde monteren. Neem de juiste inbouwpositie van de cardanas in acht. Het tractorsymbool op de beschermbuis van de cardanas markeert de aansluiting van de cardanas aan de tractorzijde. Neem voor het inschakelen van de aftakas de veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van de aftakas in het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften voor de bediener", pagina 31 in acht Cardanas aankoppelen 1. Reinig en smeer de aftakas aan de tractor en de ingangsas van het drijfwerk van de machine. 2. Koppel de tractor aan de machine. 3. Beveilig de tractor tegen onbedoeld starten en wegrollen. 4. Controleer of de aftakas uitgeschakeld is. 5. Koppel de cardanas aan de aftakas van de tractor. Neem bij het koppelen van de cardanas de aanwijzingen van de fabrikant van de cardanas en het toegestane aandrijftoerental van de machine in acht. Het tractorsymbool op de beschermbuis van de cardanas markeert de aansluiting van de cardanas aan de tractorzijde. 6. Beveilig de cardanasbeveiliging met de borgketting(en) tegen het meedraaien. 6.1 Bevestig de borgketting(en) indien mogelijk in een rechte hoek op de cardanas. 6.2 Bevestig de borgketting(en) zodanig dat een voldoende groot zwenkbereik van de cardanas in alle bedrijfstoestanden gegarandeerd is. Borgkettingen mogen niet door bouwdelen van de tractor of de machine gegrepen worden. 58 UX BAG
59 Opbouw en werking Cardanas afkoppelen VOORZICHTIG Gevaar door verbrandingen aan hete bouwdelen van de cardanas! Dit gevaar veroorzaakt lichte tot zware verwondingen aan de handen. Raak geen sterk opgewarmde bouwdelen van de cardanas aan (vooral geen koppelingen). Leg de afgekoppelde cardanas in de daarvoor bestemde houder! Zo beschermt u de cardanas tegen schade en vervuiling. Gebruik de borgketting van de cardanas nooit om de afgekoppelde cardanas op te hangen. Reinig en smeer de cardanas voor een langere stilstand. 1. Schakel de aftakas uit. 2. Zet de machine op de grond neer. 3. Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. 4. Trek de cardanas (Afb. 24/1) van de aftakas van de tractor. 5. Leg de cardanas in de daarvoor bestemde houder (Afb. 24/2) neer. Afb. 24 UX BAG
60 Opbouw en werking 5.4 Hydraulische aansluitingen WAARSCHUWING Infectiegevaar door hydraulische olie die onder hoge druk naar buiten stroomt! Bij het aansluiten en loskoppelen van de hydraulische slangen moet het hydraulische systeem van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn! Raadpleeg bij letsel door hydraulische olie direct een arts. Alle hydraulische slangleidingen zijn van gekleurde markeringen voorzien om de betreffende hydraulische functie van de drukleiding van een tractorregeleenheid toe te wijzen! Tractorregeleenheid Functie Slangmarkering 1 dubbel werkend Steunvoet optillen 3 x blauw neerlaten 4 x blauw Tractorregeleenheid bij Profi-klapsysteem 2 enkelvoudig werken met voorrangsbesturing Functie Olieomloop Slangmarkering 1 x rood 3 enkelvoudig werkend Pompaandrijving (optie) 3 x rood drukloze terugloop Olieomloop Pompaandrijving 2 x rood In- en uitklappen via tractorregeleenheden Functie 2 dubbel werkend Spuitboomklapsysteem Uitklappen Inklappen Slangmarkering 1 x groen 2 x groen 3 enkelvoudig werkend Hoogteverstelling 1 x geel 4 dubbel werkend Stuurdissel 5 dubbel werkend Hellingsverstelling Hydraulische cilinder uitschuiven (machine naar links) Hydraulische cilinder inschuiven (machine naar rechts) 1 x blauw 2 x blauw Stangen links optillen 1 x natuurkleurig Stangen rechts optillen 2 x natuurkleurig 60 UX BAG
61 Opbouw en werking Hydraulische slangleidingen aansluiten WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door functiestoringen als gevolg van verkeerd aangesloten hydraulische slangen! Let bij het aansluiten van de hydraulische slangen op de kleurmarkeringen op de hydraulische stekkers. Controleer of de hydraulische oliën onderling compatibel zijn voordat u de machine aansluit op het hydraulische systeem van de tractor. Meng geen minerale olie met biologische olie! Neem de maximaal toegestane oliedruk van 200 bar in acht. Sluit uitsluitend schone hydraulische stekkers aan. Steek de hydraulische stekker(s) zo ver in de hydraulische moffen tot de stekker(s) duidelijk vastklik(t)ken. Controleer of de hydraulische slangen correct zijn aangesloten en goed afdichten. 1. Zet de bedieningshendel op de regeleenheid in de tractor in de zweefstand (neutraalstand). 2. Reinig de hydraulische stekkers van de hydraulische slangen voordat u de hydraulische slangen op de tractor aansluit. 3. Sluit de hydraulische slangen aan op de regeleenheden van de tractor Hydraulische slangleidingen loskoppelen 1. Zet de bedieningshendel op de regeleenheid in de tractor in de neutraalstand. 2. Verwijder de hydraulische stekkers uit de hydraulische moffen. 3. Bescherm de hydraulische stekkers en hydraulische aansluitingen met de beschermkappen tegen verontreiniging. 4. Leg de hydraulische slangleidingen in de slanghouder (Afb. 25/1). Afb. 25 UX BAG
62 Opbouw en werking 5.5 Bedrijfsremsysteem Het naleven van de onderhoudsintervallen is absoluut vereist voor het perfect functioneren van het gescheiden bedrijfsremsysteem. Afb. 26/ Remkrachtregelaar met handhendel voor het manueel instellen van de remkracht. De instelling van de remkracht gebeurt in 4 standen afhankelijk van de beladingstoestand van de getrokken veldspuit. spuit gevuld = vollast spuit gedeeltelijk gevuld = ¾, ½, ¼ ο spuit leeg = leeg (2) Losventiel met bedieningsknop (3) (3) Bedieningsknop tot aan de aanslag indrukken en het bedrijfsremsysteem lost, b.v. voor het rangeren van de afgekoppelde getrokken veldspuit. tot aan de aanslag uittrekken en de veldspuit wordt opnieuw met de van het luchtvat komende voorraaddruk geremd. Afb. 27/... (1) Luchtvat (2) Ontwateringsventiel voor condenswater (3) Controleaansluiting Afb. 26 Gescheiden drukluchtremsysteem Afb. 28/... (1) Koppelingskop van de remleiding (geel) (2) Koppelingskop van de voorraadleiding (rood) Afb. 27 Afb UX BAG
63 Opbouw en werking Enkel drukluchtremsysteem Afb. 29/... (1) Koppelingskop (zwart) Afb. 29 Automatische lastafhankelijke remkrachtregelaar instelling WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door niet naar behoren functionerend remsysteem! U mag de instelmaat (L) aan de automatische lastafhankelijke remkrachtregelaar niet veranderen. De instelmaat (L) moet met de opgegeven waarde op het Haldex-ALB-plaatje overeenkomen. UX BAG
64 Opbouw en werking Aankoppelen van het remsysteem WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door niet naar behoren functionerend remsysteem! Zorg er bij het aankoppelen van de rem- en voorraadleiding voor dat ο de afdichtingsringen van de koppelingskoppen schoon zijn. ο de afdichtingsringen van de koppelingskoppen goed afdichten. Vervang beschadigde afdichtingsringen onmiddellijk. Ontwater het luchtvat voor de eerste dagelijkse rit. U mag met een aangekoppelde machine pas vertrekken als de manometer op de tractor 5,0 bar aangeeft! WAARSCHUWING Gevaar door beknellen, snijden, vastgrijpen, intrekken en stoten door een per ongeluk wegrollende machine bij een geloste bedrijfsrem! Gescheiden drukluchtremsysteem: Koppel altijd eerst de koppelingskop van de remleiding (geel) en dan de koppelingskop van de voorraadleiding (rood). De bedrijfsrem van de machine komt onmiddellijk uit de remstand los als de rode koppelingskop gekoppeld is. 1. Open het deksel van de koppelingskop aan de tractor. 2. Drukluchtremsysteem: Gescheiden drukluchtremsysteem: 2.1 Bevestig de koppelingskop van de remleiding (geel) volgens de voorschriften in de geel gemarkeerde koppeling aan de tractor. 2.3 Bevestig de koppelingskop van de voorraadleiding (rood) volgens de voorschriften in de geel gemarkeerde koppeling aan de tractor. Bij het aankoppelen van de voorraadleiding (rood) drukt de van de tractor komende voorraadruk de bedieningsknop voor het losventiel aan het aanhangerremventiel automatisch uit Enkel drukluchtremsysteem: 2.1 Bevestig de koppelingskop (zwart) volgens de voorschriften aan de tractor. 3. Los de handrem en/of verwijder de stopwiggen. 64 UX BAG
65 Opbouw en werking Afkoppelen van het remsysteem WAARSCHUWING Gevaar door beknellen, snijden, vastgrijpen, intrekken en stoten door een per ongeluk wegrollende machine bij een geloste bedrijfsrem! Gescheiden drukluchtremsysteem: Ontkoppel altijd eerst de koppelingskop van de voorraadleiding (rood) en dan de koppelingskop van de remleiding (geel). De bedrijfsrem van de machine gaat pas in remstand als de rode koppelingskop gelost is. Neem deze volgorde absoluut in acht omdat het bedrijfsremsysteem anders lost en de ongeremde machine in beweging gezet kan worden. Bij het afkoppelen of afbreken van de machine ontlucht de voorraadleiding naar het aanhangerremventiel. Het aanhangerremventiel schakelt automatisch om en bedient afhankelijk van de automatische lastafhankelijke remkrachtregeling het bedrijfsremsysteem. 1. Beveilig de machine tegen het per ongeluk wegrollen. Gebruik hiervoor de parkeerrem en/of stopwiggen. 2. Drukluchtremsysteem Gescheiden drukluchtremsysteem: 2.1 Los de koppelingskop van de voorraadleiding (rood). 2.2 Los de koppelingskop van de remleiding (geel). Enkel drukluchtremsysteem: 2.1 Los de koppelingskop (zwart). 3. Sluit de deksels van de koppelingskoppen aan de tractor. UX BAG
66 Opbouw en werking Handrem De aangetrokken handrem beveiligt de afgekoppelde machine tegen het per ongeluk wegrollen. De handrem wordt bediend bij het verdraaien van de kruk via spil en kabel. Kruk; vergrendeld in rustpositie (Afb. 30). Kruk in bedieningspositie (Afb. 31). Afb. 30 Afb. 31 Handrem lossen: Afb. 31/A Handrem aantrekken: Afb. 31/B (de aantrekkracht van de handrem bedraagt ca. 40 kg handkracht). Corrigeer de instelling van de handrem als de spanafstand van de spil niet meer voldoende is. Zorg ervoor dat de kabel niet op andere voertuigdelen ligt of ertegen schuurt. Bij een geloste handrem moet de kabel lichtjes doorhangen. 66 UX BAG
67 Opbouw en werking 5.6 Hydraulisch bedrijfsremsysteem Voor het aansturen van het hydraulische bedrijfdsremsysteem heeft de tractor een hydraulische reminrichting nodig Aankoppelen van het hydraulische bedrijfsremsysteem Sluit uitsluitend schone hydraulische koppelingen aan. 1. Verwijder de beschermkappen. 2. Reinig eventueel de hydraulische stekkers en de hydraulische contactdoos. 3. Koppel de hydraulische contactdoos aan machinezijde aan de hydraulische stekker aan tractorzijde. 4. Draai de hydraulische schroefverbinding handvast aan (indien voorhanden) Afkoppelen van het hydraulische bedrijfsremsysteem 1. Los de hydraulische schroefverbinding (indien voorhanden). 2. Bescherm de hydraulische stekkers en hydraulische aansluitingen met de beschermkappen tegen verontreiniging. 3. Leg de hydraulische slangleidingen in de slanghouder Handrem Handrem (Afb. 32/1) ο Gelost (Afb. 32/A) ο Aangetrokken (Afb. 32/B) Trekkabel (Afb. 32/2) Bij het aankoppelen van de machine: Trekkabel van de handrem aan een vast punt aan de tractor bevestigen! Afb. 32 UX BAG
68 Opbouw en werking 5.7 AMATRON + Via de bedieningsterminal AMATRON + (Afb. 33) gebeurt: de invoer van de machinespecifieke gegevens. de invoer van de orderspecifieke gegevens. de aansturing van de veldspuit voor het veranderen van de dosering bij het spuiten. de bediening van alle functies aan de spuitboom. de bediening van speciale functies. de bewaking van de veldspuit tijdens het spuiten. De AMATRON + stuurt een machinecomputer aan. Hierbij krijgt de machinecomputer alle nodige informatie en zorgt hij voor de regeling van de dosering [l/ha] afhankelijk van de ingevoerde dosering (gewenste hoeveelheid) en de actuele rijsnelheid [km/h]. Afb. 33 De AMATRON + registreert: de huidige rijsnelheid [km/h]. de actuele dosering in [l/ha] resp. [l/min]. de resterende afstand tot de spuitvloeistoftank leeggespoten is in [m]. de werkelijke spuitvloeistoftankinhoud in [l]. de spuitdruk. het aftakastoerental (alleen met signaalcontactdoos en NE 629). De AMATRON + slaat de volgende waarden voor een gestarte opdracht op: de afgegeven hoeveelheid spuitvloeistof per dag en in totaal in [l]. hoeveel grond er per dag en in totaal is bewerkt [ha]. de spuittijd per dag in totaal in [h]. de gemiddelde arbeidsprestatie in [ha/h]. De AMATRON + bestaat uit het hoofdmenu en 4 submenu's voor opdracht, machinegegevens, setup en werk Zie ook gebruiksaanwijzing AMATRON +! 68 UX BAG
69 Opbouw en werking 5.8 AMASPRAY + De AMASPRAY + is aan de veldspuit als volautomatisch regelapparaat inzetbaar. Het toestel voert een oppervlakteafhankelijke regeling van de spreidingshoeveelheid, afhankelijk van de actuele snelheid en de werkbreedte, uit. Het bepalen van de actuele spreidingshoeveelheid, snelheid, bewerkt oppervlak, totaal oppervlak, uitgebrachte hoeveelheid alsook totale hoeveelheid, werktijd en het afgelegde traject wordt permanent uitgevoerd. Zie ook gebruiksaanwijzing AMASPRAY +! Afb. 34 UX BAG
70 Opbouw en werking 5.9 Dissels Controleer na het koppelen de veilige verbinding bij automatische aanhangkoppelingen. Beveilig bij niet-automatische aanhangkoppelingen de koppelingsbout na het insteken vormsluitend. Trekhaakdissel De trekhaakdissel (Afb. 35) wordt in de tractoraanhangkoppeling bevestigd. Hitch-dissel De Hitch-dissel (Afb. 36) wordt in de tractor- Hitchhaak bevestigd. Afb. 35 Afb UX BAG
71 Opbouw en werking 5.10 Naloopbesturing via tractorregeleenheid Bij het werken op steile hellingen (spuit glijdt weg) kan via de tractorregeleenheid 4 (slangmarkering blauw) vanop de tractorstoel een manuele bijstelling van de stuurdissel voor de spoorgetrouwe naloop uitgevoerd worden. Bij een manuele bijstelling reduceert de hydraulische besturing schade aan het gewas, vooral bij rijculturen (b.v. bij aardappelen of groente) bij het rijden of manoeuvreren in en uit de rijden. Draaicirkeldiameter d wk > 18 m Trail Tron-naloopbesturing De Trail Tron-naloopbesturing voor de automatische, praktisch spoorgetrouwe naloop registreert de hoekpositie (Afb. 37/1) van de dissel (Afb. 37/2) t.o.v. de rijrichting van de tractor. Bij afwijking van de disselpositie t.o.v. de middelste stand van de tractor (dissel in lijn met de tractor) stuurt de Trail Tron zolang de naloopstuuras de naloopstuurdissel tot de middelste stand opnieuw bereikt is. Bij het werken op steile hellingen (spuit glijdt weg) kan via de AMATRON + vanop de tractorstoel een manuele bijstelling van de stuurdissel/stuuras voor de spoorgetrouwde naloop uitgevoerd worden. Bij een manuele bijstelling reduceert de hydraulische besturing schade aan het gewas, vooral bij rijculturen (b.v. bij aardappelen of groente) bij het rijden of manoeuvreren in en uit de rijden. Draaicirkeldiameter d wk > 18 m. Afb. 37 GEVAAR Verboden zijn transportritten met ingeschakelde Trail-Tron. UX BAG
72 Opbouw en werking Veiligheidsfuncties voor het vermijden van het omkantelen van de machine bij ingeschakelde Trail Tron! Veiligheidsfuncties! Wordt de spuitboom tot meer dan 1,5 m hoogte opgetild: Trail Tron wordt uitgeschakeld (zodra de dissel zich in de middelste stand bevindt). Wordt de spuitboom in transportstand ingeklapt: Trail Tron wordt uitgeschakeld (zodra de dissel zich in de middelste stand bevindt). Wordt een rijsnelheid van meer dan 20 km/h bereikt: Trail Tron-as/-dissel loopt automatisch in middelste stand en blijft in de modus "rijden op de weg". Transport 1. Stuurdissel/stuuras in middelste stand brengen (stuurdissel/wielen liggen in lijn met machine). Hiervoor aan de AMATRON + : GEVAAR Voor transportritten de stuurdissel/stuuras in transportstand brengen! Anders bestaat er gevaar voor ongevallen door het kantelen van de machine! 1.1 Trail-Tron in handmatig bedrijf nemen. 1.2, Stuurdissel/stuuras manueel uitrichten. Trail-Tron stopt automatisch als de middelste stand bereikt is. 2. AMATRON + uitschakelen. 3. Tractorregeleenheid 1 (slangmarkering 1 x rood) uitschakelen. 4. Stuurdissel (Afb. 38/1) door het sluiten van de kogelkraan (Afb. 38/3) in positie B beveiligen. Afb. 38 Voorwaarde voor het perfect functioneren van de hydraulisch bediende naloop-stuuras/-dissel is een correct uitgevoerde Trail-Tronkalibratie Voer een Trail-Tron-kalibratie uit bij de eerste ingebruikneming. bij afwijkingen van de op het display weergegeven aansturing van de naloopstuuras en de werkelijke aansturing van de naloopstuuras. Zie ook gebruiksaanwijzing AMATRON UX BAG
73 Opbouw en werking Naloopstuuras Afb. 39/... (1) Naloopstuuras (2) Stuurcilinder Voor machines met een spoorbreedte die niet 1800 mm bedraagt bandenmaat groter dan 500 mm Aanslagbouten (Afb. 40/1) in remtrommel zo instellen dat wielen en machine bij max. stuurinslag niet botsen. Afb. 39 Afb. 40 Naloopstuurdissel Afb. 41/... (1) Stuurdissel (2) Stuurcilinder (3) Kogelkraan Afb. 41 GEVAAR Kantelgevaar voor de machine bij ingeslagen stuurdissel; vooral op sterk oneffen terrein of op hellingen! Bij beladen of gedeeltelijk beladen machine met naloopstuurdissel bestaat er kantelgevaar bij draaimanoeuvres aan de wendakker met hoge rijsnelheid als gevolg van de verplaatsing van het zwaartepunt bij een ingeslagen stuurdissel. Het kantelgevaar is bijzonder groot bij het afrijden van hellingen. Pas uw rijgedrag aan en verlaag de rijsnelheid bij draaimanoeuvres aan de wendakker, zodat u tractor en veldspuit goed onder controle hebt. UX BAG
74 Opbouw en werking 5.12 Hydraulische steunvoet De hydraulisch bediende steunvoet (Afb. 42/1) steunt de afgekoppelde veldspuit. De bediening gebeurt via een dubbel werkende regeleenheid. Tractorregeleenheid 1: Steunvoet optillen: slangmarkering 3 x blauw. Steunvoet neerlaten: slangmarkering 4 x blauw. GEVAAR Bij het neerzetten van de machine op de hydraulische steunvoet mag die slechts 30 uit het verticale vlak versteld worden. Afb. 42 Bij de steunvoetbediening aan de tractor de koppeling intrappen en hierdoor de bout van trekhaak / Hitch ontlasten. De rode markering (Afb. 43/1) van de steunvoetcontroleindicatie is zichtbaar als de machine op de hydraulische steunvoet neergezet is Afb Mechanische steunvoet Steunvoet opgetild tijdens het gebruik of het transport (Afb. 44). Steunvoet neergelaten (Afb. 45) bij afgekoppelde machine. Voor de bediening van de steunvoet: 1. Lunspen (Afb. 44/2) lossen. 2. Bout (Afb. 44/3) uittrekken. 3. Steunvoet met greep (Afb. 44/4) optillen/neerlaten. 4. Steunvoet met bout bevestigen en met lunspen borgen. 5. Met de handkruk (Afb. 44/5) de steunvoet verder neerlaten/optillen. Afb. 44 Afb UX BAG
75 Opbouw en werking 5.14 Werkplatform Werkplatform met naar onderen zwenkbare klimladder voor het bereiken van de vulopening. GEVAAR Ga nooit in de spuitvloeistoftank staan. ο Verwondingsgevaar door giftige dampen! Principieel verboden is het meerijden op de veldspuit! ο Valgevaar bij het meerijden! Zorg er absoluut voor dat de klimladder zich in transportpositie in de vanghaken bevindt. Afb. 46/ Omhooggeklapte, in transportpositie beveiligde klimladder (1). 2. Veiligheidselementen grijpen in de vanghaken (3) en borgen de klimladder in transportpositie tegen het per ongeluk naar beneden klappen. 3. Vanghaken voor de opname van de veiligheidselementen (2). Afb. 46 UX BAG
76 Opbouw en werking 5.15 Roerwerk Het ingeschakelde roerwerk mengt de spuitvloeistof in de spuitvloeistoftank en zorgt zo voor een homogene spuitvloeistof. Ingesteld wordt het roervermogen aan de instelkraan (Afb. 47/C). Positie Afb. 47/1: Roerwerk afgezet. Positie Afb. 47/2: Roerwerk in maximaal roervermogen. De roerintensiteit is naast de ingestelde roerstand ook van de spuitdruk afhankelijk. Bij lage spuitdruk (tot 3 bar) een hoge roerwerkstand kiezen. Bij hoge spuitdruk (meer dan 3 bar) een lage roerwerkstand kiezen. Het roervermogen moet eveneens aan het te mengen product aangepast worden. Afb Pompuitrusting Leverbaar is de pomp met een opbrengst van 280 l/min. Alle bouwdelen die in direct contact met gewasbeschermingsmiddelen staan, zijn van spuitgietaluminium met kunststof coating resp. van kunststof gemaakt. Volgens de huidige stand van kennis zijn deze pompen geschikt voor het spreiden van de algemeen in de handel verkrijgbare gewasbeschermingsmiddelen en vloeibare kunstmest. Overschrijdt nooit het maximaal toegestane pompaandrijftoerental van 540 1/min! Afb. 48 Technische gegevens pompuitrusting Type UX Special Pompuitrusting AR 280 Opbrengst bij nominaal toerental [l/min] bij 0 bar 280 bij 10 bar 265 Benodigd vermogen [kw] 5,1 Type Pulsatiedemping 6-cilinder zuigermembraanpomp Drukvat de aandrijving van de pompen gebeurt door de cardanas aandrijftoerental 540 t/min direct door een hydraulische motor aandrijftoerental 540 t/min 76 UX BAG
77 Opbouw en werking 5.17 Filteruitrusting Gebruik alle voorhanden filters van de filteruitrusting. Reinig de filters regelmatig (zie hiervoor hoofdstuk "Reiniging", pagina 188). Een storingvrije werking van de veldspuit wordt alleen door een perfecte filtrering van de spuitvloeistof bereikt. Een perfecte filtrering beïnvloedt in aanzienlijke mate het behandelingssucces van de gewasbeschermingsmaatregel. Neem de toegestane combinaties van de filters resp. de maaswijdtes in acht. De maaswijdtes van de zelfreinigende drukfilter en de spuitdopfilters moeten altijd kleiner zijn dan de spuitdopopening van de gebruikte spuitdoppen. Houd er rekening mee dat het gebruik van de drukfilterelementen met 80 resp. 100 gaatjes/inch bij sommige gewasbeschermingsmiddelen voor het uitfilteren van stoffen kan zorgen. Vraag om informatie bij de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel Vulzeef De vulzeef (Afb. 49/1) verhindert het vervuilen van de spuitvloeistof bij het vullen van de spuitvloeistoftank via de vulopening. Maaswijdte: 1,00 mm Afb Zuigfilter De zuigfilter (Afb. 50/1) filtert de spuitvloeistof in de spuitmodus. het water bij het vullen van de spuitvloeistoftank via de zuigslang. Maaswijdte: 0,60 mm Afb. 50 UX BAG
78 Opbouw en werking Zelfreinigende drukfilter De zelfreinigende drukfilter (Afb. 51/1) verhindert het verstoppen van de spuitdopfilter voor de spuitdoppen. heeft een groter aantal gaatjes/inch dan de zuigfilter. Is een extra roerwerk ingeschakeld, dan wordt het binnenvlak van het drukfilterelement permanent uitgespoeld en niet opgeloste spuitvloeistof- en vuildeeltjes worden naar de spuitvloeistoftank teruggeleid. Afb. 51 Overzicht drukfilterelementen Drukfilterelement met 50 gaatjes/inch (standaard), vanaf spuitdopgrootte '03' en groter Filteroppervlak: 216 mm² Maaswijdte: 0,35 mm Best.-nr.: ZF 150 Drukfilterelement met 80 gaatjes/inch, voor spuitdopgrootte '02' Filteroppervlak: 216 mm² Maaswijdte: 0,20 mm Best.-nr.: ZF 151 Drukfilterelement met 100 gaatjes/inch, voor spuitdopgrootte '015' en kleiner Filteroppervlak: 216 mm² Maaswijdte: 0,15 mm Best.-nr.: ZF UX BAG
79 Opbouw en werking Spuitdopfilters De spuitdopfilters (Afb. 52/1) verhinderen het verstoppen van de spuitdoppen. Afb. 52 Overzicht spuitdopfilters Spuitdopfilter met 24 gaatjes/inch, vanaf spuitdopgrootte '06' en groter Filteroppervlak: 5,00 mm² Maaswijdte: 0,50 mm Best.-nr.: ZF 091 Spuitdopfilter met 50 gaatjes/inch (standaard), vanaf spuitdopgrootte '02' tot '05' Filteroppervlak: 5,07 mm² Maaswijdte: 0,35 mm Best.-nr.: ZF 091 Spuitdopfilter met 100 gaatjes/inch Filteroppervlak: 5,07 mm² Maaswijdte: 0,15 mm voor spuitdopgrootte '015' en kleiner Best.-nr.: ZF Bodemzeef in de inspoeltank De bodemzeef (Afb. 53/1) in de inspoeltank verhindert het aanzuigen van klompen en vreemde partikels. Afb. 53 UX BAG
80 Opbouw en werking 5.18 Spoelwatertanks In de met elkaar verbonden spoelwatertanks (Afb. 54/1, alleen UX 4200 en Afb. 55/1) wordt helder water mee gevoerd. Dit water dient voor het verdunnen van de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank als u klaar bent met spuiten. reinigen (spoelen) van de volledige veldspuit op het veld. reinigen van de zuigarmatuur alsook van de spuitleidingen bij een gevulde tank. Afb. 54/Afb. 55 (2) Schroefdeksel voor vulopening. (3) Vulpeilindicatie aan de spoelwatertank. Afb. 54 Doe enkel helder water in de spoelwatertank. Voor het vullen van de spoelwatertank beide deksels afschroeven omdat anders door het ongelijkmatig vullen een tank beschadigd zou kunnen worden! Vulaansluiting (Afb. 56/1) voor spoelwatertank. 1. Vulslang aansluiten. 2. Spoelwatertank vullen (vulpeilindicatie in het oog houden). 3. Sluitdop op de vulaansluiting monteren. Afb. 55 Sluitdop op de vulaansluiting monteren, omdat anders bij het zuigen van spoelwater via de vulaansluiting lucht aangezogen wordt! Afb UX BAG
81 Opbouw en werking 5.19 Inspoeltank met recipiëntspoeling Afb. 57/... (1) Zwenkbare inspoeltank voor het ingieten, oplossen en inzuigen van gewasbeschermingsmiddelen en ureum. (2) Klapdeksel (3) Handgreep voor het wegdraaien van de inspoeltank. (4) Parallellogramarm voor het wegdraaien van de inspoeltank van transport- in vulpositie. (5) Omschakelkraan ringleiding/recipiëntspoeling. (6) Transportbeveiliging. Transportbeveiliging (Afb. 57/6) voor het beveiligen van de omhooggeklapte inspoeltank in transportpositie tegen het per ongeluk naar onderen draaien van de inspoeltank. Afb. 57 Afb. 58/... (1) Omschakelkraan inspoeltank afzuigen / bijkomend via injector extern aanzuigen (+ 40 l/min). Afb. 59/... Voor het wegdraaien van de inspoeltank in vulpositie: Afb Met de linkerhand de handgreep (Afb. 59/1) vastnemen. 2. Met de rechterhand de transportbeveiliging opzij drukken. 3. De inspoeltank naar onderen zwenken. Afb. 59 UX BAG
82 Opbouw en werking Afb. 60/... (1) Roterende recipiëntspoelsproeier voor het uitspoelen van recipiënten. (2) Drukplaat (3) Ringleiding voor het oplossen en inspoelen van gewasbeschermingsmiddel en ureum. Water lekt uit de recipiëntspoelsproeier (Afb. 60/1) als de drukplaat (Afb. 60/2) naar onderen gedrukt wordt. het gesloten klapdeksel (Afb. 57/2) de recipiëntspoelsproeier naar onderen drukt. Afb. 60 Waarschuwing! Sluit het klapdeksel (Afb. 57/2) voor u de inspoeltank uitspoelt Handwastank Handwastank (Afb. 61/1) voor helder water voor het wassen van de handen met slang (Afb. 61/3) en aftapkraan (Afb. 61/2). Doe enkel helder water in de handwastank. Waarschuwing! Gebruik het water van de handwastank nooit als drinkwater! De materialen van de handwastank zijn niet geschikt voor levensmiddelen. Afb UX BAG
83 Opbouw en werking 5.21 Vulpeilindicatie aan de machine Het vulpeil aan de machine wordt elektronisch (Afb. 62/1)(optie) mechanisch (Afb. 62/2) weergegeven. Afb. 62 UX BAG
84 Opbouw en werking 5.22 Spuitboom De reglementaire toestand van de spuitboom alsook zijn ophanging beïnvloeden de verdeelnauwkeurigheid van de spuitvloeistof aanzienlijk. Een volledige overlapping wordt bereikt bij een juist ingestelde spuithoogte van de spuitboom op het gewas. De spuitdoppen zijn op een afstand van 50 cm aan de spuitboom aangebracht. GEVAAR Houd bij het uit- en inklappen van de spuitboom altijd voldoende afstand tot de bovengrondse leidingen! Contact met de bovengrondse leidingen kan dodelijke verwondingen veroorzaken Stel de spuithoogte (afstand tussen spuitdop en gewas) volgens de spuittabel in. Richt de spuitboom altijd parallel met de bodem, alleen dan wordt de voorgeschreven spuithoogte aan elke spuitdop bereikt. Voer alle instelwerkzaamheden aan de spuitboom consciëntieus uit. VOORZICHTIG Bij het uit- en inklappen mogen er zich geen personen in het zwenkbereik van de spuitboom bevinden! Aan alle hydraulisch bediende klapdelen bevinden zich plaatsen waar u kunt aan blijven haperen of waar u bekneld kunt raken! Het is verboden om de spuitboom tijdens het rijden in en uit te klappen! De dubbel werkende regeleenheid 2 voor het spuitboomklapsysteem nooit in de stand voor de drukloze terugloop schakelen. In in- en uitgeklapte toestand van de spuitboom houden de hydraulische cilinders voor het spuitboomklapsysteem de betreffende eindposities (transport- en werkstand). Profi-klapsysteem: De bediening van de spuitboom gebeurt via de AMATRON +. In- en uitklappen via tractorregeleenheid: De bediening van de spuitboom gebeurt via tractorregeleenheden. 84 UX BAG
85 Opbouw en werking Profi-klapsysteem Het profi-klapsysteem omvat de volgende functies: Spuitboom in- en uitklappen, Hydraulische hoogteverstelling, Hydraulische hellingverstelling, Eénzijdig spuitboomklapsysteem, Eénzijdige, onafhankelijke in- en uitklapvoorziening van de spuitboomarm (alleen Profi-klapsysteem II). Zie gebruiksaanwijzing AMATRON +! De bediening van alle hydraulische functies gebeurt vanuit de tractorcabine. Opdat u de hydraulische functies zou kunnen uitvoeren, moet u bij het spuiten de enkelvoudig werkende regeleenheid op de tractor vastzetten. De verschillende symbolen in het werkmenu van de AMATRON + informeren over de gekozen functies. Alle bedieningssnelheden van de hydraulische functies zijn via de hydraulische smoorkleppen instelbaar. Zie hiervoor hoofdstuk Reinigen, service en onderhoud. Buitenarmbeveiliging De buitenarmbeveiligingen beschermen de spuitboom tegen beschadigingen als de buitenarmen vaste hindernissen raken. De betreffende kunststof klem (Afb. 63/1) maakt het uitwijken van de buitenarm rond de scharnieras (Afb. 63/2) in en tegen rijrichting mogelijk met automatisch terugbrengen naar de werkstand. Afb. 63 UX BAG
86 Opbouw en werking Trillingsdemping (Afb. 64/1) ontgrendelen: In- en uitklappen via tractorregeleenheid: houd de bedieningshendel van de tractorregeleenheid 2 bij het uitklappen van de spuitboom nog 5 seconden in de positie "Uitklappen" vast, nadat de spuitboom volledig uitgeklapt is. Profi-klapsysteem: ontgrendel de Een gelijkmatige dwarsverdeling wordt alleen bij een ontgrendelde trillingsdemping bereikt. De trillingsdemping (Afb. 64/1) is ontgrendeld als op het display van de AMATRON + het geopende slotsymbool verschijnt. trillingsdemping via het functieveld. In het menu "Werk" verschijnt het geopende slotsymbool. De trillingsdemping (Afb. 64/1) ontgrendelt en de uitgeklapte spuitboom kan tegenover de spuitboomdrager vrij pendelen. De veiligheidsvoorziening van de trillingsdemping is hier voor een beter overzicht verwijderd. Afb. 64 Trillingsdemping (Afb. 64/2) vergrendelen: VOORZICHTIG Vergrendel de trillingsdemping principieel in transportstand ο bij transportritten! ο bij het uit- en inklappen van de spuitboom! In- en uitklappen via tractorregeleenheid: de trillingsdemping vergrendelt automatisch voor het inklappen van de spuitboomarm. AMATRON + : de trillingsdemping (Afb. 64/2) is vergrendeld als op het display van de AMATRON + het gesloten slotsymbool verschijnt. Profi-klapsysteem: vergrendel de trillingsdemping via het functieveld. In het menu "Werk" verschijnt het gesloten slotsymbool. Is de trillingsdemping vergrendeld, dan kan de spuitboom niet vrij tegenover de spuitboomdrager pendelen. 86 UX BAG
87 Opbouw en werking Super-S-spuitboom Afb. 65 Afb. 65/... (1) Spuitboom met spuitleidingen (hier samengevouwen armpakketten). (2) Spuitdopbeschermbuis (3) Afstandhouder (4) Buitenarmbeveiliging, zie op pagina 85 (5) Trillingsdemping, zie op pagina 86 (6) Stangenarmatuur (7) Druksensor Afb. 66/... (1) Drukaansluiting voor spuitdrukmanometer (2) Doorstromingsmeter voor het bepalen van de dosering [l/ha] (3) Terugstromingsmeter voor het bepalen van de in de spuitvloeistoftank teruggeleide spuitvloeistof (4) Motorventielen voor het in- en uitschakelen van de secties (5) Bypassventiel (6) Ventiel en omschakelkraan voor "DCS"- systeem Afb. 66 UX BAG
88 Opbouw en werking Transportbeveiliging ont- en vergrendelen Vergrendel de samengevouwen spuitboom principieel met de transportbeveiliging in transportstand voor u transportritten uitvoert! Transportbeveiliging ontgrendelen 1. In- en uitklappen via tractorregeleenheid: open de blokkraan voor de hydraulische hoogteverstelling. 2. Til de spuitboom via de hoogteverstelling op tot de vanghaken (Afb. 67/1) de vangbeugels (Afb. 67/2) vrijgeven. De transportbeveiliging ontgrendelt de spuitboom uit de transportstand. Afb. 67 toont de ontgrendelde spuitboom. Afb. 67 Transportbeveiliging vergrendelen 1. In- en uitklappen via tractorregeleenheid: open de blokkraan voor de hydraulische hoogteverstelling. 2. Laat de spuitboom via de hoogteverstelling volledig neer tot de vanghaken (Afb. 68/1) de vangbeugels (Afb. 68/2) opnemen. De transportbeveiliging vergrendelt de spuitboom in de transportstand. Afb. 68 toont de vergrendelde spuitboom. Stel de spuitboom via de hellingverstelling af als de vanghaken (Afb. 68/1) de vangbeugels (Afb. 68/2) niet opnemen. Afb UX BAG
89 Opbouw en werking Super-S-spuitboom, in- en uitklappen met tractorregeleenheid Machines met Profi-klapsysteem/voorkeuzeklapsysteem: Zie gebruiksaanwijzing AMASPRAY + / AMATRON +! Uitklappen: Inklappen: 1. Blokkraan openen. 2. Spuitboom optillen (tractorregeleenheid 3) en daardoor uit de transportstand ontgrendelen. 3. De bedieningshendel van de dubbel werkende tractorregeleenheid 2 in de positie "Uitklappen" houden tot ο ο ο beide boompakketten naar onderen geklapt de verschillende segmenten volledig uitgevouwen zijn alsook de trillingsdemping ontgrendeld is. De betreffende hydraulische cilinders vergrendelen de spuitboom in werkstand. Het uitklappen gebeurt niet altijd symmetrisch. 4. Spuithoogte van de spuitboom via de hoogteverstelling instellen. 5. Blokkraan sluiten. Hierdoor wordt de hoogteverstelling vergrendeld en de ingestelde spuithoogte exact aangehouden. 1. Blokkraan openen. 2. De spuitboom via de hoogteverstelling (tractorregeleenheid 3) tot op gemiddelde hoogte optillen. 3. Hellingverstelling op "0" (indien voorhanden). 4. De bedieningshendel van de dubbel werkende tractorregeleenheid 2 zolang in de positie "Inklappen" houden tot de verschillende segmenten volledig samengevouwen en de beide boompakketten omhoog geklapt zijn. 5. Spuitboom neerlaten en zo in transportstand vergrendelen. 6. Blokkraan sluiten. VOORZICHTIG Alleen in vergrendelde transportstand rijden! De trillingsdemping vergrendelt automatisch voor het samenvouwen van de spuitboom Spuithoogte instellen 1. Open de blokkraan voor de hydraulische hoogteverstelling. 2. Bedien de tractorregeleenheid 3 voor de hydraulische hoogteverstelling tot de spuitboom in de gewenste spuithoogte opgetild of neergelaten is. UX BAG
90 Opbouw en werking Werken met gereduceerde werkbreedte Voor de werkbreedtereductie van de spuitboom is de speciale uitrusting reductie van de Super-Sspuitboom vereist. Per uitvouwcilinder moeten 2 kogelkranen (Afb. 69/1 resp. Afb. 69/1) bediend worden. Voor het uitvouwen van de boom de betreffende kogelkranen (Afb. 70/1) aan de buitenste scharnierpunten - b.v. voor het reduceren van 24 m op 18 m werkbreedte - of de kogelkranen Afb. 70/1) aan de binnenste boomsegmenten - voor het reduceren tot 12 m werkbreedte -, sluiten. Afb. 69 Afb UX BAG
91 Opbouw en werking Super-L-spuitboom Afb. 71 Afb. 71/... (1) Spuitboom met spuitleidingen (hier samengevouwen armpakketten). (2) Transportbeveiligingsbeugels De transportbeveiligingsbeugels dienen voor het vergrendelen van de ingeklapte spuitboom in transportstand tegen het per ongeluk uitklappen. (3) Parallellogramframe voor de hoogteverstelling van de spuitboom. (4) Spuitdopbeschermbuis (5) Afstandhouder. (6) Buitenboombeveiliging, zie op pagina 85 (7) Trillingsdemping, zie op pagina 86 (8) Ventiel en omschakelkraan voor "DCS"- systeem (9) Spuitboomarmatuur, zie Afb. 72. Afb. 72/... (1) Drukaansluiting voor spuitdrukmanometer (2) Doorstromingsmeter voor het bepalen van de dosering [l/ha] (3) Terugstromingsmeter voor het bepalen van de in de spuitvloeistoftank terug geleide spuitvloeistof (4) Motorventielen voor het in- en uitschakelen van de secties (5) Bypassventiel (6) Drukontlasting (7) Druksensor Afb. 72 UX BAG
92 Opbouw en werking Super-L-spuitboom, in- en uitklappen met tractorregeleenheid Machines met Profi-klapsysteem/voorkeuzeklapsysteem: Zie gebruiksaanwijzing AMASPRAY + / AMATRON +! Uitklappen 1. Blokkraan openen. 2. Spuitboom uit de vanghaken tillen (regeleenheid 3). 3. De bedieningshendel van de dubbel werkende tractorregeleenheid 2 in de positie "Uitklappen" houden tot ο beide boompakketten naar achteren geklapt zijn ο de verschillende segmenten volledig uitgevouwen zijn ο alsook de trillingsdemping ontgrendeld is. De betreffende hydraulische cilinders vergrendelen de spuitboom in werkstand. Het uitklappen gebeurt niet altijd symmetrisch. 4. Spuithoogte van de spuitboom via de hoogteverstelling instellen. 5. Blokkraan sluiten. Hierdoor wordt de hoogteverstelling vergrendeld en de ingestelde spuithoogte exact aangehouden. Inklappen: 1. Blokkraan openen. 2. De spuitboom via de hoogteverstelling (tractorregeleenheid 3) tot op maximale hoogte optillen. 3. Hellingverstelling op "0" (indien voorhanden). 4. De bedieningshendel van de dubbel werkende tractorregeleenheid 2 in de positie "Inklappen" houden tot ο de verschillende segmenten volledig samengevouwen zijn ο de beide boompakketten ingeklapt zijn ο de transportvergrendeling de spuitboom vergrendelt. 5. Spuitboom in de vanghaken neerlaten. 6. Blokkraan sluiten. VOORZICHTIG Alleen in vergrendelde transportstand rijden! De trillingsdemping vergrendelt automatisch voor het samenvouwen van de spuitboom Spuithoogte instellen 1. Open de blokkraan voor de hydraulische hoogteverstelling. 2. Druk op de tractorregeleenheid 3 voor de hydraulische hoogteverstelling tot de spuitboom in de gewenste spuithoogte opgetild of neergelaten is. 92 UX BAG
93 Opbouw en werking Werken met éénzijdig uitgeklapte spuitboom Toegestaan is het werken met éénzijdig uitgeklapte spuitboom alleen met vergrendelde trillingsdemping. alleen voor het kortstondig passeren van hindernissen (boom, stroommast etc.). Vergrendel de trillingsdemping voor u de spuitboom éénzijdig samenvouwt of uitvouwt. Bij een niet-vergrendelde trillingsdemping kan de spuitboom naar één zijde wegslaan. Slaat de uitgevouwen spuitboom op de grond, dan kan dit schade aan de spuitboom veroorzaken. Verlaag bij het spuiten duidelijk uw rijsnelheid, hierdoor vermijdt u bij een vergrendelde trillingsdemping het opzwiepen en ook bodemcontact van de spuitboom. Bij een onrustige spuitboomgeleiding is een gelijkmatige dwarsverdeling niet meer gegarandeerd. De spuitboom is volledig uitgeklapt! 1. Vergrendel de trillingsdemping. 2. Til de spuitboom via de hoogteverstelling op een gemiddelde hoogte. 3. Vouw de gewenste boomarm samen. WAARSCHUWING Super-L-spuitboom: Na het vouwen zwenkt de boomarm naar voren in transportstand! Klapprocedure voor het éénzijdig spuiten tijdig onderbreken! 4. Richt de spuitboom via de hellingverstelling parallel met het doelvlak uit. 5. Stel de spuithoogte van de spuitboom zodanig in dat de spuitboom zich op minstens 1 m afstand van de bodem bevindt. 6. Schakel secties van de ingevouwen boomarm uit. 7. Rij bij het spuiten met een duidelijk verlaagde snelheid. UX BAG
94 Opbouw en werking Hydraulische hellingverstelling (optie) De spuitboom kan evenwijdig met de grond of de te bewerken oppervlakte worden gezet met de hydraulische hellingverstelling bij ongunstige terreinomstandigheden, zoals diepte spuitsporen of met een wiel in de voor. Instelling via: AMATRON + AMASPRAY Distance-Control (optie) Het spuitboomregelsysteem Distance-Control houdt de spuitboom automatisch parallel op de gewenste afstand van het te bespuiten oppervlak. Twee ultrasone sensoren (Afb. 73/1) meten de afstand tot de bodem of het plantenbestand. Bij een éénzijdige afwijking van de gewenste hoogte stuur de Distance-Control de hellingverstelling voor de hoogteaanpassing aan. Gaat het terrein aan beide zijden omhoog, dan brengt de hoogteverstelling de volledige spuitboom omhoog. Bij het uitschakelen van de spuitboom aan de wendakker wordt de spuitboom automatisch ca. 50 cm opgetild. Bij het inschakelen wordt de spuitboom tot op de gekalibreerde hoogte teruggebracht. Afb. 73 Zie gebruiksaanwijzing AMATRON +. Instelling van de ultrasone sensoren: zie Afb Randspuitdoppen, elektrisch (optie) Met de schakeling voor de randspuitdoppen wordt vanuit de tractor de laatste spuitdop uitgeschakeld en een randspuitdop 25 cm verder naar buiten (precies op de perceelgrens) elektrisch ingeschakeld Schakeling eindspuitdop, elektrisch (optie) Met de schakeling voor de eindspuitdop worden twee of drie van de buitenste spuitdoppen aan de perceelranden bij de slootkant vanuit de tractor elektrisch ingeschakeld. 94 UX BAG
95 Opbouw en werking 5.23 Spuitleidingen De spuitbomen kunnen met verschillende spuitleidingen uitgerust worden. De spuitleidingen op hun beurt kunnen met enkelvoudige of meervoudige spuitdoppen uitgerust worden, afhankelijk van de werkomstandigheden. Afb Technische gegevens Houd er rekening mee dat de resthoeveelheid in de spuitleiding nog in onverdunde concentratie uitgespoten wordt. Spuit deze resthoeveelheid absoluut op een onbehandeld oppervlak uit. De resthoeveelheid van de spuitleiding is afhankelijk van de werkbreedte van de spuitboom. Benodigd traject in [m] voor het uitspuiten van de onverdunde resthoeveelheid in de spuitleiding voor alle werkbreedtes: 100 l/ha 45 m 250 l/ha 18 m 150 l/ha 30 m 300 l/ha 15 m 200 l/ha 23 m 400 l/ha 11 m Voorbeeld: Bij een dosering van 200 l/ha bedraagt het traject voor het leegspuiten van de betreffende spuitleiding ca. 23 m. UX BAG
96 Opbouw en werking Spuitleiding Super S-spuitboom met enkelvoudige of meervoudige spuitdoppen Werkbreedte Aantal secties Aantal spuitdoppen per sectie Resthoeveelheid verdunbaar niet verdunbaar totaal Resthoeveelheid bij drukcirculatiesysteem (DCS) verdunbaar niet verdunbaar totaal Gewicht [m] [l] [kg] ,0 12,5 13,5 14, , ,5 8,5 13,0 15,5 14, , / ,0 15,0 16,0 1,5 17, ,0 11,5 16,5 17,5 19, ,5 17,5 18,5 20, ,5 17,5 23,0 24,0 26,0 29 2, ,5 17, UX BAG
97 Opbouw en werking Spuitleiding L-spuitboom met enkelvoudige of meervoudige spuitdoppen Werkbreedte Aantal secties Aantal spuitdoppen per sectie Resthoeveelheid inclusief armatuur verdunbaar niet verdunbaar totaal Resthoeveelheid bij drukcirculatiesysteem (DCS) inclusief armatuur verdunbaar niet verdunbaar totaal Gewicht spuitleiding [m] [l] [kg] ,0 11,5 16,5 17,5 1,5 19, ,0 12,5 17,5 18,5 2,0 20, ,5 17,5 23,0 24,0 2,0 26, ,0 13,0 18,0 19,0 2,0 21, ,5 17,5 23,0 24,0 2,0 26, ,5 18,0 23,5 24,0 2,5 26, ,5 18,5 24,0 24,5 2, ,5 19,0 24,5 25,0 2,5 27, ,5 19,5 25,0 25,5 3,0 28,5 38 UX BAG
98 Opbouw en werking Enkelvoudige spuitdoppen Afb. 75/... (1) Spuitdophouder met bajonetaansluiting (standaard). (2) Membraan. Daalt de druk in de spuitleiding onder ca. 0,5 bar, dan drukt het veerelement (3) het membraan op de membraanzitting (4) in de spuitdophouder. Hierdoor wordt het nadruppelen bij het uitschakelen van de spuitdoppen bij een uitgeschakelde spuitboom vermeden. (3) Veerelement. (4) Membraanzitting. (5) Schuif; houdt het complete membraanventiel in de spuitdophouder. (6) Spuitdopfilter; standaard 50 gaatjes/inch, is van onderen in de spuitdophouder geplaatst. Zie hiervoor hoofdstuk "Spuitdopfilter". (7) Rubber afdichting. (8) Spuitdop; standaard LU-K (9) Bajonetaansluiting. (10) Bajonetkap gekleurd. (11) Veerelementbehuizing. Afb Meervoudige spuitdoppen (optie) Het gebruik van de als drievoudige spuitdopkoppen (Afb. 76) gevormde meervoudige spuitdoppen bij het gebruik van verschillende spuitdoptypes. Gevoed wordt telkens de verticaal staande spuitdop. Door het verdraaien van de drievoudige spuitdopkop (Afb. 76/1) in tegenwijzerzin wordt een andere spuitdop gebruikt. Uitgeschakeld is de drievoudige spuitdopkop in de tussenposities. Hierdoor is het mogelijk om de werkbreedte van de spuitboom te verkleinen. Spoel de spuitleidingen voor het verdraaien van de drievoudige spuitdopkop op een andere spuitdoptype. Afb UX BAG
99 Opbouw en werking Afb. 77/... (1) Spuitdophouder. (2) Drievoudige spuitdopkop. (3) Membraan. Daalt de druk in de spuitleiding onder ca. 0,5 bar, dan drukt het veerelement (4) het membraan op de membraanzitting (5) in de 3-weg spuitdophouder. Hierdoor wordt het nadruppelen bij het uitschakelen van de spuitdoppen bij een uitgeschakelde spuitboom vermeden. (4) Veerelement. (5) Membraanzitting. (6) Wartelmoer, houdt het complete membraanventiel in de 3-weg spuitdophouder. (7) Spuitdopfilter; standaard 50 gaatjes/inch. (8) Rubber afdichting. (9) Bajonetaansluiting. (10) Bajonetkap rood. (11) Bajonetkap groen. (12) Bajonetkap zwart. (13) Bajonetkap geel. (14) O-ring. (15) O-ring. Afb Leidingfilter voor spuitleidingen (optie) De leidingfilter (Afb. 78/1) wordt per sectie in de spuitleidingen gemonteerd. is een bijkomende maatregelen om vervuiling aan de spuitdoppen te vermijden. Afb. 78 Overzicht filterelement Filterelement met 50 gaatjes/inch (standaard, blauw) Filterelement met 80 gaatjes/inch (grijs) Filterelement met 100 gaatjes/inch (rood) UX BAG
100 Opbouw en werking 5.24 Speciale uitrusting voor vloeibare kunstmest Voor de toediening van vloeibare kunstmest staan er momenteel twee verschillende soorten vloeibare kunstmest ter beschikking: Ammoniumnitraat-ureumoplossing (AHL) met 28 kg N per 100 kg AHL. Een NP-oplossing met 10 kg N en 34 kg P 2 O 5 per 100 kg NP-oplossing. Wordt de toediening van vloeibare meststof met spleetdoppen uitgevoerd, dan moeten de opgegeven waarden uit de spuittabel voor de dosering l/ha bij AHL met 0,88 en bij NP-oplossing met 0,85 worden vermenigvuldigd, omdat de opgegeven doseringen in l/ha alleen voor watergelden. Principieel geldt: Vloeibare meststoffen worden met grove druppels uitgebracht om het verbranden van de planten te vermijden. Te grote druppels rollen van het blad en te kleine druppels versterken het brandglaseffect. Te hoge dosering leidt tot het verbranden van de bladeren wegens de hoge zoutconcentratie van de meststof. In de regel geen hogere afgifte van ongeveer 40 kg N per hectare uitbrengen (zie hiervoor ook "Omrekeningstabel voor het spuiten van vloeibare kunstmest"). Bij het bemesten van AHL met spuitdoppen in elk geval met het EC-stadium 39 afsluiten, omdat verbranding van de aren verstrekkende gevolgen kan hebben gaats-spuitdoppen (optie) Indien de meststof meer in het wortelbereik dan over het blad moet worden uitgebracht, dan biedt de 3-gaats-spuitdop meer voordelen. Het in de spuitdop geïntegreerde wervelplaatje zorgt via de drie openingen voor een bijna drukloze, grove druppelverdeling van de vloeibare meststof. Hierdoor wordt de niet gewenste spuitnevel en de vorming van kleine druppels vermeden. De door de 3-gaats-spuitdop gevormde grove druppels raken de planten met geringe energie en rollen er gemakkelijk vanaf. Hoewel schade door verbranden hierdoor grotendeels vermeden wordt, mogen deze doppen niet voor bijbemesting gebruikt worden. Hier maakt men gebruik van het sleepslangsysteem. Voor alle hierna genoemde 3-gaats-spuitdoppen uitsluitend de zwarte bajonetmoeren gebruiken. Verschillende 3-gaats-spuitdoppen en hun toepassingen 3-gaats-geel, l AHL/ha, bestelnr.: gaats-rood, l AHL/ha, bestelnr.: gaats-blauw, l AHL/ha, bestelnr.: gaats-wit, l AHL/ha, bestelnr.: UX BAG
101 Opbouw en werking en 8-gaats-spuitdoppen (optie) Voor het gebruik van de 5- en 8-gaatsspuitdoppen gelden dezelfde voorwaarden als voor de 3-gaats-spuitdoppen. In tegenstelling tot de 3-gaats-spuitdop zijn bij de 5- en 8-gaatsspuitdop (Afb. 79) de uitlaatopeningen niet naar onderen gericht, maar naar opzij. Hierdoor kunnen heel grote druppels met geringe uitstroomkracht op de planten terechtkomen. Afb. 79 De doseerschijven bepalen de dosering [l/ha]. De gebruikte doseerschijven bepalen de in te stellen spuithoogte (zie hiervoor hoofdstuk "Spuittabel voor 5- en 8-gaatsspuitmonden", pagina 199). De volgende spuitdoppen zijn leverbaar 5-gaats-spuitdop compleet, zwart (met doseerschijf nr ); 5-gaats-spuitdop compleet, grijs (met doseerschijf nr ); 8-gaats-spuitdop compleet (met doseerschijf nr ); De volgende doseerschijven zijn leverbaar ø 1, l AHL/ha ø 1, l AHL/ha ø 1, l AHL/ha ø 1, l AHL/ha ø 1, l AHL/ha ø 2, l AHL/ha De doseerschijven zijn als volgt met de spuitdoppen combineerbaar Spuitdoptype Doseerschijf-nr gaats-spuitdop zwart x x 5-gaats-spuitdop grijs x x x 8-gaats-spuitdop x x x x x x UX BAG
102 Opbouw en werking Sleepslanguitrusting voor Super-S-spuitboom (optie) Sleepslangsysteem met doseerschijven (nr ) voor de bijbemesting met vloeibare meststof. Afb. 80 Afb. 80/... (1) Genummerde, afzonderlijke sleepslangsecties met 25 cm spuitdop- en slangafstand. Gemonteerd is het nr. 1 links buiten in rijrichting gezien, nr. 2 ernaast enz. (2) Spanmoeren voor de bevestiging van het sleepslangsysteem. (3) Insteekkoppeling voor het koppelen van de slangen. (4) Metalen gewichten; stabiliseren de positie van de slangen tijdens het werken. De doseerschijven bepalen de dosering [l/ha]. De volgende doseerschijven zijn leverbaar ø 0, l AHL/ha, ø 0, l AHL/ha ø 1, l AHL/ha, (standaard) ø 1, l AHL/ha ø 1, l AHL/ha Zie hiervoor hoofdstuk" Spuittabel voor sleepslangsysteem", op pagina UX BAG
103 Opbouw en werking Sleepslanguitrusting voor Super-L-spuitboom (optie) met doseerschijven voor de bijbemesting met vloeibare meststof Afb. 81/... (1) Sleepslangen met 25 cm slangafstand door montage van de 2e spuitleiding. (2) Bajonetaansluiting met doseerschijven. (3) Metalen gewichten; stabiliseren de positie van de slangen tijdens het werken. Afb. 82/... (1) Beschermbeugel voor transportstand. (2) Verhoogde transportstand voor lager plaatsen van de transporthaak (3) Afstandhouder Afb. 81 Bij het gebruik van de sleepslangen beide afstandshouders (Afb. 82/3) demonteren! Afb. 83/... (1) een instelkraan voor elke sectie: a Spuiten via beide spuitleidingen met sleepslangen b Spuiten via standaard spuitleiding c Spuiten alleen via 2e spuitleiding Voor het normale spuiten de sleepslangen demonteren. Na de demontage van de sleepslangen moeten de spuitdophouders met blinde doppen afgesloten worden! Afb. 82 Afb. 83 Afb. 84/... (1) Transporthaken Bij het gebruik van de sleepslangen beide transporthaken lager bevestigen. In transportstand moet de afstand spuitdop spatbord 20 cm bedragen! Voor normale spuitwerkzaamheden de beide transporthaken weer in de oorspronkelijke positie vastschroeven! Afb. 84 UX BAG
104 Opbouw en werking 5.25 Spuitpistool, met 0,9 m lange lans zonder drukslang Drukslang tot 10 bar, b.v. voor spuitpistool Gebruik het spuitpistool alleen om te reinigen. Een exacte verdeling van de spuitmiddelen is wegens de individuele bediening niet mogelijk. (optie) Drukslang van pvc met weefsel (nominale wijdte/binnen: 13 mm; buiten: 20 mm; wanddikte: 3,5 mm). Sluit de drukslang van het spuitpistool op een enkelvoudige kraan van de armatuur aan. Spuitdruk zoals gebruikelijk instellen 5.26 Schuimmarkering (optie) De altijd achteraf naleverbare schuimmarkering maakt het exact aansluitend rijden bij het spuiten op akkers zonder gemarkeerde spuitsporen mogelijk. De markering gebeurt via schuimvlokken. De schuimvlokken worden op instelbare afstanden van ca meter afgelegd, zodat een duidelijke oriënteringslijn herkenbaar is. De schuimvlokken lossen na een bepaalde tijd op zonder restanten achter te laten. De afstand van de verschillende schuimvlokken t.o.v. elkaar aan de sleufschroef (Afb. 85/2 en Afb. 86/2) als volgt instellen: ο rechtsom draaien - de afstand wordt groter. ο linksom draaien - de afstand wordt kleiner. Schuimmarkering Super-S-spuitboom Afb. 85/... Schuimmarkering Super-L-spuitboom Afb. 86/... (1) Reservoir (2) Sleufschroef Afb. 85 Afb UX BAG
105 Opbouw en werking Compressor (Afb. 87/1) Afb. 88/... (1) Lucht- en vloeistofmenger (2) Flexibele kunststof spuitdop Afb. 87 Zie ook gebruiksaanwijzing AMATRON + Afb. 88 Bedieningsdeel Voor machines zonder AMATRON + : Afb. 89/... (1) Schuimmarkering links aan (2) Schuimmarkering rechts aan (3) Schuimmarkering uit (4) Aansluiting aan compressor (5) Aansluiting aan tractorvoorziening Afb Permanente werkbreedtereducering bij de Super-S-spuitboom Reduceren van 24 m tot 18 m werkbreedte Reduceren van 24 m tot 12 m werkbreedte UX BAG
106 Opbouw en werking 5.28 Drukcirculatiesysteem (DCS) (optie) Het drukcirculatiesysteem maakt bij een ingeschakeld drukcirculatiesysteem een permanente vloeistofcirculatie in de spuitleiding. Hiervoor is aan elke sectie een spoelaansluitslang (Afb. 90/1) toegewezen. kan naar keuze met spuitvloeistof of spoelmiddel gebruikt worden. reduceert de onverdunde resthoeveelheid tot 2 l voor alle spuitleidingen. De permanente vloeistofcirculatie Schakel het drukcirculatiesysteem in normale spuitomstandigheden altijd in. Schakel het drukcirculatiesysteem bij het gebruik van sleepslangen altijd uit. maakt een gelijkmatig spuitbeeld vanaf het begin mogelijk, omdat onmiddellijk na het inschakelen van de spuitboom zonder vertraging aan alle spuitdoppen spuitvloeistof voorhanden is. Afb. 90 verhindert het dichtslibben van de spuitleiding. Hoofdbestanddelen van het drukcirculatiesysteem zijn: een spoelaansluitslang (Afb. 90/1) per sectie. de DCS-omschakelkraan (Afb. 91/1). het DCS-drukbegrenzingsventiel (Afb. 91/2). Het DCSdrukbegrenzingsventiel is af fabriek vast ingesteld en reduceert de druk in het drukcirculatiesysteem tot 1 bar. Bevindt de DCS-omschakelkraan zich in de positie (Afb. 91/A), dan is het drukcirculatiesysteem ingeschakeld. Bevindt de DCS-omschakelkraan zich in de positie (Afb. 91/B), dan is het drukcirculatiesysteem uitgeschakeld. Bevindt de DCS-omschakelkraan zich in de positie (Afb. 91/C), dan kan er vloeistof uit de veldspuit afgetapt worden. Afb UX BAG
107 Opbouw en werking Overzicht drukcirculatiesysteem (DCS) Afb. 92 (1) Drukcirculatiesysteem DCS (2) DCS-omschakelkraan (3) DCS-drukbegrenzingsventiel (4) DCS-terugslagventiel 5.29 Trekinrichting (optie) De trekinrichting (Afb. 93) is bedoeld voor tweeassige aanhangwagens zonder steunlast. Het toegestane totale gewicht van de aanhanger moet kleiner zijn dan kg en kleiner zijn dan of gelijk aan het toegestane totale gewicht van de getrokken veldspuit Afb. 93/... (1) Trekinrichting (2) Aansluiting voor verlichting (3) Aansluiting voor drukluchtrem (alternatief hydraulische rem) Afb. 93 UX BAG
108 Inbedrijfstelling 6 Inbedrijfstelling Dit hoofdstuk voorziet u van informatie over het inbedrijfstellen van uw machine. de wijze waarop u kunt controleren of u de machine aan uw tractor kunt aansluiten/aankoppelen. Voor het inbedrijfstellen van de machine moet de gebruiker deze handleiding hebben gelezen en begrepen. Neem het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften voor de bediener" vanaf pagina 27 in acht bij het ο het aan- en afkoppelen van de machine ο het transporteren van de machine ο het werken met de machine De tractor waarop u de machine aankoppelt of waarmee u de machine transporteert, dient daartoe geschikt te zijn! Tractor en machine dienen te voldoen aan de wettelijke verkeersvoorschriften. Zowel de eigenaar als bestuurder zijn ervoor verantwoordelijk dat de machine voldoet aan de nationale verkeersvoorschriften. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, naar binnen trekken en vastgrijpen hij de hydraulische of elektrische onderdelen. Blokkeer geen bedieningshendels op de tractor als deze hendels hydraulische of elektrische functies direct uitvoeren, zoals in- en uitklappen, draaien en verschuiven. De beweging moet automatisch stoppen zodra u de betreffende bedieningshendel bijbehorende regelelement loslaat. Dit geldt niet voor bewegingen van inrichtingen die continu zijn of automatisch geregeld zijn of voor hun werking een zweefstand of drukstand nodig hebben 108 UX BAG
109 Inbedrijfstelling 6.1 Controleren of de tractor geschikt is WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Controleer of uw tractor geschikt is voordat u de machine aan de tractor koppelt. Koppel de machine uitsluitend aan tractoren die daartoe geschikt zijn. Voer een remmentest uit om te controleren of de tractor ook met aangekoppelde/aangehangen machine over voldoende remvermogen beschikt. Voor de geschiktheid van uw tractor zijn in het bijzonder de volgende voorwaarden van belang: het toelaatbare totaalgewicht de toelaatbare asbelastingen de toelaatbare oplegdruk op het koppelingspunt van de tractor de draagvermogens van de gemonteerde banden het toelaatbare trekgewicht dient voldoende te zijn Deze gegevens staan op het typeplaatje of op het kentekenbewijs en in de bedieningshandleiding van de tractor. De vooras van de tractor dient altijd met tenminste 20% van het eigen gewicht van de tractor belast te zijn. De tractor dient de door de tractorfabrikant voorgeschreven remvertraging ook te realiseren als de machine is aangekoppeld Berekenen van de daadwerkelijke waarden voor het totale gewicht van de tractor, de belastingen van de tractorassen, de draagvermogens van de banden en het minimaal benodigde ballastgewicht Het toelaatbare totaalgewicht van de tractor, aangegeven in het kentekenbewijs, dient hoger te zijn dan de som van het eigen gewicht van tractor het ballastgewicht en het totale gewicht van de aangebouwde machine of oplegdruk van de aangekoppelde machine. Deze opmerking geldt alleen voor Duitsland. Als het, ondanks het ten volle benutten van alle mogelijkheden die in redelijkheid gevergd kunnen worden, niet mogelijk is om de asbelastingen en/of het toelaatbare totaalgewicht aan te houden, kan op basis van een rapport van een officieel erkende deskundige voor het autoverkeer met toestemming van de tractorfabrikant de volgens het deelstaatrecht verantwoordelijke overheidsinstantie een speciale vergunning volgens 70 StVZO alsmede de noodzakelijke toestemming volgens 29 alinea 3 StVO verlenen. UX BAG
110 Inbedrijfstelling Benodigde gegevens voor de berekening Afb. 94 T L [kg] Eigen gewicht van tractor T V [kg] Voorasbelasting van de lege tractor T H [kg] Achterasbelasting van de lege tractor zie bedieningshandleiding van tractor of kentekenbewijs G V [kg] Frontgewicht (indien voorhanden) zie technische gegevens frontgewicht of wegen F H [kg] Maximale steunlast zie technische gegevens van de machine a [m] Afstand tussen zwaartepunt frontaanbouwmachine of frontgewicht en het midden van de vooras (totaal a 1 + a 2 ) a 1 [m] Afstand tussen het midden van de vooras en het midden van het aansluitpunt van de trekstangen zie technische gegevens van de tractor en frontaanbouwmachine of frontgewicht of opmeten zie bedieningshandleiding van tractor of opmeten a 2 [m] Afstand tussen het midden van het aansluitpunt van de trekstangen en het zwaartepunt van de frontaanbouwmachine of frontgewicht (zwaartepuntafstand) zie technische gegevens van de frontaanbouwmachine of frontgewicht of opmeten b [m] Wielbasis van de tractor zie bedieningshandleiding van tractor of kentekenbewijs of opmeten c [m] Afstand tussen midden achteras en midden van aansluitpunt van trekstangen zie bedieningshandleiding van tractor of kentekenbewijs of opmeten 110 UX BAG
111 Berekening van het minimaal noodzakelijke ballastgewicht voor G V min om de bestuurbaarheid van de tractor te waarborgen Inbedrijfstelling G F = c TV b + 0,2 TL b a b H V min + Voer de waarde van het berekende minimale ballastgewicht G V min, dat aan de voorzijde van de tractor nodig is, in de tabel (hoofdstuk ) in Berekening van de daadwerkelijke voorasbelasting van de tractor T V werk T V tat G = V ( a + b) + T b V b F H c Voer de waarde van de berekende daadwerkelijke voorasbelasting en de in de bedieningshandleiding van de tractor genoemde toelaatbare voorasbelasting in de tabel (hoofdstuk ) in Berekening van het daadwerkelijke totaalgewicht van de combinatie tractor en machine G = G + T + F tat V L H Voer de waarde van het berekende daadwerkelijke totaalgewicht en het in de bedieningshandleiding van de tractor genoemde toelaatbare totaalgewicht van de tractor in de tabel (hoofdstuk ) in Berekening van de daadwerkelijke achterasbelasting van de tractor T H tat T H tat = G tat T V tat Voer de waarde van de berekende daadwerkelijke achterasbelasting en de in de bedieningshandleiding van de tractor genoemde toelaatbare achterasbelasting in de tabel (hoofdstuk ) in Draagvermogen van de banden Voer de dubbele waarde (twee banden) van het toelaatbare draagvermogen van de band (zie bijv. documentatie van de bandenfabrikant) in de tabel (hoofdstuk ) in. UX BAG
112 Inbedrijfstelling Tabel Daadwerkelijke waarde volgens berekening Toelaatbare waarde volgens bedieningshandleiding van tractor Dubbel toelaatbaar draagvermogen (twee banden) Minimaal ballastgewicht voor/achter / kg Totaalgewicht kg kg -- Voorasbelasting kg kg kg Achterasbelasting kg kg kg Raadpleeg het kentekenbewijs van uw tractor voor de toelaatbare waarden voor het totaalgewicht van de tractor, de asbelastingen en het draagvermogen van de banden. De daadwerkelijke, berekende waarden dienen kleiner of gelijk ( ) te zijn aan de toelaatbare waarden! WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Het is verboden om de machine aan te koppelen aan de tractor waarop de berekening is gebaseerd, als ook slechts één van de daadwerkelijke, berekende waarde groter is dan de toelaatbare waarde. aan de tractor geen frontgewicht (indien nodig) voor het minimaal benodigde ballastgewicht voor (G V min ) is bevestigd. U moet een fontgewicht gebruiken dat minstens aan de vereiste minimale belasting vooraan (G V min ) voldoet! 112 UX BAG
113 Inbedrijfstelling Voorwaarden voor het in gebruik nemen van tractoren met aangehangen machines WAARSCHUWING Gevaren door breuk bij het gebruik van bouwdelen door niettoegestane combinaties van verbindingselementen! Zorg ervoor ο dat de verbindingsinrichting aan de tractor een voldoende grote steunlast voor de werkelijk voorhanden steunlast vertoont. ο dat de door de steunlast veranderde asbelastingen en gewichten van de tractor binnen de toegestane grenzen liggen. Weeg in geval van twijfel na. ο dat de statische, werkelijke achterasbelasting van de tractor de toegestane achterasbelasting niet overschrijdt. ο dat het toegestane totale gewicht van de tractor in acht gehouden wordt. ο dat de toegestane banddraagvermogens van de tractor niet overschreden worden Combinatiemogelijkheden van verbindingsinrichtingen en trekhaken Afb. 95 toont toegestane combinatiemogelijkheden van de verbindingsinrichting van de tractor en van het trekoog van de machine afhankelijk van de maximaal toegestane steunlast. U vindt de maximaal toegestane steunlast in de voertuigpapieren of op het typeplaatje van de verbindingsinrichting van uw tractor. Maximaal toegestane steunlast Verbindingsinrichting aan de tractor Trekhaak aan de aanhanger met starre dissel Afb kg 3000 kg - 40 km/h 2000 kg - > 40 km/h Boutkoppeling DIN / ISO Niet-automatische boutkoppeling DIN Trekhaak (Hitchhaak) ISO Trektap (Piton-fix) ISO Trekoog 40 voor knikdissels DIN Kogelkopkoppeling 80 Trekschaal 80 Trekoog (Hitchring) ISO Werkelijke D C -waarde voor de te koppelen combinatie berekenen WAARSCHUWING Gevaar door breuk van de verbindingsinrichtingen tussen tractor en machine bij niet-reglementair gebruik van de tractor! Bereken de werkelijke D C -waarde van uw combinatie, bestaande uit tractor en machine om te controleren of de verbindingsinrichting aan uw tractor de vereiste D C -waarde bezit. De werkelijke, berekende D C - waarde voor de combinatie moet kleiner zijn dan of gelijk aan ( ) de opgegeven D C -waarde van de verbindingsinrichting van uw tractor. UX BAG
114 Inbedrijfstelling De werkelijke D C -waarde van een te koppelen combinatie wordt als volgt berekend: D C = g x T x C T + C Afb. 96 T: Toegestaan totaal gewicht van uw tractor in [t] (zie gebruiksaanwijzing tractor of kentekenbewijs) C: Asbelasting van de met de toegestane massa (nuttige belasting) beladen machine in [t] zonder steunlast g: Versnelling tengevolge van de zwaartekracht (9,81 m/s²) Werkelijke, berekende D C -waarde voor de combinatie Opgegeven D C -waarde van de verbindingsinrichting aan de tractor KN KN U vindt de D C -waarde voor de verbindingsinrichting direct aan de verbindingsinrichting/in de gebruiksaanwijzing van uw tractor Machines zonder eigen remsysteem AW WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onvoldoende remvermogen van de tractor! De tractor dient de door de tractorfabrikant voorgeschreven remvertraging ook te realiseren als de machine is aangekoppeld. Heeft de machine geen eigen remsysteem, dan moet het werkelijke tractorgewicht groter zijn dan of gelijk zijn ( ) aan het werkelijke gewicht van de aangehangen machine. bedraagt de maximaal toegestane rijsnelheid 25 km/h. 114 UX BAG
115 Inbedrijfstelling 6.2 Lengte van de cardanas aan de tractor aanpassen WAARSCHUWING Gevaar door beschadigde en/of kapotte, wegvliegende bouwdelen ontstaan als de cardanas bij het optillen/neerlaten van de aan de tractor gekoppelde machine samengedrukt of elkaar getrokken wordt omdat de lengte van de cardanas niet goed is aangepast! Laat de lengte van de cardanas in alle bedrijfstoestanden in een vakwerkplaats controleren en eventueel aanpassen voor u de cardanas de eerste keer met uw tractor koppelt. Zo vermijdt u het samendrukken van de cardanas of onvoldoende profieloverlapping. Dit aanpassen van de cardanas geldt alleen voor het actuele tractortype. U moet het aanpassen van de cardanas eventueel herhalen als u de machine met een andere tractor koppelt. Neem bij het aanpassen van de cardanas absoluut de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de cardanas in acht. WAARSCHUWING Gevaar door het ingetrokken en gevangen raken door foute montage of niet-geoorloofde veranderingen aan de constructie van de cardanas! Alleen een vakwerkplaats mag veranderingen aan de constructie van de cardanas uitvoeren. Hierbij de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de cardanas in acht nemen. Toegestaan is het aanpassen van de lengte van de cardanas rekening houdende met de minimale profieloverlapping. Veranderingen aan de constructie van de cardanas zijn niet toegestaan als ze niet in de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de cardanas beschreven zijn. WAARSCHUWING Beknellingsgevaar tussen de achterkant van de tractor en de machine bij het optillen en neerlaten van de machine voor het bepalen van de kortste en langste bedrijfsstand van de cardanas! Bedien de bedieningshendels voor de driepuntshydraulica van de tractor alleen vanaf de daarvoor bestemde werkplek. nooit wanneer u zich in de gevarenzone tussen tractor en machine bevindt. UX BAG
116 Inbedrijfstelling WAARSCHUWING Beknellingsgevaar door het per ongeluk wegrollen van de tractor en de aangekoppelde machine! verlagen van de opgetilde machine! Beveilig de tractor en de machine tegen het per ongeluk starten, wegrollen en de opgetilde machine tegen het per ongeluk naar beneden komen, voor u voor het aanpassen van de cardanas de gevarenzone tussen tractor en opgetilde machine betreedt. De kortste lengte van de cardanas is bij een horizontale cardanas voorhanden. De langste lengte van de cardanas is voorhanden bij een compleet opgetilde machine. 1. Koppel de tractor met de machine (cardanas niet aansluiten). 2. Trek de handrem van de tractor aan. 3. Bepaal de optilhoogte van de machine met de kortste en langste bedrijfsstand voor de cardanas. 3.1 Laat hiervoor de machine via de driepuntshydraulica van de tractor neer. Bedien hierbij de regelelementen voor de driepuntshydraulica van de tractor achteraan de tractor vanaf de daarvoor bestemde werkplek. 4. Beveilig de opgetilde machine in de vastgestelde optilhoogte tegen het per ongeluk neerlaten (b.v. door ondersteunen of inhangen in een kraan). 5. Beveilig de tractor tegen het per ongeluk starten voor u de gevarenzone tussen tractor en machine betreedt. 6. Neem bij het bepalen van de lengte en bij het verkorten van de cardanas de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de cardanas in acht. 7. Steek de verkorte helften van de cardanas opnieuw in elkaar. 8. Smeer de aftakas van de tractor en de ingaande as van het drijfwerk in voor u de cardanas aansluit. Het tractorsymbool op de beschermbuis markeert de aansluiting van de cardanas aan de tractorzijde. 116 UX BAG
117 Inbedrijfstelling 6.3 Beveilig de tractor/machine tegen onbedoeld starten en wegrollen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten bij handelingen aan de machine door onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven, onbeveiligde machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine combinatie. Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u handelingen aan de machine uitvoert. Alle handelingen aan de machine, zoals montagewerkzaamheden, instellen, verhelpen van storingen, reinigen, uitvoeren van service en onderhoudswerkzaamheden, zijn verboden: ο als de machine nog wordt aangedreven. ο zolang de tractormotor met aangesloten cardanas / hydraulisch systeem loopt. ο ο wanneer de contactsleutel in het contactslot van de tractor is geplaatst en de tractormotor bij aangesloten cardanas / hydraulisch systeem onbedoeld kan worden gestart. als tractor en machine niet met hun handrem en/of stopwiggen tegen het per ongeluk wegrollen beveiligd zijn. ο wanneer bewegende onderdelen niet tegen onbedoeld bewegen zijn geblokkeerd. Vooral bij deze werkzaamheden bestaat er gevaar door contact met onbeveiligde onderdelen. 1. Breng de opgeheven, onbeveiligde machine / opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine omlaag. Op deze wijze voorkomt u dat zij onbedoeld zakken. 2. Zet de motor van de tractor uit. 3. Verwijder de contactsleutel. 4. Trek de handrem van de tractor aan. 5. Beveilig de machine tegen het per ongeluk wegrollen (alleen aangehangen machine) ο ο op effen terrein door handrem (indien voorhanden) of stopwiggen. op sterk oneffen terrein of op hellingen met handrem of stopwiggen. UX BAG
118 Inbedrijfstelling 6.4 Eerste ingebruikneming van het bedrijfsremsysteem Voer met de getrokken veldspuit een remproef uit met lege en met volle tank en test op deze manier het remgedrag van de tractor met aangehangen veldspuit. Wij adviseren de onderlinge afstemming van het remvermogen tussen de tractor en de getrokken veldspuit door de dealer te laten controleren voor een optimaal remvermogen en een minimale slijtage aan de remvoeringen (zie hiervoor hoofdstuk "Onderhoud"). 6.5 Wielen monteren Is de machine met noodwielen uitgerust, dan moeten voor de ingebruikneming loopwielen gemonteerd worden. WAARSCHUWING Er mogen slechts banden worden die gebruikt die aan de technische specificaties (pagina 49) voldoen. Bij de velgen die voor de loopwielen worden gebruikt, moet de velgplaat rondom gelast zijn! 1. Machine met een hijskraan lichtjes optillen GEVAAR De gemarkeerde bevestigingspunten voor de hefbanden gebruiken. Zie op pagina 36 (hoofdstuk 3). 2. Wielmoeren van de noodwielen lossen. 3. Noodwielen afnemen. VOORZICHTIG Opgelet bij het afnemen van de noodwielen en het plaatsen van de loopwielen! 4. Loopwielen over de wielbouten schuiven. 5. Wielmoeren aandraaien. VOORZICHTIG Vereist aandraaimoment voor wielmoeren: 560 Nm. 6. Machine neerlaten en hefbanden afnemen. 7. Na 10 bedrijfsuren de wielmoeren natrekken. 118 UX BAG
119 Inbedrijfstelling Systeemafstelbout aan hydraulisch blok instellen alleen bij Profi-klapsysteem: Afb. 97/... (1) Systeemafstelbout (2) Aansluiting LS voor Load-Sensingregelleiding Afb. 98/... (1) Tractor-aansluiting Load-Sensingregelleiding (2) Tractor-aansluiting Load-Sensingdrukleiding (3) Tractor-aansluiting drukloze retourleiding Het voorhanden hydraulische systeem van de tractor bepaalt de instelling van de systeemafstelbout aan het hydraulische blok (Afb. 97/1). Naargelang het hydraulische tractorsysteem de systeemafstelbout Stem absoluut de instelling van de systeemafstelbout op het hydraulische systeem van uw tractor af. Verhoogde temperaturen van de hydraulische olie zijn het gevolg van een niet correcte instelling van de systeemafstelbout, veroorzaakt door permanente belasting van het overdrukventiel van het hydraulische systeem van de tractor. tot aan de aanslag uitdraaien (fabrieksinstelling) bij tractoren met ο ο Open-Center hydraulisch systeem (constant stroomsysteem, tandwielpomphydraulica). Verstelpomp met instelbare olieafname via regeleenheid. Afb. 97 tot aan de aanslag indraaien (in tegenstelling tot fabrieksinstelling) bij tractoren met ο ο Closed-Center hydraulisch systeem (constant druksysteem, drukgeregelde verstelpomp). Load-Sensing hydraulisch systeem (druk- en stroomgeregelde verstelpomp) met direct Load-Sensingpompaansluiting. Via het stroomregelventiel van de tractor de geleverde volumestroom aan de vereiste volumestroom aanpassen. Afb. 98 De instelling mag alleen in drukloze toestand plaatsvinden! Het hydraulische blok bevindt zich vooraan rechts aan de machine achter de afdekplaat. UX BAG
120 Inbedrijfstelling Systeemafstelbout instellen: Contramoer lossen Systeemafstelbout tot aan de aanslag uitdraaien (fabrieksinstelling) of indraaien. ο Contramoer aandraaien. 120 UX BAG
121 Inbedrijfstelling Trail-Tron-draaihoeksensor Voor het gebruik van de Trail-Tron-dissel moet aan tractorzijde een houder (Afb. 99/1) voor de draaihoeksensor (Afb. 99/2) gemonteerd worden. Hiervoor moet de bijgeleverde huls met vastzetschroef (Afb. 100/1) op de metalen plaat (Afb. 100/2) op een aangepaste plaats aan de tractor gelast en direct boven het draaipunt van de tractorboutkoppeling gemonteerd worden (Afb. 99). Afb. 99 Afb. 100 UX BAG
122 Machine aan- en afkoppelen 7 Machine aan- en afkoppelen Neem bij het aan- en afkoppelen van machines het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften voor de bediener" in acht, pagina 27. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken door onbedoeld starten en wegrollen van de machine en tractor bij het aan- of afkoppelen van de machine! Beveilig de tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u voor het aan- of afkoppelen in de gevarenzone tussen tractor en machine gaat staan. Zie hoofdstuk 117. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken tussen de achterzijde van de tractor en de machine bij het aan- en afkoppelen van de machine! Bedien de bedieningshendels voor de driepuntshydraulica van de tractor alleen vanaf de daarvoor bestemde werkplek. nooit wanneer u zich in de gevarenzone tussen tractor en machine bevindt. 7.1 Machine aankoppelen WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Koppel de machine uitsluitend aan tractoren die daartoe geschikt zijn. Zie hiervoor hoofdstuk "Geschiktheid van de tractor controleren", pagina 109. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken tussen tractor en machine bij het aankoppelen van de machine! Stuur personen weg uit de gevarenzone tussen tractor en machine voordat u naar de machine rijdt. Aanwezige personen mogen alleen aanwijzingen naast de tractor en de machine aanwijzingen geven en pas na stilstand tussen tractor en machine gaan staan. 122 UX BAG
123 Machine aan- en afkoppelen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten als de machine onbedoeld loskomt van de tractor! Gebruik de daartoe bestemde inrichtingen om de tractor en machine in overeenstemming met de voorschriften aan elkaar te koppelen. Let er bij het aankoppelen van de machine op de driepuntshydraulica van de tractor op dat de aanbouwcategorieën van tractor en machine met elkaar overeenkomen. Pas absoluut de cat. II topstang- en onderstangbouten van de machine met behulp van verloopmoffen voor cat. III aan als uw tractor een driepuntshydraulica van de cat. III bezit. Gebruik alleen de bijgeleverde bouten van de topstang en trekstang voor het koppelen van de machine. Controleer elke keer bij het aankoppelen van de tractor of de bouten van de topstang en trekstang zich in goede staat bevinden. Vervang bouten van de topstang en trekstang met duidelijke slijtagesporen. Borg de bouten van de topstang en trekstang in de koppelingspunten van het driepunts-aanbouwframe met een lunspen tegen onbedoeld losgaan. WAARSCHUWING Gevaar voor uitval van de energietoevoer tussen tractor en machine door beschadigde voedingskabels! Let bij het aansluiten van de voedingskabels op het verloop van de voedingskabels. De voedingskabels moeten bij alle bewegingen van de aangekoppelde machine soepel meedraaien zonder spanning, knikken of wrijving. mogen niet langs onderdelen schuren. 1. Stuur personen weg uit de gevarenzone tussen tractor en machine voordat u naar de machine rijdt. 2. Eerst de voedingsleidingen aankoppelen voor de machine met de tractor gekoppeld wordt. 2.1 Rij de tractor zodanig tot bij de machine, dat er een ruimte (ca. 25 cm) tussen tractor en machine blijft. 2.2 Beveilig de tractor tegen onbedoeld starten en wegrollen. 2.3 Controleer of de aftakas van de tractor is uitgeschakeld. 2.4 Cardanas en voedingsleidingen met de tractor koppelen. 2.5 Hydraulische rem: trekkabel van de handrem aan de tractor bevestigen. 3. De tractor nu verder naar achteren tegen de machine rijden zodat de verbindingsinrichting gekoppeld kan worden. 4. Verbindingsinrichting koppelen. 5. Steunvoet in transportstand tillen. 6. Stopwiggen verwijderen, handrem lossen. UX BAG
124 Machine aan- en afkoppelen 7.2 Machine afkoppelen WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken en stoten door onvoldoende stabiliteit en omkantelen van de afgekoppelde machine! Zet de machine altijd op een vlakke en stevige bodem. Na het afkoppelen van de machine moet er voldoende ruimte vóór de machine zijn om de tractor in één lijn naar de machine te rijden. 1. Zet de lege machine altijd op een vlakke en stevige bodem. 2. Koppel de machine van de tractor af. 2.1 Beveilig de machine tegen het per ongeluk wegrollen. Zie hiervoor pagina Laat de steunvoet in neerzetpositie neer. 2.2 Verbindingsinrichting ontkoppelen. 2.3 Trek de tractor ca. 25 cm naar voren. Door de vrijkomende ruimte tussen tractor en machine ontstaat er een betere toegang voor het afkoppelen van de cardanas en de voedingsleidingen. 2.4 Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen. 2.5 Koppel de cardanas af. 62 Leg de cardanas in de houder. 2.7 Ontkoppel de voedingsleidingen. 2.8 Bevestig de voedingsleidingen in de betreffende aansluitdozen. 2.9 Hydraulische rem: trekkabel van de handrem van de tractor lossen. 124 UX BAG
125 Machine aan- en afkoppelen Rangeren met de afgekoppelde machine GEVAAR U moet bijzonder voorzichtig zijn bij het rangeren met de veldspuit wanneer de bedrijfsrem buiten werking is. Het volledige remvermogen komt namelijk van het rangerende voertuig. De machine moet met het rangerende voertuig verbonden zijn voor u de ontlastingsklep op het aanhangerremventiel lost. Het rangerende voertuig moet ingeremd zijn. De bedrijfsrem gaat niet los wanneer de druk in het luchtvat onder 3 bar gedaald is (b.v. omdat de ontlastingsklep al meerdere keren is bediend of omdat het remsysteem lekken vertoont). Om de bedrijfsrem te lossen het luchtvat vullen. het remsysteem aan het ontwateringsventiel van het luchtvat volledig ontluchten. 1. Verbind de machine met het rangerende voertuig. 2. Rem het rangerende voertuig in. 3. Stopwiggen verwijderen en handrem lossen. 4. Alleen drukluchtremsysteem: 4.1 Druk de bedieningsknop aan de ontlastingsklep er tot aan de aanslag in (zie pagina 62). Het bedrijfsremsysteem lost en de machine kan gerangeerd worden. 4.2 Is het rangeren beëindigd, dan dient u de bedieningsknop aan de ontlastingsklep tot aan de aanslag uit te trekken. De voorraadruk uit het luchtvat remt opnieuw de getrokken veldspuit. 5. Het rangerende voertuig opnieuw inremmen als het rangeren beëindigd is. 6. Handrem opnieuw stevig aantrekken en de machine met stopwiggen tegen het wegrollen beveiligen. 7. Ontkoppel de machine en het rangerende voertuig. UX BAG
126 Transportritten 8 Transportritten Neem bij transportritten het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften voor de bediener" vanaf pagina 29 in acht bij het. Controleer voor transport ο of voedingskabels correct zijn aangebracht. ο of de verlichting werkt, schadevrij en schoon is. ο het remsysteem en hydraulische systeem op in het oog lopende gebreken. ο of de handrem volledig los is. ο de werking van het remsysteem. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onbedoelde bewegingen van de machine. Controleer bij inklapbare machine of de transportvergrendelingen goed zijn aangebracht. Beveilig de machine tegen onbedoelde bewegingen voordat u de machine transporteert. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, vastgrijpen, naar binnen trekken of stoten door onvoldoende stabiliteit en omkantelen! Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle heeft. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de aangebouwde of aangekoppelde machine. Zet voor transport de vergrendeling van de trekstangen van de tractor aan de zijkant vast, zodat de aangebouwde of aangekoppelde machine niet kan gaan slingeren. 126 UX BAG
127 Transportritten WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Deze gevaren veroorzaken zwaar lichamelijk letsel met mogelijk dodelijke afloop. Houd rekening met de maximale belading van de aangebouwde/aangekoppelde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! Rijd indien nodig met een gedeeltelijk gevulde tank. WAARSCHUWING Het zonder toestemming meerijden op de machine kan ertoe leiden dat de machine omkantelt! Het is verboden om personen mee te laten rijden op de machine en/of op rijdende machines te laten stappen. Stuur persoen van het laadterrein voordat u met de machine gaat rijden. OPGELET Neem bij transportritten het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften voor de bediener" vanaf pagina 29 in acht bij het Verboden zijn transportritten met ingeschakelde Trail-Tron. Verboden zijn transportritten met vastgezette regeleenheid. Zet de regeleenheid op de tractor bij transportritten principieel in neutrale stand. Gebruik de transportvergrendeling voor het vergrendelen van de ingeklapte spuitboom in transportstand tegen het per ongeluk uitklappen. Gebruik de transportbeveiliging voor het beveiligen van de omhooggeklapte inspoeltank in transportpositie tegen het per ongeluk naar onderen draaien van de inspoeltank. Veiligheidselementen grijpen in de vanghaken en borgen de klimladder in transportpositie tegen het per ongeluk naar beneden klappen. VOORZICHTIG Stuuras/-dissel in nulstand brengen (dissel/wielen liggen gelijk met lengteas van de machine)! UX BAG
128 Transportritten In- en uitklappen via tractorregeleenheden Regeleenheid 4 bedienen (slangmarkering blauw) tot de dissel zich in de nulstand (Afb. 101/1) bevindt. De wijzer (Afb. 101/2) met schaalverdeling aan de hydraulische cilinder controleren! Profi-klapsysteem: Hiervoor aan de AMATRON + : 1. Trail Tron in handmatig bedrijf 2. Stuuras/-dissel manueel afstellen Trail-Tron stopt automatisch als nulstand bereikt is. 3. AMATRON + uitschakelen. Stuurdissel: kogelkraan (Afb. 102/3) aan de hydraulische cilinder sluiten (positie B). Afb. 101 Afb UX BAG
129 Werken met de machine 9 Werken met de machine Houd u bij het werken met de machine aan de aanwijzingen van hoofdstukken "Waarschuwingsstickers en andere tekens op de machine", vanaf pagina 17 en "Veiligheidsvoorschriften voor de bediener", vanaf pagina 27 Het opvolgen van deze aanwijzingen is voor uw eigen veiligheid. WAARSCHUWING Het negeren van de gebruiksvoorschriften kan leiden tot gevaar voor breuk, onvoldoende stabiliteit en onvoldoende stuur- en remvermogen van de tractor! Houd rekening met de maximale belading van de aangebouwde/aangekoppelde machine en de toelaatbare asbelasting en oplegdruk van de tractor! Rijd indien nodig met een gedeeltelijk gevulde tank. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, snijden, afsnijden, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onvoldoende stabiliteit en omkantelen van de tractor / gekoppelde machine! Houd een rijstijl aan waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle heeft. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke capaciteiten, de omstandigheden op de weg, het verkeer, uw zicht, het weer en de rijeigenschappen van de tractor en de invloed van de aangebouwde of aangekoppelde machine. WAARSCHUWING Gevaren door ingeklemd of gegrepen te worden door of te stoten aan door de machine weggeslingerde, beschadigde bouwdelen of vreemde voorwerpen! Neem het toegestane aandrijftoerental van de machine in acht voor u de aftakas van de tractor inschakelt. UX BAG
130 Werken met de machine WAARSCHUWING Gevaren door het grijpen en opwikkelen en gevaren door wegslingeren van gegrepen vreemde voorwerpen in de gevarenzone van de aangedreven cardanas! Controleer voor elk gebruik van de machine de veiligheidsvoorzieningen van de cardanas op goede werking en volledigheid. Laat beschadigde veiligheidsvoorzieningen van de cardanas onmiddellijk in een vakwerkplaats vervangen. Controleer of de cardanasbeveiliging met de borgketting tegen het verdraaien beveiligd is. Houd voldoende veiligheidsafstand tot de aangedreven cardanas. Stuur personen uit de gevarenzone van de aangedreven cardanas. Zet de tractormotor bij gevaar onmiddellijk af. VOORZICHTIG Gevaar door breuk van de cardanas bij niet-toegestane schuine stand van de aangedreven cardanas! Neem de toegestane schuine stand van de aangedreven cardanas in acht als u de machine optilt. Niet-toegestane schuine stand van de aangedreven cardanas leidt tot verhoogde, vroegtijdige slijtage of tot een indirecte vernietiging van de cardanas. Schakel de aftakas van de tractor onmiddellijk uit als de opgetilde machine onrustig loopt. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, naar binnen trekken en vastgrijpen bij gebruik van de machine zonder daartoe bestemde veiligheidsvoorzieningen! Stel de machine alleen in bedrijf als alle veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht. WAARSCHUWING Gevaren door inklemmen, grijpen en stoten door uit de machine geslingerde voorwerpen bij een aangedreven machine! Laat personen de gevarenzone van de machine verlaten voor u de aftakas inschakelt. 130 UX BAG
131 Werken met de machine WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, scharen, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine combinatie. Beveilig tractor en machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u storingen aan de machine verhelpt, zie hiervoor pagina 117. Wacht tot de machine stilstaat voordat u in de gevarenzone van de machine komt. GEVAAR Kantelgevaar voor de machine bij ingeslagen stuurdissel; vooral op sterk oneffen terrein of op hellingen! Bij beladen of gedeeltelijk beladen machine met naloopstuurdissel bestaat er kantelgevaar bij draaimanoeuvres aan de wendakker met hoge rijsnelheid als gevolg van de verplaatsing van het zwaartepunt bij een ingeslagen stuurdissel. Het kantelgevaar is bijzonder groot bij het afrijden van hellingen. Pas uw rijgedrag aan en verlaag de rijsnelheid bij draaimanoeuvres aan de wendakker, zodat u tractor en machine goed onder controle hebt. Bij het gebruik van de machine kan het tot krassen aan de spuitvloeistoftank door chassisdelen komen. Die zijn voor de houdbaarheid van de spuitvloeistoftank niet van betekenis! Voor het gebruik van de stuurdissel de kogelkraan (Afb. 102/3) aan de hydraulische cilinder openen (positie A)! UX BAG
132 Werken met de machine 9.1 Spuiten voorbereiden Voor het nauwkeurig toedienen van gewasbeschermingsmiddelen moet de veldspuit in goede staat zijn. Laat de veldspuit regelmatig op de testbank testen. Verhelp eventuele storingen meteen. Gebruik alle voorgeschreven filters. Reinig de filters regelmatig. Een storingvrije werking van de veldspuit wordt alleen door een perfecte filtrering van de spuitvloeistof bereikt. Een perfecte filtrering beïnvloedt in aanzienlijke mate het behandelingssucces van de gewasbeschermingsmaatregel. Neem de toegestane combinaties van de filters resp. de maaswijdtes in acht. De maaswijdtes van de zelfreinigende drukfilter en de spuitdopfilters moeten altijd kleiner zijn dan de spuitdopopening van de gebruikte spuitdoppen. Het standaard ingebouwde drukfilterelement van de zelfreinigende drukfilter heeft een maaswijdte van 0,3 mm bij een maasgetal van 50 gaatjes/inch. Dit drukfilterelement is geschikt voor een spuitdopgrootte vanaf '03'. ο Voor de spuitdopgrootte '02' is het drukfilterelement met 80 gaatjes/inch (speciale uitrusting) vereist. ο ο Voor de spuitdopgrootte '015' en '01' is het drukfilterelement met 100 gaatjes/inch (speciale uitrusting) vereist. Houd er rekening mee dat het gebruik van de drukfilterelementen met 80 resp. 100 gaatjes/inch bij sommige gewasbeschermingsmiddelen voor het uitfilteren van stoffen kan zorgen. Vraag om informatie bij de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel. Meer hierover zie hoofdstuk "Filteruitrusting", pagina 77. Reinigen de veldspuit altijd voor u een ander gewasbeschermingsmiddel gebruikt. Spoel de spuitdopleiding ο ο ο bij elke spuitdopwissel. voor het inbouwen van andere spuitdoppen. voor het verdraaien van de drievoudige spuitdopkop op een andere spuitdop. Zie hiervoor hoofdstuk "Reiniging" 132 UX BAG
133 Werken met de machine 9.2 Spuitvloeistof aanmaken GEVAAR Draag altijd veiligheidshandschoenen en de nodige veiligheidskleding! Bij het aanmaken van de spuitvloeistof bestaat het grootste risico om met het gewasbeschermingsmiddel in contact te komen. Neem naast de hier vermelde, algemeen geldende aanwijzingen ook de in de gebruiksaanwijzingen van de gewasbeschermingsmiddelen beschreven, productspecifieke werkwijzen in acht. De voorgeschreven water- en preparaatdoseringen vindt u in de gebruiksaanwijzing van het gewasbeschermingsmiddel. Lees de gebruiksaanwijzing van het preparaat en neem de daarin beschreven voorzorgsmaatregelen in acht! We raden u aan om een bezoekje te brengen aan onze homepage op het internet. Hier kunt u door een computerprogramma de vul- en navulhoeveelheden laten berekenen. Bereken zorgvuldig de benodigde hoeveelheid spuitvloeistof of de navulhoeveelheid om de restvloeistof na het spuiten te beperken, omdat een milieuvriendelijke verwerking van de restvloeistof erg moeilijk is. ο Gebruik voor de berekening van de benodigde navulhoeveelheid voor de laatst spuitvloeistoftankvulling de "Vultabel voor resterende oppervlakken". Trek hierbij de technische, onverdunde resthoeveelheid uit de spuitboom van de berekende navulhoeveelheid af! Zie hiervoor hoofdstuk "Vultabel voor resterende oppervlakken", pagina 135. Geleegd preparaatreservoir zorgvuldig uitspoelen (b.v. met recipiëntspoeling) en het spoelwater aan het spuitmiddel toevoegen! Uitvoering 1. Bepaal de vereiste water- en preparaatdosering aan de hand van de gebruiksaanwijzing van het gewasbeschermingsmiddel. 2. Bereken de vul- en navulhoeveelheden voor het te behandelen oppervlak. 3. Vul de spuitvloeistoftank half met water. 4. Roerwerk inschakelen. 5. Berekende hoeveelheid preparaat toevoegen. 6. Ontbrekende waterhoeveelheid toevoegen. 7. Roer de spuitvloeistof voor het spuiten conform de aanwijzingen van de fabrikant van de spuitvloeistof. UX BAG
134 Werken met de machine Vul- en navulhoeveelheden berekenen Gebruik voor de berekening van de benodigde navulhoeveelheid voor de laatst spuitvloeistoftankvulling de "Vultabel voor resterende oppervlakken", pagina 135. Voorbeeld 1: Gegeven zijn: Nominaal volume tank Resthoeveelheid in de tank Benodigde hoeveelheid water Benodigde hoeveelheid preparaat per ha Middel A Middel B 1000 l 0 l 400 l/ha 1,5 kg 1,0 l Vraag: Hoeveel liter water, hoeveel kg middel A en hoeveel liter van middel B zijn nodig voor 2,5 ha spuitoppervlakte? Antwoord: Water: 400 l/ha x 2,5 ha = 1000 l Middel A: 1,5 kg/ha x 2,5 ha = 3,75 kg Middel B: 1,0 l/ha x 2,5 ha = 2,5 l Voorbeeld 2: Gegeven zijn: Nominaal volume tank Resthoeveelheid in de tank Benodigde hoeveelheid water 1000 l 200 l 500 l/ha Aanbevolen concentratie 0,15 % Vraag 1: Hoeveel liter resp. kg preparaat is nodig voor een tankvulling? Vraag 2: Hoeveel ha kan met een tankvulling gespoten worden als de rechtshoeveelheid 20 liter bedraagt? Berekeningsformule en antwoord op vraag 1: Benodigde hoeveelh. water [l] x concentratie [%] 100 = Hoeveelheid preparaat [l of kg] ( ) [l] x 0,15 [%] 100 = 1,2 [l of kg] 134 UX BAG
135 Werken met de machine Berekeningsformule en antwoord op vraag 2: Beschikbare spuitvloeistof [l] resthoeveelheid [l] Benodigde hoeveelheid water [l/ha] = te behandelen oppervlak [ha] 1000 [l] (nominaal volume tank) 20 [l] (resthoeveelheid) 500 [l/ha] benodigde hoeveelheid water = 1,96 [ha] Vultabel voor restoppervlakken Gebruik voor de berekening van de benodigde navulhoeveelheid voor de laatst spuitvloeistoftankvulling de "Vultabel voor resterende oppervlakken". Trek van de berekende navulhoeveelheid de resthoeveelheid van de spuitleiding af! Zie hiervoor hoofdstuk "Spuitleidingen", pagina 95. Traject [m] De opgegeven navulhoeveelheden gelden voor een dosering van 100 l/ha. Voor andere doseringen verhoogt de navulhoeveelheid evenredig. Navulhoeveelheden [l] voor spuitboom met werkbreedtes 18 m 20 m 21 m 24 m 27 m 28 m 30 m 32 m 33 m 36 m Afb. 103 Voorbeeld: Resterend traject: 100 m Dosering: 100 l/ha Werkbreedte: 21 m Aantal secties: 5 Resthoeveelheid spuitleiding: 5,2 l 1. Bereken de navulhoeveelheid aan de hand van de vultabel. Voor het voorbeeld bedraagt de navulhoeveelheid 21 l. 2. Trek van de berekende navulhoeveelheid de resthoeveelheid van de spuitleiding af. Vereiste navulhoeveelheid: 21 l 5,2 l = 9,8 l UX BAG
136 Werken met de machine 9.3 Vullen met water Neem bij het vullen de toegestane nuttige belasting van uw veldspuit in acht! Neem bij het vullen van uw veldspuit absoluut de verschillende specifieke gewichten [kg/l] van de verschillende vloeistoffen in acht. VOORZICHTIG Bij het vullen via de zuigaansluiting (op pagina 137) absoluut het deksel van de spuitvloeistoftank openen! Specifieke gewichten van verschillende vloeistoffen Vloeistof Water Ureum AHL NP-oplossing Dichtheid [kg/l] 1 1,11 1,28 1,38 Controleer de veldspuit telkens voor het vullen op schade, b.v. op ondichte tanks en slangen alsook op correcte positie van alle bedieningselementen. U mag de veldspuit bij het vullen nooit onbeheerd achterlaten. Brengt nooit een directe verbinding tussen vulslang en spuitvloeistoftankinhoud tot stand, zodat een overheveling van spuitvloeistof in het leidingnet verhinderd wordt. Bevestig het einde van de vulslang minstens 20 cm boven de vulopening van de spuitvloeistoftank. De vrije uitloop die zo ontstaat biedt een maximum aan veiligheid tegen het terugstromen van spuitvloeistof in het leidingnet. Schuimvorming vermijden. Bij het vullen mag er geen schuim uit de spuitvloeistoftank komen. Een trechter met grote diameter, die tot op de spuitvloeistoftankbodem reikt, verhindert op een doeltreffende manier de vorming van schuim. Vul de spuitvloeistoftank alleen met een vulzeef. Het minst gevaarlijk is het vullen aan de rand van het veld uit de waterwagen (zoveel mogelijk van het natuurlijke verval gebruik maken). Deze manier van vullen is afhankelijk van het gebruikte spuitmiddel in waterwingebieden niet toegestaan. U dient hier de lokale voorschriften in acht te nemen. 1. Exacte watervulhoeveelheid bepalen (zie hiervoor hoofdstuk "Vul- en navulhoeveelheden berekenen", op pagina 134). 2. De spuitvloeistof- en spoelwatertank telkens via de vulopening met een waterleiding in "vrije val" vullen. 3. Controleer de tankinhoud aan de vulpeilindicatie. 4. Sluit de vulopeningen met klap- of schroefdeksel. 136 UX BAG
137 Werken met de machine Vullen via zuigaansluiting aan het bedieningsveld GEVAAR Bij het vullen absoluut het deksel van de spuitvloeistoftank openen! Afb. 104/ Omschakelkraan F in positie Omschakelkraan E in positie Omschakelkraan D (optie) in positie. 4. Omschakelkraan B in positie. 5. Omschakelkraan A in positie. 6. Pomp met ca. 540 t/min. aandrijven. 7. Is de tank volledig gevuld, dan de omschakelkraan A in positie Afb. 104 Verhoging van het zuigvermogen door het inschakelen van de injector: Omschakelkraan F in positie. De injector mag pas ingeschakeld worden als de pomp water aangezogen heeft. UX BAG
138 Werken met de machine 9.4 Preparaten inspoelen GEVAAR Draag voor het inspoelen van de preparaten de nodige veiligheidskleding, zoals de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel het voorschrijft! De roerwerken blijven normaal gezien vanaf het vullen tot u klaar bent met spuiten ingeschakeld. Doorslaggevend zijn hierbij de aanwijzingen van de fabrikant van het preparaat. Doe wateroplosbare foliezakjes bij een lopend roerwerk direct in de spuitvloeistoftank. Spoel het betreffende preparaat via de inspoeltank (Afb. 105/1) in het water van de spuitvloeistoftank. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het inspoelen van vloeibare en poedervormige preparaten of ureum. Afb. 105 Lege preparaatrecipiënten Lege preparaatrecipiënten zorgvuldig spoelen, onbruikbaar maken, verzamelen en reglementair afvoeren. Niet voor andere doeleinden opnieuw gebruiken. Staat voor het spoelen van de preparaatrecipiënten alleen spuitvloeistof ter beschikking, dan hiermee eerst een voorreiniging uitvoeren. Een zorgvuldige spoeling uitvoeren als helder water beschikbaar is, b.v. voor het aanmaken van de volgende spuitvloeistoftankvulling of bij het verdunnen van de resthoeveelheid van de laatste spuitvloeistoftankvulling. 138 UX BAG
139 Werken met de machine Vloeibare preparaten inspoelen Afb. 106/ Spuitvloeistoftank half met water vullen. 2. Omschakelkraan F in positie. 3. Omschakelkraan E in positie. 4. Omschakelkraan D (optie) in positie. 5. Omschakelkraan B in positie. 6. Omschakelkraan A in positie. 7. Inspoeltankdeksel openen. 8. De voor de tankvulling berekende en afgemeten preparaatdosering in de inspoeltank doen (max. 60 l). De inhoud volledig uit de inspoeltank afzuigen. 9. Pomp met ca. 400 t/min aandrijven. 10. Omschakelkraan E in positie 0. Afb Omschakelkraan F in positie Inspoeltankdeksel sluiten. 13. Vul de ontbrekende hoeveelheid water bij. Tegelijk vullen van de spuitvloeistoftank via de zuigaansluiting aan het bedieningsveld: Omschakelkraan A in positie UX BAG
140 Werken met de machine Poedervormige preparaten en ureum inspoelen Los het ureum voor het spuiten door rondpompen van vloeistof volledig op. Bij het oplossen van grotere hoeveelheden ureum komt het tot een sterke temperatuurdaling van de spuitvloeistof, hierdoor lost het ureum slechts langzaam op. Hoe warmer het water is, hoe sneller en beter het ureum oplost. Afb. 107/ Spuitvloeistoftank half met water vullen. 2. Omschakelkraan F in positie Omschakelkraan E in positie Omschakelkraan D (optie) in positie. 5. Omschakelkraan B in positie. 6. Omschakelkraan A in positie. 7. Inspoeltankdeksel openen. 8. De voor de tankvulling berekende en afgemeten preparaat- of ureumdosering in de inspoeltank doen (max. 60 l). 9. Pomp met ca. 400 t/min aandrijven. 10. Omschakelkraan E in positie. Zolang vloeistof door de inspoeltank pompen tot de gevulde inhoud volledig opgelost is. 11. Is het ingevulde preparaat volledig opgelost, dan de omschakelkraan F zolang Afb. 107 in positie houden tot de inhoud volledig uit de inspoeltank afgezogen is. 12. Omschakelkraan E, F, in positie Inspoeltankdeksel sluiten. 14. Vul de ontbrekende hoeveelheid water bij. Tegelijk vullen van de spuitvloeistoftank via de zuigaansluiting aan het bedieningsveld: Omschakelkraan A in positie. 140 UX BAG
141 Werken met de machine Recipiënt voorreinigen met spuitvloeistof Afb. 108/ Omschakelkraan F in positie. 2. Omschakelkraan E in positie 0 3. Omschakelkraan D (optie) in positie. 4. Omschakelkraan B in positie. 5. Omschakelkraan A in positie. 6. Inspoeltankdeksel openen. 7. Pomp met ca. 400 t/min aandrijven. 8. Het recipiënt over de recipiëntspoeling stulpen. Omschakelkraan E in positie. 9. Recipiënt minstens 30 sec. naar onderen drukken en spoelen. 10. Omschakelkraan E in positie 0 en recipiënt verwijderen. Afb Omschakelkraan F zolang in positie houden tot de inhoud volledig in de inspoeltank afgezogen is. UX BAG
142 Werken met de machine Recipiënt reinigen met spoelwater Het reinigen van de recipiënten met spoelwater verdunt de concentratie van de spuitvloeistof! Afb. 109/ Omschakelkraan F in positie. 2. Omschakelkraan E in positie Omschakelkraan D (optie) in positie Omschakelkraan B in positie. 5. Omschakelkraan A in positie. 6. Inspoeltankdeksel openen. 7. Pomp met ca. 400 t/min aandrijven. 8. Het recipiënt over de recipiëntspoeling stulpen. Omschakelkraan E in positie. 9. Recipiënt minstens 30 sec. naar onderen drukken en spoelen. 10. Omschakelkraan E in positie 0 en recipiënt verwijderen. Afb Omschakelkraan A in positie. 12. Omschakelkraan D in positie. 13. Omschakelkraan F zolang in positie houden tot de inhoud volledig in de inspoeltank afgezogen is. 142 UX BAG
143 Werken met de machine 9.5 Spuiten Bijzondere aanwijzingen voor het spuiten Controleer de veldspuit door de afgifte te meten ο ο voor het begin van het seizoen. bij afwijkingen tussen de werkelijk weergegeven spuitdruk en de volgens de spuittabel vereiste spuitdruk. Bepaal voor het spuiten de vereiste dosering exact aan de hand van de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel. ο ο Voer de vereiste dosering (gewenste hoeveelheid) voor het spuiten in de AMATRON + / AMASPRAY + in. De AMATRON + geeft een foutmelding en een akoestisch alarmsignaal als de vereiste dosering bij het spuiten niet in acht genomen wordt. Neem de vereiste dosering [l/ha] bij het spuiten exact in acht, ο ο zodat u een optimaal behandelingssucces bereikt. om onnodige milieubelastingen te vermijden. Kies het vereiste spuitdoptype voor het spuiten uit de spuittabel rekening houdende ο ο ο met de gewenste rijsnelheid de vereiste dosering en het vereiste druppelspectrum (fijn, middel of grof) voor het uitvoeren van de bespuiting met het in te zetten gewasbeschermingsmiddel. Zie hiervoor hoofdstuk "Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen", op pagina 194. Kies het vereiste spuitdopformaat voor het spuiten uit de spuittabel rekening houdende ο ο ο met de gewenste rijsnelheid de vereiste dosering en de gewenste spuitdruk. Zie hiervoor hoofdstuk "Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen", op pagina 194. Kies een lage rijsnelheid en een lage spuitdruk om drift te voorkomen! Zie hiervoor hoofdstuk "Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen", op pagina 194. Neem bijkomende maatregelen voor het verminderen van de drift bij windsnelheden van 3 m/s (zie hiervoor hoofdstuk "Maatregelen ter vermindering van drift", op pagina 147)! UX BAG
144 Werken met de machine Bij gemiddelde windsnelheden van meer dan 5 m/sec. (bladeren en takjes bewegen) niet meer spuiten. Schakel de spuitboom alleen tijdens het rijden in en uit om overdoseringen te vermijden. Vermijd overdoseringen door overlappingen bij niet exact aansluitend rijden van het ene spuitspoor naar het andere en/of bij het keren op de wendakker met ingeschakelde spuitboom! Zorg er bij het verhogen van de rijsnelheid voor dat het maximaal toegestane pompaandrijftoerental van 550 t/min. niet overschreden wordt! Controleer bij het spuiten permanent het werkelijke spuitvloeistofverbruik in verhouding tot het te behandelen oppervlak. Kalibreer de doorstromingsmeter bij afwijkingen tussen de werkelijke en de weergegeven dosering. Kalibreer de wielsensor (impulsen per 100 m) bij afwijkingen tussen het werkelijke en het weergegeven traject, zie gebruiksaanwijzing AMATRON + / AMASPRAY +. Reinig absoluut de zuigfilter, de pomp, de armatuur en de spuitleidingen bij onderbreking van het spuit door weersomstandigheden. Zie hiervoor pagina 161. Spuitdruk en spuitdopgrootte beïnvloeden de druppelgrootte en het uitgespoten vloeistofvolume. Hoe hoger de spuitdruk, hoe kleiner de druppeldiameter van de uitgespoten spuitvloeistof. De kleinere druppeltjes zijn aan een versterkte, ongewenste drift onderhevig! Wordt de spuitdruk verhoogd, dan verhoogt ook de dosering. Wordt de spuitdruk verlaagd, dan vermindert ook de dosering. Wordt de rijsnelheid bij gelijke spuitdopgrootte en gelijkblijvende spuitdruk verhoogd, dan vermindert de dosering. Wordt de rijsnelheid bij gelijke spuitdopgrootte en gelijkblijvende spuitdruk verlaagd, dan verhoogt de dosering. Rijsnelheid en pompaandrijftoerental zijn over een groot bereik naar wens in te stellen door de automatische regeling van de dosering via de AMATRON + / AMASPRAY +. De pompcapaciteit is afhankelijk van het pompaandrijftoerental. Stel het pomptoerental zodanig in (tussen 350 en 550 t/min.) dat altijd een voldoende grote volumestroom naar de spuitboom en voor het roerwerk ter beschikking staat. Hierbij dient er absoluut rekening mee gehouden te worden dat bij hoge rijsnelheid en grote dosering meer spuitvloeistof getransporteerd moet worden. Het roerwerk blijft normaal gezien vanaf het vullen tot u klaar bent met spuiten ingeschakeld. Doorslaggevend zijn hierbij de aanwijzingen van de fabrikant van het preparaat. De spuitvloeistoftank is leeg als de spuitdruk plots duidelijk vermindert. Zuig- of drukfilter zijn verstopt als de spuitdruk bij onveranderde omstandigheden afneemt. 144 UX BAG
145 Werken met de machine Spuitvloeistof spuiten Koppel de veldspuit volgens de voorschriften aan de tractor! Controleer voor het spuiten de volgende machinegegevens in de AMATRON + : ο ο ο de stappen in de afgifte. de waarden voor het toegestane spuitdrukbereik van de in de spuitboom ingebouwde spuitdoppen. de waarde "impulsen per 100 m". Neem de nodige maatregelen als tijdens het spuiten een foutmelding op het display van de AMATRON + verschijnt en tegelijk een akoestisch alarmsignaal te horen is. Zie hiervoor hoofdstuk Storingen, op pagina 155. Controleer de weergegeven spuitdruk tijdens het spuiten. Zorg ervoor dat de weergegeven spuitdruk in geen geval meer dan ±25% van de gewenste spuitdruk uit de spuittabel afwijkt, b.v. bij het veranderen van de dosering via de plus-/mintoetsen. Grotere afwijkingen van de gewenste spuitdruk maken geen optimaal behandelingsresultaat mogelijk en belasten het milieu. Verlaag of verhoog de rijsnelheid zolang tot u opnieuw in het toegestane spuitdrukbereik van de gewenste spuitdruk terugkeert. Spuit de spuitvloeistoftank nooit helemaal leeg (geldt niet aan het einde van het spuiten). Vul de spuitvloeistoftank ten laatste bij een vulpeil van ca. 50 liter bij. Na het spuiten, vanaf een vulpeil van ca. 50 liter ο ο de omschakelkraan spuiten/spoelen in positie "spoelen". het roerwerk uitschakelen. Voorbeeld Benodigde dosering: Ingestelde rijsnelheid: Spuitdoptype: Spuitdopgrootte: Toegestaan drukbereik van de ingebouwde spuitdoppen Nagestreefde spuitdruk: Toegestane spuitdruk: 3,7 bar ±25% 200 l/ha 8 km/h AI / ID '03' min. druk 3 bar max. druk 8 bar 3,7 bar min. 2,8 bar en max. 4,6 bar UX BAG
146 Werken met de machine Afb. 110/ Spuitvloeistof volgens de voorschriften conform de aanwijzingen van de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel aanmaken en mengen. Zie hiervoor hoofdstuk "Spuitvloeistof aanmaken", op pagina De gewenste roerstand instellen. Zie hiervoor hoofdstuk "Roerwerk", op pagina De AMATRON + / AMASPRAY + inschakelen. 4. De spuitboom uitklappen. 5. De werkhoogte van de spuitboom (afstand tussen doppen en gewas) afhankelijk van gebruikte doppen volgens de spuittabel instellen. 6. Omschakelkraan F in positie Omschakelkraan E in positie Omschakelkraan D (optie) in positie. Afb Omschakelkraan B in positie. 10. Omschakelkraan A in positie. 11. Voer de waarde "gewenste hoeveelheid" voor de vereiste dosering in de AMATRON + / AMASPRAY in en controleer de opgeslagen waarde. 12. De pomp met pompbedrijfstoerental (min. 400 t/min.) aandrijven. 13. Trekker in passende versnelling schakelen en wegrijden. 14. Spuitboom via de AMATRON + / AMASPRAY inschakelen. Bij geringe doseringen kan het pomptoerental om energie te besparen gereduceerd worden. 146 UX BAG
147 Werken met de machine Naar het veld rijden met ingeschakeld roerwerk 1. AMATRON + / AMASPRAY + uitschakelen. 2. Aftakas inschakelen. 3. Gewenste roerintensiteit instellen. Wijkt deze roerintensiteit af van de roerintensiteit die tijdens het spuiten moet worden gebruikt, dan de roerstand voor het spuiten terugzetten! Maatregelen ter vermindering van drift Het spuiten naar 's morgens vroeg of 's avonds laat verleggen (over het algemeen waait het dan minder). Grotere doppen en hogere waterdoseringen gebruiken. Spuitdruk verlagen. Boomwerkhoogte exact in acht nemen, omdat met toenemende afstand tot de grond het driftgevaar sterk stijgt. Rijsnelheid verlagen (tot minder dan 8 km/h). Gebruik van zogenaamde antidrift (AD)-doppen of injectie (ID)-doppen (doppen met groter aandeel grove druppels). Rekening houden met de spuitafstand van het betreffende middel. UX BAG
148 Werken met de machine 9.6 Resthoeveelheden Er zijn twee soorten resthoeveelheden: In de spuitvloeistoftank resterende, overtollige resthoeveelheid als u klaar bent met spuiten. Technische resthoeveelheid die bij een duidelijke drukdaling nog in de spuitvloeistoftank, de zuigarmatuur en de spuitleiding blijft. De zuigarmatuur bestaat uit de bouwgroepen zuigfilter, pompen en drukregelaar. De waarden voor de technische resthoeveelheden van de verschillende bouwdelen vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens", zie 95. Tel de technische resthoeveelheden van de afzonderlijke componenten bij elkaar op Verwijderen van resthoeveelheden Houd er rekening mee dat de resthoeveelheid in de spuitleiding nog in onverdunde concentratie uitgespoten wordt. Spuit deze resthoeveelheid absoluut op een onbehandeld oppervlak uit. In het hoofdstuk "Technische gegevens - spuitleidingen", pagina 95 vindt u het nodige traject voor het uitspuiten van deze onverdunde resthoeveelheid. De resthoeveelheid van de spuitleiding is afhankelijk van de werkbreedte van de spuitboom. Schakel het roerwerk voor het leegspuiten van de spuitvloeistoftank uit als de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank maar 100 liter meer bedraagt. Bij ingeschakeld roerwerk verhoogt de technische resthoeveelheid in vergelijking met de opgegeven waarden. Maatregelen ter bescherming van de gebruiker gelden bij het legen van resthoeveelheden. Neem de aanwijzingen van de fabrikant van het gewasbeschermingsmiddel in acht en draag passende veiligheidskleding. Voer de opgevangen resthoeveelheid spuitvloeistof volgens de betreffende, wettelijke voorschriften af. Verzamel de resthoeveelheden spuitvloeistof in geschikte recipiënten. Laat de resthoeveelheden spuitvloeistof indrogen. Voer de resthoeveelheden spuitmiddel zoals voorgeschreven als chemisch afval af. 148 UX BAG
149 Werken met de machine Verdunnen van de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank en uitspuiten van de verdunde resthoeveelheid na het spuiten. Voer het verdunnen en uitspuiten van de resthoeveelheid na het spuiten in een aparte procedure uit. Ga hierbij als volgt te werk: 1. Verdun de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank met 200 liter spoelwater. 2. Spuit eerst de onverdunde resthoeveelheid uit de spuitleiding op een onbehandeld gedeelte van het perceel. 3. Spuit daarna de verdunde resthoeveelheid eveneens op een onbehandeld gedeelte van het perceel. 4. Verdun de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank opnieuw met 200 liter spoelwater. 5. Spuit daarna de verdunde resthoeveelheid opnieuw op een onbehandeld gedeelte van het perceel. Afb. 111/ Spuitboom uitschakelen. 2. Omschakelkraan F in positie Omschakelkraan E in positie Omschakelkraan D in positie. 5. Omschakelkraan B in positie. 6. Omschakelkraan A in positie. 7. Pomp met ca. 400 t/min. aandrijven. 8. Verdun de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank met ca. 200 liter uit de spoelwatertank. Afb. 111 UX BAG
150 Werken met de machine Afb. 112/ Omschakelkraan A in positie. 10. Omschakelkraan B in positie. 11. Omschakelkraan D in positie. 12. Spuit eerst de onverdunde resthoeveelheid uit de spuitleiding op een onbehandeld gedeelte van het perceel. 13. Spuit daarna de verdunde resthoeveelheid eveneens op een onbehandeld gedeelte van het perceel. 14. Schakel het roerwerk C op 0 als de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank nog slechts 50 liter bedraagt. 15. Herhaal de stappen 3 tot 14 een tweede keer. Afb UX BAG
151 Werken met de machine Aftappen van de technische resthoeveelheden Afb. 113/ Zet een geschikte opvangbak onder de aftapopening van de VARIO-schakeling aan de zuigzijde. 17. Omschakelkraan A in positie en de technische resthoeveelheid uit de spuitvloeistoftank in een geschikte opvangbak aftappen. Afb. 113 UX BAG
152 Werken met de machine Afb. 114/ Omschakelkraan A in positie " en de technische resthoeveelheid uit de zuigarmatuur in een geschikte opvangbak aftappen. Afb UX BAG
153 Werken met de machine Afb. 115/ Zet een geschikte opvangbak onder de aftapopening van de drukfilter. 20. Borgplaat terugdrukken: instelkraan C in positie en de technische resthoeveelheid uit de drukfilter aftappen. Afb. 115 UX BAG
154 Werken met de machine Legen van de spuitvloeistoftank via de pomp Afb. 116/ Een afvoerslang met 2-inch-Cam-Lockkoppeling op het vaderdeel aan de machinezijde koppelen. 2. Borgplaat opzij drukken en omschakelkraan D in positie. 3. Omschakelkraan B in positie. 4. Omschakelkraan A in positie. 5. De pomp met pompbedrijfstoerental (540 t/min.) aandrijven. Afb UX BAG
155 Storingen 10 Storingen Storing Oorzaak Oplossing Pomp zuigt niet aan Pomp heeft geen capaciteit Fladderen van de spuitkegel Olie-spuitvloeistofmengsel in olievulopening resp. duidelijk vaststelbaar olieverbruik AMATRON + : De vereiste, ingevoerde dosering wordt niet bereikt Verstopping aan de zuigzijde (zuigfilter, filterelement, zuigslang). Pomp zuigt lucht aan. Verhelp de verstopping. Controleer de slangverbinding voor de zuigslang (speciale uitrusting) aan de zuigaansluiting op dichtheid. Zuigerfilter, filterelement vervuild. Zuigerfilter, filterelement reinigen. Vastgeklemde of beschadigde Vervang de ventielen. ventielen. Pomp zuigt lucht aan, herkenbaar Controleer de slangverbindingen aan luchtbellen in de aan de zuigslang op dichtheid. spuitvloeistoftank. Onregelmatige transportstroom van de pomp. Pompmembraan defect. Hoge rijsnelheid, lage pompaandrijftoerental. Ventielen aan zuig- en drukzijde controleren resp. vervangen (zie hiervoor op pagina 187). Vervang de 6 zuigermembranen (zie hiervoor pagina 189). Verlaag de rijsnelheid en verhoog het pompaandrijftoerental tot de foutmelding en het akoestisch alarmsignaal verdwijnen. AMATRON + : Opgegeven rijsnelheid verandert, Verander de rijsnelheid, zodat u Het toegestane spuitdrukbereik wat gevolgen heeft voor de opnieuw naar het opgegeven van de in de spuitboom spuitdruk rijsnelheidsbereik terugkeert, dat ingebouwde spuitdoppen u voor het spuiten had wordt verlaten vastgelegd UX BAG
156 Reinigen, service en onderhoud 11 Reinigen, service en onderhoud WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, schuren, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken, vastgrijpen en stoten door onbedoeld zakken van de door de driepuntshydraulica van de tractor opgeheven machine. onbedoeld zakken van opgeheven, onbeveiligde onderdelen van de machine. onbedoeld starten en wegrollen van de tractor/machine combinatie. Beveilig de tractor en de machine tegen onbedoeld starten en wegrollen voordat u reinigings-, service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Zie hiervoor pagina 117. WAARSCHUWING Gevaar voor bekneld raken, schuren, snijden, afsnijden, vastgrijpen, opwikkelen, naar binnen trekken en vastgrijpen door gevaarlijke plaatsen die niet beveiligd zijn! Monteer de veiligheidsvoorzieningen die u vóór de reinigings-, service en onderhoudswerkzaamheden heeft verwijderd. Vervang defecte veiligheidsvoorzieningen door nieuwe. GEVAAR Neem bij het uitvoeren van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de veiligheidsvoorschriften, vooral hoofdstuk "Gebruik van de veldspuit" in acht, op pagina 34! U mag onderhouds- en reparatiewerkzaamheden onder bewegende machinedelen, die opgetild zijn, alleen uitvoeren als die machinedelen tegen het per ongeluk naar beneden komen met geschikte vormgesloten beveiligingen geborgd zijn. 156 UX BAG
157 Reinigen, service en onderhoud Een regelmatig en deskundig onderhoud houdt uw veldspuit in topconditie en voorkomt vroegtijdige slijtage. Een regelmatig en deskundig onderhoud is een voorwaarde voor onze garantiebepalingen. Gebruik alleen originele AMAZONE-reserveonderdelen (zie hiervoor hoofdstuk "Reserveonderdelen, slijtdelen en hulpmaterialen", pagina 16). Gebruik alleen originele AMAZONE-reserveslangen en bij de montage alleen slangklemmen van V2A. Speciale vakkennis is de voorwaarde voor het uitvoeren van controle- en onderhoudswerkzaamheden. Deze vakkennis wordt in het kader van deze gebruiksaanwijzing niet overgedragen. Neem de nodige maatregelen ter bescherming van het milieu bij het uitvoeren van reinigings- en onderhoudswerkzaamheden in acht. Neem de wettelijke voorschriften bij het afvoeren van bedrijfsstoffen in acht, zoals b.v. oliën en vetten. Eveneens van deze wettelijke voorschriften betroffen, zijn delen die met deze bedrijfsstoffen in aanraking komen. Een doorsmeerdruk van 400 bar mag bij het doorsmeren met hogedruksvetspuiten niet overschreden worden. Principieel verboden is ο ο ο het boren aan het chassis. het openboren van bestaande gaten aan het rijwerk. het lassen aan dragende bouwdelen. Nodig zijn veiligheidsmaatregelen, zoals het afdekken van de leidingen of het demonteren van leidingen op bijzonder kritieke plaatsen ο ο bij las-, boor- en slijpwerkzaamheden. bij werkzaamheden met slijpschijven in de buurt van kunststofleidingen en elektrische leidingen. Reinig de veldspuit voor elke reparatie grondig met water! Voer reparatiewerkzaamheden aan de veldspuit principieel bij een niet-aangedreven pomp uit. Alleen na grondige reiniging mogen reparatiewerkzaamheden in de binnenruimte van de spuitvloeistoftank uitgevoerd worden! Ga niet in de spuitvloeistoftank staan! Maak altijd de machinekabel los en verbreek de stroomtoevoer van de boorcomputer bij alle onderhoudswerkzaamheden. Dit geldt vooral bij laswerkzaamheden aan de machine. UX BAG
158 Reinigen, service en onderhoud 11.1 Reinigen Controleer rem-, lucht- en hydraulische slangleidingen bijzonder zorgvuldig! Behandel rem-, lucht- en hydraulische slangleidingen nooit met benzine, benzeen, petroleum of minerale oliën. Smeer de machine na het reinigen, vooral na het reinigen met een hogedrukreiniger/stoomstraal of vetoplosbare middelen. Neem de wettelijke voorschriften voor het gebruiken en opruimen van reinigingsmiddelen in acht. Reinigen met hogedrukreiniger/stoomstraal U dient de volgende aanwijzingen bij het reinigen met een hogedrukreiniger/stoomstraal beslist op te volgen: ο Reinig geen elektrische onderdelen. ο Reinig geen verchroomde onderdelen. ο ο ο Richt de straal van de hogedrukreiniger of de stoomstraal nooit rechtstreeks op smeerpunten en lagers. Houd altijd een afstand van minimaal 300 mm tussen hogedrukreiniger/stoomstraal en machine aan. Neem de veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van hogedrukreinigers in acht. 158 UX BAG
159 Reinigen, service en onderhoud Reinigen van de veldspuit Het regelmatig reinigen van de getrokken veldspuit is een voorwaarde voor het deskundige onderhoud en vergemakkelijkt het bedienen van de getrokken veldspuit. Houd de inwerkingsduur zo kort mogelijk, b.v. door het dagelijks reinigen na het spuiten. Laat de spuitvloeistof niet onnodig lang in de spuitvloeistoftank, bijvoorbeeld niet gedurende de nacht. Levensduur en betrouwbaarheid van de veldspuit hangen in hoofdzaak van de inwerkingsduur van het gewasbeschermingsmiddel op de materialen van de veldspuit af. Reinig de veldspuit altijd voor u een ander gewasbeschermingsmiddel gebruikt. Verdun de resthoeveelheid in de spuitvloeistoftank en spuit de verdunde resthoeveelheid daarna uit (zie hiervoor hoofdstuk "Resthoeveelheden", pagina 149). Voer een voorreiniging van de veldspuit op het veld uit voor u de eigenlijke reiniging van de veldspuit uitvoert. Voer bij elke reiniging van de veldspuit de reinigingsresten op een milieuvriendelijke manier af. Demonteer de spuitdoppen minstens één keer per seizoen. Controleer de vervuiling van de gedemonteerde spuitdoppen, evt. de spuitdoppen met een zachte borstel reinigen (zie hiervoor hoofdstuk "Onderhoud"). Spoel de spuitleiding zonder ingebouwde spuitdoppen. UX BAG
160 Reinigen, service en onderhoud Reinigen van de spuit bij een geleegde tank Afb. 117/ Spuit de geleegde spuitvloeistoftank met een scherpe waterstraal uit. 2. Vul de spuitvloeistoftank met ca. 400 l water. 3. Roerwerk C inschakelen. 4. Omschakelkraan B in positie 5. Omschakelkraan A in positie. 6. Pomp met ca. 400 t/min aandrijven. Water uit de spuitvloeistoftank enkele minuten in het gesloten circuit rondpompen. 7. Wissel aan de omschakelkraan B meermaals tussen de posities en. Zo spoelt u alle armatuurbouwdelen met schoon water. 8. Wissel meermaals de roerstanden aan de instelkraan C. 9. Omschakelkraan B in positie. Tankinhoud uit de spuitvloeistoftank via de spuitboom uitspuiten. 10. Laat de technische resthoeveelheden af. Zie hiervoor op pagina Reinig de zuigfilter. Zie hiervoor op pagina 163. Afb UX BAG
161 Reinigen, service en onderhoud Reiniging van de spuit bij een gevulde tank Reinig absoluut de zuigarmatuur (zuigfilter, pompen, drukregelaar) en de spuitleiding bij een onderbreking tijdens het spuiten door de weersomstandigheden. Voer de reiniging op het veld met water uit de spoelwatertank uit. Houd er rekening mee dat de resthoeveelheid in de spuitleiding nog in onverdunde concentratie uitgespoten wordt. Spuit deze resthoeveelheid absoluut op een onbehandeld oppervlak uit. In het hoofdstuk "Technische gegevens spuitleidingen, pagina 95" vindt u het nodige traject voor het uitspuiten van deze onverdunde resthoeveelheid. Afb. 118/ Spuitboom uitschakelen. 2. Roerwerk C uitschakelen. 3. Omschakelkraan B in positie. 4. Omschakelkraan A in positie. 5. Pomp met pompbedrijfstoerental (min. 400 t/min.) aandrijven. 6. Ca. 20 seconden na het inschakelen van de pomp de DCS-kraan sluiten (DCS-optie) om het ontmengen van de spuitvloeistof te verhinderen. 7. Spuit eerst de onverdunde resthoeveelheid uit de spuitboom op een onbehandeld gedeelte van het perceel. 8. Spuit daarna de met water uit de spoelwatertank verdunde resthoeveelheid uit zuigfilter, pomp, armatuur en spuitleiding eveneens op een onbehandeld gedeelte van het perceel. 9. Tap de technische resthoeveelheid uit de armatuur in een geschikte opvangbak af. Zie hiervoor op pagina Reinig de zuigfilter. Zie hiervoor op pagina Pompaandrijving uitschakelen. 12. DCS-kraan opnieuw openen. Afb. 118 UX BAG
162 Reinigen, service en onderhoud Buitenreiniging Afb. 122/ Omschakelkraan F in positie Omschakelkraan E in positie Omschakelkraan D (optie) in positie. 4. Omschakelkraan B in positie. 5. Omschakelkraan A in positie. 6. Pomp met pompbedrijfstoerental (min. 400 t/min.) aandrijven. 7. De veldspuit en de spuitboom met het spuitpistool reinigen. Afb UX BAG
163 Reinigen, service en onderhoud Zuigfilter reinigen Reinig de zuigfilter (Afb. 120) dagelijks na het spuiten. 1. Pomp aandrijven, pomptoerental op 300 t/min. instellen. 2. Zet een geschikte opvangbak onder de aftapopening van de VARIO-schakeling aan de zuigzijde. 3. Omschakelkraan F in positie Omschakelkraan E in positie Omschakelkraan D in positie. Afb Omschakelkraan B in positie. 7. Omschakelkraan A in positie en de technische resthoeveelheid uit de zuigarmatuur in een geschikte opvangbak aftappen. Zie hiervoor op pagina De vleugelschroef aan de zuigfilter lossen (Afb. 120/1). 9. Filterbeker (Afb. 120/2) door licht naar rechts en links te draaien aftrekken. 10. Filterelement (Afb. 120/3) uittrekken en met water reinigen. 11. Controleer de O-ringen (Afb. 120/4) op beschadigingen. 12. Zuigfilter in de omgekeerde volgorde opnieuw monteren. Let op een correcte inbouw van de O- ringen (Afb. 120/4). 13. Omschakelkraan A in positie. 14. Controleer de dichtheid van de zuigfilter. Afb. 121 UX BAG
164 Reinigen, service en onderhoud 11.2 Overwinteren of langere buitenbedrijfstelling 1. Reinig de veldspuit grondig voor het overwinteren. Zie hiervoor op pagina Demonteer en reinig de zuigfilter (Afb. 122/1). Zie hiervoor op pagina De pomp met een aftakastoerental van 300 t/min. aandrijven en "lucht laten pompen" als de spoelwerkzaamheden afgesloten zijn en er geen vloeistof meer uit de spuitdoppen komt. 4. Schakel de aftakas uit. 5. Roerwerk: 5.1 De drukfilter (Afb. 122/2) via kraan C legen. Instelkraan C in positie. 5.2 Schroef de roerwerkslang (Afb. 123/4) (van de kraan C uitgaand) van de spuitvloeistoftank. 6. Schroef de toevoerslang (Afb. 123/1) van het regelventiel. De toevoerslang verbindt de VARIO-schakeling aan de drukzijde (Afb. 122/B) met de zuigarmatuur. 7. Schroef de terugloopslang (Afb. 123/2) van de sectiearmatuur van de VARIOschakeling aan de zuigzijde (Afb. 122/A). 8. Verwijder de slang (Afb. 124/1) aan de omschakelkraan F. Draai de omschakelkraan F (Afb. 124/2) in Afb. 122 positie. 9. Verwijder de binnenreinigingsslang (Afb. 123/3) van de VARIO-schakeling aan de drukzijde (Afb. 122/B). 10. Demonteer de drukslang (Afb. 125/1) van de pomp zodat resterende waterhoeveelheden uit drukslang en VARIO-schakeling aan de drukzijde B kunnen wegstromen. 11. Verwijder de buitenreinigingsslang ook als er geen buitenreiniging voorhanden is (Afb. 123/5). Afb UX BAG
165 Reinigen, service en onderhoud 12. Aftakas opnieuw inschakelen en de pomp ca. ½ minuut aandrijven tot uit de aansluiting van de pomp aan de drukzijde geen vloeistof meer naar buiten komt. Monteer de drukslang pas opnieuw bij het volgende gebruik. 13. Alle spuitleidingen van de sectieventielen (Afb. 126/1) aftrekken en met perslucht uitblazen. 14. Demonteer alle spuitdoppen. 15. Wissel aan de VARIO-schakeling aan de zuigzijde (Afb. 122/A) en VARIOschakeling aan de drukzijde (Afb. 122/B) meermaals tussen alle schakelposities. 16. Wissel aan alle overige schakelhendels meermaals tussen alle schakelposities. Bewaar de gedemonteerde zuigfilter tot aan het volgende gebruik in de vulzeef van de veldspuit. 17. Drukaansluiting van de pomp tegen vervuiling afdekken. 18. Is de spuit bijkomend met een drukcirculatiesysteem uitgerust ο Aftapplug (Afb. 127/1) aan het drukverminderingsventiel uitschroeven. ο De DCS-omschakelkraan (Afb. 127/2) openen. 19. Cardankoppelingen van de cardanas smeren en profielbuizen bij langere buitenbedrijfstelling smeren. 20. Voor het overwinteren moet de olie aan de pomp ververst worden. Afb. 124 Afb. 125 Draai de zuigermembraanpompen voor ingebruikneming bij temperaturen onder 0 C eerst met de hand door om te verhinderen dat ijsresten zuiger en zuigermembraan beschadigen. Bewaar elektronisch toebehoren vorstvrij! Afb. 126 Afb. 127 UX BAG
166 Reinigen, service en onderhoud Leeg de spoelwatertank 1. Schroefdeksel van de afvoeropening onder de spoelwatertank verwijderen en spoelwater aflaten. 2. Daarna het deksel er opnieuw opschroeven Smeervoorschrift Alle smeernippels doorsmeren (afdichtingen schoon houden). De machine in de opgegeven intervallen smeren/vetten. De smeerpunten aan de machine zijn met de folie (Afb. 128) gemarkeerd. Smeerpunten en vetspuit voor het smeren zorgvuldig reinigen, zodat er geen vuil in de lagers geperst wordt. Het vervuilde vet in de lagers volledig uitspuiten en door nieuw vet vervangen! Afb Smeermiddelen Gebruik voor smeerwerkzaamheden een lithiumverzeept multipurpose vet met EP-additieven: Firma Smeermiddelbenaming Normale Extreme gebruiksomstandighede gebruiksomstandighede n n ARAL Aralub HL 2 Aralub HLP 2 FINA Marson L2 Marson EPL-2 ESSO Beacon 2 Beacon EP 2 SHELL Ratinax A Tetinax AM 166 UX BAG
167 Reinigen, service en onderhoud Smeerpuntoverzicht Smeerpunt Interval [h] Aantal smeerpu nten Soort smering Afb. 129 Afb. 130 Afb. 131 Afb. 132 Afb. 133 Afb Hydraulische cilinder voor steunvoet Smeernippel 2 Dissellager 50 2 Smeernippel 3 Handrem Kabels en keerrollen smeren. Spil via smeernippel smeren. 4 Trekoog 50 1 Smeren 1 Hefcilinder Smeernippel 1 Hydraulische cilinder van de hydropneumatische vering Smeernippel Cardanas 5 Smeernippel Naloopstuuras Standaardas 1 Stuurschakelstang, boven en onder 40 Smeernippel 2 Arrêteercilinderkoppen aan stuurassen 200 Smeernippel 3 Remaslagering, buiten en binnen 200 Smeernippel 4 Reminsteller 1000 Smeernippel 5 Automatische reminsteller ECO-Master 1000 Smeernippel 6 Wielnaaflagering, vet verversen, kegelrollager op slijtage 1000 Smeernippel UX BAG
168 Reinigen, service en onderhoud Afb. 129 Afb. 130 Afb. 132 Afb. 131 In de winter moeten de beschermbuizen ingesmeerd worden om het vastvriezen te verhinderen. Neem ook de aan de cardanas bevestigde montage- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant van de cardanas in acht. Afb. 133 Afb. 134 Arrêteercilinderkoppen aan stuurassen Naast deze smeerwerkzaamheden moet ervoor gezorgd worden dat de arrêteercilinder en de toevoerleiding altijd ontlucht zijn. 168 UX BAG
169 Reinigen, service en onderhoud Remaslagering, buiten en binnen Automatische reminsteller ECO-Master Vet in de wiellagers vervangen Opgelet! Er mag geen vet of olie in de rem terechtkomen. Naargelang de bouwreeks is de nokkenlagering van de rem niet afgedicht. Gebruik alleen lithiumverzeept vet met een druppelpunt boven 190 C. Wanneer de remvoeringen worden vervangen: 1. Rubber afdekkap verwijderen. 2. Smeren met vet (80 g) tot bij de stelbout voldoende vers vet naar buiten komt. 3. Afstelbout met ringsleutel ongeveer een halve draai terugdraaien. Remhendel meermaals met de hand bedienen. 4. Hierbij moet het automatisch bijstellen zonder hapering gebeuren. Indien nodig meerdere keren herhalen. 5. Afdichtkap monteren. Nog eens smeren. 1. Voertuig veilig opbokken en rem lossen. 2. Wielen en stofkap demonteren. 3. Splitpen verwijderen en asmoer afschroeven. 4. Met een geschikte aftrekker de wielnaaf met remtrommel, kegelrollager en afdichtingselementen van de ashals trekken. 5. Gedemonteerde wielnaven en lagerkooien markeren, zodat ze bij de montage niet verwisseld kunnen worden. 6. De rem schoonmaken, op slijtage, intactheid en werking controleren en versleten delen vervangen. Het binnenste van de rem moet vrij van smeermiddelen en verontreiniging gehouden worden. 7. Wielnaven van binnen en van buiten grondig reinigen. Oud vet volledig verwijderen. Lagers en afdichtingen grondig reinigen (dieselolie) en op herbruikbaarheid controleren. Voor de montage van de lagers de lagerzittingen lichtjes invetten en alle delen in omgekeerde volgorde monteren. Delen met een perspassing met pijpbussen rechtop en zonder beschadigingen voorzichtig inpersen. De lagers en de holle ruimte tussen de lagers en de stofkappen voor de montage van voldoende vet voorzien. De hoeveelheid vet moet ongeveer een derde van de vrije ruimte in de gemonteerde naaf opvullen. 8. De asmoer monteren en de lagerinstelling alsook de reminstelling uitvoeren. Tot slot een functiecontrole en een testrit uitvoeren en eventueel vastgestelde gebreken verhelpen. Voor het smeren van de wiellagers mag uitsluitend speciaal duurzaam BPW-vet met een druppelpunt boven 190 C gebruikt worden. Verkeerde soorten vet of overmatige hoeveelheden kunnen schade veroorzaken. Het mengen van lithiumverzeept met natronverzeept vet kan door onverdraagbaarheid schade veroorzaken. UX BAG
170 Reinigen, service en onderhoud 11.4 Onderhoudsschema overzicht Voer de onderhoudswerkzaamheden uit zodra de eerste termijn is bereikt. Tijdsintervallen, loopuren van de motor of service-intervallen van de eventueel bijgeleverde documenten van derden hebben voorrang. Na de eerste beladen rit Bouwdeel Onderhoud zie pagina Vakwerkplaats Wielen Controle wielmoeren Controle wielnaaflagerspeling X Dagelijks Bouwdeel Onderhoud zie pagina Vakwerkplaats Pompen Oliepeil controleren Reinigen resp. spoelen Oliefilter bij de Super-S-spuitboom Toestandscontrole Spuitvloeistoftank 159 X Zuigfilter 163 Zelfreinigende drukfilter 78 Reinigen resp. spoelen Leidingfilter in de 190 spuitdopleidingen (indien voorhanden) Spuitdoppen 189 Luchtvat Ontwateren 176 X Hydraulische slangleidingen Controle op gebreken Dichtheid controleren Elektrische verlichting Vervangen van defecte gloeilampen Wielen Wielmoeren op vastheid controleren. Luchtdruk controleren. Handrem Remwerking in aangetrokken toestand controleren X 170 UX BAG
171 Reinigen, service en onderhoud Maandelijks / 50 bedrijfsuren Bouwdeel Onderhoud zie pagina Vakwerkplaats Pompaccumulator Luchtdruk controleren. 191 X Driemaandelijks / 200 bedrijfsuren Bouwdeel Onderhoud zie pagina Vakwerkplaats Gescheiden bedrijfsremsysteem Dichtheidscontrole Druk in het luchtvat controleren Remcilinderdruk controleren Visuele controle remcilinder Scharnieren aan remventielen, remcilinders en remstangen Reminstellingen aan reminsteller Remvoeringcontrole Wielen Wielnaaflagerspeling controleren Leidingfilter Reinigen Beschadigde filterelementen vervangen X X Jaarlijks / 1000 bedrijfsuren Bouwdeel Onderhoud zie pagina Vakwerkplaats Pompen Olie verversen om de 500 bedrijfsuren Ventielen controleren, evt. vervangen Zuigermembranen controleren, evt. vervangen Oliefilter Vervangen 183 X X Spuitdoppen Afgifte van de veldspuit meten en de dwarsverdeling controleren en evt. versleten spuitdoppen vervangen Automatische reminsteller Reminstellingen Functiecontrole X UX BAG
172 Reinigen, service en onderhoud 11.5 Dissels GEVAAR! Vervang voor de verkeersveiligheid onmiddellijk een beschadigde dissel. Reparaties mogen alleen door in de fabriek van de fabrikant uitgevoerd worden. Om veiligheidsredenen is het verboden om aan de dissel te boren en te lassen Dissel regelmatig smeren. Trekhaakdissel De trekoogdiameter van de trekhaakdissel bedraagt in nieuwe staat 40 of 50 mm. Toegestaan is een slijtage van het trekoog die de trekoogdiameter met max. 1,5 mm vergroot. Vervang bij grotere slijtage de slijtbus van het trekoog op tijd. Hitch-dissel Toegestaan is een slijtage van het trekoog die de trekoogdiameter met max. 1,5 mm vergroot. Vervang bij grotere slijtage de slijtbus de kogelkoppeling van het oog op tijd. 172 UX BAG
173 Reinigen, service en onderhoud 11.6 Assen en remmen We raden aan om een remtest uit te voeren voor een optimaal remgedrag en minimale slijtage van de remvoeringen tussen de tractor en de getrokken veldspuit. Laat deze test door de dealer uitvoeren nadat het remsysteem voldoende ingereden is. Laat een remtest voor het bereiken van de volgende ervaringswaarden uitvoeren als u overmatige slijtage aan de remvoeringen vaststelt. Om remproblemen te vermijden, alle voertuigen volgens de EGrichtlijn 71/320 EEG instellen! WAARSCHUWING! Reparatie- en instelwerkzaamheden aan het bedrijfsremsysteem mogen alleen door daarvoor opgeleid vakpersoneel uitgevoerd worden. Bijzondere aandacht is geboden bij het lassen, snijden en boren in de buurt van remleidingen. Voer na alle instel- en reparatiewerkzaamheden aan het remsysteem altijd een remtest uit. Algemene visuele controle WAARSCHUWING! Voer een algemene visuele controle aan het remsysteem uit. Bij het uitvoeren van de controle op de volgende criteria letten: Buis-, slangleidingen en koppelingskoppen mogen van buiten niet beschadigd of geroest zijn. Scharnieren, b.v. aan gaffelkoppen moeten op een deskundige manier beveiligd zijn en licht draaien en mogen niet uitgeslagen zijn. Kabels ο ο ο moeten perfect geleid zijn. mogen geen tekenen van scheuren vertonen. mogen geen knop hebben. Zuigerslag aan de remcilinders controleren, eventueel bijstellen. Het luchtvat mag ο ο ο zich niet in de spanbanden bewegen. niet beschadigd zijn. geen uitwendige corrosieschade vertonen. UX BAG
174 Reinigen, service en onderhoud Wielnaaflagerspeling controleren Voor het controleren van de wielnaaflagerspeling de as optillen tot de banden vrij zijn. Rem lossen. Hefboom tussen banden en grond plaatsen en speling controleren. Bij voelbare lagerspeling: Lagerspeling instellen Stofkap of naafkap verwijderen. Splitpen uit de asmoer verwijderen. Wielmoer onder gelijktijdig draaien van het wiel aandraaien tot de loop van de wielnaaf lichtjes geremd wordt. Asmoer tot het eerstvolgende insteekgat voor de splitpen terugdraaien. Maximaal 30 terugdraaien tot het gat zichtbaar is. Splitpen monteren en lichtjes ombuigen. Stofkap met een beetje duurzaam smeervet bijvullen en in de wielnaaf slaan of inschroeven. Afb. 135 Afb. 136 Remvoeringcontrole Kijkgat (Afb. 137/1) openen door de rubber stop (indien voorhanden) te verwijderen. Bij een resterende dikte van a: geklonken voering 5 mm (N 2504) 3 mm b: verlijmde voering 2 mm moet de remvoering vervangen worden. Rubber stop weer aanbrengen. Reminstelling Voor het normale gebruik moet de werking van de remmen regelmatig worden getest, op slijtage gecontroleerd worden en zo nodig worden bijgesteld. Het bijstellen is bij een benutting van ca. 2/3 van de max. cilinderslag bij volremming nodig. Hiervoor de as opbokken en tegen het per ongeluk bewegen beveiligen. Afb UX BAG
175 Reinigen, service en onderhoud Instelling aan de reminsteller Reminsteller met de hand in drukrichting bewegen. Bij een vrije slag van de drukstang van de membraancilinder van max. 35 mm moet de wielrem bijgesteld worden. De instelling gebeurt bij het zeskantige instelsegment van de reminsteller. Vrije slag "a" bedraagt 10-12% van de lengte "B" van de aangekoppelde remstang. B.v. lengte van de remstang 150 mm = vrije slag mm. Afb. 138 Instelling aan de automatische reminsteller De basisinstelling gebeurt zoals bij de standaard reminsteller. Het bijstellen gebeurt automatisch bij een nokverdraaiing van ca. 15. De ideale stand van de hendel (door de bevestiging van de cilinder niet te beïnvloeden) is ca. 15 voor de haakse stand van de hendel t.o.v. de bewegingsrichting. Functiecontrole automatische reminsteller 1. Rubber afdichtkap verwijderen. 2. Afstelbout (pijl) met ringsleutel ca. een ¾- draai linksom terugdraaien. Er moet bij een hefboomlengte van 150 mm een vrije slag van minstens 50 mm voorhanden zijn. 3. Remhendel meermaals met de hand bedienen. Hierbij moet het automatisch nastellen gemakkelijk verlopen, het inhaken van de tandkoppeling is goed hoorbaar en bij het terugstellen draait de afstelbout een beetje met de wijzers van de klok mee. 4. Afdichtkap monteren. 5. Doorsmeren met speciaal duurzaam BPWvet ECO_Li91. Afb. 139 UX BAG
176 Reinigen, service en onderhoud Luchtvat Ontwater dagelijks het luchtvat. Afb. 140/... (1) Luchtvat. (2) Spanbanden. (3) Ontwateringsventiel. (4) Controleaansluiting voor manometer. Afb. 140 Testhandleiding voor gescheiden bedrijfsremsysteem 1. Dichtheidscontrole 2. Druk in het luchtvat controleren 1. Trek het ontwateringsventiel (3) over de ring in zijdelingse richting tot er geen water meer uit het luchtvat (1) stroomt. Water stroomt uit het ontwateringventiel (3). 2. Schroef het ontwateringsventiel (3) uit het luchtvat en reinig het luchtvat als u verontreiniging vaststelt. 1. Controleer alle aansluitingen, buis-, slang- en schroefverbindingen op dichtheid. 2. Verhelp ondichtheden. 3. Verhelp krassen op buizen en slangen. 4. Vervang poreuze en defecte slangen. 5. Het gescheiden bedrijfsremsysteem geldt als dicht als binnen 10 minuten de drukdaling niet meer dan 0,15 bar bedraagt. 6. Dicht ondichte plaatsen af of vervang de ondichte ventielen. 1. Sluit een manometer op de controleaansluiting van het luchtvat aan. Gewenste waarde 6,0 tot 8,1 + 0,2 bar 3. Remcilinderdruk controleren 1. Sluit een manometer op de controleaansluiting van de 176 UX BAG
177 Reinigen, service en onderhoud remcilinder aan. Gewenste waarden: niet-geremd 0,0 bar 4. Visuele controle remcilinder 1. Controleer de stofmanchetten of de vouwbalgen (Afb. 140/5) op beschadigingen. 2. Vervang beschadigde delen. 5. Scharnieren aan remventielen, remcilinders en remstangen Scharnieren aan remventielen, remcilinders en remstangen moeten soepel glijden, eventueel smeren of lichtjes inoliën Handrem Bij nieuwe machines kunnen de remkabels van de handrem uitzetten. Stel de handrem bij als driekwart van de spanafstand van de spil nodig is om de handrem stevig aan te trekken. als de remmen van nieuwe remvoeringen zijn voorzien. Handrem bijstellen De remkabel moet in ongeremde toestel lichtjes doorhangen. Hierbij mag de remkabel niet op andere voertuigdelen liggen of ertegen schuren. 1. Los de kabelklemmen. 2. Remkabel inkorten en kabelklemmen opnieuw stevig aandraaien. 3. Controleer de remwerking van de aangetrokken handrem. UX BAG
178 Reinigen, service en onderhoud 11.8 Wielen/banden Vereist aanhaalmoment van de wielmoeren/-bouten: 560 Nm Controleer regelmatig de ο ο vastheid van de wielmoeren. bandenspanning (zie hiervoor hieronder). Gebruik alleen de door ons voorgeschreven banden en velgen, zie op pagina 49. Reparatiewerkzaamheden aan banden mogen alleen door vaklui met daarvoor geschikt montagegereedschap uitgevoerd worden! Het monteren van banden veronderstelt voldoende kennis en reglementair montagegereedschap! Bevestig de wagenkrik alleen op de gemarkeerde plaatsen! Bandenspanning De vereiste bandenspanning is afhankelijk van ο bandenmaat. ο draagvermogen van de band. ο rijsnelheid. Het loopvermogen van de banden wordt verminderd door ο overbelasting. ο te lage bandenspanning. ο te hoge bandenspanning. Controleer de bandenspanning regelmatig bij koude banden, dus voor het rijden, zie op pagina 49. Het luchtdrukverschil in de banden van een as mag niet groter zijn dan 0,1 bar. De bandenspanning kan tot 1 bar oplopen na een snelle rit of bij warm weer. In geen geval de bandenspanning verlagen, omdat de bandenspanning anders bij het afkoelen te laag is. 178 UX BAG
179 Reinigen, service en onderhoud Banden monteren Voordat u een nieuwe band of een andere band monteert, eerst de roestplekken op de velgrand verwijderen. Tijdens het rijden kan corrosie schade aan de velgen veroorzaken. Gebruik bij de montage van nieuwe banden altijd nieuwe binnenbandloze ventielen of slangen. Schroef altijd ventieldoppen met dichting op de ventielen Hydraulisch systeem WAARSCHUWING Gevaar voor infectie door onder hoge druk staande hydraulische olie die in het lichaam dringt! Werkzaamheden aan het hydraulische systeem mogen uitsluitend door een vakwerkplaats worden uitgevoerd! Laat alle druk uit het hydraulische systeem ontsnappen voordat u met de werkzaamheden aan het hydraulische systeem begint! Spoor lekkages altijd op met daartoe geschikte hulpmiddelen! Probeer nooit lekkende hydraulische slangen met de hand of vingers te dichten. Onder hoge druk naar buiten stromende vloeistof (hydraulische olie) kan via de huid in het lichaam komen en ernstig letsel veroorzaken! Raadpleeg bij wonden door hydraulische olie direct een arts! Gevaar voor infectie! Bij het aansluiten van de hydraulische slangen op het hydraulische systeem van de tractor moet de hydraulica van zowel de tractor als van de machine drukloos zijn! Sluit de hydraulische slangen op de correcte wijze aan. Controleer alle hydraulische slangen en koppelingen regelmatig op beschadigingen en verontreiniging. Laat tenminste één keer per jaar door een deskundige controleren of de hydraulische slangen nog in goede staat zijn! Vervang beschadigde en verouderde hydraulische slangen! Gebruik uitsluitend originele hydraulische slangen! UX BAG
180 Reinigen, service en onderhoud Gebruik hydraulische slangen niet langer dan zes jaar. Dat is inclusief een eventuele opslagtijd van maximaal twee jaar. Ook bij vakkundige opslag en toelaatbare belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan natuurlijke veroudering, wat hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt. In afwijking hiervan is het mogelijk om, rekening houdend met de mogelijke risico's, de gebruiksduur op basis van ervaring te bepalen. Voor slangen en slangleidingen van thermoplast kunnen andere richtwaarden doorslaggevend zijn. Voer oude olie volgens de milieuvoorschriften af. Neem bij problemen met betrekking tot het afvoeren contact op met uw leverancier van de olie! Bewaar hydraulische olie buiten bereik van kinderen! Zorg dat er geen hydraulische olie in de grond of in het water komt! Aanduidingen op hydraulische slangen De aanduidingen op de slangen hebben de volgende betekenis: Afb. 141/... (1) Type-aanduiding van de fabrikant van de hydraulische slangleiding (A1HF) (2) Productiedatum van de hydraulische slangleiding (04 / 02 = jaar / maand = februari 2004) (3) Maximaal toelaatbare bedrijfsdruk (210 BAR). Afb Service-intervallen Na de eerste 10 bedrijfsuren en daarna om de 50 bedrijfsuren 1. Controleer alle componenten van het hydraulische systeem op lekkage. 2. Trek schroefverbindingen eventueel na. Voor elke inbedrijfstelling 1. Controleer de hydraulische slangen op in het oog lopende gebreken. 2. Verhelp schuurplekken van hydraulische slangen en buizen. 3. Vervang versleten of beschadigde hydraulische slangen direct. 180 UX BAG
181 Reinigen, service en onderhoud Inspectiecriteria voor hydraulische slangen Neem voor uw eigen veiligheid de volgende inspectiecriteria in acht! Vervang hydraulische slangen wanneer u tijdens de inspectie de volgende criteria vaststelt: Beschadiging van de buitenste laag tot op de staalmantel (bijv. schuurplekken, scheurtjes, insnijdingen). Bros worden van de buitenste laag (scheurtjes in het materiaal van de slang). Vervormingen die niet in overeenstemming zijn met de natuurlijke vorm van de slang of slangleiding. Zowel drukloos als onder druk of bij buiging (bijv. loslaten van de lagen, blaasvorming, platdrukken of knikken). Lekkage. Beschadiging of vervorming van de slangarmaturen (verhoogde kans op lekkage); een geringe beschadiging aan de buitenkant is geen reden voor vervanging. Het loskomen van de slang uit de armatuur. Corrosie van de armatuur, hetgeen de werking en sterkte vermindert. Montagevoorschriften niet nagekomen. De gebruiksduur van 6 jaar is overschreden. Doorslaggevend hiervoor is de datum waarop de hydraulische slangleiding op de armatuur is bevestigd plus 6 jaar. Staat op de armatuur de productiedatum "2004", dan eindigt de gebruiksduur in februari Zie ook "Aanduidingen op hydraulische slangen". UX BAG
182 Reinigen, service en onderhoud Monteren en demonteren van hydraulische slangen Neem bij het monteren en demonteren van hydraulische slangen de volgende aanwijzingen in acht: Gebruik uitsluitend originele hydraulische slangen! Zorg voor een schone werkplek. Monteer hydraulische slangen zodanig dat onder alle bedrijfsomstandigheden ο ο ο ο geen trekbelasting optreedt, behalve door het eigengewicht. er bij korte slangen geen stuikbelasting optreedt. van buiten komende mechanische inwerkingen op de hydraulische slangen worden vermeden. Voorkom dat de slangen langs elkaar of langs componenten schuren door ze in overeenstemming met de voorschriften te leggen en te bevestigen. Bescherm de hydraulische slangen zo nodig met beschermhulzen. Dek componenten met scherpe randen af. de buigradius niet kleiner wordt dan is toegestaan. Als u de hydraulische slangleiding aansluit op bewegende onderdelen, dient de slang een dusdanige lengte te hebben dat de buiging over het gehele bewegingstraject niet kleiner is dan de minimaal toegestane buigradius en/of de hydraulische slangleiding bovendien niet op trek wordt belast. Sluit de hydraulische slangen uitsluitend aan op de voorgeschreven bevestigingspunten. Gebruik geen slanghouders op plaatsen waar zij de natuurlijke beweging en lengteverandering van de slangen belemmeren. Het overlakken van hydraulische slangen is verboden! 182 UX BAG
183 Reinigen, service en onderhoud Oliefilter De oliefilter (Afb. 142/1) met zijn vervuilingsindicatie (Afb. 142/2) controleert de vervuiling van de hydraulische olie De vervuilingsindicatie (Afb. 142/2) regelmatig controleren om de goede werking van de hydraulische installatie en de bouwdelen ervan te garanderen. Vervang de oliefilter (Afb. 142/1) onmiddellijk als i.p.v. de groene een rode ring zichtbaar is. De controle van de oliefilter moet bij een lopende tractor en een ingeschakelde oliecirculatie gebeuren! GEVAAR! Vervang de oliefilter (Afb. 142/1) alleen als de hydraulische installatie drukloos is! Anders bestaat er verwondingsgevaar door onder hoge druk naar buiten komende hydraulische olie. Afb. 142 UX BAG
184 Reinigen, service en onderhoud Hydraulische smoorventielen instellen Af fabriek ingesteld zijn de bedieningssnelheden van de verschillende hydraulische functies aan de betreffende hydraulische smoorventielen van het ventielblok (spuitboom inen uitvouwen, trillingsdemping ver- en ontgrendelen etc.). Naargelang het tractortype kan het echter nodig zijn om deze ingestelde snelheden te corrigeren. Instelbaar is de bedieningssnelheid van de aan een smoorventielpaar toegewezen hydraulische functie door het in- of uitdraaien van de binnenzeskantschroef van de betreffende smoorkleppen. Verlagen van de bedieningssnelheid = binnenzeskantschroef indraaien. Verhogen van de bedieningssnelheid = binnenzeskantschroef uitdraaien. Verstel altijd beide smoorkleppen van een paar smoorkleppen gelijkmatig als u de bedieningssnelheden van een hydraulische functie corrigeert. Profi-klapsysteem I Afb. 143/... (1) Smoorventiel rechter arm inklappen. (2) Smoorventiel rechter arm uitklappen. (3) Smoorventiel trillingsdemping vergrendelen. (4) Transportbeveiliging smoorventiel. (5) Hydraulische aansluitingen hellingverstelling (de smoorventielen bevinden zich aan de hydraulische cilinder van de hellingverstelling). (6) Smoorventiel linker arm inklappen. (7) Smoorventiel linker arm uitklappen. Afb UX BAG
185 Reinigen, service en onderhoud Profi-klapsysteem II Afb. 144/... (1) Smoorventiel rechter arm naar onderen klappen. (2) Smoorventiel rechter arm naar boven klappen. (3) Smoorventiel rechter arm inklappen. (4) Smoorventiel rechter arm uitklappen. (5) Smoorventiel trillingsdemping vergrendelen. (6) Transportbeveiliging smoorventiel. (7) Hydraulische aansluitingen hellingverstelling (de smoorventielen bevinden zich aan de hydraulische cilinder van de hellingverstelling). (8) Smoorventiel linker arm inklappen. (9) Smoorventiel linker arm uitklappen. (10) Smoorventiel linker arm naar beneden klappen. (11) Smoorventiel linker arm naar boven klappen. Afb Elektrische verlichtingsinstallatie Vervangen van gloeilampen: 1. Beschermglas afschroeven. 2. Defecte lamp uitnemen. 3. Nieuwe lamp inzetten (op juiste spanning en het juiste aantal watt letten). 4. Beschermglas opnieuw aanbrengen en vastschroeven. UX BAG
186 Reinigen, service en onderhoud Pomp Oliepeil controleren Alleen merkolie 20W30 of multigrade olie 15W40 gebruiken! Op een correct oliepeil letten! Schadelijk zijn zowel een te laag alsook een te hoog oliepeil. Door de niet horizontale positie van de pomp bij de Hitch-dissel moet het afgelezen oliepeil geschat worden. 1. Controleer of het oliepeil aan de markering (Afb. 145/1) bij een niet lopende en horizontaal staande pomp zichtbaar is. 2. Het deksel (Afb. 145/2) afnemen en olie bijvullen als het oliepeil aan de markering (Afb. 145/1) niet zichtbaar is. Afb Olie verversen Controleer het oliepeil na enkele bedrijfsuren, indien nodig olie bijvullen. 1. Pomp demonteren. 2. Deksel (Afb. 145/2) afnemen. 3. Olie aftappen. 3.1 Pomp op z'n kop zetten. 3.2 Aandrijfas met de hand draaien tot de oude olie volledig uitgelopen is. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de olie aan de aftapplug af te tappen. Hierbij blijft echter een geringe hoeveelheid olie in de pomp, daarom raden we u de eerste methode aan. 4. Pomp op een vlakke ondergrond zetten. 5. Aandrijfas afwisselend naar rechts en links draaien en nieuwe olie langzaam bijvullen. De correcte hoeveelheid olie is bijgevuld als de olie aan de markering (Afb. 145/1) zichtbaar is Reiniging Reinig de pomp na elk gebruik grondig door hem enkele minuten met helder water te spoelen. 186 UX BAG
187 Zuig- en drukzijdige ventielen controleren en vervangen Reinigen, service en onderhoud Let op de inbouwpositie van de zuig- en drukzijdige ventielen voor u de ventielgroepen (Afb. 146/5) uitneemt. Let er bij het monteren op dat de ventielgeleiding (Afb. 146/9) niet beschadigd wordt. Beschadigingen kunnen de ventielen doen blokkeren. De schroeven (Afb. 146/1) absoluut kruiselings met het opgegeven aanhaalmoment aandraaien. Het ondeskundig aandraaien van de schroeven leidt tot spanningen en hierdoor tot lekkages. Afb Pomp demonteren indien nodig. 2. Moeren (Afb. 146/1,2) verwijderen. 3. Zuig- en drukkanaal (Afb. 146/3 en Afb. 146/4) afnemen. 4. Ventielgroepen (Afb. 146/5) uitnemen. 5. Controleer de ventielzitting (Afb. 146/6), ventiel (Afb. 146/7), ventielveer (Afb. 146/8) en ventielgeleiding (Afb. 146/9) op schade of slijtage. 6. De O-ring (Afb. 146/10) verwijderen. 7. Beschadigde delen vervangen. 8. Ventielgroepen (Afb. 146/5) na controle en reiniging monteren. 9. Nieuwe O-ringen (Afb. 146/10) inzetten. 10. Zuig- (Afb. 146/3) en drukkanaal (Afb. 146/4) aan de pompbehuizing bevestigen. 11. Draai de moeren (Afb. 146/1,2) kruiselings met een aanhaalmoment van 11 Nm aan. UX BAG
188 Reinigen, service en onderhoud Zuigermembranen controleren en vervangen Controleer de zuigermembraan (Afb. 147/1) minstens één keer per jaar door demontage op perfecte staat. Let op de inbouwpositie van de zuig- en drukzijdige ventielen voor u de ventielgroepen ( Afb. 147/5) uitneemt. Voer de controle en het vervangen van de zuigermembraan voor elke zuiger afzonderlijk uit. Begin pas met de demontage van de volgende zuiger als de gecontroleerde zuiger opnieuw compleet gemonteerd is. Zwenk de te controleren zuiger altijd naar boven, zodat in de olie in de pompbehuizing niet uitloopt. Vervang principieel alle zuigermembranen (Afb. 147/6), ook als slecht een zuigermembraan gezwollen, gebroken of poreus is. Afb. 147 Zuigermembranen controleren 1. Pomp demonteren indien nodig. 2. Moeren (Afb. 147/1) verwijderen. 3. Zuig- en drukkanaal (Afb. 147/3 en Afb. 147/4) afnemen. 4. Ventielgroepen (Afb. 147/5) uitnemen. 5. Verwijder de moeren (Afb. 147/6). 6. Neem de cilinderkop (Afb. 147/7) af. 7. Controleer de zuigermembranen (Afb. 147/8). 8. Vervang beschadigde zuigermembranen (Afb. 147/8). 188 UX BAG
189 Reinigen, service en onderhoud Zuigermembranen vervangen Spuitdoppen Controleer af en toe de zitting van de schuif (Afb. 148/7). Hiervoor de schuif zo ver in de spuitdophouder (Afb. 148/2) schuiven, als het met matige duimkracht mogelijk is. De schuif in nieuwe toestand in geen geval tot aan de aanslag inschuiven. Let op de juiste positie van de uitsparingen of boorgaten van de cilinders. De membraan (Afb. 147/8) met de steunschijf en de bout (Afb. 147/11) aan de zuiger (Afb. 147/9) bevestigen, zodat de rand naar de cilinderkopzijde (Afb. 147/7) wijst. De moeren (Afb. 147/1,2) absoluut kruiselings met het opgegeven draaimoment aandraaien. Het ondeskundig aandraaien van de schroeven leidt tot spanningen en hierdoor tot lekkages. 1. Bout (Afb. 147/11) losdraaien en zuigermembraan (Afb. 147/8) samen met de steunschijf van de zuiger (Afb. 147/9) nemen. 2. Laat het olie-spuitvloeistofmengsel uit de pompbehuizing af als de zuigermembraan gebroken is. 3. Neem de cilinder (Afb. 147/10) uit de pompbehuizing. 4. Spoel de pompbehuizing grondig met dieselolie of petroleum uit. 5. Reinig alle afdichtingsvlakken. 6. Plaats de cilinder (Afb. 147/10) opnieuw in de pompbehuizing. 7. Zuigermembraan (Afb. 147/8) monteren. 8. Cilinderkop (Afb. 147/7) aan pompbehuizing bevestigen en bouten (Afb. 147/6) gelijkmatig kruiselings aandraaien. 9. Ventielgroepen (Afb. 147/5) na controle en reiniging monteren. 10. Nieuwe O-ringen inzetten. 11. Zuig- (Afb. 147/3) en drukkanaal (Afb. 147/4) aan de pompbehuizing bevestigen. 12. Draai de moeren (Afb. 147/1,2) kruiselings met een aanhaalmoment van 11 Nm aan. Afb. 148 UX BAG
190 Reinigen, service en onderhoud Montage van de spuitdop 1. De spuitdopfilter (Afb. 148/1) van onderen in de spuitdophouder (Afb. 148/2) zetten. 2. De spuitdop (Afb. 148/3) in de bajonetmoer (Afb. 148/4) leggen. Voor de verschillende spuitdoppen worden bajonetmoeren in verschillende kleuren aangeboden. 3. Rubber dichting (Afb. 148/5) boven de spuitdop inleggen. 4. Rubber dichting in de zitting van de bajonetmoer drukken. 5. Bajonetmoer op bajonetaansluiting zetten. 6. Bajonetmoer tot aan de aanslag verdraaien Demontage van het membraanventiel bij nadruppelende spuitdoppen Afzettingen aan de membraanzitting (Afb. 148/6) zijn de oorzaak voor een niet-nadruppelvrij uitschakelen van de spuitdoppen bij een uitgeschakelde spuitboom. Dan de betreffende membraan als volgt reinigen: 1. De schuif (Afb. 148/7) uit de spuitdophouder (Afb. 148/2) in de richting van de bajonetmoer uittrekken. 2. Het veerelement (Afb. 148/8) en de membraan (Afb. 148/9) uitnemen. 3. De membraanzitting (Afb. 148/6) reinigen. 4. De montage gebeurt in de omgekeerde volgorde. Op de juiste inbouwrichting van het veerelement letten. De rechts en links aangebrachte, stijgende randen aan de behuizing van het veerelement (Afb. 148/10) moeten bij de inbouw in de richting van het stangenprofiel stijgen Leidingfilter Reinig de leidingfilter (Afb. 149/1) naargelang het gebruik om de 3-4 maanden. Vervang de beschadigde filterelementen. 1. Het sluitstuk aan de beide strips samendrukken. 2. Het sluitstuk met O-ring, drukveer en filterelement uitnemen. 3. Het filterelement met benzine of verdunning reinigen (uitwassen) en met perslucht droogblazen. 4. Bij de montage in de omgekeerde volgorde erop letten dat de O-ring niet in de geleidingsgleuf omvalt. Afb UX BAG
191 11.15 Aanwijzingen voor de controle van de veldspuit Reinigen, service en onderhoud Alleen geautoriseerde instanties mogen de veldspuit inspecteren. De controle van de veldspuit is wettelijk voorgeschreven: ο ο ten laatste 6 maanden na ingebruikneming (indien bij aankoop nog niet uitgevoerd), dan verder om de 4 halve jaren. Controleset veldspuit (speciale uitrusting), bestelnr.: Afb. 150/... (1) Slangaansluiting (bestelnr.: GE 112) (2) Stulpkap (bestelnr.: ) en stekker (bestelnr.: ZF 195) (3) Aansluiting doorstromingsmeter (4) Manometeraansluiting Afb. 150 Testen van de pomp - testen van de pompcapaciteit (opbrengst, druk) Controleset aan drukaansluiting (Afb. 151/1) van de pomp aansluiten. Afb. 151 UX BAG
192 Reinigen, service en onderhoud Testen van de doorstromingsmeter 1. Alle spuitleidingen uit de sectieventielen trekken. 2. De aansluiting van de doorstromingsmeter (Afb. 150/3) met een sectieventiel verbinden en op het controleapparaat aansluiten. 3. De aansluitingen van de resterende sectieventielen met blinde doppen (Afb. 150/3) afsluiten. 4. Spuiten inschakelen. Testen van de manometer 1. Een spuitleiding uit een sectieventiel trekken. 2. De manometeraansluiting (Afb. 150/4) met behulp van de stulpsok met een sectieventiel verbinden. 3. Testmanometer in de binnendraad 1/4 inch schroeven 192 UX BAG
193 Reinigen, service en onderhoud Aanhaalkoppels schroeven Schroefdraad Sleutelwijdte [mm] Aanhaalkoppels [Nm] afhankelijk van kwaliteitsklasse van schroeven/moeren M M 8x M (17) M 10x M (19) M 12x1, M M 14x1, M M 16x1, M M 18x1, M M 20x1, M M 22x1, M M 24x M M 27x M M 30x UX BAG
194 Spuittabel 12 Spuittabel 12.1 Spuittabellen voor spleetdoppen, antidriftoppen, luchtinjectie- en airmixdoppen, spuithoogte 50 cm Alle in de spuittabellen vermelde doseringen [l/ha] gelden voor water. Vermenigvuldig de opgegeven doseringen voor de omberekening in AHL met 0,88 en voor de omberekening in NPoplossingen met 0,85. De Afb. 152 dient voor de selectie van het geschikte spuitdoptype. Het spuitdoptype wordt bepaald door ο ο ο de gewenste rijsnelheid, de vereiste dosering en het vereiste druppelspectrum (fijn, middel of grof) voor het uitvoeren van de bespuiting met het in te zetten gewasbeschermingsmiddel. De Afb. 153 dient voor ο ο ο het bepalen van de dopgrootte. het bepalen van de vereiste spuitdruk. het bepalen van de vereiste afgifte per dop voor het bepalen van de afgifte van de veldspuit. Toegestane drukbereiken van de verschillende doptypes en dopgroottes Spuitdoptype Spuitdopgroott e Toegestaan drukbereik [bar] min. druk Spuitdoptype max. druk '015' 1 1,5 '02' 1 2,5 '0,3' 1 3,0 '0,4' tot '0,8' 1 5,0 AD / DG / TT alle grootten 1,5 5 AI alle grootten 2 7 ID alle grootten 3 7 LU / XRspuitdoppen Airmixspuitdoppen alle grootten UX BAG
195 Spuittabel Spuitdoptype selecteren Afb. 152 Voorbeeld: Benodigde dosering: Ingestelde rijsnelheid: Vereist druppelspectrum voor het uitvoeren van de bespuiting: Vereist spuitdoptype:? Vereiste dopgrootte:? Vereiste spuitdruk: Vereiste afgifte per dop voor het bepalen van de afgifte van de veldspuit: 200 l/ha 8 km/h grof (fijne drift)? bar? l/min UX BAG
196 Spuittabel Bepalen van spuitdoptype, spuitdopgrootte, spuitdruk en afgifte per dop 1. Bepaal het bedrijfspunt voor de vereiste dosering (200 l/ha) en de gewenste rijsnelheid (8 km/h). 2. Trek aan het bedrijfspunt een verticale lijn naar onderen. Afhankelijk van de positie van het bedrijfspunt loopt deze lijn door het karakteristieke bereik van verschillende spuitdoptypes. 3. Kies het optimale spuitdoptype aan de hand van het vereiste druppelspectrum (fijn, middel of grof) voor de uit te voeren bespuiting. Gekozen voor het hierboven genoemde voorbeeld: Spuitdoptype: AI of ID 4. Ga naar de spuittabel (Afb. 153). 5. Zoek in de kolom met de gewenste rijsnelheid (8 km/h) de vereiste dosering (200 l/ha) of een dosering die het dichtst bij de vereiste dosering komt (hier b.v. 195 l/ha). 6. In de regel met de vereiste dosering (195 l/ha) ο ο ο de betreffende spuitdopformaten aflezen. Kies een geschikte spuitdopgrootte (b.v.'03'). In het snijpunt met de gekozen dopgrootte de vereiste spuitdruk aflezen (b.v. 3,7 bar). De vereiste afgifte per dop (1,3 l/min) voor het bepalen van de afgifte van de veldspuit aflezen. Vereist spuitdoptype: Vereiste dopgrootte: Vereiste spuitdruk: Vereiste afgifte per dop voor het bepalen van de afgifte van de veldspuit: AI /ID '03' 3,7 bar 1,3 l/min 196 UX BAG
197 Spuittabel Afb. 153 UX BAG
198 Spuittabel 12.2 Spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen, spuithoogte 120 cm AMAZONE - spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen (geel) Druk Dopafgifte Dosering AHL (l/ha) (bar) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 0,36 0, ,2 0,39 0, ,5 0,44 0, ,8 0,48 0, ,0 0,50 0, ,2 0,52 0, ,5 0,55 0, ,8 0,58 0, ,0 0,60 0, AMAZONE - spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen (rood) Druk Dopafgifte Dosering AHL (l/ha) (bar) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 0,61 0, ,2 0,67 0, ,5 0,75 0, ,8 0,79 0, ,0 0,81 0, ,2 0,84 0, ,5 0,89 0, ,8 0,93 0, ,0 0,96 0, AMAZONE - spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen (blauw) Druk Dopafgifte Dosering AHL (l/ha) (bar) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 0,86 0, ,2 0,94 0, ,5 1,05 0, ,8 1,11 0, ,0 1,15 1, ,2 1,20 1, ,5 1,26 1, ,8 1,32 1, ,0 1,36 1, UX BAG
199 Spuittabel AMAZONE - spuittabel voor 3-gaats-spuitdoppen (wit) Druk Dopafgifte Dosering AHL (l/ha) (bar) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 1,16 1, ,2 1,27 1, ,5 1,42 1, ,8 1,56 1, ,0 1,64 1, ,2 1,73 1, ,5 1,84 1, ,8 1,93 1, ,0 2,01 1, Spuittabel voor 5- en 8-gaats-spuitdoppen (toegestaan drukbereik 1-2 bar) AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,0 mm) spuithoogte 100 cm voor 5-gaats-spuitdop (zwart) en 8-gaats-spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 0,43 0, ,2 0,47 0, ,5 0,53 0, ,8 0,58 0, ,0 0,61 0, AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,2 mm) spuithoogte 100 cm voor 5-gaats-spuitdop (zwart) en 8-gaats-spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 0,56 0, ,2 0,62 0, ,5 0,70 0, ,8 0,77 0, ,0 0,80 1, UX BAG
200 Spuittabel AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,4 mm) spuithoogte 100 cm voor 5-gaats-spuitdop (grijs) en 8-gaats-spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 0,86 0, ,2 0,94 0, ,5 1,04 0, ,8 1,14 1, ,0 1,21 1, AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,6 mm) spuithoogte 75 cm voor 5-gaats-spuitdop (grijs) en 8-gaats-spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 1,10 0, ,2 1,21 1, ,5 1,36 1, ,8 1,49 1, ,0 1,57 1, AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,8 mm) spuithoogte 75 cm voor 5-gaats-spuitdop (grijs) en 8-gaats-spuitdop Druk (bar) Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 1,45 1, ,2 1,60 1, ,5 1,77 1, ,8 1,94 1, ,0 2,05 1, UX BAG
201 Spuittabel AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 2,0 mm) spuithoogte 75 cm voor 8-gaats-spuitdop Druk Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (bar) (l/min) 1,0 1,80 1, ,2 1,92 1, ,5 2,19 1, ,8 2,43 2, ,0 2,54 2, Spuittabel voor sleepslangsysteem (toegestaan drukbereik 1-4 bar) AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 0,65 mm) Druk Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (bar) (l/min) 1,0 0,20 0, ,2 0,22 0, ,5 0,24 0, ,8 0,26 0, ,0 0,28 0, ,2 0,29 0, ,5 0,31 0, ,8 0,32 0, ,0 0,34 0, ,5 0,36 0, ,0 0,39 0, AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 0,8 mm) Druk (bar) Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 0,31 0, ,2 0,34 0, ,5 0,38 0, ,8 0,41 0, ,0 0,43 0, ,2 0,45 0, ,5 0,48 0, ,8 0,51 0, ,0 0,53 0, ,5 0,57 0, ,0 0,61 0, UX BAG
202 Spuittabel AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,0 mm) (standaard) Druk Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (bar) (l/min) 1,0 0,43 0, ,2 0,47 0, ,5 0,53 0, ,8 0,58 0, ,0 0,61 0, ,2 0,64 0, ,5 0,68 0, ,8 0,71 0, ,0 0,74 0, ,5 0,79 0, ,0 0,85 0, AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,2 mm) Druk Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (bar) (l/min) 1,0 0,57 0, ,2 0,62 0, ,5 0,70 0, ,8 0,77 0, ,0 0,81 0, ,2 0,86 0, ,5 0,92 0, ,8 0,96 0, ,0 1,00 0, ,5 1,10 0, ,0 1,16 1, AMAZONE spuittabel voor doseerschijf , (ø 1,4 mm) Druk (bar) Dopafgifte per doseerschijf Dosering AHL (l/ha) Water AHL 5 5,5 6 6,5 7 7,5 8 8,5 9 (km/h) (l/min) 1,0 0,86 0, ,2 0,93 0, ,5 1,05 0, ,8 1,15 1, ,0 1,22 1, ,2 1,27 1, ,5 1,35 1, ,8 1,43 1, ,0 1,47 1, ,5 1,59 1, ,0 1,69 1, UX BAG
203 Spuittabel 12.5 Omberekeningstabel voor het spuiten van vloeibare meststof ammoniumnitraat-ureumoplossing (AHL) (Dichtheid 1,28 kg/l, d.h. ca. 28 kg N op 100 kg vloeibare meststof resp. 36 kg N op 100 liter vloeibare meststof bij 5 10 C) N kg Sol. N l Sol. N kg N kg Sol. N l Sol. N kg N kg Sol. N l Sol. N kg N kg Sol. N l Sol. N kg 10 27,8 35, ,6 186, ,2 335, ,0 485, ,3 42, ,0 193, ,7 342, ,0 493, ,9 50, ,7 200, ,0 350, ,0 500, ,5 57, ,1 207, ,0 357, ,0 507, ,0 64, ,7 214, ,7 364, ,0 515, ,5 71, ,3 221, ,5 371, ,0 521, ,6 78, ,9 228, ,2 378, ,0 529, ,7 85, ,4 235, ,0 386, ,0 535, ,0 92, ,9 243, ,6 393, ,0 554, ,8 100, ,5 250, ,1 400, ,0 572, ,4 107, ,0 257, ,5 407, ,0 589, ,0 114, ,9 264, ,1 414, ,0 607, ,5 121, ,6 271, ,0 421, ,0 625, ,0 128, ,5 278, ,0 428, ,0 643, ,6 135, ,1 285, ,0 436, ,0 660, ,0 143, ,9 292, ,0 443, ,0 679, ,8 150, ,3 300, ,0 450, ,0 696, ,2 157, ,6 307, ,0 457, ,0 714, ,9 164, ,2 314, ,0 465, ,3 171, ,0 321, ,0 471, ,0 178, ,7 328, ,0 478,0 UX BAG
204 Combinatiematrix 13 Combinatiematrix 204 UX BAG
205 Combinatiematrix UX BAG
206 Combinatiematrix Spuitdopbeschrijving 1) Spleetdoppen LU 2) Spleetdoppen XR 3) Dubbele spleetdoppen 4) Spleetdoppen AD van kunststof en buiten met kunststof kern keramisch (Lechler) van kunststof en buiten met kunststof kern V2A (Teejet) van V2A (Lechler) DF DF DF DF DF van kunststof en buiten met kunststof kern keramisch (Lechler) 5) Spleetdoppen Airmix 6) Spleetdoppen ID 7) Spleetdoppen IDK 8) Spleetdoppen AI 9) Spleetdoppen IDN van kunststof van kunststof en buiten van kunststof van kunststof kern V2A van kunststof kunststofkern keramisch (Agrotop) (Lechler) (Lechler) (Teejet) (Lechler) UX BAG
207 Notities UX BAG
208 H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 Tel.: + 49 (0) D Hasbergen-Gaste Telefax: + 49 (0) Germany amazone@ amazone.de www. amazone.de BBG Bodenbearbeitungsgeräte Leipzig GmbH & Co.KG Rippachtalstr. 10 D Leipzig Germany Overige vestigingen: D Hude D Leipzig F Forbach, Fabrieksvestigingen in Engeland en Frankrijk Fabrieken voor strooiers van minerale kunstmest, veldspuiten, zaaimachines, grondbewerkingsmachines, universele opslaghallen en tuin- en parkmachines
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az UX 3200 Special UX 4200 Special Getrokken veldspuit MG 2139 BAG0035.1 04.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az UG 2200 Super UG 3000 Super Getrokken veldspuit UG 2200 Special UG 3000 Special MG3508 BAG0021.12 11.16 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az ZG-TS 5500 ZG-TS 8200 Kunstmeststrooier MG5043 BAG0102.7 10.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Centaur 4001-2 5001-2 Super / Special Mulchcultivator MG 2694 BAG 0070.0 07.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding CATROS 5501-T CATROS 7501-T
Bedieningshandleiding az CATROS 5501-T CATROS 7501-T Compacte schijveneg MG 1793 BAG0046.0 01.07 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bewaar de bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Centaur 3001 4001 Super / Special Mulchcultivator MG3050 BAG0069.1 12.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az CATROS 7501-2T CATROS + 7501-2T Compacte schijveneg MG2956 BAG0046.7 03.14 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az GRASSHOPPER JUMBO GHS-150, 180, 210 & KMLS-150, 180, 210 MG2746 BAF0008.0 06.09 Printed in France NL Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Pantera 4502 met Comfort Pakket 2 Zelfrijdende veldspuit MG5004 BAG0131.2 09.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen
Bewaar de bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Cenius 4003-2TX Cenius 5003-2TX Cenius 6003-2TX Cenius 7003-2TX Stoppelcultivator MG5116 BAG0112.6 11.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Pantera 4001 Zelfrijdende veldspuit MG4268 BAG0093.7 02.14 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Cirrus Special 3001 / 4001 / 6001 MG 1753 BAH0009.1 12.06 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Cayena 6001 Cayena 6001-C MG4393 BAH0062-3 05.14 nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de bedieningshandleiding voor
Voor uw veiligheid. Het apparaat is uitsluitend geconstrueerd voor de normale toepassing bij agrarische werkzaamheden (reglementair gebruik).
Voor uw veiligheid Dit supplement bij de handleiding bevat algemene gedragsregels voor het reglementaire gebruik van het apparaat en tevens veiligheidstechnische instructies die u omwille van uw eigen
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Microgranulaatstrooier pneumatisch Microgranulaatstrooier mechanisch Voor ED 02 MG3786 BAG0009.0 04.05 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding vóór de inbedrijfstelling
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Zaaimachines D9 2500/3000 Special D9 3000/3500/4000 Super MG3970 BAH0041-3 08.14 nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Zaaimachines D9-25 Special D9-30 Special D9-30 Super D9-40 Super MG3893 BAH0007.3 08.10 nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Bedieningshandleiding. & onderhoudshandboek
Bedieningshandleiding & onderhoudshandboek az PROFIHOPPER Mach.-Type PH4WDi & idrive De maai- en verticuteermachine voor elke toepassing MG4741 BAF0012.0 02.13 Printed in France NL Lees deze bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Precisiezaaimachine EDX 6000-TC MG3948 BAH0047-4 09.14 Lees deze bedieningshandleiding vóór de inbedrijfstelling door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de handleiding
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Opbouwzaaimachines AD-P 303 Super AD-P 403 Super MG3375 BAG0061-2 10.14 nl Lees deze bedieningshandleiding vóór de inbedrijfstelling door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op!
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az Fronttank FRU 104 FPU 104 MG5244 BAH0084.1 06.16 Lees en schenk aandacht aan deze bedieningshandleiding voor u de machine in bedrijf stelt! Bewaren voor verder gebruik! nl Het
Bestnr Toerentalregelaar voor ventilator
Bestnr. 53 73 73 Toerentalregelaar voor ventilator Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand, of openbaar
Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00
OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING DD-ST-150/160-CCS Kruisrails Lees de handleiding beslist voordat u de machine de eerste keer gebruikt. Bewaar deze handleiding altijd bij het apparaat. Geef het apparaat
Sulky Line Painter 1200
Form No. 3355 9 Rev C Sulky Line Painter 00 Modelnr. 403 6000000 en hoger Gebruikershandleiding Registreer uw product op www.toro.com Vertaling van de oorspronkelijke instructies (NL) Inhoud Blz. Inleiding....................................
Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen
AANHANGWAGEN TRACTOR 1. Waarschuwing en algemene richtlijnen Bij nood Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen OPGEPAST Aanhangwagens al dan niet voorzien
Adapters en verloopmoeren van metaal
Adapters en verloopmoeren van metaal Bedieningshandleiding Extra talen www.stahl-ex.com Inhoudsopgave 1 Algemene gegevens...3 1.1 Fabrikant...3 1.2 Gegevens over de bedieningshandleiding...3 1.3 Andere
GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) Hefttafel Type(s) , , ,2
1. Gebruikersgroepen Taken Bediener Bediening, visuele controle Vakpersoneel GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) Hefttafel Type(s) 1097.0,75 1097.1,25 8718.0,2 Aanbouwen, slopen, reparatie, onderhoud Keuringen
Tijdschakelklok. Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Omwille van het milieu 100% recyclingpapier
G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Tijdschakelklok Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Impressum Alle rechten,
Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL
Elektrische Infrarood Verwarming Model 93485 Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL 1 Algemene veiligheidsinstructies LEES DE GEBRUIKSAANWIJZING Alvorens de radiateur in bedrijf te nemen, moet u deze gebruiks
Bedieningshandleiding. & onderhoudshandboek
Bedieningshandleiding & onderhoudshandboek az PROFIHOPPER Mach.-Type PH04 MG2347 BAF0002.1 10.09 Printed in France NL Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig
Aanbouw- en bedieningshandleiding
Aanbouw- en bedieningshandleiding ISOBUS-Basisuitrusting met ISOBUScabinecontactdoos Stand: V1.20150220 30322575-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor
DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING
DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING NL DRAAITAFEL DT-1000 / DT-1200 / DT-1500 INOX/ALU handleiding VOORWOORD Deze gebruiksaanwijzing is opgesteld door FT Solutions
GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING
GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING SBM3 / 125.505 SBM4 / 125.510 SBM6 / 125.520 INHOUDSOPGAVE 1. DOEL en BEREIK 2. AANSPRAKELIJKHEID 3. AANWIJZINGEN 4. BASISEIGENSCHAPPEN
GEBRUIKERSHANDLEIDING KS
GEBRUIKERSHANDLEIDING KS150.2450 Geachte klant, U hebt een product van KS Tools via Beneparts BVBA gekocht. Bedankt voor uw aankoop en vertrouwen. In deze gids vindt u al het nodige terug voor een veilig
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding Hoekschaar AK 150 VERSIE 07-2006 AK 150 pagina 1 / 8 1 Inleiding Geachte klant, Wij waarderen het dat u een product van onze firma hebt gekozen. Deze bedieningshandleiding is speciaal
STIHL AP 100, 200, 300. Veiligheidsinstructies
{ STIHL AP 100, 200, 300 Veiligheidsinstructies Nederlands Inhoudsopgave Vertaling van de originele handleiding 1 Veiligheidsinstructies................................ 1 1.1 Waarschuwingssymbolen...........................
TECHNISCHE HANDLEIDING
Pagina 1 van 6 Pagina 2 van 6 INHOUDSOPGAVE 1. OMSCHRIJVING... 3 2. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES... 3 3. TECHNISCHE GEGEVENS... 3 4. INSTALLATIE EN BEDIENING... 3 5. ONDERHOUD... 5 6. ALGEMENE VOORWAARDEN...
Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Blusinrichting. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H
Montage- en servicehandleiding voor de vakman Viesmann Blusinrichting voor Vitoligno 300-H Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel
HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies
HANDLEIDING Sesame Thermoplastic Tank Technologies INSTALLATIE- EN GEBRUIKSAANWIJZING INHOUD 1. ALGEMEEN 3 2. BELANGRIJK 3 3. INSTALLATIE EXPANSIEVAT 4 4. GEBRUIK EXPANSIEVAT 5 5. VERVANGEN LUCHTCEL 5
Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V
Aanbouwhandleiding Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan Stand: V8.20161221 30322558-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst.
Aanbouwhandleiding. ISOBUS-Basisuitrusting met contactdoos achteraan (zonder Tractor-ECU) Stand: V
Aanbouwhandleiding ISOBUS-Basisuitrusting met contactdoos achteraan (zonder Tractor-ECU) Stand: V4.20160503 30322554-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding
Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler
Voor de gebruiker Gebruiksaanwijzing allstor Bufferboiler NL Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Aanwijzingen bij de documentatie... 3 1.1 Aanvullend geldende documenten... 3 1.2 Documenten bewaren... 3 1.3
INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat
INLEIDING Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor Rapid 100E. Lees ze eerst grondig door alvorens u het apparaat in gebruik neemt. Deze gebruiksaanwijzing bevat de veiligheidsvoorschriften, de voorschriften
Algemene Reparatieen Testaanwijzingen. Veilige reparatie en controle van WABCO componenten
Algemene Reparatieen Testaanwijzingen Veilige reparatie en controle van WABCO componenten Algemene Reparatie- en Testaanwijzingen Veilige reparatie en controle van WABCO componenten Uitgave 2 Deze brochure
Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies
1 2 Inhoud 1. Veiligheidsinstructies... 3 2. Gebruik volgens de voorschriften... 4 3. Omschrijving... 4 4. Toepassingstabel... 4 5. Montage... 4 5.1 Omschrijving van de onderdelen... 5 5.2 Meeneemring
Versnellingsschakelaar
(Nederlands) DM-SW0002-00 Dealerhandleiding Versnellingsschakelaar SW-E6000 INHOUD BELANGRIJKE MEDEDELING... 3 VEILIGHEID VOOROP... 4 Montage... 6 SM-EWE1 gebruiken om de bekrachtigingsschakelaar op het
GEBRUIKSHANDLEIDING Hakselaars CIPPO 7 S
GEBRUIKSHANDLEIDING Hakselaars CIPPO 7 S LEES DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIK NEEMT. 1. INLEIDING WIJ DANKEN U DAT U EEN CARAVAGGI HAKSELAAR HEBT GEKOZEN. Uw Caravaggi hakselaar
STIHL AK 10, 20, 30. Veiligheidsinstructies
{ STIHL AK 10, 20, 30 Veiligheidsinstructies Inhoudsopgave Vertaling van de originele handleiding................................ 1 1.1 Waarschuwingssymbolen........................... 1 1.2 Gebruik conform
STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02
STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02 S SVENSKA 1 2 3 4 5 7 A B 6 SVENSKA 8 9 X Z S Y W V 10 NEDERLANDS NL SYMBOLEN Op de machine ziet u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat voorzichtigheid en
Aanbouwhandleiding. ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais
Aanbouwhandleiding ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais Stand: V4.20180724 30322574-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik
Aanbouwhandleiding. Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan. Stand: V Lees en volg deze bedieningshandleiding op.
Aanbouwhandleiding Complete set basisuitrusting vooraan en achteraan Stand: V7.20160628 30322558-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst.
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing. Routetrein CX T. Aanvullingopdeseriebedieningsinstructies. vandetrekkercxt 51048070051 NL - 02/2012
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Routetrein CX T Aanvullingopdeseriebedieningsinstructies vandetrekkercxt 1050 51048070051 NL - 02/2012 Inhoudsopgave g 1 Voorwoord Informatie over de documentatie...
VIESMANN. Montage- en servicehandleiding. Invoer. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw
Montage- en servicehandleiding voor de vakman VIESMANN Invoer voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk
Montage- en gebruiksaanwijzing
Montage en gebruiksaanwijzing Cooper Safety BV Postbus 3397 4800 DJ Breda Nederland Tel. +31 (0)76 750 53 00 Fax +31 (0)76 587 14 22 www.coopersafety.nl Pagina 1 1. Algemene opmerkingen 1.1 Korte beschrijving
Veiligheidsinstructies Mobiele straalketel Datona
Veiligheidsinstructies Mobiele straalketel Datona *dt-55204man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING 1 Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 3 Gebruik
Verklaring van de symbolen (pictogrammen)
Verklaring van de symbolen (pictogrammen) Waarschuwingssymbolen verwijzen naar mogelijke gevaren: zij geven aanwijzingen voor de veilige bediening van de machine. Zorg dat de waarschuwingssymbolen altijd
GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling)
1. GEBRUIKERSGROEPEN Taken Bediener Bediening, visuele controle Vakpersoneel Aanbouwen, slopen, reparatie, onderhoud Keuringen GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) NL Dommekracht Type 11.1,5 11.3 11.5 11.10
HEFTRUCK. Wat is de gewenste situatie? Maatregelen. Sector Hoveniers en Groenvoorziening
HEFTRUCK Het gebruik van een heftruck brengt verschillende gevaren met zich mee: vallende lading, een kantelende heftruck en aanrijdingen met personen. Ongevallen met heftrucks hebben regelmatig een ernstige
Innovation Protection Conseil
Pagina 1 van 7 PULVERISATEUR DORSAL AUTONOME Elektrische autonome rugsproeier met continue druk KENMERKEN : o Het reservoir is uitgerust met een membraanpomp met Viton-afdichting die wordt bediend met
HEFTRUCK. Wat is de gewenste situatie? Maatregelen. Sector Bloembollenteelt en handel
HEFTRUCK Het gebruik van een heftruck brengt verschillende gevaren met zich mee: vallende lading, een kantelende heftruck en aanrijdingen met personen. Ongevallen met heftrucks hebben regelmatig een ernstige
Gebruiksaanwijzing, waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften voor batterijen met vloeibaar elektrolyt voor motorfietsen. (zuurpakket meegeleverd)
Gebruiksaanwijzing, waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften voor batterijen met vloeibaar elektrolyt voor motorfietsen. (zuurpakket meegeleverd) Let op de aanwijzingen op de batterij, in de gebruiksaanwijzing
STIHL AK 10, 20, 30. Veiligheidsinstructies
{ STIHL AK 10, 20, 30 Veiligheidsinstructies Nederlands Inhoudsopgave Vertaling van de originele handleiding 1 Veiligheidsinstructies................................ 1 1.1 Waarschuwingssymbolen...........................
RLB-1000.INOX/ALU USER MANUAL
ROLLENBAAN RLB-1000.INOX/ALU USER MANUAL NL ROLLENBAAN handleiding VOORWOORD Deze gebruiksaanwijzing is opgesteld door FT Solutions bvba en heeft tot doel om u zo goed mogelijk te helpen zo veilig en doeltreffend
Bedieningsvoorschriften
6300 5517 05/2000 NL Voor de gebruiker Bedieningsvoorschriften Gasgestookte verwarmingsketel Logano G334 / G334 Duo Zorgvuldig lezen alvorens het apparaat te gebruiken Voorwoord Geachte klant, De Buderus
Aanbouwhandleiding. ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais
Aanbouwhandleiding ISOBUS-basisuitrusting met ISOBUS-cabinecontactdoos en relais Stand: V5.20190206 30322574-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik
Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Invoer. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw
Montage- en servicehandleiding voor de vakman Viesmann Invoer voor Vitoligno 300-H, 80 tot 101 kw Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk
Gebruiksaanwijzing. One Touch Automatische blikopener KC26
Gebruiksaanwijzing One Touch Automatische blikopener KC26 Overzicht 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 Startknop 2 Deksel batterijvak 3 Batterijvak Schakelaar voor het losmaken van vastgeklemde 4 blikken 5 Voorste deksel
BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug. Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl
BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl Lees mij eerst! 1Lees deze handleiding zorgvuldig voor de laadbrug te gebruiken. De handleiding omschrijft
AFVOER-/AANZUIGAPPARAAT RQN 1071 GEBRUIKSAANWIJZING
AFVOER-/AANZUIGAPPARAAT RQN 1071 GEBRUIKSAANWIJZING IN ONTVANGST NEMEN VAN HET APPARAAT INLEIDING TECHNISCHE GEGEVENS PLAATSEN VAN HET APPARAAT MONTAGE PLAATSEN VAN HET APPARAAT MONTAGE VAN DE TRANSPARANTE
- - AOY0001 AOY0004 AOY0003 AOY0002
AquaOxy500 - - A AOY0001 B AOY0004 C AOY0003 D ; ; AOY0002 2 - - E AOY0008 F AOY0006 3 - - G AOY0009 H AOY0010 4 - - I AOY0007 5 Veiligheidsinstructies - NL - Dit apparaat kan gevaar opleveren voor personen
Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3
Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3 Bediening 1 Contactslot 2 Urenteller 3 Waarschuwingslampje 4 Claxonschakelaar 5 Schakelaar werklamp 1 Gashendel 2 Rijhendel (links) 3 Rijhendel (rechts)
Aanvulling op de technische handleiding. MOVIMOT -opties MLU.1A, MLG.1A, MBG11A, MWA21A. Uitgave 06/2008 16663675 / NL. www.sew-eurodrive.
Aandrijfelektronica \ Aandrijfautomatisering \ Systeemintegratie \ Service SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG P.O. Box 3023 D-76642 Bruchsal / Germany Phone +49 7251 75-0 Fax +49 7251 75-1970 [email protected]
TE DRS 4-A Nederlands
TE DRS 4-A Nederlands 1 Informatie over documentatie 1.1 Over deze documentatie Lees voor ingebruikname deze documentatie door. Dit is vereist voor veilig werken en storingsvrij gebruik. De veiligheidsinstructies
TDS 20/50/75/120 R. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer
TDS 20/50/75/120 R NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer TRT-BA-TDS R -TC-001-NL TROTEC GmbH & Co. KG Grebbener Straße 7 D-52525 Heinsberg Tel.: +49 2452 962-400 Fax: +49 2452 962-200 www.trotec.com
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Tape dispenser M-AFT Korte omschrijving: gebruikshandleiding voor het aanbrengen van tape ten behoeve van het afwerken van stoffen die gevoelig zijn voor rafelen. Speciaal aanbevolen
Bedieningshandleiding
NL Bedieningshandleiding Elektrisch waterverwarmingsapparaat ethermo Top Eco 20 P ethermo Top Eco 30 P 1 Over dit document 1.1 Doel van het document Deze bedieningshandleiding is onderdeel van het product
TDS 75. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer
TDS 75 NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer TRT-BA-TDS 75 -TC-001-NL TROTEC GmbH & Co. KG Grebbener Straße 7 D-52525 Heinsberg Tel.: +49 2452 962-400 Fax: +49 2452 962-200 www.trotec.com
CCS COMBO 2 ADAPTER. Handleiding
CCS COMBO 2 ADAPTER Handleiding WAARSCHUWINGEN BEWAAR DEZE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. Dit document bevat belangrijke instructies en waarschuwingen die bij het gebruik van de CSS Combo 2-adapter
200 bar, 15 l/min., l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport.
Handleiding mobiele hogedrukreiniger 200 bar, 15 l/min., 1.140 l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport. Inhoud 1. Veiligheidsinstructies...
VIESMANN. Montage- en servicehandleiding. Uitvoer met veerbladen. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H
Montage- en servicehandleiding voor de vakman VIESMANN Uitvoer met veerbladen voor Vitoligno 300-H Veiligheidsinstructies Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk
