Biochemische principes Hans V. Westerhoff



Vergelijkbare documenten
Tentamen Biochemie, onderdeel Abrahams, 2e jaar MST,

Vragen bij deoefen- en zelftoets-module behorende bij hoofdstuk 9 van Biology, Campbell, 8 e druk Versie

Celademhaling & gisting

Studiehandleiding Biochemie I

Achtergronden bij het Metabolaspel

4. deleted. 1. ATP kan een reactie aandrijven omdat

Biosynthese. Biosynthese. Metabolic engineering. 8 Oktober 2014

Metabolisme koolhydraten RozenbergSport.nl 2012 pagina 1 / 5

Tentamen BIOCHEMIE. (MST-BCH-0708FWN dinsdag 29 januari 2008)

Tentamen Biochemie,, onderdeel Abrahams, 2e jaar MST, Antwoorden

a. 38 b. 38 c. 0 d. 36/38

Samenvatting. Samenvatting

Intermezzo, De expressie van een eiwit.

Celstofwisseling II (COO 5) Vragen bij deoefen- en zelftoets-module behorende bij hoofdstuk 9 en 10 van Biology, Campbell, 8 e druk Versie

Naar: D.O. Hall & K.K. Rao, Photosynthesis, Studies in Biology, Cambridge, 1994, blz. 106.

Hertentamen Inleiding Scheikunde voor anesthesiemedewerkers i.o. en operatie-assistenten i.o.

Samenvatting. Samenvatting

Meerkeuzevragen. Fotosynthese, celademhaling en gisting. V. Rasquin

- 1 - Microbiologie en Biochemie (MIB-10306) Biochemie deel Vrijdag 29 februari 2008, uur

4. Toevoeging van een ontkoppelaar zal in mitochondrien de snelheid van NADH consumptie doen en de snelheid van ATP synthese doen

Chemie (ph) bij het inkuilen Scheikunde klas V41a en V41b door Erik Held

4,5. Samenvatting door L woorden 17 december keer beoordeeld. Biologie voor jou. 1. Vrije en gebonden energie.

ANORGANISCHE STOFKLASSEN

Naam: Student nummer:

1. Covalent. 2. Ionogene fosfaat bindingen. 3. Niet- covalent. 4. Van der Waals interacties tussen de basen.

ENZYMEN. Hoofdstuk 6

Bio- organische chemie, Biochemie & Celbiologie Deeltentamen 2 26 oktober 2009

1. Stofwisseling, assimilatie en dissimilatie

Analyse van het Z-B evenwicht Stewart methodiek

Organismen die organisch en anorganische moleculen kunnen maken of nodig hebben zijn heterotroof

Studentnummer: Schrijf je naam en studentnummer op elk vel. Omcirkel het juiste antwoord.

Antwoorden Biologie Hoofdstuk 1: Stofwisseling

TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA. Dinsdag 25 oktober

BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL]

1. In zoogdieren zal elk van devolgende reacties gebeuren in de Krebscyclus, behalve:

Oefenvragen Hoofdstuk 3 Bouwstenen van stoffen antwoorden

_j i-ot'hr j>flf,,!"< L lj 1 1

BIOLOGIE Thema: Stofwisseling Havo

Moderne biotechnologie

Opdracht 7.2 Energie een heel lastig onderwerp

Biologie Hoofdstuk 2 Stofwisseling

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 1 Stofwisseling

BIOLOGIE Energie & Stofwisseling VWO

VIII Samenvatting voor alle anderen

Mitochondriële ziekten

Anabolisme: anabole processen: opbouwstofwisseling Energie wordt toegevoegd: assimilatie

Stoffen, structuur en bindingen

DNA & eiwitsynthese Vragen bij COO-programma bij hoofdstuk 11 en 12 Life

Chapter 9. Samenvatting

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

Nederlandse samenvatting voor geïntereseerden buiten dit vakgebied

Inspanningsfysiologie. Energiesystemen. Fosfaatpool. Hoofdstuk Fosfaatpool 2. Melkzuursysteem 3. Zuurstofsysteem

Microbiology & Biochemistry (MIB-10306, microbiologie deel)

The physiological response of Saccharomyces cerevisiae to temperature stress Postmus, J.

Vragen bij deoefen- en zelftoets-module behorende bij hoofdstuk 2, 3, 4 en 5 van Unit 1 van Biology, Campbell,10 e druk Versie

Hoofdstuk 1 Doelstelling 1: Stofwisseling (metabolisme): het geheel aan chemische processen in een cel. Via passief en actief transport nemen cellen

De cel metabolisme cel cel- membraan eiwitsynthese DNA aminozuren 1.1 De cel celcyclus celmembraan Afbeelding 1.1

HERHALINGS TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA voor S2/F2/MNW2 Woensdag 14 januari, 2009,

Verestering volgens Fischer gezien door Ben Erné, fysisch chemicus

KERNCONCEPTEN. Het micro-macroconcept

Bacteriële ijzer reductie

a. Geef de 1-lettercode van de aminozuren in het peptide in de corresponderende volgorde. (4P)

Eindexamen scheikunde havo 2006-I

Samenvatting Biologie Stofwisseling

Leerlingenhandleiding

Eindexamen havo scheikunde II

Mitochondriële ziekten Stofwisseling

Eindexamen vwo scheikunde I

Examen Voorbereiding Cellen

Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie

APS = adenosinefosfosulfaat. PAPS = Fosfo-adenosine-5 -fosfosulfaat

De jigsaw-werkvorm als alternatief voor PGO in een cursus Metabolisme en Voeding

Nederlandse samenvatting

SAMENVATTING. Tuberculose

Brew a better Breezer

Nederlandse samenvatting (voor niet-ingewijden)

Biochemie van Leven college 6 uit de serie Het Levend Heelal

Examentrainer. Vragen. Broeikasgassen meten in wijn. 1 Uitgeverij Malmberg. Lees de volgende tekst.

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Archaebacteriën. Eubacteriën. Eukaryoot

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017

Cellen aan de basis.

Fysische Chemie en Kinetiek

Scheikunde Chemie Overal Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 15 Hoofdstuk 18

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

BOUWSTENEN VAN HET LEVEN

Practicum 1: bepalen enzymactiviteit

ANTWOORDEN ENERGIE EN FOTOSYNTHESE

Biotechnologie vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Vetzuur- en cholesterolsynthese

Samenvatting. Samenvatting

Transcriptie:

Hans V. Westerhoff

Leerstof: Voet, Voet & Pratt: Fundamentals of Biochemistry (1999 editie) Hoofdstukken 13-17, 21 (zie syllabus voor details) Syllabus: de principes van het metabolisme (III.A-E) Syllabus: Sheets college via blackboard en: http://www.bio.vu.nl/hwconf/teaching

Leerstof: Voet, Voet & Pratt: Fundamentals of Biochemistry (1999 editie) Hoofdstukken 13-17, 21 (zie syllabus voor details) Syllabus: de principes van het metabolisme (III.A-E) Syllabus: Sheets college via blackboard en: http://www.bio.vu.nl/hwconf/teaching

Collegeschema Colleges zijn van 12h30 14h30 (met uitzondering van 28-10; dan zijn ze van 10h00-12h00), Voor docent en onderwerp: zie tabel in syllabus

Collegeschema 2003

Biochemie 2003: rol van colleges Alle stof staat in syllabus plus de daarin aangegeven delen van het boek Alle op het tentamen gevraagde stof wordt expliciet behandeld op college of practicum Collegestof << Boekstof Weten maar vooral begrijpen!

op het wwweb Oefententamen en sheets college zie: Blackboard of http://www.bio.vu.nl/hwconf/teaching/

De principes van het metabolisme A. Algemene principes B. Koolstof- en energie metabolisme C. Controle en regulatie D. Redox E. De balans opmakend

De plaats van de biochemie in de wetenschap sociologie ecologie Medische biologie macrobiologie microbiologie chemie Biochemie, biofysica, moleculaire biologie fysica

Een cel ziet er niet uit als zak enzymen;een bacterie niet

Een gistcel ook niet

Een levende cel doet meer dan biochemie, nl leven, maar wat is dat?

Replicerende zelfgecoordineerde autonome machine

Een levende cel onderscheidt zich van zijn omgeving; actief

Gewoon een zak enzymen? Metabolisme Gibbs energie transductie Transport Transcriptie Translatie Replicatie Signalering Alles geschiedt door enzymen dus. Inderdaad.?? Een principe

Wat gaan we doen: metabole routes uit het hoofd leren?

Wat gaan we doen: Principes begrijpen en herkennen!

A1. Het balansprincipe voor een organisme indien er meer nodig is dan opgenomen kan worden dan moet het gemaakt worden Toename is netto opname plus netto productie X = X + X e i

A2. De zelfwerkzaamheid van het leven Levende organismen maken bijna alle stoffen die ze nodig hebben zelf Oorzaak: heel veel verschillende stoffen nodig Komen bijna nooit allemaal in medium voor in goede relatieve concentraties Kunnen membraan niet passeren

A2. De zelfwerkzaamheid van het leven Levende organismen maken bijna alle chemische verbindingen die ze nodig hebben zelf Fig. 13-1! (uitzondering: vitamines)

A2. De zelfwerkzaamheid van het leven Fig. 13-1 Dus niet: hele eiwitten opeten en gebruiken!

A3. Elke reactie wordt gekatalyseerd door een eiwit Ongekatalyseerde processen meestal te traag Enzym Genproduct Fig. Page 356

A4. Water is overal Meeste levensstoffen zijn hydrofiel Fig. P22, Fig 1-6

A4. Water is overal Meeste levensstoffen zijn hydrofiel

A5. Hydrofobe membranen om alles bijeen te houden Meeste levensstoffen zijn hydrofiel Fig 10-10

A6. Subcompartimentatie Functie: Incompatibele reacties gescheiden Biochemie onder mee dan een conditie (ph) Vrije energie over membraan (electrische potentiaal) Nadeel: Extra transport nodig

A6. Subcompartimentatie Fig. 19-19

A7. Transport over biologische membranen wordt gekatalyseerd door een eiwit Translocator / transporteiwit / kanaal Fig. 10-36, 10-37 Snelheden anders te laag

A8. Actief versus passief transport Passief: Wel gekatalyseerd Geen aandrijving met Gibbs energie Actief: Gekoppeld aan vrije energie afstaande reactie

A9. Het betaalprincipe bij 500 voedingstoffen en 500 benodigde stoffen zouden er 500x500 = 250 000 chemische reacties ruilhandel moet een slager met vlees betalen als hij melk bij de melkboer haalt economie gebaseerd op geld Voedsel omzetten in eenvoudige bouwstenen (betaalmiddelen)

A9. Het betaalprincipe Fig. 19-19

A10. Het balansprincipe voor metabole routes en processen eatp = 0, enadh = i ATP = 0, NADH = Evenveel ATP gemaakt als afgebroken-nodig voor biosynthese i 0 0

A11. Antiparallel actief en passief transport X = 0, X = 0, X = e i 0

A12. Elementen kunnen niet gemaakt i, element 0 worden, verbindingen wel H, C, N, O, P, S, Ca, Mg, Na, K en Cl verbindingen bv glucose C 6 H 12 O 6

A13. Zelf energie maken, de thermodynamische beperkingen behoud van energie U Gibbs vrije energie, het effectieve arbeidsvermogen: G=U + PV TS Bij processen die lopen gaat altijd wat Gibbs vrije energie verloren : G < 0 i

A13. Zelf energie maken, de thermodynamische beperkingen X = e X + i X e G = G > 0 i in steady state

A14. Meer dan 1 betaalmiddel nodig; voor elke relevante behoudswet tenminste 1

A15. Veel betaalmiddelen reizen op dragers

A16. Betaalmiddelen voor elementen

A17. Betaalmiddelen geleverd door katabole routes

A17. Betaalmiddelen geleverd door katabole routes

A17. Betaalmidde len geleverd door katabole routes

A17. Betaalmiddel en geleverd door katabole routes

A17. Betaalmiddellen geleverd door katabole routes

De principes van het metabolisme A. Algemene principes B. Koolstof- en energie metabolisme C. Controle en regulatie D. Redox E. De balans opmakend

B1. Metabolisme: van voedsel naar bouwstenen naar biomassa

B2. Overschotten worden uitgescheiden

B3. Geen zorg om behoud van protonen

B4. ATP: het dominante Gibbs energie betaalmiddel bij chemische reacties

B5. ATP en transmembraanprotonen: de dominante Gibbs energie betaalmiddelen bij actief transport

Redoxmetabolisme Redox metabolisme: electron overdrachts reacties red ox 1 1 red ox 2 2 Electronen willen van stoffen (koppels) met negatieve redox potentiaal naar stoffen (koppels) met (meer) positieve redox potentiaal + + n e n e E = E ' + RT nf ln ox red = E ' + 0.059 10 log ox red

Redoxmetabolisme Electronen willen dus bv. van NADH naar zuurstof, als er zuurstof Biochemische is, principes of nitraat of sulfaat

B6. Twee soorten redoxmetabolisme, ademhaling en fermentatie Indien electronen naar externe electron acceptor: ademhaling Indien electronen naar interne electronacceptor: fermentatie (bv. wijn, bier, brood, zuurkool)

B6. Twee soorten redoxmetabolisme, ademhaling en fermentatie

B7. Twee manieren om ATP te maken: protonkracht gedreven en substraatniveau fosforylering

B8. Hoogenergetische bindingen

B9. Bij fermentatie vindt vaak elektronverschuiving binnen het molecuul plaats

B9. Bij fermentatie vindt vaak elektronverschuiving binnen het molecuul plaats

B9. Bij fermentatie vindt vaak elektronverschuiving binnen het molecuul plaats

B9. Bij fermentatie vindt vaak elektronverschuiving binnen het molecuul plaats

B10a. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen

B10a. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen glucose wordt gesplitst in twee glyceraldehyde moleculen

B10b. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen Elk glyceraldehyde molecuul wordt intern gefermenteerd tot melkzuur

B10c. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen Twee electronen worden tijdelijk geparkeerd op NADH. In de laatste stap worden deze electronen van NADH overgedragen op pyruvaat. Hierbij ontstaat melkzuur (=lactaat lactaat).

B10d. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen Fosfaat groepen worden gebonden om de Gibbs energie te oogsten. Fosfaat bindingen worden omgevormd tot hoge energie bindingen.

B10e. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen Eerste twee fosfaten worden gebonden aan het molecuul in de C6 vorm. Investering van Gibbs vrije energie.

B10f. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen Tweede set fosfaten wordt gebonden tegelijkertijd met de dehydrogenase stap. Hoog energie fosfaten worden overgedragen op ADP.

B10g. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen Netto resultaat: 2 ATP per glucose molecuul 2 lactaat per glucose molecuul De route naar lactaat wordt gevolgd door: - menselijke rode bloedcellen (bevatten geen mitochondriën) - spiercellen als ze te weinig zuurstof hebben

B10h. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen Gistcellen zetten pyruvaat om in ethanol.

B10. Fermentatieve glycolyse gebruikt de volgende mechanismen

B11. Enzymen verlagen G #

B12. Beperkt aantal types biochemische reactie redox reacties (oxidoreductases; dehydrogenases) groepsverdracht, gekatalyseerd door transferases de vorming van een binding onder gebruik maken van de Gibbs vrije energie van ATP hydrolyse, gekatalyseerd door ligases (= synthetases ) isomerases hydrolases eliminatie van een groep onder vorming van een dubbele binding in het achterblijvende molecuul, gekatalyseerd door de lyases (= synthases )

B12. Beperkt aantal types biochemische reactie oxidoreductases transferases ligases isomerases hydrolases lyases

B12. Beperkt aantal types biochemische reactie

B13.Metabole paden bewerkstelligen gecompliceerde omzettingen De snelheden van de opvolgende stappen moet gelijk zijn, opdat de concentraties van de intermediaire stoffen niet blijven toenemen (of afnemen); het metabole pad moet in steady state opereren. De metabole stroom erdoorheen heet dan de flux.

B14. Metabole routes bevatten irreversible stappen

B15. Tegengestelde routes bij afbraak en synthese

B15. Tegengestelde routes bij afbraak en synthese

B15. Tegengestelde routes bij afbraak en synthese

De principes van het metabolisme A. Algemene principes B. Koolstof- en energie metabolisme C. Controle en regulatie D. Redox E. De balans opmakend

C1. Controle versus regulatie Goede waardes stromen en concentraties Wat controleert de flux of concentratie? Wat bepaalt/beperkt de grootte van de flux of concentraties? Wat reguleert de flux of concentratie? Hoe wordt de grootte van de flux of de hoogte van een concentratie bijgesteld als de behoefte wijzigt?

C2. Controle coëfficiënt: precisering van hoe sterk de controle is Enzym is belangrijk Enzym is onbelangrijk Flux versus enzyme activity 1 0.5 0 0 0.5 1 1.5 2 2.5

C2. Controle coëfficiënt: precisering van hoe sterk de controle is C J i percentage increase in fluxj percentage increase in enzyme activity Flux versus enzyme activity 1 0.5 0 0 0.5 1 1.5 2 2.5

C3. Flux controle zit niet per se in de irreversibele stappen???

C4. Flux regulatie door regulatie enzymactiviteit C4. De flux door een metabole route kan gereguleerd worden door de enzymactiviteit van een of meerdere enzymen met flux controle te reguleren (Fig. 14-1, 17-23). Bij grote regulatie is het laatste effectiever, omdat flux controle anders gauw verschuift.

C5. Elk eiwit wordt gecodeerd door een gen DNA RNA Enzyme Chemical 1 Process

Second law of Biology DNA Every enzyme is encoded by a gene RNA Enzyme Chemical 1 Process

C6 Meerdere manieren om een stap te reguleren meer enzym maken activiteit van het enzym te veranderen Allostere interacties Covalente modificaties veranderde substraat/product concentraties

C7. Regulatie door tegengestelde stappen differentieel te beinvloeden

C8. Regulatie enzymactiviteit door conformatieverandering

C9. Covalente modificatie enzymen en cascades

C10. Hiërarchie in controle Genexpressie activiteit (bv transcriptieactiviteit, translatieactiviteit) controleert tot op zekere hoogte de hoeveelheid van elk enzym, en de hoeveelheid (activiteit) van elk enzym controleert tot op zekere hoogte de fluxen en de concentraties.

De principes van het metabolisme A. Algemene principes B. Koolstof- en energie metabolisme C. Controle en regulatie D. Redox E. De balans opmakend

D1. Behoud van elektronen: : redox electronen 0 i Er moet dus redox balans zijn in steady state: evenveel electronen opnemen als afstaan Redoxtoestand: CH 4 : C telt als C 4- (H neemt men als H + ) CO 2 : C telt als C 4+ (O neemt men als O 2- ) C(H 2 O) n (koolhydraat): C telt als C 0 NO 3- (nitraat): N telt als N 5+ NO 2- (nitriet): N telt als N 3+

D1. Behoud van elektronen: : redox Redoxbalans: CH 4 : C telt als C 4- (H neemt men als H + ) CO 2 : C telt als C 4+ (O neemt men als O 2- ) C(H 2 O) n (koolhydraat): C telt als C 0 Op methaan (CH 4 ) groeiende bacteriën moeten dus ademhalen (op zuurstof of nitraat) CH 4 C(H 2 O) n (biomassa) + 4 e - O 2 + 4 e - + 4H + 2 H 2 O

D1. Behoud van elektronen: : redox Redoxbalans: CH 4 : C telt als C 4- (H neemt men als H + ) CO 2 : C telt als C 4+ (O neemt men als O 2- ) C(H 2 O) n (koolhydraat): C telt als C 0 Autotrofe organismen (dwz organismen die CO2 gebruiken als koolstofbron) moeten een externe electron donor oxideren (water bij fotosynthetische organismen) CO 2 + 4 e - C(H 2 O) n (biomassa) 2 H 2 O O 2 + 4 e - + 4H +

D1. Behoud van elektronen: : redox Redoxbalans: CH 4 : C telt als C 4- (H neemt men als H + ) CO 2 : C telt als C 4+ (O neemt men als O 2- ) C(H 2 O) n (koolhydraat): C telt als C 0 Op koolhydraat groeiende organismen halen ook wel adem, maar niet vanwege de redox balans. Waarom wel? C(H 2 O) n C(H 2 O) n (biomassa) + 0 e - O 2 + 4 e - + 4H + 2 H 2 O C(H 2 O) n CO 2 + n H 2 O + 4 e - Omdat de ademhaling Gibbs energie oplevert (ATP)

D2. NADH: dominant elektron betaalmiddel in het energie metabolisme (Fig. 17-1) Ontvangt electronen van: Het katabolisme

D2. NADH: dominant elektron betaalmiddel in het energie metabolisme Betaalt electronen aan: de mitochondriële electron transport keten

D2. NADH: dominant elektron betaalmiddel in het energie metabolisme

D2. NADH: dominant elektron betaalmiddel in het energie metabolisme

D2. NADH: dominant elektron betaalmiddel in het energie metabolisme

D3. NADPH: dominant elektron betaalmiddel in het anabolisme

D3. NADPH: dominant elektron betaalmiddel in het anabolisme

D3. NADPH: glucose-6 fosfaat dehydrogenase deficiëntie X Patienten zijn overgevoelig voor zuurstofperoxideschade bv geïnduceerd door primaquine

D4. Ademhaling kan veel Gibbs energie opleveren In een eindstandige -CH 3 groep (als in ethaan), een eindstandige alcohol groep (-CH 2 OH, als in alcohol), een eindstandige aldehyde groep (-CH=O als in acetaldehyde) en een eindstandige carboxylgroep (-COOH, als in azijnzuur) heeft het koolstofatoom een redox toestand van respectievelijk 3-, 1-, 1+ en 3+. Negatieve midpuntspotentiaal (bv. -0.2 V voor de oxidatie van ethanol naar acetaldehyde, -0.6 V voor de oxidatie van acetaldehyde naar azijnzuur) Zuurstof wil heel graag electronen hebben (hoge midpunts potentiaal +0.81 V ) Koolstof wil daardoor dus graag aan zuurstof elektronen afstaan totdat dat niet verder kan: CO 2.

D4. Ademhaling kan veel Gibbs energie opleveren 100 mv komt overeen met ongeveer 10 kj/mol electron ATP: ongeveer met 40 kj/mol ATP

D5. Oxidatie van koolstof in verbindingen Strategie: Steeds 2H (=2 electronen plus 2 protonen) eraf plukken met dehydrogenase Bij dubbele binding water toevoegen Dan 2H eraf; wordt C=O Dan acetaat groep eraf (op CoA naar citroenzuurcyclus) (hier: vetzuurafbraak)

D5. Oxidatie van koolstof in verbindingen Strategie: Steeds 2H (=2 electronen plus 2 protonen) eraf plukken met dehydrogenase Als het dubbele binidng geworden is: water toevoegen Dan is het alcohol: 2H onttrekken wordt CH=O Af en toe CO 2 eruit als het een zuurgroep geworden is (hier: Citroenzuur cyclus)

D5. Oxidatie van koolstof in verbindingen

D6. Bij ademhaling, wordt redox Gibbs energie geoogst door omzetting in elektrochemische proton gradient door de elektrontransferketen

D6. Bij ademhaling, wordt redox Gibbs energie geoogst door omzetting in elektrochemische proton gradient door de elektrontransferketen Alternatieve route; minder efficiënt Anaerobe bacteriën: andere terminale acceptoren dan zuurstof (bv. Nitraat, nitriet, NO, N 2 O) (kampioen Biochemische is principes Paracoccus denitrificans; hier bestudeerd)

D7. Redox shuttles: Metabole routes om elektronen over het membraan te zetten of naar het membraan te brengen

D7. Redox shuttles: Metabole routes om elektronen over het membraan te zetten

D8. Redox metabolisme globaal Glycolyse, pyruvaatdehydrogenase complex, vetzuurafbraak en de citroenzuurcyclus leveren elektronen in NADH (en een beetje in FADH 2 ) Deze worden geoxideerd door de elektron transferketen Pentosefosfaatcyclus (en transhydrogenase )) levert elektronen in NADPH Deze worden bij biosynthese gebruikt

De principes van het metabolisme A. Algemene principes B. Koolstof- en energie metabolisme C. Controle en regulatie D. Redox E. De balans opmakend

E1. De aërobe glycolyse (i.t.t. de fermentatieve glycolyse)

E2. De citroenzuurcyclus De citroenzuurcyclus oxideert acetyl = acetaat: CH 3 COOH: C 3 - - C 3+ tot 2 kooldioxide moleculen (2 C 4+ ), waarbij 6 elektronen worden opgevangen door NAD and 2 door een FAD 11 GTP (ATP) wordt gemaakt Het is een cyclus, dus er mag niet voortdurend netto C4 aan onttrokken worden

E3. Koolstof metabolisme

E3. De citroenzuurcyclus en koolstofmetabolisme Het is een cyclus, dus er mag niet voortdurend netto C4 aan onttrokken worden Wel doorgangsroute voor C metabolisme

E3. De citroenzuurcyclus en koolstofmetabolisme Het is een cyclus, dus er mag niet voortdurend netto C4 aan onttrokken worden Wel doorgangs route voor C metabolisme

E4. Energie metabolisme

E4. Energie metabolisme ATP gebruik: Biosynthese (eiwit,, DNA, RNA, lipiden, koolhydraten) Beweging (actomyosine, flagellen) Actief transport Signaal transductie

E5. Metabolisme

E6. Gibbs energieopbrengst (in ATP equivalenten) Glucose oxidatie 36 ATP G o ' = 2845 kj / mol G o ' = 235 kj / mol Glucose fermentatie 2 ATP

E7. Katabolisme is matig efficiënt Berekening Gibbs energie glucose G = verbranding G = G 0 10 ' + 5.71 log 6 po2 6 pco 2 [ glu cose] 10 1 2845 + 5.71 log = 2845 99 = 2944kJ / mol 6 630 0.01 Berekening voor fermentatie naar alcohol 2 2 0 10 [ ethanol] pco 2 G = G ' + 5.71 log [ glu cose] = 10 1 = 235 + 5.71 log( ) = 235 28 = 261 kj 100 900 / mol

E7. Katabolisme is matig efficiënt Berekening efficiëntie glucose verbranding η = 36 40 1 2944 100% = 49 % Berekening efficiëntie fermentatie naar alcohol = η 2 40 1 261 100% = 31% Ondanks het feit dat de fermentatie slechts 1/18 maal het aantal ATP s oplevert per glucose, is het thermodynamisch maar 18 % minder efficiënt. Als men alle ethanol als verloren beschouwt, dan is de fermentatieve efficiëntie lager: η = 2 40 1 2944 100% = 3 %

Verder Repertorium Oefenen en Blackboard Gele syllabus: bestudeer de principes Bestudeer de hoofdstukken uit het boek aan de hand van de principes