CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch specialist / Onderhoudstechnicus LEXIA PROXIA CD 31 Nr. 214 15/03/05 DEZE MEDEDELING MOET WORDEN VERSPREID ONDER ALLE MEDEWERKERS DIE RECHTSTREEKS OF INDIRECT TE MAKEN HEBBEN MET DE DIAGNOSEAPPARATUUR VAN LEXIA / PROXIA ONDERWERP: Hulp bij de diagnose van de BSI: motorolie-niveaumeter. BETREFT: De auto's CITROËN C4 en vernieuwd model C5. Idnl214 1/11
Hulp bij de diagnose van de BSI (G08) Motorolie-niveaumeter Geldig voor de volgende CITROËN-modellen: C4 Vernieuwd model C5 Behandelde symptomen die door de klant zijn gemeld - De elektrische olie-niveaumeter geeft in het geheel geen olieniveau aan. - Andere symptomen. Idnl214 2/11
Inhoudsopgave 1 Garantie 4 2 Contact met de Technische Dienst 4 2.1 INLEIDING 4 2.2 VOORBEELD VAN TE VERSTREKKEN INFORMATIE 4 3 Aanbevolen voorzorgsmaatregelen 4 4 Herinnering aan de werkwijze 5 4.1 EIGENSCHAPPEN VAN DE OLIENIVE AU-INDICATOR 5 4.2 EIGENSCHAPPEN VAN DE OLIENIVEAUMETING 5 4.3 DIAGNOSESCHEMA 5 5 Programmeren 6 6 [G08][S01] De elektrische olieniveaumeter geeft in het geheel geen olieniveau aan. 11 Idnl214 3/11
1 Garantie LET OP: voor de aanvaarding van de kosten van het vervangen van een BSI moet eerst toestemming worden gevraagd aan de Technische Dienst. 2 Contact met de Technische Dienst 2.1 Inleiding Wij verzoeken u de volgende gegevens bij de fax aan de Technische Dienst te voegen: het nummer of de nummers van het (de) uitgevoerde diagnoseschema('s) (G01 t/m G11), de gevolgde diagnosesessie (S0x), tot welke teststap u gekomen bent (optioneel, afhankelijk van de toegepaste testreeks). 2.2 Voorbeeld van te verstrekken informatie U hebt het diagnoseschema G10 (Ruitenwissers) uitgevoerd, de sessie S06 betreffende de "Controle van de werking van de ruitenwissers vóór" en u bent gekomen tot stap 2.1 van het overzicht. U dient dan een kopie van het diagnoseschema, met daarop aangegeven tot welke stap u gekomen bent, mee te faxen. 3 Aanbevolen voorzorgsmaatregelen Vóór iedere andere handeling dient u het volgende te controleren: de accuspanning, de zekeringen, de juiste plaatsing van de shunt op de BSI. (De shunt moet zich bevinden in de positie "klant"), of de BSI niet in noodloopfunctie werkt (zie onderstaand punt: Voorafgaande controle van de BSI). Idnl214 4/11
4 Herinnering aan de werkwijze Om de bestuurder een juist olieniveau te melden, berekent de BSI het aan te geven niveau aan de hand van vier olieniveaumetingen. Elke keer dat het contact wordt aangezet wordt het olieniveau gemeten. Het olieniveau wordt aangegeven door een olieniveau-indicator. 4.1 Eigenschappen van de olieniveau-indicator Eigenschappen van de olieniveau-indicator: Citroën C4: de olieniveau-indicator bevindt zich op het instrumentenpaneel onder de snelheidsmeter km/h of miles/h, Vernieuwd model Citroën C5: de olieniveau-indicator wordt weergegeven op de kilometerteller, na de weergave van het aantal resterende kilometers tot de volgende beurt. 4.2 Eigenschappen van de olieniveaumeting Het olieniveau wordt gemeten door de motormanagementcomputer op de: 2,0 liter benzinemotor (standaardmotor RFJ) 1,4 liter benzinemotor (standaardmotor KFU) Bij de andere motoren vindt de olieniveaumeting plaats via de BSM. 4.3 Diagnoseschema Om de deugdelijkheid van de olieniveau-indicatie te garanderen, moeten, bij uitgeschakelde ecomodus, de volgende handelingen worden uitgevoerd: Schakel het contact in (zonder de motor te starten). Wacht 15 seconden. Schakel het contact uit. Wacht tenminste 3 minuten (zonder een portier te openen, noch portieren open te laten, om de BSI te activeren). Schakel het contact in (zonder de motor te starten). Let op het gedrag van het controlelampje "Oil" op het instrumentenpaneel. Idnl214 5/11
De olieniveau-indicator geeft een niveau aan. Knipperende weergave "OIL" Mogelijke oorzaken Alarmering olieniveau. Olieniveau te laag (0% tot 11%). Olieniveau te hoog (>100%, olieniveau hoger dan het maximumniveau van de oliepeilstok). Continue weergave "OIL --". Het olieniveau wordt nu gemeten. Continue weergave "OIL OK". Olieniveau ligt tussen 12% en 100%. Knipperende weergave "OIL --". Weergave ongeldig (meetprobleem) Bij knipperend bericht "OIL", verschijnt het bericht "Alarmering motorolieniveau" op het multifunctioneel scherm. 5 Programmeren Enkele programmeerparameters zijn opgeslagen in het geheugen van de BSI's. Dit zijn: de parameter "Optie olieniveausensor" (Afwezig / Aanwezig), een parameter die afhankelijk is van het type motor: Citroën C4: parameter "Selectie tabel motorolieniveau-meetfunctie" (benzine 2,0 liter 16V (138 pk), 1,6 liter, benzine 2,0 liter 16V (180 pk), benzine 1,4 liter 16V, benzine 2,0 liter 16V (143 pk), diesel 1,6 liter HDI, diesel 2,0 liter 16V HDI). Vernieuwd model Citroën C5 : parameter "Olieniveaumeter motor" (benzine 3,0 liter (V6), benzine 2,0 liter, benzine 1,8 liter, diesel 2,0 liter, diesel 1,6 liter, diesel 2,2 liter), parameter "Herkomst van de informatie over het oliepeil" (BSM, Motormanagementcomputer), parameter "Meetomstandigheden oliepeil" (Stilstaande motor, Draaiende motor). De parameters zijn toegankelijk nadat een diagnoseapparaat is aangesloten op de BSI en het menu "HANDMATIG PROGRAMMEREN", "CONFIGURATIE" en vervolgens "BRANDSTOFNIVEAUMETER OLIENIVEAUMETER" is gekozen. Idnl214 6/11
[G08][S00] Voorafgaande controle van de BSI. Stap 1 Identificatie van een BSI in noodloopfunctie: - Eerste geval: wanneer het contact wordt ingeschakeld en de verlichtingsschakelaar zich in de stand 0 bevindt, gaan de parkeerlichten van de auto branden (achter of voor of allebei). - Tweede geval: de motor loopt, de dimlichten vóór branden en de ruitenwisser vóór wist met intervallen of met lage snelheid. Stap 2 De BSI Vertoont deze de symptomen van de noodloopfunctie? Stap 4 Controleer de zekeringen en de voeding van de BSI repareer deze indien nodig. Stap 3 Einde van het diagnoseschema Stap 5 Sluit een diagnoseapparaat aan op de BSI, selecteer het menu "IDENTIFICATIE". Kunt u de softwareversie (*) van de BSI lezen? Is deze coherent met de gebruikelijke softwareversies? (Softwareversie moet beslist hoger zijn dan 01.00). De BSI reageert niet op het diagnoseapparaat. Ga naar stap 6 Stap 5.1 Einde van het diagnoseschema Controleer de verbinding tussen het diagnoseapparaat en de diagnosestekker, de toestand van de diverse verbindingen en of de communicatie-interface van het diagnose apparaat functioneert. Als alles in goede staat verkeert, mag de BSI worden vervangen. Ga naar stap 10 Idnl214 7/11
Stap 6 Is de BSI nieuw? (afkomstig van de Afdeling Onderdelen) Stap 8 De BSI is deze voorafgaand geprogrammeerd? Stap 7 Einde van het diagnoseschema Vervanging van de BSI is toegestaan. Stap 9 Herhaal het updaten van de BSI ten minste driemaal. Ga naar stap 10 Bij de derde poging is vervanging van de BSI toegestaan. Idnl214 8/11
Stap 10 1) Sluit een diagnoseapparaat aan op de BSI. Kies het menu "PROGRAMMEREN" en vervolgens "Klantoptie", programmeer de parameter "Typen appèllichten" op "Geen appèllichten". 2) Schakel de appèllichten en de automatische ontsteking van de koplampen uit met behulp van het gebruikersvoorkeurenmenu (de toets MENU op het stuurwiel of op de autoradio). 3) Schakel het contact in (+ APC). Controleer de werking van de parkeerlichten vóór en achter alsmede de werking van de ruitenwisser vóór. De parkeerlichten vóór en achter branden en de ruitenwisser vóór werkt in de stand langzaam of in de stand langzaam interval. Aan een van de twee volgende voorwaarden wordt niet voldaan: de parkeerlichten vóór en achter branden; de ruitenwisser vóór functioneert in de stand langzaam of in de stand interval. Ga naar stap 14 Stap 11 Bedien de drukknop voor het ontsteken van de alarmlichten. Gaat de LED van de drukknop branden als u de drukknop bedient? Stap 13 Sluit een diagnoseapparaat aan op de airbagcomputer. Selecteer het menu "Identificatie" Stap 12 De BSI is de oorzaak Vervanging van de BSI is toegestaan. Bent u in staat de onderdelen van het identificatiescherm van de airbagcomputer te lezen? Stap 13.2 Richt het storingzoeken op de schakelmodule op de stuurkolom (of het vaste middengedeelte van het stuur) en op het CAN-multiplexnetwerk Carrosserie. Als het CAN-netwerk Carrosserie in goede staat verkeert, mag de BSI worden vervangen. Stap 13.1 Indien de verbinding tussen de schakelmodule op de stuurkolom en de BSI in goede staat verkeert, vervangt u de schakelmodule op de stuurkolom of het vaste middengedeelte van het stuur (bedieningsblok op de stuurkolom). Het ligt niet aan de BSI, vervanging is niet toegestaan. Idnl214 9/11
Stap 14 Schakel het contact in. Controleer de werking van de parkeerlichten vóór en achter alsmede de werking van de ruitenwisser vóór. Aan een van de twee onderstaande voorwaarden wordt niet voldaan: de parkeerlichten vóór en achter branden niet; de ruitenwisser vóór functioneert in de stand langzaam of in de stand interval. De parkeerlichten vóór en achter branden niet en de ruitenwisser vóór werkt in de stand langzaam of in de stand langzaam interval. Stap 14.1 De BSM is de oorzaak. Richt het onderzoek op de computer. LET OP: programmeer de parameter "Typen appèllichten" in de BSI zoals deze oorspronkelijk was. Stap 16 Schakel het contact in Branden de parkeerlichten vóór wel en de parkeerlichten achter niet? Stap 17.2 Vervanging van de BSI is toegestaan. Stap 15.2 Richt uw onderzoek op de verbinding tussen de schakelmodule op de stuurkolom (of het vaste middengedeelte van het stuur) en de BSM, en op de BSM. LET OP: programmeer de parameter "Typen appèllichten" in de BSI zoals deze oorspronkelijk was. Idnl214 10/11
6 [G08][S01] De elektrische olieniveaumeter geeft in het geheel geen olieniveau aan. Te verrichten handelingen: Controleer de programmering van de BSI (Parameter "Optie olieniveausensor" (Afwezig / Aanwezig), parameter "Herkomst van de informatie over het oliepeil" (BSM, Motormanagementcomputer)). Controleer de weerstand van de motorolie-niveausensor (moet circa 10 ohm bedragen). Controleer de doorverbinding van de bedrading en de aansluiting. LET OP: Het ligt niet aan de BSI, vervanging is niet toegestaan. Idnl214 11/11