PROJECTBESCHRIJVING HAAGSE VOGELS

Vergelijkbare documenten
PROJECT HAAGSE VOGELS

PROJECTBESCHRIJVING DAT HAD JE GEDROOMD

PROJECTBESCHRIJVING DE WIJK IN

PROJECTBESCHRIJVING MIJN SCHATKIST

PROJECTBESCHRIJVING MIJN BOOMHUT

PROJECTBESCHRIJVING SCHATTIG SPELEN

PROJECTBESCHRIJVING DAT BEN JIJ

PROJECTBESCHRIJVING MIJN BOOMHUT

PROJECTBESCHRIJVING WIJ ZIJN BIJZONDER

PROJECTBESCHRIJVING VERHUIZEN

PROJECTBESCHRIJVING MIJN LETTERS

PROJECTBESCHRIJVING VERHALEN IN DE MUZIEK

PROJECTBESCHRIJVING DE MASKERADE

PROJECTBESCHRIJVING TOVEREN EN GAMES

PROJECTBESCHRIJVING VERHALEN IN DE MUZIEK

maken de kinderen vogelnestjes die zij in de dierenhoek kunnen gebruiken.

NEDERLAND VIERT 100 JAAR DE STIJL DESTIJLUTRECHTAMERSFOORT.NL ONTDEK HET IN UTRECHT & AMERSFOORT! LESSUGGESTIES 100 JAAR DE STIJL GROEP 1 T/M 4

MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 7 en 8

PROJECTBESCHRIJVING BOEKENHELDEN

PROJECTBESCHRIJVING DROMEN

Docentenhandleiding. Museumles groep 5&6 Het grootste schilderij van Nederland! Panorama Mesdag. Detail Panorama Mesdag Dorp Scheveningen

RIETVELDS MEESTERWERK LEVE DE STIJL!

Een les cardboards maken in aansluiting op het dag project Een beestenboel op school.

Introductieles. Vogels in de klas. groep 5/6. Handleiding leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen

PROJECTBESCHRIJVING METAMORFOSE IN BEELD

Natuurtentoonstelling

PROJECTBESCHRIJVING IN RAP EN ROER

MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 5 en 6

Natuur & Milieu Educatie

ACTIVITEIT. Tuinkers in een eierdop

DOCENT. Thema: water DROOG NAAR DE OVERKANT. groep 3 en 4. Stadshagen

Voorbereidende les Waterwolf in waterland

Lesvoorbereiding. Datum: 19 februari 2013 aantal leerlingen: 33 tijd: Groep: 4

SCHOOL. Design-a-Thon: Afval INHOUD: Programma & uitleg Leerdoelen / kerndoelen en 21e eeuwse vaardigheden Informatie over de Afval Thema

Docentenhandleiding Papegaai Paulo Groep 0, 1 en 2

mei 2014 vanaf 4 jaar tekst: Judith Nieken muziek: Ton Kerkhof Vogeltje, vogeltje - BVP Hint Music 2014

Lesbrief Robotje. Opdracht 1: voorkant opdrachtkaart

Opdrachten thema. Veluwe

Inhoudsopgave BIJLAGEN

China Pagina 1. - Wie nodig jij uit voor een Chinese maaltijd? -

ONTDEK HET ZELF...EN LAAT JE NIETS WIJSMAKEN!

Help, er zit een meeuw in mijn vuilnis!

Nog 1 nachtje slapen Docentenhandleiding. augsustus 2017

Primair Onderwijs. 6 lessen

Voorbereidend gesprek Vragen die de leerkracht kan stellen: Introductielessen Primair Onderwijs Introductieles 1: Schetsen voor het schoolplein

Teken een architect. Lees het volgende verhaal:

Lespakket. Ssst de tijger slaapt. Door: Maike Douglas jufmaike.nl. De lessen met een * ervoor zijn alleen geschikt voor kleuters. ã jufmaike.

INFORMATIE VOOR DE LEERKRACHT DANS & SPORT

Ontwerp je eigen superbijzondere dier

DOCENT. Thema: Water BEESTJES IN DE SLOOT. groep 1 en 2. Stadshagen

handleiding voor de leerkracht bij de leskist:

Wie eet wie en wie eet wat?

INFORMATIE VOOR DE LEERKRACHT TEKST IN BEELD

Amsterdam DNA is een project voor NT2 cursisten. Het is ontwikkeld door het Amsterdam

Afval Anne en de Sorteerbrigade

Theater/Bioscoop De Nieuwe Kolk

2 > Kerndoelen > Aan de slag > Introductie van de manier van werken > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

Transcriptie:

PROJECTBESCHRIJVING HAAGSE VOGELS Leerlijn Beeldend Thema Onze Stad Groep 1 en 2 5 november 2016

Cultuuronderwijs op zijn Haags Leerlijn Beeldend Thema Onze Stad Groep 1 en 2 5 november 2016 Deze projectbeschrijving wordt regelmatig geactualiseerd. Kijk voordat u ermee aan de slag gaat op www.cultuurschakel.nl/coh voor de nieuwste versie. Hierbij treft u een projectbeschrijving: waarmee u een project van 6-8 lessen van 45 min. kunt uitvoeren; waarin veel ruimte is voor uw eigen inbreng; waarop u uw lesvoorbereidingen kunt baseren. De structuur van de projectbeschrijving is gebaseerd op het doorlopen van het creatief proces. Na de introductie van het project oriënteert de leerling zich op de inhoud van het thema. Hierbij doorloopt de leerling drie deelopdrachten waarin hij steeds onderzoekt, uitvoert, presenteert en evalueert. Bij elke stap van het creatief proces zijn reflectievragen geformuleerd. Maak hieruit een keuze of formuleer zelf passende vragen. Gebruik ook vooral uw eigen inzicht en ervaring bij andere onderdelen, zoals het filosofisch gesprek en de evaluatievragen. Lees allereerst de korte beschrijving van het project in het document Informatie voor de leerkracht, zodat u een goed beeld krijgt van de opdrachten, werkwijze en context. 2

Inhoudsopgave 1. Introductie van het project... 4 2. Oriëntatie... 4 2.1. Het filosofisch gesprek... 4 2.2. Oriëntatie op het thema... 4 3. Deelopdracht 1: Haags nestje... 6 3.1. Onderzoek Haags nestje... 6 3.2. Uitvoeren Haags nestje... 6 3.3. Presenteren Haags nestje... 7 3.4. Evalueren Haags nestje... 7 4. Deelopdracht 2: Hier woon ik... 8 4.1. Onderzoek Hier woon ik... 8 4.2. Uitvoeren Hier woon ik... 8 4.3. Presenteren Hier woon ik... 9 4.4. Evalueren Hier woon ik... 9 5. Deelopdracht 3: Mijn Haagse vogel... 10 5.1. Onderzoek Mijn Haagse vogel... 10 5.2. Uitvoeren Mijn Haagse vogel... 10 5.3. Presenteren Mijn Haagse vogel... 10 5.4. Evalueren Mijn Haagse vogel... 11 6. Algemene beoordeling... 12 3

HAAGSE VOGELS 1. Introductie van het project Er zijn verschillende manieren om het project te introduceren. Maak een keuze uit onderstaande mogelijkheden: Museumbezoek Bezoek een museum en bekijk daar de collectie of een tentoonstelling waarin de nadruk op vogels in de beeldende kunst ligt (zie het document Informatie voor de leerkracht). Voorlezen: Pluk redt de Krullevaar Lees voor uit het boek Pluk redt de Krullevaar van Annie M.G. Schmidt (Rubinstein, 2009). In het boek vindt Pluk van de Petteflet in Egwijk aan Zee een groot oranje ei. Uit dit ei komt de Krullevaar. Een meneer van het vogelmuseum plaatst de Krullevaar in zijn museum, waar de Krullevaar erg ongelukkig is. Pluk verzint een list om de Krullevaar te helpen ontsnappen. Voorlezen: Pluk van de Petteflet Lees twee hoofdstukken voor uit het boek Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt: De Parkmeester en De Spuitbus. Er zijn plannen om de Torteltuin achter het park weg te bulldozeren en er een tegelpleintje aan te leggen. De dieren in de Torteltuin zijn in groot gevaar. Mevrouw Helderder vindt het een prima idee want ze vindt de Torteltuin met alle dieren maar vies. Verkleden Kom verkleed als een vogel, of gebruik een geboorte-ooievaar om een gesprek aan te gaan over vogels in relatie tot de stad Den Haag. 2. Oriëntatie 2.1. Het filosofisch gesprek Voer met de leerlingen een filosofisch gesprek over omgevingsbewustheid en het thuisgevoel aan de hand van vogels. Stel hierbij (een aantal van) onderstaande vragen: Mogen vogels zelf kiezen waar ze wonen? Weten vogels het verschil tussen een dorp en een stad? Zouden er vogels in de stad zijn die niet in een dorp wonen? Leven stadsvogels anders dan vogels in het bos? Voelen vogels zich overal thuis? Voel jij je overal thuis? Zou een vogel zich in jouw bedje thuis voelen? Hebben vogels een voordeur met een huissleutel nodig? Zouden stadsvogels zich wel of niet thuis voelen in een bos? En andersom? 2.2. Oriëntatie op het thema 1. Toon op het digibord de kaart van Nederland met behulp van Google Earth. Laat de grafische weergave zien en vervolgens de Earth -weergave. 4

2. Zoom langzaam in op Den Haag en de wijk en probeer de huizen van de leerlingen en andere bekende plekken te ontdekken. 3. Zoom in op de school. Bespreek met de leerlingen dat dit is wat vogels zien als ze in de lucht vliegen. Denk aan verschillende aanzichten (bovenaanzicht). Reflectievragen Oriëntatie HAAGSE VOGELS Hoe ziet de stad er vanuit de lucht uit? Welke plekken in Google Earth herkende je? Waar zou een vogel willen landen? Waar in de stad zou een vogel graag willen wonen? 5

3. Deelopdracht 1: Haags nestje 3.1. Onderzoek Haags nestje 1. Vraag de leerlingen om samen met hun ouders te kijken naar de verschillende vogels in de omgeving van hun huis of straat. 2. Deel in een kringgesprek de ontdekkingen: welke vogels hebben de leerlingen gezien: meeuwen, kauwen, eenden, duiven, nijlganzen, halsbandparkieten, reigers, mezen, etc. Vraag de leerlingen de vogel te omschrijven als ze niet op de naam kunnen komen. 3. Bespreek welke vogels het meeste voorkomen in Den Haag. Bestaan er echte stadsvogels? 4. Bekijk en bespreek een aantal kunstwerken waarop vogels afgebeeld zijn. Bijvoorbeeld: o Jan Steen, Hoenderhof (1660) o Carel Fabritius, Het puttertje (1654) o Stadswapen van Den Haag o Nederlandsche vogelen 1770-1829 van Nozeman & Sepp (Lannoo, 2015): het eerste standaard werk over de avifauna van ons land o Henk Rijzinga, Kraai (1989) o Bart van der Leck, Vogel (1936) o Theo van Hoytema, Tegelplaat met watervogels (1917) o Corneille, diverse werken met vogels o Karel Appel, diverse werken met vogels o Marc Chagall, De blauwe vogel (1968) o Miró, Vrouw en vogel (1983) o Escher, diverse werken met vogels 5. Bespreek met de leerlingen de functie van een nest of nestkastje. Let daarbij op de plek, vorm en het materiaal. Bekijk en bespreek diverse vogelnesten in het echt of op internet. Reflectievragen Onderzoek Haags nestje Hoe ziet een vogel eruit, wat hebben alle vogels gemeenschappelijk? Welke vogels zie je vooral in Den Haag? Welke vogels zie je graag? Waarom? Heb je aan bepaalde vogels een hekel? Waarom? Heb je een vogel ontdekt die je nog nooit eerder had gezien? 3.2. Uitvoeren Haags nestje 1. Laat de leerlingen een vogelsoort kiezen. 2. Laat de leerlingen een Haags nestje voor deze vogel tekenen of schilderen. De vogel moet in, op of rond het nest zitten. Hij moet er kunnen slapen, zitten, relaxen en landen. 3. Maak met de leerlingen een wandeling in de buurt (schoolplein, park) en verzamel samen allerlei natuurlijke materialen: takken, gras, mos, veertjes, steentjes, papier, stof. Let vooral op de plekken waar vogels zitten: nestjes, takken, vogelhuisjes. Zorg van tevoren voor voldoende plastic tasjes. Vraag ouders mee te gaan als begeleiders. o Tip: knip grote takken in kleinere stukken met bijvoorbeeld een snoeischaar. o Alternatief: zorg zelf voor (natuurlijke) bouwmaterialen waarmee de kinderen een nestje kunnen maken en/of vraag de ouders en kinderen om materialen mee naar school te nemen. Denk aan plastic, krantenpapier, watjes, wol. 6

Reflectievragen Uitvoeren Haags nestje Wat heb je allemaal gevonden? Wat vind je het mooiste? Waarom? Heb je iets gevonden dat je niet kende? Wat kan de vogel allemaal in jouw nest doen? 3.3. Presenteren Haags nestje 1. Alle materialen worden uit de tasjes gehaald en op een hoop op een tafel gelegd. De verschillende materialen worden benoemd. Laat de leerlingen de materialen sorteren. 2. Bekijk en bespreek de ontwerpen van de leerlingen. Welke materialen passen het beste bij welke ontwerpen? Reflectievragen Presenteren Haags nestje Hoe ging het sorteren? Waar is het meest van gevonden? Hoe komt dat? Met welk materiaal bouwt een vogel het liefst zijn nestje? Wat kun je vertellen over de vormen van de nesten? 3.4. Evalueren Haags nestje Bespreek met uw leerlingen het doorlopen proces: Wat heb je geleerd wat je nog niet wist? Wat vond je het mooiste kunstwerk? Kon je alle vogels ontdekken in de kunstwerken? Hoe was het om allerlei verschillende materialen te verzamelen? Wat vond je het makkelijkst om te doen? En wat het moeilijkst? Heb je materialen ontdekt die je nog niet kende? Hoe ging het sorteren van de verschillende materialen? Hoe kwam dat? Zijn er materialen die je nog niet hebt verzameld maar wel zou willen gebruiken voor het nestje? Hoe zou het zijn om zelf in een nestje te wonen? Kun je met de gevonden materialen het nestje bouwen dat je ontworpen hebt? 7

4. Deelopdracht 2: Hier woon ik Bij deze deelopdracht kan kunstenaar Hans Eijkenboom in de klas komen. Aan de hand van zijn eigen werk kan hij met de leerlingen een gesprek voeren over het thema Onze Stad en vogelplekken. Ook kan hij eventueel helpen bij het uitvoeren van de deelopdracht. 4.1. Onderzoek Hier woon ik 1. Bespreek met de leerlingen wat een fijn nestje is voor een vogel, wat een vogel nodig heeft en wat er vooral niet moet zijn. 2. Bekijk via YouTube een aantal filmpjes over het bouwen van een nest door vogels. 3. Bekijk en bespreek voorbeelden van kunstenaars die woonplekken voor vogels en soms zelfs voor mensen maken: Koet van Sema Bekirovic Vogelhotels van Hans Eijkenboom. Zwaluwnest van Izaak Zwartjes 4. Geef de leerlingen de opdracht om (individueel of in duo s) te bedenken wat voor soort nest ze willen maken: hard, zacht, groot, klein, etc. Wat heeft de vogel allemaal nodig om te landen, leven, slapen, eten, etc.? Willen ze nog iets aan hun nest toevoegen? Reflectievragen Onderzoek Hier woon ik Is jullie nest hard, zacht, warm, koud, groot, klein, etc.? Waren jullie het snel met elkaar eens? Zou je zelf ook wel in zo n nestje willen slapen? 4.2. Uitvoeren Hier woon ik 1. Laat de leerlingen samen uit de verschillende materialen pakken wat ze willen gebruiken. Gebruik eventueel als basis een bestaand schaaltje of bakje van plastic, keramiek of zilver. Bekleed deze aan de binnenkant met watten, textiel en/of klei. 2. Laat de leerlingen een plek uitkiezen waar ze kunnen gaan bouwen en laat hen nadenken over de plek: is dit een plek waar hun werk langer kan blijven staan of moet het na de activiteit weer worden opgeruimd? 3. Zorg ervoor dat de verschillende rollen binnen de groep(jes) of tweetallen worden verdeeld: wie doet wat? 4. Geef de leerlingen de opdracht om een nest te maken waar in ieder geval ruimte is om te landen, slapen en eten. De leerlingen mogen eventueel zelf nog een functie toevoegen. 5. Laat de leerlingen met elkaar bepalen wanneer het nest volgens hen af is. 6. Laat de leerlingen een naam voor hun nest verzinnen. Tip: naast de natuurlijke materialen kunnen de leerlingen ook andere materialen gebruiken, zoals karton, was, kurk, wc-rollen, knijpers. Als het nest nergens aan wordt bevestigd, kan als ondergrond een stevig stuk karton worden gebruikt. Reflectievragen Uitvoeren Hier woon ik Heeft de vogel nu alles wat hij nodig heeft? Waaraan kan de vogel jouw nest herkennen? 8

Vertel een kort verhaaltje over de vogel en het nestje. Met welk nest zou jouw vogel willen ruilen? Waarom? Kun je dit nestje lang bewaren? 4.3. Presenteren Hier woon ik De nestjes kunnen op verschillende manieren gepresenteerd worden: De nestjes worden op een kijktafel neergezet. Ouders en andere leerlingen kunnen de vogelplekken bekijken. Leerlingen vertellen elkaar over wat ze hebben gemaakt. Wat is er typisch Haags? De leerlingen zingen een (slaap)liedje voor de vogels, bijvoorbeeld Vogeltje wiedewiet, zodat de vogels weten dat hun plekje klaar is en ze mogen landen. Reflectievragen Presenteren Hier woon ik Welk nestje vind je het mooist? Waarom? In welk nestje zou een vogel graag met vakantie willen? Waarom? Is er een sportief nest, een rijk nest, een hard nest, zacht nest, cowboynest, meisjesnest, jongensnest, etc.? Kunnen jullie iets vertellen over het presenteren van jullie nest? Welk liedje hebben jullie gekozen als (slaap)liedje voor de vogel? Waarom? 4.4. Evalueren Hier woon ik Bespreek met uw leerlingen het doorlopen proces: Heeft iets je verrast of verbaasd? Wat heb je geleerd? Wat vond je het makkelijkst om te doen? En wat het moeilijkst? Wat wist je nog niet wat je nu wel weet? Hoe ging het vertellen over jullie nest? Hoe vond je het om samen te werken? Hoeveel vogels passen er in het nest? Waaraan zie je dat? Wat is er fijn en veilig aan het nest? Waaraan zie je dat? Heeft het nest een voordeur? Heeft een vogel een huissleutel nodig? Hoe vond je het om je nest aan de andere kinderen en papa s en mama s te laten zien? Waarom? 9

5. Deelopdracht 3: Mijn Haagse vogel 5.1. Onderzoek Mijn Haagse vogel 1 Bespreek in een kringgesprek: o de kenmerken van een vogel en de verschillende vormen van die kenmerken (denk aan kleur, grootte, vorm, silhouet, staart, etc.); o wat voor de leerlingen echt Haags is, voor zover ze daar een beeld van hebben. Denk aan de kleuren, bewoners, bepaalde wijken, sporten, bepaalde gebouwen en plekken, natuur, regering, koninklijk huis. Toon eventueel een aantal voorbeelden via de website This is The Hague. 2 Laat de leerlingen een tekening of schildering maken van hun echt Haagse (fantasie)vogel, waarvan zij denken dat deze gelukkig is in Den Haag. Gebruik hierbij de opbrengsten van de gesprekken. Waaraan zie je dat deze vogel echt Haags is (kleuren, accessoires, vormen)? Reflectievragen Onderzoek Mijn Haagse vogel Lukte het om alle texturen en materialen te benoemen? Waarom wel of niet? Waaraan kun je zien dat jouw vogel blij is in Den Haag? Wat is er Haags aan jouw vogel? Kan jouw vogel ook in het bos of in het buitenland blij zijn? In welk nest zou jouw vogel zich het fijnst voelen? 5.2. Uitvoeren Mijn Haagse vogel Laat de leerlingen hun bedachte vogels uitwerken in was of klei. Begin met een basisvorm en voeg gevonden kosteloze materialen toe. Denk aan kleine takjes en veertjes voor de staart, kuif, snavel, etc. Wijs de leerlingen op het Haagse en het vogelachtige. Tip: ter inspiratie kan op het digibord nog even gekeken worden naar de voorbeelden van de genoemde kunstwerken in deelopdracht 1. Reflectievragen Uitvoeren Mijn Haagse vogel Met welke andere vogel zou jouw vogel vriendjes kunnen worden? Hoe Haags is jouw vogel? Waaraan zie je dat? Is hij blij in jullie nest? Hoe zou je je vogel noemen? 5.3. Presenteren Mijn Haagse vogel Mogelijke manieren van presenteren: Verspreid de nestjes en vogels over verschillende plekken in en bij de klas, buiten op het schoolplein of in het park in de buurt. Houd een rondwandeling door het bos en bevraag de leerlingen als boswachter over de verschillende vogels en nestjes. Plan een (voorjaars)feestje: dans de vogeldans, zing vogelliedjes, doe vogels na, etc. Verzin bij de gemaakte vogels hoe ze zouden zingen en bewegen. 10

Reflectievragen Presenteren Mijn Haagse vogel Als jij een vogel was, in welk nest zou je dan willen wonen? Waarom juist daar? Welke andere vogel zou ook heel blij zijn in jouw nest? Waarom? In welk ander nest zou jouw vogel ook heel blij kunnen worden? Waarom? Wat heb je als boswachter verteld? Wat heb jij gedaan bij het (voorjaars)feestje? 5.4. Evalueren Mijn Haagse vogel Bespreek met uw leerlingen het doorlopen proces: Wat weet je nu over Den Haag? Waar ben je beter in: het schilderen of tekenen van de vogel of het boetseren? Welke van de opdrachten vond je het leukst? Waarom? Wat ben je te weten gekomen over vogels? Welk vogelhuis vond je het leukst? Waarom? Welke vogel vond je het leukst? Waarom? Welke materialen waren heel belangrijk voor jouw vogel? Waarom? Lukte het goed om over je eigen werk te vertellen? Wat zou je nog meer voor je vogel kunnen ontwerpen? 11

6. Algemene beoordeling Voor het beoordelen van de leerlingprestaties kunt u gebruikmaken van het beoordelingsformulier voor de leerkracht. De vier beoordelingscriteria zijn afgestemd op de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie en de uitgangspunten van COH. De leerlingprestaties in het gehele project worden meegenomen in de beoordeling. Voor het gebruik van de formulieren is een korte toelichting beschikbaar. De beoordelingsformulieren voor leerkracht en de toelichting op het beoordelingsmodel vindt u in de bijlagen van het document Informatie voor de leerkracht. 12