thema 1 school Dit eerste thema is een introductiethema waarin Bobo, de rockster, met zijn Bobo-band wordt voorgesteld aan de kinderen met een liedje en waarin het thema school centraal staat. Dit is het eerste thema in groep 1-2. De woorden die in dit thema aan bod komen, zijn: chair... stoel table... tafel teacher... juf/meester window... raam door... deur guitar... gitaar classroom... klas(lokaal) one, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten De zin die in dit thema aan bod komt, is: Hello, I am...... Hallo, ik ben... De uitbreidingswoorden en -zinnen die in dit thema aan bod komen, zijn: toilet... toilet computer... computer song... liedje school... school I am six years old.... Ik ben zes jaar oud. I am a boy / girl.... Ik ben een jongen / meisje. Extra Lucy Cousins Maisy goes to school 2008 Eric Carle The very hungry caterpillar 1994 Links: Digitaal prentenboek 'The very hungry caterpillar' https://www.youtube.com/watch?v=_4hi7q38vmq Leren tellen met boerderijdieren https://www.youtube.com/watch?v=dihlsqall3k In de Algemene lesvoorbereiding lees je hoe je werkt met Groove.me in de onderbouw. 1
Week 1 Activity 1 Meet Bobo the rockstar In dit eerste thema maken de kinderen kennis met Bobo the rockstar. Samen met hem gaan de kinderen Engels leren in groep 1/2. Tik op de audioknop en laat zo de introductietekst en tune van Bobo horen: 5 Introductie Hallo, ik ben Bobo. En ik heb een eigen band. De Bobo-band. Wij gaan wereldberoemd worden. Dat weet ik heel zeker. Daarom spreek ik Engels. Doe je mee? Come on, let s go! Stel de volgende vragen: Wie is dit? Kennen jullie Bobo? (Mogelijk hebben kinderen het blad Bobo thuis of kennen ze Bobo van televisie.) Wat vertelt Bobo precies? (Dat hij een band heeft en daarom Engels wil leren. Samen met de kinderen.) Begrijpen jullie waarom Bobo Engels gaat leren? (Omdat hij een band heeft die wereldberoemd gaat worden, en dan moet je Engels kunnen.) Wat gaan jullie doen? (Engels leren.) Activity 2 Flashcards WOORDEN band, sing, clap your hands, drummer, guitar Deze activiteit bereidt de kinderen voor op de volgende activiteit waarin ze naar het lied The Bobo-band luisteren. Bekijk de illustraties en beluister bij elke illustratie de audio. Laat de woordjes een voor een horen en nazeggen door de kinderen. Wijs een illustratie aan en vraag de kinderen naar het Engelse woord. Do you know what this is? Als kinderen in het Nederlands antwoord geven, herhaal het antwoord dan in het Engels. Als ze het antwoord niet weten, vraag dan hulp aan iemand in de klas. Who can help? Laat daarna het woord nog een keer horen. Was het goed? Kennen de kinderen nog meer woorden die te maken hebben met zingen of muziek? 2
Activity 3 Song The Bobo-band WOORDEN band, sing, clap your hands, drummer, guitar 15 Luister met de kinderen naar het lied The Bobo-band en bekijk de bijbehorende animatie. Laat het lied eerst een keer horen en zien zonder verdere uitleg. Vraag, in het Engels, welke woorden de kinderen hebben gehoord: What words did you hear? Laat het lied daarna nog een keer horen en zien. De kinderen mogen nu meeklappen. Zeg: If you hear: clap your hands, you can clap your hands! Doe het zelf voor. Klap in eerste instantie mee, maar stop daar op een bepaald moment mee. Kijk of de kinderen zelf verstaan wanneer ze moeten klappen. Songtekst Hey! Come and play with the Bobo-band! Sing along today with the Bobo-band! Do you feel okay? Will you clap your hands? Come and play with the Bobo play with the Bobo play with the Bobo-band Boom-ba-boom! The drummer keeps on drumming Hm-hm-hm And everybody s humming! I play my guitar all across the land. So let s hear it for the Bobo-band! So let s hear it for the Bobo-band! Wijs drie kinderen aan die samen de Bobo-band vormen: een drummer, een gitarist en een zanger. Vraag: Who wants to play the drums? Who wants to play the guitar? Who wants to sing? Laat de kinderen voor het digibord staan zodat het door de achtergrond net lijkt alsof ze op het podium staan. Speel de animatie The Bobo-band nogmaals. Laat de kinderen de band naspelen en dansen. Misschien kunnen ze al een stukje meezingen, maar let op: het gaat om het plezier hebben met Engels. Zeg tegen het publiek : If you hear: clap your hands, you can clap your hands! Laat verschillende bands optreden. Dit kan ook nog gedurende het thema zodat uiteindelijk alle kinderen in de Bobo-band hebben gespeeld. 3
Activity 4 Join the band WOORDEN band, sing, clap your hands, drummer, guitar Het digibord speelt bij deze activiteit geen actieve rol. Laat de kinderen in de kring/op hun stoel zitten. Vertel dat jullie een eigen band gaan maken: Let s make our own band! Klap in je handen en vraag: Can you clap your hands? Join me. Doe alsof je zingt in een microfoon. Can you sing? Doe alsof je gitaar speelt. Can you play the guitar? Doe alsof je drumt, de kinderen zullen het inmiddels begrijpen en meedoen. Can you play the drums? Herhaal dit een paar keer en wissel af wat je vraagt. Doe op een bepaald moment de bewegingen zelf niet meer, maar laat de kinderen zelf verstaan wat ze moeten doen. Breid de mogelijkheden uit door te vragen: Can you stamp your feet? Stamp met je voeten op de grond. Can you play the flute? Doe alsof je op een fluit speelt. Can you play the trompet? Doe alsof je op een trompet speelt. Can you play the piano? Doe alsof je op een piano speelt. Herhaal dit een aantal keer en wissel af. Doe ook hier in eerste instantie de beweging voor, maar bouw dit af zodat de kinderen zelf moeten begrijpen wat ze moeten spelen. Activity 5 Choose the right answer WOORDEN band, sing, clap your hands, drummer, guitar Deze activiteit bevat vijf vragen. Tik in elk scherm op de audioknop. Laat de kinderen op het digibord hun antwoord aantikken. Bij zowel een goed als fout antwoord geeft Bobo feedback in het Engels. Leg eerst uit wat Bobo zegt bij de feedback, omdat het de eerste keer is dat de kinderen dit horen. Als een antwoord fout is, zegt Bobo: No, that s not right. Als een antwoord goed is, zegt Bobo: Yes, that s right. Laat bij een fout antwoord de audio nogmaals horen en laat opnieuw antwoord geven. Bekijk de meerkeuzevragen nog een keer en vraag bij de andere afbeeldingen bijvoorbeeld: What is this? Stimuleer de kinderen om met een kort zinnetje te antwoorden, bijvoorbeeld: It s a guitar. 4
Activity 6 Drag and drop WOORDEN sing, clap your hands, band, guitar Laat een kind een audioknop naar keuze aantikken. Vraag: Do you know what this is? Drag and drop. Doe een keer voor hoe je een audioknop oppakt en loslaat bij het juiste plaatje, daarna kunnen de kinderen het zelf doen. Telkens als een goed antwoord wordt gegeven, verschijnt een stukje van de beloningsplaat. Laat vooraf enkele snelle kinderen de woorden in het Engels opnoemen, terwijl jij ze aanwijst. 5
Week 2 Activity 7 Look and listen WOORDEN table, chair, window, door, teacher Bekijk samen de praatplaat en praat erover. Misschien kennen de kinderen al wat Engelse woorden? Vraag: What do you see? Het is geen probleem als de kinderen in het Nederlands antwoorden. Herhaal dan hun antwoord in het Engels. Laat vervolgens de kinderen een audioknop aantikken op de praatplaat. Ze horen het woord dat bij het plaatje hoort. Laat de kinderen het woord hardop herhalen. Stel een vraag en laat een kind het juiste voorwerp aanwijzen op de praatplaat. Where is the door? Where is the window? Where is the teacher? Where is the chair? Activity 8 True or false? WOORDEN table, chair, classroom, guitar, window, door, teacher 5 Deze activiteit bevat vijf vragen. Tik in elk scherm op de audioknop. Komt het uitgesproken Engelse woord overeen met het plaatje? Laat de kinderen op het digibord aantikken of ze denken dat het goed (true) of fout (false) is. Als het antwoord goed is, verschijnt er een groen kader om de optie en klinkt er gejuich. Als het antwoord fout is, verschijnt er een rood kader en hoor je oops. Vraag bij de plaatjes die niet overeenkomen met het uitgesproken Engelse woord, of ze weten wat er wél op het plaatje staat. Vraag: Do you know what this is? Activity 9 Where is it? WOORDEN table, chair, classroom, guitar, window, door, teacher De kinderen hebben voorwerpen op de praatplaat aangewezen (Activity 7). In deze activiteit wordt die kennis toegepast in het eigen klaslokaal. Ga bij de deur staan en vraag: This is the chair. True or false? Laat de kinderen reageren. Herhaal dit met de andere geleerde woorden in het klaslokaal. 6
Vraag aan de kinderen om bepaalde zaken in het klaslokaal aan te wijzen: Where is the door? Where is the window? Where is the teacher? Where is the table? Where is the chair? Geef feedback in het Engels. Bij een goed antwoord: Yes, well done! Bij een fout antwoord: No, that s not right, try again! of Who can help? Activity Flashcards WOORDEN guitar, chair, table, classroom, window, door, teacher 5 Deze activiteit bereidt de kinderen voor op de volgende activiteit waarin ze naar het lied Singing in the classroom luisteren. Bekijk de afbeeldingen en beluister bij elke afbeelding de audio. Laat de woordjes een voor een horen en nazeggen door de kinderen. Ondersteun indien mogelijk de woorden met gebaren. Wijs een illustratie aan en vraag de kinderen naar het Engelse woord. Do you know what this is? Als kinderen in het Nederlands antwoord geven, herhaal het antwoord dan in het Engels. Als ze het antwoord niet weten, vraag dan hulp aan iemand in de klas. Who can help? Laat daarna het woord nog een keer horen. Was het goed? Kennen de kinderen nog meer woorden die te maken hebben met zingen of muziek? Activity 11 Song Singing in the classroom WOORDEN classroom, singing, teacher Songtekst We are singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom, we can t wait to go to school! Singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom and it s really, really cool! We are singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom, we can t wait to go to school! Singing in the classroom, singing in the classroom singing in the classroom and it s really, really cool. Who needs to go to the toilet? Me! Put up your hand, let the teacher see That you are in a hurry to sing along again And learn a little English together with your friends! 7
Singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom, what a way to go to school! Singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom and it s really, really cool! Luister met de kinderen naar het lied Singing in the classroom en bekijk de bijbehorende animatie. Laat het lied eerst een keer horen en zien zonder verdere uitleg. Vraag, in het Engels, welke woorden de kinderen hebben gehoord: What words did you hear? Laat het lied daarna nog een keer horen en zien. De kinderen kunnen niet de hele tekst meezingen, maar misschien wel al telkens het woord classroom. Draai af en toe het geluid weg, bijvoorbeeld bij het laatste woord van iedere zin. De kinderen moeten de tekst dan, al zingend, afmaken. Activity 12 Stand up and sit down WOORDEN classroom, singing, teacher, toilet, school De kinderen gaan nog een keer naar het lied Singing in the classroom luisteren. Leg uit: Stand up when you hear the word classroom. Sit down when you hear the word classroom again. Beeld uit wat je zegt, dus sta op en ga zitten. Doe het ook tijdens het luisteren van het liedje voor. Herhaal dit een aantal keer. Stop dan zelf met meedoen, zodat de kinderen zelf goed moeten luisteren wanneer ze op moeten staan en wanneer ze moeten gaan zitten. Als het zitten en staan lukt, breid de activiteiten dan uit met: Put your hand up when you hear the word toilet. Stamp your feet when you hear the word singing. Turn around when you hear the word friends. Activity 13 Memory WOORDEN table, chair, guitar, window, door, teacher, toilet, computer, song, school Deze activiteit bevat twee memory s. Laat een kind telkens twee kaartjes omdraaien op het digibord. Bobo geeft feedback of het goed is of niet. Ga door tot alle kaartjes zijn omgedraaid. Speel het spel nog een keer zodat de kinderen de woorden vaak horen en door de herhaling leren. Laat de kinderen in een zin herhalen wat er op het eerste kaartje staat: This is a teacher. This is a chair. 8
Week 3 Activity 14 Look and listen WOORDEN chair, window, door, teacher, one, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten Deze activiteit bevat twee schermen. Herhaal samen met de kinderen kort de woorden die ze in de eerste weken hebben geleerd. Vraag: Where is the chair/window/door/teacher? Laat de kinderen de voorwerpen aanwijzen op het digibord. Controleer het antwoord met de audioknop. Ga vervolgens met het pijltje naar de volgende pagina. Luister naar de audio bij elk cijfer, herhaal het enkele keren en laat de kinderen het eventueel ook herhalen als ze dat willen (de nadruk ligt op het begrijpen van Engels, nog niet op het produceren). Noem een getal van 1 tot en met. Dit is het aantal keer dat de kinderen in hun handen moeten klappen. Leg de opdracht niet in het Nederlands uit, maar doe het voor. I say a number. You clap your hands. Two. Klap twee keer in je handen. Four. Klap vier keer in je handen. De kinderen zullen nu begrijpen wat de bedoeling is. Wissel het aantal keer klappen af. Doe eerst zelf mee. Gaat het goed, laat de kinderen dan alleen klappen. Activity 15 Everyday song Counting WOORDEN one, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten Songtekst One, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten! Ready or not, here I come. One, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten! Wait a minute, wait a minute, where are all my friends? Luister naar het routineliedje Counting en bekijk de animatie. Voor de jongste kleuters die de geschreven getallen nog niet goed herkennen, is het handig om als ondersteuning het juiste aantal vingers op te steken. De kinderen kunnen ook meedoen met het opsteken van vingers. Laat het liedje een aantal keer horen, zodat de kinderen langzamerhand wat woordjes mee kunnen zingen. 9
Laat de kinderen de eerste regel (tellen van 1 tot en met ) zingen zonder audio. Laat de audio wel meelopen zodat je op ieder gewenst moment het geluid weer harder kunt zetten en de kinderen weer steun hebben aan de audio. Activity 16 Choose the right answer WOORDEN one, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten Deze activiteit bevat acht vragen. Tik op de audioknop. Laat de kinderen het juiste aantal vingers zoeken bij de audio. Vraag bij de plaatjes die niet overeenkomen met het uitgesproken Engelse getal of ze weten wat er wél op het plaatje staat. Vraag: Do you know what number this is? Activity 17 Listen to the story School 1 Bobo and Tjerk are sitting in the classroom. They are talking and laughing. 2 But where is the teacher? She is not sitting on her chair. She is not in the classroom. 3 Tjerk looks out of the window. 4 Bobo looks behind the door. 5 That is strange! The teacher is not there! 6 There she is! She fell asleep on the toilet. Hahaha, what a silly teacher! Kijk en luister samen met de kinderen naar het verhaal. Stel daarna de volgende vragen: Bobo and Tjerk are in the classroom. True or false? (true) The teacher is in the classroom. True or false? (false) Bobo looks behind the chair. True or false? (false) Tjerk looks out of the window. True or false? (true) The teacher is still in bed. True or false? (true) The teacher fell asleep. True or false? (true)
Maak de opdracht moeilijker door open vragen te stellen zoals: Where are Bobo and Tjerk? (They are in the classroom.) Where is the teacher? (She is not in the classroom.) Where is Bobo looking? (He is looking behind the door.) Where is Tjerk looking? (He is looking out of the window.) Where is the teacher? (She is on the toilet.) What happened to the teacher? (She fell asleep on the toilet.) Stimuleer de kinderen om in het Engels antwoord te geven. Het is niet erg als dat niet gebeurt, herhaal het antwoord dan zelf in het Engels. Activity 18 Act out the story WOORDEN classroom, teacher, chair, door, window, toilet De kinderen hebben net een verhaal gelezen waarin Bobo en Tjerk de juf kwijt zijn. In deze activiteit gaan ze het verhaal na proberen te spelen. Het gaat hier niet om de acteerprestaties. Het gaat erom of ze de gehoorde Engelse tekst dusdanig goed begrijpen dat ze de handelingen kunnen uitvoeren. Kies twee kinderen uit. Lees het verhaal zin voor zin voor: Bobo and Tjerk are sitting in the classroom. They are talking and laughing. But where is the teacher? She is not sitting on her chair. She is not in the classroom. Tjerk looks out of the window. Bobo looks behind the door. That is strange! The teacher is not there! There she is! She fell asleep on the toilet. Hahaha, what a silly teacher! Voeg een activiteit toe die niet in het verhaal staat bijvoorbeeld: Bobo looks under the chair. Tjerk looks on the toilet. Activity 19 Which number is missing? WOORDEN one, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten 5 Deze activiteit bevat vier vragen. Laat een kind een audioknop aantikken en luister samen naar het Engelse getal. Laat het kind de audioknop vervolgens naar de juiste plaats slepen. Als het kind het niet weet, vraag dan hulp aan de rest van de klas: Who can help? 11
Laat de kinderen van tevoren de cijferreeksen hardop in het Engels voorlezen. Activity 20 True or false? WOORDEN song, school, computer, toilet 5 Deze activiteit bevat vijf vragen. Klik op de schermen telkens op de audioknop. Klopt het wat er gezegd wordt? Vraag: Is it true or false? Laat de kinderen hun duim omhoog steken als ze denken dat het klopt. En hun duim omlaag steken als ze denken dat het niet klopt. Laat een kind een van de twee opties op het digibord aantikken. Als het antwoord goed is, verschijnt er een groen kader om de optie en klinkt er gejuich. Als het antwoord fout is, verschijnt er een rood kader en hoor je oops. Vraag bij de plaatjes die niet goed zijn, of de kinderen ook weten wát er niet goed was. What s wrong? Laat de audio eventueel nog een keer horen. 12
Week 4 Activity 21 Talk ZIN Hello, I am Bobo. 1 Hello. I am Bobo. I am a boy. 2 I am six years old. Deze activiteit bevat twee schermen. Luister met de kinderen eerst naar het tekstje van Bobo op beide schermen. Laat dan de zinnen van het eerste scherm nog een keer horen. Laat de groep de zinnen een aantal keer hardop herhalen. Herhaal zelf de zin en vul je eigen naam in. Geef een kind een hand en zeg: Hello, I am [naam]. Laat het kind de zin herhalen, maar dan met de eigen naam. Herhaal dit zoveel mogelijk keer met andere kinderen in de groep. Maak groepjes van vier en laat de kinderen zich in het Engels aan elkaar voorstellen. Activity 22 Talk together ZINNEN Hello, I am Bobo. I am six years old. I am a boy/girl. 1 Hello. I am Bobo. I am a boy. 2 I am six years old. Deze activiteit bevat twee schermen. Luister met de kinderen eerst nog eens naar het tekstje van Bobo op beide schermen. Laat dan de audio van het tweede scherm nog een keer horen. Laat de groep de zin een aantal keer hardop herhalen. Herhaal de eerste zin van het tweede scherm maar vul je eigen leeftijd in. I am [getal] years old. Laat daarna een aantal kinderen de zin herhalen, maar dan met hun eigen leeftijd. Zeg dan: I am [getal] years old. I am a boy/girl. Laat een aantal kinderen de zinnen herhalen met hun eigen leeftijd en geslacht. Laat kinderen in tweetallen zichzelf voorstellen aan elkaar. Ze gebruiken daarvoor de drie zinnen van de twee schermen. Vraag eventueel een tweetal het gesprekje op te voeren voor de rest van de groep. 13
Activity 23 Can you find it? WOORDEN chair, window, door, teacher 5 Herhaal de praatplaat, maar nu slepen de kinderen de audio op de goede plek. De kinderen kennen nu meer woorden dan in het begin van het thema. Laat de kinderen eerst iets aanwijzen op de praatplaat en het woord dat erbij hoort zeggen. Stel een vraag en laat een kind het juiste voorwerp aanwijzen op de praatplaat. Where is the door? Where is the window? Where is the teacher? Where is the chair? Activity 24 Memory WOORDEN table, chair, classroom, guitar, window, door, teacher, one, two, three, four, five, six Deze activiteit bevat twee schermen. Laat een kind telkens twee kaartjes omdraaien op het digibord. Bobo geeft feedback en zegt of het goed is of niet. Ga door tot alle kaartjes zijn omgedraaid. Speel het spel nog een keer zodat de kinderen de woorden vaak horen en door de herhaling leren. Laat de kinderen in een zin herhalen wat er op het eerste kaartje staat: This is a teacher. This is a chair. Activity 25 Song Singing in the classroom WOORDEN classroom, singing, teacher, toilet, school Songtekst We are singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom, we can t wait to go to school! Singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom and it s really, really cool! We are singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom, we can t wait to go to school! Singing in the classroom, singing in the classroom singing in the classroom and it s really, really cool. 14
Who needs to go to the toilet? Me! Put up your hand, let the teacher see That you are in a hurry to sing along again And learn a little English together with your friends! We are singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom, what a way to go to school! Singing in the classroom, singing in the classroom, singing in the classroom and it s really, really cool! Herhaal het lied Singing in the classroom en bekijk de bijbehorende plaat. Vraag: What words did you learn? Did you hear them in de song? Laat het lied daarna nog een keer horen en zien. Laat de kinderen zoveel mogelijk meezingen. Draai af en toe het geluid weg, bijvoorbeeld bij het laatste woord van iedere zin. De kinderen moeten de tekst dan, al zingend, afmaken. Omdat het een herhaling is, zullen de kinderen steeds meer mee kunnen zingen en zo ervaren dat ze echt al Engels geleerd hebben in dit eerste thema. Activity 26 Do you know this number? WOORDEN one, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten Laat een kind een audioknop naar keuze aantikken. Vraag: Do you know which number this is? Drag and drop. Doe een keer voor hoe je een audioknop oppakt en loslaat bij het juiste nummer, daarna kunnen de kinderen het zelf doen. Telkens als een goed antwoord wordt gegeven, verschijnt een stukje van de beloningsplaat. Laat vooraf enkele snelle kinderen de cijfers in het Engels opnoemen terwijl jij ze aanwijst. Activity 27 Everyday song Counting WOORDEN one, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten 5 Songtekst One, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten! Ready or not, here I come. One, two, three, four, five, six, seven, eight, nine, ten! Wait a minute, wait a minute, where are all my friends? 15
Herhaal het routineliedje Counting en bekijk de animatie. Laat de kinderen meezingen en/of op hun vingers meetellen. Probeer steeds meer de audio weg te draaien, zodat de kinderen het lied helemaal zelfstandig kunnen zingen. 16