Onderzoeksopzet Armoedebeleid Rekenkamercommissie gemeente Heerenveen juni 2011. Rekenkamercommissie Heerenveen Onderzoeksopzet armoedebeleid 1
Inhoudsopgave A. Wat willen we bereiken 1. Aanleiding en achtergronden onderzoeksvraag B. Wat willen we weten 2. Centrale vraagstelling 3. Omschrijving normenkader C. Hoe komen we dat te weten 4. Globale onderzoeksopzet: keuze onderzoeksinstrumenten 5. Organisatie: tijdpad en inhuur externe expertise Rekenkamercommissie Heerenveen Onderzoeksopzet armoedebeleid 2
A. Wat willen we bereiken 1. Aanleiding en achtergronden onderzoeksvraag In de gemeenteraad van Heerenveen is een motie aangenomen waarin de rekenkamercommissie wordt verzocht een onderzoek in te stellen dat moet leiden tot inzicht en verbetering van het armoedebeleid in Heerenveen. De rekenkamercommissie heeft overleg gevoerd met de raadscommissie van Heerenveen en op basis hiervan een aantal onderzoeksvarianten gepresenteerd aan de raadscommissie. De raadscommissie heeft aangegeven dat haar voorkeur ging naar onderzoeksvariant : Gecombineerde variant. De rekenkamercommissie heeft besloten een onderzoek in te stellen gebaseerd op de Gecombineerde variant De Rekenkamer van de gemeente Leeuwarden heeft besloten eenzelfde onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek verloopt tegelijk door het zelfde onderzoeksbureau. B. Wat willen we weten 2. Centrale vraagstelling. De centrale vraagstelling in het onderzoek luidt: Hoe is het gemeentelijk armoedebeleid geformuleerd? Wat zijn de doelgroepen van het gemeentelijk armoedebeleid? Hoe wordt het gemeentelijk armoedebeleid uitgevoerd? Wat is het inkomenseffect van het gemeentelijk armoedebeleid? Hoe zijn het beleid en de uitvoering van het gemeentelijk armoedebeleid te beoordelen in termen van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid? Deelvragen 1. Formulering en doelstelling van het gemeentelijk armoedebeleid 1.1. Hoe heeft de gemeente haar officiële armoedebeleid geformuleerd? 1.1.1. Heeft de gemeente haar armoedebeleid in termen van inkomensondersteuning geformuleerd? Welke regelingen/voorzieningen zijn er? 1.1.2. Heeft de gemeente haar armoedebeleid in termen van het tegengaan van sociale uitsluiting of bevorderen van sociale participatie geformuleerd? Welke regelingen/voorzieningen zijn er? 1.1.3. Heeft de gemeente haar armoedebeleid in termen van hulpverlening aan kwetsbare sociale groepen geformuleerd? Welke regelingen/voorzieningen zijn er? 2. Doelgroepen binnen het armoedebeleid 2.1. Welke doelgroepen zijn geformuleerd in het gemeentelijk armoedebeleid? 2.2. Hoe goed zijn deze doelgroepen bij de gemeente in beeld? 3. Uitvoeringspraktijk van het armoedebeleid 3.1. Welke budgetten zijn voor het armoedebeleid ingezet, uit welke bronnen worden deze budgetten gedekt? 3.2. Hoe ontwikkelt zich dit over de tijd; is er een maximale benutting van de budgetten te berekenen? (Hoe nauwkeurig kan je begroten?) 3.3. Hoe is de uitvoering van regelingen/voorzieningen georganiseerd? Voert de gemeente deze zelf uit, zijn er externe partijen betrokken (bv voedselbank, Rekenkamercommissie Heerenveen Onderzoeksopzet armoedebeleid 3
schuldhulpverleningsinstantie, sociale activeringtrajecten door reintegratiebedrijven)? 3.4. Hoe is de financiering van deze externe partijen vormgegeven? Subsidie, inkoop? Welke budget/contract afspraken liggen er? 3.5. Hoe verhouden de uitvoeringskosten zich ten opzichte van het budget? 3.6. Is de uitvoering gericht op een maximaal bereik van de regelingen, is hier actief beleid op ingezet (communicatie doelgroepen, automatisch toekennen, ondersteuning aanvraag, bestandskoppeling, aanschrijven doelgroepen, etc.)? 4. Effectevaluatie 4.1. Wat is het inkomenseffect van het gemeentelijk armoedebeleid op het netto/bruto inkomen? Hoe zit dit voor verschillende huishoudentypes in verschillende doelgroepen? Wat draagt iedere regeling hierin bij? Hoe verhoudt zich dit tot nationaal beleid (zorg- en huurtoeslag, kinderbijslag, etc.)? 3. Omschrijving normenkader Hieronder de eerste aanzet tot een normenkader, in de loop van het onderzoek kunnen deze verder aangevuld of bijgesteld worden. Norm Criteria Formulering en doelstelling gemeentelijk armoedebeleid en wettelijk kader Het is duidelijk wat de wettelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn bekend. bevoegdheden van het gemeentebestuur zijn op het terrein van armoedebeleid. externe partners moet worden samengewerkt. instrumenten die kunnen worden ingezet. Er is een afbakening en definitie van de armoedeproblematiek gemaakt. In de beleidsstukken zijn doelstellingen (SMART) benoemd. De gemeente hanteert een duidelijk en eenduidig armoedebegrip. De doelstellingen omvatten tenminste: beleidsterrein; doelstellingen, inclusief afspraken over monitoring daarvan. interne en externe partijen. Doelgroepen binnen het armoedebeleid Er zijn doelgroepen gedefinieerd. De definitie van de doelgroepen sluit aan bij de probleemanalyse en het wettelijk kader duidelijke doelgroepen gedefinieerd, bepalingen om in aanmerking te komen voor regelingen zijn vastgelegd. kader zijn leidend geweest bij het vaststellen van doelgroepen Rekenkamercommissie Heerenveen Onderzoeksopzet armoedebeleid 4
Uitvoeringspraktijk van het armoedebeleid De uitvoering vloeit voort uit het beleid. e ingezette maatregelen en de wijze waarop deze maatregelen worden ingezet is gemotiveerd en vloeit logischerwijs voort uit de probleemanalyse. beleid vastgestelde prioriteitstelling. Er is sprake van interne en externe afstemming over het armoedebeleid. bij het armoedebeleid betrokken organisatieonderdelen. bij het armoedebeleid betrokken organisaties De minimaal benodigde personele en financiële middelen zijn geborgd. systematiek waarbij een verbinding wordt gelegd tussen de bestuurlijk vastgestelde prioriteiten en doelstellingen en de daarvoor benodigde inzet van personeel en middelen. zijn in de begroting vastgelegd. deskundigheid (kennis, houding en vaardigheden) beschikt. Het armoedebeleid is doelmatig Het armoedebeleid is doeltreffend. onevenredig deel van het budget in maatregelen om het bereik van regelingen te vergroten het gebruik van regelingen monitort Effectevaluatie Het armoedebeleid is doeltreffend. substantieel effect op het netto inkomen van de doelgroep Deze normen zullen in het begin van het onderzoek in overleg met de onderzoekers door de Rekenkamercommissie nader uitgewerkt worden. Rekenkamercommissie Heerenveen Onderzoeksopzet armoedebeleid 5
C. Hoe komen we dat te weten Het onderzoeksbureau heeft de volgende stappen benoemd: - deskresearch; gemeentelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het armoedebeleid - documentenonderzoek; raadplegen gemeentelijke informatie - interviews; met wethouder, management, beleidsmedewerker uitvoerders en ketenpartners - analyse inkomenseffect regelingen - gesprek met raadsleden - rapportage 5. Organisatie: tijdpad en inhuur externe expertise A. Tijdpad De planning is dat in december 2011 het rapport aan de raad aangeboden kan worden. B. Uitvoering Voor dit onderzoek wordt externe expertise aangetrokken, samen met de Rekenkamer van Leeuwarden. Bij de selectie zijn van 3 bureaus offertes gevraagd en de Rekenkamercommissie heeft besloten met Pro Facto in zee te gaan. De secretaris van de commissie fungeert als schakel tussen onderzoekers en organisaties. Rekenkamercommissie Heerenveen Onderzoeksopzet armoedebeleid 6