Week 2. Week 1. Week 3

Vergelijkbare documenten
het dier de koe de muis de neus de poes de uil het gras groen knap de slak smal

Week 3 als het beest de buurt haast de heks juist kort de laars de lamp meest de mens de mist de muts naast niets ons paars soms hij loopt hij woont

Taaljournaal Digitale woordpakketten spelling groep 4

Woordpakket 11 Groep 4. Woorden: Ook zo-woorden. draai foei gooi mooi nooit ooit roeit saai blijf fijn de gein het plein de pijn vijf zei

Woordpakket 11 Groep 4. Woordpakket 12 Groep 4

Storm in het bos. Storm in het bos. Isabel Versteeg Storm in het bos

Ik schrijf op wat ik hoor.

golf Ik hoor u tussen 2 medeklinkers. Ik schrijf de tussenklank u niet. Categorie 5a Woorden met lf Thema 2 groep 4

je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort

Bloonboekje van ... Spelling. Middenbouw

klas Ik schrijf op wat ik hoor. Categorie 4a Twee medeklinkers aan het begin Thema 1 groep 4

1. poes Luisterweg Ik luister goed naar het woord, Dan schrijf ik het zoals het hoort.

WOORDPAKKET 1. Ik schrijf woorden met een medeklinker aan het begin en einde van een woord: woorden net als man.

thema 5 les 2 extra oefenen

Hond. in s he van t Wolf. hui. Sylvia Vanden Heede. Met illustraties van Marije Tolman

Klankgroep en lettergreep

Spelling Klankwoorden. Werkboek Geschikt voor de groepen 3 en 4

*woorden lezen (eerst u, dan uw kind, om en om, of uw kind alleen) *woorden overschrijven (u controleert samen met uw kind de woorden op

KIND TOCH! Een bad op straat

ij / ei/ sch 9 De geit is grijs Kijk en schrijf de... A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X IJ Z

NAAM. Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever.

Thom de dino vriend. Lize Ippel

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

grijs de bij het ijs de wijn de vijf de prijs de rijst de dijk het rijbewijs a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

In de ene hand draagt hij een koffer, in de andere een kistje. Bok is de nieuwe buurman van Kip. Hij is een professor, zegt Kat. Iemand die heel veel

z w aai t n ooi t extra oefenen les 2 thema 4 1 Vul het woord in. 2 Schrijf het goede woord op. Een woord met aai of ooi.

blauw 1 Schrijf het woord op. 2 Schrijf het woord op. spelling 11a pauw Kies uit: au blauw gauw 1 Dit is een kleur. 2 Dit roep je als je pijn voelt.

Ons eerste boek. plaatjes en bijschriften voor 't jonge volkje dat lezen leert. W.F. Oostveen

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht.

Oefenbundel. Pasen. 2 de leerjaar

Voorjaarsboekje Voorjaarsboekje

Spel 0 Adam woont in het paradijs. God praat elke dag met Adam. Hij mag alle dieren een naam geven. Wij gaan Adam helpen.

Tot kijk. Sylvia Vanden Heede met tekeningen van Thé Tjong-Khing

Woordpakket 1 Groep 4. Woorden: Luisterwoorden

ALFA A ANTWOORDEN STER IN LEZEN

De spreeuw en de musch

Woordpakket 1 Groep 4. Woorden: Regel: de bloes de bril de broek groot de knie de krul maakt de muts past praat de rits de snor de trui het vest wast

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 7 Delen maakt blij. H. Theobaldusparochie, Overloon

Noach. moest een ark gaan bouwen Ans Heij - de Boer /

Adam geeft de dieren namen

Huiswerk spelling. Woordpakketten thuis oefenen. Dit is een huiswerkmapje om de woordpakketten die we in de klas leerden in te oefenen.

samenstellingen de afspraak de afwas daarom erin de koelkast

net-als-woord: slang, bank, driehoek

Blok 1. Groep 4. Signaaldictee

begrijpend lezen werkboek

net-als-woord: ei, ijs, beer, leeuw Pas op voor de plaagletter r. De ee, de oo en de eu klinken er anders door

Adam geeft de dieren namen

KRUISWOORDRAADSEL 1: WILDE DIEREN

Het speelhuis van Lotte en Nina

De Weier Vissedijk 35c 7602 CP Almelo

net-als-woord: ei, ijs, beer, leeuw

Op het schoolplein is het druk. Er staan grote kinderen in groepjes te praten. De kleintjes spelen in de zandbak. Een bal vliegt over het plein.

Taaljournaal spelling groep 5. Week 1 Categorie 10, 17: ng/ nk, samenstellingen

De leessleutel Begrijpend luisteren-lezen thema 5 verhaal 1 groep 3. Thema 5 Verhaal 1 bladzijde 2 t/m 5 van het leesboek

Miauw! Miauw!

woorden met eer (heer) De /r/ is een plaagletter bij /eer/. volgwoord woorden met oor (oor) De /r/ is een plaagletter bij /oor/.

Ik wou dat het raven werden.

1 Schrijf het woord op.

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

extra oefenen les 2 thema 2 1 = v Schrijf het woord op. 2 Welk dier is het? Een dier met v of w. Schrijf het woord op. spelling 3a v l a g

Melkweg. Hoe gaat het? Lezen Alfa A. De dokter

Schoolreis met zwaailicht

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1

Melkweg. Wat leert je kind? Lezen van Alfa A naar Alfa B. Taal en ouders: de basisschool

Paul van Loon Weerwolfbommetje!

Thema hatsjoe Kleine Puk wat is er nou... 4 Au! Mijn vinger doet zeer... 4 Dag dokter... 5 Kortjakje... 5 Waar heb je pijn?...

Inhoud Thema Lente... 3 Goedemorgen... 3 Hallo... 3 De wielen van de bus... 3 Op een houten bruggetje... 4 Heb je al gezien het is lente...

Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen!

Het derde dikke boek. Waar is het ijs? Het spel van Jak De bosbaas. Sylvia Vanden Heede met tekeningen van Thé Tjong-Khing

Luister allemaal goed, zegt de juf. Want ik heb heel leuk nieuws. Over een paar weken is het juffendag. Dan is het groot feest op school.

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

1 Schrijf het woord op.

Kerstmusical voor /door kleine kinderen (onderbouw, groep 1,2,3) Niet religieus, met 4 liedjes. Speelduur ongeveer 30 minuten. Kerstfeest met Rudolf

Een boef in het bos. Sylvia Vanden Heede met tekeningen van Thé Tjong-Khing

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT

met tekeningen van ivan & ilia

Zie zo Spelling Kopieermap Evaluatie en remediëring leerjaar 2

Start: Welk dier hoort bij...?

Stan. Geschreven door. Eline Willemse. Illustraties van. Dick Rink

Paul van Loon s. en het. Spookhuis. Leopold / Amsterdam

Vos en Haas. en de bosbaas

Pukje en de kat met de drie poten

Inhoud Thema Lente... 3 Goedemorgen... 3 Hallo... 3 De wielen van de bus... 3 Op een houten bruggetje... 4 Heb je al gezien het is lente...

EEN BOEK VOL GEVOELENS

voorlezen Foeksia de miniheks Avonturen in het heksenbos

inhoud 1. er kan nu friet door hijs het zeil! piet snot ben jij nou een boef! je bent een held!...

LET-TER-GRE-PEN. De paas-haas heeft het op 1 A-pril zo druk met grap-jes ma-ken dat hij Pa-sen ver-geet.

instapkaarten spelling

De hele erge Ellie en nare Nellie

met tekeningen van ivan & ilia

Nog meer Hotel Hallo - Thema 1 De beestenboel NAAR HET ASIEL

4 In de tekst staat: Dit is een recept voor een toetje. Weet jij wat een recept is? Kruis de goede zin aan.

Dit werkboek is van :

REEKS 186 2de leerjaar: 2de leerjaar: Oefendictee 1

1 Pas op! Drrrring! De voordeur. Ik doe open, roept Dolfje. Hij rent naar de deur.

Hier vind je leuke extra oefeningen en spelletjes bij de cd BOER! Met deze oefeningen en spelletjes kan je op een leuke manier Nederlands oefenen.

Voorjaarsboekje Voorjaarsboekje

Jacques Vriens. De avonturen van Tommie en Lotje deel 1. Met illustraties van Kees de Boer. Van Holkema & Warendorf

Marloes. een handdoek. 2.1 Met Ron naar school. naam: Kijk en vul in: groep: 1 De rat van Ron is nog wild. tam. Wie - wat waar

Transcriptie:

Week 1 de bek dik dun het hok de kip de mol ik pak de boom de haas laat mee de muur hij eet hij bijt het dier de koe de muis de neus de poes de uil poes Week 2 de bloem bruin de draak drie de fluit het gras groen knap de slak smal de snuit de spin de stal stil de troep twee ik klap ik krijg ik plaag hij praat draak Week 3 als het beest de buurt haast de heks juist kort de laars de lamp meest de mens de mist de muts naast niets ons paars soms hij loopt hij woont muts @dvd Groep 4 blok 1

Week 5 Week 6 Week 7 elf de film de golf half het kalf de melk de wolf de wolk ik help de arm de berg het dorp erg de jurk de kerk het park warm ik durf ik merk ik werk moeilijke duo's/ net als wolk dwars de grens de klant de krant de kwast de plant de prins de slurf de staart sterk trots twaalf hij bromt hij brult hij gromt ik klets hij knikt hij krijgt hij snapt hij speelt net als krant de schaal het schaap de schaar de schat scheef de schelp scherp het schip de schoen de school schoon de schoot de schurk de schuur ik schaats hij schiet hij schopt het schrift hij schrikt hij schrijft schaap Soms hoor je na een l of een r een [ [u]]. Maar je schrijft hem niet. Hoor je na een s een [ g] dan schrijf je ch. @dvd Groep 4 blok 2

Week 9 het feest de fiets de fles de friet fris hij fluit hij fopt de boef de brief ik beef vaak vast veel vier vies de vis vlug hij vliegt hij voelt hij vraagt feest/vier Week 10 slim de smoes snel de spin stom ik slaap ik snap hij snikt eens vals zes ziek zoet de zon zuur zwaar zwart zij zegt hij ziet hij zoekt smoes/ziek Week 11 oud 25 de beer eerst keer meer neer de veer het weer hij leert door de koorts het oor de soort het spoor voor hij hoort de beurt de deur de kleur hij scheurt hij zeurt beer Leg je vinger op je keel. Bij de v voel je iets trillen. Bij de f niet. Leg je vinger op je keel. Bij de z voel je iets trillen. Bij de s niet. Pas op voor de plaagletter r. De ee, de oo en de eu klinken er anders door. @dvd Groep 4 blok 3

Week 13 Week 21 Week 14 groep 5 15 Week 15 week 33 Week 16 groep 5 29 de kraai saai hij aait hij draait hij kraait het waait hij zwaait het hooi de kooi mooi nooit ooit hij gooit hij strooit oei hij bloeit hij groeit hij knoeit zij loeit zij roeit net als woorden mooi de baard het bed het geld de hand de hoed de hond het hoofd het kind de mond de vriend de fout de kaart de kast de kist de klant de poot de snuit de staart de straat net-alswoord: hond, kat de afspraak daarin de driehoek ervoor de glimlach hoeveel het kunstwerk maandag omhoog de onzin opnieuw opzij piepklein rechtop het vierkant vrijdag zestien zichzelf de zijkant zondag net-alswoord: driehoek het eendje een eindje het grapje het kunstje het plekje een poosje een stukje een tijdje een ijsje het visje een beetje het meisje het boompje het geheimpje het raampje het buitje het broertje het diertje het eitje een uurtje net-alswoord: grapje Hoor je aai, ooi of oei in een woord? Schrijf dan nooit de j die je hoort. Hoor je een t aan het eind van een woord? Maak dan het woord langer, zodat je d of t hoort. Samenstellingen: luister naar de stukjes in het woord. En schrijf ze zoals je eerder geleerd hebt. Je hoort een [ u] maar je schrijft een e. @dvd Groep 4 blok 4

Week 17 Week 18 Week 19 week 34 het ei de reis de trein het plein de eik mei het feit de geit de wei de kei de hei de klei het zeil zij breit klein ei bij blij fijn hij het ijs jij kwijt mijn de pijn de rij rijk vijf vrij wij wijs zij zijn hij blijft hij krijgt hij kijkt ijs het begin het bezoek hij bedenkt hij bedoelt hij begrijpt hij bekijkt het gedicht het geluk gemeen genoeg gewoon het gezicht hij gebruikt hij geniet het verdriet het verhaal het verschil hij versiert hij vertelt hij verzint begin Ken je de woorden uit het ei-verhaal? Die schrijf je met ei allemaa.l Ken je de woorden uit het ei-verhaal? Die schrijf je met ei allemaal. In woorden met be-, geen ver-, hoor je een u, maar schrijf je een e. @dvd Groep 4 blok 5

Week 21 ach toch zich de pech ik lach acht de bocht dicht echt het licht de lucht de nacht recht slecht de tocht zacht hij bracht hij lacht hij wacht hij zucht pech Week 22 week 15 arm de berg het dorp de dwerg erg de jurk de slurf sterk warm hij durft hij werkt de elf elk de film de golf half het kalf de melk de twaalf hij helpt wolk Week 23 de angst de borst de helft de kunst laatst langs links rechts hij fietst hij kletst hij verft de sproet de sprong de straat de straf straks de streep de strik de stroom hij springt strip Hoor je na een korte klank de [ gggt]? Soms hoor je na een l of een r een [ u]. Dan schrijf je cht. Behalve in: hij ligt, hij legt, hij zegt. Maar je schrijft hem niet. @dvd Groep 4 blok 6

Week 25 Week 19 de schaal de schaar de schaats de schat scheef de schoen de school de schort hij schenkt hij schept hij schuift hij schijnt het schrift hij schroeft hij schrijft Week 26 de duw ruw schuw uw hij duwt de eeuw de leeuw de meeuw de schreeuw de sneeuw hij schreeuwt het sneeuwt de kieuw nieuw het nieuws Week 27 groep 5 wk 13 anders de dokter eerder elke ergens de groente de hamster de laatste de marmot de meeste minder nergens paarse de schilder sterker telkens verse vreemde warme welke schaap leeuw marmot Hoor je na een s een [ g] dan schrijf je ch. Bij uw, eeuw en ieuw, staat voor de w een u. @dvd Groep 4 blok 7

Week 29 de geit het ei mei ze reist het sein de prei hij zei de dweil hij dreigt kleinst het krijt het lijf de lijn mij de prijs rijp de rijst stijf de wijn hij hijgt Week 30 blauw hij kauwt de pauw gauw nauw de klauw zij snauwt au de snauw flauw de fout het hout jou de kou de kous nou stout het zout jouw de mouw het touw de vouw de vrouw hij bouwt hij sjouwt hij trouwt hij vouwt ik hou hij wou hij zou Week 31 het fruit lief straf hij geeft de vacht vals verf vlug vuist hij vecht de sjaal de stem hij stopt hij sist de zeep zelf de zus de zwaan hij zegt hij zorgt feest Ken je de woorden uit het ei-verhaal? kou Die schrijf je met ei allemaal. Ken je de woorden uit het au-verhaal? Die schrijf je met au allemaal. De andere schrijf je met ou. @dvd Groep 4 blok 8

Week 33 groep 5 week 18 Week 34 week 19 Week 35 bijna ha hoera ja na de oma de opa de sla de foto ho hoezo het stro zo nu u mee nee de slee twee de zee hoera bang het ding eng de gang jong het kreng de kring lang de long de ring de slang streng de tang de tong de wang langs hij brengt hij hangt hij springt hij zingt net-alswoord:slang alweer het geweer de heer de peer het onweer het verkeer weer de ijsbeer hij smeert daardoor doordat vooraan vooral voorbij voordat de voorpoot waarvoor de voordeur het gebeurt hij kleurt beer Als ik aan het eind van een woord een lange klank hoor, dan gebruik ik daar maar één letter voor. Wat klinkt dat raar. De n en de g horen bij elkaar. Pas op voor de plaagletter r. De ee, de oo en de eu klinken er anders door. @dvd Groep 4 blok 9