Bijlage Cursusbeschrijvingen Masteropleiding Forensisch Sociale Professional Deeltijd 2016 2017
Titel Master FSP Module 1 Opleidingsvariant Deeltijd Collegejaar 2016-2017 1 Organisatorische gegevens 1.1 Cursuscode ADR-MFSP-M1-14 1.2 Cursusnaam Module 1: Verantwoord beslissen 1.3 Cursusnaam in Engels Course 1: Decision making 1.4 Aantal EC's 10 European Credits 1.5 Studiefase/niveau Q (post-initiële master) 1.6 Opleiding (varianten) 1.7 Cursus toegankelijk voor studenten van andere faculteiten? 1.8 Excellentiemogelijkheden? 1.9 Contactpersoon Werkvormen zijn er in Deeltijd Toetsen zijn er in Deeltijd Nee 1.10 Voertaal Nederlands JMH Bosker (tel. 06-23125614) (jacqueline.bosker@hu.nl) 1.11 Werkvormen: Werkvorm Aanwezigheid verplicht? Frequentie In welke blokken wordt de werkvorm aangeboden? Leerteam (middag) verplicht 1 maal per week blok 1 Werkcollege (hele dag) verplicht 1 maal per week blok 1 1.12 Toetsen: Toetsvorm Resultaatschaal Minimum cijfer Weging (afgerond op hele procenten) Aantal keren dat een toets wordt aangeboden in een collegejaar In welke blokken wordt de toets aangeboden? Open vragen tentamen Probleemanalyse Reflectieverslag 5,5 30 2 5,5 50 2 5,5 20 2. blok 2. blok 2. blok 2
2 Inhoudelijke gegevens 2.1 Cursus doel Leerdoelen De student: 1. Kan kennis over sociaal psychologische mechanismen van beslissen toepassen op beslissingen over complexe casuïstiek in de eigen werkpraktijk, en op grond daarvan voorstellen doen voor verbetering van beslisprocessen. 2. Kan de waarden, belangen en opdracht van de verschillende betrokkenen in een beslissituatie expliciteren, en een analyse maken over de invloed daarvan op de besluitvorming. Kan op grond daarvan een afweging maken over de wijze waarop de besluitvorming verbeterd kan worden. 3. Kan een analyse maken van de wijze waarop kennis over ontstaan, ontwikkeling en afbouw van delinquent gedrag gebruikt wordt bij beslissingen over risicobeheersing en verandering, kan de beperkingen of vragen daarbij benoemen op grond van lacunes in de beschikbare kennis en laten zien op welke wijze deze kennis, gecombineerd met de context waarin beslissingen moeten worden genomen, van invloed is op de beslissingen. 4. Kan practice-based en evidence-based kennis over risicobeheersing en afbouw van delinquent gedrag aan elkaar relateren en op grond daarvan een onderbouwd besluit nemen. 5. Kan een kritische analyse maken over de meerwaarde en beperkingen van risicotaxatie bij beslissingen over risicobeheersing en afbouw van delinquent gedrag in de eigen beroepspraktijk. 6. Heeft vaardigheden voor het onderzoekend vermogen vergroot: o Ontwikkelt een kritische houding ten aanzien van het eigen functioneren, de beroepspraktijk en wetenschappelijke kennis. o o o Kan actuele relevante nationale en internationale literatuur vinden over een praktijkvraag. Heeft kennis gemaakt met de waarde en beperking van is van enkele veelgebruikte onderzoeksmethoden in dit kennisdomein, vanuit het perspectief van kennis ontwikkeling en de toepassing van kennis in de werkpraktijk. Ontwikkelt zijn / haar vermogen om problemen ten aanzien van beslissen en beslisprocessen in de eigen organisatie op systematische wijze beschrijven en duiden. Kennisbasis die centraal staat in de module: Wetenschappelijke inzichten over beslissen, beslisfouten en manieren om deze te voorkomen of beperken. De kennisbasis die nodig is voor een goede besluitvorming over afbouw van antisociale patronen. Modellen en theorieën over ontwikkeling en afbouw van delinquent gedrag. Instrumenten die gebruikt worden om besluitvorming te ondersteunen. 2.2 Cursus inhoud In module 1 van de Master Forensisch Sociale Professional staan de formele beslissingen centraal die forensisch sociaal professionals nemen bij de start en gedurende het traject dat zij met cliënten doorlopen. Deze beslissingen kunnen een aanzienlijke impact hebben op het leven en de bewegingsvrijheid van de cliënt en zijn / haar omgeving. Verschillende thema s die van belang zijn voor het verantwoord nemen van beslissingen komen in deze module aan bod. Daarbij staan steeds zowel het eigen handelen van de studenten als de werkpraktijk van collega professionals centraal. Tevens verdiepen de studenten zichzelf, via het uitvoeren van een probleemanalyse, in een zelf gekozen probleem ten aanzien van formele beslissingen in de eigen beroepspraktijk. 2.3 Ingangseisen Geen aanvullende ingangseisen 2.4 Kosten en studiematerialen Materiaal: Studiewijzer, te vinden via de cursussite op SharePoint; literatuur wordt zoveel mogelijk digitaal aangeboden. 2.5 Workload De totale studielast van deze cursus is gelijk aan 280 uren. Het totaal aantal uren is berekend als het aantal EC's (10) maal 28 uur. 2.6 Opmerkingen
Geen opmerking in Osiris geregistreerd 2.7 URL cursussite https://cursussen.sharepoint.hu.nl/fmr/33/adr-mfsp-m1-14
Titel Master FSP Module 2 Opleidingsvariant Deeltijd Collegejaar 2016-2017 1 Organisatorische gegevens 1.1 Cursuscode ADR-MFSP-M2-15 1.2 Cursusnaam Module 2: Regisseren van risico en verandering 1.3 Cursusnaam in Engels Course 2: Management of risk and change 1.4 Aantal EC's 10 European Credits 1.5 Studiefase/niveau Q (post-initiële master) 1.6 Opleiding (varianten) 1.7 Cursus toegankelijk voor studenten van andere faculteiten? 1.8 Excellentiemogelijkheden? 1.9 Contactpersoon Werkvormen zijn er in Deeltijd Toetsen zijn er in Deeltijd Nee 1.10 Voertaal Nederlands A Menger (tel. +31884819003) (anneke.menger@hu.nl) 1.11 Werkvormen: Werkvorm Aanwezigheid verplicht? Frequentie In welke blokken wordt de werkvorm aangeboden? Leerteam (middag) verplicht 1 maal per week Werkcollege (hele dag) verplicht 1 maal per week bij aanvangsblok 2: blok 2 bij aanvangsblok 2: blok 2 1.12 Toetsen: Toetsvorm Resultaatschaal Minimum cijfer Weging (afgerond op hele procenten) Aantal keren dat een toets wordt aangeboden in een collegejaar In welke blokken wordt de toets aangeboden? Literatuuronderzoek 5,5 50 2 bij aanvangsblok 2: Verslag innovatieanalyse 5,5 50 2 bij aanvangsblok 2:
2 Inhoudelijke gegevens 2.1 Cursus doel Leerdoelen: De student Weet inhoudelijke ontwikkelingen in het eigen beroep te plaatsen tegen de achtergrond van de transities en transformaties in het sociale en juridische domein. Begrijpt wat de consequenties van de ontwikkeling in het sociale en juridische domein zijn voor de eigen praktijk, kan anticiperen op de betekenis hiervan voor de eigen werkwijze en is in staat de innovaties die op grond hiervan nodig zijn te verwoorden. Kent de theoretische concepten die ten grondslag liggen aan enkele domein breed relevante thema s. Kan rond deze thema s op grond van systematische en expliciete reflectie, gerelateerd aan de theoretische concepten, het eigen handelen kritisch bespreken en bijstellen. Is in staat rond twee van deze thema s een reflectieproces bij collega s op gang te brengen en te begeleiden. Kan zelfstandig bestaande wetenschappelijke kennis toevoegen in de eigen werkpraktijk op grond van een praktijkvraag: o Kan vanuit de eigen maatschappelijke opgave een praktijkprobleem formuleren. o Kan in de vakliteratuur en wetenschappelijke literatuur zoeken naar relevantie theorie en methoden. o Kan gevonden informatie kritisch beoordelen en verbinden met de eigen beroepspraktijk. o Kan beschrijven hoe de gevonden informatie de beroepspraktijk verheldert en welke informatie eventueel nog ontbreekt om te komen tot een onderbouwde aanpak voor het probleem. o Kan op grond van de analyse een onderzoeksvraag formuleren voor een vervolgonderzoek waarmee de kennis over het praktijkprobleem verstevigd kan worden. Kennisbasis: In deze module staan enkele ontwikkelingen en methoden centraal die algemeen geldig zijn voor het brede domein van het forensisch sociaal werk (jeugd en volwassen, straf- en civielrechtelijk, intramuraal en ambulant). Ook ontwikkelingen in de nabije context van het forensisch sociale beroepsdomein worden behandeld. Studenten verdiepen zich gezamenlijk in vijf actuele en voor de forensische praktijk relevante thema s. De thema s zijn: 1. Professionele waarden en moresprudentie 2. Monitoren en beheersen van risico's 3. Transities en transformaties in het sociale en juridische domein 4. Ontwikkelingen rond de context van geslotenheid 5. Belang en kenmerken van werkalliantie in het gedwongen kader Daarnaast verdiepen zij zichzelf, via een praktijkgestuurde literatuurstudie, in een zelf gekozen professionele methodiek. 2.2 Cursus inhoud In alle contexten van het forensisch sociaal werk is het van cruciaal belang dat de professional in samenwerking met cliënten/systemen - een veilige, leerbare en werkbare balans vindt tussen controleren en begeleiden bij ambulant toezicht, of tussen beheersen van de veiligheid op de groep en (ped)agogische doelen in een intramurale setting. Methodisch werken aan risicobeheersing en verandering is zoveel mogelijk gericht op zelfregie van de cliënt / het gezin / de jongere en diens sociale netwerk of op de leefgroep. Kennis over enkele grondslagen hiervan wordt behandeld, in het licht van achterliggende paradigma s en op basis van onderzoek naar de werkzaamheid daarvan. 2.3 Ingangseisen Geen aanvullende ingangseisen 2.4 Kosten en studiematerialen Materiaal: Studiewijzer, te vinden via de cursussite op SharePoint; literatuur wordt zoveel mogelijk digitaal aangeboden. 2.5 Workload
De totale studielast van deze cursus is gelijk aan 280 uren. Het totaal aantal uren is berekend als het aantal EC's (10) maal 28 uur. 2.6 Opmerkingen Geen opmerking in Osiris geregistreerd 2.7 URL cursussite https://cursussen.sharepoint.hu.nl/fmr/32/adr-mfsp-m2-15
Titel Master FSP Module 3 Opleidingsvariant Deeltijd Collegejaar 2016-2017 1 Organisatorische gegevens 1.1 Cursuscode ADR-MFSP-M3-15 1.2 Cursusnaam Module 3: Begeleiden van leerprocessen 1.3 Cursusnaam in Engels Course 3: Supporting learning processes 1.4 Aantal EC's 10 European Credits 1.5 Studiefase/niveau Q (post-initiële master) 1.6 Opleiding (varianten) 1.7 Cursus toegankelijk voor studenten van andere faculteiten? 1.8 Excellentiemogelijkheden? 1.9 Contactpersoon Werkvormen zijn er in Deeltijd Toetsen zijn er in Deeltijd Nee 1.10 Voertaal Nederlands JMH Bosker (tel. 06-23125614) (jacqueline.bosker@hu.nl) 1.11 Werkvormen: Werkvorm Aanwezigheid verplicht? Frequentie In welke blokken wordt de werkvorm aangeboden? Leerteam (middag) verplicht 1 maal per week Werkcollege (hele dag) verplicht 1 maal per week blok 1 blok 3 blok 1 blok 3 1.12 Toetsen: Toetsvorm Resultaatschaal Minimum cijfer Weging (afgerond op hele procenten) Aantal keren dat een toets wordt aangeboden in een collegejaar In welke blokken wordt de toets aangeboden? Opbrengstenverslag 5,5 50 4. blok 2. blok 5 Verslag begeleidingstrajecten 5,5 50 4. blok 2. blok 5 2 Inhoudelijke gegevens
2.1 Cursus doel De student 1. kent de relevante theorieën over leren en leren van professionals en gebruikt deze op adequate wijze bij het ontwikkelen en uitvoeren van begeleidings- en/of coachingstrajecten; 2. kan leiding geven aan een reflectieve dialoog (met collega's, individueel of in teamverband), praktijken verhelderen, achterliggende opvattingen expliciteren en, indien nodig, deze herzien; 3. kan formuleren en onderkennen op welke specifieke thema s forensisch werkers kunnen vastlopen waardoor hun leren kan worden belemmerd; 4. is op de hoogte van theoretische en empirische kennis over de effecten van het werken in de forensische context op houding en gedrag van de professionals; 5. kan de vragen die in een reflectieve dialoog aan de orde komen, plaatsen in de relevante methodische thema s van het werken in gedwongen kader en kan helpen bij het verbinden van theorie en praktijk; 6. kent de relevante theorieën over de lerende organisatie en kan deze verbinden aan de eigen organisatie; 7. kan bijdragen aan het creëren van condities voor collectief leren; 8. onderkent de eigen sterke en zwakke punten als collegiale begeleider/coach en weegt af hoe dit in de begeleidings- en/of coachingstrajecten een rol kan spelen; 9. kan zich vanuit de context van de organisatie en collectief positioneren als adviseur, ontwikkelaar en begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen. Het werken in gedwongen kader vormt de context voor het leren. Dat betekent dat een aantal thema s die specifiek zijn voor het leren in deze context aan de orde zullen: Schurende waarden in het forensisch werk: de hybride werker. Macht: verantwoorden van machtsgebruik. De normatieve professional: de werker als prosociaal rolmodel. Verantwoordelijkheid en verantwoording: reikwijdte en beperkingen. Werkalliantie als drager van professionele invloed. Invloed van het gedrag en de levenssituatie van cliënt en cliëntsystemen op de professional (omgaan met grensoverschrijdende gedragingen, omgaan met agressie, omgaan met ondermijnend gedrag, invloed van traumatische gebeurtenissen rond de cliënt op de professional); zelfzorg en zorg om elkaar: signaleren en handelen. Professionele waarden versus publieke opinie. Kennisbasis: 1. Begeleiden van leerprocessen: intervisie 2. Leren en leren van professionals in een organisatie 3. Begeleiden van leerprocessen: individuele coaching 4. Talent en talentontwikkeling 5. Veerkracht 2.2 Cursus inhoud De MFSP dient een bijdrage te kunnen leveren aan leerprocessen in de organisatie. Het gaat daarbij zowel om het begeleiden en coachen van leerprocessen bij individuele collega s als om het bevorderen van een lerende organisatie, waar collectieve leerprocessen leiden tot ontwikkeling van het vak. De MFSP legt vanuit zijn eigen uitvoerende functie als master professional de verbinding tussen enerzijds beleidsafdeling en management van de organisatie en anderzijds de uitvoerende professionals. 2.3 Ingangseisen Geen aanvullende ingangseisen 2.4 Kosten en studiematerialen Materiaal: Studiewijzer, te vinden via de cursussite op SharePoint; literatuur wordt zoveel mogelijk digitaal aangeboden.
2.5 Workload De totale studielast van deze cursus is gelijk aan 280 uren. Het totaal aantal uren is berekend als het aantal EC's (10) maal 28 uur. 2.6 Opmerkingen Geen opmerking in Osiris geregistreerd 2.7 URL cursussite https://cursussen.sharepoint.hu.nl/fmr/33/adr-mfsp-m3-15
Titel Master FSP Module 4 Opleidingsvariant Deeltijd Collegejaar 2016-2017 1 Organisatorische gegevens 1.1 Cursuscode ADR-MFSP-M4-15 1.2 Cursusnaam Module 4: Regisseren en samenwerken in netwerken 1.3 Cursusnaam in Engels Course 4: Management and cooperation in networks 1.4 Aantal EC's 10 European Credits 1.5 Studiefase/niveau Q (post-initiële master) 1.6 Opleiding (varianten) 1.7 Cursus toegankelijk voor studenten van andere faculteiten? 1.8 Excellentiemogelijkheden? 1.9 Contactpersoon Werkvormen zijn er in Deeltijd Toetsen zijn er in Deeltijd Nee 1.10 Voertaal Nederlands JE Leenes (tel. +31884819769) (janeric.leenes@hu.nl) 1.11 Werkvormen: Werkvorm Aanwezigheid verplicht? Frequentie In welke blokken wordt de werkvorm aangeboden? Leerteam (middag) verplicht 1 maal per week Werkcollege (hele dag) verplicht 1 maal per week bij aanvangsblok 2: blok 2 bij aanvangsblok 2: blok 2 1.12 Toetsen: Toetsvorm Resultaatschaal Minimum cijfer Weging (afgerond op hele procenten) Aantal keren dat een toets wordt aangeboden in een collegejaar In welke blokken wordt de toets aangeboden? Groepsopdracht 5,5 50 2 bij aanvangsblok 2: MC/Open vragen Tentamen/Kennistoets 5,5 50 2 bij aanvangsblok 2:
2 Inhoudelijke gegevens 2.1 Cursus doel Leerdoelen: 1. Student heeft aantoonbare kennis van de theoretische kennisbasis van samenwerking in netwerken; 2. Student kan de theoretische kennisbasis met voorbeelden uit de praktijk toelichten (deductief) en omgekeerd, praktijkvoorbeelden in een theoretische context plaatsen; 3. Student kan de opgedane kennis en inzichten vertalen in een uitgevoerd praktijkgericht evaluatieonderzoek alsmede toepassen in een op onderzoek en analyse gebaseerd (probleemoplossend) advies aan verschillende stakeholders in de samenwerking; 4. Student is in staat samenwerkingsverbanden te regisseren en daarop te reflecteren; 5. Student kan een inhoudelijk oordeel en advies over samenwerken in woord in schrift duidelijk en ondubbelzinnig overbrengen op diverse publieksgroepen. Kennisbasis: 1. Bouwstenen van netwerken (tijdelijk en permanente vormen) 2. Stakeholders; posities en wederzijdse belangen 3. Regie en netwerksturing 4. Rollen en stijlen in samenwerking 5. Samenwerken in en met vertrouwen en morele dilemma s 6. Informatiedeling en privacy 7. (Maatschappelijke) kosten en baten; transactiekosten samenwerking 8. Legitimiteit en democratische inbedding 9. Effectiviteit, doelmatigheid van samenwerken 2.2 Cursus inhoud Deze module heeft tot doel studenten inzicht te geven in de bouwstenen van het regisseren en samenwerken in netwerken. Netwerken die bestaan uit diverse organisaties, gegroepeerd rond diverse voor de doelgroep van studenten relevante thema s. Daarnaast richt deze module zich op het stimuleren van een onderzoekende houding van studenten rondom het thema van samenwerken in netwerken. De vereiste vaardigheden om een netwerk te beschrijven komen ook aan bod. De opgedane kennis en vaardigheden worden getoetst in een tentamen en groepsopdracht waarin studenten een zelf gekozen netwerk van organisaties die samenwerken, beschrijven en analyseren aan de hand van de geboden literatuur. 2.3 Ingangseisen Geen aanvullende ingangseisen 2.4 Kosten en studiematerialen Materiaal: Studiewijzer, te vinden via de cursussite op SharePoint; literatuur wordt zoveel mogelijk digitaal aangeboden. 2.5 Workload De totale studielast van deze cursus is gelijk aan 280 uren. Het totaal aantal uren is berekend als het aantal EC's (10) maal 28 uur. 2.6 Opmerkingen Geen opmerking in Osiris geregistreerd 2.7 URL cursussite https://cursussen.sharepoint.hu.nl/fmr/33/adr-mfsp-m4-15
Titel Master FSP Module 5 Opleidingsvariant Deeltijd Collegejaar 2016-2017 1 Organisatorische gegevens 1.1 Cursuscode ADR-MFSP-M5-16 1.2 Cursusnaam Module 5: Onderzoeksvaardigheden voor forensisch sociale beroepspraktijken 1.3 Cursusnaam in Engels Course 5: Research skills for forensic social practices 1.4 Aantal EC's 20 European Credits 1.5 Studiefase/niveau Q (post-initiële master) Werkvormen zijn er in Deeltijd 1.6 Opleiding (varianten) Toetsen zijn er in Deeltijd Cursus toegankelijk voor 1.7 studenten van andere faculteiten? Nee 1.8 Excellentiemogelijkheden? 1.9 Contactpersoon AG Donker (andrea.donker@hu.nl) 1.10 Voertaal Nederlands 1.11 Werkvormen: Werkvorm Aanwezigheid verplicht? Frequentie In welke blokken wordt de werkvorm aangeboden? Leer-werkplaats verplicht 1 maal per week Werkcollege verplicht 1 maal per week blok 1 blok 3 blok 1 blok 3 1.12 Toetsen:
Toetsvorm Resultaatschaal Minimum cijfer Weging (afgerond op hele procenten) Aantal keren dat een toets wordt aangeboden in een collegejaar In welke blokken wordt de toets aangeboden? Eindopdracht professionele reflectie 5,5 10 4 Onderzoeksplan 5,5 50 4. blok 2. blok 5 Onderzoeksrapportage 5,5 40 4 2 Inhoudelijke gegevens 2.1 Cursus doel De student toont een onderzoekende houding door een kritische maar constructieve omgang met kennis en kennisbronnen. De student toont een onderzoekende houding door het formuleren van relevante en afgebakende praktijkgerichte onderzoeksvragen. B. Onderzoek gebruiken De student heeft overzicht over bruikbare kennisbronnen en is in staat effectief zoekstrategieën in te zetten bij het gebruik van kennisbronnen. De student is in staat kerninformatie te destilleren uit kwalitatieve en kwantitatieve onderzoekrapportages op basis van basale kennis van wetenschapsfilosofie, onderzoeksmethodologie en statistiek. De student is in staat de methodische grondigheid en praktische relevantie van onderzoek op waarde te schatten. C. Onderzoek doen De student is in staat een functioneel en uitvoerbaar ontwerpgericht onderzoeksplan voor een praktijkprobleem te maken met daarin de onderdelen probleemstelling, verantwoording, theoretisch kader, methode, tijd- en faseringsschema, literatuur. Subdoelen hierbij zijn: De student is in staat zijn probleemstelling kritisch en constructief te positioneren in het licht van zowel wetenschappelijk onderbouwde kennis als ook van gedocumenteerde professionele expertise De student is in staat zijn probleemstelling te vertalen in een methode met de kenmerken van ontwerpgericht onderzoek en overtuigend te beredeneren waarom de gekozen methoden voor dataverzameling en -analyse afdoende valide, betrouwbaar en bruikbaar is. De student is in staat overtuigend te beredeneren waarom de gekozen indicatoren afdoende valide, betrouwbaar en bruikbaar zijn om het ontwerp aan te toetsen. De student is in staat zijn onderzoek uit te voeren conform het onderzoeksplan of beredeneerd af te wijken, en uit de analyse logische conclusies te trekken. De student is in staat zijn onderzoek schriftelijk te rapporteren, waarbij onderzoekconclusies en theoretisch kader op transparante wijze zijn uitgewerkt tot een voor de praktijk relevant en begrijpelijk advies. D. Vermogen tot professionele visievorming De student kan middels verdiepende reflectie onderbouwen op welke wijze hij / zij kan bijdragen aan verbetering van het eigen functioneren, het functioneren van de organisatie waarin hij werkt, en het functioneren van de beroepsgroep. Hij kan zijn methodische, praktische en theoretische kennis inzetten ter verbetering van het eigen professioneel
handelen, van & nbsp;de organisatie, het werkveld binnen de maatschappelijke context. A. Onderzoekende houding 1.De student toont een onderzoekende houding door een kritische maar constructieve omgang met kennis en kennisbronnen. 2.De student toont een onderzoekende houding door het formuleren van relevante en afgebakende praktijkgerichte onderzoeksvragen. B. Onderzoek gebruiken 1.De student heeft overzicht over bruikbare kennisbronnen en is in staat effectief zoekstrategieën in te zetten bij het gebruik van kennisbronnen. 2.De student is in staat kerninformatie te destilleren uit kwalitatieve en kwantitatieve onderzoekrapportages op basis van basale kennis van wetenschapsfilosofie, onderzoeksmethodologie en statistiek. 3.De student is in staat de methodische grondigheid en praktische relevantie van onderzoek op waarde te schatten. C. Onderzoek doen 1.De student is in staat een functioneel en uitvoerbaar ontwerpgericht onderzoeksplan voor een praktijkprobleem te maken met daarin de onderdelen probleemstelling, verantwoording, theoretisch kader, methode, tijd- en faseringsschema, literatuur. Subdoelen hierbij zijn: 1. De student is in staat zijn probleemstelling kritisch en constructief te positioneren in het licht van zowel wetenschappelijk onderbouwde kennis als ook van gedocumenteerde professionele expertise (evidence based practice). 2. De student is in staat zijn probleemstelling te vertalen in een methode met de kenmerken van ontwerpgericht onderzoek en overtuigend te beredeneren waarom de gekozen methoden voor dataverzameling en -analyse afdoende valide, betrouwbaar en bruikbaar is. 3. De student is in staat overtuigend te beredeneren waarom de gekozen indicatoren afdoende valide, betrouwbaar en bruikbaar zijn om het ontwerp aan te toetsen. 4. De student is in staat zijn onderzoek uit te voeren conform het onderzoeksplan of beredeneerd af te wijken, en uit de analyse logische conclusies te trekken. 5. De student is in staat zijn onderzoek schriftelijk te rapporteren, waarbij onderzoekconclusies en theoretisch kader op transparante wijze zijn uitgewerkt tot een voor de praktijk relevant en begrijpelijk advies. D. Vermogen tot professionele visievorming 1.De student kan middels verdiepende reflectie onderbouwen op welke wijze hij / zij kan bijdragen aan verbetering van het eigen functioneren, het functioneren van de organisatie waarin hij werkt, en het functioneren van de beroepsgroep. Hij kan zijn methodische, praktische en theoretische kennis inzetten ter verbetering van het eigen professioneel handelen, van de organisatie, het werkveld binnen de maatschappelijke context. 2.2 Cursus inhoud Met het doorlopen van module 5 wordt de Master FSP afgerond. Na het succesvol doorlopen van deze module heeft de student zijn/haar onderzoeksvaardigheden tot op professioneel masterniveau ontwikkeld en gericht op het forensisch sociale domein. Deze onderzoeksvaardigheden maken dat de student het vermogen heeft verkregen een bijdrage te leveren aan de verbetering van de forensisch sociale beroepspraktijk. De student heeft geleerd een probleemanalyse te maken door eerst praktijkproblemen te signaleren, daarna de reikwijdte ervan te inventariseren, vervolgens op systematische wijze het probleem te beschrijven en het daarbij ook te relateren aan bestaande relevante kennis vanuit de wetenschappelijke bronnen en diverse bronnen van praktijkkennis. De student kan de aldus verkregen probleemanalyse vervolgens vertalen naar een ontwerp gericht op het verbeteren / innoveren van de organisatie, op het werkveld en/of op het bredere beroepenveld. Middels een onderzoek volgens de ontwerpgerichte onderzoeksmethode kan de student vervolgens een praktijktoets uitvoeren en de uitkomst daarvan uitwerken tot een advies. Daarnaast rondt de student in module 5 de leerlijn die is gericht op professioneel reflectievermogen af middels een afsluitende reflectieopdracht. 2.3 Ingangseisen Om deze module te mogen volgen, dient de student ten minste drie modulen van module 1 t/m 4 te hebben behaald. De eindbeoordeling, zijnde de deeltoetsen Onderzoekrapportage en de Eindopdracht professionele reflectievaardigheden, vindt pas plaats als module 1 t/m 4 en de deeltoets Onderzoeksplan van module 5 zijn behaald. 2.4 Kosten en studiematerialen
Materiaal: Studiewijzer, te vinden via de cursussite op SharePoint: literatuur wordt zoveel mogelijk digitaal aangeboden. 2.5 Workload De totale studielast van deze cursus is gelijk aan 560 uren. Het totaal aantal uren is berekend als het aantal EC's (20) maal 28 uur. 2.6 Opmerkingen Geen opmerking in Osiris geregistreerd 2.7 URL cursussite https://cursussen.sharepoint.hu.nl/fmr/33/adr-mfsp-m5-16