patiënteninformatie borstbesparende operatie U wordt opgenomen in het ziekenhuis voor een borstbesparende operatie in verband met borstkanker. Hieronder leest u meer informatie over de operatie. Dit is ter ondersteuning van de informatie die u van de mammacareverpleegkundige heeft ontvangen. In de folder Opname Chirurgie, hoe gaat dat? vindt u meer informatie over uw opname. Niet alle gegevens in die folder zijn voor u van toepassing. Specifieke informatie vindt u hieronder. Voor algemene informatie over het ziekenhuis verwijzen wij u naar de folder Het olvg van a tot z.
Planning operatie en nazorg Wanneer Tussen de diagnose en de opname Tussen de diagnose en de opname Dag voor operatie Operatiedag Week na de operatie Wat bezoek Polikliniek Pre-operatief Onderzoek (PPO) gesprek met mammacareverpleegkundige u gaat naar Radiologie (Nucleaire Geneeskunde) voor de schildwachtklierprocedure u belt tussen 15.00 en 16.00 uur naar verpleegafdeling C5 over het tijdstip dat u wordt verwacht, (020) 599 25 04 vanaf 24.00 uur mag u niets meer eten. Van 2 tot 0 uur voor de opname mag u ook niet meer drinken of roken. nuchter melden op verpleegafdeling C5 operatie op OK (operatiekamer) daarna naar Recovery (uitslaapkamer) terug naar verpleegafdeling, weer eten en drinken meestal mag u dezelfde dag naar huis gesprek met de chirurg over uitslag weefselonderzoek 2 weken na de operatie gesprek met mammacareverpleegkundige 2
De operatie Voorbereiding Voor uw opname heeft u een afspraak bij de Polikliniek Pre-operatief Onderzoek (PPO). Hier heeft u een gesprek over de manier van verdoven en de gang van zaken rond uw operatie. Meer informatie over dit gesprek vindt u in de folder Anesthesie en pijnbestrijding. Voor de operatie heeft u ook een gesprek met een coassistent en de mammacareverpleegkundige. Tijdens het gesprek met de mammacareverpleegkundige krijgt u uitleg over de operatie en kunt u vragen stellen. De planner van de afdeling Chirurgie geeft u telefonisch door wanneer u wordt geopereerd. Zie de folder Opname bij Chirurgie. De dag voor de operatie Om ervoor te zorgen dat de arts de schildwachtklier op kan sporen, gaat u de dag voor uw operatie naar de afdeling Radiologie (Nucleaire Geneeskunde). U krijgt een injectie in uw borst met een radioactieve stof. Deze stof gaat naar de schildwachtklier en wordt daar zichtbaar. Deze stof is niet schadelijk voor u. Na een half uur maakt de laborant foto s van uw borst en oksel. Na twee uur worden opnieuw foto s gemaakt. Met de foto s kunnen we zien of de radioactieve stof goed is aangekomen in de schildwachtklier. Als dit niet zo is moet dan opnieuw radioactieve stof worden ingespoten. De dag voor de operatie belt u tussen 15.00 en 16.00 uur naar verpleegafdeling C5 over het tijdstip dat u wordt verwacht, (020) 599 25 04. De planner van de afdeling Chirurgie geeft u telefonisch door wanneer de operatie is. Opname Op de dag van de operatie meldt u zich nuchter op de verpleegafdeling. Om nuchter te zijn mag u vanaf 24.00 uur s nachts niet meer eten. Van 2 tot 0 uur voor de opname mag u ook niet meer drinken of roken. U mag iemand meenemen om samen met u te wachten tot de operatie. Het definitieve tijdstip van uw operatie hoort u op de afdeling. Houd er rekening mee dat het altijd mogelijk is dat een operatie uitgesteld wordt door onvoorziene omstandigheden. Bijvoorbeeld als een patiënt spoedeisende hulp nodig heeft. Deze patiënten krijgen om medische redenen altijd voorrang. Wij doen er alles aan om u zo snel mogelijk te opereren. 3
Schildwachtklierprocedure De schildwachtklier is de eerste lymfeklier(en) die in contact staat met de borsttumor. Deze klier of klieren zit(ten) in uw oksel of soms rond uw borstbeen. Het is belangrijk om te achterhalen of er tumorcellen in deze lymfeklier(en) zijn. Het onderzoek hiernaar noemen we de schildwachtklierprocedure. De arts zoekt welke lymfeklier als eerste in contact staat met de borsttumor via een nucleair onderzoek. Daarna verwijdert hij de klier(en). De patholoog moet onder de microscoop naar de schildwachtklier kijken. Dan pas is bekend of er uitzaaiingen zijn. De uitslag bepaalt uw verdere behandeling. Deze schildwachtklierprocedure doet de arts tegelijk met een operatie aan uw borst, zoals een borstbesparende operatie of een amputatie. Verwijderen schildwachtklier De chirurg spuit voor de operatie een blauwe vloeistof in uw borst om de schildwachtklier beter te zien. Deze vloeistof gaat naar de schildwachtklier. Dit doet de chirurg ter controle: hij ziet de klier, die hij eerst alleen op de foto zag, nu ook met het blote oog door het blauwe stofje. De chirurg verwijdert de schildwachtklier(en). De blauwe vloeistof die is ingespoten, is na de operatie zichtbaar als blauwe plek op uw borst. Uw lichaam neemt de verfstof langzaam op. Dit kan een jaar duren. Direct na de operatie is uw urine groen gekleurd. Dit is niet schadelijk. Uitslag De chirurg stuurt de verwijderde schildwachtklier naar de patholoog. De patholoog kijkt onder de microscoop of de klieren kwaadaardige cellen bevatten. Ongeveer één week na de operatie komt u voor controle bij de chirurg. Hier krijgt u van de chirurg de uitslag van het pathologisch onderzoek. Als er kwaadaardige cellen zijn gevonden, stelt de chirurg voor om ook alle andere klieren in die oksel te verwijderen. U krijgt dan informatie over de tweede operatie of over radiotherapie. Versnelde procedure Als de schildwachtklier kwaadaardige cellen bevat, bespreken we dit met u. Uw specialist bespreekt dan of een tweede operatie nodig is om alle okselklieren te verwijderd, of dat u voor een bestraling kunt kiezen. 4
De patholoog ontvangt dan tijdens de operatie de klieren en onderzoekt de klieren direct. Als de patholoog kwaadaardige cellen vindt, verwijdert de chirurg tijdens de operatie direct alle andere oksellymfeklieren. Als de patholoog géén kwaadaardige cellen vindt, verwijdert de chirurg de overige klieren niet. De uitslag van deze versnelde procedure tijdens de operatie is nooit helemaal zeker. Voor een definitieve uitslag heeft de patholoog meer tijd nodig. Als blijkt dat er bij de definitieve uitslag toch kwaadaardige cellen zijn gevonden, moeten de klieren alsnog worden verwijderd in een tweede operatie of met radiotherapie. Dit bespreekt de arts met u in de afspraak een week na de operatie. De operatie Nadat de schildwachtklier is verwijderd. Verwijdert de chirurg ook de tumor in uw borst. Na de operatie Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (Recovery). U heeft een infuus in uw arm. U heeft een wond op uw borst en in de oksel. Deze is deels onder de huid gehecht. Aan de buitenkant zijn er zwaluwstaartjes over de wond geplaatst, met daarover een transparante pleister. Deze mogen blijven zitten tot aan uw afspraak met de chirurg Als u helemaal wakker bent en alles goed gaat, brengt de verpleegkundige u terug naar de verpleegafdeling. Op de verpleegafdeling mag u weer eten en drinken. Als u misselijk bent kan de verpleegkundige u hiervoor medicijnen geven. De verpleegkundige verwijdert het infuus als u zelf weer eet en drinkt en hier niet misselijk van wordt. Ook moet u geplast hebben. Pijn U heeft waarschijnlijk weinig pijn omdat de wond niet groot is en u pijnstillers krijgt. Als u pijn heeft krijgt u een extra pijnstiller. De verpleegkundige vraagt u naar uw pijnscore via de pijnmeter. Het cijfer 0 betekent geen pijn en 10 betekent ondraaglijke pijn. Afhankelijk van de score kan de verpleegkundige u extra pijnstillers geven. Uitslag De chirurg stuurt de tumor naar de patholoog. De patholoog kijkt onder de microscoop welke eigenschappen de tumor heeft. Ongeveer één week na de operatie 5
komt u voor controle bij de chirurg. Hier krijgt u van de chirurg de uitslag van het pathologisch onderzoek. Naar aanleiding van de uitslag kan de arts een aanvullende behandeling adviseren, zoals radiotherapie, chemotherapie, hormoontherapie, immunotherapie. Als uit het onderzoek van de patholoog blijkt dat niet al het tumorweefsel is weggenomen is een tweede operatie nodig. Dit bespreekt hij met u. Mammaprint (gen-expressietest) Na de operatie kan een gen- expressietest worden uitgevoerd. Met de gen-expressietest of mammaprint kan worden bepaald hoe agressief een borsttumor is. Bij deze test wordt na de borstoperatie tumorweefsel onderzocht. Dankzij het onderzoek van de genen in het weefsel kan uw arts het risico op uitzaaiingen beter inschatten. Dit is bijvoorbeeld belangrijk voor de vraag of chemotherapie in uw situatie nodig is. Belangrijk wetenschappelijk onderzoek naar de gen-expressietest is nog niet geheel afgerond. Hierdoor is tot nu toe nog niet bewezen dat er daadwerkelijk sprake is gezondheidswinst. De verwachtingen zijn hoog door eerdere studies. Het OLVG maakt daarom gebruik van de gen-expressietest (mammaprint). Toepassing van gen-expressietest in OLVG In het OLVG wordt iedere patiënt met borstkanker voor en na de operatie in het multidisciplinair team besproken. Dit team bespreekt het te volgen behandelplan en stelt vast of een gen-expressietest voor u zinvol kan zijn. Als dat het geval is, bespreekt uw internist- oncoloog dit met u. Kijk voor meer informatie op www.mammaprint.nl Naar huis De verpleegkundige bekijkt samen met u en de arts of u naar huis kunt. In de meeste gevallen kunt u nog dezelfde dag het ziekenhuis verlaten. Als u, de verpleegkundige of de arts het niet verantwoord vindt om naar huis te gaan, kunt u een nacht blijven. Voordat u het ziekenhuis verlaat, heeft u met de verpleegkundige een ontslaggesprek waarin hij of zij de nazorgadviezen met u bespreekt. U krijgt een afspraak voor het polikliniekbezoek bij de chirurg en een aparte afspraak bij de mammacareverpleegkundige. Deze zijn niet op dezelfde dag gepland. Zo kunt u 6
thuis de uitslag en voorgestelde behandeling laten bezinken en vragen bedenken die u aan de mammacareverpleegkundige kunt stellen. Begeleiding naar huis Bij het verlaten van het ziekenhuis moet een volwassene u begeleiden. U mag niet met het openbaar vervoer reizen omdat dit te inspannend kan zijn. Wij raden u aan de eerste 24 uur na uw operatie niet alleen thuis te zijn. Houd de eerste 24 uur na de operatie rust. Adviezen voor thuis na de operatie Soms ontstaat er een bloeduitstorting die de huid rondom het litteken rood of blauw kleurt. Deze bloeduitstorting kan langzamerhand naar beneden zakken. Dit kan geen kwaad en verdwijnt geleidelijk weer. Vragen of complicaties na de operatie Neem contact op met de mammacareverpleegkundige bij vragen of zorgen en in ieder geval: bij een nabloeding. Een nabloeding is te herkennen aan een gezwollen borst, vaak samen met pijn en een strak staande huid. bij een wondontsteking. Een wondontsteking is te herkennen aan roodheid, zwelling, warmte of pus. Ook kunt u koorts hebben. als de wond open gaat staan. Het kan voorkomen dat de wondranden uit elkaar gaan staan, dit heet wijken. Als de mammacareverpleegkundige niet aanwezig is op het moment dat u belt, kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling waar u gelegen heeft. Pleister De doorzichtige pleister op de wond kunt u laten zitten. De chirurg verwijdert de pleister tijdens het eerste controlebezoek. De pleister mag nat worden. Als de pleister loslaat is dat niet erg. Re-excisie Als uit de uitslag van het weefselonderzoek door de patholoog blijkt dat de tumor tijdens de operatie niet helemaal is weggenomen, is een tweede operatie nodig. Dit heet een re-excisie (van uw borst). De opname verloopt hetzelfde als de vorige keer. Tijdens de operatie verwijdert de chirurg het achtergebleven tumorweefsel. Dit doet hij via het oude litteken. 7
Uitslag De uitslag van de patholoog is na een week bekend. Naar aanleiding van de uitslag kan uw arts een aanvullende behandeling adviseren, zoals radiotherapie of chemotherapie, hormonale therapie, immunotherapie. Dit bespreekt hij met u. onze lieve vrouwe gasthuis postbus 95500 1090 hm amsterdam ' (020) 599 91 11 www.olvg.nl algemene voorwaarden, kijk op www.olvg.nl/algemene_voorwaarden klacht of opmerking, ga naar www.olvg.nl/klacht Redactie en uitgave Marketing en Communicatie juni 2014/chirurgie/301-1010/2013237