DJI in getal 2011-2015 De divisies GW/VB en ForZo/JJI nader belicht April 2016
Colofon Directie Afdeling Directie Beleid en Bestuursondersteuning Beleid, cluster Analyse Adresgegevens Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 30132 2500 GC Den Haag www.dji.nl Contactpersonen GW: Paul Linckens VB/JJI: Hans Valstar ForZo: Nol van Gemmert E: j.valstar@dji.minjus.nl E: p.linckens@dji.minjus.nl E: n.van.gemmert@dji.minjus.nl Mmv : Tijs Bagchus Willem Gordeau Joost de Looff Cyril van Schijndel Theo Afman Pagina 3 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Pagina 4 van 107
Voorwoord De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) heeft als missie het leveren van een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan onze zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. Deze publicatie geeft inzicht in de ontwikkelingen van de doelgroepen gevangeniswezen, vreemdelingenbewaring, forensische zorg en justitiële jeugdinrichtingen en beslaat de periode 2011-2015. De publicatie is bedoeld voor het management en beleidsmedewerkers van DJI, het bestuursdepartement van VenJ, onderzoekers en andere geïnteresseerden. In 2013 is het Masterplan DJI 2013-2018 in de Tweede Kamer besproken en vastgesteld, waarin naast de financiële taakstelling ook de effecten op personeel en de capaciteit in beeld zijn gebracht. Onlangs is opnieuw met de Tweede Kamer de lagere behoefte aan capaciteit van DJI besproken. In onderdelen van deze publicatie is de lagere behoefte aan capaciteit terug te zien. De publicatie DJI in getal 2011-2015 is te vinden op internet: www.dji.nl. Peter Hennephof Hoofddirecteur Dienst Justitiële Inrichtingen Pagina 5 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Pagina 6 van 107
Inhoud Colofon 3 Voorwoord 5 Samenvatting 9 Hoofdstuk 1 Inleiding 13 1.1 Inleiding/Aanleiding 13 1.2 Doel 13 1.3 Leeswijzer 13 Hoofdstuk 2 Gevangeniswezen 2011-2015 15 2.1 Inleiding 15 2.2 Capaciteit 15 2.3 Instroom 18 2.4 Populatie 23 2.5 Uitstroom 32 2.6 Incidenten 37 2.7 Recidive 40 Hoofdstuk 3 Vreemdelingenbewaring 2011-2015 45 3.1 Inleiding 45 3.2 Capaciteit 45 3.3 Instroom 47 3.4 Populatie 50 3.5 Uitstroom 52 3.6 Incidenten 53 Hoofdstuk 4 Forensische Zorg 2011-2015 55 4.1 Inleiding 55 4.2 Capaciteit tbs 56 4.3 Instroom 57 4.4 Populatie 63 4.5 Uitstroom 66 4.6 Incidenten 68 4.7 Overige Forensische Zorg 69 4.8 Recidive 73 Hoofdstuk 5 Justitiële Jeugd Inrichtingen 2011-2015 75 5.1 Inleiding 75 5.2 Capaciteit 75 5.3 Instroom 78 5.4 Populatie 84 5.5 Uitstroom 88 5.6 Incidenten 91 5.7 Recidive 92 Bijlage 1 Kengetallen DJI 94 Bijlage 2 Processchema Gevangeniswezen 96 Bijlage 3 Processchema Vreemdelingenbewaring 97 Bijlage 4 Processchema Forensisch Psychiatrisch Circuit 98 Bijlage 5 Processchema Justitiële Jeugd Inrichtingen 99 Bijlage 6 Begrippenlijst 100 Pagina 7 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Pagina 8 van 107
Samenvatting DJI De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is gedurende de periode 2011-2015 geconfronteerd met een sterke afname van de bezetting en daarmee de behoefte aan plaatsen. De totale bezetting is gedaald van 15.170 naar 11.005: een daling van 27%. De dalende behoefte aan plaatsen heeft geleid tot leegstand. Als reactie hierop is de direct inzetbare capaciteit verminderd van 17.069 plaatsen tot 14.953 plaatsen: een afname van 12%. De afname is (groten)deels tot stand gekomen door het sluiten van meerdere inrichtingen en het in reserve zetten van plaatsen. De overige forensische zorg daarentegen laat een sterke groei zien. Het gerealiseerd aantal plaatsen bij zorgaanbieders is toegenomen van 1.254 in 2011 tot 2.210 in 2015. Steeds minder jongeren zitten vast in een justitiële jeugdinrichting, een penitentiaire inrichting van het gevangeniswezen of een forensisch psychiatrisch centrum voor tbs ers. Het aantal minderjarigen van 12 t/m 17 jaar per 100.000 inwoners binnen dezelfde leeftijdsklasse daalde met 55% en het aantal jongvolwassenen van 18 t/m 22 nam in totaal af met 44%. Voor de overige justitiabelen geldt een veel minder sterke daling van 20%. In deze percentages is de bezetting van de inrichtingen voor vreemdelingenbewaring buiten beschouwing gelaten. In de eerdere schakels van de strafrechtketen zijn in het algemeen eveneens sterkere dalingen te zien bij de jongeren dan bij de meerderjarigen. In 2015 hebben drie ontvluchtingen plaatsgevonden tegen 15 in 2011. Gezien de kleine aantallen is al gauw sprake van een relatief grote toe- of afname. Dit geldt overigens ook voor suïcides. In 2015 waren 13 suïcides te betreuren; in 2011 waren het er 18. Gevangeniswezen In de verslagperiode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2015 is de gemiddelde direct inzetbare capaciteit met ruim 700 plaatsen afgenomen (van 12.219 tot 11.497 plaatsen). Binnen het totaal is het aantal plaatsen op meerpersoonscellen de afgelopen jaren fors toegenomen: van 2.200 plaatsen eind september 2012 tot 3.700 eind september 2015. Er heeft een daling van de instroom plaatsgevonden van 41.400 personen (2014) naar 38.400 (2015). In 2015 is met name de instroom van arrestanten gedaald. Met 8.976 personen komt de totale populatie (bezetting op peilmoment) in 2015 22% lager uit dan in 2011 (incl. extramuraal). Opvallend is de zeer sterke daling van het aantal gedetineerden in voorlopige hechtenis en het grillige verloop van de justitiabelen dat is ingesloten vanwege het niet betalen van een financiële sanctie. Mede als gevolg van de invoering van het adolescentenstrafrecht (ASR) in 2014 is het aantal adolescenten binnen het gevangeniswezen zeer sterk afgenomen: de categorie 18-19 jaar met 65% en de categorie 20-22 jaar met 47%. De helft van alle gedetineerden die in 2015 zijn uitgestroomd, kende een verblijfsduur van maximaal drie weken (mediaan). Pagina 9 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 De detentierecidive (opnieuw in detentie) is gedaald: 35,2% van degenen die in 2002 uitstroomden was binnen twee jaar terug in detentie, bij de uitstroom 2013 is dit binnen twee jaar 30,8%. De WODC-cijfers (opnieuw in contact met justitie) liggen hoger (is immers breder dan alleen detentie; bijv. ook taakstraffen), maar geven ook een daling weer (van 56,6% bij uitstroom 2002 tot 47,3% bij uitstroom 2010). Binnen de onderzochte landen van Europa heeft Nederland na Finland de laagste detentieratio: Nederland 57 gedetineerden per 100.000 inwoners, Finland 54 per 100.000 (Engeland en Wales kennen de hoogste detentieratio: 148 per 100.000 inwoners). Vreemdelingenbewaring De capaciteit bij de Vreemdelingenbewaring (VB) is gedaald van 1.950 plaatsen in 2011 naar 1.179 in 2015; een daling van circa 40%. De bezetting is fors afgenomen: van 1.191 personen in 2011 tot 155 personen in 2015. Dit is een daling van 87%. In 2015 is de instroom gedaald tot 2.176 vreemdelingen; in vergelijking met 2011 is dat een afname van bijna 65%. De meest voorkomende landen (top 5) van waaruit vreemdelingen zijn ingestroomd in 2015, zijn: Albanië (8,9%), Marokko (8,4%), Algerije (3,6%), Nigeria (3,5%) en Irak (3,0%). Vanaf begin 2014 vinden uitzettingen niet meer plaats vanuit de uitzetcentra, maar direct vanuit de locaties waar de bewaring op dat moment wordt uitgevoerd. In oktober 2014 is er een tijdelijke voorziening voor gezinnen met kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV er) in gebruik genomen. De structurele voorziening wordt in april 2016 in gebruik genomen. De verblijfsduur in vreemdelingenbewaring is afgenomen van gemiddeld 11 weken in 2011 naar acht weken in 2015. Forensische Zorg De capaciteit van de Forensische Psychiatrische Centra (FPC s) is gedaald van 2.062 plaatsen in 2011 tot 1.630 in 2015: dit is een daling met ruim 20%. De bezetting is afgenomen van 1.875 personen in 2011 tot 1.463 in 2015: minus 22%. Naast de FPC s kent de divisie ook de verantwoordelijkheid voor Overige Forensische Zorg (OFZ). Het gaat hierbij om alle forensische zorg in strafrechtelijk kader anders dan FPC s. Deze vorm van zorg laat een sterke stijging zien van het aantal gerealiseerde plaatsen bij zorgaanbieders; van 1.254 in 2011 tot 2.210 in 2015. Er treedt een stijging op van ruim 75%. Het aantal opleggingen terbeschikkingstelling (tbs) met bevel tot verpleging is in tien jaar tijd meer dan gehalveerd. Het aantal opleggingen in 2015 bedraagt 95. Het aantal opleggingen tbs met voorwaarden stabiliseert zich de afgelopen jaren rond de 70 per jaar. In april 2013 is door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een convenant gesloten met Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) Nederland en de Vereniging Pagina 10 van 107
Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Een belangrijk element in dit convenant betreft het terugbrengen van de behandelduur van tbs met dwangverpleging naar gemiddeld acht jaar. De meest recente meetwaarde komt uit op 7,5 jaar. De prevalentie van algemene 2-jarige recidive van tbs ers uitgestroomd in de periode 2000-2011 varieert tussen de 19,1% en 27,0%. De prevalentie ernstige recidive varieert tussen de 15,9% en 23,5%. De prevalentie van ex-tbs-gestelden met bevel tot verpleging die binnen twee jaar zeer ernstig recidiveren, ligt daarentegen een stuk lager: tussen 4,4% en 7,8%. Over de jaren heen valt op dat de prevalentie recidivisten vanaf het cohort 2000-2004 daalt. Justitiële Jeugd Inrichtingen De direct inzetbare capaciteit van de Justitiële Jeugd Inrichtingen (JJI s) is afgenomen van 838 plaatsen in 2011 tot 647 plaatsen in 2015. Dit is een daling van bijna 23%. De bezetting is afgenomen van 559 jeugdigen in 2011 tot 411 jeugdigen in 2015: een afname van ruim 26%. Medio 2015 zijn drie rijksinrichtingen samengevoegd tot één rijksinrichting bestaande uit drie locaties (Hartelborgt, Den Hey-Acker en Hunnerberg). De instroom is gedaald van 1.846 jeugdigen in 2011 tot 1.437 in 2015: minus 22%. In 2015 is er echter een lichte stijging te zien ten opzichte van 2014 in het aantal opnames van strafrechtelijk jeugdigen: deze hangt nauw samen met de invoering van het adolescentenstrafrecht (ASR) en gaat samen met een veel sterkere afname van deze groep in het gevangeniswezen. In 2015 zijn er in totaal ruim 300 ASRjeugdigen opgenomen in een JJI. Als gevolg hiervan valt een duidelijke stijging waar te nemen bij de zittende populatie van de leeftijdsklasse van 18 jaar en ouder : van circa 53% in 2011 tot circa 71% in 2015. Door de jaren heen kan gesteld worden dat van de zittende populatie circa 40% voorlopig gehecht is, 10% jeugddetentie heeft en 50% een PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen). Het aantal lopende PIJ-maatregelen is afgenomen van ruim 300 in 2011 tot ruim 200 in 2015: dit is een afname van bijna eenderde. Het percentage recidive binnen twee jaar na beëindiging van de PIJ-maatregel bedraagt voor het uitstroomjaar 2011 13,0% voor wat betreft zeer ernstige recidive. Over het uitstroomjaar 2005 bedroeg het percentage nog 22,9%. Pagina 11 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Pagina 12 van 107
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding/aanleiding Sinds 2009 brengt DJI jaarlijks de publicaties in getal uit. Deze publicaties bevatten vooral kwantitatieve informatie over de doelgroepen gevangeniswezen, vreemdelingenbewaring, forensische zorg en justitiële jeugdinrichtingen. De laatste versie is uitgebracht in mei 2015 en omvatte de periode 2010 tot en met 2014. In 2015 heeft er binnen DJI een reorganisatie plaatsgevonden, waarbij de doelgroepen gevangeniswezen en vreemdelingenbewaring zijn samengevoegd tot één divisie GW/VB en de doelgroepen forensische zorg en justitiële jeugdinrichtingen tot de divisie ForZo/JJI. Voor u ligt de nieuwe publicatie 2011-2015. De opzet is tot stand gekomen op advies van enkele stakeholders, waarbij de verschillende doelgroepen in één rapport zijn samengebracht DJI in getal; de divisies GW/VB en Forzo/JJI nader belicht. 1.2 Doel De publicatie DJI in getal 2011-2015 geeft een overzicht van cijfers uit de verschillende doelgroepen en is bedoeld voor het management en beleidsmedewerkers van de Dienst Justitiële Inrichtingen, het bestuursdepartement en personen werkzaam in het veld van DJI, onderzoekers en andere geïnteresseerden. 1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de ontwikkelingen binnen het gevangeniswezen in de periode 2011 tot en met 2015. In hoofdstuk 3 wordt de vreemdelingenbewaring beschreven. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de ontwikkelingen die zich in de forensische zorg inclusief de overige forensische zorg hebben voorgedaan, hoofdstuk 5 gaat in op de justitiële jeugdinrichtingen. Pagina 13 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Pagina 14 van 107
Hoofdstuk 2 Gevangeniswezen 2011-2015 2.2 Inleiding Het gevangeniswezen is, met uitzondering van de tbs-maatregel en de vreemdelingenbewaring, verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen opgelegd aan meerderjarigen. De Huizen van Bewaring (HvB) zijn bestemd voor gedetineerden die in voorlopige hechtenis verblijven en nog niet in eerste aanleg zijn veroordeeld. In de gevangenissen verblijven personen die zijn veroordeeld. Beide hoofdbestemmingen kennen naast het reguliere regime, differentiaties voor specifieke doelgroepen. Elke vestiging beschikt over een extra zorgvoorziening (EZV) voor kwetsbare gedetineerden, die niet kunnen functioneren in het reguliere regime van een HvB of een gevangenis. In vier Penitentiaire Psychiatrische Centra (PPC) verblijven gedetineerden met ernstige psychiatrische stoornissen of psychische problemen. Het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg (JCvSZ) is bestemd voor gedetineerde patiënten die niet-spoedeisende somatische zorg nodig hebben. Meerderjarige zeer actieve veelplegers kunnen per vonnis maximaal twee jaar lang de maatregel plaatsing in een inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) opgelegd krijgen. Personen die door de politie zijn aangehouden vanwege een openstaand vonnis, verblijven in de eerste acht weken in een zogenoemd arrestantenregime met een beperkt dagprogramma. Voorts is er een terroristenafdeling, een extra beveiligde inrichting, een afdeling voor beheersproblematische gedetineerden, afdelingen voor strafrechtelijke vreemdelingen en afdelingen waar een beperkt of zeer beperkt beveiligd regime wordt gevoerd met meer vrijheden voor de gedetineerden. De meeste gedetineerden ondergaan hun straf of maatregel volledig in een penitentiaire inrichting (PI). Het gevangeniswezen is echter ook verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen in extramurale detentievormen zoals de Penitentiaire Programma s (PP). Het gevangeniswezen maakt tevens gebruik van ingekochte plaatsen bij de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en voorzieningen voor beschermd en begeleid wonen. 2.2 Capaciteit Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste capaciteitsmaatregelen die door het gevangeniswezen in de periode 2011-2015 zijn genomen om het intramurale capaciteitsaanbod zoveel mogelijk af te stemmen op de afgenomen vraag en tevens te voldoen aan bezuinigingsopdrachten. Reductie capaciteit In de verslagperiode is de gemiddelde capaciteit met ruim 900 plaatsen afgenomen. De direct inzetbare capaciteit is afgenomen met ruim 800 plaatsen. Vanaf september 2015 is de locatie Norgerhaven van PI Veenhuizen verhuurd aan Noorwegen. In verband met de sluiting per 1-1-2016 van de penitentiaire inrichtingen Breda, Haarlem, Amsterdam Tafelbergweg en een groot deel van PI Amsterdam Overamstel is op die locaties in de loop van 2015 leegstand geconcentreerd. Hetzelfde geldt voor een aantal inrichtingen waar in 2016 een capaciteitsreductie moet gaan plaatsvinden. Dit betreft met name het tweede bed op meerpersoonscellen, dat in 2016 zal worden aangemerkt als in stand te houden capaciteit. Van 1 oktober 2015 t/m 1 mei 2016 is de locatie Eikenlaan van PI Alphen tijdelijk Pagina 15 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 ter beschikking gesteld aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Als compensatie is de capaciteit van het Detentiecentrum Rotterdam (tot dan toe bestemd voor vreemdelingenbewaring) ingezet voor het Gevangeniswezen. Per saldo betekent dit een afname van de gemiddelde capaciteit in 2015, maar deze (tijdelijke) reductie is niet verwerkt in de cijfers. Het in 2016 op te leveren Justitieel complex Zaanstad vervangt de verouderde capaciteit in Amsterdam en Haarlem. Intensivering meerpersoonscelgebruik Het aantal plaatsen op meerpersoonscellen is de afgelopen jaren fors toegenomen. Van 2.200 plaatsen eind september 2012 tot 3.700 eind september 2015. Het betekent overigens niet dat deze plaatsen ook allemaal zijn bezet. Het gebruik van meerpersoonscellen drukt de gemiddelde kostprijs per plaats. Reservecapaciteit In 2009 is gestart met het aanwijzen van reservecapaciteit. Deze capaciteit moet snel inzetbaar te maken zijn om (tijdelijk) extra (seizoens)aanbod van in te sluiten justitiabelen op te vangen. De kostprijs van de reservecapaciteit is beduidend lager dan de kostprijs van de direct inzetbare capaciteit. Het betreft in meerderheid tweede bedden op meerpersoonscellen. Pagina 16 van 107
Grafiek 2.1 Gemiddelde capaciteit gevangeniswezen 2011-2015 (incl. Penitentiaire Psychiatrische Centra) 1 1 Voor een juiste interpretatie van de capaciteitscijfers in deze publicatie is het volgende van belang: Hoewel de financiering van de Penitentiaire Psychiatrische Centra (PPC s) verloopt via de Divisie Forensische Zorg/Justitiële Jeugd Inrichtingen van DJI, zijn de PPC s gesitueerd in penitentiaire inrichtingen. De capaciteit van de PPC s (2011: 700; 2012: 692 2013: 680 en 2014/2015: 620 plaatsen) is daarom meegeteld. VN-plaatsen, plaatsen voor het Internationaal Strafhof en arrestantenplaatsen op politiebureaus waarover de Divisie Gevangeniswezen/Vreemdelingenbewaring op contractbasis kan beschikken, zijn niet meegeteld. Plaatsen die door de Divisie Forensische Zorg/Justitiële Jeugd Inrichtingen van DJI binnen een particuliere zorginstelling worden ingekocht ten behoeve van gedetineerden met een bijzondere zorgbehoefte, zijn ook niet meegeteld. Personen die in de laatste fase van hun straf een penitentiair programma volgen, leggen geen beslag op de intramurale DJI-capaciteit en blijven daarom in deze paragraaf buiten beschouwing. De teleenheid bij meerpersoonscellen is het aantal bedden. Pagina 17 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 2.3 Instroom Deze paragraaf geeft een beeld van het jaarlijks aantal gedetineerden dat in voorlopige hechtenis is genomen of als arrestant of zelfmelder is ingestroomd. Grafiek 2.2 Instroom vanuit de vrije maatschappij of het politiebureau 2011-2015 Na eerdere stijgingen in 2013 en 2014 is de totale instroom in 2015 met circa 3.000 afgenomen. Ten opzichte van 2011 is dit een daling van 4%. Per categorie gedetineerde varieert het beeld sterk. Het aantal verdachten dat is ingesloten na een bevel tot voorlopige hechtenis is tot en met 2014 fors gedaald. Deze afname is in dezelfde periode gepaard gegaan met een een forse toename van het aantal veroordeelde arrestanten. In 2015 is de instroom van voorlopig gehechten gestabiliseerd en de instroom van arrestanten gedaald. Grafiek 2.3 Instroom naar categorie 2011-2015 Pagina 18 van 107
Van inverzekeringstelling tot instroom in Huis van Bewaring (voorlopig gehechten) De daling van de (zwaardere) criminaliteit heeft de afgelopen jaren niet geleid tot een daling van het aantal verdachten dat door de politie in verzekering is gesteld. Kennelijk is het middel van inverzekeringstelling vaker toegepast in lichtere zaken. 2 Een combinatie van cijfers van politie, openbaar ministerie en DJI in de jaren 2012 t/m 2014 levert de volgende gegevens op: Tabel 2.1 Filters tussen inverzekeringstelling door politie en instroom in huis van bewaring Jaar IVS Meerderj wv voorgeleid wv bevel IBS wv gepl in HvB instroom HvB 2012 58.600 47,8% 91,5% 66,2% 16.991 2013 62.800 43,1% 91,3% 65,0% 16.081 2014 61.000 38,8% 91,7% 63,6% 13.803 Uit de tabel kan het volgende worden afgeleid: Het vaker toepassen van het middel van inverzekeringstelling bij lichtere zaken heeft tot gevolg dat het OM minder vaak de inbewaringstelling vordert (voorgeleiding). Een stabiel, vrij hoog, percentage van de vorderingen wijst de Rechter Commissaris toe (RC, bevel tot bewaring). Een bevel tot bewaring wordt in ruim een derde van de zaken direct door de RC geschorst onder (bijzondere) voorwaarden en leidt niet tot een plaatsing in een Huis van Bewaring. 2 Zie ook: Bert Berghuis, Paul Linckens en Anneke Aanstoot, De voorlopige hechtenis een halt toegeroepen? Trema 2016, p. 76-81. Pagina 19 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Instroom arrestanten In tabel 2.2 zijn de ingestroomde arrestanten onderscheiden naar de aard van de opgelegde straf of maatregel. Tabel 2.2 Instroom van arrestanten naar insluitingstitel 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Titel Vrijheidsstraf/maatregel: 6.343 31 6.403 31 6.328 28 6.536 26 6.358 28 Gevangenisstraf 4.578 23 5.076 25 5.307 24 5.638 22 5.693 26 ISD-maatregel 146 1 148 1 155 1 135 1 100 0 Hechtenisstraf (principale hechtenis) 1.619 8 1.179 6 866 4 763 3 565 3 Vervangende sanctie/dwangmaatregel: 13.046 65 13.358 65 15.170 67 17.514 69 14.664 66 Vervangende hechtenis taakstraf 4.440 22 3.981 19 3.891 17 3.529 14 4.324 19 Detentie vanwege financ. sanctie: 8.606 43 9.377 46 11.279 50 13.985 55 10.340 46 - Verv. hechtenis geldboete 5.547 28 5.655 27 5.353 24 4.039 16 3.665 16 - Gijzeling wet Mulder 2.260 11 2.767 13 4.809 21 4.635 18 3.268 15 - Verv. hechtenis wet Terwee 710 4 885 4 990 4 1.011 4 1.056 5 - Lijfsdwang ontnemingsmtr. 89 0 70 0 68 0 75 0 37 0 - Gijzeling OM-strafbeschikking - - - - 59 0 4.225 17 2.314 10 Overig: 771 4 804 4 986 4 1.393 5 1.295 6 TBS passant 20 0 25 0 24 0 26 0 14 0 Bewaring uitlevering 462 2 457 2 469 2 444 2 418 2 Bewaring, gevangenh. ihkv WOTS 56 0 43 0 32 0 20 0 16 0 Overig 141 1 193 1 313 1 302 1 278 1 Onbekend 92 0 86 0 148 1 601 2 569 3 Totaal 20.160 100 20.565 100 22.484 100 25.443 100 22.317 100 Veel arrestanten moeten meerdere vonnissen aansluitend uitzitten. Dat kunnen (principale) vrijheidsstraffen zijn, maar ook meerdere vervangende sancties of dwangmaatregelen. Combinaties komen ook veelvuldig voor. In die gevallen wordt eerst de principale straf ten uitvoer gelegd en daarna de vervangende sanctie of dwangmaatregel. Bij meerdere vonnissen is de arrestant in tabel 2.2 gerubriceerd onder de straf of maatregel die het eerst ten uitvoer is gelegd. De tabel geeft dus niet de totale aantallen ten uitvoer gelegde vonnissen door arrestanten weer. Instroom arrestanten veroordeeld tot vrijheidsstraffen Het aantal ingestroomde arrestanten met een gevangenisstraf is gestegen. Het is mogelijk dat een iets terughoudender beleid bij de toepassing van het middel van voorlopige hechtenis in vergelijkbare zaken, heeft geresulteerd in meer opgelegde gevangenisstraffen waarbij de veroordeelde niet vooraf in voorlopige hechtenis verbleef. Er staat een opvallende daling tegenover van het aantal arrestanten dat is veroordeeld tot een hechtenisstraf. Daarbij is sprake is van een overtreding en niet van een misdrijf. De instroom ISD is merendeels het gevolg van aanhoudingen van personen die zich hebben onttrokken aan de tenuitvoerlegging van hun ISD-maatregel (zie paragraaf 2.6). Pagina 20 van 107
Instroom arrestanten voor vervangende straffen en gijzelingen In 2015 zijn bijna 15.000 personen in het gevangeniswezen ingestroomd omdat de executie van een taakstraf of een financiële sanctie niet tot een succesvol einde is gebracht. Dit is bijna tweederde van alle arrestanten en bijna 40% van de totale instroom (voorlopig gehechten, arrestanten en zelfmelders). Gijzelingen en vervangende hechtenis voor niet betaalde boetes Sinds 1 februari 2008 mag het Openbaar Ministerie (OM) zelf straffen opleggen voor veel voorkomende strafbare feiten. De wet OM-afdoening biedt de Officier van Justitie, bestuursorganen en opsporingsambtenaren de mogelijkheid een strafbeschikking uit te vaardigen. Het volume van deze sanctiestroom is geleidelijk toegenomen en eind 2013 zijn de eerste gegijzelden wegens niet betalen van de strafbeschikking, ingestroomd bij DJI. Het aantal door het OM aangeboden transacties en door de rechter opgelegde geldboetes (en min of meer automatisch ook het aantal vervangende straffen vanwege niet betaalde boetes) is door het gebruik van de nieuwe sanctiemodaliteit sterk afgenomen. De kantonrechter kan eveneens een gijzelingsmachtiging verlenen voor het niet betalen van verkeersboetes. De boetes zijn, buiten het strafrecht om, opgelegd met toepassing van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV, ofwel Wet Mulder).In de afgelopen jaren is het aantal gijzelingen uitermate grillig verlopen. Tot 2013/2014 een forse stijging, in 2015 gevolgd door een sterke daling. De aanvankelijke stijging was vooral het gevolg van het onder de WAHV brengen van het bezit van voertuigen die niet verzekerd zijn; artikel 30 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM). Voorheen viel dit onder het strafrecht en moesten overtreders worden gedagvaard voor de kantonrechter als ze niet ingingen op een transactievoorstel. Dat beperkte het aantal gevallen dat jaarlijks kon worden aangebracht. Van verschillende kanten (Tweede Kamer, Nationale ombudsman) is aandacht gevraagd voor meer maatwerk om schrijnende gevallen bij gijzelingen voor strafbeschikkingen en voor verkeersovertredingen zoveel mogelijk te voorkomen. Onder auspiciën van het programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen (USB) zijn verbetermaatregelen voor de executie van alle financiële sancties voorgesteld en in gang gezet. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen mensen die niet willen en mensen die niet kunnen betalen. De maatregelen hebben betrekking op het gehele traject van inning, verhaal met en zonder dwangbevel, inname rijbewijs, buitengebruikstelling voertuig tot de vordering gijzeling. De kritische houding van de kantonrechters heeft na het eerste kwartaal van 2015 geresulteerd in de sterke daling van zowel het aantal Mulder-gijzelingen als het aantal gijzelingen voor niet betaalde strafbeschikkingen. Pagina 21 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Instroom zelfmelders Tabel 2.3 Instroom van zelfmelders naar verblijfstitel 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Titel Gevangenisstraf 1.108 67 824 74 850 78 1.831 85 2.019 86 Hechtenisstraf 529 32 285 26 236 22 323 15 330 14 Overig 9 1 0 0 2 0 0 0 1 0 Onbekend 4 0 1 0 0 0 0 0 1 0 Totaal 1.650 100 1.110 100 1.088 100 2.154 100 2.351 100 In 2012 is, vooruitlopend op de sluiting van een deel van de beperkt beveiligde inrichtingen (BBI s), geleidelijk capaciteit buiten gebruik gesteld en zijn tijdelijk minder zelfmelders opgeroepen. Eind 2013 zijn maatregelen genomen om de werkvoorraad niet verder op te laten lopen. Het aantal zelfmelders is in 2014 weer gestegen. Zelfmelders dienen zich vanaf die tijd te melden bij een reguliere gesloten inrichting. Zij worden opgeroepen voor een gevangenis in de buurt van hun woonplaats en direct geplaatst in een plusregime. Hiermee hebben ze meer vrijheden dan andere instromers. Later in 2014 is ook de zelfmeldprocedure gewijzigd. De veroordeelde ontvangt geen vooraankondiging meer van het Centraal Justitieel Incassobureau, waarop hij positief moet reageren alvorens een meldoproep van DJI te ontvangen. In de nieuwe procedure wordt een kandidaat direct door DJI opgeroepen om zich in een penitentiaire inrichting te melden. De tijd tussen het moment van het informeren van de veroordeelde en de melddatum is bovendien aanzienlijk verkort. Met de nieuwe procedure is het aantal op te roepen veroordeelden door DJI aanzienlijk toegenomen en het opkomstpercentage gestegen van circa 30% naar 43% in 2015. Instroom naar geslacht Bezien over de gehele periode 2011-2015 is er weinig veranderd in het procentuele aandeel van vrouwen in de instroom. Hun aandeel schommelt rond de 8%. Tabel 2.4 Instroom naar geslacht 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Geslacht Man 36.674 92,0 35.732 92,4 36.386 91,8 38.148 92,1 35.478 92,3 Vrouw 3.192 8,0 2.934 7,6 3.267 8,2 3.252 7,9 2.968 7,7 Totaal 39.866 100 38.666 100 39.653 100 41.400 100 38.446 100 Pagina 22 van 107
2.4 Populatie De gegevens in deze paragraaf hebben betrekking op de populatie waarvoor het gevangeniswezen eindverantwoordelijk is op 30 september in de verslagperiode 3. Totale populatie Grafiek 2.4 maakt een onderscheid in gedetineerden die verblijven in penitentiaire inrichtingen (incl. de Penitentiaire Psychiatrische Centra) en personen die in een zorginstelling 4 verblijven of extramuraal een penitentiair programma volgen. De twee laatste groepen verblijven buiten een penitentiaire inrichting. Grafiek 2.4 Populatie 2011-2015, binnen en buiten penitentiaire inrichting (incl. PPC s) Niet in de grafiek opgenomen, maar wel vermeldenswaard, is het feit dat de hoogste administratieve bezetting in de afgelopen 25 jaar werd gemeten in 2005. Eind september van dat jaar bestond de populatie uit 15.206 personen. Tot 2009 daalt de bezetting fors. Daarna volgen enkele jaren van stabilisering en vanaf 2012 treedt er een gestage daling op. Met 8.976 personen komt de populatie in 2015 22% lager uit dan in 2011. De daling t.o.v. 2005 bedraagt 41%. Het aantal gedetineerden dat binnen een penitentiaire inrichting verblijft (incl. de PPC), is in 2015 gedaald tot 8.245 (peilmoment 30 september). Het percentage personen dat verblijft buiten een PI is de afgelopen jaren gestegen van 5,5% tot 8,1%. 3 Het WODC en het CBS hanteren ook deze peildatum. 4 Hiertoe zijn de personen gerekend die onder de eindverantwoordelijkheid vallen van het Gevangeniswezen, maar vanwege een bijzondere zorgbehoefte verblijven op plaatsen die door de Divisie Forensische Zorg/Justitiële Jeugdinrichtingen zijn ingekocht binnen de Geestelijke Gezondheidszorg, opvanghuizen en Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen (RIBW s). Pagina 23 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Populatie naar bestemming Uit tabel 2.5 blijkt dat het aantal mensen dat verblijft in een cel met een specifieke HvB-bestemming, sterk is gedaald. Dit is vooral een gevolg van de daling van het aantal personen dat in voorlopige hechtenis verblijft (zie tabel 2.6). Tabel 2.5 Populatie naar bestemming 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Bestemming Huis van bewaring 4.564 40 4.191 38 3.873 37 3.072 31 2.833 32 Gesloten gevangenis (incl. ISD-inr) 4.370 38 4.316 39 4.215 40 4.498 45 3.868 43 Gevangenis met regime van beperkte beveiliging 470 4 452 4 270 3 148 1 107 1 Gevangenis met regime van zeer beperkte beveiliging 298 3 276 2 265 3 269 3 255 3 Extra Zorgafdeling (hvb/gev) 465 4 495 4 461 4 425 4 439 5 Penitentiair Psychiatrisch Centr. (hvb/gev) 586 5 626 6 581 6 576 6 584 7 Art. 15.5 en art. 43.3 buiten een PI 89 1 112 1 84 1 132 1 106 1 ISD buiten een PI 154 1 157 1 155 2 139 1 162 2 Penitentiair Programma buiten een PI 388 3 406 4 464 4 509 5 463 5 Overig/onbekend 161 1 129 1 176 2 141 1 159 2 Totaal 11.545 100 11.160 100 10.544 100 9.909 100 8.976 100 Conform het Masterplan 2013-2018 zijn de afgelopen jaren alle afdelingen met een, in bouwkundig opzicht, (zeer) beperkte beveiliging gesloten. In 2014 is het wetsvoorstel voor de invoering van Elektronische Detentie (ED) en afschaffing van de huidige vormen van detentiefasering door de Eerste Kamer afgewezen. Bij de Tweede Kamer ligt nu een wijzigingsvoorstel van de Penitentiaire Beginselenwet, waarin is voorzien in de afschaffing van het bestaande systeem van detentiefasering (m.u.v. de penitentiaire programma s). Tot het moment van inwerkingtreding van deze wetswijziging vindt detentiefasering plaats vanuit, in bouwkundig opzicht, gesloten gevangenissen, waar afdelingen zijn ingericht voor het regime van (zeer) beperkte beveiliging. De bezetting op deze plaatsen zijn in tabel 2.5 apart vermeld. Zelfmelders werden van oudsher ook geplaatst in een gevangenis met een regime van beperkte beveiliging, maar vanaf eind 2013 is dit regime uitsluitend nog in gebruik voor detentiefaseerders. Zoals ook uit grafiek 2.4 blijkt, is het aantal personen dat buiten een penitentiaire inrichting verblijft van 2011 tot en met 2014 gestegen en in 2015 wat gedaald. Deze justitiabelen volgen extramuraal een penitentiair programma (5% in 2015) of verblijven in een instelling van de GGZ of een voorziening van begeleid of beschermd wonen (3% in 2015) 5. Tabel 2.6 brengt de ontwikkeling in beeld van de verblijfstitels van de gedetineerden. 5 Deze externe plaatsingen betreffen onder andere ISD ers, die in de laatste fase van hun maatregel in aanmerking komen voor een plaatsing buiten een PI (Penitentiaire Maatregel, art. 44d.3). Op grond van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) kunnen ook andere gedetineerden in aanmerking komen voor overplaatsing naar een psychiatrisch ziekenhuis (Pbw, art. 15.5) of een instelling voor sociale verzorging en hulpverlening (Pbw, art. 43.3; dit betreft meestal een verslavingskliniek). Pagina 24 van 107
Populatie naar verblijfstitel Tabel 2.6 Populatie naar verblijfstitel 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Verblijfstitel Voorlopige hechtenis: 5.643 49 5.453 49 4.911 47 4.251 43 3.874 43 Nog geen vonnis in 1e aanleg 3.888 34 3.619 32 3.240 31 2.707 27 2.565 29 Vonnis 1e aanl. (beroep nog mogelijk) 487 4 521 5 392 4 311 3 308 3 Vonnis 1e aanl. (beroep loopt) 1.268 11 1.313 12 1.279 12 1.233 12 1.001 11 Onherroepelijke vrijheidsstraf/mtr : 4.691 41 4.551 41 4.375 41 4.476 45 4.245 47 Gevangenisstraf 4.039 35 3.969 36 3.879 37 3.994 40 3.739 42 ISD 500 4 478 4 409 4 393 4 451 5 Hechtenis (principale hechtenis) 152 1 104 1 87 1 89 1 55 1 Vervangende sanctie/maatregel: 946 8 948 8 1.023 10 969 10 650 7 Vervangende hechtenis taakstraf 342 3 333 3 362 3 297 3 325 4 Detentie agv niet voldoen fin. sanctie: 604 5 615 6 661 6 672 7 325 4 - Vervangende hechtenis geldboete 201 2 178 2 141 1 109 1 88 1 - Gijzeling wet Mulder 188 2 223 2 310 3 279 3 66 1 - Vervangende hecht. wet Terwee 154 1 171 2 186 2 164 2 131 1 - Lijfsdwang ontnemingsmtr. (plukze) 61 1 43 0 24 0 25 0 18 0 - Gijz. strafbeschikking (Wet OM-afd.) 95 1 22 0 Overig: 265 2 208 2 235 2 213 2 207 2 TBS passant 17 0 20 0 11 0 37 0 16 0 Strafr.mtr. pltsing psych. zkh (passant) 19 0 20 0 23 0 25 0 14 0 Bewaring uitlevering 67 1 53 0 67 1 60 1 53 1 Bewaring/gevangenhouding ihkv WOTS 13 0 12 0 10 0 8 0 7 0 Overig 39 0 23 0 41 0 25 0 23 0 Onbekend 110 1 80 1 83 1 58 1 94 1 Totaal 11.545 100 11.160 100 10.544 100 9.909 100 8.976 100 Opvallend is de sterke daling van het aantal gedetineerden in voorlopige hechtenis en het grillige verloop van het gewicht van de afzonderlijke financiële sancties. De verklaringen die zijn gegeven in paragraaf 2.3 voor de ontwikkeling van de instroom naar insluitingstitel, gelden ook voor de ontwikkeling naar verblijfstitel. De PPC s hebben een dubbele bestemming (HvB en gevangenis). De verhouding voorlopig gehechten/onherroepelijk veroordeelden in de PPC s wijkt niet sterk af van die van de totale gedetineerdenpopulatie, zoals die in tabel 2.6 is te zien. In de PPC s verblijven wel relatief wat meer veroordeelden tot de ISD-maatregel en personen die na een veroordeling tot tbs met dwangverpleging of de maatregel Plaatsing in Psychiatrische Ziekenhuis wachten op overplaatsing en minder veroordeelden tot een vervangende sanctie/dwangmaatregel. Pagina 25 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Populatie naar gepleegde delicten De daling van de totale populatie in de afgelopen twee jaar, is in lichte of sterke mate terug te zien bij vrijwel alle delictcategorieën. Het meest pregnant geldt de daling voor de vermogensmisdrijven met geweld. De terugval van het aantal gijzelingen in Mulderzaken die eerder is toegelicht in paragraaf 2.3, is reden voor de relatief sterke reductie in 2015 van het aantal gedetineerden dat vastzit vanwege een verkeerszaak. Tabel 2.7 Populatie naar delict 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal %* Aantal %* Aantal %* Aantal %* Aantal %* Delict Wetboek van strafrecht - Vermogensmisdrijven zonder geweld 2.107 21 2.029 21 1.966 21 1.904 22 1.850 24 - Vermogensmisdrijven met geweld ** 1.999 20 1.966 20 1.771 19 1.550 18 1.230 16 - Geweldsmisdr. (excl. seksuele misdr) 2.770 27 2.755 28 2.537 28 2.335 27 2.219 29 - Seksuele misdrijven 431 4 442 4 379 4 393 5 364 5 - Vernieling en openbare orde en gezag 394 4 416 4 332 4 328 4 342 4 - Overig Wetboek van Strafrecht 44 0 47 0 49 1 41 0 32 0 Opiumwet 1.855 18 1.666 17 1.600 17 1.397 16 1.362 18 Verkeer (misdrijven en overtr.) *** 324 3 339 3 422 5 408 5 169 2 Wet wapens en munitie 89 1 92 1 79 1 108 1 97 1 Overige wetten 117 1 92 1 84 1 86 1 54 1 Totaal bekend 10.130 100 9.844 100 9.219 100 8.550 100 7.719 100 Onbekend a.g.v. specifieke verbl.titel **** 927 883 804 843 742 Onbekend 488 433 521 516 515 Totaal 11.545 11.160 10.544 9.909 8.976 * Berekening percentages zonder de categorieën 'Onbekend' ** Diefstal met geweld en afpersing *** Inclusief gijzelingen voor niet betaalde verkeersovertredingen (Wet-Mulderzaken) **** Bij bepaalde verblijfstitels als de ISD-maatregel, subs. hechtenis, Wet Terwee en strafbeschikking (Wet OM-afdoening) Vermogensdelicten en geweldsdelicten zijn van alle leeftijden, maar aan de combinatiedelicten (diefstal met geweld en afpersing) maken jongeren zich veel vaker schuldig dan ouderen. Jeugdigen in de justitiële jeugdinrichtingen zijn vaak verdacht van of veroordeeld voor vermogensmisdrijven met geweld. Ouderen zitten verhoudingsgewijs vaker vast voor overtredingen van de Opiumwet en voor seksuele delicten. Vrouwelijke gedetineerden kennen ook een afwijkend delictpatroon. Het zwaartepunt ligt meer op overtreding van de Opiumwet en minder op vermogensdelicten met geweld en geweldsdelicten. Pagina 26 van 107
Populatie naar geslacht Tabel 2.8 Populatie naar geslacht 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Geslacht Man 10.882 94,3 10.562 94,6 9.983 94,7 9.349 94,3 8.487 94,6 Vrouw 663 5,7 598 5,4 561 5,3 560 5,7 489 5,4 Totaal 11.545 100 11.160 100 10.544 100 9.909 100 8.976 100 In procenten uitgedrukt blijft het aandeel van de vrouwen in de bezetting in 2015 (5,4%) achter bij het aandeel van de vrouwen in de instroom van 2015 (7,7%). Dit verschil is een gevolg van de gemiddeld kortere verblijfsduur van de vrouwen. Populatie naar leeftijd en het strafrecht voor adolescenten Minderjarigen komen in beginsel voor de kinderrechter en meerderjarigen voor de politierechter of meervoudige kamer. Bij jongeren van 16 en 17 jaar kon de rechter altijd al beslissen om het volwassenenstrafrecht toe te passen, terwijl bij jongvolwassenen van 18 t/m 20 jaar toepassing van het jeugdstrafrecht tot de mogelijkheden behoorde. Sinds 1 april 2014 geldt het adolescentenstrafrecht, waarmee de grens tussen het jeugdstrafrecht en het volwassenenstrafrecht nog flexibeler is geworden. Jongvolwassenen van 21 en 22 jaar kunnen nu ook volgens het jeugdstrafrecht worden vervolgd en berecht. In tabel 2.9 is de gedetineerdenpopulatie van 2011 en 2015 onderscheiden naar leeftijdsklasse: zowel in absolute aantallen als per 100.000 inwoners in dezelfde leeftijdsklasse. In de rechterkolommen zijn de verschillen tussen beide jaren in procenten uitgedrukt. Ter vergelijking is tevens de demografische ontwikkeling vermeld: de procentuele stijging of daling van het aantal inwoners per leeftijdsklasse. De tabel laat onder meer het volgende zien: 1. Het aantal adolescenten binnen het gevangeniswezen is zeer sterk afgenomen. De categorie 18 of 19 jaar met 65% en de categorie 20 t/m 22 jaar met 47%. 2. Het aantal gedetineerden ouder dan 50 jaar is gestegen. Voor een niet onbelangrijk deel als gevolg van de vergrijzing van de samenleving, maar uitgedrukt per 100.00 inwoners blijft een lichte stijging zichtbaar in deze categorie. 3. Een inwoner jonger dan 50 jaar heeft een veel grotere kans om deel uit te maken van de gedetineerdenpopulatie dan een ouder iemand, maar de verschillen zijn de afgelopen jaren wat kleiner geworden. De gemiddelde leeftijd van de gedetineerden is gestegen van 34 tot 36 jaar. Pagina 27 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 2.9 Populatie naar leeftijdsklasse, absoluut en per 100.000 inwoners in dezelfde leeftijdsklasse, 2011 en 2015 Leeftijd Aantal gedet. 2011 2015 Proc. stijging/daling 2011-2015 Ged. per 100.000 inw. Aantal gedet. Ged. per 100.000 inw. Aantal gedet. Ged. per 100.000 inw. Aantal inwoners jonger dan 18 n.v.t n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. -2% 18 of 19 jaar 451 110 158 40-65% -64% -3% 20 t/m 22 jaar 1.282 206 681 108-47% -48% 2% 23 t/m 29 jaar 2.817 199 2.214 149-21% -25% 5% 30 t/m 39 jaar 3.234 152 2.601 129-20% -15% -5% 40 t/m 49 jaar 2.536 98 1.990 81-22% -17% -5% 50 t/m 59 jaar 954 42 1.033 43 8% 2% 6% 60 en ouder 271 7 299 7 10% 1% 10% Totaal 11.545 69 8.976 53-22% -23% 2% Populatie naar geboorteland Ruim de helft van de gedetineerden is in Nederland geboren. Twintig procent is geboren in de Nederlandse Antillen, Suriname, Marokko of Turkije. Tabel 2.10 Populatie naar geboorteland 2011, 2013 en 2015 2011 2013 2015 Aantal % Land Aantal % Land Aantal % Land Nederland 6.304 54,6 Nederland 5933 56,3 Nederland 5.138 57,2 Ned Antillen 850 7,4 Ned Antillen 749 7,1 Ned Antillen 705 7,9 Suriname 838 7,3 Suriname 674 6,4 Suriname 505 5,6 Marokko 574 5,0 Marokko 510 4,8 Marokko 400 4,5 Turkije 352 3,0 Turkije 284 2,7 Turkije 224 2,5 Polen 256 2,2 Polen 239 2,3 Polen 170 1,9 Roemenië 198 1,7 Roemenië 201 1,9 Roemenië 155 1,7 Somalië 162 1,4 Somalië 158 1,5 Somalië 105 1,2 Joegoslavië 145 1,3 Joegoslavië 103 1,0 Joegoslavië 99 1,1 Dominicaanse R 91 0,8 Dominicaanse Rep 90 0,9 Algerije 70 0,8 Totaal top 10 9.770 84,6 Totaal top 10 8941 84,8 Totaal top 10 7.571 84,3 Overig 1.720 14,9 Overig 1552 14,7 Overig 1.288 14,3 Onbekend 55 0,5 Onbekend 51 0,5 Onbekend 117 1,3 Totaal 11.545 100 Totaal 10544 100 Totaal top 10 8.976 100 Populatie naar reeds uitgezeten detentietijd Onderstaand wordt ingegaan op de tijd die de gedetineerden in een penitentiaire inrichting zitten en (nog) moeten zitten. De populatie op 30 september 2015 is in tabel 2.11 onderscheiden in: Personen in voorlopige hechtenis die nog niet in eerste aanleg zijn veroordeeld. Personen die in eerste aanleg of onherroepelijk zijn veroordeeld in aansluiting op de voorlopige hechtenis. Onherroepelijk veroordeelde personen die als arrestant of zelfmelder het gevangeniscircuit zijn ingestroomd. Pagina 28 van 107
Tabel 2.11 Populatie naar reeds uitgezeten detentietijd per categorie gedetineerde, 2015 Duur Voorlopig gehecht, nog niet in 1e aanleg veroordeeld Veroordeeld in 1e aanleg of onherroep. in aansluiting op voorlop. hecht. Veroordeeld en ingestroomd als arrestant of zelfmelder Onbekend Totaal Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % < 1 mnd 720 28 105 3 819 38 4 4 1.648 18 1 - < 3 mnd 804 31 226 5 466 22 6 6 1.502 17 3 - < 6 mnd 621 24 343 8 278 13 13 14 1.255 14 6 mnd - < 1 jr 319 12 883 21 302 14 11 12 1.515 17 1 - < 2 jr 76 3 1.147 27 154 7 6 6 1.383 15 2 - < 3 jr 13 1 625 15 54 3 1 1 693 8 3 - < 4 jr 3 0 318 8 25 1 0 0 346 4 4 - < 6 jr 2 0 287 7 17 1 0 0 306 3 6 - < 8 jr 2 0 144 3 7 0 0 0 153 2 8 - < 12 jr 0 0 82 2 1 0 0 0 83 1 12 jr en langer 0 0 28 1 4 0 0 0 32 0 onbekend 5 0 0 0 2 0 53 56 60 1 Totaal 2.565 100 4.188 100 2.129 100 94 100 8.976 100 Mediaan in dagen 70 511 51 183 Gemiddelde in dgn 107 758 179 430 % > dan 110 dgn 33 De helft van de gedetineerden die op 30 september nog niet in eerste aanleg is veroordeeld, zit korter dan 70 dagen in detentie (mediaan). Een derde zit korter dan 110 dagen. Vaak betreft dit gedetineerden die al voor een eerste keer voor de rechter zijn geweest in een pro-formazitting. Het kunnen echter ook gedetineerden zijn die in voorlopige hechtenis zijn genomen, omdat ze tijdens het uitzitten van een straf werden verdacht van een ander misdrijf. De gedetineerden die zijn veroordeeld in aansluiting op de voorlopige hechtenis zitten verreweg het langst. De helft langer dan 511 dagen. De deelpopulatie arrestanten en zelfmelders zit duidelijk korter; de helft zit op 30 september korter dan 51 dagen. Populatie veroordeelden naar totale detentietijd In tabel 2.12 is de totale detentieduur van de veroordeelden weergegeven. Deze duur is gedefinieerd als de som van het aantal dagen dat al is uitgezeten en het resterend aantal detentiedagen 6. 6 Voor de berekening van het resterend aantal detentiedagen is voor elke gedetineerde uitgegaan van de geplande ontslagdatum, zoals die op de peildatum 30 september 2015 in het registratiesysteem is vastgelegd. De werkelijke ontslagdatum kan naderhand om diverse redenen vroeger of later uitpakken. Bij het vaststellen van de geplande einddatum is in voorkomende gevallen rekening gehouden met eventuele vervolgvonnissen en voorwaardelijke invrijheidstelling. Pagina 29 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 2.12 Populatie naar totale detentietijd per categorie veroordeelde, 2015 Duur Veroordeeld in 1e aanleg of onherroepelijk in aansluiting op voorlopige hecht. Veroordeeld en ingestroomd als arrestant of zelfmelder Totaal veroordeelden Aantal % Aantal % Aantal % < 1 mnd 41 1 383 18 424 7 1 - < 3 mnd 138 3 425 20 563 9 3 - < 6 mnd 175 4 286 13 461 7 6 mnd - < 1 jr 383 9 343 16 726 11 1 - < 2 jr 681 16 354 17 1.035 16 2 - < 3 jr 1.035 25 135 6 1.170 19 3 - < 4 jr 403 10 55 3 458 7 4 - < 6 jr 429 10 54 3 483 8 6 - < 8 jr 241 6 14 1 255 4 8 - < 12 jr 305 7 8 0 313 5 12 jr en langer 155 4 8 0 163 3 onbekend 202 5 64 3 266 4 Totaal 4.188 100 2.129 100 6.317 100 Mediaan in dagen 907 156 652 Gemiddelde in dagen 1.368 389 1.035 Veroordeelde gedetineerden die voorafgaand aan de executie van hun straf in voorlopige hechtenis verblijven, zitten doorgaans veel langer (mediaan 907 dagen) dan veroordeelden die als arrestant of zelfmelder hun straf uitzitten (mediaan 156 dagen). Door de lengte van de detentie is de kans dat een langgestrafte op een willekeurig moment in het jaar deel uitmaakt van de bezetting, veel groter dan voor een persoon die maar kort hoeft te zitten. Uit de volgende paragraaf zal blijken, dat een groot aantal gedetineerden in een jaar uitstroomt na een korte detentie. De detentieduur van alle uitgestroomde gedetineerden is daardoor gemiddeld veel korter dan de detentieduur van de populatie die vastzit op een willekeurige dag. Welke duurgegevens het best gebruikt kunnen worden, is afhankelijk van de te beantwoorden (beleids)vraag. Pagina 30 van 107
Detentieratio in Nederland en in andere Europese landen De Raad van Europa (RvE) publiceert jaarlijks gegevens over de gevangenisbevolking van alle lidstaten. Het meest recente rapport verscheen eind 2015. De daarin vermelde aantallen gedetineerden per 100.000 inwoners hebben betrekking op 2014. De publicatie vermeldt zowel ongecorrigeerde cijfers als aangepaste cijfers. De RvE beoogt met de aangepaste cijfers de gegevens van de landen zoveel mogelijk onderling vergelijkbaar te maken 7. In onderstaande figuur zijn de meeste Noord-, West- en Zuid-Europese landen met meer dan 1 miljoen inwoners in de vergelijking opgenomen. Grafiek 2.5 Aantal gedetineerden per 100.000 inwoners in Nederland en in andere Europese landen, september 2014 (bron: Raad van Europa, aangepaste cijfers) Indien de tbs ers in de Forensische Psychiatrische Centra worden meegeteld, komt Nederland uit op 65 gedetineerden per 100.000 inwoners. 7 Om de landen onderling vergelijkbaar te maken heeft de RvE de totaalopgaven van lidstaten zonodig verlaagd met het aantal jongeren in jeugdinrichtingen, het aantal illegale buitenlanders in vreemdelingenbewaring, de personen die buiten een inrichting verblijven en onder elektronisch toezicht staan en met de veroordeelden die verblijven in psychiatrische instellingen (voor Nederland zijn de tbs-gestelden niet meegeteld). De laatstgenoemde categorie blijft een 100% betrouwbare vergelijking tussen Nederland en de andere landen bemoeilijken. In sommige landen kunnen personen die niet of verminderd toerekeningsvatbaar zijn tijdens het plegen van een ernstig misdrijf en die in Nederland kunnen worden veroordeeld tot een tbs-maatregel, deel uitmaken van de reguliere gevangenisbevolking. Zij tellen in die landen dan automatisch ook mee in de aangepaste cijfers. Pagina 31 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 2.5 Uitstroom Hoeveel veroordeelde gedetineerden stromen in de laatste fase van hun detentie vanuit normaal beveiligde inrichtingen door naar een regime van beperkt beveiligde of zeer beperkt beveiligde inrichtingen en hoeveel naar extramurale penitentiaire programma s? Hoe lang is de totale detentieduur geweest van alle personen die definitief uit detentie zijn ontslagen? Wie zijn in aanmerking gekomen voor een voorwaardelijke invrijheidstelling? Deze paragraaf geeft antwoord op deze vragen. Detentiefasering In het kader van detentiefasering kunnen langer gestrafte gedetineerden in aanmerking komen voor één of meer van de volgende detentiemodaliteiten met meer vrijheden: Op afdelingen met een regime van beperkte beveiliging kunnen gedetineerden worden geplaatst die in eerste aanleg of onherroepelijk zijn veroordeeld en op het moment van overplaatsing een strafrestant van ten hoogste achttien maanden hebben. Kenmerkend voor dit regime is het vierwekelijks weekendverlof. Op afdelingen met een regime van zeer beperkte beveiliging kunnen gedetineerden worden geplaatst met een in eerste aanleg of onherroepelijk opgelegde straf van minimaal zes maanden, waarbij ten minste de helft van de opgelegde straf moet zijn ondergaan in een inrichting met een hogere beveiligingsgraad en het strafrestant ten minste zes weken en ten hoogste zes maanden bedraagt. Kenmerkend voor dit regime is het wekelijkse weekendverlof en het overdag buiten de inrichting verblijven voor werk of opleiding. Een extramuraal penitentiair programma (PP) heeft een duur van ten hoogste een zesde deel van de opgelegde vrijheidsstraf. Voorwaarde daarbij is dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van ten minste 6 maanden is opgelegd en het strafrestant bij aanvang van de deelname aan het PP ten minste 4 weken en ten hoogste een jaar betreft. Een penitentiair programma is een erkend programma van samenhangende activiteiten die expliciet zijn gericht op re-integratie in de maatschappij, waarbij de deelnemer op een plaats buiten de inrichting verblijft. Elektronisch Toezicht kan als aanvullende maatregel bij een penitentiair programma worden toegepast. Gedetineerden met meer dan een beperkt vlucht- of maatschappelijk risico komen niet in aanmerking voor detentiefasering. Hetzelfde geldt voor gedetineerden van wie vaststaat dat zij na de detentie zullen worden uitgezet of uitgeleverd of aan wie naast de gevangenisstraf ook de tbs-maatregel is opgelegd. Elke kandidaat dient bovendien te beschikken over een aanvaardbaar verlof- of verblijfsadres. Een veroordeelde kan na verblijf in een HvB en/of een regulier gevangenisregime één, twee of drie detentiefases doorlopen. Alle combinaties zijn mogelijk, evenals directe plaatsing in een regime van (zeer) beperkte beveiliging of een PP vanuit een HvB of regulier gevangenisregime. De aantallen in grafiek 2.6 hebben betrekking op alle afzonderlijke plaatsingen. Een gedetineerde die twee of drie fases doorloopt, is ook bij twee of drie detentiemodaliteiten geteld. Pagina 32 van 107
Grafiek 2.6 Overplaatsingen naar afdelingen met een (zeer) beperkt beveiligd regime en naar penitentiaire programma s 2011-2015 Het aantal gedetineerden dat op basis van de objectieve criteria in aanmerking komt voor plaatsing in een regime met een (zeer) beperkte beveiliging, is niet exact vast te stellen met de beschikbare gegevens. Feit is wel dat er de afgelopen jaren minder veroordeelde personen voldoen aan één van de absolute eisen voor plaatsing in een regime van zeer beperkte beveiliging of deelname aan een penitentiair programma: de duur van de detentie moet minimaal zes maanden bedragen. Ondanks dat, is het aantal plaatsingen in de PP s in de verslagperiode niet of nauwelijks gedaald. Dit hangt enigszins samen met de afname van het aantal plaatsen met een regime voor (zeer) beperkte beveiliging. Gedetineerden die op basis van hun straf(restant) ook voor een PP in aanmerking komen, zijn vaker vanuit een huis van bewaring of gesloten gevangenis direct in een PP geplaatst, waar voorheen (eerst) voor een regime met minder vrijheden werd gekozen. In de volgende grafiek zijn de detentiefaseerders opgenomen die definitief zijn uitgeschreven omdat hun straffen en/of maatregelen ten uitvoer zijn gelegd. In geval van twee of drie doorlopen detentiefases, is de gedetineerde in grafiek 2.7 uitsluitend gerubriceerd onder de bestemming van de laatste fase. De aantallen van de regimes van (zeer) beperkte beveiliging pakken vanwege de doorplaatsingen naar de PP s een stuk lager uit dan in grafiek 2.6. Dat de PP-aantallen ook wat lager zijn, heeft een andere oorzaak. Niet elke detentiefaseerder houdt zich altijd aan de regels. Ingestroomde PP-deelnemers kunnen om die reden worden teruggeplaatst naar normaal beveiligde inrichtingen en uiteindelijk vanuit die gesloten inrichtingen hun detentie beëindigen. Pagina 33 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Grafiek 2.7 Uitstroom detentiefaseerders 2011-2015 Het totale aantal detentiefaseerders dat is uitgestroomd, is gedaald van 1.715 in 2011 tot 1.328 in 2015; een daling van 23%. Ter vergelijking: het totaal aantal gedetineerden dat als veroordeelde is uitgestroomd na een detentie van minimaal 6 maanden, is in de verslagperiode nog iets sterker gedaald: 26%. Totale uitstroom en detentieduur De meeste veroordeelden verlaten na de executie van hun straf of maatregel op een normale manier het gevangeniswezen. Sommige gedetineerden worden echter na hun detentie het land uitgezet, vanwege een tbs-maatregel doorgeplaatst naar een Forensisch Psychiatrisch Centrum of onttrekken zich voortijdig aan de detentie. Een gedetineerde is als uitstromer geteld op het moment dat hij niet langer onder de (administratieve) verantwoordelijkheid valt van een penitentiaire inrichting 8. 8 Personen die in de laatste fase van hun straf of maatregel (onder de administratieve verantwoordelijkheid van de penitentiaire inrichting) verblijven in een zorginstelling buiten het gevangeniswezen of een penitentiair programma volgen, zijn als uitstromers geteld op het moment dat de straf of maatregel is beëindigd. Pagina 34 van 107
Tabel 2.13 Detentieduur totale uitstroom gevangeniswezen 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Duur < 2 weken 10.943 27 10.691 27 11.592 29 15.052 35 13.142 34 2 wkn - < 1mnd 8.973 22 9.115 23 9.917 24 10.389 24 9.448 24 1 mnd - < 3mnd 8.940 22 8.364 21 8.379 21 8.154 19 7.441 19 3 mnd - < 6 mnd 4.995 12 4.810 12 4.550 11 4.226 10 3.704 10 6 mnd - < 1 jaar 3.230 8 3.163 8 2.755 7 2.566 6 2.250 6 1 jaar - < 2 jaar 1.756 4 1.657 4 1.565 4 1.341 3 1.289 3 2 jaar - < 4 jaar 918 2 1.007 3 989 2 989 2 843 2 4 jaar en meer 202 0 215 1 208 1 213 0 230 1 onbekend 632 2 595 2 664 2 532 1 534 1 Totaal 40.589 100 39.617 100 40.619 100 43.462 100 38.881 100 Mediaan in dagen 30 28 26 20 21 Gemiddelde in dgn 109 112 105 93 97 In de jaren 2012 t/m 2014 is het aantal personen dat kort in een PI verbleef, zeer sterk gestegen 9. Deze stijging is een gevolg van een verschuiving van de insluitingscategorieën. Er zijn minder gedetineerden uitgestroomd die oorspronkelijk zijn binnengekomen als voorlopig gehechten en er zijn meer gedetineerden uitgestroomd die als arrestanten binnenkwamen. In 2015 is het beeld weer gewijzigd door de terugval bij een deel van de arrestanten (de gegijzelden) en de stabilisering van het aantal voorlopig gehechten (zie paragraaf 2.3). De helft van alle gedetineerden die in 2015 zijn uitgestroomd, kende een verblijfsduur van maximaal drie weken (mediaan). Tabel 2.14 Detentieduur uitstroom gevangeniswezen per categorie 2015 Voorlopig gehecht nog niet in 1e aanleg veroordeeld Veroordeeld in 1e aanleg of onherroep. in aanluit op vh Veroordeeld ingestroomd als arrestant Veroordeeld ingestroomd als zelfmelder Onbekend Totaal Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Duur < 2 weken 1.901 24 329 5 10.164 48 732 30 16 4 13.142 34 2 wkn - < 1mnd 2.146 27 793 12 5.541 26 964 39 4 1 9.448 24 1 mnd - < 3mnd 1.967 25 1.311 20 3.753 18 394 16 16 4 7.441 19 3 mnd - < 6 mnd 1.319 17 1.215 18 975 5 167 7 28 7 3.704 10 6 mnd - < 1 jaar 513 6 1.169 17 409 2 138 6 21 6 2.250 6 1 jaar - < 2 jaar 88 1 948 14 197 1 44 2 12 3 1.289 3 2 jaar - < 4 jaar 20 0 743 11 73 0 1 0 6 2 843 2 4 jaar en meer 3 0 209 3 16 0 1 0 1 0 230 1 onbekend 1 0 0 0 240 1 22 1 271 72 534 1 Totaal 7.958 100 6.717 100 21.368 100 2.463 100 375 100 38.881 100 Mediaan in dagen 28 150 14 14 127 21 Gemiddelde in dgn 64 338 38 51 233 97 9 De detentieduur omvat in voorkomende gevallen ook de inverzekeringstelling op het politiebureau. Tevens is de duur van een eventueel penitentiair programma en de verblijfsperiode in een zorginstelling (plaatsen die DJI inkoopt) in de laatste fase van de straf of maatregel meegeteld. Pagina 35 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Uit tabel 2.14 blijkt dat de helft van de gedetineerden die in 2015 uitstromen na een schorsing of beëindiging van de voorlopige hechtenis of na een vonnis gelijk aan het voorarrest, maximaal 28 dagen heeft gezeten. Personen die uit detentie zijn ontslagen na een voorlopige hechtenis en een aansluitend (al dan niet onherroepelijk opgelegd) strafrestant, zitten beduidend langer. Arrestanten en zelfmelders kennen de kortste detentieduur: voor beide groepen geldt een mediaan van 14 dagen, maar de gemiddelde verblijfsduur van de arrestanten is wel korter dan die van de zelfmelders. De verblijfsduur van vrouwelijke gedetineerden (mediaan 19, gemiddelde verblijfsduur 72 dagen) is korter dan die van mannelijke gedetineerden (mediaan 21, gemiddelde verblijfsduur 99 dagen). Dit is onder meer het gevolg van een afwijkende delictenverdeling (zie paragraaf 2.4). Voorwaardelijke invrijheidstelling Gedetineerden met een opgelegde straf van meer dan een jaar kunnen, na het uitzitten van twee derde van hun straf, voorwaardelijke in vrijheid worden gesteld. In de afgelopen vier jaar zijn circa 1.000 gedetineerden jaarlijks voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Dit is ongeveer 2,5% van de totale uitstroom. In 70% van de gevallen zijn daarbij één of meer bijzondere voorwaarden opgelegd (gemiddeld drie bijzondere voorwaarden). Voorbeelden van bijzondere voorwaarden zijn behandeling, deelname aan een gedragsinterventie, een drugs- of alcoholverbod en een locatieverbod of -locatiegebod. Tabel 2.15 Voorwaardelijke invrijheidstelling 2012 2013 2014 2015 Aantal 956 995 1.013 978 % met bijzondere voorwaarden 61% 69% 71% 70% bron: CJIB (systeem Robein) Langere detentie door uitstel of afstel v.i. of door nieuwe detentie na schorsing of herroeping v.i. Een klein deel van de veroordeelden tot een gevangenisstraf zit langer vast vanwege uitstel of afstel van de v.i. of raakt opnieuw gedetineerd na een schorsing of herroeping van de v.i. Op de peildatum eind september 2015 betreft dit in totaal 114 personen. Zij maken 3% uit van de circa 3.750 gedetineerden die op die dag vastzitten vanwege een onherroepelijke gevangenisstraf (zie tabel 2.6). Strafonderbreking strafrechtelijke vreemdelingen (SOB) Vanaf 1 april 2012 zijn de strafrechtelijke vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 van v.i. uitgesloten. Wel komen zij in aanmerking voor strafonderbreking (SOB), mits vertrek uit Nederland wordt gerealiseerd. Bij een opgelegde vrijheidsstraf tot drie jaar kan deze na de helft worden beëindigd, bij een opgelegde vrijheidsstraf van meer dan drie jaar na twee derde. Het moet gaan om een onherroepelijke veroordeling. Daarbij geldt de voorwaarde dat de vreemdeling niet terugkeert naar Nederland. Indien de vreemdeling deze voorwaarde niet naleeft - dat wil zeggen indien hij nadien toch in Nederland wordt aangetroffen wordt de tenuitvoerlegging van de aan hem opgelegde straf hervat. Deze regeling betreft een gunst voor de vreemdeling en geen recht. In 2015 hebben 435 gedetineerden op deze wijze het land verlaten. Pagina 36 van 107
2.6 Incidenten Deze paragraaf biedt inzicht in het aantal ontvluchtingen, overige onttrekkingen aan de detentie, aanhoudingen na ongeoorloofde afwezigheid en suïcides. Ontvluchtingen uit gesloten inrichtingen Het aantal ontvluchtingen uit Huizen van Bewaring en gesloten gevangenissen 10 is zeer beperkt. Door de kleine absolute aantallen kan er sprake zijn van een relatief grote toe- of afname in een jaar, maar in de afgelopen vijf jaar is dit niet het geval geweest. Grafiek 2.8 Ontvluchtingen uit gesloten inrichtingen 2011-2015 Niet terug van verlof en overige onttrekkingen Het aantal gedetineerden dat niet terugkeert van verlof of zich op een andere wijze onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel, is in de periode 2011-2015 aanzienlijk gedaald. Grafiek 2.9 Niet terug van verlof en overige onttrekkingen 2011-2015 10 Penitentiaire inrichtingen die normaal, uitgebreid of extra beveiligd zijn. Pagina 37 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Over de afgelopen drie jaar is meer gedetailleerd in beeld gebracht op welke wijze de onttrekkingen hebben plaatsgevonden. Tabel 2.16 Niet terug van verlof en overige onttrekkingen, per type onttrekking, 2013-2015 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Niet terug van tijdelijke schorsing voorl. hecht. of strafonderbr. 17 4% 18 5% 16 5% Niet terug van incidenteel verlof 27 7% 23 6% 18 5% Niet terug van algemeen verlof of regimesgebonden verlof 99 25% 107 28% 84 25% Niet terug van trajectverlof ISD'ers 27 7% 26 7% 20 6% Onttrekking aan verblijf in een (zeer) beperkt beveiligde inr. 12 3% 13 3% 4 1% Onttrekking aan verblijf in een particuliere zorginstelling 177 45% 148 39% 143 43% Onttrekking aan een extramuraal penitentiair programma 38 10% 46 12% 48 14% Overig, onbekend 0 0% 0 0% 3 1% Totaal 397 100% 381 100% 336 100% Vier van de tien onttrekkingen vinden plaats vanuit een particuliere zorginstelling. Gedetineerden zijn daar geplaatst op grond van art. 15.5 of 43.3 van de Penitentiaire beginselenwet of omdat zij verblijven in de laatste fase van de ISDmaatregel. Onttrekkingen vanuit die inrichtingen vinden overwegend plaats door niet (tijdig) terug te keren van verlof. Toekennen van verlof staat juist in een behandelvoorziening mede in het teken van het weer leren omgaan met vrijheden en verantwoordelijkheden. Gelet op de complexe problematiek van de ISD ers, is dat vaak een kwestie van vallen en opstaan. Dat verklaart het relatief hoge aantal onttrekkingen. De periode van ongeoorloofde afwezigheid is overigens bij deze categorie beduidend korter dan bij de overige onttrekkers. Een kwart van de onttrekkingen is het gevolg van het niet terugkeren van algemeen verlof of regimesgebonden verlof. Tien tot vijftien procent komt voor rekening van de personen die zich onttrekken aan de uitvoering van een penitentiair programma. Ontvluchtingen, niet terug van verlof en overige onttrekkingen per 100 bezette plaatsen Grafiek 2.10 toont de ontwikkeling van het aantal personen dat ontvlucht of zich anderszins onttrekt aan de detentie, uitgedrukt per 100 bezette plaatsen. De grafiek laat zien dat de daling deels, maar niet uitsluitend, het gevolg is van de gereduceerde gedetineerdenbevolking. De daling van het aantal aantal gedetineerden op afdelingen met een beperkt beveiligd regime, verklaart voor een deel de daling van het aantal onttrekkingen. (minder regimesgebonden verlof). Er zijn aanwijzingen dat parallel daaraan een stringenter selectiebeleid bij het verlenen van vrijheden in het algemeen, een rol heeft gespeeld. Pagina 38 van 107
Grafiek 2.10 Ontvluchtingen, niet terug van verlof en overige onttrekkingen per 100 bezette plaatsen, 2011-2015 Aanhoudingen De overgrote meerderheid van de gedetineerden wordt weer aangehouden na een periode van ongeoorloofde afwezigheid. Grafiek 2.10 laat min of meer hetzelfde patroon zien als grafiek 2.11. In een aantal jaren zijn zelfs meer personen aangehouden dan zich in dezelfde periode aan de detentie hebben onttrokken. De extra aanhoudingen hebben betrekking op personen die zich vóór de verslagperiode aan de detentie hebben onttrokken Grafiek 2.11 Aantal aanhoudingen van personen die in hetzelfde of een eerder jaar zijn ontvlucht of zich aan de detentie hebben onttrokken, 2011-2015 Suïcides Door de (statistisch gezien) geringe aantallen suïcides, is al snel sprake van een relatief grote toe- of afname. In de periode 2011 tot en met 2015 varieert het jaarlijks aantal tussen 4 en 15. Pagina 39 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Grafiek 2.12 Suïcides 2011-2015 2.7 Recidive Deze paragraaf beschrijft de recidive van ex-gedetineerden. Daarbij is een onderscheid gemaakt in de zogenaamde algemene recidive en de detentierecidive. Algemene recidive versus detentierecidive Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie rapporteert periodiek over de mate waarin bepaalde categorieën justitiabelen opnieuw met justitie in aanraking komen. Voor diegenen die in een bepaald jaar uitstromen, wordt binnen één jaar, binnen twee jaar, binnen drie jaar, etc. bezien of zij opnieuw een strafbaar feit hebben gepleegd dat ter kennis is gebracht aan het OM (algemene recidive). Het WODC maakt een onderscheid tussen niet gecorrigeerde en wel gecorrigeerde cijfers. De niet gecorrigeerde cijfers geven de feitelijk gemeten recidive weer. Voor de berekening van de gecorrigeerde cijfers zijn de uitstroomcohorten eerst zo veel mogelijk vergelijkbaar gemaakt ten aanzien van een zestal achtergrondkenmerken waarvan bekend is dat ze van invloed zijn op de hoogte van de recidive. Dit zijn sekse, leeftijd, geboorteland, type delict, eerdere justitiecontacten en leeftijd bij eerdere justitiecontacten. DJI stelt met behulp van de eigen detentiegegevens vast in welke mate verschillende groepen ex-gedetineerden opnieuw zijn ingesloten in een penitentiaire inrichting (detentierecidive). Omdat niet elk justitiecontact leidt tot een detentie, zijn de DJI detentierecidivecijfers lager dan de algemene recidivecijfers. Pagina 40 van 107
Tabel 2.17 Percentage recidive binnen twee jaar na uitstroom, cohort 2002-2011/2013 WODC - algemene recidive Cohort DJI detentierecidive gecorrigeerde cijfers nietgecorrigeerde cijfers 2002 35,2 56,6 56,5 2003 37,1 55,2 53,9 2004 37,1 54,0 53,6 2005 33,9 52,0 52,1 2006 32,5 51,1 51,0 2007 32,5 49,9 49,9 2008 32,5 48,7 49,1 2009 31,8 47,7 48,2 2010 31,0 47,3 48,1 2011 30,5 * 47,6 2012 31,1 * * 2013 30,8 * * * (nog) onbekend De drie reeksen laten een duidelijke daling zien van de recidive van exgedetineerden. Profielschets detentierecidivist Welke personen die eerder gedetineerd zijn geweest, keren terug in het gevangeniswezen als verdachten van of veroordeelden voor een nieuw misdrijf? Hieronder zijn de detentierecidivecijfers onderscheiden naar een aantal kenmerken die gelden op het moment van uitstroom. Er is gekozen voor het meest actuele cohort waarvan op dit moment de detentierecidive binnen twee jaar na uitstroom bekend is: cohort 2013. De kenmerken zijn: geslacht, leeftijd bij ontslag, geboorteland, laatste celbestemming voor ontslag, delict en detentieduur. Tabel 2.18 Detentierecidive binnen twee jaar na uitstroom naar geslacht, cohort 2013 Geslacht Recidive Uitstroom binnen 2 jaar Aantal Aantal % man 29.526 9.433 32 vrouw 2.834 538 19 totaal 32.360 9.971 31 Pagina 41 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 2.19 Detentierecidive binnen twee jaar na uitstroom naar leeftijd, cohort 2013 leeftijd bij ontslag Uitstroom Recidive binnen 2 jaar Aantal Aantal % tm 19 jaar 1.346 460 34 20 t/m 24 5.915 1.901 32 25 t/m 29 5.658 1.711 30 30 t/m 34 4.683 1.490 32 35 t/m 39 3.778 1.261 33 40 t/m 44 3.908 1.251 32 45 t/m 49 3.020 876 29 50 en ouder 4.052 1.021 25 totaal 32.360 9.971 31 Tabel 2.20 Detentierecidive binnen twee jaar na uitstroom naar geboorteland, cohort 2013 Geboorteland Recidive Uitstroom binnen 2 jaar Aantal Aantal % Nederland 18.973 5.780 30 Ned Antillen 2293 774 34 Suriname 1660 484 29 Marokko 1388 534 38 Roemenië 1036 313 30 Polen 969 338 35 Turkije 688 140 20 Somalia 386 160 41 Joegoslavië 267 80 30 Irak 251 78 31 totaal top-10 27.911 8.681 31 overige landen 4.261 1.245 29 onbekend 188 45 24 totaal 32.360 9.971 31 Pagina 42 van 107
Tabel 2.21 Detentierecidive binnen twee jaar na uitstroom naar celbestemming bij uitstroom, cohort 2013 Bestemming Recidive Uitstroom Aantal binnen 2 jaar Aantal % huis van bewaring 11.014 3.679 33 gesloten gevangenis 16.700 5.076 30 gev met regime van beperkte beveiliging 887 167 19 gev met regime van zeer beperkt beveiliging 189 27 14 penit. psychiatr. centrum 533 213 40 ISD'ers binnen een PI * 90 71 79 ISD'ers buiten een PI 114 61 54 penitentiair programma 1.135 145 13 overige/onbekend** 1.698 532 31 totaal 32.360 9.971 31 * Meerderheid van de ISD'ers die zijn ontslagen vanuit een PI verbleven wel een periode buiten een PI, maar zijn teruggeplaatst ** inclusief EZV en art 15.5/43.3 Tabel 2.22 Detentierecidive binnen twee jaar na uitstroom naar delictcategorie, cohort 2013 Delictcategorie Recidive Uitstroom binnen 2 jaar Aantal Aantal % vermogensmisdrijven zonder geweld 7.285 2.939 40 vermogensmisdrijven met geweld 1.611 449 28 geweldsmisdrijven (excl.seksuele misdrijven) 3.463 827 24 seksuele misdrijven 410 34 8 vernieling en openbare orde en gezag 1.153 319 28 overig Wetboek van Strafrecht 203 76 37 opiumwet 2.548 328 13 verkeer (misdrijven en overtr.) 6.996 2.050 29 wet wapens en munitie 193 52 27 overige wetten 578 158 27 onbekend a.g.v. specifieke verblijfstitel 6.517 2.300 35 onbekend 1.403 439 31 totaal 32.360 9.971 31 Pagina 43 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 2.23 Detentierecidive binnen twee jaar na uitstroom naar detentieduur, cohort 2013 Detentieduur Uitstroom Aantal Aantal % < 2 wkn 9.214 2.800 30 2 wkn - <2 mnd 12.600 3.925 31 2 - < 4 mnd 3.956 1.279 32 4 - < 8 mnd 2.652 879 33 8 mnd - < 1 jr 1.106 314 28 1 jr - < 2 jr 1.312 337 26 2 jr - < 3 jr * 587 192 33 3 jr of langer 361 64 18 onbekend 572 181 32 totaal 32.360 9.971 31 * w.o. ISD'ers Recidive binnen 2 jaar Pagina 44 van 107
Hoofdstuk 3 Vreemdelingenbewaring 2011-2015 3.1 Inleiding Wettelijk kader vreemdelingenbewaring Vrijheidsontneming op grond van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna kortweg vreemdelingenbewaring) is een maatregel om een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, dan wel de vreemdeling die niet (meer) in Nederland mag verblijven en weigert zelfstandig te vertrekken, beschikbaar te houden in een inrichting tot het moment dat vertrek of uitzetting mogelijk is. Hierbij is van belang op te merken dat het toepassen van vreemdelingenbewaring slechts dan geoorloofd is, als met minder ingrijpende middelen niet hetzelfde doel kan worden bereikt (het ultimum remedium beginsel). In de vreemdelingenbewaring zijn er twee groepen te onderscheiden: aan de grens geweigerde vreemdelingen en vreemdelingen die in Nederland worden aangehouden wegens onrechtmatig verblijf. Zij worden ingesloten op grond van respectievelijk artikel 6 of artikel 59 van de Vreemdelingenwet (Vw 2000). Eerstgenoemden worden ondergebracht in een Grenshospitium, waar het Reglement Regime Grenslogies van toepassing is. De tweede groep wordt geplaatst in een Huis van Bewaring waar de Penitentiaire Beginselen Wet geldt. Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen Sinds maart 2011 geldt het beleid dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV ers) slechts in bijzondere omstandigheden in bewaring worden gesteld. Zij werden geplaatst in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). Vanaf oktober 2014 worden zij in de Gesloten Gezinsvoorziening (GGV) ondergebracht. Gesloten Gezinsvoorziening Op 28 mei 2014 heeft toenmalig staatssecretaris Teeven een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin werd aangegeven dat er een GGV wordt ontwikkeld voor gezinnen met kinderen in grensdetentie en vreemdelingenbewaring en voor AMV ers in vreemdelingenbewaring 11. In oktober 2014 is een tijdelijke voorziening geopend. De structurele voorziening wordt in april 2016 in gebruik genomen. 3.2 Capaciteit De insluiting van vreemdelingen vindt plaats in een detentiecentrum (juridische status Huis van Bewaring) of een locatie met een Regime Grenslogies (grenshospitium). In de reguliere detentiecentra mogen de vreemdelingen tussen 8.00 en 12.00 uur en tussen 13.00 en 17.00 uur uit hun verblijfsruimten. In die uren wordt een programma aangeboden. De vreemdeling kan telefoneren, luchten, bezoek ontvangen (twee uur in de week en in het weekeinde), gebruik maken van geestelijke verzorging, bibliotheek en van sport- en recreatiemogelijkheden zoals zang, dans, tekenen en schilderen. Buiten de activiteiten verblijven de ingeslotenen 11 Vergaderjaar 2013-2014, Kamerstuk 19637 nr. 1827 Pagina 45 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 op een gemeenschappelijke verblijfsruimte of afdeling. Ouders met kinderen en artikel 6-vreemdelingen die aan de grens zijn geweigerd, beschikken over een dagprogramma dat doorloopt tot 21.00 uur. Doordat de instroom in de vreemdelingenbewaring tussen 2011 en 2015 sterk is afgenomen, is er minder behoefte aan detentiecapaciteit voor vreemdelingen. Om de vraag naar plaatsen beter in overeenstemming te brengen met het aanbod aan plaatsen, is een aantal capaciteitsmaatregelen genomen: Onder de noemer in stand te houden capaciteit is capaciteit buiten gebruik gesteld. De in stand te houden capaciteit wordt zeer beperkt gefinancierd (onder andere voor de kosten van huurcontracten). De gemiddelde capaciteit in grafiek 3.1 is exclusief de in stand te houden capaciteit. Het introduceren van reservecapaciteit. Deze capaciteit moet binnen vier maanden inzetbaar zijn om (tijdelijk) pieken in de instroom van in te sluiten vreemdelingen op te vangen. De kostprijs van de reservecapaciteit is weliswaar hoger dan de kostprijs van de in stand te houden capaciteit, maar ligt wel beduidend lager dan de kostprijs van de direct inzetbare capaciteit. Vanaf begin 2014 vinden uitzettingen niet meer plaats vanuit de uitzetcentra, maar direct vanuit de locaties waar de bewaring op dat moment wordt uitgevoerd. Het gevolg van deze (beleids)wijziging is dat het onderscheid tussen vreemdelingenbewaring en uitzetcentra is komen te vervallen. Om die reden wordt dit onderscheid in deze publicatie niet meer gemaakt. Grafiek 3.1 Gemiddelde direct inzetbare capaciteit, 2011-2015 De voornoemde maatregelen hebben geleid tot een afname van de gemiddelde direct inzetbare capaciteit van 1.950 plaatsen in 2011 tot 1.179 plaatsen in 2015; dit is een capaciteitsvermindering van 40%. De bezetting (zie paragraaf 3.4) is fors lager dan de gemiddelde direct inzetbare capaciteit. Dit kan deels worden verklaard doordat er binnen vreemdelingenbewaring verschillende differentiaties m.b.t. de capaciteit noodzakelijk zijn. Zoals het gescheiden onderbrengen van mannen en vrouwen, vreemdelingen onder artikel 6 en artikel 59 VW, extra zorgafdeling etc. Bij een lagere bezetting zal dit effect, relatief gezien, groter zijn. De capaciteit van de vreemdelingenbewaring zal conform het Masterplan DJI 2013-2018 de komende jaren worden teruggebracht tot 933 plaatsen (waarvan 176 plaatsen reservecapaciteit), waarmee de capaciteit meer in lijn wordt gebracht met zowel de huidige bezetting als de meerjarenprognose voor vreemdelingenbewaring. Pagina 46 van 107
3.3 Instroom De instroom in de vreemdelingenbewaring vertoont in de verslagperiode een constant dalend verloop. In 2015 is de instroom gedaald tot 2.176 vreemdelingen; in vergelijking met 2011 is dat een afname van bijna 65%. Grafiek 3.2 Instroom vreemdelingenbewaring, 2011-2015 Grafiek 3.3 Instroom naar wettelijke grondslag van de vrijheids-ontnemende maatregel, 2011-2015 Het aantal vreemdelingen dat op grond van artikel 59 Vw in bewaring is gesteld, is sinds 2011 met 68% teruggelopen: van 5.844 in 2011 tot 1.852 in 2015 Het aantal vreemdelingen dat op grond van artikel 6 in bewaring wordt gesteld neemt juist toe: van 260 in 2011 naar 324 vreemdelingen in 2015, met een dal in 2013 (164 in bewaring stellingen o.g.v. artikel 6). Pagina 47 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Instroom naar geslacht Tabel 3.1 Instroom naar geslacht, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Geslacht Man 5.311 87 4.609 85 3.255 89 2.374 87 1.901 87 Vrouw 793 13 811 15 413 11 354 13 275 13 Totaal 6.104 100 5.420 100 3.668 100 2.728 100 2.176 100 De verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen dat instroomt, is in de periode 2011 tot en met 2015 niet gewijzigd: circa 87% is man en 13% is vrouw. Instroom naar nationaliteit Tabel 3.2 Instroom naar nationaliteit top 10 in procenten, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Land % Land % Land % Land % Land % Irak 9,0 Marokko 6,5 Marokko 7,6 Marokko 8,8 Albanië 8,9 Somalië 6,2 Afghanistan 6,4 Afghanistan 5,1 Albanië 4,1 Marokko 8,4 Afghanistan 5,9 Somalië 5,1 Somalië 4,7 Afghanistan 3,8 Algerije 3,6 Marokko 5,1 Irak 4,2 Algerije 4,5 Algerije 3,7 Nigeria 3,5 China 4,8 China 3,5 Turkije 3,4 China 3,6 Irak 3,0 Nigeria 3,6 Rusland 3,0 Nigeria 2,8 Nigeria 3,4 Afghanistan 2,8 Turkije 2,9 Algerije 2,9 Suriname 2,7 Somalië 3,1 Viëtnam 2,6 Iran 2,9 Nigeria 2,9 Iran 2,7 Suriname 2,9 China 2,5 Suriname 2,6 Turkije 2,8 India 2,7 Turkije 2,6 Suriname 2,4 Algerije 2,4 Iran 2,7 Rusland 2,6 Georgië/India 2,6 Iran/Turkije 2,2 Totaal 10 45,4 Totaal 10 40,0 Totaal 10 38,8 Totaal 11 41,2 Totaal 11 42,1 Overig 48,4 Overig 53,3 Overig 53,9 Overig 52,8 Overig 51,7 Onbekend 6,2 Onbekend 6,6 Onbekend 7,2 Onbekend 6,0 Onbekend 6,2 Totaal 100 Totaal 100 Totaal 100 Totaal 100 Totaal 100 De meest voorkomende landen (top 5) van waaruit vreemdelingen in 2015 zijn ingestroomd, zijn: Albanië (8,9%), Marokko (8,4%), Algerije (3,6%), Nigeria (3,5%) en Irak (3,0%). Met betrekking tot Albanië valt op dat er een verdubbeling heeft plaatsgevonden ten opzichte van 2014 (4,1% van de instroom), terwijl in de jaren ervoor Albanië niet in de top 10 voorkwam. De landen van de top 10 samen vormen in de periode tussen 2011 en 2015 opvallend genoeg een relatief constant aandeel in de totale instroom: circa 40%. Let wel: in 2014 en 2015 is de top 10 eigenlijk de top 11 in verband met het feit dat de nummer 10 uit twee landen bestaat met een gelijk aandeel. Het aandeel van ingestroomde vreemdelingen van wie de nationaliteit onbekend is, bedraagt doorgaans 6 á 7%. Echt opmerkelijk is dat relatief hoge percentage niet, omdat bij personen in vreemdelingenbewaring door het ontbreken van de juiste identiteitspapieren, dan wel het gebruik van aliassen, de nationaliteit op het moment van registratie niet altijd bekend is. Pagina 48 van 107
Tabel 3.3 Instroomtrend nationaliteit top 5 van 2015, in procenten 2011 2012 2013 2014 2015 % % % % % Land Albanië 1,0 2,1 2,6 4,1 8,9 Marokko 5,1 6,1 7,6 8,8 8,4 Algerije 2,4 2,7 4,5 3,7 3,6 Nigeria 3,6 2,9 2,8 3,4 3,5 Irak 9,0 4,1 2,4 2,1 3,0 Tabel 3.3 geeft de procentuele ontwikkeling weer, vanaf 2011, van de top 5 landen van het jaar 2015. De absolute aantallen van deze top 5 staan in grafiek 3.4. Grafiek 3.4 Trend nationaliteit top 5 op basis van de instroom 2015, absoluut Instroom Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen Sinds eind 2006 werden AMV ers in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI) geplaatst. Vanaf oktober 2014 worden ze in de Gesloten Gezinsvoorziening (GGV) te Zeist geplaatst. Tabel 3.4 Instroom Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen, 2011-2015 Aantal 2011 2012 2013 2014 2015 92 49 25 11 12 In zowel 2011 als 2012 werden er, naast diegenen die eerst in een JJI werden geplaatst, circa 20 AMV ers direct in een detentiecentrum geplaatst. In 2013 neemt het aantal AMV ers dat direct in een detentiecentrum werd geplaatst, sterk af naar vier. In 2014 en 2015 zijn er geen AMV ers direct in een detentiecentrum geplaatst. De AMV ers gaan immers vanaf oktober 2014 naar de GGV. Dit houdt overigens ook in dat ze niet meer in een JJI werden geplaatst. Pagina 49 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Instroom gezinnen met kinderen In beginsel maximaal twee weken voor de datum van het vertrek uit Nederland kan een gezin in vreemdelingenbewaring worden geplaatst. Dit gebeurde tot oktober 2014 in het DC Rotterdam, waar speciale faciliteiten voor de opvang van kinderen aanwezig waren. Vanaf oktober 2014 worden gezinnen opgenomen in de Gesloten Gezins Voorziening (GGV) in DC Zeist. De vreemdelingenbewaring van een gezin kan alleen worden verlengd, als er sprake is van fysiek verzet tegen de uitzetting of als op het laatste moment een nieuwe aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ingediend. Tabel 3.5 Instroom gezinnen met kinderen, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal Gezinnen 174 201 89 44 66 Kinderen 324 352 165 82 129 Het aantal gezinnen met kinderen dat instroomt, is in 2014 aanzienlijk gedaald, terwijl er in 2015 weer een stijging heeft plaatsgevonden. 3.4 Populatie In 2015 waren er twee centra waar vreemdelingen met een bestuursrechtelijke titel verbleven: DC Schiphol; DC Zeist. DC Rotterdam is tot najaar 2015 in gebruik geweest voor vreemdelingenbewaring. Per oktober 2015 heeft DC Rotterdam (tijdelijk) een strafrechtelijke bestemming gekregen. Binnen de detentiecentra verblijven mensen in principe op een meerpersoonscel (mpc). De medische dienst bekijkt vooraf of er eventueel medische indicaties zijn waardoor iemand niet op een mpc geplaatst kan worden. Het is mogelijk om een verzoek te doen om samen met een landgenoot of een bekende een cel te delen. In deze paragraaf bezien we verschillende kenmerken van de aanwezige populatie in de periode 2011 t/m 2015. De vaste peildatum is ultimo september, aangezien uit analyses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat dit, gemiddeld genomen over het gehele jaar, het meest representatieve meetmoment is. Algemene ontwikkeling bezetting Het verloop van de bezetting vertoont een grote gelijkenis met het verloop van de instroom, zoals in de vorige paragraaf te zien was. Vanaf 2011 is er een duidelijke daling in de bezetting te zien: van 1.191 op 30 sept. 2011 tot 155 op 30 sept. 2015: een afname met 87%. Pagina 50 van 107
Grafiek 3.5 Bezetting vreemdelingenbewaring, 2011-2015 Grafiek 3.6 Bezetting naar wettelijke grondslag van de vrijheidsontnemende maatregel, 2011-2015 De onderlinge procentuele verdeling van beide groepen vreemdelingen (art. 59 en art. 6) in de bezetting blijft in de periode 2011-2014 nagenoeg gelijk. Het percentage artikel 59 vreemdelingen ligt in die periode grofweg tussen de 95 en 97 van het totaal. In 2015 treedt er een lichte wijziging op: artikel 6 Vw vormt 12% tegen 88% artikel 59Vw. Hierbij dient overigens wel te worden opgemerkt dat bij kleine(re) aantallen een verandering al snel grote procentuele consequenties heeft. Pagina 51 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 3.6 Bezetting naar geslacht, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Geslacht Man 1.081 91 851 90 589 95 415 92 136 88 Vrouw 110 9 98 10 32 5 34 8 19 12 Totaal 1.191 100 949 100 621 100 449 100 155 100 In de periode tussen 2011 en 2015 is de bezetting zowel bij de mannen als bij de vrouwen sterk afgenomen: zowel bij de mannen als bij de vrouwen is er een afname met circa 88% geweest. De verhouding man-vrouw blijft over de jaren heen wel redelijk stabiel: circa 10% is vrouw, met een uitschieter naar beneden in 2013 (5% vrouw). Bezetting naar leeftijd Tabel 3.7 Bezetting naar leeftijd, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Leeftijd minderjarig 0 0,0 0 0,0 0 0,0 0 0,0 0 0,0 18 en 19 jaar 63 5,3 37 3,9 20 3,2 6 1,3 6 3,9 20 t/m 29 jaar 478 40,1 324 34,1 221 35,6 153 34,1 49 31,6 30 t/m 39 jaar 326 27,4 306 32,2 204 32,9 162 36,1 57 36,8 40 t/m 49 jaar 226 19,0 180 19,0 115 18,5 91 20,3 30 19,4 50 t/m 59 jaar 71 6,0 70 7,4 49 7,9 32 7,1 13 8,4 60 jaar en ouder 15 1,3 15 1,6 6 1,0 5 1,1 0 0,0 onbekend 12 1,0 17 1,8 6 1,0 0 0,0 0 0,0 Totaal 1.191 100 949 100 621 100 449 100 155 100 Gemiddelde 33 34 34 35 34 Op 30 september 2015 is de bezetting in de leeftijdsgroep 30 tot en met 39 jaar het grootst, in 2014 was dit ook al het geval. In eerdere jaren was dit de groep van 20 tot en met 29 jaar. Over de jaren 2011 tot en met 2015 heen is de totale groep 20 tot en met 39 jaar wel constant: 67,5% in 2011 en 68,4% in 2015. De gemiddelde leeftijd van de gehele groep die op 30 september 2015 in bewaring verblijft, is 34 jaar. Wanneer gekeken wordt naar de voorgaande jaren is dit redelijk constant. 3.5 Uitstroom Voor het daadwerkelijke vertrek van vreemdelingen uit Nederland werkt DJI nauw samen met verschillende partners. Belangrijke schakels in het terugkeerproces zijn de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en organisaties zoals Vluchtelingenwerk en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). In deze paragraaf komt de ontwikkeling van de uitstroom aan bod en wordt kort de gemiddelde bewaringsduur bij uitstroom belicht. Pagina 52 van 107
De uitstroom volgt dezelfde tendens als de instroom (zie paragraaf 3.3). Bedroeg de uitstroom in 2011 nog 6.358 vreemdelingen, in 2015 is deze gedaald naar 2.326 vreemdelingen. Dit is een afname van ruim 63%. Grafiek 3.7 Uitstroom vreemdelingenbewaring, 2011-2015 Tabel 3.8 Gemiddelde verblijfsduur in dagen, 2011-2015 Dagen 2011 2012 2013 2014 2015 76 75 72 67 55 In 2011 is de gemiddelde verblijfsduur bij uitstroom 76 dagen. Hierna daalt de verblijfsduur in 2015 naar gemiddeld 55 dagen. 3.6 Incidenten Tijdens het verblijf in een detentiecentrum kunnen er incidenten voorkomen. Twee van deze incidenten zijn speciaal van belang: de ontvluchtingen en de suïcides. Tabel 3.9 Aantal ontvluchtingen uit vreemdelingenbewaring, 2011-2015 Aantal 2011 2012 2013 2014 2015 3 0 0 1 0 Bij iedere ontvluchting vindt er een grondige analyse plaats en worden er, waar nodig en mogelijk, maatregelen getroffen om een herhaling te voorkomen. Te denken valt aan bouwkundige aanpassingen en extra werk- en dienstinstructies voor het personeel. In 2011 zijn er drie ontvluchtingen geweest, in 2014 heeft er één ontvluchting plaatsgevonden. In 2015 zijn er geen ontvluchtingen vanuit vreemdelingenbewaring geweest. Pagina 53 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Suïcides Tabel 3.10 Aantal suïcides in vreemdelingenbewaring, 2011-2015 Aantal 2011 2012 2013 2014 2015 1 0 1 0 1 In de verslagperiode 2011-2015 hebben zich in totaal drie suïcides voorgedaan, waarvan één in 2015. Pagina 54 van 107
Hoofdstuk 4 Forensische Zorg 2011-2015 4.1 Inleiding De divisie Forensische Zorg/Justitiële Jeugdinrichtingen houdt zich onder meer bezig met kwaliteitsontwikkeling, inkoop, plaatsing en financiering van alle forensische zorg in een strafrechtelijk kader. Het gaat hierbij - naast de tbs - om alle geestelijke gezondheidszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg aan volwassenen met een strafrechtelijke titel. Er zijn 25 forensische zorgtitels: 24 strafrechtelijke titels en één voorgenomen indicatiestelling van de reclassering. Het strafrechtelijke vonnis en de onafhankelijke indicatiestelling bepalen het type forensische zorg dat een persoon zal ontvangen. Naast informatie over de tbs met bevel tot verpleging besteedt dit hoofdstuk aandacht aan de inkoop van forensische zorg voor de andere groepen met een strafrechtelijke titel zoals zorg in detentie of zorg als voorwaarde bij de beslissing van de rechter of het Openbaar Ministerie (OM). Tbs Er bestaan twee vormen van tbs: tbs met bevel tot verpleging en tbs met voorwaarden. Tbs met bevel tot verpleging is een ingrijpende maatregel in het Nederlands strafrecht. De maatregel is bedoeld voor iemand aan wie het misdrijf niet (volledig) kan worden toegerekend, omdat hij of zij lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis en/of een ernstige psychische stoornis, en bij wie de stoornis heeft bijgedragen aan het plegen van het delict. Tbs met bevel tot verpleging wordt opgelegd voor twee jaar en kan in de regel telkens worden verlengd met één of twee jaar. De rechter zal de tbs-maatregel verlengen als hij dat noodzakelijk acht, op advies van de behandelaars, wegens het verwachte gevaar van ernstige recidive (zie voor nadere begripsomschrijvingen de bijlage). Een andere variant van tbs met bevel tot verpleging betreft gemaximeerde tbs. Deze variant mag maar één keer worden verlengd en kan maximaal vier jaar duren. De andere vorm van tbs is tbs met voorwaarden. Dat is een lichtere vorm van tbs waarbij de tbs-gestelde niet in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) wordt opgenomen, maar waarbij de rechter voorwaarden stelt aan het gedrag van de tbsgestelde. Een dergelijke voorwaarde kan zijn dat hij of zij zich (psychiatrisch) laat behandelen. De reclassering begeleidt in dat geval de tbs-gestelde en ziet erop toe dat hij of zij zich aan de voorwaarden houdt. Doet hij of zij dat niet, kan de rechter op vordering van het OM de tbs met voorwaarden alsnog omzetten in tbs met bevel tot verpleging. In de regel start de tbs-maatregel (met bevel tot verpleging) nadat de tbs-gestelde een gevangenisstraf heeft ondergaan. Indien het strafbaar feit in het geheel niet kan worden toegerekend aan de verdachte ziet de rechter af van het opleggen van een straf. Ook in die situatie verblijft de tbs-gestelde in een penitentiaire inrichting tot het moment van plaatsing in een FPC. Pagina 55 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Overige forensische zorg De overige forensische zorg valt in te delen in drie segmenten: Klinische zorg: hierbij is sprake van een 24-uurs verblijfssetting waarbij ook behandeling wordt geboden. Beschermd wonen: vorm van (kleinschalig) wonen, waarbij op verschillende niveaus begeleiding en ondersteuning wordt geboden. Ambulante zorg: hierbij is geen sprake van verblijf. Het betreft zorg die voornamelijk wordt verleend op afgesproken tijden waarbij de justitiabelen naar de zorgaanbieder toekomen. Het gaat bij overige forensische zorg o.a. om zorg na de tbs zoals proefverlof en voorwaardelijke beëindiging. Daarnaast gaat het om zorg in het kader van een voorwaardelijke veroordeling. Ook gaat het om inkoop van forensische zorg voor gedetineerden die op een bijzondere zorgplaats verblijven binnen het gevangeniswezen (de PPC s), maar ook gedetineerden die buiten het gevangeniswezen in forensische zorginstellingen verblijven. 4.2 Capaciteit tbs De tbs-capaciteit is afgenomen van 2.062 plaatsen in 2011 tot 1.630 in 2015, een afname van circa 20%. Dit wordt mede veroorzaakt door de afname van het aantal opleggingen tbs met bevel tot verpleging in combinatie met een kortere gemiddelde behandelduur. Grafiek 4.1 Gemiddelde capaciteit FPC, incl. reservecapaciteit, 2011-2015 Direct inzetbaar Justitieel: justitieel rijks en justitieel particulier. Direct inzetbaar Inkoop: niet justitieel. Pagina 56 van 107
Tabel 4.1 Gemiddelde capaciteit per FPC in 2015 FPC Capaciteit Rijks (Justitieel) Veldzicht 155 Oostvaarderskliniek 159 Totaal rijks 314 Particulier (Justitieel) Pompekliniek 290 Rooyse Wissel 175 Van der Hoeven 174 Kijvelanden 152 Mesdag 246 2Landen 55 Totaal particulier 1.092 Niet Justitieel Arkin 32 Boschoord 112 GGZ Drenthe 11 GGZE 69 Totaal niet justitieel 224 Totaal 1.630 De capaciteitsreductie loopt volgens de planning van het Masterplan DJI 2013-2018. 4.3 Instroom Paragraaf 4.3 gaat in op het jaarlijkse aantal opleggingen van tbs met bevel tot verpleging en tbs met voorwaarden. Het aantal tbs-gestelden dat in een penitentiaire inrichting wacht op opname in een FPC (de zogenaamde tbspassanten ), inclusief wachttijd, vormt het slotstuk van deze paragraaf. Tbs met bevel tot verpleging In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de tbs met bevel tot verpleging naar geslacht, type oplegging en al dan niet de combinatie met een gevangenisstraf. De tbs met bevel tot verpleging kan worden opgesplitst naar de duur van de maatregel: gemaximeerde tbs en tbs voor onbepaalde duur. De gemaximeerde tbs kan alleen worden opgelegd als het indexdelict niet gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Het indexdelict is het delict waarvoor de tbs-maatregel is opgelegd. Pagina 57 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Grafiek 4.2 Aantal opleggingen tbs met bevel tot verpleging naar geslacht, 2011-2015 * Het daadwerkelijke aantal opleggingen tbs met bevel tot verpleging over 2015 kan gedurende 2016 nog toenemen in verband met het zogenaamde na-ijleffect. Zo bleek het aantal over 2014 (zie Forensische Zorg in getal 2010-2014) achteraf toegenomen van 94 tot 100. Ten opzichte van het aantal opleggingen circa 10 jaar geleden is het aantal nu meer dan gehalveerd. Tabel 4.2 Aantal opleggingen tbs met bevel tot verpleging naar type, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Differentiatie Tbs met bevel tot verpleging 100 89 82 87 82 Gemaximeerde tbs 1 7 4 10 10 Tbs met voorwaarden omgezet in tbs met bevel tot verpleging 10 16 7 3 2 Tbs met voorw. omgezet in tbs met 0 1 0 0 1 bevel tot verpleging max. 4 jaar Totaal 111 113 93 100 95 De omzettingen (tbs met voorwaarden omgezet in tbs met bevel tot verpleging) tellen (juridisch) mee in het jaar waarin de tbs met voorwaarden is opgelegd. Dit houdt in dat bij de volgende publicatie het (totaal) aantal opleggingen tbs met bevel tot verpleging over de afgelopen jaren kan wijzigen. Naarmate de tijdspanne tussen het jaar waarin de tbs met voorwaarden is opgelegd en het moment van meten langer wordt, neemt de kans op een omzetting naar tbs met bevel tot verpleging toe. Met ingang van 2016 wordt behandeling in de Forensische Zorg (incl. tbs) bekostigd door middel van DBBC s. In de periode 2011-2015 vond een transitie plaats naar deze vorm van bekostiging, waarbij een deel van de omzet van de zorgaanbieders zelf werd gerealiseerd middels DBBC s. Onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal naar type. Pagina 58 van 107
Tabel 4.3 Te openen Diagnose Behandel- en Beveiligings Combinaties (DBBC s) voor tbs naar type, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 aantal aantal aantal aantal aantal Aan een middel gebonden stoornissen 80 97 141 107 67 Behandeling kort 41 63 67 66 77 Diagnostiek 3 2 10 7 8 Geen behandeling 7 - - - - Indirect 21 25 15 - - Persoonlijkheidsstoornissen 860 856 766 684 667 Problemen i.v.m. misbruik of verwaarlozing 14 10 24 37 29 Restgroep diagnoses 92 121 137 120 87 Schizofrenie en andere psychotische stoornissen 584 634 559 539 504 Seksuele stoornissen 193 175 160 153 153 Stoornissen in de impulsbeheersing 22 20 31 27 26 Stoornissen in de kindertijd 149 115 119 134 130 Eindtotaal 2.066 2.118 2.029 1.874 1.748 Dit betreffen initiële DBBC s en vervolg DBBC s Tabel 4.4. Aantal omzettingen tbs met voorwaarden in tbs met bevel tot verpleging naar jaar datum onherroepelijk tbs met voorwaarden, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Totaal Datum onherroepelijk 2006 1 1 2007 1 1 2008 2 2 2009 3 1 1 5 2010 6 2 1 2 11 2011 2 4 4 10 2012 1 4 7 4 16 2013 4 3 7 2014 3 3 2015 3 3 Totaal 13 10 10 13 13 59 De tabel maakt inzichtelijk dat de drie omzettingen in 2015 alle drie onherroepelijk zijn geworden in 2015. Wanneer we de tabel benaderen vanuit het jaar van onherroepelijk worden, dan kunnen we stellen dat er in 2015 13 maal een omzetting onherroepelijk is geworden; vier maal over 2012, drie maal over 2013, drie maal over 2014 en drie maal over 2015. Pagina 59 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 4.5 Duur van de gevangenisstraf die in combinatie met tbs met bevel tot verpleging is opgelegd, 2011-2015 Differentiatie 2011 2012 2013 2014 2015 Tbs i.c.m. ontslag van rechtsvervolging* 18 16 10 16 21 Tbs i.c.m. gev.straf < 6 maanden 14 20 11 20 16 Tbs i.c.m. gev.straf 6 maanden t/m 1jr. 19 24 15 23 23 Tbs i.c.m. gev.straf > 1jr. t/m 2jr. 18 17 18 12 12 Tbs i.c.m. gev.straf > 2jr. t/m 3jr. 11 9 11 4 7 Tbs i.c.m. gev.straf > 3jr. t/m 6jr. 20 13 14 13 9 Tbs i.c.m. gev.straf > 6jr. 11 14 14 12 7 Totaal 111 113 93 100 95 * Dat wil zeggen dat er naast de tbs-maatregel geen gevangenisstraf is opgelegd. Afgelopen jaar is het aantal combinatievonnissen tbs met een lange straf (langer dan 6 jaar) afgenomen tot zeven. Niet eerder in de verslagperiode was het aantal zo laag. Dit is in lijn met het verzoek van de Taskforce behandelduur tbs aan de rechter om, waar mogelijk, terughoudend te zijn met het opleggen van een lange gevangenisstraf in combinatie met tbs. Bij een combinatievonnis volgt de tbs direct in aansluiting op de opgelegde vrijheidsstraf. Personen met een vrijheidsstraf tussen één en twee jaar worden, nadat zij ten minste één jaar en een derde van de nog resterende straf hebben ondergaan, in een FPC geplaatst. Personen met een vrijheidsstraf langer dan twee jaar kunnen onder voorwaarden in een FPC worden geplaatst als twee derde van de straf is ondergaan. Met andere woorden: een tbs-gestelde die in 2015 naast tbs een gevangenisstraf krijgt opgelegd van zes jaar, zal pas na vier jaar (in 2019) in een FPC worden opgenomen. Tbs met voorwaarden Tbs met voorwaarden houdt in dat de veroordeelde zich aan bepaalde door de rechter opgelegde voorwaarden moet houden. Een dergelijke voorwaarde kan zijn dat hij zich laat opnemen of zich onderwerpt aan een ambulante behandeling. In het geval van tbs met voorwaarden acht de rechter deze voorwaarden voldoende om het recidiverisico te beteugelen. Deze modaliteit geeft de rechter de mogelijkheid binnen het kader van de tbs-maatregel af te wijken van het zwaarste middel dat hij tot zijn beschikking heeft: tbs met bevel tot verpleging. De reclassering begeleidt de persoon en ziet erop toe dat hij zich aan de voorwaarden houdt. Als de persoon zich niet aan de voorwaarden houdt, kan de rechter op vordering van het OM de tbs met voorwaarden alsnog omzetten in tbs met bevel tot verpleging. Pagina 60 van 107
Grafiek 4.3 Aantal opleggingen tbs met voorwaarden, naar geslacht, 2011-2015 Tabel 4.6 Aantal opleggingen tbs met voorwaarden naar differentiatie, 2011-2015 Differentiatie 2011 2012 2013 2014 2015 Tbs met voorwaarden 47 57 57 67 67 Tbs met voorwaarden omgezet in tbs met bevel tot verpleging 10 16 7 3 2 Tbs met voorw. omgezet in tbs met bevel tot verpleging max. 4 jaar 0 1 0 0 1 Totaal 57 74 64 70 70 Van de opleggingen blijkt dat na enige tijd een deel wordt omgezet in tbs met bevel tot verpleging. Over 2015 hebben drie omzettingen plaatsgevonden: twee van tbs met voorwaarden omgezet in tbs met bevel tot verpleging en één tbs met voorwaarden omgezet in tbs met bevel tot verpleging maximaal vier jaar. Tabel 4.7 Duur van de gevangenisstraf die in combinatie met tbs met voorwaarden is opgelegd, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Differentiatie Tbs i.c.m. ontslag van rechtsvervolging* 2 5 6 4 5 Tbs i.c.m. gev.straf < 6 maanden 8 9 4 14 10 Tbs i.c.m. gev.straf 6 maanden t/m 1jr 16 17 23 29 28 Tbs i.c.m. gev.straf > 1jr t/m 2jr 19 25 13 14 17 Tbs i.c.m. gev.straf > 2jr t/m 3jr 11 12 7 5 5 Tbs i.c.m. gev.straf > 3jr t/m 5jr 1 6 11 4 5 Totaal 57 74 64 70 70 * Dat wil zeggen dat er naast de tbs-maatregel geen gevangenisstraf is opgelegd. Pagina 61 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Grafiek 4.4 Tbs-gestelden aanwezig geweest in een FPC per jaar, 2011-2015 Tbs-passanten Onderstaand wordt ingegaan op het aantal tbs-passanten. Het gaat hierbij om justitiabelen van wie de tbs-termijn is begonnen en die in een penitentiaire inrichting wachten op opname in een FPC. Als gevolg van de forse capaciteitsuitbreiding tot 2010 en het sterk afnemend aantal opleggingen tbs met bevel tot verpleging in de afgelopen jaren, is het aantal passanten aanzienlijk afgenomen. Tabel 4.8 Tbs-passanten: aantal en wachttijd, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Differentiatie Gem. aantal tbs-passanten 24 27 22 20 19 Aantal tbs-passanten ultimo jaar 24 25 13 9 7 Gem. wachttijd tbs-passanten (dgn.) 85 82 81 62 42 Mediaan wachttijd tbs-passanten (dgn.) 82 78 79 60 41 Afgelopen jaren wijkt het gemiddelde nauwelijks af van de mediaan: er is blijkbaar geen sprake van tbs-passanten die veel langer dan gemiddeld wachten. Pagina 62 van 107
In onderstaande tabel wordt ingegaan op de eerste opnames in een FPC per jaar, gekoppeld aan het aantal plaatsingen binnen de termijn van zes en vier maanden. Tabel 4.9 eerste opnames naar wachtduur, 2011-2015 1 e opnames Plaatsing binnen 6 maanden Plaatsing binnen 4 maanden Jaar 2011 104 99 84 2012 95 87 72 2013 108 102 90 2014 92 90 80 2015 118 117 113 4.4 Populatie De gegevens in deze paragraaf hebben betrekking op de populatie van 30 september in de periode 2011-2015. Door de septemberstand als uitgangspunt te nemen wordt aangesloten bij de methodiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); zij gebruikt september ook als vast peilmoment. Tabel 4.10 Justitiabelen met een combinatievonnis tbs in het gevangeniswezen, 2011-2015 Totaal Man Vrouw Jaar 2011 66 63 3 2012 64 63 1 2013 69 65 4 2014 76 72 4 2015 76 71 5 Tabel 4.10 laat het aantal justitiabelen zien op het peilmoment die nog in hun gevangenisstraf zitten en aansluitend een tbs-maatregel ten uitvoer gelegd krijgen. Let wel: dit zijn niet de tbs-passanten. Een aanzienlijk deel van de in tabel 4.10 benoemde personen zit op een EZV of PPC plaats binnen het gevangeniswezen. Tabel 4.11 Bezetting FPC naar geslacht, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal Totaal 1.875 1.768 1.704 1.564 1.463 w.v. man 1.749 1.654 1.592 1.462 1.364 w.v. vrouw 126 114 112 102 99 De bezetting is in 2015 ten opzichte van 2011 met 22 % afgenomen. Pagina 63 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Langdurige forensische psychiatrische zorg (lfpz) Indien de tbs-behandeling niet resulteert in een resocialisatie, dan is de kans groot dat een tbs-gestelde wordt geplaatst op een langdurige forensische psychiatrische zorg afdeling (voorheen longstay). De capaciteit en de bezetting van de lfpz maakt onderdeel uit van de gemiddelde capaciteit en bezetting (zie grafiek 4.1 en tabel 4.11). Tabel 4.12 Langdurige forensisch psychiatrische zorg capaciteit, 2011-2015 Capaciteit Bezetting Jaar 2011 202 180 2012 202 162 2013 155 148 2014 120 126 2015* 112 115 *Er is flexibele capaciteit beschikbaar waar lfpz-ers ook op kunnen verblijven. Dit betekent dat de bezetting hoger kan zijn dan de capaciteit. Tabel 4.13 Geboorteland tbs-gestelden in FPC s, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Geboorteland Nederland 72% 71% 72% 72% 71% Suriname 7% 7% 7% 6% 7% Nederlandse Antillen 6% 6% 6% 6% 6% Marokko 4% 4% 6% 4% 4% Turkije 2% 2% 3% 2% 2% Somalië 1% 1% 1% 1% 1% België 1% 1% 0% 0% 1% Duitsland 1% 1% 1% 1% 1% Subtotaal 94% 93% 96% 92% 93% Overig 6% 7% 4% 8% 7% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Afgelopen jaren is het aandeel geboorteland Nederland met ruim 70% redelijk stabiel gebleven. Pagina 64 van 107
Tabel 4.14 Leeftijd tbs-gestelde, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Leeftijd T/m 19 jaar 0% 0% 0% 0% 0% 20 t/m 29 jaar 13% 11% 10% 10% 9% 30 t/m 39 jaar 33% 33% 31% 29% 30% 40 t/m 49 jaar 33% 33% 34% 33% 33% 50 t/m 59 jaar 16% 17% 18% 20% 20% 60 jaar en ouder 5% 6% 7% 8% 8% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Gemiddelde 41 42 43 43 43 Mediaan 40 41 42 43 43 Verlof Verlof vormt een belangrijke stap op weg naar resocialisatie, de terugkeer van de tbs-gestelde in de samenleving. Sinds 1 januari 2008 toetst het Adviescollege Verloftoetsing Tbs (AVT) alle door de FPC s ingediende aanvragen van verlof van tbs-gestelden. Het gaat daarbij om vier soorten van verlof: begeleid verlof, onbegeleid verlof, transmuraal verlof en proefverlof. Onderstaand wordt ingegaan op de eerste drie vormen van verlof. In paragraaf 4.5 wordt apart aandacht besteed aan het proefverlof. Tabel 4.15 Gemiddeld aantal geregistreerde en gestarte verlofmarges, 2011-2015 Verlofmarge 2011 2012 2013 2014 2015 Geregistreerde verlofmarges 1.163 1.111 1.086 1.032 939 w.v. begeleid verlof 480 427 363 329 307 w.v. onbegeleid verlof 295 304 298 240 205 w.v. transmuraal verlof 388 380 425 463 427 Gestarte verlofmarges 755 625 632 641 582 w.v. begeleid verlof 329 205 214 229 218 w.v. onbegeleid verlof 229 213 197 168 167 w.v. transmuraal verlof 197 207 221 244 197 Pagina 65 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 4.5 Uitstroom In deze paragraaf wordt ingegaan op de behandelduur in de tbs, het aantal proefverloven, de duur ervan en het aantal gestarte voorwaardelijke beëindigingen. Ook wordt de jaarlijkse ontwikkeling weergegeven van het aantal personen bij wie de tbs-maatregel is beëindigd. Behandelduur tbs De behandelduur (verblijfsduur) van het intra- en transmurale verblijf wordt bepaald aan de hand van een instroomcohort. Deze manier van meten is niet gevoelig voor capaciteitsmutaties en schommelingen in de instroom. Het enige nadeel van deze manier van meten is dat uitspraken over de meer recente jaren niet goed mogelijk zijn. Om dit nadeel te beperken wordt van elk instroomcohort de mediaan genomen. Hierdoor is het niet nodig om van alle personen die zijn ingestroomd in een bepaald jaar, de laatste verblijfsdag in beeld te brengen. Tabel 4.16 Behandelduur intra-/transmuraal volgens instroomcohorten, 1997-2007 Jaar start populatie Mediaan in jaren (excl. verblijf passant) 1997 9,2 1998 10,6 1999 10,2 2000 9,4 2001 9,6 2002 9,3 2003 8,6 2004 9,0 2005 8,4 2006 8,0 2007 7,5 Sinds 2011 is de behandelduur een gespreksonderwerp tussen de sectordirectie en de FPC s geweest. Daarbij zijn in overleg met elkaar prestatie-indicatoren (de zgn. Prestatie-Indicatoren Doelmatigheid) ontwikkeld, waarmee de voortgang in de behandeling gemonitord wordt. Daarnaast is in april 2013 een convenant gesloten met GGZ Nederland en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Een belangrijk element in dit convenant betreft het terugbrengen van de behandelduur naar gemiddeld acht jaar. De meest recente meetwaarde komt uit op een duur van ruim onder de acht jaar. Proefverlof Onderstaand wordt ingegaan op de extramurale component: het proefverlof. Behandeling in het kader van de tbs is erop gericht om terugkeer in de samenleving mogelijk te maken, zonder dat dit gepaard gaat met een onaanvaardbaar risico van ernstige delicten. Het verlenen van de eerder genoemde vormen van verlof (begeleid, onbegeleid, transmuraal) en uiteindelijk het proefverlof, vormen belangrijke elementen in de behandeling en geleidelijke terugkeer in de samenleving. Pagina 66 van 107
Tabel 4.17 Proefverloven, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal proefverloven ult. jaar 120 96 67 80 75 Gem. aantal proefverloven 104 113 77 70 80 Gem. duur beëindigde proefverlof (dgn.) 760 558 589 420 373 Mediaan duur beëindigde proefverlof (dgn.) 344 363 450 316 323 Aantal gestarte proefverloven 72 51 47 70 79 Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging Voorwaardelijke beëindiging is - naast proefverlof - bedoeld om een meer geleidelijke overgang naar een einde van de tbs mogelijk te maken. Tabel 4.18 Voorwaardelijke beëindigingen (VB), 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal gestarte VB 115 137 179 186 203 Aantal ultimo september VB 188 218 224 315 353 Duur VB, in dgn. 476 518 537 606 576 Beëindigingen tbs met bevel tot verpleging In grafiek 4.5 wordt ingegaan op het daadwerkelijk aantal beëindigingen tbs met bevel tot verpleging. Vervolgens wordt ingegaan op de verschillende redenen van beëindigen. Grafiek 4.5 Aantal beëindigingen tbs met bevel tot verpleging, 2011-2015 Het aantal beëindigingen tbs met bevel tot verpleging is toegenomen van 151 (in 2011) tot 185 (in 2015). Het aantal daadwerkelijke beëindigingen overtreft hiermee het aantal tbs-opleggingen. Met andere woorden: er vinden (veel) meer beëindigingen plaats dan opleggingen, waardoor de tbs-populatie verder zal afnemen. Pagina 67 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 4.19 Reden beëindiging tbs, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Reden Aflopen termijn (gemaximeerde tbs) 11 14 11 8 2 Conforme beëindiging OvJ/rechter 40 67 51 47 73 Contraire beëindiging rechter 32 37 30 17 28 Einde tbs i.v.m. nieuw vonnis 1 2 1 2 1 Overleden 16 14 14 14 17 OvJ dient geen vordering in 31 13 40 36 47 OvJ trekt vordering in Beëindiging wegens Bopz-titel 6 12 2 26 9 20 11 11 8 5 Overige redenen 2 4 2 2 4 Totaal 151 179 178 150 185 Het aantal contraire beëindigingen varieert in de verslagperiode tussen de 37 en 17. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat een dergelijke beëindiging veelal plaatsvindt vanuit de fase van proefverlof of vanuit de fase van voorwaardelijke beëindiging. Het is dus niet zo dat de gesignaleerde contraire beëindigingen allemaal betrekking hebben op personen in de intra/transmurale bezetting. 4.6 Incidenten In deze paragraaf wordt ingegaan op ongeoorloofde afwezigheid evenals op suïcides. Ongeoorloofde afwezigheid bevat volgens de ministeriële regeling 12 zowel ontvluchtingen als overige onttrekkingen. Van een overige onttrekking is sprake wanneer indien er een onttrekking aan het toezicht tijdens begeleid verlof plaatsvindt of indien een justitiabele zich niet tijdig op de afgesproken plaats bevindt of daar terugkeert na of tijdens onbegeleid verlof. Tabel 4.20 Ontvluchtingen uit FPC, 2011-2015 Aantal 2011 2012 2013 2014 2015 Ontvluchtingen 0 1 0 0 1 12 Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 29 januari 2008, nr. 5519777/07/DJI, houdende regels over de melding van ongeoorloofde afwezigheid uit penitentiaire inrichtingen, inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden en justitiële jeugdinrichtingen. Pagina 68 van 107
Grafiek 4.6 Overige onttrekkingen, 2011-2015 Sinds 1 januari 2011 is artikel 17 van de Verlofregeling tbs gewijzigd. Aan tbsgestelden die ongeoorloofd afwezig zijn geweest wordt één jaar geen verlof verleend, tenzij zwaarwegende persoonlijke omstandigheden zich daartegen verzetten. Ook tbs-gestelden die door het OM als verdachte zijn aangemerkt van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, krijgen één jaar geen verlof. In 2015 is de regeling één jaar geen verlof 25 maal toegepast waarvan de verlofmachtiging 13 maal van rechtswege is vervallen wegens een ongeoorloofde afwezigheid en 12 maal vanwege een verdenking van een strafbaar feit. Tabel 4.21 Aantal suïcides, 2011-2015 Aantal 2011 2012 2013 2014 2015 Suïcides 2 3 4 2 1 Let wel: de bovenstaande aantallen hebben uitsluitend betrekking op suïcides tijdens intra- en transmuraal verblijf. 4.7 Overige Forensische Zorg De divisie ForZo/JJI is o.a. verantwoordelijk voor alle forensische zorg in een strafrechtelijk kader en daarmee ook voor de inkoop van de zorg bij zorgaanbieders, anders dan tbs. Dit wordt de overige forensische zorg genoemd. De overige forensische zorg is grofweg in te delen in drie verschillende vormen van zorg: Klinische zorg Bij klinische zorg is sprake van een 24-uurs verblijfssetting waarbij ook behandeling wordt geboden. De klinische zorg kent verschillende niveaus van beveiliging en zorgintensiteit. De hoogst beveiligde en de meest intensieve vorm van forensische zorg in de geestelijke gezondheidszorg wordt geleverd in de Forensische Psychiatrische Klinieken (FPK s), gevolgd (wat betreft beveiligingsniveau) door de zorg op Forensische Psychiatrische Afdelingen (FPA s). In de verslavingszorg wordt de meest intensieve zorg en beveiliging geboden in de Forensische Verslavingsklinieken (FVK s), gevolgd door zorg op Forensische Verslavingszorgafdelingen (FVA s). Voor de verstandelijk gehandicaptenzorg wordt dit geboden in de klinieken voor zorg aan Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Pagina 69 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Gehandicapten (SVLVG). Daarnaast wordt een beperkt aantal plaatsen ingekocht in de reguliere GGZ. Beschermd wonen Beschermd wonen is een vorm van (kleinschalig) wonen, waarbij op verschillende niveaus begeleiding en ondersteuning wordt geboden. Ambulante zorg Bij ambulante zorg is geen sprake van verblijf. Het betreft zorg die voornamelijk wordt verleend op afgesproken tijden, waarbij de justitiabele vanuit de eigen woonen werkomgeving naar de hulpverlener toekomt, of de hulpverlener de justitiabele in diens omgeving bezoekt. Totaal aantal plaatsingsbesluiten (klinisch, beschermd wonen, ambulant) In de applicatie informatievoorziening forensische zorg (IFZO) wordt voor cliënten met een forensische titel een indicatie en plaatsingsbesluit opgemaakt. In grafiek 4.7 is het totaal aantal plaatsingsbesluiten per jaar opgenomen. De telling van het aantal plaatsingsbesluiten is gebaseerd op de datum waarop er een akkoord is over de plaatsing tussen de betreffende zorgaanbieder en de plaatsende instantie. Grafiek 4.7 Aantal plaatsingsbesluiten*, 2013-2015 *afgerond op 100-tal Tabel 4.22 Instroom naar geslacht 2013-2015 2013 2014 2015 Geslacht Man 91% 91% 90% Vrouw 9% 9% 10% Totaal 100% 100% 100% Pagina 70 van 107
Tabel 4.23 Instroom naar leeftijd, 2012-2015 2012 2013 2014 2015 Leeftijd t/m 19 jaar 2% 2% 2% 1% 20 t/m 24 jaar 17% 17% 16% 14% 25 t/m 29 jaar 16% 16% 16% 17% 30 t/m 34 jaar 14% 15% 15% 16% 35 t/m 39 jaar 13% 13% 13% 13% 40 t/m 44 jaar 15% 14% 14% 13% 45 t/m 49 jaar 10% 11% 11% 11% 50 t/m 59 jaar 10% 10% 10% 11% 60 jaar en ouder 3% 3% 3% 3% Totaal 100% 100% 100% 100% Gerealiseerde plaatsen zorgaanbieders De openingsdatum van een Diagnose Behandel- en Beveilings Combinatie (DBBC) is gelijk aan de datum waarop de eerst(volgend)e directe of indirecte patiëntgebonden activiteit plaatsvindt. Zorgzwaartepakketten (ZZP s) zijn ingevoerd voor de groep justitiabelen met een psychiatrische stoornis die zorg met verblijf zonder behandeling in de GGZ ontvangen, evenals voor verstandelijk gehandicapten die zorg met verblijf ontvangen. Tabel 4.24 Gerealiseerde plaatsen zorgaanbieders in DB(B)C/ZZP, 2011-2015 Differentiatie DB(B)C 2011 2012 2013 2014 2015 FPA 359 400 421 431 423 wv FZG-FPA 96 129 142 94 110 FPK 226 265 231 236 273 FVK/FVA 9 67 95 94 88 wv FZG FVK 6 23 24 23 22 Versl.zorg 144 124 107 111 104 Reg. GGZ 74 74 52 43 41 SGLVG (behandeling) 96 113 133 130 134 KIB 4 6 3 1 0 VZ aanbest. 1 1 0 0 0 ZZP ZZP-RIBW 304 369 460 795 1.004 wv. FZG RIBW 20 18 10 10 22 ZZP-VG (begeleiding) 37 42 57 85 143 Totaal 1.254 1.461 1.559 1.927 2.210 FPA= Forensisch Psychiatrische Afdeling, FPK= Forensisch Psychiatrische Kliniek, RIBW= Regionale Instelling voor Beschermd Wonen, SGLVG= Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Gehandicapt, KIB= Klinisch Intensieve Behandelingen, FVK= Forensische Verslavingskliniek, FVA= Forensische Verslavingsafdeling, FZG FPA= Forensische Zorg Gedetineerden in een Forensisch Psychiatrische Afdeling FZG RIBW= Forensische Zorg Gedetineerden in een Regionale Instelling voor Beschermd Wonen, FZG FVK=Forensische Zorg voor gedetineerden in een Forensische Verslavingskliniek, VZ aanbesteding= VerslavingsZorg aanbesteding. Het aantal gerealiseerde plaatsen bij de zorgaanbieders van de overige forensische zorg is in de verslagperiode ruim 75% gestegen. Pagina 71 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 4.25 Aantallen ambulante zorg in DB(B)C/ZZP extramurale parameters, 2011-2015 Differentiatie DB(B)C 2011 2012 2013 2014 2015 Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie (voorlopig) Behandeling/begeleiding aantal contacten 203.352 240.481 298.620 331.101 363.275 aantal uren 6.961 8.214 11.186 17.543 24.263 contacten 7.170 5.713 6.373 4.072 5.089 Overig dagactiviteiten in uren 90.428 131.947 187.952 234.013 267.875 uren thuiszorg en preventie 6.746 7.143 4.484 4.105 2.552 casemanagement cliënten per jaar 63 199 234 209 202 methadonverstrekkingen 28.492 30.682 34.927 41.560 40.562 ZZP/Extramurale parameters Begeleiding begeleidingsuren nnb 120.234 156.888 194.591 222.446 dagactiviteiten in uren 17.145 59.633 76.864 188.949 192.131 dagbesteding in dagdelen nnb 5.475 7.232 4.456 6.905 De (meeste) vormen van ambulante zorg zijn in de verslagperiode sterk toegenomen. Tabel 4.26 Te openen DBBC s voor OFZ, JVZ en FZG, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aan een middel gebonden stoornissen 3.351 4.241 3.402 3.925 3.993 Behandeling kort 1.652 2.075 2.486 2.400 2.369 Diagnostiek 1.705 2.154 1.920 3.900 3.191 Geen behandeling 10 7 - - - Indirect 735 998 829 - - Persoonlijkheidsstoornissen 1.959 1.977 2.108 2.206 2.214 Problemen i.v.m. misbruik of verwaarlozing 1.387 1.514 1.447 1.273 1.167 Restgroep diagnoses 1.317 1.512 1.329 1.414 1.393 Schizofrenie en andere psychotische stoornissen 1.067 916 1.028 920 977 Seksuele stoornissen 495 431 449 576 619 Stoornissen in de impulsbeheersing 575 693 801 730 807 Stoornissen in de kindertijd 314 453 677 667 715 Eindtotaal 14.567 16.971 16.476 18.011 17.445 PPC In 2009 heeft een transitie van bijzondere groepen in het Gevangeniswezen naar Penitentiaire Psychiatrische Centra (PPC s) plaatsgevonden. Daarnaast heeft ForZo voor gedetineerden plaatsen (in de GGZ) ingekocht ten behoeve van forensische zorg. Naast de klinische plaatsen in de PPC s en in de GGZ is het mogelijk dat zorgaanbieders in reguliere penitentiaire inrichtingen ambulante forensische zorg bieden. Veel gedetineerden in Nederland hebben ernstige psychiatrische aandoeningen, een verslaving en/of een verstandelijke beperking. Alleen de zwaarste psychiatrische gedetineerden met een hoge beveiligingsbehoefte komen in een PPC. Het bieden van verantwoorde psychiatrische zorg is een speerpunt van de PPC s. Het aanbod van de PPC s is afgebakend als doorzorg ; de PPC s positioneren zich als schakel in de zorgketen. Veelal als de strafrechtelijke zorg eindigt, is nog sprake van een zorgbehoefte. Pagina 72 van 107
Tabel 4.27 Bezetting PPC naar geslacht, 2011-2015, ultimo september 2011 2012 2013 2014 2015 Geslacht Man 557 599 542 540 547 Vrouw 38 37 44 44 37 Totaal 595 637 586 584 584 Totaal excl. vreemdbew. 586 626 581 576 584 4.8 Recidive De strafrechtelijke recidive is een indicator voor het succes van de strafrechtelijke sancties en, als onderdeel daarvan, voor het succes van de forensische zorg. Het WODC is daarom gevraagd om naast de tbs met bevel tot verpleging de overige groep justitiabelen met forensische zorg toe te voegen aan de Recidivemonitor. Het WODC heeft o.a. de terugval (recidive) op systematische wijze in beeld gebracht van tbs met bevel tot verpleging. Tbs met bevel tot verpleging De prevalentie van algemene 2-jarige recidive van tbs ers uitgestroomd in de periode 2000-2011 varieert tussen de 19,1% en 27,0%. De prevalentie ernstige recidive varieert tussen de 15,9% en 23,5%. De prevalentie van ex-tbs-gestelden met bevel tot verpleging die binnen twee jaar zeer ernstig recidiveren, ligt echter een stuk lager (4,4% tot 7,8%). Wanneer we dieper ingaan op de tbs-waardige delicten, dan valt de daling vanaf cohort 2003-2007 op. Tabel 4.28 Prevalentie van 2-jarige niet gecorrigeerde* recidive van justitiabelen (tbs met bevel tot verpleging), per vijfjaarscohort, 1996-2011 Differentiatie Uitstroomcohort Algemeen Ernstig Zeer ernstig Tbs-waardig 1996 2000 25,3 21,1 6,8 10,4 1997 2001 26,1 22,4 7,0 11,9 1998 2002 26,3 22,2 7,8 11,6 1999 2003 26,8 23,5 7,8 11,0 2000 2004 27,0 23,5 7,7 12,0 2001 2005 24,3 20,3 5,5 9,8 2002 2006 23,9 20,2 4,9 9,1 2003 2007 23,2 19,1 4,8 9,8 2004 2008 22,7 17,8 5,1 9,7 2005 2009 19,9 15,9 4,5 8,5 2006 2010 20,5 17,1 4,4 8,3 2007 2011 19,1 16,1 4,6 8,1 * Dit betekent dat de cijfers niet zijn gecorrigeerd voor verschuivingen in de achtergrondkenmerken van de daderpopulatie over tijd (bron:repris WODC). Tbs met voorwaarden De recidive van tbs met voorwaarden ligt iets hoger dan bij tbs-gestelden met bevel tot verpleging. Het uitstroomcohort 2006-2010 is het meest recente cohort. De prevalentie van algemene recidive varieert tussen de 24,5% en 32,8%. Pagina 73 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 4.29 Prevalentie van 2-jarige niet gecorrigeerde* recidive van justitiabelen (tbs met voorwaarden), per vijfjaarscohort, 2000-2010 Differentiatie Uitstroomcohort Algemeen Ernstig Zeer ernstig 2000 2004 32,8 28,1 9,4 2001 2005 28,1 22,5 5,6 2002 2006 26,5 20,9 5,7 2003 2007 25,6 20,6 5,0 2004 2008 26,4 22,6 4,3 2005 2009 24,5 20,0 4,0 2006 2010 26,1 21,9 6,1 * Dit betekent dat de cijfers niet zijn gecorrigeerd voor verschuivingen in de achtergrondkenmerken van de daderpopulatie over tijd (bron:repris WODC). Plaatsing in een Inrichting voor stelselmatige daders (ISD) incl. voorwaardelijke ISD Sinds oktober 2004 kan de maatregel ter plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders, de ISD-maatregel, worden opgelegd. Tabel 4.30 Prevalentie van 2-jarige niet gecorrigeerde* recidive van justitiabelen (ISD), per vijfjaarscohort, 2006-2010 Differentiatie Uitstroomcohort Algemeen Ernstig Zeer ernstig 2006 2010 73,4 69,6 17,1 * Dit betekent dat de cijfers niet zijn gecorrigeerd voor verschuivingen in de achtergrondkenmerken van de daderpopulatie over tijd (bron:repris WODC). Tabel 4.31 Prevalentie van 2-jarige niet gecorrigeerde* recidive van justitiabelen (voorwaardelijke ISD), per vijfjaarscohort, 2005-2010 Differentiatie Uitstroomcohort Algemeen Ernstig Zeer ernstig 2005 2009 86,2 83,0 9,6 2006 2010 86,7 84,4 11,1 * Dit betekent dat de cijfers niet zijn gecorrigeerd voor verschuivingen in de achtergrondkenmerken van de daderpopulatie over tijd (bron:repris WODC). Pagina 74 van 107
Hoofdstuk 5 Justitiële Jeugdinrichtingen 2011-2015 5.1 Inleiding De Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI s) zorgen voor een veilige, doelmatige en menswaardige tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen binnen een wettelijk, politiek, beleidsmatig en bestuurlijk kader. De jeugdige wordt voorbereid op zijn terugkeer in de maatschappij door opvoeding, behandeling en door aandacht te besteden aan onder andere sociale vaardigheden en aan algemeen vormend beroepsonderwijs en beroepsgerichte opleidingen en door deel te nemen aan Scholings- en Trainingsprogramma s (STP). Wettelijk kader: straffen en maatregelen In de JJI s worden de vrijheidsbenemende straffen en maatregelen van het jeugdstrafrecht ten uitvoer gelegd. Dit impliceert dat de jeugdigen die in de inrichtingen verblijven bij insluiting in beginsel tussen 12 en 18 jaar oud zijn. Hogere leeftijden komen ook voor. Zo kan het jeugdstrafrecht worden toegepast op jeugdigen tot 21 jaar - en sinds de inwerkingtreding van het adolescentenstrafrecht (ASR) op 1 april 2014 tot 23 jaar - van wie de rechter vindt dat zij verstandelijk of emotioneel nog onvoldoende ontwikkeld zijn. Sinds de inwerkingtreding van het jeugdstrafrecht in september 1995 is er één straf die in een jeugdinrichting ten uitvoer wordt gelegd: jeugddetentie. De maximumduur van de jeugddetentie bedraagt één jaar voor jeugdigen die ten tijde van het plegen van het delict tussen de 12 en 15 jaar oud zijn. Jeugdigen van 16 jaar en ouder kunnen worden veroordeeld tot maximaal twee jaar jeugddetentie. De vrijheidsbenemende strafrechtelijke maatregel die het jeugdstrafrecht sinds 1995 kent, is de maatregel Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ). Voor het opleggen van de maatregel dient aan drie voorwaarden te zijn voldaan: Er moet sprake zijn van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van de maatregel. De maatregel dient in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige. Alle jeugdigen die in een JJI worden geplaatst, stromen met de inwerkingtreding van de gewijzigde Beginselenwet Justitiële Jeugdinrichtingen in op een kortverblijf groep van maximaal tien jeugdigen. Na gemiddeld drie maanden volgt overplaatsing naar een langverblijf groep van maximaal acht jeugdigen, ongeacht de verblijfstitel. Deze fasering in het verblijf sluit aan bij de basismethodiek YOUTURN en leidt ertoe dat de heropvoeding en/of behandeling van jeugdigen sneller ter hand kan worden. In YOUTURN draait alles om het aanleren van eigen verantwoordelijkheid. Met deze methodiek kunnen de pedagogisch professionals en de docenten in alle JJI's de jongeren op een eenduidige en duidelijke manier benaderen en behandelen. 5.2 Capaciteit In deze paragraaf wordt de ontwikkeling van de gemiddelde capaciteit per jaar besproken. Op 1 juli 2011 is een nieuwe, gewijzigde BJJ in werking getreden. Een van de consequenties hiervan was dat het onderscheid tussen opvang- en behandel- Pagina 75 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 inrichtingen kwam te vervallen. Hiervoor in de plaats is een onderscheid aangebracht op grond van de verblijfsduur: kort- en langverblijf. Naast het onderscheid tussen kort- en langverblijf, kan er ook een onderscheid worden aangebracht in groepen met een reguliere/regionale bestemming en groepen met een landelijke bestemming. In de reguliere groepen komen jeugdigen terecht die geplaatst worden volgens het uitgangspunt van regionale plaatsing: ze gaan naar de dichtstbijzijnde inrichting. Hierop zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van medeverdachten die niet samen geplaatst mogen worden of in geval van plaatsgebrek in de inrichting in de regio. De groepen met een landelijke bestemming bestaan uit: De forensische observatie afdeling richt zich op Pro Justitia onderzoek in het kader van voorlopige hechtenis en op jeugdigen die al een PIJmaatregel opgelegd hebben gekregen en van wie de behandeling is vastgelopen (voor advies over de voortgang van de behandeling en het al dan niet verlengen van de PIJ-maatregel). De Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) bepaalt dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV ers) in een JJI worden opgevangen. Hiertoe werd capaciteit geoormerkt. Deze bestemming is in oktober 2014 opgeheven als gevolg van het feit dat de toenmalige staatssecretaris heeft besloten dat AMV-ers niet langer gedetineerd mochten worden, maar voortaan in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist moeten worden ondergebracht. Conform artikel 9 lid 1 van de Bjj dienen jongens en meisjes gescheiden te worden ondergebracht in een JJI. Meisjes verblijven dan ook op afdelingen specifiek voor meisjes. Aan de meisjes wordt (deels) ook een ander soort activiteiten, andere leerlijnen in het onderwijs en andere programma s aangeboden dan aan jongens. De landelijke bestemming zeden is bedoeld voor obsessieve zedendelinquenten. Deze doelgroep heeft speciale zorg en behandeling nodig in het kader van de recidivevermindering, mede omdat het vaak gaat om jeugdigen die hun delict hardnekkig ontkennen en ontwijken. Bijkomend argument om zedendelinquenten op een landelijke bestemming en niet in een reguliere groep te plaatsen, is de morele afwijzing van deze doelgroep in de JJI s. Jeugdigen worden op de forensische observatie- en begeleidingsafdeling (FOBA) geplaatst wanneer sprake is van een acute crisis en een psychiatrische stoornis (bijvoorbeeld een psychose). De FOBA is de enige afdeling waar alle jeugdigen (voorlopig gehecht, kortverblijf en langverblijf) in een acute (psychiatrische) crisis kunnen worden geplaatst. Het verblijf op de FOBA duurt zo kort mogelijk (stabilisatie); het doel is terugkeer naar een reguliere groep. De very intensive care (VIC) is eveneens gericht op jeugdigen met ernstige psychiatrische problematiek. De VIC is echter bestemd voor langverblijf van jeugdigen met ernstige en/of chronische psychiatrische stoornissen. De individuele traject afdeling (ITA) is bestemd voor groepsongeschikte jeugdigen die door hun houding en gedrag het groepsklimaat dusdanig verstoren dat het veilige leefklimaat op de groep in het geding is. Deze jongeren zijn gebaat bij een individuele aanpak met een aangepast dagprogramma. Dat betekent dat er een 1 op 1 benadering is. De inzet is erop gericht om ook deze jongeren uiteindelijk veilig terug te laten keren in de maatschappij. Jeugdigen met een IQ onder de 70 en een beperkte sociale zelfredzaamheid worden geplaatst op de landelijke bestemming licht verstandelijk beperkt (LVB). De LVB-problematiek vraagt om een specifieke manier van Pagina 76 van 107
begeleiding en om specifieke kennis en ervaring bij medewerkers. Ook dient het onderwijs te worden aangepast. De jeugdigen die op de LVB-VIC worden geplaatst, hebben een lichte verstandelijke beperking in combinatie met ernstige psychiatrische problematiek, waarvoor zij specifieke behandeling nodig hebben. Grafiek 5.1 Gemiddelde capaciteit kort- en langverblijf, 2011-2015 De teruggang in de capaciteit zoals afgebeeld in grafiek 5.1 hangt nauw samen met de dalende instroom van jeugdigen met een strafrechtelijke titel. Deze teruggang is al vanaf 2005 gaande. Door de dalende instroom loopt de bezetting van de JJI s en daarmee de behoefte aan capaciteit- gestaag terug. Deze daling wordt veroorzaakt doordat er minder jeugdigen worden aangehouden in verband met het plegen van ernstige delicten en doordat het aantal alternatieven voor plaatsing in een JJI bijvoorbeeld toezicht, begeleiding en behandeling in een voorwaardelijk kader is gegroeid. De capaciteit van de JJI s is tussen 2011 en 2015 met bijna 23% gedaald van 838 plekken in 2011 tot 647 plekken in 2015. Deze teruggang in capaciteit is gerealiseerd door inrichtingen en/of locaties te sluiten. Tot medio 2015 waren er negen Justitiële Jeugd Inrichtingen in bedrijf, waarvan vier Rijksinrichtingen en vijf particuliere inrichtingen. Medio 2015 zijn drie rijksinrichtingen samengevoegd tot één rijksinrichting bestaande uit drie locaties (Hartelborgt, Den Hey-Acker en Hunnerberg). Daarnaast heeft, vooruitlopend op de sluiting van Amsterbaken, de laatste jeugdige begin augustus 2015 Amsterbaken verlaten. Het verschil tussen een rijksinrichting en een particuliere inrichting heeft voornamelijk betrekking op de aansturing en bedrijfsvoering: de kosten van de rijksinrichtingen komen geheel voor rekening van DJI, het personeel is in dienst van DJI. De particuliere inrichtingen worden volledig door DJI gesubsidieerd, het personeel is in dienst van een stichting. In tabel 5.1 wordt aangegeven wat de capaciteit en de gemiddelde bezetting in 2015 per inrichting op respectievelijk kortverblijf, langverblijf en de landelijke bestemmingen is geweest. Pagina 77 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 5.1 Capaciteit en gemiddelde bezetting JJI s, 2015 Inrichting Direct inzetbare capaciteit Bezetting kortverblijf Bezetting langverblijf Bezet land. Bestemming Totaal generaal Amsterbaken 80,0 9,6 11,4 0,0 21,0 Teylingereind 92,0 41,9 21,5 5,6 69,0 Hartelborgt 105,0 28,6 24,6 28,8 82,0 Den Hey-Acker 78,0 16,1 23,7 17,2 57,0 Hunnerberg 72,0 17,0 35,0 0,0 52,0 Keerpunt 36,0 8,8 7,9 4,6 21,3 Heuvelrug 62,0 17,0 11,9 6,6 35,5 Lelystad 78,0 16,1 21,6 26,8 64,5 Juvaid 44,0 9,2 17,1 0,0 26,4 Totaal 647,0 164,3 174,8 89,5 428,6 Over 2015 zijn totaal gemiddeld 428,6 plaatsen bezet. 5.3 Instroom De volgende thema s komen aan bod: instroom naar categorie en verblijfstitel en instroom naar verschillende persoonskenmerken zoals: geslacht, leeftijd en geboorteland. Ten slotte volgt een overzicht van het aantal gestarte nachtdetenties en het aantal opgelegde strafrechtelijke jeugdmaatregelen (PIJ). Instroom naar categorie, bestemming en verblijfstitel De instroom van strafrechtelijke jeugdigen is in de periode tussen 2011 en 2014 afgenomen van 1.846 jeugdigen in 2011 tot 1.380 jeugdigen in 2014. In 2015 is er echter een lichte stijging te zien in het aantal opnames van strafrechtelijk jeugdigen: dit hangt nauw samen met de invoering van het adolescentenstrafrecht (ASR) in 2014. In 2015 zijn er namelijk in totaal ruim 300 ASR-jeugdigen opgenomen in een JJI. Vanaf 2011 is de instroom van AMV-ers sterk afgenomen tot nul in 2015. In 2011 laat het kabinet in een schrijven aan de Tweede Kamer weten dat alleenstaande illegale vreemdelingen onder de 18 jaar niet meer in detentie in een justitiële jeugdinrichting terecht komen. In plaats daarvan komen zij onder voogdij te staan en krijgen zij voorlopig huisvesting in speciale voorzieningen van het COA voor alleenstaande jongeren. Alleen AMV-ers met strafrechtelijke antecedenten en AMVers die zich eerder uit een opvangvoorziening of aan een vrijheidsbeperkende maatregel hebben onttrokken, werden tot oktober 2014 in een JJI geplaatst. Met ingang van 1 oktober 2014 worden AMV-ers in het kader van de Wet Terugkeer en Vreemdelingenbewaring in de voorlopige Gesloten Gezins Voorziening van de Directie Bijzondere Voorzieningen in Zeist geplaatst. De structurele voorziening is in april 2016 in gebruik genomen. Pagina 78 van 107
Grafiek 5.2 Instroom naar categorie 2011-2015 Tabel 5.2 Instroom naar verblijfstitel 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Verblijfstitel bij instroom Voorlopige hechtenis 1.559 1.581 1.213 1.152 1.209 Jeugddetentie 252 231 206 173 165 PIJ 33 53 45 38 55 Gijzeling 2 4 5 17 4 GBM 0 0 0 0 4 Subtotaal strafrechtelijk 1.846 1.869 1.469 1.380 1.437 Vreemdeling 92 49 25 11 0 Totaal 1.938 1.918 1.494 1.391 1.437 In tabel 5.2 wordt aangegeven dat er (bijv. in 2015) 55 PIJ ers in een JJI zijn opgenomen. In de regel volgt een PIJ na een voorlopige hechtenis, waardoor ze niet zichtbaar zijn in deze tabel omdat ze al in een JJI verblijven. Voor een deel betreft deze instroom jeugdigen van wie de voorwaardelijke PIJ alsnog ten uitvoer wordt gelegd (in 2015: 19 maal). Daarnaast gaat het om jeugdigen die bijvoorbeeld terugkeren na een onttrekking. Ten aanzien van de relatief grote groep jeugddetenties geldt dat dit vooral gaat om zelfmelders met een tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke jeugddetentie of een vervangende jeugddetentie als gevolg van bijvoorbeeld een mislukte taakstraf of een niet betaalde geldboete. Uit tabel 5.2 komt naar voren dat de daling voornamelijk voor wat betreft de instroom van voorlopig gehechte jeugdigen tot staan is gekomen; hiervan heeft zelfs een lichte stijging plaatsgevonden. Dit hangt nauw samen met de eerdere aangehaalde stijging van het aantal ingestroomde adolescenten. Pagina 79 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Instroom naar persoonskenmerken Tabel 5.3 Instroom naar geslacht, absoluut en procentueel, 2011-2015 Jongens Meisjes Totaal Aantal Percentage Aantal Percentage Aantal Percentage Jaar 2011 1.840 94,9 98 5,1 1.938 100,0 2012 1.831 95,5 87 4,5 1.918 100,0 2013 1.427 95,5 67 4,5 1.494 100,0 2014 1.333 95,8 58 4,2 1.391 100,0 2015 1.381 96,1 56 3,9 1.437 100,0 In tabel 5.3 is voor de periode 2011 tot en met 2015 aangegeven hoe de verdeling is tussen jongens en meisjes die op strafrechtelijke titel of als AMV in een JJI zijn ingestroomd. Ten opzichte van 2014 is het aantal opgenomen meisjes in 2015 ongeveer gelijk gebleven. In 2015 zijn 50 jongens meer opgenomen dan in 2014. Tabel 5.4 Instroom naar leeftijd, procentueel, 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Leeftijd bij instroom 12 0,3 0,2 0,3 0,2 0,1 13 1,8 1,0 1,5 1,1 0,7 14 6,7 5,1 4,6 5,7 3,3 15 14,4 16,0 13,8 11,9 10,6 16 27,9 27,9 25,8 20,1 18,2 17 40,1 38,7 39,1 34,6 31,2 18 4,8 6,9 9,3 14,2 17,3 19 2,0 1,8 2,2 5,8 8,7 20 0,8 1,3 1,8 3,5 5,1 21 0,6 0,5 0,7 1,8 3,2 22 0,4 0,4 0,5 0,5 0,8 23 0,1 0,2 0,1 0,3 0,4 24 0,1 0,1 0,1 0,2 0,1 25 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 onbekend 0,1 0,1 0,3 0,0 0,0 totaal 100 100 100 100 100 In tabel 5.4 wordt aangegeven hoe de instroom zich ontwikkelt voor wat betreft de leeftijd ten tijde van instroom, in procenten. In de periode 2011 tot en met 2013 is de leeftijdsverdeling redelijk stabiel; de instroom bestaat voor circa 20% uit jeugdigen in de leeftijd van 12 tot 16 jaar, voor bijna 70% uit jeugdigen in de leeftijd van 16 of 17 jaar, en voor circa 10% uit jeugdigen van 18 jaar of ouder. In 2015 is dit beeld flink gewijzigd: de groep tot 16 jaar vormt nu bijna 15% van de instroom, de groep 16- en 17-jarigen is gedaald tot bijna 50% van de instroom en de groep 18-plus vormt nu ruim 35% van de instroom. Dit beeld is ook terug te zien in grafiek 5.3 waar de instroom in procenten per leeftijdsklasse wordt weergegeven. Pagina 80 van 107
Grafiek 5.3 Leeftijdsklassen bij instroom, 2011-2015, procentueel De plotselinge stijging van het percentage 18-plus vanaf 2014 laat zich verklaren door de invoering van het adolescentenstrafrecht (ASR), waardoor veel preventief gehechte 18-plussers instromen. Tegenover de stijging van het percentage 18-plussers staat de daling van het percentage 16- en 17-jarigen. Deze groep wordt vanaf 2014, het jaar van de invoering van het ASR, beduidend minder vaak in een JJI opgenomen. Uit cijfers van het gevangeniswezen zijn geen aanwijzingen dat 16- en 17-jarigen vaker dan voorheen in een Penitentiaire Inrichting worden ingesloten. De daling van zowel de totale instroom in absolute aantallen- als het aandeel daarin van 16- en 17-jarigen lijkt te wijzen op een autonome daling van de instroom van deze groep als gevolg van eerder geschetste ontwikkelingen zoals daling geregistreerde (ernstige) criminaliteit en de verruiming van alternatieve afdoeningen. Tabel 5.5 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de instroom naar geboorteland in procenten weer voor de jaren 2011, 2013 en 2015. Voor de overzichtelijkheid zijn 2012 en 2014 weggelaten. Pagina 81 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 5.5 Instroom geboorteland top 5 in procenten*, 2011-2013-2015 2011 2013 2015 Land % Land % Land % Nederland 77,0 Nederland 76,6 Nederland 81,2 Ned Antillen 2,8 Marokko 4,2 Ned Antillen 3,1 Marokko 2,4 Ned Antillen 3,0 Marokko 2,6 Afghanistan 2,1 Roemenie 1,5 Suriname 1,7 Suriname 1,1 Afghanistan 0,9 Somalie 1,3 Totaal top 5 85,4 Totaal top 5 86,2 Totaal top 5 89,8 Overig 13,0 Overig 12,1 Overig 10,1 Onbekend 1,7 Onbekend 1,7 Onbekend 0,1 totaal 100 totaal 100 totaal 100 * percentages zijn inclusief AMV ers. Van alle ingestroomde jeugdigen tussen 2011 en 2015 is er een lichte stijging te zien in het aantal in Nederland geboren jeugdigen. Hoewel de Nederlandse Antillen officieel opgehouden zijn te bestaan per 10 oktober 2010, wordt in deze publicatie in verband met consistentie naar eerdere jaren de naam Nederlandse Antillen aangehouden. Jeugdigen die zijn geboren op de Nederlandse Antillen of in Marokko maken structureel deel uit van de top 5 van geboortelanden. In de periode tussen 2011 en 2015 neemt de geboorteland top 5 in totaal 85% tot 90% van alle instroom voor z n rekening. Pagina 82 van 107
Grafiek 5.4 Instroom 2015 naar herkomst provincie In 2015 is de provincie Zuid-Holland met afstand de grootste leverancier van in te sluiten jeugdigen: ruim één op de drie is afkomstig uit Zuid-Holland (35%). Bijna één op de vier jeugdigen is afkomstig uit de provincie Noord-Holland (23%). Op een gedeelde derde plaats staan Noord-Brabant en Gelderland met beiden acht procent. Gestarte nachtdetenties Nachtdetentie bij jeugdigen is een bijzondere vorm van voorlopige hechtenis, waarbij de jeugdige overdag naar school, werk of stage gaat, of een dagbehandeling volgt en s avonds en in het weekend vast zit. Het doel van nachtdetentie is het beperken van de schadelijke effecten van voorlopige hechtenis en het behouden c.q. versterken van de positieve banden met de samenleving. Grafiek 5.5 Aantal gestarte nachtdetenties 2011-2015 Pagina 83 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 In 2011 zijn er circa 100 nachtdetenties gestart, in 2012 is er een piek met 140 starters. In 2013 vindt er een halvering plaats; vervolgens bevinden 2014 en 2015 zich ongeveer op hetzelfde niveau. Onvoorwaardelijke strafrechtelijke jeugdmaatregelen Grafiek 5.6 laat het aantal jeugdigen zien aan wie een onvoorwaardelijke strafrechtelijke jeugdmaatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen is opgelegd (PIJ) en van wie de maatregel in het desbetreffende jaar is gestart in een JJI. Grafiek 5.6 Aantal onvoorwaardelijke strafrechtelijke jeugdmaatregelen (PIJ) 2011-2015 In 2011 en 2012 ligt het aantal gestarte PIJ-maatregelen ongeveer gelijk, in 2013 vindt er een scherpe daling plaats naar 51 gestarte maatregelen. In 2014 zijn dit er ongeveer evenveel, terwijl er in 2015 een lichte stijging plaatsvindt (61 starters ). 5.4 Populatie In paragraaf 5.4 komt de populatie naar verblijfstitel en bestemming aan bod op het peilmoment eind september. Daarna volgen persoonskenmerken van de populatie, zoals geslacht en leeftijd. Ten slotte volgt een overzicht van de populatie naar delictsoort, het gemiddeld aantal lopende en nieuw gestarte STP s en proefverloven, evenals het aantal lopende strafrechtelijke jeugdmaatregelen. Op onderdelen kunnen tabellen en grafieken met betrekking tot de bezetting een ander beeld laten zien dan op grond van de in paragraaf 5.3 weergegeven instroomaantallen mag worden verwacht. Bijvoorbeeld: in 2015 bestond de strafrechtelijke instroom in kortverblijf voor 84% uit voorlopig gehechte jeugdigen (tabel 5.2). Bij de bezetting ultimo september 2015 echter bestaat de strafrechtelijke populatie voor ruim 41% uit voorlopig gehechten en heeft ruim de helft van de aanwezigen een PIJ-maatregel. Dit verschil hangt nauw samen met het feit dat voorlopig gehechten gemiddeld veel korter in een JJI verblijven dan PIJ'ers. Hierdoor drukken PIJ-ers een zwaarder stempel op de populatie tijdens een peilmoment. Pagina 84 van 107
Tabel 5.6 Populatie naar verblijfstitel ultimo september 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Verblijfstitel Voorlopige hechtenis 229 41,7 221 40,6 194 41,0 181 39,3 171 41,6 Jeugddetentie 54 9,8 44 8,1 37 7,8 44 9,6 42 10,2 PIJ 266 48,5 280 51,4 242 51,2 235 51,1 198 48,2 Gijzeling 0 0 0 1 0 Subtotaal 549 100,0 545 100,0 473 100,0 461 100,0 411 100,0 Vreemdeling 10 8 0 0 0 Totaal 559 553 473 461 411 In de periode tussen 2011 en 2015 is de bezetting op 30 september afgenomen van 549 strafrechtelijk geplaatste jeugdigen (m.a.w. excl. AMV) tot 411, een daling van ruim 26% totaal. De jeugddetenties bevinden zich in de periode 2012 tot en met 2015 ongeveer op gelijk niveau. Hoewel de bezetting in de afgelopen vijf jaar flink is afgenomen, blijkt uit tabel 5.6 dat de onderlinge verhouding relatief gelijk is gebleven: ruwweg kan gesteld worden dat door de jaren heen circa 40% voorlopig gehecht is, 10% een jeugddetentie uit zit en 50% een PIJ-maatregel heeft. Voor de volledigheid is het noodzakelijk om aan te geven dat de aantallen zoals genoemd in tabel 5.6 en grafiek 5.7 exclusief jeugdigen zijn die met STP/Proefverlof zijn, maar inclusief jeugdigen met een PIJ-maatregel die zich op een inkoopplaats bevinden. Het betreft bijv. plaatsen in Hoeve Boschoord en Catamaran. In laatstgenoemde inrichtingen bevinden zich eind september 2015 in totaal 16 jeugdigen, terwijl dit er 22 waren eind september 2011. Grafiek 5.7 Populatie naar bestemming 2011-2015 In de periode 2011 tot en met 2015 is de bezetting in de JJI s van strafrechtelijk geplaatsten en AMV ers afgenomen van 559 tot 411 op het peilmoment: op kortverblijf vindt er in 2015 een stabilisering plaats ten opzichte van 2014, ten opzichte van 2011 is er een daling geweest in de bezetting met circa 100 jeugdigen (-37%). Voor wat betreft de langverblijfgroep valt op dat er in de periode 2011 tot en met 2014 een relatief stabiele situatie is, maar dat er in 2015 een relatief sterke afname plaatsvindt: van 289 naar 238 (-18%). Pagina 85 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Populatie naar persoonskenmerken Tabel 5.7 Populatie naar geslacht, absoluut en procentueel 2011-2015 Kortverblijf Langverblijf 2011 2012 2013 2014 2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal Jongens 268 242 180 169 169 269 291 277 283 232 Meisjes 8 5 7 3 4 14 15 9 6 6 Totaal 276 247 187 172 173 283 306 286 289 238 Kortverblijf Langverblijf 2011 2012 2013 2014 2015 2011 2012 2013 2014 2015 % Jongens 97,1 98,0 96,2 98,3 97,7 95,1 95,1 96,9 97,9 97,5 Meisjes 2,9 2,0 3,8 1,7 2,3 4,9 4,9 3,1 2,1 2,5 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 In absolute zin is de bezetting in kortverblijf van jongens met 100 teruggelopen van 268 naar 169, bij meisjes loopt de bezetting terug van acht naar vier in de periode 2011-2015. Bij langverblijf loopt het aantal jongens terug van 269 in 2011 tot 232 in 2015. Het aantal meisjes op langverblijf loopt terug van 14 naar zes. Op de langverblijfgroepen is het aandeel van de jongens toegenomen van 95,1% tot 97,5% in 2015. Tabel 5.8 Populatie naar leeftijd, absoluut en procentueel 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal, excl STP Tot en met 13 jaar 3 0 7 0 1 14 en 15 jaar 44 38 25 18 22 16 en 17 jaar 214 188 153 103 97 18 jaar en ouder 298 327 288 340 291 totaal 559 553 473 461 411 2011 2012 2013 2014 2015 %, excl STP Tot en met 13 jaar 0,5 0,0 1,5 0,0 0,2 14 en 15 jaar 7,9 6,9 5,3 3,9 5,4 16 en 17 jaar 38,3 34,0 32,3 22,3 23,6 18 jaar en ouder 53,3 59,1 60,9 73,8 70,8 totaal 100 100 100 100 100 In de jaren 2011, 2012 en 2013 bestaat de bezetting in de JJI s voor meer dan de helft uit jeugdigen van 18 jaar en ouder. In 2014 vindt er een forse stijging plaats in het relatieve aandeel van de 18-plussers. Bijna driekwart is nu 18 of ouder (73,8%); dit loopt in 2015 iets terug tot 70,8%. Dit hangt samen met het feit dat het aantal PIJ-maatregelen is afgenomen: de PIJ-ers bestaan overwegend uit 18- plussers, zodat een afname van het aantal PIJ-ers per saldo ook een afname van het aantal 18-plussers betekent. Vooral in de jaren 2011-2013 wordt dit grote aandeel verklaard door het feit dat de meeste PIJ-maatregelen worden opgelegd als de jeugdigen 16 en vooral 17 jaar zijn. Vooral vanaf 2014 zijn de effecten van ASR te zien, zowel absoluut als relatief treedt er een forse stijging op. Pagina 86 van 107
Populatie Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen Tabel 5.9 Populatie minderjarige vreemdelingen 2011-2015 Aantal 2011 2012 2013 2014 2015 Minderjarige vreemdelingen 10 8 0 0 0 Tabel 5.9 geeft weer dat er in 2013 tot en met 2015 eind september geen AMV ers in een JJI aanwezig waren. Populatie naar gepleegd delictsoort In deze paragraaf wordt ingegaan op de delicten waarvoor jeugdigen zijn veroordeeld of waarvan ze worden verdacht. Hierbij is het delict met de zwaarste strafdreiging geteld. De meting heeft plaatsgevonden bij die jeugdigen die in de jaren 2011 tot en met 2015 eind september aanwezig waren. Tabel 5.10 Delictsoort 2011-2015 Terzake delictsoort 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Vermogensmisdrijven met geweld 238 42,7 249 48,3 212 49,0 236 51,2 198 47,1 Geweldsmisdrijven 148 26,5 123 23,9 117 27,0 100 21,7 86 20,5 Vermogensmisdrijven zonder geweld 62 11,1 58 11,3 43 9,9 54 11,7 62 14,8 zedendelicten 80 14,3 55 10,7 46 10,6 48 10,4 46 11,0 Vernieling en openbare orde 26 4,7 21 4,1 9 2,1 19 4,1 21 5,0 Opium 2 0,4 5 1,0 4 0,9 2 0,4 5 1,2 Wet wapens en munitie 1 0,2 3 0,6 2 0,5 0 0,0 1 0,2 Overige misdrijven 1 0,2 1 0,2 0 0,0 2 0,4 1 0,2 Totaal 558 100 515 100 433 100 461 100 420 100 Onbekend/nvt 38 63 84 26 12 Bovenstaande tabel geeft een overzicht voor welk delict jeugdigen in een JJI zijn opgenomen of met STP zijn. Het aantal jeugdigen in tabel 5.10 wijkt af van het aantal in tabel 5.6 omdat in tabel 5.10 STP is inbegrepen en in tabel 5.6 niet. Hier is STP meegenomen omdat op deze wijze van de gehele JJI-populatie de delicten in beeld worden gebracht, terwijl exclusief STP een weergave is van de jeugdigen die in een JJI verblijven. In een deel van de gevallen is de delictsoort onbekend of niet van toepassing (AMV). Lopende en gestarte Scholings- en Trainingsprogramma s (STP s)/ proefverloven Tabel 5.11 laat het gemiddeld aantal lopende en nieuw gestarte (STP s) en proefverloven per jaar zien. In het kader van resocialisatie zijn STP en Proefverlof uitermate belangrijk. Een STP is een extramuraal programma van minstens een maand en maximaal 12 maanden onder verantwoordelijkheid van de JJI-directeur en begeleid door de (jeugd)reclassering. Proefverlof als modaliteit is opgehouden te bestaan. De laatste jeugdige met proefverlof is eind 2012 uitgestroomd. Pagina 87 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Tabel 5.11 STP's/Proefverloven 2011-2015 Gem. aantal lopend Aantal nieuw gestart Jaar 2011 54 78 2012 34 65 2013 33 61 2014 30 52 2015 23 61 Vanaf 2011 vindt er een continue daling plaats in het gemiddeld aantal actieve STPmaatregelen: van 54 in 2011 tot 23 in 2015. Het aantal (nieuw) gestarte STP s in 2015 ligt op het niveau van 2012 en 2013. Lopende strafrechtelijke jeugdmaatregelen Grafiek 5.8 Lopende strafrechtelijke jeugdmaatregelen (PIJ) ultimo 2011-2015 In grafiek 5.8 wordt de ontwikkeling van het aantal lopende PIJ-maatregelen getoond. Omdat een PIJ-maatregel gemiddeld circa 3 ½ jaar duurt, is de teruggang in het aantal gestarte maatregelen pas een aantal jaren later zichtbaar als gevolg van het vertragingseffect. Dat wil zeggen dat er een sterke samenhang is tussen bijvoorbeeld het aantal lopende maatregelen eind 2015 en het aantal opgelegde maatregelen in 2012. Let wel: in de aantallen zoals vermeld in grafiek 5.8 zitten niet besloten de jeugdigen die een PIJ-maatregel hebben en op het meetmoment bijvoorbeeld ontvlucht zijn of tijdelijk een jeugddetentie hebben of in verband met een nieuw delict in voorlopige hechtenis zijn genomen. De aantallen zijn inclusief jeugdigen die STP/PV hebben, evenals PIJ ers elders (m.n. op inkoopplekken). 5.5 Uitstroom Dit hoofdstuk gaat in op de uitstroom van de jeugdigen naar de vrije maatschappij. De gemiddelde verblijfsduur in dagen per titel evenals de uitstroom naar (soort) titel komen aan de orde. Pagina 88 van 107
Uitstroom naar verblijfstitel In grafiek 5.9 wordt aangegeven wat de gemiddelde verblijfsduur, gemeten bij uitstroom, van resp. voorlopige hechtenis, jeugddetentie en vreemdelingenbewaring is geweest in de periode 2011 tot en met 2015. In grafiek 5.10 wordt separaat ingegaan op de gemiddelde duur van de PIJ. Grafiek 5.9 Gemiddelde verblijfsduur in dagen naar verblijfstitel 2011-2015 De gemiddelde verblijfsduur is de duur gemeten vanaf de opname van de jeugdige in een JJI tot de uitstroom naar de vrije maatschappij. Indien iemand tussentijds werd overgeplaatst, is de gehele aaneengesloten verblijfsduur berekend. Het gaat hierbij overigens om de titel die iemand heeft bij het verlaten van de JJI. Uit grafiek 6.1 blijkt dat de gemiddelde verblijfsduur van jeugdigen die uitstromen na een schorsing of beëindiging van de voorlopige hechtenis of na een vonnis gelijk aan het voorarrest, vrij stabiel is tussen de 43 en 49 dagen (categorie voorlopige hechtenis). De gemiddelde verblijfsduur van jeugdigen die uitstromen na jeugddetentie stijgt van 85 dagen in 2011 tot 105 dagen in 2015. De gemiddelde verblijfsduur is inclusief de duur van de eventuele voorlopige hechtenis. In 2015 zijn er geen AMVers in de JJI s geweest. Daardoor staat de teller hier op nul. Bij de duur van de PIJ-maatregel is er voor gekozen om alleen de gemiddelde duur van de PIJ zelf in beeld te brengen. Hierbij zijn periodes van onderbreking verrekend, terwijl de periode van voorlopige hechtenis niet is meegenomen; het gaat kortom om de zuivere, netto PIJ-duur, inclusief de (eventuele) STP-termijn. Pagina 89 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Grafiek 5.10 Gemiddelde duur PIJ-maatregel 2011-2015 In 2015 is de gemiddelde PIJ-duur met 73 dagen afgenomen ten opzichte van 2014. De gemiddelde duur over de periode 2011 tot en met 2015 is 1.365 dagen. Uitstroom naar verblijfstitel Tabel 5.12 Uitstroom naar verblijfstitel 2011-2015 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Verblijfstitel Preventieve hechtenis 1.509 69,3 1.401 72,3 1.063 70,3 1.035 70,6 1.022 71,4 Jeugddetentie/Gijzeling 417 19,1 382 19,7 322 21,3 312 21,3 284 19,8 PIJ 140 6,4 104 5,4 93 6,2 108 7,4 125 8,7 Subtotaal 2.066 94,9 1.887 97,3 1.478 97,8 1.455 99,2 1.431 100,0 AMV 112 5,1 52 2,7 34 2,2 11 0,8 0 0,0 Totaal 2.178 100 1.939 100 1.512 100 1.466 100 1.431 100 Het aantal strafrechtelijk geplaatste jeugdigen dat een JJI verlaat, neemt de afgelopen vijf jaar steeds verder af. Absoluut gezien van 2.066 in 2011 tot 1.431 in 2015. Dit is in vijf jaar tijd een daling met ruim 31%. Ten opzichte van 2014 is de daling beperkt. In 2015 zijn er geen AMV-ers meer in een JJI geweest. In de periode 2011 tot en met 2014 is de uitstroom groter geweest dan de instroom. Dit heeft geleid tot een achterblijvende bezetting. In 2015 is de in- en uitstroom in evenwicht (1.437 instroom tegen 1.431 uitstroom). Pagina 90 van 107
5.6 Incidenten In deze paragraaf komen gegevens van een aantal belangrijke incidenten aan bod: ontvluchtingen, overige onttrekkingen en overlijdensgevallen. Ontvluchtingen en onttrekkingen In de periode 2011 tot en met 2015 varieert het aantal ontvluchtingen tussen nul en 11. Omdat de cijfers per jaar sterk fluctueren, is het moeilijk om een ontwikkeling te beschrijven, al lijkt het er wel op dat 2011 met 11 ontvluchtingen een uitzondering vormt. Grafiek 5.11 Aantal ontvluchtingen 2011-2015 Grafiek 5.12 Aantal overige onttrekkingen 2011-2015 In de periode van 2011 tot en met 2014 valt een duidelijke daling in het aantal overige onttrekkingen waar te nemen. Gelet op de daling in de gemiddelde bezetting (evenals het afgenomen aantal opnames) is dit te verwachten: immers, minder bezetting leidt in de regel tot minder onttrekkingen. In de periode van 2011 tot en met 2014 daalt het aantal overige onttrekkingen van 159 naar 58. Voor het jaar 2015 is er echter een opvallende stijging te zien: 72 overige onttrekkingen. In grafiek 5.13 wordt het aantal overige onttrekkingen gerelateerd aan de bezetting. Door te kijken naar het aantal overige onttrekkingen per 100 bezette plaatsen, wordt een vergelijking door de jaren heen mogelijk gemaakt. Ook hier is de duidelijke stijging in 2015 terug te zien. Pagina 91 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Grafiek 5.13 Aantal overige onttrekkingen per 100 bezette plaatsen 2011-2015 De meeste overige onttrekkingen vinden plaats in de vorm van niet terugkeren van (onbegeleid) verlof. Jeugdigen die zich moesten melden voor de ten uitvoer legging van een straf of maatregelen en niet gekomen zijn, zijn in deze cijfers niet meegenomen. In 2015 ging het om twee jeugdigen. Overlijdensgevallen In de periode van 2011 tot en met 2015 hebben zich geen overlijdensgevallen voorgedaan. 5.7 Recidive Recidive 13 is de mate waarin jongeren na hun verblijf terugvallen in de criminaliteit en dus opnieuw in aanraking komen met justitie. De recidive onder jeugdigen die in een JJI hebben gezeten, is hoger dan onder volwassenen. Criminaliteit is in veel gevallen een leeftijdsgebonden verschijnsel, dat afneemt naarmate de jeugdigen ouder worden. De algemene recidive van alle jongeren die in 2011 uit de JJI s zijn gestroomd is na 2 jaar 54,8% (ongecorrigeerd). Dat is hoog, maar het gaat hier over de algemene recidive, die elk justitie contact meetelt. Jongeren worden in een JJI geplaatst na ernstige of zeer ernstige delicten. In tabel 5.13 wordt specifiek ingegaan op de doelgroep jongeren met een PIJ-maatregel. 13 Algemene recidive: een nieuw geldig justitiecontact naar aanleiding van enig misdrijf, ongeacht de aard en ernst van de gepleegde delicten. Ernstige recidive: een nieuw geldig justitiecontact naar aanleiding van een misdrijf met een maximale strafdreiging van vier jaar of meer. Zeer ernstige recidive: een nieuw geldig justitiecontact naar aanleiding van een misdrijf met een maximale strafdreiging van acht jaar of meer. Pagina 92 van 107
Tabel 5.13 Percentage recidive na PIJ-maatregel binnen 2-jaar na ontslag uit detentie, 2001 2011 Jaar uitstroom Zeer ernstige Recidive Ernstige Recidive 2001 18,8 50,8 2002 22,2 52,1 2003 20,9 50,1 2004 18,5 46,4 2005 22,9 49,2 2006 15,4 44,2 2007 18,1 52,8 2008 16,9 52,1 2009 14,3 38,5 2010 17,5 43,6 2011 13,0 42,0 Bron: Repris WODC Het percentage zeer ernstige recidive is sterk gedaald van 22,9% over 2005 tot 13,0% over 2011. Ten aanzien van ernstige recidive lijkt uitstroomjaar 2007 een omslagpunt te zijn. Bedroeg in dat jaar het percentage nog 52,8%, in 2011 is dit afgenomen tot 42,0%. Pagina 93 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Bijlage 1 Kengetallen DJI Gemiddeld direct inzetbare capaciteit, 2011-2015 GW* VB ForZo** JJI Totaal jaar 2011 12.219 1.950 2.062 838 17.069 2012 12.122 1.750 1.976 800 16.648 2013 11.938 1.691 1.858 800 16.287 2014 11.811 1.522 1.817 650 15.800 2015 11.497 1.179 1.630 647 14.953 * GW incl PPC ** excl OFZ Bezetting op 30 september, 2011-2015 GW* VB ForZo** JJI Totaal jaar 2011 11.545 1.191 1.875 559 15.170 2012 11.160 949 1.768 553 14.430 2013 10.544 621 1.704 473 13.342 2014 9.909 449 1.564 461 12.383 2015 8.976 155 1.463 411 11.005 * GW incl. PPC/extramuraal ** excl. OFZ Gerealiseerde plaatsen overige forensische zorg 2011-2015 DB(B)C ZZP Totaal jaar 2011 913 341 1.254 2012 1.050 411 1.461 2013 1.042 517 1.559 2014 1.047 880 1.927 2015 1.063 1.147 2.210 Ontvluchtingen, 2011-2015 GW* VB ForZo** JJI Totaal jaar 2011 1 3 0 11 15 2012 2 0 1 2 5 2013 1 0 0 5 6 2014 1 1 0 2 4 2015 2 0 1 0 3 * GW incl. PPC ** excl. OFZ Pagina 94 van 107
Overige onttrekkingen, 2011-2015 GW* VB ForZo** JJI Totaal jaar 2011 514 0 37 159 710 2012 448 0 56 112 616 2013 397 0 35 79 511 2014 381 0 39 58 478 2015 336 0 49 72 457 * GW incl. PPC/extramuraal ** excl. OFZ Suïcides, 2011-2015 GW* VB ForZo** JJI Totaal jaar 2011 15 1 2 0 18 2012 10 0 3 0 13 2013 4 1 4 0 9 2014 14 0 2 0 16 2015 11 1 1 0 13 * GW incl. PPC/extramuraal ** excl. OFZ Pagina 95 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Bijlage 2 Processchema Gevangeniswezen Het onderstaande schema illustreert de omvang van de hoofdstromen in het gevangeniswezen in het meest recente jaar 2015. De twee verticale pijlen in het bovenste deel van het schema hebben betrekking op de instroom, de horizontale pijlen in het middelste blok geven de titelwijzigingen en zaakswijzigingen tijdens de detentie aan en de drie verticale pijlen in het onderste blok verbeelden de verschillende uitstroomcategorieën in 2015. De aantallen sluiten niet precies op elkaar aan, omdat ingestroomde gedetineerden na 2015 kunnen uitstromen en uitgestroomde personen al vóór 2015 kunnen zijn ingestroomd. De aantallen bij de horizontale pijlen in dit schema zijn op honderdtallen afgerond 14. Instroom, titelwijzigingen en uitstroom, 2015 Totale instroom: 38.446 Unieke personen: 31.449 Pol.bureau 13.778 verdachten 100 24.668 veroordeelden: 2.351 zelfmelders 22.317 arrestanten Pol.bureau / thuis 4.500 Voorlopig gehecht 1.300 Strafrestant na vonnis of aansluitend ander vonnis In hoger beroep na vonnis 1 e aanleg 800 Onherroepelijk veroordeeld 7.629 einde / schorsing VH opg straf gelijk aan voorarrest andere straf opgelegd vrijspraak onttrekking aan detentie 529 einde / schorsing VH voorarrest inmiddels gelijk aan opg.straf in 1e aanleg opg straf in hoger beroep gelijk voorarrest andere straf opgelegd vrijspraak onttrekking aan detentie 30.723 Straf / mtr geëxecuteerd Onttrekking aan detentie Totale uitstroom: 38.881 Unieke personen: 32.063 14 De aantallen bij de horizontale pijlen zijn ontleend aan de databestanden met gegevens over titelwijzigingen (van voorlopige hechtenis naar onherroepelijk veroordeeld, eventueel na een hoger beroep, en vice versa) en zaakswijzigingen (andere openstaande vonnissen). Deze bestanden leveren iets minder betrouwbare data op. Daarom zijn de cijfers afgerond op honderdtallen en kunnen ze enigszins afwijken van de werkelijke aantallen. Pagina 96 van 107
Bijlage 3 Processchema Vreemdelingenbewaring Stroomschema vreemdelingenbewaring Instroom vreemdeling Bewaring vreemdeling Instroom VP Locatie VP DJI Detentiecentrum Vreemdeling naar land van herkomst Instroom KMAR ZHP Locatie KMAR De politie houdt vreemdelingen staande die illegaal in Nederland verblijven. De Koninklijke Marechaussee (KMar) en de Zeehavenpolitie (ZHP) voeren controles uit aan de Schengen-buitengrenzen op luchthavens en in zeehavens. Hierbij kan een vreemdeling staande worden gehouden en de toegang tot Nederland worden geweigerd. Tevens kan de KMar langs de binnengrenzen in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) vreemdelingen staande houden. De in bewaring gestelde vreemdeling wordt overgebracht naar een detentiecentrum van DJI, alwaar het vertrekproces in gang wordt gezet, onder regie van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V). Wanneer een vreemdeling besluit om mee te werken aan een zelfstandig vertrek, kan hij een beroep doen op de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Ook de medewerkers van het IOM hebben een plek in het detentiecentrum. Het IOM is een intergouvernementele organisatie die wereldwijd migranten ondersteunt. Pagina 97 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Bijlage 4 Processchema Forensisch Psychiatrisch Circuit delict vervolging veroordeling voorw. veroordeling gev. straf combinatie (gv + tbs) TBS art 37-1 Sr maatr. P.Z. met verpleging met voorwaarden GGz-voorziening GGz-voorziening afd. plaatsing DForZo FPC longstay begeleid, onbegeleid en transmuraal verlof VU/AVT proefverlof voorwaardelijke beeindiging beeindiging verpleging vervolgvoorziening terugkeer in de Pagina 98 van 107
Bijlage 5 Processchema JJI Het bovenstaand schema illustreert de omvang van de hoofdstromen in de JJI s in 2015. De twee verticale pijlen in het bovenste deel van het schema hebben betrekking op de het aantal personen dat instroomt, de horizontale pijlen in het middelste blok geven de titelwijzigingen tijdens het verblijf in een JJI aan en de drie verticale pijlen in het onderste blok verbeelden de verschillende uitstroomcategorieën in aantal personen in 2015. De aantallen sluiten niet precies op elkaar aan, omdat in 2015 ingestroomde jeugdigen na 2015 kunnen uitstromen en uitgestroomde jeugdigen al vóór 2015 kunnen zijn ingestroomd. Pagina 99 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Bijlage 6 Begrippenlijst Algemeen verlof GW Verlof dat is bedoeld voor veroordeelde gedetineerden in gesloten inrichtingen, die (nog) niet voor detentiefasering in aanmerking komen. Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling Een minderjarige vreemdeling die zonder ouders of wettelijk voogd naar Nederland is gekomen. Arrestant Persoon voor wie de aanhouding en plaatsing in een inrichting is bevolen omdat hij: a. Is veroordeeld tot een vrijheidsstraf en niet in aanmerking komt voor de zelfmeldprocedure of niet reageert op de meldingsoproep. b. Niet in voldoende mate meewerkt aan de executie van een andere straf of maatregel (taakstraf, boete, schadevergoeding, etc.) en om die reden een vervangende hechtenis of gijzelingsmaatregel moet ondergaan. c. Zich heeft onttrokken aan een eerdere detentie. Toelichting: In de cijfers van paragraaf 2.3 zijn de gedetineerden die zijn ingesloten op grond van de WETS, de WOTS of na aanhouding in kader van uitlevering of overlevering, eveneens tot de arrestanten gerekend. Artikel 15.5 Pbw-plaatsing GW Overplaatsing van een gedetineerde naar een psychiatrisch ziekenhuis vanwege een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens. Deze overplaatsingsmogelijkheid is geregeld in artikel 15.5 van de Penitentiaire beginselenwet. Artikel 43.3 Pbw-plaatsing GW Overplaatsing van een gedetineerde naar een zorginstelling waar de noodzakelijke sociale verzorging of hulpverlening kan worden geboden. Deze overplaatsingsmogelijkheid is geregeld in artikel 43.3 van de Penitentiaire beginselenwet. Artikel 6 Vreemdelingenwet (synoniem grenslogies) Bestuurlijke maatregel om een vreemdeling die aan de grens de toegang tot Nederland is geweigerd, vast te houden in een inrichting, tot het moment dat uitzetting mogelijk is. Artikel 59 Vreemdelingenwet Bestuurlijke maatregel om een vreemdeling die niet langer in Nederland mag blijven, vast te houden in een inrichting, tot het moment dat uitzetting mogelijk is. Behandelinrichting JJI Een Justitiële Jeugdinrichting bestemd voor behandeling. Toelichting: behandeling betreft een samenstel van handelingen gericht op het bij een jeugdige voorkomen, verminderen of opheffen van problemen of stoornissen van lichamelijke, geestelijke, sociale of pedagogische aard die zijn/haar ontwikkeling naar volwassenheid ongunstig kunnen beïnvloeden. Per 1 juli 2011 is het onderscheid tussen opvang- en behandeling vervangen door kort- en langverblijf. Beperkt beveiligde inrichting (BBI) Deze bestemming kent een relatief open karakter. Kenmerkend is dat onderdelen van het dagprogramma zich buiten de inrichting bevinden (bijvoorbeeld werk, opleiding of stage), terwijl ook de verlofmogelijkheden ruimer zijn. Bewaring overlevering / uitlevering GW Insluitingsgrond van een gedetineerde die is gearresteerd omdat hij of zij is verdacht van, of veroordeeld voor een misdrijf in het buitenland. Intentie is overlevering aan een land binnen de EU of uitlevering aan een land buiten de EU. Bezetting: Het aantal justitiabelen dat in een inrichting verblijft, dan wel tijdelijk buiten een inrichting verblijft en voor wie binnen de daarvoor geldende tijdslimieten een plaats gereserveerd blijft in het kader van TVE/VBI (tijdelijk verblijf elders/verblijf buiten de inrichting). Pagina 100 van 107
Capaciteit Direct inzetbare capaciteit: het aantal intramurale plaatsen dat bestemd is voor detentie/bewaring, opvang en/of behandeling van justitiabelen inclusief plaatsen die tijdelijk niet bruikbaar zijn, niet zijnde reservecapaciteit of in stand te houden capaciteit. Reservecapaciteit: het aantal plaatsen dat binnen vier maanden inzetbaar moet zijn, om een (tijdelijk) extra aanbod van in te sluiten justitiabelen op te vangen. Toelichting: Voor de reservecapaciteit geldt een lagere normprijs. In de praktijk is reservecapaciteit zeer snel inzetbaar. In stand te houden capaciteit intramurale plaatsen die buiten gebruik zijn gesteld maar die nog niet zijn afgestoten. Toelichting: betreft overschot aan capaciteit dat echter niet is afgestoten maar voor een bepaalde periode (ten minste 1 jaar) wordt aangehouden. Hiermee wordt kapitaalvernietiging voorkomen. Deze capaciteit maakt geen deel meer uit van de productietaakstelling. Contraire beëindiging tbs Een niet-verlenging door de rechter tegen het schriftelijke advies in van het hoofd van de FPC. Diagnose Behandel- en Beveiligings Combinatie (DBBC) Een DBBC is afgeleid van een DBC. Een essentieel onderdeel van de Forensische Zorg is het beveiligingsniveau. De DBBC-systematiek geldt voor instellingen die als onderdeel van een straf psychiatrische zorg, verslavingszorg of verstandelijk gehandicaptenzorg bieden aan volwassenen (of jeugdigen die volgens het volwassen strafrecht zijn berecht). Belangrijk uitgangspunt betreft de aansluiting bij de DBC-systematiek voor de geestelijke gezondheidszorg. Aan de systematiek zijn soort delict, aard en mate van gevaar- en beveiligingsniveau toegevoegd Detentiecentrum Inrichting waar in de regel vreemdelingen verblijven wiens uitzetting op korte termijn niet mogelijk is, omdat bijvoorbeeld het identificatieproces nog in volle gang is. Afhankelijk van de vraag worden (afdelingen van) detentiecentra ook wel ingezet voor strafrechtelijke gedetineerden van het gevangeniswezen; deze zijn dan wel strikt van elkaar gescheiden. Elektronisch Toezicht GW Controle met technische hulpmiddelen (zoals een enkelband) op de ongestoorde tenuitvoerlegging van vrijheidsbeperkende maatregelen. Toelichting: ET kan door de minister van Veiligheid en Justitie als aanvullende maatregel bij een penitentiair programma in de laatste fase van een gevangenisstraf worden toegepast. Extra Zorg Voorziening GW Afdeling van een penitentiaire inrichting voor gedetineerden die zich niet kunnen handhaven in het reguliere regime, bijvoorbeeld omdat ze lichamelijke en/of geestelijke problemen hebben. In kleinere groepen krijgen deze gedetineerden meer structuur en bescherming. Deze veilige omgeving biedt bovendien mogelijkheden voor observatie om diagnoses te kunnen stellen. Forensisch Psychiatrisch Centrum TBS Een beveiligd psychiatrisch ziekenhuis waar tbs-gestelden, of anderszins verpleegden en vrijwillig verpleegden, worden behandeld. Vroeger werd dit tbs-kliniek genoemd. Gesloten Gezinsvoorziening VB De Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist is een nieuwe bewaringsmodaliteit voor gezinnen met minderjarige kinderen. De GGV is bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen die aan de buitengrens asiel hebben gevraagd en aan wie, na een negatieve uitkomst van de screening aan de grens, de verdere toegang tot Nederland is ontzegd. Ook kunnen gezinnen met minderjarige kinderen er ter fine van uitzetting kort voor vertrek worden geplaatst alsmede alleenstaande minderjarige vreemdelingen die in een gesloten setting aan hun terugkeer dienen te werken. Gevangenis Door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen penitentiaire inrichting, bestemd voor de opneming van hen die, al dan niet onherroepelijk, tot een vrijheidsstraf of vrijheidsbeperkende maatregel zijn veroordeeld. Gevangenisstraf Vrijheidsstraf die de rechter kan opleggen bij misdrijven, waarbij de maximale duur van de straf afhankelijk is van de aard van het misdrijf. Pagina 101 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Gevangenisstraf bestaat ruwweg uit drie varianten : 1. Principale oplegging (hoofdstraf) Een gevangenisstraf die ofwel direct in aansluiting op een voorlopige hechtenis wordt opgelegd, ofwel bij lopend vonnis. 2. Tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf of het voorwaardelijke deel van een gevangenisstraf (TUL) Een voorwaardelijke gevangenisstraf die (alsnog) ten uitvoer wordt gelegd, omdat de justitiabele zich niet of niet geheel heeft gehouden aan de voorwaarden, die hem of haar zijn opgelegd. 3. Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling Ten uitvoerlegging van laatste deel van de straf, die aanvankelijk onder voorwaarden was kwijtgescholden. Deze beslissing kan door de rechter worden genomen als een persoon die voorwaardelijk in vrijheid is gesteld, zich tijdens de proeftijd niet aan de voorwaarden heeft gehouden. Gijzeling Gerechtelijke maatregel om iemand tot betaling te dwingen. Vooral toegepast bij personen die een verkeersboete (zie Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersovertredingen) of een OM-strafbeschikking niet betalen. Hechtenis Vrijheidsstraf die de rechter als hoofdstraf kan opleggen bij bepaalde overtredingen. De maximale duur die de rechter kan opleggen is afhankelijk van de aard van de overtreding. Deze meestal korte straf wordt ook wel principale hechtenis genoemd. De term hechtenis wordt ook gebruikt bij insluiting van iemand die wordt verdacht van een ernstig delict (voorlopige hechtenis). Een derde variant is de vervangende hechtenis die volgt wanneer een taakstraf niet lukt of een door de rechter opgelegde, strafrechtelijke boete niet is betaald. Bij niet betaalde boetes spreekt men ook wel van subsidiaire hechtenis Huis van bewaring GW Door de minister van Veiligheid en Justitie aangewezen penitentiaire inrichting, vooral bedoeld voor nog niet in eerste aanleg veroordeelden. Toelichting: in een HvB verblijven ook veroordeelden in afwachting van doorplaatsing naar een gevangenis, een penitentiair programma of een Forensisch Psychiatrisch Centrum. De Detentiecentra van de Directie Bijzondere Voorzieningen hebben ook de bestemming HvB, maar deze centra zijn overwegend bedoeld voor personen in vreemdelingenbewaring. Incidenteel verlof GW Verlof dat een gedetineerde in staat stelt om een gebeurtenis in de persoonlijke sfeer, waarbij zijn aanwezigheid noodzakelijk is, bij te wonen. Inrichting voor Stelselmatige Daders GW Door de minister van Veiligheid en Justitie aangewezen penitentiaire inrichting, bestemd voor de plaatsing van stelselmatige daders met als doel de maatschappij te beveiligen en de recidive te voorkomen. Inverzekeringstelling Het insluiten van een verdachte op het politiebureau ten behoeve van het onderzoek naar de toedracht van een gepleegd delict of gepleegde delicten op last van de (hulp)officier van justitie. Toelichting: De inverzekeringstelling, die drie dagen duurt, kan worden bevolen bij middelzware en zware misdrijven en kan eenmaal met drie dagen worden verlengd. Daarna kan voorlopige hechtenis volgen. Intramurale/transmurale capaciteit TBS Capaciteit binnen de muren van de inrichting/capaciteit buiten de beveiligde zone van de inrichting, gericht op het verblijf van de tbs-gestelde. Toelichting: de tbs-gestelde woont op een transmurale plaats min of meer zelfstandig, bijv. in een open dependance op het terrein van de inrichting. De verantwoordelijkheid ligt bij de FPC. Intramurale/transmurale behandelduur TBS De som van alle intramurale en transmurale behandelduren minus de periode van proefverlof, voorwaardelijke beëindiging, verblijf in het huis van bewaring en ongeoorloofde afwezigheid. Pagina 102 van 107
Jeugddetentie: Jeugddetentie bestaat ruwweg uit drie varianten : 1. Principale oplegging (hoofdstraf) Een jeugddetentie die ofwel direct in aansluiting op een voorlopige hechtenis wordt opgelegd, ofwel bij lopend vonnis. 2. Tenuitvoerlegging voorwaardelijke jeugddetentie (TUL) Een voorwaardelijke vrijheidsstraf die (alsnog) ten uitvoer wordt gelegd, omdat de jeugdige zich niet of niet geheel heeft gehouden aan de voorwaarden, die hem of haar zijn opgelegd. 3. Omzetting van andere straf of maatregel Vrijheidsstraf ter vervanging van een taakstraf of gedragsbeïnvloedende maatregel, die niet of niet naar behoren is uitgevoerd, dan wel ter vervanging van een door de rechter opgelegde boete of schadevergoedingsmaatregel, die niet of niet geheel is voldaan: dit wordt ook wel aangeduid als vervangende jeugddetentie. Justitiabele Een natuurlijk persoon ten aanzien van wie onder verantwoordelijkheid van DJI de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt. Langdurige forensische psychiatrische zorg TBS Capaciteit binnen een FPC waar tbs-gestelden verblijven die ondanks langdurige behandeling, nog steeds delictgevaarlijk zijn. Deze personen hebben een combinatie van langdurige zorg en beveiliging nodig. voorheen: longstay. Lopend vonnis Niet (volledig) geëxecuteerde, onherroepelijke vrijheidsstraf opgelegd aan een persoon die op het moment dat het vonnis onherroepelijk is geworden, niet (meer) in voorlopige hechtenis verblijft. Maatregel Door een daartoe bevoegde instantie bevolen voorlopige hechtenis, vreemdelingenbewaring, gijzeling, plaatsing in een jeugdinrichting (PIJ), terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging of andere vrijheidsbeneming, niet zijnde een vrijheidsstraf. Nachtdetentie JJI Een bijzondere vorm van voorlopige hechtenis voor minderjarigen, waarbij de jongere overdag naar school, werk, stage of dagbehandeling gaat en s avonds en in het weekend in een opvanginrichting verblijft. Toelichting: het doel van nachtdetentie is het beperken van de schadelijke effecten van voorlopige hechtenis en het behouden c.q. versterken van de positieve banden met de samenleving. Normaal beveiligde inrichting JJI Deze bestemming kent een hoge mate van beveiliging. Alle voorzieningen (school, werkplaats) bevinden zich op of binnen het beveiligde terrein van de inrichting. Onttrekking (aan de tenuitvoerlegging van straf of maatregel) Ontvluchting uit een gesloten inrichting of onttrekking aan toezicht vanaf het inrichtingsterrein buiten de externe beveiligingsring (ringmuur en/of penitentiair hekwerk) of vanuit een (zeer) beperkt beveiligde inrichting. Ook onttrekkingen aan toezicht tijdens verblijf buiten de inrichting en het niet terugkeren van toegestaan tijdelijk verblijf buiten de inrichting (bijv. verlof, schorsing voorlopige hechtenis voor bepaalde tijd, strafonderbreking) zijn vormen van onttrekkingen aan detentie. Ontvluchting Ontsnapping uit een inrichting vanuit het beveiligde inrichtingsgebouw of vanaf het beveiligde terrein, te weten het terrein binnen de ringmuur en/of het (penitentiaire) hekwerk. Opleggingen tbs met bevel tot verpleging Een strafrechtelijke maatregel die verpleging van overheidswege omvat, die door de rechter is opgelegd voor een ernstig delict dat de veroordeelde niet of slechts ten dele kan worden toegerekend in verband met een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn of haar geestelijke vermogens. De uitvoering vindt plaats in een FPC. Opleggingen tbs met voorwaarden Een strafrechtelijke maatregel die door de rechter is opgelegd voor een ernstig delict dat de veroordeelde niet of slechts ten dele kan worden toegerekend in verband met een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn of haar geestelijke vermogens. Een tbs met Pagina 103 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 voorwaarden houdt in, dat de veroordeelde, eventueel na het uitzitten van zijn gevangenisstraf, onder voorwaarde terugkeert in de maatschappij. Zo n voorwaarde kan onder meer zijn dat hij (of zij) zich laat behandelen in een algemeen psychiatrisch ziekenhuis of bij een instelling voor poliklinische of deeltijdbehandeling. Penitentiaire psychiatrisch centrum Penitentiaire inrichting voor gedetineerden met een psychiatrische of psychische aandoening, persoonlijkheidsstoornis, verslavingsproblematiek of een verstandelijke beperking (of een combinatie hiervan). Penitentiair programma GW Door de minister van Veiligheid en Justitie erkend programma van samenhangende activiteiten die expliciet zijn gericht op re-integratie in de maatschappij, waarbij de deelnemer op een plaats buiten de inrichting verblijft in de laatste fase van een gevangenisstraf. PIJ Vrijheidsbenemende maatregel uit het jeugdstrafrecht ter plaatsing van een jeugdige in een JJI. Toelichting: voor het opleggen van deze maatregel moet aan drie voorwaarden voldaan zijn: 1) Er moet sprake zijn van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. 2) De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van de maatregel. 3) De maatregel dient in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige. Plaatsing in een inrichting voor Jeugdigen is een strafrechtelijke maatregel. Zie WvS art. 77h en art. 77s t/m 77u. Pluk-ze - wetgeving Populaire benaming voor de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, die inhoudt dat tijdens of na een strafproces het financiële voordeel wordt afgenomen dat men heeft verkregen door het plegen van een strafbaar feit. Als dwangmiddel kan lijfsdwang worden toegepast in de vorm van insluiting in een penitentiaire inrichting. Populatie (synoniem: administratieve bezetting) Het aantal justitiabelen dat onder de administratieve verantwoordelijkheid van een inrichting valt. Naast de fysiek aanwezigen, betreft het ook de justitiabelen die tijdelijk elders verblijven en de extramuraal verblijvenden (excl. proefverlof TBS) Proefverlof TBS De situatie waarin de justitiabele (tbs-gestelde) met toestemming buiten (extramuraal) de FPC woont. Dit gebeurt als de delictgevaarlijkheid van de tbs-gestelde zodanig is afgenomen dat het verantwoord wordt geacht dat hij (of zij) buiten de FPC verblijft. Hij (of zij) moet zich houden aan de voorwaarden uit het proefverlofplan. De Reclassering voert het toezicht op de uitvoering van het proefverlof uit, maar de betrokkene valt onder verantwoordelijkheid van de FPC. Recidive Algemene recidive: een nieuw geldig* justitiecontact naar aanleiding van enig misdrijf, ongeacht de aard en ernst van de gepleegde delicten Ernstige recidive: een nieuw geldig justitiecontact naar aanleiding van een misdrijf met een maximale strafdreiging van vier jaar of meer** Zeer ernstige recidive: een nieuw geldig justitiecontact naar aanleiding van een misdrijf met een maximale straf dreiging van acht jaar of meer Detentierecidive: Nieuwe insluiting binnen het gevangeniswezen van een persoon die eerder ingesloten is geweest in een penitentiaire inrichting * Zaken die niet eindigen in een vrijspraak, een technisch sepot door het OM of een technische beslissing door de rechter; ** Delicten met een lagere strafdreiging maar waarvoor wel voorlopige hechtenis kan worden opgelegd, vallen ook in deze categorie. Regimesgebonden verlof GW Verlof voor gedetineerden die verblijven in een beperkt beveiligde inrichting of een zeer beperkt beveiligde inrichting. Toelichting: Als onderdeel van het regime gaan gedetineerden vierwekelijks (bij een beperkt beveiligde inrichting) of wekelijks (bij een zeer beperkt beveiligde inrichting) met weekendverlof. Het regimesgebonden verlof is bedoeld om de gedetineerde voor te bereiden op de terugkeer in de maatschappij. Pagina 104 van 107
Reservecapaciteit Zie capaciteit Scholings- en Trainings Programma JJI Een programma geïnitieerd vanuit een Justitiële Jeugdinrichting met een duur van minstens een maand en maximaal twaalf maanden. De situatie waarin de jeugdige met toestemming buiten de JJI woont. Toelichting: dit is met name bedoeld om gefaseerd weer deel te nemen aan de maatschappij. Geldt ook bij jeugddetentie met een strafrestant langer dan drie maanden. Schorsing voorlopige hechtenis (voor bepaalde of onbepaalde tijd) Door de rechter afgegeven bevel, op verzoek van de verdachte, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, waarmee de voorlopige hechtenis onder voorwaarden tijdelijk of voor onbepaalde tijd niet ten uitvoer wordt gelegd. Toelichting: Het onderscheid tussen tijdelijk en voor onbepaalde tijd is niet wettelijk geregeld, maar is wel een praktijkgegeven. De redenen voor een schorsing voor bepaalde tijd staan evenmin in het wetboek van strafvordering, maar veelal zijn het dezelfde redenen als bij strafonderbreking: een bevalling van de levenspartner of een ernstige ziekte of overlijden van de levenspartner, kind of ouder van de gedetineerde. En ook voor schorsing voor bepaalde tijd geldt dat ze meestal niet wordt verleend indien incidenteel verlof van één, maximaal twee dagen voldoende tijd biedt aan de gedetineerde. Een schorsing voor onbepaalde tijd duurt in de regel voort tot het moment dat de verdachte voor de rechtbank moet verschijnen. Bij dergelijke schorsingen schrijft de bevolkingsadministratie van de inrichting de justitiabele uit. De rechter kan een schorsing te allen tijde opheffen en zal dat vooral doen als de verdachte zich niet aan de vooraf gestelde voorwaarden houdt. Strafonderbreking (tijdelijk) Door de minister van Veiligheid en Justitie aan een veroordeelde justitiabele verleende toestemming om de inrichting tijdelijk te verlaten wegens zodanig bijzondere omstandigheden in de persoonlijke sfeer, dat niet kan worden volstaan met een andere vorm van verlof (artikel 34 Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting). Strafonderbreking vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf (voor onbepaalde tijd) Door de minister van Veiligheid en Justitie verleende toestemming aan een veroordeelde vreemdeling, om de detentie voor onbepaalde tijd te onderbreken onder de voorwaarde dat hij vertrekt uit Nederland en niet meer terugkeert (artikel 40a van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting). De strafonderbreking gaat in op het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk Nederland heeft verlaten. Tbs-gestelde Een persoon die door de rechter is veroordeeld tot de maatregel tbs met bevel tot verpleging of tot tbs met voorwaarden. Tbs-passant Justitiabele van wie de tbs is aangevangen en die in een penitentiaire inrichting wacht op opname in een FPC. De gemiddelde duur wordt berekend door van de personen die in een bepaald jaar voor het éérst zijn opgenomen het moment te nemen tussen de ingangsdatum tbs en de 1 e opnamedag in het bepaalde jaar (de ingangsdatum tbs kan in voorafgaand jaar liggen). Uitzetcentrum Bij uitzetting op korte termijn ging een vreemdeling naar een uitzetcentrum. Dit is bijvoorbeeld het geval als alle reisdocumenten van een vreemdeling aanwezig waren en er alleen nog gewacht moest worden op een beschikbare vlucht. Verlofmarge TBS De machtiging die door de Verlofunit tbs (namens de Minister van Veiligheid en Justitie) wordt afgegeven inzake de toegestane bewegingsvrijheid van de tbs-gestelde. Deze machtiging Vreemdelingenbewaring Bestuursrechtelijke maatregel om een vreemdeling die de toegang tot Nederland is geweigerd dan wel niet langer in Nederland mag blijven en weigert zelfstandig te vertrekken, vast te houden in een inrichting, tot het moment dat uitzetting mogelijk is. Toelichting: Een vreemdeling wordt ingesloten op respectievelijk artikel 6 of artikel 59 van de Vreemdelingenwet (Vw 2000). Pagina 105 van 107
DJI in getal 2011-2015 April 2016 Voorlopige hechtenis Maatregel op grond waarvan iemand die wordt verdacht van een ernstig delict, verblijft in een inrichting in afwachting van zijn proces en de uitspraak van de rechter. Voorwaardelijke invrijheidstelling GW Het onder voorwaarden vervroegd vrijlaten van personen die één of meer vrijheidsstraffen hebben ondergaan. In aanmerking komen personen met een vrijheidsstraf tussen één en twee jaar nadat zij ten minste één jaar en een derde van de nog resterende straf hebben ondergaan. Personen met een vrijheidsstraf langer dan twee jaar kunnen onder voorwaarden vrij komen als twee derde van de straf is ondergaan. Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersovertredingen (WAHV), de Wet Mulder Wet op grond waarvan buiten het strafrecht om betalingen voor lichte verkeersovertredingen administratief worden afgedaan. Gijzelingen in penitentiaire inrichtingen zijn mogelijk om betalingen af te dwingen. Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS) Nederlandse regelgeving betreffende de overdracht van de tenuitvoerlegging van buitenlandse vrijheidsbenemende straffen en maatregelen aan Nederland en de overdracht van de tenuitvoerlegging van Nederlandse vrijheidsbenemende straffen en maatregelen aan het buitenland. Toelichting: De WOTS kan worden toegepast voor de overdracht van vonnissen naar en van: 1. Landen buiten Europa die het Verdrag Overbrenging Gevonniste Personen hebben getekend. Dit zijn er meer dan 60; 2. Andere landen buiten Europa waar Nederland een apart verdrag mee heeft; 3. Landen in de Europese Unie (EU) die de nieuwe Europese regels nog niet hebben verwerkt in een eigen, nationale wet. Zie ook het begrip: WETS. Zie ook het begrip: Wet Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS). Op http://www.dji.nl/onderwerpen/strafoverdracht-wots-en-wets.aspx staat een overzicht van welke landen welke verdragen hebben ondertekend. Wet Terwee Wet die bedoeld is om de positie en de bejegening van het slachtoffer in het strafproces te verbeteren en de mogelijkheden van het verhalen van de schade op de dader te vergroten. Als een dader niet voldoet aan zijn betalingsverplichting, is het mogelijk om hem in hechtenis te nemen. Wet Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS) Nederlandse regelgeving betreffende de overdracht van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen in een EU-lidstaat aan Nederland en de overdracht van de tenuitvoerlegging van Nederlandse strafrechtelijke beslissingen aan een ander EU-land. Naast de vrijheidsstraffen vallen ook de alternatieve en voorwaardelijke straffen onder de reikwijdte van de wet. Toelichting: De Nederlandse wet is van kracht sinds 1 november 2012. Naast verdragen (zie begrip WOTS) bestaan er binnen de Europese Unie (EU) kaderbesluiten die overdrachten van vonnissen mogelijk maken. De wet kan alleen worden toegepast als het ontvangende of zendende land de nieuwe Europese regels ook reeds heeft verwerkt in een eigen nationale wet. Anders dan bij de WOTS hoeft een gedetineerde zelf geen verzoek tot overdracht in te dienen. In de nieuwe regeling ligt het initiatief bij het land waar de gedetineerde is veroordeeld. In beginsel vindt de overdracht plaats, ook al is de gedetineerde het er niet mee eens. Voorwaarde is wel dat de gedetineerde voldoende binding heeft met het ontvangende land. Uitgangspunt is dat een lidstaat een buitenlands vonnis erkent en de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf voortzet. Zie ook het begrip: Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS) Op http://www.dji.nl/onderwerpen/strafoverdracht-wots-en-wets.aspx staat een overzicht van welke landen welke verdragen hebben ondertekend. Youturn JJI Vanaf 2010 werken alle JJI s met de basismethodiek Youturn. Met deze methodiek kunnen alle pedagogisch professionals en docenten in alle JJI s de jeugdigen op een eenduidige manier benaderen en behandelen. De tijd in een JJI wordt zo goed mogelijk benut om het recidiverisico te verminderen en de jeugdige voor te bereiden op de terugkeer in de maatschappij. Pagina 106 van 107
Zelfmelder Een tot een vrijheidsstraf veroordeelde persoon die niet gedetineerd is op het moment dat de rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden en waarbij het Centraal Justitieel Incasso Bureau, volgens de beleidsregels van het OM, heeft bepaald dat hij voor de tenuitvoerlegging van de straf (met aftrek van het voorarrest) in aanmerking komt voor de zelfmeldprocedure. Pagina 107 van 107