Raadsmededeling - openbaar Nummer : 167/2010 Datum : 18 oktober 2010 B&W datum : 19 oktober 2010 Portefeuillehouder : Ted Kok Onderwerp : Evaluatie rood-voor-rood-beleid Aanleiding Sinds 2007 geldt in Aalten beleid voor functieverandering in het buitengebied. De raad heeft gevraagd om een evaluatie van dit beleid. Wij hebben deze evaluatie in de bijgevoegde nota opgenomen. Inhoud mededeling Wij stellen voor dat u kennis neemt van de evaluatie. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: 1. Collegevoorstel met als onderwerp Evaluatie rood-voor-rood-beleid 2. Nota Evaluatie rood-voor-rood-beleid 2007-2010
2010 B&W - 536 Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 1 van 4
2010 B&W - 536 Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 2 van 4
2010 B&W - 536 Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 3 van 4
2010 B&W - 536 Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 4 van 4
Bestemmingsplan Evaluatie rood voor rood-beleid Gemeente Aalten Evaluatie roodvoor-rood-beleid 2007-2010 in Aalten Groenenveld
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Aanleiding 3. Wat houdt de regeling in? 4. Hoe is de regeling toegepast? 5. Vergelijking met omliggende gemeentes 6. Onze mening over de regeling tot nu toe 7. Hoe verder? 2
1. Inleiding Sinds 2007 geldt in de gemeente Aalten een functieveranderingsbeleid voor het buitengebied. Dit beleid is gebaseerd op het Streekplan Gelderland 2005 en de regionale nota Functies zoeken plaatsen zoeken functies 1. Doel van het beleid is het platteland levend te houden, verpaupering van stallen te voorkomen en nieuwe functies (zoals wonen) aan het buitengebied toe te voegen. Het functieveranderingsbeleid maakt het bouwen van woningen mogelijk in ruil voor de sloop van (agrarische) bedrijfsbebouwing. Dit zogenoemde rood-voor-rood-beleid is succesvol gebleken. Burgemeester en wethouders hebben de afgelopen jaren ongeveer veertig verzoeken voor de bouw van in totaal 72 nieuwe woningen ontvangen. 2. Aanleiding Omdat in de woningbouwplanning (zoals opgenomen in de Woonvisie 2010-2020) slechts rekening is gehouden met zestig rood-voor-rood-woningen in tien jaar, heeft het college van burgemeester en wethouders op 6 april 2010 besloten vooralsnog geen nieuwe verzoeken meer in behandeling te nemen. Eerst na een evaluatie van het beleid bepalen burgemeester en wethouders of en op welke wijze zij verder willen met de regeling. De aanvragers hebben tot 1 augustus 2010 de tijd gekregen hun plannen verder uit te werken. Diverse aanvragers hebben hun plannen niet op tijd uitgewerkt en gaan dus niet door met hun aanvraag. 3. Wat houdt de regeling in? Het Aaltense rood-voor-rood-beleid is vastgelegd in de bestemmingsplannen Buitengebied Dinxperlo 2007 en Correctieve herziening /Actualisatie Buitengebied Aalten 2007. Op basis van de rood-voor-rood-regeling kan de gemeente een woonbestemming toekennen aan gronden waar tot voor kort een (agrarisch) bedrijf was gevestigd. Daarbij gelden globaal gezien de volgende voorwaarden: - de initiatiefnemer moet zijn gehele bedrijf beëindigen; - de initiatiefnemer moet minimaal 50% van de bedrijfsbebouwing slopen; - 500 m² gesloopte schuur levert één nieuwe woning op; - dit mag een nieuwbouwwoning zijn of een woning in een bestaand bedrijfsgebouw; - iedere 750 m² gesloopte schuur extra levert ook een nieuwe woning op; - per locatie zijn maximaal vier nieuwe woningen toegestaan; - als de initiatiefnemer bestaande gebouwen hergebruikt, dan moet hij de nieuwe woningen realiseren in maximaal twee woongebouwen; - als de initiatiefnemer de woningen volledig nieuw wil bouwen, dan moet hij deze woningen in één gebouw realiseren; - de nieuwe woningen hebben een inhoud van maximaal 600 m³ en minimaal 350 m³; - de initiatiefnemer moet de nieuwe woning(en) bouwen op de locatie of nauw daaraan gerelateerd; - de initiatiefnemer mag de bouwrechten verplaatsen naar elders als omgevingsfactoren daartoe aanleiding geven; - de initiatiefnemer mag per nieuwe woning maximaal 75 m² bijgebouwen realiseren; 1 De provincie heeft de regionale nota Functies zoeken plaatsen zoeken functies vastgesteld als uitwerking van het streekplan. 3
- de initiatiefnemer moet met een inrichtingsplan aantonen dat hij de nieuwe bebouwing goed kan inpassen in de omgeving; er moet sprake zijn van één gezamenlijke erfopzet; Een minder bekend onderdeel van het beleid voor functieverandering is dat men het agrarisch bedrijf (na beëindiging ervan) ook kan omzetten in een niet-agrarisch bedrijf. De bestemmingsplannen Buitengebied Dinxperlo 2007 en Correctieve herziening /Actualisatie Buitengebied Aalten 2007 geven de mogelijkheid de bestemming van een agrarisch bedrijf dat beëindigd wordt, te wijzigen in Bedrijfsdoeleinden. Daarbij moet minimaal 50% van het oppervlak aan bestaande bedrijfs- of bijgebouwen en alle kassen gesloopt worden. De afgelopen jaren heeft niemand van deze mogelijkheid gebruik gemaakt bij de volledige beëindiging van zijn agrarisch bedrijf (men heeft wel deels hiervan gebruik gemaakt, als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; daarnaast hebben we wel één aanvraag ontvangen van een agrariër die de komende jaren zijn bedrijf wil beëindigen en een zorgboerderij beginnen). 4. Hoe is de regeling toegepast? 4.1 Totaal veertig aanvragen Sinds de rood-voor-rood-regeling geldt, heeft de gemeente veertig aanvragen ontvangen. Deze aanvragen gaan over bedrijven die verspreid over de hele gemeente liggen; er is geen concentratie van aanvragen bij een bepaalde kern of buurtschap. Wel is zichtbaar dat een groot aantal aanvragen in of nabij een natuurgebied en/of een ecologische verbindingszone ligt. Aantal aanvragen Aantal woningen Afgeronde aanvragen 8 13 Aanvragen in procedure 17 32 (collegebesluit aanwezig) Aanvragen die binnenkort aan het 10 15 college worden voorgelegd Aanvragers die op een alternatieve 5 12 locatie willen bouwen Totaal 40 72 Tabel 1: Aantal rood-voor-rood-aanvragen per 1 augustus 2010 In de Woonvisie 2010-2020 is rekening gehouden met de bouw van zestig VAB 2 - woningen verspreid over tien jaar. Dat aantal van zestig woningen wordt dus met de aanvragen die we de afgelopen jaren hebben ontvangen met twaalf overschreden. Wij hebben acht van deze veertig aanvragen inmiddels afgerond. De gestopte agrariërs zijn nu bezig met de uitvoering van hun plannen; zij hebben de eerste schuren gesloopt en de woningen staan in de verkoop en/of worden inmiddels gebouwd. Bij deze acht aanvragen gaat het om de bouw van dertien woningen. Op één locatie kunnen vier nieuwe woningen gerealiseerd worden; op de andere locaties 2 VAB staat voor: vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing 4
gaat het om de bouw van één of twee woningen. Al deze woningen zijn gepland op of direct nabij de plek waar de schuren staan of tot voor kort stonden. Zeventien van de veertig aanvragen zijn op dit moment in procedure. Van deze aanvragen is minimaal een collegebesluit aanwezig over het toepassen van de roodvoor-rood-regeling (vaak hebben de aanvragers ook al een overeenkomst gesloten met de gemeente). De meeste aanvragers hebben de schuren echter nog niet gesloopt en evenmin hebben zij al nieuwe woningen daarvoor in de plaats gerealiseerd. In totaal gaat het om de bouw van 32 woningen. Over tien van de veertig aanvragen moet het college nog een besluit nemen. De schuren zijn, in afwachting van dat besluit, nog niet gesloopt. Het gaat bij deze tien aanvragen om de bouw van vijftien woningen. Vijf van de veertig aanvragers willen de rood-voor-rood-woningen graag bouwen op een andere plek dan het eigen erf. Zij voldoen aan de criteria die gelden voor bouwen op een andere plek dan het eigen erf. Het gaat hierbij om maximaal twaalf woningen. 4.2 Alternatieve locatie In de rood-voor-rood-regeling staat dat een aanvrager zijn bouwrechten in beginsel mag verplaatsen naar een andere locatie als omgevingsfactoren daartoe aanleiding geven. Hierbij kan gedacht worden aan ecologische of landschappelijke waarden, agrarische bedrijven in de directe omgeving of de aanwezigheid van risico s zoals een hoogspanningsleiding. Deze verplaatsing van bouwrechten moet in afwaartse richting van ecologische of landschappelijk waardevolle gebieden plaatsvinden en richting een bestaande bouwlocatie of nauw hieraan gerelateerd. Een andere optie is woningbouw in aansluiting op een bestaande woonkern. Diverse aanvragers hebben de afgelopen jaren de gemeente gevraagd of zij hun bouwrechten mogen verplaatsen naar een andere locatie. - Delta Bouw heeft in februari 2008 gevraagd of zij woningen mag bouwen op Den Schoppert (gebied ten westen van Kobus). - Bouwbedrijf Heijnen heeft in 2009 gevraagd om rood-voor-rood-woningen te mogen bouwen op de locatie Groene Kamer (in het zuidoosten van Aalten, ten westen van de Hamelandroute). - Rinke ter Haar heeft in oktober 2009 gevraagd of geclusterde woningbouw mogelijk is op diverse locaties in en rondom Aalten. - Massop Vastgoed B.V. heeft in april 2010 gevraagd om 15 woningen te mogen bouwen aan Kalverweidendijk 11 (op de gronden van varkenshouder Smits). - Bouwbedrijf Heijnen heeft in mei 2010 gevraagd om toestemming voor bebouwing van het gebied tussen de Zuiderlaan, Dinxperlosestraatweg en Piepersweg. We zouden in dit kader ook nog de vraag kunnen noemen van de heer Rotink. De heer Rotink heeft in 2009 gevraagd om toestemming voor de bouw van twaalf woningen op de plek van zijn varkenshouderij aan de Lichtenvoordsestraatweg ten zuiden van Barlo (als compensatie voor de verplaatsing van zijn agrarisch bedrijf). De raad heeft in november 2009 besloten daar niet aan mee te werken, mede omdat 5
het niet om een rood-voor-rood-locatie gaat (de heer Rotink beschikte niet over de rechten voor de bouw van twaalf woningen). Op geen van de hierboven genoemde alternatieve locaties zijn rood-voor-roodwoningen gebouwd. Met uitzondering van Kalverweidendijk 11 is evenmin voor geen van deze locaties een plan door ons in behandeling genomen voor de bouw van dergelijke woningen. Dat ligt voornamelijk aan het feit dat wij het geen geschikte locaties vinden. Bij die beoordeling hebben wij onder meer de volgende criteria gebruikt: ligging ten opzichte van de kern, grondeigendom, omvang van het gebied, hindergevende functies in de omgeving, financiële uitvoerbaarheid en ontsluitingsmogelijkheden. Het is ons gebleken dat met name het grondeigendom een bepalende rol speelt: de bouw van de woningen is (uit financieel oogpunt) vrijwel uitsluitend mogelijk als de initiatiefnemer eigenaar is van de alternatieve locatie. Wij willen wel meewerken aan het plan van Massop Vastgoed B.V. voor Kalverweidendijk 11 als alternatieve rood-voor-rood-locatie. Ook de raad heeft (op 6 juli 2010) in beginsel ingestemd met de ontwikkeling van deze locatie als rood-voorrood-locatie. 5. Vergelijking van Aalten met andere gemeentes Twee studenten van de Velpse Hogeschool Van Hall Larenstein hebben het roodvoor-rood-beleid in zeven Achterhoekse gemeenten vergeleken 3. Daaruit blijkt het volgende: - in alle zeven onderzochte gemeenten moet minimaal 50% van de bebouwing gesloopt worden; onder die bebouwing valt alles behalve de woning en de karakteristieke bebouwing; - de rood-voor-rood-woningen mogen in Aalten minder groot worden dan in de zes omliggende gemeenten (maximaal 600 m³ in Aalten tegenover 750 m³ in de omliggende gemeenten); - Aalten hoort bij de gemeenten waar slechts 500 m² schuur gesloopt hoeft te worden voor één nieuwbouwwoning; bij vier andere Achterhoekse gemeenten moet minimaal 750 of 1.000 m² bedrijfsbebouwing gesloopt worden; - als het gaat om het bouwen van woningen in bestaande bedrijfsgebouwen, stellen vijf van de zeven gemeenten (waaronder Aalten) dat daarvoor 500 m² schuur gesloopt moet worden; in twee gemeenten moet 300 of 400 m² schuur gesloopt worden; deze oppervlaktes liggen dus minder ver uit elkaar dan de hoeveelheid te slopen schuren bij nieuwbouwwoningen; - in Aalten zijn relatief veel woningen toegestaan; in veel omliggende gemeenten mogen ten hoogste twee of drie wooneenheden gebouwd worden, terwijl Aalten maximaal vier wooneenheden toestaat; in Aalten moeten die vier eenheden echter wel in één woongebouw gerealiseerd worden; in andere gemeenten mag een agrariër die met zijn bedrijf stopt twee of drie vrijstaande woningen bouwen; - in Aalten mag per wooneenheid een bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 75 m² gebouwd worden; in vijf van de zeven gemeenten mogen grotere bijgebouwen opgericht worden (100 à 200 m²); 3 Reynier Hoekstra en Heleen Lenderink hebben in juni 2010 in hun afstudeerscriptie Functieverandering op zijn plaats? de gemeentes Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk vergeleken. 6
- in vrijwel alle onderzochte gemeentes is maatwerk mogelijk en wenselijk gebleken; In bijlage 1 is een tabel opgenomen waarin de eisen per gemeente zijn aangegeven. Uit een inventarisatie van de provincie Gelderland blijkt dat sinds eind 2007 ongeveer 400 aanvragen om functieverandering zijn ingediend in de Achterhoek. Het overgrote deel daarvan heeft betrekking op woningbouw. De provincie constateert dat het roodvoor-rood-beleid op gespannen voet staat met de ontwikkelingen in de vraag naar woningen (krimp). In de zomer van 2010 blijkt dat meer gemeenten het voorbeeld van Aalten volgen om de rood-voor-rood-regeling (al dan niet tijdelijk) stop te zetten. Voor geheel Gelderland nemen wij de volgende ontwikkelingen waar: - er wordt weinig tot geen gebruik gemaakt van de functieverandering naar werken; - een deel van de aanvragen om functieverandering past in het beleid; voor veel aanvragen maken gemeentes echter aanvullende afspraken en voor een groot deel van de aanvragen is maatwerk nodig; 6. Wat vinden wij van de regeling? Na ongeveer drie jaar met de rood-voor-rood-regeling gewerkt te hebben, kunnen we de volgende conclusies trekken: a. Regeling wegens succes stopgezet In de Woonvisie is gesteld dat tussen 2010 en 2020 behoefte is aan zestig VABwoningen in de komende tien jaren. Op basis van de rood-voor-rood-aanvragen die wij de afgelopen jaren hebben ontvangen, kunnen die zestig woningen gebouwd worden. Omdat wij, als gezegd, aanvragen voor de bouw van 72 woningen hebben ontvangen, is de regeling voor wat betreft de functieverandering naar wonen voorlopig stopgezet. b. 500 m² is een lage oppervlakte te slopen schuren Het succes van de regeling wordt mede veroorzaakt doordat men slechts 500 m² schuren hoeft te slopen voor één woning. c. Teveel maatwerk toegepast De regeling biedt ruimte voor het toepassen van maatwerk. In veel gevallen is daar ook daadwerkelijk voor gekozen (het is eerder regel dan uitzondering). Dat was niet de bedoeling van de rood-voor-rood-regeling. d. Veel mensen wensen vrijstaande woningen In de rood-voor-rood-regeling is opgenomen dat de nieuwe woningen in één woongebouw gebouwd moeten worden. Onze ervaring is dat dergelijke woningen in het buitengebied niet goed verkopen. Zowel de aanvrager als de koper wenst vrijstaande woningen. e. De maximale oppervlakte voor bijgebouwen is laag Wij vinden dat ruimere bijgebouwen gebouwd moeten kunnen worden bij de roodvoor-rood-woningen. Die ruimte is nodig als leef- of schuilruimte voor het vee, de opslag van materiaal of voor de stalling van materieel. 7
f. Geen bedrijven op de plaats van de schuren Er is de afgelopen jaren geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid een nietagrarisch bedrijf te starten of uit te oefenen op de plek van een gesloopte schuur. Kennelijk is weinig behoefte aan (extra) bedrijfsruimte in het buitengebied. Het zou echter ook kunnen dat de mogelijkheden te weinig bekend waren. g. Handhaaf het beplantingsplan Iedereen die rood-voor-rood-woningen wil bouwen, moet een beplantingsplan opstellen. Wij hebben die beplantingsplannen vervolgens vergeleken met het Landschapsontwikkelingsplan. Waar nodig hebben wij de aanvrager gevraagd het plan aan te passen. Diverse keren hebben wij de ervenconsulent van het Gelders Genootschap advies gevraagd over de inpassing in het landschap. Onze ervaringen tot nu toe met de beplantingsplannen zijn positief. Hoewel de erven nog niet daadwerkelijk opnieuw beplant zijn, hebben wij de indruk dat - na de sloop van de bedrijfsgebouwen de ruimtelijke kwaliteit van de erven toeneemt als wij een beplantingsplan verplicht stellen. Wij stellen dan ook voor dat plan te handhaven. We merken wel op dat het één erf-principe beter toegepast kan worden. In veel plannen is dit principe ten onrechte teveel losgelaten, waardoor ook minder ruimte voor inpassing overblijft. We merken daarnaast op dat vaak een te kleine kavel beschikbaar is voor de bouw en inpassing van één of meer woningen. De initiatiefnemers verkopen veelal een deel van de vrijkomende gronden aan anderen dan de nieuwe bewoners van de te bouwen woning(en). Daardoor worden de mogelijkheden van een goede inpassing beperkt0. h. Rood-voor-rood draagt bij aan natuurontwikkeling Veel bedrijven die stoppen, liggen in of nabij een natuurgebied en/of een ecologische verbindingszone. De rood-voor-rood-regeling draagt op deze manier bij aan het halen van natuurdoelen. 7. Hoe verder? 7.1 Van belang zijnde ontwikkelingen Sinds de rood-voor-rood-regeling in 2007 startte, is de Aaltense woningmarkt aanzienlijk veranderd: de vraag naar nieuwe woningen is veel minder groot dan wij in 2007 dachten. De raad heeft bij de vaststelling van de Woonvisie in november 2009 gesteld dat de komende tien jaar slechts behoefte is aan maximaal zestig VABwoningen. Het college van burgemeester en wethouders heeft vervolgens in juni 2010 met omliggende gemeenten afspraken gemaakt over het maximaal aantal te bouwen woningen in de diverse gemeenten. De colleges hebben afgesproken dat zij geen nieuwe verzoeken om de bouw van woningen meer in behandeling nemen. De Aaltense raad zal naar verwachting in december 2010 een besluit nemen over het nieuwe maximum aantal te bouwen woningen. Een andere belangrijke ontwikkeling is die van de agrarische bedrijven. Veel bedrijven moeten voldoen aan de maximale emissiewaarden op het gebied van ammoniak. Ook de eisen voor het welzijn van dieren in stallen worden steeds strenger, met name voor varkens. Dit heeft erin geresulteerd dat de afgelopen jaren veel kleine varkensboeren zijn gestopt met hun bedrijf. De verwachting is dat deze trend zich doorzet en dat veel kleinere varkenshouders de komende jaren stoppen 8
met hun bedrijf. Een deel van deze agrariërs zal hun stallen willen slopen, een ander deel zal het bedrijf verkopen aan varkenshouders die willen uitbreiden. 7.2 Contouren van een nieuwe regeling De gemeente Aalten blijft het van belang vinden dat de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied toeneemt door de sloop van vaak lelijke stallen en de herinrichting van het erf met nieuwe bebouwing en beplanting. Gelet op de te verwachten verminderde vraag naar woningen zullen wij het principe van u sloopt een stal en krijgt er één of meerdere woningen voor terug echter los moeten laten. De verevening 4 zal op een andere wijze moeten gebeuren. Daarbij valt te denken aan het volgende: - Functies als niet-agrarische bedrijven, zorg en recreatie zijn binnen bepaalde randvoorwaarden in beginsel toelaatbaar op de plek van de gesloopte stallen. Wij kunnen dit aantrekkelijker maken door bij de omzetting van een agrarisch bedrijf naar een niet-agrarisch bedrijf in bepaalde, nader omschreven, gevallen de eis van 50% te slopen bedrijfsgebouwen te verlagen naar 35%. - We kunnen grotere en vrijstaande woningen toelaten (bijvoorbeeld 750 m³) met meer bijgebouwen (bijvoorbeeld 150 m²) dan de woningen die op basis van het huidige beleid zijn toegestaan (maximale inhoud 600 m³, maximaal 75 m² bijgebouwen toelaatbaar, woningen in één gebouw). Dat gebeurt dan uitsluitend onder de voorwaarde dat het aantal compensatiewoningen verminderd. Bijgebouwen moeten daarbij zoveel mogelijk aan de woning vast gebouwd worden in plaats van vrijstaand. We kunnen deze nieuwe randvoorwaarden van toepassing verklaren op de aanvragen die op dit moment nog niet uitgewerkt zijn. Daardoor zou het totale aantal rood-voorrood-woningen minder kunnen worden. - In de gemeente Berkelland geldt een sloopregeling voor kleine stallen (zie bijlage 2). De gemeente Berkelland voert deze regeling samen met de provincie uit. Doel van de regeling is kleine, lelijke stallen en schuren te slopen en nieuwe natuur daarvoor in de plaats aan te leggen. Het zou wenselijk zijn als deze regeling ook van toepassing zou zijn op de gemeente Aalten. In regionaal verband zou nagedacht kunnen worden over de oprichting van een sloopfonds. Daarmee bereiken we dat stallen gesloopt worden, zonder dat daar woningen voor in de plaats gebouwd worden. Het verplaatsten van bouwrechten naar een andere locatie dan het eigen erf moet mogelijk blijven. Een alternatieve locatie moet aan de volgende randvoorwaarden voldoen: het moet gaan om bestaande aanvragen (aanvragen die op 1 april 2010 bekend waren bij de gemeente); bij voorkeur in de bebouwde kom of direct grenzend daaraan; bij voorkeur in Dinxperlo of direct grenzend daaraan; niet op gemeentelijke gronden; niet in de ecologische hoofdstructuur of op gronden die landschappelijk waardevol zijn (zoals aangeduid in het streekplan); omliggende functies mogen niet worden belemmerd door de woningbouw; 4 In de ruimtelijke ordening zitten in één en hetzelfde plan vaak onderdelen die geld opleveren en onderdelen die geld kosten. Wanneer de opbrengsten van de hogere grondwaarde gebruikt worden om de kosten voor de minder rendabele onderdelen te dekken, spreken we van verevening. 9
er zijn maximaal 20 woningen toegestaan van maximaal 750 m³; 10
Bijlage 1: Vergelijking rood-voor-rood-beleid met andere Achterhoekse gemeenten Bron: Functieverandering op zijn plaats?, afstudeerscriptie van Reynier Hoekstra en Heleen Lenderink, juni 2010 11
Gemeente Aalten 50 Ja 5 00 2 4 600 500 750 1 4 600 75 75 Nee Ja Ja Nee Berkelland 50 Ja 300 2 2 750 1000* 1000* 2 2 750 150 200 Ja Soms Moeilijk Maatwerk Bronckhorst 50 Ja 5 00 2 3 750 1000 n.v.t. 1 2 750 100 100 Nee Ja Ja Maatwerk Doetinchem 50 Ja 4 00 2 4 *n.v.t. 400 400 2 4 *n.v.t. 100 100 Nee Ja Ja Ja Oost-Gelre 50 Ja 500 1 2 750 750 1000 2 2 750 70 70 Nee Ja Ja Maatwerk Oude IJsselstreek 50 Ja 500 2 4 750 750 1000 3 3 750 150 150 Nee Ja Ja Maatwerk Winterswijk 50 Ja 5 00 2 3 750 500 500 2 3 750 100 100 Nee Ja Ja Maatwerk Berkelland *1000: Als de 10 00m2 niet gehaald kan worden en 750m2 wel dan mag er 250 m2 gecompenseerd worden met groen Doetinchem *n.v.t.: De te sl open oppervlakte (m2) kan verruild worden tegen bouwinhoud (m3) *:bij veel gemeenten kan bij he rgebruik middels maatwerk worden afgeweken van de maximale inhoudsmaat van een woning Reductie bebouwing minimaal (%) Alles behalve woning + karakteristiek moet gesloopt Sloop minimaal (m2) Max. aantal woningen (excl. bedrijfswoning) Max. aantal eenheden (excl. bedrijfswoning) Max. inhoud per eenheid (m3)* Sloop min. (m2) voor 1e woning Sloop min. (m2) voor 2e woning e.v. Max. aantal woningen (excl. bedrijfwoning) Max. aantal eenheden (excl. bedrijfswoning) Max. inhoud per eenheid (m3) Max. oppervlak (m2) bij hergebruik Max. oppervlak (m2) bij nieuwe eenheid Sloop voldoende Aanvullende maatregelen Maatwerk mogelijk Andere locatie nieuwbouw mogelijk HERGEBRUIK: NIEUWBOUW: BIJGEBOUW VEREVENING OVERIGE 12
Bijlage 2 Sloopregeling kleine gebouwen Subsidie voor verwijdering landschapsontsierende schuurtjes Kleine stallen of schuren die niet meer gebruikt worden, kunnen in de loop der tijd veranderen in landschapsontsierende bouwvallen. Met een proef voor een nieuwe sloopregeling komen de provincie Gelderland en de gemeente Berkelland de eigenaren van dit soort schuurtjes tegemoet in de kosten. In ruil hiervoor moet dan wel landschappelijke beplanting of natuur aangelegd worden. Kwaliteit van het landschap Het idee achter de regeling is dat een flinke bijdrage aan de werkelijke sloopkosten een prima impuls is om een oud schuurtje toch af te breken. Het gaat vaak om asbesthoudende schuren die geen landschappelijke waarde hebben. Karakteristieke schuren die bijvoorbeeld nog als broedplaats voor vogels dienen, vallen hier niet onder. Per vierkante meter te slopen gebouwen, wordt vijf vierkante meter toegevoegd aan natuur of landschap. De nieuwe natuur moet aansluiten aan bestaande natuur of moet minimaal 10 are beslaan. En er wordt dan ook afgesproken dat de eigenaar dit minimaal vijf jaar in stand houdt. Gebiedscommissie adviseert De verwachting is dat dertig tot veertig kleine schuurtjes en stallen in aanmerking komen voor deze regeling. Het verdwijnen van bouwvallen uit het landschap en toevoegen van natuur is een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het buitengebied. De gebiedscommissie zal de gemeente adviseren over de aanvragen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de gebiedsmakelaar Jan Lubben (0545 29 29 01). 13