Factsheet gemeente Westland



Vergelijkbare documenten
Ontwikkelagenda Decentralisatie Jeugdzorg

Factsheet Jeugd in cijfers

Presentatie decentralisatie AWBZ > Wmo Gemeente Eindhoven

Jeugdzorg in Gelderland april 2009

Jeugdcijfers IJsselstein

24 APR Gemeente Rotterdam. College van Burgemeester en Wethouders. Aan de commissie Jeugd, Onderwijs, Cultuur en Sport. Geachte commissieleden,

Deel 1 - Overzicht Basisgegevens

Kadernota Factsheet 1. Sociaal domein

Decentralisatie Jeugdzorg

Startfoto Jeugdzorg regio Eemland

Startfoto Jeugdzorg regio Eemland

Factsheet. Jeugdhulpbudget voogdij en 18+

Transitie Jeugdzorg. Presentatie PMA Donderdag 24 november Monique te Wierik Beleidsadviseur Gemeente Apeldoorn

Wat zijn de feiten rondom de jeugdzorg in Zeeland? Wat zijn de feiten rondom de jeugdzorg in Zeeland?

Ons kenmerk IO

Basisteam centrum jeugd en gezin land van Cuijk. Hoe werkt het in praktijk

Aantal cliënten per stelsel nu en. Straks Figuur 1 - Aantal cliënten (18-) naar huidig en toekomstig stelsel

AWBZ en Wlz: een vergelijking

Transitieavond Maandag 16 april uur uur. 1.Inleiding 2.Jeugdzorg 3.AWBZ 4.WWNV

Gemiddelde budgetten per cliënt (en dag) voor de cliënten met een voogdijmaatregel en cliënten die 18 jaar of ouder zijn

Factsheets Transformatie Jeugdzorg Twente

Objectief verdeelmodel Jeugd

Jeugd in cijfers. Gemeente Oss Publicatiedatum: maart 2013

* * Statenfractie GroenLinks Mevrouw P.M. Brunklaus Postbus MC S-HERTOGENBOSCH

Vereniging van Nederlandse Gemeenten BAOZW Annelies Schutte en Wim Hoddenbagh

Transitie Jeugdzorg. Door José Vianen; Adviseur

Sociale index Gebiedsteam Sneek Zuid 1 oktober 2014

Inzicht in de jeugdzorg en de samenhang met gerelateerde domeinen

Vraagontwikkelingsonderzoek Rotterdam-Rijnmond

Ik krijg ondersteuning bij de opvoeding en zorg voor mijn kind. Wat verandert er in 2015?

Brancherapport Bureaus Jeugdzorg

Sociale index: Gebiedsteam Sneek Noord 1 oktober 2014

Auteurs Caroline Timmerman, epidemioloog Petra Boluijt, epidemioloog

Kwartaalmonitor Indicatiemelding

de behandelaar of huisarts mee te sturen. In deze verklaring moet het volgende worden vermeld: een

Jeugdbescherming in Nederland

Bureau Jeugdzorg Gelderland Bereikbaar en Beschikbaar

Startfoto Jeugdhulp Holland Rijnland

Zicht op de jeugdwet. Kengetallen voor de transitie jeugdzorg. Gemeenten Midden-Limburg - september 2013

ALGEMEEN WMO VEELGESTELDE VRAGEN OVER WMO EN JEUGDHULP

Veelgestelde vragen over de veranderingen in de jeugdzorg per

Factsheet Jeugdzorg FoodValley 2013 Vervolg op Nulbeeld 2012

Gevolgen scheiden van wonen en zorg Goeree-Overflakkee

Vraagontwikkelingsonderzoek Rotterdam-Rijnmond

Kwartaalmonitor Indicatiemelding

Bijlage en aanvullende informatie bij Zorglandschap Jeugdhulp

De transities in vogelvlucht en hoe de toegang tot zorg georganiseerd is. ZorgImpuls maart 2015

Themabijeenkomst Transitie Jeugdzorg Land van Cuijk

De drie decentralisaties, Holland Rijnland en de gemeente Teylingen. Presentatie Commissie Welzijn 5 maart 2012

Toelichtingen Iv3 functies Jeugd en Wmo. Toelichtingen Jeugd

Factsheet Voor alle kinderen. Jeugdwet en minderjarige vreemdelingen

Gebruik jeugdzorg in Achtkarspelen, 1e half jaar Feitenblad

Bijlagen beleidsplan Jeugdhulp

Hervorming Langdurige Zorg. Rian van de Schoot expert wijkgericht werken Vilans

Masterclass Transitie Jeugdzorg

Jeugdzorg verandert. Decentralisatie +

Transities in vogelvlucht de hervorming van de langdurige zorg. ZorgImpuls maart 2015 versie gemeente Rotterdam

Sociaal domein. Decentralisatie AWBZ-Wmo. Hoofdlijnen nieuwe Wmo KIDL H. Leunessen, gem. Landgraaf 1. Wmo / Jeugzorg / Participatiewet

ONDERSTEUNING BESCHERMING TOEZICHT

Jeugdzorg Plus. Plaatsings- en uitstroomgegevens Vijf zorggebieden. Leeswijzer. 1 Zorggebied Noord-West: de provincies Noord-Holland en Utrecht

Toekomstige ontwikkelingen transitie jeugdzorg Rotterdam

Wijkcijfers decentralisaties gemeente Amersfoort

PROVINCIALE JEUGDZORG IN CIJFERS

Transcriptie:

In deze factsheet wordt ingegaan op verschillende indicatoren voor het aantal jeugdigen uit uw gemeente dat in de afgelopen jaren gebruik heeft gemaakt van ondersteuning en zorg voor jeugd. Dit wordt per sector in de ondersteuning en zorg voor jeugd besproken. Het betreft een indicatie aangezien de gegevens uit verschillende databestanden zijn onttrokken. Afhankelijk van de kwaliteit van deze bestanden is dit met meer of minder zekerheden omgeven. De in de factsheet genoemde aantallen kunnen daarom worden gezien als een indicatie van de orde van grootte. Per indicator wordt de gebruikte definitie gegeven. U wordt aangeraden deze goed tot u te nemen. Door het gebruik van verschillende (nu beschikbare) databestanden worden verschillende definities gebruikt. Zo bestaan verschillende databestanden uit gebruikerscijfers, maar bevatten andere databestanden instroomcijfers of standcijfers. Hierdoor zijn de cijfers tussen de sectoren onderling niet optelbaar of 1:1 vergelijkbaar. Als in de tabel het aantal wordt aangegeven met de tekst 10 of minder betekent dit dat minder dan 10 kinderen uit uw gemeente gebruik maakten van die ondersteuning en zorg. Dit is in navolging van de methode van het Centraal Bureau voor de Statistiek gedaan om de privacy van betrokkenen te waarborgen. Leeswijzer Hieronder volgt per vorm van ondersteuning en zorg een bespreking. Begonnen wordt echter met het aantal 0 t/m 17 jarigen, 0 t/m 22 jaar en het totaal aantal inwoners in uw gemeente op januari 2008, 2009, 2010. Deze jaartallen en leeftijdsgrenzen worden namelijk ook verderop in de factsheet gebruikt en bieden zo referentiemateriaal. Ook voor de discussie over op welk schaalniveau de ondersteuning en zorg moet worden georganiseerd. Aantal inwoners uitgesplitst naar leeftijden 1-1-08 1-1-09 1-1-10 Aantal 0 t/m 17 jarigen 23491 23188 22955 Aantal 0 t/m 22 jarigen 29521 29450 29361 Totaal aantal inwoners 99299 99436 99717 Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (bewerking Sociaal en Cultureel Planbureau)

Indicatoren voor provinciaal gefinancierd jeugdzorg zorgaanbod 2008 2009 Aantal 0- t/m 17 jarigen dat een nieuwe indicatie voor geïndiceerde, provinciaal gefinancierde jeugdzorg heeft ontvangen van bureau jeugdzorg 426 525 Bron: Verwey Jonker Instituut Provinciaal gefinancierde, geïndiceerde jeugdzorg is toegankelijk na indicatie door bureau jeugdzorg. Bureau jeugdzorg kan indiceren voor verschillende vormen van ondersteuning en zorg voor jeugdigen. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld ambulante zorg, pleegzorg, dagbehandeling en residentiële zorg. Deze cijfers betreffen de vraag en niet per se het gebruik: niet iedereen met een geldige indicatie maakt gebruik van jeugdzorg. De dataset van Verwey-Jonker kent de indicator Aantal 0 t/m 17 jarigen dat een indicatie tot hulp heeft ontvangen van het bureau jeugdzorg. Voor deze indicator wordt voor elk jaar geteld voor hoeveel jongeren een (of meerdere) indicatiebesluit(en) is (zijn) genomen. Het maakt daarbij niet uit of het om een eerste indicatiebesluit of een herindicatiebesluit gaat. Als voor een jongere meerdere keren in een jaar een besluit is genomen telt deze één keer mee. Als in een kalenderjaar geen besluit t.a.v. de jongere is genomen, maar hij ontvangt (op grond van een eerder genomen indicatiebesluit dat nog geldig is) wel zorg, dan telt deze jongere niet mee in bovenstaande cijfers. Er zijn jeugdigen die een indicatiebesluit(en) ontvangen, waarvan de duur langer is dan een jaar en die op basis daarvan langere tijd provinciaal geïndiceerde zorg ontvangen. Deze jeugdigen zijn niet zichtbaar in bovenstaande aantallen als vóór 2008 een (her)indicatiebesluit is genomen en in 2008 en 2009 niet meer. Het cijfer is verder inclusief PGB voor jeugd-ggz uit de AWBZ voor zover het bij de uitvraag van het Verweij Jonker Instituut aanwezig was in het Informatiesysteem Jeugdzorg (IJ) dat bureaus jeugdzorg gebruiken. Hoe vaak dit bij welke gemeenten in de dataset van Verweij voorkomt is niet bekend. Indien het niet geregistreerd werd in IJ, maar in een ander systeem, is het daarom niet meegenomen in de cijfers. Provincies beschikken op basis van de regeling beleidsinformatie jeugdzorg over per gemeente uitgesplitste cijfers over 2009 en 2010 voor de geïndiceerde jeugdzorg (niet uitgesplitst naar zorgvormen), het AMK en de jeugdbescherming en jeugdreclassering. Voor zover deze niet door provincies reeds worden gedeeld met gemeenten, wordt gemeenten geadviseerd hierover contact op te nemen met hun provincie.

Indicatoren voor Advies- en Meldpunt Kindermishandeling 2008 2009 Aantal 0- t/m 17-jarigen waarvoor een onderzoek bij het AMK is gestart 93 107 Bron: Verwey Jonker Instituut Voor het AMK is het aantal 0 t/m 17-jarigen waarvoor een onderzoek bij het AMK is gestart uitgesplitst naar gemeenten van herkomst bekend op basis van het onderzoek Kinderen in Tel van het Verwey Jonker instituut. Doordat een onderzoek op meerdere kinderen betrekking kan hebben is het aantal kinderen hoger dan het aantal gestarte onderzoeken in dat jaar. De kinderen waarvoor het AMK alleen een consult of advies geeft zijn niet meegenomen in de aantallen. Van de kinderen waarvoor alleen advies of consult wordt gevraagd is vaak ook geen adres bekend en daarom een uitsplitsing naar gemeente van herkomst onmogelijk. De kinderen waarvoor een onderzoek is gestart betreffen alleen die meldingen voor onderzoek waarbij een aantal gegevens over het kind zijn opgenomen in de registratie van het AMK zoals naam, adres, geslacht en leeftijd.

Indicatoren voor Jeugdbescherming 2008 2009 Aantal 0- t/m 17-jarigen met nieuwe Jeugdbeschermingsmaatregel 30 57 Bron: Verwey Jonker Instituut Voor de jeugdbescherming is het aantal 0- t/m 17-jarigen met een nieuwe Jeugdbeschermingsmaatregel bekend op basis van het jaarlijkse onderzoek van het Verwey Jonker Instituut voor Kinderen in Tel. Het betreft het aantal kinderen dat een nieuwe Jeugdbeschermingsmaatregel in het betreffende jaar krijgt opgelegd. Dit in tegenstelling tot het 12-maandgemiddelde op peildatum wat gebruikelijker is in de sector; daarin wordt namelijk ook rekening gehouden met het gegeven dat een maatregel enkele jaren kan duren. Omdat het om de instroom in een jaar gaat en een jongere veelal enkele jaren begeleiding krijgt in het justitieel kader geeft dat beperkt inzicht in de 'werkbelasting'. De voogdij duurt bijvoorbeeld gemiddeld 5,5 jaar. Een jongere zou je dan ook 5,5 jaar elk jaar weer opnieuw moeten tellen in plaats van 1 keer als hij instroomt. Een ondertoezichtstelling (OTS) duurt gemiddeld 3 jaar. Belangrijk daarbij is te constateren dat het hier om gemiddelden gaat voor heel Nederland. Tussen regio s kunnen aanzienlijke verschillen bestaan in de duur van een maatregel. Dit is bijvoorbeeld het gevolg van de zwaarte van de problematiek. De cijfers die Verweij Jonker levert over de instroom de jeugdbescherming zijn lager dan de cijfers die bekend zijn bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie (die zij verkrijgt op basis van de regeling beleidsinformatie). In beide gevallen wordt een afwijkende definitie gebruikt voor instroom van cliënten. Als gevolg van de verschillende definities zijn de verschillen niet traceerbaar. Indicatoren voor Jeugdreclassering Voor de jeugdreclassering is op dit moment geen landelijk databestand met uitsplitsingen naar gemeente van herkomst beschikbaar. De zorg is momenteel op provinciaal niveau georganiseerd. In het kader van de ontwikkeling van het verdeelmodel doen het SCP en Cebeon onder ander voor de jeugdreclassering nog onderzoek bij de instellingen voor jeugd- en opvoedhulp, de bureaus jeugdzorg en de landelijk werkende instellingen. Indicatoren voor JeugdzorgPlus Voor de JeugdzorgPlus is op dit moment geen landelijk databestand met uitsplitsingen naar gemeente van herkomst beschikbaar. De zorg is op dit moment immers naar zorggebieden of instellingen georganiseerd. Dit wordt meegenomen in het onderzoek van het SCP en Cebeon.

Indicatoren voor Jeugd-GGZ (in de Zorgverzekeringswet) 2009 Het aantal kinderen van 0 t/m 22 jaar dat in een jaar gebruik heeft gemaakt van de GGZ 1709 Waarvan: - eerstelijnspsychologische zorg 191 - een DBC zonder verblijf 1488 - een DBC met verblijf 71 Bron: College voor Zorgverzekeringen en Vektis (bewerking door APE) Bij deze gebruikcijfers gaat het om jongeren die op enig moment in het jaar gebruik maakten van geneeskundige GGZ. Het aantal jongeren met een Diagnose Behandeling Combinatie (DBC) wordt geteld. Daarnaast wordt het aantal jongeren dat gebruik maakte van de eerstelijns GGZ geteld. Dus ook als een kind twee DBC's (met of zonder verblijf) heeft, dan telt hij in het totaalcijfer maar één keer mee. In de afzonderlijke categorieën (met verblijf / zonder verblijf) telt hij wel elke keer afzonderlijk mee. Daarom zal het totaalcijfer per gemeente in deze tabel meestal lager zijn dan de som der delen. De bronnen van de gegevens over de jeugd-ggz zijn het College voor Zorgverzekeringen en Vektis. De gegevens zijn onttrokken aan de administratie van de zorgverzekeraars. De cijfers geven een overzicht van het gebruik van de geneeskundige GGZ (het deel dat nu in de Zorgverzekeringswet zit. Dit in tegenstelling tot het GGZ-deel dat nu onder de AWBZ valt) door jongeren van 0 t/m 22 jaar op gemeenteniveau. De gegevens zijn uitsplitsbaar naar het aantal kinderen met eerstelijnspsychologische zorg, met een DBC zonder verblijf of, met een DBC met verblijf. De uitsplitsing van jongeren met DBC's met en zonder verblijf voor 2009 is gemaakt op basis van verhoudingen per groep in 2008 (Vektis). Er is gebruik gemaakt van cijfers uit 2009 omdat dit het laatste jaar is dat op dit moment hiervoor beschikbaar is. Gezien de overheveling van de GGZ van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet in 2008 is bekend dat de cijfers van Vektis minder goed geregistreerd zijn dan over 2010. Zodra 2010 per gemeenten bekend zijn, wordt bezien of dit tot een significante wijziging leidt op gemeentelijk niveau. Dit wordt in ieder geval meegenomen in het verdeelmodel van het SCP en Cebeon. SCP en Cebeon zullen in het verdeelmodel dan ook meerdere jaren betrekken. Het aandeel verblijf in de jeugd-ggz op basis van de AWBZ wordt landelijk geschat op 300 tot 700 kinderen, onder andere voor beschermd wonen. Deze groep zit niet in de cijfers over de jeugd-ggz en zijn ook niet uitgesplitst naar gemeenten voorhanden.

Indicatoren voor extramurale Jeugd-LVB 1-1-08 1-1-09 1-1-10 Het aantal kinderen van 0 t/m 22 jaar met een extramurale VB-indicatie (dominante grondslag) en een IQ van 50 t/m 85 (afbakening CIZ) op peildatum 93 94 90 Bron: CIZ (bewerking door het SCP) Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft op basis van CIZ-bestanden geprobeerd per gemeente zowel het aantal jeugd-lvb cliënten met een indicatie voor intramurale als extramurale zorg in kaart te brengen. Bij de intramurale ondersteuning en zorg voor jeugd-lvb constateerden de onderzoekers dat er een relatief hoge correlatie voorkwam tussen het aantal kinderen dat daarvoor een uitstaande indicatie had en de aanwezigheid van een LVB-instelling in die gemeente. Dit zou vrijwel zeker leiden tot een vertekend beeld van de verdeling en de plaats van herkomst van deze kinderen. Op dit moment bleek het nog niet mogelijk de uitsplitsing van de cijfers voor intramurale zorg voor deze doelgroep geheel zuiver te krijgen. Daarom is ervoor gekozen de cijfers over intramurale ondersteuning en zorg nu niet op gemeenteniveau weer te geven. De gegeven cijfers zijn dus beperkt tot het extramurale deel. De cijfers in de extramurale jeugd-lvb zijn door het SCP berekend door het aantal jongeren te tellen dat op bepaalde peildata een (nog steeds) geldige CIZ-indicatie voor extramurale voorzieningen had op basis van de dominante grondslag Verstandelijk Beperking (met daarnaast eventueel een andere, bijkomende grondslag), met een IQ-score tussen de 50 en 85 heeft en ten hoogste 22 jaar is. Deze cijfers zijn dus inclusief de zwakbegaafden (IQ: 70 t/m 85). Het aantal is ook inclusief de uitstaande PGB s voor jeugd-lvb op peildata die verstrekt zijn aan jongeren van ten hoogste 22 jaar. Het aantal is exclusief de vraag naar intramurale jeugd-lvb voorzieningen. Dit betekent dat alle kinderen die (ook) een indicatie voor intramurale zorg hebben uit de cijfers zijn gelaten. Ongeveer een derde van het landelijk totaal van de vragers zijn vragers naar intramurale voorzieningen. Deze cijfers betreffen de vraag en niet perse het gebruik: niet iedereen met een geldige CIZindicatie maakt gebruik van een AWBZ-voorziening. De bron is een bestand van het Centrum Indicatiestelling Zorg 1. Voor een deel van de populatie moest het IQ worden geschat. Dit is gebeurd met uitgebreide modellen, waarin zorgvraag, woonsituatie en kenmerken van de jeugdige een rol spelen. Van de hier genoemde aantallen is 46 procent gebaseerd op deze inschatting. De IQ-schatting is verricht door het Sociaal en Cultureel Planbureau. 1 Bureau jeugdzorg indiceert ook jongeren met een verstandelijke beperking, maar alleen bij een nietdominante grondslag verstandelijke beperking. Bijvoorbeeld voor GGZ ondersteuning en zorg voor jeugdigen.