Instapmodule Niveau A2

Vergelijkbare documenten
Instapmodule Niveau AA

Thema: de mosasaurus. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Instapmodule Niveau A1

Thema: Weekblad Donald Duck 60 jaar. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: de mosasaurus. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Instapmodule ter voorbereiding op het werken met Nieuwsrekenen

Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: De watersnoodramp. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Nieuw biljet van vijf euro. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Kinderboekenweek. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Problemen voor V&D. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Prijs voor The Voice. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Serious Request. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Problemen voor V&D. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Instapmodule ter voorbereiding op. Instapmodule. het werken met Nieuwsrekenen

Thema: Drones: vliegtuigjes zonder piloot

Thema: Oorlog in Syrië. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Drones: vliegtuigjes zonder piloot. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Zelfrijdende vrachtwagens. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Halloween. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Nelson Mandela overleden. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Ramadan. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Verdwenen vliegtuig Maleisië. Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Wat gebeurt er in 2014? Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Sinterklaas. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Koningsdag Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: WK voetbal in Brazilië. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

- Duploblokjes en legoblokjes (nodig bij het oplossen van de rekenvraag)

Thema: Eurovisie Songfestival. Handleiding en opgaven niveau A1. Opgave 1: Samen

Thema: Wereldwijd internet via ballonnen

Thema: Eurovisie Songfestival Handleiding en opgaven niveau AA. Opgave 1: Samen

Thema: Zomertijd. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Thema: Nieuwe regels voor voetbal. Handleiding en opgaven niveau A2. Opgave 1: Samen

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

Voordoen (modelen, hardop denken)

Nieuwsrekenen naast reguliere methoden voor rekenen-wiskunde

Voordoen (modelen, hardop denken)

Handleiding niveau B. week 7 9 februari 2009 handleiding niveau B

Potloden, doppen en papier

Vaste aanpak contextopgaven met Vakbegrip en Nieuwsrekenen

Voordoen (modelen, hardop denken)

week 37 8 september 2014 Handleiding niveau A en B les 1 en 2

Voordoen (modelen, hardop denken)

Rekenen op de rand van de krant

Handleiding Les 1. Nieuwsbegriponderwerp. Schrijftaak. Voorbereiding. week november 2013 Handleiding niveau A, les 1 en 2

Sportkleding beschrijven

Voor de extra kijk- en luisteropdracht: voor iedere leerling een kopie van het Stappenplan Luisteren en Kijken (verderop in deze handleiding).

Omgaan met geld, oorzaken en gevolgen

LES: Wie van de drie? 2

Speels oefenen. Relaties tussen vermenigvuldigsommen. Vermenigvuldigen

Halloween en Sint-Maarten beschrijven

Richtlijn Het Activerende Directe Instructie Model

LES: Post. BENODIGDHEDEN Per leerling werkblad Postzegels (zie p. 5) potlood en gum AFBEELDING SPELLETJE

week 15 8 april 2013 handleiding niveau A CED-Groep - Marije Berding Dwerggras 30, Rotterdam

Nieuwsrekenen en de Vertaalcirkel

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding

Rekenen met verhoudingen

Gebruiken en begrijpen van de formele breuknotatie.

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1

Handleiding Strategieles Voorspellen niveau A

Waarom ga je schrijven: Nieuwsbegripfilmpje kijken. Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht over Egypte

Lesopbouw: instructie. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1

Handleiding Strategieles Sleutelschema s niveau A

i n s t a p h a n d l e i d i n g

Leerwerktaak: Verhaaltjessom oplossen aanleren

Discussiëren Kun Je Leren:

Handleiding Les 1: Een verklarende tekst schrijven over waarom er onrust is in Oekraïne

Handleiding Les 1: Een verklarende tekst schrijven over waarom er onrust is in Oekraïne

Een Nieuwsbegriples heeft een vaste opbouw. Het verloop van de les is als volgt:

optellen 1 Doel: plaats bepalen op de getallenlijn 2 Doel: optellen met de rekentekens + en 3 Doel: optellen van concreet naar abstract Herhalen

Checklist Presentatie geven 2F - handleiding

i n s t a p h a n d l e i d i n g

Lesbrief begrijpend lezen (Nieuwsbegrip) tekst groep 5 en 6

Ontwerponderzoek paper 2 Geografische informatievaardigheden in 5 VWO

2 > Kerndoelen > Aan de slag > Introductie van de manier van werken > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

Een overtuigende tekst schrijven

Nederlands in Uitvoering

Deze les levert een bijdrage aan kerndoel 3 voor rekenen: De leerlingen leren omgaan met tijd in alledaagse situaties.

Thuis films kijken. Acteurs spelen het verhaal na. de acteur = iemand die voor zijn beroep toneelspeelt of in een film speelt

Verklaren hoe planten groeien

11. Hele en halve uren met klokkaartjes. - dagelijkse activiteiten aan de halve uren koppelen

Lesbrief begrijpend lezen groep 5 en 6 (Nieuwsbegrip)

De Olympische Winterspelen in Sotsji Vragen stellen (laatste keer in week 46, Orkaan Filipijnen) Getallenschema (selecteren en ordenen)

i n s t a p h a n d l e i d i n g

Handleiding Les 1: Welke plek in de buurt moet opgeknapt worden?

De leerlingen maken aan de hand van een boodschappenlijstje kennis met de formele notatie van breuken.

Transcriptie:

Instapmodule Niveau A2 Instapmodule ter voorbereiding op Nieuwsrekenen in het s(b)o september 2013 www. nieuwsbegrip.nl

Gebruikswijzer Inleiding Deze instapmodule is bedoeld als voorbereiding op het Nieuwsrekenen voor s(b)o. In de lessen Nieuwsrekenen s(b)o worden leerlingen volgens een vast stramien eerst helemaal bij de hand genomen. Vervolgens wordt toegewerkt naar het steeds zelfstandiger oplossen van toepassingsopgaven. De leerlingen maken gebruik van het Stappenplan voor Nieuwsrekenen waarmee op een gestructureerde manier het oplossen van toepassingsopgaven wordt geoefend. Opbouw De instapmodule maakt de leerlingen geleidelijk aan vertrouwd met de aangepaste didactiek voor Nieuwsrekenen s(b)o. In de instapmodule wordt het Stappenplan geïntroduceerd en leren de leerlingen stap voor stap het plan te gebruiken bij het oplossen van toepassingsopgaven van Nieuwsrekenen. Er is een instapmodule voor de niveaus AA (groep 4), A1 (groep 5) en A2 (groep 6). Drie delen Deze instapmodule bestaat uit drie delen Deel 1: Samen, Deel 2: Proberen, Deel 3: Zelf. Deze driedeling wordt ook gehanteerd in de lessen Nieuwsrekenen s(b)o. In Deel 1: Samen neemt u de stappen van het Stappenplan gezamenlijk met de leerlingen door. De nadruk ligt daarbij op het hardop denkend voordoen door de leerkracht van de stappen van het Stappenplan. In Deel 2: Proberen lopen de leerlingen in tweetallen het Stappenplan door, maar krijgen nog na elke stap feedback van de leerkracht op hun aanpak. In Deel 3: Zelf gaan de leerlingen zelfstandig (alleen of in tweetallen) aan de slag met een toepassingsopgave aan de hand van het Stappenplan. Tijd De instapmodule kan verdeeld worden over twee lessen van ongeveer een half uur. In de eerste les komt Deel 1: Samen aan de orde. In de tweede les behandelt u Deel 2: Proberen en Deel 3: Zelf. Het onderwerp van deze instapmodule is algemeen van aard en nog niet, zoals de reguliere Nieuwsrekenlessen, gekoppeld aan het wekelijkse onderwerp van Nieuwsbegrip. Daardoor kunt u op elk willekeurig moment in het schooljaar starten met deze module. Na het doorwerken van deze Instapmodule zijn de leerlingen klaar voor het Nieuwsrekenen s(b)o, waarbij de contexten direct aansluiten op de Nieuwsbegriples PO van de desbetreffende week. 2

Deel 1 : Samen In deel 1 van de instapmodule werken de leerlingen klassikaal met de leerkracht aan de opgave. Doelstelling - De leerlingen leren werken met het Stappenplan. Benodigd materiaal - Voor alle leerlingen een exemplaar van Opgavenblad A2 (zie pagina 9). - Voor alle leerlingen een exemplaar van het Stappenplan (zie pagina 10). Aandachtspunt - Op grond van wat u weet over de leerlingen en op basis van de stof die in de rekenmethode aan bod geweest is, bepaalt u bij stap 2 van het Stappenplan welke manieren of aanpakken u aan de orde stelt. Kennismaken met Nieuwsrekenen Vertel de leerlingen dat ze vandaag gaan beginnen met Nieuwsrekenen. Nieuwsrekenen is rekenen met verhaaltjessommen. Eerst lees je een klein verhaaltje. En soms ook een schema met getallen. Daarna moet je daar rekenvragen over beantwoorden. Het zijn dus geen rijtjes met sommetjes, maar sommetjes die in een verhaaltje verstopt zitten. Voorkennis ophalen over het onderwerp Introduceer het onderwerp van deze les: de mosasaurus. Wat weten de leerlingen al van het onderwerp? Hebben ze er al iets over gehoord of gelezen? Wat zou een mosasaurus voor een beest zijn? Heb je er weleens een gezien? Leven ze nog? Er zijn in Nederland skeletten van mosasaurussen gevonden. Wat is een skelet eigenlijk? Laat vervolgens het Nieuwsbegripfilmpje zien, dat hoort bij dit onderwerp. Zie www.nieuwsbegrip.nl (archief, week 39, 2012, Jeugdjournaal). Introductie Stappenplan Nieuwsrekenen Laat het Stappenplan op het digibord zien. Vertel wat het doel van het Stappenplan is en wat de Stappen betekenen. De vier stappen moet je nemen om tot een oplossing van een rekenvraag van Nieuwsrekenen te komen. Noem de stappen en geef een korte toelichting. Stap 1: Ik begrijp het verhaaltje en de rekenvraag Stap 2: Ik bedenk hoe ik de rekenvraag oplos Stap 3: Ik beantwoord de rekenvraag Stap 4: Ik controleer of mijn antwoord kan kloppen Stap 1: Ik begrijp het verhaaltje en de rekenvraag U laat het opgavenblad op het bord zien (zorg ervoor dat de rekenopgaven nog even bedekt zijn en dat alleen de tekst te zien is) terwijl het 3

papieren Opgavenblad (zie pagina 9) en het Stappenplan (zie pagina 10) worden uitgedeeld. Op het Opgavenblad staan de tekst en de bijbehorende rekenvragen. Op het Opgavenblad moeten ze hun naam zetten. Tekst lezen U leest de tekst voor terwijl de leerlingen met u meelezen. Tijdens het lezen geeft u hardop denkend aan wat u te binnen schiet. Bij het woord skeletten zegt u: Een skelet, dat zijn de botten die een mens of een dier heeft. Wijs ook op de foto waar je heel goed de schedel van een skelet kunt zien en de tanden van de mosasaurus. En bij www.marktplaats.nl geeft u bijvoorbeeld kort aan dat marktplaats een website is waar dingen gekocht en verkocht kunnen worden. Leg ook kort uit dat je de spullen die je op marktplaats koopt kunt ophalen, maar dat je ze ook kunt laten opsturen. Dan moet je daar wel voor betalen. Rekenbegrippen arceren U geeft aan dat u in de tekst de getallen en de woorden die met rekenen te maken hebben, arceert. U zegt dat het altijd goed is om met de getallen en hoeveelheden en de woorden die erbij horen, te beginnen, want dat zijn duidelijke rekenbegrippen: 7,50, 1 tand, 1 extra. Geef aan dat er vaak in een tekst ook andere woorden staan die met rekenen te maken hebben, maar dat dat in dit geval niet zo is. Nadat u de tekst op deze manier besproken heeft, kijkt u samen nog even naar het Stappenplan bij Stap 1. U concludeert dat u nu het verhaaltje begrepen heeft. Nu bekijkt u eerst samen de rekenvraag. (zie hierna) De eerste rekenvraag Op het bord laat u opgave 1 zien en u leest deze voor: Hoeveel kost het om 4 tanden van de mosasaurus te kopen en om deze op te laten sturen naar je huis? U vertaalt deze zin in uw eigen woorden: Ze willen dus weten hoeveel euro je moet betalen voor 4 tanden. En dan moet je die ook nog laten opsturen naar je huis. Ik snap nu ook de rekenvraag en kan dus door naar Stap 2. Stap 2: Ik bedenk hoe ik de rekenvraag oplos Wijs op Stap 2: Ik ga nu eerst berekenen hoeveel euro je moet betalen voor die tanden. Leg uit dat er vaak meer manieren zijn om tot een oplossing te komen. U vertelt dat u eerst gaat proberen in de tekst te kijken of u daar al iets over het antwoord kan vinden. Ik lees dat 1 tand 7,50 kost. Ik wil 4 tanden kopen. Ik reken uit hoeveel 4 x 7,50 is, dat schrijf ik op het bord (zie kladblaadje niernaast). Ik doe eerst 4 x 7. Dat is 28. En daarna: 4 4

x 50 cent. Ik weet: 2 x 50 cent is 1. Dan is 4 x 50 cent dus 2 euro. 28 + 2 = 30. Ik wil ze laten opsturen. Dat kost 1 extra: 30 + 1 =... Vertel dat u nu de rekenvraag kunt oplossen. Dat is nu niet zo moeilijk meer. Stap 3: Ik beantwoord de rekenvraag Wijs op de derde Stap. Het beantwoorden van de rekenvraag is nu eigenlijk niet zo moeilijk meer. Bij elkaar is het 30 + 1 = 31. Schrijf nu het antwoord op het bord. Doe dat in de context van het verhaal. Het zijn euro s, het antwoord is dus: 31. Vertel de leerlingen dat het antwoord op een Nieuwsrekenopgave meestal niet alleen een getal is. Stap 4: Ik controleer of mijn antwoord kan kloppen Kijk nu samen met de leerlingen nog even naar Stap 4 van het Stappenplan. U gaat nu controleren of uw antwoord goed kan zijn. Lees de eerste rekenvraag nog eens voor en herhaal die in eigen woorden. Kijk vervolgens kritisch naar het antwoord dat u geformuleerd hebt bij Stap 3. Zou dit antwoord kunnen kloppen? Is het antwoord misschien opvallend groot of juist heel erg klein? Concludeer dat het er goed uitziet en dat uw antwoord dus kan kloppen. 5

Deel 2: Proberen In deel 2 van de instapmodule werken de leerlingen in tweetallen onder begeleiding van de leerkracht. Doelstellingen - De leerlingen leren zelfstandiger werken met het Stappenplan. - De leerlingen bedenken in tweetallen oplossingen voor een nieuwe rekenvraag binnen een bekende context en kijken na iedere stap samen met de leerkracht terug hoe het ging. Benodigd materiaal - Voor alle leerlingen Opgavenblad A2 (is al gebruikt in Deel 1: Samen). - Voor alle leerlingen een exemplaar van het Stappenplan (zie pagina 10). - Voor alle leerlingen een kladblaadje. Aandachtspunt - De werkvorm denken-delen-uitwisselen is mogelijk nieuw voor de leerlingen. Besteed extra aandacht aan een goede uitleg van deze werkvorm of oefen de werkvorm eerst bij een andere les. Stap 1: Ik begrijp het verhaaltje en de rekenvraag De leerlingen pakken hun Opgavenblad en u deelt het Stappenplan uit. Vraag of vertel de leerlingen wat ze moeten doen bij Stap 1. Laat de leerlingen samen de tekst nog eens lezen. Daarna lezen ze opgave 2. Na Stap 1 vraagt u kort of ze de nieuwe rekenvraag goed begrepen hebben. Vraag de leerlingen de rekenvraag in hun eigen woorden te vertellen. Stap 2: Ik bedenk hoe ik de rekenvraag oplos Attendeer de leerlingen op Stap 2. Wijs hen erop dat er verschillende manieren zijn om de rekenvraag aan te pakken. Laat de leerlingen volgens de werkvorm denken-delen-uitwisselen in tweetallen bedenken hoe zij de rekenvraag oplossen. Ze bedenken dan eerst individueel een aanpak (denken). Ze noteren of tekenen hun aanpak op een kladblaadje. Ze vertellen hun aanpak vervolgens aan elkaar. En eventueel passen ze hun eigen aanpak aan (delen). Inventariseer welke aanpakken de tweetallen gevonden hebben (uitwisselen). Benadruk dat er verschillende manieren kunnen zijn en dat deze allemaal goed kunnen zijn. Maar soms is de ene manier handiger of sneller dan de andere manier. Vraag tot slot hoe het ging: wat was makkelijk, wat was moeilijk? Waar hadden ze nog hulp bij nodig? 6

Stap 3: Ik beantwoord de rekenvraag Kijk met de leerlingen naar Stap 3. De tweetallen bedenken samen op basis van Stap 2 hun antwoord. Ze schrijven hun antwoord op het Opgavenblad. Stap 4: Ik controleer of mijn antwoord kan kloppen Kijk nu samen met de leerlingen nog even naar Stap 4 van het Stappenplan. Laat de leerlingen samen controleren of hun antwoord goed kan zijn. Zou hun antwoord kunnen kloppen? Inventariseer de antwoorden en aanpakken van de leerlingen. Bepaal gezamenlijk wat het goede antwoord is. Let erop dat de antwoorden vertaald zijn naar de context. Het antwoord is 4 weken. Het antwoord is meestal niet alleen een getal. Let erop: Bij deze opgave is het belangrijk dat leerlingen beseffen dat ze weliswaar maar 3 weken hoeven te sparen voor de 2 tanden, maar dat ze die ook willen laten opsturen. Dit kost 1 extra en dus zullen ze 4 weken moeten sparen. Vraag tot slot hoe het ging: wat was makkelijk, wat was moeilijk? Hoe ging de samenwerking? Waar hadden de leerlingen nog hulp bij nodig? Breng daarbij ook in wat u zelf heeft gezien en opgemerkt tijdens het rondlopen langs de tweetallen. 7

Deel 3: Zelf In deel 3 van de instapmodule werken de leerlingen alleen of in tweetallen. Doelstellingen - De leerlingen werken zelfstandig (alleen of in tweetallen) met het Stappenplan. - De leerlingen bedenken zelfstandig een oplossing voor een nieuwe rekenvraag binnen een bekende context. Benodigd materiaal - Voor alle leerlingen Opgavenblad A2 (is al gebruikt in Deel 1: Samen en Deel 2: Proberen). - Voor alle leerlingen een exemplaar van het Stappenplan (zie pagina 10). - Voor alle leerlingen een kladblaadje De leerlingen pakken hun Opgavenblad en het Stappenplan. Bespreek de werkwijze van dit deel van de les. De leerlingen werken zelfstandig (individueel of in tweetallen) aan de nieuwe rekenvraag: opgave 3 bij de context De mosasaurus. Loop samen met de leerlingen nog even de stappen van het Stappenplan door. Vervolgens gaan de leerlingen aan de slag met opgave 3. Terwijl de leerlingen aan het werk zijn loopt u rond. Ter afronding van de les inventariseert u de aanpakken en antwoorden van de leerlingen en bespreekt die nog even kort. Let erop dat de antwoorden vertaald zijn naar de context. Het antwoord is: 34. Het antwoord is meestal niet alleen een getal. Evalueer ook de manier van (samen)werken en het zelfstandig werken met het Stappenplan: - Hoe vond je het om op deze manier (samen) te rekenen? - Wat vond je makkelijk gaan? - Wat vond je moeilijk? - Waar heb je nog hulp bij nodig? - Wat heb je geleerd vandaag? - Wat hebben we geleerd voor de volgende les? 8

OPGAVENBLAD A2 NAAM: Een tand van de mosasaurus kopen Er worden op allerlei plaatsen in de wereld wel eens skeletten van de mosasaurus gevonden. Soms gaat een skelet dan naar het museum. Maar niet altijd. Sommige mensen verkopen het skelet. De tanden staan bijvoorbeeld te koop op de website www.marktplaats.nl. Je kunt op deze website een eigen stukje van een mosasaurus kopen. In een advertentie op Marktplaats staat dat je 1 tand van de mosasaurus kunt kopen voor 7,50. Als je de tanden naar je huis wilt laten opsturen dan betaal je 1 extra voor de postzegels. Hoeveel kost het om 4 tanden van de mosasaurus te kopen en om deze op te laten sturen naar je huis? Als je 5 zakgeld per week krijgt, hoeveel weken moet je dan sparen om 2 tanden van de mosasaurus te kunnen kopen en op te laten sturen naar je huis? Je hebt 50 gespaard. Je koopt 2 tanden en laat deze opsturen. Hoeveel geld houd je over? 9

10