Protocol FIT Stroke Knowledge Brokers Project Dr. Ingrid van de Port, senior onderzoeker Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht Mei 2011
Het FIT Stroke programma is een van de projecten welke gekozen kan worden om te implementeren gedurende het CVA Knowledge Brokers project. In dit document vindt u meer informatie over het FIT Stroke programma. De informatie is tot stand gekomen in samenwerking met Drs. Lotte Wevers, fysiotherapeut en onderzoeker van het FIT-Stroke onderzoek en Prof. Dr. Gert Kwakkel, projectleider FIT-Stroke onderzoek. De FIT-Stroke training De FIT-Stroke training is een groepstraining, waarbij na een korte warming-up in koppels een circuit van acht werkstations wordt doorlopen, waarna de training eventueel wordt afgesloten met een sport & spel programma en cooling down. De training wordt begeleid door tenminste één fysiotherapeut eventueel samen met een bewegingsagoog of therapieassistent (afhankelijk van het aantal deelnemers en het niveau van de deelnemers) Doelen FIT-Stroke training Verbeteren van de loopvaardigheid. Verbeteren van lopen gerelateerde vaardigheden zoals transfers en traplopen. Verbeteren van (sta)balans, coördinatie, spierkracht en uithoudingsvermogen in een functionele context. Ervaren van bewegen in groepsverband. Toename van plezier en zelfvertrouwen tijdens bewegen. Het stimuleren van een actieve leefstijl. Kenmerken van een effectieve training Op maat Binnen de FIT-Stroke circuittraining kunnen werkstations aangepast worden aan verschillende niveaus. Elk werkstation bestaat uit verschillende fasen. Elke fase staat voor een andere moeilijkheidsgraad. Zodoende kan elke deelnemer op zijn of haar eigen niveau het werkstation uitvoeren. Taak specifiek Taakspecificiteit is een belangrijk kenmerk bij het trainen van patiënten met een CVA. Zodoende moet een training gericht zijn op het (her) leren van vaardigheden. Met de werkstations worden functionele vaardigheden geoefend die zich richten op loopvaardigheid. Hierbij staan de elementen balans, coördinatie, kracht en uithoudingsvermogen centraal. Intensief Elk werkstation wordt drie minuten geoefend. Het is belangrijk dat een deelnemer intensief traint. De deelnemer moet dan ook in deze drie minuten zoveel mogelijk herhalingen uitvoeren. Moedig de deelnemer aan om elke training zijn/ haar prestatie te verbeteren. Uiteraard moet de veiligheid wel gewaarborgd blijven. Liever meer herhalingen op een lagere fase dan weinig herhalingen op een hogere fase. Progressief De progressiviteit kan bij de werkstations op twee manieren aangeboden worden: Enerzijds door een toename van het aantal herhalingen op een werkstation. In het trainingslogboek houdt de deelnemer het aantal herhalingen per werkstation bij. Zodoende kan aan de hand van het trainingslogboek de progressie bijgehouden worden. Het is belangrijk om de deelnemer te stimuleren om zoveel mogelijk
herhalingen te volbrengen. Daarbij mogen grenzen verkent worden, maar niet overschreden. Anderzijds kan de progressiviteit ook tot uiting komen in een hogere fase van een werkstation, omdat een deelnemer dan een moeilijkere taak uitvoert. Positieve feedback In het trainingslogboek kunnen deelnemers hun vorderingen zien. Dit is een positieve stimulans. Het is goed om als behandelaar regelmatig in de trainingslogboeken te kijken en de vooruitgang naar de deelnemers te benoemen. Omdat de werkstations in tweetallen worden uitgevoerd, kunnen deelnemers elkaar aanmoedigen. De FIT-Stroke Werkstations De circuittraining bestaat uit 8 werkstations. Elke training doorloopt de deelnemer alle werkstations en worden resultaten opgeschreven in het trainingslogboek. Tijdens het trainen mag een deelnemer een hulpmiddel gebruiken. In het trainingslogboek wordt gebruik van een hulpmiddel aangegeven door een sterretje achter de fase te zetten. Het aantal herhalingen wordt bijgehouden door de collega revalidant of door de behandelaar. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van een telraam, rondetellers of kan er geturfd worden. Er is een vaste volgorde in de 8 werkstations. Deze volgorde is aangebracht om de twee werkstations waarbij toezicht en eventueel ondersteuning nodig is zo ver mogelijk uit elkaar te zetten. Ook zijn de vaardigheden gericht op balans, kracht, coördinatie of uithoudingsvermogen zoveel mogelijk afgewisseld. Werkstation Naam 1 Reiken met ringen 2 Van de stoel naar de trap en weer terug* 3 Lopen en oprapen 4 Schieten op het doel 5 Steps 6 Parcours* 7 Van lig naar zit 8 Ronden lopen op snelheid *Toezicht en eventueel ondersteuning bieden Instrueer de deelnemers elke training bij een ander werkstation te starten. Aanpassen niveau van werkstations Het niveau van een werkstation wordt uitgedrukt in een fase. Per werkstation staan verschillende fasen beschreven. De eerste training begint de deelnemer bij fase 1. Als een deelnemer drie trainingen achter elkaar hetzelfde aantal scoort kan de deelnemer naar een volgende fase. Ook als de deelnemer de uitdaging mist in een werkstation, mag een deelnemer naar een volgende fase (waarbij de veiligheid altijd in acht genomen moet worden). Als een deelnemer makkelijk de hoogste fase haalt, mag er een nieuwe fase bedacht worden. Beschrijf de uitvoering van de fase in het trainingslogboek als fase 4+. Wanneer een deelnemer fase 1 geen drie minuten kan volhouden, wordt de maximale tijd genoteerd in het trainingslogboek en wordt er allereerst getraind naar het volmaken van de drie minuten. Het is belangrijk dat de deelnemer leert inschatten met welke intensiteit hij of zij drie minuten kan volhouden.
Tijdsverdeling tijdens de werkstations 3 minuten Deelnemer 1 oefent en deelnemer 2 heeft rust. 0,5 minuut Aantal herhalingen noteren. 3 minuten Deelnemer 2 oefent en deelnemer 1 heeft rust. 1 minuut Aantal herhalingen noteren. Totaal: 7,5 minuten per werkstation De behandelaar houdt de tijd bij en geeft de wisselmomenten aan. Werken in koppels Tijdens de training wordt gewerkt in koppels. Koppels kunnen op verschillende manieren gevormd worden. Deelnemers van hetzelfde niveau kunnen elkaar aanmoedigen, maar ook koppels van verschillende niveaus kunnen elkaar helpen. Het is niet noodzakelijk om elke training dezelfde koppels te hebben. Het kan voorkomen dat een groep uit een oneven hoeveelheid deelnemers bestaat. Er kan voor gekozen worden dat de behandelaar meedoet met de deelnemer die alleen traint. Ook kan een goede deelnemer zelfstandig trainen. Hierbij moet het niet zo zijn dat deze deelnemer elke training alleen traint. Groepstraining: samen trainen Het sociale aspect van een groepstraining is een belangrijk element binnen FIT-Stroke. Besteed aandacht aan het groepsproces door gezamenlijk te starten en af te sluiten. Muziek Het gebruik van muziek kan stimulerend werken tijdens de training. Ook is het leuk om de warming-up en cooling-down uit te voeren op muziek. Veiligheid De veiligheid moet te allen tijde bewaakt worden. Zodoende mag de fase verlaagd worden als bijvoorbeeld de belastbaarheid van een deelnemer verlaagd is door een periode van ziekte of mag een deelnemer erop gewezen worden iets rustiger aan te doen. Tijdens de training mag een deelnemer een loophulpmiddel gebruiken bij het uitvoeren van de werkstations. In het trainingslogboek kan dit aangegeven worden door een sterretje (*) achter de fase te zetten. Werkstations met toezicht Twee van de acht werkstations zijn aangemerkt als werkstations waarbij toezicht en eventueel ondersteuning geboden moet worden. Dit betreft de werkstations 2 en 6. Werkstation 2: Van de stoel naar de trap en weer terug. In dit werkstation kan het trap lopen, of het omdraaien boven aan de trap moeilijke momenten geven. Als een deelnemer niet in staat is om trap te lopen mag bij dit station eerst alleen het opstaan uit de stoel, lopen naar de trap, omdraaien en teruglopen naar de stoel en gaan zitten getraind worden. Ook werkstation 6 (lopen van het parcours), waarbij over obstakels gelopen wordt, zoals het stappen over het touw of het lopen over de mat met blokken kan moeilijk zijn voor een deelnemer. De deelnemer mag deze twee obstakels indien nodig overslaan en er gewoon langs lopen en later met steun uitproberen, waarna de deelnemer het zelfstandig kan uitvoeren.
Trainingslogboek In het trainingslogboek kan de intensiteit en progressiviteit van het oefenen bijgehouden worden. Stimuleer de deelnemers het trainingslogboek goed in te vullen. Aan de hand van de gegevens in het trainingslogboek kan feedback gegeven worden over de voortgang en zal de deelnemer gestimuleerd worden om zich nog verder te verbeteren. Elke patiënt krijgt één trainingslogboek. De behandelaar houdt de trainingslogboeken in beheer Uitleg invullen trainingslogboek In de bijlage staat het trainingslogboek. Op de voorzijde vult de deelnemer of de behandelaar in: Naam van het revalidatie centrum Naam deelnemer Patiëntnummer Datum van de eerste training Ook staat op de voorzijde van het trainingslogboek een tabel waarin de gevolgde trainingen afgevinkt moeten worden. Eventueel kunnen ook de resultaten van testen die voorafgaand en na de trainingsperiode zijn uitgevoerd ingevuld worden (bijv 6 min looptest, FAC, Modified Ranking Scale) In het trainingslogboek wordt van elke training ingevuld. Datum: Wordt ingevuld door de deelnemer. De behandelaar controleert aan het einde van de training of de datum is ingevuld. Fase: De behandelaar vult de fase van het werkstation in en de deelnemer vult het aantal herhalingen in. Aantal: De deelnemer vult het aantal herhalingen na elk werkstation in. Borg: Optioneel kan de Borg Score (score tussen 6 en 20) na elk werkstation ingevuld worden. Trainingsregels Houd de planning van de FIT-Stroke training zo strak mogelijk. Nodig deelnemers uit om een kwartier voor aanvang van de training al aanwezig te zijn zodat ze zich alvast kunnen om kleden, bij praten en/ of kunnen helpen met het opzetten van de werkstations. Laat de deelnemer zelf hun trainingslogboek invullen. Gebruik muziek tijdens de circuittraining. Stimuleer een actieve leefstijl. Geef adviezen voor veilige huiswerkoefeningen en over leefgedrag in het algemeen. Adviseer over sport activiteiten in de omgeving.
Voorbeeld Trainingslogboek FIT Stroke Dit trainingslogboek is van Patiëntnummer Datum eerste training Diagnose Dhr./ Mevr... / /.. T 0 -meting Datum.../.../... T eind -meting Datum / / 6-minuten looptest: MRS: FAC: 6-minuten looptest: MRS: FAC: Hieronder kunt u de trainingen afkruisen die u heeft gevolgd. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24
Training 1 Trainingslogboek Werkstation Datum 1 2 3 4 5 6 7 8 Fase/*../../.. Aantal Borgscore (0-10) Bijzonderheden (bv klachten, incidenten enz) Training 2../../.. Fase/* Aantal Borgscore (0-10) Bijzonderheden (bijv klachten, incidenten enz) Training 3../../.. Fase/* Aantal Borgscore (0-10) Bijzonderheden (bijv klachten, incidenten enz) * betekent dat een loophulpmiddel gebruikt wordt bij een werkstation
Opmerkingen