Overlast op het water

Vergelijkbare documenten
Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden

Dienstverlening Amsterdam-Noord

Fact sheet. Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland Politie Eenheid Amsterdam. Veiligheidsbeleving buurt. nummer 4 februari 2013

Veiligheid en overlast in Oud-West

Koopzondagen en winkelaanbod in Diemen

1 Handhaving in Westerpark

Dynamisch gebruik van water Drukte op het water?

Samenvatting resultaten onderzoek Zoeklicht

Gebruik en waardering van het open water in Leiden. Uitkomsten peiling LeidenPanel

Coffeeshop in de buurt

Ondernemersdagvergunning

Toezichthouders in de wijk

Boodschappenservice Binnenstad Amsterdam

Ervaren overlast door omwonenden en parkbezoekers van het Wilhelminapark

Uitgevoerd door Dimensus Huishoudelijke Hulp gemeente Oosterhout 2016

Drukte en leefbaarheid in de stad

Coffeeshop in de buurt Ervaringen van direct omwonenden

Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland

Campagne De Nieuwe Handhaver

Verleden en toekomst in Oud-West

Naamsbekendheid Ouder- en Kindteams. nulmeting. Onderzoek, Informatie en Statistiek

Alternatieve geneeswijzen

Consumentenvertrouwen in Amsterdam

Culturele activiteiten in Noord

SAMENVATTING 2-METING PILOTS DORPSSTRAAT ZEIST

Hoeveel potentie tot buurtparticipatie in Amsterdam?

STADSPANEL HOORN OVER VUURWERK

Veiligheid in Westerpark

Hoofdstuk 15 Onderhoud en netheid van de eigen buurt

Overlast park Lepelenburg

Buurtenquête hostel Leidsche Maan

TOENAME SPANNINGEN TUSSEN BEVOLKINGSGROEPEN IN AMSTERDAMSE BUURTEN

Hondenbeleid in Oud-West

Onderzoek Zondagopenstelling Gemeente Borger-Odoorn

Gescheiden inzameling plastic afval

Afval scheiden werkt! Haal eruit wat erin zit.

-meting Ouder- en Kindteams. Onderzoek, Informatie en Statistiek

Kübra Ozisik. Marjolein Kolstein. Mei

Hoofdstuk 6. Netheid eigen wijk

PEILING OVER DE TOEKOMST VAN ROTTERDAM THE HAGUE AIRPORT

AFSTEKEN VAN VUURWERK

Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten

Huiselijk Geweld in 's-hertogenbosch. Omvang, kenmerken en meldingen

Conclusies bewonersenquête buurtpreventie 2013.

koopzondagen 2012 def KOOPZONDAGEN EN KOOPAVONDEN DE MENING VAN DE BURGER

Kwaliteit Openbare Ruimte stadsdeel Oud-Zuid 2009

Windenergie in Noord. 5 e panelmeting stadsdeel Noord. Inleiding

Resultaten Conjunctuurenquete 1e helft 2014

Drukte op het Water?

Gebruikers gemeentelijke media Onderzoek, Informatie en Statistiek

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017

KLANTTEVREDENHEIDSONDERZOEK SCHOONMAAKDIENST GEMEENTE HAREN

ONDERZOEK VUURWERKOVERLAST

Flitspeiling begeleid wonen

Geluidshinder in Amsterdam

Samenvatting. Bezoekersonderzoek Magisch Maastricht 2016

Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen mei - augustus 2018

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

5. CONCLUSIES. 5.1 Overlast

Sportparticipatie Kinderen en jongeren

1 Opzet tabellenboek, onderzoeksopzet en respondentkenmerken

Hondenbeleid Deventer Eindmeting

Maatschappelijke waardering van Nederlandse landbouw en visserij

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Hoe denkt Zoetermeer over parkeren?

Transcriptie:

Projectnummer: 11209 In opdracht van stadsdeel Centrum Nienke Laan MSc. dr. Esther Jakobs Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012 GL Amsterdam 1000 AR Amsterdam Telefoon 020 251 0308 Fax 020 251 0444 n.laan@os.amsterdam.nl www.os.amsterdam.nl Amsterdam, januari 2012

2

Inhoud Inleiding 5 Samenvatting 7 1 Gebruik van het water 13 1.1 Bootbezit 13 1.2 Gebruik van het water 14 2 Beleving van de grachten en de leefomgeving 15 2.1 Imago Amsterdamse grachten is positief 15 2.2 Grachten en leefomgeving beoordeeld met een 8 16 3 Drukte op de Amsterdamse grachten 17 3.1 Meerderheid vindt grachten druk, maar niet altijd storend 17 4 Overlast 21 4.1 Bijna alle bewoners bij het water ervaren weleens overlast 21 4.2 Meeste overlast van lawaai en rommel in het water 21 4.3 Vooral overlast in zomer, weekend en tijdens Koninginnedag 23 4.4 Driekwart van de overlast niet gemeld 24 4.5 Bewoners zien strenger handhaven en extra regels als oplossing voor overlast 25 3

4

Inleiding Amsterdam is wereldwijd beroemd om de grachten. Waar een deel van de Amsterdammers en toeristen veel plezier beleeft aan het water in de grachten, leidt dit volgens een ander deel van de Amsterdammers tot overlast. Al jaren wordt (met name door woonbootbewoners) gesteld dat het steeds drukker wordt op het water en dat de overlast toeneemt. In 2003 heeft O+S onderzoek gedaan naar de werkelijke en ervaren drukte op het water in Amsterdam. Dit onderzoek bestond uit tellingen van vaarbewegingen en een enquête onder Amsterdammers 1. In 2010 is er wederom een telling gedaan van de vaarbewegingen, deze keer alleen op de Prinsengracht 2. Stadsdeel Centrum heeft nu opnieuw een enquête uit laten voeren onder de bewoners van het stadsdeel. Onderwerp van de enquête is de mogelijke overlast die een deel van de binnenstadbewoners mogelijk ervaart van de drukte op het water. Stadsdeel Centrum heeft aan O+S gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. Onderzoeksopzet De doelgroep van het onderzoek is de bewoners van stadsdeel Centrum. Zij zijn telefonisch en online benaderd. O+S beschikt over een digitaal panel waarvan ongeveer 4.500 Amsterdammers lid zijn. Zij hebben aangegeven mee te willen werken aan onderzoek over Amsterdam. Van het panel wonen er ongeveer 550 in stadsdeel Centrum. Zij zijn allen benaderd met het verzoek om aan het onderzoek mee te werken. De overige bewoners zijn telefonisch benaderd, tot er in totaal 400 enquêtes waren verzameld (100 per rayon). Hiervoor is, gestratificeerd naar rayon, een steekproef getrokken uit de bestanden van EDM MEDIA, een vaste leverancier van telefoonnummers 3 van O+S. Hierdoor kunnen er significante uitspraken per rayon worden gedaan. Tabel A1 Respons (aantallen, n=400) panel telefoon aantal rayon Stadshart 81 19 100 rayon Oost 79 21 100 rayon West 100 0 100 rayon Zuid 35 65 100 totaal 295 105 400 1 O+S, Drukte op het Water? Een onderzoek naar de werkelijke en ervaren drukte op de Amsterdamse wateren, Amsterdam, januari 2004 2 O+S, Drukte op de Prinsengracht 2009/2010, Amsterdam, september 2010 3 Naast KPN gegevens hebben zij ook beschikking over informatie van de kabelbedrijven, mobiele telefoonaanbieders en de gegevens van TNT Verhuisbericht. 5

Gemeente Amsterdam In figuur A2 is de verdeling van de respondenten te zien over de verschillende rayons en naar de ligging van hun woning (wel of niet aan het water). Bij de indeling naar de ligging gaat het om de perceptie van de respondent, ofwel hun antwoord op de vraag of ze aan 4 het water wonen of niet. Deze aanpak is ook in 2004 gekozen. In rayon West zeggen de meeste respondenten aan het water te wonen (78%), in rayon Zuid de minste respondenten (60%), zie tabel A3. Figuur A2 Verdeling respondenten die zeggen aan het water te wonen/ niet aan het water te wonen (n=400) Tabel A3 Ligging van de woning naar rayon op basis van respondent (aantallen, n=400) rayon Stadshart rayon Oost rayon West rayon Zuid totaal ik woon aan het water 65 76 78 60 70 ik woon niet aan het water 35 24 22 40 30 100 100 100 100 100 totaal 4 6 In sommige gevallen geeft de respondent aan bij het water te wonen, maar wonen ze in werkelijk niet direct aan het water wonen (bijvoorbeeld in een zijstraat van een gracht).

Samenvatting In 2004 heeft O+S onderzoek gedaan naar de werkelijke en ervaren drukte op het water in Amsterdam 5. Dit onderzoek bestond uit tellingen van vaarbewegingen en een enquête onder Amsterdammers. In opdracht van Stadsdeel Centrum is nu opnieuw een enquête uitgevoerd naar de overlast van de drukte op het water onder 400 bewoners van het stadsdeel verdeeld over vier rayons. Gebruik Van alle bewoners woont 70% aan het water. Een op de vijf (17%) heeft een boot (waarvan 90% bij het water woont). En iets meer dan de helft (57%) vaart weleens door Amsterdam, vooral op de grachten, het IJ, buiten de grachtengordel en op de Amstel. Beleving Een meerderheid (69%) van de bewoners van het stadsdeel heeft positieve associaties met de Amsterdamse grachten. Bewoners vinden de grachten mooi, gezellig en uniek, zie ook figuur 1. Ook zijn de bewoners positief als ze de grachten en de leefomgeving met een rapportcijfer moeten beoordelen. De grachten (8,2) worden net iets positiever beoordeeld dan de leefomgeving (7,8). Figuur 1 Top tien van meest genoemde associaties met de Amsterdamse grachten (n=304) Drukte Een meerderheid (61%) van de bewoners in het stadsdeel Centrum vindt de Amsterdamse grachten (zeer) druk. Niet iedereen ervaart de drukte ook als storend. Van alle bewoners die de grachten als (zeer) druk ervaren, vindt 45% de drukte ook storend en 21% vindt de drukte leuk. De drukte vindt men vooral storend bij speciale gelegenheden of bij mooi weer. Een grote meerderheid (81%) van de bewoners vindt dat de drukte op de grachten de laatste jaren (sterk) is toegenomen. Bewoners die de drukte hebben zien toenemen wijten dit vooral aan een toename in het aantal pleziervaartbootjes of kleine bootjes in de grachten (42%). 5 O+S, Drukte op het Water? Een onderzoek naar de werkelijke en ervaren drukte op de Amsterdamse wateren, Amsterdam, januari 2004 7

Figuur 2 Ervaren drukte van bewoners op de Amsterdamse grachten (procenten, n=400) (zeer) druk 2011 61% 2004 60% niet druk, niet rustig 2011 31%* 2004 22% (zeer) rustig 2011 8%* 2004 14% 2011 1%* weet ik niet 2004 3% * significant verschil met 2004. Dit houdt in dat met 95% betrouwbaarheid verondersteld kan worden dat het verschil (tussen 2004 en 2011) dat in het steekproefonderzoek is gevonden, niet door toeval is ontstaan. Overlast Van alle bewoners van het stadsdeel ervaart driekwart weleens overlast. De meeste overlast ervaren bewoners van lawaai (zowel van muziek, mensen of motorisch) en van rommel in het water. Ook worden specifieke momenten genoemd (zoals de zomer, de weekenden of de avonden) of evenementen (zoals Koninginnedag en de Gay Pride). Figuur 3 Ervaren overlast door de bewoners (procenten, n=400) ervaart overlast 2011 75%* 2004 25% geen overlast 2011 25%* 2004 76% weet ik niet 2011 1% 2004 0% * significant verschil met 2004. Dit houdt in dat met 95% betrouwbaarheid verondersteld kan worden dat het verschil (tussen 2004 en 2011) dat in het steekproefonderzoek is gevonden, niet door toeval is ontstaan. 8

De meeste overlast ervaren bewoners van lawaai (zowel van muziek, mensen of motorisch) en van rommel in het water. Figuur 4 Ervaren overlast naar type overlast (procenten*, n=400) ja, lawaai (muziek) 60 ja, lawaai (mensen) 41 ja, rommel in het water 38 ja, lawaai (motorisch) ja, dronken mensen 34 33 ja, stank 21 ja, wrakken 18 ja, hoge golven 15 ja, verkeerd afgemeerde boten 9 ja, van iets anders 7 0 10 20 30 40 50 60 70 % * De percentages tellen op tot boven de 100% omdat mensen meerdere antwoorden konden geven. De meeste bewoners die overlast ervaren melden dit niet (77%). Redenen om dit niet te melden variëren van het niet nodig vinden tot een praktische reden: ik vind het erbij horen, ik heb er nooit aan gedacht, ik gun andere mensen hun plezier, de overlast is incidenteel, ik weet niet waar ik het kan melden, er wordt toch niets mee gedaan, dan blijf ik bellen. Oplossingen voor de overlast zien de bewoners in strenger handhaven (vooral op geluidsoverlast) en extra regels of verboden toevoegen (zoals een verbod op muziek). Een op de vijf zegt dat er geen oplossing nodig is, omdat de overlast volgens hen wel mee valt. Verschillen met 2004 Sinds 2004: vindt men de drukte minder vaak leuk en eerder als storend, zien meer mensen een toename in de drukte, ervaart men meer overlast. 9

Verschillen tussen groepen Bewoners die zeggen aan het water wonen hebben vaker een boot, hebben vaker een negatieve associatie over de Amsterdamse grachten, vinden de grachten vaker (zeer) druk, ervaren meer toename in de drukte, ervaren meer overlast (en specifiek meer in de avond, nacht, doordeweeks en de zomer), doen eerder melding van overlast, dan bewoners die aangeven verder bij het water vandaan wonen. Bewoners van rayon West wonen het minst vaak bij het water, ervaren de meeste overlast en hebben de meeste overlast van stank en van lawaai van muziek, Oost hebben de minste overlast van stank, Stadshart hebben de meeste overlast van lawaai van mensen, Zuid wonen het minst vaak bij het water, ervaren de minste overlast en hebben de minste overlast door lawaai van mensen en van lawaai van muziek. Conclusie De twee opvallendste bevindingen zijn enerzijds dat Amsterdammers de grachten nog steeds even druk vinden, maar aan de andere kant dat de overlast is verdrievoudigd (van 25% naar 75%). Deze resultaten lijken niet consistent. Het eerste resultaat, dat het oordeel over de ervaren drukte gelijk gebleven is met 2004, komt overeen met de bevindingen van de tellingen die in de periode 2009-2010 op de Prinsengracht zijn uitgevoerd 6. De tweede bevinding, de sterke toename in de gerapporteerde overlast, wordt gesteund door het feit dat bewoners desgevraagd aangeven dat er sprake is van een toename in de drukte ( in de afgelopen jaren ). Dat de tegenstelling in de resultaten minder groot is dan ze lijkt, blijkt uit het feit dat niet alle drukte ook als vervelend wordt ervaren. Minder dan de helft van de groep die de grachten druk vindt, vindt deze drukte storend. Drukte is dus niet voor iedereen storend. Daarnaast ook niet altijd: de overlast blijft volgens velen beperkt tot specifieke momenten, zoals de zomer en op mooie dagen. Ook wordt niet van alle overlast melding gedaan (dat doet 22%), onder andere omdat men dit niet nodig vindt en de overlast als incidenteel ervaart (de overlast blijft immers beperkt tot specifieke momenten). 6 O+S, Drukte op de Prinsengracht 2009/2010, Amsterdam, september 2010 10

Samenvattend laten zowel dit onderzoek als de resultaten van de eerder uitgevoerde tellingen op de Prinsengracht geen toegenomen drukte zien. Het huidige onderzoek laat wél zien dat de beleving van de Centrumbewoners is veranderd: zij zien naar eigen zeggen een toename van drukte en rapporteren meer overlast van het water. Al met al lijkt dus eerder sprake van een verandering in de manier waarop (de effecten van) drukte wordt ervaren dan van een verandering in de drukte zelf. De aandacht van de media voor het onderwerp en de wijze waarop erover gesproken wordt in de afgelopen jaren zijn hierop mogelijk van invloed geweest. Een laatste aanwijzing dat het met de toename van de drukte op het water wel meevalt zijn de associaties die mensen hebben met de grachten en de leefomgeving; deze worden nog steeds door een groot deel van de Amsterdammers als positief beschreven en beoordeeld met een acht. 11

12

1 Gebruik van het water In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het bootbezit en het gebruik van het water. Wat is het aandeel bootbezitters onder de bewoners van het stadsdeel en hoe vaak zijn ze op het water te vinden? 1.1 Bootbezit Van alle respondenten heeft een zesde (17%) een boot. Dit aandeel is vergelijkbaar met 2004 (14%) en in alle rayons. Mogelijk ligt dit aandeel in werkelijkheid lager. In het onderzoek uit 2004 is namelijk gebleken dat het hierbij niet alleen gaat om mensen die zelf een boot hebben maar ook om mensen die aangeven dat iemand anders in hun huishouden een boot bezit. Het kan voorkomen dat mensen die iemand kennen met een boot ook zullen aangeven dat ze een boot hebben. Van de bewoners die een boot hebben, woont een grote meerderheid ook bij het water (90%). Figuur 1.1 Bootbezitters en bewoners die weleens in Amsterdam varen (procenten, n=400) 13% 3% 1% ja, ik zelf ja, iemand anders binnen huishouden ja, ikzelf en iemand anders binnen huishouden nee 83% 43% 1% 42% ja (bootbezitters) ja (niet-bootbezitters) nee weet ik niet 14% 13

1.2 Gebruik van het water Eén op de zes ondervraagden is in het bezit van een boot, maar meer dan de helft (57%) vaart wel eens door Amsterdam. Dit is vergelijkbaar met het beeld in 2004. Het aandeel gebruikers is hoger onder bootbezitters (84%) dan onder niet-bootbezitters (52%). Toch vaart men niet alleen met een eigen boot (12%), maar ook vaak met een boot van een bekende (39%). Figuur 1.2 Op welke manier vaart u door Amsterdam? (procenten*, n=228) boot van van familie, vrienden, kennissen 39 veerpont 22 rondvaart 17 eigen boot 12 huur van bootje\waterfiets e.d. 6 watertaxi 3 anders, namelijk 2 0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 % * De percentages tellen op tot boven de 100% omdat mensen meerdere antwoorden konden geven. Figuur 1.3 Waar vaart u over het algemeen? (procenten*, n=400) grachten 33 het IJ buiten de grachtengordel 19 19 Amstel 15 De Nieuwe Meer 4 IJsselmeer 3 anders, namelijk rivieren overige meren 2 2 2 open zee 1 de Sloterplas 1 geen antwoord 0 % 0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 * De percentages tellen op tot boven de 100% omdat mensen meerdere antwoorden konden geven. 14

2 Beleving van de grachten en de leefomgeving Hoofdstuk 2 beschrijft de beleving van de grachten en de leefomgeving. Wat is de eerste associatie die bij bewoners opkomt als ze aan de Amsterdamse grachten denken? En met welk rapportcijfer beoordelen ze de grachten en de leefomgeving? 2.1 Imago Amsterdamse grachten is positief In figuur 2.1 is de top tien weergegeven van de associatie die bewoners hebben bij de Amsterdamse grachten. Hoe vaker het is genoemd, hoe groter het is weergegeven. Het merendeel (68%) van de bewoners van het stadsdeel associeert de Amsterdamse grachten met iets positiefs, zie ook tabel 2.2. Ze vinden de grachten mooi, gezellig en uniek. In 2004 was dit aandeel lager, namelijk 59%. Mogelijk is dit verschil te verklaren omdat in 2004 is gevraagd naar het beeld over de Amsterdamse wateren en dit jaar specifiek naar de grachten in stadsdeel Centrum. Slechts acht procent van de bewoners heeft een negatieve associatie, zoals lawaai, de drukte of de vervuiling. Dit gaat vooral om bewoners die zeggen vlakbij het water te wonen; van de bewoners die bij het water wonen heeft 9% een negatieve associatie, van hen niet bij het water wonen 3%. Er is geen verschil tussen bewoners van de verschillende rayons. Figuur 2.1 Top tien van meest genoemde associaties met de Amsterdamse grachten (n=304) Figuur 2.2 Positieve of negatieve associatie met Amsterdamse grachten (procenten, n=400) Stadshart (n=100) Oost (n=100) West (n=100) Zuid (n=100) totaal (n=400) positieve associatie 64 77 68 64 68 neutrale associatie 14 8 6 16 11 negatieve associatie 10 7 8 4 7 zowel positieve als negatieve associatie 12 8 17 16 13 geen antwoord 0 0 1 1 1 totaal 100 100 100 100 100 15

2.2 Grachten en leefomgeving beoordeeld met een 8 Zowel de grachten als de leefomgeving worden positief (gemiddeld een 8) beoordeeld. De grachten (8,2) worden net iets positiever beoordeeld dan de leefomgeving (7,8). In beide gevallen geeft slechts 4% van de bewoners een onvoldoende. Als reden voor de onvoldoende geven ze desgevraagd aan dat vooral gaat om overlast, maar ook om de hoeveelheid woonboten. De rapportcijfers per rayon zijn vergelijkbaar, zie figuur 2.3. Er is geen verschil tussen bewoners die wel of niet aan het water wonen 7 of bewoners die weleens varen of niet. Figuur 2.3 Gemiddelde rapportcijfers voor de Amsterdamse grachten en de leefomgeving naar rayon (n=392) 10 Amsterdamse grachten 10 leefomgeving 9 9 8 7 8,2 8,0 8,2 8,3 8 7 7,5 7,8 7,9 7,8 6 6 5 5 4 4 3 3 2 2 1 rayon Stadshart (n=96) rayon Oost (n=100) rayon West (n=98) rayon Zuid (n=98) 1 rayon Stadshart (n=96) rayon Oost (n=100) rayon West (n=98) rayon Zuid (n=98) 7 Bij het rapportcijfers voor de leefomgeving is wel een significant verschil gevonden tussen bewoners die (op basis van het adres) wel of niet aan het water wonen, maar dit verschil is zeer klein (7,9 voor waterbewoners en een 7,6 voor niet-waterbewoners). 16

3 Drukte op de Amsterdamse grachten In dit hoofdstuk wordt de ervaren drukte op de Amsterdamse grachten beschreven. Hoe druk vindt men de grachten en wordt de drukte ook als storend ervaren? Daarnaast wordt ingegaan op de ontwikkeling: zien bewoners een toename in de drukte en wat is volgens hen de oorzaak van de toename? 3.1 Meerderheid vindt grachten druk, maar niet altijd storend Een meerderheid (61%) van de bewoners in het stadsdeel Centrum vindt de Amsterdamse grachten (zeer) druk, net zoals in 2004 (60%). Dit aandeel is hoger onder bewoners die aan het water wonen dan onder bewoners die niet aan het water wonen. Daarnaast is nagegaan of het bezitten van een boot, het varen op de grachten en wonen in een bepaald rayon van invloed zijn op het oordeel over de drukte op het water. Dit is niet het geval. Niet iedereen ervaart de drukte ook als storend. Van alle bewoners die de grachten als (zeer) druk ervaren, vindt 45% deze drukte ook storend. Onder alle bewoners is dit aandeel 27% en is het gestegen sinds 2004 (19%). De drukte vindt men vooral storend bij speciale gelegenheden of bij mooi weer. De mate waarin men de drukte als storend ervaart verschilt niet tussen bewoners van de rayons, tussen bewoners die wel of niet aan het water wonen of tussen bewoners die wel of geen boot bezitten. In 2004 was er nog wel een verschil tussen bootbezitters en niet-bootbezitters: bootbezitters waren destijds vaker van mening dat het druk is op de grachten. Een op de vijf (21%) van de bewoners die de grachten als (zeer) druk ervaren vindt de drukte leuk. Onder alle bewoners is dit aandeel 37%, een duidelijke afname ten opzichte van 2004 (62%). 17

Figuur 3.1 Ervaren drukte van bewoners op de Amsterdamse grachten (n=400) (zeer) druk 2011 61% 2004 60% niet druk, niet rustig 2011 31%* 2004 22% (zeer) rustig 2011 8%* 2004 14% 2011 1%* weet ik niet 2004 3% 0% 18% 3% 12% drukte is zeer storend drukte is storend neutraal drukte is leuk drukte is heel erg leuk geen antwoord 33% 34% *significant verschil met 2004. Dit houdt in dat met 95% betrouwbaarheid verondersteld kan worden dat het verschil (tussen 2004 en 2011) dat in het steekproefonderzoek is gevonden, niet door toeval is ontstaan. Drukte op Amsterdamse grachten toegenomen Een grote meerderheid (81%) van de bewoners in het stadsdeel vindt dat de drukte op de grachten de laatste jaren (sterk) is toegenomen. Dit aandeel is toegenomen sinds 2004 (71%). Slechts één procent is van mening dat de drukte de laatste jaren is afgenomen, terwijl in 2004 nog 10% van de bewoners een afname zag. Het beeld is vergelijkbaar voor alle rayons. Er is wel een significant verschil tussen waterbewoners en niet-waterbewoners: bewoners die dicht bij het water wonen (88%) ervaren meer toename in de drukte dan bewoners die verder bij het water vandaan wonen (77%). 18

Figuur 3.2 Indruk over de ontwikkeling van de drukte op de Amsterdamse grachten (procenten, n=400) drukte is (sterk) toegenomen 2011 81%* 2004 71% drukte is gelijk gebleven 2011 14% 2004 10% drukte is afgenomen 2011 1%* 2004 10% weet ik niet 2011 5%* 2004 10% *significant verschil met 2004. Dit houdt in dat met 95% betrouwbaarheid verondersteld kan worden dat het verschil (tussen 2004 en 2011) dat in het steekproefonderzoek is gevonden, niet door toeval is ontstaan. Bewoners wijten toename drukte vooral aan pleziervaartbootjes In figuur 3.3 is de top tien weergegeven van wat bewoners zien als de oorzaak van de toename in de drukte. Hoe vaker het is genoemd, hoe groter het is weergegeven. Bewoners die de drukte hebben zien toenemen wijten dit vooral aan een toename in het aantal pleziervaartbootjes of kleine bootjes in de grachten (42%). Maar rondvaartboten en partyboten worden ook genoemd (beide 11%). Sommige bewoners noemen (ook) specifieke groepen mensen: dagjesmensen (8%), particulieren met bootjes (7%), toeristen (7%), jongeren (4%), Amsterdammers (3%) of luidruchtige mensen (3%). Elf procent maakt geen onderscheid en noemt iedereen als oorzaak. Figuur 3.3 Top tien van oorzaken voor toename drukte volgens bewoners die een toename zien (n=330) 19

20

4 Overlast In dit hoofdstuk wordt besproken of en hoeveel overlast de bewoners ervaren van de drukte, wanneer ze eventuele overlast dan vooral ervaren en om wat voor soort overlast het gaat. 4.1 Bijna alle bewoners bij het water ervaren weleens overlast Van alle bewoners van het stadsdeel ervaart driekwart weleens overlast en een kwart nooit, een forse toename in vergelijking met 2004. Bewoners die dichtbij het water wonen ervaren meer overlast dan bewoners die verder bij het water wonen. Alleen bij de overlast van wrakken is er geen verschil tussen beide groepen bewoners. Figuur 4.1 Ervaren overlast door de bewoners (procenten, n=400) ervaart overlast 2011 75%* 2004 25% geen overlast 2011 25%* 2004 76% weet ik niet 2011 1% 2004 0% *significant verschil met 2004. Dit houdt in dat met 95% betrouwbaarheid verondersteld kan worden dat het verschil (tussen 2004 en 2011) dat in het steekproefonderzoek is gevonden, niet door toeval is ontstaan. 4.2 Meeste overlast van lawaai en rommel in het water In rayon West en Stadshart ervaren de meeste bewoners overlast (respectievelijk 85% en 79%), in rayon Zuid de minste bewoners (60%). De meeste overlast ervaren bewoners van lawaai (zowel van muziek, mensen of motorisch) en van rommel in het water. Bij het type overlast zijn er enkele verschillen tussen de rayons. Bewoners van rayon West hebben de meeste last van stank, bewoners van rayon Oost hebben hier het minst last van (respectievelijk 30% om 15%). Overlast door lawaai van mensen speelt vooral bij rayon Stadshart (48%) en in mindere mate bij rayon Zuid (29%). Bewoners van rayon West ervaren meer overlast door lawaai van muziek (71%) dan bewoners van rayon Zuid (48%). 21

Figuur 4.2 Ervaren overlast naar type en rayon (procenten, n=400) ervaart overlast van lawaai (muziek) 60 ervaart overlast van lawaai (mensen) 41 ervaart overlast van rommel in het water 38 ervaart overlast van lawaai (motorisch) ervaart overlast van dronken mensen 34 33 ervaart overlast van stank ervaart overlast van wrakken 18 21 ervaart overlast van hoge golven 15 ja, verkeerd afgemeerde boten 9 ervaart overlast van iets anders 7 0 10 20 30 40 50 60 70 % ervaart wel overlast geen antwoord ervaart geen overlast rayon Zuid 60 38 2 rayon West 85 15 rayon Oost 75 25 rayon Stadshart 79 21 0 20 40 60 80 100 % 22

4.3 Vooral overlast in zomer, weekend en tijdens Koninginnedag De meeste overlast ervaren bewoners tijdens de zomer (86%). Ook wordt vaak het weekend en de avond genoemd. Evenementen, zoals Koninginnedag en de Gay Pride zorgen ook vaak voor overlast. Bewoners die aan het water wonen ervaren meer overlast in de avond, nacht, doordeweeks en de zomer dan bewoners die verder bij het water wonen. Figuur 4.3 Moment dat bewoners overlast ervaren (procenten*, n=299) zomer weekend Koninginnedag avond Gay Pride ochtend lente nacht specifieke dag in de week manifestaties mooi weer Grachtenfestival herfst overige evenementen doordeweeks ander jaargetijde overdag winter 19 18 16 11 10 10 8 7 2 1 37 36 32 29 47 54 64 86 % 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 overlast tijdens bepaalde jaargetijden 90 overlast tijdens bepaalde dagen van de week 73 overlast tijdens bepaalde momenten van de dag 70 overlast tijdens bepaalde evenementen 62 % 0 20 40 60 80 100 * De percentages tellen op tot boven de 100% omdat mensen meerdere antwoorden konden geven. 23

4.4 Driekwart van de overlast niet gemeld De meeste bewoners die overlast ervaren melden dit niet, een vijfde van hen heeft wel een melding gedaan. Indien bewoners de overlast wel hebben gemeld, doen ze dit in de helft van de gevallen (51%) bij het Meldpunt Overlast te water. Daarnaast wordt de politie in 30 procent van de gevallen gebeld. De Dienst Milieu en Bouwtoezicht wordt nooit gebeld en het meldpunt Openbare orde van het stadsdeel wordt slechts sporadisch gebruikt. Er is geen verschil tussen de rayons. Bewoners die direct aan het water wonen doen eerder een melding dan bewoners die verder bij het water wonen. Bewoners doen geen melding van overlast enerzijds omdat ze het erbij vinden horen, ze er nooit aan hebben gedacht, ze andere mensen hun plezier gunnen en de overlast slechts incidenteel is. Aan de andere kant zijn er ook bewoners die geen melding doen omdat ze niet weten waar dat kan, omdat ze verwachten dat er niets mee wordt gedaan, of omdat je dan blijft bellen. Figuur 4.4 Overlast gemeld (ja/nee en aan wie) onder bewoners die overlast ervaren (procenten, n=299) 1% 22% ja nee weet niet 77% Meldpunt overlast te water 51 Politie 31 Waternet 20 14020 9 Meldpunt openbare ruimte stadsdeel 8 anders 6 weet ik niet 5 Dienst Milieu en Bouwtoezicht 0 0 10 20 30 40 50 60 % 24

4.5 Bewoners zien strenger handhaven en extra regels als oplossing voor overlast De bewoners is ook gevraagd naar mogelijke oplossingen voor de overlast. De oplossingen die zij aandragen zijn grofweg in tweeën te verdelen: strenger handhaven (vooral op geluidsoverlast) en extra regels of verboden toevoegen (zoals een verbod op muziek). Een op de vijf zegt dat er geen oplossing nodig is, omdat de overlast volgens hen wel mee valt. Tabel 4.5 Oplossingen voor de overlast (aantallen, n=350) aantal keer genoemd verbod (versterkte) muziek (of eventueel vergunning) 75 strengere regels / meer handhaving algemeen 62 controle / handhaving geluidsoverlast 57 niets / het valt wel mee allemaal 19 alcoholcontrole / handhaving 18 stille / schone / elektrische (rondvaart)boten 15 minder boten op grachten laten varen 14 minder evenementen 13 gezonken boten / wrakken controleren, opruimen 13 vervuiling tegengaan / schoonmaken (divers) 11 snelheidscontrole 9 meer liggeld / vaarbelasting 8 sociaal gedrag burger bevorderen 6 minder woonboten / arken 5 stankoverlast tegengaan 4 eenrichtingsverkeer 3 overnachtingscontrole 2 betere reactie telefonische klachten 2 boten voorzien van kenmerk i.v.m. controle 2 minder verkeer (auto s vrachtwagens) 2 verbod tuinen op wal 2 overig 8 25