Leerroutedocument Leerroute 3 en 4 1
Inleiding. Geachte ouder(s)/verzorger(s), Voor u ligt het leerroute plan van Mariëndael, met informatie over het onderwijsaanbod, onderwijsinhoud en organisatie van het onderwijs van uw zoon/dochter. Mariëndael wil maatwerk bieden aan al haar leerlingen. Afhankelijk van de mogelijkheden en behoeften en gericht op het ontwikkelingsperspectief, volgt de leerling onderwijs in de groep waar hij/zij zich optimaal kan ontwikkelen. De groep is aangeduid met de naam van een leerkracht en een leerroute. Het niveau van leren loopt sterk uiteen. Daarom hebben we 6 leerroutes die zijn gekoppeld aan het niveau van de leerling. Een leerroute leidt de leerling naar het perspectief dat bij hem of haar past. Dat kan dagbesteding, arbeid of vervolgonderwijs zijn. We willen dat onze leerlingen op een voor hen volwaardige wijze kunnen deelnemen aan de samenleving. Om ons doel te bereiken houden we ons niet uitsluitend bezig met het geven van onderwijs, maar richten we ons op de totale ontwikkeling van de leerling en daarbij is samenwerking en afstemming met revalidatie, zorg én ouders van groot belang. Met dit leerroutedocument willen we u informeren over de wijze waarop we dat doen in de leerroute waarin uw zoon/dochter zit. Meer algemene informatie over de school vindt u in de schoolgids en op onze website. Leeswijzer. In hoofdstuk 1 leest u de visie en de missie van De Onderwijsspecialisten, de stichting waar Mariëndael onderdeel van is. In hoofdstuk 2 vindt u algemene informatie over de schoolorganisatie en de leerlingenzorg. In hoofdstuk 3 leest u meer over de leerroute; kenmerken, ondersteuningsbehoefte, aanbod en aanpak. In hoofdstuk 4 schenken we aandacht aan de communicatie met ouders/verzorgers. Wij hopen dat u met vragen en opmerkingen bij ons komt zodat we ons onderwijs en de informatie hierover kunnen (blijven) verbeteren. Met vriendelijke groet, Namens het team Hester Dahm Directeur Mariëndael Doetinchem 2
1. De Onderwijsspecialisten. Mariëndael maakt deel uit van De Onderwijsspecialisten. De Onderwijsspecialisten is een overkoepelende stichting voor scholen voor speciaal onderwijs voor leerlingen met een lichamelijke, verstandelijke of meervoudige beperking, langdurig zieke kinderen (cluster-3)en leerlingen met gedrags- en/of psychiatrische problemen (cluster4) in de leeftijd van 4 tot 20 jaar. De 18 scholen liggen in de volgende vier regio s: - regio Arnhem (Arnhem, Oosterbeek) - regio Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer, Zutphen e.o.) - regio Oost-Gelderland (Aalten, Didam, Doetinchem, Lichtenvoorde e.o.) - regio Zuidwest-Veluwe (Ede e.o.) Daarnaast bieden medewerkers van De Onderwijsspecialisten specialistische ondersteuning in het regulier onderwijs aan leerlingen met een beperking en aan hun leraren en begeleiders. Missie Ons onderwijs en onze onderwijsbegeleiding hebben tot doel de leerlingen voor te bereiden en te begeleiden naar een zo zelfstandig mogelijk functioneren in de maatschappij op het gebied van wonen, werken, vrije tijd. De toekomst van onze leerlingen staat centraal in alles wat wij doen. De stap van SO naar V(S)O - en alle stappen daarna moeten zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. We noemen dit transitie. Visie. Het motto van De Onderwijsspecialisten is: Samen laten we elk kind groeien. Met groei bedoelen we meer dan alleen de cognitieve ontwikkeling. We bieden specifieke ondersteuning op maat, zowel binnen ons eigen speciaal onderwijs als in het regulier onderwijs. Zo bereiden we samen met ouders en de onderwijsprofessionals onze leerlingen voor op hun toekomst. We hechten veel waarde aan deze samenwerking: met de ouders van onze leerlingen, (andere) scholen uit het speciaal onderwijs, scholen in het regulier onderwijs en organisaties op het gebied van onderwijs,- jeugd,- gezondheid,- en revalidatiezorg. Samen ondersteunen wij onze leerlingen, zodat ze een zo zelfstandig en prettig mogelijk leven in onze maatschappij opbouwen. 3
2. Schoolorganisatie. Mariëndael biedt speciaal onderwijs aan leerlingen met een lichamelijke, verstandelijke of meervoudige beperking en aan langdurig zieke kinderen in de leeftijd van 4 tot 13 jaar. Om het onderwijs goed in te kunnen richten is een aantal voorwaarden belangrijk. Ons gebouw is volledig rolstoeltoegankelijk; toiletruimtes en badkamers zijn aangepast en we hebben tilvoorzieningen. We hebben de beschikking over een speelzaal, snoezelkamer, diverse behandelruimtes, buitenspeelplaats en maken gebruik van het zwembad en sporthal Rozengaarde. Ons onderwijs is afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van leerlingen en is zo ingericht, dat er een ononderbroken ontwikkelingsproces plaats kan vinden. Op basis van de mogelijkheden van de leerling wordt het ontwikkelingsperspectief vastgesteld. Hierbij brengen wij de verwachtingen in beeld om het juiste onderwijsaanbod te bepalen. Dat onderwijsaanbod beschrijven we in het handelingsplan in doelen per ontwikkelgebied (vak). De doelen waar we naar streven zijn afhankelijk van het niveau en de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Het niveau wordt bepaald door resultaten op het gebied van : - Cognitieve mogelijkheden (IQ) - Schoolse vaardigheden/didactiek - Communicatieve redzaamheid - Zelfredzaamheid/mobiliteit - Sociaal-emotionele redzaamheid - Leren leren Daarbij spelen zorgbehoefte en factoren die van invloed zijn op het functioneren van de leerling ook een belangrijke rol in het bepalen van het onderwijsaanbod en de aanpak. Leerroutes en leerlingvolgsysteem. Het onderwijsaanbod op onze school wordt gegeven in 6 leerroutes. De leerroutes zijn gekoppeld aan het niveau van een leerling. Leerroute 1 beschrijft het onderwijsaanbod op het laagste ontwikkelingsniveau en leerroute 6 op het hoogste ontwikkelingsniveau. Er wordt gewerkt met een digitaal leerlingvolgsysteem waarbij de leerlijnen per ontwikkelingsgebied vastliggen. Een leerlijn bestaat uit stappen/deelvaardigheden die door de leerling genomen/beheerst moeten worden om het einddoel te kunnen bereiken. Die einddoelen zijn landelijk geformuleerd en voorgeschreven. Er wordt gewerkt met de leerlijnen voor speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende leerlingen in leerroutes 1,2,3,4, en met de leerlijnen voor speciaal onderwijs voor leerlingen die moeilijk of normaal leren in leerroutes 5 en 6. 4
De doelen, vorderingen en resultaten worden vastgelegd in het leerlingvolgsysteem (per leerling, per groep en per leerroute) en de voortgang wordt geregistreerd in het handelingsplan. Dit handelingsplan wordt, samen met het ontwikkelingsperspectief, jaarlijks met u besproken en geëvalueerd. De meeste leerlingen gaan na Mariëndael naar het Voortgezet (Speciaal) Onderwijs V(S)O: - via VSO-zml naar dagbesteding (leerroute 1,2,3), - via VSO-zml, PRO naar arbeid (leerroute 4,5), - via V(S)O, PRO/vmbo/havo naar vervolgonderwijs (leerroute 5,6) Begeleiding. Elke groep heeft een eigen leerkracht en klassenassistent. Voor alle leerlingen geldt dat we het onderwijs en de begeleiding op elkaar afstemmen en dat de klassenleiding, behandelaars en begeleiders nauw met elkaar samenwerken. De centrale rol is voor de klassenleiding. Het vak bewegingsonderwijs wordt gegeven door een vakleerkracht. Wanneer de leerling zich niet naar verwachting ontwikkelt, zal in overleg met betrokkenen gezocht worden naar oplossingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de leerlingen die meer specifieke ondersteuning nodig hebben vanwege bijzondere leerproblemen, lichamelijke problemen en/of sociaal emotionele problemen (bijvoorbeeld dyslexie, hersenletsel, uitzonderlijk ziektebeeld), maar ook voor leerlingen die zich boven verwachting ontwikkelen. Zo nodig wordt aanvullend psychologisch en/of didactisch onderzoek verricht en kan interne expertise ingezet worden (schoollogopedie, speltherapie, orthopedagoog, psycholoog). Samenwerking met externe partners. Als de leerling een revalidatie-indicatie heeft worden de therapieën door behandelaars van RMC Groot Klimmendaal onder schooltijd gegeven. Naast individuele therapie geven behandelaars ook adviezen aan leerkrachten die specifieke vragen hebben over een leerling. In de Eén kind-één Plan Bespreking, worden met ouders én alle betrokken behandelaars en schoolmedewerkers doelen gesteld en geëvalueerd. In groepen waar leerlingen met ernstige beperkingen of een grote of specifieke ondersteuningsbehoefte zitten, zijn ook pedagogisch ondersteuners werkzaam. Dit zijn medewerkers van Zozijn die een aantal uren Zorg in Onderwijs leveren aan de leerling waarvan de ouders met een CIZ-indicatie extra zorg in het onderwijs hebben geregeld. Ook buiten schooltijd bieden we voor onze leerlingen, samen met Zozijn gespecialiseerde buitenschoolse opvang (SBSO en logeren). 5
3. Leerroute 3,4 (Voorheen Kleur Groen) Kenmerken. In de leerroutes 3,4 wordt de leerling voorbereid op de overstap naar het PRO of VSO- ZML. Afhankelijk van de leerroute die de leerling volgt, leidt dit tot dagbesteding of arbeid. De groepen worden geleid door een leerkracht en een klassenassistent. Daarnaast is er voor een aantal leerlingen extra specifieke zorg en ondersteuning nodig. Ouders wordt dan gevraagd om een indicatie aan te vragen bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De geïndiceerde uren worden ingezet in overleg met de klas door een pedagogisch medewerker van Zozijn. Dit wordt Zorg in Onderwijs (ZIO) genoemd. Ondersteuningsbehoefte De leerlingen hebben een lichamelijke en/of verstandelijke beperking en/of een chronische ziekte. Als gevolg daarvan kan het zijn dat de leerling belemmerd wordt in zijn ontwikkeling door verminderde mogelijkheden op het gebied van motoriek, geheugen, begrip en inzicht, communicatie en sociale redzaamheid en /of zelfredzaamheid. Leerlingen hebben duidelijkheid en voorspelbaarheid nodig om de structuur in de dagindeling, de opeenvolgende activiteiten en de ruimte te overzien. Er wordt gewerkt met een vaste indeling van de dag binnen een vast weekprogramma. Leerlingen hebben baat bij visuele ondersteuning van het programma en de activiteiten. Er wordt gewerkt met picto s, afhankelijk van de behoeften van de leerling worden deze klassikaal of individueel aangeboden. Ook binnen een activiteit hebben leerlingen vaak baat bij het gebruik van gebaren, picto s of concrete voorwerpen (verwijzers), ter visuele ondersteuning van de communicatie en instructie van de leerkracht. Leerlingen zijn gevoelig voor de sfeer. Er wordt gezorgd voor een nette, opgeruimde en dus overzichtelijk leeromgeving. Duidelijkheid en voorspelbaarheid in ruimte wordt onder andere gecreëerd door vaste plaatsen voor de leerlingen. Niet alleen hebben ze een vaste plaats aan een eigen tafel; ook binnen de kring leidt een vaste plek tot meer overzicht en dus tot meer duidelijkheid en rust. 6
De vaste plaatsen zijn voor de leerlingen herkenbaar; door middel van een foto, een kleurkaartje voorzien van hun naam of alleen de eigen naam. Eigen naam, foto of kleurkaartje worden ook gebruikt voor het mandje waarin de leerlingen alle meegebrachte benodigdheden voor de dag leggen, hun eigen map en voor hun kapstok. Binnen het klaslokaal heeft al het lesmateriaal een vaste plek en is ook herkenbaar door picto s en/of foto s. De leerlingen hebben naast structuur in ruimte en tijd ook behoefte aan duidelijke grenzen en regels. Voor de leerlingen is eenduidigheid in het toepassen van de klassenregels belangrijk. Dit geeft hen duidelijkheid, veiligheid en rust. Aanbod en aanpak De leerstof wordt klassikaal, in kleine groepjes en individueel aangeboden. Omdat de ontwikkeling op de verschillende gebieden (cognitief, spraak/taal, lichamelijk) vaak grillig verloopt en niet altijd met elkaar in evenwicht is, wordt de ontwikkeling van de leerling goed in kaart gebracht. Zo kan de leerstof op het juiste niveau worden aangeboden en wordt er gewaakt voor overvraging, faalangst, demotivatie e.d. Het eindniveau ligt op ongeveer eind groep 3 / midden groep 4 niveau van het basisonderwijs, op het gebied van lezen, spellen en rekenen. Naast de schoolse vaardigheden als mondelinge/schriftelijke taal en rekenen ligt het accent op zelfredzaamheid, zelfstandigheid, werkhouding en sociaal emotionele ontwikkeling. Belangrijke onderdelen hierin zijn het maken van keuzes, initiatief nemen, voor jezelf opkomen en zorg dragen voor zijn eigen spullen en die van een ander. Er is aandacht voor het leren herkennen van en omgaan met gevoelens: Door het (her)kennen van gevoelens bij zichzelf en bij de ander leert de leerling rekening te houden met de ander. Er wordt in kleine groepjes gewerkt, waardoor leerlingen extra aandacht en instructie krijgen. Door deze groepjes in te delen naar niveau en ondersteuningsbehoefte, wordt de leerstof beter en efficiënter aangeboden. De instructie is kort, duidelijk en in kleine stapjes. Taken worden opgedeeld en stapsgewijs aangeboden. Er wordt ingezet op het zelfstandig mogelijk leren werken. Leerlingen maken regelmatig gebruik van speelleermateriaal tijdens de verwerking van een opdracht. Op deze manier wordt geprobeerd opdrachten zo concreet mogelijk en aantrekkelijk te maken. Het zelfbeeld van de leerlingen wordt goed gevolgd en er wordt, indien noodzakelijk, extra zorg aan besteed. Binnen de groepen is het bevorderen van het zelfstandig werken en het verbeteren van de werkhouding van belang. 7
Leerlingen hebben soms geen reëel beeld van hun eigen kunnen; ze kunnen zichzelf over- of onderschatten, vinden het vervelend om fouten te maken of zijn onzeker over hun eigen prestaties. Ze worden dan gestimuleerd en indien nodig ook individueel geholpen. Soms worden hulpmiddelen als een afgeschermde werkplek of een time timer ingezet om het zelfstandig werken te bevorderen. Volgens de kerndoelen van het onderwijs aan zeer moeilijk lerende leerlingen (ZML) moeten de leerlingen met een verstandelijke beperking aan het einde van de basisschool bepaalde dingen kennen en kunnen. De wettelijk verplichte vakken zijn voor deze leerlingen: Mondelinge taal, Schriftelijke taal (lezen+schrijven), Rekenen, Natuur en techniek, Beeldende vorming, Muziek en bewegen, Dramatische vorming, Bewegingsonderwijs (incl. zwemmen), Spelontwikkeling, Zintuiglijke,- en motorische ontwikkeling, Sociaal emotionele ontwikkeling, Leren leren, Omgaan met de media, Wonen en vrije tijd en (zelf)redzaamheid. In het handelingsplan staan de doelen van de kernvakken; taal/lezen, rekenen, sociaal emotionele ontwikkeling en leren leren, de vorderingen en resultaten van de leerling. De klassenleiding bespreekt en evalueert met u de voortgang van uw zoon/dochter aan de hand van het handelingsplan. 4. Communicatie met ouders/verzorgers. U bent een belangrijke gesprekspartner voor ons. Afstemming over de ontwikkeling en andere belangrijke zaken vinden wij van groot belang. We stellen een actieve betrokkenheid van u zeer op prijs! De leerkracht is het eerste aanspreekpunt en daar kunt u (na schooltijd of op afspraak) terecht als u vragen, ideeën of opmerkingen heeft. In dit hoofdstuk beschrijven we op welke wijze wij aandacht besteden aan de communicatie met u. Bij de start van het schooljaar is er een informatieavond waar het programma van elke klas wordt toegelicht. Aan het begin van ieder schooljaar wordt met u het handelingsplan en het ontwikkelingsperspectief besproken. In januari en in juni bespreken we met u de voortgang. Als uw kind ook een revalidatieprogramma heeft, vindt er twee keer per schooljaar een Eén kind-één plan Bespreking plaats. Dit is een overleg tussen school, revalidatie en ouders over de prioriteiten voor de komende periode Via het communicatieschrift, mail, of telefonisch is er de mogelijkheid om contact te hebben. Op de website van de school vindt u allerlei actuele en relevante informatie. Over het algemeen vindt er jaarlijks een huisbezoek plaats door leerkrachten en klassenassistenten. Deze huisbezoeken zijn vooral bedoeld om de leerling in de thuissituatie te leren kennen. 8