INHOUDSTAFEL - VII INHOUDSTAFEL WOORD VOORAF V DEEL I. ALGEMENE INLEIDING 1 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVING EN BESTAANSREDEN 3 HOOFDSTUK 2. BRONNEN VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT 5 1. DE GRONDWET 5 2. HET GERECHTELIJK WETBOEK 5 A. Korte historiek 5 B. Voornaamste parlementaire stukken 5 C. Doel 5 D. Wijzigingen en aanpassingen 6 3. BIJZONDERE WETTEN 7 4. RECHTSPRAAK 7 5. RECHTSLEER 7 6. ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN, GEBRUIKEN 8 7. INTERNATIONALE VERDRAGEN 8 8. EUROPESE VERORDENINGEN 9 HOOFDSTUK 3. KENMERKEN VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT 11 1. PUBLIEK- EN PRIVAATRECHT 11 2. TEN DIENSTE VAN DE RECHTZOEKENDE 11 3. REGLEMENTAIR EN FORMALISTISCH 11 4. GEBIEDEND 12 5. ETHISCH EN SOCIAAL 13 6. DYNAMISCH 14 7. ACCUSATOIR 14 HOOFDSTUK 4. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT 16 1. IN DE TIJD 16 A. De inwerkingtreding van het Gerechtelijk Wetboek 16 B. De onmiddellijke toepassing en de niet-terugwerkende kracht van de wet 16 C. Toepassingen en afwijkingen 17
VIII - GERECHTELIJK PRIVAATRECHT 2. IN DE RUIMTE 18 A. Nationale draagwijdte 18 B. Grensoverschrijdende draagwijdte 18 3. RATIONE PERSONAE 18 4. RATIONE MATERIAE 18 A. Gemeen recht (art. 2) 18 B. Toepassing op andere rechtsplegingen Grenzen 19 C. Geschillen over subjectieve rechten 20 DEEL II. RECHTERLIJKE ORGANISATIE 23 HOOFDSTUK 1. KORTE HISTORIEK 25 HOOFDSTUK 2. HET GERECHTELIJK LANDSCHAP 27 1. DE GERECHTELIJKE ARRONDISSEMENTEN EN RECHTSGEBIEDEN 27 2. DE HOVEN EN RECHTBANKEN 29 A. Algemeen 29 B. In het gerechtelijk arrondissement Brussel 30 C. In het gerechtelijk arrondissement Eupen 31 3. CONCRETE SAMENSTELLING: AFDELINGEN, SECTIES EN KAMERS 31 A. Hof van Cassatie 31 B. Hof van beroep 32 C. Arbeidshof 33 D. Arrondissementsrechtbank 33 E. Rechtbank van eerste aanleg 34 F. Rechtbank van koophandel 35 G. Arbeidsrechtbank 35 H. Politierechtbank 36 I. Vredegerecht 37 4. ZAAKVERDELINGSREGLEMENT 37 5. BIJZONDER REGLEMENT 38 6. VERDELINGSINCIDENTEN 39 7. TAALWIJZIGING VERWIJZING NAAR ANDERSTALIGE RECHTBANK 40 A. Hoofdlijnen 40 1. Extra muros 40 2. Intra muros 40 B. Verzoek om taalwijziging/verwijzing 41 1. Algemeen 41 2. Extra muros 42 3. Intra muros 42 C. Rechtsmiddelen 43
INHOUDSTAFEL - IX HOOFDSTUK 3. HET OPENBAAR MINISTERIE 44 1. KENMERKEN 44 2. BEVOEGDHEIDSUITOEFENING IN PRIVAATRECHTELIJKE ZAKEN 45 A. Rechtsvordering 46 B. Vordering 46 C. Advies 46 HOOFDSTUK 4. DE GRIFFIES 48 1. Samenstelling 48 2. Taken van de griffier 48 HOOFDSTUK 5. DE GERECHTELIJKE AMBTEN 49 1. DE MAGISTRATEN (ZETEL EN PARKET) 49 A. Benoemings- en aanwijzingsvoorwaarden 49 1. De gerechtelijke stage (art. 259octies, 1 en 2) 50 2. De stage voor het parket (art. 259octies, 3) 50 3. De beroepsbekwaamheid 51 4. Mondeling evaluatie-examen voor advocaten (art. 191bis) 51 B. De Hoge Raad voor de Justitie 51 1. Samenstelling 52 2. Bevoegdheden 52 3. Benoemingsprocedures (art. 259ter) 54 a. Benoeming tot raadsheer 54 b. Andere benoemingen 54 4. Aanwijzingsprocedures 55 a. Mandaten (art. 259quater) 55 1. Eerste voorzitters 56 2. Andere aanwijzingen 56 b. Adjunct-mandaten (art. 259quinquies) 56 1. Voorzitter en afdelingsvoorzitters in het Hof van Cassatie, kamervoorzitters in de hoven en ondervoorzitters van de rechtbanken en van de vrederechters en rechters in de politierechtbank 56 2. Eerste advocaten-generaal bij de hoven, advocaten-generaal bij het hof van beroep en het arbeidshof en eerste substituten, de eerste substituut-procureur des Konings en de eerste substituut-arbeidsauditeur te Brussel 56 3. Afdelingsvoorzitter bij een rechtbank, afdelingsprocureur en afdelingsauditeur 57 c. Bijzondere mandaten (art. 259sexies) 57 d. Mandaten in de tuchtrechtbanken (art. 259sexies/1) 57
X - GERECHTELIJK PRIVAATRECHT C. Benoemings- of aanwijzingsbesluit 58 D. Gevolgen van de benoeming 58 1. (On)afzetbaarheid (on)verplaatsbaarheid 58 2. Inruststelling en emeritaat 59 3. Wedde 60 4. Onverenigbaarheden (art. 292-304) 60 E. Evaluatie van magistraten 61 F. Aansprakelijkheid van magistraten 63 G. Tucht 64 1. Toezicht (art. 398-403) 64 2. Tuchtstraffen voor magistraten en personeel van de rechterlijke orde 65 3. Tuchtrechtscolleges (art. 409-411/1) 66 4. Tuchtoverheden (art. 412-414) 67 5. Procedure voor de tuchtrechtscolleges (art. 415-423) 68 6. Uitwissing en herziening (art. 421 en 422) 70 2. DE REFERENDARISSEN 71 3. DE GRIFFIERS 71 A. Benoeming 71 B. Statuut en taken 71 4. GRIFFIEPERSONEEL EN PERSONEEL VAN DE PARKETTEN 73 HOOFDSTUK 6. DE BALIE 74 1. DE ADVOCATEN 74 A. Beroepsuitoefeningsvoorwaarden 74 1. Nationaliteit Diploma 74 2. Eedaflegging Stage 74 3. Inschrijving op het tableau 75 B. Bevoegdheden, rechten en verplichtingen 75 1. Bemiddelen 75 2. Pleitmonopolie 76 3. Rechten en plichten 76 4. Volmacht 78 5. Geassumeerde of plaatsvervangende rechters 79 2. DE ORDE VAN ADVOCATEN 79 A. Organisatie 79 B. Bevoegdheden 80 3. DE ADVOCATEN BIJ HET HOF VAN CASSATIE 82 A. Statuut 82 B. Bevoegdheden 82 4. DE ORDE VAN VLAAMSE BALIES EN ORDRE DES BARREAUX FRANCO- PHONES ET GERMANOPHONE 82 5. DE FEDERALE RAAD VAN DE BALIES 83
INHOUDSTAFEL - XI HOOFDSTUK 7. DE GERECHTSDEURWAARDERS 84 1. STATUUT 84 2. TAAKOMSCHRIJVING (art. 509) 84 3. ORGANISATIE VAN HET BEROEP 85 A. Moderne en objectieve benoemingsprocedure 85 B. Tucht 86 C. Beroepsstructuren 88 DEEL III. DE BEVOEGDHEID 89 HOOFDSTUK 1. KORTE HISTORIEK 91 HOOFDSTUK 2. DE BEVOEGDHEIDSREGELS 92 1. NATIONALE BEVOEGDHEIDSREGELS 92 A. Inleidende begrippen 92 1. Rechtsmacht en bevoegdheid 92 2. Materiële (volstrekte) en territoriale bevoegdheid (art. 9 en 10 Ger.W.) 93 3. Algemene, bijzondere en uitsluitende bevoegdheden 94 B. De territoriale bevoegdheid 95 1. Hoofdvordering 95 a. Aanvullend recht (art. 624) 95 b. Dwingend recht (art. 627-629quater) 97 c. Regels van openbare orde (art. 631-633octies en -decies) 97 2. Tegen- en tussenvorderingen, aanhangigheid en samenhang 99 C. De materiële bevoegdheid 99 1. Tijdstip van beoordeling 99 a. Inleiding van de zaak 99 b. Uitzonderingen 99 2. Bevoegdheidscriteria (art. 9) 100 a. Het onderwerp/voorwerp van de vordering 100 b. De waarde van de vordering 100 1. In geld uitgedrukte vorderingen (art. 557-562) 101 2. De waardeerbare, niet in geld uitgedrukte vorderingen 101 3. De andere vorderingen 102 c. De spoedeisende aard van de vordering 102 d. De hoedanigheid van de partijen 102 3. Bevoegdheidsverdeling 102 a. Hoofdvordering 102 1. De vrederechter 102
XII - GERECHTELIJK PRIVAATRECHT 1.1. Algemene ( residuaire ) bevoegdheid 102 1.2. Bijzondere bevoegdheid 103 1.2.1. Op tegenspraak 103 1.2.2. Eenzijdige rechtspleging 103 1.2.3. Artikel 593 van het Gerechtelijk Wetboek 104 1.2.4. Summiere rechtspleging om betaling te bevelen 104 1.3. Uitsluitende bevoegdheid (art. 595 en 597) 104 1.3.1. Dringende onteigeningen (wet 26 juli 1962) 104 1.3.2. Verzegeling en aanstelling van sekwesters (art. 597) 104 1.3.3. Beschermde meerderjarigen 105 1.4. Bestuurlijke bevoegdheid 105 2. De politierechtbank 105 3. De rechtbank van eerste aanleg 106 3.1. Algemene bevoegdheid 106 3.1.1. Volheid van bevoegdheid 106 3.1.2. Voorwaardelijk Dwingend 106 3.1.3. Uitzonderingen 107 3.2. Uitsluitende bevoegdheid 107 3.2.1. Familie- en jeugdrechtbank 107 3.2.1.1. Jeugdrechtbank 107 3.2.1.2. Familierechtbank 108 a) bevoegdheid ten gronde 108 b) bevoegdheid in kort geding 108 c) bevoegdheid inzake hoger beroep 109 d) minnelijke schikking 109 3.2.2. Burgerlijke rechtbank 109 3.2.2.1. De beslagrechter 109 3.2.2.2. De andere burgerlijke kamers 111 3.3. Bevoegdheid in hoger beroep 111 3.4. Bestuurlijke bevoegdheid 112 4. De rechtbank van koophandel 112 4.1. Algemene bevoegdheid 112 4.1.1. Alle partijen zijn ondernemingen 113 4.1.2. Alleen de verweerder is een onderneming 113 4.1.3. Wisselbrieven en orderbriefjes 114 4.2. Bijzondere bevoegdheid 114 4.3. Uitsluitende bevoegdheid 115 4.4. Bevoegdheid in hoger beroep 116 4.5. Bestuurlijke bevoegdheid 116 5. De arbeidsrechtbank 117 5.1. Bijzondere bevoegdheid 117 5.1.1. Arbeidsrechtelijke geschillen 117 5.1.2. Arbeidsongevallen en beroepsziekten 118 5.1.3. Sociale zekerheid 118 5.1.4. Collectieve schuldenregeling 118 5.1.5. Geschillen inzake aanvullende pensioenen 118 5.2. Uitsluitende bevoegdheden 118 6. De voorzitters 118
INHOUDSTAFEL - XIII 6.1. In kort geding 119 6.1.1. Bevoegdheidsbepaling 119 6.1.2. Rechtsmacht Grenzen 120 6.1.3. Rechtspleging 123 6.1.4. Gezag en uitvoerbaarheid van de beschikkingen 123 6.2. De beschikkingen na eenzijdige rechtspleging 124 6.3. De rechtsmacht ten gronde ( zoals in kort geding ) 124 7. De arrondissementsrechtbank 125 8. Het hof van beroep 126 8.1. Algemene bevoegdheid 126 8.2. Bijzondere bevoegdheid 126 8.3. Bestuurlijke bevoegdheid (art. 604-605) 127 9. Het arbeidshof 127 10. Het Hof van Cassatie 127 10.1. Algemene bevoegdheid 127 10.2. Bijzondere bevoegdheid 128 10.3. Bevoegdheid als vonnisgerecht 129 10.4. Prejudiciële vragen over mededingingsrecht 129 b. Tussenvorderingen 129 1. Algemeen 129 2. Tegenvorderingen 130 2.1. Tergende en roekeloze hoofdvordering 130 2.2. Voor de rechtbank van eerste aanleg 130 2.3. Voor de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel en de vrederechter 130 c. Samenhangende vorderingen 131 1. Bij dezelfde rechter 132 2. Bij verschillende rechters 132 d. Aanhangige vorderingen 133 D. De regeling van geschillen van bevoegdheid 133 1. In eerste aanleg 133 a. De arrondissementsrechtbank 133 1. Een zaak kan op twee wijzen naar deze rechtbank worden verwezen 133 1.1. Ambtshalve ingeroepen onbevoegdheid (art. 640) 133 1.2. De eiser vraagt de verwijzing (art. 639) 134 2. Berechting (art. 641 en 660-662) 134 3. Rechtsmiddel: cassatieberoep (art. 642) 134 4. Het gezag van de uitspraak (art. 660) 135 b. De rechter beslist zelf over het bevoegdheidsgeschil 135 1. Toepassingsvoorwaarden 135 2. Berechting (art. 660) 135 3. Rechtsmiddel: hoger beroep (art. 1050 en 1055) 135 c. Het akkoordvonnis 136 2. In hoger beroep 136 a. De verwijzing naar de arrondissementsrechtbank 136 b. De rechter in hoger beroep beslist zelf 136 3. Verdelingsincidenten 137 a. De regeling van artikel 88, 2 137
XIV - GERECHTELIJK PRIVAATRECHT b. De arbeidsrechtbank (art. 81, vijfde lid) 138 4. Regeling van rechtsgebied 138 5. Onttrekking van de zaak aan de rechter 138 2. REGELS VAN INTERNATIONALE RECHTSMACHT 139 A. Het verdragsrecht 139 B. Europese regelgeving 141 1. Brussel I-Verordening 141 a. Toepassingsgebied 141 b. Regels van internationale rechtsmacht 141 2. Brussel Ibis-Verordening 142 a. Vervanging van de Brussel I-Verordening 142 b. Toepassingsgebied en definities 142 c. Regels van internationale rechtsmacht 143 3. Overige 145 C. Het gemeen recht 145 1. Wetboek van Internationaal Privaatrecht 145 2. Bijzondere wetten 146 DEEL IV. DE RECHTSPLEGING 147 HOOFDSTUK 1. KORTE HISTORIEK 149 HOOFDSTUK 2. INLEIDENDE BEGRIPPEN 150 1. RECHTSVORDERING (VORDERINGSRECHT) EN VORDERING (EIS) 150 A. Onderscheid 150 B. De vorderingsbevoegdheid (ius agendi) 151 1. Voorwaarden 151 a. Bekwaamheid en rechtspersoonlijkheid 151 b. Hoedanigheid 152 c. Belang 153 2. Vrije uitoefening Misbruik 154 3. Afstand van rechtsvordering 155 C. De vordering (eis) in rechte 156 1. Voorwerp en oorzaak 156 2. Soorten vorderingen Overzicht 158 a. Inleidende vordering Hoofdvordering 158 b. Tussenvordering 158 1. Wijzigende of nieuwe vordering (art. 13) 158 2. Tegenvordering (art. 14) 158 3. Vordering tussen gedagvaarde partijen waarbij een nieuwe procesverhouding tot stand komt 159 4. Vordering in tussenkomst (art. 15) 159
INHOUDSTAFEL - XV 2. EXCEPTIE EN VERWEER 160 A. Verweermogelijkheden Onderscheid Gevolgen 160 B. Verweer ten gronde 160 C. Middelen van ontoelaatbaarheid 161 D. Excepties 161 1. Opschortende excepties 161 2. Afdoende excepties 163 E. Rangorde van aanvoering 163 3. DE PROCESPARTIJEN 164 A. Materiële en formele procespartijen 164 B. Eiser en verweerder 164 C. Tussengekomen partij 165 4. DE PROCESHANDELINGEN 165 A. Begrip Onderscheid 165 B. Betekening en kennisgeving 166 1. Kennisgeving 167 2. Betekening 167 a. Verplichte vermeldingen in het betekeningsexploot 168 b. Betekening in België 168 1. Betekening aan de persoon (art. 33 en 34) 168 2. Betekening aan de woonplaats (art. 35 en 36) 169 3. Achterlating onder omslag aan woon- of verblijfplaats (art. 38, 1) 169 4. Betekening aan de gekozen woonplaats (art. 39) referentieadres 169 5. Terhandstelling aan de procureur des Konings (art. 38, 2) 171 6. Betekening aan de procureur des Konings (art. 40) 171 7. Bijzondere gevallen (art. 42) 172 8. Wanneer mag worden betekend? 172 9. Rechtsmisbruik 172 c. Betekening in het buitenland (art. 40, eerste lid) 172 C. Termijnen 173 1. Vaststelling, berekening en verlenging (art. 49 en 52 tot 55) 174 2. Verval-, (handelings-) en wachttermijnen 175 3. Termijnen voorgeschreven op straffe van nietigheid 176 4. Termijnen voorgeschreven op straffe van verval 177 5. Termijnen niet uitdrukkelijk gesteld op straffe van verval of nietigheid of ordetermijnen 178 6. Verlenging wegens overmacht 179 D. De sanctieregeling 180 1. Organieke nietigheden 180 2. Procedurele nietigheden (art. 860-867) 181 a. Toepassingsvoorwaarden 181 b. Regularisatie, dekking of conversie 186 1. De relatieve nietigheden 186 2. De absolute nietigheden 186 c. Eventuele kosten en schadevergoeding voor nietige proceshandelingen en akten ten laste van een ministerieel ambtenaar (zie art. 866) 186 3. Andere sancties 186
XVI - GERECHTELIJK PRIVAATRECHT HOOFDSTUK 3. HET RECHTSGEDING 188 1. DE JURIDISCHE BIJSTAND (art. 508/1-508/23) 188 A. De commissie voor juridische bijstand 188 B. Juridische eerstelijnsbijstand 188 C. Juridische tweedelijnsbijstand 188 D. Vergoeding van de advocaten 188 E. Ambtshalve toevoeging van advocaten 189 F. Juridische bijstand in grensoverschrijdende geschillen bedoeld in Richtlijn 2003/8/EG 189 2. DE RECHTSBIJSTAND (art. 664-699) 189 A. Omschrijving 189 B. Het bureau voor rechtsbijstand 189 1. Rechtspleging (art. 670 e.v.) 190 2. Toekenning Rechtsmiddelen 190 C. Spoedeisende gevallen en verzoeken gedurende het geding 190 D. Terugvordering 190 E. Intrekking bij onjuiste verklaringen (zie art. 698-699) 191 3. OPLOSSING VAN HET GESCHIL VOOR HET RECHTSGEDING 191 A. Poging tot minnelijke schikking (art. 731-734) 191 1. Facultatief of verplicht 191 2. Voorbeelden (verplichte minnelijke schikking) 192 A. Bemiddelingsbeding (art. 1724-1725) 192 B. Vrijwillige bemiddeling (art. 1730-1733) 192 4. DE RECHTSINGANG OP TEGENSPRAAK 194 A. De vrijwillige verschijning (art. 706) 195 B. Het verzoekschrift op tegenspraak 196 1. Vereiste vermeldingen (art. 1034ter) 196 2. Getuigschrift van woonplaats of uittreksel uit het Rijksregister (art. 1034quater) 196 3. Indiening (art. 1034quinquies) 196 4. Oproeping (art. 1034sexies) 197 5. Toepassingsgebied 197 C. De dagvaarding 198 1. Vermeldingen 198 2. De termijn van dagvaarding 199 3. Gevolgen van de dagvaarding 200 5. DE INSCHRIJVING OP DE ROL 200 A. De rol (art. 711 en 716-719) 200 B. De bijzondere rol 201 C. De zittingsrol 201 6. HET DOSSIER VAN DE RECHTSPLEGING 201 7. DE INLEIDENDE ZITTING 203 A. De behandeling ter inleidende zitting 203 B. De verschijning van de partijen 204 8. HET IN GEREEDHEID BRENGEN VAN DE ZAAK 205 A. De mededeling van de stukken 206 B. Het nemen van conclusies 208
INHOUDSTAFEL - XVII 1. Het begrip conclusie 208 2. Proceshandeling om tussenvorderingen in te stellen (verwijzing) 210 3. Neerlegging en uitwisseling 210 4. Conclusietermijnen 211 a. Kort debat 211 b. Andere zaken 212 1. Minnelijke regeling onder toezicht van de rechter (art. 747, 1) 212 2. De rechterlijke termijnregeling (art. 747, 2) 213 3. Nieuwe conclusietermijnen bij ontdekking van een nieuw en ter zake dienend stuk of feit (art. 748, 2) 216 4. De verwijzing naar de rol en de verdaging op vaste datum 217 C. De bepaling van de rechtsdag 218 1. Bij toepassing van artikel 747 218 2. Bij toepassing van artikel 750 j 748, 1 219 3. Bij toepassing van artikel 748, 2 219 9. GERECHTELIJKE BEMIDDELING 220 10. TUSSENGESCHILLEN 221 A. De tussenvorderingen (art. 13-16 en 807-814) 222 a. Nieuwe of wijzigende vorderingen 222 1. Aanpassingen van de eis 222 2. Nieuwe vorderingen 222 b. Tegenvorderingen 224 c. Tussenkomst (art. 811-814) 224 B. De hervatting van geding (art. 815-819) 225 C. Wraking en verschoning (art. 828 e.v.) 226 1. Begrip 226 2. De wrakingsgronden 227 3. Rechtspleging 228 D. De ontkentenis van proceshandelingen 228 E. De afstand (art. 820-827 verwijzing) 229 11. DE SCHRIFTELIJKE BEHANDELING 231 12. DE TERECHTZITTING 232 A. De regel van de openbaarheid 232 B. De ordehandhaving 232 C. De pleidooien en het interactief debat 233 D. Uitstel, verwijzing, voortzetting 234 E. De sluiting van het debat 235 13. DE MEDEDELING, VOOR ADVIES, AAN HET OPENBAAR MINISTERIE 235 A. Verplichte mededeling 235 B. Facultatieve mededeling 236 C. Aard, vorm en gevolgen van het advies 236 14. HET BERAAD EN DE HEROPENING VAN HET DEBAT 237 15. HET VONNIS 240 A. Vorm aantal rechters ondertekening en uitspraak 241 B. Motiveringsverplichting 242 C. Artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek 243 D. Gerechtskosten algemene regels 243
XVIII - GERECHTELIJK PRIVAATRECHT E. Gerechtskosten rechtsplegingsvergoeding 245 F. Soorten vonnissen 249 1. Eindvonnis (eindbeslissing) 249 2. Vonnissen alvorens recht te doen 250 3. Gemengde vonnissen 251 4. Beslissingen of maatregelen van inwendige aard 251 G. Uitspraak Minuut, uitgifte, afschrift 251 H. Gevolgen van het vonnis 253 1. Het gezag van het rechterlijk gewijsde 253 a. Beslissingen met gezag van gewijsde 253 b. Voorwerp van het gezag van gewijsde 254 c. Toepassingsvoorwaarden 254 d. De aanvoering van de exceptie 256 e. Machtsoverschrijding en gezag van gewijsde 256 f. Het aanwenden van een rechtsmiddel 256 2. De kracht van het rechterlijk gewijsde 257 3. De uitvoerbare kracht van het vonnis 257 4. De bewijskracht en de bewijswaarde van het vonnis 258 I. Uitlegging, verbetering en herstel van omissies 259 J. Nietigheid Vernietiging 260 16. DE RECHTSPLEGING BIJ VERSTEK 260 A. De gevallen van verstek 260 B. Uitzonderingen 261 C. Het verstekvonnis 261 D. De taak van de rechter bij verstek 262 17. DE DOORHALING OP EN DE WEGLATING VAN DE ALGEMENE ROL 263 18. RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD 263 A. De vordering op eenzijdig verzoekschrift 263 1. Bestaansreden Toepassingen 263 2. De rechtspleging 264 3. De rechtsmiddelen tegen de beschikking 265 a. Het hoger beroep 265 b. Het verzoek om intrekking of wijziging 265 c. Het verzet 265 d. Het cassatieberoep 266 B. De vordering in kort geding of zoals in kort geding 266 1. Verwijzing (bevoegdheid) 266 2. Rechtspleging 266 a. Het gemeen recht 266 b. Het familierechtelijk kort geding 268 1. Twee soorten hoogdringendheid 268 2. Blijvende saisine 269 3. De persoonlijke verschijning van de partijen 269 C. De rechtsvordering tot collectief herstel 270
INHOUDSTAFEL - XIX HOOFDSTUK 4. DE BEWIJSVOERING 274 1. INLEIDING 274 2. DE WETTELIJKE BEWIJSREGELS IN BURGERLIJKE ZAKEN 275 A. De bewijslast 275 1. De objectieve bewijslast 275 2. De subjectieve bewijslast 276 a. De verdeling van de bewijslast 277 b. De medewerking van het openbaar ministerie 278 c. De rol van de rechter 278 B. De bewijsmiddelen, hun toelaatbaarheid en bewijswaarde 279 1. Het schriftelijk bewijs 279 a. De voorrang van het schriftelijk bewijs 279 b. Authentieke, onderhandse akten en het bijzonder geval van de advocatenakte 280 c. De bewijskracht van de akten 285 2. Het getuigenbewijs schriftelijke getuigenverklaring 286 a. Het getuigenbewijs 286 b. De schriftelijke getuigenverklaring 286 3. De vermoedens 287 4. De bekentenis 288 5. De eed 291 C. Onrechtmatig bewijs en onrechtmatig verkregen bewijs 291 1. Het onrechtmatig bewijs 291 2. Het onrechtmatig verkregen bewijs 292 3. DE FORMELE BEWIJSREGELS (GERECHTELIJK WETBOEK) 293 A. Het schriftonderzoek 293 B. De valsheidsprocedure 294 C. Het getuigenverhoor 294 1. De vordering en het vonnis tot getuigenverhoor 294 2. De verschijning en het verhoor der getuigen 295 3. Het proces-verbaal van getuigenverhoor 296 4. De nietigheid van het getuigenverhoor 296 D. Schriftelijke verklaringen van derden 296 E. Het deskundigenonderzoek 297 1. Het vorderen van een deskundigenopdracht subsidiair karakter 297 2. Wraking van de deskundige 298 3. Verloop van het deskundigenonderzoek 298 4. Kosten en ereloon 300 5. De bewijswaarde van het eindverslag 300 F. Het verhoor van de partijen 301 G. De eedaflegging 301 H. De plaatsopneming 301 I. De vaststelling van overspel 302
XX - GERECHTELIJK PRIVAATRECHT HOOFDSTUK 5. DE RECHTSMIDDELEN 303 1. ALGEMENE REGELS 303 A. Omschrijving 303 B. Soorten 303 C. De te volgen rechtspleging 303 2. DE GEWONE RECHTSMIDDELEN 304 A. Toepasbaarheid 304 B. Het verzet 305 1. Omschrijving 305 2. Verstekvonnissen 305 3. De termijn van verzet 306 4. De akte van verzet 306 5. De inschrijving op de rol 307 6. De gevolgen van het verzet 307 C. Het hoger beroep 307 1. Omschrijving 307 2. De voor hoger beroep vatbare vonnissen 308 a. De aard van de aan te vechten beslissing 308 b. De regels die de aanleg bepalen (art. 617 tot 621) 309 3. Het hoofdberoep 310 a. De vorm 311 b. De inhoud van de akte van hoger beroep 311 c. De termijn van hoger beroep 313 d. De eiser in hoger beroep 314 e. De gedaagde in hoger beroep 314 4. Het incidenteel beroep 315 5. De rechtspleging in hoger beroep 316 a. De inschrijving op de rol (art. 1059) 316 b. De verschijning van de geïntimeerde (art. 1061) 316 c. De versnelde rechtspleging (art. 1066) 317 d. De gewone rechtspleging 317 6. De gevolgen van het hoger beroep 318 a. De schorsende werking 318 b. De devolutieve werking 318 c. De relatieve werking 320 7. Het tergend en roekeloos hoger beroep 321 8. Verzet en hoger beroep tegen een verstekvonnis 321 3. DE BUITENGEWONE RECHTSMIDDELEN 321 A. Het cassatieberoep 321 1. De opdracht en de bevoegdheid van het Hof van Cassatie 321 2. De voor cassatieberoep vatbare beslissingen 322 a. Beslissingen gewezen in laatste aanleg 322 b. Eindbeslissingen 322 c. Beslissingen waartegen al cassatieberoep is ingesteld 323 3. De partijen in het cassatiegeding 323 a. Rechtspersoonlijkheid, belang en hoedanigheid 323 b. Bekwaamheid en vertegenwoordiging 324
INHOUDSTAFEL - XXI c. Onsplitsbare geschillen 324 d. Het openbaar ministerie 324 4. De termijn van cassatieberoep 325 5. De vorm van het cassatieberoep 325 a. De betekening en de neerlegging van het verzoekschrift 325 b. Het verzoekschrift De memorie van toelichting 326 c. De bij te voegen stukken 326 6. De gevolgen van het cassatieberoep 327 a. Geen schorsende werking 327 b. Beperkte devolutieve werking 327 7. De rechtspleging in cassatie 327 a. Schriftelijk 327 b. De aanvoering en opstelling van cassatiemiddelen 327 c. De memorie van antwoord 328 d. De memorie van wederantwoord 329 e. Ambtshalve opgeworpen middelen 329 f. Hoogdringende zaken 330 g. De conclusie van het openbaar ministerie 331 h. De opschorting van de uitspraak 332 8. Het arrest van het Hof van Cassatie 332 a. Het verwerpingsarrest 332 b. Het vernietigingsarrest 332 c. De rechtsmiddelen tegen een cassatiearrest 333 9. De afstand van cassatieberoep 334 B. Het cassatieberoep in tuchtzaken 334 1. Principe 334 2. De voor cassatieberoep vatbare beslissingen 334 3. De partijen in het cassatiegeding 335 4. De procedure 336 C. Het derdenverzet 337 1. Omschrijving 337 2. De voor derdenverzet vatbare beslissingen 338 3. Het begrip derde 339 4. De termijn van derdenverzet 339 5. De rechtspleging 340 6. De gevolgen van het derdenverzet 340 7. De mogelijke rechtsmiddelen 340 D. De herroeping van het gewijsde 341 1. Begrip 341 2. De gronden tot herroeping van het gewijsde 341 3. Vorm en termijn 342 4. De gevolgen van de herroeping van het gewijsde 342 5. Hoger beroep 342 E. Het verhaal op de rechter 343 1. Begrip 343 2. Toepassingsgevallen 343 3. Rechtspleging (art. 1142-1147) 343 F. De vordering tot intrekking 344
XXII - GERECHTELIJK PRIVAATRECHT DEEL V. DE BESLAGEN EN DE TENUITVOERLEGGING 345 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEGRIPPEN 347 1. DE GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING 347 2. DE UITVOERING IN NATURA 347 3. TIJDSTIP VAN DE TENUITVOERLEGGING 348 4. EXEQUATUR 349 5. DE DWANGSOM 350 A. Begrip 350 B. Opeisbaarheid 351 C. Bijzondere regels 352 6. HET BESLAG 354 A. Omschrijving en juridische aard 354 B. Uitoefening van het recht op beslag 354 C. De openbaarmaking van het beslag: het bestand van berichten 355 D. De goederen waarop beslag kan worden gelegd 357 1. Het gemeenschappelijk onderpand der schuldeisers 357 2. Levensnoodzakelijke en professionele goederen 358 3. Loon en aanverwante uitkeringen 358 4. Andere inkomsten en uitkeringen 359 5. De goederen van de overheid 359 6. De woning van de zelfstandige 360 7. Andere beperkingen van de beslagbaarheid 361 HOOFDSTUK 2. DE BESLAGRECHTER 362 1. DE BEVOEGDHEID VAN DE BESLAGRECHTER 362 A. De territoriale bevoegdheid 362 B. De materiële bevoegdheid en de rechtsmacht 362 2. DE TAKEN VAN DE BESLAGRECHTER 363 A. De toelating tot het leggen van bewarend beslag 363 B. Het verlenen van uitstel 363 C. De schorsing van de tenuitvoerlegging 363 D. Toezicht op de naleving van de wet 364 3. DE RECHTSPLEGING VOOR DE BESLAGRECHTER 364 HOOFDSTUK 3. DE BEWARENDE BESLAGEN 365 1. BEGRIPSOMSCHRIJVING 365 2. TOEPASSINGSVOORWAARDEN 365 A. Hoogdringendheid 365
INHOUDSTAFEL - XXIII B. De onderliggende schuldvordering 365 C. De rechterlijke toelating 366 3. GELDIGHEIDSDUUR 366 4. HET KANTONNEMENT 366 A. Het verhinderen van een bevolen voorlopige tenuitvoerlegging 367 B. Het verhinderen of bevrijden van een bewarend beslag 367 C. Het vervangen van de derde-beslagene of de derde bij wie beslag werd gelegd 367 5. RECHTSMIDDELEN WIJZIGING INTREKKING OPHEFFING 367 6. DE SOORTEN BEWARENDE BESLAGEN 368 A. Het bewarend beslag op roerend goed 368 B. Het bewarend beslag op onroerend goed 368 C. Het bewarend beslag onder derden 368 1. Begrip 368 2. Vormvoorschriften 369 3. Gevolgen 370 D. Het pandbeslag 371 E. Het beslag tot terugvordering 371 F. Het bewarend beslag op zeeschepen en binnenschepen 371 G. Het beslag inzake namaak 371 7. DE OMZETTING VAN EEN BEWAREND BESLAG IN EEN UITVOEREND BESLAG 372 HOOFDSTUK 4. DE UITVOERENDE BESLAGEN 373 1. BEGRIPSOMSCHRIJVING 373 2. TOEPASSINGSVOORWAARDEN 373 A. De uitvoerbare titel 373 B. Een vaststaande, zekere en opeisbare schuldvordering 374 C. Een nog bestaande schuldvordering 374 D. De betekening van de uitvoerbare titel 374 3. HET KANTONNEMENT 375 4. DE SOORTEN UITVOEREND BESLAG 375 A. Het uitvoerend beslag op roerend goed 375 1. Pleegvormen 375 2. De revindicatievordering van derden 376 3. De evenredige verdeling 377 B. Het uitvoerend beslag onder derden 378 C. Het beslag op tak- en wortelvaste vruchten 379 D. Het uitvoerend beslag op zee- en binnenschepen 379 E. Het uitvoerend beslag op onroerend goed 379 1. Voorwerp van het beslag 379 2. Pleegvormen 380 3. De rangregeling 382
XXIV - GERECHTELIJK PRIVAATRECHT HOOFDSTUK 5. DE COLLECTIEVE SCHULDENREGELING 383 1. BEGRIPSOMSCHRIJVING 383 2. PROCEDURE 383 3. MINNELIJKE AANZUIVERINGSREGELING 385 4. GERECHTELIJKE AANZUIVERINGSREGELING 385 5. TOTALE KWIJTSCHELDING VAN DE SCHULDEN 386 6. DE SCHULDBEMIDDELAAR 386 DEEL VI. DE ARBITRAGE EN DE BINDENDE DERDENBESLISSING 389 HOOFDSTUK 1. DE ARBITRAGE 391 1. HISTORIEK 391 2. BEGRIPSOMSCHRIJVING 391 3. ARBITREERBAARHEID 391 4. DE ARBITRAGEOVEREENKOMST 392 5. SAMENSTELLING VAN HET SCHEIDSGERECHT 393 6. DE RECHTSPLEGING EN ARBITRALE UITSPRAAK 393 7. DE RECHTSMIDDELEN 394 8. DE UITVOERBAARVERKLARING 395 9. VERJARING 395 HOOFDSTUK 2. DE BINDENDE DERDENBESLISSING 396 TREFWOORDENREGISTER 397