1 van 9 Werken in het atelier Werken in het atelier Periode 1 Periode 2 Periode 3 Periode 4 Leerjaar 1-3-5 Leerjaar 2-4-6 Klei Wol vilten Stempelen met inkt Tekenen en verf Mozaïek Papier-maché Verven/schilderen Speksteen Uitwerking doelen per praktijkvak Leerjaar 1-3-5: Doelen Werken in het atelier Module 1: Klei 1.2. Pakt de bak met klei en zet deze op tafel 1.3. Pakt een kleiplaat 1.4. Pakt een brok klei uit de bak 2. Ontdekt het materiaal 2.1. Kneedt in de klei 2.2. Maakt met behulp van de tafel en 1 hand een bolletje/rolletje 2.3. Maakt met behulp van 2 handen een bolletje/rolletje 3. Werkt met de klei 3.1. Drukt verschillende bolletjes op elkaar 3.2. Geeft aan wanneer het werkstuk klaar is 3.3. Zet het werkstuk op een plek/schap om te drogen 4. Ruimt de materialen op 4.1. Legt de restje klei terug in de bak 4.2. Zet de bak terug op zijn plaats - evt. met de handen/voeten verven 4.3. Schraapt de kleiplaat af en zet deze terug 4.4. Hangt de schort/jas terug
2 van 9 Leerjaar 1-3-5: Doelen Werken in het atelier Module 2: Wol vilten 2. Maakt vilt van voor gedraaide wol 3. Maakt een plat oppervlak van vilt 1.2. Pakt een zakje wol en legt deze op tafel 1.3. Pakt het bubbeltjes plastic/ matje 1.4. Pakt de plantenspuit met (lauw) water 1.5. Pakt de bak met (lauw) water 1.6. Pakt de zeep 2.1. Draait met een voor gedraaid bolletje wol, zeep en water een stevige bol 2.2. Pakt een zakje wol 2.3. Trekt een stukje wol eruit 2.4. Maakt kleine plukjes van de wol 2.5. Voegt de stukjes wol samen tot een droge wolbal 3.1. Pakt een stuk wol 3.2. Pluist de wol uit 3.3. Legt de (aangereikte) plukjes wol op een bubbeltjes plastic/ matje 3.4. Maakt de wol nat met de waterspuit 3.5. Maakt de wol nat door te druppelen met de vingers (vanuit een bak water) 3.6. Legt het 2 e matje op de wol 3.7. Wrijft met de hand(en) over de 2 e mat 4. Ruimt de materialen op 4.1. Legt het werkstuk op het droogrek 4.2. Legt de droge wol, bubbeltjes plastic, plastic gaas, plantenspuit en de zeep terug 4.3. Maakt met een vaatdoek de tafel droog 4.4. Hangt de werkschort/jas terug
3 van 9 Leerjaar 1-3-5: Doelen Werken in het atelier Module 3: Verven/schilderen 1.2. Pakt de verfflessen en zet deze op tafel 1.3. Pakt de kwasten 1.4. Pakt een palet/ stuk karton 1.5. Legt het tekenpapier op tafel 2. Legt verf op het verfbord 2.1. Kiest een kleur 2.2. Opent de verffles 2.3. Knijpt op de fles boven het palet 2.4. Stopt als er een dot op het palet ligt 3. Schildert een werkstuk 3.1. Doopt de kwast/hand in de verf 3.2. Verft een gedeelte 3.3. Doopt/roert de kwast/hand in het water, 3.4. Maakt de kwast/hand droog met een doekje 3.5. Kiest een andere kleur 3.6. Schildert verder 3.7. Herhaalt de handeling tot het werkstuk klaar is 4. Ruimt de materialen op 4.1. Legt het werkstuk op een droogrek 4.2. Houdt de kwast onder de kraan 4.3. Wrijft met de vingers over de kwast tot alle verf weg is 4.4. Houdt het palet onder de kraan 4.5. Wrijft met de vingers over het palet tot alle verf weg is 4.6. Droogt de materialen af met een doek. 4.7. Ruimt alle materialen op
4 van 9 Leerjaar 1-3-5: Doelen Werken in het atelier Module 4: Tekenen 1.2. Pakt een vel papier 1.3. Pakt de kleurpotloden uit de kast/la 2. Krabbelt op het papier 2.1. Pakt een potlood 2.2. Zet deze op het papier 2.3. Maakt krabbels zonder zijn/haar potlood van het papier te halen 3. Tekent cirkels 3.1. Pakt een potlood 3.2. Zet deze op het papier 4. Tekent horizontale en verticale strepen 5. Geeft betekenis aan zijn/haar tekening 3.3. Maakt spiraalvormige krabbels die op cirkels gaan lijken 3.4. Tekent cirkels op het papier 4.1. Pakt een potlood 4.2. Zet deze op het papier 4.3. Zet horizontale en verticale strepen 4.4. Tekent kruizen 5.1. Vult zijn/haar hele blad met potlood 5.2. Geeft aan wanneer zijn/haar tekening af is 5.3. Vertelt wat hij/zij heeft getekend 6. Ruimt de materialen op 6.1. Doet alle potloden in de bak en zet deze terug op de plek 6.2. Trekt de werkschort/jas uit en hangt deze op
5 van 9 Module 1: Mozaïek 1. Zet de materialen klaar 1.1. Trekt de schort/jas aan 1.2. Pakt de bak met muziekstukjes en zet deze op tafel 1.3. Pakt de tegellijm 1.4. Pakt het voegmiddel 1.5. Pakt het voorwerp om te mozaïeken 2. Legt mozaïek op het werkstuk 2.1. Smeert lijm op de ondergrond 2.2. Legt muziekstukjes naast elkaar 2.3. Gaat door tot alles vol gelegd is 2.4. Zet het werkstuk weg om te drogen 3. Voegt het werkstuk af 3.1. Smeert het voegmiddel met een voegrubber tussen de mozaïekstukjes 3.2. Maakt het oppervlak met een spons schoon 3.3. Zet het werkstuk weg om te drogen 4. Ruimt de materialen op 4.1. Houdt het voegrubber onder de kraan 4.2. Wrijft met de vingers over het voegrubber tot alles er af is 4.3. Ruimt alle materialen op
6 van 9 Module 2: Papier-maché 1.2. Pakt een stapel kranten 1.3. Pakt de behanglijm 1.4. Pakt een plakkwastje 1.5. Pakt een voorwerp om te papier-machéen 2. Scheurt de kranten in stukken 3. Smeert lijm op de repen krant 2.1. Pakt een krant 2.2. Pakt hier 1 vel vanaf 2.3. Scheurt de krant in lange repen 2.4. Legt de repen krant in een bak 3.1. Pakt een reep krant uit de bak 3.2. Legt deze plat op tafel 3.3. Smeert met een plakkwastje /vinger op het papiertje 4. Brengt papier op het vlak aan 4.1. Pakt de reep krant van de tafel 4.2. Legt deze met de lijm kant op het werkstuk 4.3. Wrijft met zijn/haar handen het stukje krant voorzichtig glad 4.4. Herhaalt deze handeling 4.5. Brengt 1 laag papier over het gehele vlak aan 5. Ruimt de materialen op 5.1. Wast zijn/haar handen 5.2. Pakt de droge stukken krant en doet deze terug in de bak 5.3. Zet de kranten, behanglijm en plakkwastje terug op hun plek 5.4. Maakt de tafel schoon met een vaatdoek 5.5. Trekt de werkschort/jas uit en hangt deze op
7 van 9 Module 3: Stempelen met inkt 2. Stempelt op het stempelkussen 1.2. Pakt de stempel uit de bak/la en legt deze op tafel 1.3. Pakt het stempelkussen uit de bak/la 1.4. Pakt het papier uit de bak/la 1.5. Legt het papier plat op de tafel 1.6. Doet het klepje van het stempelkussen open 2.1. Pakt de stempel vast 2.2. Drukt de stempel op het stempelkussen 2.3. Tilt de stempel op 3. Stempelt op papier 3.1. Drukt de stempel op het papier 3.2. Haalt de stempel van het papier 3.3. Herhaalt deze handeling 4. Ruimt het materiaal op 4.1. Veegt de stempel af met een (nat)doekje 4.3. Legt de stempel en het stempelkussen terug op hun plek 4.4. Trekt de werkschort/jas uit en hangt deze op
8 van 9 Module 4: Stempelen met verf 1.2. Pakt de stempel uit de bak/la en legt deze op tafel 1.3. Pakt een triplex plaatje uit de bak/la 1.4. Pakt het papier uit de bak/la 1.5. Pakt een roller uit de bak/la 1.6. Pakt een fles verf uit de kast 1.7. Legt het papier plat op de tafel 2. Stempel met de verf 2.1. Pakt de verffles vast 2.2. Doet een kloddertje verf op een triplex plaatje 2.3. Pakt de roller 2.4. Rolt door de verf 2.5. Rolt de stempel in met de roller 3. Stempel op het papier 3.1. Drukt de stempel op het papier 3.2. Haalt de stempel van het papier 3.3. Herhaalt deze handeling 3.4. Legt het werkstuk op het droogrek 4. Ruimt het materiaal op 4.1. Spoelt de stempel en triplex plaatje af 4.2. Droogt de stempel en triplex plaatje af 4.3. Legt de stempel, het triplex plaatje, de verf fles terug op hun plek 4.4. Trekt de werkschort/jas uit en hangt deze op
9 van 9 Module 4: Speksteen 1. Zet de materialen klaar 1.1. Pakt een stuk speksteen 1.2. Pakt de rasp en legt dit op tafel 1.3. Pakt de vijl 1.4. Pakt het schuurpapier 1.5. Pakt de waxdoos en doek 2. Bewerkt het stuk speksteen 2.1. Raspt met een heen/weer beweging over de speksteen (ruwe vorm) 2.2. Vijlt met een heen/weer beweging over de speksteen (fijne vorm) 2.3. Schuurt met een heen/weer beweging over de speksteen 2.4. Schuurt met aquaschuurpapier over de speksteen (glad) 3. Zet de speksteen in de wax 3.1. Opent de waxdoos 3.2. Pakt een doek 3.3. Haalt een lik met de doek uit de doos 3.4. Wrijft de wax op de speksteen 3.5. Zet de hele speksteen in de wax 4. Ruimt de materialen op 4.1. Draait de deksel op de waxdoos 4.2. Veegt met een stoffer de restjes speksteen bij elkaar 4.3. Veegt alles op het blik 4.4. Gooit alle restje speksteen in de prullenbak 4.5. Ruimt alle materialen op