Studiesucces generatiestudenten in 2007-2008 Inleiding Naar aanleiding van de nieuwe databank DHO hebben we besloten om de klemtoon niet langer voornamelijk op het registreren van gegevens te leggen. Ook rapportering zal vanaf dit academiejaar een belangrijkere plaats krijgen in ons takenpakket. Onze ambitie is om op geregelde tijdstippen een rapport als dit uit te brengen. Zo staan onder meer rapportering over de lerarenopleiding, opleiding verpleegkunde, studentensteden op onze agenda. Herhaaldelijk krijgen wij vragen over slaagcijfers in het Hoger Onderwijs. Sinds het flexibiliseringsdecreet (30 april 2004) spreekt men echter niet meer in termen van geslaagd zijn maar van verworven credits. Een nieuwe benadering voor het opvolgen van de studieresultaten dringt zich op. In het voorliggende rapport definiëren we de indicator studiesucces als volgt: de verhouding tussen het aantal opgenomen studiepunten en het aantal verworven en gedelibereerde studiepunten. In dit rapport wordt het studiesucces van de generatiestudenten onder de loep genomen. De keuze voor generatiestudenten is ingegeven door enerzijds de aandacht die het financieringsdecreet eraan besteedt (in- en outputfinanciering, mogelijkheid tot heroriënteren zonder verlies leerkrediet, ) en anderzijds door het feit dat de generatiestudenten een gemakkelijk op te volgen groep is. Ze zijn allen ingeschreven in de BaMa structuur (niemand in afbouw) en nemen over het algemeen 60 studiepunten op, dit in tegenstelling tot studenten die al verder gevorderd zijn in hun studietraject. Algemeen De 46 766 generatiestudenten 1 in 2007-2008 namen samen 2.756.297 studiepunten 2 op en verworven 3 er 1.677.957. We kunnen dus spreken van een studiesucces van 61%. Dit betekent echter niet dat ruim van de studenten slaagt voor alle opgenomen studiepunten. Het betekent dat de gemiddelde generatiestudent slaagt voor 61% van de opgenomen studiepunten. 18 537 of van de generatiestudenten slaagden voor alle opgenomen studiepunten en behaalden een studiesucces van 10. 7 859 of 17% van de generatiestudenten verworven geen enkel studiepunt. 61% van de studenten (Y-as van onderstaande grafiek) verwerft minstens de helft van alle opgenomen studiepunten (X-as). 1 Een generatiestudent is een student die voor de eerste keer ingeschreven is in een professionele of academische bachelor in het Vlaams Hoger Onderwijs. Dit aantal verschilt van het aantal in het statistisch jaarboek omdat andere criteria gehanteerd zijn. Er werd onder andere geen rekening gehouden met de in- of uitschrijvingsdatum. 2 Een standaard programma bestaat uit 60 studiepunten. 3 Met verworven wordt telkens verworven en gedelibereerd bedoeld in dit rapport. Gemiddeld 2% van alle opgenomen studiepunten werden gedelibereerd. 1
Grafiek 1: Totaal studiesucces 10 9 8 Cumulatief percentage 3 1 10 9 8 3 1 Opgenomen vs verworven stpn Ter vergelijking wordt hieronder het gemiddelde studiesucces van alle studenten in de basisopleidingen weergegeven. Dit ligt beduidend hoger dan bij de generatiestudenten. Academisch gerichte bachelor 74% Master 9 Master na prof. gerichte bachelor 84% Professioneel gerichte bachelor 76% Basisopleidingen en initiële lerarenopleidingen (afbouw hogeschool) 9 Basisopleidingen (afbouw universiteit) 94% Totaal 77% Mannen Vrouwen Mannen behalen gemiddeld 56% van de opgenomen studiepunten. Vrouwen halen een gemiddeld studiesucces van 65%. Dit verschil werd significant bevonden met behulp van een one-way ANOVA test (zie bijlage). Slechts 34% van de mannen verwerft alle opgenomen studiepunten terwijl dit bij vrouwen 44% is. 19% van de mannen verwerft geen enkel studiepunt tijdens zijn eerste jaar hoger onderwijs tegenover 15% van de vrouwen. Een mogelijke verklaring voor dit verschil is dat vrouwen een meer realistische of minder ambitieuze studiekeuze maken dan mannen (zie verder). 2
Grafiek 2: Mannen vs Vrouwen Cumulatief percentage 10 9 8 3 1 10 9 8 3 1 Opgenomen vs verworven stpn V M Vooropleiding secundair onderwijs Generatiestudenten die in het secundair onderwijs 4 ASO gevolgd hebben, verwerven gemiddeld 69% van de opgenomen studiepunten, studenten uit het BSO 34%, studenten uit het KSO 59% en studenten uit het TSO 54%. Ook dit is een statistisch significant verschil (zie bijlage). Uit onderstaande grafiek blijken de grote verschillen tussen studenten uit de verschillende onderwijsvormen in het secundair. 4 3411 generatiestudenten hebben een buitenlands of ander diploma secundair. Deze werden niet opgenomen in deze rubriek. 3
Grafiek 3: Vooropleiding Secundair Cumulatief percentage 10 9 8 3 1 10 9 8 3 1 Opgenomen vs verworven stptn ASO KSO TSO BSO Academische vs. professionele bachelor Generatiestudenten die een academisch gerichte bachelor aanvangen, slagen gemiddeld voor 62% (zowel aan een hogeschool als aan een universiteit) van de opgenomen studiepunten. Generatiestudenten die een professioneel berichte bachelor volgen, slagen voor gemiddeld van de opgenomen studiepunten. Ook dit is een statistisch significant verschil (zie bijlage). Grafiek 4: Soort opleiding Cumulatief percentage 10 95% 9 85% 8 75% 65% 55% 45% 35% Academisch gerichte bachelor Professioneel gerichte bachelor 10 9 8 3 1 Opgenomen vs verworven stptn 4
Dit is in tegenspraak met de geconcipieerde moeilijkheidsgraad van beide opleidingen (een academische opleiding wordt vaak verondersteld moeilijker te zijn dan een professionele opleiding), tot we de vooropleiding secundair hierbij betrekken. Uit onderstaande grafieken blijkt dat er overwegend meer studenten ASO ingeschreven zijn in een opleiding academisch gerichte bachelor. Dit kan het hogere studiesucces in die opleiding verklaren. Aantal inschrijvingen in een academisch gerichte bachelor M Aantal inschrijvingen in een professioneel gerichte bachelor M 10000 9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 ASO BSO KSO TSO andere V 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 ASO BSO KSO TSO andere V Een tweede element dat uit bovenstaande grafieken kan afgeleid worden, is dat in de opleiding professioneel gerichte bachelor meer vrouwen dan mannen ingeschreven zijn uit alle onderwijsvormen secundair, en in het bijzonder uit het ASO. In de academisch gerichte bachelors zijn echter meer mannen dan vrouwen ingeschreven die afkomstig zijn uit de richtingen BSO en TSO. Dit kan een mogelijke verklaring zijn voor de geobserveerde verschillen in studiesucces tussen mannen en vrouwen zoals hierboven al werd aangehaald, namelijk dat vrouwen een meer realistische of minder ambitieuze studiekeuze maken dan mannen. Wanneer het gemiddelde studiesucces tegen de achtergrond van het secundair geplaatst wordt, blijkt dat de generatiestudenten uit het ASO, BSO, TSO en andere een gemiddeld hoger studiesucces behalen in een professioneel gerichte bachelor (zie grafiek hieronder). Daaruit kan afgeleid worden dat een professioneel gerichte bachelor een hogere kans op studiesucces met zich meebrengt. Nogmaals blijkt dus dat het gemiddeld hogere studiesucces in academisch gerichte bachelor te wijten is aan de oververtegenwoordiging van generatiestudenten uit het ASO. 5
Gemiddeld studiesucces 8 Professioneel gerichte bachelor Academisch gerichte bachelor 3 1 ASO BSO KSO TSO andere De hogere succescijfers in een academisch gerichte bachelor van studenten die uit het KSO komen, kunnen verklaard worden door het feit dat de academische kunstopleidingen een toelatingsexamen hebben en nauw aansluiten op de studierichting KSO. Zo volgt meer dan de helft van de generatiestudenten met achtergrond KSO een opleiding in het studiegebied Architectuur, Audiovisuele en beeldende kunst of Muziek en podiumkunsten. Studiegebieden Hogescholen en Universiteiten Het gemiddelde studiesucces van generatiestudenten aan een hogeschool bedraagt, aan een universiteit is dit 62%. Per studiegebied ziet de verdeling er als volgt uit: 6
9 8 3 1 Muziek en podiumkunsten Audiovisuele en beeldende kunst Studiesucces Hogescholen M V Totaal Architectuur Gezondheidszorg Biotechniek Productontwikkeling Sociaal-agogisch werk Industriële wetenschappen en technologie Handelswetenschappen en bedrijfskunde Onderwijs Nautische wetenschappen Toegepaste taalkunde 10 9 8 3 1 Studiegebieden Universiteiten M V Totaal Geneeskunde Tandheelkunde Toegepaste biologische wetenschappen Godgeleerdheid, godsdienstw. en kerk.rec Farmaceutische Sociale gezondheidswetenschappen Verkeerskunde Toegepaste Bewegings- en revalidatiewetenschappen Psychologie en pedagogische wetens. Taal- en letterkunde Economische en toeg.economische wetens. Wetenschappen Wijsbegeerte en moraalwetenschappen Geschiedenis Biomedische wetenschappen Gecombineerde studiegebieden (BAMA) Politieke en sociale wetenschappen Archeologie en kunstwetenschappen Rechten, notariaat en crimin. wetensch. Diergeneeskunde 7
Wat opvalt, is dat vrouwen het in alle studiegebieden 5, ook in de typisch mannelijke studiegebieden, behalve nautische wetenschappen (hogeschool) en tandheelkunde (universiteit), beter doen dan mannen. Een tweede vaststelling is dat studiegebieden waar een toelatingsexamen verplicht is (muziek- en podiumkunsten aan de hogeschool, genees- en tandheelkunde aan de universiteit) een opmerkelijk hoger studiesucces kennen. Omdat het geheel aan studiegebieden aan de universiteiten ons wat onoverzichtelijk lijkt en daardoor verhindert om conclusies te maken, stellen wij een hergroepering van de studiegebieden voor in alfa-, bèta- en gammawetenschappen 6. Generatiestudenten uit de gammawetenschappen behalen gemiddeld 59% van de opgenomen credits, gevolgd door de studenten uit de alfawetenschappen met. Generatiestudenten uit de bètawetenschappen scoren het hoogst met gemiddeld 66% verworven of gedelibereerde studiepunten. Merk op dat de studiegebieden met een toelatingsexamen en tevens de hoogste slaagpercentages (geneeskunde en tandheelkunde) hier onder vallen. Instellingen De meerderheid van de instellingen behaalt een gemiddeld studiesucces tussen 55% en 65%. Uitschieters in negatieve zin zijn Xios Hogeschool Limburg met 49%, Hogeschool Sint- Lukas Brussel met, Lessius Hogeschool met 53% en Hogere Zeevaartschool met 54%. Uitschieters in positieve zin zijn UHasselt met 77%, KUB met en tul met 68%. Het is hier echter niet aangewezen om een rangorde van instellingen te maken. Alle uitschieters zijn relatief kleine instellingen die slechts een beperkt aantal studiegebieden aanbieden. Zo biedt UHasselt enkel de eerder goed scorende studiegebieden economie, geneeskunde, verkeerskunde en wetenschappen aan en biedt Xios enkel de eerder slecht scorende studiegebieden handelswetenschappen, industriële wetenschappen, onderwijs en sociaalagogisch werk aan. 5 Het studiegebied Sociale Gezondheidswetenschappen telde in 2007-2008 slechts één mannelijke generatiestudent. Het hoge studiesucces bij de mannen was dus te wijten aan slechts één student en dus kunnen hier geen algemene uitspraken over gedaan worden. 6 Volgende studiegebieden werden bij de alfawetenschappen ondergebracht: archeologie en kunstwet., gecombineerde studiegebieden, geschiedenis, godgeleerdheid, godsdienstwet. en kerkelijk recht, taal- en letterkunde, wijsbegeerte en moraalwet. Onder bètawetenschappen groeperen we: bewegings- en revalidatiewet., biomedische wet., diergeneeskunde, farmaceutische wet., geneeskunde, tandheelkunde, toegepaste biologische wet., toegepaste wet., wetenschappen. Onder gammawetenschappen vallen: economische en toegepaset econ. wet., politieke en sociale wet., psychologie en pedagogische wet., rechten, notariaat en criminologische wet., sociale gezondheidswet., verkeerskunde. 8
Gemiddeld studiesucces per hogeschool 3 1 Arteveldehogeschool EHSAL-Europese Hogeschool Brussel Erasmushogeschool Brussel Groep T - Leuven Hogeschool Hogere Zeevaartschool Hogeschool Antwerpen Hogeschool Gent Hogeschool Sint-Lukas Brussel Hogeschool voor Wetenschap & Kunst Hogeschool West-Vlaanderen Karel de Grote-Hogeschool KH Antwerpen Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende Gemiddeld studiesucces per universiteit Katholieke Hogeschool Kempen Katholieke Hogeschool Leuven Katholieke Hogeschool Limburg Katholieke Hogeschool Mechelen Katholieke Hogeschool Sint-Lieven Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vl. Lessius Plantijn-Hogeschool Provinciale Hogeschool Limburg XIOS Hogeschool Limburg 8 3 1 K.U.Brussel K.U.Leuven tul UGent UHasselt Universiteit Antwerpen V.U.Brussel 9
Conclusie Uit dit rapport blijkt dat de opleiding die een student in het secundair gevolgd heeft, sterk bepalend is voor zijn studiesucces. Zo heeft een student die uit het ASO komt een veel hogere slaagkans dan een student uit het BSO tijdens het eerste jaar hoger onderwijs. Daarnaast is ook het geslacht van de generatiestudent een goede voorspeller voor het studiesucces; vrouwen slagen voor significant meer opgenomen studiepunten dan mannen. Ten slotte blijkt ook dat studiegebieden met een toelatingsexamen een opmerkelijk hoger studiesucces kennen bij de generatiestudenten. 10
Verschil mannen - vrouwen Bijlage: Resultaten statistische toetsen Dependent Variable:geslaagd Tests of Between-Subjects Effects Source Type III Sum of Squares df Mean Square F Sig. Corrected Model 95,980 a 1 95,980 589,104,000 Intercept 16690,989 1 16690,989 102445,649,000 geslacht_stu 95,980 1 95,980 589,104,000 Error 7619,039 46764,163 Total 24849,948 46766 Corrected Total 7715,019 46765 a. R Squared =,012 (Adjusted R Squared =,012) Vooropleiding secundair Dependent Variable:geslaagd Tests of Between-Subjects Effects Source Type III Sum of Squares df Mean Square F Sig. Corrected Model 391,566 a 3 130,522 850,859,000 Intercept 3290,887 1 3290,887 21452,929,000 onderwijsvormsecundair 391,566 3 130,522 850,859,000 Error 6650,058 43351,153 Total 23490,044 43355 Corrected Total 7041,624 43354 a. R Squared =,056 (Adjusted R Squared =,056) 11
Professionele vs. Academische opleiding Dependent Variable:geslaagd Tests of Between-Subjects Effects Source Type III Sum of Squares df Mean Square F Sig. Corrected Model 2,979 a 1 2,979 18,061,000 Intercept 17050,631 1 17050,631 103391,020,000 soortopleiding 2,979 1 2,979 18,061,000 Error 7712,040 46764,165 Total 24849,948 46766 Corrected Total 7715,019 46765 a. R Squared =,000 (Adjusted R Squared =,000) 12